Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 MAART 2013. - Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
Titre
17 MARS 2013. - Loi modifiant le Code judiciaire et la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités de la peine
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art. 2. Artikel 78 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De in artikel 92bis bedoelde kamers van de strafuitvoeringsrechtbank bestaan uit een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, die het voorzitterschap ervan bekleedt, twee rechters in de correctionele rechtbank en twee assessoren in strafuitvoeringszaken, de ene gespecialiseerd in penitentiaire zaken en de andere in de sociale re-ïntegratie. "
" De in artikel 92bis bedoelde kamers van de strafuitvoeringsrechtbank bestaan uit een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, die het voorzitterschap ervan bekleedt, twee rechters in de correctionele rechtbank en twee assessoren in strafuitvoeringszaken, de ene gespecialiseerd in penitentiaire zaken en de andere in de sociale re-ïntegratie. "
Art. 2. L'article 78 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les chambres du tribunal de l'application des peines visées à l'article 92bis sont composées d'un juge au tribunal de l'application des peines, qui préside, de deux juges au tribunal correctionnel et de deux assesseurs en application des peines, l'un spécialisé en matière pénitentiaire et l'autre spécialisé en réinsertion sociale. "
" Les chambres du tribunal de l'application des peines visées à l'article 92bis sont composées d'un juge au tribunal de l'application des peines, qui préside, de deux juges au tribunal correctionnel et de deux assesseurs en application des peines, l'un spécialisé en matière pénitentiaire et l'autre spécialisé en réinsertion sociale. "
Art. 3. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 92bis ingevoegd, luidende :
" Art. 92bis. In strafuitvoeringszaken worden de zaken betreffende een veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, overeenkomstig de artikelen 34ter of 34quater van het Strafwetboek, toegewezen aan de overeenkomstig artikel 78, zesde lid, samengestelde kamers. "
" Art. 92bis. In strafuitvoeringszaken worden de zaken betreffende een veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, overeenkomstig de artikelen 34ter of 34quater van het Strafwetboek, toegewezen aan de overeenkomstig artikel 78, zesde lid, samengestelde kamers. "
Art. 3. Dans le même Code, il est inséré un article 92bis rédigé comme suit :
" Art. 92bis. En matière d'application des peines, les affaires relatives aux condamnations à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, assortie d'une mise à la disposition du tribunal de l'application des peines, conformément aux articles 34ter ou 34quater du Code pénal, sont attribuées à des chambres composées conformément à l'article 78, alinéa 6. "
" Art. 92bis. En matière d'application des peines, les affaires relatives aux condamnations à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, assortie d'une mise à la disposition du tribunal de l'application des peines, conformément aux articles 34ter ou 34quater du Code pénal, sont attribuées à des chambres composées conformément à l'article 78, alinéa 6. "
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 4. In artikel 25, § 2, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt letter c vervangen door wat volgt :
" c) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan;
d) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een effectieve correctionele gevangenisstraf van minstens drie jaar wegens de in de :
- artikelen 102, 103, tweede lid, 106, 107, 108, 136bis tot 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, tweede lid, 279, 279bis, 280, 3° tot 8°, 323, 324, 324ter, 327, eerste lid, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 tot 4, 348, 349, tweede lid, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1 en 3, 385, tweede lid, 386, tweede lid, 393 tot 397, 399, tweede lid, 400 tot 405, 405bis, 3° tot 11°, 405ter, 405quater, 406, eerste lid, 407 tot 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 tot 430, 433, 433ter tot 433duodecies, 435 tot 438bis, 442quater, §§ 2 en 3, 454 tot 456, 470, 471, zevende zinsdeel van de opsomming, 472 tot 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, en § 3, 518, 531, 532 en 532bis van het Strafwetboek;
- artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- artikel 4 van de wet van 30 december 2009 betreffende de strijd tegen piraterij op zee;
- artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;
- artikel 34 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
- artikel 7, tweede lid, van de wet van 12 maart 1858 betreffende de misdaden en de wanbedrijven die afbreuk doen aan de internationale betrekkingen,
bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of een levenslange vrijheidsstraf, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan;
e) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een criminele straf, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan, ".
" c) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan;
d) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een effectieve correctionele gevangenisstraf van minstens drie jaar wegens de in de :
- artikelen 102, 103, tweede lid, 106, 107, 108, 136bis tot 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, tweede lid, 279, 279bis, 280, 3° tot 8°, 323, 324, 324ter, 327, eerste lid, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 tot 4, 348, 349, tweede lid, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1 en 3, 385, tweede lid, 386, tweede lid, 393 tot 397, 399, tweede lid, 400 tot 405, 405bis, 3° tot 11°, 405ter, 405quater, 406, eerste lid, 407 tot 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 tot 430, 433, 433ter tot 433duodecies, 435 tot 438bis, 442quater, §§ 2 en 3, 454 tot 456, 470, 471, zevende zinsdeel van de opsomming, 472 tot 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, en § 3, 518, 531, 532 en 532bis van het Strafwetboek;
- artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- artikel 4 van de wet van 30 december 2009 betreffende de strijd tegen piraterij op zee;
- artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;
- artikel 34 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
- artikel 7, tweede lid, van de wet van 12 maart 1858 betreffende de misdaden en de wanbedrijven die afbreuk doen aan de internationale betrekkingen,
bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of een levenslange vrijheidsstraf, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan;
e) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een criminele straf, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan, ".
Art. 4. Dans l'article 25, § 2, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, le c) est remplacé par ce qui suit :
" c) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi quinze ans de cette peine;
d) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine correctionnelle d'au moins trois ans d'emprisonnement ferme pour des faits visés :
- aux articles 102, 103, alinéa 2, 106, 107, 108, 136bis à 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, alinéa 2, 279, 279bis, 280, 3° à 8°, 323, 324, 324ter, 327, alinéa 1er, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 à 4, 348, 349, alinéa 2, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1er et 3, 385, alinéa 2, 386, alinéa 2, 393 à 397, 399, alinéa 2, 400 à 405, 405bis, 3° à 11°, 405ter, 405quater, 406, alinéa 1er, 407 à 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 à 430, 433, 433ter à 433duodecies, 435 à 438bis, 442quater, §§ 2 et 3, 454 à 456, 470, 471, septième membre de phrase de l'énumération, 472 à 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, et § 3, 518, 531, 532 et 532bis du Code pénal;
- aux articles 77bis à 77quinquies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
- à l'article 4 de la loi du 30 décembre 2009 relative à la lutte contre la piraterie maritime;
- à l'article 30 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne;
- à l'article 34 de la loi du 5 juin 1928 portant révision du Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime;
- à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 12 mars 1858 concernant les crimes et délits qui portent atteinte aux relations internationales,
et qu'il s'est écoulé moins de dix ans entre le moment où il a purgé sa peine ou le moment où sa peine a été prescrite et les faits ayant donné lieu à sa condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi dix-neuf ans de cette peine;
e) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine criminelle, subi vingt-trois ans de cette peine, ".
" c) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi quinze ans de cette peine;
d) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine correctionnelle d'au moins trois ans d'emprisonnement ferme pour des faits visés :
- aux articles 102, 103, alinéa 2, 106, 107, 108, 136bis à 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, alinéa 2, 279, 279bis, 280, 3° à 8°, 323, 324, 324ter, 327, alinéa 1er, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 à 4, 348, 349, alinéa 2, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1er et 3, 385, alinéa 2, 386, alinéa 2, 393 à 397, 399, alinéa 2, 400 à 405, 405bis, 3° à 11°, 405ter, 405quater, 406, alinéa 1er, 407 à 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 à 430, 433, 433ter à 433duodecies, 435 à 438bis, 442quater, §§ 2 et 3, 454 à 456, 470, 471, septième membre de phrase de l'énumération, 472 à 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, et § 3, 518, 531, 532 et 532bis du Code pénal;
- aux articles 77bis à 77quinquies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
- à l'article 4 de la loi du 30 décembre 2009 relative à la lutte contre la piraterie maritime;
- à l'article 30 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne;
- à l'article 34 de la loi du 5 juin 1928 portant révision du Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime;
- à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 12 mars 1858 concernant les crimes et délits qui portent atteinte aux relations internationales,
et qu'il s'est écoulé moins de dix ans entre le moment où il a purgé sa peine ou le moment où sa peine a été prescrite et les faits ayant donné lieu à sa condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi dix-neuf ans de cette peine;
e) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine criminelle, subi vingt-trois ans de cette peine, ".
Art. 5. In titel V, hoofdstuk II, afdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 25/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 25/1. Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 25, § 1 of § 2, bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorwaardelijke invrijheidstelling.
De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval. "
" Art. 25/1. Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 25, § 1 of § 2, bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorwaardelijke invrijheidstelling.
De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval. "
Art. 5. Dans le titre V, chapitre II, section II, de la même loi, il est inséré un article 25/1, rédigé comme suit :
" Art. 25/1. Six mois avant que le condamné se trouve dans les conditions de temps déterminées par l'article 25, § 1er ou § 2, le directeur l'informe par écrit de la possibilité de demander une libération conditionnelle.
Dès ce moment, le condamné peut introduire une demande écrite d'octroi d'une libération conditionnelle conformément à l'article 30 ou à l'article 50, selon le cas. "
" Art. 25/1. Six mois avant que le condamné se trouve dans les conditions de temps déterminées par l'article 25, § 1er ou § 2, le directeur l'informe par écrit de la possibilité de demander une libération conditionnelle.
Dès ce moment, le condamné peut introduire une demande écrite d'octroi d'une libération conditionnelle conformément à l'article 30 ou à l'article 50, selon le cas. "
Art. 6. In artikel 26, § 2, van dezelfde wet wordt letter c) vervangen door wat volgt :
" c) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan;
d) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een effectieve correctionele gevangenisstraf van minstens drie jaar wegens de in de :
- artikelen 102, 103, tweede lid, 106, 107, 108, 136bis tot 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, tweede lid, 279, 279bis, 280, 3° tot 8°, 323, 324, 324ter, 327, eerste lid, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 tot 4, 348, 349, tweede lid, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1 en 3, 385, tweede lid, 386, tweede lid, 393 tot 397, 399, tweede lid, 400 tot 405, 405bis, 3° tot 11°, 405ter, 405quater, 406, eerste lid, 407 tot 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 tot 430, 433, 433tertot 433duodecies, 435 tot 438bis, 442quater, §§ 2 en 3, 454 tot 456, 470, 471, zevende zinsdeel van de opsomming, 472 tot 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, en § 3, 518, 531, 532 en 532bis van het Strafwetboek;
- artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- artikel 4 van de wet van 30 december 2009 betreffende de strijd tegen piraterij op zee;
- artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;
- artikel 34 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
- artikel 7, tweede lid, van de wet van 12 maart 1858 betreffende de misdaden en de wanbedrijven die afbreuk doen aan de internationale betrekkingen,
bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of een levenslange vrijheidsstraf, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan;
e) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een criminele straf, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan, ".
" c) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan;
d) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een effectieve correctionele gevangenisstraf van minstens drie jaar wegens de in de :
- artikelen 102, 103, tweede lid, 106, 107, 108, 136bis tot 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, tweede lid, 279, 279bis, 280, 3° tot 8°, 323, 324, 324ter, 327, eerste lid, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 tot 4, 348, 349, tweede lid, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1 en 3, 385, tweede lid, 386, tweede lid, 393 tot 397, 399, tweede lid, 400 tot 405, 405bis, 3° tot 11°, 405ter, 405quater, 406, eerste lid, 407 tot 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 tot 430, 433, 433tertot 433duodecies, 435 tot 438bis, 442quater, §§ 2 en 3, 454 tot 456, 470, 471, zevende zinsdeel van de opsomming, 472 tot 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, en § 3, 518, 531, 532 en 532bis van het Strafwetboek;
- artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- artikel 4 van de wet van 30 december 2009 betreffende de strijd tegen piraterij op zee;
- artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;
- artikel 34 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
- artikel 7, tweede lid, van de wet van 12 maart 1858 betreffende de misdaden en de wanbedrijven die afbreuk doen aan de internationale betrekkingen,
bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of een levenslange vrijheidsstraf, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan;
e) hetzij, in geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, en indien uit de motivering van het arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een criminele straf, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan, ".
Art. 6. Dans l'article 26, § 2, de la même loi, le c) est remplacé par ce qui suit :
" c) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi quinze ans de cette peine;
d) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine correctionnelle d'au moins trois ans d'emprisonnement ferme pour des faits visés :
- aux articles 102, 103, alinéa 2, 106, 107, 108, 136bis à 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, alinéa 2, 279, 279bis, 280, 3° à 8°, 323, 324, 324ter, 327, alinéa 1er, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 à 4, 348, 349, alinéa 2, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1er et 3, 385, alinéa 2, 386, alinéa 2, 393 à 397, 399, alinéa 2, 400 à 405, 405bis, 3° à 11°, 405ter, 405quater, 406, alinéa 1er, 407 à 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 à 430, 433, 433ter à 433duodecies, 435 à 438bis, 442quater, §§ 2 et 3, 454 à 456, 470, 471, septième membre de phrase de l'énumération, 472 à 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, et § 3, 518, 531, 532 et 532bis du Code pénal;
- aux articles 77bis à 77quinquies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
- à l'article 4 de la loi du 30 décembre 2009 relative à la lutte contre la piraterie maritime;
- à l'article 30 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne;
- à l'article 34 de la loi du 5 juin 1928 portant révision du Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime;
- à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 12 mars 1858 concernant les crimes et délits qui portent atteinte aux relations internationales,
et qu'il s'est écoulé moins de dix ans entre le moment où il a purgé sa peine ou le moment où sa peine a été prescrite et les faits ayant donné lieu à sa condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi dix-neuf ans de cette peine;
e) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné, à une peine criminelle, subi vingt-trois ans de cette peine, ".
" c) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi quinze ans de cette peine;
d) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné à une peine correctionnelle d'au moins trois ans d'emprisonnement ferme pour des faits visés :
- aux articles 102, 103, alinéa 2, 106, 107, 108, 136bis à 136septies, 137, 138, 140, 141, 146, 147, 278, alinéa 2, 279, 279bis, 280, 3° à 8°, 323, 324, 324ter, 327, alinéa 1er, 330bis, 331bis, 337, 347bis, §§ 2 à 4, 348, 349, alinéa 2, 352, 372, 373, 375, 376, 377, 377bis, 379, 380, 381, 383bis, §§ 1er et 3, 385, alinéa 2, 386, alinéa 2, 393 à 397, 399, alinéa 2, 400 à 405, 405bis, 3° à 11°, 405ter, 405quater, 406, alinéa 1er, 407 à 410ter, 417ter, 417quater, 423, 425, 427 à 430, 433, 433ter à 433duodecies, 435 à 438bis, 442quater, §§ 2 et 3, 454 à 456, 470, 471, septième membre de phrase de l'énumération, 472 à 475, 477sexies, § 2, 488bis, § 2, 1°, et § 3, 518, 531, 532 et 532bis du Code pénal;
- aux articles 77bis à 77quinquies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
- à l'article 4 de la loi du 30 décembre 2009 relative à la lutte contre la piraterie maritime;
- à l'article 30 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne;
- à l'article 34 de la loi du 5 juin 1928 portant révision du Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime;
- à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 12 mars 1858 concernant les crimes et délits qui portent atteinte aux relations internationales,
et qu'il s'est écoulé moins de dix ans entre le moment où il a purgé sa peine ou le moment où sa peine a été prescrite et les faits ayant donné lieu à sa condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, subi dix-neuf ans de cette peine;
e) soit, en cas de condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, et si la motivation de l'arrêt fait apparaître qu'il avait précédemment été condamné, à une peine criminelle, subi vingt-trois ans de cette peine, ".
Art. 7. In titel V, hoofdstuk III, van dezelfde wet wordt een artikel 26/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 26/1. Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 26, § 1 of § 2 bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.
De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval. "
" Art. 26/1. Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 26, § 1 of § 2 bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.
De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval. "
Art. 7. Dans le titre V, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 26/1, rédigé comme suit :
" Art. 26/1. Six mois avant que le condamné se trouve dans les conditions de temps déterminées par l'article 26, § 1er ou § 2, le directeur l'informe par écrit sur la possibilité de demander une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise.
Dès ce moment, le condamné peut introduire une demande écrite d'octroi d'une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise, conformément à l'article 30 ou à l'article 50, selon le cas. "
" Art. 26/1. Six mois avant que le condamné se trouve dans les conditions de temps déterminées par l'article 26, § 1er ou § 2, le directeur l'informe par écrit sur la possibilité de demander une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise.
Dès ce moment, le condamné peut introduire une demande écrite d'octroi d'une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise, conformément à l'article 30 ou à l'article 50, selon le cas. "
Art. 8. In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " op advies van de directeur " vervangen door de woorden " op schriftelijk verzoek van de veroordeelde ";
2° een § 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.
De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur. ";
3° in § 2, eerste lid, wordt de eerste zin, die aanvangt met de woorden " De directeur " en eindigt met het woorden " tijdsvoorwaarden voldoet ", vervangen door wat volgt :
" De directeur brengt een advies uit uiterlijk vier maanden na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde. ";
4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven.
1° in § 1 worden de woorden " op advies van de directeur " vervangen door de woorden " op schriftelijk verzoek van de veroordeelde ";
2° een § 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.
De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur. ";
3° in § 2, eerste lid, wordt de eerste zin, die aanvangt met de woorden " De directeur " en eindigt met het woorden " tijdsvoorwaarden voldoet ", vervangen door wat volgt :
" De directeur brengt een advies uit uiterlijk vier maanden na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde. ";
4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 30 de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots " sur avis du directeur " sont remplacés par les mots " sur demande écrite du condamné ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. La demande écrite est introduite au greffe de la prison.
Le greffe de la prison transmet la demande écrite au greffe du tribunal de l'application des peines dans les vingt-quatre heures et en remet une copie au directeur. ";
3° dans le § 2, alinéa 1er, la première phrase commençant par les mots " Le directeur " et finissant par les mots " et 26, § 1er " est remplacée par la phrase suivante :
" Le directeur rend un avis au plus tard dans les quatre mois après la réception de la demande écrite du condamné. ";
4° le § 2, alinéa 2, est abrogé.
1° dans le § 1er, les mots " sur avis du directeur " sont remplacés par les mots " sur demande écrite du condamné ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. La demande écrite est introduite au greffe de la prison.
Le greffe de la prison transmet la demande écrite au greffe du tribunal de l'application des peines dans les vingt-quatre heures et en remet une copie au directeur. ";
3° dans le § 2, alinéa 1er, la première phrase commençant par les mots " Le directeur " et finissant par les mots " et 26, § 1er " est remplacée par la phrase suivante :
" Le directeur rend un avis au plus tard dans les quatre mois après la réception de la demande écrite du condamné. ";
4° le § 2, alinéa 2, est abrogé.
Art. 9. In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt § 5 opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 31 de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, le § 5 est abrogé.
Art. 10. In artikel 33, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden " tot toekenning of afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit en, in voorkomend geval, over de bijzondere voorwaarden die het nodig acht op te leggen aan de veroordeelde " ingevoegd tussen de woorden " advies op " en de woorden " , zendt ".
Art. 10. Dans l'article 33, § 1er, de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, les mots " sur l'octroi ou le refus de la modalité d'exécution de la peine et, le cas échéant, les conditions particulières qu'il estime nécessaire d'imposer au condamné, " sont insérés entre les mots " un avis motivé " et les mots " le transmet ".
Art. 11. In artikel 34, § 1, van dezelfde wet, wordt de tweede zin die begint met de woorden " Deze zitting moet " en eindigt met de woorden " advies van de directeur " vervangen door wat volgt :
" Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de indiening van het verzoek, indien de veroordeelde niet gedetineerd is, en uiterlijk zes maanden na de indiening van het verzoek, indien de veroordeelde gedetineerd is. "
" Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de indiening van het verzoek, indien de veroordeelde niet gedetineerd is, en uiterlijk zes maanden na de indiening van het verzoek, indien de veroordeelde gedetineerd is. "
Art. 11. Dans l'article 34, § 1er, de la même loi, la deuxième phrase commençant par les mots " Cette audience " et finissant par les mots " l'avis du directeur " est remplacée par ce qui suit :
" Cette audience a lieu au plus tard deux mois après le dépôt de la demande, si le condamné n'est pas détenu, et au plus tard six mois après le dépôt de la demande, si le condamné est détenu. "
" Cette audience a lieu au plus tard deux mois après le dépôt de la demande, si le condamné n'est pas détenu, et au plus tard six mois après le dépôt de la demande, si le condamné est détenu. "
Art. 12. In artikel 45 van dezelfde wet, worden de woorden " of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen " opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 45 de la même loi, les mots " ou la date à laquelle le directeur doit émettre un nouvel avis " sont abrogés.
Art. 13. In artikel 50 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " op advies van de directeur " vervangen door de woorden " op schriftelijk verzoek van de veroordeelde ";
2° een § 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.
De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift ervan aan de directeur. ";
3° in § 2 wordt de eerste zin, die aanvangt met de woorden " De directeur " en eindigt met de woorden " tijdsvoorwaarden voldoet ", vervangen door wat volgt :
" De directeur brengt een advies uit uiterlijk vier maanden na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde. "
1° in § 1 worden de woorden " op advies van de directeur " vervangen door de woorden " op schriftelijk verzoek van de veroordeelde ";
2° een § 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.
De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift ervan aan de directeur. ";
3° in § 2 wordt de eerste zin, die aanvangt met de woorden " De directeur " en eindigt met de woorden " tijdsvoorwaarden voldoet ", vervangen door wat volgt :
" De directeur brengt een advies uit uiterlijk vier maanden na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde. "
Art. 13. A l'article 50 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots " sur avis du directeur " sont remplacés par les mots " sur demande écrite du condamné ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. La demande écrite est introduite au greffe de la prison.
Le greffe de la prison transmet la demande écrite au greffe du tribunal de l'application des peines dans les vingt-quatre heures et en remet une copie au directeur. ";
3° dans le § 2, la première phrase commençant par les mots " Le directeur " et finissant par les mots " et 26, § 2 " est remplacée par la phrase suivante :
" Le directeur rend un avis au plus tard dans les quatre mois de la réception de la demande écrite du condamné. "
1° dans le § 1er, les mots " sur avis du directeur " sont remplacés par les mots " sur demande écrite du condamné ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. La demande écrite est introduite au greffe de la prison.
Le greffe de la prison transmet la demande écrite au greffe du tribunal de l'application des peines dans les vingt-quatre heures et en remet une copie au directeur. ";
3° dans le § 2, la première phrase commençant par les mots " Le directeur " et finissant par les mots " et 26, § 2 " est remplacée par la phrase suivante :
" Le directeur rend un avis au plus tard dans les quatre mois de la réception de la demande écrite du condamné. "
Art. 14. In artikel 51 van dezelfde wet, worden de woorden " tot toekenning of afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit en, in voorkomend geval, over de bijzondere voorwaarden die het nodig acht op te leggen aan de veroordeelde " ingevoegd tussen de woorden " advies op " en het woord " , zendt ".
Art. 14. Dans l'article 51 de la même loi, les mots " sur l'octroi ou le refus de la modalité d'exécution de la peine et, le cas échéant, les conditions particulières qu'il estime nécessaire d'imposer au condamné, " sont insérés entre les mots " avis motivé " et les mots " , le transmet ".
Art. 15. In artikel 52, § 1, van dezelfde wet wordt de tweede zin, die aanvangt met de woorden " Deze zitting " en eindigt met de woorden " de directeur " vervangen door wat volgt :
" Deze zitting vindt plaats uiterlijk zes maanden na de indiening van het verzoek. Ingeval het advies van het openbaar ministerie niet wordt toegezonden binnen de bij artikel 51 bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk uit voor of tijdens de zitting. "
" Deze zitting vindt plaats uiterlijk zes maanden na de indiening van het verzoek. Ingeval het advies van het openbaar ministerie niet wordt toegezonden binnen de bij artikel 51 bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk uit voor of tijdens de zitting. "
Art. 15. Dans l'article 52, § 1er, de la même loi, la deuxième phrase commençant par les mots " Cette audience " et finissant par les mots " l'avis du directeur " est remplacée par ce qui suit :
" Cette audience a lieu au plus tard six mois après le dépôt de la demande. Si l'avis du ministère public n'est pas communiqué dans le délai déterminé à l'article 51, le ministère public rend son avis par écrit avant ou pendant l'audience. "
" Cette audience a lieu au plus tard six mois après le dépôt de la demande. Si l'avis du ministère public n'est pas communiqué dans le délai déterminé à l'article 51, le ministère public rend son avis par écrit avant ou pendant l'audience. "
Art. 16. Artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
" § 2. Indien de zaak een veroordeling betreft tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig de artikelen 34ter of 34quater van het Strafwetboek, beslist de strafuitvoeringsrechtbank binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. Ingeval de strafuitvoeringsrechtbank een beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit neemt, wordt de beslissing met eenparigheid van stemmen genomen.
Indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen.
Deze termijn is minimaal zes maanden en maximaal achttien maanden te rekenen van het vonnis. "
" § 2. Indien de zaak een veroordeling betreft tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of tot een levenslange vrijheidsstraf, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig de artikelen 34ter of 34quater van het Strafwetboek, beslist de strafuitvoeringsrechtbank binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. Ingeval de strafuitvoeringsrechtbank een beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit neemt, wordt de beslissing met eenparigheid van stemmen genomen.
Indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen.
Deze termijn is minimaal zes maanden en maximaal achttien maanden te rekenen van het vonnis. "
Art. 16. L'article 54 de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Si l'affaire concerne une condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, assortie d'une mise à disposition du tribunal de l'application des peines conformément aux articles 34ter ou 34quater du Code pénal, le tribunal de l'application des peines rend sa décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré. Si le tribunal de l'application des peines prend la décision d'accorder une modalité d'exécution de la peine, la décision est prise à l'unanimité.
Si le tribunal de l'application des peines n'accorde pas la modalité d'exécution de la peine sollicitée, il indique dans son jugement la date à laquelle le condamné peut introduire une nouvelle demande.
Ce délai est de six mois au moins et de dix-huit mois au plus à compter du jugement. "
" § 2. Si l'affaire concerne une condamnation à une peine privative de liberté de trente ans ou à une peine privative de liberté à perpétuité, assortie d'une mise à disposition du tribunal de l'application des peines conformément aux articles 34ter ou 34quater du Code pénal, le tribunal de l'application des peines rend sa décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré. Si le tribunal de l'application des peines prend la décision d'accorder une modalité d'exécution de la peine, la décision est prise à l'unanimité.
Si le tribunal de l'application des peines n'accorde pas la modalité d'exécution de la peine sollicitée, il indique dans son jugement la date à laquelle le condamné peut introduire une nouvelle demande.
Ce délai est de six mois au moins et de dix-huit mois au plus à compter du jugement. "
Art. 17. In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen " opgeheven;
2° in het tweede lid, tweede zin, worden de woorden " Deze termijn is " vervangen door de woorden " Onder voorbehoud van artikel 54, § 2, derde lid, is deze termijn ".
1° in het eerste lid worden de woorden " of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen " opgeheven;
2° in het tweede lid, tweede zin, worden de woorden " Deze termijn is " vervangen door de woorden " Onder voorbehoud van artikel 54, § 2, derde lid, is deze termijn ".
Art. 17. A l'article 57 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou la date à laquelle le directeur doit émettre un nouvel avis " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, deuxième phrase, les mots " Ce délai " sont remplacés par les mots " Sous réserve de l'article 54, § 2, alinéa 3, ce délai ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou la date à laquelle le directeur doit émettre un nouvel avis " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, deuxième phrase, les mots " Ce délai " sont remplacés par les mots " Sous réserve de l'article 54, § 2, alinéa 3, ce délai ".
Art. 18. In artikel 71 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid worden de woorden " , met uitzondering van de veroordelingen tot een criminele straf van dertig jaar, " ingevoegd tussen de woorden " tijdelijke criminele straf " en de woorden " of tot één of meer ";
2° in het vierde lid worden de woorden " tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of " ingevoegd tussen het woord " veroordeling " en de woorden " tot een levenslange ".
1° in het derde lid worden de woorden " , met uitzondering van de veroordelingen tot een criminele straf van dertig jaar, " ingevoegd tussen de woorden " tijdelijke criminele straf " en de woorden " of tot één of meer ";
2° in het vierde lid worden de woorden " tot een vrijheidsstraf van dertig jaar of " ingevoegd tussen het woord " veroordeling " en de woorden " tot een levenslange ".
Art. 18. A l'article 71 de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 3, les mots " , à l'exception des condamnations à une peine criminelle de trente ans, " sont insérés entre les mots " peine criminelle à temps " et les mots " ou à une ou plusieurs peines ";
2° dans l'alinéa 4, les mots " à une peine privative de liberté de trente ans ou " sont insérés entre le mot " condamnation " et les mots " à une peine privative de liberté à perpétuité ".
1° dans l'alinéa 3, les mots " , à l'exception des condamnations à une peine criminelle de trente ans, " sont insérés entre les mots " peine criminelle à temps " et les mots " ou à une ou plusieurs peines ";
2° dans l'alinéa 4, les mots " à une peine privative de liberté de trente ans ou " sont insérés entre le mot " condamnation " et les mots " à une peine privative de liberté à perpétuité ".
Art. 19. In artikel 95/18, § 2, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 26 april 2007, wordt het cijfer " 54 " vervangen door de woorden " 54, § 1 ".
Art. 19. Dans l'article 95/18, § 2, alinéa 3, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007, le chiffre " 54 " est remplacé par les mots " 54, § 1er ".
Art. 20. In artikel 96 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, in fine, worden de woorden " , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie, " ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " en de veroordeelde ";
2° in het tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden " , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie, " ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " en de ter beschikking gestelde ".
1° in het eerste lid, in fine, worden de woorden " , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie, " ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " en de veroordeelde ";
2° in het tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden " , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie, " ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " en de ter beschikking gestelde ".
Art. 20. A l'article 96 de la même loi, modifié par la loi du 26 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, in fine, les mots " , soit d'office, soit par les ordres du Ministre de la Justice, " sont insérés entre les mots " ministère public " et les mots " et le condamné ";
2° dans l'alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots " , soit d'office, soit par les ordres du Ministre de la Justice, " sont insérés entre les mots " ministère public " et les mots " et le condamné mis à disposition ".
1° dans l'alinéa 1er, in fine, les mots " , soit d'office, soit par les ordres du Ministre de la Justice, " sont insérés entre les mots " ministère public " et les mots " et le condamné ";
2° dans l'alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots " , soit d'office, soit par les ordres du Ministre de la Justice, " sont insérés entre les mots " ministère public " et les mots " et le condamné mis à disposition ".
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires
Art. 21. De artikelen 4, 6 en 18 zijn van toepassing op de veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn getreden na de inwerkingtreding van deze wet.
De artikelen 25, § 2, c), 26, § 2, c) en 71, derde lid en vierde lid van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven bij wijze van overgangsmaatregel van kracht voor de veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn getreden voor die inwerkingtreding.
De artikelen 25, § 2, c), 26, § 2, c) en 71, derde lid en vierde lid van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven bij wijze van overgangsmaatregel van kracht voor de veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn getreden voor die inwerkingtreding.
Art. 21. Les articles 4, 6 et 18 s'appliquent aux condamnations qui sont passées en force de chose jugée après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Les articles 25, § 2, c), 26, § 2, c) et 71, alinéa 3 et alinéa 4 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent en vigueur à titre transitoire pour les condamnations qui sont passées en force de chose jugée avant cette entrée en vigueur.
Les articles 25, § 2, c), 26, § 2, c) et 71, alinéa 3 et alinéa 4 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent en vigueur à titre transitoire pour les condamnations qui sont passées en force de chose jugée avant cette entrée en vigueur.
Art. 22. De artikelen 5, 7, 8, 11, 13 en 15 zijn niet van toepassing op de veroordeelden die zich binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet in de tijdsvoorwaarde voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling of een voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering bevinden. De artikelen 30, §§ 1 en 2, 34, § 1, 50, §§ 1 en 2, en 52, § 1, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven hiervoor bij wijze van overgangsmaatregel van kracht tot een definitief vonnis is tussengekomen.
De artikelen 30, §§ 1 en 2, 34, § 1, 50, §§ 1 en 2, en 52, § 1, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven bij wijze van overgangsmaatregel ook van kracht :
1° voor de procedures inzake voorwaardelijke invrijheidstelling of inzake voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering die hangende zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet tot een definitief vonnis is tussengekomen;
2° voor de vonnissen die met toepassing van de artikelen 45 en 57 van dezelfde wet, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, een datum voor het uitbrengen van een nieuw advies door de directeur bepaalden, tot een definitief vonnis is tussengekomen.
De artikelen 30, §§ 1 en 2, 34, § 1, 50, §§ 1 en 2, en 52, § 1, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven bij wijze van overgangsmaatregel ook van kracht :
1° voor de procedures inzake voorwaardelijke invrijheidstelling of inzake voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering die hangende zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet tot een definitief vonnis is tussengekomen;
2° voor de vonnissen die met toepassing van de artikelen 45 en 57 van dezelfde wet, zoals zij voor de inwerkingtreding van deze wet luidden, een datum voor het uitbrengen van een nieuw advies door de directeur bepaalden, tot een definitief vonnis is tussengekomen.
Art. 22. Les articles 5, 7, 8, 11, 13 et 15 ne sont pas applicables aux personnes condamnées qui dans les six mois de l'entrée en vigueur de la présente loi remplissent les conditions de temps pour une libération conditionnelle ou une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise. Les articles 30, §§ 1er et 2, 34, § 1er, 50, §§ 1er et 2, et 52, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent en vigueur à titre transitoire à leur égard jusqu'au moment où un jugement définitif est intervenu.
Les articles 30, §§ 1er et 2, 34, § 1er, 50, §§ 1er et 2, et 52, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent également en vigueur à titre transitoire :
1° à l'égard des procédures relatives à la libération conditionnelle ou relatives à la mise en liberté provisoire en vue d'éloignement du territoire ou de la remise qui sont pendantes au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi jusqu'au moment où un jugement définitif est intervenu;
2° à l'égard des jugements qui, en application des articles 45 et 57 de la même loi, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, fixaient une date pour l'émission d'un nouvel avis par le directeur, jusqu'au moment où un jugement définitif est intervenu.
Les articles 30, §§ 1er et 2, 34, § 1er, 50, §§ 1er et 2, et 52, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent également en vigueur à titre transitoire :
1° à l'égard des procédures relatives à la libération conditionnelle ou relatives à la mise en liberté provisoire en vue d'éloignement du territoire ou de la remise qui sont pendantes au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi jusqu'au moment où un jugement définitif est intervenu;
2° à l'égard des jugements qui, en application des articles 45 et 57 de la même loi, tels qu'ils étaient rédigés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, fixaient une date pour l'émission d'un nouvel avis par le directeur, jusqu'au moment où un jugement définitif est intervenu.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 23. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 23. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 maart 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Gegeven te Brussel, 17 maart 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 17 mars 2013.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Donné à Bruxelles, le 17 mars 2013.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM