Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 JANUARI 2014. - Ministerieel besluit houdende diverse bepalingen inzake accijnzen
Titre
31 JANVIER 2014. - Arrêté ministériel portant des dispositions diverses en matière d'accise
Informations sur le document
Numac: 2014003053
Datum: 2014-01-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014003053
Date: 2014-01-31
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen wordt de bijlage 11 gewijzigd bij bijlage 6 bij het ministerieel besluit van 20 september 2012, vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Article 1er. Dans l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise, l'annexe 11, modifiée par l'annexe 6 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 2012, est remplacée par l'annexe jointe au présent arrêté.
Art. 2. In Hoofdstuk III van het ministerieel besluit van 19 april 2010 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 4/1. De aangever dient twee aangiften ten verbruik in als hij tot inverbruikstelling is overgegaan tijdens een periode die betrekking heeft op twee kalenderjaren.".
Art. 2. Dans le Chapitre III de l'arrêté ministériel du 19 avril 2010 relatif au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café, il est inséré un article 4/1 rédigé comme suit :
  " Art. 4/1. Le déclarant introduit deux déclarations de mise à la consommation lorsqu'il a procédé à des mises à la consommation au cours d'une période chevauchant deux années civiles. ".
Art. 3. Artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen door artikel 3 van het ministerieel besluit van 24 september 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 5. § 1. Het indienen van een aangifte ten verbruik is eveneens vereist bij inverbruikstelling met vrijstelling van accijnzen. Dit gebeurt op de wijze voorzien in artikel 4, § 1.
  § 2. De houder van de accijnsinrichting die een vrijstelling van accijnzen geniet overeenkomstig artikel 15 van de wet moet een aangifte ten verbruik met vrijstelling van accijnzen indienen uiterlijk de vijftiende van de maand die volgt op de maand van de inverbruikstelling.".
Art. 3. L'article 5 du même arrêté, remplacé par l'article 3 de l'arrêté ministériel du 24 septembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. L'introduction d'une déclaration de mise à la consommation est également requise lors de la mise à la consommation en exonération de l'accise. Celle-ci s'effectue de la manière prévue à l'article 4, § 1er.
  § 2. Le titulaire d'une autorisation " établissement d'accise " qui bénéficie d'une exonération de l'accise conformément à l'article 15 de la loi, doit introduire une déclaration de mise à la consommation en exonération de l'accise au plus tard le 15 du mois suivant celui de la mise à la consommation. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een Hoofdstuk IIIbis ingevoegd die de artikelen 5/1 en 5/2 bevat, luidende :
  "HOOFDSTUK IIIbis. - Terugbetaling of kwijtschelding van accijns
  Art. 5/1. § 1. Terugbetaling van de accijns, bedoeld in de artikelen 17 en 18 van de wet, met betrekking tot in het land in verbruik gestelde producten, vereist dat de belanghebbende een schriftelijke aanvraag indient bij de ambtenaar belast met het beheer van het hulpkantoor waar de belanghebbende van afhangt.
  Die aanvraag bevat de volgende gegevens :
  1° naam en adres van de marktdeelnemer evenals, in voorkomend geval, het nummer van de vergunning accijnsinrichting;
  2° verwijzing naar de aangifte ten verbruik;
  3° omschrijving, aantal en aard van de producten;
  4° bedrag van de gevraagde terugbetaling.
  Indien de belanghebbende niet zelf de accijns heeft betaald, moet de aanvraag tot terugbetaling vergezeld zijn van een volmacht die hem machtigt om het terug te betalen bedrag te ontvangen; deze volmacht wordt opgesteld door de persoon die deze belasting werkelijk heeft betaald.
  § 2. De aanvraag tot terugbetaling moet worden ingediend vóór het verstrijken van een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum van geldigmaking van de aangifte ten verbruik. De administrateur kan, in uitzonderlijke en voldoende gemotiveerde gevallen, evenwel toestaan dat deze termijn wordt overschreden.
  Art. 5/2. De administrateur bepaalt de modaliteiten in verband met het onderzoek en de behandeling van de terugbetalingen voorzien in Hoofdstuk 3 - Afdeling 4 van de wet.".
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un Chapitre IIIbis, comportant les articles 5/1 et 5/2, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IIIbis. - Remboursement ou remise de l'accise
  Art. 5/1. § 1er. Le remboursement de l'accise, visé aux articles 17 et 18 de la loi et relatif à des produits mis à la consommation dans le pays est subordonné à l'introduction par l'intéressé d'une demande faite par écrit, à adresser au fonctionnaire en charge de la succursale dont dépend l'intéressé.
  Cette demande contient les informations ci-après :
  1° le nom et l'adresse de l'opérateur ainsi que, le cas échéant, le numéro de son autorisation " établissement d'accise ";
  2° les références de la déclaration de mise à la consommation;
  3° la désignation, la quantité et la nature des produits;
  4° le montant du remboursement demandé.
  Lorsque l'intéressé n'a pas acquitté personnellement l'accise, la demande est appuyée d'une procuration l'habilitant à recevoir le remboursement; cette procuration est établie par la personne qui a effectivement acquitté l'accise.
  § 2. La demande de remboursement doit être introduite avant l'expiration d'un délai de trois ans à compter de la date de validation de la déclaration de mise à la consommation. L'administrateur peut autoriser un dépassement de ce délai dans des cas exceptionnels dûment justifiés.
  Art. 5/2. L'administrateur fixe les modalités d'examen et de traitement des remboursements du Chapitre 3 - section 4 de la loi. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een Hoofdstuk IIIter ingevoegd die het artikel 5/3 bevat, luidende :
  "HOOFDSTUK IIIter. - Vernietiging en verlies
  Art. 5/3. De administrateur bepaalt de regels en voorwaarden van toepassing op het vaststellen van vernietiging en verlies bedoeld in artikel 5/1 van het koninklijk besluit.".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un Chapitre IIIter, comportant un article 5/3, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IIIter. - Destructions et pertes
  Art. 5/3. L'administrateur définit les règles et conditions relatives à la détermination des destructions et pertes visées à l'article 5/1 de l'arrêté royal. ".
Art. 6. Het opschrift van het ministerieel besluit van 2 maart 2004 betreffende het fiscaal stelsel van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing, van producten onderworpen aan milieutaks en van producten onderworpen aan milieuheffing wordt vervangen als volgt :
  "Ministerieel besluit van 2 maart 2004 betreffende het fiscaal stelsel van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing en van producten onderworpen aan milieuheffing".
Art. 6. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 2 mars 2004 relatif au régime fiscal des récipients pour boissons soumis à la cotisation d'emballage, des produits soumis à écotaxes et des produits soumis à la cotisation environnementale est remplacé par ce qui suit :
  " Arrêté ministériel du 2 mars 2004 relatif au régime fiscal des récipients pour boissons soumis à la cotisation d'emballage et des produits soumis à la cotisation environnementale ".
Art. 7. Artikel 1/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij artikel 6 van het ministerieel besluit van 24 september 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 1/1. § 1. De verpakkingsheffing wordt bij de inverbruikstelling van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing voldaan door middel van een aangifte ten verbruik met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen, die wordt ingezonden bij het enig kantoor.
  De milieuheffing wordt bij de inverbruikstelling van producten onderworpen aan milieuheffing voldaan door middel van een aangifte ten verbruik met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen, die wordt ingezonden bij het enig kantoor.
  Het hulpkantoor waar de belanghebbende van afhangt wordt geacht het kantoor te zijn waar de aangifte wordt ingediend.
  § 2. De administrateur stelt de specificaties betreffende de structuur en de techniek van het bericht voor het elektronisch inzenden met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen van de aangifte ten verbruik ter beschikking van de aangevers.
  Het geheel van het bericht moet door elektronische ondertekening, voorzien bij de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten, authentiek worden gemaakt.
  § 3. De administrateur bepaalt de voorwaarden waaronder de aangever door middel van zijn eigen applicatie berichten mag aanmaken om met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen aangiften ten verbruik in te zenden.
  § 4. De elektronische aangifte ten verbruik wordt ingevuld overeenkomstig de toelichting opgenomen als bijlage 11 bij het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
  § 5. De administrateur :
  - bepaalt de situaties en de voorwaarden waarin een aangifte ten verbruik plaatsvindt door middel van de exemplaren 6 en 8 van het formulier enig document overeenkomstig het model van bijlage 31 en bijlage 33 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek;
  - legt de procedures vast die moeten gevolgd worden in geval van het niet-beschikbaar zijn van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen.
  § 6. Het indienen van een aangifte ten verbruik is eveneens vereist indien het tarief nul bedraagt en bij inverbruikstelling met vrijstelling van verpakkingsheffing of met vrijstelling van milieuheffing. Dit gebeurt op de wijze voorzien in paragraaf 1.
  § 7. De aangever dient twee aangiften ten verbruik in als hij tot inverbruikstelling is overgegaan tijdens een periode die betrekking heeft op twee kalenderjaren.
  § 8. De belastingplichtige die een vrijstelling van verpakkingsheffing geniet overeenkomstig artikel 371bis van de wet moet een aangifte ten verbruik met vrijstelling van verpakkingsheffing indienen uiterlijk de vijftiende van de maand die volgt op de maand van de inverbruikstelling.".
Art. 7. L'article 1/1 du même arrêté, inséré par l'article 6 de l'arrêté ministériel du 24 septembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 1/1. § 1er. Lors de la mise à la consommation des récipients pour boissons soumis à la cotisation d'emballage, la perception de la cotisation d'emballage s'effectue au moyen d'une déclaration de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises, envoyée au bureau unique.
  Lors de la mise à la consommation des produits soumis à la cotisation environnementale, la perception de la cotisation environnementale s'effectue au moyen d'une déclaration de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises, envoyée au bureau unique.
  La succursale dont dépend l'intéressé est considérée comme étant le bureau où la déclaration est déposée.
  § 2. L'administrateur met à la disposition des déclarants les spécifications ayant trait à la structure et à la technique du message pour l'introduction électronique d'une déclaration de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises.
  L'ensemble du message doit être authentifié au moyen d'une signature électronique prévue par la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification.
  § 3. L'administrateur détermine les conditions auxquelles le déclarant peut établir des messages au moyen de sa propre application pour introduire des déclarations de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises.
  § 4. La déclaration électronique de mise à la consommation est complétée conformément à la notice figurant à l'annexe 11 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  § 5. L'administrateur :
  - définit les situations et les conditions dans lesquelles une déclaration de mise à la consommation s'effectue au moyen des exemplaires 6 et 8 du formulaire du document administratif unique conforme au modèle de l'annexe 31 et de l'annexe 33 du Règlement (CEE) n° 2454/93 de la Commission du 2 juillet 1993 fixant certaines dispositions d'application du Règlement (CEE) n° 2913/92 du Conseil du 12 octobre 1992 établissant le code des douanes communautaire;
  - prescrit les procédures à respecter en cas d'indisponibilité du système électronique paperless douanes et accises.
  § 6. L'introduction d'une déclaration de mise à la consommation est également requise en cas de taux nul ainsi que lors de la mise à la consommation en exonération de la cotisation d'emballage ou en exonération de la cotisation environnementale. Celle-ci s'effectue de la manière prévue au paragraphe 1er.
  § 7. Le déclarant introduit deux déclarations de mise à la consommation lorsqu'il a procédé à des mises à la consommation au cours d'une période chevauchant deux années civiles.
  § 8. Le contribuable qui bénéficie d'une exonération de la cotisation d'emballage conformément à l'article 371bis de la loi, doit introduire une déclaration de mise à la consommation en exonération de la cotisation d'emballage au plus tard le 15 du mois suivant celui de la mise à la consommation. ".
Art. 8. Titel III van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. Le Titre III du même arrêté est abrogé.
Art. 9. Opgeheven worden :
  1° het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de aanvaarding van groepen van belastingplichtigen;
  2° het ministerieel besluit van 30 juli 1996 tot erkenning van onafhankelijke certificeringsinstellingen op het vlak van wegwerpfototoestellen, bedoeld bij de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;
  3° het ministerieel besluit van 11 september 1999 betreffende het aanbrengen van fiscale kentekens op producten onderworpen aan milieutaks.
Art. 9. Sont abrogés :
  1° l'arrêté ministériel du 24 décembre 1993 relatif à l'agréation de groupements de redevables;
  2° l'arrêté ministériel du 30 juillet 1996 portant agrément d'organismes de certification indépendants en ce qui concerne les appareils photos jetables, tel que prévu par la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat;
  3° l'arrêté ministériel du 11 septembre 1999 relatif aux signes distinctifs à apposer sur les produits soumis à écotaxe.
Art. 10. Artikel 35 van het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, vervangen door artikel 2 van het ministerieel besluit van 11 januari 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 35. § 1. Om fiscale kentekens te bekomen richt de marktdeelnemer aan het hulpkantoor een aanvraag volgens het model nr. 501 van bijlage V. Deze aanvraag moet worden ingediend ten minste 10 werkdagen voor de door de marktdeelnemer gewenste datum van levering van de fiscale kentekens.
  § 2. In zijn aanvraag moet de marktdeelnemer ten minste de soort en het aantal gewenste fiscale kentekens aanduiden.
  § 3. Voor sigaretten mag het totaal van de te verrichten bestellingen van fiscale kentekens in de loop van het jaar waarvoor het totale aantal bestellingen wordt vastgesteld, niet meer bedragen dan hetgeen nodig was voor het bekleden van het totale aantal stuks die door de marktdeelnemer werden uitgeslagen tot verbruik gedurende de referentieperiode, en dit ongeacht het merk, het type van verpakking en de kleinhandelsprijs.
  Dit totale aantal stuks dat werd uitgeslagen tot verbruik wordt bekomen door alle tot verbruik uitgeslagen stuks op te tellen gedurende de referentieperiode en het aldus bekomen resultaat te delen door twee.
  § 4. Voor rooktabak mag het totaal van de te verrichten bestellingen van fiscale kentekens in de loop van het jaar waarvoor het totale aantal bestellingen wordt vastgesteld, niet meer bedragen dan hetgeen nodig was voor het bekleden van het totale aantal gram die door de marktdeelnemer werden uitgeslagen tot verbruik gedurende de referentieperiode, vermeerderd met 15 %, en dit ongeacht het merk, het type van verpakking en de kleinhandelsprijs.
  Dit totale aantal gram dat werd uitgeslagen tot verbruik wordt bekomen door alle tot verbruik uitgeslagen gram op te tellen gedurende de referentieperiode en het aldus bekomen resultaat te delen door twee.
  § 5. Overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd door de administrateur-generaal en ten uitzonderlijken titel kan een grotere hoeveelheid fiscale kentekens worden besteld.
  § 6. In het geval van een nieuwe marktdeelnemer zal het totaal van de bestellingen van de fiscale kentekens die zullen kunnen worden verricht in de loop van het jaar waarvoor het totale aantal bestellingen wordt vastgesteld, worden vastgesteld door de administrateur-generaal op basis van de gegevens met betrekking tot de verwachte productie en op basis van een schatting van het volume van de te verrichten uitslagen tot verbruik.
  § 7. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder :
  - "de referentieperiode" : de periode die zich uitstrekt over de twee kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand aan 1 februari van het jaar waarvoor het totale aantal bestellingen wordt vastgesteld;
  - "het jaar waarvoor het totale aantal bestellingen wordt vastgesteld" : de periode van 1 februari tot en met 31 januari.
  § 8. Teneinde het totale aantal bestellingen te bepalen voor de periode die zich uitstrekt van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014, begint de in aanmerking te nemen referentieperiode op 1 juli 2011 en eindigt deze op 31 december 2012. In voorkomend geval wordt het totale aantal stuks sigaretten of het totale aantal gram rooktabak dat werd uitgeslagen tot verbruik gedurende de referentieperiode gedeeld door anderhalf.".
Art. 10. L'article 35 de l'arrêté ministériel du 1er août 1994 relatif au régime fiscal des tabacs manufacturés, remplacé par l'article 2 de l'arrêté ministériel du 11 janvier 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 35. § 1er. Pour obtenir des signes fiscaux, l'opérateur économique adresse à la succursale une demande conforme au modèle 501 repris à l'annexe V. Cette demande doit être introduite au moins 10 jours ouvrables avant la date souhaitée par l'opérateur économique pour la livraison des signes fiscaux.
  § 2. Dans sa demande, l'opérateur économique doit préciser, au minimum, le type et le nombre de signes fiscaux désirés.
  § 3. Pour les cigarettes, le total des commandes de signes fiscaux à effectuer au cours de l'année pour laquelle le total des commandes est fixé, ne peut excéder celui nécessaire pour revêtir le nombre total de pièces, sans égard à la marque, au type de conditionnement et au prix de vente au détail, mis à la consommation par l'opérateur économique pendant la période de référence.
  Ce nombre total de pièces mis à la consommation est obtenu en additionnant la totalité des pièces mises à la consommation pendant la période de référence et en divisant le résultat ainsi obtenu par deux.
  § 4. Pour les tabacs à fumer, le total des commandes de signes fiscaux à effectuer au cours de l'année pour laquelle le total des commandes est fixé, ne peut excéder celui nécessaire pour revêtir le nombre total de grammes, sans égard à la marque, au type de conditionnement et au prix de vente au détail, mis à la consommation par l'opérateur économique pendant la période de référence, augmenté de 15 %.
  Ce nombre total de grammes mis à la consommation est obtenu en additionnant la totalité de grammes mis à la consommation pendant la période de référence et en divisant le résultat ainsi obtenu par deux.
  § 5. Aux conditions fixées par l'administrateur général et à titre exceptionnel, une quantité supérieure de signes fiscaux peut être commandée.
  § 6. En cas de nouvel opérateur économique, le total des commandes de signes fiscaux qui pourront être effectuées au cours de l'année pour laquelle le total des commandes est fixé, sera fixé par l'administrateur général sur la base des données afférentes à la production attendue et d'une estimation du volume des mises à la consommation à effectuer.
  § 7. Pour l'application du présent article, on entend par :
  - "période de référence" : la période qui s'étend sur les deux années civiles qui précèdent immédiatement le 1er février de l'année pour laquelle le total des commandes est fixé;
  - "année pour laquelle le total des commandes est fixé" : la période du 1er février au 31 janvier inclus.
  § 8. Pour déterminer le montant total des commandes pour la période qui s'étend du 1er février 2013 au 31 janvier 2014, la période de référence à prendre en compte débute le 1er juillet 2011 et s'achève le 31 décembre 2012. En l'occurrence, le nombre total de pièces de cigarettes ou le nombre total de grammes de tabacs à fumer mis à la consommation pendant la période de référence est divisé par un et demi. ".
Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. AANGIFTE TEN VERBRUIK INZAKE ACCIJNZEN (TOELICHTING)
  In te vullen vakken
  Vak 1 : Aangifte : dit vak bevat drie onderverdelingen.
  - Eerste onderverdeling : vermelding van het symbool "AC" om aan te geven dat het een aangifte ten verbruik inzake accijnzen betreft.
  - Tweede onderverdeling : vermelding van de code "4" als aangifte ten verbruik.
  - Derde onderverdeling : moet niet worden ingevuld.
  Vak 3 : Formulieren : vermelding van het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulier AC 4 en aanvullende formulieren samen)
  (bijvoorbeeld, wanneer één formulier AC 4 en twee aanvullende formulieren worden overgelegd, vermeldt men op het formulier : AC 4 : 1/3; op het eerste aanvullend formulier : 2/3 en op het tweede aanvullend formulier : 3/3).
  Wanneer de aangifte slechts op één artikel betrekking heeft (d.w.z. wanneer één enkel vak 31 "omschrijving van de producten" moet worden ingevuld), dient in vak 3 1/1 te worden vermeld.
  Vak 5 : In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al de formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld. Zie eveneens de aanwijzingen bij vakken 3 en 32.
  Vak 6 : Totaal colli : in cijfers het totale aantal colli vermelden.
  Vak 7 : Referentienummer : vermelding door de gebruikers die de referentie betreft die door de betrokkene op commercieel vlak aan de zending werd gegeven.
  Vak 8 : Geadresseerde : vermelding van naam en voornamen of firmanaam, rechtsvorm en adres van de belanghebbende. Ook vermelding van contactpersoon en telefoon- en faxnummer en e-mailadres.
  - Betreft het een belastingentrepot of een geregistreerde geadresseerde dan dient het accijnsnummer te worden vermeld.
  - Betreft het een distributeur inzake aardgas of elektriciteit, een producent of handelaar in kolen, cokes en bruinkool of een eindgebruiker betreffende alcohol, dan dient het vergunningsnummer te worden vermeld.
  - Nr. : vermelding KBO-nummer of rijksregisternummer.
  Vak 14 : Aangever/vertegenwoordiger : vermelding van naam en voornamen of firmanaam, rechtsvorm en adres van de belanghebbende. Ook vermelding van contactpersoon en telefoon- en faxnummer en e-mailadres.
  - Betreft het een belastingentrepot of een geregistreerde geadresseerde dan dient het accijnsnummer te worden vermeld.
  - Betreft het een distributeur inzake aardgas of elektriciteit, een producent of handelaar in kolen, cokes en bruinkool of een eindgebruiker betreffende alcohol, dan dient het vergunningsnummer te worden vermeld.
  - Nr. : vermelding KBO-nummer of rijksregisternummer.
  Vak 31 : Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers - container(s) nr(s). - aantal en soort : vermelding van merken, nummers, aantal en soort van de colli of bij onverpakte producten, het aantal voorwerpen of "los gestort" vermelden, al naargelang van het geval, alsmede de gegevens die nodig zijn om de producten te kunnen identificeren. Indien containers worden gebruikt worden in dit vak tevens de merktekens daarvan vermeld.
  Onder de omschrijving van de goederen wordt verstaan de gebruikelijke handelsbenaming in bewoordingen die nauwkeurig genoeg zijn om de goederen onmiddellijk en met zekerheid te kunnen identificeren en indelen. De omschrijving kan worden voortgezet op een afzonderlijk blad dat mag bestaan uit één of meer computerlijsten en dat aan elk exemplaar van de aangifte wordt gehecht.
  In het vak of op het afzonderlijk blad moeten eveneens alle gegevens worden vermeld die voor de heffing van de accijnzen van belang zijn zoals alcoholgehalte, graden Plato, hoeveelheden per partij, enz..
  De aard van de colli wordt aangegeven volgens de lijst van codes opgenomen in bijvoegsel 4 van de bijlage XXVII (toelichting bij het enig document - regeling H - in het vrije verkeer brengen) voorzien in het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen.
  Vak 32 : Artikelnummer : in dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven.
  Vak 33 : Goederen (vijfde onderverdeling) : de aanvullende nationale code. Deze code is samengesteld uit 4 karakters. De codes zijn opgenomen in bijvoegsel 7 van de bijlage XXVII (toelichting bij het enig document - regeling H - in het vrije verkeer brengen) voorzien in het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen.
  Vak 37 : Regeling : dit vak bevat twee onderverdelingen waarvan alleen de eerste onderverdeling dient te worden ingevuld. De code die in deze onderverdeling moet voorkomen hangt samen met die welke in de tweede onderverdeling in vak 1 wordt weergegeven. Het gaat om een code van 4 cijfers. De code zal steeds beginnen met 45 gevolgd door :
  - 80 bij aangifte ten verbruik door een erkend entrepothouder uit belastingentrepot;
  - 81 bij aangifte ten verbruik door een geregistreerde geadresseerde;
  - 82 bij aangifte ten verbruik door een tijdelijk geregistreerde geadresseerde;
  - 83 bij aangifte ten verbruik van accijnsgoederen die reeds in een andere lidstaat in verbruik werden gesteld en die in het land ten verbruik moeten worden aangegeven;
  - 84 bij aangifte ten verbruik door een distributeur inzake aardgas of elektriciteit;
  - 85 bij aangifte ten verbruik door de houder van een accijnsinrichting;
  - 86 bij aangifte ten verbruik door de houder van een vergunning "eindgebruiker" betreffende alcohol;
  - 87 in de andere gevallen.
  Vak 38 : Nettomassa (kg) : vermelding van het aantal kilo nettogewicht van de producten omschreven in vak 31 als de accijnzen op die producten worden geheven op het aantal kilo nettogewicht (koffie - zware stookolie - vloeibaar petroleumgas - steenkool - cokes - bruinkool - wegwerptassen en zakken van kunststof, bestemd voor het vervoer van goederen gekocht in de kleinhandel - wegwerpeetgerei van kunststof - platen, vellen, foliën, stroken, strippen en andere platte producten, zelfs zelfklevend, van kunststof, ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik - bladaluminium, ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers, met een dikte van niet meer dan 0,2 mm, de dikte van de drager niet meegerekend, ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik - voor substanties onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken).
  Vak 40 : Summiere aangifte/Voorafgaand document : het betreft verwijzingen naar de voorraadadministratie of naar de volgende documenten :
  - e-AD;
  - VGD;
  - handelsdocument;
  - andere.
  Vermelding van nummer en datum van het geleidedocument waarmee de producten onder de accijnsschorsingsregeling naar de geregistreerde geadresseerde of de tijdelijk geregistreerde geadresseerde werden gezonden of vermelding van de inschrijving in de voorraadadministratie.
  Vak 41 : Aanvullende eenheden : in voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de van toepassing zijnde eenheid.
  - Voor ethylalcohol en alcoholhoudende dranken : het aantal liter bij 20 ° C tot op twee decimalen;
  - Voor bier, wijn, mousserende wijn en tussenproducten : het aantal liter;
  - Voor energieproducten en elektriciteit : het aantal liter bij 15 ° C; of in voorkomend geval het aantal kilo of het aantal MWh;
  - Voor koffie : het nettogewicht in kilo;
  - Voor limonade, andere alcoholvrije dranken en de substanties onder vloeibare vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken : het aantal liter;
  - Voor substanties onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken : het nettogewicht in kilo;
  - Voor individuele verpakkingen (verpakkingsheffing) : de in verbruik gebrachte hoeveelheid dranken, uitgedrukt in hectoliter;
  - Voor wegwerptassen en zakken van kunststof, bestemd voor het vervoer van goederen gekocht in de kleinhandel - voor wegwerpeetgerei van kunststof - voor platen, vellen, foliën, stroken, strippen en andere platte producten, zelfs zelfklevend, van kunststof, ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik - voor bladaluminium, ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers, met een dikte van niet meer dan 0,2 mm, de dikte van de drager niet meegerekend, ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik (milieuheffing) : het aantal kilo.
  Vak 42 : Prijs van de goederen : die moet enkel ingevuld worden indien btw moet voldaan worden via de aangifte ten verbruik. Hier dient de prijs van de goederen opgenomen te worden, uitgedrukt in euro.
  Vak 44 : Bijzondere vermeldingen :
  - dit vak vermeldt de periode waarop de aangifte slaat;
  - bij een aangifte ten verbruik voor de producten kolen, cokes en bruinkool moeten de facturen of een lijst met alle noodzakelijke gegevens vermeld op die leveringsfacturen door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte. In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot deze facturen of lijsten worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - indien het herbruikbare verpakkingen betreft moet het referentienummer (D.A.-nummer) van de "Machtiging erkenning als individuele herbruikbare verpakking" toegekend door de administrateur-generaal douane en accijnzen vermeld worden;
  - bij een aangifte ten verbruik inzake milieuheffing moeten de leveringsfacturen door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte. In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot deze facturen worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij een aangifte ten verbruik met vrijstelling van accijnzen moet de betrokken wettelijke bepaling worden vermeld;
  - bij een aangifte ten verbruik met een attest in toepassing van artikel 4, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 houdende maatregelen voor de toepassing van bepaalde verlaagde tarieven inzake accijnzen en van artikel 13, § 3 van het ministerieel besluit van 27 oktober 2005 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit, moet het attest door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte. In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot dit attest worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij het toekennen van een verlaagd accijnstarief of een vrijstelling inzake accijnzen aan personen die beschikken over een vergunning "energieproducten en elektriciteit" moet het nummer van de vergunning "energieproducten en elektriciteit", de productcode en het nummer van de vestiging opgenomen worden. Wanneer de producten zouden bestemd zijn voor alle vestigingsplaatsen van het bedrijf, moeten slechts het vergunningsnummer en de productcode worden vermeld.
  - bij een aangifte ten verbruik voor goederen uitgeslagen uit een belastingentrepot onder dekking van het document 136F overeenkomstig het model gevoegd als bijlage XI bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen, moet het document 136F door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte. In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot dit document worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij een aangifte ten verbruik voor goederen uitgeslagen uit een belastingentrepot onder dekking van het tweede exemplaar van het certificaat, vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 31/96 van de Commissie van 10 januari 1996 betreffende het certificaat van vrijstelling van accijnzen, moet het certificaat door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte.
  In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot dit certificaat worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij een aangifte ten verbruik waar gebruik wordt gemaakt van een beslissing betreffende damprecuperatie moet deze beslissing door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte.
  In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot deze beslissing worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij een aangifte ten verbruik waar gebruik wordt gemaakt van een beslissing betreffende herbewerking moet deze beslissing door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte.
  In de aangifte ten verbruik moeten bovendien de volgende gegevens met betrekking tot deze beslissing worden vermeld :
  o referentienummer;
  o datum;
  o eventueel bijkomende info;
  - bij een aangifte ten verbruik inzake aardgas en/of elektriciteit moet de berekeningsnota van de voorschotten door de aangever bewaard worden tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dit van indiening van de aangifte.
  Het deelvak "Code B.V." (bijzondere vermeldingen) hoeft niet te worden ingevuld.
  Vak 47 : Berekening van de belastingen : vermelding van het type van belasting, de maatstaf van heffing, het tarief, het verschuldigde bedrag van de betrokken belasting, het totaalbedrag van de belasting, de gekozen wijze van betaling en zelf ingebrachte verschuldigdheden.
  a) Type van belasting :
  voor de codes die van toepassing zijn in verband met type van belasting (eerste kolom) wordt verwezen naar bijvoegsel 7 van de bijlage XXVII (toelichting bij het enig document - regeling H - in het vrije verkeer brengen) voorzien in het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen.
  b) Maatstaf van heffing :
  - voor alcohol en alcoholhoudende dranken : het aantal hectoliter absolute alcohol tot op een deciliter nauwkeurig, waarbij delen van een deciliter worden verwaarloosd.
  Het volume absolute alcohol bij een temperatuur van 20 ° C, vervat in alcoholhoudend product, wordt uitgedrukt in percenten tot op een tiende van percent nauwkeurig (effectief alcoholvolumegehalte) waarbij delen van een tiende percent worden verwaarloosd. Het volume van de belastbare producten wordt uitgedrukt in hectoliter tot op een deciliter nauwkeurig, waarbij delen van een deciliter worden verwaarloosd;
  - voor bier : het aantal hectolitergraden Plato waarbij delen van een hectolitergraad Plato worden verwaarloosd;
  - voor wijn, mousserende wijn en tussenproducten : het aantal liter waarbij delen van een liter wegvallen;
  - voor energieproducten en elektriciteit : het aantal liter waarbij delen van een liter wegvallen; of in voorkomend geval, het nettogewicht in kilo waarbij delen van een kilo wegvallen of het aantal MWh;
  - voor koffie : het nettogewicht in kilo waarbij delen van een kilo wegvallen. Wanneer het te belasten gewicht kleiner is dan een kilogram, worden de delen van een hectogram verwaarloosd;
  - voor limonade, andere alcoholvrije dranken en de substanties onder vloeibare vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken : het aantal hectoliter waarbij delen van een liter wegvallen. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd;
  - voor substanties onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken : het nettogewicht in kilo, waarbij delen van een kilogram worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten gewicht kleiner is dan een kilogram, worden de delen van een hectogram verwaarloosd;
  - voor individuele verpakkingen (verpakkingsheffing) : de in verbruik gebrachte hoeveelheid dranken, uitgedrukt in hectoliter;
  - voor wegwerptassen en zakken van kunststof, bestemd voor het vervoer van goederen gekocht in de kleinhandel; voor wegwerpeetgerei van kunststof; voor platen, vellen, foliën, stroken, strippen en andere platte producten, zelfs zelfklevend, van kunststof, ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik; voor bladaluminium, ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers, met een dikte van niet meer dan 0,2 mm (de dikte van de drager niet meegerekend), ook indien op rollen, voor huishoudelijk gebruik (milieuheffing) : het aantal kilo.
  c) Heffingsvoet;
  d) Verschuldigd bedrag van de betrokken accijns, bijzondere accijns, controleretributie, bijdrage op de energie, verpakkingsheffing of milieuheffing;
  e) WB : wijze van betaling :
  A : Contante betaling; E : Uitstel van betaling; G : Verlegging btw;
  De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in euro en in eurocenten.
  f) Zelf ingebrachte verschuldigdheden :
  In deze rubriek kunnen zich de volgende situaties voordoen :
  1. Aangifte ten verbruik met een attest in toepassing van artikel 4, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 houdende maatregelen voor de toepassing van bepaalde verlaagde tarieven inzake accijnzen en van artikel 13, § 3 van het ministerieel besluit van 27 oktober 2005 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit.
  De aangever kan in deze rubriek de bedragen vermeld op het attest opnemen. Deze bedragen worden dan in mindering gebracht van de verschuldigde accijnzen.
  De vermindering wordt enkel toegestaan voor de sommen die vermeld worden op de aangifte ten verbruik van exact hetzelfde product.
  Indien het bedrag vermeld op het attest hoger is dan de sommen die op de aangifte ten verbruik moeten worden vereffend, kan het resterende bedrag aangerekend worden op de eerstvolgende aangifte ten verbruik die wordt ingediend of kan in toepassing van artikel 9 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen de terugbetaling van de accijns gevraagd worden.
  2. Damprecuperatie in toepassing van artikel 428, § 2 van de programmawet van 27 december 2004.
  De aangever kan in deze rubriek de bedragen opnemen met betrekking tot damprecuperatie.
  Deze bedragen worden dan in mindering gebracht van de verschuldigde accijnzen.
  Indien het bedrag betreffende de damprecuperatie hoger is dan de sommen die op de aangifte ten verbruik moeten worden vereffend, kan het resterende bedrag aangerekend worden op de eerstvolgende aangifte ten verbruik die wordt ingediend of kan in toepassing van artikel 9 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen de terugbetaling van de accijns gevraagd worden.
  3. Herbewerking in toepassing van artikel 428, § 1 van de programmawet van 27 december 2004 en van artikel 15 van het ministerieel besluit van 27 oktober 2005 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit.
  De aangever kan in deze rubriek de bedragen opgenomen in de beslissing van de eerstaanwezend inspecteur-controle opnemen.
  Deze bedragen worden dan, afhankelijk van het geval, in mindering gebracht van of toegevoegd aan de verschuldigde accijnzen.
  Indien een bedrag in mindering dient gebracht te worden, en dit bedrag is hoger dan de sommen die op de aangifte ten verbruik moeten worden vereffend, kan het resterende bedrag aangerekend worden op de eerstvolgende aangifte ten verbruik die wordt ingediend of kan in toepassing van artikel 9 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen de terugbetaling van de accijns gevraagd worden.
  4. Voorschotten inzake aardgas en elektriciteit in toepassing van artikel 16, § 3 van het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
  De aangever kan in deze rubriek de voorschotten (in min - de gestorte voorschotten en in plus - het voorschot van de maand) opnemen.
  Deze bedragen worden verrekend met de verschuldigde accijnzen.
  Indien het bedrag van de voorschotten in min hoger is dan de sommen die op de aangifte ten verbruik moeten worden vereffend, kan het resterende bedrag aangerekend worden op de eerstvolgende aangifte ten verbruik die wordt ingediend of kan in toepassing van artikel 9 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen de terugbetaling van de accijns gevraagd worden.
  Vak 48 : Uitstel van betaling : vermelding van het nummer van de kredietrekening.
  Vak 54 : Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever of zijn vertegenwoordiger : op het door het kantoor te bewaren exemplaar moet het origineel van de handgeschreven handtekening van de betrokken persoon gevolgd door zijn naam en voornamen voorkomen, tenzij een elektronische handtekening werd aangebracht.
  Wanneer deze een rechtspersoon is, dient diegene die ondertekent zijn handtekening en zijn naam en voornamen door de vermelding van zijn functie te laten volgen.
Art. N. DECLARATION DE MISE A LA CONSOMMATION EN MATIERE D'ACCISE (NOTICE)
  Cases à remplir
  Case 1 : Déclaration : cette case comporte trois subdivisions.
  - Première subdivision : mentionner le sigle " AC " pour indiquer qu'il s'agit d'une déclaration de mise à la consommation en matière d'accise.
  - Deuxième subdivision : mentionner le code "4" désignant la mise à la consommation.
  - Troisième subdivision : ne pas compléter.
  Case 3 : Formulaires : indiquer le numéro d'ordre de la liasse parmi le nombre total de liasses utilisées (formulaire AC 4 et formulaires complémentaires confondus)
  (par exemple, si un formulaire AC 4 et deux formulaires complémentaires sont présentés, indiquer sur le formulaire AC 4 : 1/3, sur le premier formulaire complémentaire : 2/3 et sur le deuxième formulaire complémentaire : 3/3).
  Lorsque la déclaration ne porte que sur un seul article, c'est-à-dire lorsqu'une seule case 31 " désignation des marchandises " doit être remplie, indiquer 1/1 dans la case.
  Case 5 : Indiquer, en chiffres, le nombre total des articles déclarés par l'intéressé dans l'ensemble des formulaires et formulaires complémentaires utilisés, le nombre d'articles correspondant au nombre de cases 31 à remplir. Voir également les indications relatives aux cases 3 et 32.
  Case 6 : Total des colis : indiquer en chiffres le nombre total des colis.
  Case 7 : Numéro de référence : indication par les utilisateurs, de la référence commerciale attribuée par l'intéressé à l'envoi en cause.
  Case 8 : Destinataire : indiquer les nom et prénoms ou la raison sociale, la forme juridique et l'adresse de l'intéressé. Indiquer aussi la personne de contact, son numéro de téléphone et son numéro de fax ainsi que son adresse électronique.
  - S'il s'agit d'un entrepôt fiscal ou d'un destinataire enregistré, indiquer le numéro d'accise.
  - S'il s'agit d'un distributeur de gaz naturel ou d'électricité, un producteur ou un commerçant en houille, coke ou lignite, ou un utilisateur final en matière d'alcool, indiquer le numéro d'autorisation.
  - N° : indiquer le numéro d'entreprise B.C.E. ou le numéro de registre national.
  Case 14 : Déclarant/Représentant : indiquer les nom et prénoms ou la raison sociale, la forme juridique et l'adresse de l'intéressé. Indiquer aussi la personne de contact, son numéro de téléphone et son numéro de fax ainsi que son adresse électronique.
  - S'il s'agit d'un entrepôt fiscal ou d'un destinataire enregistré, indiquer le numéro d'accise.
  - S'il s'agit d'un distributeur de gaz naturel ou d'électricité, un producteur ou un commerçant en houille, coke ou lignite, ou un utilisateur final en matière d'alcool, indiquer le numéro d'autorisation.
  - N° : indiquer le numéro d'entreprise B.C.E. ou le numéro de registre national.
  Case 31 : Colis et désignation des marchandises : marques et numéros - n° (s) conteneur(s) - nombre et nature : indiquer les marques, numéro(s), nombre et nature des colis ou, dans le cas de produits non emballés, le nombre de ces produits faisant l'objet de la déclaration ou la mention " en vrac ", selon le cas, ainsi que les mentions nécessaires à leur identification. En cas d'utilisation de conteneurs, les marques d'identification de ceux-ci doivent, en outre, être indiquées dans cette case.
  La désignation des marchandises s'entend de leur appellation usuelle et commerciale, exprimée en des termes suffisamment précis pour permettre leur identification et leur classification immédiate et certaine. La désignation des marchandises peut être mentionnée sur une feuille séparée qui peut consister en un ou plusieurs listings informatiques et dont un exemplaire est annexé à chaque volet de la déclaration.
  Dans cette case ou sur la feuille séparée, mentionner également toutes les données nécessaires au calcul de l'accise, notamment le titre alcoométrique, le degré Plato, les quantités par livraison, etc.
  La nature du colis est mentionnée suivant la liste des codes repris à l'appendice 4 de l'annexe XXVII (notice du document unique - régime H - mise en libre pratique), prévue par l'arrêté ministériel du 22 juillet 1998 relatif aux déclarations en matière de douane et d'accises.
  Case 32 : Numéro de l'article : indiquer dans cette case le numéro d'ordre de l'article en cause par rapport au nombre total des articles repris en case 5 déclarés dans les formulaires et les formulaires complémentaires utilisés.
  Case 33 : Code des marchandises (cinquième subdivision) : code additionnel national. Ce code se compose de quatre caractères. Les codes sont repris à l'appendice 7 de l'annexe XXVII de la notice du document unique - régime H - mise en libre pratique, prévue par l'arrêté ministériel du 22 juillet 1998 relatif aux déclarations en matière de douane et d'accises.
  Case 37 : Régime : cette case comporte deux subdivisions. Seule la première subdivision est à compléter. Le code qui doit figurer dans cette case constitue un développement du code à indiquer dans la deuxième subdivision de la case 1. Il s'agit d'un code à quatre chiffres. Ce code commencera toujours par 45 suivi de :
  - 80 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation à la sortie de l'entrepôt fiscal par un entrepositaire agréé;
  - 81 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation par un destinataire enregistré;
  - 82 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation par un destinataire enregistré à titre temporaire;
  - 83 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation de produits ayant déjà été mis à la consommation dans un autre Etat membre et devant être mis à la consommation dans le pays;
  - 84 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation par un distributeur de gaz naturel ou d'électricité;
  - 85 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation par le titulaire d'un établissement d'accise;
  - 86 : lors de l'introduction d'une déclaration de mise à la consommation par le titulaire d'une autorisation " utilisateur final " en matière d'alcool;
  - 87 : dans les autres cas.
  Case 38 : Masse nette (kg) : indiquer la masse nette, exprimée en kilos, des produits décrits à la case 31 correspondante lorsque l'accise exigible sur ces produits est établie sur base du nombre de kilos masse nette (café - fuel lourd - gaz de pétrole liquéfiés - houille - coke - lignite - sacs ou sachets en matières plastiques, jetables, destinés au transport des marchandises acquises dans les magasins de détail - ustensiles de cuisine pour la table jetables, en matière plastique - plaques, feuilles, bandes, rubans, pellicules et autres formes plates, même auto-adhésifs, en matière plastique, même en rouleau, pour usages ménagers - feuilles et bandes minces en aluminium, même imprimées ou fixées sur papier, carton, matières plastiques ou supports similaires, d'une épaisseur n'excédant pas 0,2 mm support non compris, même en rouleau, pour usages ménagers - les substances sous forme de poudre, de granulés ou sous une autre forme solide manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées relevant du code NC 2202, à l'exception de boissons à base de lait ou de soja, conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destinés à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi).
  Case 40 : Déclaration sommaire/Document précédent : il s'agit des références à la comptabilité-matières ou aux documents suivants :
  - e-AD;
  - DAS;
  - document commercial;
  - autres.
  Mentionner le numéro et la date du document d'accompagnement sous le couvert duquel les produits ont été expédiés en régime de suspension de droits vers le destinataire enregistré ou vers le destinataire enregistré à titre temporaire ou mentionner l'inscription dans la comptabilité-matières.
  Case 41 : Unités supplémentaires : le cas échéant, indiquer pour l'article concerné, la quantité exprimée dans l'unité en vigueur.
  - Pour l'alcool éthylique et les boissons alcoolisées : le nombre de litres à 20 ° C jusqu'à la seconde décimale;
  - Pour la bière, le vin, le vin mousseux et les produits intermédiaires : le nombre de litres;
  - Pour les produits énergétiques et l'électricité : le nombre de litres à 15 ° C; ou le cas échéant, le nombre de kilos ou le nombre de MWh;
  - Pour le café : le poids net en kilos;
  - Pour les limonades, les autres boissons non alcoolisées et les substances sous forme liquide, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées relevant du code NC 2202, à l'exception de boissons à base de lait ou de soja, conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi : le nombre de litres;
  - Pour les substances sous forme de poudre, de granulés ou sous une autre forme solide, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées relevant du code NC 2202, à l'exception de boissons à base de lait ou de soja, conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi : le poids net en kilos;
  - Pour les récipients individuels (cotisation d'emballage) : la quantité de boissons mise à la consommation, exprimée en hectolitres;
  - Pour les sacs ou sachets en matières plastiques, jetables, destinés au transport des marchandises acquises dans les magasins de détail - ustensiles de cuisine pour la table jetables, en matière plastique - plaques, feuilles, bandes, rubans, pellicules et autres formes plates, même auto-adhésifs, en matière plastique, même en rouleau, pour usages ménagers - feuilles et bandes minces en aluminium, même imprimées ou fixées sur papier, carton, matières plastiques ou supports similaires, d'une épaisseur n'excédant pas 0,2 mm support non compris, même en rouleau, pour usages ménagers (cotisation environnementale) : le nombre de kilos.
  Case 42 : Prix de l'article : à compléter uniquement si la T.V.A. doit être acquittée au moyen de la déclaration de mise à la consommation. Mentionner le prix des produits, exprimé en euro.
  Case 44 : Mentions spéciales :
  - renseigner la période à laquelle se rapporte la déclaration;
  - pour une déclaration de mise à la consommation de houille, de coke ou de lignite : le déclarant doit conserver les factures ou une liste reprenant toutes les données indispensables mentionnées sur ces factures de livraison jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à ces factures ou à la liste :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - s'il s'agit de récipients individuels réutilisables : mentionner le numéro de référence (numéro D.A.) du "Titre de reconnaissance de la qualité de récipient individuel réutilisable ", attribuée par l'Administrateur général Douanes et Accises;
  - pour une déclaration de mise à la consommation relative à la cotisation environnementale : le déclarant doit conserver les factures de livraison jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à ces factures :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - pour une déclaration de mise à la consommation en exonération de l'accise : indiquer la disposition légale concernée;
  - pour une déclaration de mise à la consommation avec attestation délivrée par application de l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les mesures d'application de certains taux réduits d'accise et de l'article 13, § 3, de l'arrêté ministériel du 27 octobre 2005 concernant la taxation des produits énergétiques et de l'électricité : le déclarant doit conserver l'attestation jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à cette attestation :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - en cas d'octroi d'un taux réduit ou d'une exonération d'accise à une personne titulaire d'une autorisation " produits énergétiques et électricité " : mentionner le numéro de l'autorisation " produits énergétiques et électricité ", le code produit et le numéro de l'établissement. Si les produits sont destinés à tous les lieux d'établissement de l'entreprise : mentionner le numéro de l'autorisation et le code produit;
  - pour une déclaration de mise à la consommation relative à des produits enlevés d'un entrepôt fiscal sous le couvert du document 136F conforme au modèle figurant à l'annexe XI de l'arrêté ministériel du 22 juillet 1998 relatif aux déclarations en matière de douane et d'accise : le déclarant doit conserver le document 136F jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à ce document 136 F :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - pour une déclaration de mise à la consommation relative à des produits enlevés d'un entrepôt fiscal sous le couvert du deuxième exemplaire du certificat défini par le Règlement (CE) n° 31/96 de la Commission du 10 janvier 1996 relatif au certificat d'exonération des droits d'accise : le déclarant doit conserver le certificat jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à ce certificat :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - pour une déclaration de mise à la consommation introduite à la suite d'une décision relative à une récupération de vapeur : le déclarant doit conserver la décision jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à cette décision :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - pour une déclaration de mise à la consommation introduite à la suite d'une décision relative à une remise en oeuvre : le déclarant doit conserver la décision jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  Mentionner en outre les données suivantes relatives à cette décision :
  o le numéro de référence;
  o la date;
  o éventuellement des informations complémentaires;
  - pour une déclaration de mise à la consommation relative au gaz naturel et à l'électricité : le déclarant doit conserver la note de calcul des avances jusqu'au 31 décembre de la cinquième année suivant celle de l'introduction de la déclaration.
  La subdivision " Code M.S. " (mentions spéciales) ne doit pas être remplie.
  Code 47 : Calcul des impositions : indiquer le type d'imposition, la base d'imposition, le taux applicable, le montant dû de l'imposition considérée, le total des impositions, le mode de paiement choisi et les droits introduits par soi-même.
  a) Le type d'imposition :
  Pour les codes applicables au type d'imposition (première colonne), il est renvoyé à l'appendice 7 de l'annexe XXVII (notice du document unique - régime H - mise en libre pratique) prévue par l'arrêté ministériel du 22 juillet 1998 relatif aux déclarations en matière de douane et accises.
  b) Base d'imposition :
  - pour l'alcool et les produits en contenant : le nombre d'hectolitres d'alcool pur, au décilitre près, les fractions de décilitre étant négligées.
  Le volume d'alcool pur se trouvant dans un produit contenant de l'alcool, à la température de 20 ° C, est exprimé en pourcent et en dixième de pourcent (titre alcoométrique acquis), les fractions de dixième de pourcent sont négligées. Le volume des produits imposables est exprimé en hectolitres, au décilitre près, les fractions de décilitre étant négligées;
  - pour les bières : le nombre d'hectolitres/degrés Plato, les fractions d'hectolitres/degrés Plato étant négligées;
  - pour les vins, les vins mousseux et les produits intermédiaires : le nombre de litres, les fractions de litre étant négligées;
  - pour les produits énergétiques et l'électricité : le nombre de litres, les fractions de litre étant négligées; le cas échéant, le poids net exprimé en kilos, les fractions de kilo étant négligées ou le nombre de MWh;
  - pour le café : le poids net exprimé en kilos, les fractions de kilo étant négligées. Lorsque le poids à imposer est inférieur au kilogramme, les fractions d'hectogramme sont négligées;
  - pour les limonades, les autres boissons non alcoolisées et les substances sous forme liquide, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées relevant du code NC 2202, à l'exception de boissons à base de lait ou de soja, conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi : le nombre d'hectolitres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées;
  - pour les substances sous forme de poudre, de granulés ou sous une autre forme solide, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées relevant du code NC 2202 à l'exception de boissons à base de lait ou de soja, conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi : le poids net exprimé en kilos, les fractions de kilo étant négligées. Lorsque le poids à imposer est inférieur au kilogramme, les fractions d'hectogramme sont négligées;
  - pour les récipients individuels (cotisation d'emballage) : la quantité de boissons mise à la consommation, exprimée en hectolitres;
  - pour les sacs ou sachets en matières plastiques, jetables, destinés au transport des marchandises acquises dans les magasins de détail - ustensiles de cuisine pour la table jetables, en matière plastique - plaques, feuilles, bandes, rubans, pellicules et autres formes plates, même auto-adhésifs, en matière plastique, même en rouleau, pour usages ménagers - feuilles et bandes minces en aluminium, même imprimées ou fixées sur papier, carton, matières plastiques ou supports similaires, d'une épaisseur n'excédant pas 0,2 mm support non compris, même en rouleau, pour usages ménagers (cotisation environnementale) : le nombre de kilos.
  c) Quotité;
  d) Montant dû du droit d'accise, du droit d'accise spécial, de la redevance de contrôle, de la cotisation sur l'énergie, de la cotisation d'emballage ou de la cotisation environnementale;
  e) MP : mode de paiement :
  A : Paiement comptant; E : Report de paiement; G : report de la T.V.A.;
  f) Droits à introduire soi-même :
  Dans cette subdivision, les situations suivantes peuvent se présenter :
  1. Déclaration de mise à la consommation accompagnée d'une attestation délivrée en application de l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les mesures d'application de certains taux réduits d'accise et de l'article 13, § 3, de l'arrêté ministériel du 27 octobre 2005 concernant la taxation des produits énergétiques et de l'électricité.
  Dans cette subdivision, le déclarant reprend les montants mentionnés sur l'attestation.
  Ces montants sont portés en déduction de l'accise due.
  La déduction est uniquement autorisée pour les sommes mentionnées sur la déclaration de mise à la consommation portant sur le même produit.
  Dans le cas où le montant mentionné sur l'attestation est supérieur aux sommes dues sur la déclaration de mise à la consommation, le solde peut soit être imputé sur la déclaration de mise à la consommation suivante soit faire l'objet d'une demande de remboursement d'accise en application de l'article 9 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise et de l'article 18 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  2. Récupération de vapeur en application de l'article 428, § 2, de la loi-programme du 27 décembre 2004.
  Dans cette subdivision, le déclarant reprend les montants relatifs à la récupération de vapeur.
  Ces montants sont portés en déduction de l'accise due.
  Dans le cas où le montant relatif à la récupération de vapeur est supérieur aux sommes dues sur la déclaration de mise à la consommation, le solde peut soit être imputé sur la déclaration de mise à la consommation suivante soit faire l'objet d'une demande de remboursement d'accise en application de l'article 9 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise et de l'article 18 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  3. Remise en oeuvre en application de l'article 428, § 1er, de la loi-programme du 27 décembre 2004 et de l'article 15 de l'arrêté ministériel du 27 octobre 2005 concernant la taxation des produits énergétiques et de l'électricité.
  Dans cette subdivision, le déclarant reprend les montants indiqués dans la décision de l'inspecteur principal - contrôle.
  Ces montants sont, selon le cas, portés en déduction de l'accise due ou y sont ajoutés.
  Dans le cas où un montant, porté en déduction, est supérieur aux sommes dues sur la déclaration de mise à la consommation, le solde peut soit être imputé sur la déclaration de mise à la consommation suivante soit faire l'objet d'une demande de remboursement d'accise en application de l'article 9 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise et de l'article 18 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  4. Avances relatives au gaz naturel et à l'électricité en application de l'article 16, § 3, de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  Dans cette subdivision, le déclarant reprend les avances (en moins - les avances libérées et en plus - l'avance du mois).
  Ces montants sont imputés à l'accise due.
  Dans le cas où le montant des avances portées en déduction est supérieur aux sommes dues sur la déclaration de mise à la consommation, le solde peut soit être imputé sur la déclaration de mise à la consommation suivante soit faire l'objet d'une demande de remboursement d'accise en application de l'article 9 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise et de l'article 18 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
  Les montants à indiquer dans cette case sont exprimés en euro et en centimes d'euro.
  Case 48 : Report de paiement : indiquer le numéro du compte de crédit.
  Case 54 : Lieu et date, signature et nom du déclarant/représentant : l'original de la signature manuscrite de la personne intéressée suivi de ses nom et prénoms doit figurer sur l'exemplaire appelé à rester au bureau, à moins qu'une signature électronique soit apposée.
  Lorsque le signataire est une personne morale, il doit faire suivre sa signature de ses nom et prénoms et de l'indication de sa qualité.
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 31 januari 2014.
  De Minister van Financiën,
  K. GEENS
  Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 31 janvier 2014.
  Le Ministre des Finances,
  K. GEENS