Artikel 1. In het koninklijk besluit van 29 november 1968 houdende vaststelling van de procedure bij de onderzoeken de commodo et incommodo, voorgeschreven door de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen wordt een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 12/1. Als het onderzoek betrekking heeft op de afbakening van een overstromingsgebied als vermeld in artikel 50bis van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het gevoerd volgens de regels die zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
30 MAART 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 november 1968 houdende vaststelling van de procedure bij de onderzoeken de commodo et incommodo, voorgeschreven door de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en tot aanvulling ervan met een regeling voor de afbakening van overstromingsgebieden
Titre
30 MARS 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal du 29 novembre 1968 fixant la procédure des enquêtes de commodo et incommodo et des recours prévus par la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant exécution de l'expropriation d'utilité publique, du droit de préemption, de l'obligation d'achat et de l'obligation d'indemnité du titre Ier du décret sur la politique intégrée de l'eau et le complétant par un règlement pour la délimitation des zones inondables
Informations sur le document
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Article 1er. A l'arrêté royal du 29 novembre 1968 fixant la procédure des enquêtes de commodo et incommodo prévues par la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables, est inséré un article 12/1, rédigé comme suit :
" Art. 12/1. Si l'enquête a trait à la délimitation d'une zone d'inondation telle que visée à l'article 50bis du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, elle est menée selon les règles reprises à l'arrête du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant exécution de l'expropriation d'utilité publique, du droit de préemption, de l'obligation d'achat et de l'obligation d'indemnité du titre Ier du décret sur la politique intégrée de l'eau du 18 juillet 2003. ".
" Art. 12/1. Si l'enquête a trait à la délimitation d'une zone d'inondation telle que visée à l'article 50bis du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, elle est menée selon les règles reprises à l'arrête du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant exécution de l'expropriation d'utilité publique, du droit de préemption, de l'obligation d'achat et de l'obligation d'indemnité du titre Ier du décret sur la politique intégrée de l'eau du 18 juillet 2003. ".
Art. 2. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 worden de woorden " en de vergoedingsplicht " vervangen door de zinsnede " , de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden ".
Art. 2. A l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant exécution de l'expropriation d'utilité publique, du droit de préemption, de l'obligation d'achat et de l'obligation d'indemnité du titre Ier du décret sur la politique intégrée de l'eau du 18 juillet 2003, les mots " et l'obligation d'indemnité " sont remplacés par le membre de phrase " , l'obligation d'indemnité et la délimitation des zones d'inondation ".
Art. 3. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° gebruiker : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het moment dat het onroerend goed, gelegen binnen een afgebakend overstromingsgebied, actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, het onroerend goed voor eigen rekening exploiteert als landbouw of bosbouw of voor wiens rekening een perceel wordt geëxploiteerd; ";
2° er worden een punt 9°, 10°, 11°, 12° en 13° ingevoegd, die luiden als volgt :
" 9° afgebakend overstromingsgebied : een afgebakend overstromingsgebied als vermeld in artikel 3, § 2, 44° bis, van het decreet;
10° afgebakende oeverzone : een oeverzone, afgebakend zoals bepaald in artikel 9 van het decreet;
11° waterbeheerder : een waterwegbeheerder of een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen;
12° waterwegbeheerder zoals vermeld in punt 11° :
a) het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap nv De Scheepvaart, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart in het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap nv De Scheepvaart;
b) de publiekrechtelijke overheden, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
c) het Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid;
d) het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal NV, naamloze vennootschap van publiek recht, vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal NV, naamloze vennootschap van publiek recht;
13° waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen zoals vermeld in punt 11° :
a) het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in artikel 10.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
b) de provincies en de gemeenten;
c) de polders en wateringen. ".
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° gebruiker : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het moment dat het onroerend goed, gelegen binnen een afgebakend overstromingsgebied, actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, het onroerend goed voor eigen rekening exploiteert als landbouw of bosbouw of voor wiens rekening een perceel wordt geëxploiteerd; ";
2° er worden een punt 9°, 10°, 11°, 12° en 13° ingevoegd, die luiden als volgt :
" 9° afgebakend overstromingsgebied : een afgebakend overstromingsgebied als vermeld in artikel 3, § 2, 44° bis, van het decreet;
10° afgebakende oeverzone : een oeverzone, afgebakend zoals bepaald in artikel 9 van het decreet;
11° waterbeheerder : een waterwegbeheerder of een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen;
12° waterwegbeheerder zoals vermeld in punt 11° :
a) het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap nv De Scheepvaart, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart in het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap nv De Scheepvaart;
b) de publiekrechtelijke overheden, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
c) het Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid;
d) het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal NV, naamloze vennootschap van publiek recht, vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal NV, naamloze vennootschap van publiek recht;
13° waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen zoals vermeld in punt 11° :
a) het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in artikel 10.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
b) de provincies en de gemeenten;
c) de polders en wateringen. ".
Art. 3. A l'article 1er du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° usager : toute personne physique ou morale qui, au moment où le bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée dans le cadre d'un plan de gestion des eaux, est activement inséré dans la gestion des eaux, exploite le bien immobilier pour son propre compte de manière agricole ou sylvicole ou toute personne physique ou morale pour le compte de laquelle une parcelle est exploitée; ";
2° il est ajouté des points 9°, 10°, 11°, 12° et 13°, rédigés comme suit :
" 9° zone d'inondation délimitée : une zone d'inondation délimitée telle que visée à l'article 3, § 2, 44° bis, du décret;
10° zone de rive délimitée : une zone de rive, délimitée telle que visée à l'article 9 du décret;
11° gestionnaire des eaux : un gestionnaire des voies navigables ou gestionnaire des eaux des cours d'eau non navigables;
12° un gestionnaire des voies navigables tel que visé tel que visé au point 11° ;
a) l'agence autonomisée externe de droit public " De Scheepvaart " (La Navigation), visée à l'article 3, § 1er, du décret du 2 avril 2004 portant transformation du " Dienst voor de Scheepvaart " (Office de la Navigation) en agence autonomisée externe de droit public, dénommée " De Scheepvaart ";
b) les autorités de droit public, visées à l'article 2, 1°, du décret du 2 mars 1999 portant la politique de la gestion des ports maritimes;
c) le Mobilité et des Travaux publics des autorités flamandes;
d) l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal NV ", société anonyme de droit public, visée à l'article 3 du décret du 4 mai 1994 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal NV ", société anonyme de droit public;
13° gestionnaire des eaux non navigables tel que visé au point 11° :
a) l'agence interne autonomisée " Vlaamse Milieumaatschappij ", mentionnée à article 10.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
b) les provinces et communes;
c) les polders et wateringues;
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° usager : toute personne physique ou morale qui, au moment où le bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée dans le cadre d'un plan de gestion des eaux, est activement inséré dans la gestion des eaux, exploite le bien immobilier pour son propre compte de manière agricole ou sylvicole ou toute personne physique ou morale pour le compte de laquelle une parcelle est exploitée; ";
2° il est ajouté des points 9°, 10°, 11°, 12° et 13°, rédigés comme suit :
" 9° zone d'inondation délimitée : une zone d'inondation délimitée telle que visée à l'article 3, § 2, 44° bis, du décret;
10° zone de rive délimitée : une zone de rive, délimitée telle que visée à l'article 9 du décret;
11° gestionnaire des eaux : un gestionnaire des voies navigables ou gestionnaire des eaux des cours d'eau non navigables;
12° un gestionnaire des voies navigables tel que visé tel que visé au point 11° ;
a) l'agence autonomisée externe de droit public " De Scheepvaart " (La Navigation), visée à l'article 3, § 1er, du décret du 2 avril 2004 portant transformation du " Dienst voor de Scheepvaart " (Office de la Navigation) en agence autonomisée externe de droit public, dénommée " De Scheepvaart ";
b) les autorités de droit public, visées à l'article 2, 1°, du décret du 2 mars 1999 portant la politique de la gestion des ports maritimes;
c) le Mobilité et des Travaux publics des autorités flamandes;
d) l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal NV ", société anonyme de droit public, visée à l'article 3 du décret du 4 mai 1994 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal NV ", société anonyme de droit public;
13° gestionnaire des eaux non navigables tel que visé au point 11° :
a) l'agence interne autonomisée " Vlaamse Milieumaatschappij ", mentionnée à article 10.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
b) les provinces et communes;
c) les polders et wateringues;
Art. 4. Het artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 2. Het machtigen van de provincies en de gemeenten om over te gaan tot onteigeningen ten algemene nutte als vermeld in artikel 11 van het decreet, verloopt zoals geregeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 inzake onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de gemeenten, de provincies, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven, de O.C.M.W.'s, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen. ".
" Art. 2. Het machtigen van de provincies en de gemeenten om over te gaan tot onteigeningen ten algemene nutte als vermeld in artikel 11 van het decreet, verloopt zoals geregeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 inzake onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de gemeenten, de provincies, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven, de O.C.M.W.'s, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen. ".
Art. 4. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. L'autorisation des provinces et des communes à procéder à des expropriations d'utilité publique, telles que visées à l'article 11 du décret, se déroule telle que réglée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif aux expropriations pour cause d'utilité publique aux besoins des communes, des provinces, des régies communales autonomes, des régies provinciales autonomes, des C.P.A.S., des partenariats intercommunaux et des sociétés de développement provincial. ".
" Art. 2. L'autorisation des provinces et des communes à procéder à des expropriations d'utilité publique, telles que visées à l'article 11 du décret, se déroule telle que réglée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif aux expropriations pour cause d'utilité publique aux besoins des communes, des provinces, des régies communales autonomes, des régies provinciales autonomes, des C.P.A.S., des partenariats intercommunaux et des sociétés de développement provincial. ".
Art. 5. De artikelen 3 en 4 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 5. Les articles 3 et 4 du même arrêté sont abrogés.
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Als de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is, bezorgt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk in de afgebakende overstromingsgebieden of afgebakende oeverzones gelegen zijn, voor advies aan de initiatiefnemer in kwestie. ".
" Als de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is, bezorgt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk in de afgebakende overstromingsgebieden of afgebakende oeverzones gelegen zijn, voor advies aan de initiatiefnemer in kwestie. ".
Art. 6. A l'article 5 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables, la " Vlaamse Grondenbank " " Vlaamse Grondenbank " transmet les offres des biens situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation ou zones de rive délimitées pour avis à l'initiateur en question. ".
Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables, la " Vlaamse Grondenbank " " Vlaamse Grondenbank " transmet les offres des biens situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation ou zones de rive délimitées pour avis à l'initiateur en question. ".
Art. 7. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 9. § 1. Voor een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is en actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, maakt de initiatiefnemer de volgende gegevens bekend, minstens door bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en door aanplakking aan alle toegangswegen tot het overstromingsgebied in kwestie :
1° de gegevens over het overstromingsgebied :
a) de naam van het overstromingsgebied;
b) de datum waarop het overstromingsgebied werd afgebakend;
2° de datum van de actieve inschakeling;
3° de initiatiefnemer die overeenkomstig het waterbeheerplan belast is met de uitvoering van de acties of maatregelen om het overstromingsgebied te realiseren;
4° een vermelding van de kadastrale percelen die binnen het overstromingsgebied gelegen zijn;
5° gegevens over de aankoopplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de eigenaar van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om de initiatiefnemer tot aankoop te verplichten, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 10, voldaan moet zijn om de aankoopplicht te kunnen inroepen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
c) de uiterste datum waarop de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
6° gegevens over de vergoedingsplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de gebruiker van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om een vergoeding te vragen van de initiatiefnemer, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 14, voldaan moet zijn om de vergoeding te kunnen vragen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de vergoeding moet worden gevraagd;
c) de uiterste datum waarop de vergoeding moet worden gevraagd;
d) de elementen op basis waarvan het vergoedingsbedrag berekend zal worden.
§ 2. De initiatiefnemer bezorgt aan alle eigenaars en gebruikers van de percelen in kwestie voor elk kadastraal perceel waarvan ze eigenaar en/of gebruiker zijn de volgende gegevens via een aangetekende brief :
a) de gegevens, vermeld in paragraaf 1;
b) de oppervlakte van het perceel dat actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing;
c) de frequentie waarmee het perceel overstroomt voordat het perceel actief in de waterbeheersing is ingeschakeld;
d) de frequentie waarmee het perceel vermoedelijk zal overstromen nadat het perceel actief is ingeschakeld in de waterbeheersing.
Die gegevens worden bepaald op basis van statistische berekeningen.
§ 3. De administratieve overheden stellen aan de initiatiefnemer op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig is voor de uitoefening van de taken uit paragraaf 2. ".
" Art. 9. § 1. Voor een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is en actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, maakt de initiatiefnemer de volgende gegevens bekend, minstens door bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en door aanplakking aan alle toegangswegen tot het overstromingsgebied in kwestie :
1° de gegevens over het overstromingsgebied :
a) de naam van het overstromingsgebied;
b) de datum waarop het overstromingsgebied werd afgebakend;
2° de datum van de actieve inschakeling;
3° de initiatiefnemer die overeenkomstig het waterbeheerplan belast is met de uitvoering van de acties of maatregelen om het overstromingsgebied te realiseren;
4° een vermelding van de kadastrale percelen die binnen het overstromingsgebied gelegen zijn;
5° gegevens over de aankoopplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de eigenaar van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om de initiatiefnemer tot aankoop te verplichten, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 10, voldaan moet zijn om de aankoopplicht te kunnen inroepen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
c) de uiterste datum waarop de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
6° gegevens over de vergoedingsplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de gebruiker van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om een vergoeding te vragen van de initiatiefnemer, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 14, voldaan moet zijn om de vergoeding te kunnen vragen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de vergoeding moet worden gevraagd;
c) de uiterste datum waarop de vergoeding moet worden gevraagd;
d) de elementen op basis waarvan het vergoedingsbedrag berekend zal worden.
§ 2. De initiatiefnemer bezorgt aan alle eigenaars en gebruikers van de percelen in kwestie voor elk kadastraal perceel waarvan ze eigenaar en/of gebruiker zijn de volgende gegevens via een aangetekende brief :
a) de gegevens, vermeld in paragraaf 1;
b) de oppervlakte van het perceel dat actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing;
c) de frequentie waarmee het perceel overstroomt voordat het perceel actief in de waterbeheersing is ingeschakeld;
d) de frequentie waarmee het perceel vermoedelijk zal overstromen nadat het perceel actief is ingeschakeld in de waterbeheersing.
Die gegevens worden bepaald op basis van statistische berekeningen.
§ 3. De administratieve overheden stellen aan de initiatiefnemer op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig is voor de uitoefening van de taken uit paragraaf 2. ".
Art. 7. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. § 1er. Pour un bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée et inséré activement dans la gestion des eaux, l'initiateur publie les données suivantes, au moins par la publication au Moniteur belge et par l'affichage sur toutes les routes d'accès à la zone d'inondation en question :
1° les informations sur la zone d'inondation :
a) le nom de la zone d'inondation;
b) la date de délimitation de la zone d'inondation;
2° la date d'insertion active;
3° l'initiateur chargé de l'exécution des actions ou des mesures pour réaliser la zone d'inondation, conformément au plan de gestion des eaux;
4° une mention des parcelles cadastrales situées dans la zone d'inondation;
5° des informations sur l'obligation d'achat :
a) la mention de la possibilité pour le propriétaire d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée d'obliger l'initiateur d'acheter, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'article 10, pour invoquer l'obligation d'achat;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'obligation d'achat doit être invoquée;
c) la date limite d'invocation de l'obligation d'achat;
6° des informations sur l'obligation d'indemnité :
a) la mention de la possibilité pour l'usager d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée de demander une indemnité à l'initiateur, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'art. 14, pour demander l'indemnité;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'indemnité doit être demandée;
c) la date limite de demande d'indemnité;
d) les éléments sur la base desquels le montant de l'indemnité sera calculé.
§ 2. L'initiateur transmet par lettre recommandée à tous les propriétaires et usagers des parcelles en question les informations suivantes pour chaque parcelle cadastrale dont ils sont propriétaires et/ou usagers :
a) les données visées au § 1er;
b) la superficie de la parcelle insérée activement dans la gestion des eaux;
c) la fréquence d'inondation de la parcelle avant qu'elle ne soit insérée activement dans la gestion des eaux;
d) la fréquence d'inondation probable de la parcelle après l'insertion active dans la gestion des eaux.
Ces données sont déterminées sur la base de calculs statistiques.
§ 3. Les autorités administratives fournissent, sur simple demande ou d'initiative, toutes les informations, y compris les données personnelles, qui sont nécessaires pour l'exercice des tâches, visées au § 2. ".
" Art. 9. § 1er. Pour un bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée et inséré activement dans la gestion des eaux, l'initiateur publie les données suivantes, au moins par la publication au Moniteur belge et par l'affichage sur toutes les routes d'accès à la zone d'inondation en question :
1° les informations sur la zone d'inondation :
a) le nom de la zone d'inondation;
b) la date de délimitation de la zone d'inondation;
2° la date d'insertion active;
3° l'initiateur chargé de l'exécution des actions ou des mesures pour réaliser la zone d'inondation, conformément au plan de gestion des eaux;
4° une mention des parcelles cadastrales situées dans la zone d'inondation;
5° des informations sur l'obligation d'achat :
a) la mention de la possibilité pour le propriétaire d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée d'obliger l'initiateur d'acheter, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'article 10, pour invoquer l'obligation d'achat;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'obligation d'achat doit être invoquée;
c) la date limite d'invocation de l'obligation d'achat;
6° des informations sur l'obligation d'indemnité :
a) la mention de la possibilité pour l'usager d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée de demander une indemnité à l'initiateur, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'art. 14, pour demander l'indemnité;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'indemnité doit être demandée;
c) la date limite de demande d'indemnité;
d) les éléments sur la base desquels le montant de l'indemnité sera calculé.
§ 2. L'initiateur transmet par lettre recommandée à tous les propriétaires et usagers des parcelles en question les informations suivantes pour chaque parcelle cadastrale dont ils sont propriétaires et/ou usagers :
a) les données visées au § 1er;
b) la superficie de la parcelle insérée activement dans la gestion des eaux;
c) la fréquence d'inondation de la parcelle avant qu'elle ne soit insérée activement dans la gestion des eaux;
d) la fréquence d'inondation probable de la parcelle après l'insertion active dans la gestion des eaux.
Ces données sont déterminées sur la base de calculs statistiques.
§ 3. Les autorités administratives fournissent, sur simple demande ou d'initiative, toutes les informations, y compris les données personnelles, qui sont nécessaires pour l'exercice des tâches, visées au § 2. ".
Art. 8. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De eigenaar van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen een oeverzone of overstromingsgebied, kan binnen een periode van vijf jaar nadat de afbakening van de oeverzone of het overstromingsgebied van kracht werd, of binnen een periode van vijf jaar nadat het afgebakende overstromingsgebied actief is ingeschakeld, de initiatiefnemer verplichten tot aankoop van het onroerend goed, op voorwaarde dat aan de voorwaarden, vermeld in dit artikel, voldaan is. ";
2° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De eigenaar van een onroerend goed kan de aankoopplicht inroepen als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1° het onroerend goed is geheel of gedeeltelijk binnen een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone gelegen;
2° er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering komt door de afbakening ernstig in het gedrang. Er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie als de waarde van het gedeelte van het onroerend goed dat gelegen is binnen een oeverzone of een overstromingsgebied, met meer dan 20 % verminderd is als gevolg van de afbakening. ";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Als aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, is voldaan, is de aankoopplicht van toepassing op het deel van het onroerend goed dat in een afgebakende oeverzone of overstromingsgebied gelegen is. ".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De eigenaar van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen een oeverzone of overstromingsgebied, kan binnen een periode van vijf jaar nadat de afbakening van de oeverzone of het overstromingsgebied van kracht werd, of binnen een periode van vijf jaar nadat het afgebakende overstromingsgebied actief is ingeschakeld, de initiatiefnemer verplichten tot aankoop van het onroerend goed, op voorwaarde dat aan de voorwaarden, vermeld in dit artikel, voldaan is. ";
2° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De eigenaar van een onroerend goed kan de aankoopplicht inroepen als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1° het onroerend goed is geheel of gedeeltelijk binnen een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone gelegen;
2° er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering komt door de afbakening ernstig in het gedrang. Er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie als de waarde van het gedeelte van het onroerend goed dat gelegen is binnen een oeverzone of een overstromingsgebied, met meer dan 20 % verminderd is als gevolg van de afbakening. ";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Als aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, is voldaan, is de aankoopplicht van toepassing op het deel van het onroerend goed dat in een afgebakende oeverzone of overstromingsgebied gelegen is. ".
Art. 8. A l'article 10 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le propriétaire d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone de rive ou d'inondation, peut obliger l'initiateur à acheter le bien immobilier dans une période de cinq ans après l'entrée en vigueur de la délimitation de la zone d'inondation ou la zone de rive, ou dans les cinq ans après l'insertion active de la zone d'inondation délimitée, à condition que les conditions, telles que visées au présent article, soient remplies. " ;
2° dans le paragraphe 2, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par la disposition suivante :
" Le propriétaire d'un bien immobilier peut invoquer l'obligation d'achat si les conditions suivantes sont remplies :
1° le bien immobilier est entièrement ou partiellement situé dans une zone d'inondation ou une zone de rive délimitée;
2° la délimitation a entrainé une dépréciation importante du bien immobilier en question ou a gravement compromis la viabilité de l'entreprise existante. Il y a une dépréciation importante du bien immobilier en question lorsque la valeur de la partie du bien immobilier qui se situe dans une zone de rive ou d'inondation, a diminué de plus de 20 % suite à la délimitation. " ;
3° au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque les conditions, visées aux § § 1er et 2, sont remplies, l'obligation d'achat s'applique à la partie du bien immobilier qui se situe dans une zone de rive ou d'inondation délimitée. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le propriétaire d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone de rive ou d'inondation, peut obliger l'initiateur à acheter le bien immobilier dans une période de cinq ans après l'entrée en vigueur de la délimitation de la zone d'inondation ou la zone de rive, ou dans les cinq ans après l'insertion active de la zone d'inondation délimitée, à condition que les conditions, telles que visées au présent article, soient remplies. " ;
2° dans le paragraphe 2, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par la disposition suivante :
" Le propriétaire d'un bien immobilier peut invoquer l'obligation d'achat si les conditions suivantes sont remplies :
1° le bien immobilier est entièrement ou partiellement situé dans une zone d'inondation ou une zone de rive délimitée;
2° la délimitation a entrainé une dépréciation importante du bien immobilier en question ou a gravement compromis la viabilité de l'entreprise existante. Il y a une dépréciation importante du bien immobilier en question lorsque la valeur de la partie du bien immobilier qui se situe dans une zone de rive ou d'inondation, a diminué de plus de 20 % suite à la délimitation. " ;
3° au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque les conditions, visées aux § § 1er et 2, sont remplies, l'obligation d'achat s'applique à la partie du bien immobilier qui se situe dans une zone de rive ou d'inondation délimitée. ".
Art. 9. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De gebruiker van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, kan binnen een periode van één jaar na de datum van actieve inschakeling, zoals bekendgemaakt werd overeenkomstig artikel 9, een vergoeding vragen aan de initiatiefnemer. ".
" De gebruiker van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, kan binnen een periode van één jaar na de datum van actieve inschakeling, zoals bekendgemaakt werd overeenkomstig artikel 9, een vergoeding vragen aan de initiatiefnemer. ".
Art. 9. A l'article 14 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
L'usager d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone d'inondation délimitée peut demander une indemnité à l'initiateur dans une période d'un an après la date d'insertion active, telle que publiée conformément à l'article 9. ".
L'usager d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone d'inondation délimitée peut demander une indemnité à l'initiateur dans une période d'un an après la date d'insertion active, telle que publiée conformément à l'article 9. ".
Art. 10. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. Boven op de vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt een vergoeding toegekend voor niet-terugverdienbare investeringen. Niet-terugverdienbare investeringen zijn investeringen op het perceel in kwestie die ten gevolge van het actief inschakelen van de percelen in de waterbeheersing niet terugverdiend kunnen worden. Bij het berekenen van de niet-terugverdienbare investeringen wordt er geen rekening gehouden met de investeringen die werden gedaan na de begindatum van het openbaar onderzoek dat gevoerd werd ten behoeve van de afbakening van het overstromingsgebied. ".
" § 3. Boven op de vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt een vergoeding toegekend voor niet-terugverdienbare investeringen. Niet-terugverdienbare investeringen zijn investeringen op het perceel in kwestie die ten gevolge van het actief inschakelen van de percelen in de waterbeheersing niet terugverdiend kunnen worden. Bij het berekenen van de niet-terugverdienbare investeringen wordt er geen rekening gehouden met de investeringen die werden gedaan na de begindatum van het openbaar onderzoek dat gevoerd werd ten behoeve van de afbakening van het overstromingsgebied. ".
Art. 10. Dans l'article 23 du même arrêté, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Une indemnité pour les investissements non récupérables est ajoutée à l'indemnité visée au paragraphe 1er. Les investissements non récupérables sont des investissements sur la parcelle en question, devenus non récupérables suite à l'insertion active des parcelles dans la gestion des eaux. Pour le calcul des investissements non récupérables, il n'est pas tenu compte des investissements faits après la date du début de l'enquête publique qui a été menée pour la délimitation de la zone d'inondation. ".
" § 3. Une indemnité pour les investissements non récupérables est ajoutée à l'indemnité visée au paragraphe 1er. Les investissements non récupérables sont des investissements sur la parcelle en question, devenus non récupérables suite à l'insertion active des parcelles dans la gestion des eaux. Pour le calcul des investissements non récupérables, il n'est pas tenu compte des investissements faits après la date du début de l'enquête publique qui a été menée pour la délimitation de la zone d'inondation. ".
Art. 11. In artikel 24, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° de gebruiker toont aan dat vanaf de begindatum van het openbaar onderzoek dat gevoerd wordt ten behoeve van de afbakening van het overstromingsgebied in kwestie, alleen andere teelten dan grasland voorkwamen op het perceel; ".
" 1° de gebruiker toont aan dat vanaf de begindatum van het openbaar onderzoek dat gevoerd wordt ten behoeve van de afbakening van het overstromingsgebied in kwestie, alleen andere teelten dan grasland voorkwamen op het perceel; ".
Art. 11. A l'article 24, alinéa deux, du même arrêté, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° l'usager démontre qu'à partir de la date de début de l'enquête publique qui est menée pour la délimitation de la zone d'inondation en question, uniquement d'autres cultures que le pâturage étaient cultivées sur la parcelle; ".
" 1° l'usager démontre qu'à partir de la date de début de l'enquête publique qui est menée pour la délimitation de la zone d'inondation en question, uniquement d'autres cultures que le pâturage étaient cultivées sur la parcelle; ".
Art. 12. Aan hetzelfde besluit wordt een titel V, die bestaat uit artikel 28 tot en met 33, toegevoegd, die luidt als volgt :
" Titel V. - Afbakening van overstromingsgebieden
Art. 28. De waterbeheerder, hierna de initiatiefnemer te noemen, kan het initiatief nemen om over te gaan tot de afbakening van overstromingsgebieden die verband houden met de door hem beheerde waterloop of waterweg, zoals bedoeld in artikel 50bis van het decreet.
Art. 29. De initiatiefnemer stelt een voorontwerp van afbakeningsbesluit op, dat de volgende bijlagen bevat :
1° een nota waarin gemotiveerd wordt waarom de afbakening nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 5 van het decreet, de beginselen, vermeld in artikel 6 van het decreet, en wordt aangegeven hoe het initiatief past binnen de waterbeheerplannen die van kracht zijn;
2° een plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid. De schaal die daarbij gehanteerd wordt, moet overeenstemmen met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen.
De initiatiefnemer licht de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid in van zijn voornemen en bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit, samen met de bijlagen, aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.
Art. 30. De initiatiefnemer bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarin de percelen gelegen zijn waarop het overstromingsgebied wordt afgebakend.
Het college van burgemeester en schepenen zorgt ervoor dat het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen gedurende zestig dagen ter inzage van het publiek liggen.
Art. 31. § 1. Gedurende zestig dagen vanaf de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt het college van burgemeester en schepenen op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis een bekendmaking uit.
De eigenaars van de percelen die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het af te bakenen overstromingsgebied, worden voor de aanvang van het openbaar onderzoek door de initiatiefnemer met een ter post aangetekende brief of met een individueel bericht tegen ontvangstbewijs op de hoogte gebracht van het feit dat een openbaar onderzoek wordt gehouden over een voorontwerp van afbakeningsbesluit waarbij hun gronden betrokken zijn. De eigenaars zijn ertoe gehouden de gebruikers van de percelen in kwestie onmiddellijk in te lichten over het openbaar onderzoek.
Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen, de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de initiatiefnemer verstrekte informatie, tenzij die beschikt over recentere informatie.
§ 2. Bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per aangetekende brief toegezonden aan het betrokken bekkensecretariaat, of daar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De bezwaren en opmerkingen kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn aan het gemeentehuis van elke betrokken gemeente worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek, de bezwaren en opmerkingen aan het betrokken bekkensecretariaat.
Met bezwaren en opmerkingen die laattijdig aan het betrokken bekkensecretariaat worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden.
§ 3. Het openbaar onderzoek, vermeld in paragraaf 1, geldt als onderzoek de commodo et incommodo als vermeld in artikel 19, eerste lid, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.
Art. 32. Het betrokken bekkensecretariaat bundelt en coördineert alle bezwaren en opmerkingen.
Het betrokken bekkenbestuur brengt binnen dertig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies bij de initiatiefnemer, waarbij nagegaan wordt in hoeverre het voorontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid. Wanneer het betrokken bekkenbestuur geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
Het betrokken bekkensecretariaat bezorgt het advies van het bekkenbestuur aan de initiatiefnemer, samen met de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen. Wanneer het bekkenbestuur niet tijdig advies verleent, bezorgt het bekkensecretariaat onmiddellijk de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen aan de initiatiefnemer.
Art. 33. De initiatiefnemer bereidt een ontwerp van afbakeningsbesluit voor. Het plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid op een schaal die overeenstemt met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, alsook een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen, maken deel uit van dat ontwerp.
De initiatiefnemer legt het ontwerp van afbakeningsbesluit samen met de stukken bedoeld in het eerste lid, de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval het advies van het betrokken bekkenbestuur ter goedkeuring voor aan :
1° de Vlaamse Regering indien de oppervlakte van het afgebakend overstromingsgebied groter of gelijk aan 25 ha is;
2° de minister bevoegd voor de openbare werken en het vervoer indien de initiatiefnemer een waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 12°, a) tot en met d) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld;
3° de minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid indien de initiatiefnemer de waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 13°, a) tot en met c) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
De Vlaamse Regering respectievelijk de bevoegde minister kan bij betekenisvolle afwijking van het ontwerp ten opzichte van het voorontwerp van afbakening nagaan in hoeverre het ontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid.
" Titel V. - Afbakening van overstromingsgebieden
Art. 28. De waterbeheerder, hierna de initiatiefnemer te noemen, kan het initiatief nemen om over te gaan tot de afbakening van overstromingsgebieden die verband houden met de door hem beheerde waterloop of waterweg, zoals bedoeld in artikel 50bis van het decreet.
Art. 29. De initiatiefnemer stelt een voorontwerp van afbakeningsbesluit op, dat de volgende bijlagen bevat :
1° een nota waarin gemotiveerd wordt waarom de afbakening nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 5 van het decreet, de beginselen, vermeld in artikel 6 van het decreet, en wordt aangegeven hoe het initiatief past binnen de waterbeheerplannen die van kracht zijn;
2° een plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid. De schaal die daarbij gehanteerd wordt, moet overeenstemmen met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen.
De initiatiefnemer licht de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid in van zijn voornemen en bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit, samen met de bijlagen, aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.
Art. 30. De initiatiefnemer bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarin de percelen gelegen zijn waarop het overstromingsgebied wordt afgebakend.
Het college van burgemeester en schepenen zorgt ervoor dat het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen gedurende zestig dagen ter inzage van het publiek liggen.
Art. 31. § 1. Gedurende zestig dagen vanaf de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt het college van burgemeester en schepenen op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis een bekendmaking uit.
De eigenaars van de percelen die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het af te bakenen overstromingsgebied, worden voor de aanvang van het openbaar onderzoek door de initiatiefnemer met een ter post aangetekende brief of met een individueel bericht tegen ontvangstbewijs op de hoogte gebracht van het feit dat een openbaar onderzoek wordt gehouden over een voorontwerp van afbakeningsbesluit waarbij hun gronden betrokken zijn. De eigenaars zijn ertoe gehouden de gebruikers van de percelen in kwestie onmiddellijk in te lichten over het openbaar onderzoek.
Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen, de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de initiatiefnemer verstrekte informatie, tenzij die beschikt over recentere informatie.
§ 2. Bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per aangetekende brief toegezonden aan het betrokken bekkensecretariaat, of daar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De bezwaren en opmerkingen kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn aan het gemeentehuis van elke betrokken gemeente worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek, de bezwaren en opmerkingen aan het betrokken bekkensecretariaat.
Met bezwaren en opmerkingen die laattijdig aan het betrokken bekkensecretariaat worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden.
§ 3. Het openbaar onderzoek, vermeld in paragraaf 1, geldt als onderzoek de commodo et incommodo als vermeld in artikel 19, eerste lid, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.
Art. 32. Het betrokken bekkensecretariaat bundelt en coördineert alle bezwaren en opmerkingen.
Het betrokken bekkenbestuur brengt binnen dertig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies bij de initiatiefnemer, waarbij nagegaan wordt in hoeverre het voorontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid. Wanneer het betrokken bekkenbestuur geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
Het betrokken bekkensecretariaat bezorgt het advies van het bekkenbestuur aan de initiatiefnemer, samen met de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen. Wanneer het bekkenbestuur niet tijdig advies verleent, bezorgt het bekkensecretariaat onmiddellijk de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen aan de initiatiefnemer.
Art. 33. De initiatiefnemer bereidt een ontwerp van afbakeningsbesluit voor. Het plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid op een schaal die overeenstemt met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, alsook een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen, maken deel uit van dat ontwerp.
De initiatiefnemer legt het ontwerp van afbakeningsbesluit samen met de stukken bedoeld in het eerste lid, de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval het advies van het betrokken bekkenbestuur ter goedkeuring voor aan :
1° de Vlaamse Regering indien de oppervlakte van het afgebakend overstromingsgebied groter of gelijk aan 25 ha is;
2° de minister bevoegd voor de openbare werken en het vervoer indien de initiatiefnemer een waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 12°, a) tot en met d) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld;
3° de minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid indien de initiatiefnemer de waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 13°, a) tot en met c) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
De Vlaamse Regering respectievelijk de bevoegde minister kan bij betekenisvolle afwijking van het ontwerp ten opzichte van het voorontwerp van afbakening nagaan in hoeverre het ontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid.
Art. 12. Au même arrêté, il est ajouté un titre V, constitué des articles 28 à 33 inclus, rédigé comme suit :
" Titre V. - Délimitation des zones d'inondation
Art. 28. Le gestionnaire des eaux, nommé ci-après l'initiateur, peut prendre l'initiative de procéder à la délimitation des zones inondables qui concernent le cours d'eau ou la voie navigable gérés par lui, telle que visée à l'article 50bis du décret.
Art. 29. L'initiateur établit un avant-projet d'arrêté de délimitation, qui comprend les annexes suivantes :
1° une note précisant la raison pour laquelle la délimitation s'impose. Dans ce contexte, il est tenu compte des objectifs, visés à l'article 5 du décret, des principes, visés à l'article 6 du décret, et il est précisé comment l'initiative s'inscrit dans les plans de gestion des eaux en vigueur;
2° un plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est indiquée précisément. L'échelle utilisée doit correspondre à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux;
3° une liste des parcelles cadastrales situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation.
L'initiateur informe la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " sur son intention et fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les annexes, à la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid ".
Art. 30. L'initiateur fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes au collège des bourgmestre et échevins de chaque commune dans laquelle sont situées les parcelles sur lesquelles la zone d'inondation est délimitée.
Le collège des bourgmestre et échevins assure que l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes peuvent être consultés par le public.
Art. 31. § 1er. Pendant soixante jours à compter du début de l'enquête publique, le collège des bourgmestre et échevins affiche l'avis aux endroits d'affichage ordinaires et en tout cas à la maison communale.
Les propriétaires des parcelles, qui sont situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation à délimiter, sont informés avant le début de l'enquête publique par l'initiateur par une lettre recommandée à la poste ou par un avis individuel contre récépissé du fait qu'une enquête publique est menée sur un avant-projet d'arrêté de délimitation par lequel leurs terrains sont concernés. Les propriétaires sont tenus d'informer immédiatement les usagers des parcelles en question de l'enquête publique.
Par " propriétaire ", il peut être entendu les propriétaires suivant les informations les plus récentes fournies à l'initiateur par les services du cadastre, sauf si ce dernier dispose d'informations plus récentes.
§ 2. Les objections et remarques sont envoyées par lettre recommandée ou remises contre récépissé au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le dernier jour du délai de l'enquête publique.
Les objections et remarques peuvent également être remises contre récépissé au plus tard le dernier jour de ce délai à la maison communale de chaque commune concernée. Dans ce cas, le collège des bourgmestre et échevins transmet les objections et remarques au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le troisième jour ouvrable après l'enquête publique.
Il n'y a pas lieu de tenir compte des objections et remarques transmises hors des délais au secrétariat de bassin.
§ 3. L'enquête publique, visée au § 1er, vaut comme enquête de commodo et incommodo telle que visée à l'article 19, alinéa premier, de la loi du jeudi 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables.
Art. 32. Le secrétariat de bassin hydrographique concerné rassemble et coordonne toutes les objections et remarques.
Dans les trente jours de la fin de l'enquête publique, l'administration de bassin hydrographique concernée émet un avis motivé auprès de l'initiateur, visant à vérifier dans quelle mesure l'avant-projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la gestion intégrée de l'eau. Lorsque l'administration de bassin hydrographique concernée ne rend pas d'avis dans ce délai, il peut être passé outre à la condition d'avis.
Le secrétariat de bassin hydrographique concerné transmet l'avis de l'administration de bassin hydrographique à l'initiateur, ensemble avec les objections et remarques accumulées et coordonnées. Lorsque l'administration de bassin hydrographique n'émet pas d'avis à temps, le secrétariat de bassin hydrographique transmet les objections et remarques accumulées et coordonnées immédiatement à l'initiateur.
Art. 33. L'initiateur prépare un projet d'arrêté de délimitation. Le plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est précisément indiquée sur une échelle qui correspond à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux, ainsi qu'une liste des parcelles qui sont situées entièrement ou partiellement dans le zone d'inondation, font artie de ce projet.
L'initiateur soumet le projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les pièces visées à l'alinéa premier, les objections et remarques accumulées et coordonnées et, le cas échéant, l'avis de l'administration de bassin hydrographique en question à l'approbation :
1° du Gouvernement flamand si la superficie de la zone d'inondation délimitée est supérieure ou égale à 25 ha;
2° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est un gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 12°, a) à d) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand;
3° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est le gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 13°, a) à c) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand.
En cas d'une dérogation significative par rapport à l'avant-projet de délimitation, le Gouvernement flamand, respectivement le Ministre compétent, peut vérifier dans quelle mesure le projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la politique intégrée de l'eau.
" Titre V. - Délimitation des zones d'inondation
Art. 28. Le gestionnaire des eaux, nommé ci-après l'initiateur, peut prendre l'initiative de procéder à la délimitation des zones inondables qui concernent le cours d'eau ou la voie navigable gérés par lui, telle que visée à l'article 50bis du décret.
Art. 29. L'initiateur établit un avant-projet d'arrêté de délimitation, qui comprend les annexes suivantes :
1° une note précisant la raison pour laquelle la délimitation s'impose. Dans ce contexte, il est tenu compte des objectifs, visés à l'article 5 du décret, des principes, visés à l'article 6 du décret, et il est précisé comment l'initiative s'inscrit dans les plans de gestion des eaux en vigueur;
2° un plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est indiquée précisément. L'échelle utilisée doit correspondre à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux;
3° une liste des parcelles cadastrales situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation.
L'initiateur informe la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " sur son intention et fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les annexes, à la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid ".
Art. 30. L'initiateur fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes au collège des bourgmestre et échevins de chaque commune dans laquelle sont situées les parcelles sur lesquelles la zone d'inondation est délimitée.
Le collège des bourgmestre et échevins assure que l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes peuvent être consultés par le public.
Art. 31. § 1er. Pendant soixante jours à compter du début de l'enquête publique, le collège des bourgmestre et échevins affiche l'avis aux endroits d'affichage ordinaires et en tout cas à la maison communale.
Les propriétaires des parcelles, qui sont situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation à délimiter, sont informés avant le début de l'enquête publique par l'initiateur par une lettre recommandée à la poste ou par un avis individuel contre récépissé du fait qu'une enquête publique est menée sur un avant-projet d'arrêté de délimitation par lequel leurs terrains sont concernés. Les propriétaires sont tenus d'informer immédiatement les usagers des parcelles en question de l'enquête publique.
Par " propriétaire ", il peut être entendu les propriétaires suivant les informations les plus récentes fournies à l'initiateur par les services du cadastre, sauf si ce dernier dispose d'informations plus récentes.
§ 2. Les objections et remarques sont envoyées par lettre recommandée ou remises contre récépissé au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le dernier jour du délai de l'enquête publique.
Les objections et remarques peuvent également être remises contre récépissé au plus tard le dernier jour de ce délai à la maison communale de chaque commune concernée. Dans ce cas, le collège des bourgmestre et échevins transmet les objections et remarques au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le troisième jour ouvrable après l'enquête publique.
Il n'y a pas lieu de tenir compte des objections et remarques transmises hors des délais au secrétariat de bassin.
§ 3. L'enquête publique, visée au § 1er, vaut comme enquête de commodo et incommodo telle que visée à l'article 19, alinéa premier, de la loi du jeudi 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables.
Art. 32. Le secrétariat de bassin hydrographique concerné rassemble et coordonne toutes les objections et remarques.
Dans les trente jours de la fin de l'enquête publique, l'administration de bassin hydrographique concernée émet un avis motivé auprès de l'initiateur, visant à vérifier dans quelle mesure l'avant-projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la gestion intégrée de l'eau. Lorsque l'administration de bassin hydrographique concernée ne rend pas d'avis dans ce délai, il peut être passé outre à la condition d'avis.
Le secrétariat de bassin hydrographique concerné transmet l'avis de l'administration de bassin hydrographique à l'initiateur, ensemble avec les objections et remarques accumulées et coordonnées. Lorsque l'administration de bassin hydrographique n'émet pas d'avis à temps, le secrétariat de bassin hydrographique transmet les objections et remarques accumulées et coordonnées immédiatement à l'initiateur.
Art. 33. L'initiateur prépare un projet d'arrêté de délimitation. Le plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est précisément indiquée sur une échelle qui correspond à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux, ainsi qu'une liste des parcelles qui sont situées entièrement ou partiellement dans le zone d'inondation, font artie de ce projet.
L'initiateur soumet le projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les pièces visées à l'alinéa premier, les objections et remarques accumulées et coordonnées et, le cas échéant, l'avis de l'administration de bassin hydrographique en question à l'approbation :
1° du Gouvernement flamand si la superficie de la zone d'inondation délimitée est supérieure ou égale à 25 ha;
2° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est un gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 12°, a) à d) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand;
3° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est le gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 13°, a) à c) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand.
En cas d'une dérogation significative par rapport à l'avant-projet de délimitation, le Gouvernement flamand, respectivement le Ministre compétent, peut vérifier dans quelle mesure le projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la politique intégrée de l'eau.
Art. 13. Aan hetzelfde besluit wordt een nieuwe titel VI, die bestaat uit artikel 34, toegevoegd, die luidt als volgt :
" Titel VI. - Slotbepalingen
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. ".
" Titel VI. - Slotbepalingen
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. ".
Art. 13. Au même arrêté, il est ajouté un nouveau titre VI, constitué de l'article 34, rédigé comme suit :
" Titre VI. - Dispositions finales
Art. 34. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté. ".
" Titre VI. - Dispositions finales
Art. 34. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté. ".
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 30 maart 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
Mevr. H. CREVITS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
Mevr. J. SCHAUVLIEGE
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
Mevr. H. CREVITS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
Mevr. J. SCHAUVLIEGE
Bruxelles, le 30 mars 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de la Mobilité et des Travaux publics,
Mme H. CREVITS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
Mme J. SCHAUVLIEGE
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de la Mobilité et des Travaux publics,
Mme H. CREVITS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
Mme J. SCHAUVLIEGE