Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 JULI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 7 en 9 en tot invoeging van artikel 9/1 tot 9/3 in het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van sommige aspecten van de organisatie en werking van de Raad voor vergunningsbetwistingen
Titre
15 JUILLET 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant les articles 7 et 9 et insérant les articles 9/1 à 9/3 inclus dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 réglant certains aspects de l'organisation et du fonctionnement du Conseil pour les contestations des autorisations
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van sommige aspecten van de organisatie en werking van de Raad voor vergunningsbetwistingen worden de woorden "deskundige of medewerker" vervangen door de woorden "deskundige, medewerker of assistent".
Article 1er. Dans l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 réglant certains aspects de l'organisation et du fonctionnement du Conseil pour les contestations des autorisations, les mots " d'expert ou de collaborateur " sont remplacés par les mots " d'expert, de collaborateur ou d'assistant ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk IV vervangen door het opschrift "Rolrechten - getuigengeld - vergoeding van afschriften en uittreksels".
Art. 2. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre IV est remplacé par l'intitulé " Droits de mise au rôle - indemnité des témoins - indemnité de copies et d'extraits ".
Art. 3. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 9. § 1. Het rolrecht dat verschuldigd is per verzoeker bij het aanhangig maken van een beroep tot vernietiging, bedraagt 175 euro.
Het rolrecht dat verschuldigd is per verzoeker bij het indienen van een verzoek tot schorsing, bedraagt 100 euro.
§ 2. Het rolrecht dat verschuldigd is per tussenkomende partij, bedraagt 100 euro.
§ 3. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, optredend in de zin van artikel 4.8.16, § 1, tweede lid, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.
§ 4. De verzoeker of tussenkomende partij van wie de aanspraak rechtmatig lijkt en die aantoont dat zijn inkomsten ontoereikend zijn, is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.
De verzoeker of tussenkomende partij richt daartoe een verzoek aan de Raad voor vergunningsbetwistingen gelijktijdig met het indienen van zijn verzoekschrift.
De ontoereikendheid van de inkomsten wordt beoordeeld op basis van het Koninklijk Besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand.
De griffier brengt de verzoeker of tussenkomende partij schriftelijk op de hoogte van de beslissing over de vrijstelling van de betaling van het rolrecht, samen met de betekening, vermeld in artikel 4.8.18, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dan wel samen met de uitspraak over de ontvankelijkheid van een verzoek tot tussenkomst, vermeld in artikel 4.8.19, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.".
"Art. 9. § 1. Het rolrecht dat verschuldigd is per verzoeker bij het aanhangig maken van een beroep tot vernietiging, bedraagt 175 euro.
Het rolrecht dat verschuldigd is per verzoeker bij het indienen van een verzoek tot schorsing, bedraagt 100 euro.
§ 2. Het rolrecht dat verschuldigd is per tussenkomende partij, bedraagt 100 euro.
§ 3. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, optredend in de zin van artikel 4.8.16, § 1, tweede lid, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.
§ 4. De verzoeker of tussenkomende partij van wie de aanspraak rechtmatig lijkt en die aantoont dat zijn inkomsten ontoereikend zijn, is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.
De verzoeker of tussenkomende partij richt daartoe een verzoek aan de Raad voor vergunningsbetwistingen gelijktijdig met het indienen van zijn verzoekschrift.
De ontoereikendheid van de inkomsten wordt beoordeeld op basis van het Koninklijk Besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand.
De griffier brengt de verzoeker of tussenkomende partij schriftelijk op de hoogte van de beslissing over de vrijstelling van de betaling van het rolrecht, samen met de betekening, vermeld in artikel 4.8.18, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dan wel samen met de uitspraak over de ontvankelijkheid van een verzoek tot tussenkomst, vermeld in artikel 4.8.19, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.".
Art. 3. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. § 1er. Le droit de mise au rôle dû par demandeur lors de la soumission d'un recours d'annulation, s'élève à 175 euros.
Le droit de mise au rôle dû par demandeur lors de la soumission d'une demande de suspension, s'élève à 100 euros.
§ 2. Le droit de mise au rôle dû par partie intervenante, s'élève à 100 euros.
§ 3. Le fonctionnaire urbaniste régional, agissant dans le sens de l'article 4.8.16, § 1er, alinéa deux, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, est exempté du paiement de quelconque droit de mise au rôle.
§ 4. Le demandeur ou la partie intervenante, dont la prétention semble légitime et qui démontre que ses revenus sont insuffisants, est exempté du paiement de quelconque droit de mise au rôle.
Le demandeur ou la partie intervenante adresse à cet effet une demande au Conseil pour les contestations des autorisations, simultanément avec l'introduction de sa demande.
L'insuffisance des revenus est jugée sur la base de l'arrêté royal du 18 décembre 2003 déterminant les conditions de la gratuité totale ou partielle du bénéfice de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire.
Le greffier informe le demandeur ou la partie intervenante par écrit de la décision relative à l'exemption du paiement du droit de mise au rôle, avec la notification, visée à l'article 4.8.18, alinéa trois, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ou avec la décision sur la recevabilité d'une demande d'intervention, visée à l'article 4.8.19, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. ".
" Art. 9. § 1er. Le droit de mise au rôle dû par demandeur lors de la soumission d'un recours d'annulation, s'élève à 175 euros.
Le droit de mise au rôle dû par demandeur lors de la soumission d'une demande de suspension, s'élève à 100 euros.
§ 2. Le droit de mise au rôle dû par partie intervenante, s'élève à 100 euros.
§ 3. Le fonctionnaire urbaniste régional, agissant dans le sens de l'article 4.8.16, § 1er, alinéa deux, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, est exempté du paiement de quelconque droit de mise au rôle.
§ 4. Le demandeur ou la partie intervenante, dont la prétention semble légitime et qui démontre que ses revenus sont insuffisants, est exempté du paiement de quelconque droit de mise au rôle.
Le demandeur ou la partie intervenante adresse à cet effet une demande au Conseil pour les contestations des autorisations, simultanément avec l'introduction de sa demande.
L'insuffisance des revenus est jugée sur la base de l'arrêté royal du 18 décembre 2003 déterminant les conditions de la gratuité totale ou partielle du bénéfice de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire.
Le greffier informe le demandeur ou la partie intervenante par écrit de la décision relative à l'exemption du paiement du droit de mise au rôle, avec la notification, visée à l'article 4.8.18, alinéa trois, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ou avec la décision sur la recevabilité d'une demande d'intervention, visée à l'article 4.8.19, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit worden artikel 9/1 tot en met 9/3 ingevoegd, die luiden als volgt :
"Art. 9/1. § 1. De partij die wenst dat een getuige wordt gehoord, richt daartoe tijdens het vooronderzoek een verzoek aan de Raad voor vergunningsbetwistingen.
De Raad voor vergunningsbetwistingen beoordeelt de noodzakelijkheid en relevantie van het verzoek om een getuige te horen en brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing of de getuige gehoord zal worden.
§ 2. Indien de Raad beslist een getuige te horen, is de partij die dit verhoor gevraagd heeft, gehouden vóór dat verhoor een voorschot ten bedrage van het getuigengeld in consignatie te geven. In de loop van het verhoor kan een aanvullend voorschot worden geëist als daartoe grond bestaat.
De kennisgeving, vermeld in § 1, tweede lid, vermeldt de grootte van het verschuldigde getuigengeld.
§ 3. Is de aanvraag door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar ingediend, dan wordt het getuigengeld voorgeschoten vanuit het Grondfonds en als uitgaven in de rekeningen ten laste van de begroting van het Grondfonds geboekt.
§ 4. Indien de partij nalaat het vereiste voorschot te storten, wordt ze geacht af te zien van het horen van de getuige.
§ 5. Aan iedere getuige, ook al verschijnt hij vrijwillig, wordt gevraagd of hij getuigengeld wil.
§ 6. De Raad voor vergunningsbetwistingen stelt nadere regels vast in het reglement van orde voor de begroting van het getuigengeld, de inning en de teruggave van de voorschotten en de wijze van betaling van het getuigengeld.
Het getuigengeld bedraagt maximaal 200 euro en wordt door het alleenzetelende raadslid of de kamervoorzitter toegekend.
Art. 9/2. § 1. Buiten de kosteloze zending van afschriften van de uitspraak van de Raad overeenkomstig artikel 4.8.27 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geeft de afgifte door de griffier van een afschrift of uittreksel van een uitspraak aanleiding tot de betaling van een vergoeding van 50 cent per bladzijde.
Als de griffier het afschrift of uittreksel per post opstuurt, is een aanvullende vergoeding verschuldigd die gelijk is aan de kosten van een niet-aangetekende brief van genormaliseerd formaat.
§ 2. Het verschuldigde bedrag wordt gestort op rekening van het Grondfonds met de vermelding van het arrestnummer en de naam van de persoon die het afschrift of uittreksel aanvraagt, voor de griffier het afschrift of het uittreksel uitreikt.
§ 3. De vergoeding die verschuldigd is op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak mag niet meer bedragen dan 1.250 euro.
§ 4. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar die om de afgifte van een afschrift of een uittreksel van een uitspraak verzoekt, is vrijgesteld van de betaling van de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1.
Art. 9/3. De bedragen die verschuldigd zijn overeenkomstig dit hoofdstuk, worden vijfjaarlijks aangepast op 1 januari op basis van de ABEX-index, met als basisindex die van januari 2010, met een eerste indexatie 1 januari 2015.
De bedragen worden afgerond naar de dichtstbijzijnde euro, behalve het bedrag, vermeld in artikel 9/2, § 1, dat afgerond wordt naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 cent.
Als dit tot een resultaat leidt dat precies de helft van een euro of van tien cent is, wordt het bedrag naar boven afgerond.".
"Art. 9/1. § 1. De partij die wenst dat een getuige wordt gehoord, richt daartoe tijdens het vooronderzoek een verzoek aan de Raad voor vergunningsbetwistingen.
De Raad voor vergunningsbetwistingen beoordeelt de noodzakelijkheid en relevantie van het verzoek om een getuige te horen en brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing of de getuige gehoord zal worden.
§ 2. Indien de Raad beslist een getuige te horen, is de partij die dit verhoor gevraagd heeft, gehouden vóór dat verhoor een voorschot ten bedrage van het getuigengeld in consignatie te geven. In de loop van het verhoor kan een aanvullend voorschot worden geëist als daartoe grond bestaat.
De kennisgeving, vermeld in § 1, tweede lid, vermeldt de grootte van het verschuldigde getuigengeld.
§ 3. Is de aanvraag door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar ingediend, dan wordt het getuigengeld voorgeschoten vanuit het Grondfonds en als uitgaven in de rekeningen ten laste van de begroting van het Grondfonds geboekt.
§ 4. Indien de partij nalaat het vereiste voorschot te storten, wordt ze geacht af te zien van het horen van de getuige.
§ 5. Aan iedere getuige, ook al verschijnt hij vrijwillig, wordt gevraagd of hij getuigengeld wil.
§ 6. De Raad voor vergunningsbetwistingen stelt nadere regels vast in het reglement van orde voor de begroting van het getuigengeld, de inning en de teruggave van de voorschotten en de wijze van betaling van het getuigengeld.
Het getuigengeld bedraagt maximaal 200 euro en wordt door het alleenzetelende raadslid of de kamervoorzitter toegekend.
Art. 9/2. § 1. Buiten de kosteloze zending van afschriften van de uitspraak van de Raad overeenkomstig artikel 4.8.27 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geeft de afgifte door de griffier van een afschrift of uittreksel van een uitspraak aanleiding tot de betaling van een vergoeding van 50 cent per bladzijde.
Als de griffier het afschrift of uittreksel per post opstuurt, is een aanvullende vergoeding verschuldigd die gelijk is aan de kosten van een niet-aangetekende brief van genormaliseerd formaat.
§ 2. Het verschuldigde bedrag wordt gestort op rekening van het Grondfonds met de vermelding van het arrestnummer en de naam van de persoon die het afschrift of uittreksel aanvraagt, voor de griffier het afschrift of het uittreksel uitreikt.
§ 3. De vergoeding die verschuldigd is op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak mag niet meer bedragen dan 1.250 euro.
§ 4. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar die om de afgifte van een afschrift of een uittreksel van een uitspraak verzoekt, is vrijgesteld van de betaling van de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1.
Art. 9/3. De bedragen die verschuldigd zijn overeenkomstig dit hoofdstuk, worden vijfjaarlijks aangepast op 1 januari op basis van de ABEX-index, met als basisindex die van januari 2010, met een eerste indexatie 1 januari 2015.
De bedragen worden afgerond naar de dichtstbijzijnde euro, behalve het bedrag, vermeld in artikel 9/2, § 1, dat afgerond wordt naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 cent.
Als dit tot een resultaat leidt dat precies de helft van een euro of van tien cent is, wordt het bedrag naar boven afgerond.".
Art. 4. Dans le même arrêté sont insérés les articles 9/1 à 9/3 inclus, rédigés comme suit :
" Art. 9/1. § 1er. La partie souhaitant qu'un témoin soit entendu, adresse à cet effet une demande au Conseil pour les contestations des autorisations lors de la pré-enquête.
Le Conseil pour les contestations des autorisations juge de la nécessité et de la pertinence de la demande d'entendre un témoin et informe le demandeur par écrit de la décision d'entendre le témoin ou non.
§ 2. Lorsque le Conseil décide d'entendre un témoin, la partie ayant demandé l'audition est tenue de déposer en consignation une avance à concurrence de l'indemnité des témoins avant cette audition. Au cours de l'audition, une avance supplémentaire peut être exigée si motif il y a.
La notification visée au § 1er, alinéa deux, mentionne l'importance de l'indemnité des témoins due.
§ 3. Lorsque la demande est introduite par le fonctionnaire urbaniste régional, l'indemnité des témoins est avancée par le Fonds foncier et inscrite comme dépense dans les comptes à charge du Fonds foncier.
§ 4. Lorsque la partie omet de verser l'avance requise, elle est censée renoncer à l'audition du témoin.
§ 5. Il est demandé à chaque témoin, même lorsqu'il comparaît volontairement, s'il souhaite recevoir l'indemnité des témoins.
§ 6. Le Conseil pour les contestations des autorisations fixe des modalités dans le règlement d'ordre pour l'évaluation de l'indemnité des témoins, la perception et le remboursement des avances et le mode de paiement de l'indemnité des témoins.
L'indemnité des témoins s'élève à 200 euros au maximum et est accordé par le conseiller siégeant seul ou le président de la chambre.
Art. 9/2. § 1er. Outre l'envoi gratuit de copies de la décision du Conseil conformément à l'article 4.8.27 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, la remise par le greffier d'une copie ou d'un extrait d'une décision donne lieu au paiement d'une indemnité de 50 cents par page.
Lorsque le greffier envoie la copie ou l'extrait par la poste, une indemnité supplémentaire est due, égale aux frais d'un courrier non recommandé de format normalisé.
§ 2. Le montant dû est versé sur le compte du Fonds foncier, avec mention du numéro de l'arrêt et du nom de la personne demandant la copie ou l'extrait, avant que le greffier ne remette la copie ou l'extrait.
§ 3. L'indemnité due pour une seule et même demande pour une seule et même affaire ne peut dépasser 1.250 euros.
§ 4. Le fonctionnaire urbaniste régional, demandant la remise d'une copie ou d'un extrait d'une décision, est exempté du paiement des indemnités, visées au paragraphe 1er.
Art. 9/3. Les montants dus conformément au présent chapitre sont adaptés tous les cinq ans au premier janvier à l'indice ABEX, avec comme indice de base celle de janvier 2010 et une première indexation le 1er janvier 2015.
Les montants sont arrondis à l'euro le plus proche, à l'exception du montant, visé à l'article 9/2, § 1er, qui est arrondi au premier multiple de 10 cents.
Lorsque cela donne un résultat qui est exactement la moitié d'un euro ou de dix cents, le montant est arrondi à l'unité supérieure. ".
" Art. 9/1. § 1er. La partie souhaitant qu'un témoin soit entendu, adresse à cet effet une demande au Conseil pour les contestations des autorisations lors de la pré-enquête.
Le Conseil pour les contestations des autorisations juge de la nécessité et de la pertinence de la demande d'entendre un témoin et informe le demandeur par écrit de la décision d'entendre le témoin ou non.
§ 2. Lorsque le Conseil décide d'entendre un témoin, la partie ayant demandé l'audition est tenue de déposer en consignation une avance à concurrence de l'indemnité des témoins avant cette audition. Au cours de l'audition, une avance supplémentaire peut être exigée si motif il y a.
La notification visée au § 1er, alinéa deux, mentionne l'importance de l'indemnité des témoins due.
§ 3. Lorsque la demande est introduite par le fonctionnaire urbaniste régional, l'indemnité des témoins est avancée par le Fonds foncier et inscrite comme dépense dans les comptes à charge du Fonds foncier.
§ 4. Lorsque la partie omet de verser l'avance requise, elle est censée renoncer à l'audition du témoin.
§ 5. Il est demandé à chaque témoin, même lorsqu'il comparaît volontairement, s'il souhaite recevoir l'indemnité des témoins.
§ 6. Le Conseil pour les contestations des autorisations fixe des modalités dans le règlement d'ordre pour l'évaluation de l'indemnité des témoins, la perception et le remboursement des avances et le mode de paiement de l'indemnité des témoins.
L'indemnité des témoins s'élève à 200 euros au maximum et est accordé par le conseiller siégeant seul ou le président de la chambre.
Art. 9/2. § 1er. Outre l'envoi gratuit de copies de la décision du Conseil conformément à l'article 4.8.27 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, la remise par le greffier d'une copie ou d'un extrait d'une décision donne lieu au paiement d'une indemnité de 50 cents par page.
Lorsque le greffier envoie la copie ou l'extrait par la poste, une indemnité supplémentaire est due, égale aux frais d'un courrier non recommandé de format normalisé.
§ 2. Le montant dû est versé sur le compte du Fonds foncier, avec mention du numéro de l'arrêt et du nom de la personne demandant la copie ou l'extrait, avant que le greffier ne remette la copie ou l'extrait.
§ 3. L'indemnité due pour une seule et même demande pour une seule et même affaire ne peut dépasser 1.250 euros.
§ 4. Le fonctionnaire urbaniste régional, demandant la remise d'une copie ou d'un extrait d'une décision, est exempté du paiement des indemnités, visées au paragraphe 1er.
Art. 9/3. Les montants dus conformément au présent chapitre sont adaptés tous les cinq ans au premier janvier à l'indice ABEX, avec comme indice de base celle de janvier 2010 et une première indexation le 1er janvier 2015.
Les montants sont arrondis à l'euro le plus proche, à l'exception du montant, visé à l'article 9/2, § 1er, qui est arrondi au premier multiple de 10 cents.
Lorsque cela donne un résultat qui est exactement la moitié d'un euro ou de dix cents, le montant est arrondi à l'unité supérieure. ".
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 15 juli 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
Bruxelles, le 15 juillet 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS