Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 SEPTEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 88, vijfde lid, van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-09-2012 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)
Titre
20 SEPTEMBRE 2012. - Arrêté royal portant exécution de l' article 88, alinéa 5, de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-09-2012 et mise à jour au 01-09-2015)
Informations sur le document
Numac: 2012022349
Datum: 2012-09-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012022349
Date: 2012-09-20
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Volgende situaties geven aanleiding tot de toepassing van artikel 88, derde en vierde lid van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen :
  1° De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan de oppensioenstelling toegekend met toepassing van het hoofdstuk II en IIbis van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestatie in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, zoals het van toepassing is voor de Franse Gemeenschap;
  2° De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan de oppensioenstelling toegekend met toepassing van het hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestatie in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, zoals het van toepassing is voor de Duitse Gemeenschap;
  3° De disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van de resolutie van de Provincieraad van Brabant " van 12 maart 1985;
  4° De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 betreffende de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra;
  5° De halftijdse vervroegde uittreding toegekend met toepassing van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de overheidssector;
  6° De disponibiliteit wegens functionele ongeschiktheid toegekend met toepassing van het koninklijk besluit van 14 september 1997 tot het bepalen, bij de Regie der Luchtwegen, van de voorwaarden tot toekenning van disponibiliteit wegens functionele ongeschiktheid als gevolg van directe en effectieve verkeersleiding;
  7° Het verlof voorafgaand aan het pensioen toegekend met toepassing van het koninklijk besluit van 22 maart 1999 tot invoering van een verlof voorafgaand aan het pensioen voor sommige ambtenaren van de operationele diensten van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid;
  8° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van artikel 3 van het Koninklijk besluit van 3 juni 1999 betreffende de invoering van de mogelijkheid van een verlof voorafgaand aan de pensionering voor de leden van een beroepsbrandweerkorps;
  9° De vrijwillige disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van de omzendbrief van 11 juni 1999 van de Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
  10° De regeling van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van de artikelen 2 en 9bis van het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;
  11° Het stelsel van indisponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensioengerechtigde leeftijd toegekend met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 maart 2000 tot instelling ten gunste van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid van een stelsel van indisponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensioengerechtigde leeftijd;
  12° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 houdende toekenning van een verlof voorafgaand aan de pensionering aan de ambtenaren van de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;
  13° De volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van de artikelen 5 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool;
  14° De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool;
  15° De vrijwillige actieve disponibiliteit toegekend met toepassing van de collectieve overeenkomst van 16 mei 2002 met betrekking tot de regels voor het beheer van het personeel van [2 Proximus]2 met het oog op de implementatie van het BeST-plan;
  16° De vrijwillige disponibiliteit voor de vastbenoemde personeelsleden ouder dan 57 jaar toegekend met toepassing van de beraadslaging van 28 juni 2002 van de Raad van Bestuur van het " Centre hospitalier régional de Huy ";
  17° De specifieke stelsels van loobaanonderbreking toegekend met toepassing van het bericht nr. 28 HR/2003 van de NMBS Holding van 14 april 2003;
  18° Het verlof voorafgaand aan het pensioen toegekend met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot invoering van een verlof voorafgaand aan het pensioen ten gunste van sommige ambtenaren in dienst in de buitendiensten van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen;
  19° De disponibiliteit in afwachting van een pensioen toegekend met toepassing van de beslissing van het Bureau van het Parlement van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2004 betreffende de disponibiliteit in afwachting van een pensioen;
  20° De specifieke stelsels van loopbaanonderbreking toegekend met toepassing van het bericht nr. 22 HR/2004 van de NMBS Holding van 8 april 2004;
  21° De eindeloopbaanplanning toegekend met toepassing van titel IV van de collectieve overeenkomst van 8 december 2005 met betrekking tot de regels van het beheer van het personeel van [2 Proximus]2 met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk;
  22° De loopbaanbonus toegekend met toepassing van de beslissing van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 28 juni 2006;
  23° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 houdende het verlof voorafgaand aan de pensionering voor de leden van het operationeel personeel van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp;
  24° De eindeloopbaanplanning toegekend met toepassing van de beslissing van de Raad van Bestuur van 12 december 2006 van de " Université de Mons ";
  25° De uitstapregeling toegekend met toepassing van de beslissing van de Raad van Bestuur van INTEGAN van 16 maart 2007;
  26° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van de beraadslaging van 4 juni 2008 van de Raad van O.C.M.W. Charleroi;
  27° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van beraadslaging van 9 juni 2008 van de gemeenteraad van Charleroi;
  28° De eindeloopbaanplanning toegekend met toepassing van de resolutie van 20 juni 2008 van de Provincieraad van (de provincie) Namen goedgekeurd bij ministerieel besluit van 22 augustus 2008;
  29° De vrijwillige indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen toegekend met toepassing van het Protocol 2008/85 van 22 september 2008 betreffende de vrijwillige indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen van de statutaire leden van de directie van de Iris Ziekenhuizen Zuid;
  30° De eindeloopbaanplanning toegekend met toepassing van de beraadslaging van 27 oktober 2008 van de stad Verviers tot aanneming van het reglement inzake de eindeloopbaanplanning en toegekend met toepassing van de beraadslaging van 2 mei 2011 tot aanneming van het nieuwe reglement inzake de eindeloopbaanplanning;
  31° De halftijdse vervroegde uittreding toegekend met toepassing van artikel 402 van het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van het administratieve en bezoldigingsstatuut van het personeel van " Wallonie-Bruxelles international ";
  32° De vervroegde uitstap toegekend met toepassing van de beslissing van de Raad van Bestuur van Infrax WEST van 25 januari 2010 en van de beslissing van 16 mei 2011;
  33° De vervroegde uitstap toegekend met toepassing van de beslissing van de Raad van Bestuur van Infrax Limburg van 22 februari 2010 en van de beslissing van 30 mei 2011;
  34° De eindeloopbaanplanning onder de vorm van een financiële tegemoetkoming (incentive) voor de vermindering van de arbeidsprestaties toegekend met toepassing van het " règlement complémentaire pour des mesures de fins de carrière " gevoegd bij de beraadslaging van de Raad voor maatschappelijk welzijn van Verviers van 30 juni 2010;
  35° De specifieke stelsels van loopbaanonderbreking toegekend met toepassing van het bericht nr. 38 H-HR/2011 van de NMBS Holding van 15 februari 2011;
  36° De halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar als einde loopbaanplanning toegekend met toepassing van de collectieve overeenkomsten 2005-2006, 2007-2008, 2009-2010 en 2011 van Bpost;
  37° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van de collectieve overeenkomst van 2011 van Bpost;
  38° De conventionele disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van de collectieve overeenkomst 2001-2003 verlengd door de collectieve overeenkomsten 2003-2005 en 2005-2007 van BAC (BIAC);
  39° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van de artikelen 130 tot 132 van afdeling 20 van het personeelstatuut van de permanente diensten van het Brussels Parlement;
  40° De viervijfde eindeloopbaan en de halftijdse eindeloopbaan toegekend met toepassing van de artikelen 132bis tot 132quinquies van afdeling 20 van het personeelstatuut van de permanente diensten van het Brussels Parlement;
  41° De vrijwillige disponibiliteit toegekend met toepassing van de artikelen 72bis en 72ter van de pensioenregeling van de personeelsleden van de " Association liégeoise du Gaz " op 1 januari 2011 door opslorping gefusioneerd met TECTEO;
  42° Het vrijwillige verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van artikel 150bis van het administratief en geldelijk statuut van het gemeentepersoneel van het O.C.M.W. Virton;
  43° Het vrijwillige verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van artikel 150bis van het administratief en geldelijk statuut van het gemeentepersoneel van de stad Virton;
  44° Het brugpensioenstelsel toegekend met toepassing van bijlage 5 van het Organiek Personeelsreglement van de Senaat;
  45° De voortijdige pensionering vanaf 59 jaar toegekend met toepassing van artikel 11.20 van het personeelstatuut van de Provinciale Brabantse Energiemaatschappij P.B.E.;
  46° de vrijwillige disponibiliteit in afwachting van de oprustpensioenstelling toegekend met toepassing van artikel 45 van het administratief statuut van het personeel van het Waalse Parlement;
  47° De vrijwillige terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen toegekend met toepassing van artikel 13.8 van het statuut van het personeel van het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement;
  48° De voltijdse of halftijdse terbeschikkingstelling voorafgaand aan pensionering toegekend met toepassing van artikel 11.53ter van het statuut van het personeel van het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement;
  49° Het verlof voorafgaand aan het pensioen toegekend met toepassing van de artikelen 130 tot 132 van het statuut van de Permanente Diensten van de Raad Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  50° De viervijfderegeling aan het einde van de loopbaan toegekend met toepassing van artikel 132bis van het Statuut van de Permanente Diensten van de Raad Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  51° De halftijdse regeling aan het einde van de loopbaan met toepassing van artikel 132ter van het Statuut van de Permanente Diensten van de Raad Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  52° De begeleidingsmaatregel toegekend met toepassing van de bijlage aan het protocolakkoord betreffende de maatregelen 2009-2013 van het " Centre hospitalier Peltzer-La Tourelle ";
  53° Het gunstverlof voor de oppensioenstelling toegekend met toepassing van addendum 5 van het Vademecum van de Antwerpse Waterwerken - AWW;
  [1 54° De vervroegde uitstap toegekend met toepassing van de akkoordprotocols van 12 februari 2010 en 1 maart 2011 houdende regeling van de sociale programmatie voor de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 van de Intercommunale voor Energie (IVEG);
   55° De vrijwillige vervroegde uitdiensttreding toegekend met toepassing van de artikelen 86 tot 90 van het personeelsstatuut van de Intercommunale Vereniging voor Crematoriumbeheer in de provincie Antwerpen (IVCA), ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2000;
   56° De halftijdse loopbaanonderbreking voor personeelsleden ouder dan 50 jaar toegekend met toepassing van de akkoordprotocollen van 7 september 2000, 15 maart 2001 en 24 oktober 2002 van de intercommunale "Centre Hospitalier Régional de la Citadelle";
   57° Het verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend met toepassing van de artikelen 130 tot 132 van het personeelsstatuut van de permanente diensten van het Franstalig Brussels parlement van 7 november 2003, gewijzigd op 24 maart 2006, 24 april 2009 en 28 januari 2011;
   58° De viervijfde eindeloopbaan en de halftijdse eindeloopbaan toegekend met toepassing van de artikelen 132bis tot 132quinquies van het personeelsstatuut van de permanente diensten van het Franstalig Brussels parlement van 7 november 2003, gewijzigd op 24 maart 2006, 24 april 2009 en 28 januari 2011.]1

  
Article 1er. Les situations suivantes donnent lieu à l'application de l'article 88, alinéas 3 et 4 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses :
  1° La mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application du chapitre II et IIbis de l'arrêté royal n° 297 du 31mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, tel qu'il est applicable pour la Communauté française;
  2° La mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application du chapitre II de l'arrêté royal n° 297 du 31 mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, tel qu'il est applicable pour la Communauté germanophone;
  3° La mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application de la résolution du Conseil provincial du Brabant du 12 mars 1985;
  4° La mise en disponibilité à temps partiel pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite accordée en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 1994 relatif à la mise en disponibilité à temps partiel pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux;
  5° Le départ anticipé à mi-temps accordé en application de la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public;
  6° La mise en disponibilité pour incapacité fonctionnelle accordée en application de l'arrêté royal du 14 septembre 1997 déterminant à la Régie des Voies aériennes, les conditions d'octroi d'une mise en disponibilité pour incapacité fonctionnelle résultant de l'exercice du contrôle aérien direct et effectif;
  7° Le congé préalable à la pension accordé en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 22 mars 1999 instituant un congé préalable à la pension en faveur de certains agents des services opérationnels de la Direction générale de la Sécurité civile;
  8° Le congé préalable à la mise à la pension accordé en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 3 juin 1999 relatif à l'introduction de la possibilité d'un congé préalable à la mise à la pension pour les membres d'un service professionnel d'incendie;
  9° La mise en disponibilité sur base volontaire précédant la pension accordée en application de la Circulaire du Ministre Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 11 juin 1999;
  10° Le régime de mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite accordé en application des articles 2 et 9bis de l' arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves;
  11° Le régime de mise en disponibilité avant l'âge de la retraite accordé en application de l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 2 mars 2000 instituant en faveur du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté, un régime de mise en disponibilité avant l'âge de la retraite;
  12° Le congé précédant la mise à la retraite accordé en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant octroi d'un congé précédant la mise à la retraite aux fonctionnaires des services administratifs du Conseil de l'Enseignement communautaire;
  13° La mise en disponibilité complète pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application des articles 5 et 9 de l' Arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ";
  14° La mise en disponibilité partielle pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application de l'article 25 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ";
  15° La disponibilité active volontaire accordée en application de la convention collective du 16 mai 2002 relative aux règles pour la gestion du personnel de [2 Proximus]2 en vue de la réalisation du plan BeST;
  16° La mise en disponibilité volontaire pour agents statutaires de plus de 57 ans accordée en application de la délibération du 28 juin 2002 du Conseil d'administration du Centre hospitalier régional de Huy;
  17° Les régimes spécifiques d'interruption de carrière accordés en application de l'avis 28HR/2003 de la SNCB Holding du 14 avril 2003;
  18° Le congé préalable à la pension accordé en application de l'article 2 de l'arrêté royal du 28 septembre 2003 instituant un congé préalable à la pension en faveur de certains agents en service dans les services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires;
  19° La mise en disponibilité dans l'attente d'une pension accordée en application de la décision du Bureau du Parlement de la Communauté française du 19 février 2004 relatif à la mise en disponibilité dans l'attente d'une pension;
  20° Les régimes spécifiques d'interruption de carrière accordés en application de l'avis 22HR/2004 de la SNCB Holding du 8 avril 2004;
  21° Le système d'aménagement de fin de carrière accordé en application du titre IV de la convention collective du 8 décembre 2005 ayant trait aux règles de gestion du personnel de [2 Proximus]2 en vue de la mise en oeuvre de la première phase de la Conférence au sommet sur l'organisation du travail;
  22° Le bonus de carrière accordé en application de la décision du Bureau de la Chambre des représentants du 28 juin 2006;
  23° Le congé préalable à la mise à la pension accordé en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 organisant le congé préalable à la mise à la pension pour les membres du personnel opérationnel du Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale;
  24° Le plan d'aménagement de la fin de carrière accordé en application de la décision du Conseil d'administration du 12 décembre 2006 de l'Université de Mons;
  25° Le régime de sortie accordé en application de la décision du Conseil d'administration de INTEGAN du 16 mars 2007;
  26° Le congé préalable à la retraite accordé en application de la délibération du 4 juin 2008 du Conseil du C.P.A.S. de Charleroi;
  27° Le congé préalable à la retraite accordé en application de la délibération du 9 juin 2008 du Conseil communal de Charleroi;
  28° Les mesures d'aménagement de fin de carrière accordées en application de la Résolution du 20 juin 2008 du Conseil provincial de (la Province) Namur approuvée par arrêté Ministériel du 22 août 2008;
  29° La mise en disponibilité volontaire précédant la pension accordée en application du Protocole 2008/85 du 22 septembre 2008 relatif à la mise en disponibilité volontaire précédant la pension des agents statutaires de direction des Hôpitaux Iris Sud;
  30° Les mesures d'aménagement de fin de carrière accordées en application de la délibération de la ville de Verviers du 27 octobre 2008 adoptant le règlement relatif aux mesures de fin de carrière et en application de la délibération du 2 mai 2011 adoptant le nouveau règlement relatif aux mesures de fin de carrière;
  31° Le départ anticipé à mi-temps accordé en application de l'article 402 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 décembre 2008 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Wallonie-Bruxelles international;
  32° Le départ anticipé accordé en application de la décision du Conseil d'administration de Infrax WEST du 25 janvier 2010 et de la décision du 16 mai 2011;
  33° Le départ anticipé accordé en application de la décision du Conseil d'administration de Infrax Limburg du 22 février 2010 et de la décision du 30 mai 2011;
  34° Les mesures de fin de carrière sous la forme d'un incitant financier à la réduction du temps de travail accordé en application du règlement complémentaire pour des mesures de fins de carrière annexé à la délibération du Conseil de l'Action sociale de Verviers du 30 juin 2010;
  35° Les régimes spécifiques d'interruptions de carrière accordés en application de l'avis 38H-HR 2011 de la SNCB Holding du 15 février 2011;
  36° L'interruption de carrière à mi-temps à partir de l'âge de 50 ans comme aménagement de fin de carrière accordée en application des conventions collectives de travail 2005-2006, 2007-2008, 2009-2010 et 2011 de Bpost;
  37° Le congé précédant la retraite en application de la convention collective de travail 2011 de Bpost;
  38° La disponibilité conventionnelle pour convenances personnelles précédant la pension de retraite accordée en application de la convention collective 2001-2003 prolongée par les conventions 2003-2005 et 2005-2007 de BAC (BIAC);
  39° Le congé préalable à la retraite accordé en application des articles 130 à 132 de la section 20 du statut du personnel des services permanents du Parlement bruxellois;
  40° Le quatre-cinquièmes temps de fin de carrière et le mi-temps de fin de carrière accordés en application des articles 132bis à 132quinquies de la section 20 du statut du personnel des services permanents du Parlement bruxellois;
  41° La disponibilité volontaire en application des articles 72bis et 72ter du régime des pensions du personnel de l'Association liégeoise du Gaz fusionnée par absorption par TECTEO le 1er janvier 2011;
  42° Le congé volontaire préalable à la mise à la retraite accordé en application de l'article 150bis du statut administratif et pécuniaire du personnel communal du C.P.A.S. de Virton;
  43° Le congé volontaire préalable à la mise à la retraite accordé en application de l'article 150bis du statut administratif et pécuniaire du personnel communal de la ville de Virton;
  44° La prépension accordée en application de l'annexe 5 du Règlement organique du personnel du Sénat;
  45° La pension anticipée à partir de 59 ans accordée en application de l'article 11.20 du statut du personnel de " de Provinciale Brabantse Energiemaatschappij P.B.E. ";
  46° La mise en disponibilité volontaire dans l'attente de la mise à la retraite accordée en application de l'article 45 du Statut administratif des agents du Parlement wallon;
  47° La disponibilité volontaire préalable à la pension de retraite accordée en application de l'article 13.8 du statut du personnel du Secrétariat général du Parlement flamand;
  48° La disponibilité volontaire préalable à la pension de retraite totale ou à mi-temps accordée en application de l'article 11.53ter du statut du personnel du Secrétariat général du Parlement flamand;
  49° Le congé préalable à la pension accordé en application des articles 130 à 132 du statut des Services permanents du Conseil de la Commission communautaire flamande;
  50° Le régime de quatre cinquième temps à la fin de la carrière accordé en application de l'article 132bis du statut des Services Permanents du Conseil de la Commission communautaire flamande;
  51° Le régime du mi-temps à la fin de la carrière accordé en application de l'article 132ter du statut des Services Permanents du Conseil de la Commission communautaire flamande;
  52° La mesure d'accompagnement accordée en application de l'annexe au protocole d'accord relatif aux mesures 2009-2013 du Centre hospitalier Peltzer-La Tourelle;
  53° Le congé de faveur préalable à la mise à la pension accordé en application de l'addendum 5 du Vademecum du " Antwerpse Waterwerken - AWW ";
  [1 54° Le départ anticipé accordé en application des protocoles d'accord des 12 février 2010 et 1er mars 2011 portant règlementation de la programmation sociale pour la période du 1er janvier 2010 au 31 décembre 2011 inclus de l'" Intercommunale voor Energie (IVEG) ";
   55° Le départ anticipé volontaire accordé en application des articles 86 à 90 du statut du personnel de l'" Intercommunale Vereniging voor Crematoriumbeheer in de provincie Antwerpen (IVCA) ", en execution de la convention collective du 7 juin 2000;
   56° L'interruption de carrière à mi-temps pour les agents de plus de 50 ans accordée en application des protocoles d'accord des 7 septembre 2000, 15 mars 2001 et 24 octobre 2002 de l'intercommunale Centre Hospitalier Régional de la Citadelle;
   57° Le congé préalable à la retraite accordé en application des articles 130 à 132 du statut du personnel des services permanents du Parlement francophone bruxellois du 7 novembre 2003, modifié les 24 mars 2006, 24 avril 2009 et 28 janvier 2011;
   58° Le quatre-cinquième temps et le mi-temps de fin de carrière accordés en application des articles 132bis à 132quinquies du statut du personnel des services permanents du Parlement francophone bruxellois du 7 novembre 2003, modifié les 24 mars 2006, 24 avril 2009 et 28 janvier 2011.]1

  
Art. 2. In afwijking van artikel 1 geeft de in artikel 1, 20° en 35° bedoelde loopbaanonderbreking geen aanleiding tot de toepassing van artikel 88, derde en vierde lid van voormelde wet van 28 december 2011 indien zij werd toegekend wegens definitieve lichamelijke ongeschiktheid voor het uitoefenen van de eigen functie of wegens afschaffing van betrekking.
Art. 2. Par dérogation à l'article 1er, l'interruption de carrière visée à l'article 1er, 20° et 35° ne donne pas lieu à l'application de l'article 88, alinéas 3 et 4 de la loi du 28 décembre 2011 précitée si celle-ci a été attribuée en raison d'une inaptitude physique définitive à l'exercice de sa propre fonction ou en raison d' une suppression d'emploi.
Art. 3. In afwijking van artikel 1 geeft de in artikel 1, 17° en 20° bedoelde loopbaanonderbreking slechts aanleiding tot de toepassing van artikel 88, derde en vierde lid van voormelde wet van 28 december 2011 voor zover een aanvullende uitkering wordt gestort door de werkgever.
Art. 3. Par dérogation à l'article 1er, l'interruption de carrière visée à l'article 1er, 17° et 20°, ne donne lieu à l'application de l'article 88, alinéas 3 et 4 de la loi du 28 décembre 2011 précitée que pour autant qu'une allocation complémentaire soit versée par l'employeur.
Art. 4. In afwijking van artikel 1 geeft de in artikel 1, 5° bedoelde halftijdse vervroegde uittreding slechts aanleiding tot de toepassing van artikel 88, derde en vierde lid van voormelde wet van 28 december 2011 indien dat verlof onherroepelijk was op het moment van de indiening van de aanvraag bij de werkgever.
Art. 4. Par dérogation à l'article 1er, le départ anticipé à mi-temps visé à l'article 1er, 5° ne donne lieu à l'application de l'article 88, alinéas 3 et 4 de la loi du 28 décembre 2011 précitée que si ce congé était irrévocable au moment de l'introduction de la demande auprès de l'employeur.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2013.
Art. 6. Onze Minister van Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre des Pensions est chargé de l'exécution du présent arrêté.