Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 APRIL 2012. - Wet tot regularisatie van de adoptieprocedures die in het buitenland zijn gevoerd door personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben
Titre
11 AVRIL 2012. - Loi visant à permettre la régularisation des procédures d'adoption réalisées à l'étranger par des personnes résidant habituellement en Belgique
Informations sur le document
Numac: 2012009195
Datum: 2012-04-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012009195
Date: 2012-04-11
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modification du Code civil
Art. 2. In boek I, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 3, van het Burgerlijk Wetboek wordt een nieuwe § 2/1 ingevoegd, die het artikel 365-6 bevat, luidende :
  " § 2/1. Afwijkende bepaling inzake erkenning van de adopties in het hoger belang van het kind.
  Art. 365-6. § 1. Wanneer de adoptie van een kind dat zijn gewone verblijfplaats in een andere Staat heeft, tot stand is gekomen vooraleer de adoptant of de adoptanten met gewone verblijfplaats in België de door de bevoegde gemeenschap georganiseerde voorbereiding gevolgd hebben en een vonnis hebben verkregen waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan overeenkomstig artikel 361-1, onderzoekt de federale centrale autoriteit het dossier.
  § 2. Bij wijze van afwijking en in zeer uitzonderlijke gevallen geeft de federale centrale autoriteit de adoptant of de adoptanten de toestemming om de in artikel 361-1 bedoelde procedure op te starten indien de volgende vijf voorwaarden cumulatief vervuld zijn :
  1° de adoptie is niet tot stand gekomen met het oog op het ontduiken van de wet;
  2° het kind is tot in de vierde graad verwant met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs overleden, of het kind heeft het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld met de adoptant of de adoptanten met een relatie zoals geldt voor ouders alvorens de adoptant of de adoptanten enige stappen met het oog op de adoptie hebben ondernomen;
  3° behalve indien het gaat om een kind van de echtgenoot of de persoon met wie de adoptant samenwoont, heeft het kind geen andere duurzame oplossing van familiale opvang dan de interlandelijke adoptie, rekening houdend met zijn hoger belang en de rechten die hem zijn toegekend op grond van het internationale recht;
  4° de in de artikelen 364-1 tot 365-5 bedoelde erkenningsvoorwaarden kunnen in acht worden genomen;
  5° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap geeft een met redenen omkleed advies in het licht van de artikelen 361-3 en 361-4 en omtrent de situatie van het kind.
  § 3. De artikelen 367-1 en 367-3, § 1 en § 3, eerste lid, zijn van toepassing.
  § 4. De centrale autoriteiten wisselen de verzamelde gegevens onderling uit.
  § 5. Wanneer de federale centrale autoriteit het afschrift van het vonnis ontvangt waaruit blijkt dat de adoptant(en) bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan, spreekt ze zich uit over het verzoek tot erkenning van de vreemde beslissing houdende adoptie overeenkomstig de artikelen 364-1 tot 365-4. "
Art. 2. Dans le livre premier, titre VIII, chapitre II, section 3, du Code civil, il est inséré un nouveau § 2/1, comportant l'article 365-6, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Disposition dérogatoire en matière de reconnaissance des adoptions dans l'intérêt supérieur de l'enfant.
  Art. 365-6. § 1er. Lorsque l'adoption d'un enfant dont la résidence habituelle est située dans un Etat étranger a été établie avant que l'adoptant ou les adoptants, résidant habituellement en Belgique, n'aient suivi la préparation organisée par la communauté compétente et obtenu le jugement les déclarant qualifiés et aptes à assumer une adoption internationale conformément à l'article 361-1, l'autorité centrale fédérale instruit le dossier.
  § 2. A titre dérogatoire et tout à fait exceptionnel, l'autorité centrale fédérale autorise l'adoptant ou les adoptants à entamer la procédure prévue à l'article 361-1 si les cinq conditions cumulatives suivantes sont remplies :
  1° l'adoption n'a pas été établie dans un but de fraude à la loi;
  2° l'enfant est apparenté, jusqu'au quatrième degré, à l'adoptant, à son conjoint ou à son cohabitant, même décédé, ou l'enfant a partagé durablement la vie quotidienne de l'adoptant ou des adoptants dans une relation de type parental avant que ceux-ci n'aient accompli quelque démarche que ce soit en vue de l'adoption;
  3° sauf s'il s'agit de l'enfant du conjoint ou cohabitant de l'adoptant, l'enfant n'a pas d'autre solution durable de prise en charge de type familial que l'adoption internationale, compte tenu de son intérêt supérieur et des droits qui lui sont reconnus en vertu du droit international;
  4° les conditions de la reconnaissance visées aux articles 364-1 à 365-5 peuvent être respectées;
  5° l'autorité centrale communautaire compétente rend un avis motivé au regard des articles 361-3 et 361-4 et de la situation de l'enfant.
  § 3. Les articles 367-1 et 367-3, § 1er et § 3, alinéa 1er, sont d'application.
  § 4. Les autorités centrales s'échangent mutuellement les informations recueillies.
  § 5. Lorsque l'autorité centrale fédérale reçoit la copie du jugement déclarant l'adoptant ou les adoptants qualifiés et aptes à assumer une adoption internationale, elle se prononce sur la demande de reconnaissance de la décision étrangère d'adoption conformément aux articles 364-1 à 365-4. "
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition transitoire
Art. 3. § 1. Wanneer de federale centrale autoriteit is overgegaan tot een niet-erkenning van de adoptie vóór de inwerkingtreding van deze wet, gemotiveerd op grond van de niet-naleving van artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek en in voorkomend geval op grond van andere weigeringsgronden bepaald in de artikelen 364-1 tot 365-4 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de adoptant of de adoptanten de zaak aanhangig maken bij de federale centrale autoriteit teneinde de toepassing te vragen van artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek.
  Ingeval de adoptant of de adoptanten de in artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde toestemming en een vonnis waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan, verkrijgen, kan de federale centrale autoriteit zich nogmaals uitspreken over de erkenning van de akte of de beslissing waarbij de adoptie wordt uitgesproken.
  § 2. De adoptant of de adoptanten die zich bevinden in een geval bedoeld in artikel 365-6, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, en die de in de artikelen 361-1 tot 361-4 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde procedure hebben aangevat vóór de inwerkingtreding van deze wet, kunnen de zaak aanhangig maken bij de federale centrale autoriteit teneinde de toepassing te vragen van artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek.
  Ingeval de in de artikelen 361-1 tot 361-4 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde procedure afgelopen is vóór de inwerkingtreding van deze wet, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij de federale centrale autoriteit overeenkomstig de artikelen 364-2, 365-3 en 365-4 van het Burgerlijk Wetboek. De federale centrale autoriteit spreekt zich uit over de erkenning met inachtneming van de in artikel 365-6, § 2, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde voorwaarden.
Art. 3. § 1er. Lorsque l'autorité centrale fédérale a délivré un refus de reconnaissance d'adoption avant l'entrée en vigueur de la présente loi, motivé sur la base du non-respect de l'article 361-1 du Code civil, et le cas échéant sur la base d'un autre motif de non-reconnaissance prévu aux articles 364-1 à 365-4 du Code civil, l'adoptant ou les adoptants peuvent saisir l'autorité centrale fédérale afin de demander l'application de l'article 365-6 du Code civil.
  Si l'adoptant ou les adoptants reçoivent l'autorisation visée à l'article 365-6 du Code civil, et obtiennent un jugement les déclarant qualifiés et aptes à assumer une adoption internationale, l'autorité centrale fédérale peut se prononcer une nouvelle fois sur la reconnaissance de l'acte ou de la décision prononçant l'adoption.
  § 2. L'adoptant ou les adoptants qui se trouvent dans un cas visé à l'article 365-6, § 1er, du Code civil et qui ont entamé la procédure prévue aux articles 361-1 à 361-4 du Code civil avant l'entrée en vigueur de la présente loi, peuvent saisir l'autorité centrale fédérale afin de demander l'application de l'article 365-6 du Code civil.
  Si la procédure prévue aux articles 361-1 à 361-4 du Code civil est terminée avant l'entrée en vigueur de la présente loi, l'autorité centrale fédérale est saisie d'une demande de reconnaissance de l'adoption conformément aux articles 364-2, 365-3 et 365-4 du Code civil. L'autorité centrale fédérale se prononce sur la reconnaissance dans le respect des conditions visées à l'article 365-6, § 2, du Code civil.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 11 april 2012.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 11 avril 2012.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM