Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot invoering van een verlof voorafgaand aan het pensioen ten gunste van sommige ambtenaren in dienst in de buitendiensten van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen wordt vervangen als volgt :
" Artikel 2. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel 1, kunnen op hun verzoek in verlof voorafgaand aan het pensioen worden gesteld.
§ 2. Het verlof vangt ten vroegste aan, onder de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° Op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de aanvrager de volle leeftijd heeft bereikt van :
- 55 jaar voor het verlof dat ingaat in 2012;
- 55 jaar en 6 maanden voor het verlof dat ingaat in 2013;
- 56 jaar voor het verlof dat ingaat in 2014;
- 56 jaar en 6 maanden voor het verlof dat ingaat in 2015;
- 57 jaar voor het verlof dat ingaat vanaf 1 januari 2016 of later;
2° Onverminderd de leeftijdsvoorwaarden vervat in 1° kan het verlof ten vroegste ingaan op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de aanvrager het vereiste aantal dienstjaren heeft bereikt om tot het vervroegd pensioen vóór de leeftijd van 65 jaar te worden toegelaten overeenkomstig artikel 46 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, verminderd met vijf dienstjaren;
Voor de ambtenaren die niet het vereiste aantal dienstjaren hebben om te kunnen genieten van het vervroegd pensioen vóór de leeftijd van 65 jaar, kan het verlof ten vroegste aanvangen de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de aanvrager 37 dienstjaren telt die overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, in aanmerking worden genomen voor de opening van het recht op pensioen.
3° Van de in 2° bedoelde dienstjaren moeten de laatste 15 jaren werkelijk gepresteerd zijn in penitentiaire inrichtingen in één van de graden bedoeld in artikel 1.
§ 3. De aanvraag voor het verlof moet samen met de aanvraag voor het al dan niet vervroegd pensioen, bij aangetekend schrijven gericht worden tot de directeur-generaal van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen. Een kopie van deze aanvragen moet tevens verzonden worden naar het inrichtingshoofd.
De aanvragen moeten worden ingediend ten minste 9 maanden vóór de eerste dag van de maand waarin het verlof een aanvang neemt, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt.
Het verlof voorafgaand aan pensioen vangt aan op de eerste dag van een kalendermaand. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot invoering van een verlof voorafgaand aan het pensioen ten gunste van sommige ambtenaren in dienst in de buitendiensten van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen
Titre
9 JANVIER 2013. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 28 septembre 2003 instituant un congé préalable à la pension en faveur de certains agents en service dans les services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. L'article 2 de l'arrêté royal du 28 septembre 2003 instituant un congé préalable à la pension en faveur de certains agents en service dans les services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. § 1er. Les agents mentionnés à l'article 1er peuvent être mis, à leur demande, en congé préalable à la pension.
§ 2. Le congé peut commencer au plus tôt, aux conditions cumulatives suivantes :
1° Le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur a atteint l'âge de :
- 55 ans pour un congé qui débute en 2012;
- 55 ans et 6 mois pour un congé qui débute en 2013;
- 56 ans pour un congé qui débute en 2014;
- 56 ans et 6 mois pour un congé qui débute en 2015;
- 57 ans pour un congé qui débute le 1 janvier 2016 ou plus tard;
2° En plus des exigences d'âge reprises au point 1°, le congé peut, au plus tôt, commencer le premier jour du mois suivant la date à laquelle le demandeur atteint le nombre d'années de service requis pour bénéficier de la pension anticipée avant l'âge de 65 ans conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, diminué de cinq années de service.
Pour les agents n'ayant pas le nombre d'années de service requis pour bénéficier de la pension anticipée avant l'âge de 65 ans, le congé peut, au plus tôt, commencer le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur atteint 37 années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension conformément à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013.
3° Les 15 dernières années de service visées au 2° doivent être prestées effectivement au sein des établissements pénitentiaires dans l'un des grades mentionnés à l'article 1er.
§ 3. La demande de congé accompagnée de la demande de pension, anticipée ou non, doit être adressée, par lettre recommandée à la poste au Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires. Une copie de ces demandes doit également être adressée au chef d'établissement.
Les demandes doivent être introduites au moins 9 mois avant le premier jour du mois où débute le congé à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
Le congé préalable à la pension commence le premier jour du mois calendrier. "
" Art. 2. § 1er. Les agents mentionnés à l'article 1er peuvent être mis, à leur demande, en congé préalable à la pension.
§ 2. Le congé peut commencer au plus tôt, aux conditions cumulatives suivantes :
1° Le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur a atteint l'âge de :
- 55 ans pour un congé qui débute en 2012;
- 55 ans et 6 mois pour un congé qui débute en 2013;
- 56 ans pour un congé qui débute en 2014;
- 56 ans et 6 mois pour un congé qui débute en 2015;
- 57 ans pour un congé qui débute le 1 janvier 2016 ou plus tard;
2° En plus des exigences d'âge reprises au point 1°, le congé peut, au plus tôt, commencer le premier jour du mois suivant la date à laquelle le demandeur atteint le nombre d'années de service requis pour bénéficier de la pension anticipée avant l'âge de 65 ans conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, diminué de cinq années de service.
Pour les agents n'ayant pas le nombre d'années de service requis pour bénéficier de la pension anticipée avant l'âge de 65 ans, le congé peut, au plus tôt, commencer le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur atteint 37 années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension conformément à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013.
3° Les 15 dernières années de service visées au 2° doivent être prestées effectivement au sein des établissements pénitentiaires dans l'un des grades mentionnés à l'article 1er.
§ 3. La demande de congé accompagnée de la demande de pension, anticipée ou non, doit être adressée, par lettre recommandée à la poste au Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires. Une copie de ces demandes doit également être adressée au chef d'établissement.
Les demandes doivent être introduites au moins 9 mois avant le premier jour du mois où débute le congé à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
Le congé préalable à la pension commence le premier jour du mois calendrier. "
Art. 2. Artikel 2bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt opgeheven.
Art. 2. Dans le même arrêté l'article 2bis, inséré par l'arrêté royal du 28 avril 2011, est abrogé.
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. De duur van het in artikel 2 bedoeld verlof is vastgesteld op maximum vijf jaar.
De verlofperiode wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld en de ambtenaar behoudt tijdens deze periode zijn rechten op bevordering in de weddenschaal die hij genoot vóór de aanvang van het verlof.
§ 2. Wanneer de ambtenaar tijdens de verlofperiode bedoeld in § 1 de minimale voorwaarden vervult om aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, eindigt zijn verlof de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij die voorwaarden vervult. Het verlof eindigt in elk geval de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
§ 3. De aanvraag voor verlof voorafgaand aan het pensioen dient eveneens als aanvraag voor het al dan niet vervroegd pensioen, pensioen bedoeld in artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013. "
" § 1. De duur van het in artikel 2 bedoeld verlof is vastgesteld op maximum vijf jaar.
De verlofperiode wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld en de ambtenaar behoudt tijdens deze periode zijn rechten op bevordering in de weddenschaal die hij genoot vóór de aanvang van het verlof.
§ 2. Wanneer de ambtenaar tijdens de verlofperiode bedoeld in § 1 de minimale voorwaarden vervult om aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, eindigt zijn verlof de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij die voorwaarden vervult. Het verlof eindigt in elk geval de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
§ 3. De aanvraag voor verlof voorafgaand aan het pensioen dient eveneens als aanvraag voor het al dan niet vervroegd pensioen, pensioen bedoeld in artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013. "
Art. 3. Dans le même arrêté l'article 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. La durée du congé visée à l'article 2 est fixée à cinq ans au maximum.
La période du congé est assimilée à une période d'activité de service et l'agent conserve pendant cette période ses titres à l'avancement dans l'échelle de traitement dont il bénéficiait avant le début du congé.
§ 2. Quand l'agent remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, durant la période du congé mentionné au § 1er, son congé expire le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il remplit ces conditions. En tout état de cause, le congé expire le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint l'âge de 65 ans.
§ 3. La demande de congé préalable à la pension vaut demande de pension, anticipée ou non, visée à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013. "
" § 1er. La durée du congé visée à l'article 2 est fixée à cinq ans au maximum.
La période du congé est assimilée à une période d'activité de service et l'agent conserve pendant cette période ses titres à l'avancement dans l'échelle de traitement dont il bénéficiait avant le début du congé.
§ 2. Quand l'agent remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, durant la période du congé mentionné au § 1er, son congé expire le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il remplit ces conditions. En tout état de cause, le congé expire le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint l'âge de 65 ans.
§ 3. La demande de congé préalable à la pension vaut demande de pension, anticipée ou non, visée à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013. "
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 april 2011, worden de paragrafen 1 en 1bis vervangen als volgt :
" § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel 1 die in dienst blijven, kunnen 5 jaar vóór de ingangsdatum van het al dan niet vervroegd pensioen, waarop zij aanspraak kunnen maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, het genot van een jaarlijkse toelage van 2.500 vragen. Bij onvolledige prestaties wordt deze toelage uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties. "
§ 1bis. De ambtenaren bedoeld in artikel 1, 2°, met uitzondering van de penitentiair verpleegassistent en penitentiair gebrevetteerd verpleger, kunnen vanaf 5 jaar vóór de aanvangsdatum van het al dan niet vervroegd pensioen, waarop zij aanspraak kunnen maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, het genot vragen van de jaarlijkse toelage bedoeld in § 1, in geval van bevordering in de graad van technisch deskundige. "
" § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel 1 die in dienst blijven, kunnen 5 jaar vóór de ingangsdatum van het al dan niet vervroegd pensioen, waarop zij aanspraak kunnen maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, het genot van een jaarlijkse toelage van 2.500 vragen. Bij onvolledige prestaties wordt deze toelage uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties. "
§ 1bis. De ambtenaren bedoeld in artikel 1, 2°, met uitzondering van de penitentiair verpleegassistent en penitentiair gebrevetteerd verpleger, kunnen vanaf 5 jaar vóór de aanvangsdatum van het al dan niet vervroegd pensioen, waarop zij aanspraak kunnen maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, het genot vragen van de jaarlijkse toelage bedoeld in § 1, in geval van bevordering in de graad van technisch deskundige. "
Art. 4. Dans l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 avril 2011, les paragraphes 1er et 1erbis sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Les agents mentionnés à l'article 1er qui restent en service, peuvent, 5 ans avant la date d'admissibilité à la pension, anticipée ou non, à laquelle ils peuvent prétendre conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, demander le bénéfice d'une allocation annuelle de 2.500 . En cas de prestation incomplète, cette allocation est payée au prorata des prestations fournies.
§ 1erbis. Les agents mentionnés à l'article 1er, 2°, à l'exception de l'hospitalier pénitentiaire et de l'infirmier breveté pénitentiaire, peuvent, à partir de cinq ans avant la date d'admissibilité à la pension, anticipée ou non, à laquelle ils peuvent prétendre conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, demander le bénéfice de l'allocation annuelle mentionnée au § 1er en cas de promotion dans le grade d'expert technique. "
" § 1er. Les agents mentionnés à l'article 1er qui restent en service, peuvent, 5 ans avant la date d'admissibilité à la pension, anticipée ou non, à laquelle ils peuvent prétendre conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, demander le bénéfice d'une allocation annuelle de 2.500 . En cas de prestation incomplète, cette allocation est payée au prorata des prestations fournies.
§ 1erbis. Les agents mentionnés à l'article 1er, 2°, à l'exception de l'hospitalier pénitentiaire et de l'infirmier breveté pénitentiaire, peuvent, à partir de cinq ans avant la date d'admissibilité à la pension, anticipée ou non, à laquelle ils peuvent prétendre conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, demander le bénéfice de l'allocation annuelle mentionnée au § 1er en cas de promotion dans le grade d'expert technique. "
Overgangsmaatregelen
Mesures transitoires
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :
" § 1. De ambtenaren in verlof voorafgaand aan het pensioen op 1 januari 2012 blijven onderworpen aan de bepalingen van dit besluit zoals deze van toepassing waren op deze datum.
§ 2. De eerste paragraaf is eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde ambtenaren die vóór 1 januari 2012 een aanvraag indienden voor verlof voorafgaand aan het pensioen dat werkelijk ingaat binnen het jaar volgend op de aanvraag en ten laatste op 1 december 2012.
§ 3. De eerste paragraaf is eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde ambtenaren die na 31 december 2011 en ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van het verlof, een aanvraag indienden voor verlof voorafgaand aan het pensioen op voorwaarde dat deze door de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.
§ 4. Voor de in artikel 1 bedoelde ambtenaren van 55 jaar of ouder in 2012 die geen aanvraag voor verlof voorafgaand aan het pensioen indienden vóór 1 januari 2012, blijft de jaarlijkse toelage van 2.500 , betaald naar rato van de geleverde prestaties verworven.
§ 5. In afwijking van artikel 2, § 3, tweede lid, moet de aanvraag voor het verlof dat ingaat in 2012, ten minste 6 maanden vóór de aanvang van het verlof ingediend worden, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt.
§ 6. De aanvragen voor een verlof dat ingaat in 2012, ingediend door ambtenaren die geen aanspraak kunnen maken op de toepassing van § 2 of 3, kunnen enkel ingewilligd worden voor zover de aanvrager de in artikel 2, § 2, bepaalde cumulatieve voorwaarden vervult, rekening houdend met artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013.
§ 7. In afwijking van artikel 3, § 2 kan de ambtenaar van wie het verlof ingaat vóór 1 januari 2018 en die de minimale voorwaarden vervult om, vóór de leeftijd van 62 jaar, aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, vragen om zijn verlof te verlengen tot uiterlijk de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, voor zover de duur van zijn verlof de 5 jaar niet overschrijdt.
§ 8. In afwijking van artikel 3, § 2, kan de ambtenaar van wie het verlof ingaat tussen 1 januari 2018 en 31 december 2022 en die de minimale voorwaarden vervult om vóór de leeftijd van 61 jaar aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, vragen om zijn verlof te verlengen tot uiterlijk de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, voor zover de duur van zijn verlof de 5 jaar niet overschrijdt.
" § 1. De ambtenaren in verlof voorafgaand aan het pensioen op 1 januari 2012 blijven onderworpen aan de bepalingen van dit besluit zoals deze van toepassing waren op deze datum.
§ 2. De eerste paragraaf is eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde ambtenaren die vóór 1 januari 2012 een aanvraag indienden voor verlof voorafgaand aan het pensioen dat werkelijk ingaat binnen het jaar volgend op de aanvraag en ten laatste op 1 december 2012.
§ 3. De eerste paragraaf is eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde ambtenaren die na 31 december 2011 en ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van het verlof, een aanvraag indienden voor verlof voorafgaand aan het pensioen op voorwaarde dat deze door de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.
§ 4. Voor de in artikel 1 bedoelde ambtenaren van 55 jaar of ouder in 2012 die geen aanvraag voor verlof voorafgaand aan het pensioen indienden vóór 1 januari 2012, blijft de jaarlijkse toelage van 2.500 , betaald naar rato van de geleverde prestaties verworven.
§ 5. In afwijking van artikel 2, § 3, tweede lid, moet de aanvraag voor het verlof dat ingaat in 2012, ten minste 6 maanden vóór de aanvang van het verlof ingediend worden, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt.
§ 6. De aanvragen voor een verlof dat ingaat in 2012, ingediend door ambtenaren die geen aanspraak kunnen maken op de toepassing van § 2 of 3, kunnen enkel ingewilligd worden voor zover de aanvrager de in artikel 2, § 2, bepaalde cumulatieve voorwaarden vervult, rekening houdend met artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013.
§ 7. In afwijking van artikel 3, § 2 kan de ambtenaar van wie het verlof ingaat vóór 1 januari 2018 en die de minimale voorwaarden vervult om, vóór de leeftijd van 62 jaar, aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, vragen om zijn verlof te verlengen tot uiterlijk de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, voor zover de duur van zijn verlof de 5 jaar niet overschrijdt.
§ 8. In afwijking van artikel 3, § 2, kan de ambtenaar van wie het verlof ingaat tussen 1 januari 2018 en 31 december 2022 en die de minimale voorwaarden vervult om vóór de leeftijd van 61 jaar aanspraak te kunnen maken op het vervroegd pensioen overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984, zoals die bepaling van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013, vragen om zijn verlof te verlengen tot uiterlijk de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop hij de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, voor zover de duur van zijn verlof de 5 jaar niet overschrijdt.
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 9bis rédigé comme suit :
" § 1er. Les agents en congé préalable à la pension au 1er janvier 2012 restent soumis aux dispositions du présent arrêté telles qu'elles étaient en vigueur à cette date.
§ 2. Le paragraghe premier est également applicable aux agents visés à l'article 1er ayant introduit avant le 1er janvier 2012 une demande de congé préalable à la pension qui débute effectivement dans l'année suivant la demande et le 1er décembre 2012 au plus tard.
§ 3. Le paragraphe premier est également applicable aux agents visés à l'article 1er ayant introduit, après le 31 décembre 2011 et au plus tôt un an avant la date du début du congé, une demande de congé préalable à la pension à la condition que celle-ci ait été approuvée par le Ministre de la Justice ou son délégué avant le 5 mars 2012.
§ 4. Pour les agents visés à l'article 1er de 55 ans ou plus en 2012 et qui n'ont pas introduit de demande de congé préalable à la pension avant le 1er janvier 2012, l'allocation annuelle de 2.500 , payée au prorata des prestations fournies, reste acquise.
§ 5. En dérogation à l'article 2, § 3, 2e alinéa, les demandes pour un congé commençant en 2012 doivent être introduites au moins 6 mois avant le début du congé, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
§ 6. Les demandes pour un congé prenant cours en 2012, introduites par des agents qui ne peuvent pas prétendre à l'application du § 2 ou 3 ne pourront être approuvées que pour autant que le demandeur remplisse les conditions cumulatives visées à l'article 2, § 2, compte tenu de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013.
§ 7. Par dérogation à l'article 3, § 2, l'agent dont le congé prend cours avant le 1er janvier 2018 et qui remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre, avant l'âge de 62 ans, à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, peut demander de prolonger son congé jusqu'au premier jour du mois qui suit la date à laquelle il atteint l'âge de 62 ans au plus tard, pour autant que la durée de son congé ne dépasse pas 5 ans.
§ 8. Par dérogation à l'article 3, § 2, l'agent dont le congé prend cours entre le 1er janvier 2018 et le 31 décembre 2022 et qui remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre, avant l'âge de 61 ans, à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, peut demander de prolonger son congé jusqu'au premier jour du mois qui suit la date à laquelle il atteint l'âge de 61 ans au plus tard, pour autant que la durée de son congé ne dépasse pas 5 ans.
" § 1er. Les agents en congé préalable à la pension au 1er janvier 2012 restent soumis aux dispositions du présent arrêté telles qu'elles étaient en vigueur à cette date.
§ 2. Le paragraghe premier est également applicable aux agents visés à l'article 1er ayant introduit avant le 1er janvier 2012 une demande de congé préalable à la pension qui débute effectivement dans l'année suivant la demande et le 1er décembre 2012 au plus tard.
§ 3. Le paragraphe premier est également applicable aux agents visés à l'article 1er ayant introduit, après le 31 décembre 2011 et au plus tôt un an avant la date du début du congé, une demande de congé préalable à la pension à la condition que celle-ci ait été approuvée par le Ministre de la Justice ou son délégué avant le 5 mars 2012.
§ 4. Pour les agents visés à l'article 1er de 55 ans ou plus en 2012 et qui n'ont pas introduit de demande de congé préalable à la pension avant le 1er janvier 2012, l'allocation annuelle de 2.500 , payée au prorata des prestations fournies, reste acquise.
§ 5. En dérogation à l'article 2, § 3, 2e alinéa, les demandes pour un congé commençant en 2012 doivent être introduites au moins 6 mois avant le début du congé, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
§ 6. Les demandes pour un congé prenant cours en 2012, introduites par des agents qui ne peuvent pas prétendre à l'application du § 2 ou 3 ne pourront être approuvées que pour autant que le demandeur remplisse les conditions cumulatives visées à l'article 2, § 2, compte tenu de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013.
§ 7. Par dérogation à l'article 3, § 2, l'agent dont le congé prend cours avant le 1er janvier 2018 et qui remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre, avant l'âge de 62 ans, à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, peut demander de prolonger son congé jusqu'au premier jour du mois qui suit la date à laquelle il atteint l'âge de 62 ans au plus tard, pour autant que la durée de son congé ne dépasse pas 5 ans.
§ 8. Par dérogation à l'article 3, § 2, l'agent dont le congé prend cours entre le 1er janvier 2018 et le 31 décembre 2022 et qui remplit les conditions minimales pour pouvoir prétendre, avant l'âge de 61 ans, à la pension anticipée conformément aux dispositions de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, telle que cette disposition sera d'application à partir du 1er janvier 2013, peut demander de prolonger son congé jusqu'au premier jour du mois qui suit la date à laquelle il atteint l'âge de 61 ans au plus tard, pour autant que la durée de son congé ne dépasse pas 5 ans.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2013.
Art. 7. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, op 9 januari 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Pensioenen,
A. DE CROO
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Pensioenen,
A. DE CROO
Donné à Bruxelles, le 9 janvier 2013.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Le Ministre des Pensions,
A. DE CROO
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Le Ministre des Pensions,
A. DE CROO