Artikel 1. Binnen de perken van zijn bevoegdheden en onder zijn verantwoordelijkheid kan de leidend ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidend ambtenaar van het Federaal Planbureau, een subdelegatie van bevoegdheden verlenen op grond van een ondertekend en gedateerd document dat de gedelegeerde bevoegdheid bepaalt.
De delegatie van bevoegdheid die wordt verleend aan de titularis van een ambt, wordt ook verleend aan de ambtenaar belast met dat ambt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 JULI 2012. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheden en handtekeningen
Titre
26 JUILLET 2012. - Arrêté ministériel portant délégation de compétences et de signatures
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Article 1er. Dans les limites de ses attributions et sous sa responsabilité, le fonctionnaire dirigeant, assisté du fonctionnaire dirigeant adjoint du Bureau fédéral du Plan, peut subdéléguer des pouvoirs au moyen d'un document signé et daté précisant les pouvoirs subdélégués.
Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
HOOFDSTUK 2. - Delegaties inzake werkzaamheden van het Planbureau
CHAPITRE 2. Délégations en matière des travaux du Bureau fédéral du Plan
Art. 2. De leidend ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidend ambtenaar, is gemachtigd om overeenkomsten af te sluiten met nationale of internationale organisaties en instellingen (FOD's, POD's, de EC,...) om projecten te verwezenlijken die in het verlengde liggen van de aan het Federaal Planbureau wettelijk opgedragen taken.
De leidend ambtenaar duidt de projectleider aan.
De leidend ambtenaar duidt de projectleider aan.
Art. 2. Le fonctionnaire dirigeant, assisté du fonctionnaire dirigeant adjoint, est délégué pour conclure des conventions avec des organisations ou organismes nationaux ou internationaux (SPF, SFP, la CE,...) afin de réaliser des projets qui concernent les tâches légales du Bureau fédéral du Plan.
Le fonctionnaire dirigeant désigne le responsable du projet.
Le fonctionnaire dirigeant désigne le responsable du projet.
HOOFDSTUK 3. - Delegaties inzake personeelszaken
CHAPITRE 3. - Délégations en matière de personnel
Art. 3. De leidend ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidend ambtenaar, is ertoe gemachtigd om :
1° de grondwettelijke eed af te nemen van de door de directieraad geschikt bevonden leden van het Federaal Planbureau;
2° de arbeidsovereenkomsten voor arbeiders, bedienden en studenten af te sluiten, te wijzigen en te beëindigen;
3° uitspraak te doen over de aanvragen van schorsing van contract van de contractuele personeelsleden;
4° de wedde van het statutair, stagedoend en contractueel personeel vast te stellen;
5° de vrijwillige 4-dagenweek en de halftijdsvervroegde uittreding toe te staan;
6° een gebeurtenis al dan niet te erkennen als arbeidsongeval of als ongeval op de weg naar of van het werk en de renten die eruit voortvloeien toe te kennen;
7° uitspraak te doen over de aanvragen om verlof voor loopbaanonderbreking van de contractuele personeelsleden;
8° uitspraak te doen over de aanvragen voor verlof om dwingende reden van de contractuele personeelsleden;
9° personeelsleden aan te stellen voor het uitoefenen van een hoger ambt;
10° te beslissen over de buitenlandse zendingen die door de personeelsleden dienen te worden verricht, alsmede om de desbetreffende kostenstaten goed te keuren;
11° de betrekkingen vacant te verklaren met inbegrip van het definiëren van het gewenste profiel;
12° de ambtenaren van niveaus B, C en D tot de stage toe te laten, te benoemen, te bevorderen door de verhoging in graad en in weddenschaal, te ontslaan en te machtigen om hun rechten op pensioen te doen gelden;
13° de ambtenaren van niveau A te bevorderen door de verhoging in weddenschaal.
1° de grondwettelijke eed af te nemen van de door de directieraad geschikt bevonden leden van het Federaal Planbureau;
2° de arbeidsovereenkomsten voor arbeiders, bedienden en studenten af te sluiten, te wijzigen en te beëindigen;
3° uitspraak te doen over de aanvragen van schorsing van contract van de contractuele personeelsleden;
4° de wedde van het statutair, stagedoend en contractueel personeel vast te stellen;
5° de vrijwillige 4-dagenweek en de halftijdsvervroegde uittreding toe te staan;
6° een gebeurtenis al dan niet te erkennen als arbeidsongeval of als ongeval op de weg naar of van het werk en de renten die eruit voortvloeien toe te kennen;
7° uitspraak te doen over de aanvragen om verlof voor loopbaanonderbreking van de contractuele personeelsleden;
8° uitspraak te doen over de aanvragen voor verlof om dwingende reden van de contractuele personeelsleden;
9° personeelsleden aan te stellen voor het uitoefenen van een hoger ambt;
10° te beslissen over de buitenlandse zendingen die door de personeelsleden dienen te worden verricht, alsmede om de desbetreffende kostenstaten goed te keuren;
11° de betrekkingen vacant te verklaren met inbegrip van het definiëren van het gewenste profiel;
12° de ambtenaren van niveaus B, C en D tot de stage toe te laten, te benoemen, te bevorderen door de verhoging in graad en in weddenschaal, te ontslaan en te machtigen om hun rechten op pensioen te doen gelden;
13° de ambtenaren van niveau A te bevorderen door de verhoging in weddenschaal.
Art. 3. Le fonctionnaire dirigeant, assisté du fonctionnaire dirigeant adjoint, est délégué pour :
1° recevoir la prestation du serment constitutionnel des membres, désignés par le conseil de direction du Bureau fédéral du Plan;
2° conclure, modifier et résilier les contrats de travail notamment ceux d'ouvrier, d'employé et d'étudiant;
3° statuer sur les demandes de suspension de contrat des agents contractuels;
4° fixer le traitement des agents définitifs, stagiaires et contractuels;
5° accorder le droit à la semaine volontaire de quatre jours et au départ anticipé à mi-temps;
6° reconnaître ou ne pas reconnaître un événement comme accident du travail ou accident sur le chemin du travail, et accorder les rentes qui en découleraient;
7° statuer sur les demandes de congé pour interruption de carrière des agents contractuels;
8° statuer sur les demandes de congé pour raisons impérieuses des agents contractuels;
9° désigner des agents pour l'exercice d'une fonction supérieure;
10° décider des missions à accomplir à l'étranger par les agents, et approuver les états de frais y afférents;
11° déclarer vacants les emplois, y compris définir le profil souhaité;
12° admettre au stage, nommer, promouvoir par avancement de grade et barémique, licencier les agents de niveau B, C et D et autoriser ces agents à faire valoir leur droit à la pension;
13° promouvoir par avancement barémique les agents du niveau A.
1° recevoir la prestation du serment constitutionnel des membres, désignés par le conseil de direction du Bureau fédéral du Plan;
2° conclure, modifier et résilier les contrats de travail notamment ceux d'ouvrier, d'employé et d'étudiant;
3° statuer sur les demandes de suspension de contrat des agents contractuels;
4° fixer le traitement des agents définitifs, stagiaires et contractuels;
5° accorder le droit à la semaine volontaire de quatre jours et au départ anticipé à mi-temps;
6° reconnaître ou ne pas reconnaître un événement comme accident du travail ou accident sur le chemin du travail, et accorder les rentes qui en découleraient;
7° statuer sur les demandes de congé pour interruption de carrière des agents contractuels;
8° statuer sur les demandes de congé pour raisons impérieuses des agents contractuels;
9° désigner des agents pour l'exercice d'une fonction supérieure;
10° décider des missions à accomplir à l'étranger par les agents, et approuver les états de frais y afférents;
11° déclarer vacants les emplois, y compris définir le profil souhaité;
12° admettre au stage, nommer, promouvoir par avancement de grade et barémique, licencier les agents de niveau B, C et D et autoriser ces agents à faire valoir leur droit à la pension;
13° promouvoir par avancement barémique les agents du niveau A.
HOOFDSTUK 4. - Financiële delegaties
CHAPITRE 4. - Délégations financières
Art. 4. De leidend ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidend ambtenaar, is gemachtigd om het voorwerp van de opdracht goed te keuren, de gunningswijze te kiezen, het bestek vast te stellen, de procedure in te zetten en de opdracht te gunnen indien het geraamde bedrag van de te gunnen opdracht niet hoger ligt dan het bedrag bedoeld in artikel 120, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.
Art. 4. Le fonctionnaire dirigeant, assisté du fonctionnaire dirigeant adjoint, est délégué pour approuver l'objet du marché, pour choisir le mode d'attribution, pour arrêter le cahier spécial des charges, pour entamer la procédure et pour attribuer le marché si le montant estimé du marché à attribuer n'est pas supérieur au montant visé à l'article 120, alinéa premier, de l'arrêté royal du 8 janvier 1996 relatif aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services et aux concessions de travaux publics.
Art. 5. De leidend ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidend ambtenaar, is gemachtigd om, ongeacht het bedrag, contracten en bestelbonnen te ondertekenen, schuldvorderingen en facturen goed te keuren en de ordonnanties van betalingen te ondertekenen.
Art. 5. Le fonctionnaire dirigeant, assisté du fonctionnaire dirigeant adjoint, est délégué pour signer des contrats et des bons de commande, pour approuver des créances et des factures et pour signer les ordonnances de paiements, sans limitation de montant.
HOOFDSTUK 5. - Eindbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 6. Het ministerieel besluit van 19 mei 1993 houdende overdracht van bevoegdheden en delegatie van handtekeningen wordt opgeheven.
Art. 6. L'arrêté ministériel du 19 mai 1993 portant délégation de compétences et de signatures est abrogé.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2012.
Brussel, 26 juli 2012.
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
Bruxelles, le 26 juillet 2012.
Le Premier Ministre,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Economie,
J. VANDE LANOTTE
Le Premier Ministre,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Economie,
J. VANDE LANOTTE