Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot bepaling van de gemeenrechtelijke procedureregels die toepasselijk zijn op de rechtsplegingen vóór de Raad van State waarin met volle rechtsmacht uitspraak wordt gedaan
Titre
25 AVRIL 2014. - Arrêté royal déterminant les règles de procédure de droit commun applicables aux procédures devant le Conseil d'Etat statuant au contentieux de pleine juridiction
Informations sur le document
Numac: 2014000435
Datum: 2014-04-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014000435
Date: 2014-04-25
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° de gecoördineerde wetten: de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2° de algemene procedureregeling: het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
  3° de verwerende partij: de administratieve overheid die de beslissing heeft genomen waarvan de hervorming wordt gevorderd.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par:
  1° les lois coordonnées: les lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973;
  2° le règlement général de procédure: l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat;
  3° la partie adverse: l'autorité administrative qui a émis la décision dont la réformation est demandée.
Art. 2. De regels bepaald in dit besluit zijn van toepassing op alle procedures vóór de Raad van State waarin met volle rechtsmacht uitspraak wordt gedaan, behoudens bijzondere wets- of reglementaire bepalingen.
Art. 2. Les règles énoncées dans le présent arrêté s'appliquent à toutes les procédures devant le Conseil d'Etat statuant au contentieux de pleine juridiction, à défaut de dispositions législatives ou réglementaires spécifiques.
Art. 3. Het beroep wordt ingediend bij een gemotiveerd verzoekschrift ondertekend door de partij of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten.
  Het verzoekschrift bevat, naast de titel "verzoekschrift tot hervorming", de vermeldingen bedoeld in artikel 2, § 1, 2° tot 4° en, in voorkomend geval, § 2 van de algemene procedureregeling.
  De artikelen 3 en 3bis van de algemene procedureregeling zijn van toepassing op het verzoekschrift tot hervorming.
Art. 3. Le recours est introduit par une requête motivée, signée par la partie ou par un avocat satisfaisant aux conditions énoncées à l'article 19, alinéa 4, des lois coordonnées.
  La requête contient, outre l'intitulé " requête en réformation " les mentions visées à l'article 2, § 1er, 2° à 4° et, le cas échéant, § 2 du règlement général de procédure.
  Les articles 3 et 3bis du règlement général de procédure sont applicables à la requête en réformation.
Art. 4. Na overleg met het aangewezen lid van het auditoraat bezorgt de hoofdgriffier onverwijld een afschrift van het inleidend verzoekschrift en de bijlagen ervan aan de verwerende partij en desgevallend aan de belanghebbende.
  Binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoekschrift bezorgt de verwerende partij aan de griffie het dossier van de zaak waarbij ze een memorie van antwoord kan voegen samen met vier afschriften.
  Binnen dezelfde termijn kan de belanghebbende een verzoekschrift tot tussenkomst indienen waarin hij zijn belang en zijn middelen uiteenzet. Artikel 52 is van toepassing op dit verzoekschrift, voor zover er niet van afgeweken wordt door dit artikel.
  Een afschrift van de memorie van antwoord en, in voorkomend geval, van het verzoekschrift tot tussenkomst wordt zonder verwijl door de hoofdgriffier aan de verzoekende partij bezorgd. Deze beschikt over een termijn van dertig dagen om een memorie van wederantwoord samen met vier afschriften aan de griffie te bezorgen.
Art. 4. Après concertation avec le membre de l'auditorat désigné, le greffier en chef transmet sans délai, une copie de la requête introductive et de ses annexes à la partie adverse et le cas échéant à la personne intéressée.
  Dans les trente jours de la notification de la requête, la partie adverse communique au greffe le dossier de l'affaire auquel elle peut joindre un mémoire en réponse accompagné de quatre copies.
  Dans le même délai, la personne intéressée peut introduire une requête en intervention dans laquelle elle expose son intérêt et ses moyens. L'article 52 est applicable à cette requête, pour autant qu'il n'y est pas dérogé par le présent article.
  Une copie du mémoire en réponse et, le cas échéant, de la requête en intervention est transmise sans délai par le greffier en chef à la partie requérante. Celle-ci dispose de trente jours pour communiquer au greffe un mémoire en réplique accompagné de quatre copies.
Art. 5. Na ontvangst van het volledige dossier, stelt het aangewezen lid van het auditoraat dadelijk een verslag op over de zaak.
  De beschikking tot vaststelling van de rechtsdag, die op korte termijn plaats vindt, wordt samen met het verslag aan de partijen ter kennis gebracht.
Art. 5. Dès réception du dossier complet, le membre de l'auditorat désigné rédige un rapport sur l'affaire.
  L'ordonnance fixant l'audience à bref délai ainsi que le rapport sont notifiés aux parties.
Art. 6. De partijen en hun advocaten kunnen het dossier ter griffie raadplegen gedurende de vier werkdagen die de dag van de rechtsdag voorafgaan.
Art. 6. Les parties et leurs avocats peuvent consulter le dossier au greffe pendant les quatre jours ouvrables qui précèdent celui de l'audience.
Art. 7. De artikelen 5, 8, 12, 13, 14bis, 15 tot 17, 19 tot 25, 27 tot 32, 34 tot 37, 39 tot 51, 55 tot 60, 62 tot 69, 72 tot 82, 83bis, 84, 85bis tot 88 en 91 van de algemene procedureregeling zijn van toepassing op de rechtspleging geregeld bij dit besluit.
Art. 7. Sont applicables à la procédure réglée par le présent arrêté les articles 5, 8, 12, 13, 14bis, 15 à 17, 19 à 25, 27 à 32, 34 à 37, 39 à 51, 55 à 60, 62 à 69, 72 à 82, 83bis, 84, 85bis à 88 et 91 du règlement général de procédure.
Art. 8. Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Notre ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.