Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 MAART 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-07-2013 en tekstbijwerking tot 10-09-2024)
Titre
29 MARS 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les règles détaillées en matière de l'attestation planologique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-07-2013 et mise à jour au 10-09-2024)
Informations sur le document
Numac: 2013035468
Datum: 2013-03-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035468
Date: 2013-03-29
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions introductives
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° kleinhandel : de verkoop van goederen aan de eindgebruiker;
  2° kleinhandelsoppervlakte : de totale oppervlakte van de publiek toegankelijke ruimten van een bedrijf met kleinhandelsactiviteiten, zowel binnen als buiten, de ruimte die louter als parkeergelegenheid voor klanten wordt gebruikt niet meegerekend;
  3° ontwikkelingen op korte termijn : de ontwikkelingen waarvoor een bedrijf werken wil aanvatten binnen twee jaar na de afgifte van het attest;
  4° ontwikkelingen op lange termijn : andere ontwikkelingen dan de ontwikkelingen op korte termijn;
  5° het VEN : de gebieden van het Vlaams Ecologisch Netwerk, aangeduid krachtens het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of in ruimtelijke uitvoeringsplannen;
  [1 [2 departement: het Departement Omgeving.]2]1
  
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° commerce en détail : la vente de marchandises au consommateur final;
  2° superficie de commerce en détail : la superficie totale des espaces accessibles au public d'une entreprise assurant des activités de commerce en détail, tant à l'intérieur qu'à l'extérieur, à l'exclusion de l'espace qui est utilisé uniquement comme parking pour les clients;
  3° développements à court terme : les développements pour lesquels une entreprise veut entamer des travaux dans les deux ans après la délivrance de l'attestation;
  4° développements à long terme : les développements autres que les développements à court terme;
  5° le VEN : les zones du " Vlaams Ecologisch Netwerk " (Réseau écologique flamand), désignées en vertu du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ou dans des plans d'exécution spatiaux;
  [1 [2 département : le Département de l'Environnement.]2]1
  
HOOFDSTUK II. - De aanvraag
CHAPITRE II. - La demande
Art. 2. Een aanvraag van een planologisch attest bestaat uit :
  1° een ingevuld, ondertekend en gedateerd aanvraagformulier, volgens het model dat door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is vastgesteld;
  2° documenten die aantonen dat het bedrijf aan een van de volgende voorwaarden beantwoordt :
  a) [1 het is onderworpen aan de vergunnings- of meldingsplicht voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 5.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;]1
  b) het is een volwaardig land- of tuinbouwbedrijf;
  [1 c) [2 ...]2]1
  3° de volgende kadastergegevens, in een officiële versie die afkomstig is van de diensten van het kadaster en maximaal één jaar oud is :
  a) een uittreksel uit het kadastraal plan waarop de percelen worden aangeduid waarop het bestaande bedrijf zich bevindt en de percelen waarop een eventuele gewenste uitbreiding plaatsvindt;
  b) een lijst met de eigendomsgegevens van de onder a) genoemde percelen en van alle percelen die aan de onder a) genoemde percelen palen;
  4° drie plannen, voorzien van een noordpijl en met vermelding van de schaal, waarbij een schaal gekozen wordt die naargelang het onderwerp de leesbaarheid van het plan garandeert, bij voorkeur tussen 1/50 en 1/500 :
  a) een plan van de bestaande toestand van het bedrijf, van de gronden waarop een eventuele gewenste uitbreiding plaatsvindt en van de onmiddellijke omgeving, met aanduiding van :
  1) de constructies en de functie ervan, met vermelding van de afmetingen van de gebouwen van het bedrijf en van de verhardingen die het bedrijf gebruikt;
  2) de gronden die het bedrijf gebruikt voor opslag, voor parkeren of voor het plaatsen van verplaatsbare constructies;
  3) als het bedrijf kleinhandelsactiviteiten verricht, de publiek toegankelijke ruimten zowel binnen als buiten, met inbegrip van de parkeergelegenheid voor klanten, telkens met vermelding van de oppervlakte;
  4) groenvoorzieningen;
  5) aanpalende wegen, met vermelding van de breedte, de uitrusting en de naam;
  6) eventuele erfdienstbaarheden;
  7) de opnamepunten van de foto's, bedoeld onder 6° ;
  [1 8) [2 ...]2]1
  b) een overzichtsplan van de stedenbouwkundige vergunningstoestand van het bedrijf, met aanduiding van de constructies, de functies en het grondgebruik die vergund zijn of die geacht worden vergund te zijn, telkens met verwijzing naar de documenten of bewijsstukken bedoeld onder 7°, en met aanduiding van eventuele niet-vergunde elementen;
  c) een plan van de gewenste toestand van het bedrijf, met een duidelijk onderscheid tussen ontwikkelingen op korte en op lange termijn, met aanduiding van :
  1) alle gewenste wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand wat betreft constructies, functies en grondgebruik, met vermelding van de afmetingen van gebouwen en verhardingen;
  2) de voorgenomen verwijdering of gewenste regularisatie van eventuele onvergunde constructies, onvergunde functies of onvergund grondgebruik.
  5° als het bedrijf verschillende vestigingen heeft, meerdere sites in gebruik heeft of gronden in reserve heeft, een overzichtskaart van deze vestigingen, sites en gronden;
  6° minimaal tien foto's die een duidelijk beeld geven van de bestaande toestand van :
  a) het bedrijf;
  b) de gronden waarop een eventuele gewenste uitbreiding zich bevindt;
  c) de onmiddellijke omgeving, in het bijzonder de bebouwing in de omgeving. Op de foto's van die onmiddellijke omgeving moet altijd minstens een deel van de huidige bedrijfssite zichtbaar zijn;
  7° documenten die de stedenbouwkundige vergunningstoestand, aangegeven in het plan vermeld onder 4°, b, aantonen, zoals uittreksels uit het vergunningenregister, afschriften van stedenbouwkundige vergunningen of bewijsstukken voor een vermoeden van vergunning;
  [1 7° /1 [2 ...]2]1
  8° een tekst met toelichting en motivering van de aanvraag, met volgende onderwerpen :
  a) de historische achtergrond van het bedrijf;
  b) de werking van het bedrijf, met duiding welke activiteiten waar plaatsvinden en duiding van de vergunningstoestand voor wat betreft [1 de vergunnings- of meldingsplicht voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 5.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]1;
  c) de verdeling van activiteiten als het bedrijf verschillende vestigingen heeft of verschillende sites in gebruik heeft;
  d) de tewerkstelling in het bedrijf;
  e) als het bedrijf kleinhandelsactiviteiten verricht, het aandeel van de kleinhandelsactiviteiten in de omzet van het bedrijf;
  f) het mobiliteitsprofiel van het bedrijf, met duiding van ingaande en uitgaande voertuigbewegingen voor de bedrijfsactiviteiten, van werknemers en van klanten;
  g) de gewenste wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand met een onderscheid tussen ontwikkelingen op korte en op lange termijn, de reden van die wijzigingen en de ermee samenhangende verwachte wijzigingen op het vlak van tewerkstelling, mobiliteitsprofiel en, in voorkomend geval, het aandeel van de kleinhandelsactiviteiten in de omzet;
  h) de verantwoording van de gewenste wijzigingen in het licht van kwalitatief en zuinig ruimtegebruik en de beperking van eventuele hinder voor de omgeving;
  i) als het bedrijf verschillende vestigingen heeft of verschillende sites in gebruik heeft, een afweging van een eventuele gewenste uitbreiding op de site waarop de aanvraag betrekking heeft ten opzichte van een uitbreiding in andere vestigingen of op andere sites;
  9° een passende beoordeling of verscherpte natuurtoets als die vereist is op grond van de relevante wetgeving en reglementering, en het advies erover van de bevoegde instantie, waaruit minstens blijkt dat alle aspecten voldoende onderzocht zijn;
  10° documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de verplichtingen inzake milieueffectrapportage.
  
Art. 2. Une demande d'attestation planologique comprend :
  1° un formulaire de demande complété, signé et daté, suivant le modèle fixé par le Ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire;
  2° des documents attestant que l'entreprise remplit les conditions suivantes :
  a) [1 elle est soumise à l'obligation d'autorisation et de notification pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée au sens de l'article 5.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ;]1
  b) il s'agit d'une entreprise agricole ou horticole à part entière;
  [1 c) [2 ...]2]1
  3° les données cadastrales suivantes, en une version officielle datée d'un an au maximum et provenant des services du cadastre :
  a) un extrait du plan cadastral sur lequel sont indiquées les parcelles sur lesquelles l'entreprise existante se situe et les parcelles sur lesquelles un éventuel agrandissement souhaité aura lieu;
  b) une liste des données de propriété des parcelles citées sous a) et de toutes les parcelles qui sont adjacentes aux parcelles citées sous a);
  4° trois plans, sur lesquels figure une flèche indiquant le nord, et avec mention de l'échelle, tout en choisissant une échelle qui suivant l'objet garantit la lisibilité du plan, de préférence entre 1/50me et 1/500me;
  a) un plan de la situation existante de l'entreprise, des terrains sur lesquels un éventuel agrandissement souhaité aura lieu et des environs immédiats, avec indication :
  1) des constructions et leur fonction, avec mention des dimensions des bâtiments de l'entreprise et des revêtements durcis utilisés par l'entreprise;
  2) des terrains utilisés par entreprise pour le stockage, le parking ou pour l'installation de constructions mobiles;
  3) si l'entreprise effectue des activités de commerce en détail, des espaces accessibles au public, tant à l'extérieur qu'à l'intérieur, y compris les possibilités de parking pour les clients, chaque fois avec mention de la superficie;
  4) des équipements verts;
  5) des routes adjacentes, avec mention de leur largeur, équipement et nom;
  6) des servitudes éventuelles;
  7) des points de prise de vue des photos, visés au point 6° ;
  [1 8) [2 ...]2]1
  b) un plan d'aperçu de la situation de l'autorisation urbanistique de l'entreprise, avec indication des constructions, des fonctions et de l'utilisation du sol qui sont autorisées ou qui sont réputées être autorisées, chaque fois avec référence au documents ou attestations visés au point 7° et avec indication des éléments non autorisés;
  c) un plan de la situation souhaitée de l'entreprise, avec une distinction claire entre les développements à court et à long terme, avec indication :
  1) de toutes les modifications souhaitées par rapport à la situation existante en ce qui concerne les constructions, les fonctions et de l'utilisation du sol, avec mention des dimensions des bâtiments et revêtements durcis;
  2) l'enlèvement envisagé ou la régularisation souhaitée de constructions, fonctions ou utilisation du sol non autorisées.
  5° si l'entreprise comprend plusieurs établissements, utilise plusieurs sites ou a des terrains en réserve, une carte d'aperçu des ces établissements, sites et terrains;
  6° au moins dix photos donnant une image claire de la situation existante :
  a) de l'entreprise;
  b) des terrains sur lesquels l'agrandissent souhaité se situe;
  c) des environs immédiats, notamment les bâtiments dans les environs. Les photos de ces environs immédiats doit toujours monter au moins une partie du site actuel de l'entreprise;
  7° documents qui démontrent la situation de l'autorisation urbanistique, indiquée sur le plan mentionné sous 4°, b, tels que les extraits du registre des autorisations, les copies des autorisations urbanistiques ou attestions d'une autorisation présumée;
  [1 7° /1 [2 ...]2]1
  8° un texte expliquant et motivant la demande comprenant les sujets suivants :
  a) l'historique de l'entreprise;
  b) le fonctionnement de l'entreprise, avec indication des lieux où les différentes activés ont lieu et avec indication de la situation d'autorisation en ce qui concerne [1 l'obligation d'autorisation ou de notification pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée au sens de l'article 5.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]1;
  c) la répartition des activités si l'entreprise comprend plusieurs établissements ou utilise plusieurs sites;
  d) l'emploi dans l'entreprise;
  e) si l'entreprise effectue des activités de commerce en détail, la quote-part des activités de commerce en détail dans le chiffre d'affaires de l'entreprise;
  f) le profil de mobilité de l'entreprise, avec indication des mouvements des véhicules entrant et sortant en vue des activités de l'entreprise, des employés et des clients;
  g) les modifications souhaitées par rapport à la situation existante avec une distinction entre les développements à court et à long terme, la raison de ces modifications et les expectatives afférentes au niveau de l'emploi, du profil de mobilité et, le cas échéant, la quote-part des activités de commerce en détail dans le chiffre d'affaires;
  h) la justification des modifications souhaitées dans l'optique d'une utilisation qualitative et parcimonieuse de l'espace et la limitation de nuisances éventuelles pour les environs;
  i) si l'entreprise comprend plusieurs établissements ou utilise plusieurs sites, une pondération de l'agrandissement éventuellement souhaité sur le site auquel la demande a trait par rapport à un agrandissement dans d'autres établissements ou sur d'autres sites;
  9° une évaluation adéquate ou un plus stricte examen écologique si tel est exigé sur la base de la législation et réglementation pertinentes, et l'avis en cette matière de l'instance compétente dont il ressort au moins que tous les aspects ont été suffisamment examinés;
  10° les documents dont ils ressort qu'il a été répondu aux obligations en matière des études des incidences sur l'environnement.
  
Art. 3. De aanvraag van een planologisch attest wordt ingediend in twee analoge exemplaren en één digitaal exemplaar. Als het voorwerp van de aanvraag in meer dan één gemeente ligt, worden twee extra analoge exemplaren ingediend per bijkomende gemeente.
  [1 [2 ...]2.]1
  
Art. 3. La demande d'une attestation planologique est introduite en deux exemplaires analogue et un exemplaire numérique. Si l'objet de la demande se situe dans plus d'une commune, deux exemplaires analogiques supplémentaires sont introduits par commune.
  [1 [2 ...]2.]1
  
HOOFDSTUK III. - Ontvankelijkheid
CHAPITRE III. - Recevabilité
Art. 4. Een aanvraag van een planologisch attest is niet ontvankelijk in de volgende gevallen :
  1° het bedrijf heeft op het ogenblik van de aanvraag geen bedrijfsactiviteiten op de site waarop de aanvraag betrekking heeft;
  2° het bedrijf is niet hoofdzakelijk vergund [1 [2 ...]2]1;
  3° het bedrijf is verkrot;
  4° het bedrijf is niet onderworpen aan de [1 de vergunnings- of meldingsplicht voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 5.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]1, en het is evenmin een volwaardig land- of tuinbouwbedrijf [1 [2 ...]2]1;
  5° noch het behoud van het bedrijf, noch de gewenste ontwikkelingen zoals beschreven in de aanvraag veronderstellen de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg;
  6° er is een lopend of recent afgerond planningsproces waarin een uitspraak wordt gedaan over het behoud en de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf :
  a) de site waarop de aanvraag betrekking heeft ligt binnen het toepassingsgebied van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een bijzonder plan van aanleg waarvoor minder dan één jaar voor de datum van de aanvraag nog een plenaire vergadering werd gehouden, een voorlopige of definitieve vaststelling is gedaan of, in voorkomend geval, een beslissing in het kader van het goedkeuringstoezicht is genomen; en
  b) de stedenbouwkundige voorschriften van het in a) vermelde plan, in de versie die geagendeerd of voorgelegd werd voor de plenaire vergadering, de voorlopige of definitieve vaststelling of de goedkeuring, spreken zich uit over het behoud of de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf;
  7° de aanvraag is niet mee ondertekend door een geregistreerd ruimtelijk planner;
  8° de aanvraag is niet per beveiligde zending ingediend;
  9° de aanvraag is onvolledig bevonden en de aanvrager heeft de nodige aanvullingen niet bezorgd binnen de daarvoor vastgestelde termijn.
  [1 [2 ...]2]1
  
Art. 4. Une demande d'une attestation planologique n'est pas recevable dans les cas suivants :
  1° l'entreprise n'effectue pas des activités économiques sur le site auquel la demande a trait au moment de la demande;
  2° l'entreprise n'est pas principalement autorisée [1 [2 ...]2]1;
  3° l'entreprise n'est pas délabrée;
  4° l'entreprise n'est pas soumise à [1 l'obligation d'autorisation ou de notification pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée au sens de l'article 5.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]1, et elle n'est non plus une entreprise agricole ou horticole à part entière [1 [2 ...]2]1;
  5° ni le maintien de l'entreprise, ni les développements souhaités tels que décrits dans la demande supposent l'établissement ou la modification d'un plan d'exécution spatial ou d'un plan d'aménagement;
  6° il existe un processus de planification en cours ou récemment terminé dans lequel l'on s'est prononcé sur le maintien ou les possibilités de développement de l'entreprise :
  a) le site auquel la demande a trait se situe à l'intérieur d'une zone à laquelle s'applique un plan d'exécution spatial ou un plan particulier d'aménagement pour lequel à moins d'un an avant la date de la demande un réunion plénière a encore été tenue, il a été procédé à une fixation provisoire ou définitive ou, le cas échéant, une décision a été prise dans le cadre de la surveillance sur l'approbation, et
  b) les prescriptions urbanistiques du plan mentionné dans a), dans la version inscrite à l'ordre du jour ou présentée devant la réunion plénière, et la fixation provisoire ou définitive se prononcent sur le maintien ou les possibilités de développement de l'entreprise;
  7° la demande n'a pas vêtue de la signature d'un planificateur spatial enregistré;
  8° la demande n'a pas été introduite par envoi sécurisé;
  9° la demande a été jugée insuffisante et le demandeur n'a pas transmis les compléments nécessaires dans le délai imparti à cet effet.
  [1 [2 ...]2]1
  
HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheid
CHAPITRE IV. - Compétence
Art. 5. § 1. In de volgende gevallen wordt over een aanvraag op bovengemeentelijk niveau beslist omwille van de ligging :
  1° door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening :
  a) als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk liggen binnen het toepassingsgebied van bestemmingsvoorschriften die opgenomen zijn in een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of een ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, en de werken of handelingen die met het attest beoogd worden in strijd zijn met de voorschriften van dat gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of van het ontwerp ervan;
  b) als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, voor een oppervlakte van meer dan een halve hectare in het VEN of in een habitatrichtlijngebied liggen;
  2° door [1 de provincieraad]1 :
  a) als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk liggen binnen het toepassingsgebied van bestemmingsvoorschriften die opgenomen zijn in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, en de werken of handelingen die met het attest beoogd worden in strijd zijn met de voorschriften van dat provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of van het ontwerp ervan;
  b) als het planologisch attest wordt aangevraagd door een recreatief bedrijf dat actief is op een locatie waarvan de betrokken provincie in haar provinciaal ruimtelijk structuurplan bepaald heeft dat ze behoort tot de toeristisch-recreatieve structuur op provinciaal niveau;
  c) als het planologisch attest wordt aangevraagd door een bedrijf dat deel uitmaakt van een gebied met kleinhandelsbedrijven of van een concentratie van kleinhandelsbedrijven waarvan de provincie in kwestie in haar provinciaal ruimtelijk structuurplan bepaald heeft dat ze er een planningsinitiatief voor neemt.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, 1°, a) en 2°, a), beslist de gemeenteraad alsnog over de aanvraag als de voorschriften van het gewestelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan toelaten dat de gemeente een plan vaststelt voor gebouwen en constructies waarvan de functie geen verband houdt met de algemene bestemming van het gebied, en bepalen dat de voorschriften van dergelijk gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, na goedkeuring ervan, voorrang krijgen op de voorschriften opgenomen in het gewestelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan. Deze afwijking geldt niet als over de aanvraag op bovengemeentelijk niveau moet worden beslist omwille van het type bedrijf of de omvang, zoals beschreven in artikel 6 en 7.
  
Art. 5. § 1er. Dans les cas suivants, il est décidé de la demande à un niveau supracommunal à cause de la situation :
  1° par le Ministre flamand chargé de l'Aménagement du Territoire :
  a) si les parcelles à laquelle la demande a trait se situent entièrement ou partiellement dans la zone d'application des prescriptions d'affectation qui sont reprises dans un plan d'exécution spatial régional ou dans une projet d'un plan d'exécution spatial régional, et si les travaux ou opérations envisagés par l'attestation sont contraires aux prescriptions de ce plan d'exécution spatial régional ou de son projet;
  b) si les parcelles à laquelle la demande a trait se situent, pour une superficie supérieure à un demi hectare, dans un VEN ou dans une zone délimitée régie par la directive " habitats ";
  2° par [1 le conseil provincial]1 :
  a) si les parcelles à laquelle la demande a trait se situent entièrement ou partiellement dans la zone d'application des prescriptions d'affectation qui sont reprises dans un plan d'exécution spatial régional ou dans une projet d'un plan d'exécution spatial régional, et si les travaux ou opérations envisagés par l'attestation sont contraires aux prescriptions de ce plan d'exécution spatial régional ou de son projet;
  b) si l'attestation planologique est demandée par une entreprise récréative qui est active à une localisation dont la province concernée a décidé dans son schéma de structure d'aménagement provincial qu'elle appartient à une structure touristico-récréative au niveau provincial;
  c) si l'attestation planologique est demandée par une entreprise faisant partie d'une zone d'entreprises de commerce en détail ou d'une concentration d'entreprises de commerce en détail dont la province concernée a décidé dans son schéma de structure d'aménagement provincial qu'elle prendra une initiative de planification à ce sujet.
  § 2. En dérogation au paragraphe 1er, 1°, a) et 2°, a), le conseil communal décide quand-même de la demande si les prescriptions du plan d'exécution spatial régional ou provincial permettent que la commune fixe un plan pour des bâtiments et constructions dont la fonction n'a pas trait à l'affection général de la zone, et décide que les prescriptions d'un tel plan d'exécution spatial communal, après son approbation, obtiennent priorité par rapport aux prescriptions reprises dans le plan d'exécution spatial régional ou provincial. Cette dérogation ne vaut pas s'il doit être décidé de la demande à un niveau supracommunal à cause du type d'entreprise ou de son ampleur, tel que décrit dans les articles 6 et 7.
  
Art. 6. § 1. In de volgende gevallen wordt over een aanvraag op bovengemeentelijk niveau beslist omwille van het type bedrijf :
  1° door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening :
  a) als de aanvraag een herbestemming beoogt naar ontginningsgebied of het behoud, de uitbreiding of de vestiging beoogt van een verwerkingseenheid voor delfstoffen;
  b) als de aanvraag het behoud beoogt van een terrein voor het vliegen met ultralichte motorluchtvaartuigen (ULM) of sportvliegtuigen, of de ontwikkeling tot een dergelijk terrein;
  c) als de aanvraag het behoud beoogt van een golfterrein van meer dan 9 holes of met een oppervlakte van 40 ha of meer, of de ontwikkeling tot een dergelijk terrein;
  2° door [1 de provincieraad]1 :
  a) als de aanvraag het behoud beoogt van een golfterrein van maximum 9 holes en een oppervlakte van meer dan 8 ha en minder dan 40 ha, of de ontwikkeling tot een dergelijk terrein;
  b) als de aanvraag het behoud beoogt van een gereglementeerd terrein voor lawaaisporten, of de ontwikkeling tot een dergelijk terrein;
  c) als het planologisch attest wordt aangevraagd door een bedrijf dat beantwoordt aan al de volgende criteria :
  i. het bedrijf haalt meer dan de helft van de omzet uit kleinhandel of beoogt dit te doen met de ontwikkelingen die in de aanvraag zijn beschreven;
  ii. het bedrijf beoogt met de aanvraag een uitbreiding van de kleinhandelsoppervlakte met meer dan 50 procent;
  iii. de kleinhandelsoppervlakte na de beoogde uitbreiding bedraagt meer dan 0,5 ha;
  iv. de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, of een deel van die percelen, liggen buiten de grenzen van een stedelijk gebied zoals het werd afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan of ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan.
  § 2. De toepassing van artikel 5, § 1, heeft voorrang op de toepassing van artikel 6, § 1, met dien verstande dat artikel 6, § 1, wordt toegepast als artikel 5, § 1 niet van toepassing is.
  
Art. 6. § 1er. Dans les cas suivants, il est décidé de la demande à un niveau supracommunal à cause du type d'entreprise :
  1° par le Ministre flamand chargé de l'Aménagement du Territoire :
  a) si la demande envisage une réaffectation vers une zone de défrichement ou le maintien, l'expansion ou l'établissement d'une unité de traitement de minerais;
  b) si la demande envisage le maintien d'une terrain destiné à l'aviation ultra légère (ULM) ou de tourisme, ou le développement en un tel terrain;
  c) si la demande a trait au maintien d'un terrain de golf de plus de 9 trous ou d'une superficie de 40 ha ou plus, ou le développement en un tel terrain;
  2° par [1 le conseil provincial]1 :
  a) si la demande a trait au maintien d'un terrain de 9 trous au maximum ou d'une superficie de 8 ha et moins de 40 ha, ou le développement en un tel terrain;
  b) si la demande envisage le maintien d'une terrain réglementé destiné aux sports bruyants, ou le développement en un tel terrain;
  c) si l'attestation planologique est demandée par une entreprise qui répond à tous les critères suivants :
  i. l'entreprise réalise plus que la moitié de son chiffre d'affaires suite au commerce en détail ou envisage à le faire grâce aux développements décrits dans la demande;
  ii. par sa demande, l'entreprise envisage un agrandissement de la superficie du commerce en détail de plus de 50 %;
  iii. la superficie du commerce en détail comprend plus que 0,5 ha après l'agrandissement envisagé;
  iv. les parcelles auxquelles la demande a trait, ou une partie de ces parcelles, se situent en-dehors des limites d'une zone urbaine telle qu'elle a été délimitée dans un schéma de structure d'aménagement ou dans un projet d'un plan d'exécution spatial.
  § 2. L'application de l'article 5, § 1er, est prioritaire par rapport à l'application de l'article 6, § 1er, à condition que l'article 6, § 1er est appliqué lorsque l'article 5, § 1er n'est pas d'application.
  
Art. 7. § 1. Er wordt op bovengemeentelijk niveau beslist over een aanvraag als de aanvraag beantwoordt aan één van de volgende criteria wat de omvang betreft :
  1° de aanvraag beoogt een uitbreiding van de voor de bedrijfsvoering gebruikte terreinoppervlakte met meer dan 100 procent, waarbij de voor de bedrijfsvoering gebruikte terreinoppervlakte na uitbreiding groter is dan 3 ha;
  2° de aanvraag beoogt een uitbreiding van de voor de bedrijfsvoering gebruikte terreinoppervlakte met meer dan 15 procent, waarbij de voor de bedrijfsvoering gebruikte terreinoppervlakte na uitbreiding groter is dan 5 ha;
  Als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk liggen in een gemeente die overeenkomstig het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen deel uitmaakt van een groot- of regionaalstedelijk gebied, van het Economisch Netwerk Albertkanaal of van het buitengebied maar die niet geselecteerd is als specifiek economisch knooppunt, dan beslist de minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening over de aanvraag.
  Als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk liggen in ofwel een gemeente die overeenkomstig het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen deel uitmaakt van een kleinstedelijk gebied of geselecteerd is als specifiek economisch knooppunt, ofwel een concentratiegebied van bedrijven dat overeenkomstig het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen geselecteerd is als bijzonder economisch knooppunt, dan beslist [1 de provincieraad]1 over de aanvraag.
  § 2. De toepassing van artikel 5, § 1, en 6, § 1, heeft voorrang op de toepassing van artikel 7, § 1, met dien verstande dat artikel 7, § 1, wordt toegepast als noch artikel 5, § 1, noch artikel 6, § 1, van toepassing is.
  
Art. 7. § 1er. Il est décidé d'une demande au niveau supracommunal si la demande répond à un des critères suivants en ce qui concerne l'ampleur :
  1° la demande envisage l'agrandissement de plus de 100 pour cent de la superficie de terrain utilisée pour la gestion de l'entreprise, cette dernière étant supérieure à 3 ha après l'agrandissement;
  2° la demande envisage l'agrandissement de plus de 15 pour cent de la superficie de terrain utilisée pour la gestion de l'entreprise, cette dernière étant supérieure à 5 ha après l'agrandissement;
  Si les parcelles auxquelles la demande a trait, se situent entièrement ou partiellement dans une commune qui fait partie d'une zone de grande ville ou de ville régionale du Réseau économique Canal Albert ou d'une zone extérieure qui n'est pas sélectionnée comme noeud économique spécifique conformément au Schéma de Structure d'Aménagement, le Ministre chargé de l'aménagement du territoire décide alors de la demande.
  Si les parcelles auxquelles la demande a trait se situent entièrement ou partiellement, soit dans une commune qui fait partie d'une zone de petite ville ou qui est sélectionnée comme noeud économique spécifique, soit dans une zone de concentration d'entreprises qui est sélectionnée comme noeud économique spécifique conformément au Schéma de Structure d'Aménagement, [1 le conseil provincial]1 décide alors de la demande.
  § 2. L'application des articles 5, § 1er, et 6, § 1er, est prioritaire par rapport à l'application de l'article 7, § 1er, à condition que l'article 7, § 1er est appliqué lorsque ni l'article 5, § 1er, ni l'article 6, § 1er, est d'application.
  
HOOFDSTUK V. - Procedure
CHAPITRE V. - Procédure
Art. 8. § 1. Binnen dertig dagen na de datum van de indiening van de aanvraag bezorgt de [2 gemeentelijke omgevingsambtenaar]2 één van de volgende berichten aan de aanvrager :
  1° een bericht van onontvankelijkheid met opgave van de reden van de onontvankelijkheid;
  2° een verzoek tot vervollediging van de aanvraag met opgave van de ontbrekende informatie of stukken;
  3° een ontvangstbewijs, met kennisgeving van de overheid die bevoegd is om over de aanvraag te beslissen.
  Als bij een eerste beoordeling de aanvraag onvolledig bleek te zijn, begint een nieuwe termijn te lopen vanaf de indiening van een tijdige vervollediging.
  § 2. Na afgifte van een ontvangstbewijs stuurt de [2 gemeentelijke omgevingsambtenaar]2, als de gemeente niet de bevoegde overheid is, onmiddellijk één analoog exemplaar en het digitale exemplaar van de aanvraag door naar de Vlaamse Regering of de deputatie. Hij bewaart het andere analoge exemplaar met het oog op het openbaar onderzoek overeenkomstig paragraaf 6.
  [1 [3 ...]3.]1
  
Art. 8. § 1er. Dans les trente jours après l'introduction de la demande, le [2 fonctionnaire environnement communal]2 transmet un des avis suivants au demandeur :
  1° un avis d'irrecevabilité avec mention de la raison d'irrecevabilité;
  2° une demande en vue de compléter la demande avec mention des informations ou documents manquants;
  3° un récépissé, avec notification de l'autorité compétente pour décider de la demande.
  Si lors d'une première évaluation, la demande apparaît être incomplète, une nouveau délai prend cours à partir du moment que la demande a été complétée en temps voulu.
  § 2. Après remise du récépissé, le [2 fonctionnaire environnement communal]2 envoie, si la commune n'est pas l'autorité compétente, immédiatement un exemplaire analogique et l'exemplaire numérique de la demande au Gouvernement flamand ou à la députation. Il conserve l'autre exemplaire analogique en vue de l'enquête publique conformément au paragraphe 6.
  [1 [3 ...]3.]1
  
Art. 9. § 1. De bevoegde overheid organiseert het openbaar onderzoek over de aanvraag. Het openbaar onderzoek start uiterlijk de zestigste dag na de afgifte van het ontvangstbewijs. Het openbaar onderzoek wordt bekendgemaakt door een bericht aan te plakken volgens het model dat door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is vastgesteld, en door een aangetekende brief te sturen naar alle eigenaars van de percelen palend aan de percelen waarop het bestaande bedrijf zich bevindt en de percelen waarop een eventuele gewenste uitbreiding plaatsvindt. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de kadastrale gegevens die opgenomen zijn in de aanvraag, zoals vermeld in artikel 2, 3°, b. De bevoegde overheid mag recentere gegevens gebruiken als ze daarover beschikt. De aanvrager betaalt de kosten van de aangetekende zendingen.
  § 2. De bevoegde overheid bezorgt de volgende informatie en documenten aan de aanvrager :
  1° een kennisgeving van begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
  2° één of meer exemplaren van de bekendmaking bedoeld in paragraaf 1, al naar gelang de bedrijfssite paalt aan of bereikbaar is vanaf één of meer openbare wegen, en de instructies over de aanplakking ervan, beschreven in paragraaf 4;
  3° een verzoek om de kosten van de aangetekende zendingen te voldoen, met vermelding dat het bedrag betaald moet zijn vóór de aanvang van het openbaar onderzoek.
  § 3. Vóór de aanvang van het openbaar onderzoek, verstuurt de bevoegde overheid de aangetekende zendingen en zorgt ze voor de bekendmaking van het bericht, bedoeld in paragraaf 1, op de gewone aanplakplaatsen, minstens aan het gemeentehuis of het deelgemeentehuis waar de bedrijfssite zich bevindt. De bekendmaking moet tot het einde van het openbaar onderzoek aangeplakt blijven.
  Als de Vlaamse Regering of [1 de provincieraad]1 de bevoegde overheid is, geeft zij de gemeente kennis van begin- en einddatum van het openbaar onderzoek en vraagt zij de medewerking van de gemeente voor de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, en het ter inzage leggen van de aanvraag, bedoeld in paragraaf 6.
  § 4. Vóór de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt de aanvrager de bekendmaking, bedoeld in paragraaf 1, uit op een plek aan de openbare weg of een plek aan elk van de openbare wegen waaraan de bedrijfssite paalt of vanwaar de bedrijfssite bereikbaar is. De bekendmaking moet tot het einde van het openbaar onderzoek aangeplakt blijven. De bekendmaking wordt aangebracht op een schutting, op een muur of op een aan een paal bevestigd bord, op de grens van het terrein met de openbare weg of aan de toegang tot het terrein vanaf de openbare weg en evenwijdig met de openbare weg, op ooghoogte en met de tekst gericht naar de openbare weg. De bekendmaking wordt tijdens de hele duur van de aanplakking goed zichtbaar en goed leesbaar gehouden.
  § 5. Zowel de aangetekende zendingen als de bekendmaking vermelden minstens :
  1° de plaats waar de aanvraag ter inzage ligt;
  2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
  3° het adres waarnaar de adviezen, opmerkingen en bezwaren gestuurd moeten worden, of waar ze kunnen worden afgegeven; met name het adres van de gemeentelijke of provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, of de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, naargelang de bevoegde overheid.
  § 6. Tijdens het openbaar onderzoek ligt een exemplaar van de aanvraag van een planologisch attest ter inzage bij het gemeentebestuur en bij de bevoegde overheid.
  § 7. Als het voorwerp van de aanvraag in twee of meer gemeenten ligt, wordt het openbaar onderzoek door de gemeenten in onderling overleg of door de Vlaamse Regering of de deputatie in elk van de gemeenten georganiseerd, overeenkomstig de bovenstaande bepalingen.
  
Art. 9. § 1er. L'autorité compétente organise l'enquête publique relative à la demande. L'enquête publique commence au plus tard le soixantième jour après la remise du récépissé. L'enquête publique est rendue publique par affichage d'un avis suivant le modèle fixé par le Ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire, et en envoyant une lettre recommandée à tous les propriétaires des parcelles qui sont adjacentes aux parcelles sur lesquelles l'entreprise se situe et aux parcelles sur lesquelles une expansion éventuelle aurait lieu. A cet effet, il est fait usage des données cadastrales reprises dans la demande, tel que mentionné dans l'article 2, 3°, b. L'autorité compétente peut utiliser des données plus récentes si de telles données sont à sa disposition. Le demandeur paie les frais des envois recommandés.
  § 2. L'autorité compétente transmet les informations et documents suivants au demandeur :
  1° une notification de la date de début et de fin de l'enquête publique;
  2° un ou plusieurs exemplaires de la notification visée au paragraphe 1er, suivant que le site de l'entreprise est adjacent à ou accessible depuis d'une ou plusieurs voies publiques, et les instructions ayant trait à son affichage, décrit au paragraphe 4;
  3° une demande de régler les frais des envois recommandés, avec la mention que le montant doit être payé avant le début de l'enquête publique.
  § 3. Avant le début de l'enquête publique, l'autorité compétente envoie les envois recommandés et assure la publication de l'avis, visé au paragraphe 1er, aux endroits d'affichage habituels, au moins à la maison communale ou ou à la maison communale de la commune fusionnée où le site de l'entreprise se situe. La notification doit rester affichée jusqu'à la fin de l'enquête publique.
  Si le Gouvernement flamand ou [1 le conseil provincial]1 est l'autorité compétente, elle notifie à la commune la date du début et de la fin de l'enquête publique et demande la coopération de la commune en vue la publication, visée au paragraphe premier, et la mise à consultation de la demande, visée au paragraphe 6.
  § 4. Avant le début de l'enquête publique, le demandeur affiche la notification, visée au paragraphe 1er, à un endroit près de la voie publique ou à un endroit près de chaque voie publique à la quelle l'entreprise est adjacente ou depuis laquelle l'entreprise est accessible. La notification doit rester affichée jusqu'à la fin de l'enquête publique. La notification est apposée sur une palissade, sur un mur ou sur un panneau fixé à un poteau, sur la limite entre le terrain ou l'accès au terrain et la voie publique et parallèle à cette dernière, à hauteur des yeux et le texte imprimé face à la voie publique. L'avis public est maintenu bien lisible et visible pendant toute la durée de l'affichage.
  § 5. Tant les envois recommandés que la notification mentionnent au moins :
  1° l'endroit où la demande peut être consultée;
  2° la date de début et de fin de l'enquête publique;
  3° l'adresse à laquelle les avis, les remarques et les objections doivent être envoyées, ou où ils peuvent être délivrés, notamment l'adresse de la commission communale ou régionale pour l'aménagement du territoire, ou du Ministre flamand, chargé de l'aménagement du territoire, selon l'autorité compétente.
  § 6. Un exemplaire de la demande d'une attestation planologique peut être consulté auprès de l'administration communale et auprès de l'autorité compétente pendant l'enquête publique.
  § 7. Si l'objet de la demande se situe dans deux ou dans plusieurs communes, l'enquête publique est organisée en concertation mutuelle par les communes ou par le Gouvernement flamand ou par la députation dans chacune des communes, conformément aux dispositions susmentionnées.
  
Art. 10. § 1. De bevoegde overheid verstuurt uiterlijk de veertiende dag vóór de aanvang van het openbaar onderzoek de adviesvragen over de aanvraag naar alle bij of krachtens decreet aangewezen instanties die over het eventueel op te maken ruimtelijk uitvoeringsplan advies moeten geven.
  § 2. [1 ...]1. De adviesvragen vermelden de adviestermijn en de instantie waaraan het advies moet worden bezorgd, en het adres ervan, overeenkomstig de paragrafen 3 tot en met 6.
  [1 [3 ...]3.]1
  § 3. De adviesinstanties versturen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek hun advies naar de gemeentelijke of provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, of naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, naargelang de bevoegde overheid.
  § 4. Naargelang de bevoegde overheid, versturen het college van burgemeester en schepenen en de deputatie uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek hun advies naar de gemeentelijke of provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, of naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening.
  § 5. [2 [4 ...]4]2
  § 6. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, als de gemeenteraad de bevoegde overheid is, of de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, als [2 de provincieraad]2 de bevoegde overheid is, bezorgt haar advies binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek aan die bevoegde overheid. [2 Overeenkomstig artikel 4.4.25, § 4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat het advies het integrale advies van het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan het bevoegde bestuursorgaan.]2
  § 7. Als de adviezen, bedoeld in de paragraaf 3 tot en met 6, niet zijn verleend binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 8. De bevoegde overheid beslist binnen 120 dagen na het einde van het openbaar onderzoek over de aanvraag van een planologisch attest. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, stelt daarvoor het model vast.
  
Art. 10. § 1er. Au plus tard le quatorzième jour avant le début de l'enquête publique, l'autorité compétente envoie les demandes d'avis sur la demande à toutes les instances désignées par ou en vertu d'un décret qui doivent émettre un avis sur un plan d'exécution spatial éventuellement à établir.
  § 2. [1 ...]1. Les demandes d'avis mentionnent le délai d'avis et l'instance à laquelle l'avis doit être transmis, et son adresse, conformément aux paragraphes 3 à 6 inclus.
  [1 [3 ...]3.]1
  § 3. Au plus tard le dernier jour de l'enquête publique, les instances consultatives envoient leur avis à la commission communale ou régionale pour l'aménagement du territoire, ou au Ministre flamand, chargé de l'aménagement du territoire, selon l'autorité compétente.
  § 4. Au plus tard le dernier jour de l'enquête publique, le collège des bourgmestre et échevins et la députation envoient leur avis à la la commission communale ou régionale pour l'aménagement du territoire, ou au Ministre flamand, chargé de l'aménagement du territoire.
  § 5. [2 [4 ...]4]2
  § 6. La commission communale pour l'aménagement du territoire, si le conseil communal est l'autorité compétente, ou la commission provinciale pour l'aménagement du territoire, si [2 le conseil provincial]2 est l'autorité compétente, transmet son avis à cette autorité compétente dans les soixante jours après la fin de l'enquête publique. [2 Conformément à l'article 4.4.25, § 4, alinéa deux, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, l'avis comprend l'avis intégral du département. En même temps, la commission compétente pour l'aménagement du territoire transmet les avis, remarques et objections rassemblés à l'organe administratif compétent.]2
  § 7. Si les avis, visés aux paragraphes 3 à 6 inclus, ne sont pas émis dans le délai fixé, il peut être passé outre à l'exigence d'avis.
  § 8. L'autorité compétente décide dans les 120 jours après la fin de l'enquête publique sur la demande d'une attestation planologique. Le Ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire fixe le modèle à cet effet.
  
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 11. Zolang de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, geen modellen heeft vastgesteld met toepassing van artikel 2, 1°, 9, § 1, en 10, § 8, worden voor de aanvraag van een planologisch attest, de bekendmaking van de aanvraag en de beslissing over de aanvraag de modellen gebruikt die gevoegd zijn als bijlage bij dit besluit.
  Zolang de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, geen vormvereisten heeft bepaald voor de bekendmaking van het openbaar onderzoek bedoeld in artikel 9, § 1, geldt dat de bekendmaking in kwestie met zwarte letters op geel papier is gedrukt en ten minste een A3-formaat heeft.
Art. 11. Tant que le Ministre flamand, chargé de l'aménagement du territoire, n'a pas fixé des modèles en application de l'article 2, 1°, 9, § 1er, et 10, § 8, les modèles joint en annexe au présent arrêté seront utilisés pour la demande de l'attestation planologique, la notification de la demande et la décision relative à la demande.
  Tant que le Ministre flamand, chargé de l'aménagement du territoire, n'a pas fixé des exigences quant à la forme de la publication de l'enquête publique visée à l'article 9, § 1er, la règle stipule que la notification en question est imprimée en caractères noirs sur du papier jaune et a au moins le format A3.
Art. 12. De bepalingen van de hoofdstukken II tot V van dit besluit zijn van toepassing op aanvragen die ingediend worden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Aanvragen van een planologisch attest die ingediend zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden afgehandeld overeenkomstig de regeling die gold voorafgaand aan die datum.
Art. 12. Les dispositions des chapitres II à V du présent arrêté s'appliquent aux demandes qui sont introduites à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté. Les demandes d'une attestation planologique qui ont été introduites avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, sont traités conformément aux règlement en vigueur avant cette date.
Art.12/1. [1 Voor de toepassing van artikel 5, § 1, 2°, b) en c), en artikel 7, § 1, tweede en derde lid, van dit besluit wordt ook na de vervanging van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen door het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, vermeld in artikel 2.1.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of de vervanging van provinciale ruimtelijke structuurplannen door provinciale ruimtelijke beleidsplannen als vermeld in artikel 2.1.8 van de voormelde codex, gebruikgemaakt van de selecties, opdrachten of afbakeningen, opgenomen in of uitgevoerd op grond van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of de provinciale ruimtelijke structuurplannen zoals ze tot dan toe golden.]1
  
Art.12/1. [1 Aux fins de l'application de l'article 5, § 1er, 2°, b) et c), et de l'article 7, § 1er, alinéas 2 et 3, il est fait usage, également après le remplacement du Schéma de Structure d'Aménagement de la Flandre par le Plan de politique spatiale pour la Flandre, visé à l'article 2.1.5 du Code flamand de l'aménagement du territoire ou le remplacement des schémas de structure d'aménagement provinciaux par des plans de politique spatiale provinciaux tels que visés à l'article 2.1.8 du Code précité, des sélections, tâches ou délimitations reprises dans ou exécutées en vertu du Schéma de Structure d'Aménagement de la Flandre ou des schémas de structure d'aménagement provinciaux tels qu'ils s'appliquaient jusqu'alors.]1
  
Art. 13. Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 tot bepaling van de nadere regels voor de aanvraag en de afgifte van het planologisch attest, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, 7 juli 2006 en 29 mei 2009, wordt opgeheven.
Art. 13. L'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juin 2004 fixant les règles détaillées en matière de la demande et de la délivrance de l'attestation planologique, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 juin 2006, 7 juillet 2006 et 29 mai 2009, est abrogé.
Art. 14. De volgende regelgevende teksten treden in werking dertig dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad :
  1° artikel 3 en 4 van het decreet van 8 juli 2011 tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  2° artikel 11 van het decreet van 18 november 2011 tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en van het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, wat betreft de adviesorganen;
  3° dit besluit.
Art. 14. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur trente jours après la publication du présent arrêté au Moniteur belge :
  1° les articles 3 et 4 du décret du 8 juillet 2011 modifiant diverses dispositions du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  2° l'article 11 du décret du 18 novembre 2011 modifiant le Code flamand de l'Aménagement du Territoire et modifiant le décret du 10 mars 2006 portant création d'un Conseil d'avis stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier, pour ce qui concerne les organes consultatifs;
  3° le présent arrêté.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Model I. - Aanvraag van een planologisch attest
  (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-07-2013, p. 41540-41541)
  Gewijzigd door:
  
Art. N1. Modèle I. - Demande d'une attestation planologique
  (Modèle non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-07-2013, p. 41551-41552)
  Modifié par:
  
Art. N2. Model II. - Planologisch attest
  (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-07-2013, p. 41542-41544)
  Gewijzigd door:
  
Art. N2. Modèle II. - Attestation planologique
  (Modèle non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-07-2013, p. 41553-41555)
  Modifié par:
  
Art. N3. Model III.- Bekendmaking van een aanvraag van een planologisch attest
  (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-07-2013, p. 41545)
Art. N3. Modèle III.- Publication d'une demande d'une attestation planologique
  (Modèle non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-07-2013, p. 41556)
  Gewijzigd door:
  
  
  Modifié par: