Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 MAART 2014. - Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2014
Titre
11 MARS 2014. - Arrêté royal relatif à l'octroi d'une allocation contrat de sécurité et de société destinée aux communes ex-contrats de sécurité et de société dans le cadre de la mise en oeuvre d'une politique locale de sécurité et de prévention pour l'année 2014
Informations sur le document
Numac: 2014000272
Datum: 2014-03-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014000272
Date: 2014-03-11
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
Titel 1. - Financiële modaliteiten inzake de toekenning van de financiële toelage
Titre 1er. - Modalités financières relatives à l'octroi de l'allocation financière
Artikel 1. Voor 2014 wordt een financiële hulp toegekend van 14.899.000 euro aan de 29 gemeenten die een veiligheids- en samenlevingscontract hebben afgesloten in toepassing van het koninklijk besluit van 27 mei 2002 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de gemeenten moeten voldoen om een financiële toelage van de Staat te genieten in het kader van een overeenkomst betreffende de criminaliteitspreventie, teneinde de kosten te dekken die gepaard gaan met de oprichting van een lokaal veiligheids- en preventiebeleid en een lokaal veiligheidsbeleid inzake brand en CO-vergiftiging.
Een bijkomende financiële hulp van 400.000 euro wordt toegekend voor de financiering van projecten in het kader van de preventie van gewelddadige radicalisering in de steden Anderlecht, Antwerpen, Brussel, Luik, Maaseik, Mechelen, Schaarbeek, Sint-Jans-Molenbeek, Verviers en Vilvoorde. In dat kader wordt een financiële steun van 40.000 euro toegekend aan elk van de gemeenten betrokken bij de financiering van projecten ter preventie van gewelddadige radicalisering.
Article 1er. Une aide financière de 14.899.000 euros est octroyée pour 2014 aux vingt-neuf communes ayant conclu un contrat de sécurité et de société, en application de l'arrêté royal du 27 mai 2002 déterminant les conditions auxquelles les communes doivent satisfaire pour bénéficier d'une allocation financière dans le cadre d'une convention relative à la prévention de la criminalité, afin de couvrir les dépenses liées à la mise en oeuvre d'une politique locale de sécurité et prévention et d'une politique locale de sécurité incendie et intoxication au CO.
Une aide financière complémentaire de 400.000 euros est accordée pour le financement de projets dans le cadre de la prévention de la radicalisation violente, dans les communes d'Anderlecht, d'Anvers, Bruxelles Maaseik, Malines, Liège, Molenbeek-Saint-Jean, Schaerbeek, Verviers et Vilvoorde. Dans ce cadre, une aide financière de 40.000 euros est attribuée à chacune des communes concernées par le financement d'un projet de prévention à la radicalisation violence.
Art. 2. Deze uitgave wordt aangerekend op het begrotingsartikel 56 82 432202 van de sectie 13, van de algemene uitgavenbegroting voor het jaar 2014.
Art. 2. Cette dépense est imputée sur l'article budgétaire 56 82 432202 de la section 13, du budget général des dépenses pour l'année 2014.
Art. 3. De aanwending van de financiële toelage beoogt eveneens een maximale synergie met het zonaal veiligheidsplan, het strategisch veiligheids- en preventieplan en de overeenkomst operationele prezone te waarborgen, en viseert de 4 volgende activiteitssectoren :
1° Activiteitssector 1 : Bijdrage aan de werking van de politiezones;
2° Activiteitssector 2 : Bestrijding van de criminaliteit, de overlast en het onveiligheidsgevoel;
3° Activiteitssector 3 : Brandveiligheid en CO-vergiftiging;
4° Activiteitssector 4 : Gewelddadige radicalisering.
Art. 3. L'utilisation de l'aide financière tend à garantir une synergie maximale avec le plan zonal de sécurité, le plan stratégique de sécurité et de prévention et la convention pré zone opérationnelle et vise les 4 secteurs d'activité suivants :
1° Secteur d'activité 1 : Contribution au fonctionnement des zones de police;
2° Secteur d'activité 2 : Lutte contre la criminalité, les nuisances et sentiment d'insécurité;
3° Secteur d'activité 3 : Sécurité incendie et intoxication au CO;
4° Secteur d'activité 4 : Radicalisation violente.
Titel 2. - Financiële modaliteiten inzake de aanwending van de toelage
Titre 2. - Modalités financières relatives à l'utilisation de l'allocation
HOOFDSTUK 1. - Bestemming van de toelage
CHAPITRE 1er. - Affectation de l'allocation
Art. 4. De aanwending van de toelage is onderworpen aan het annualiteitsbeginsel van de uitgaven. Alleen de tussen 1 januari en 31 december van het betreffende jaar vastgelegde uitgaven zullen in overweging genomen worden bij de financiële afrekening opgesteld door de Directie Lokale Integrale Veiligheid.
Art. 4. L'utilisation de l'allocation est soumise au principe de l'annualité des dépenses. Seules les dépenses engagées entre le 1er janvier et le 31 décembre de l'année concernée seront prises en considération lors du décompte financier établi par le Direction Sécurité Locale Intégrale.
Art. 5. Kunnen in aanmerking genomen worden voor de financiële toelage, enkel de uitgaven die betrekking hebben op het lokale veiligheids- en preventiebeleid. Dit betekent dat de verrichte uitgaven verband houden met één of meerdere schakels van de veiligheidsketen, m.a.w. met preventie, reactie/repressie en nazorg van de daders en de slachtoffers, en dit in het kader van de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken. De uitgaven hebben betrekking op de domeinen van criminaliteitsbestrijding, overlast en over het algemeen het onveiligheidsgevoel. Deze uitgaven kunnen specifiek worden geboekt op de activiteitssectoren 1, 2 en 4.
Zijn bovendien toelaatbaar, de uitgaven die betrekking hebben op het lokaal veiligheidsbeleid inzake brand en vergiftiging. Zij beogen maatregelen voor het opsporen van de beoogde fenomenen, de reactie hierop en maatregelen om de slachtoffers veilig te evacueren, en dit in het kader van de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken.
De lijst met de in aanmerking komende uitgaven per activiteitssector bevindt zich in bijlage 2 bij dit besluit.
Art. 5. Seules les dépenses qui ont trait à la politique locale de sécurité et de prévention peuvent être prises en charge sur l'allocation financière. Les dépenses réalisées ont un lien avec un ou plusieurs maillons de la chaîne de sécurité que sont la prévention, la réaction/répression et le suivi des auteurs et des victimes, et ce dans le cadre des compétences du Ministre de l'Intérieur. Les dépenses concernent les domaines de lutte contre la criminalité, les nuisances et de manière générale, le sentiment d'insécurité. Ces dépenses peuvent être imputées spécifiquement sur les secteurs d'activité 1, 2 et 4.
Sont admissibles les dépenses ayant trait à la politique locale de sécurité incendie et intoxication. Elles visent des mesures de détection des phénomènes visés, de réaction à ces derniers ainsi que des mesures permettant l'évacuation des victimes en sécurité, et ce dans le cadre des compétences du Ministre de l'Intérieur.
La liste des dépenses éligibles prises en charge par secteur d'activité est établi à l'annexe 2 du présent arrêté.
HOOFDSTUK 2. - Betalingsmodaliteiten
CHAPITRE 2. - Modalités de paiement
Art. 6. § 1. De vastlegging en de vereffening van deze toelagen gebeurt onder voorbehoud van de beschikbare kredieten.
§ 2. De vereffening van de verschuldigde toelagen gebeurt volgens een voorschot/saldosysteem.
Een voorschot van 60 % van het totaal van de toegekende toelage zal worden gestort aan de gemeente. De betaling van dit voorschot gebeurt per schijf.
Het saldo zal worden gestort na grondige controle van de door de gemeente ingediende uitgaven.
Art. 6. § 1er. L'engagement et la liquidation de ces allocations sont réalisés sous réserve des crédits disponibles.
§ 2. La liquidation des allocations dues est réalisée selon un système d'avance/solde.
Une avance de soixante pour cent du montant total de l'allocation allouée sera versée à la commune. La liquidation de cette avance est réalisée par tranche.
Le solde sera versé après contrôle approfondi des dépenses introduites par la commune.
Art. 7. De onverschuldigde bedragen, die na grondige controle van de uitgaven worden vastgesteld, worden van rechtswege teruggevorderd door de FOD Binnenlandse Zaken.
Art. 7. Les sommes indues, identifiées par le contrôle approfondi des dépenses, sont récupérées de plein droit par le SPF Intérieur.
Titel 3. - Controlewerkwijze voor de financiële toelage
Titre 3. - Mécanismes de contrôle de l'utilisation de l'allocation financière
Art. 8. § 1. De gemeenten maken uiterlijk op 30/06/2015, de poststempel geldt hierbij als bewijs, het financieel dossier over aan de Algemene Directie Veiligheid en Preventie dat de aanwending van de toelage rechtvaardigt.
Het financieel dossier is samengesteld uit de volgende documenten :
- gemeenteverklaring tot goedkeuring van het financieel dossier;
- bewijsdocumenten en betalingsbewijzen waarin verklaard wordt dat elke uitgave werd aangewend en betaald;
- het elektronisch overzicht van de uitgaven dat ter beschikking gesteld wordt bij de Algemene Directie Veiligheid en Preventie.
§ 2. Onder "bewijsdocumenten" verstaat men : de facturen die uitgaan van externe leveranciers, de bestelbons die van de steden of gemeenten uitgaan, gedetailleerde schuldvorderingen en interne facturen. De volledige en leesbare documenten kunnen :
- de originele exemplaren zijn;
- ofwel de voor eensluidend verklaarde afschriften;
- ofwel de kopieën gepaard gaande van de verklaring op erewoord van de gemeenteontvanger waarin de gedetailleerde en volledige lijst van de ingezonden kopieën is opgenomen en waarin geattesteerd wordt dat zij met de originele documenten overeenstemmen.
Onder "betalingsbewijs" verstaat men : de kopieën van rekeninguittreksels of ieder door de begunstigde van een kwijting voorziene document of, bij gebreke daaraan, een verklaring op erewoord van de gemeenteontvanger waarin de gedetailleerde en volledige lijst van de gedane uitgaven is opgenomen en waarin verklaard wordt dat zij wel degelijk betaald werden. Kopieën van een betalingsopdracht of bevel hebben geen enkele bewijswaarde.
Art. 8. § 1er. Les communes communiquent à la Direction générale Sécurité et Prévention pour le 30/06/2015 au plus tard, le cachet de la poste faisant foi, le dossier financier justifiant de l'utilisation de l'allocation.
Le dossier financier est constitué des documents suivants :
- la déclaration communale approuvant le dossier financier;
- les pièces justificatives et preuves de paiement attestant de l'engagement et du paiement de chaque dépense;
- le récapitulatif électronique des dépenses mis à disposition par la Direction générale Politique de Sécurité et de Prévention.
§ 2. On entend par " pièces justificatives ", les factures émanant de fournisseurs externes, les bons de commande émanant de la ville ou commune, les déclarations de créances circonstanciées et les factures internes. Les pièces, complètes et lisibles, peuvent être :
- soit des originaux;
- soit des copies certifiées conformes;
- soit des copies accompagnées de la déclaration sur l'honneur du Receveur communal reprenant la liste détaillée et exhaustive des copies transmises et attestant qu'elles sont conformes aux originaux.
On entend par " preuve de paiement ", les copies d'extraits bancaires ou toute pièce acquittée par le bénéficiaire ou, à défaut, une déclaration sur l'honneur du Receveur communal reprenant la liste détaillée et exhaustive des dépenses engagées et attestant que celles-ci ont bien été payées. Les copies de mandat ou d'ordre de paiement n'ont aucune valeur probante.
Art. 9. De FOD Binnenlandse Zaken voert een grondige controle uit van de bestanddelen van het financieel dossier dat door de steden en gemeenten wordt ingediend. De controle heeft betrekking op :
1° de ontvankelijkheid van de ingediende bewijsdocumenten. Een document wordt als ontvankelijk beschouwd zodra de in onderhavig besluit vermelde voorwaarden worden nageleefd.
2° het in aanmerking komen van de uitgaven die door de stad of gemeente worden ingediend en gerechtvaardigd.
Art. 9. Le SPF Intérieur réalise un contrôle approfondi des pièces constitutives du dossier financier présenté par les villes et communes. Le contrôle porte sur :
1° la recevabilité des pièces justificatives introduites; une pièce est considérée comme recevable dès lors qu'elle respecte les conditions énoncées dans le présent arrêté;
2° l'éligibilité des dépenses introduites et justifiées par la ville ou commune.
Art. 10. De FOD Binnenlandse Zaken kan bijkomende informatie of bewijsdocumenten opvragen. Het niet bezorgen van de opgevraagde aanvullingen leidt tot de afwijzing van de betrokken uitgaven.
Art. 10. Des compléments d'information ou pièces justificatives complémentaires peuvent être requis par le SPF Intérieur. L'absence de transmission des compléments requis entraîne le refus des dépenses concernées.
Art. 11. Na afloop van de controle ontvangt elke stad of gemeente een voorlopige afrekening en beschikt ze over maximum twintig werkdagen om haar akkoord te geven of, in geval van niet-akkoord over de toegekende bedragen, haar argumenten voor te leggen. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum waarop de stad of gemeente de afrekening ontvangen heeft.
Na die termijn, of in geval van akkoord over de bedragen van de afrekening, stelt de FOD Binnenlandse Zaken de definitieve afrekening op.
Art. 11. Au terme du contrôle, chaque ville ou commune reçoit un décompte provisoire et dispose de vingt jours ouvrables maximum pour marquer son accord ou soumettre ses arguments en cas de désaccord sur les montants accordés. Ce délai commence à courir à partir de la date de réception du décompte par la ville ou commune.
Passé le délai ou en cas d'accord sur les montants du décompte, le SPF Intérieur établit le décompte définitif.
Titel 4. - Eindbepalingen
Titre 4. - Dispositions finales
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2014.
Art. 13. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bedragen van de toelage per stad en gemeente
Art. N1. Annexe 1. - Montants de l'allocation par ville et commune
PostNrGemeenteBedrag
9300 Aalst 278.975,42
1070 Anderlecht 564.536,79
2000 Antwerpen 1.539.491,15
8000 Brugge 126.035,23
1000 Brussel1.999.885,85
6000 Charleroi 376.686,25
1050 Elsene695.314,44
1040 Etterbeek 229.411,39
3600 Genk 515.465,95
9000 Gent 1.033.765,12
3500 Hasselt 498.784,02
1081 Koekelberg 172.766,00
8500 Kortrijk 213.409,35
7100 La Louvière 271.895,16
3000 Leuven 311.545,70
4020 Liège 1.550.894,71
2800 Mechelen 317.144,57
7000 Mons 141.611,78
5000 Namur 144.161,34
8400 Oostende 344.117,10
4100 Seraing 715.704,24
1030 Schaarbeek571.663,30
1060 Sint-Gillis734.964,98
1080 Sint-Jans-Molenbeek454.782,70
1210 Sint-Joost-ten-Node203.920,23
9100 Sint-Niklaas 284.639,60
7500 Tournai 182.678,37
4800 Verviers 263.269,67
1190 Vorst481.479,60
1800 Vilvoorde 40.000,00
3680 Maaseik 40.000,00
TOTAAL/TOTAL 15.299.000,00 €
PostNrGemeenteBedrag9300 Aalst 278.975,42 1070 Anderlecht 564.536,79 2000 Antwerpen 1.539.491,15 8000 Brugge 126.035,23 1000 Brussel1.999.885,85 6000 Charleroi 376.686,25 1050 Elsene695.314,44 1040 Etterbeek 229.411,39 3600 Genk 515.465,95 9000 Gent 1.033.765,12 3500 Hasselt 498.784,02 1081 Koekelberg 172.766,00 8500 Kortrijk 213.409,35 7100 La Louvière 271.895,16 3000 Leuven 311.545,70 4020 Liège 1.550.894,71 2800 Mechelen 317.144,57 7000 Mons 141.611,78 5000 Namur 144.161,34 8400 Oostende 344.117,10 4100 Seraing 715.704,24 1030 Schaarbeek571.663,30 1060 Sint-Gillis734.964,98 1080 Sint-Jans-Molenbeek454.782,70 1210 Sint-Joost-ten-Node203.920,23 9100 Sint-Niklaas 284.639,60 7500 Tournai 182.678,37 4800 Verviers 263.269,67 1190 Vorst481.479,60 1800 Vilvoorde 40.000,00 3680 Maaseik 40.000,00 TOTAAL/TOTAL 15.299.000,00 €
Code postal Commune Montant
9300 Aalst 278.975,42
1070 Anderlecht 564.536,79
2000 Antwerpen 1.539.491,15
8000 Brugge 126.035,23
1000 Bruxelles 1.999.885,85
6000 Charleroi 376.686,25
1050 Ixelles 695.314,44
1040 Etterbeek 229.411,39
3600 Genk 515.465,95
9000 Gent 1.033.765,12
3500 Hasselt 498.784,02
1081 Koekelberg 172.766,00
8500 Kortrijk 213.409,35
7100 La Louvière 271.895,16
3000 Leuven 311.545,70
4020 Liège 1.550.894,71
2800 Mechelen 317.144,57
7000 Mons 141.611,78
5000 Namur 144.161,34
8400 Oostende 344.117,10
4100 Seraing 715.704,24
1030 Schaerbeek 571.663,30
1060 Saint-Gilles 734.964,98
1080 Molenbeek-Saint-Jean 454.782,70
1210 Saint-Josse-ten-Noode 203.920,23
9100 Sint-Niklaas 284.639,60
7500 Tournai 182.678,37
4800 Verviers 263.269,67
1190 Forest 481.479,60
1800 Vilvoorde 40.000,00
3680 Maaseik 40.000,00
TOTAL 15.299.000,00 €
Code postal Commune Montant 9300 Aalst 278.975,42 1070 Anderlecht 564.536,79 2000 Antwerpen 1.539.491,15 8000 Brugge 126.035,23 1000 Bruxelles 1.999.885,85 6000 Charleroi 376.686,25 1050 Ixelles 695.314,44 1040 Etterbeek 229.411,39 3600 Genk 515.465,95 9000 Gent 1.033.765,12 3500 Hasselt 498.784,02 1081 Koekelberg 172.766,00 8500 Kortrijk 213.409,35 7100 La Louvière 271.895,16 3000 Leuven 311.545,70 4020 Liège 1.550.894,71 2800 Mechelen 317.144,57 7000 Mons 141.611,78 5000 Namur 144.161,34 8400 Oostende 344.117,10 4100 Seraing 715.704,24 1030 Schaerbeek 571.663,30 1060 Saint-Gilles 734.964,98 1080 Molenbeek-Saint-Jean 454.782,70 1210 Saint-Josse-ten-Noode 203.920,23 9100 Sint-Niklaas 284.639,60 7500 Tournai 182.678,37 4800 Verviers 263.269,67 1190 Forest 481.479,60 1800 Vilvoorde 40.000,00 3680 Maaseik 40.000,00 TOTAL 15.299.000,00 €
Art. N2. BIJLAGE 2 - Lijst der in aanmerking komende uitgaven
HERINNERING
Dubbele financiering is niet toegestaan.
Lokaal veiligheids- en preventiebeleid - Activiteitssector I : bijdrage tot de werking van de politiezones
Kan worden aangerekend op de vergoeding :
o storting van een deel van of de hele toelage aan de politiezone;
o storting van een deel of van de hele toelage aan de politiezone die in mindering wordt gebracht van het verschuldigde bedrag door de gemeente voor de werking van de politiezone.
Lokaal veiligheids- en preventiebeleid - Activiteitssector II : bestrijding van de criminaliteit, de overlast en het onveiligheidsgevoel + activiteitssector IV : gewelddadige radicalisering
De hieronder beschreven in aanmerking komende uitgaven zijn ook van toepassing voor activiteitssector IV, teneinde pilootprojecten te ondersteunen in de voorkoming van gewelddadige radicalisering.
A. PERSONEELSKOSTEN
1. Algemeen
De personeelskosten verwijzen naar de loonkosten of elke andere kost die door de werkgever worden gedragen voor de indienststelling van het in het kader van het strategisch plan aangeworven personeel. Hierin zijn begrepen : de premies (tweetaligheidspremie, vergoeding voor onregelmatige prestaties en overuren), de kosten voor het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer en de sociale bijdrage, rekening houdend met het toegekende forfaitaire bedrag.
De personeelskosten omvatten niethet uniform, het materieel en de bijzondere vergoedingen zoals de reiskosten tijdens zendingen en de ontslagkosten.
2. Bijzonderheden
2.1. Tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en opportuniteit van de aanwerving
De loonkosten van de personen waarvan de indiensttreding niet kan worden gerechtvaardigd in het kader van de toelage, kunnen niet ten laste worden gelegd.
2.2. Tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en statuten
De tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken in de personeelkosten betreft :
a. het geheel van personeelsleden die aangeworven zijn door de gemeente/stad, met uitzondering van de personeelsleden die in de punten c en d bedoeld worden. In dit geval zijn alleen de forfaitaire maximumbedragen, hierna hernomen in het punt 2.3, van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden.
b. het geheel van personeelsleden die aangeworven zijn door een vzw of elke andere dienst/instelling die over eigen rechtspersoonlijkheid beschikt (overdracht van aan het toegekende middelen, met uitsluiting van de in de punten a, c en d bedoelde personeelsleden). In dit geval zijn alleen de forfaitaire maximumbedragen, hierna hernomen in het punt 2.3, van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden.
c. het geheel van personeelsleden die aangeworven of tewerkgesteld zijn in het kader van vervangingscontracten of interimcontracten. In dit geval zijn alleen de forfaitaire maximumbedragen, hierna hernomen in het punt 2.3, van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden.
De aanwerving van personeel geeft aanleiding tot de toekenning van een maximale forfaitaire tegemoetkoming ter dekking van de reële lasten waarmee de gemeente geconfronteerd wordt in het kader van de tewerkstelling van dat personeel. De reële lasten omvatten het geheel van de tewerkstellingskosten (salaris, werkgeversbijdragen en andere), verminderd met de bijzondere premies (bijvoorbeeld: GESCO-premie), bijzondere toelagen (bijvoorbeeld: werkuitkering) of bijzondere vrijstellingen (bijv. van een gedeelte van de werkgeversbijdrage) die verbonden zijn aan de statuten waaronder dat personeel aangeworven wordt en waarvan de gemeente heeft kunnen genieten.
Worden niet beschouwd als personeelskosten en worden dientengevolge aangerekend op de werkingskosten :
a. de aan de inwerkingtreding van personen die onder het statuut van artikel 60 vallen (prestaties) verbonden kosten;
b. de aan de bezoldiging van jobstudenten verbonden kosten;
c. de aan punctuele diensten in het kader van de tewerkstelling van PWA-personeel verbonden kosten;
d. de aan de indiensttreding van dienstverleners (bijv. : consultants, deskundigen, sprekers op colloquia/seminaries) verbonden kosten.
Indien de vooropzeg niet wordt gepresteerd, worden de ontslagvergoedingen in geen enkel geval ten laste genomen.
2.3. Toepasselijke forfaits
Art. N2. Annexe 2.- Liste des dépenses éligibles
RAPPEL
Les doubles subventionnements ne sont pas autorisés.
Politique locale de sécurité et de prévention - Secteur d'activité 1 : Contribution au fonctionnement des zones de police
Peut être imputé sur l'allocation le :
o versement d'une partie ou de la totalité de l'allocation à la zone de police;
o versement d'une partie ou de la totalité de l'allocation à la zone de police en déduction du montant dû par la commune pour le fonctionnement de la zone de police.
Politique locale de sécurité et de prévention - Secteur d'activité 2 : Lutte contre la criminalité, les nuisances et le sentiment d'insécurité + Secteur d'Activité 4 : Radicalisation violente
Les dépenses admissibles décrites ci-dessous sont aussi d'application pour le secteur d'activité 4, pour soutenir les projets pilote dans le cadre de la prévention de la radicalisation violente.
A. FRAIS DE PERSONNEL
1. Généralités
Les frais de personnel désignent les coûts salariaux ou tout autre frais supporté par l'employeur pour la mise en service du personnel engagé dans le cadre du plan stratégique, en ce compris les primes (prime de bilinguisme, indemnités pour prestations irrégulières et heures supplémentaires), les frais de déplacement entre le domicile et le lieu de travail en transports en commun et les cotisations sociales, dans les limites du forfait octroyé.
Les frais de personnel n'incluent pas l'habillement, le matériel et les dédommagements particuliers tels que les frais de déplacement lors des missions et les frais de licenciement.
2. Particularités
2.1. Intervention du Ministre de l'Intérieur et opportunité du recrutement
Les coûts salariaux relatifs aux personnes dont l'entrée en service ne peut être justifiée dans le cadre de l'allocation ne peuvent être pris en charge.
2.2. Intervention du Ministre de l'Intérieur et statuts
L'intervention du Ministre de l'Intérieur dans les frais de personnel concerne :
a. l'ensemble des agents recrutés par la commune/ville, à l'exclusion des agents concernés par les points c et d. Dans ce cas, seuls les forfaits maximum repris ci-après au point 2.3. seront d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés.
b. l'ensemble des agents recrutés par une asbl ou tout autre service/institution disposant d'une personnalité juridique distincte (transfert des moyens alloués à la commune à l'exclusion des agents concernés par les points a et c). Dans ce cas, seuls les forfaits maximum repris ci-après au point 2.3. seront d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés.
c. l'ensemble des agents recrutés/mis à l'emploi dans le cadre de contrats de remplacement ou de contrats intérimaires. Dans ce cas, seuls les forfaits maximum repris ci-après au point 2.3. seront d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés.
Le recrutement de personnel donne lieu à l'octroi d'une intervention forfaitaire maximale couvrant les charges réelles auxquelles la commune est confrontée dans le cadre de la mise à l'emploi des agents. Les charges réelles comprennent l'ensemble des frais de mise à l'emploi (salaire, charges patronales et autres) déduction faite des primes (exemple : prime ACS/APE), allocations (exemple : allocation de travail) ou exonérations (d'une partie des charges patronales par exemple) spéciales liées aux statuts sous lesquels les agents sont recrutés et dont la commune a pu bénéficier.
Ne sont pas considérés comme frais de personnel et seront dès lors imputés sur les frais de fonctionnement :
a. les frais liés à la mise en service d'agents bénéficiant du statut article 60 (prestations);
b. les frais liés à la rémunération des étudiants;
c. les frais liés à des services ponctuels dans le cadre de la mise à l'emploi d'agents ALE;
d. les frais liés à la mise en service de prestataires (ex : consultants, expert, intervenants lors de colloques/séminaires).
Ne sont en aucun cas prises en charge les indemnités de licenciement lorsque le préavis n'est pas presté.
2.3. Forfaits d'application
Niveau Maximum barema's in
1 45.000
2+ 37.500
2 31.000
3 27.500
4 22.500
Niveau Maximum barema's in
1 45.000 2+ 37.500 2 31.000 3 27.500 4 22.500
Niveau Barèmes maximum
en €
1 45.000
2+ 37.500
2 31.000
3 27.500
4 22.500
Niveau Barèmes maximum
en € 1 45.000 2+ 37.500 2 31.000 3 27.500 4 22.500
2.4. Berekening van de forfaitaire tussenkomst
Om het bedrag van de financiële tussenkomst van Binnenlandse Zaken te bepalen wordt rekening gehouden met :
1° de werkelijke kost van het personeelslid ten laste van de stad of gemeente
2° de aftrek van de tussenkomst van andere overheden
3° en/of het door de stad of gemeente gevraagde bedrag van de tussenkomst.
De toegekende forfaitaire bedragen worden proportioneel berekend :
1° in verhouding tot het aantal gepresteerde dagen en maanden (1);
2° in verhouding tot de werktijden;
3° en in verhouding tot het kwalificatieniveau (diploma) en de aanwerving van de persoon.
De in punt 2.3. vermelde toepasselijke forfaits mogen in geen geval overschreden worden.
2.5. Vervanging van een personeelslid wegens ziekte of zwangerschapsverlof of wegens elke andere vorm van langdurig verlof
Indien een krachtens een strategisch plan tewerkgesteld personeelslid tijdens het contractjaar gedurende lange tijd afwezig is (wegens ziekte, zwangerschapsverlof of elke andere vorm van langdurig verlof), dan bestaat de mogelijkheid om die persoon te vervangen.Wat de berekening van de forfaitaire tussenkomst betreft, zie punt 2.4.
2.6. Omschakeling van een voltijdse naar een deeltijdse tewerkstelling in het kader van een loopbaanonderbreking, ouderschapsverlof of andere omstandigheden
De omschakeling van een voltijdse naar een deeltijdse tewerkstelling is toegestaan in de loop van het begrotingsjaar. Hetzelfde geldt voor het invullen van de vrijgekomen deeltijdse betrekking. De eventueel aan de uitsplitsing van de betrekkingen verbonden meerkost blijft ten laste van de gemeente. Wat de berekening van de forfaitaire tussenkomst betreft, zie punt 2.4.
B. WERKINGSKOSTEN
De volgende opsommingen mogen niet als alomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die niet in deze lijst voorkomen, te kunnen weigeren/aanvaarden.
1. Administratiekosten
De administratiekosten dekken tegelijk de gewone kosten die veroorzaakt worden door de werking van een beheerssecretariaat evenals de opleidings- en zendingskosten en de uitgaven die er verband mee houden.
Zo verstaat men onder administratiekosten:
o de postzegels;
o de telefoonkosten :
> vaste lijnen : abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken;
> mobiele telefoons : voorafbetaalde kaarten, abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken. De forfaitaire vergoedingen gestort aan de personeelsleden worden niet in aanmerking genomen.
> Internet : abonnement, gebruik en activering;
o de abonnementen en aankoop van vakliteratuur;
o de kantoorbenodigdheden;
o de opleidingskosten : de deelnamekosten voor studiedagen of andere opleidingen kunnen ten laste genomen worden op voorwaarde dat die uitgaven verbonden zijn aan het voorwerp van de toelage. De kosten die op die wijze worden gemaakt, worden slechts toegestaan voor de personeelsleden die door de Minister van Binnenlandse Zaken betoelaagd worden, hetzij in het kader van deze vergoeding, hetzij in het kader van elke andere subsidie Binnenlandse Zaken die verband houdt met het voorwerp van deze toelage.
o de inschrijvingskosten voor het Europees Forum;
o de verblijfskosten tijdens niet-residentiële colloquia, opleidingen en activiteiten;
o de verblijfskosten tijdens residentiële colloquia, opleidingen en activiteiten in België;
o de kosten voor buitenlandse opdrachten (inschrijvingskosten, vervoerskosten, logies en maaltijden). Een verklarende nota moet bij de bewijzen gevoegd worden : daarin wordt het onderwerp van de opdracht gepreciseerd en de deelname van het personeel gemotiveerd;
o de parkeerkosten bij reizen;
o de drank- en/of maaltijdkosten en dat enkel tijdens langdurige vergaderingen, bijzondere prestaties (avondprestaties, contactnamebudget voor straathoekwerkers ...) - Iedere onkostennota moet vergezeld worden door een nota met omstandige uitleg.
2. Reiskosten
Enkel de reiskosten van het personeel, dat aangeworven wordt op basis van deze vergoeding of betoelaagd wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken, en waarvoor een verband kan worden aangetoond tussen zijn opdracht en het voorwerp van deze vergoeding, kunnen op het toegekende budget worden ingebracht.
De reiskosten voor het woon-werkverkeer komen niet in aanmerking. Zij dienen op de loonkosten ingebracht te worden.
2.1.Aanvaarde uitgaven:
2.1.1. voertuigen die in het kader van de veiligheidscontracten, veiligheids en samenlevingscontracten, preventiecontracten of drugplancontracten verworven werden en die uitsluitend ter beschikking van het plan gesteld worden
o de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart);
o de verzekeringskosten van de voertuigen;
o de onderhoudskosten van de voertuigen;
o de herstellingskosten van de voertuigen;
2.1.2. gemeentevoertuigen die niet in het kader van de veiligheidscontracten, veiligheids en samenlevingscontracten, preventiecontracten of drugplancontracten verworven werden, maar uitsluitend ter beschikking van het plan gesteld worden
o de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart);
o de verzekeringskosten van de voertuigen;
2.1.3. gemeentevoertuigen die niet in het kader van de veiligheidscontracten, veiligheids en samenlevingscontracten, preventiecontracten of drugplancontracten verworven werden en die niet-uitsluitend ter beschikking van het plan gesteld worden
o de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart) in verhouding tot het gebruik voor het strategisch plan;
o de verzekeringskosten van de voertuigen in verhouding tot het gebruik voor het strategisch plan;
of
o de kilometervergoeding van de gemeentevoertuigen in verhouding tot het gebruik voor het strategisch plan (opdrachten);
2.1.4. Andere
o de kilometervergoeding van de persoonlijke voertuigen van de personeelsleden;
[00ef][83][009f] de vervoersbewijzen.
2.2. Geweigerde uitgaven:
o de onderhoudskosten van de gemeentevoertuigen die niet in het kader van de veiligheidscontracten, veiligheids en samenlevingscontracten, preventiecontracten of drugplancontracten verworven werden;
o de herstellingskosten van de gemeentevoertuigen die niet in het kader van de veiligheidscontracten, veiligheids en samenlevingscontracten, preventiecontracten of drugplancontracten verworven werden;
[00ef][83][009f] de verzekeringskosten van de persoonlijke voertuigen van de personeelsleden, die voor ritten bij de uitoefening van hun functie gebruikt worden.
3. Actiemiddelen
De actiemiddelen zijn middelen die worden vrijgemaakt voor het realiseren/bereiken van de doelstelling in het kader van de vergoeding.
3.1. Algemeen
3.1.1. Aanvaarde uitgaven:
o De telefoonkosten :
o vaste lijnen : abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken;
o mobiele telefoons : voorafbetaalde kaarten, abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken. De forfaitaire vergoedingen gestort aan de personeelsleden worden niet in aanmerking genomen.
o Internet : abonnement, gebruik en activering;
o de kosten voor deelname aan activiteiten van het omkaderende personeel dat door de FOD Binnenlandse Zaken in het kader van de vergoeding of van elke andere subsidie van Binnenlandse Zaken waarvoor een verband kan worden aangetoond tussen de opdracht en het voorwerp van de vergoeding, betoelaagd wordt;
o de realisatie, verspreiding van sensibiliseringsmateriaal of andere uitgaven die verbonden zijn aan de organisatie van sensibiliseringsacties voor een doelpubliek;
o het klein activiteitenmaterieel (voorbeelden : gezelschapsspelen, boeken, ballons...);
o de huur en de lasten - water, gas, elektriciteit, brand- en diefstalverzekering en verwarming - van de lokalen van de preventiedienst of van de wijkhuizen, jeugdhuizen, jeugdruimtes of andere gedecentraliseerde diensten van het strategisch plan behalve gemeente-eigendom (2), en dat in verhouding tot de bezetting door de diensten die door Binnenlandse Zaken worden gefinancierd en waarvoor een verband kan worden aangetoond tussen de opdrachten en het voorwerp van de vergoeding;
o de lasten - water, gas, elektriciteit en verwarming - van de gemeentelijke lokalen (3) die (de stad of gemeente) ter beschikking stelt voor diensten, en dat in verhouding tot bezetting door de diensten die in het kader van het strategisch plan door de Minister van Binnenlandse Zaken worden gefinancierd;
o e onderhoudskosten van de lokalen indien men een beroep doet op een extern (niet-gemeentelijk) schoonmaakbedrijf - een verklarende nota moet dan bij de ingediende bewijzen worden gevoegd;
o de verwezenlijking en de publicatie van folders en brochures;
o de inbraakbeveiligingskits;
o de beveiligingspremies zoals de inbraakpreventiepremies;
o de huur van zalen, stands, tenten voor de organisatie van evenementen;
o de huur van demonstratiematerieel voor de organisatie van evenementen;
o de huur van vervoermiddelen in het kader van een activiteit;
o de huur van een kopieermachine, een telefoon-fax;
o het onderhoud en het herstel van materieel verworven op basis van de subsidies van Binnenlandse Zaken;
o de cateringkosten tijdens interne vergaderingen of in het kader van het onthaal van het publiek, voor zover deze redelijk zijn en met uitzondering van de alcoholhoudende dranken;
o de cateringkosten tijdens externe vergaderingen, voor zover deze redelijk zijn en met uitzondering van alcoholhoudende dranken;
o de receptiekosten (catering en kosten die verband houden met de organisatie van een receptie, zoals bijvoorbeeld de huur van de zaal, de prestaties...) tijdens activiteiten of feestelijkheden in het kader van plaatselijke preventie-initiatieven; voor die onkostencategorie is grote matigheid geboden en moet een verklarende nota bij de bewijzen worden gevoegd;
o de representatiekosten (restauratie, contactnamebudget voor straathoekwerkers ... behoudens alcolholhoudende dranken) in het kader van de uitvoering en aanwending van het strategisch plan of nog in het kader van bijzondere prestaties;
o de verfraaiing der lokalen (voorbeelden : behang, verf), op voorwaarde dat deze uitsluitend ter beschikking van het personeel van het strategisch plan worden gesteld of, in voorkomend geval, in verhouding tot de bezetting van de lokalen voor het plan;
o de kosten voor deelname aan externe activiteiten, zowel voor het omkaderend personeel als voor de begunstigden (voorbeelden: inkom attractieparken, bioscoop, ijspiste, ...);
o de leasing van wagens. De restwaarde die de aankoop van het voertuig mogelijk maakt, blijft ten laste van de stad of gemeente en kan in geen geval door de FOD Binnenlandse Zaken ten laste genomen worden;
o de renting van voertuigen;
o de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor de organisatie van activiteiten in het kader van het strategisch plan;
o de apothekerskosten (1ste zorgen);
3.1.2. Geweigerde uitgaven:
o de huur van lokalen die de stad of gemeente ter beschikking stelt en waarvan zij eigenaar is;
o de huur van het ter beschikking gestelde gemeentemateriaal (voorbeelden : kantoorgerief, informaticamateriaal, audiovisuele toestellen, kopieermachine);
o de onderhoudskosten van de lokalen van de preventiedienst die de stad of gemeente ter beschikking stelt en/of de lokalen van de wijkhuizen, de jeugdhuizen, de jongerenruimtes en de gedecentraliseerde diensten (behalve indien er een beroep moest worden gedaan op de diensten van bedrijven die niet van de stad of gemeente afhangen. In dat laatste geval is een verklarende nota nodig);
o de facturatie van uren die gepresteerd worden door gemeentepersoneel dat niet tot de vergoeding behoort.
3.2. Bijzonderheden
3.2.1. Kledij of kledijvergoeding
De kledijvergoedingen (forfaitaire toelagen of vergoedingen die aan de werknemer uitbetaald worden) worden slechts toegekend aan personen die in het kader van het strategisch plan worden tewerkgesteld en op voorwaarde dat het toekennen van een kledijvergoeding een wettelijke verplichting is voor de stad of gemeente en dat de toegekende bedragen redelijk zijn.
Worden de kosten die de stad of gemeente maakt voor het aankopen van kledij (bijv. : uitrusting van preventiewerkers zoals straathoekwerkers of wijkwerkers) niet ten laste genomen. Kunnen wel worden aangerekend op de vergoeding, de kledijkosten die bestemd zijn om de identificatie van de diensten (teams) en dus van de publiciteit van het plan te waarborgen (bijv.: T-shirt met opschrift "strategisch plan", k-way met logo...) en dat in het bijzonder wegens hun aard van representatiekost.
Tenslotte kunnen de kosten van het ter beschikking stellen van « veiligheidskledij » ten laste worden genomen, evenwel met uitzondering van de uitrusting van het personeel, dat in het kader van de doorstromingscontracten wordt aangeworven, voor zover in de toepasselijke reglementaire richtlijnen bepaald wordt dat de werkingskosten voor dit dispositief ten laste van de stad of gemeente blijven.
In alle gevallen zal de FOD Binnenlandse Zaken tijdens de overdracht van de bewijsdocumenten de motiveringen moeten kunnen identificeren die doorslaggevend waren bij de aankoop van de diverse kledingsstukken.
3.2.2. Maatregelen ter voorkoming van inbraak in woningen
De steden en gemeenten kunnen een deel van het hen via het strategisch plan toegekende subsidiebedrag aanwenden voor de toekenning van inbraakpreventiepremies. De tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken zal tot 100 % van het bedrag van de toegekende premie bedragen, maar zal geenszins het vastgestelde maximum forfaitaire bedrag overschrijden.
Alleen de uitgereikte premies die aan de volgende voorwaarden beantwoorden zullen in aanmerking worden genomen :
o De premie is enkel voor particulieren (4) bestemd.
o De stad/gemeente is verplicht een gemeentelijk reglement door de gemeentelijke overheden te laten goedkeuren, waarin de toekenningsvoorwaarden voor de beveiligingspremies worden bepaald. Ook al blijven de steden en gemeenten vrij om het percentage van de tussenkomst, en de juiste toekenningsvoorwaarden van de desbetreffende premies te bepalen, ze moeten echter de bepaling van een maximum forfaitair bedrag van 500 _ per premie (maximum bedrag) naleven.
o De premie dient de elementairste beveiligingsmaatregelen te bevorderen en de maatregelen moeten passen in een totale aanpak. Daarom is het advies van een (erkend) technopreventief adviseur, die hiertoe een opleiding genoten heeft, noodzakelijk. De premie wordt niet toegekend voor de installatie van elektronische alarmsystemen.
o Per woning kan slechts 1 premie worden toegekend.
3.2.3. Aankoop van PWA-cheques en aanwerving van jobstudenten
De aankoop van multi-cheques en de aan jobstudenten toegekende vergoedingen kunnen slechts ten laste van de vergoeding genomen worden, op voorwaarde dat het verband kan worden aangetoond tussen de uitgave en het voorwerp van de vergoeding. In alle gevallen moeten de arbeidsovereenkomsten jobstudenten en cheques nominatief zijn. De niet uitgedeelde cheques worden niet in aanmerking genomen.
3.2.4. Preventie van druggerelateerde overlast
Sommige maatregelen die in het kader van de voorkoming van overlast door drugs worden gefinancierd, hebben, door hun aard, specifieke uitgaven tot gevolg. Dientengevolge zullen de volgende kosten, bovenop of in afwijking van de algemene uitgaven die in deze richtlijnen worden aanvaard, en via het aantonen van het verband tussen het voorwerp van deze vergoeding, worden ingebracht.
De volgende opsommingen mogen niet als alomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die niet in deze lijst voorkomen, te kunnen weigeren/aanvaarden.
Specifiek in het kader van het Straathoekwerk, kunnen de uitgaven van het type Budget voor contactname in aanmerking genomen worden, met name :
o de condooms;
o het materiaal in de vorm van stérifix-verpakking of andere kits voor druggebruikers, ....;
o de koude of warme dranken en kleine catering bestemd voor het doelpubliek.
Specifiek in het kader van de Onthaal- en opvangcentra, kunnen de volgende uitgaven in aanmerking worden genomen :
o de reinigingsproducten die voor het onderhoud van het centrum bestemd zijn (en die van één of andere activiteit deel uitmaken);
o de kosten voor maaltijden en drank;
o het kleine materieel dat nodig is voor de goede werking van het centrum (gloeilampen, borstels, vuilnisbakken...);
o de vaccinatiekosten van het personeel;
o de kosten van de stappen voor sociaal administratief herstel;
o linnengoed (voorbeelden : badhanddoeken, beddenlakens), basistoiletartikelen (voorbeelden: zeep, scheerschuim, haarborstels, deodorant, tandpasta), haardrogers;
o het klein ontspanningsmaterieel (voorbeelden : kaartspel, tijdschriften);
o de potheekkosten (bovenop de eerstehulpkit).
Specifiek in het kader van het Psychosociaal werk, kunnen de volgende uitgaven in aanmerking genomen worden :
o de kosten van de stappen voor sociaal administratief herstel.
C. INVESTERINGEN
1. Algemeen
De investeringen zijn de uitgaven die een eenheidswaarde hebben van minstens 100 _ en waarvan het voorwerp een vermoedelijke gebruiksduur van meer dan één jaar heeft.
De volgende opsommingen mogen niet als alomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die niet in deze lijst voorkomen, te kunnen weigeren/aanvaarden.
1.1. Aanvaarde uitgaven
o de aankoop van audiovisueel materieel;
o de aankoop of leasing en installatie van informaticamaterieel (b.v. PC, printer, scanner, monitor, draagbare computer, graveertoestel voor CD-ROM, informaticalicenties en -programma's, USB-poort, hardware);
o de aankoop en installatie van tele/radio-communicatie materieel (telefooncentrale, GSM en wagenkit, walkie-talkie, vaste telefoon, internetmodem) - De GSM-toestellen die aangekocht worden ter vervanging van verloren of gestolen toestellen blijven ten laste van de stad of gemeente;
o de aankoop van kantoormeubelen;
o de aankoop van meubels voor de inrichting van buurthuizen of andere infrastructuur en gedecentraliseerde diensten die door het strategisch plan gefinancierd worden;
o de aankoop en installatie van (een) kopieermachine(s);
o de aankoop van graveer- en anti-diefstaltoestel(len);
o de aankoop en installatie van beveiligingsmateriaal voor de preventiedienst en/of de gedecentraliseerde lokalen;
o de aankoop van tentoonstellingswanden, van stand(s), luifel(s) ...;
o de aankoop van fietsen en bromfietsen met een cylinderinhoud van max. 50 cc;
o de aankoop van promotiematerieel (b.v.: uitstalkast voor technopreventief materieel);
o de aankoop van materieel voor de sportactiviteiten;
o de aankoop van elektrische huishoudtoestellen (de bestemming van het materieel moet uitdrukkelijk in de afrekening worden vermeld);
o de aankoop van klein gereedschap;
o de aankoop van machine voor reiniging van graffiti.
1.2. Geweigerde uitgaven:
o de aankoop van auto's en moto's;
o de aankoop en het onderhoud van gebouwen of gemeentelijke infrastructuren;
o de verbouwing of renovatie van gebouwen (voorbeelden: de aankoop en/of installatie van sanitair, van centrale verwarming, van telefoonlijnen, van vloerbekleding, van behang/gordijnen of vervanging van het dak, van ramen);
o de aankoop, verbouwing van sportieve infastructuur;
o sportmaterieel (overlast door druggebruik).
2. Bijzonderheden
2.1. Investeringskosten die gepaard gaan met het fenomeen druggerelateerde overlast
Sommige maatregelen die in het kader van de voorkoming van overlast door drugs worden gefinancierd, hebben, door hun aard, specifieke uitgaven tot gevolg. Dientengevolge zullen de volgende kosten, bovenop of in afwijking van de algemene uitgaven die in deze richtlijnen worden aanvaard, en via het aantonen van het verband tussen het voorwerp van deze vergoeding, worden ingebracht.
De volgende opsommingen mogen niet als alomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die niet in deze lijst voorkomen, te kunnen weigeren/aanvaarden.
Specifiek in het kader van de Onthaal- en opvangcentra, kunnen de volgende uitgaven in aanmerking genomen worden :
o de investeringen die aan de goede werking van het centrum verbonden zijn (voorbeelden: koelkast, wasmachine, droogkast, bed, matras, kapstok, vaatwerk, ...);
D. KREDIETEN DIE AAN EEN V.Z.W. OF ELKE ANDERE INSTELLING MET RECHTSPERSOONLIJKHEID OVERGEDRAGEN WORDEN
Het is toegestaan om sommige voorziene middelen (personeelskosten, actiemiddelen, investeringen) ter beschikking te stellen van een v.z.w. of elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid, die voor de uitvoering van de in het strategisch plan bedoelde doelstellingen zal instaan. Daartoe dient de stad of gemeente met die instelling een overeenkomst af te sluiten met, waarin de rechten en plichten van elke partij worden opgenomen, evenals doelstellingen en de resultaten die moeten bereikt worden.
De algemene beginselen van deze richtlijnen (aard van de uitgaven, voorafgaande vergunnings-/afwijkingsprocedures, ...) blijven echter volledig van toepassing.
Daaruit vloeit voort dat de kosten, die het loon van het door een vzw of een andere instelling met rechtspersoonlijkheid aangeworven personeel dekken, evenals de werkingsmiddelen en investeringen, respectievelijk op de personeelskosten, werkingsmiddelen en investeringen van het strategisch plan aangerekend worden en aan de door het koninklijk besluit opgelegde beperkingen beantwoorden.
In dit geval is de stad of gemeente eveneens verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de acties en het voorleggen van de bewijsdocumenten.
De VZW's of elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid dienen de bedragen van hun uitgaven maandelijks aan de verantwoordelijke stad of gemeente voor te leggen. Die zal hen opnemen in haar samenvattende uitgavenstaat, die aan de FOD Binnenlandse Zaken voorgelegd moet worden.
Zo initiatieven aan een vzw of elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid worden toevertrouwd, dienen de uitgewerkte acties en/of projecten in overeenstemming te zijn met de overeenkomst die tussen de stad/gemeente en de FOD Binnenlandse Zaken wordt afgesloten, met de ingediende financiële documenten evenals met de wetgeving betreffende de controle op de toekenning en aanwending van bepaalde subsidies. De stad of gemeente is de enige gesprekspartner van de FOD Binnenlandse Zaken en blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het strategisch plan en voor het voorleggen en motiveren het van het financieel dossier.
Lokaal veiligheidsbeleid brand - Activiteitssector III: brandveiligheid en CO-vergiftiging
I. Maatregelen met het oog op de uitrusting van de gemeentelijke gebouwen en infrastructuren
De in aanmerking komende uitgaven aangaande het lokaal veiligheidsbeleid brand en CO-vergiftiging beogen maatregelen voor het opsporen van brand en vergiftiging, de reactie hierop evenals de maatregelen om de slachtoffers veilig te evacueren.
Alleen de volgende uitgaven en die beantwoorden aan welbepaalde normen kunnen in aanmerking worden genomen en op de vergoeding worden aangerekend.
Materiaal Vastgelegde eisen
Blusdeken Conform de norm NBN EN 1869 (Blusdekens).
Pictogram Conform de voorschriften van het Koninklijk Besluit van 17 juni 1997 (Veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk).
Alarminstallatie brand De levering en de plaatsing door een aannemer die ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen is.
Conform de norm NBN S21-100 (Reddings- en brandweermaterieel - Opvatting van algemene installaties voor automatische brandmelding door puntmelder).
Alle producten met dezelfde functie, zoals beschreven in de norm NBN S 21-100, die rechtmatig in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Turkije zijn vervaardigd en/of in de handel zijn gebracht of die rechtmatig zijn vervaardigd in een EVA-land (Europese Vrijhandelsassociatie) dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, worden eveneens aanvaard.
Brandwerendedeur De levering en de plaatsing door een aannemer die ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen is.
Brandweerstand van een half uur of een uur (EI1 30 of EI1 60).
De aannemer zal erkend worden voor het plaatsen van brandwerende deuren door een officieel geaccrediteerde instelling mbt deze materie. Bij gebrek hieraan, zal de plaatsing van de deuren gecontroleerd worden door een erkende keuringsinstelling die een attest zal afleveren dat de brandwerende deuren geplaatst werden conform de plaatsingsvoorwaarden op basis waarvan ze hun rangschikking inzake brandweerstand hebben gekregen.
Veiligheidsverlichting De levering en de plaatsing door een aannemer die ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen is.
De veiligheidsverlichting voldoet aan de voorschriften van de normen NBN EN 1838, NBN EN 60598-2-22 en NBN EN 50172.
Draagbaar brandblusapparaat De levering en de plaatsing door een aannemer die ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen is, van :
- Waterblussers met additief van 6 kg conform de reeks normen NBN EN 3 (Draagbare blustoestellen)
- Polyvalente poederblussers van 6 kg conform de reeks normen NBN EN 3 (Draagbare blustoestellen)
Brandhaspel De levering en de plaatsing door een aannemer die ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen is.
Conform de norm NBN EN 671-1 - Vaste brandbestrijdingsinrichtingen - Slangstelsels - Deel 1: Haspels met vormvaste slang
Rookmelder Conform de norm NBN EN 14604 (Rookmelders - rookdetectie in woningen)
Van het niet-ionische type, voorzien van een ingebouwde batterij met een levensduur van 10 jaar.
II. Maatregelen met het oog op het sensibiliseren van het publiek
1. Sensibiliseren van het publiek
De actiemiddelen die kunnen worden aangerekend op de vergoeding moeten rechtstreeks bijdragen tot het sensibiliseren van het publiek voor de specifieke fenomenen van brandveiligheid en CO-vergiftiging.
Werkingskosten
Aanvaarde uitgaven :
o prestaties van de vrijwillige brandweermannen in het kader van de « brandpreventie » bezoeken, volgens de barema's die van kracht zijn in de gemeente wanneer de gemeenten belast zijn met deze prestaties;
o reiskosten van de vrijwillige brandweermannen in het kader van de « brandpreventie »;
o opleidingskosten van de « CPFeu » (gepresteerde uren + inschrijvingskosten)
o uren gepresteerd door de vrijwillige brandweermannen in het kader van hun opleiding « brandpreventie)
o kosten verbonden met de organisatie van campagnes/informatie- en sensibiliseringssessies (bijv.: huren van zalen/lokalen, luifels, stand en cateringkosten);
o realisatie, publicatie en verspreiding van folders, brochures en andere informatieve dragers/gadgets;
o aankoop en verspreiding van beveiligingskits
Geweigerde uitgaven :
o prestaties van beroepsbrandweermannen;
o reiskosten van beroepsbrandweermannen;
o opleiding van beroepsbrandweermannen;
Investeringen
Aanvaarde uitgaven :
o de aankoop van audiovisueel materieel;
o de aankoop of leasing en installatie van informaticamaterieel (b.v. PC, printer, scanner, monitor, draagbare computer, graveertoestel voor CD-ROM, informaticalicenties en -programma's, USB-poort, hardware);
o de aankoop en installatie van tele/radio-communicatie materieel (telefooncentrale, GSM en wagenkit, walkie-talkie, vaste telefoon, internetmodem) - De GSM-toestellen die aangekocht worden ter vervanging van verloren of gestolen toestellen blijven ten laste van de stad of gemeente;
o de aankoop van kantoormeubelen;
o de aankoop en installatie van (een) kopieermachine(s);
o de aankoop van tentoonstellingswanden, van stand(s), luifel(s) ...;
o de aankoop van fietsen en bromfietsen met een cylinderinhoud van max. 50 cc;
o de aankoop van promotiematerieel (b.v.: uitstalkast voor technopreventief materieel);
o de aankoop van elektrische huishoudtoestellen (de bestemming van het materieel moet uitdrukkelijk in de afrekening worden vermeld);
o de aankoop van klein gereedschap;
Geweigerde uitgaven :
o de aankoop van auto's en moto's;
o de aankoop en het onderhoud van gebouwen of gemeentelijke infrastructuren;
o de verbouwing of renovatie van gebouwen (voorbeelden: de aankoop en/of installatie van sanitair, van centrale verwarming, van telefoonlijnen, van vloerbekleding, van behang/gordijnen of vervanging van het dak, van ramen);
2. Beveiliging van privé-woningen
De steden en gemeenten kunnen een deel van het bedrag van de gekregen vergoeding aanwenden voor de toekenning van brandveiligheidspremies. De tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken zal tot 100% van het bedrag van de toegekende premie bedragen, maar zal geenszins het vastgestelde maximum forfaitaire bedrag overschrijden.
Alleen de uitgereikte premies die aan de volgende voorwaarden beantwoorden zullen in aanmerking worden genomen :
o De premie is enkel voor particulieren bestemd.
o De stad/gemeente is verplicht een gemeentelijk reglement door de gemeentelijke overheden te laten goedkeuren, waarin de toekenningsvoorwaarden voor de beveiligingspremies worden bepaald. Ook al blijven de steden en gemeenten vrij om het percentage van de tussenkomst, en de juiste toekenningsvoorwaarden van de desbetreffende premies te bepalen, ze moeten echter de bepaling van een maximum forfaitair bedrag van 500 _ per premie (maximum bedrag) naleven.
o De premie dient de elementairste beveiligingsmaatregelen te bevorderen en de maatregelen moeten passen in een totale aanpak. Daarom is het advies van een (erkend) brandpreventieadviseur, die hiertoe een opleiding genoten heeft, noodzakelijk. Alleen de uitgaven toegelaten door het koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het vlak van de belastingvermindering voor uitgaven voor het beveiligen van een privé-woning tegen inbraak of brand, worden in aanmerking genomen voor het toekennen van de premie.
o Per woning kan slechts 1 premie worden toegekend.
_______
Nota's
(1) Berekening van de dagen in 365ste waarbij de weekends, verlofdagen, ziekteverloven (tot 28- 30 of 31ste dag in geval van langdurige ziekte ...) gelijkgesteld worden met de gepresteerde dagen.
(2) Onder gemeente-eigendom wordt verstaan elk onroerend goed dat rechtstreeks tot het patrimonium van de gemeente / stad behoort.
(3) Onder gemeentelijke gebouwen of lokalen worden verstaan elk onroerend goed dat rechtstreeks tot het patrimonium van de gemeente/stad behoort.
(4) Voor de beveiliging van zelfstandige ondernemers wordt naar het systeem van fiscale aftrek verwezen.
2.4. Calcul de l'intervention forfaitaire
Pour déterminer le montant de l'intervention financière de l'Intérieur il est tenu compte :
1° du coût réel de l'agent à charge de la ville ou commune;
2° de la déduction des interventions d'autres instances;
3° et/ou du montant de l'intervention demandé par la ville ou commune.
Les montants forfaitaires octroyés sont calculés proportionnellement :
1° au nombre de jours et mois prestés;
2° au régime horaire;
3° et au niveau de qualification (diplôme) et d'engagement de la personne.
Les forfaits d'application mentionnés au point 2.3. ne peuvent en aucun cas être dépassés.
2.5. Remplacement d'un membre du personnel pour cause de maladie ou de congé de maternité ou pour toute autre forme de congé de longue durée
Si un membre du personnel s'absente pour une longue durée dans le courant de l'année contractuelle (pour cause de maladie, de maternité ou toute autre forme de congé de longue durée), il est possible de procéder au remplacement de celui-ci. Concernant le calcul de l'intervention forfaitaire, se référer au point 2.4.
2.6. Transition d'un emploi temps plein à un emploi à temps partiel dans le cadre d'une interruption de carrière, d'un congé parental ou de toute une autre circonstance
Le transfert d'un emploi à temps plein à un emploi à temps partiel est autorisé dans le courant de l'exercice budgétaire, de même que le fait de pourvoir au poste partiel dégagé. Le surcoût éventuel lié à la décomposition des postes reste à charge de la commune. Concernant le calcul de l'intervention forfaitaire, se référer au point 2.4.
B. FRAIS DE FONCTIONNEMENT
Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou qui ne figurent pas dans le présent inventaire.
1. Frais administratifs
Les frais administratifs couvrent à la fois les frais habituels occasionnés par le fonctionnement d'un secrétariat de gestion ainsi que les frais de formation et de mission et les dépenses connexes.
Ainsi, on entend par frais administratifs :
o les timbres;
o les coûts téléphoniques :
> lignes fixes : abonnements et communications - limitation des communications internationales;
> téléphones mobiles : cartes prépayées, abonnements et communications - limitation des communications internationales. Les indemnités forfaitaires versées aux agents ne sont pas prises en charge.
> Internet : abonnement, communications et activation;
o les abonnements et l'achat d'ouvrages spécifiques;
o les fournitures de bureau;
o les frais de formation : les frais de participation à des journées d'étude ou autres formations peuvent être pris en charge, à la condition que de telles dépenses soient en lien avec l'objet de l'allocation. Les frais ainsi engagés ne sont accordés qu'aux membres du personnel subsidiés par le Ministre de l'Intérieur, soit dans le cadre de la présente allocation, soit dans le cadre de tout autre subside Intérieur en lien avec l'objet de la présente allocation.
o les frais d'inscription au Forum européen;
o les indemnités de séjour lors de colloques, formations, activités non résidentiels;
o les frais de séjour lors de colloques, formations, activités, résidentiels en Belgique;
o les frais de mission à l'étranger (frais d'inscription, transport, hébergement, restauration). Une note explicative doit être jointe aux justificatifs; elle précisera l'objet de la mission et motivera la participation de l'agent (des agents);
o les frais de parking lors de déplacements extérieurs;
o les frais de boissons et/ou de nourriture exclusivement lors de réunions de longue durée, prestations spéciales (prestations en soirée, budget contact des travailleurs de rue...). Une explication circonstanciée devra accompagner chaque note de frais.
2. Frais de déplacement
Seuls les frais de déplacement du personnel engagé sur la base de la présente allocation ou subsidié par le Ministre de l'Intérieur et pour lequel un lien peut être établi entre sa mission et l'objet de la présente allocation, peuvent être imputés sur le budget alloué.
Les frais de déplacement du domicile au lieu de travail ne peuvent entrer en ligne de compte, ceux-ci sont à imputer sur les frais de personnel.
2.1. Dépenses acceptées :
2.1.1. Véhicules acquis dans le cadre des contrats de sécurité, contrats de sécurité et de société, contrats de prévention ou contrats plans drogue et mis à la disposition exclusive du personnel oeuvrant dans le cadre spécifique de l'allocation
o les frais de carburant des véhicules (carte essence);
o les frais d'assurance des véhicules;
o les frais d'entretien des véhicules;
o les frais de réparation des véhicules.
2.1.2. Véhicules communaux non acquis dans le cadre des contrats de sécurité, contrat de sécurité et de société, contrats de prévention ou contrats plans drogue mais mis à la disposition exclusive du personnel oeuvrant dans le cadre spécifique de l'allocation
o les frais de carburant des véhicules (carte essence);
o les frais d'assurance des véhicules.
2.1.3. Véhicules communaux non acquis dans le cadre des contrats de sécurité, contrats de sécurité et de société, contrats de prévention ou contrats plans drogue et mis à la disposition non exclusive du personnel oeuvrant dans le cadre spécifique de l'allocation
o les frais de carburant des véhicules (carte essence) au prorata de l'utilisation propre du plan stratégique;
o les frais d'assurance des véhicules au prorata de l'utilisation propre du plan stratégique;
ou
o les frais de kilométrage des véhicules communaux au prorata de l'utilisation propre du plan stratégique (missions).
2.1.4. Autres
o les frais de kilométrage des véhicules personnels des agents;
o les titres de transport.
2.2. Dépenses refusées :
o les frais d'entretien des véhicules communaux non acquis dans le cadre des contrats de sécurité, contrats de sécurité et de société, contrats de prévention ou contrats plans drogue;
o les frais de réparation des véhicules communaux non acquis dans le cadre des contrats de sécurité, contrats de sécurité et de société, contrats de prévention ou contrats plans drogue;
o les frais d'assurance des véhicules personnels des agents, utilisés lors de déplacements dans l'exercice de leur fonction.
3. Frais d'action
Les frais d'action sont les frais dégagés pour réaliser/rencontrer les objectifs s'inscrivant dans le cadre de l'allocation.
3.1. Généralités
3.1.1. Dépenses acceptées :
o les coûts téléphoniques :
> lignes fixes : abonnements et communications - limitation des communications internationales;
> téléphones mobiles : cartes prépayées, abonnements et communications - limitation des communications internationales. Les indemnités forfaitaires versées aux agents ne sont pas pris en charge.
> Internet : abonnement, communications et activation;
o les frais de participation aux activités du personnel encadrant subsidié par le SPF Intérieur dans le cadre de l`allocation ou de tout autre subside Intérieur pour lequel un lien peut être établi entre la mission et l'objet de l'allocation;
o la réalisation, diffusion de matériel de sensibilisation ou autre dépense liée à l'organisation d'actions de sensibilisation de publics cibles;
o le petit matériel d'activité (exemples : jeux de société, ouvrages, ballons...);
o le loyer et les charges -eau, gaz, électricité, assurance incendie-vol et chauffage- des locaux du service de prévention ou des maisons de quartier, maisons de jeunes, espaces jeunes, ou autres services du plan stratégique décentralisés hors propriété communale, et ce au prorata de l'occupation des services financés par l'Intérieur et pour lesquels un lien peut être établi entre les missions et l'objet de l'allocation;
o les charges -eau, gaz, électricité et chauffage- des locaux communaux mis à disposition (par la ville ou commune) des services, et ce au prorata de l'occupation des services financés par le Ministre de l'Intérieur et pour lesquels un lien peut être établi entre les missions et l'objet de l'allocation;
les frais d'entretien des locaux lorsqu'il est fait appel à une entreprise de nettoyage extérieure (non communale) - une note explicative devra être jointe aux justificatifs introduits;
o la réalisation et la publication de dépliants et de brochures;
o les kits de sécurisation " cambriolage ";
o la location de salles, de stands, de chapiteaux, de tentes pour l'organisation d'événements;
o la location de matériel de démonstration pour l'organisation d'événements;
o la location de moyens de transport dans le cadre d'une activité;
o la location de photocopieuse, de téléphone-fax;
o l'entretien et les réparations du matériel acquis sur la base des subsides de l'Intérieur;
o les frais de catering lors de réunions internes ou dans le cadre de l'accueil du public, dans les limites du raisonnable et sauf boissons alcoolisées;
o les frais de catering lors de réunions externes, dans les limites du raisonnable et sauf boissons alcoolisées;
o les frais de réception (catering et frais afférant à l'organisation de la réception, comme par exemple la location de salle, les prestations...) lors d'activités ou de festivités menées dans le cadre des initiatives de prévention locale; en ce qui concerne cette catégorie de frais, une grande modération s'impose et les justificatifs devront être accompagnés d'une note explicative;
o les frais de représentation (restauration, budget contact des travailleurs de terrain... sauf boissons alcoolisées) dans le cadre de l'exécution et la mise en oeuvre du plan stratégique ou encore dans le cadre de prestations spéciales;
o le rafraîchissement des locaux (exemples : papier peint, peinture), à condition que ceux-ci soient mis à disposition exclusive des agents dont les emplois sont financés par la présente allocation ou, le cas échéant, au prorata de l'occupation des locaux;
o les frais de participation à des activités extérieures tant pour le personnel encadrant que pour les bénéficiaires (exemples : entrées aux parcs d'attraction, cinéma, patinoire, ...);
o le leasing de véhicules. La valeur résiduelle permettant l'acquisition du véhicule reste à charge de la ville ou commune et ne pourra en aucun cas être prise en charge par le SPF Intérieur;
o le renting de véhicules;
o les assurances Responsabilité civile (RC) liées à l'organisation d'activités en lien avec l'objet de l'allocation;
o les frais de pharmacie (1ers soins).;
-
3.1.2. Dépenses refusées :
o le loyer des locaux mis à disposition par la ville ou commune et dont celle-ci est propriétaire;
o la location du matériel communal (exemples : matériel de bureau, informatique, audio-visuel, photocopieuse...) mis à disposition;o
les frais d'entretien des locaux du service de prévention mis à disposition par la ville ou commune et/ou des locaux des maisons de quartier, maisons de jeunes, espaces-jeunes et services décentralisés (sauf s'il a été nécessaire de faire appel aux services d'entreprises non communales. Dans ces derniers cas, une note explicative s'impose);
o la facturation des heures prestées par du personnel communal hors allocation.
3.2. Particularités
3.2.1. Vêtements ou allocations de vêtements
Les masses d'habillement (allocations forfaitaires ou indemnités versées à l'employé) ne sont accordées qu'aux personnes employées dans le cadre de la présente allocation et qu'à la condition que le fait d'accorder une masse d'habillement constitue une obligation légale pour la ville ou commune, et pour autant que les montants accordés soient raisonnables.
Les frais liés à l'achat par la ville ou commune de tenues vestimentaires (ex : équipement de travailleurs de prévention tels que les éducateurs de rue ou de quartier) ne sont pas pris en charge. Peuvent néanmoins être imputés sur l'allocation les frais vestimentaires destinés à garantir l'identification des services (équipes) et donc la publicité des actions menées dans le cadre de l'allocation (ex : tee-shirt à l'effigie du plan stratégique, k-way avec logo...), et ce spécifiquement par leur qualité de frais de représentation.
Enfin, les frais liés à la mise à disposition d'" équipement vestimentaire de sécurité " peuvent être pris en charge, à l'exception toutefois de l'équipement des agents engagés dans le cadre des contrats de transition professionnelle dans la mesure où les directives réglementaires applicables établissent que les frais de fonctionnement liés à ce dispositif restent à charge de la ville ou commune.
Dans tous les cas, le SPF Intérieur devra pouvoir identifier lors de la transmission des pièces justificatives les motivations ayant prévalu à l'achat des diverses pièces vestimentaires.
3.2.2. Mesures de prévention des effractions dans les habitations
Les villes et communes peuvent destiner une partie du montant de l'allocation perçue à l'octroi de primes cambriolages. L'intervention du Ministre de l'Intérieur s'élèvera jusqu'à 100% du montant de la prime octroyée mais ne pourra en aucun cas dépasser le forfait maximum fixé.
Les primes délivrées devront répondre aux conditions suivantes pour être prises en charge :
o La prime est exclusivement réservée aux particuliers.
o La Ville/commune a l'obligation de faire approuver par les autorités communales un règlement communal déterminant les conditions d'octroi des primes à la sécurisation. Si les villes et communes restent libres de déterminer le pourcentage d'intervention et les conditions précises de l'octroi des dites primes, elles doivent néanmoins respecter la fixation d'un forfait maximum de 500 € par prime (plafond).
o La prime doit promouvoir les mesures de sécurisation les plus élémentaires et les mesures doivent s'inscrire dans une approche globale. C'est la raison pour laquelle l'avis d'un conseiller en technoprévention (agréé), qui a bénéficié d'une formation à cet effet, est nécessaire. La prime n'est pas octroyée pour l'installation de systèmes d'alarme électroniques.
o Par habitation, seule 1 prime peut être octroyée.
3.2.3. Achat de chèques ALE et recrutement d'étudiants rémunérés
L'achat de multi-chèques et les allocations octroyées aux étudiants rémunérés ne peuvent être pris en charge par l'allocation que dans la mesure où un lien peut être établi entre la dépense et l'objet de l'allocation. Dans tous les cas, les contrats de travail étudiants et chèques distribués doivent être nominatifs. Les chèques non distribués ne seront pas pris en charge.
3.2.4. Prévention des nuisances liées à l'usage de drogue
Certains dispositifs financés dans le cadre de la prévention des nuisances publiques liées aux drogues impliquent, de par leur caractère, des dépenses spécifiques. Dès lors, de manière dérogatoire aux dépenses générales acceptées par les présentes directives, et moyennant l'établissement d'un lien avec l'objet de la présente allocation, les frais suivants pourront être pris en charge.
Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou ne figurant pas dans le présent inventaire.
Spécifiquement dans le cadre du Travail de rue, peuvent être prises en charge les dépenses du type Budget contact, à savoir :
o les préservatifs;
o le matériel style pochette stérifix ou autre kits pour usagers de drogues,....;
o les boissons froides ou chaudes et petit catering à destination du public cible.
Spécifiquement dans le cadre de Centres d'accueil et d'hébergement, peuvent être prises en charge les dépenses suivantes :
o les produits de nettoyage destinés à la propreté du centre (et faisant partie de l'une ou l'autre activité);
o les frais d'alimentation et de boisson;
o le petit matériel nécessaire au bon fonctionnement du centre (ampoules, brosses, poubelles...);
o les frais de vaccination du personnel;
o les frais liés aux démarches de remise en ordre socio-administrative;
o le linge de maison (exemples : draps de bain, draps de lit), produits de toilette de base (exemples : savon, mousse à raser, brosse à cheveux, déodorant, dentifrice), sèche cheveux;
o le petit matériel de divertissement (exemples : jeu de cartes, magazines);
o les frais de pharmacie (au-delà de la trousse d'urgence);
Spécifiquement dans le cadre du Travail psychosocial, peuvent être prises en charge les dépenses suivantes :
o les frais liés aux démarches de remise en ordre socio-administrative.
C. INVESTISSEMENTS
1. Généralités
Les investissements sont les dépenses qui ont une valeur unitaire d'au moins 100 € et dont l'objet a une durée d'utilisation estimable de plus d'un an.
Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou qui ne figurent pas dans le présent inventaire.
1.1. Dépenses acceptées
o l'acquisition de matériel audio-visuel;
o l'acquisition ou le leasing et installation de matériel informatique - (exemples : PC, imprimante, scanner, moniteur, ordinateur portable, graveur CD rom, licences et programmes informatiques, clef USB, hardware);
o l'acquisition et installation de matériel de télé/radio-communication (centrale téléphonique, GSM et kit voiture, talkie-walkie, téléphone fixe, modem internet) - Les GSM achetés en remplacement des appareils perdus ou volés restent à charge de la ville ou commune;
o l'acquisition de mobilier de bureau;
o l'acquisition de mobilier pour l'aménagement de maisons de quartier ou d'autres infrastructures et services décentralisés;
o l'acquisition et installation de photocopieuse(s);
o l'acquisition d'instrument(s) de gravure, d'anti-vol(s);
o l'acquisition et l'installation de matériel de sécurisation pour le service de prévention et/ou les locaux décentralisés;
o l'acquisition de parois d'exposition, de stand(s), de tonnelle(s)...;
o l'acquisition de bicyclettes, mobylettes soit petites cylindrées - max. 50 CC;
o l'acquisition de matériel de promotion (exemple : vitrine de présentation du matériel de techno prévention);
o l'acquisition de matériel pour les activités sportives;
o l'acquisition de petits appareils électroménagers (la destination du matériel devra être explicitement mentionnée dans le décompte);
o l'acquisition de petit outillage;
o l'acquisition de machine de nettoyage des tags.
1.2. Dépenses refusées :
o l'acquisition de voiture et de moto;
o l'acquisition et l'entretien de bâtiments ou d'infrastructures communales;
o la transformation ou rénovation de bâtiments (exemples : achat et/placement de sanitaire, de système de chauffage central, de lignes de téléphone, de revêtement de sol, de tentures/stores ou remplacement du toit, de châssis);
o l'acquisition, construction d'infrastructures sportives;
o l'achat de matériel sportif (nuisances publiques liées à l'usage de drogues).
2. Particularités
2.1. Frais d'Investissement liés au phénomène des nuisances liées à l'usage de drogue
Certains dispositifs financés dans le cadre de la prévention des nuisances publiques liées aux drogues impliquent, de par leur caractère, des dépenses spécifiques. Dès lors, de manière dérogatoire aux dépenses générales acceptées par les présentes directives, et moyennant l'établissement d'un lien avec l'objet de la présente allocation, les frais suivants pourront être pris en charge.
Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou ne figurant pas dans le présent inventaire.
Spécifiquement dans le cadre de Centres d'accueil et d'hébergement , peuvent être prises en charge les dépenses suivantes :
o les investissements liés au bon fonctionnement du centre (exemples : frigo, machine à laver, sèche linge, lit, matelas, porte-manteaux, vaisselle...).
D. CREDITS TRANSFERES VERS UNE ASBL OU TOUTE AUTRE INSTITUTION DISPOSANT DE LA PERSONNALITE JURIDIQUE
Il est admis que certains moyens prévus (frais de personnel, frais d'action, investissement) soient mis à la disposition d'une ASBL ou de toute autre institution disposant de la personnalité juridique qui se chargera de la réalisation d'actions menées en lien avec l'objet de l'allocation. A cet effet, la ville ou commune doit conclure une convention avec cette institution dans laquelle sont repris les droits et obligations de chacune des parties, objectifs à rencontrer et actions à mener.
Les principes généraux des présentes directives (nature des dépenses, procédures d'autorisation/dérogation préalables, ...) restent toutefois pleinement d'application.
Il en découle que les frais couvrant le coût salarial des agents recrutés par les asbl ou autres institutions disposant de la personnalité juridique, de même que les frais de fonctionnement et d'investissements sont respectivement imputés sur les frais de personnel, frais de fonctionnement, investissements du plan stratégique et répondent aux limitations posées par le présent arrêté.
La ville ou commune est dans ce cas également responsable de la bonne exécution des missions de l'asbl ou institution et de la présentation des pièces justificatives.
Les ASBL ou toute autre institution disposant de la personnalité juridique, sont tenues de remettre, chaque mois, les montants de toutes leurs dépenses à la ville ou commune responsable qui les intègre à son récapitulatif des dépenses à présenter au SPF Intérieur.
Dans le cas d'initiatives confiées aux ASBL ou à toute autre institution disposant de la personnalité juridique, les actions et/ou projets développés doivent être conformes au plan d'affection approuvé par le SPF Intérieur, aux pièces financières introduites ainsi qu'à la législation relative au contrôle de l'octroi et de l'emploi de certaines subventions. La ville ou commune est le seul interlocuteur du SPF Intérieur et reste responsable de l'exécution des missions spécifiques dévolues à l'asbl ou institution ainsi que de la présentation et de la motivation du dossier financier
Politique locale de sécurité incendie - Secteur d'activité 3 : sécurité incendie et intoxication au co
I. Mesures visant l'équipement des bâtiments et infrastructures communales
Les dépenses éligibles ayant trait à la politique locale de sécurité incendie et intoxication au CO visent les mesures de détection incendie et intoxication, de réaction à ces dernières ainsi que des mesures permettant l'évacuation des victimes en sécurité.
Seules les dépenses suivantes et répondant aux normes précisées pourront être prises en charge et imputées sur l'allocation.
-
Matériel Exigences liées
Couvertures anti-feu Conformité à la NBN EN 1869 (Couvertures anti-feu).
Pictogramme Conformité aux prescriptions de l'Arrêté Royal du 17 juin 1997 (Signalisation de sécurité et de santé au travail).
Système de détection et d'alarme d'incendie Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Conformité à la NBN S21-100 (Matériel de sauvetage et de lutte contre l'incendie - Conception des installations généralisées de détection automatique d'incendie par détecteur ponctuel).
Tous les produits de même fonction, comme décrit dans la norme NBN S 21-100, légalement fabriqués et/ou commercialisés dans un autre Etat membre de la Communauté Européenne ou en Turquie, ou légalement fabriqués dans un Etat signataire de l'A.E.L.E. (Association européenne de libre échange), partie contractante de l'accord sur l'Espace économique européen, sont également admis.
Porte résistante au feu Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Résistance au feu d'une demi-heure ou une heure (EI1 30 ou EI1 60).
L'entrepreneur sera certifié au placement de menuiseries résistantes au feu par un organisme accrédité dans cette matière. A défaut, le placement des portes lui-même sera contrôlé par un organisme de contrôle accrédité qui attestera que les portes résistant au feu sont placées conformément aux conditions de placement sur la base desquelles elles ont obtenu leur classement en matière de résistance au feu.
Eclairage de sécurité Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
L'éclairage de sécurité satisfait aux prescriptions des normes NBN
EN 1838, NBN EN 60598-2-22 et NBN EN 50172.
Extincteur d'incendie portatif Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises de :
- Extincteurs à eau avec additif de 6kg : conformité à la série de normes NBN EN 3 (Extincteur d'incendie portatif)
- Extincteurs à poudre polyvalente de 6 kg : conformité à la série de normes NBN EN 3 (Extincteur d'incendie portatif)
Robinet d'incendie armé Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Conformité à la NBN EN 671-1 (NBN EN 671-1 - Installations fixes de lutte contre l'incendie - Systèmes équipés de tuyaux - Partie 1 : Robinets d'incendie armés équipés de tuyaux semi-rigides)
Détecteur autonome de fumées Conformité à la NBN EN 14604 (Dispositif d'alarme de fumée - détecteur de fumée domestique)
De type non-ionique, pourvu d'une batterie intégrée d'une durée de vie de 10 ans.
Matériel Exigences liées Couvertures anti-feu Conformité à la NBN EN 1869 (Couvertures anti-feu). Pictogramme Conformité aux prescriptions de l'Arrêté Royal du 17 juin 1997 (Signalisation de sécurité et de santé au travail). Système de détection et d'alarme d'incendie Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Conformité à la NBN S21-100 (Matériel de sauvetage et de lutte contre l'incendie - Conception des installations généralisées de détection automatique d'incendie par détecteur ponctuel).
Tous les produits de même fonction, comme décrit dans la norme NBN S 21-100, légalement fabriqués et/ou commercialisés dans un autre Etat membre de la Communauté Européenne ou en Turquie, ou légalement fabriqués dans un Etat signataire de l'A.E.L.E. (Association européenne de libre échange), partie contractante de l'accord sur l'Espace économique européen, sont également admis.Porte résistante au feu Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Résistance au feu d'une demi-heure ou une heure (EI1 30 ou EI1 60).
L'entrepreneur sera certifié au placement de menuiseries résistantes au feu par un organisme accrédité dans cette matière. A défaut, le placement des portes lui-même sera contrôlé par un organisme de contrôle accrédité qui attestera que les portes résistant au feu sont placées conformément aux conditions de placement sur la base desquelles elles ont obtenu leur classement en matière de résistance au feu. Eclairage de sécurité Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
L'éclairage de sécurité satisfait aux prescriptions des normes NBN
EN 1838, NBN EN 60598-2-22 et NBN EN 50172. Extincteur d'incendie portatif Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises de :
- Extincteurs à eau avec additif de 6kg : conformité à la série de normes NBN EN 3 (Extincteur d'incendie portatif)
- Extincteurs à poudre polyvalente de 6 kg : conformité à la série de normes NBN EN 3 (Extincteur d'incendie portatif) Robinet d'incendie armé Livraison et placement par un entrepreneur inscrit à la Banque Carrefour des Entreprises.
Conformité à la NBN EN 671-1 (NBN EN 671-1 - Installations fixes de lutte contre l'incendie - Systèmes équipés de tuyaux - Partie 1 : Robinets d'incendie armés équipés de tuyaux semi-rigides) Détecteur autonome de fumées Conformité à la NBN EN 14604 (Dispositif d'alarme de fumée - détecteur de fumée domestique)
De type non-ionique, pourvu d'une batterie intégrée d'une durée de vie de 10 ans.
-
II. Mesures visant la sensibilisation du public
1. Sensibilisation du public
Les frais d'action pouvant être imputés sur l'allocation doivent directement contribuer à la sensibilisation du public aux phénomènes spécifiques de la sécurité incendie et intoxication au CO.
Frais de fonctionnement
Dépenses acceptées :
o prestations des pompiers volontaires dans le cadre des visite " prévention incendie ", selon les barèmes en vigueur dans la commune lorsque ces prestations sont à charge des communes;
o frais de déplacement des pompiers volontaires dans le cadre des visites " prévention incendie ";
o frais liées à la formation des " CPI (conseiller en prévention incendie) " (heures prestées + frais d'inscription)
o heures prestées par les pompiers volontaires dans le cadre de leur formation " prévention incendie)
o frais liées à l'organisation de campagnes/séances d'information et de sensibilisation (ex :location de salles/locaux, tonnelles, stand et frais de catering);
o réalisation, publication et distribution de dépliants, brochures et autres supports/gadgets informatifs;
o achat et distribution de kits de sécurisation.
Dépenses refusées :
o prestations des pompiers professionnels;
o frais de déplacement des pompiers professionnels;
o formation des pompiers professionnels.
Investissements
Dépenses acceptées :
o acquisition de matériel audio-visuel;
o acquisition ou le leasing et installation de matériel informatique - (exemples : PC, imprimante, scanner, moniteur, ordinateur portable, graveur CD rom, licences et programmes informatiques, clef USB, hardware);
o acquisition et installation de matériel de télé/radio-communication (centrale téléphonique, GSM et kit voiture, talkie-walkie, téléphone fixe, modem internet) - Les GSM achetés en remplacement des appareils perdus ou volés restent à charge de la ville ou commune;
o acquisition de mobilier de bureau;
o acquisition et installation de photocopieuse(s);
o acquisition de parois d'exposition, de stand(s), de tonnelle(s)...;
o acquisition de bicyclettes, mobylettes soit petites cylindrées - max. 50 CC;
o acquisition de matériel de promotion (exemple : vitrine de présentation du matériel);
o acquisition de petits appareils électroménagers (la destination du matériel devra être explicitement mentionnée dans le décompte);
o acquisition de petit outillage.
Dépenses refusées :
o acquisition de voiture et de moto;
o acquisition et entretien de bâtiments ou d'infrastructures communales;
o transformation ou rénovation de bâtiments (exemples : achat et/placement de sanitaire, de système de chauffage central, de lignes de téléphone, de revêtement de sol, de tentures/stores ou remplacement du toit, de châssis).
2. Sécurisation des habitations privées
Les villes et communes peuvent destiner une partie du montant de l'allocation perçue à l'octroi de primes sécurité incendie. L'intervention du Ministre de l'Intérieur s'élèvera jusqu'à 100% du montant de la prime octroyée mais ne pourra en aucun cas dépasser le forfait maximum fixé.
Seules primes délivrées répondant aux conditions suivantes seront prises en charge :
o La prime est exclusivement réservée aux particuliers.
o La Ville/commune a l'obligation de faire approuver par les autorités communales un règlement communal déterminant les conditions d'octroi des primes à la sécurisation. Si les villes et communes restent libres de déterminer le pourcentage d'intervention et les conditions précises de l'octroi des dites primes, elles doivent néanmoins respecter la fixation d'un forfait maximum de 500 € par prime (plafond).
o La prime doit promouvoir les mesures de sécurisation les plus élémentaires et les mesures doivent s'inscrire dans une approche globale. C'est la raison pour laquelle l'avis d'un " conseiller prévention feu ", qui a bénéficié d'une formation à cet effet, est nécessaire. Seules les dépenses autorisées par l'arrêté royal modifiant l'AR/CIR 92 en matière de réduction d'impôt pour les dépenses faites en vue de sécuriser une habitation contre le vol ou l'incendie sont prises en considération pour l'octroi de la prime.
o Par habitation, seule 1 prime peut être octroyée.