Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2012. - Decreet betreffende het onderwijs XXII(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-02-2013 en tekstbijwerking tot 13-02-2017)
Titre
21 DECEMBRE 2012. - Décret relatif à l'enseignement XXII(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-02-2013 et mise à jour au 13-02-2017)
Informations sur le document
Numac: 2013035167
Datum: 2012-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035167
Date: 2012-12-21
Moniteur: Voir
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet basisonderwijs Afdeling II. - Opheffingen Afdeling III. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel ... Afdeling III. - Wijziging van besluiten van de ... Afdeling IV. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK IV. - Levenslang leren Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs Afdeling II. - Decreet Volwassenenonderwijs HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs Afdeling I. - Wet tot regeling van de oppensioe... Afdeling II. - Decreet betreffende de universit... Afdeling III. - Decreet betreffende de hogescholen Afdeling IV. - Decreet betreffende de herstruct... Afdeling V. - Decreet betreffende de rechtsposi... Afdeling VI. - Decreet betreffende de flexibili... Afdeling VII. - Decreet betreffende de lerareno... Afdeling VIII. - Decreet betreffende de financi... Afdeling IX. - Overgangsregeling stelsel van kw... Afdeling X. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK VI. - Decreet betreffende de centra v... HOOFDSTUK VII. - Onderwijsinspectie en pedagogi... Afdeling I. - Decreet betreffende de kwaliteit ... Afdeling II. - Decreet betreffende de inspectie... Afdeling III. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK VIII. - Rechtspositie onderwijspersoneel Afdeling I. - Decreet betreffende de rechtsposi... Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspos... Afdeling III. - Wet betreffende de budgettaire ... Afdeling IV. - Decreet van 9 april 1992 betreff... Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs... Afdeling VI. - Uitvoeringsbesluiten inzake ambt... Afdeling VII. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK IX. - Studiefinanciering HOOFDSTUK X. - Andere bepalingen Afdeling I. - Onderhandelingscomités in het vri... Afdeling II. - Decreet betreffende participatie... Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwi... Afdeling IV. - Decreet houdende organisatie en ... Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs... Afdeling VI. - Opheffingen Afdeling VII. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK XI. - Internaten
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires CHAPITRE II. - Enseignement fondamental Section Ire. - Décret relatif à l'enseignement ... Section II. - Abrogations Section III. - Entrée en vigueur CHAPITRE III. - Enseignement secondaire Section Ire. - Code de l'Enseignement secondaire Section II. - Décret relatif au système d'appre... Section III. - Modification d'arrêtés du Gouver... Section IV. - Entrée en vigueur CHAPITRE IV. - Apprentissage tout au long de la... Section Ire. - Enseignement artistique à temps ... Section II. - Décret relatif à l'éducation des ... CHAPITRE V. - Enseignement supérieur Section Ire. - Loi réglant la mise à la retrait... Section II. - Décret relatif aux universités Section III. - Décret relatif aux instituts sup... Section IV. - Décret relatif à la restructurati... Section V. - Décret relatif au statut de l'étud... Section VI. - Décret relatif à la flexibilisati... Section VII. - Décret relatif aux formations de... Section VIII. - Décret relatif au financement d... Section IX. - Régime transitoire système de ges... Section X. - Entrée en vigueur CHAPITRE VI. - Décret relatif aux centres d'enc... CHAPITRE VII. - Inspection de l'Enseignement et... Section Ire. - Décret relatif à la qualité de l... Section II. - Décret relatif à l'inspection et ... Section III. - Entrée en vigueur CHAPITRE VIII. - Statut du personnel enseignant Section Ire. - Décret relatif au statut de cert... Section II. - Décret relatif au statut de certa... Section III. - Loi relative aux propositions bu... Section IV. - Décret du 9 avril 1992 relatif à ... Section V. - Décret relatif à l'enseignement XI... Section VI. - Arrêtés d'exécution en matière de... Section VII. - Entrée en vigueur CHAPITRE IX. - Aide financière aux études CHAPITRE X. - Autres dispositions Section Ire. - Comités de négociation dans l'en... Section II. - Décret relatif à la participation... Section III. -Décret relatif à l'enseignement XIV Section IV. - Décret portant organisation et fo... Section V. - Décret relatif à l'enseignement XXI Section VI. - Abrogations Section VII. - Entrée en vigueur CHAPITRE XI. - Internats
Tekst (267)
Texte (267)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article I.1. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs
CHAPITRE II. - Enseignement fondamental
Afdeling I. - Decreet basisonderwijs
Section Ire. - Décret relatif à l'enseignement fondamental
Art. II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012, wordt het punt 13° vervangen door wat volgt :
  " 13° erkend onderwijs : onderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 62 en erkend is door de Vlaamse Regering zoals bepaald in artikel 63; ".
Art. II.1. A l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2012, le point 13° est remplacé par la disposition suivante :
  " 13° enseignement agréé : enseignement remplissant les conditions fixées à l'article 62 et agréé par le Gouvernement flamand tel que visé à l'article 63; ".
Art. II.2. In artikel 13, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 maart 2009 en 9 juli 2010, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 220 halve dagen aanwezig geweest zijn; halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is; ".
Art. II.2. Dans l'article 13, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 20 mars 2009 et 9 juillet 2010, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° avoir été inscrit au cours de l'année scolaire précédente dans une école néerlandophone d'enseignement maternel agréé par la Communauté flamande et avoir été présent au moins 220 demi-journées pendant cette période; les demi-journées de présence dans l'école maternelle itinérante telle que visée à l'article 168 du présent décret sont considérées comme présence dans l'école agréée où l'élève est inscrit; ".
Art. II.3. Aan artikel 18, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt :
  " halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is; ".
Art. II.3. A l'article 18, § 1er, 1°, du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, il est ajouté un membre de phrase rédigé comme suit :
  " les demi-journées de présence dans l'école maternelle itinérante telle que visée à l'article 168 du présent décret sont considérées comme présence dans l'école agréée où l'élève est inscrit; ".
Art. II.4. In artikel 37, § 3, 9°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009, 1 juli 2011 en 25 november 2011, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
  " Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende de gelijke onderwijskansen-I, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
  Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente. ".
Art. II.4. A l'article 37, § 3, 9°, du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 2 avril 2004, 20 mars 2009, 8 mai 2009, 1 juillet 2011 et 25 novembre 2011, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Les écoles situées dans une commune où est installée une plate-forme locale de concertation, telle que visée au chapitre IV, section Ire, du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans la plate-forme locale de concertation.
  Les écoles situées dans une commune où une plate-forme locale de concertation n'a pas été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles ayant la même langue d'enseignement et étant situées dans ladite commune. ".
Art. II.5. Artikel 37ter, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en vervangen door het decreet van 8 juni 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Elke inschrijvingsperiode begint met de verschillende voorrangsperiodes, waarbij voorrang wordt verleend aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quater, 37quinquies, 37sexies en 37septies.
  Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen genomen worden.
  Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen of apart starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Indien de betrokken scholen gelegen zijn in het werkingsgebied van een LOP, moet de voorrangsperiode voor de leerlingen vermeld in artikel 37septies starten in overeenstemming met artikel 37bis, § 3. Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4.
  Met uitzondering van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quinquies, duurt elke voorrangsperiode minimaal twee weken. Binnen elke voorrangsperiode gebeuren de inschrijvingen chronologisch.
  In afwijking van het eerste lid zijn scholen voor type 5 niet verplicht om de voorrangsperiodes te hanteren. ".
Art. II.5. L'article 37ter, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et remplacé par le décret du 8 juin 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Chaque période d'inscription commence avec les différentes périodes prioritaires, où priorité est donnée aux élèves mentionnés aux articles 37quater, 37quinquies, 37sexies et 37septies.
  A condition qu'aucun élève saisi par les périodes prioritaires concernées ne soit refusé pour cause de dépassement de la capacité fixée telle que visée à l'article 37novies, § 4, deux ou plusieurs périodes prioritaires peuvent être groupées pour les inscriptions pour une année scolaire déterminée.
  A condition qu'aucun élève saisi par les périodes prioritaires concernées ne soit refusé pour cause de dépassement de la capacité fixée telle que visée à l'article 37novies, § 4, deux ou plusieurs périodes prioritaires pour les inscriptions à une année scolaire déterminée peuvent démarrer ensemble ou séparément à partir du premier jour de classe de septembre de l'année scolaire précédente. Si les écoles concernées sont situées dans la zone d'action d'une LOP, la période prioritaire portant sur les élèves visés à l'article 37septies doit démarrer conformément à l'article 37bis, § 3. Si les écoles concernées sont situées en dehors de la zone d'action d'une LOP, les inscriptions des élèves non saisis par une période prioritaire peuvent, ensemble ou non avec les inscriptions des élèves saisis par une période prioritaire, également démarrer à partir du premier jour de classe de septembre de l'année scolaire précédente, à condition qu'aucun élève ne soit refusé pour cause de dépassement de la capacité fixée telle que visée à l'article 37novies, § 4.
  A l'exception de la période prioritaire visée à l'article 37quinquies, chaque période prioritaire dure deux semaines au moins. Dans chacune des périodes prioritaires, les inscriptions se font de manière chronologique.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les écoles de type 5 ne sont pas obligées d'utiliser les périodes prioritaires. ".
Art. II.6. Aan artikel 44, § 2, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De eindtermen worden ontwikkeld gebruikmakend van descriptorelementen vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. II.6. A l'article 44, § 2, 2°, du même décret, modifié par le décret du 14 février 2003, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  Les objectifs finaux sont développés à l'aide des éléments de descripteur visés à l'article 6 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. II.7. In hetzelfde decreet wordt in artikel 51, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 1 juli 2011, na de paragraaf 2, bij de volgende paragraaf de vermelding " § 3 " vervangen door de vermelding " § 2bis ".
Art. II.7. A l'article 51 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001 et 1er juillet 2011, la mention " § 3 " reprise dans le paragraphe après le paragraphe 2 est remplacé par la mention " § 2bis ".
Art. II.8. Artikel 62, § 1, 9°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001 wordt vervangen door wat volgt :
  " 9° de reglementering betreffende eindtermen, ontwikkelingsdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en handelingsplannen naleven, ".
Art. II.8. L'article 62, § 1er, 9°, du même décret, modifié par le décret du 13 juillet 2001, est remplacé par la disposition suivante :
  " 9° respecte la réglementation en matière d'objectifs finaux, d'objectifs de développement ou, à partir d'une date à fixer par le Gouvernement flamand, les qualifications d'enseignement reconnues, programmes d'études et plans d'action; ".
Art. II.9. Artikel 71 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. II.9. L'article 71 du même décret est abrogé.
Art. II.10. In artikel 73, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 10 juli 2003, worden de woorden " het departement " vervangen door het woord " Agodi ".
Art. II.10. A l'article 73, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001 et 10 juillet 2003, les mots " le département " sont remplacés par le mot " AgODi ".
Art. II.11. In hetzelfde decreet wordt artikel 75, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001, opgeheven.
Art. II.11. Dans le même décret, l'article 75, modifié par le décret du 13 juillet 2001, est abrogé.
Art. II.12. In artikel 107 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 10 juli 2003, worden de woorden " het departement onderwijs " vervangen door de woorden " het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ".
Art. II.12. A l'article 107, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 1997 et 10 juillet 2003, les mots " Département de l'Enseignement " sont remplacés par les mots " Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ".
Art. II.13. In artikel 125terdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, worden de woorden " het departement " vervangen door het woord " Agodi ".
Art. II.13. A l'article 125terdecies du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003, les mots " au Département " sont remplacés par les mots " à AgODi ".
Art. II.14. In artikel 125quaterdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, worden de woorden " het departement " vervangen door het woord " Agodi ".
Art. II.14. A l'article 125quaterdecies du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003, les mots " au Département " sont remplacés par les mots " à AgODi ".
Art. II.15. In artikel 143 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003 en 6 juli 2012, worden de woorden " het departement " vervangen door het woord " Agodi ".
Art. II.15. A l'article 143 du même décret, modifié par les décrets des 10 juillet 2003 et 6 juillet 2012, les mots " au département " sont remplacés par les mots " à AgODi ".
Art. II.16. In artikel 144 van hetzelfde decreet worden de woorden " het departement " vervangen door de woorden " het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ".
Art. II.16. A l'article 144 du même décret, les mots " au département " sont remplacés par les mots " au Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ".
Art. II.17. In artikel 153sexies, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 22 juni 2007, 4 juli 2008 en 8 mei 2009, worden de woorden " het departement " vervangen door het woord " Agodi ".
Art. II.17. A l'article 153sexies, § 5, du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003, modifié par les décrets des 15 juillet 2005, 22 juin 2007, 4 juillet 2008 et 8 mai 2009, les mots " au Département " sont remplacés par les mots " à AgODi ".
Art. II.18. In artikel 154 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 8 mei 2009, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ".
Art. II.18. A l'article 154 du même décret, modifié par les décrets des 14 juillet 1998 et 8 mai 2009, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. L'autorité scolaire peut, à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 76 ou de la prime de soutien flamande versée par le VDAB, engager du personnel. Dans l'enseignement communautaire, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement fondamental visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement fondamental visées à l'article 4, § 1er, a, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement communautaire par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement subventionné par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Onderwijsdiensten' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, de l'autorité scolaire. ".
Art. II.19. In het hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk XI, de titel van de afdeling 1, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, vervangen door wat volgt :
  " Afdeling 1. - Rijdende kleuterschool Vlaanderen "
Art. II.19. Au chapitre XI du même décret, le titre de la section 1re, insérée par le décret du 10 juillet 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1re. - Ecole maternelle itinérante flamande ".
Art. II.20. In hetzelfde decreet wordt artikel 168, opgeheven door het decreet van 9 december 2005, opnieuw opgenomen, in volgende lezing :
  " Art. 168. Een vereniging zonder winstoogmerk ontvangt de in artikel 169 bedoelde subsidie als ze voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° zij stelt zich tot doel en organiseert een rijdende kleuterschool ter bevordering van de participatie van de kleuters van de kermisuitbaters;
  2° zij leeft de erkenningsvoorwaarden na die zijn opgenomen in artikel 62, § 1, 2°, 5°, 6°, 7° en 11° ;
  3° zij voorziet onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden omvat zoals vermeld in artikel 39. De geformuleerde ontwikkelingsdoelen voor deze leergebieden, zoals vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd;
  4° zij houdt zich aan de bepalingen zoals vermeld in de artikelen 27 en 27bis;
  5° zij aanvaardt enkel kleuters die zijn ingeschreven in een erkende school;
  6° zij bezorgt jaarlijks een financieel verslag ten laatste op 15 juli met betrekking tot het afgelopen schooljaar. ".
Art. II.20. Dans le même décret, l'article 168, abrogé par le décret du 9 décembre 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 168. Une association sans but lucratif reçoit la subvention visée à l'article 169, si elle remplit les conditions suivantes :
  1° elle a pour but et organise une école maternelle itinérante visant à promouvoir la participation des jeunes enfants des forains;
  2° elle observe les conditions d'agrément étant reprises à l'article 62, § 1er, 2°, 5°, 6°, 7° et 11° ;
  3° elle pourvoit en une offre d'enseignement comprenant au moins les domaines d'apprentissage visés à l'article 39. Les objectifs de développement formulés pour ces disciplines, tels que visés à l'article 44, sont poursuivis;
  4° elle respecte les dispositions telles que visées aux articles 27 et 27bis;
  5° elle accepte seulement des petits enfants inscrits dans une école agréée;
  6° elle dresse annuellement, au plus tard le 15 juillet, un rapport financier sur l'année scolaire écoulée. ".
Art. II.21. In hetzelfde decreet wordt artikel 169, opgeheven door het decreet van 9 december 2005, opnieuw opgenomen, in volgende lezing :
  " Art. 169. § 1. Vanaf het begrotingsjaar 2013 wordt jaarlijks aan deze vzw een subsidie toegekend van 28.000 euro met betrekking tot het project de rijdende kleuterschool Vlaanderen. De subsidie toegekend in begrotingsjaar X, dient voor de uitgaven voor het schooljaar (X, X+1).
  § 2. De subsidie, vermeld in § 1, wordt als volgt uitbetaald :
  1° een eerste schijf van 80 % uiterlijk 1 maand na ondertekening van het subsidiebesluit;
  2° een saldo van 20 % nadat het financieel verslag, vermeld in artikel 168 goedgekeurd is.
  § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt de subsidie die aan deze vzw toegekend wordt jaarlijks geïndexeerd aan 75 % van de gezondheidsindex.
  § 4. Er kan jaarlijks slechts één vzw de subsidie ontvangen.
  De regering bepaalt de verdere regels over de aanvraag en de toekenning van de subsidie, vermeld in § 1. ".
Art. II.21. Dans le même décret, l'article 169, abrogé par le décret du 9 décembre 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 169. § 1er. A partir de l'année budgétaire 2013, une subvention annuelle de 28.000 euros est octroyée à cette ASBL concernant le projet de l'école maternelle itinérante flamande. La subvention octroyée dans l'année budgétaire X sert à couvrir les dépenses de l'année scolaire (X, X+1).
  § 2. La subvention visée au § 1er est payée comme suit :
  1° une première tranche de 80 % au plus tard un mois après la signature de l'arrêté de subvention;
  2° un solde de 20 % après approbation du rapport financier visé à l'article 168.
  § 3. A partir de l'année budgétaire 2014, la subvention accordée à cette ASBL est indexée annuellement à 75 % de l'indice de santé.
  § 4. Chaque année, il n'y a qu'une seule ASBL qui puisse obtenir la subvention.
  Le Gouvernement fixe les modalités pour la demande et l'octroi de la subvention visée au § 1er. ".
Afdeling II. - Opheffingen
Section II. - Abrogations
Art. II.22. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 1998 betreffende het tijdelijke project onderwijsvoorrang in het basisonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 en bekrachtigd bij het decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs van 9 december 2005, wordt opgeheven.
Art. II.22. L'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 1998 concernant le projet temporaire 'enseignement prioritaire' dans l'enseignement fondamental, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 et sanctionné par le décret du 9 décembre 2005 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement, est abrogé.
Art. II.23. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999 betreffende de toekenning van extra lestijden voor scholen van het basisonderwijs in de rand- en taalgrensgemeenten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 en bekrachtigd bij het decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onder- wijs van 9 december 2005, wordt opgeheven.
Art. II.23. L'arrêté du Gouvernement flamand du 19 janvier 1999 relatif à l'octroi de périodes additionnelles aux écoles de l'enseignement fondamental dans les communes du 'Vlaamse Rand' et de la frontière linguistique, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2001 et sanctionné par le décret du 9 décembre 2005 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement, est abrogé.
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Section III. - Entrée en vigueur
Art. II.24. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel II.11 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.
  Artikel II.23 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.
  Artikel II.22 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.
  Artikel II.5 en II.18 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel II.6 treedt in werking op 1 januari 2013.
  [1 Artikel II.21, § 4, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.]1
  
Art. II.24. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  L'article II.11 produit ses effets le 1er septembre 2002.
  L'article II.23 produit ses effets le 1er septembre 2005.
  L'article II.22 produit ses effets le 1er septembre 2009.
  Les articles II.5 et II.18 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  L'article II.6 entre en vigueur le 1er janvier 2013.
  [1 L'article II.21, § 4, produit ses effets le 1er janvier 2013.]1
  
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Section Ire. - Code de l'Enseignement secondaire
Art. III.1. In artikel 2 van de Codex Secundair Onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011 en 25 november 2011, wordt in paragraaf 2 het getal " 251 " vervangen door het getal " 251/1 ".
Art. III.1. Au paragraphe 2 de l'article 2 du Code de l'Enseignement secondaire, modifié par les décrets des 1er juillet 2011 et 25 novembre 2011, le nombre " 251 " est remplacé par le nombre " 251/1 ".
Art. III.2. In artikel 3 van dezelfde codex gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011 en 25 november 2011, wordt punt 47° vervangen door wat volgt :
  " 47° voltijds secundair onderwijs :
  - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
  - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
  - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt, ".
Art. III.2. A l'article 3 du même Code, modifié par les décrets des 1er juillet 2011 et 25 novembre 2011, le point 47° est remplacé par la disposition suivante :
  " 47° enseignement secondaire à temps plein :
  - l'enseignement dispensé à des élèves réguliers de l'enseignement secondaire ordinaire et de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial à raison d'au moins 28 heures de cours hebdomadaires pendant 40 semaines par an, ou pendant 20 semaines par an dans les subdivisions structurelles pour lesquelles la durée est exprimée en semestres et compte tenu du nombre maximum d'heures de cours hebdomadaires étant admissible au financement ou aux subventions;
  - l'enseignement dispensé à des élèves réguliers des formes d'enseignement 1, 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial à raison d'au moins 32 heures de cours hebdomadaires pendant 40 semaines par an et compte tenu du nombre maximum d'heures de cours hebdomadaires étant admissible au financement ou aux subventions;
  - l'enseignement dispensé à des apprenants réguliers de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 à raison d'au moins 36 heures de cours hebdomadaires et compte tenu du nombre maximum d'heures de cours hebdomadaires étant admissible au financement ou aux subventions; ".
Art. III.3. In artikel 14 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden " voorafgaand aan de oprichting " vervangen door de woorden " uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan de oprichting ";
  2° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. De in de erkenning opgenomen structuuronderdelen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 15, § 1, 2°.
  De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende structuuronderdelen kunnen worden ingericht.
  Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ".
Art. III.3. A l'article 14 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, les mots " avant la création " sont remplacés par les mots " au plus tard le 1er mai précédant la création ";
  2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les subdivisions structurelles reprises dans l'agrément ne peuvent être organisées que dans des implantations qui remplissent la condition visée à l'article 15, § 1er, 2°.
  La dépêche mentionnée au § 3 reprend les implantations où peuvent être organisées les subdivisions structurelles agréées.
  Préalablement à la mise en service d'une nouvelle implantation au 1er septembre, l'autorité scolaire doit introduire auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', avant le 1er mai, une demande d'approbation de ladite implantation par le Gouvernement flamand. L'implantation est soumise à une inspection. ".
Art. III.4. In artikel 15 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " hetzij op de school " vervangen door de woorden " hetzij op de vestigingsplaats van de school ";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden " voorafgaand aan de oprichting " vervangen door de woorden " uiterlijk op 30 november voorafgaand aan de oprichting ";
  3° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. De in de financiering of subsidiëring opgenomen structuuronderdelen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde structuuronderdelen kunnen worden ingericht.
  Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ".
Art. III.4. A l'article 15 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " soit sur l'école " sont remplacés par les mots " soit sur l'implantation de l'école ";
  2° au paragraphe 2, les mots " avant la création " sont remplacés par les mots " au plus tard le 30 novembre précédant la création ";
  3° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les subdivisions structurelles reprises dans le financement ou le subventionnement ne peuvent être organisées que dans des implantations qui remplissent la condition visée au § 1er, 2°. La dépêche mentionnée au § 3 reprend les implantations où peuvent être organisées les subdivisions structurelles financées ou subventionnées.
  Préalablement à la mise en service d'une nouvelle implantation au 1er septembre, l'autorité scolaire doit introduire auprès de l' 'Agentschap voor Onderwijsdiensten', avant le 1er mai, une demande d'approbation de ladite implantation par le Gouvernement flamand. L'implantation est soumise à une inspection. ".
Art. III.5. In deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde codex wordt de onderafdeling 5, Bedrijfsstages, die bestaat uit de artikelen 33 en 34, opgeheven.
Art. III.5. Dans la partie III, chapitre 3, section 2, du même Code, la sous-section 5, Stages en entreprise, comprenant les articles 33 et 34, est abrogée.
Art. III.6. In artikel 101 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  " Met behoud van de erkenning wordt de financiering of subsidiëring van een school die niet meer voldoet aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden of een structuuronderdeel ervan dat niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk ingehouden. ";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Met inachtneming van artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, kan de Vlaamse Regering de erkenning van een school of een vestigingsplaats of structuuronderdeel ervan opheffen. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs kan de Vlaamse Regering de opheffing van de erkenning ook beperken tot opheffing van de bevoegdheid om bepaalde eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ".
Art. III.6. A l'article 101 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Tout en conservant l'agrément, le financement ou le subventionnement d'une école qui ne remplit plus toutes les conditions de financement ou de subventionnement ou d'une subdivision structurelle de cette école qui ne remplit plus toutes ces conditions, est retenu en tout ou en partie par le Gouvernement flamand. ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le Gouvernement flamand peut supprimer l'agrément d'une école, d'une implantation ou d'une subdivision structurelle de celle-ci en tenant compte des articles 36 à 42 inclus du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. Dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, le Gouvernement flamand peut également limiter la suppression de l'agrément à la suppression de la compétence de délivrer certains certificats de fin d'études identiques à ceux de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. ".
Art. III.7. In artikel 110/2, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2012, wordt aan het derde lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling wordt geweigerd omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 110/9, § 4. ".
Art. III.7. A l'article 110/2, § 1er, du même Code, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié par le décret du 8 juin 2012, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Si les écoles concernées sont situées en dehors de la zone d'action d'une LOP, les inscriptions des élèves non saisis par une période prioritaire peuvent, ensemble ou non avec les inscriptions des élèves saisis par une période prioritaire, également démarrer à partir du premier jour de classe après les vacances de Noël de l'année scolaire précédente, à condition qu'aucun élève ne soit refusé pour cause de dépassement de la capacité fixée visée à l'article 110/9, § 4. ".
Art. III.8. In artikel 115 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de huidige bepalingen worden ondergebracht in een paragraaf 1;
  2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. Een welbepaalde bekrachtiging van de studie impliceert dat de betrokken leerling geacht wordt het overeenkomstig studietraject volledig en met vrucht te hebben doorlopen, ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht het feit of dat traject uit leerjaren of een ander ordeningscriterium bestaat. ".
Art. III.8. A l'article 115 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° les dispositions actuelles sont reprises au paragraphe 1er;
  2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Une validation déterminée des études implique, que l'élève concerné est censé avoir parcouru entièrement et avec fruit le parcours de formation correspondant, quel que soit le moment de son entrée dans le parcours et quel que soit le mode de composition de ce parcours, des années d'études ou autre critère de classement. ".
Art. III.9. In artikel 124 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Uiterlijk op 1 september 2014 zet het betrokken schoolbestuur het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs aangeduid als naamloos leerjaar om, naar keuze, naar twee opties van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, aangeduid als specialisatiejaar, binnen het geheel van opties zoals door de Vlaamse Regering bepaald en zonder dat deze omzetting er mag toe leiden dat in de school een niet-bestaand studiegebied wordt opgericht. De omzetting is voor het betrokken schoolbestuur geen verplichting indien de basisvorming uit ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren algemene vakken bestaat, als vermeld in artikel 157, § 4. ".
Art. III.9. A l'article 124 du même Code, modifié par le décret du 1 juillet 2011, il est ajouté un alinéa quatre, rédigé comme suit :
  " Au plus tard le 1er septembre 2014, l'autorité scolaire concernée transforme la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire indiquée comme année d'études anonyme, au chois, en deux options de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, indiquée comme année de spécialisation, dans l'ensemble d'options telles que définies par le Gouvernement flamand et sans que cette transformation ne puisse avoir pour conséquence qu'une discipline non existante est créée dans l'école. La conversion n'est pas une obligation pour l'autorité scolaire concernée, si la formation de base comprend au moins vingt-huit heures de cours hebdomadaires 'cours généraux', tels que visés à l'article 157, § 4. ".
Art. III.10. Artikel 136/3 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 136/3. § 1. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten :
  1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar voor een leerling met topcultuurstatuut teneinde, tijdens die vrijgestelde periodes, zijn artistieke talenten verder te ontwikkelen, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen;
  2° in voorkomend geval :
  a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
  b) moet voorafgaandelijk een selectiecommissie aan de leerling het topcultuurstatuut A, indien de leerling opteert voor een structuuronderdeel van het kunstsecundair onderwijs, of het topcultuurstatuut B, indien de leerling opteert voor een structuuronderdeel van het algemeen, het technisch of het beroepssecundair onderwijs, hebben toegekend;
  c) worden individuele vrijstellingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;
  d) doen individuele vrijstellingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging;
  e) vindt de talentontwikkeling plaats :
  - bij topcultuurstatuut A : via individueel onderricht binnen de school of in een artistieke leercontext buiten de school, verstrekt door een aan de school externe deskundige lesgever die eventueel fungeert in het stelsel van voordrachtgever of onderwijs;
  - bij topcultuurstatuut B : via individueel onderricht in een artistieke leercontext buiten de school, verstrekt door een aan de school externe deskundige lesgever die eventueel personeelslid is van een instelling voor hoger kunstonderwijs of deeltijds kunstonderwijs.
  § 2. Met het oog op de samenstelling van de selectiecommissie leggen de ministers, bevoegd voor onderwijs en cultuur, een pool aan van specialisten uit het hoger kunstonderwijs en het professionele kunstenlandschap.
  De selectiecommissie stelt een intern werkreglement op en bepaalt de selectiecriteria die ze hanteert, waaronder alleszins het talentenprofiel van de leerling en het kwalitatief niveau van de externe lesgever of van de context.
  De selectiecommissie komt eenmaal per jaar samen om te beslissen over alle ingediende schriftelijke en gemotiveerde aanvragen van de betrokken personen tot toekenning van het topcultuurstatuut. Daartoe moeten de aanvragen uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar worden ingediend. Onverminderd het in het eerste lid gestelde, gebeurt de effectieve samenstelling van de selectiecommissie in functie van de aard van de te beoordelen artistieke talenten van de leerling in kwestie.
  § 3. De selectiecommissie kan bijkomend het recht verlenen aan de leerling om maximaal 90 halve lesdagen per schooljaar gewettigd afwezig te zijn op school, teneinde deel te nemen aan wedstrijden, stages, masterclasses of andere school-extramurale activiteiten die rechtstreeks aanleunen bij de artistieke discipline van de leerling.
  § 4. Het topcultuurstatuut geldt voor één schooljaar en is, na aanvraag, hernieuwbaar. ".
Art. III.10. L'article 136/3 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 136/3. § 1er. L'autorité scolaire peut, sur la base d'arguments pédagogiques spécifiques et en vue d'offrir plus de parcours d'apprentissage individuels, décider de déroger, pour un élève ou un groupe d'élèves, à la condition, visée à l'article 252, § 1er, a), 2), aux modalités suivantes :
  1° l'exemption individuelle de suivre certaines parties de la formation d'une certaine subdivision structurelle pendant une partie de l'année scolaire ou toute l'année scolaire pour un élève en possession d'un statut d'artiste de haut niveau, lui permettant de développer, pendant ces périodes d'exemption, ses talents artistiques, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur, suivant le cas, prenne une décision favorable et moyennant l'accord des personnes concernées;
  2° le cas échéant :
  a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant et par dérogation à la réglementation en vigueur, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
  b) une commission de sélection doit avoir accordé à l'élève le statut d'artiste de haut niveau A, si l'élève opte pour une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire artistique, ou le statut d'artiste de haut niveau B, si l'élève opte pour une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire général, technique ou professionnel;
  c) les exemptions individuelles sont fixés par écrit et motivés;
  d) les exemptions individuelles ne portent pas préjudice à la validation des études;
  e) le développement des talents a lieu :
  - pour le statut d'artiste de haut niveau A : par le biais d'un enseignement individuel au sein de l'école ou dans un contexte d'apprentissage artistique en dehors de l'école, dispensé par un enseignant expert externe à l'école agissant éventuellement dans le régime de conférencier ou étant membre du personnel d'une institution d'enseignement supérieur artistique ou d'enseignement artistique à temps partiel;
  - pour le statut d'artiste de haut niveau B : par le biais d'un enseignement individuel dans un contexte d'apprentissage artistique en dehors de l'école, dispensé par un enseignant expert externe à l'école étant éventuellement membre du personnel d'une institution d'enseignement supérieur artistique ou d'enseignement artistique à temps partiel.
  § 2. En vue de la composition de la commission de sélection, les ministres chargés de l'enseignement et de la culture constituent un pool de spécialistes issus de l'enseignement supérieur artistique et du paysage artistique professionnel.
  La commission de sélection dresse un règlement de travail interne et définit les critères de sélection qu'elle utilise, dont en tout cas le profil des talents de l'élève et le niveau qualitatif de l'enseignant ou du contexte.
  La commission de sélection se réunit une fois par an afin de décider quant à toutes les demandes d'octroi du statut d'artiste de haut niveau écrites et motivées introduites des personnes intéressées. A cet effet, les demandes doivent être introduites au plus tard le 1er avril de l'année scolaire précédente. Sans préjudice des dispositions reprises à l'alinéa premier, la composition effective de la commission de sélection se fait en fonction de la nature des talents artistiques à évaluer de l'élève en question.
  § 3. La commission de sélection peut en plus accorder à l'élève le droit d'être absent de manière justifié à l'école pendant au maximum 90 demi-journées de classe par année scolaire, afin de participer à des concours, stages, masterclasses ou autres activités scolaires extra-muros ayant un lien direct avec la discipline artistique de l'élève.
  § 4. Le statut d'artiste de haut niveau est acquis pour une année scolaire et est renouvelable sur demande. ".
Art. III.11. Artikel 137 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. III.11. L'article 137 du même Code est abrogé.
Art. III.12. In het tweede lid van artikel 149 van dezelfde codex wordt de hierna vermelde zinsnede geschrapt " , die worden georganiseerd in de eerste en tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad ".
Art. III.12. Dans l'alinéa deux de l'article 149 du même Code, le membre de phrase mentionné ci-après est supprimé : " , qui sont organisés dans le premier et le deuxième degré et en première année d'études du troisième degré ".
Art. III.13. Artikel 150 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 150. Een school kan in elk structuuronderdeel inhaallessen organiseren. ".
Art. III.13. L'article 150 du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 150. Une école peut organiser des cours de rattrapage dans chaque subdivision structurelle. ".
Art. III.14. In artikel 156, paragraaf 3, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het vierde streepje wordt vervangen door wat volgt :
  " - maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde; ";
  2° het zevende streepje wordt opgeheven.
Art. III.14. A l'article 156, paragraphe 3, du même Code, modifié par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le quatrième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - éducation sociale ou sciences naturelles et histoire et/ou géographie; ";
  2° le septième tiret est abrogé.
Art. III.15. In artikel 157 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 wordt het derde streepje vervangen door wat volgt :
  " - maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde; ";
  2° in paragraaf 3 wordt het zesde streepje opgeheven;
  3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede " worden ten minste twaalf wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming, die bestaat " vervangen door de zinsnede " bestaat de basisvorming ";
  4° in paragraaf 4 wordt tussen het laatste en voorlaatste lid een nieuw lid ingevoegd dat luidt als volgt :
  " Indien dit leerjaar wordt ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar worden ten minste twaalf wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming. Indien dit leerjaar wordt ingericht onder de vorm van een naamloos leerjaar worden ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming. ".
Art. III.15. A l'article 157 du même Code, modifié par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 3, le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " - éducation sociale ou sciences naturelles et histoire et/ou géographie; ";
  2° au paragraphe 3, le sixième tiret est abrogé;
  3° au paragraphe 4, le membre de phrase " au moins douze heures de cours hebdomadaires sont consacrées à la formation de base, se composant " est remplacé par le membre de phrase " la formation de base se compose ";
  4° au paragraphe 4, un nouvel alinéa est inséré entre le dernier alinéa et l'avant-dernier alinéa et s'énonce comme suit :
  " Si cette année d'études est organisée en tant qu'année de spécialisation, au moins douze heures de cours hebdomadaires seront consacrées à la formation de base. Si cette année d'études est organisée sous la forme d'une année d'étude anonyme, au moins vingt-huit heures de cours hebdomadaires seront consacrées à la formation de base. ".
Art. III.16. In artikel 160 van dezelfde codex wordt in het tweede lid het woord " kwalificaties " vervangen door de woorden " erkende beroepskwalificaties ".
Art. III.16. Dans l'article 160, alinéa deux, du même Code, le mot " qualifications " est remplacé par les mots " qualifications professionnelles reconnues ".
Art. III.17. In artikel 174 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden na het woord " structuuronderdeel " de woorden " , met uitzondering van het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers " ingevoegd;
  2° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. In uitzonderlijke gevallen kan de Vlaamse Regering aan een scholengemeenschap toelating geven tot programmatie van het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers :
  1° na schriftelijke aanvraag van het bestuur van de scholengemeenschap, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd onderhandelingscomité van de scholengemeenschap; en
  2° na advies binnen 10 werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie. ".
Art. III.17. A l'article 174 du même Code, remplacé par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, les mots " à l'exception de la subdivision structurelle année d'accueil pour primo-arrivants allophones " sont insérés après les mots " une subdivision structurelle ";
  2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Dans des cas exceptionnels, le Gouvernement flamand peut autoriser un centre d'enseignement à programmer la subdivision structurelle année d'accueil pour primo-arrivants allophones :
  1° après demande écrite de l'autorité du centre d'enseignement, déposée auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' le 1er mai au plus tard de l'année scolaire précédente et accompagnée du protocole de négociation en la matière dans le comité de négociation compétent du centre d'enseignement;
  2° après avis dans les 10 jours ouvrables du 'Vlaamse Onderwijsraad' d'une part et de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et de l'Inspection de l'Enseigement d'autre part. ".
Art. III.18. In artikel 198 van dezelfde codex worden de woorden " van het voorafgaand schooljaar, dient " vervangen door de woorden " van de twee voorafgaande schooljaren, dient op 1 september ".
Art. III.18. A l'article 198 du même Code, les mots " de l'année scolaire précédente, n'atteint pas la norme de rationalisation, doit : " sont remplacés par les mots " des deux années scolaires précédentes, n'atteint pas la norme de rationalisation, doit, au 1er septembre, : ".
Art. III.19. Artikel 199 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. III.19. L'article 199 du même Code est abrogé.
Art. III.20. In artikel 200 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° wordt door het schoolbestuur of de schoolbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ";
  2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Ook een afbouw van een school, al dan niet als gevolg van het niet bereiken van de toepasbare rationalisatienorm, wordt door het schoolbestuur in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ".
Art. III.20. A l'article 200 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° est notifiée par l'autorité scolaire ou les autorités scolaires en question, au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente, à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. ";
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " La suppression progressive d'une école, résultant ou non du fait qu'elle n'atteint pas la norme de rationalisation applicable, est également notifiée par l'autorité scolaire en question, au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente, à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. ".
Art. III.21. In artikel 222 van dezelfde codex wordt de aanduiding " § 1 " en vervolgens de eerste zin, opgeheven.
Art. III.21. A l'article 222 du même Code, l'indication " § 1er " et ensuite la première phrase sont abrogées.
Art. III.22. In artikel 226 van dezelfde codex wordt in punt 2° tussen de woorden " scholen en " en de woorden " ten minste " de woorden " , voor alle graden samen, " ingevoegd.
Art. III.22. Dans le point 2° de l'article 226 du même Code, les mots " , pour l'ensemble des grades, " sont insérés entre les mots " aux dispositions de l'article 227 et " et les mots " générer au minimum ".
Art. III.23. In artikel 234 van dezelfde codex wordt in punt 2° tussen de woorden " scholen en " en de woorden " ten minste " de woorden " , voor alle graden samen, " ingevoegd.
Art. III.23. Dans le point 2° de l'article 234 du même Code, les mots " , pour l'ensemble des grades, " sont insérés entre les mots " aux dispositions de l'article 227 et " et les mots " générer au minimum ".
Art. III.24. Aan deel IV, titel 1, hoofdstuk 6, afdeling 2, van dezelfde codex wordt een onderafdeling 6, met een artikel 251/1 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Onderafdeling 6. Personeel ten laste van het werkingsbudget
  Art. 251/1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249 of van de Vlaamse Ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ".
Art. III.24. A la partie IV, titre 1er, chapitre 6, section 2, du même Code, il est ajouté une sous-section 6, comportant un article 251/1, rédigé comme suit :
  " Sous-section 6. - Personnel à charge du budget de fonctionnement
  Art. 251/1. L'autorité scolaire peut, à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 249 ou de la prime de soutien flamande versée par le VDAB, engager du personnel. Dans l'enseignement communautaire, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement secondaire ordinaire visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement secondaire ordinaire visées à l'article 4, § 1er, a, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement communautaire par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement subventionné par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Onderwijsdiensten' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, de l'autorité scolaire. ".
Art. III.25. In artikel 274, § 1, van dezelfde codex wordt een punt 4 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 4. De fusie wordt door het schoolbestuur of de schoolbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ".
Art. III.25. L'article 274, § 1er, du même Code, est complété par un point 4 rédigé comme suit :
  " 4. La fusion est notifiée par l'autorité scolaire ou les autorités scolaires en question, au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente, à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. ".
Art. III.26. Artikel 316 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. III.26. L'article 316 du même Code est abrogé.
Art. III.27. In artikel 318 van dezelfde codex worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven.
Art. III.27. A l'article 318 du même Code, les paragraphes 2 et 3 sont abrogés.
Art. III.28. In artikel 319 van dezelfde codex wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. III.28. A l'article 319 du même Code, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. III.29. Aan deel V, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde codex wordt een onderafdeling 7, met een artikel 332/1 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Onderafdeling 7. Personeel ten laste van het werkingsbudget
  Artikel 332/1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329 of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ".
Art. III.29. A la partie V, titre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est ajouté une sous-section 7, comportant un article 332/1, rédigé comme suit :
  " Sous-section 7. - Personnel à charge du budget de fonctionnement
  Article 332/1. L'autorité scolaire peut, à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 329 ou de la prime de soutien flamande versée par le VDAB, engager du personnel. Dans l'enseignement communautaire, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement secondaire spécial visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, une autorité scolaire peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement secondaire spécial visées à l'article 4, § 1er, a, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement communautaire par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement subventionné par une autorité scolaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Onderwijsdiensten' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, de l'autorité scolaire. ".
Art. III.30. In artikel 343 van dezelfde codex wordt in het tweede lid het woord " kwalificaties " vervangen door de woorden " erkende beroepskwalificaties ".
Art. III.30. Dans l'article 343, alinéa deux, du même Code, le mot " qualifications " est remplacé par les mots " qualifications professionnelles reconnues ".
Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel van leren en werken
Section II. - Décret relatif au système d'apprentissage et de travail
Art. III.31. In artikel 10 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " Om erkend te worden, moet een centrum aan alle onderstaande voorwaarden samen voldoen " vervangen door de woorden " Een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt erkend als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op de opleiding in kwestie hetzij op de vestigingsplaats van het centrum dat het organiseert, samen is voldaan ";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Uitsluitend voor een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs die wordt opgericht in een nieuw centrum dat niet ontstaat door een herstructurering van bestaande centra, dient het centrumbestuur, uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, tot erkenning door de Vlaamse Regering. De opleiding wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. De eventuele erkenning kan plaatsvinden vanaf het schooljaar van oprichting van de betrokken opleiding. ";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De in de erkenning opgenomen opleidingen worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken centrumbestuur. Enkel in het geval het centrum niet meer erkend is om bepaalde eindstudiebewijzen uit te reiken identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt dit in de dienstbrief vermeld. ";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De in de erkenning opgenomen opleidingen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende opleidingen kunnen worden ingericht.
  Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het centrumbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ";
  5° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Met inachtneming van artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, kan de Vlaamse Regering de erkenning van een centrum of een vestigingsplaats of opleiding ervan opheffen. Zij kan echter de opheffing van de erkenning ook beperken tot de opheffing van de bevoegdheid om bepaalde eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ".
Art. III.31. A l'article 10 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " Pour être agréé, un centre doit répondre à l'ensemble des conditions suivantes " sont remplacés par les mots " Une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est agréée lorsqu'il est satisfait à l'ensemble des conditions ci-dessous portant soit sur la formation en question, soit sur l'implantation du centre qui l'organise ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Uniquement pour une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel créée auprès d'un centre qui n'est pas issu d'une restructuration de centres existants, l'autorité du centre dépose, au plus tard le 1er mai avant la création, une demande d'agrément par le Gouvernement flamand auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. La formation est assujettie à une inspection. L'agrément éventuel peut avoir lieu à partir de l'année scolaire de création de la formation concernée. ";
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Chaque année scolaire, les formations reprises dans l'agrément sont confirmées et communiquées à l'autorité du centre intéressée, par le biais d'une dépêche de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. Seulement lorsque le centre n'est plus agréé à délivrer certains certificats de fin d'études identiques à ceux de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, ceci est mentionné dans la dépêche. ";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Les formations reprises dans l'agrément ne peuvent être organisées que dans des implantations qui remplissent la condition visée au § 1er, 2°. La dépêche mentionnée au § 3 reprend les implantations où peuvent être organisées les formations agréées.
  Préalablement à la mise en service d'une nouvelle implantation au 1er septembre, l'autorité du centre doit introduire auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', avant le 1er mai, une demande d'approbation de ladite implantation par le Gouvernement flamand. L'implantation est soumise à une inspection. ";
  5° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Le Gouvernement flamand peut supprimer l'agrément d'un centre, d'une implantation ou d'une formation de celui/celle-ci en tenant compte des articles 36 à 42 inclus du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. Il peut également limiter la suppression de l'agrément à la suppression de la compétence de délivrer certains certificats de fin d'études identiques à ceux de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. ".
Art. III.32. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " Om voor financiering of subsidiëring in aanmerking te komen, moet een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan alle onderstaande voorwaarden samen voldoen " vervangen door de woorden " Een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt gefinancierd of gesubsidieerd als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op de opleiding in kwestie hetzij op de vestigingsplaats van het centrum dat het organiseert, samen is voldaan ";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Uitsluitend voor een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs die wordt opgericht in een nieuw centrum dat niet ontstaat door een herstructurering van bestaande centra, dient het centrumbestuur, uiterlijk op 30 november voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, tot financiering of subsidiëring door de Vlaamse Regering. De opleiding wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. De eventuele financiering of subsidiëring kan plaatsvinden vanaf het schooljaar van oprichting van de betrokken opleiding. ";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De in de financiering of subsidiëring opgenomen opleidingen worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken centrumbestuur. ";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De in de financiering of subsidiëring opgenomen opleidingen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde opleidingen kunnen worden ingericht.
  Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het centrumbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ";
  5° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Met behoud van de erkenning wordt de financiering of subsidiëring van een centrum dat niet meer voldoet aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk ingehouden. Die inhouding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld in artikel 10, § 1, 2°, 4° en 5°. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure. ".
Art. III.32. A l'article 11 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " Afin d'être admissible au financement ou aux subventions, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel doit répondre à l'ensemble des conditions ci-dessous " sont remplacés par les mots " Une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est financée ou subventionnée lorsqu'il est satisfait à l'ensemble des conditions ci-dessous portant soit sur la formation en question, soit sur l'implantation du centre qui l'organise ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Uniquement pour une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel créée auprès d'un centre qui n'est pas issu d'une restructuration de centres existants, l'autorité du centre dépose, au plus tard le 30 novembre avant la création, une demande de financement ou de subventionnement par le Gouvernement flamand auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. La formation est assujettie à une inspection. Le financement ou subventionnement éventuel peut avoir lieu à partir de l'année scolaire de création de la formation concernée. ";
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Chaque année scolaire, les formations reprises dans le financement ou le subventionnement sont confirmées et communiquées à l'autorité du centre intéressée, par le biais d'une dépêche de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten'. ";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Les formations reprises dans le financement ou le subventionnement ne peuvent être organisées que dans des implantations qui remplissent la condition visée à l'article 10, § 1er, 2°. La dépêche mentionnée au § 3 reprend les implantations où peuvent être organisées les formations financées ou subventionnées.
  Préalablement à la mise en service d'une nouvelle implantation au 1er septembre, l'autorité du centre doit introduire auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', avant le 1er mai, une demande d'approbation de ladite implantation par le Gouvernement flamand. L'implantation est soumise à une inspection. ";
  5° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Tout en conservant l'agrément, le financement ou le subventionnement d'un centre qui ne remplit plus toutes les conditions de financement ou de subventionnement ou d'une formation de ce centre qui ne remplit plus toutes ces conditions, est retenu en tout ou en partie par le Gouvernement flamand. Cette retenue ne peut se faire que sur proposition de l'inspection de l'enseignement lorsqu'il s'agit des conditions visées à l'article 10, § 1er, 2°, 4° et 5°. Le Gouvernement flamand détermine les modalités complémentaires de cette retenue et règle la procédure de recours. ".
Art. III.33. In hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling I, van hetzelfde decreet wordt een artikel 13bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 13bis. Een fusie van centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt door het centrumbestuur of de centrumbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.
  Een afbouw van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt door het centrumbestuur in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ".
Art. III.33. Le chapitre III, section Ire, sous-section Ire, du même décret, est complété par un article 13bis, rédigé comme suit :
  " Art. 13bis. Une fusion de centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est notifiée par l'autorité du centre ou les autorités des centres en question à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente.
  Une suppression progressive d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est notifiée par l'autorité du centre en question à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente. ".
Art. III.34. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt :
  " Voor de erkenning, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 37 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld.
  Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van Syntra Vlaanderen, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ".
Art. III.34. Dans l'article 15 du même arrêté, les alinéas 1er et deux sont remplacés par la disposition suivante :
  " Pour l'agrément, pendant l'apprentissage, d'une formation d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, toutes les conditions visées à l'article 37 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public 'Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen', doivent être remplies.
  Si ces conditions ne sont plus remplies, le Gouvernement flamand peut, sur la proposition d'un collège composé pour la moitié de membres de l'inspection de l'enseignement et pour la moitié de membres du personnel de 'Syntra Vlaanderen', suspendre progressivement ou non l'agrément pendant l'apprentissage d'un centre ou d'une formation du centre. Il peut cependant limiter la suppression de l'agrément à la suppression progressive ou non de la compétence de délivrer des certificats de fin d'études identiques à ceux de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. ".
Art. III.35. In artikel 16 van hetzelfde decreet worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " Voor de subsidiëring, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 38 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld.
  Met behoud van de erkenning wordt de subsidiëring, binnen de leertijd, van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door Syntra Vlaanderen geheel of gedeeltelijk ingehouden. ".
Art. III.35. Dans l'article 16 du même décret, les alinéas premier et deux sont remplacés par ce qui suit :
  " Pour le subventionnement, pendant l'apprentissage, d'une formation d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, toutes les conditions visées à l'article 38 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public 'Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen', doivent être remplies.
  Tout en conservant l'agrément, le subventionnement, pendant l'apprentissage, d'un centre qui ne remplit plus toutes les conditions de subventionnement ou d'une formation de ce centre qui ne remplit plus toutes ces conditions, est retenu en tout ou en partie par 'Syntra Vlaanderen'. ".
Art. III.36. In paragraaf 1 van artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden in het punt 6° de woorden " georganiseerd worden " vervangen door de woorden " persoonlijke ontwikkelingstrajecten organiseren ".
Art. III.36. Dans l'article 19, paragraphe 1er, point 6°, du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, les mots " être organisé " sont remplacés par les mots " organiser des parcours de développement personnels ".
Art. III.37. In artikel 20, § 2, van het hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2009 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden tussen het woord " nieuw " en het woord " aanbod " de woorden " financierbaar of subsidieerbaar " ingevoegd.
Art. III.37. A l'article 20, § 2, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2009 et modifié par le décret du 9 juillet 2010, les mots " admise au financement ou aux subventions " sont insérés entre les mots " de nouvelle offre " et les mots " à partir de l'année ".
Art. III.38. In artikel 27 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009 en het decreet van 1 juli 2011, wordt in paragraaf 1, in het tweede lid, het punt 3° opgeheven.
Art. III.38. A l'article 27 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009 et le décret du 1er juillet 2011, paragraphe 1er, alinéa deux, le point 3° est abrogé.
Art. III.39. In artikel 35 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan bijkomende bepalingen vastleggen met betrekking tot de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten. ".
Art. III.39. A l'article 35 du même décret, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut fixer des dispositions supplémentaires concernant l'organisation de parcours de développement personnels. ".
Art. III.40. In artikel 40 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen door wat volgt :
  " Een jongere kan niet tot een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd worden toegelaten als hij al in het bezit is van een eindstudiebewijs van dezelfde opleiding, behaald in het secundair onderwijs, in het volwassenenonderwijs, in de leertijd of in de ondernemersopleiding. ".
Art. III.40. A l'article 40 du même décret, l'alinéa premier, modifié par le décret du 8 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Un jeune ne peut pas être admis dans une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou en apprentissage s'il est déjà en possession d'un certificat de fin d'études de la même formation, obtenu dans l'enseignement secondaire, dans l'éducation des adultes, en apprentissage ou dans la formation d'entrepreneurs. ".
Art. III.41. Er wordt in hetzelfde decreet een artikel 69/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 69/1. De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
  Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
  Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
Art. III.41. Dans le même décret, il est inséré un article 69/1, rédigé comme suit :
  " Art. 69/1. Les centres sont autorisés à conférer, aux porteurs du titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
  Les personnes ayant obtenu, par application de la législation relative aux noms et prénoms, une modification de leur nom ou prénom, peuvent introduire, auprès des centres où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande, une demande pour faire remplacer le titre par un titre portant leur nouveau nom.
  La demande doit être assortie du titre original obtenu et des pièces prouvant le changement du nom. ".
Art. III.42. In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010 en 8 juli 2011, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. III.42. A l'article 89 du même décret, modifié par les décrets des 9 juillet 2010 et 8 juillet 2011, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. III.43. In artikel 95 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1/1. Een herziening van het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, voor een bepaald centrum voor deeltijdse vorming kan slechts na indiening van een schriftelijke aanvraag door het betrokken centrumbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar.
  De toekenning van het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, voor een bepaald centrum voor deeltijdse vorming dat met de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten later opstart dan het schooljaar vanaf wanneer het is erkend of heropstart na tijdelijke stopzetting, kan slechts na indiening van een schriftelijke aanvraag door het betrokken centrumbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar.
  De tijdelijke of definitieve stopzetting door een centrum voor deeltijdse vorming van de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten waardoor het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, niet meer wordt toegekend, wordt door het betrokken centrumbestuur aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar. ".
Art. III.43. A l'article 95 du même décret, remplacé par le décret du 8 juillet 2011 et modifié par le décret du 23 décembre 2011, il est ajouté un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
  " § 1/1. Une révision du nombre d'heures de participation telles que visées au § 1er, pour un centre déterminé de formation à temps partiel n'est possible qu'après introduction d'une demande écrite par l'autorité du centre auprès de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten', au plus tard le 31 janvier de l'année scolaire précédente.
  L'octroi du nombre d'heures de participation telles que visées au § 1er, pour un centre déterminé de formation à temps partiel qui entame l'organisation de parcours de développement personnels plus tard que l'année scolaire à partir de laquelle le centre est agréé ou redémarre après un arrêt temporaire, n'est possible qu'après introduction d'une demande écrite par l'autorité du centre auprès de l' 'Agentschap voor Onderwijsdiensten', au plus tard le 31 janvier de l'année scolaire précédente.
  La cessation temporaire ou définitive par un centre de formation à temps partiel de l'organisation de parcours de développement personnels ayant pour conséquence que le nombre d'heures de participation telles que visées au § 1er n'est plus accordé, est communiquée à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' par l'autorité du centre concernée, au plus tard le 31 janvier de l'année scolaire précédente. ".
Art. III.44. Artikel 97 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. III.44. L'article 97 du même décret est abrogé.
Afdeling III. - Wijziging van besluiten van de Vlaamse Regering
Section III. - Modification d'arrêtés du Gouvernement flamand
Art. III.45. In artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 tot bepaling van de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in de gecertificeerde opleidingen, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2008, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° voor de cursussen algemene vorming :
  a) een diploma hoger onderwijs;
  b) een diploma secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma, en een bewijs van drie jaar relevante beroepservaring in een door de Vlaamse Gemeenschap erkend centrum voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, in een centrum voor deeltijdse vorming of in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.
  Bovendien moeten de lesgevers uiterlijk twee jaar na hun eerste aanstelling een bewijs van pedagogische bekwaamheid of een bewijs van bijscholing van ten minste 120 uur voorleggen.
  Als een centrum geen lesgever vindt die voldoet aan de vereiste diploma's en bekwaamheidsbewijzen, kan het een lesgever aanstellen die beschikt over een diploma secundair onderwijs en een relevante beroepservaring. Deze lesgever dient uiterlijk binnen twee jaar na zijn eerste aanstelling te voldoen aan de vereiste diploma's en bekwaamheidsbewijzen. ".
Art. III.45. A l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1991 fixant les conditions de travail et le régime pécuniaire des enseignants de l'apprentissage et des formations certifiées, inséré par le décret du 10 juillet 2008, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° pour les cours de formation générale :
  a) un diplôme de l'enseignement supérieur;
  b) un diplôme de l'enseignement secondaire, ou un diplôme équivalent, et une attestation de trois ans d'expérience professionnelle pertinente acquise dans un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises agréé par la Communauté flamande, dans un centre de formation à temps partiel ou dans un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
  De plus, les enseignants doivent présenter, au plus tard deux ans après leur première désignation, un certificat d'aptitudes pédagogiques ou une attestation de recyclage de 120 heures au moins.
  Si un centre ne trouve pas d'enseignant répondant aux conditions en matière de diplômes et de titres requis, il peut désigner un enseignant qui dispose d'un diplôme de l'enseignement secondaire et d'une expérience professionnelle pertinente. Cet enseignant doit remplir, dans les deux ans de sa première désignation au plus tard, les conditions requises en matière de diplômes et de titres. ".
Art. III.46. In artikel 1, paragraaf 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000 tot vaststelling van de vakgebonden eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 en bekrachtigd bij het decreet van 11 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het punt 2° worden de woorden " ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie, maatschappelijke vorming of geschiedenis en/of aardrijkskunde " vervangen door de woorden " maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde ";
  2° in het punt 6° worden de woorden " ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie, maatschappelijke vorming of geschiedenis en/of aardrijkskunde " vervangen door de woorden " maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde ".
Art. III.46. A l'article 1er, paragraphe 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2000 définissant les objectifs finaux des deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire ordinaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 mars 2012 et sanctionné par le décret du 11 mai 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 2°, les mots " ou sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie, formation sociale ou histoire et/ou géographie " sont remplacés par les mots " formation sociale ou sciences naturelles et histoire et/ou géographie ";
  2° au point 6°, les mots " ou sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie, formation sociale ou histoire et/ou géographie " sont remplacés par les mots " formation sociale ou sciences naturelles et histoire et/ou géographie ".
Afdeling IV. - Inwerkingtreding
Section IV. - Entrée en vigueur
Art. III.47. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel III.22 en III.23 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2011.
  Artikel III.5, III.7, III.24, III.29, III.38, III.41 en III.42 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel III.14, III.15 en III.46 treden in werking op 1 september 2012, met uitzondering van artikel III.14, 1°, en artikel III.15, 1°, die in werking treden op :
  1° 1 september 2013 voor wat betreft het tweede leerjaar van de tweede graad;
  2° 1 september 2014 voor wat betreft het eerste leerjaar van de derde graad;
  3° 1 september 2015 voor wat betreft het tweede leerjaar van de derde graad.
  Artikel III.3, III.4, III.6, III.17, III.18, III.19, III.20, III.21, III.25, III.31, III.32, III.33, III.34, III.35 en III.37 treden in werking op 1 januari 2013.
Art. III.47. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  Les articles III.22 et III.23 produisent leurs effets le 1er septembre 2011.
  Les articles III.5, III.7, III.24, III.29, III.38, III.41 et III.42 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  Les articles III.14, III.15 et III.46 entrent en vigueur le 1er septembre 2012, à l'exception de l'article III.14, 1°, et de l'article III.15, 1°, qui entrent en vigueur :
  1° le 1er septembre 2013 pour ce qui est de la deuxième année d'études du deuxième degré.;
  2° le 1er septembre 2014 pour ce qui est de la première année d'études du troisième degré;
  3° le 1er septembre 2015 pour ce qui est de la deuxième année d'études du troisième degré.
  Les articles II.3, III.4, III.6, III.17, III.18, III.19, III.20, III.21, III.25, III.31, III.32, III.33, III.34, III.35 et III.37 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
HOOFDSTUK IV. - Levenslang leren
CHAPITRE IV. - Apprentissage tout au long de la vie
Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs
Section Ire. - Enseignement artistique à temps partiel
Art. IV.1. In artikel 93quater van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede " in het schooljaar 2011-2012 en 2012-2013 " vervangen door de zinsnede " vanaf het schooljaar 2011-2012 ";
  2° in het tweede lid worden in 1° de woorden " vóór 1 maart " vervangen door de woorden " uiterlijk op 30 november ".
Art. IV.1. A l'article 93quater du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, inséré par le décret du 23 décembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " pendant l'année scolaire 2011-2012 et 2012-2013 " est remplacé par le membre de phrase " à partir de l'année scolaire 2011 - 2012 ";
  2° à l'alinéa deux, 1°, les mots " avant le 1er mars " sont remplacés par les mots " au plus tard le 30 novembre ".
Art. IV.2. In titel V van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk V/1, met een artikel 100/1, toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk V/1. Personeel ten laste van de werkingsmiddelen of van de eigen middelen
  Artikel 100/1. De inrichtende macht kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 3quater, in artikel 20 van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft of van de eigen middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een inrichtende macht voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een inrichtende macht voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en de inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een inrichtende macht van een onderwijsinstelling in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een inrichtende macht van een onderwijsinstelling in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van de inrichtende macht terug. ".
Art. IV.2. Au titre V du même décret, il est ajouté un chapitre V/1, comprenant un article 100/1, rédigé comme suit :
  " Chapitre V/1. - Personnel à charge des moyens de fonctionnement ou des propres moyens
  Article 100/1. Le pouvoir organisateur peut engager du personnel à charge des moyens de fonctionnement, visés à l'article 3quater, à l'article 20 du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement ou à charge des propres moyens. Dans l'enseignement communautaire, un pouvoir organisateur peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement artistique à temps partiel visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, un pouvoir organisateur peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'enseignement artistique à temps partiel visées à l'article 4, § 1er, a, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et le pouvoir organisateur ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement communautaire par un pouvoir organisateur, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé dans l'enseignement subventionné par un pouvoir organisateur, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Onderwijsdiensten' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, du pouvoir organisateur. ".
Art. IV.3. Aan artikel 100septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De specifieke eindtermen en basiscompetenties worden ontwikkeld gebruikmakend van descriptorelementen vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. IV.3. L'article 100septies du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2010, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les objectifs finaux spécifiques et les compétences de base sont développés à l'aide des éléments de descripteur visés à l'article 6 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Afdeling II. - Decreet Volwassenenonderwijs
Section II. - Décret relatif à l'éducation des adultes
Art. IV.4. Artikel 25bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 25bis. § 1. In afwijking van artikel 25 kan een centrum opleidingsaanbod organiseren in de vorm van een open module die in overeenstemming met dit decreet erkend is en voldoet aan volgende criteria :
  1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;
  2° het aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering bedraagt 20, 40 of 60 lestijden;
  3° de clustering van de eindtermen of basiscompetenties is relevant en consistent;
  4° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelen;
  5° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven.
  De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten betreffende evaluatie, verantwoordingsstukken en procedure.
  § 2. De open module, vermeld in § 1, kan enkel ingericht worden :
  1° in de leergebieden wiskunde en Nederlands van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde van de basiseducatie en de open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands van de basiseducatie;
  2° als geletterdheidsmodule, zoals bedoeld in artikel 24, § 1bis. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties bepaald door de Vlaamse Regering. ".
Art. IV.4. L'article 25bis du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par le décret du 9 juillet 2010, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 25bis. § 1er. Par dérogation à l'article 25, un centre peut organiser une offre de formation sous forme d'un module ouvert agréé conformément au présent décret et remplissant les critères suivants :
  1° il remplit les dispositions légales du présent décret;
  2° le nombre de périodes prises en considération pour le calcul du subventionnement ou du financement s'élève à 20, 40 ou 60 périodes;
  3° le clustering des objectifs finaux ou compétences de base est pertinent et consistant;
  4° la durée est proportionnée aux objectifs proposés;
  5° le mode d'évaluation est clairement défini.
  Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives à l'évaluation, aux pièces justificatives et à la procédure.
  § 2. Le module ouvert visé au § 1er peut uniquement être organisé :
  1° dans les domaines d'apprentissage 'wiskunde' (mathématiques) et 'Nederlands' (néerlandais) de l'éducation de base. Le module ouvert 'wiskunde' comprend uniquement des objectifs finaux ou compétences de base du domaine d'apprentissage 'wiskunde' de l'éducation de base et le module ouvert 'Nederlands' comprend uniquement des objectifs finaux du domaine d'apprentissage 'Nederlands' de l'éducation de base;
  2° comme module d'alphabétisation, tel que visé à l'article 24, § 1bis. Le module ouvert comprend uniquement des objectifs finaux ou compétences de base fixés par le Gouvernement flamand. ".
Art. IV.5. In artikel 40 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst vormt paragraaf 1;
  2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.
  Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan cursisten, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden. ".
Art. IV.5. A l'article 40 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte existant devient le paragraphe 1er;
  2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Pour la détermination de la sanction des études, le Gouvernement flamand peut subordonner la réussite d'une subdivision structurelle à l'obtention d'une certification externe.
  Par certification externe il faut entendre : l'octroi à des apprenants, pour autant qu'ils aient réussi certaines subdivisions de programme, de titres tombant en dehors de la réglementation de l'enseignement et liés à des conditions d'exercice professionnel. " .
Art. IV.6. Aan artikel 62bis, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Bij ontstentenis van een advies binnen de gestelde termijn, beslist de Vlaamse Regering zonder het advies van de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs over de aanvraag tot onderwijsbevoegdheid voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het secundair volwassenenonderwijs. ".
Art. IV.6. A l'article 62bis, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2010, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
  " A défaut d'un avis dans le délai déterminé, le Gouvernement flamand statue, sans l'avis de l'assemblée générale du consortium éducation des adultes, sur la demande de compétence d'enseignement pour la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' de l'enseignement secondaire des adultes. ".
Art. IV.7. Aan titel VI, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet wordt een afdeling IV met een artikel 130ter ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling IV. - Personeel ten laste van de werkingsmiddelen
  Art. 130ter. Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108 of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het centrumbestuur terug. ".
Art. IV.7. Le titre VI, chapitre II, du même décret, est complété par une section IV, comprenant un article 130ter, rédigée comme suit :
  " Section IV. - Personnel à charge des moyens de fonctionnement
  Art. 130ter. L'autorité du centre peut, à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 108 ou de la prime de soutien flamande versée par le VDAB, engager du personnel. Dans l'enseignement communautaire, une autorité du centre peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'éducation des adultes visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, une autorité du centre peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans l'éducation des adultes visées à l'article 4, § 1er, a), du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et l'autorité du centre ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé par une autorité du centre de l'éducation des adultes dans l'enseignement communautaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé par une autorité du centre de l'éducation des adultes dans l'enseignement subventionné, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, de l'autorité du centre. ".
Art. IV.8. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel IV.2 en IV.7 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel IV.3 en IV.4 treden in werking op 1 januari 2013.
Art. IV.8. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  Les articles IV.2 et IV.7 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  Les articles IV.3 et IV.4 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs
CHAPITRE V. - Enseignement supérieur
Afdeling I. - Wet tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs
Section Ire. - Loi réglant la mise à la retraite des membres du personnel enseignant de l'enseignement universitaire
Art. V.1. In artikel 2 van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving, wordt paragraaf 3 opgeheven voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft.
Art. V.1. A l'article 2 de la loi du 4 août 1986 réglant la mise à la retraite des membres du personnel enseignant de l'enseignement universitaire et modifiant d'autres dispositions de la législation de l'enseignement, le paragraphe 3 est abrogé pour ce qui concerne la Communauté flamande.
Afdeling II. - Decreet betreffende de universiteiten
Section II. - Décret relatif aux universités
Art. V.2. Artikel 104bis van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 104bis. § 1. In afwijking van artikel 2, § 1, van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving kan de benoeming van een in het artikel 1 van de wet van 4 augustus 1986 bedoeld personeelslid na het academiejaar waarin het de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft, telkens met maximum een academiejaar en telkens met instemming van het universiteitsbestuur verlengd worden. Het universiteitsbestuur bepaalt bij reglement de procedure voor een verlenging van de benoeming.
  § 2. Het universiteitsbestuur kan beslissen dat een lid van het zelfstandig academisch personeel dat met pensioen is een deel van de activiteiten van onderwijs onderzoek of dienstverlening mag voortzetten. Het universiteitsbestuur kan hiervoor een vergoeding ten laste van de werkingsuitkeringen geven. De beslissing geldt voor maximum een jaar en kan telkens met maximum een jaar verlengd worden. ".
Art. V.2. L'article 104bis du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, inséré par le décret du 15 juillet 1997, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 104bis. § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 2, § 1er, de la loi du 4 août 1986 réglant la mise à la retraite des membres du personnel enseignant de l'enseignement universitaire et modifiant d'autres dispositions de la législation de l'enseignement, la nomination d'un membre du personnel visé à l'article 1er de la loi du 4 août 1986 peut être prolongée après l'année académique dans laquelle il a atteint l'âge de 65 ans, chaque fois avec un maximum d'une année académique et chaque fois moyennant l'accord des autorités universitaires. Les autorités universitaires fixent moyennant un règlement la procédure de la prolongation de la nomination.
  § 2. Les autorités universitaires peuvent décider qu'un membre du personnel académique autonome étant retraité peut poursuivre une partie de ses activités d'enseignement ou de prestation de services. Les autorités universitaires peuvent à cet effet octroyer une indemnité à charge des allocations de fonctionnement. La décision vaut pour un an au maximum et est chaque fois renouvelable avec un an au maximum. ".
Art. V.3. Aan de titel van hoofdstuk V, afdeling 3, van hetzelfde decreet worden de woorden " en definitieve ambtsneerlegging " toegevoegd.
Art. V.3. Le titre du chapitre V, section 3, du même décret est complété par les mots " et cessation définitive des fonctions ".
Art. V.4. In hoofdstuk V, afdeling 3, van hetzelfde decreet wordt een artikel 117bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 117bis. Een benoeming eindigt van rechtswege en zonder vooropzeg bij pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens van 65 jaar of, mits toestemming van het universiteitsbestuur, op het einde van het academiejaar waarin het personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
  In afwijking van het eerste lid, kan de benoeming van het personeelslid na het academiejaar waarin het de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft, telkens met maximum een jaar en telkens met instemming van het universiteitsbestuur verlengd worden. De definitieve ambtsneerlegging gaat pas in na het einde van de benoeming. Het universiteitsbestuur bepaalt bij reglement de procedure voor een verlenging van de benoeming. ".
Art. V.4. Dans le chapitre V, section 3, du même décret, il est inséré un article 117bis, rédigé comme suit :
  " Art. 117bis. Une nomination cesse de plein droit et sans préavis lors de la mise à la retraite pour atteinte de la limite d'âge de 65 ans ou, moyennant consentement des autorités universitaires, à la fin de l'année académique dans laquelle le membre du personnel a atteint l'âge de 65 ans.
  Par dérogation à l'alinéa premier, la nomination du membre du personnel peut, après l'année académique dans laquelle il a atteint l'âge de 65 ans, être prolongée chaque fois d'une année au maximum, et chaque fois moyennant le consentement des autorités universitaires. La cessation définitive des fonctions n'entre en vigueur qu'après la fin de la nomination. Les autorités universitaires fixent moyennant un règlement la procédure de la prolongation de la nomination. ".
Art. V.5. Aan artikel 121quinquies decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst vormt paragraaf 1;
  2° er wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. Voorafgaand aan de integratieoperatie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten en tot op het einde van het academiejaar 2012-2013, kan het universiteitsbestuur een lid van het administratief en technisch personeel of van het contractueel personeel, voor zover deze laatste voldoet aan de voorwaarden van artikel 166, § 3, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en in dienst was op 1 oktober 2012, van een hogeschool die behoort tot de associatie van de desbetreffende universiteit, rangschikken in een graad van het administratief en technisch personeel in het universitaire kader zonder voorafgaande openbare vacature.
  De bepalingen van het tweede en derde lid van paragraaf 1 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op deze personeelsleden. ".
Art. V.5. A l'article 121quinquies decies du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte existant devient le paragraphe 1er;
  2° il est ajouté un second paragraphe, rédigé comme suit :
  " § 2. Préalablement à l'opération d'intégration des formations académiques d'instituts supérieurs dans les universités et jusqu'à la fin de l'année académique 2012-2013, les autorités universitaires peuvent classer un membre du personnel administratif et technique ou du personnel contractuel, dans la mesure ou ce dernier remplit les conditions de l'article 166, § 3, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts instituts supérieurs en Communauté flamande et était en service au 1er octobre 2012 d'un institut supérieur appartenant à l'association de l'université en question, dans un grade du personnel administratif et technique dans le cadre universitaire sans vacance publique préalable.
  Les dispositions des deuxième et troisième alinéas du paragraphe 1er s'appliquent par analogie à ces membres du personnel. ".
Afdeling III. - Decreet betreffende de hogescholen
Section III. - Décret relatif aux instituts supérieurs
Art. V.6. Artikel 66 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt opgeheven.
Art. V.6. L'article 66 du décret du 13 juillet 1994 relatifs aux instituts supérieurs en Communauté flamande est abrogé.
Art. V.7. In artikel 71 van hetzelfde decreet worden de woorden " waarin hij zestig jaar wordt " vervangen door de woorden " waarin hij of zij aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist ".
Art. V.7. Dans l'article 71 du même décret, les mots " atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peut prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ".
Art. V.8. In artikel 75 van hetzelfde decreet worden de woorden " waarin hij zestig jaar wordt " vervangen door de woorden " waarin hij of zij aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist ".
Art. V.8. Dans l'article 75 du même décret, les mots " atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peut prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ".
Art. V.9. Aan artikel 92, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003 en 22 juni 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid, 5°, kan de aanstelling van het personeelslid na het academiejaar waarin het de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft, telkens met maximum een academiejaar en telkens met instemming van het hogeschoolbestuur verlengd worden. De definitieve ambtsneerlegging gaat pas in na het einde van de aanstelling. Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de procedure voor een verlenging van de aanstelling. ".
Art. V.9. A l'article 92, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003 et 22 juin 2007, il est ajouté un second alinéa ainsi rédigé :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, 5°, la désignation du membre du personnel peut, après l'année académique dans laquelle il a atteint l'âge de 65 ans, être prolongée chaque fois d'une année au maximum, et chaque fois moyennant le consentement de la direction de l'institut supérieur. La cessation définitive des fonctions n'entre en vigueur qu'après la fin de la désignation. La direction de l'institut supérieur fixe moyennant un règlement la procédure de la prolongation de la désignation. ".
Art. V.10. Aan artikel 93, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 13 juli 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid, 5°, kan de benoeming van het personeelslid na het academiejaar waarin het de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft, telkens met maximum een academiejaar en telkens met instemming van het hogeschoolbestuur verlengd worden. De definitieve ambtsneerlegging gaat pas in na het einde van de benoeming. Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de procedure voor een verlenging van de benoeming. ".
Art. V.10. A l'article 93, § 1er, du même décret, modifié par les décrets du 18 mai 1999 et 13 juillet 2007, il est ajouté un second alinéa ainsi rédigé :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, 5°, la nomination du membre du personnel peut, après l'année académique dans laquelle il a atteint l'âge de 65 ans, être prolongée chaque fois d'une année au maximum, et chaque fois moyennant le consentement de la direction de l'institut supérieur. La cessation définitive des fonctions n'entre en vigueur qu'après la fin de la nomination. La direction de l'institut supérieur fixe moyennant un règlement la procédure de la prolongation de la nomination. ".
Art. V.11. In artikel 136, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 april 2003 en 19 maart 2004, worden de woorden " de salarisschaal " vervangen door de woorden " het salaris ".
Art. V.11. Dans l'article 136, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 4 avril 2003 et 19 mars 2004, les mots " l'échelle de traitement telle que visée " sont remplacés par les mots " le traitement tel que visé ".
Art. V.12. In artikel 137, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2003, worden de woorden " de salarisschaal " vervangen door de woorden " het salaris ".
Art. V.12. A l'article 137, § 3, du même décret, modifié par le décret du 4 avril 2003, les mots " l'échelle de traitement " sont remplacés par les mots " le traitement ".
Art. V.13. Aan artikel 141bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " vervroegd " wordt opgeheven;
  2° de tweede zin wordt opgeheven.
Art. V.13. A l'article 141bis du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le mot " anticipée " est abrogé;
  2° la deuxième phrase est abrogée.
Art. V.14. In artikel 158bis, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 maart 2004, worden de woorden " de salarisschaal " vervangen door de woorden " het salaris ".
Art. V.14. A l'article 158bis, § 3, du même décret, inséré par le décret du 19 mars 2004, les mots " l'échelle de traitement " sont remplacés par les mots " le traitement ".
Art. V.15. Artikel 168 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 22 juni 2007, wordt opnieuw opgenomen onder de volgende lezing :
  " Art. 168. Het hogeschoolbestuur kan beslissen dat leden van het administratief en technisch personeel die met pensioen zijn een deel van hun activiteiten kunnen voortzetten. Het hogeschoolbestuur kan hiervoor een vergoeding ten laste van de werkingsuitkeringen geven. De beslissing geldt voor maximum een jaar en kan telkens met maximum een jaar verlengd worden. ".
Art. V.15. L'article 168 du même décret, abrogé par le décret du 22 juin 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 168. La direction de l'institut supérieur peut décider que des membres du personnel administratif et technique étant retraités peuvent poursuivre une partie de leurs activités. La direction de l'institut supérieur peut cet effet octroyer une indemnité à charge des allocations de fonctionnement. La décision vaut pour un an au maximum et est chaque fois renouvelable avec un an au maximum. ".
Art. V.16. In artikel 231bis, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 1996 en gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt tussen het woord " artikel " en het cijfer " 231 " de zinsnede " 122, § 2 en " ingevoegd.
Art. V.16. Dans l'article 231bis, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 8 juillet 1996 et modifié par le décret du 1er juillet 2011, le membre de phrase " 122, § 2 et " est inséré entre les mots " de l'article " et le chiffre " 231 ".
Art. V.17. Aan artikel 327, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 4 juli 2008 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft " vervangen door de woorden " aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist ";
  2° in het tweede lid wordt de tweede zin opgeheven.
Art. V.17. A l'article 327, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 1997, 4 juillet 2008 et 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " a atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peut prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ";
  2° à l'alinéa deux, la deuxième phrase est abrogée.
Art. V.18. In artikel 339quater, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 juni 1998 en gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de woorden " de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft " vervangen door de woorden " aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist ".
Art. V.18. Dans l'article 339quater, § 2, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 23 juin 1998 et modifié par le décret du 4 juillet 2008, les mots " a atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peut prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ".
Afdeling IV. - Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Section IV. - Décret relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur
Art. V.19. In artikel 53/1, § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7° masteropleidingen die geselecteerd werden in overeenstemming met de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen een multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld. ".
Art. V.19. L'article 53/1, § 2, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur, inséré par le décret du 1er juillet 2011, est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° formations de master ayant été sélectionnées conformément aux dispositions d'un programme européen de financement visant à promouvoir la coopération internationale dans l'enseignement supérieur et dans le cadre duquel est envisagé le multidiplômage ou la délivrance conjointe du diplôme. ".
Art. V.20. In artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 8 mei 2009, 30 april 2009, 1 juli 2011 en 6 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Dit geldt ook voor de ambtshalve geregistreerde instellingen die in overeenstemming met artikel 53bis een nieuwe opleiding buiten het Belgische grondgebied willen starten. ";
  2° in paragraaf 3 wordt in 4°, de tweede zin geschrapt.
Art. V.20. A l'article 62 du même décret, modifié par les décrets des 16 juin 2006, 8 mai 2009, 30 avril 2009, 1 juillet 2011 et 6 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, il est ajouté une phrase rédigée comme suit :
  " Cette règle s'applique également aux institutions enregistrées d'office qui souhaitent entamer une nouvelle formation en dehors du territoire belge, conformément à l'article 53bis. ";
  2° au paragraphe 3, 4°, la deuxième phrase est supprimée.
Art. V.21. Aan artikel 63septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt in paragraaf 1 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De studieomvang van de master in de huisartsgeneeskunde en van de master in de specialistische geneeskunde wordt uitgebreid tot 180 studiepunten. Deze uitgebreide studieomvang geldt voor alle studenten die zich voor de eerste keer inschrijven in deze masteropleidingen vanaf het academiejaar 2018-2019 na het voltooien van een masterop- leiding in de geneeskunde met een studieomvang van 180 studiepunten. ".
Art. V.21. A l'article 63septies du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2010, il est ajouté, au paragraphe 1er, un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Le volume des études du master en médecine générale et de master en médecine spécialisée est étendu à 180 crédits (auparavant appelés 'unités d'études'). Ce volume des études étendu vaut pour tous les étudiants qui s'inscrivent pour la première fois à une de ces formations de master à partir de l'année académique 2018-2019 après l'accomplissement d'une formation de master en médicine comprenant un volume des études de 180 crédits. ".
Afdeling V. - Decreet betreffende de rechtspositieregeling van de student
Section V. - Décret relatif au statut de l'étudiant
Art. V.22. In artikel II.24, § 1, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Op de initiële studievoortgangsbeslissing vermeldt het instellingsbestuur naast de interne beroepsmodaliteiten de beroepstermijn van vijf kalenderdagen om een extern beroep in te stellen die ingaat na het uitblijven van een tijdige interne beroepsbeslissing zoals in het derde lid bepaald. ".
Art. V.22. L'article II.24, § 1er, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, modifié par le décret du 1er juillet 2011, est complété par un cinquième alinéa, rédigé comme suit :
  " Sur la progression des études initiale, la direction de l'institution mentionne, outre les modalités de recours interne, le délai de recours de cinq jours calendaires prévu pour l'introduction d'un recours externe prenant cours après l'absence d'une décision de recours interne prompt tel que visée à l'alinéa trois ".
Art. V.23. Aan artikel VII.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 11° het decreet van 29 juni 2012 betreffende de studentenvoorzieningen in Vlaanderen. ".
Art. V.23. A l'article 281, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
  11° le décret du 29 juin 2012 relatif aux services aux étudiants en Flandre. ".
Afdeling VI. - Decreet betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs
Section VI. - Décret relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur
Art. V.24. In artikel 24 van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " nog niet " vervangen door de woorden " al dan niet " en worden de woorden " dat al dan niet rechtstreeks toelating verleent tot een (masters-na-)mastersopleiding " geschrapt;
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Alle beslissingen van instellingsbesturen die voor 1 januari 2013 zijn genomen en waarbij de gelijktijdige inschrijving voor een schakelprogramma en een masteropleiding ook voor studenten die reeds in het bezit waren van het bachelordiploma toegelaten werd, worden geacht rechtmatig te zijn. ".
Art. V.24. A l'article 24 du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " qui n'est pas encore en possession " sont remplacés par les mots " qui est en possession ou non " et les mots " donnant directement accès ou non à une formation de master (après master) " sont supprimés;
  2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Toutes les décisions prises par des directions d'institutions avant le 1er janvier 2013 et autorisant également les étudiants déjà en possession d'un diplôme de bachelor à s'inscrire simultanément à un programme de transition et une formation de master, sont censées être légales. ".
Afdeling VII. - Decreet betreffende de lerarenopleidingen
Section VII. - Décret relatif aux formations des enseignants
Art. V.25. In artikel 20 van het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen wordt de zinsnede " december 2012 " vervangen door de zinsnede " juni 2013 ".
Art. V.25. A l'article 20 du décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, le membre de phrase " décembre 2012 " est remplacé par le membre de phrase " juin 2013 ".
Afdeling VIII. - Decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten
Section VIII. - Décret relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités
Art. V.26. Aan artikel 7 van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 1 juli 2011, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De toepassing van de volgende zinsnede in artikel 7, § 1, 2°, i), " en andere personen dan de personen die ten laste zijn van de nationale kredieten voor ontwikkelingssamenwerking ", wordt opgeschort, vanaf het begrotingsjaar 2013 tot en met het begrotingsjaar 2015. ".
Art. V.26. A l'article 7 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre, modifié par les décrets du 30 avril 2009 et du 1er juillet 2011, il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. L'application du membre de phrase suivant à l'article 7, § 1er, 2°, i) " et d'autres personnes que les personnes étant à charge des crédits nationaux de la coopération au développement " est suspendue, à partir de l'année budgétaire 2013 jusque l'année budgétaire 2015. ".
Art. V.27. Aan artikel 14 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt het aandeel in het onderwijsvariabel deel VOWun dat de opleidingen bachelor in de geneeskunde, master in de geneeskunde, master in de huisartsgeneeskunde van de vier universiteiten die zowel de bacheloropleiding als masteropleiding in de geneeskunde en masteropleiding in de huisartsgeneeskunde aanbieden, genereren, vastgelegd op een bepaald percentage, zijnde het gemiddeld procentueel aandeel dat die opleidingen in VOWun van de begrotingsjaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 genereren. Dit bedrag wordt dan verdeeld onder de vier universiteiten op basis van het aandeel dat elke universiteit (Universiteit Gent, Universiteit Antwerpen, Vrije Universiteit Brussel en Katholieke Universiteit Leuven) in het aantal uitgereikte diploma's in de bacheloropleiding geneeskunde en de masteropleidingen - master in de geneeskunde, master in de huisartsgeneeskunde en master in de specialistische geneeskunde - genereert. ".
Art. V.27. L'article 14 du même décret est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. A compter de l'année budgétaire 2017, la part dans le volet variable 'enseignement' VOWun que génèrent les formations de bachelor en médecine, master en médecine, master en médecine générale des quatre universités offrant tant la formation de bachelor que la formation de master en médecine et la formation de master en médecine générale, est fixée à un pourcentage déterminé, à savoir la part moyenne en pourcentage que génèrent ces formations en VOWun des années budgétaires 2012, 2013, 2014, 2015 et 2016. Ce montant est ensuite réparti entre les quatre universités, sur la base de la part que chaque université (Universiteit Gent, Universiteit Antwerpen, Vrije Universiteit Brussel et Katholieke Universiteit Leuven) génère dans le nombre de diplômes délivrés dans la formation de bachelor en médecine et dans les formations de master - master en médecine, master en médecine générale et master en médecine spécialisée. ".
Art. V.28. Aan artikel 40 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst vormt een paragraaf 1;
  2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. Voor de begrotingsjaren 2012 en 2013 wordt het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, beperkt tot respectievelijk 960.000 euro en 860.000 euro (prijsniveau 2011). Deze bedragen worden geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel 9, § 5. ".
Art. V.28. A l'article 40 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte existant devient le paragraphe 1er;
  2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Pour les années budgétaires 2012 et 2013, le montant visé au paragraphe 1er, alinéa premier, est limité aux montants respectifs de 960.000 et 860.000 euros (niveau des prix 2011). Ces montants sont indexés au moyen de la formule d'indexation visée à l'article 9, § 5. ".
Art. V.29. Artikel 42ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 42ter. § 1. Aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven en aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel, wordt jaarlijks een subsidie toegekend voor de organisatie van de graden die zij kunnen verlenen in overeenstemming met artikel 54 en 55 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. De subsidie is een bijdrage in de dekking van de gewone uitgaven voor onderwijs, onderzoek, maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening, de financiering van investeringen, de afbetaling van leningen en voor de administratie van de faculteit, met inbegrip van de roerende uitrustingen.
  Het totale bedrag van de subsidie voor de beide instellingen bedraagt 574.000 euro. Dit bedrag wordt verhoogd met :
  1° 100.000 euro in het begrotingsjaar 2012;
  2° 200.000 euro in het begrotingsjaar 2013;
  3° 300.000 euro vanaf het begrotingsjaar 2014.
  § 2. In het begrotingsjaar 2012 wordt het bedrag van 574.000 euro als volgt verdeeld :
  1° de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven ontvangt 446.000 euro;
  2° de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel ontvangt 128.000 euro.
  Het bijkomend bedrag van 100.000 euro wordt verdeeld onder de beide instellingen a rato van het aantal opgenomen studiepunten in het academiejaar 2010-2011. Het gaat om de studiepunten opgenomen in een bacheloropleiding, een initiële masteropleiding of een specifieke lerarenopleiding die de faculteit bij of krachtens een decreet mag aanbieden.
  § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2013 bestaan de totale bedragen, vermeld in paragraaf 1, uit een sokkel, een variabel onderwijsdeel en een variabel onderzoeksdeel.
  In de begrotingsjaren 2013 en 2014 bedraagt de sokkel 160.000 euro. Vanaf het begrotingsjaar 2015 bedraagt de sokkel 100.000 euro. Deze bedragen worden verdeeld onder de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel naar rato van 50 %.
  Het variabel onderwijsdeel bedraagt :
  1° 337.700 euro in het begrotingsjaar 2013;
  2° 392.700 euro in het begrotingsjaar 2014;
  3° 425.700 euro vanaf het begrotingsjaar 2015.
  Deze bedragen worden verdeeld onder de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel op basis van het aantal financieringspunten berekend in beide instellingen.
  Het aantal financieringspunten is gelijk aan de som van :
  1° het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 voorafgaand aan het begrotingsjaar t in een initiële bacheloropleiding, een initiele masteropleiding en een specifieke lerarenopleiding die de desbetreffende instellingen bij of krachtens een decreet mogen aanbieden; en
  2° het gemiddeld aantal uitgereikte masterdiploma's in de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 voorafgaand aan het begrotingsjaar t, vermenigvuldigd met een factor 30.
  Het variabel onderzoeksdeel bedraagt :
  1° 276.300 euro in het begrotingsjaar 2013;
  2° 321.300 euro in het begrotingsjaar 2014;
  3° 348.300 euro vanaf het begrotingsjaar 2015.
  Dit variabel onderzoeksdeel wordt toegekend op voorwaarde dat de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel een gezamenlijk onderzoeksplan hebben ingediend bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
  Het onderzoeksplan tekent het gezamenlijk onderzoeksbeleid uit betreffende het onderzoek in de protestantse godgeleerdheid en heeft een looptijd van 5 jaar. Het bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de strategische en operationele doelstellingen betreffende het onderzoeksbeleid voor de beschouwde periode;
  2° de kwantiteit en kwaliteit van de te leveren prestaties;
  3° de gewenste output;
  4° de mate en inhoud van samenwerking met binnenlandse en buitenlandse onderwijsinstellingen en andere internationale instellingen en organisaties.
  Daarenboven geeft het onderzoeksplan de verdeelsleutel op voor de verdeling van het variabel onderzoeksdeel tussen de beide instellingen voor de beschouwde periode van 5 jaar.
  Het eerste onderzoeksplan gaat in vanaf 1 januari 2013 en loopt tot 31 december 2017. Jaarlijks bezorgen deze instellingen voor 31 maart een gezamenlijk verslag over de uitvoering van het onderzoeksplan en de gerealiseerde output aan de minister, bevoegd voor het onderwijs.
  In het geval de instelling geen of een ondermaats verslag heeft bezorgd voor 31 maart wordt het variabel onderzoeksdeel niet toegekend in het betrokken begrotingsjaar.
  § 4. De bedragen vermeld in paragraaf 3 worden vanaf het begrotingsjaar 2013 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 9, § 5.
  § 5. De Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel leggen jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een jaarverslag voor aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan nadere voorschriften opleggen betreffende de inhoud en het opstellen van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag en kan ter plaatse de nodige verificaties laten uitvoeren.
  § 6. De commissarissen van de Vlaamse Regering zijn belast met het toezicht op de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel, overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk IX van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap. ".
Art. V.29. L'article 42ter du même décret, inséré par le décret du 4 juillet 2008, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 42ter. § 1er. A la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Louvain et à la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles, est accordée annuellement une subvention pour l'organisation des grades qu'elles peuvent conférer conformément aux articles 54 et 55 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre. La subvention est une contribution servant à couvrir les dépenses ordinaires faites pour l'enseignement, la recherche, les services sociaux et scientifiques, le financement d'investissements, le remboursement d'emprunts et l'administration de la faculté, y compris les équipements mobiliers.
  Le montant total de la subvention pour les deux institutions s'élève à 574.000 euros. Ce montant est majoré de :
  1° 100.000 euros pour l'année budgétaire 2012;
  2° 200.000 euros pour l'année budgétaire 2013;
  3° 300.000 euros pour l'année budgétaire 2014.
  § 2. Dans l'année budgétaire 2012, le montant de 574.000 euros est réparti comme suit :
  1° la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Louvain reçoit 446.000 euros;
  2° la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles reçoit 128.000 euros.
  Le montant additionnel de 100.000 euros est réparti entre les deux institutions au prorata du nombre de crédits engagés dans l'année académique 2010-2011. Il s'agit des crédits engagés dans une formation de bachelor, une formation initiale de master ou une formation spécifique des enseignants que la faculté peut offrir par ou en vertu d'un décret.
  § 3. A partir de l'anné budgétaire 2013, les montants totaux visés au paragraphe 1er, consistent en un socle financier, un volet variable 'enseignement' et un volet variable 'recherche'.
  Dans les années budgétaires 2013 et 2014, le socle financier s'élève à 160.000 euros. A partir de l'année budgétaire 2015, le socle financier s'élève à 100.000 euros. Ces montants sont répartis entre la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Heverlee et la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles, au prorata de 50 %.
  Le volet variable 'enseignement' s'élève à :
  1° 337.700 euros pour l'année budgétaire 2013;
  2° 392.700 euros pour l'année budgétaire 2014;
  3° 425.700 euros pour l'année budgétaire 2015.
  Ces montants sont répartis entre la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Heverlee et la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles, sur la base du nombre d'unités de financement calculé dans les deux institutions.
  Le nombre d'unités de financement est égal à la somme :
  1° du nombre moyen de crédit engagés dans les années académiques t-7/t-6 à t-3/t-2 incluse précédant l'année budgétaire t dans une formation initiale de bachelor, une formation initiale de master et une formation spécifique des enseignants que les institutions concernées peuvent offrir par ou en vertu d'un décret; et
  2° du nombre moyen de diplômes de master délivrés dans les années académiques t-7/t-6 à t-3/t-2 précédant l'année budgétaire t, multiplié par un facteur 30.
  Le volet variable 'recherche' s'élève à :
  1° 276.300 euros pour l'année budgétaire 2013;
  2° 321.300 euros pour l'année budgétaire 2014;
  3° 348.300 euros pour l'année budgétaire 2015.
  Ce volet variable 'recherche' est accordé à condition que la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Heverlee et la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles ayant introduit un plan de recherche commun auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement supérieur.
  Le plan de recherche dessine la politique de recherche commune relative à la recherche au niveau de la religion protestante et a une durée de 5 ans. Le plan comprend au moins les éléments suivants :
  1° les objectifs stratégiques et opérationnels relatifs à la politique de recherche pour la période considérée;
  2° la qualité et la quantité des prestations à fournir;
  3° l'output souhaité;
  4° le degré et le contenu de la coopération avec des établissements d'enseignement nationaux et étrangers et d'autres institutions et organisations internationales.
  De plus, le plan de recherche fournit la clé de répartition pour la répartition du volet variable 'recherche' entre les deux institutions pour la période considérée de 5 ans.
  Le premier plan de recherche court du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2017. Chaque année, avant le 31 mars, ces institutions dressent un rapport commun sur l'exécution du plan de recherche et l'output réalisé à l'attention du Ministre chargé de l'enseignement.
  Au cas où l'institution n'a pas remis de rapport ou a remis un rapport médiocre pour le 31 mars, le volet variable 'recherche' n'est pas octroyé dans l'année budgétaire concernée.
  § 4. A compter de l'année budgétaire 2013, les montants visés au paragraphe 3 sont indexés conformément aux dispositions de l'article 9, § 5.
  § 5. La 'Evangelische Theologische Faculteit' à Heverlee et la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles soumettent chaque année un budget, des comptes annuels et un rapport annuel au Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand peut imposer des modalités relatives au contenu et à l'établissement du budget, des comptes annuels et du rapport annuel et peut faire effectuer les vérifications nécessaires sur les lieux.
  § 6. Les commissaires du Gouvernement flamand sont chargées du contrôle de la 'Evangelische Theologische Faculteit' à Louvain et de la 'Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid' à Bruxelles, conformément aux dispositions du chapitre IX du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande. ".
Afdeling IX. - Overgangsregeling stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie
Section IX. - Régime transitoire système de gestion de la qualité et d'accréditation
Art. V.30. Aan artikel 48 van het decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wat het stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie betreft, worden een derde lid en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  " Bij een hervisitatie na een tijdelijke erkenning of een aanvullende beoordeling na een negatief rapport en beroepsprocedure tijdens de eerste ronde opleidingsaccreditaties wordt de duur van de tijdelijke erkenning of de termijn verstreken tussen het einde van de overgangsaccreditatie en de datum van de definitieve besluitvorming in mindering genomen van de geldigheidsduur van de totale accreditatie van naargelang het geval 8 of 6 jaar.
  De instellingen kunnen de acrreditatieorganisatie verzoeken om de duur van accreditatie die werd verleend tussen 1 juli 2012 en 1 januari 2013 op basis van een hervisitatie na een tijdelijke erkenning of een aanvullende beoordeling na een negatief rapport en beroepsprocedure tijdens de eerste ronde opleidingsaccreditaties, te verminderen ter vrijwaring van de gelijktijdige en geclusterde organisatie van externe beoordelingen, vermeld in artikel 93 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. ".
Art. V.30. A l'article 48 du décret du 6 juillet 2012 modifiant le décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, il est, pour ce qui est du système de gestion de la qualité et d'accréditation, ajouté un alinéa trois et un alinéa quatre, rédigés comme suit :
  " Lors d'une nouvelle visite après un agrément temporaire ou une évaluation complémentaire après un rapport négatif et une procédure de recours pendant le premier tour d'accréditations de formation, la durée de l'agrément temporaire ou le délai découlé entre la fin de l'accréditation de transition et la date de la prise de décision définitive est déduite de la durée de validité de l'accréditation totale de 8 ou de 6 ans, selon le cas.
  Les institutions peuvent prier l'organisation d'accréditation de réduire la durée d'accréditation ayant été accordée entre le 1er juillet 2012 et le 1er janvier 2013 sur la base d'une nouvelle visite après un agrément temporaire ou une évaluation complémentaire après un rapport négatif et une procédure de recours pendant le premier tour d'accréditations de formations, en vue de sauvegarder l'organisation simultanée et groupée d'évaluations externes, visées à l'article 93 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre. ".
Afdeling X. - Inwerkingtreding
Section X. - Entrée en vigueur
Art. V.31. Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van het academiejaar 2013-2014.
  Artikel V.6 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998.
  [1 Artikel V.26, V.28 en de bepalingen van artikel V.29 waarbij in het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten artikel 42ter, § 1 tot en met § 5, worden gewijzigd, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2012.]1
  [1 De bepalingen van artikel V.29 waarbij in het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten artikel 42ter, § 6, wordt gewijzigd, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2013.]1
  Artikel V.30 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
  Artikel V.2, V.13, V.15, V.20, 1°, V.25 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel V.1, V.3, V.4, V.5, V.7, V.8, V.9, V.10, V.17, V.18, V.19, V.22, V.24 treden in werking op 1 januari 2013.
  Artikel V.27 treedt in werking op 1 januari 2017.
  Artikel V.21 treedt in werking met ingang van het academiejaar 2018-2019.
  
Art. V.31. Le présent chapitre entre en vigueur à partir de l'année académique 2013-2014.
  L'article V.6 produit ses effets le 1er janvier 1998.
  [1 Les articles V.26, V.28 et les dispositions de l'article V.29 par lesquels dans le décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre, l'article 42ter, § 1er à § 5, est modifié, produisent leurs effets le 1er janvier 2012.]1
  [1 Les dispositions de l'article V.29 par lesquelles dans le décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre, l'article 42ter, § 6, est modifié, produisent leurs effets le 1er janvier 2013.]1
  L'article V.30 produit ses effets le 1er janvier 2013.
  Les articles V.2, V.13, V.15, V.20, 1°, V.25 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  Les articles V.1, V.3, V.4, V.5, V.7, V.8, V.9, V.10, V.17, V 18, V.19, V.22, V.24 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
  L'article V.27 entre en vigueur le 1er janvier 2017.
  L'article V.21 entre en vigueur à partir de l'année académique 2018-2019.
  
HOOFDSTUK VI. - Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE VI. - Décret relatif aux centres d'encadrement des élèves
Art. VI.1. Aan het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding wordt een artikel 79/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 79/1. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 50 of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeen- schapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
  De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
  Het personeelslid dat door een bestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
  Het personeelslid dat door een bestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.
  Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het bestuur terug. ".
Art. VI.1. Au décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, il est ajouté un article 79/1 rédigé comme suit :
  " Art. 79/1. La direction peut, à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 50 ou de la prime de soutien flamande versée par le VDAB, engager du personnel. Dans l'enseignement communautaire, une direction peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans les centres d'encadrement des élèves visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, gens de métier et de service statutaires. Dans l'enseignement subventionné, une direction peut appliquer le principe précité aux catégories de personnel dans les centres d'encadrement des élèves visées à l'article 4, § 1er, a, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
  L'emploi organisé avec ces moyens ne peut être déclaré vacant et la direction ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi.
  Le membre du personnel qui est engagé par une direction dans l'enseignement communautaire, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement communautaire lui est applicable.
  Le membre du personnel qui est engagé par une direction dans l'enseignement subventionné, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres de l'enseignement subventionné lui est applicable.
  L''Agentschap voor Onderwijsdiensten' paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel en question. Ce même service réclame le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majoré(e) des indemnités, des allocations, du pécule de vacance, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale, de la direction. ".
Art. VI.2. Artikel VI.1 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. VI.2. L'article VI.1 produit ses effets le 1er septembre 2012.
HOOFDSTUK VII. - Onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten
CHAPITRE VII. - Inspection de l'Enseignement et Services d'encadrement pédagogique
Afdeling I. - Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
Section Ire. - Décret relatif à la qualité de l'enseignement
Art. VII.1. Aan artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs wordt een punt 22° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 22° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt. ".
Art. VII.1. A l'article 2 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, il est ajouté un point 22°, rédigé comme suit :
  " 22° limite d'âge : après la fin de l'année dans laquelle un membre du personnel a atteint l'âge de 65 ans. ".
Art. VII.2. In deel II, titel III, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs wordt een hoofdstuk V/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk V/1. Ondersteuning Talenbeleid ".
Art. VII.2. Dans la partie II, titre III, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, il est inséré un chapitre V/1, rédigé comme suit :
  " Chapitre V/1. - Appui à la politique des langues ".
Art. VII.3. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk V/1, een afdeling I ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling I. - Organisatie ".
Art. VII.3. Dans le chapitre V/1 du même décret, il est inséré une section Ire, rédigée comme suit :
  " Section Ire. - Organisation ".
Art. VII.4. In hetzelfde decreet wordt in afdeling I van hoofdstuk V/1, een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 27/1. § 1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een vereniging zonder winstoogmerk op te richten of om toe te treden tot een vereniging zonder winstoogmerk met het oog op de ondersteuning van het talenbeleid in onderwijs. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om deel uit te maken van de bestuursorganen van deze vereniging zonder winstoogmerk.
  § 2. De vzw wordt gesubsidieerd als ze voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° uit de statuten en de bestuursorganen blijkt dat de Vlaamse overheid enerzijds en het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van schoolbesturen anderzijds met een gelijk aantal vertegenwoordigd zijn;
  2° de vzw realiseert een aantal projecten, als vermeld in afdeling II;
  3° de vzw stelt zich tot doel het ontwikkelen van expertise en ondersteunen van scholen op het vlak van het Nederlandstalig onderwijs in een meertalige omgeving;
  4° de vzw bezorgt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming jaarlijks en per project een financieel en inhoudelijk verslag. ".
Art. VII.4. Dans le même décret, il est inséré dans la section Ire du chapitre V/1 un article 27/1, rédigé comme suit :
  " Art. 27/1. § 1er. Le Gouvernement flamand est autorisé à créer une association sans but lucratif ou à adhérer à une association sans but lucratif en vue de l'appui de la politique des langues dans l'enseignement. Le Gouvernement flamand est autorisé à faire partie des organes de gestion de cette association sans but lucratif.
  § 2. L'ASBL est subventionnée lorsqu'elle remplit les conditions suivantes :
  1° il s'avère des statuts et des organes de gestion, que l'Autorité flamande d'une part et l'Enseignement communautaire et les associations représentatives des autorités scolaires d'autre part sont représentés en nombre égal;
  2° l'ASBL réalise un nombre de projets tels que visés à la section II;
  3° l'ASBL se fixe comme objectif de développer une expertise et d'appuyer les écoles au niveau de l'enseignement du néerlandais dans un contexte plurilinguistique;
  4° l'ASBL remet, chaque année et par projet, un rapport financier et de fond au Ministère de l'Enseignement et de la Formation. ".
Art. VII.5. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk V/1 een afdeling II ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling II. - Opdracht en werking ".
Art. VII.5. Dans le chapitre V/1 du même décret, il est inséré une section II, rédigée comme suit :
  " Section II. - Administration et fonctionnement ".
Art. VII.6. § 1. In hetzelfde decreet wordt in afdeling II van hoofdstuk V/1, een artikel 27/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 27/2. § 1. De vzw heeft als opdracht :
  1° ten aanzien van de scholen en centra van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap, het ontwikkelen van expertise en geven van vorming op het vlak van onderwijs in een meertalige context, met inbegrip van :
  a) het omgaan met thuistalen en het betrekken van niet-Nederlandstalige ouders bij het schoolgebeuren;
  b) talensensibilisering; en
  c) talenportfolio;
  2° ten aanzien van de scholen en centra van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap en gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het uitbouwen van ondersteuningsstructuur op het vlak van :
  a) het uitwerken en implementeren van een talenbeleid;
  b) het uitwerken en implementeren van taalvaardigheidsonderwijs;
  c) het invoeren van talenportfolio's;
  d) het omgaan met talendiversiteit.
  § 2. In het kader van de opdracht, als vermeld in § 1, 2°, sluit de vzw een samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschapscommissie met het oog op een functionele samenwerking met het Onderwijscentrum Brussel. ".
Art. VII.6. § 1er. Dans le même décret, il est inséré dans la section II du chapitre V/1, un article 27/2, rédigé comme suit :
  " Art. 27/2. § 1er. L'ASBL a pour objectif :
  1° à l'égard des écoles et centres d'enseignement fondamental et d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande, de développer de l'expertise et de dispenser de la formation au niveau d'enseignement dans un contexte plurilinguistique, en ce compris :
  a) la gestion des langues familiales et l'association des parents non néerlandophones à la vie au sein de l'école;
  b) la sensibilisation aux langues; et
  c) le portfolio des langues;
  2° à l'égard des écoles et centres d'enseignement fondamental et d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande et situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, de développer une structure d'appui au niveau :
  a) de l'élaboration et de la mise en oeuvre d'une politique des langues;
  b) de l'élaboration et de la mise en oeuvre d'un enseignement d'aptitudes linguistiques;
  c) de l'introduction de portfolios des langues;
  d) de la gestion de la diversité des langues.
  § 2. Dans le cadre de la mission telle que visée au § 1er, 2°, l'ASBL conclut un accord de coopération avec la Commission communautaire flamande en vue d'une coopération fonctionnelle avec l''Onderwijscentrum Brussel'.
Art. VII.7. In hetzelfde decreet wordt in afdeling II van hoofdstuk V/1, een artikel 27/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 27/3. De Vlaamse Regering subsidieert de loonkosten van de personeelsleden en de werkingskosten van de vzw binnen de door de Vlaamse Gemeenschap vastgestelde begrotingskredieten. ".
Art. VII.7. Dans le même décret, il est inséré dans la section II du chapitre V/1, un article 27/3, rédigé comme suit :
  " Art. 27/3. Le Gouvernement flamand subventionne les coûts salariaux des membres du personnel et les moyens de fonctionnement de l'ASBL dans les limites des crédits budgétaires prévus par la Communauté flamande. ".
Art. VII.8. In artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering richt de commissie op en bepaalt de wijze waarop de leden van de commissie worden vergoed. ".
Art. VII.8. Dans l'article 30 du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, il est inséré un nouvel alinéa deux entre les premier et deuxième alinéas, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand crée la commission et définit le mode de rémunération des membres. ".
Art. VII.9. In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt een afdeling IIbis ingevoegd, bestaande uit een artikel 35bis, 35ter en 35quater, die luidt als volgt :
  " Afdeling IIbis. - Advies bij de oprichting van vestigingsplaatsen
  Art. 35bis. Voorafgaand aan de oprichting van een nieuwe, al dan niet tijdelijke, vestigingsplaats zoals bedoeld in artikel 3, 56°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, onderzoekt de onderwijsinspectie of de gebouwen en lokalen beantwoorden aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid zoals is bepaald in artikel 62, § 1, 2°, van het decreet basisonderwijs.
  Art. 35ter. Voorafgaand aan de oprichting van een vestigingsplaats zoals bedoeld in de Codex Secundair Onderwijs respectievelijk het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, onderzoekt de onderwijsinspectie of de gebouwen en lokalen beantwoorden aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid, zoals bepaald in dezelfde codex, respectievelijk hetzelfde decreet.
  Art. 35quater. De onderwijsinspectie bezorgt het advies aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en aan het school- of centrumbestuur. ".
Art. VII.9. Dans le chapitre II du même décret, il est inséré une section IIbis, comprenant les articles 35bis, 35ter et 35quater, rédigés comme suit :
  " Chapitre IIbis. - Avis lors de la création d'implantations
  Art. 35bis. Préalablement à la création d'une nouvelle implantation, temporaire ou non, telle que visée à l'article 3, 56°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, l'inspection de l'enseignement vérifie si les immeubles et locaux remplissent les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que visées à l'article 62, § 1er, 2°, du décret relatif à l'enseignement fondamental.
  Art. 35ter. Préalablement à la création d'une implantation telle que visée respectivement dans le Code de l'Enseignement secondaire et le décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, l'inspection de l'enseignement vérifie si les immeubles et locaux remplissent les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que visées respectivement dans le même Code et le même décret.
  Art. 35quater. L'inspection de l'enseignement remet l'avis à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et aux autorités scolaires ou à l'autorité du centre. ".
Art. VII.10. In hetzelfde decreet wordt een artikel 41bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 41bis. Behoudens de mogelijkheden om een advies tot opheffing van de erkenning op een instelling of op een afzonderlijk structuuronderdeel te betrekken als vermeld in artikel 39, § 4; artikel 40, § 3, en artikel 41, § 1 en § 5, kan in het deeltijds beroepssecundair onderwijs een advies tot opheffing van de erkenning ook enkel betrekking hebben op de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ".
Art. VII.10. Dans le même décret, il est inséré un article 41bis, rédigé ainsi qu'il suit :
  " Art. 41bis. Sous réserve des possibilités de faire porter un avis d'abrogation de l'agrément à un établissement ou une subdivision structurelle isolée, tel que visé à l'article 39, § 4, l'article 40, § 3, et l'article 41, § 1er et § 5, un avis d'abrogation de l'agrément peut, dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, également porter uniquement sur la compétence de délivrer des certificats de fin d'études identiques à ceux de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. ".
Art. VII.11. Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 43. De onderwijsinspectie is, volgens de door de Vlaamse Regering bepaalde modaliteiten, belast met het kwaliteitstoezicht op de opleidings- en vormingsprogramma's georganiseerd door organisaties die geen onderwijsinstellingen zijn maar die leiden tot attesten, certificaten, diploma's of getuigschriften met eenzelfde civiel effect als deze die van rechtswege worden uitgereikt door onderwijsinstellingen.
  De onderwijsinspectie is tevens, volgens de door de Vlaamse Regering bepaalde modaliteiten, belast met het kwaliteitstoezicht op de opleidings- en vormingsprogramma's georganiseerd door organisaties waarvan de erkenning of subsidiëring bij decreet of besluit afhankelijk wordt gesteld van desbetreffend toezicht. ".
Art. VII.11. L'article 43 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 43. L'inspection de l'enseignement est, selon les modalités fixées par le Gouvernement flamand, chargée du contrôle de la qualité des programmes d'éducation et de formation organisés par les organisations qui ne sont pas des établissements d'enseignement mais qui conduisent à des attestations, certificats, diplômes ou certificats d'études ayant le même effet civil que ceux qui sont délivrés de droit par des établissements d'enseignement.
  L'inspection de l'enseignement est, selon les modalités fixées par le Gouvernement flamand, également chargée du contrôle de la qualité des programmes d'éducation et de formation organisés par les organisations dont l'agrément ou l'admission aux subventions est subordonné par décret ou arrêté à l'inspection en question. ".
Art. VII.12. Artikel 47 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 47. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Gemeenschap jaarlijks middelen ter beschikking voor de salarissen en voor de werkingskosten van de onderwijsinspectie.
  De uitgaven voor de salarissen bedragen minimaal 80 procent van de jaarlijkse middelen. Het aandeel voor de salarissen volgt de evolutie van de gezondheidsindex aan 100 %. Het aandeel voor de werkingskosten volgt 75 % van de evolutie van de gezondheidsindex. ".
Art. VII.12. L'article 47 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 47. Chaque année, dans les limites des crédits budgétaires prévus, la Communauté flamande met des met à disposition pour les traitements et les frais de fonctionnement de l'inspection de l'enseignement.
  Les dépenses pour les traitements s'élèvent au minimum à 80 pour cent des moyens annuels. La quote-part pour les traitements suit l'évolution de l'indice de santé à 100 %. La quote-part pour les frais de fonctionnement suit 75 % de l'évolution de l'indice santé. ".
Art. VII.13. Aan artikel 52 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het personeelslid moet de uitdrukkelijke toestemming krijgen van de inspecteur-generaal om naast het ambt van inspecteur of coördinerend inspecteur andere activiteiten te ondernemen die een inhoudelijke band hebben met het ambt en, of gebruikmaken van het prestige van het ambt van inspecteur of coördinerend inspecteur. De inspecteur-generaal moet de uitdrukkelijke toestemming krijgen van de Vlaamse Regering om naast het ambt van inspecteur-generaal andere activiteiten te ondernemen die een inhoudelijke band hebben met het ambt en, of gebruikmaken van het prestige van het ambt van inspecteur-generaal. ".
Art. VII.13. A l'article 52 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le membre du personnel doit recevoir le consentement explicite de l'inspecteur général pour pouvoir exercer, outre la fonction d'inspecteur ou d'inspecteur coordinateur, d'autres activités imbriquées du point de vue contenu avec leur fonction et/ou se servant du prestige de la fonction d'inspecteur ou d'inspecteur coordinateur. " Le membre du personnel doit recevoir le consentement explicite de l'inspecteur général pour pouvoir exercer, outre la fonction d'inspecteur ou d'inspecteur coordinateur, d'autres activités imbriquées du point de vue contenu avec leur fonction et/ou se servant du prestige de la fonction d'inspecteur ou d'inspecteur coordinateur.
Art. VII.14. In artikel 63 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst wordt paragraaf 1;
  2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. In afwijking van § 1, 1°, kan, in geval van dringende tekorten voor bepaalde concrete functieprofielen, zoals vermeld in artikel 65, § 1, een aangepaste eerste fase van de selectieprocedure opgestart worden. Het betreft een doelgroepgerichte oproep voor de test van de generieke competenties in geval de specifieke wervingsreserve voor een concreet functieprofiel uitgeput is of niet kan aangelegd worden bij gebrek aan kandidaten. ".
Art. VII.14. A l'article 63 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte existant devient le paragraphe 1er;
  2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Par dérogation au § 1er, 1°, une première phase adaptée de la procédure de sélection peut être entamée en cas de manques urgents pour certains profils concrets de la fonction, tels que visés à l'article 65, § 1er. Il s'agit d'un appel axé sur un groupe cible pour le test des compétences génériques au cas où la réserve de recrutement spécifique pour un profil concret de la fonction est épuisée ou ne peut être constituée à défaut de candidats. ".
Art. VII.15. In artikel 64 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " De oproep voor de test " vervangen door de woorden " De ruime of doelgerichte oproep voor de test ";
  2° in paragraaf 5 wordt tussen de woorden " zijn rechtsopvolger stelt " en de woorden " een lijst " de woorden " per oproep " ingevoegd.
Art. VII.15. A l'article 64 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " L'appel au test " sont remplacés par les mots " L'appel large ou axé sur un groupe cible ";
  2° dans le paragraphe 5, les mots " , par appel, " sont insérés entre les mots " ou son ayant cause établit " et les mots " une liste des lauréats ".
Art. VII.16. In artikel 147 van hetzelfde decreet worden de woorden " na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt " vervangen door de woorden " vanaf de datum waarop hij aanspraak kan maken op een rustpensioen. ".
Art. VII.16. A l'article 147 du même décret, les mots " après la fin du mois au cours duquel il a atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " à partir de la date à laquelle il peut prétendre à une pension de retraite. ".
Art. VII.17. Aan artikel 150 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van artikel 150, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt de aanstelling niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen de aanstelling te verlengen. Dergelijke verlenging van de aanstelling geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar. ".
Art. VII.17. A l'article 150 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions de l'article 150, alinéa premier, 2°, et sans préjudice des dispositions visées à l'article 62, §§ 2 et 3, la désignation ne prend pas fin après l'atteinte de la limite d'âge, si le membre du personnel concerné et l'inspecteur général conviennent de prolonger la désignation. Une telle prolongation de la désignation vaut chaque fois pour la durée d'un an au maximum. ".
Art. VII.18. Aan artikel 151 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van artikel 151, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt het mandaat niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen het mandaat te verlengen. Dergelijke verlenging van het mandaat geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar. ".
Art. VII.18. A l'article 151 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions de l'article 151, alinéa premier, 2°, et sans préjudice des dispositions visées à l'article 62, §§ 2 et 3, le mandat ne prend pas fin après l'atteinte de la limite d'âge, si le membre du personnel concerné et l'inspecteur général conviennent de prolonger le mandat. Une telle prolongation de la désignation vaut chaque fois pour la durée d'un an au maximum. ".
Afdeling II. - Decreet betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken
Section II. - Décret relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques
Art. VII.19. In artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, gewijzigd door het decreet van 1 juli 2011, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De ambten die de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken mogen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld :
  - inspecteur-adviseur;
  - inspecteur-adviseur voor het lager onderwijs;
  - inspecteur-adviseur coördinator voor het lager onderwijs;
  - inspecteur-adviseur coördinator;
  - inspecteur-adviseur voor het secundair en het pedagogisch hoger onderwijs en de lerarenopleidingen georganiseerd door de hogescholen;
  - inspecteur-adviseur voor het lager, het secundair en het pedagogisch hoger onderwijs en de lerarenopleidingen georganiseerd door de hogescholen. ".
Art. VII.19. A l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, modifié par le décret du 1er juillet 2011, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les fonctions que peuvent exercer les membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques sont déterminées comme suit :
  - inspecteur conseiller;
  - inspecteur conseiller de l'enseignement primaire;
  - inspecteur conseiller coordinateur de l'enseignement primaire;
  - inspecteur conseiller coordinateur;
  - inspecteur conseiller de l'enseignement secondaire et de l'enseignement supérieur pédagogique et des formations des enseignants organisées par les instituts supérieurs;
  - inspecteur conseiller de l'enseignement primaire, de l'enseignement secondaire et de l'enseignement supérieur pédagogique et des formations des enseignants organisées par les instituts supérieurs. ".
Art. VII.20. In artikel 22 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, het laatst gewijzigd bij decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 149 tot en met artikel 152 " vervangen door de woorden " artikel 149 en artikel 152 ";
  2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De artikelen 150 en 151 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs zijn van toepassing op de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 150, tweede lid, en aan artikel 151, tweede lid, een bijkomende voorwaarde geldt : de verlenging van de aanstelling of het mandaat mag niet tot gevolg hebben dat een personeelslid ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking in 'hetzelfde ambt' zoals bepaald in de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, tenzij dat perso- neelslid kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking. ".
Art. VII.20. A l'article 22 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, modifié en dernier lieu par le décret du 8 mai 2009, les suivantes modifications sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " aux articles 14 et 152 " sont remplacés par les mots " aux articles 149 et 152 ";
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les articles 150 et 151 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement s'appliquent aux membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques, étant entendu qu'à l'article 150, deuxième alinéa, et à l'article 151, deuxième alinéa, s'applique une condition supplémentaire : la prolongation de la désignation ou du mandat ne peut pas avoir pour conséquence, qu'un membre du personnel soit mis en disponibilité par défaut d'emploi dans 'la même fonction' telle que défini dans la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, à moins que ce membre du personnel ne puisse être réaffecté dans un emploi vacant. ".
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Section III. - Entrée en vigueur
Art. VII.21. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel VII.19 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2011.
  Artikel VII.8, VII.12 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
  Artikel VII.14, VII.15 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 2012.
  Artikel VII.2, VII.17, VII.18 en VII.20 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikelen VII.2 tot en met VII.6 en VII.10, VII.11 en VII.16 treden in werking op 1 januari 2013.
Art. VII.21. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  L'article VII.19 produit ses effets le 1er septembre 2011.
  Les articles VII.8 et VII.12 produisent leurs effets le 1er janvier 2012.
  Les articles VII.14 et VII.15 produisent leurs effets le 1er mars 2012.
  Les articles VII.2, VII.17, VII.18 et VII.20 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  Les articles VII.2 à VII.6 inclus et les articles VII.10, VII.11 et VII.16 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
HOOFDSTUK VIII. - Rechtspositie onderwijspersoneel
CHAPITRE VIII. - Statut du personnel enseignant
Afdeling I. - Decreet betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
Section Ire. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. VIII.1. Aan artikel 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 13° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Bij toepassing van artikel 31, § 4, vindt de benoeming en affectatie plaats in een ander ambt dan het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is. ";
  2° een punt 37° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 37° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. ".
Art. VIII.1er. A l'article 3 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 13° est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Par application de l'article 31, § 4, la nomination et l'affectation a lieu dans une autre fonction que la fonction dans laquelle le membre du personnel est nommé à titre définitif. ";
  2° il est ajouté un point 37°, rédigé comme suit :
  " 37° limite d'âge : la fin de l'année scolaire dans laquelle un membre du personnel a atteint l'âge de 65 ans. ".
Art. VIII.2. Aan artikel 4 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of artikel 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 79/1 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 100/1 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II of artikel XI.1 van het decreet van 21 december 2012 betreffende het onderwijs XXII, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel. ".
Art. VIII.2. L'article 4 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 juin 2007, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Les prestations rendues par un membre du personnel dans un emploi organisé sur la base de l'article 154, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'article 251/1 ou de l'article 332/1 du Code de l'Enseignement secondaire, de l'article 79/1 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, de l'article 130ter du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, de l'article 100/1 du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II ou de l'article XI.1 du décret du 21 décembre 2012 relatif à l'enseignement XXII, entrent en considération pour le calcul de l'ancienneté de service suivant les dispositions du présent article. ".
Art. VIII.3. Artikel 12 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 12. Onverminderd de toepassing van de strafwetten wordt iedere overtreding door een vastbenoemd personeelslid en door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur van de in dit hoofdstuk vermelde bepalingen, al naar het geval, bestraft met een van de in artikel 61 bepaalde tuchtstraffen. ".
Art. VIII.3. L'article 12 du même décret, modifié par le décret du 20 octobre 2000, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 12. Sans préjudice de l'application des lois pénales, toute infraction aux dispositions du présent chapitre par un membre du personnel nommé à titre définitif ou par un membre du personnel temporairement désigné est, suivant le cas, sanctionnée par une des sanctions disciplinaires fixées à l'article 61. ".
Art. VIII.4. In artikel 12bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De raad van bestuur bedoeld in deze paragraaf is deze waar het personeelslid in dienst is op het ogenblik dat de feiten zich voordoen die aanleiding geven tot de toepassing van deze paragraaf. ".
Art. VIII.4. L'article 12bis, § 2, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, est complété par un alinéa, rédigé ainsi qu'il suit :
  " Le conseil d'administration visé au présent paragraphe est celui où le membre du personnel est en service au moment où les faits donnant lieu à l'application du présent paragraphe se produisent. ".
Art. VIII.5. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIsexies, dat bestaat uit het artikel 12octies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " HOOFDSTUK IIsexies. - Bescherming van het privéleven
  Art. 12octies. Feiten uit het privéleven die geen weerslag hebben op de relatie tussen de leerling, cursist of consultant en het personeelslid, het schoolleven of op de werking van de centra kunnen geen aanleiding geven tot een maatregel vanwege de inrichtende macht. ".
Art. VIII.5. Il est inséré dans le même décret un chapitre IIsexies, composé de l'article 12octies, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IIsexies. - Protection de la vie privée
  Art. 12octies. Des faits de la vie privée n'ayant aucune répercussion sur la relation entre l'élève, l'apprenant ou le conseiller et le membre du personnel, la vie scolaire ou le fonctionnement des centres, ne peuvent pas donner lieu à une mesure de part du pouvoir organisateur. ".
Art. VIII.6. Artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 20 oktober 2000, 7 juli 2006 en 13 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. VIII.6. L'article 22 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 20 octobre 2000, 7 juillet 2006 et 13 juillet 2007, est abrogé.
Art. VIII.7. In artikel 23, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 7 juli 2006, 13 juli 2007 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt f) vervangen door wat volgt :
  " f) bij het bereiken van de leeftijdsgrens; ";
  2° aan het eerste lid worden een punt l) en m) toegevoegd, die luiden als volgt.
  " l) bij de definitieve pensionering;
  m) bij het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel. ";
  3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van punt f) eindigt de aanstelling van een personeelslid niet na het bereiken van de leeftijdsgrens als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen.
  Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden :
  1° de verlenging geldt telkens voor de duur van maximum één schooljaar;
  2° in de instelling waar het personeelslid aangesteld blijft, is of wordt er op dat ogenblik geen personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in 'hetzelfde ambt' zoals bepaald in de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, tenzij dat personeelslid kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking. ".
Art. VIII.7. A l'article 23 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003, 7 juillet 2006, 13 juillet 2007 et 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le premier alinéa, le point f) est remplacé par la disposition suivante :
  " f) lors de la mise à la retraite pour limite d'âge; ";
  2° à l'alinéa 1er sont ajoutés un point l) et un point m), rédigés comme suit :
  " l) lors de la retraite définitive;
  m) à la fin du prolongement de la désignation telle que prévue à l'alinéa deux du présent article. ";
  3° entre les alinéas premier et deux, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation au point f), la désignation d'un membre du personnel ne cesse pas après l'atteinte de la limite d'âge, si le membre du personnel concerné et son pouvoir organisateur conviennent de prolonger la désignation.
  Une telle prolongation n'est possible qu'aux conditions suivantes :
  1° la prolongation vaut chaque fois pour une durée d'une année scolaire au maximum;
  2° dans l'établissement où le membre du personnel reste désigné, aucun membre du personnel n'est à ce moment mis en disponibilité par défaut d'emploi dans 'la même fonction' tel que visé dans la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, à moins que ce membre du personnel ne puisse être réaffecté dans un emploi vacant. ".
Art. VIII.8. In artikel 24 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden in het vierde lid de twee laatste zinnen vervangen door wat volgt :
  " De raad van bestuur kan vanaf het ogenblik waarop hij kennis krijgt van het beroep het personeelslid preventief schorsen volgens artikel 59. Deze preventieve schorsing vangt dan aan op de dag dat het ontslag uitwerking had en duurt tot op het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, met dien verstande dat de periode alleszins nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke tijdelijke aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. ".
Art. VIII.8. A l'article 24 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 8 mai 2009, les deux dernières phrases de l'alinéa 4 sont remplacées par ce qui suit :
  " Le conseil d'administration peut, conformément à l'article 59, suspendre préventivement le membre du personnel, dès qu'il prend connaissance du recours. Cette suspension préventive prend cours le jour où le licenciement a sorti ses effets et dure jusqu'à la fin de la procédure de recours, étant entendu que la période ne peut jamais être supérieure à la désignation temporaire originale à laquelle se rapporte le licenciement. ".
Art. VIII.9. Artikel 26 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003 en 13 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. VIII.9. L'article 26 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003 et 13 juillet 2007, est abrogé.
Art. VIII.10. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. VIII.10. L'article 27 du même décret est abrogé.
Art. VIII.11. Artikel 29, § 3, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. In het kleuteronderwijs komt een betrekking in het ambt van kinderverzorger die volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs wordt ingericht na omzetting van basisomkadering van het kleuteronderwijs of van herberekende lestijden in het kleuteronderwijs niet in aanmerking voor vacantverklaring of voor een benoeming in vast verband. In deze betrekking kan ook geen mutatie of een nieuwe affectatie plaatsvinden. ".
Art. VIII.11. L'article 29, § 3, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. En vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, un emploi, dans l'enseignement maternel, dans la fonction de puériculteur créé après conversion de l'encadrement de base de l'enseignement maternel ou après conversion de périodes recalculées dans l'enseignement maternel, n'entre pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance ou pour une nomination à titre définitif. Cet emploi ne peut pas non plus faire l'objet d'une mutation ou d'une nouvelle affectation. " .
Art. VIII.12. In artikel 31, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden " op zijn verzoek " vervangen door de woorden " mits zijn akkoord " en worden de woorden " Dit verzoek " vervangen door " Dat akkoord ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden " vacant verklaarde betrekking " vervangen door de woorden " vacante betrekking ";
  3° een paragraaf 3 en 4 worden toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer. ".
Art. VIII.12. A l'article 31 du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 14 février 2003 et 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " qui en fait la demande " sont remplacés par les mots " moyennant son accord " et les mots " Cette demande " sont remplacés par les mots "Cet accord ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " un emploi déclaré vacant " sont remplacés par les mots " un emploi vacant ";
  3° un paragraphe 3 et un paragraphe 4 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible au conseil d'administration d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur, dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, dans la fonction de puériculteur, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion ou dans la fonction de maître de morale non confessionnelle, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur préscolaire, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur préscolaire.
  Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible au conseil d'administration d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion, dans la fonction de maître de morale non confessionnelle ou dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible au conseil d'administration d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur, dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, dans la fonction de puériculteur, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion ou dans la fonction de maître de morale non confessionnelle, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur préscolaire, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur préscolaire.
  Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible au conseil d'administration d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion, dans la fonction de maître de morale non confessionnelle ou dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur. ".
Art. VIII.13. In artikel 34, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999, worden tussen de woorden " in hetzelfde ambt " en de woorden " worden gelijkgesteld " de woorden " of in geval van toepassing van artikel 31, § 3 of § 4, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, " toegevoegd.
Art. VIII.13. A l'article 34, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999, les mots " ou en cas d'application de l'article 31, § 3 ou § 4, dans la fonction dans laquelle le membre du personnel était auparavant nommé à titre définitif " sont insérés entre les mots " dans la même fonction avant cette mutation " et les mots " sont assimilés ".
Art. VIII.14. Artikel 34ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001, wordt opgeheven.
Art. VIII.14. L'article 34ter du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2001, est abrogé.
Art. VIII.15. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, worden tussen de woorden " kan slechts " en de woorden " door benoeming worden toegewezen " de woorden " geheel of gedeeltelijk " ingevoegd.
Art. VIII.15. A l'article 35, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 18 mai 1999, les mots " entièrement ou partiellement " sont insérés entre les mots " ne peut être attribué " et les mots " que par nomination ".
Art. VIII.16. In artikel 36bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " voorrang op alle tijdelijke personeelsleden voor vacant verklaarde betrekkingen " vervangen door de woorden " voorrang op alle tijdelijke personeelsleden voor het geheel of een deel van een vacant verklaarde betrekking ";
  2° in paragraaf 1, punt 2°, worden de woorden " vakken of specialiteiten " vervangen door de woorden " opleidingen, modules, vakken of specialiteiten ";
  3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. VIII.16. A l'article 36bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par les décrets des 14 février 2003 et 10 juillet 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " la priorité sur tous les personnels temporaires pour les emplois déclarés vacants " sont remplacés par les mots " la priorité sur tous les personnels temporaires pour l'ensemble ou une partie d'un emploi déclaré vacant ";
  2° au paragraphe 1er, point 2°, les mots " branches ou spécialités " sont remplacés par les mots " formations, modules, branches ou spécialités ";
  3° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. VIII.17. Aan artikel 40novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° in afwijking op 2° de personeelsleden, die worden aangesteld met overgedragen lestijden, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap. Hierover moet vooraf in het lokaal comité worden onderhandeld. ";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden " Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, " vervangen door de woorden " Bij de toepassing van § 1, 3°, 4° en 5°, ".
Art. VIII.17. A l'article 40novies du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et modifié par le décret du 17 juin 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° par dérogation au point 2°, les membres du personnel désignés avec des périodes transférées, sont engagés pour l'accomplissement de charges pour et auprès d'autres écoles du centre d'enseignement. Ce point doit faire l'objet de concertations au sein du comité local. ";
  2° au paragraphe 2, les mots " Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, " sont remplacés par les mots " Lors de l'application du § 1er, 3°, 4° et 5°, ".
Art. VIII.18. In artikel 46bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in het ambt van pedagogisch adviseur en dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt op zijn verzoek tot de proeftijd toegelaten op voorwaarde dat hij :
  1° de voorwaarden voor de toelating tot de proeftijd vervult;
  2° de toelating tot de proeftijd aanvraagt bij afgevaardigd bestuurder;
  3° op het ogenblik van de toelating tot de proeftijd ten minste vier jaar een functie in de pedagogische begeleidingsdienst uitoefent.
  Deze vaste benoeming volgend op het doorlopen van de proeftijd kan daarenboven enkel plaatsvinden voor zover het percentage vastbenoemde personeelsleden gerespecteerd wordt, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. ".
Art. VIII.18. A l'article 46bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le membre du personnel qui est temporairement désigné dans la fonction de conseiller pédagogique et qui a atteint l'âge de 55 ans, est admis, à sa demande, au stage à condition :
  1° qu'il remplisse les conditions d'admission au stage;
  2° qu'il introduise auprès de l'administrateur délégué une demande d'admission au stage;
  3° qu'il exerce, au moment de l'admission au stage, au moins depuis quatre ans une fonction dans le service d'encadrement pédagogique.
  Cette nomination à titre définitif qui suit l'achèvement du stage ne peut en plus avoir lieu que dans la mesure où le pourcentage de membres du personnel nommés à titre définitif est respecté, tel que visé à l'article 16, § 5, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. ".
Art. VIII.19. In artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De prestaties die een personeelslid dat toegelaten is tot de proeftijd levert tijdens de periode dat hij belast is met een van de volgende functies, worden beschouwd als effectieve prestaties :
  - het mandaat van algemeen directeur;
  - het mandaat van coördinerend directeur in een scholengemeenschap van het secundair onderwijs;
  - de aanstelling als directeur belast met een coördinerende opdracht voor een scholengemeenschap van het basisonderwijs bedoeld in artikel 4bis, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs. ".
Art. VIII.19. A l'article 48, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié par le décret du 15 juillet 2005, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Les prestations effectuées par un membre du personnel admis au stage pendant la période qu'il est chargé d'une des fonctions suivantes, sont considérées comme des prestations effectives :
  - le mandat de directeur général;
  - le mandat de directeur coordinateur dans un centre d'enseignement de l'enseignement secondaire;
  - la désignation en tant que directeur chargé d'une mission coordinatrice pour un centre d'enseignement de l'enseignement fondamental visé à l'article 4bis, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 relatif à l'enveloppe de points pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental. ".
Art. VIII.20. In artikel 50, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 13 juli 2007, worden de woorden " op het einde van het schooljaar worden beëindigd " vervangen door de woorden " op het einde van het schooljaar worden beëindigd, behoudens een andersluidend schriftelijk akkoord tussen beide partijen ".
Art. VIII.20. A l'article 50, § 4, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, les mots " ne prend fin qu'au terme de l'année scolaire " sont remplacés par les mots " ne prend fin qu'au terme de l'année scolaire, sous réserve d'un accord écrit contraire entre les deux parties ".
Art. VIII.21. Artikel 50ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 13 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. VIII.21. L'article 50ter du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 13 juillet 2001 et 13 juillet 2007, est abrogé.
Art. VIII.22. Artikel 52 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 52. Een personeelslid dat tot de proeftijd in een selectie- of bevorderingsambt werd toegelaten of met het waarnemen ervan belast werd, kan vrijwillig afzien van de voltooiing van de proeftijd of afstand doen van zijn aanstelling als waarnemend personeelslid. Het personeelslid moet een opzeggingstermijn van vijftien kalenderdagen in acht nemen. De raad van bestuur kan met een kortere termijn instemmen. Die instemming blijkt uit een geschrift dat de datum van ambtsneerlegging vermeldt en door beide partijen wordt ondertekend. ".
Art. VIII.22. L'article 52 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 52. Un membre du personnel admis au stage dans une fonction de sélection ou de promotion ou qui a été chargé d'en assurer l'intérim, peut renoncer volontairement à terminer son stage ou renoncer à sa désignation comme membre du personnel intérimaire. Le membre du personnel doit respecter un délai de préavis de quinze jours calendrier. Le conseil d'administration peut accorder son consentement à un délai de préavis plus court. Ce consentement doit être coulé dans un écrit qui mentionne la date de la cessation des fonctions et est signé par les deux parties. ".
Art. VIII.23. Artikel 53 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 53. Een personeelslid dat werd benoemd in een selectie- of bevorderingsambt en voorheen vast benoemd was in een ander ambt in het onderwijs, kan op 1 september vrijwillig afzien van de vaste benoeming in het betrokken ambt.
  Het personeelslid deelt dit door middel van een aangetekende brief vóór 1 juni mee aan de raad van bestuur. Het wordt dan op 1 september erop volgend ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt waarin het voorheen vast benoemd was. De datum van 1 juni kan vervangen worden door een latere datum, ofwel in onderling akkoord tussen het betrokken personeelslid en de raad van bestuur, ofwel eenzijdig door het betrokken personeelslid omwille van een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' die hem in toepassing van hoofdstuk VIIIter werd toegekend na 15 mei. ".
Art. VIII.23. L'article 53 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 53. Un membre du personnel nommé à une fonction de sélection ou de promotion et qui était auparavant nommé à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement, peut renoncer volontairement au 1er septembre à cette nomination définitive dans cette fonction.
  Le membre du personnel signifie cette décision par pli recommandé avant le 1er juin au conseil d'administration. Il est alors mis en disponibilité, le 1er septembre suivant, par défaut d'emploi dans la fonction dans laquelle il était nommé auparavant. La date du 1er juin peut être remplacée par une date ultérieure, soit en accord mutuel entre le membre du personnel intéressé et le conseil d'administration, soit de manière unilatérale par le membre du personnel en raison d'une évaluation ayant pour conclusion finale 'insuffisant' attribuée en application du chapitre VIIIter après le 15 mai. ".
Art. VIII.24. In artikel 53bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
  " § 5. Het personeelslid dat in toepassing van § 1 met een andere opdracht wordt belast, kan tegen deze beslissing beroep aantekenen bij een beroepsinstantie samengesteld uit de voorzitters van de kamers van beroep. De termijn voor het instellen van het beroep bedraagt twintig kalenderdagen. Het beroep schort de in § 1 vermelde beslissing op.
  De raad van bestuur kan de directeur tijdens voormelde beroepsprocedure preventief schorsen volgens artikel 59. Deze preventieve schorsing beslaat de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing aan het betrokken personeelslid wordt meegedeeld en tot de beroepsprocedure is beëindigd.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen betreffende het secretariaat en de werking van de beroepsinstantie, de procedure en de redenen tot wraking. ".
Art. VIII.24. A l'article 53bis du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999 et modifié par le décret du 13 juillet 2007, le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 5. Le membre du personnel qui est chargé d'une autre charge par application du § 1er, peut interjeter appel de cette décision auprès d'une instance de recours composée des présidents des chambres de recours. Le délai d'appel est de vingt jours calendrier. L'appel suspend la décision mentionnée au § 1er.
  Le conseil d'administration peut à titre préventif suspendre le directeur durant cette procédure d'appel en vertu de l'article 59. Cette suspension préventive couvre la période débutant dès l'instant de la communication de la décision au membre du personnel intéressé jusqu'au terme de la procédure d'appel.
  Le Gouvernement flamand fixe les modalités du secrétariat et du fonctionnement de l'instance de recours, de la procédure et des motifs de récusation. ".
Art. VIII.25. Artikel 54 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. VIII.25. L'article 54 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, est abrogé.
Art. VIII.26. Aan artikel 55quinquies decies, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als de raad van bestuur geen geschikt personeelslid vindt dat beantwoordt aan de voorwaarde gesteld in paragraaf 4, kan zij van deze voorwaarde afwijken tot op het ogenblik dat zij een geschikt personeelslid aanduidt dat wel aan deze voorwaarde beantwoordt. Bij toepassing van deze bepaling is de aanstelling van het personeelslid beperkt tot een aanstelling van maximum een jaar. ".
Art. VIII.26. A l'article 55quinquies decies du même décret, inséré par le décret du 22 juin 2007, il est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le conseil d'administration ne trouve pas de membre du personnel remplissant la condition posée au paragraphe 4, il peut déroger à cette condition jusqu'au moment où il désigne un membre du personnel approprié qui remplisse cette condition. Par application de cette disposition, la désignation du membre du personnel est limitée à une désignation d'un an au maximum. ".
Art. VIII.27. In artikel 55septies decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 worden de twee zinnen toegevoegd, die luiden als volgt :
  " De raad van bestuur kan hierbij afwijken van de voorwaarde gesteld in artikel 55quinquies decies, § 4, tot op het ogenblik dat zij een geschikt personeelslid aanduidt dat wel aan deze voorwaarde beantwoordt. Bij toepassing van deze bepaling is de aanstelling van het personeelslid beperkt tot een aanstelling van maximum een jaar. ";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. VIII.27. A l'article 55septies decies du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er sont ajoutés deux phrases, rédigées comme suit :
  " Le conseil d'administration peut déroger de la condition fixée à l'article 55quinquies decies, § 4, jusqu'au moment où il désigne un membre du personnel approprié qui remplisse cette condition. Par application de cette disposition, la désignation du membre du personnel est limitée à une désignation d'un an au maximum. ";
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. VIII.28. Aan artikel 60 van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Dit artikel wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013. ".
Art. VIII.28. A l'article 60 du même décret, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le présent article est abrogé à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013 inclus. ".
Art. VIII.29. In artikel 73 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 13 juli 2007 en 4 juli 2008, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De termijn voor het instellen van het beroep bedraagt twintig kalenderdagen. Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode. Het beroep heeft een schorsende werking. ".
Art. VIII.29. A l'article 73 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 13 juillet 2007 et 4 juillet 2008, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Le délai d'appel est de vingt jours calendrier. Ce délai peut être suspendu pendant une période de vacances. Le recours a un effet suspensif. ".
Art. VIII.30. In artikel 82, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt aan punt e) een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Deze bepaling wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013. ".
Art. VIII.30. A l'article 82, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 14 février 2003, le point e) est complété par une phrase rédigée comme suit :
  " Cette disposition est suspendue à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013 inclus. ".
Art. VIII.31. In artikel 83, § 1, van hetzelfde decreet, worden de woorden " na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt " vervangen door de woorden " vanaf de datum waarop hij aanspraak kan maken op een rustpensioen ".
Art. VIII.31. A l'article 83, § 1er, du même décret, les mots " après la fin du mois au cours duquel il a atteint l'âge de 60 ans " sont remplacés par les mots " à partir de la date à laquelle il peut prétendre à une pension de retraite ".
Art. VIII.32. In artikel 88 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° het bereiken van de leeftijdsgrens; ";
  2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° de definitieve pensionering; ";
  3° een punt 6° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel. ";
  4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " In afwijking van punt 2° geeft het bereiken van de leeftijdsgrens geen aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen.
  Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden :
  1° de verlenging geldt telkens voor de duur van maximum één schooljaar;
  2° in de instelling waar het personeelslid aangesteld blijft, is of wordt er op dat ogenblik geen personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in 'hetzelfde ambt', zoals bepaald in de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, tenzij dat personeelslid kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking. ".
Art. VIII.32. A l'article 88 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° du fait d'avoir atteint la limite d'âge; ";
  2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° de la mise à la retraite définitive; ";
  3° il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° de la fin du prolongement de la désignation telle que prévue à l'alinéa deux du présent article. ";
  4° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation au point 2°, le fait d'avoir atteint la limite d'âge ne donne pas lieu à la cessation définitive des fonctions si le membre du personnel intéressé et son pouvoir organisateur conviennent de prolonger la désignation.
  Une telle prolongation n'est possible qu'aux conditions suivantes :
  1° la prolongation vaut chaque fois pour une durée d'une année scolaire au maximum;
  2° dans l'établissement où le membre du personnel reste désigné, aucun membre du personnel n'est à ce moment mis en disponibilité par défaut d'emploi dans 'la même fonction' tel que visé dans la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, à moins que ce membre du personnel ne puisse être réaffecté dans un emploi vacant. ".
Art. VIII.33. Artikel 95 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, wordt opgeheven.
Art. VIII.33. L'article 95 du même décret, modifié par le décret du 18 mai 1999, est abrogé.
Art. VIII.34. Artikel 95bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij de decreten van 2 maart 1999, 18 mei 1999 en 20 oktober 2000, wordt opgeheven.
Art. VIII.34. L'article 95bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par les décrets des 2 mars 1999, 18 mai 1999 et 20 octobre 2000, est abrogé.
Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
Section II. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés
Art. VIII.35. Aan artikel 5 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 14° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Bij toepassing van artikel 45, § 3, bestaat een mutatie uit het toewijzen bij een andere inrichtende macht van een andere betrekking in een ander ambt dan het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is; ";
  2° aan punt 15° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Bij toepassing van artikel 45, § 4, bestaat een nieuwe affectatie uit de toewijzing van een personeelslid aan een instelling ingericht door dezelfde inrichtende macht in een betrekking van een ander ambt dan het ambt waarin betrokkene vast benoemd is; ";
  3° een punt 27° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 27° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. ".
Art. VIII.35. A l'article 5 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 14° est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Par application de l'article 45, § 3, une mutation consiste en l'attribution auprès d'un autre pouvoir organisateur d'un autre emploi dans une fonction autre que la fonction dans laquelle le membre du personnel est nommé à titre définitif; ";
  2° le point 15° est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Par application de l'article 45, § 4, une nouvelle affectation consiste en l'affectation d'un membre du personnel à un établissement organisé par le même pouvoir organisateur dans un emploi d'une fonction autre que la fonction dans laquelle l'intéressé est nommé à titre définitif; ";
  3° il est ajouté un point 27°, rédigé comme suit :
  " 27° limite d'âge : la fin de l'année scolaire dans laquelle un membre du personnel a atteint l'âge de 65 ans. ".
Art. VIII.36. Aan artikel 6 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of artikel 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 79/1 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 100/1 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II of artikel XI.1 van het decreet van 21 december 2012 betreffende het onderwijs XXII, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel. ".
Art. VIII.36. L'article 6 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 juin 2007, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Les prestations rendues par un membre du personnel dans un emploi organisé sur la base de l'article 154, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'article 251/1 ou de l'article 332/1 du Code de l'Enseignement secondaire, de l'article 79/1 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, de l'article 130ter du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, de l'article 100/1 du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II ou de l'article XI.1 du décret du 21 décembre 2012 relatif à l'enseignement XXII, entrent en considération pour le calcul de l'ancienneté de service suivant les dispositions du présent article. ".
Art. VIII.37. In artikel 17bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De inrichtende macht bedoeld in deze paragraaf is deze waar het personeelslid in dienst is op het ogenblik dat de feiten zich voordoen die aanleiding geven tot de toepassing van deze paragraaf. ".
Art. VIII.37. A l'article 17bis, § 2, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le pouvoir organisateur visé au présent paragraphe est celui où le membre du personnel est en service au moment où les faits donnant lieu à l'application du présent paragraphe se produisent. ".
Art. VIII.38. In artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 14 juli 1998, 14 februari 2003, 7 juli 2006, 13 juli 2007 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt g) vervangen door wat volgt :
  " g) bij het bereiken van de leeftijdsgrens; ";
  2° aan het eerste lid worden een punt i) en j) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " i) bij de definitieve pensionering;
  j) bij het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van deze paragraaf. ";
  3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van punt g) eindigt de aanstelling van een personeelslid niet na het bereiken van de leeftijdsgrens als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen.
  Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden :
  1° de verlenging geldt telkens voor de duur van maximum één schooljaar;
  2° in de instelling waar het personeelslid aangesteld blijft, is of wordt er op dat ogenblik geen personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in 'hetzelfde ambt' zoals bepaald in de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, tenzij dat personeelslid kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking. ".
Art. VIII.38. A l'article 21, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 14 juillet 1998, 14 février 2003, 7 juillet 2006, 13 juillet 2007 et 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le premier alinéa, le point g) est remplacé par la disposition suivante :
  " g) lors de l'atteinte de la limite d'âge; ";
  2° à l'alinéa 1er sont ajoutés un point i) et un point j), rédigés comme suit :
  " i) lors de la retraite définitive;
  j) à la fin du prolongement de la désignation telle que prévue à l'alinéa deux du présent paragraphe. ";
  3° entre les alinéas premier et deux, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation au point g), la désignation d'un membre du personnel ne prend pas fin après qu'il a atteint la limite d'âge si le membre du personnel intéressé et son pouvoir organisateur conviennent de prolonger la désignation.
  Une telle prolongation n'est possible qu'aux conditions suivantes :
  1° la prolongation vaut chaque fois pour une durée d'une année scolaire au maximum;
  2° dans l'établissement où le membre du personnel reste désigné, aucun membre du personnel n'est à ce moment mis en disponibilité par défaut d'emploi dans 'la même fonction' tel que visé dans la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, à moins que ce membre du personnel ne puisse être réaffecté dans un emploi vacant. ".
Art. VIII.39. In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 en 8 mei 2009, worden in het vierde lid de twee laatste zinnen vervangen door wat volgt :
  " De inrichtende macht kan vanaf het ogenblik waarop het kennis krijgt van het beroep het personeelslid preventief schorsen volgens artikel 67. Deze preventieve schorsing vangt dan aan op de dag dat het ontslag uitwerking had en duurt tot op het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, met dien verstande dat de periode alleszins nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke tijdelijke aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. ".
Art. VIII.39. A l'article 25 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2007 et 8 mai 2009, les deux dernières phrases de l'alinéa quatre sont remplacées par la disposition suivante :
  " A partir du moment où le pouvoir organisateur prend connaissance du recours, il peut suspendre le membre du personnel préventivement, aux termes de l'article 67. Cette suspension préventive prend cours le jour où le licenciement a sorti ses effets et dure jusqu'à la fin de la procédure de recours, étant entendu que la période ne peut jamais être supérieure à la désignation temporaire originale à laquelle se rapporte le licenciement. ".
Art. VIII.40. In artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994, worden tussen de woorden " in een wervingsambt slechts " en de woorden " door benoeming toewijzen " de woorden " geheel of gedeeltelijk " ingevoegd.
Art. VIII.40. Dans l'article 30 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 1994, les mots " partiellement ou entièrement " sont insérés entre les mots " dans une fonction de recrutement que " et les mots " par nomination ".
Art. VIII.41. Artikel 34, § 3, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. In het kleuteronderwijs komt een betrekking in het ambt van kinderverzorger die volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs wordt ingericht na omzetting van basisomkadering van het kleuteronderwijs of van herberekende lestijden in het kleuteronderwijs niet in aanmerking voor de mededeling van de vacante betrekkingen of voor een benoeming in vast verband. In deze betrekking kan ook geen mutatie of een nieuwe affectatie plaatsvinden. ".
Art. VIII.41. L'article 34, § 3, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Dans l'enseignement maternel, un emploi dans la fonction de puériculteur créé en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire après la conversion d'encadrement de base de l'enseignement maternel ou de périodes recalculées dans l'enseignement maternel, n'entre pas en ligne de compte pour une déclaration de vacances d'emplois ou pour une nomination à titre définitif. Cet emploi ne peut pas non plus faire l'objet d'une mutation ou d'une nouvelle affectation. " .
Art. VIII.42. In artikel 35 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 18 mei 1999, 14 februari 2003 en 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Een vastbenoemd personeelslid heeft met het oog op de uitbreiding van zijn vaste benoeming bij zijn inrichtende macht voorrang op tijdelijke personeelsleden voor het geheel of een deel van een volgens artikel 33, § 1, eerste lid, vacant verklaarde betrekking, op voorwaarde dat hij :
  - ofwel in het bezit is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor de aangeboden prestaties en hij daarenboven bij dezelfde inrichtende macht vast benoemd werd voor hetzelfde ambt;
  - ofwel in het bezit is van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en hij daarenboven bij dezelfde inrichtende macht al vast benoemd werd in hetzelfde ambt en voor de leraar in hetzelfde vak, dezelfde specialiteit, dezelfde module of dezelfde opleiding als de aangeboden prestaties.
  De in deze paragraaf bedoelde voorrang geldt niet alleen voor alle instellingen van de betrokken inrichtende macht, maar desgevallend eveneens voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling behoort waarin het betrokken personeelslid al deeltijds vast benoemd is. ";
  2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. VIII.42. A l'article 35 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 18 mai 1999, 14 février 2003 et 10 juillet 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. En vue d'un élargissement de sa nomination à titre définitif, un membre du personnel nommé à titre définitif a priorité, auprès de son pouvoir organisateur, sur des membres du personnel temporaires pour l'ensemble ou une partie d'un emploi déclaré vacant aux termes de l'article 33, § 1er, à condition :
  - soit qu'il soit en possession du titre requis pour les prestations offertes et qu'en plus, il ait été nommé à titre définitif pour la même fonction auprès du même pouvoir organisateur;
  - soit qu'il soit en possession d'un titre jugé suffisant et qu'en plus, il ait déjà été nommé à titre définitif auprès du même pouvoir organisateur dans la même fonction, et pour ce qui est de l'enseignant, dans la même branche, la même spécialité, le même module ou la même formation que les prestations offertes.
  La priorité visée au présent paragraphe ne vaut pas seulement pour tous les établissements du pouvoir organisateur concerné, mais, le cas échéant, également pour tous les établissements du centre d'enseignement dont relève l'établissement dans lequel le membre du personnel en cause est déjà nommé définitivement à temps partiel. ";
  2° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. VIII.43. Aan artikel 36octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° in afwijking op 2° de personeelsleden, die worden aangesteld met overgedragen lestijden, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap. Hierover moet vooraf in het lokaal comité worden onderhandeld. ";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden " Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, " vervangen door de woorden " Bij de toepassing van § 1, 3°, 4° en 5°, ".
Art. VIII.43. A l'article 36octies du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et modifié par le décret du 17 juin 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° par dérogation au point 2°, les membres du personnel désignés avec des périodes transférées, sont engagés pour l'accomplissement de charges pour et auprès d'autres écoles du centre d'enseignement. Ce point doit faire l'objet de concertations au sein du comité local. ";
  2° au paragraphe 2, les mots " Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, " sont remplacés par les mots " Lors de l'application du § 1er, 3°, 4° et 5°, ".
Art. VIII.44. In artikel 40bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld in het ambt van pedagogisch adviseur en dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt op zijn verzoek in dat ambt benoemd op voorwaarde dat hij :
  1° de voorwaarden voor vaste benoeming vervult;
  2° de vaste benoeming aanvraagt bij de inrichtende macht;
  3° op het ogenblik van de vaste benoeming ten minste vier jaar een functie in de pedagogische begeleidingsdienst uitoefent.
  Deze vaste benoeming kan daarenboven enkel plaatsvinden voor zover het percentage vastbenoemde personeelsleden gerespecteerd wordt, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. ".
Art. VIII.44. A l'article 40bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le membre du personnel qui est temporairement désigné dans la fonction de conseiller pédagogique et qui a atteint l'âge de 55 ans, est nommé, à sa demande, dans cette fonction à condition :
  1° qu'il remplisse les conditions pour une nomination définitive;
  2° qu'il fasse une demande de nomination à titre définitif auprès du pouvoir organisateur;
  3° qu'il exerce, au moment de la nomination à titre définitif, au moins depuis quatre ans une fonction dans le service d'encadrement pédagogique.
  Cette nomination à titre définitif ne peut en plus avoir lieu que dans la mesure où le pourcentage de membres du personnel nommés à titre définitif est respecté, tel que visé à l'article 16, § 5, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. ".
Art. VIII.45. In artikel 42, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 13 juli 2007, worden de woorden " op het einde van het schooljaar worden beëindigd " vervangen door de woorden " op het einde van het schooljaar worden beëindigd, behoudens een andersluidend schriftelijk akkoord tussen beide partijen. ".
Art. VIII.45. A l'article 42, § 4, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, les mots " ne prend fin qu'au terme de l'année scolaire " sont remplacés par les mots " ne prend fin qu'au terme de l'année scolaire, sous réserve d'un accord écrit contraire entre les deux parties. ".
Art. VIII.46. Aan artikel 45 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 1994 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 30 april 2009, worden een paragraaf 3 en 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan een inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
  In afwijking van paragraaf 1 kan een inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.
  § 4. In afwijking van paragraaf 2 kan een inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
  In afwijking van paragraaf 2 kan een inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer. ".
Art. VIII.46. A l'article 45 du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 1994 et modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 30 avril 2009, sont ajoutés des paragraphes 3 et 4, rédigés comme suit :
  " § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible à un pouvoir organisateur d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur, dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, dans la fonction de puériculteur, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion ou dans la fonction de maître de morale non confessionnelle, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur préscolaire, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur préscolaire.
  Par dérogation au paragraphe 1er, il est loisible à un pouvoir organisateur d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion, dans la fonction de maître de morale non confessionnelle ou dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 2, il est loisible à un pouvoir organisateur d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur, dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, dans la fonction de puériculteur, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion ou dans la fonction de maître de morale non confessionnelle, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur préscolaire, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur préscolaire.
  Par dérogation au paragraphe 2, il est loisible à un pouvoir organisateur d'attribuer à un membre du personnel qui est nommé à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire, dans la fonction de maître d'éducation physique, dans la fonction de maître de religion, dans la fonction de maître de morale non confessionnelle ou dans une des fonctions du personnel de gestion et d'appui, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans la fonction d'instituteur, à condition que ce membre du personnel soit porteur d'un titre requis pour la fonction d'instituteur. ".
Art. VIII.47. In artikel 46 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " , behoudens bij toepassing van artikel 45, § 3 en § 4 " toegevoegd;
  2° in paragraaf 2 worden tussen de woorden " in hetzelfde ambt " en " worden gelijkgesteld " de woorden " , of in geval van toepassing van artikel 45, § 3, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, " ingevoegd.
Art. VIII.47. A l'article 46 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " , sous réserve de l'application de l'article 45, §§ 3 et 4 " sont ajoutés;
  2° au paragraphe 2, les mots " ou en cas d'application de l'article 45, § 3, dans la fonction dans laquelle le membre du personnel était auparavant nommé à titre définitif " sont insérés entre les mots " dans la même fonction avant cette mutation " et les mots " sont assimilés ".
Art. VIII.48. Artikel 46ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001, wordt opgeheven.
Art. VIII.48. L'article 46ter du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2001, est abrogé.
Art. VIII.49. In artikel 56, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt aan punt e) een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Deze bepaling wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013. ".
Art. VIII.49. A l'article 56, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 14 février 2003, le point e) est complété par une phrase rédigée comme suit :
  " Cette disposition est suspendue à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013 inclus. ".
Art. VIII.50. In artikel 57, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden " na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt " vervangen door de woorden " vanaf de datum waarop hij aanspraak kan maken op een rustpensioen. ".
Art. VIII.50. A l'article 57, § 1er, du même décret, les mots " après la fin du mois au cours duquel il a atteint l'âge de 60 ans " sont remplacés par les mots " à partir de la date à laquelle il peut prétendre à une pension de retraite ".
Art. VIII.51. In artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° het bereiken van de leeftijdsgrens; ";
  2° een punt 4° en een punt 5° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 4° de definitieve pensionering;
  5° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel. ";
  3° aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van punt 2° geeft het bereiken van de leeftijdsgrens geen aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen.
  Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden :
  1° de verlenging geldt telkens voor de duur van maximum één schooljaar;
  2° in de instelling waar het personeelslid aangesteld blijft, is of wordt er op dat ogenblik geen personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in 'hetzelfde ambt' zoals bepaald in de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling, tenzij dat personeelslid kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking. ".
Art. VIII.51. A l'article 62 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° du fait d'avoir atteint la limite d'âge; ";
  2° il est ajouté un point 4° et un point 5°, rédigés comme suit :
  " 4° de la mise à la retraite définitive;
  " 5° de la fin du prolongement de la désignation telle que prévue à l'alinéa deux du présent article. ";
  3° à l'article est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Par dérogation au point 2°, le fait d'avoir atteint la limite d'âge ne donne pas lieu à la cessation définitive des fonctions si le membre du personnel intéressé et son pouvoir organisateur conviennent de prolonger la désignation.
  Une telle prolongation n'est possible qu'aux conditions suivantes :
  1° la prolongation vaut chaque fois pour une durée d'une année scolaire au maximum;
  2° dans l'établissement où le membre du personnel reste désigné, aucun membre du personnel n'est à ce moment mis en disponibilité par défaut d'emploi dans 'la même fonction' tel que visé dans la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, à moins que ce membre du personnel ne puisse être réaffecté dans un emploi vacant. ".
Art. VIII.52. In artikel 72 van hetzelfde decreet wordt aan punt 1° een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode; ".
Art. VIII.52. Dans l'article 72 du même décret, il est ajouté une phrase au point 1°, rédigée comme suit :
  " Ce délai peut être suspendu pendant une période de vacances; ".
Afdeling III. - Wet betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977
Section III. - Loi relative aux propositions budgétaires 1976-1977
Art. VIII.53. Artikel 76 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-77 wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 76. In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs wordt geen salaris of salaristoelage toegekend voor prestaties die een personeelslid levert na het einde van het schooljaar tijdens hetwelke het de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, tenzij de aanstelling van dat personeelslid na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op zijn aanvraag en mits instemming van de inrichtende macht telkens met maximum één schooljaar wordt verlengd.
  Om tegemoet te komen aan een tekort op de arbeidsmarkt kan de Vlaamse Regering de voorwaarden bepalen waaronder aan een definitief gepensioneerde die na de leeftijd van 65 jaar tijdelijk en voor een bepaalde duur prestaties levert, wel een salaris of salaristoelage toegekend wordt. ".
Art. VIII.53. L'article 76 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 76. Dans l'enseignement financé ou subventionné par la Communauté flamande, il ne peut être attribué ni rémunération, ni subvention-traitement pour des prestations fournies par un membre du personnel après la fin de l'année scolaire au cours de laquelle il a atteint l'âge de 65 ans, à moins que la désignation de ce membre du personnel ne soit prolongée chaque fois d'une année scolaire au maximum après qu'il a atteint l'âge de 65 ans, et ce à sa demande et moyennant le consentement du pouvoir organisateur.
  Afin de remédier à une pénurie sur le marché de l'emploi, le Gouvernement flamand peut fixer les conditions auxquelles un membre du personnel définitivement mis à la retraite qui, après avoir atteint l'âge de 65 ans, effectue temporairement et pour une durée déterminée des prestations, a droit à un traitement ou une subvention-traitement. ".
Afdeling IV. - Decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III
Section IV. - Décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement - III
Art. VIII.54. In artikel 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000, 14 februari 2003, 13 juli 2007, 8 mei 2009 en 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1bis, eerste lid, en in paragraaf 1quater, tweede lid, wordt het woord " moet " vervangen door het woord " kan ";
  2° in paragraaf 1bis, eerste lid, en in paragraaf 1quater, tweede lid, wordt het woord " kan " vervangen door het woord " moet ";
  3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor de personeelsleden die uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 op basis van paragraaf 1bis of paragraaf 1quater ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, en voor de personeelsleden die op basis van paragraaf 1ter ter beschikking gesteld zijn of worden, blijven de verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling ongewijzigd gelden zoals ze van kracht waren in het schooljaar 2011-2012. ".
Art. VIII.54. A l'article 5 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III, modifié par les décrets des 14 juillet 1998, 1er décembre 1998, 8 juin 2000, 14 février 2003, 13 juillet 2007, 8 mai 2009 et 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1bis, alinéa premier, et au paragraphe 1quater, alinéa deux, le mot " doit " est remplacé par le mot " peut ";
  2° au paragraphe 1bis, alinéa premier, et au paragraphe 1quater, alinéa deux, le mot " peut " est remplacé par le mot " doit ";
  3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Pour ce qui est des membres du personnel étant mis, à partir du 1er août 2012, sur la base du paragraphe 1bis ou 1quater, en disponibilité par défaut d'emploi, et pour ce qui est des membres du personnel qui ont déjà été ou sont maintenant mis en disponibilité sur la base du paragraphe 1ter, les obligations relatives à l'affectation et la remise au travail restent valables telles qu'elles s'appliquaient dans l'année scolaire 2011-2012. ".
Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek
Section V. - Décret relatif à l'enseignement XIII - Mosaïque
Art. VIII.55. Aan artikel IX.2, § 2, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering bepaalt voor elk ambt de salarisschaal. Hierbij kan ze rekening houden met :
  1° de aard van het ambt;
  2° het onderwijsniveau;
  3° de onderwijsvorm;
  4° de graad;
  5° het hoger beroepsonderwijs van kwalificatieniveau 5;
  6° de cyclus of de opleidingsvorm waar het ambt wordt uitgeoefend;
  7° de bekwaamheidsbewijzen die er toegang toe verlenen;
  8° het te onderwijzen vak, de specialiteit, de opleiding of de module;
  9° het aantal leerlingen in de school in het basisonderwijs waar het ambt van directeur wordt uitgeoefend. ";
  2° aan het eerste lid wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 10° het volgen van een opleiding. ".
Art. VIII.55. A l'article IX.2, § 2, du décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement XIII-Mosaïque, modifié par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement flamand fixe pour chaque fonction l'échelle de traitement. Pour ce faire, il peut tenir compte :
  1° de la nature de la fonction;
  2° du niveau d'enseignement;
  3° de la forme d'enseignement;
  4° du degré;
  5° de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, du niveau de qualification 5;
  6° du cycle ou de la forme d'enseignement où la fonction est exercée;
  7° des titres qui y donnent accès;
  8° du cours, de la spécialité, de la formation ou du module à enseigner;
  9° du nombre d'élèves dans l'école dans l'enseignement fondamental où la fonction de directeur est exercée. ";
  2° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° du fait de suivre une formation. ".
Afdeling VI. - Uitvoeringsbesluiten inzake ambtsontheffing in het belang van de dienst
Section VI. - Arrêtés d'exécution en matière de retrait d'emploi dans l'intérêt du service
Art. VIII.56. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, bui- tengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013.
Art. VIII.56. L'article 4 de l'arrêté royal du 18 janvier 1974, pris en exécution de l'article 164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, est suspendu à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013 inclus.
Art. VIII.57. Artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000, wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013.
Art. VIII.57. L'article 5 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2000, est suspendu à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013 inclus.
Art. VIII.58. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 18 juli 1933 tot vaststelling der reglementsbepalingen betreffende de terbeschikkingstelling der leden van het onderwijzend personeel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 februari 1935 en de wet van 18 februari 1954, wordt opgeschort met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2013.
Art. VIII.58. L'article 5 de l'arrêté royal du 18 juillet 1933 fixant les dispositions réglementaires concernant la mise en disponibilité des membres du personnel enseignant, modifié par l'arrêté royal du 28 février 1935 et par la loi du 18 février 1954, est suspendu à partir du 1er septembre 2012 jusqu'au 31 août 2013.
Afdeling VII. - Inwerkingtreding
Section VII. - Entrée en vigueur
Art. VIII.59. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2013.
  Artikel VIII.55, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.
  Artikel VIII.54, 1° en 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2012.
  Artikel VIII.1; VIII.2; VIII.4; VIII.6 tot en met VIII.11; VIII.12, 1° en 3° ; VIII.13 tot en met VIII.17; VIII.19; VIII.21 tot en met VIII.43; VIII.46 tot en met VIII.53,VIII.55, 2°, VIII.56, VIII.57 en VIII.58, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel VIII.12, 2°, treedt in werking op 1 februari 2013.
  Artikel VIII.54, 2°, treedt in werking op 1 september 2013.
Art. VIII.59. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2013.
  L'article VIII.55, 1°, produit ses effets le 1er septembre 2002.
  L'article VIII.54, 1° et 3°, produit ses effets le 1er août 2012.
  Les articles VIII.1, VIII.2, VIII.4, VIII.6 à VIII.11 inclus, VIII.12, 1° et 3°, VIII.13 à VIII.17 inclus, VIII.19, VIII.21 à VIII.43 inclus, VIII.46 à VIII.53 inclus, VIII.55, 2°, VIII.56, VIII.57 et VIII.58, produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
  L'article VIII.12, 2°, entre en vigueur le 1er février 2013.
  L'article VIII.54, 2°, entre en vigueur le 1er septembre 2013.
HOOFDSTUK IX. - Studiefinanciering
CHAPITRE IX. - Aide financière aux études
Art. IX.1. In het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 9 juli 2010 wordt telkens het woord " dienst " vervangen door de woorden " afdeling Studietoelagen ".
Art. IX.1. Dans le décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, le mot " service " est chaque fois remplacé par les mots " Division des Allocations d'Etudes ".
Art. IX.2. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een punt 19° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 19° /1 kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden : het kadastraal inkomen van de onroerende goederen die voor eigen beroepsdoeleinden gebruikt worden, vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting; ";
  2° in punt 40° worden na het woord " aanvrager " de woorden " , leerling of student " ingevoegd.
Art. IX.2. A l'article 5 du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 19° /1, rédigé comme suit :
  " 19° /1 revenu cadastral pour propres fins professionnelles : le revenu cadastral des biens immeubles utilisés pour des propres fins professionnelles, mentionné sur la feuille d'imposition de l'impôt des personnes physiques; ";
  2° au point 40°, les mots " , de l'élève ou de l'étudiant " sont insérés après les mots " du demandeur ".
Art. IX.3. Artikel 8 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 8. De afdeling Studietoelagen kan alle inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit decreet.
  De aanvrager, de persoon die de toelage ontvangt of de persoon die in het onderhoud van de leerling of student voorziet, moet de afdeling Studietoelagen op de hoogte brengen van nieuwe gegevens die relevant zijn voor de behandeling van het dossier. ".
Art. IX.3. L'article 8 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8. La Division des Allocations d'Etudes peut prendre tous les renseignements nécessaires pour l'application du présent décret.
  Le demandeur, la personne qui reçoit l'allocation ou la personne qui subvient aux besoins de l'élève ou de l'étudiant, doit mettre la Division des Allocations d'Etudes au courant de nouvelles données pertinentes pour le traitement du dossier. ".
Art. IX.4. In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de laatste zin van paragraaf 5 worden tussen het woord " aanvrager " en het woord " teruggestuurd " de woorden " of de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling bij wie de betrokken leerling zijn hoofdverblijfplaats heeft, " ingevoegd;
  2° een paragraaf 6 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 6. In afwijking van § 3 worden halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van het decreet basisonderwijs beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is. ".
Art. IX.4. A l'article 13 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans la dernière phrase du paragraphe 5, les mots " ou le représentant légal de l'élève chez lequel l'élève en question a sa résidence principale " sont insérés entre les mots " le demandeur " et les mots " à la Division ";
  2° il est inséré un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. Par dérogation au § 3, les demi-journées de présence dans l'école maternelle itinérante telle que visée à l'article 168 du décret relatif à l'enseignement fondamental sont considérées comme présence dans l'école agréée où l'élève est inscrit. ".
Art. IX.5. In artikel 34 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De bepaling van de categorie van de leefeenheid gebeurt voor elke leerling of student afzonderlijk. ".
Art. IX.5. A l'article 34 du même décret, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. La définition de la catégorie de l'unité de vie se fait séparément pour chaque élève ou étudiant. ".
Art. IX.6. In hetzelfde decreet wordt een artikel 53/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 53/1. Voor de leerling of student die het voorgaande school- of academiejaar in aanmerking kwam voor een school- of studietoelage en waarvoor tijdens het lopende school- of academiejaar geen aanvraag werd ingediend, zal de afdeling Studietoelagen zelf het recht op een school- of studietoelage onderzoeken.
  Het onderzoek, zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel, zal ten vroegste starten vanaf 1 februari van het lopende school- of academiejaar.
  De afdeling Studietoelagen zal de start van het onderzoek melden aan de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of de student.
  In afwijking van het eerste lid zal de afdeling Studietoelagen het onderzoek niet starten indien de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of de student dit weigert. ".
Art. IX.6. Dans le même décret, il est inséré un article 53/1, rédigé comme suit :
  " Art. 53/1. Pour l'élève ou l'étudiant qui, pendant la précédente année scolaire ou académique, entrait en considération pour une allocation scolaire ou allocation d'études et pour lequel aucune demande n'a été introduite pendant l'année scolaire ou académique en cours, la Division des Allocations d'Etudes prendra l'initiative d'examiner le droit à une allocation.
  L'examen tel que visé à l'alinéa premier du présent article, démarrera au plus tôt le 1er février de l'année scolaire ou académique courante.
  La Division des Allocations d'Etudes communiquera le démarrage de l'examen au représentant de l'élève ou de l'étudiant.
  Par dérogation à l'alinéa premier, la Division des Allocations d'Etudes n'entamera pas l'examen si le représentant légal de l'élève ou de l'étudiant le refuse. ".
Art. IX.7. In hetzelfde decreet wordt een artikel 53/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 53/2. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van het onderzoek naar het recht op studiefinanciering en de communicatie over de studiefinanciering. ".
Art. IX.7. Dans le même décret, il est inséré un article 53/2, rédigé comme suit :
  " Art. 53/2. Le Gouvernement flamand détermine les modalités de l'examen du droit à l'aide financière aux études et la communication relative à l'aide financière aux études. ".
Art. IX.8. In hetzelfde decreet wordt een artikel 56/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 56/1. Als een voorschot op de studietoelage door een OCMW werd betaald aan de leerling, wordt dat bedrag op verzoek van het OCMW door de afdeling Studietoelagen terugbetaald aan het OCMW, voor zover de leerling recht heeft op een studietoelage.
  Dat bedrag kan, ongeacht het voorschot, nooit hoger zijn dan de studietoelage waarop de leerling recht heeft.
  Het eventuele positieve saldo ten voordele van de leerling wordt rechtstreeks aan de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling die in de loop van het betrokken school- of academiejaar nog niet meerderjarig zal zijn, bij wie de betrokken leerling op 31 december van het schooljaar in kwestie zijn hoofdverblijfplaats heeft uitbetaald of rechtstreeks aan de meerderjarige leerling.
  Een OCMW kan de afdeling Studietoelagen verzoeken om het eerste lid tot en met het derde lid met betrekking tot de door haar betaalde voorschotten niet toe te passen. ".
Art. IX.8. Dans le même décret, il est inséré un article 56/1, rédigé comme suit :
  " Art. 56/1. Si une avance sur l'allocation d'études est payée à l'étudiant par un CPAS, ce montant est remboursé, à la demande du CPAS, par la Division des Allocations d'Etudes au CPAS, pour autant que l'élève soit admissible à une allocation d'études.
  Quelle que soit l'avance, ce montant ne peut jamais dépasser l'allocation d'études à laquelle l'élève est admissible.
  Le solde positif éventuel au profit de l'étudiant est payé directement au représentant légal de l'élève qui, au cours de l'année scolaire ou académique en question ne sera pas encore majeur, chez lequel l'élève concerné a sa résidence principale au 31 décembre de l'année scolaire en question, ou directement à l'élève majeur.
  Un CPAS peut prier la Division des Allocations d'Etudes de ne pas appliquer les premier aux troisième alinéas inclus relatifs aux avances payées par lui. ".
Art. IX.9. In artikel 58 van hetzelfde decreet wordt na het woord " bedrag " de woorden " op verzoek van de studentenvoorziening " ingevoegd en wordt telkens na het woord " studentenvoorziening " de woorden " of OCMW " ingevoegd.
Art. IX.9. Dans l'article 58 du même décret, les mots " à la demande du service aux étudiants " sont insérés après les mots " montant est remboursé " et les mots " ou le CPAS " sont chaque fois insérés après les mots " service aux étudiants ".
Art. IX.10. In hetzelfde decreet wordt artikel 65, gewijzigd bij decreet van 4 juli 2008, opgeheven.
Art. IX.10. Dans le même décret, l'article 65, modifié par le décret du 4 juillet 2008, est abrogé.
Art. IX.11. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel IX.10 treedt in werking op een datum te bepalen door de Vlaamse Regering.
Art. IX.11. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  L'article IX.10 entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article IX.10 fixée au 30-06-2015 par AGF 2015-07-10/14, art. 2)
HOOFDSTUK X. - Andere bepalingen
CHAPITRE X. - Autres dispositions
Afdeling I. - Onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs
Section Ire. - Comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné
Art. X.1. In artikel 24, 9°, van decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs wordt het woord " participatieraad " vervangen door het woord " schoolraad ".
Art. X.1. A l'article 24, 9°, du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement subventionné, les mots " conseil de participation " sont remplacés par les mots " conseil scolaire ".
Afdeling II. - Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
Section II. - Décret relatif à la participation à l'école et au "Vlaamse Onderwijsraad" (Conseil flamand de l'Enseignement)
Art. X.2. In artikel 8, § 2, eerste lid, van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, worden de woorden " het totaal aantal stemmen binnen de schoolraad " vervangen door de woorden " het totaal aantal stemmen binnen de inrichtende macht ".
Art. X.2. A l'article 8, § 2, alinéa premier, du décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l'école et au " Vlaamse Onderwijsraad ", les mots " du nombre total au sein du conseil scolaire " sont remplacés par les mots " du nombre total au sein du pouvoir organisateur ".
Art. X.3. In artikel 76 van hetzelfde decreet wordt het punt 3° opgeheven.
Art. X.3. A l'article 76 du même décret, le point 3° est abrogé.
Art. X.4. In artikel 77 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid en tweede lid wordt het punt 4° ervaringsdeskundigen, opgeheven;
  2° in het derde lid wordt het woord " coördinatoren " vervangen door het woord " directeurs ";
  3° in het derde lid wordt het punt 3° opgeheven.
Art. X.4. A l'article 77 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° aux alinéas premier et deux, le point 4° des experts du vécu, est abrogé;
  2° à l'alinéa trois, le mot " coordinateurs " est remplacé par le mot " directeurs " ;
  3° le point 3° de l'alinéa trois est abrogé.
Art. X.5. In artikel 79 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De afvaardiging in de raden komt tot stand door aanduiding. ".
Art. X.5. A l'article 79 du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " La délégation dans les conseils se fait par désignation. ".
Art. X.6. In artikel 80 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 11° de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties enerzijds en het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten anderzijds duiden in onderling overleg de afgevaardigden van de directeurs aan. ".
Art. X.6. Dans l'article 80 du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, il est inséré un point 11°, rédigé comme suit :
  " 11° les délégués des organisations syndicales représentatives d'une part et l'Enseignement communautaire et les associations représentatives de pouvoirs organisateurs d'autre part désignent de commun accord les délégués des directeurs. ".
Art. X.7. De artikelen 81 en 82 van hetzelfde decreet worden opgeheven.
Art. X.7. Les articles 81 et 82 du même décret sont abrogés.
Art. X.8. Artikel 83 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 83. De representatieve vakorganisaties, het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten respecteren bij de aanduiding van de afgevaardigden van de directeurs het evenwicht tussen het officieel en het vrij onderwijs. ".
Art. X.8. L'article 83 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 83. Lors de la désignation des délégués des directeurs, les organisations syndicales représentatives, l'Enseignement communautaire et les associations représentatives de pouvoirs organisateurs respectent l'équilibre entre l'enseignement officiel et l'enseignement libre. ".
Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwijs XIV
Section III. -Décret relatif à l'enseignement XIV
Art. X.9. In artikel X.53, § 2, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004, 4 juli 2008 en 17 juni 2011, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het samenwerkingsplatform wordt door het school- of centrumbestuur in kwestie uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan de inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst gemeld aan het betrokken Agentschap van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. ".
Art. X.9. L'article X.53, § 2, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par les décrets des 7 mai 2004, 4 juillet 2008 et 17 juin 2011, est complété par un alinéa trois rédigé comme suit :
  " L'Agence intéressée du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation est informée de la plateforme de coopération par l'autorité scolaire ou l'autorité du centre en question, au plus tard le 1er mai précédant l'entrée en vigueur de l'accord de coopération. ".
Afdeling IV. - Decreet houdende organisatie en werking van de regionale technologische centra
Section IV. - Décret portant organisation et fonctionnement des centres technologiques régionaux
Art. X.10. In artikel 9 van het decreet van 14 december 2007 houdende de organisatie en werking van de regionale technologische centra worden de woorden " zes maanden " vervangen door de woorden " één jaar ".
Art. X.10. A l'article 9 du décret du 14 décembre 2007 portant organisation et fonctionnement des centres technologiques régionaux, les mots " six mois " sont remplacés par les mots " un an ".
Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs XXI
Section V. - Décret relatif à l'enseignement XXI
Art. X.11. Aan artikel XI.4 van het decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI wordt in § 1 een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° de personeelsleden tewerkgesteld bij het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het onderwijs. ".
Art. X.11. A l'article XI.4 du décret du 1er juillet 2011 relatif à l'enseignement XXI, le § 1er est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° aux membres du personnel occupés auprès du " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs ", visé à l'article 43 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'enseignement. ".
Afdeling VI. - Opheffingen
Section VI. - Abrogations
Art. X.12. In het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau worden de artikelen 22 en 23, zoals gewijzigd, opgeheven.
Art. X.12. Dans le décret du 30 novembre 2007 relatif à la politique locale d'encadrement de l'enseignement, les articles 22 et 23, tels que modifiés, sont abrogés.
Art. X.13. Artikel X.6 en X.7, zoals gewijzigd, van het decreet van 22 juni 2007 betreffende het onderwijs XVII worden opgeheven.
Art. X.13. Les articles X.6 et X.7, tels que modifiés, du décret du 22 juin 2007 relatif à l'enseignement XVII sont abrogés.
Afdeling VII. - Inwerkingtreding
Section VII. - Entrée en vigueur
Art. X.14. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013.
  Artikel X.1 tot en met X.8, X.12, X.13 treden in werking op 1 januari 2013.
  Artikel X.11 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art. X.14. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2013.
  Les articles X.1 à X.8 inclus, X.12 et X.13 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
  L'article X.11 produit ses effets le 1er janvier 2012.
HOOFDSTUK XI. - Internaten
CHAPITRE XI. - Internats
Art. XI.2. Artikel XI.1 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. XI.2. L'article XI.1 produit ses effets le 1er septembre 2012.