Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 OKTOBER 2011. - Besluit tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Titre
28 OCTOBRE 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Informations sur le document
Numac: 2011035999
Datum: 2011-10-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011035999
Date: 2011-10-28
Moniteur: Voir
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 1er. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Artikel 1. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 4° wordt vervangen door "Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002";
2° punten 13° en 14° worden toegevoegd die luiden als volgt:
"13° verordening (EG) nr. 1102/2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;";
"14° verordening (EG) nr. 708/2007 inzake het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur.".
Article 1er. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 4° est remplacé par "Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002";
2° il est ajouté un 13° et 14°, rédigés comme suit :
"13° Règlement (CE) n° 1102/2008 relatif à l'interdiction des exportations de mercure métallique et de certains composés et mélanges de mercure et au stockage en toute sécurité de cette substance;";
"14° Règlement (CE) n° 708/2007 relatif à l'utilisation en aquaculture des espèces exotiques et des espèces localement absentes." .
Art. 2. In artikel 14 § 1 en § 2, artikel 15, eerste lid, en artikel 89 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 13, tweede lid" vervangen door "artikel 13, § 1, tweede lid".
Art. 2. Dans l'article 14, § 1er et § 2, l'article 15, alinéa premier et l'article 89 du même arrêté, le membre de phrase "l'article 13, alinéa deux" est remplacé par "l'article 13, § 1er, alinéa deux".
Art. 2bis. Artikelen 21, 10°, artikel 29, 3° en artikel 34, 10° worden vervangen door de woorden "Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002".
Art. 2bis. L'article 21, 10°, l'article 29, 3° et l'article 34, 10° sont remplacés par les mots "Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002".
Art. 3. Aan artikel 62 § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden ", Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel." toegevoegd.
Art. 3. Dans l'article 62, § 1er du même arrêté les mots ", Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel" sont ajoutés.
Art. 4. In artikel 62 § 3, lid 2 van hetzelfde besluit wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "tien".
Art. 4. Dans l'article 62, § 3, alinéa deux du même arrêté, le mot "quinze" est remplacé par le mot "dix".
Art. 5. Aan artikel 64 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, worden de woorden ", Koning Albert II-laan 20, 1000 Brussel." toegevoegd.
Art. 5. A l'article 64 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, les mots ", Koning Albert II-laan 20, 1000 Brussel" sont ajoutés.
Art. 6. In artikel 66 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 66 du même arrêté, l'alinéa quatre est abrogé.
Art. 7. In artikel 66 lid 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "het eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "artikel 64".
Art. 7. Dans l'article 66, alinéa 3 du même arrêté, les mots "l'alinéa premier, 2° " sont remplacés par les mots "l'article 64".
Art. 8. Artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 68. Zijn zetel is gevestigd in het Ellipsgebouw, Koning Albert II laan 35, 1030 Brussel."
Art. 8. L'article 68 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, est remplacé par les dispositions suivantes:
"Art. 68. Son siège est établi au bâtiment Ellips, Koning Albert II-laan 35, 1030 Brussel."
Art. 9. In artikel 71, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de leden van het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "De voorzitter, de ondervoorzitter en de overige bestuursrechters".
Art. 9. Dans l'article 71, alinéas premier et trois du même arrêté, les mots "les membres du Collège de maintien environnemental" sont remplacés par les mots "le président, le vice-président et les autres juges administratifs".
Art. 10. In artikel 74 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het punt 4° opgeheven;
2° in het derde lid worden de woorden "na goedkeuring" vervangen door de woorden "na bekrachtiging".
Art. 10. A l'article 74 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 4° de l'alinéa deux est abrogé;
2° au troisième alinéa, les mots "après approbation" sont remplacés par les mots "après validation".
Art. 11. Artikel 78 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 78 du même arrêté est abrogé.
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt bijlage VII, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 en 19 november 2010, vervangen door bijlage VII die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 12. Dans le même arrêté, l'annexe VII, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand du 22 octobre 2010 et du 19 novembre 2010, est remplacée par l'annexe VII, jointe au présent arrêté.
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van de tweede "bijlage XXII", ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, vervangen door het opschrift "bijlage XXIII".
Art. 13. Dans le même arrêté, l'intitulé de la deuxième "annexe XXII", insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 établissant le règlement flamand en matière d'agréments relatifs à l'environnement, est remplacé par l'intitulé "annexe XXIII".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 betreffende de aanstelling van de leden van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 relatif à la désignation des membres du Conseil supérieur flamand du Maintien environnemental
Art. 14. In artikel 1, 8° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 betreffende de aanstelling van de leden van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt a) wordt vervangen door wat volgt:
"a) voor de parketten-generaal: mevrouw Kathleen Desaegher, substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep van Brussel, met als plaatsvervanger: de heer Jan De Clercq, substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep van Gent;";
2° punt b) wordt vervangen door wat volgt:
"b) voor de parketten van eerste aanleg: de heer Wouter Haelewyn, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk, met als plaatsvervanger: mevrouw Sara Boogers, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van Turnhout;".
Art. 14. A l'article 1er, 8° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 relatif à la désignation des membres du Conseil supérieur flamand du Maintien environnemental, visé à l'article 16.2.7 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point a) est remplacé par ce qui suit :
"a) pour les parquets généraux : madame Kathleen Desaegher, substitut du procureur général à la cour d'appel de Bruxelles, ayant comme suppléant : monsieur Jan De Clercq, substitut du procureur général à la cour d'appel de Gand;";
2° le point b) est remplacé par la disposition suivante:
"b) pour les parquets de première instance : monsieur Wouter Haelewyn, substitut du procureur du Roi au tribunal de première instance de Courtrai, ayant comme suppléant : madame Sara Boogers, substitut du procureur du Roi au tribunal de première instance de Turnhout;".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 houdende de rechtspositieregeling van de leden van het Milieuhandhavingscollege
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009
Art. 15. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 houdende de rechtspositieregeling van de leden van het Milieuhandhavingscollege wordt vervangen door wat volgt:
"Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° decreet: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
2° college: het Milieuhandhavingscollege, vermeld in artikel 16.4.19, § 1, van het decreet;
3° voorzitter: de voorzitter van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 1°, van het decreet;
4° ondervoorzitter: de ondervoorzitter van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 1°, van het decreet;
5° bestuursrechters: de leden van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 2°, van het decreet;
6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, de Vlaamse minister, bevoegd voor landinrichting en het natuurbehoud, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de natuurlijke rijkdommen;
7° Raad: de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.2 van het decreet."
Art. 15. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif au statut des membres du "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par ce qui suit :
"Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° décret : le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
2° collège : le Collège du Maintien environnemental, visé à l'article 16.4.19, § 1er du décret;
3° président : le président du collège, visé à l'article 16.4.21, § 1er, 1° du décret;
4° vice-président : le vice-président du collège, visé à l'article 16.4.21, § 1er, 1° du décret;
5° juges administratifs : les membres du collège, visés à l'article 16.4.21, § 1er, 2° du décret;
6° Ministre : le Ministre flamand, compétent de l'environnement et de la politique de l'eau, Ministre flamand compétent de l'aménagement de l'espace rural et de la conservation de la nature et le Ministre flamand, compétent des ressources naturelles;
7° Conseil : le Conseil supérieur flamand du Maintien environnemental, visé à l'article 16.2.2 du décret."
Art. 16. In artikel 2, 6, eerste lid, artikel 7, 11, 15, 16 en 24 van hetzelfde besluit worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters".
Art. 16. Aux articles 2, 6, premier alinéa, 7, 11, 15, 16 et 24 du même arrêté les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs".
Art. 17. In artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "bijzitters" vervangen door de woorden "overige bestuursrechters".
Art. 17. Dans l'article 3, § 2, du même arrêté, le mot "assesseur" est remplacé par les mots "autres juges administratifs".
Art. 18. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 18. A l'article 4 du même arrêté, le § 3 est abrogé.
Art. 19. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".
Art. 19. A l'article 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa premier, les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs" et le mot "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par le mot "collège";
2° dans le paragraphe 1er, deuxième alinéa, les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs";
3° dans le § 2, les mots "les membres" sont remplacés par les mots "les juges administratifs".
Art. 20. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";
2° in het tweede lid worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college".
Art. 20. A l'article 8 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs";
2° à l'alinéa deux, les mots "les membres" sont remplacés par les mots "les juges administratifs" et le mot "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par le mot "collège".
Art. 21. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "lid van het Milieuhandhavingscollege" vervangen door het woord "bestuursrechter" en worden de woorden "het lid" vervangen door de woorden "de bestuursrechter".
Art. 21. A l'article 9 du même arrêté les mots "membre du " Milieuhandhavingscollege" sont remplacés par les mots "juge administratif" et les mots "le membre" sont remplacés par les mots "le juge administratif".
Art. 22. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".
Art. 22. Dans l'article 10 du même arrêté, les mots " les membres" sont remplacés par les mots "les juges administratifs".
Art. 23. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" telkens vervangen door de woorden "De bestuursrechters" en worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college".
Art. 23. A l'article 12 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots "Les membres" sont chaque fois remplacés par les mots "Les juges administratifs" et les mots "les membres" par les mots "les juges administratifs";
2° dans le § 2, les mots "un membre" sont remplacés par les mots "un juge administratif";
3° au § 3, les mots "un membre" sont remplacés par les mots "un juge administratif" et le mot "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par le mot "collège";
Art. 24. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".
Art. 24. A l'article 13 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs";
2° dans le § 2, les mots "les membres" sont remplacés par les mots "les juges administratifs".
Art. 25. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters";
3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter".
Art. 25. A l'article 14 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots "Les membres" sont remplacés par les mots "Les juges administratifs";
2° dans le § 3, les mots "les membres" sont remplacés par les mots "les juges administratifs";
3° dans le § 4, alinéa deux, les mots "un membre" sont remplacés par les mots "un juge administratif";
Art. 26. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de woorden "de plaatsvervangende bijzitters" vervangen door de woorden "de plaatsvervangende bestuursrechters".
Art. 26. Dans l'article 17 du même arrêté, les mots "aux assesseurs suppléants" sont remplacés par les mots "aux juges administratifs suppléants".
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikel 18 tot en met 23, opgeheven.
Art. 27. Dans le même arrêté, le chapitre 5, comprenant les articles 18 à 23, est abrogé.
Art. 28. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 28. L'article 25 du même arrêté est abrogé.
Art. 29. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college";
2° in het tweede lid worden de woorden "Het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "Het college".
Art. 29. A l'article 26 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le premier alinéa, le mot "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par le mot "collège";
2° dans l'alinéa deux, le mot "Milieuhandhavingscollege" est remplacé par le mot "collège".
Art. 30. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 27 du même arrêté est abrogé.
Art. 31. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 31. L'annexe 1re du même arrêté est abrogée.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 32. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van het besluit.
Art. 32. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 28 octobre 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Brussel, 28 oktober 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
-
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage VII
Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Art. N. Annexe VII
Liste des infractions environnementales, en exécution de l'article 16.1.2, 1°, f) et de l'article 16.4.27, alinéa trois, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Artikel 1. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :
Article 1er. Le non-respect des obligations légales mentionnées ci-après, telles que visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 sera considéré comme une infraction environnementale :
Artikel Wettelijke verplichting
1.2.4.1, tweede lid Deze besluiten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
[..][..]
4.1.4.2 De exploitant houdt de gegevens met betrekking tot de door dit reglement of de milieuvergunning opgelegde meet- en registratieverplichtingen, met inbegrip van de registers en balansen, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar en bewaart ze gedurende ten minste 5 jaar.
4.1.5.2 Alle documenten en gegevens die in toepassing van dit besluit moeten bezorgd worden aan de overheid moeten tevens ter beschikking worden gesteld van de werknemersvertegenwoordiging in de ondernemingsraad en in het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen. Bij ontstentenis van deze beide organen worden de documenten en gegevens ter beschikking gesteld van de syndicale delegatie van de onderneming.
4.1.8.1, § 4 Bij de opmaak van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het milieujaarverslag moet er optimaal gebruik worden gemaakt van de resultaten van emissiemetingen die aan de exploitant zijn opgelegd door dit reglement, door de milieuvergunning en/of in het kader van de afvalwaterheffingen.
4.1.8.1, § 5 Het milieujaarverslag wordt ingediend door middel van de volgende deelformulieren van het integrale milieujaarverslag waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, is gevoegd : 1° inrichtingen als vermeld in § 1, 1°, 2° en 4° het deelformulier "Identificatiegegevens", het deelformulier "Luchtemissies", het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens", deelformulier "Wateremissies", deelformulier "Afvalstoffenmelding voor producenten" en deelformulier "Bodememissies, verontreinigende stoffen uit afval; 2° inrichtingen als vermeld in artikel 4.1.8.1, § 1, 3° : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens"; 3° afvalwater afgevoerd voor zuivering in een externe afvalwaterzuiveringsinstallatie : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het deelformulier "Wateremissies";
4.1.8.2, § 1 De exploitanten van de categorieën van inrichtingen, bedoeld in artikel 4.1.8.1, zijn gehouden jaarlijks in het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, het milieujaarverslag te sturen naar de administratie, overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag en voor de datum die daarin wordt bepaald. De bijlagen bij dat jaarverslag, bedoeld in § 2 van artikel 4.1.8.3, hoeven niet te worden bijgevoegd.
4.1.8.2, § 3 Inrichtingen die nieuw in bedrijf worden genomen, dienen het eerste jaarverslag in in het jaar dat volgt op het eerste volledige kalenderjaar van bedrijvigheid
4.1.8.3, § 1 Het milieujaarverslag vermeld in artikel 4.1.8.2., § 1, bevat de volgende deelformulieren voor zover de inrichting daartoe verplicht wordt volgens de desbetreffende bepalingen van dit besluit : 1° het deelformulier "Identificatiegegevens"; 2° het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" : deze deelformulieren bevatten de gegevens weergegeven in het model van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag; 3° het deelformulier "Energiegegevens" : dit deelformulier bevat gegevens weergegeven in deelformulier "Energiegegevens" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.
4.1.8.3, § 2 Voor zover van toepassing op de inrichting worden de in de vergunningsbesluiten in bijzondere voorwaarden opgelegde rapporten niet gevoegd als bijlage bij het integrale milieujaarverslag, maar wel afzonderlijk verstuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen en de andere in de bijzondere voorwaarden genoemde diensten.
4.1.8.3, § 4 Het milieujaarverslag en de bijlagen worden door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
4.1.9.1.3, § 3 De milieucoördinator stelt ten behoeve van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van deze organen, van de vakbondsafvaardiging jaarlijks een verslag op over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld. Dit verslag bevat onder meer een overzicht van de door hem uitgebrachte adviezen en het gevolg dat eraan werd gegeven. Het verslag wordt ten minste gedurende vijf kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben ter inzage gehouden van de afdeling Milieuvergunningen alsook van de toezichthoudende overheid.
4.1.9.2.6, § 1 De volgende elementen van de in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moeten, binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de validatie van de milieuaudit, worden meegedeeld : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 8° van § 2; 2° aan de Vlaamse Milieumaatschappij : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 4° van § 2.
4.1.9.2.6, § 2 De gevalideerde milieuaudit moet door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard worden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.1.9.3.1, § 1 1° De exploitant moet aan de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk bezorgen :
a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, afschrift van het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuverklaring als bedoeld in artikel 4.1.9.2.3. van dit reglement; c) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuaudit als bedoeld in artikel 4.1.9.2.5. van dit reglement; 2° De exploitant moet ter beschikking stellen van het comité voor preventie en bescherming op het werk :
a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het afschrift van de bijlagen bij het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) alle al dan niet door de milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die verband houden met het milieu en/of de externe veiligheid; inzonderheid geldt dit voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die de eigen onderneming met toepassing van de milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter inzage dient te houden;
4.1.9.3.1, § 2 De milieucoördinator bezorgt aan het comité voor preventie en bescherming op het werk : 1° voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het jaarverslag over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld, dit overeenkomstig artikel 4.1.9.1.3., § 3 van dit reglement; 2° een afschrift van zijn adviezen bedoeld in § 2 van artikel 4.1.9.1.3. van dit reglement.
4.2.5.2.1, § 4 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.2.5.3.1, § 4 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.2.5.4.2, § 2 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.3.2.2, § 3, derde lid, eerste zin De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving dient tenminste 10 dagen vóórde aanvang van de werken in kennis gesteld van de aanleg van de in het eerste lid bedoelde meetputten.
4.3.2.2, § 3, derde lid, laatste zin De exploitant moet een technische steekkaart, opgemaakt of geattesteerd door de aannemer die de meetputten heeft aangelegd, en die alle technische gegevens in verband met de constructie en de uitgevoerde testpomping bevat, ter beschikking houden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.3.2.3, § 3 In het in § 1 bedoelde geval dient de exploitant de resultaten van de uitgevoerde metingen bij te houden in een meetdossier dat steeds ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
4.4.2.4 en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.4.2.5 en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar
4.9.2, § 1 Dit plan wordt op de inrichting ter inzage gehouden van de toezichthoudende diensten
4.10.1.4., § 1 De exploitant van een BKG-inrichting zorgt voor de bewaking van de CO2-emissies van de BKG-inrichting in kwestie. De bewaking van CO2-emissies wordt uitgevoerd volgens een door het bedrijf opgesteld monitoringplan. De exploitant van een BKG-inrichting moet in bezit zijn van een door het verificatiebureau voor deze BKG-inrichting geverifieerd en door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging goedgekeurd monitoringplan.
4.10.1.4., § 2 Als startend monitoringplan geldt het monitoringplan dat bij de milieuvergunningsaanvraag of de mededeling kleine verandering is gevoegd. Elke latere actualisering of wijziging van het voormelde monitoringplan moet geverifieerd worden door het verificatiebureau, en moet door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging worden goedgekeurd. Om de verificatie en goedkeuring te verkrijgen, moet de exploitant de actualisering of wijziging indienen bij het verificatiebureau.
4.10.1.5, § 1 Met ingang van 1 januari 2006 stelt de exploitant van een BKG-inrichting jaarlijks een CO2-emissiejaarrapport op over de CO2-emissies van de BKG-inrichting in het voorgaande kalenderjaar. Het CO2-emissiejaarrapport bevat een verslag van de totale CO2-emissies van de betreffende BKG-inrichting
4.10.1.5, § 2 Elk CO2-emissiejaarrapport dient ten minste het volgende te bevatten : 1° gegevens ter identificatie van de BKG-inrichting, waaronder :
a) de naam van de BKG-inrichting; b) adres van de BKG-inrichting, met postcode en land; c) het nummer van de rubriek in Bijlage I van Titel I van het VLAREM waaronder de BKG-inrichting werd ingedeeld; d) adres, telefoon-, fax-en e-mailgegevens van een contactpersoon e) de naam van de exploitant van de BKG-inrichting en van een eventuele moedermaatschappij. 2° voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden berekend : a) activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, gebruikte grondstof, enz.); b) emissiefactoren; c) oxidatiefactoren; d) totale emissies; e) onzekerheid.
3° Voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden gemeten : a) de totale emissies;
b) informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden; c) onzekerheid.
4° Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening werd gehouden.
4.10.1.5, § 3 Het CO2-emissierapport wordt opgesteld volgens methode en de bepalingen beschreven in het voor de BKG-inrichting gevalideerde monitoring protocol.
4.10.1.5, § 4 De exploitant van een BKG-inrichting bezorgt het CO2-emissiejaarrapport, bij wijze van een aangetekend schrijven of bij wijze van een levering met ontvangstbewijs, uiterlijk op 1 februari van het lopende jaar aan het verificatiebureau.
5.4.1.4, § 1 De exploitant van een inrichting waarin de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2 worden geproduceerd, gebruikt en/of opgeslagen, dient een register bij te houden waarin tenminste de volgende gegevens zijn vermeld : 1° gegevens omtrent de vervaardigde, respectievelijk in de inrichting binnengekomen produkten : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, die in de inrichting wordt geproduceerd, respectievelijk binnengebracht; 2° gegevens omtrent de opslag : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de aanduiding van de plaats samen met de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, waar deze produkten in de inrichting zijn opgeslagen;
3° gegevens omtrent de afvoer uit de inrichting : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2: a) de in de inrichting zelf verwerkte hoeveelheid; b) de naam van degene aan wie het produkt werd geleverd, de leveringsdatum, het nummer van de factuur en de geleverde hoeveelheid.
5.4.1.4, § 2 Het in § 1 bedoelde register wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van tenminste 3 jaar.
5.4.3.2.3, § 4 Voor elke spuitcabine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid,
5.4.3.2.3, § 4, tweede lid De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.
5.9.2.1.bis § 2 Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.9.2.3, § 6 Deze studie wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.9.7.1, § 3 De uitvoeringsplannen en de boorverslagen van de onder vorige §§ 1 en 2 bedoelde waarnemingsbuizen of controle-inrichtingen worden ter beschikking gesteld van de Afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.9.11.1 De exploitant houdt een register bij zoals bedoeld in artikel 10 (Register van dierlijke mestproductie) en 11 (Register van afzet van de nutriënten P2O5 en N uit meststoffen) van het besluit van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.
5.16.3.3, § 2, 1° De exploitant houdt een attest ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar dat is opgesteld door de constructeur of een milieudeskundige, erkend in de discipline toestellen en installaties onder druk en/of in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen,
5.16.3.3, § 3, 2° De resultaten van deze onderzoeken worden ingeschreven in een register dat ter inzage is van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.3.3, § 7, 3° Zowel een gedetailleerde beschrijving als de resultaten en bevindingen van die controles moeten onder vermelding van datum in het logboek worden geregistreerd.
5.16.3.3, § 8, 2° De beheerder van een koelinstallatie moet een installatiegebonden logboek bijhouden dat zich in de nabijheid van de koelinstallatie bevindt. Dat logboek kan ook geheel of gedeeltelijk uit een computerbestand bestaan. In dat logboek wordt, onder vermelding van datum, ten minste bijgehouden : a) de datum van ingebruikname van de koelinstallatie met vermelding van type koelmiddel en de nominale koelmiddelinhoud; b) de aard van controle-, onderhouds-, herstel-en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht; c) alle storingen en alarmeringen met betrekking tot de koelinstallatie die mogelijk aanleiding kunnen geven tot lekverliezen; d) de hoeveelheid en het soort (nieuw, hergebruikt, gerecycleerd of geregenereerd) koelmiddel dat aan een koelinstallatie wordt toegevoegd; e) de hoeveelheid koelmiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt en de hoeveelheid koelmiddel die is afgevoerd, met vermelding van datum, vervoerder en bestemming; f) een beschrijving en de resultaten van de lekdichtheidscontroles; g) de persoon die werkzaamheden en waarnemingen heeft verricht als genoemd onder a) tot en met f) en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij de persoon in dienst is; h) indien van toepassing, een attest dat is afgegeven door de onder g) bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen;
i) significante periodes van buitenbedrijfstelling.
5.16.3.3, § 8, 3° Om controle over de toegevoegde en afgetapte koelmiddelen mogelijk te maken, moet de exploitant de volgende documenten ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar houden : a) de facturen met betrekking tot de aangekochte hoeveelheden koelmiddelen; b) het in sub 2° bedoelde logboek.
5.16.4.1.3, § 3, 1° De testresultaten worden genoteerd in een notitieboek dat ter beschikking wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar alsmede van de erkende milieudeskundige belast met de in sub 2° vermelde controles.
5.16.4.1.3, § 3, 2°, derde lid Het voormelde controleverslag wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.4.3.6, § 3, die ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.11, § 9 De exploitant houdt dit attest ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.16, tweede lid De exploitant houdt het attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.17, 4° De exploitant houdt het eventuele attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.7.8, § 1 De exploitant houdt de resultaten van de door dit reglement voorgeschreven metingen, keuringen en controles van de installatie ter inzage van de toezichthoudende overheid en dit ten minste tot de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring of controle van de inrichting beschikbaar zijn.
5.17.1.4, § 2, tweede lid Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.1.11, § 1 Onverminderd de verplichtingen uit artikel 7 van Titel I van het Vlarem dient de exploitant van een in klasse 1 ingedeelde inrichting, een register of een alternatieve informatiedrager bij te houden waarin, per hoofdeigenschap, ten minste de aard en hoeveelheden van de opgeslagen gevaarlijke producten worden vermeld. Deze gegevens dienen zo opgeslagen te worden dat het mogelijk is om op elk ogenblik de in het bedrijf aanwezige hoeveelheden gevaarlijke producten te bepalen.
5.17.1.11, § 2 Het in § 1 bedoelde register of de alternatieve informatiedrager wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van ten minste 1 maand.
5.17.1.15, § 1 Vooraleer aan een houder die P1-en/of P2-producten heeft bevat herstellingen of inwendige onderzoeken uit te voeren, dient de inrichting te beschikken over een door de exploitant of het diensthoofd Preventie en Bescherming geviseerde procedure om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. De procedure moet inhouden dat de houder moet worden gereinigd volgens een reinigingsmethode die zowel op gebied van brand-en explosiebeveiliging, als op gebied van milieubescherming voldoende waarborgen biedt.
5.17.1.20 Hij houdt de bedoelde attesten steeds ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.2.4, § 1, 4°, tweede lid dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.2.5, § 1, 4°, tweede lid dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.3.12, § 1, vijfde lid De uitvoeringsplans en de boorverslagen dienen ter inzage te zijn van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.4.1.3, § 4 Dit verslag moet worden gestuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de Vlaamse Milieumaatschappij.
5.17.4.1.5 De exploitant dient een register bij te houden waarin de doorzetgegevens worden vermeld. Dit register is ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren.
5.17.4.1.6 De exploitant van een dampterugwinningsinstallatie dient een register bij te houden waarin elke periode van buitengebruikstelling van deze installatie nauwkeurig wordt vermeld, alsmede de reden daarvan en de getroffen maatregelen. Dit register ligt ter inzage op de plaats van exploitatie.
5.17.4.2.1, § 2 Indien de benzinedoorzet 100 m3/jaar of minder bedraagt, houdt de exploitant een bewijs daarvan ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.4.2.5, § 1 Binnen 3 maand na de datum van de indienstname van het fase 2 damprecupera-tiesysteem moeten de volgende gegevens doorgegeven worden aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : 1° Naam en adres van de houder van de vergunning(en) (exploitant); 2° Referentie(s) van de lopende vergunning(en); 3° Aantal verdeelzuilen, pompen en vulpistolen voor benzine; 4° Type fase 2 damprecuperatiesysteem;
5° Datum van indienstname van het systeem;
6° Kopie van certificaat van het systeem;
7° Efficiëntie, gemeten tijdens de initiële controle bij de oplevering van het systeem;
8° Orde van grootte van de doorzet (al dan niet groter dan 500 m3/jaar).
5.17.4.2.5, § 2 De exploitant moet een kopie van de in § 1 bepaalde gegevens en het bewijs van de melding ervan aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar. De exploitant moet vanaf 3 maanden na datum van de indienstname van het fase 2 damprecuperatiesysteem de nodige gegevens in verband met de gemeten doorzet en de orde van grootte van de verwachte doorzet ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.18.1.1, § 4 De exploitant houdt een afschrift van de vergunningsbesluiten en de bijhorende plannen waarop de vergunde kadastrale percelen duidelijk zijn aangegeven, ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.
5.18.1.1, § 5 De naam van deze verantwoordelijke persoon wordt door de vergunninghouder aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen schriftelijk meegedeeld.
5.18.1.2, § 4 De vergunninghouder is ertoe gehouden een voortgangsrapport op te stellen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet
5.18.2.1, § 1 De exploitant deelt datum en uur waarop tot deze afpaling wordt overgegaan uiterlijk zeven kalenderdagen vooraf mee aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.
5.19.2.3.3, 3° de exploitant houdt ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren, een attest
5.19.2.3.4, § 3, derde lid De exploitant houdt een controleprogramma ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.19.2.3.4, § 4 De data van de in § 3 bedoelde controles, de meetresultaten en andere vaststellingen alsmede de eventueel uitgevoerde herstellingen of wijzigingen aan de installaties, worden in een register ingeschreven dat, samen met de controleverslagen, ter beschikking gehouden wordt van de toezichthoudende ambtenaar.
5.20.2.8, § 3 Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.
5.20.3.9 In een bedrijfshandleiding moeten maatregelen tot emissievermindering bij het cokesovenbedrijf worden vastgelegd, met name voor : 1° het afdichten van de openingen; 2° het waarborgen dat alleen geheel vercookst materiaal wordt uitgedrukt;
3° het vermijden van het in de atmosfeer terechtkomen van onverbrande gassen.
5.28.2.3, § 7, tweede lid De exploitant zendt een afschrift van de analyseresultaten aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en in voorkomend geval aan de exploitant van de te beschermen waterwinning.
5.28.3.2.1, § 1 De exploitant deelt de naam van de bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.
5.28.3.2.3, § 1 De exploitant houdt een register bij. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning noteert de exploitant in dit register ten minste : 1° gegevens over de aangevoerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest; d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5;
g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer. 2° gegevens over de eventueel afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van de dierlijke mest;
b) de aard van de onverwerkte dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte,);
c) de bestemming van de dierlijke mest;
d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;
e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5;
g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de afvoer.
3° gegevens over de afvoer van de afgewerkte producten (al of niet voor nuttige toepassing) :
a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van afgewerkte producten;
b) de aard van de afgewerkte producten; c) de bestemming van de afgewerkte producten; d) de vervoerder van de afgewerkte producten en de wijze van vervoer met vermelding van de referenties van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de afgewerkte producten met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;
f) de gehalten aan stikstof en P2O5; 4° gegevens over de aangevoerde doch geweigerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest;
d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5; g) de reden van de weigering en opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer; 5° de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen betreffende de uitbating van de inrichting.
6° gegevens over de aanvoer van andere (grond)stoffen : a. het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de andere (grond)stoffen; b) de aard van de andere (grond)stoffen; c) de herkomst van de andere (grond)stoffen; d) de hoeveelheid (massa en volume) van andere (grond)stoffen met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; e) de gehalten aan P2O5 en stikstof;
5.28.3.2.3, § 2 De luiken D (bewijs van ontvangst) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben op de aangevoerde dierlijke mest, moeten samen met het register bewaard worden. Hetzelfde geldt voor de luiken C (bewijs van afzet) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben de afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest.
5.28.3.2.3, § 3 Het register, bedoeld in § 1, alsook de luiken, bedoeld in § 2, liggen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren alsook van de ambtenaren van de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij.
5.28.3.2.4, § 1 De hoeveelheid aangevoerde, verwerkte en afgevoerde dierlijke mest en de hoeveelheid aangevoerde andere (grond)stoffen moeten in het register, bedoeld in artikel 5.28.3.2.3, worden getotaliseerd respectievelijk per dag, per maand en per kalenderjaar en dit voor wat betreft de dierlijke mest per type. Op eenvoudig verzoek worden deze gegevens meegedeeld aan de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. De hoeveelheid aangevoerde dierlijke mest wordt eveneens getotaliseerd per Mestbanknummer per kalenderjaar.
5.28.3.2.4, § 2, derde lid De hierboven bedoelde nutriëntenbalansen dienen jaarlijks te worden doorgestuurd naar de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de balans betrekking heeft.
5.29.0.6, § 1, 3°, derde lid Het tijdstip en uitvoerder van de metingen worden uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de metingen per faxbericht gemeld aan de toezichthoudende overheid.
5.31.1.4, § 3 De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage gehouden worden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.31.2.3 en die gegevens ter beschikking houden van de toezichthoudende overheid.
5.32.2.3, § 1, 4°, derde lid De vergunningverlenende overheid en de toezichthoudende ambtenaar worden door de exploitant schriftelijk in kennis gesteld van de voorziene saneringsmaatregelen.
5.32.2.3, § 3 De in de §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksverslagen zijn aanwezig in de inrichting. Zij zijn ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.4, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.4, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.5, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.
5.32.3.4, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.3.8, § 5, laatste lid De data van deze onderzoekingen en de vaststellingen die tijdens deze onderzoekingen werden gedaan worden in een notitieboekje ingeschreven, dat ter beschikking van de burgemeester en van de bevoegde ambtenaar wordt gehouden.
5.32.4.2, § 6 die de hierbij gedane vaststellingen optekent in een bijzonder register dat te allen tijde ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar wordt gehouden.
5.32.7.2.4, § 2, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.4, § 5 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.5, § 1, derde lid Datum en aard van de onderhoudswerkzaamheden moeten genoteerd worden in een register dat deel uitmaakt van het door de exploitant bij te houden veiligheidsdossier dat ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.6, § 1, eerste lid De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.
5.32.7.2.9, § 9, eerste lid Een intern ordereglement wordt ter kennis gebracht van de plaatselijke politie of rijkswacht. Dit intern ordereglement bevat : de richtlijnen en verplichtingen in verband met de registratie van de schutters, de modaliteiten aangaande het laden en het ontladen van wapens, de modaliteiten van het schieten o.a. de schietdisciplines en de standplaatsen en aangaande het betreden en evacueren van de schietzone. Het reglement vermeldt uitdrukkelijk dat de schutters de bevelen in verband met de veiligheid van de verantwoordelijke persoon dienen na te leven.
5.32.7.2.12, § 1 De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) het attest van het bevoegd brandweerkorps betreffende de aard, het aantal en de plaats van de blustoestellen, evenals met betrekking tot het in de schietruimte toegelaten aantal personen; c) de attesten met betrekking tot de brandweerstand of zelfdovendheid van gebruikte bouwmaterialen; d) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen; e) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken; 4° de naam van de exploitant en de ledenlijst.
5.32.7.2.12, § 2 Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.5.3, § 3 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.5.4, § 1 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehou-den.
5.32.7.5.4, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het in artikel 5.32.7.5.7., § 1, sub 1° bedoelde veiligheidsdossier gevoegd worden.
5.32.7.5.7, § 1 De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen;
c) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken;
5.32.7.5.7, § 2 Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.6.4, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.6.4, § 3 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.8.2.1, § 1 Het bewijs van de eventuele huurovereenkomst dient ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.8.2.6, § 1 De exploitant is er toe gehouden een exploitatiedossier bij te houden waarin voor elke schieting vermeld wordt : 1° de naam en leeftijd van de verantwoordelijke personen, de operatoren en de werpleiders;
2° de namen van de schutters; hiervoor mag ook worden verwezen naar een gedateerde deelnemerslijst; 3° de datum, het begin-en einduur en het nummer van de schieting; 4° het interne ordereglement.
5.32.8.2.6, § 3 Het in § 1 bedoelde exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.2, § 1, tweede lid De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.3, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.4, § 1 De exploitant meldt aan de toezichthoudende ambtenaar van de Administratie Gezondheidszorg : 1° de datum van de eerste ingebruikname; 2° de sluitingsperiode voor bv. onderhoud, aanpassingen, enz; 3° de wederingebruikname van het bad; 4° alle bouwtechnische veranderingen ook indien deze intern worden doorgevoerd.
5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, eerste zinDe exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven. Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zinVoormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.2.2, § 3, 5° Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.2.2, § 3, 6° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.2.2, § 3ter, tweede lid,Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.2.2, § 4, 3°, derde lid, Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.2.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;
b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses;
c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad;
e) elke bijzonderheid, incident of ongeval;
f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;
g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 7, 1° De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.
5.32.9.2.2, § 7, 2° Het sub 1° bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten;
c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de zwemhal te betreden;
d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene.
5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, eerste zinDe exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.
5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zinVoormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.3.2, § 3, 5° Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.3.2, § 3, 6° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.3.2, § 3bis, tweede lid Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.3.2, § 4, 3°, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.3.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik; g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 7, 1° De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.
5.32.9.3.2, § 7, 2° Het in § 1 bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten;
c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de kaden en het zwembad te betreden; d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene
5.32.9.4.2, § 3, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.4.2, § 6 De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : 1° de resultaten van de in § 2 bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; 2° de resultaten van de in § 3 bedoelde maandelijkse analyses; 3° de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; 4° de dagelijkse bezetting van het zwembad; 5° elke bijzonderheid, incident of ongeval; 6° de maandelijkse notering van het waterverbruik; 7° elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.5.1, § 3, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.5.2, § 1, tweede lid Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar
5.32.9.7.2, § 1, eerste lid De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.
5.32.9.7.2, § 1, tweede lid Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
5.32.9.7.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.7.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.7.2, § 3, 4° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.7.2, § 4, 3°, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.7.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens: a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik; g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.8.1, § 2 Door de exploitant wordt een reglement van inwendige orde vastgelegd dat tenminste de volgende bepalingen omvat : 1° de toegang tot de zwemgelegenheid wordt verboden voor dronken personen; 2° personen aangetast door of verdacht van besmettelijke ziekten worden niet tot het zwemwater toegelaten; 3° het is verboden zeep te gebruiken op andere plaatsen dan onder het stortbad; 4° honden of andere huisdieren worden niet toegelaten in het water of op het strand; 5° kinderen van minder dan 6 jaar staan steeds onder het toezicht van een volwassene.
5.32.9.8.2, § 3 Een dubbel van deze analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks naar de gezondheidsinspecteur gezonden.
5.32.9.8.5, § 6bis, tweede lid Dit toezichtsplan wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.8.5, § 7 Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.8.5, § 8 Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.10.1, § 3, tweede lid Ook de controle en de wijze van controle op de maatregelen wordt in het register vermeld.
5.33.0.2, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.33.0.2, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.33.0.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.2, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.2, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.2, § 2, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.2, § 4 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.3, § 5 De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.41.1.3, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
5.41.1.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.41.2.2, § 4, eerste lid Voor elke machine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid, waarin aangetoond wordt dat aan de voorwaarden van § 2of § 3 voldaan is.
5.41.2.2, § 4, derde lid De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.
5.41.2.3, § 3 Dat logboek wordt voor een periode van minstens 5 jaar na de laatste registratie bewaard en ter inzage van de toezichthoudende overheid gehouden.
5.43.2.1.2, § 3 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.
5.43.2.1.3, § 7 De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.2.1.5 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden
5.43.2.2.2, § 2 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.
5.43.2.2.3, § 4. De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.2.2.5 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.
5.43.2.3.3, § 4. De resultaten van de bovengenoemde emissiemetingen moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden
5.43.3.2, § 3 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor de milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet
5.43.3.3, § 6. De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.3.6 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.
5.43.4.2 Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.
5.51.4.1 De gebruiker houdt het verslag van de risicoanalyse en een register met GGO'sen pathogene organismen, aangewend in het kader van ingeperkt gebruik, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren en de bevoegde instantie.
5.51.4.2, § 2, tweede lid Dat controleprogramma moet ter beschikking gehouden worden van de toezichthoudende overheid.
5.53.3.3, § 5. dat op eenvoudig verzoek aan de met toezicht belaste ambtenaren wordt voorgelegd.
5.53.3.3, § 6 De stand van de meter wordt bij het wegnemen en het terugplaatsen genoteerd in een register.
5.53.3.3, § 9. De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietmeter verwijderd of herplaatst wordt.
5.53.4.6, § 2. De gegevens, bedoeld in artikel 5.53.4.5 en § 1, worden door de exploitant bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.53.4.7 De exploitant van een grondwaterwinning, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, deelt elk jaar de resultaten van het voorgaande kalenderjaar mee van de gewonnen volumes grondwater per watervoerende laag, de analyses van het grondwater en de peilmetingen. Hij doet dit overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van de deel IA en IV van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005 tot wijziging van de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, 18 maart 1997 houdende vaststelling van de modaliteiten voor aangifte van de opgepompte of gewonnen hoeveelheden grondwater door de maatschappijen die instaan voor de openbare drinkwatervoorziening ten behoeve van de bepaling van de heffing, 28 juni 2002 tot uitvoering van het Hoofdstuk IIIbis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en Hoofdstuk IVbis van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, en 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.
5.53.4.8 Ten laatste negentig dagen na het boren respectievelijk het herboren of de aanleg, wijziging of verbouwing van een grondwaterwinning of grondwaterwinningseenheid, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voor zover deze gekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat, de uitvoering of wijziging van de put en/of andere inrichting;
5° de watervoerende laag waaruit grondwater wordt opgepompt; 6° het specifieke debiet van de put; 7° de kwaliteit van het opgepompte grondwater aan de hand van de analyseresultaten bedoeld in artikel 5.53.4.5. § 1; 8° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 9° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 10° vanaf een vergund debiet van 1.000.000 m3 per jaar, het verslag van een deskundig uitgevoerde pompproef; 11° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.
5.53.5.1, § 1, tweede lid De exploitant deelt deze buitendienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..
5.53.6.3.1, § 4 De gegevens, bedoeld in § 1en § 2, worden bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.53.6.3.2 De exploitant van een grondwaterwinning, bedoeld in subrubriek 53.7 van de indelingslijst, maakt per periode van vijf jaren een rapport op met de volgende inhoud : 1° de beschrijving van de evolutie van de opgepompte debieten en overeenkomstige peilen in de productieputten en de peilputten over de afgelopen periode (ev. weergegeven in tijdsreeksen) alsook een evaluatie hiervan; 2° de beschrijving van de eventuele mogelijke vastgestelde invloeden op de bovengrondse eigendommen, zowel wat betreft stabiliteit van de grond als de mogelijke invloed op gewassen en het natuurlijk milieu;
3° bij grondwaterwinningen met vijf peilputten en meer, twee stijghoogtekaarten respectievelijk in de aangepompte watervoerende laag en de freatische watervoerende laag van de omgeving, opgemaakt op basis van de reële metingen, één met de hoogste en één met de laagste gemeten grondwaterstand. De exploitant bezorgt een kopie van dit rapport aan de vergunningverlenende overheid alsook aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..
5.54.3, § 2 De exploitant houdt met betrekking tot de exploitatie van een inrichting voor het kunstmatig aanvullen van grondwater een register bij waarin worden ingeschreven : 1° de resultaten van de peilmetingen, bedoeld in § 1, samen met het peil in het infiltratiepand; 2° gedurende het eerste jaar van het kunstmatig aanvullen, de hoeveelheid water die tijdens de 24 uren voorafgaand aan de wekelijkse peilmetingen kunstmatig werd aangevuld; 3° de hoeveelheid water die maandelijks kunstmatig werd aangevuld.
Het register wordt door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.3, § 3 Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 2, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.54.4, § 2, derde lid De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in het eerste lid, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.5, § 2. De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in § 1, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.5, § 3 Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 1, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.55.2, § 4 Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, bezorgt de exploitant, uiterlijk negentig dagen na het boren, de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voorzover deze bekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat; 5° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 6° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 7° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.
5.55.3, § 1, tweede lid Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, deelt de exploitant deze buiten dienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.57.2.2, § 2, tweede lid De exploitant bezorgt een exemplaar van dit plan : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen;
2° aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving; 3° aan de afdeling, bevoegd voor geluidshinder 4° aan de Bestendige Deputatie van de provincie(s) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken; 5° aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken.
5.57.2.2, § 3 Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, worden het plan, bedoeld in § 2, en de gegevens, bedoeld in artikel 5.57.1.2, § 5, uiterlijk tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarover de berekening gaat, bezorgd aan de in § 2 vermelde instanties.
5.59.1.2, § 2, eerste en tweede lid Als de exploitant voor installaties gebruik wenst te maken van het reductieprogramma van bijlage 5.59.2 moet hij dat per aangetekend schrijven, melden aan de vergunningverlenende overheid en aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen op volgende data : 1° uiterlijk op 31 oktober 2005 in het geval van bestaande installaties; 2° bij de vergunningsaanvraag of melding in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 nog geen vergunningsaanvraag of melding is ingediend; 3° voor de ingebruikname in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 reeds een vergunningsaanvraag of melding is ingediend.
5.60.3, § 1 De exploitant deelt de naam van die bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.
5.60.3, § 4 Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems en/of bagger-en ruimingsspecie.
5.61.2, § 4 Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin ten minste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° voor wat betreft de aanvoer :
a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de uitgegraven bodem; b) de herkomst en oorsprong van de uitgegraven bodem; c) de vervoerder van de uitgegraven bodem; d) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem; e) opmerkingen omtrent de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodem.
2° voor wat betreft de opslag : de plaats waar de geleverde partij opgeslagen ligt. 3° voor wat betreft de afvoer :
a) de bestemming van de uitgegraven bodem; b) de vervoerder van de uitgegraven bodem; c) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem;
6.5.3.1, § 1, 5° dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
6.5.4.3, § 1, eerste zin Binnen de maand na de aanleg van een opslaginstallatie maakt de exploitant, of op zijn verzoek de installateur of de erkende technicus die toezicht gehouden heeft bij de plaatsing, hiervan melding bij de Afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor grondwater.
6.5.4.3, § 2 Deze melding bevat volgende inlichtingen : * de identificatie van de installateur of de erkende technicus; * een eenduidige plaatsbepaling van de opslaginstallatie; * een kopie van het afgeleverde certificaat;
6.5.4.4 Bij de oplevering van de opslaginstallatie bezorgt de gemachtigde installateur of de erkende technicus aan de eigenaar het certificaat van de installatie samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar van de opslaginstallatie draagt er zorg voor dat de exploitant(en) in het bezit is (zijn) van een kopie van het certificaat van de installatie.
ArticleObligation légale
1.2.4.1, alinéa deuxL`exploitant doit tenir lesdits arrêtés à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
[..][..]
4.1.4.2.L`exploitant tient les données relatives aux obligations de mesure et d`enregistrement, y compris les registres et bilans imposés par ce règlement ou l`autorisation écologique, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle et les conserve pendant au moins 5 ans.
4.1.5.2.Tous les documents et données qui doivent être communiqués aux autorités en vertu de cet arrêté, doivent également être tenus à la disposition des représentants des travailleurs dans le comité d`entreprise et dans le comité de sécurité, d`hygiène et d`embellissement des lieux de travail. A défaut de ces deux organes, les documents et données seront mis à la disposition de la délégation syndicale dans l`entreprise.
4.1.8.1, § 4Lors de la rédaction du formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et du formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` du rapport environnemental annuel, il faut utiliser de façon optimale les résultats des mesures démission qui sont imposées a l`exploitant par ce règlement, par l`autorisation écologique et/ou dans le cadre des taxes sur les eaux usées.
4.1.8.1, § 5Le rapport environnemental annuel est introduit à l`aide des formulaires partiels suivants du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en tant qu`annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
1° établissements tels que mentionnés au § 1er, 1°, 2° et 4°, le formulaire partiel ``Données d`identification``, le formulaire partiel ``Emissions dans l`air``, la section pertinente du formulaire partiel ``Données énergétiques``, le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau``, le formulaire partiel ``Déclaration de déchets pour producteurs`` et le formulaire partiel ``Emissions dans le sol, polluants issus de déchets``;
2° Etablissements tels que mentionnés à l`article 4.1.8.1, § 1er, 3° : le formulaire partiel ``Données d`identification`` et la section pertinente du formulaire partiel ``Données énergétiques``;
3° les eaux usées évacuées pour épuration dans une installation externe dépuration des eaux usées : le formulaire partiel ``Données d`identification`` et le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau``;
4.1.8.2, § 1erLes exploitants des catégories d`établissements, visées à l`article 4.1.8.1 sont tenus de faire parvenir le rapport environnemental annuel intégré, chaque année dans l`année qui suit l`année civile à laquelle le rapport annuel se rapporte, à l`administration, conformément aux articles 2 et 3 de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré et vers la date que ce dernier fixe. Les annexes du rapport annuel, visées au § 2 de l`article 4.1.8.3, ne doivent pas être jointes.``;
4.1.8.2, § 3Les établissements nouvellement mis en service présentent leur premier rapport annuel au cours de l`année qui suit la première année civile d`activité complète.
4.1.8.3, § 1erLe rapport environnemental annuel mentionné à l`article 4.1.8.2, § 1er, comprend les formulaires partiels suivants pour autant que l`établissement y est obligé suivant les dispositions du présent arrêté :
1° le formulaire partiel ``Données d`identification``;
2° le formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` : ces formulaires partiels comprennent les données mentionnées sur le modèle du formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et du formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré;
3° le formulaire partiel ``Données énergétiques`` : ce formulaire partiel comprend des données mentionnées dans le formulaire partiel ``Données énergétiques`` du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré
4.1.8.3, § 2Pour autant qu`applicables à l`établissement, les rapports imposés par les conditions particulières des arrêtés d`autorisation ne sont pas joints en annexes au rapport environnemental intégré mais séparément envoyés à la division des Autorisations environnementales et aux autres services mentionnés dans les conditions particulières.``
4.1.8.3, § 4Le rapport environnemental annuel et les annexes sont conservés par l`exploitant au moins pendant 5 ans et tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
4.1.9.1.3, § 3Le coordinateur environnemental dresse un rapport annuel de la façon dont il s`est acquitté de sa mission à l`intention de la direction de l`entreprise et, le cas échéant, du conseil d`entreprise et du comité de sécurité, hygiène et d`embellissement des lieux de travail ou à défaut desdits organes, de la représentation syndicale. Ce rapport contient entre autres un aperçu des avis rendus par lui et les suites qui y ont été données. Le rapport est tenu pendant au moins cinq années civiles suivant l`année civile sur laquelle les données ont trait, à la disposition de la division des Autorisations écologiques et de l`autorité de contrôle.
4.1.9.2.6, § 1erLes éléments suivants de l`audit environnemental, visé à l`article 4.1.9.2.4, doivent, endéans un délai de 30 jours calendaires après la validation de l`audit environnemental, être communiqués :
1° à la division chargée des autorisations écologiques : les éléments visés au 1° à 8° inclus du § 2;
2° à la Vlaamse Milieumaatschappij : Les éléments visés au 1° à 4° inclus du § 2.
4.1.9.2.6, § 2L`audit environnemental validé doit être conservé par l`exploitant pendant au moins 5 ans et tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
4.1.9.3.1, § 1er1° L`exploitant doit fournir aux membres du comité de prévention et de protection au travail :
a) avant le 1er avril de année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, une copie du rapport environnemental annuel visé à l`article 4.1.8.2 du présent règlement;
b) le cas échéant, une copie de la déclaration environnementale validée telle que visée à l`article 4.1.9.2.3. du présent règlement;
c) le cas échéant, une copie de l`audit environnemental validé tel que visé à l`article 4.1.9.2.5. du présent règlement;
2° L`exploitant doit tenir à la disposition du comité de prévention et de protection au travail :
a) avant le 1er avril de l`année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, une copie des annexes au rapport environnemental annuel visées à l`article 4.1.8.2 du présent règlement;
b) tous les renseignements, rapports, avis et documents concernant l`environnement et/ou la sécurité externe, imposés ou non par la réglementation environnementale; ceci vaut en particulier pour les renseignements, rapports, avis et documents que sa propre entreprise doit fournir aux autorités ou tenir à leur disposition en application de la réglementation environnementale;
4.1.9.3.1, § 2Le coordinateur environnemental fournit au comité de prévention et de protection au travail :
1° avant le 1er avril de année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, le rapport annuel sur la façon dont il a rempli sa mission, ceci conformément a l`article 4.1.9.1.3., § 3 du présent règlement;
2° une copie de ses avis visés au § 2 de l`article 4.1.9.1.3. du présent règlement.
4.2.5.2.1, § 4L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.2.5.3.1, § 4L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.2.5.4.2, § 2L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.3.2.2, § 3, alinéa trois, première phraseLa division chargée du maintien de l`environnement doit être informée au moins 10 jours avant le début des travaux, de l`installation des puits de jaugeage visés au premier alinéa.
4.3.2.2, § 3, alinéa trois, dernière phraseL`exploitant doit tenir à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle une fiche technique, établie ou attestée par l`entrepreneur qui a installé les puits de jaugeage, contenant toutes les données techniques relatives à la construction et au pompage d`essai.
4.3.2.3, § 3Dans le cas visé au § 1er, l`exploitant est tenu de conserver les résultats des mesures exécutées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
4.4.2.4.et de tenir celui-ci à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
4.4.2.5.et de tenir celui-ci à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
4.9.2, § 1erCe plan est tenu au sein de l`établissement à la disposition des services de surveillance
4.10.1.4, § 1erL`exploitant d`un établissement BKG assure la surveillance des émissions CO2 de l`établissement BKG en question. La surveillance des émissions CO2 est exécutée suivant un protocole de monitoring rédigé par l`établissement. L`exploitant d`un établissement BKG doit être en possession d`un protocole de monitoring vérifié par le bureau de vérification pour cet établissement BKG et approuvé par la division chargée de la pollution atmosphérique.
4.10.1.4, § 2Le plan de monitoring joint à la demande d`autorisation écologique ou à la déclaration de modification mineure tient lieu de plan de monitoring de démarrage. Toute actualisation et/ou modification ultérieure du plan de monitoring précité doit être vérifiée par le bureau de vérification et approuvée par la division compétente pour la pollution de l`air. Afin d`obtenir cette vérification et approbation, l`exploitant doit introduire l`actualisation ou la modification auprès du bureau de vérification.
4.10.1.5, § 1erA partir du 1er janvier 2006, l`exploitant d`un établissement BKG rédige un rapport annuel des émissions CO2 relatif aux émissions CO2 de l`établissement BKG générées pendant l`année civile précédente. Le rapport annuel des émissions CO2 contient un aperçu des émissions CO2 totales de l`établissement BKG concerné.
4.10.1.5, § 2Tout rapport annuel des émissions CO2 doit au moins comprendre les données suivantes :
1° 1° les données d`identification de l`établissement BKG, parmi lesquelles :
a) le nom de l`établissement BKG;
b) l`adresse de l`établissement BKG avec code postal et pays;
c) le numéro de la rubrique de l`Annexe Ière du Titre Ier du VLAREM dans laquelle l`établissement BKG a été classé;
d) l`adresse, les coordonnées téléphoniques, fax et e-mail dune personne de contact e) le nom de l`exploitant de l`établissement BKG et d`une éventuelle société mère. 2° pour chaque établissement BKG pour lequel les émissions sont calculées : a) les données d`activité (combustibles et matières premières utilisés, etc.);
b) les facteurs d`émission;
c) les facteurs d`oxydation; d) les émissions totales; e) l`Incertitude
3° Pour chaque établissement BKG pour lequel les émissions sont calculées : a) les émissions totales;
b) l`information sur la fiabilité des méthodes de mesurage;
c) l`Incertitude
4° Dans le cas d`émissions suite à une combustion au profit de la production d`énergie, le facteur d`oxydation est également mentionné dans le rapport, sauf s`il a déjà été tenu compte de l`oxydation lors de l`élaboration d`un facteur d`émission spécifique à l`activité en question.
4.10.1.5, § 3Le rapport d`émission CO2 est rédigé suivant la méthode et les dispositions décrites dans le protocole de monitoring validé pour l`établissement BKG.
4.10.1.5, § 4L`exploitant d`un établissement BKG transmet le rapport annuel des émissions CO2 par lettre recommandée ou par remise contre récépissé au bureau de vérification au plus tard le 1er février de l`année courante.
5.4.1.4, § 1erL`exploitant d`un établissement dans lequel des pigments, peintures ou autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2 sont fabriqués, utilisés et/ou entreposés, doit tenir un registre dans lequel au moins les données suivantes sont mentionnées :
1° les données sur les produits fabriqués, respectivement entrés dans l`établissement : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2, les quantités, exprimées en kg ou tonne, qui sont fabriquées, respectivement entrées dans l`établissement;
2° les données concernant l`entreposage : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2, la désignation de l`endroit où ces produits, avec leur quantité exprimée en kg ou tonne, sont entreposés dans l`établissement; 3° les données concernant l`évacuation hors de l`établissement : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2 : a) la quantité transformée à l`établissement lui-même;
b) le nom de celui à qui les produits ont été livrés, la date de livraison, le numéro de la facture et la quantité livrée.
5.4.1.4, § 2Le registre visé au § 1er est tenu sur place à la disposition du fonctionnaire surveillant pendant une période d`au moins 3 années.
5.4.3.2.3, § 4Pour chaque cabine de peinture, l`exploitant tient un rapport à la disposition de l`autorité de contrôle,
5.4.3.2.3, § 4, alinéa deuxL`exploitant transmet une copie de ce rapport à l`autorité de contrôle, si celle-ci en formule la demande.
5.9.2.1.bis § 2Cette attestation peut être consultée par l`autorité de contrôle.
5.9.2.3, § 6Cette étude est tenue à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.9.7.1, § 3Les plans d`exécution et les rapports de forage des tuyaux d`observation ou les dispositifs de contrôle, tels que visés au §§ 1er et 2 précédents, sont tenus à la disposition de la division chargée des autorisations écologiques
5.9.11.1.L`exploitant tient un registre tel que visé à l`article 10 (Registre de la production des effluents d`élevage) et 11 (Registre de l`écoulement des nutriments P2O5 et N issus d`engrais) de l`arrêté du Gouvernement flamand du 26 mai 2000 portant exécution de certains articles du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l`environnement contre la pollution due aux engrais.
5.16.3.3, § 2, 1°L`exploitant tient à la disposition du fonctionnaire surveillant une attestation établie par le constructeur ou un expert en environnement agréé dans la discipline ``appareils et installations sous pression`` et/ou dans la discipline ``conteneurs pour gaz ou substances dangereuses``,
5.16.3.3, § 3, 2°Les résultats de ces enquêtes sont consignés dans un registre tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant.
5.16.3.3, § 7, 3°Tant une description détaillée que les résultats et constatations desdits contrôles doivent être consignés dans le livret de bord avec mention de la date.
5.16.3.3, § 8, 2°Le gestionnaire d`une installation de réfrigération doit tenir un livret de bord de l`installation à proximité de l`installation de réfrigération. Ce livret peut être constitué en tout ou en partie sous forme de fichier automatisé. Dans ce livret sont au moins consignés avec mention de la date :
a) la date de mise en service de l`installation de réfrigération, avec indication du type d`agent réfrigérant et de la capacité nominale d`agent réfrigérant;
b) la nature des travaux de contrôle, d`entretien, de réparation et d`installation effectués à une installation de réfrigération;
c) toutes les pannes et alarmes relatives à l`installation de réfrigération pouvant donner lieu à des pertes par fuite;
d) la nature et le type (nouveau, réutilisé, recyclé ou régénéré) d`agent réfrigérant ajouté à une installation de réfrigération;
e) la quantité d`agent réfrigérant vidangé et la quantité d`agent réfrigérant éliminé avec indication de la date, du transporteur et de la destination;
f) une description et les résultats des contrôles d`étanchéité;
g) le nom de la personne qui a effectué les opérations et les observations citées sous a) à f) inclus et, au besoin, le nom de l`entreprise qui occupe cette personne;
h) au besoin, une attestation délivrée par la personne visée sous g) concernant les opérations quelle a effectuées;
i) les périodes importantes de mise hors service.
5.16.3.3, § 8, 3°Pour permettre le contrôle des agents réfrigérants ajoutés ou enlevés, l`exploitant doit tenir à la disposition du fonctionnaire surveillant les documents suivants :
a) les factures relatives aux quantités d`agent réfrigérant achetées;
b) le livret visé sous 2°.
5.16.4.1.3, § 3, 1°Les résultats des tests sont notés dans un carnet de notes tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant et de l`expert en environnement agréé chargé des contrôles mentionnés au 2°.
5.16.4.1.3, § 3, 2°, alinéa troisLe rapport de contrôle précité est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.4.3.6, § 3qui est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.6.11, § 9L`exploitant tient ce certificat à la disposition du fonctionnaire surveillant.
5.16.6.16, alinéa deuxL`exploitant tient le certificat de réception du réservoir et le rapport d`enquête à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.6.17, 4°L`exploitant tient l`éventuel certificat de réception du réservoir et le rapport d`enquête à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.7.8, § 1erL`exploitant tient les résultats de mesurage, les agréments et les contrôles de l`installation imposés par le présent règlement à la disposition de l`autorité chargée du contrôle, au minimum jusqu`au moment où les résultats des prochains mesurages, agréments ou contrôles de l`installation sont disponibles.
5.17.1.4, § 2, alinéa deuxCe certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant. Une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.1.11, § 1erSans préjudice des obligations découlant de l`article 7 du Titre Ier du VLAREM, l`exploitant d`un établissement de première classe tiendra un registre ou un support de données alternatif, dans lequel il mentionnera au minimum, par caractéristique principale, la nature et les quantités des substances dangereuses stockées. Ces données seront conservées de façon à pouvoir déterminer à tout moment les quantités de substances dangereuses présentes au sein de l`établissement.
5.17.1.11, § 2Le registre ou support de données alternatif visé au § 1er sera tenu sur place, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle pendant un mois au moins.
5.17.1.15, § 1erAvant de procéder à la réparation ou à l`inspection de l`intérieur d`un réservoir ayant contenu des produits de type P1 et/ou P2, il est indispensable que l`établissement dispose d`une procédure, sanctionnée par l`exploitant ou le chef du service de la prévention et de la protection, régissant les modalités d`exécution de telles activités. La procédure doit prévoir le nettoyage du réservoir conformément à une méthode offrant des garanties suffisantes tant sur le plan de la protection contre le feu et les explosions, que sur le plan de la protection de l`environnement.
5.17.1.20.Il tient toujours les certificats visés à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.17.2.4, § 1er, 4°, alinéa deuxce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle; une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.2.5, § 1er, 4°, alinéa deuxce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle; une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.3.12, § 1er, alinéa cinqLes plans d`exécution et les rapports de forage sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.17.4.1.3, § 4Ce rapport doit être transmis à la division chargée des autorisations écologiques et à la division chargée du maintien de l`environnement et à la Vlaamse Milieumaatschappij.
5.17.4.1.5L`exploitant tiendra un registre dans lequel il mentionnera toutes les informations relatives au débit. Ce registre sera tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.17.4.1.6L`exploitant d`une installation de récupération de vapeurs tiendra un registre dans lequel il indiquera avec précision chaque période de mise hors service de la dite installation, ainsi que la raison de la mise hors service et les mesures qui ont été prises. Ce registre sera conservé sur le lieu d`exploitation en vue d`être consulté.
5.17.4.2.1, § 2Si le débit d`essence est égal à, ou inférieur à 100 m3 /an, l`exploitant en tient une preuve à la disposition du fonctionnaire contrôleur.
5.17.4.2.5, § 1erDans les 3 mois après la date de la mise en service du système de récupération des vapeurs phase 2, les données suivantes doivent être transmises à la division chargée des autorisations écologiques :
1° le nom et l`adresse du détenteur de l(des) autorisation(s) (exploitant);
2° la (les) référence(s) de l`(des) autorisation(s) courante(s); 3° le nombre de colonnes de distribution, pompes et pistolets de remplissage d`essence;
4° le type du système de récupération des vapeurs phase 2;
5° la date de mise en service du système :
6° la copie du certificat du système;
7° l`efficacité mesurée lors du contrôle initial au moment de la réception du système;
8° l`ordre de grandeur du débit (supérieur ou non à 500 m3 /an).
5.17.4.2.5, § 2L`exploitant doit tenir une copie des données fixées au § 1er, et la preuve de leur déclaration à la division chargée des autorisations écologiques, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle A partir de 3 mois après la date d`entrée en service du système de récupération des vapeurs phase 2, l`exploitant doit tenir les données nécessaires concernant le débit mesuré et l`ordre de grandeur du débit prévu à la disposition du fonctionnaire contrôleur
5.18.1.1, § 4L`exploitant tient une copie des arrêtés d`autorisation et les plans correspondants sur lesquels les parcelles cadastrales autorisées sont clairement indiquées à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.18.1.1, § 5Le nom de cette personne responsable est transmis par écrit à la division chargée du maintien de l`environnement ainsi qu`à la division chargée des ressources naturelles par le détenteur de l`autorisation.
5.18.1.2, § 4Le détenteur de l`autorisation est tenu d`établir un rapport sur l`état d`avancement comme prévu par l`arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret relatif aux minerais de surface.
5.18.2.1, § 1erL`exploitant communique la date et l`heure à laquelle il sera procédé au balisage au plus tard sept jours calendaires au préalable à la division chargée du maintien de l`environnement ainsi qu`à la division chargée des ressources naturelles.
5.19.2.3.3, 3°L`exploitant tient une attestation à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
5.19.2.3.4, § 3,, alinéa troisL`exploitant tient un programme de contrôle à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.19.2.3.4, § 4Les données des contrôles visés au § 3, les résultats des mesures et autres constatations ainsi que les réparations ou modifications exécutées aux installations, sont inscrites dans un registre qui, ensemble avec les rapports de contrôle, sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.20.2.8, § 3Chaque modification du combustible, de la teneur en soufre du combustible liquide et des heures de mise hors service est inscrite dans un registre, que l`exploitant tient à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.20.3.9.Les mesures prises pour réduire les émissions dans une entreprise de fours à coke doivent être fixées dans un manuel d`entreprise, notamment pour :
1° colmater les ouvertures;
2° garantir que seul du matériel entièrement cokéfié est exprimé;
3° éviter que des gaz non brûlés entrent dans l`atmosphère.
5.28.2.3, § 7,, alinéa deuxL`exploitant adresse une copie des résultats d`analyse à la division chargée du maintien de l`environnement et le cas échéant à l`exploitant de la prise d`eau à protéger.
5.28.3.2.1, § 1erL`exploitant communique le nom du délégué responsable par écrit à l`autorité de contrôle.
5.28.3.2.3, § 1erL`exploitant tient un registre. Sauf disposition contraire dans l`autorisation écologique, l`exploitant note dans ce registre au moins : 1° les données relatives à l`engrais animal amené; a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche); c) la provenance (producteur) de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) le cas échéant, les remarques concernant l`engrais animal et l`apport.
2° les données relatives à l`engrais animal non traité ou non transformé éventuellement évacué
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`évacuation de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal non traité (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche);
c) la destination de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) le cas échéant, les remarques concernant l`engrais animal et l`évacuation.
3° les données relatives à l`évacuation des produits finis (revalorisés ou non) :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`évacuation des produits finis;
b) la nature des produits finis;
c) la destination des produits finis; d) les coordonnées du transporteur des produits finis et le mode de transport avec indication des références du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture;
e) la quantité (masse et volume) de produits finis avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
4° les données relatives à l`engrais animal amené mais refusé :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche);
c) la provenance (producteur) de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) la raison du refus et les remarques concernant l`engrais animal et l`apport; 5° les difficultés et perturbations rencontrées, observations, mesures et autres renseignements concernant l`exploitation de l`établissement.
6° données sur l`apport d`autres matières (premières):
a. le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport des autres matières (premières);
b) la nature des autres matières (premières);
c) la provenance des autres matières (premières);
d) la quantité (masse et volume) d`autres matières (premières) avec mention des références de l`éventuel bon de pesage;
e) les teneurs en azote et en P2O5;
5.28.3.2.3, § 2Les volets D (accusé de réception) du titre de vente d`engrais ou du document de transfert se rapportant à l`engrais animal amené, doivent être conservés avec le registre. Il en est de même pour les volets C (preuve de vente) du titre de vente d`engrais ou du document de transfert se rapportant à l`engrais animal non traité ou non transformé, évacué.
5.28.3.2.3, § 3Le registre visé au § 1er et les volets visés au § 2 peuvent être consultés par les fonctionnaires chargés du contrôle ainsi que par les fonctionnaires de la division de la Mestbank au sein de la Vlaamse Landmaatschappij.
5.28.3.2.3, § 1erLe registre visé à l`article 5.28.3.2.3 reprendra pour tout type d`engrais animal, le volume total d`engrais animal acheminé, traité et évacué ainsi que le volume d`autres matières (premières) acheminées, ventilés par jour, par mois et par année calendaire. Ces données seront communiquées à la division Mestbank de la ``Vlaamse Landmaatschappij`` sur simple demande. La quantité d`engrais animal acheminée est également totalisée par numéro de la Mestbank par année calendaire.
5.28.3.2.4, § 2, alinéa troisLes bilans nutritionnels visés ci-dessus doivent être transmis annuellement à la division Mestbank de la ``Vlaamse Landmaatschappij``, avant le 15 mars de l`année suivant celle à laquelle se rapporte le bilan.
5.29.0.6, § 1er, 3°, alinéa troisLe moment et l`exécutant des mesures sont communiqués par fax à l`autorité de contrôle au plus tard 72 heures avant le début des mesures.
5.31.1.4, § 3Les résultats des mesurages ou des calculs doivent être conservés pour être consultés par les fonctionnaires chargés du contrôle.
5.31.2.3.et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.32.2.3, § 1er, 4°, alinéa troisL`autorité qui délivre la licence et le fonctionnaire chargé du contrôle sont informés par écrit par l`exploitant des mesures d`assainissement prévues.
5.32.2.3, § 3Les rapports d`enquête visés au §§ 1er et 2 du présent article sont présents dans l`établissement. Ils sont à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.2.4, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
5.32.2.4, § 2Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.2.5, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.3.4, § 1erCes certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.3.8, § 5, dernier alinéaLes dates de ces contrôles et les constatations faites au cours de ces contrôles sont inscrits dans un carnet qui est tenu à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire compétent.
5.32.4.2, § 6qui note les constatations effectuées dans un registre spécial tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.2.4, § 2, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.4, § 5Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.5, § 1er, alinéa troisLa date et la nature des travaux d`entretien doivent être notées dans un registre qui fait partie du dossier de sécurité qui doit être conservé par l`exploitant et tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.6, § 1er, alinéa premierLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.9, § 9, alinéa premierUn règlement d`ordre intérieur est communiqué à la police ou gendarmerie locale. Ce règlement d`ordre intérieur contient : les directives et obligations relatives à l`enregistrement des tireurs, les modalités concernant le chargement et déchargement des armes, les modalités pour les tirs, entre autres les disciplines de tirs et les stands de tir ainsi que celles relatives à l`entrée et l`évacuation de la zone de tir. Le règlement mentionne expressément que les tireurs s`engagent à respecter les ordres relatifs à la sécurité de la personne responsable.
5.32.7.2.12, § 1erL`exploitant doit tenir un registre d`exploitation, comprenant :
1° un dossier de sécurité qui comprend :
a) le plan de situation à une échelle minimale de 1/200 de tous les locaux avec indication de leurs communications, accès et sorties, ainsi que la nature et l`emplacement des extincteurs et l`emplacement du tableau électrique;
b) le certificat du corps de pompiers compétent concernant la nature, le nombre et l`emplacement des extincteurs ainsi que concernant le nombre de personnes admises dans l`espace de tir;
c) les certificats concernant la résistance au feu ou de la capacité d`auto-extinction des matériaux de construction utilisés;
d) les certificats concernant les contrôles de l`installation électrique et des extincteurs;
e) le nom de la personne responsable pour la sécurité.
2° le règlement d`ordre intérieur;
3° un registre de travail avec la liste indiquant la nature et la date des travaux d`entretien, de contrôle et de réparation effectués;
4° le nom de l`exploitant et la liste des membres.
5.32.7.2.12, § 2Le dossier d`exploitation est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.5.3, § 3Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.5.4, § 1erLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.5.4, § 4Les certificats comportant la date et les résultats de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité, visé à l`article 5.32.7.5.7., § 1er, au 1°.
5.32.7.5.7, § 1erL`exploitant doit tenir un dossier d`exploitation, comprenant :
1° un dossier de sécurité qui comprend :
a) le plan de situation à une échelle minimale de 1/200 de tous les locaux avec indication de leurs communications, accès et sorties, ainsi que la nature et l`emplacement des extincteurs et l`emplacement du tableau électrique;
b) les certificats concernant les contrôles de l`installation électrique et des extincteurs;
le nom de la personne responsable pour la sécurité. 2° le règlement d`ordre intérieur;
3° un registre de travail avec la liste indiquant la nature et la date des travaux d`entretien, de contrôle et de réparation effectués;
5.32.7.5.7, § 2Le dossier d`exploitation est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.6.4, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.6.4, § 3Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.8.2.1, § 1erLa preuve de l`éventuelle convention de location doit être tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
5.32.8.2.6, § 1erL`exploitant est obligé de tenir un dossier d`exploitation dans lequel pour chaque séance de tir est mentionné :
1° le nom et l`âge des personnes responsables, des opérateurs et des maîtres de tirs;
2° le nom des tireurs; pour ceux-ci on peut également renvoyer à une liste de participants datée;
3° la date, l`heure de début et de fin, et le numéro du tir;
4° le règlement d`ordre intérieur;
5.32.8.2.6, § 3Le dossier d`exploitation, visé au § 1er, est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.9.1.2, § 1er, alinéa deuxLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.1.3, § 1erCes certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.1.4, § 1erL`exploitant informe le fonctionnaire chargé du contrôle de l`Administratie Gezondheidszorg` :
1° de la date de la première mise en service;
2° de la période de fermeture pour p. ex. l`entretien, des adaptations, etc.;
3° de la remise en service de la piscine;
4° de toutes les modifications d`un point de vue de la technique de construction, même si celles-ci sont exécutées en interne.
5.32.9.2.2, § 1er alinéa premier, première phraseL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence. Les procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 1er alinéa premier, avant-dernière phraseLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
5.32.9.2.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.2.2, § 3, 5°La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.2.2, § 3, 6°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.2.2, § 3ter, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.2.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.2.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 7, 1°L`exploitant instaure un règlement d`ordre intérieur afin d`assurer une bonne exploitation.
5.32.9.2.2, § 7, 2°Le règlement visé sous 1° contient au moins les points suivants :
a) la direction a le droit d`interdire l`entrée dans l`établissement à toute personne qui apparaît présenter un danger pour la sécurité et la santé des personnes présentes (ivresse, perturbation de l`ordre, non-respect du présent règlement, etc.);
b) les animaux ne sont pas admis dans l`établissement;
c) chaque baigneur doit prendre une douche avant de pénétrer dans le local de la piscine;
d) les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.3.2, § 1er alinéa premier, première phraseL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence.
5.32.9.3.2, § 1er alinéa premier, avant-dernière phraseLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.3.2, § 3, 5°La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.3.2, § 3, 6°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.3.2, § 3bis, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.3.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.3.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 7, 1°L`exploitant instaure un règlement d`ordre intérieur afin d`assurer une bonne exploitation.
5.32.9.3.2, § 7, 2°Le règlement visé sous 1° contient au moins les points suivants :
a) la direction a le droit d`interdire l`entrée dans l`établissement à toute personne qui apparaît présenter un danger pour la sécurité et la santé des personnes présentes (ivresse, perturbation de l`ordre, non-respect du présent règlement, etc.);
b) les animaux ne sont pas admis dans l`établissement;
c) chaque baigneur doit prendre une douche avant de pénétrer dans le local de la piscine;
d) les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.4.2, § 3, alinéa troisUne copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.4.2, § 6L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
1° les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous § 2;
2° les résultats des analyses mensuelles visées sous § 3;
3° les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
4° le taux d`occupation journalier de la piscine;
5° chaque particularité, incident ou accident;
6° le relevé mensuel de la consommation d`eau;
7° toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.5.1, § 3, alinéa troisUne copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.5.2, § 1er, alinéa deuxCe registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 1er, alinéa premierL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence.
5.32.9.7.2, § 1er, alinéa deuxLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.7.2, § 3, 4°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.7.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.7.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.8.1, § 2L`exploitant fixe un règlement d`ordre intérieur qui contient au moins les dispositions suivantes : 1° l`accès à la piscine est interdit aux personnes en état d`ébriété;
2° les personnes atteintes ou suspectées d`être atteintes d`une maladie contagieuse ne sont pas admises dans l`eau de la piscine;
3° il est interdit d`utiliser du savon dans des endroits autres que dans les douches;
4° les chiens ou autres animaux domestiques ne sont pas admis dans l`eau ou à la plage;
5° les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.8.2, § 3Une copie de ces résultats d`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.8.5, § 6bis, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.8.5, § 7La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.8.5, § 8Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.10.1, § 3, alinéa deuxLe contrôle des mesures et la façon dont celui-ci est effectué sont mentionnés dans le registre.
5.33.0.2, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.33.0.2, § 2Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.33.0.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.36.0.2, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.36.0.2, § 2Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.36.0.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.38.0.2, § 2, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.38.0.2, § 4Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.38.0.3, § 5Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.1.3, § 1erCes certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.1.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.2.2, § 4, alinéa premierL`exploitant conserve pour chaque machine un rapport à la disposition de l`autorité de contrôle, dans lequel il est démontré que les conditions du § 2 ou du § 3 sont satisfaites.
5.41.2.2, § 4, alinéa troisL`exploitant transmet une copie de ce rapport à l`autorité de contrôle, si celle-ci en formule la demande.
5.41.2.3, § 3Ce livre de bord doit être conservé au moins 5 ans après le dernier enregistrement et doit être tenu à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.2.1.2, § 3L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.2.1.3, § 7Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.2.1.5et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle
5.43.2.2.2, § 2L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.2.2.3, § 4Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.2.2.5et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.2.3.3, § 4Les résultats des mesures d`émissions précitées doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
5.43.3.2, § 3L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.3.3, § 6Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.3.6.et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.4.2.Chaque modification du combustible, de la teneur en soufre du combustible liquide et des heures de mise hors service est inscrite dans un registre, que l`exploitant tient à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.51.4.1.L`utilisateur tient le rapport de l`analyse des risques et un registre des OGM et organismes pathogènes, utilisés dans le cadre d`une utilisation confinée, à la disposition des fonctionnaires de contrôle et de l`instance compétente.
5.51.4.2, § 2,, alinéa deuxCe programme de contrôle doit être tenu à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.53.3.3, § 5qui est présenté sur simple demande aux fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.3.3, § 6Le relevé du compteur est noté dans un registre lors de l`enlèvement et du replacement.
5.53.3.3, § 9Le relevé du débitmètre est noté dans un registre le dernier jour calendaire de chaque année au cours de laquelle les eaux souterraines sont pompées et à chaque fois que le débitmètre doit être enlevé ou repositionné, pour quelle raison que ce soit.
5.53.4.6, § 2Les données, visées à l`article 5.53.4.5 et au § 1er, sont consignées par l`exploitant dans un registre qui reste sur place ou sont stockées dans une base de données centralisée de l`exploitation, tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.4.7.L`exploitant d`un captage d`eaux souterraines autorisé à pomper plus de 30 000 m3 par an communique chaque année les résultats de l`année civile précédente des volumes d`eaux souterraines captées par nappe phréatique, des analyses des eaux souterraines et des mesures de niveau effectuées. Cette communication est faite conformément aux articles 2 et 3 de l`arrêté du Gouvernement flamand instaurant le rapport environnemental annuel intégré, et ce avant la date que ce dernier stipule, et à l`aide des parties IA et IV du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ire de l`arrêté du Gouvernement flamand du 7 janvier 2005 modifiant les arrêtés du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d`hygiène de l`environnement, du 18 mars 1997 fixant les modalités de déclaration des quantités d`eau souterraine pompées ou captées par les sociétés responsables de l`alimentation publique en eau potable en vue de la fixation de la taxe, du 28 juin 2002 portant exécution du Chapitre IIIbis de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution et du chapitre IVbis du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets et du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
5.53.4.8.Au plus tard nonante jours après le forage, le reforage, la pose, la modification ou la transformation d`un captage d`eaux souterraines ou d`une unité de captage d`eaux souterraines dont le volume autorisé comporte plus de 30 000 m3 par an, l`exploitant communique les informations suivantes à la division compétente pour les eaux souterraines :
1° le but du forage;
2° le rapport de forage avec une description de la nature des aquifères traversés;
3° la description de la composition géologique des couches, dans la mesure où celles-ci sont connues;
4° la description technique de l`équipement utilisé dans le trou de forage, de l`exécution et de la transformation du puits et/ou de toute autre installation;
5° l`aquifère duquel proviennent les eaux souterraines;
6° le débit spécifique du puits;
7° la qualité des eaux souterraines pompées sur la base des résultats d`analyse visés à l`article 5.53.4.5. § 1er. 8° la profondeur des eaux souterraines au repos après développement du puits par rapport à la surface du sol;
9° les mesures prises en vue d`éviter la pollution de l`environnement en général et celle des eaux souterraines en particulier;
10° à partir d`un volume autorisé de 1 000 000 m3 par an, le rapport d`expertise établi après un essai de pompage;
11° la représentation cartographique à échelle 1/250e avec indication de références visibles sur le terrain.
5.53.5.1, § 1er, alinéa deuxL`exploitant communique cette mise hors service à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.53.6.3.1, § 4Les données, visées aux §§ 1er et 2, sont notées dans un registre qui est conservé sur place ou dans une base de données centralisée de l`entreprise, tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.6.3.2L`exploitant d`un captage d`eaux souterraines, visé à la sous-rubrique 53.7 de la liste de classification, établit, tous les cinq ans, un rapport contenant les données suivantes :
1° une description de l`évolution des débits pompés et des niveaux correspondants dans les puits de production et dans les puits de sonde au cours de la période écoulée (éventuellement reproduite en séquences), accompagnée d`une évaluation de cette période;
2° une description des influences éventuelles potentiellement constatées à la surface des propriétés, tant en ce qui concerne la stabilité du sol qu`en ce qui concerne la végétation et le milieu naturel;
3° dans le cas de captages d`eaux souterraines à cinq puits de sonde et plus, deux cartes représentant le niveau de hausse de l`eau dans l`aquifère alimenté par pompage et dans l`aquifère phréatique de la zone avoisinante, établies en se basant sur des mesures réelles; l`une des cartes montrera le niveau le plus élevé, l`autre, le niveau le plus bas des eaux souterraines. L`exploitant fournit une copie de ce rapport à l`autorité qui a délivré l`autorisation, ainsi qu`à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.54.3, § 2L`exploitant tiendra un registre concernant l`exploitation d`un établissement pour l`alimentation artificielle des eaux souterraines, dans lequel seront inscrits :
1° les résultats des mesurages visés au § 1er, ainsi que le niveau dans le tronçon d`infiltration;
2° durant la première année de l`alimentation artificielle, la quantité d`eau ajoutée artificiellement au cours des 24 heures précédant les mesurages hebdomadaires du niveau;
3° la quantité d`eau ajoutée artificiellement sur une base mensuelle.
L`exploitant tiendra le registre à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.3, § 3Si le volume annuel d`eau ajoutée comprend plus de 30 000 m3, l`exploitant est tenu de communiquer les informations visées au § 2, par écrit, à la division compétente pour les eaux souterraines, au plus tard le 15 mars de chaque année suivant celle à laquelle se rapportent les données.
5.54.4, § 2, alinéa troisL`exploitant tiendra les rapports d`échantillonnages et d`analyses visés au premier alinéa à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.5, § 2L`exploitant tiendra les rapports des échantillonnages et analyses visés au § 1er à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.5, § 3Si le volume annuel d`eau ajoutée comprend plus de 30 000 m3, l`exploitant est tenu de communiquer les informations visées au § 1er, par écrit, à la division compétente pour les eaux souterraines, au plus tard le 15 mars de chaque année suivant celle à laquelle se rapportent les données.
5.55.2, § 4Lorsque le forage descend jusqu`à plus de 50 m en dessous de la surface du sol, l`exploitant communique les informations suivantes à la division compétente pour les eaux souterraines, nonante jours au plus tard après le début de l`activité de forage :
1° le but du forage;
2° le rapport de forage avec une description de la nature des aquifères traversés;
3° la description de la composition géologique des couches, dans la mesure où celles-ci sont connues;
4° la description technique de l`équipement utilisé dans le trou de forage;
5° la profondeur des eaux souterraines au repos après développement du puits par rapport à la surface du sol;
6° les mesures prises en vue d`éviter la pollution de l`environnement en général et celle des eaux souterraines en particulier;
7° la représentation cartographique à échelle 1/250e avec indication de références visibles sur le terrain.
5.55.3, § 1er, alinéa deuxLorsque le forage descend jusqu`à plus de 50 m en dessous de la surface du sol, l`exploitant communique cette mise hors service à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.57.2.2, § 2, alinéa deuxL`exploitant transmet un exemplaire de ce plan :
1° à la division, compétente pour les autorisations écologiques.
2° à la division, compétente pour le maintien de l`environnement;
3° à la division, compétente pour les nuisances sonores;
4° à la Députation permanente de la ou des province(s) faisant l`objet des courbes de bruit;
5° au collège des bourgmestre et échevins de la ou des commune(s) faisant l`objet des courbes de bruit.
5.57.2.2, § 3Sauf mention contraire dans l`autorisation écologique, le plan, visé au § 2, et les données, visées à l`article 5.57.1.2, § 5, sont transmis aux instances citées au § 2, au plus tard le 30 avril de l`année qui suit celle faisant l`objet du calcul.
5.59.1.2, § 2, alinéas premier et deuxSi l`exploitant désire bénéficier pour des installations du programme de réduction de l`annexe 5.59.2, il doit en avertir par lettre recommandée l`autorité qui a délivré la licence et la division compétente pour les autorisations écologiques aux dates suivantes : 1° au plus tard le 31 octobre 2005 dans le cas d`installations existantes;
2° lors de la demande d`autorisation ou notification dans le cas de nouvelles installations pour lesquelles aucune demande d`autorisation ou notification n`a été introduite avant le 1er avril 2001;
3° avant la mise en service pour les nouvelles installations pour lesquelles une demande d`autorisation ou notification a déjà été introduite avant le 1er avril 2001.
5.60.3, § 1erL`exploitant communique le nom du délégué responsable par écrit à l`autorité de contrôle.
5.60.3, § 4Sauf dispositions contraires stipulées par l`autorisation écologique, l`exploitant tient un registre dans lequel sont consignées au moins les données suivantes :
1° le numéro d`ordre, la date et l`heure du transport des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
2° l`origine et la provenance des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
3° le transporteur des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
4° les quantités de terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage acheminés;
5° des remarques sur les terres excavées et/ou boues de dragage et vases de curage et l`acheminement, y compris les terres excavées acheminées et/ou boues de dragage et vases de curage refusés.
5.61.2, § 4Sauf dispositions contraires stipulées dans l`autorisation écologique, l`exploitant tient un registre dans lequel sont consignées au moins les données suivantes :
1° en ce qui concerne l`apport :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`acheminement des terres excavées;
b) l`origine et la provenance des terres excavées;
c) le transporteur des terres excavées;
d) les quantités de terres excavées apportées;
e) des remarques sur les terres excavées apportées, y compris les terres excavées acheminées refusées.
2° en ce qui concerne l`entreposage : le lieu où les terres livrées sont entreposées.
3° en ce qui concerne l`évacuation :
a) la destination des terres excavées;
b) le transporteur des terres excavées;
c) les quantités de terres excavées apportées;
6.5.3.1, § 1er, 5°Ce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
6.5.4.3, § 1er, première phraseDans le mois de la mise en place de l`installation de stockage, l`exploitant, ou à sa demande, l`installateur ou l`expert agréé qui a surveillé la mise en place, en avise la division de la Vlaamse Milieumaatschappij, compétente pour les eaux souterraines.
6.5.4.3, § 2Cet avis contient les renseignements suivants :
* l`identification de l`installateur ou du technicien agréé;
* une localisation univoque de l`installation de stockage;
* une copie du certificat délivré;
6.5.4.4.Lors de la réception de l`installation de stockage, l`installateur habilité ou le technicien agréé remet au propriétaire le certificat de l`installation ensemble avec les certificats ou les rapports d`essais des composants. Le propriétaire de l`installation de stockage prend soin que le ou les exploitant(s) est (sont) en possession d`une copie du certificat de l`installation.
ArticleObligation légale
1.2.4.1, alinéa deuxL`exploitant doit tenir lesdits arrêtés à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
[..][..]
4.1.4.2.L`exploitant tient les données relatives aux obligations de mesure et d`enregistrement, y compris les registres et bilans imposés par ce règlement ou l`autorisation écologique, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle et les conserve pendant au moins 5 ans.
4.1.5.2.Tous les documents et données qui doivent être communiqués aux autorités en vertu de cet arrêté, doivent également être tenus à la disposition des représentants des travailleurs dans le comité d`entreprise et dans le comité de sécurité, d`hygiène et d`embellissement des lieux de travail. A défaut de ces deux organes, les documents et données seront mis à la disposition de la délégation syndicale dans l`entreprise.
4.1.8.1, § 4Lors de la rédaction du formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et du formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` du rapport environnemental annuel, il faut utiliser de façon optimale les résultats des mesures démission qui sont imposées a l`exploitant par ce règlement, par l`autorisation écologique et/ou dans le cadre des taxes sur les eaux usées.
4.1.8.1, § 5Le rapport environnemental annuel est introduit à l`aide des formulaires partiels suivants du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en tant qu`annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
1° établissements tels que mentionnés au § 1er, 1°, 2° et 4°, le formulaire partiel ``Données d`identification``, le formulaire partiel ``Emissions dans l`air``, la section pertinente du formulaire partiel ``Données énergétiques``, le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau``, le formulaire partiel ``Déclaration de déchets pour producteurs`` et le formulaire partiel ``Emissions dans le sol, polluants issus de déchets``;
2° Etablissements tels que mentionnés à l`article 4.1.8.1, § 1er, 3° : le formulaire partiel ``Données d`identification`` et la section pertinente du formulaire partiel ``Données énergétiques``;
3° les eaux usées évacuées pour épuration dans une installation externe dépuration des eaux usées : le formulaire partiel ``Données d`identification`` et le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau``;
4.1.8.2, § 1erLes exploitants des catégories d`établissements, visées à l`article 4.1.8.1 sont tenus de faire parvenir le rapport environnemental annuel intégré, chaque année dans l`année qui suit l`année civile à laquelle le rapport annuel se rapporte, à l`administration, conformément aux articles 2 et 3 de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré et vers la date que ce dernier fixe. Les annexes du rapport annuel, visées au § 2 de l`article 4.1.8.3, ne doivent pas être jointes.``;
4.1.8.2, § 3Les établissements nouvellement mis en service présentent leur premier rapport annuel au cours de l`année qui suit la première année civile d`activité complète.
4.1.8.3, § 1erLe rapport environnemental annuel mentionné à l`article 4.1.8.2, § 1er, comprend les formulaires partiels suivants pour autant que l`établissement y est obligé suivant les dispositions du présent arrêté :
1° le formulaire partiel ``Données d`identification``;
2° le formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et le formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` : ces formulaires partiels comprennent les données mentionnées sur le modèle du formulaire partiel ``Emissions dans l`air`` et du formulaire partiel ``Emissions dans l`eau`` du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré;
3° le formulaire partiel ``Données énergétiques`` : ce formulaire partiel comprend des données mentionnées dans le formulaire partiel ``Données énergétiques`` du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ière de l`arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré
4.1.8.3, § 2Pour autant qu`applicables à l`établissement, les rapports imposés par les conditions particulières des arrêtés d`autorisation ne sont pas joints en annexes au rapport environnemental intégré mais séparément envoyés à la division des Autorisations environnementales et aux autres services mentionnés dans les conditions particulières.``
4.1.8.3, § 4Le rapport environnemental annuel et les annexes sont conservés par l`exploitant au moins pendant 5 ans et tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
4.1.9.1.3, § 3Le coordinateur environnemental dresse un rapport annuel de la façon dont il s`est acquitté de sa mission à l`intention de la direction de l`entreprise et, le cas échéant, du conseil d`entreprise et du comité de sécurité, hygiène et d`embellissement des lieux de travail ou à défaut desdits organes, de la représentation syndicale. Ce rapport contient entre autres un aperçu des avis rendus par lui et les suites qui y ont été données. Le rapport est tenu pendant au moins cinq années civiles suivant l`année civile sur laquelle les données ont trait, à la disposition de la division des Autorisations écologiques et de l`autorité de contrôle.
4.1.9.2.6, § 1erLes éléments suivants de l`audit environnemental, visé à l`article 4.1.9.2.4, doivent, endéans un délai de 30 jours calendaires après la validation de l`audit environnemental, être communiqués :
1° à la division chargée des autorisations écologiques : les éléments visés au 1° à 8° inclus du § 2;
2° à la Vlaamse Milieumaatschappij : Les éléments visés au 1° à 4° inclus du § 2.
4.1.9.2.6, § 2L`audit environnemental validé doit être conservé par l`exploitant pendant au moins 5 ans et tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
4.1.9.3.1, § 1er1° L`exploitant doit fournir aux membres du comité de prévention et de protection au travail :
a) avant le 1er avril de année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, une copie du rapport environnemental annuel visé à l`article 4.1.8.2 du présent règlement;
b) le cas échéant, une copie de la déclaration environnementale validée telle que visée à l`article 4.1.9.2.3. du présent règlement;
c) le cas échéant, une copie de l`audit environnemental validé tel que visé à l`article 4.1.9.2.5. du présent règlement;
2° L`exploitant doit tenir à la disposition du comité de prévention et de protection au travail :
a) avant le 1er avril de l`année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, une copie des annexes au rapport environnemental annuel visées à l`article 4.1.8.2 du présent règlement;
b) tous les renseignements, rapports, avis et documents concernant l`environnement et/ou la sécurité externe, imposés ou non par la réglementation environnementale; ceci vaut en particulier pour les renseignements, rapports, avis et documents que sa propre entreprise doit fournir aux autorités ou tenir à leur disposition en application de la réglementation environnementale;
4.1.9.3.1, § 2Le coordinateur environnemental fournit au comité de prévention et de protection au travail :
1° avant le 1er avril de année suivant l`année civile à laquelle il se rapporte, le rapport annuel sur la façon dont il a rempli sa mission, ceci conformément a l`article 4.1.9.1.3., § 3 du présent règlement;
2° une copie de ses avis visés au § 2 de l`article 4.1.9.1.3. du présent règlement.
4.2.5.2.1, § 4L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.2.5.3.1, § 4L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.2.5.4.2, § 2L`exploitant doit conserver les résultats des mesures effectuées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
4.3.2.2, § 3, alinéa trois, première phraseLa division chargée du maintien de l`environnement doit être informée au moins 10 jours avant le début des travaux, de l`installation des puits de jaugeage visés au premier alinéa.
4.3.2.2, § 3, alinéa trois, dernière phraseL`exploitant doit tenir à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle une fiche technique, établie ou attestée par l`entrepreneur qui a installé les puits de jaugeage, contenant toutes les données techniques relatives à la construction et au pompage d`essai.
4.3.2.3, § 3Dans le cas visé au § 1er, l`exploitant est tenu de conserver les résultats des mesures exécutées dans un dossier de mesure qui doit toujours être tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
4.4.2.4.et de tenir celui-ci à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
4.4.2.5.et de tenir celui-ci à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
4.9.2, § 1erCe plan est tenu au sein de l`établissement à la disposition des services de surveillance
4.10.1.4, § 1erL`exploitant d`un établissement BKG assure la surveillance des émissions CO2 de l`établissement BKG en question. La surveillance des émissions CO2 est exécutée suivant un protocole de monitoring rédigé par l`établissement. L`exploitant d`un établissement BKG doit être en possession d`un protocole de monitoring vérifié par le bureau de vérification pour cet établissement BKG et approuvé par la division chargée de la pollution atmosphérique.
4.10.1.4, § 2Le plan de monitoring joint à la demande d`autorisation écologique ou à la déclaration de modification mineure tient lieu de plan de monitoring de démarrage. Toute actualisation et/ou modification ultérieure du plan de monitoring précité doit être vérifiée par le bureau de vérification et approuvée par la division compétente pour la pollution de l`air. Afin d`obtenir cette vérification et approbation, l`exploitant doit introduire l`actualisation ou la modification auprès du bureau de vérification.
4.10.1.5, § 1erA partir du 1er janvier 2006, l`exploitant d`un établissement BKG rédige un rapport annuel des émissions CO2 relatif aux émissions CO2 de l`établissement BKG générées pendant l`année civile précédente. Le rapport annuel des émissions CO2 contient un aperçu des émissions CO2 totales de l`établissement BKG concerné.
4.10.1.5, § 2Tout rapport annuel des émissions CO2 doit au moins comprendre les données suivantes :
1° 1° les données d`identification de l`établissement BKG, parmi lesquelles :
a) le nom de l`établissement BKG;
b) l`adresse de l`établissement BKG avec code postal et pays;
c) le numéro de la rubrique de l`Annexe Ière du Titre Ier du VLAREM dans laquelle l`établissement BKG a été classé;
d) l`adresse, les coordonnées téléphoniques, fax et e-mail dune personne de contact e) le nom de l`exploitant de l`établissement BKG et d`une éventuelle société mère. 2° pour chaque établissement BKG pour lequel les émissions sont calculées : a) les données d`activité (combustibles et matières premières utilisés, etc.);
b) les facteurs d`émission;
c) les facteurs d`oxydation; d) les émissions totales; e) l`Incertitude
3° Pour chaque établissement BKG pour lequel les émissions sont calculées : a) les émissions totales;
b) l`information sur la fiabilité des méthodes de mesurage;
c) l`Incertitude
4° Dans le cas d`émissions suite à une combustion au profit de la production d`énergie, le facteur d`oxydation est également mentionné dans le rapport, sauf s`il a déjà été tenu compte de l`oxydation lors de l`élaboration d`un facteur d`émission spécifique à l`activité en question.
4.10.1.5, § 3Le rapport d`émission CO2 est rédigé suivant la méthode et les dispositions décrites dans le protocole de monitoring validé pour l`établissement BKG.
4.10.1.5, § 4L`exploitant d`un établissement BKG transmet le rapport annuel des émissions CO2 par lettre recommandée ou par remise contre récépissé au bureau de vérification au plus tard le 1er février de l`année courante.
5.4.1.4, § 1erL`exploitant d`un établissement dans lequel des pigments, peintures ou autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2 sont fabriqués, utilisés et/ou entreposés, doit tenir un registre dans lequel au moins les données suivantes sont mentionnées :
1° les données sur les produits fabriqués, respectivement entrés dans l`établissement : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2, les quantités, exprimées en kg ou tonne, qui sont fabriquées, respectivement entrées dans l`établissement;
2° les données concernant l`entreposage : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2, la désignation de l`endroit où ces produits, avec leur quantité exprimée en kg ou tonne, sont entreposés dans l`établissement; 3° les données concernant l`évacuation hors de l`établissement : par espèce de pigments, de peintures ou d`autres revêtements tels que visés à l`article 5.4.1.3., § 2 : a) la quantité transformée à l`établissement lui-même;
b) le nom de celui à qui les produits ont été livrés, la date de livraison, le numéro de la facture et la quantité livrée.
5.4.1.4, § 2Le registre visé au § 1er est tenu sur place à la disposition du fonctionnaire surveillant pendant une période d`au moins 3 années.
5.4.3.2.3, § 4Pour chaque cabine de peinture, l`exploitant tient un rapport à la disposition de l`autorité de contrôle,
5.4.3.2.3, § 4, alinéa deuxL`exploitant transmet une copie de ce rapport à l`autorité de contrôle, si celle-ci en formule la demande.
5.9.2.1.bis § 2Cette attestation peut être consultée par l`autorité de contrôle.
5.9.2.3, § 6Cette étude est tenue à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.9.7.1, § 3Les plans d`exécution et les rapports de forage des tuyaux d`observation ou les dispositifs de contrôle, tels que visés au §§ 1er et 2 précédents, sont tenus à la disposition de la division chargée des autorisations écologiques
5.9.11.1.L`exploitant tient un registre tel que visé à l`article 10 (Registre de la production des effluents d`élevage) et 11 (Registre de l`écoulement des nutriments P2O5 et N issus d`engrais) de l`arrêté du Gouvernement flamand du 26 mai 2000 portant exécution de certains articles du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l`environnement contre la pollution due aux engrais.
5.16.3.3, § 2, 1°L`exploitant tient à la disposition du fonctionnaire surveillant une attestation établie par le constructeur ou un expert en environnement agréé dans la discipline ``appareils et installations sous pression`` et/ou dans la discipline ``conteneurs pour gaz ou substances dangereuses``,
5.16.3.3, § 3, 2°Les résultats de ces enquêtes sont consignés dans un registre tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant.
5.16.3.3, § 7, 3°Tant une description détaillée que les résultats et constatations desdits contrôles doivent être consignés dans le livret de bord avec mention de la date.
5.16.3.3, § 8, 2°Le gestionnaire d`une installation de réfrigération doit tenir un livret de bord de l`installation à proximité de l`installation de réfrigération. Ce livret peut être constitué en tout ou en partie sous forme de fichier automatisé. Dans ce livret sont au moins consignés avec mention de la date :
a) la date de mise en service de l`installation de réfrigération, avec indication du type d`agent réfrigérant et de la capacité nominale d`agent réfrigérant;
b) la nature des travaux de contrôle, d`entretien, de réparation et d`installation effectués à une installation de réfrigération;
c) toutes les pannes et alarmes relatives à l`installation de réfrigération pouvant donner lieu à des pertes par fuite;
d) la nature et le type (nouveau, réutilisé, recyclé ou régénéré) d`agent réfrigérant ajouté à une installation de réfrigération;
e) la quantité d`agent réfrigérant vidangé et la quantité d`agent réfrigérant éliminé avec indication de la date, du transporteur et de la destination;
f) une description et les résultats des contrôles d`étanchéité;
g) le nom de la personne qui a effectué les opérations et les observations citées sous a) à f) inclus et, au besoin, le nom de l`entreprise qui occupe cette personne;
h) au besoin, une attestation délivrée par la personne visée sous g) concernant les opérations quelle a effectuées;
i) les périodes importantes de mise hors service.
5.16.3.3, § 8, 3°Pour permettre le contrôle des agents réfrigérants ajoutés ou enlevés, l`exploitant doit tenir à la disposition du fonctionnaire surveillant les documents suivants :
a) les factures relatives aux quantités d`agent réfrigérant achetées;
b) le livret visé sous 2°.
5.16.4.1.3, § 3, 1°Les résultats des tests sont notés dans un carnet de notes tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant et de l`expert en environnement agréé chargé des contrôles mentionnés au 2°.
5.16.4.1.3, § 3, 2°, alinéa troisLe rapport de contrôle précité est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.4.3.6, § 3qui est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.6.11, § 9L`exploitant tient ce certificat à la disposition du fonctionnaire surveillant.
5.16.6.16, alinéa deuxL`exploitant tient le certificat de réception du réservoir et le rapport d`enquête à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.6.17, 4°L`exploitant tient l`éventuel certificat de réception du réservoir et le rapport d`enquête à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.16.7.8, § 1erL`exploitant tient les résultats de mesurage, les agréments et les contrôles de l`installation imposés par le présent règlement à la disposition de l`autorité chargée du contrôle, au minimum jusqu`au moment où les résultats des prochains mesurages, agréments ou contrôles de l`installation sont disponibles.
5.17.1.4, § 2, alinéa deuxCe certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire surveillant. Une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.1.11, § 1erSans préjudice des obligations découlant de l`article 7 du Titre Ier du VLAREM, l`exploitant d`un établissement de première classe tiendra un registre ou un support de données alternatif, dans lequel il mentionnera au minimum, par caractéristique principale, la nature et les quantités des substances dangereuses stockées. Ces données seront conservées de façon à pouvoir déterminer à tout moment les quantités de substances dangereuses présentes au sein de l`établissement.
5.17.1.11, § 2Le registre ou support de données alternatif visé au § 1er sera tenu sur place, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle pendant un mois au moins.
5.17.1.15, § 1erAvant de procéder à la réparation ou à l`inspection de l`intérieur d`un réservoir ayant contenu des produits de type P1 et/ou P2, il est indispensable que l`établissement dispose d`une procédure, sanctionnée par l`exploitant ou le chef du service de la prévention et de la protection, régissant les modalités d`exécution de telles activités. La procédure doit prévoir le nettoyage du réservoir conformément à une méthode offrant des garanties suffisantes tant sur le plan de la protection contre le feu et les explosions, que sur le plan de la protection de l`environnement.
5.17.1.20.Il tient toujours les certificats visés à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.17.2.4, § 1er, 4°, alinéa deuxce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle; une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.2.5, § 1er, 4°, alinéa deuxce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle; une copie du certificat est transmise par l`exploitant à la division chargée des autorisations écologiques.
5.17.3.12, § 1er, alinéa cinqLes plans d`exécution et les rapports de forage sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.17.4.1.3, § 4Ce rapport doit être transmis à la division chargée des autorisations écologiques et à la division chargée du maintien de l`environnement et à la Vlaamse Milieumaatschappij.
5.17.4.1.5L`exploitant tiendra un registre dans lequel il mentionnera toutes les informations relatives au débit. Ce registre sera tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.17.4.1.6L`exploitant d`une installation de récupération de vapeurs tiendra un registre dans lequel il indiquera avec précision chaque période de mise hors service de la dite installation, ainsi que la raison de la mise hors service et les mesures qui ont été prises. Ce registre sera conservé sur le lieu d`exploitation en vue d`être consulté.
5.17.4.2.1, § 2Si le débit d`essence est égal à, ou inférieur à 100 m3 /an, l`exploitant en tient une preuve à la disposition du fonctionnaire contrôleur.
5.17.4.2.5, § 1erDans les 3 mois après la date de la mise en service du système de récupération des vapeurs phase 2, les données suivantes doivent être transmises à la division chargée des autorisations écologiques :
1° le nom et l`adresse du détenteur de l(des) autorisation(s) (exploitant);
2° la (les) référence(s) de l`(des) autorisation(s) courante(s); 3° le nombre de colonnes de distribution, pompes et pistolets de remplissage d`essence;
4° le type du système de récupération des vapeurs phase 2;
5° la date de mise en service du système :
6° la copie du certificat du système;
7° l`efficacité mesurée lors du contrôle initial au moment de la réception du système;
8° l`ordre de grandeur du débit (supérieur ou non à 500 m3 /an).
5.17.4.2.5, § 2L`exploitant doit tenir une copie des données fixées au § 1er, et la preuve de leur déclaration à la division chargée des autorisations écologiques, à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle A partir de 3 mois après la date d`entrée en service du système de récupération des vapeurs phase 2, l`exploitant doit tenir les données nécessaires concernant le débit mesuré et l`ordre de grandeur du débit prévu à la disposition du fonctionnaire contrôleur
5.18.1.1, § 4L`exploitant tient une copie des arrêtés d`autorisation et les plans correspondants sur lesquels les parcelles cadastrales autorisées sont clairement indiquées à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.18.1.1, § 5Le nom de cette personne responsable est transmis par écrit à la division chargée du maintien de l`environnement ainsi qu`à la division chargée des ressources naturelles par le détenteur de l`autorisation.
5.18.1.2, § 4Le détenteur de l`autorisation est tenu d`établir un rapport sur l`état d`avancement comme prévu par l`arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret relatif aux minerais de surface.
5.18.2.1, § 1erL`exploitant communique la date et l`heure à laquelle il sera procédé au balisage au plus tard sept jours calendaires au préalable à la division chargée du maintien de l`environnement ainsi qu`à la division chargée des ressources naturelles.
5.19.2.3.3, 3°L`exploitant tient une attestation à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
5.19.2.3.4, § 3,, alinéa troisL`exploitant tient un programme de contrôle à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.19.2.3.4, § 4Les données des contrôles visés au § 3, les résultats des mesures et autres constatations ainsi que les réparations ou modifications exécutées aux installations, sont inscrites dans un registre qui, ensemble avec les rapports de contrôle, sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.20.2.8, § 3Chaque modification du combustible, de la teneur en soufre du combustible liquide et des heures de mise hors service est inscrite dans un registre, que l`exploitant tient à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.20.3.9.Les mesures prises pour réduire les émissions dans une entreprise de fours à coke doivent être fixées dans un manuel d`entreprise, notamment pour :
1° colmater les ouvertures;
2° garantir que seul du matériel entièrement cokéfié est exprimé;
3° éviter que des gaz non brûlés entrent dans l`atmosphère.
5.28.2.3, § 7,, alinéa deuxL`exploitant adresse une copie des résultats d`analyse à la division chargée du maintien de l`environnement et le cas échéant à l`exploitant de la prise d`eau à protéger.
5.28.3.2.1, § 1erL`exploitant communique le nom du délégué responsable par écrit à l`autorité de contrôle.
5.28.3.2.3, § 1erL`exploitant tient un registre. Sauf disposition contraire dans l`autorisation écologique, l`exploitant note dans ce registre au moins : 1° les données relatives à l`engrais animal amené; a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche); c) la provenance (producteur) de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) le cas échéant, les remarques concernant l`engrais animal et l`apport.
2° les données relatives à l`engrais animal non traité ou non transformé éventuellement évacué
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`évacuation de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal non traité (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche);
c) la destination de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) le cas échéant, les remarques concernant l`engrais animal et l`évacuation.
3° les données relatives à l`évacuation des produits finis (revalorisés ou non) :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`évacuation des produits finis;
b) la nature des produits finis;
c) la destination des produits finis; d) les coordonnées du transporteur des produits finis et le mode de transport avec indication des références du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture;
e) la quantité (masse et volume) de produits finis avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
4° les données relatives à l`engrais animal amené mais refusé :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport de l`engrais animal;
b) la nature de l`engrais animal (espèce animale, type (engrais sec, lisier, fumier...), teneur en matière sèche);
c) la provenance (producteur) de l`engrais animal;
d) les coordonnées du transporteur de l`engrais animal et le mode de transport avec indication du numéro du bordereau d`expédition ou de la lettre de voiture qui accompagne le transport;
e) la quantité (masse et volume) d`engrais animal avec indication des références du certificat de pesée éventuellement délivré;
f) les teneurs en azote et en P2O5;
g) la raison du refus et les remarques concernant l`engrais animal et l`apport; 5° les difficultés et perturbations rencontrées, observations, mesures et autres renseignements concernant l`exploitation de l`établissement.
6° données sur l`apport d`autres matières (premières):
a. le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`apport des autres matières (premières);
b) la nature des autres matières (premières);
c) la provenance des autres matières (premières);
d) la quantité (masse et volume) d`autres matières (premières) avec mention des références de l`éventuel bon de pesage;
e) les teneurs en azote et en P2O5;
5.28.3.2.3, § 2Les volets D (accusé de réception) du titre de vente d`engrais ou du document de transfert se rapportant à l`engrais animal amené, doivent être conservés avec le registre. Il en est de même pour les volets C (preuve de vente) du titre de vente d`engrais ou du document de transfert se rapportant à l`engrais animal non traité ou non transformé, évacué.
5.28.3.2.3, § 3Le registre visé au § 1er et les volets visés au § 2 peuvent être consultés par les fonctionnaires chargés du contrôle ainsi que par les fonctionnaires de la division de la Mestbank au sein de la Vlaamse Landmaatschappij.
5.28.3.2.3, § 1erLe registre visé à l`article 5.28.3.2.3 reprendra pour tout type d`engrais animal, le volume total d`engrais animal acheminé, traité et évacué ainsi que le volume d`autres matières (premières) acheminées, ventilés par jour, par mois et par année calendaire. Ces données seront communiquées à la division Mestbank de la ``Vlaamse Landmaatschappij`` sur simple demande. La quantité d`engrais animal acheminée est également totalisée par numéro de la Mestbank par année calendaire.
5.28.3.2.4, § 2, alinéa troisLes bilans nutritionnels visés ci-dessus doivent être transmis annuellement à la division Mestbank de la ``Vlaamse Landmaatschappij``, avant le 15 mars de l`année suivant celle à laquelle se rapporte le bilan.
5.29.0.6, § 1er, 3°, alinéa troisLe moment et l`exécutant des mesures sont communiqués par fax à l`autorité de contrôle au plus tard 72 heures avant le début des mesures.
5.31.1.4, § 3Les résultats des mesurages ou des calculs doivent être conservés pour être consultés par les fonctionnaires chargés du contrôle.
5.31.2.3.et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.32.2.3, § 1er, 4°, alinéa troisL`autorité qui délivre la licence et le fonctionnaire chargé du contrôle sont informés par écrit par l`exploitant des mesures d`assainissement prévues.
5.32.2.3, § 3Les rapports d`enquête visés au §§ 1er et 2 du présent article sont présents dans l`établissement. Ils sont à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.2.4, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
5.32.2.4, § 2Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.2.5, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.3.4, § 1erCes certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.3.8, § 5, dernier alinéaLes dates de ces contrôles et les constatations faites au cours de ces contrôles sont inscrits dans un carnet qui est tenu à la disposition du bourgmestre et du fonctionnaire compétent.
5.32.4.2, § 6qui note les constatations effectuées dans un registre spécial tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.2.4, § 2, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.4, § 5Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.5, § 1er, alinéa troisLa date et la nature des travaux d`entretien doivent être notées dans un registre qui fait partie du dossier de sécurité qui doit être conservé par l`exploitant et tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.6, § 1er, alinéa premierLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.2.9, § 9, alinéa premierUn règlement d`ordre intérieur est communiqué à la police ou gendarmerie locale. Ce règlement d`ordre intérieur contient : les directives et obligations relatives à l`enregistrement des tireurs, les modalités concernant le chargement et déchargement des armes, les modalités pour les tirs, entre autres les disciplines de tirs et les stands de tir ainsi que celles relatives à l`entrée et l`évacuation de la zone de tir. Le règlement mentionne expressément que les tireurs s`engagent à respecter les ordres relatifs à la sécurité de la personne responsable.
5.32.7.2.12, § 1erL`exploitant doit tenir un registre d`exploitation, comprenant :
1° un dossier de sécurité qui comprend :
a) le plan de situation à une échelle minimale de 1/200 de tous les locaux avec indication de leurs communications, accès et sorties, ainsi que la nature et l`emplacement des extincteurs et l`emplacement du tableau électrique;
b) le certificat du corps de pompiers compétent concernant la nature, le nombre et l`emplacement des extincteurs ainsi que concernant le nombre de personnes admises dans l`espace de tir;
c) les certificats concernant la résistance au feu ou de la capacité d`auto-extinction des matériaux de construction utilisés;
d) les certificats concernant les contrôles de l`installation électrique et des extincteurs;
e) le nom de la personne responsable pour la sécurité.
2° le règlement d`ordre intérieur;
3° un registre de travail avec la liste indiquant la nature et la date des travaux d`entretien, de contrôle et de réparation effectués;
4° le nom de l`exploitant et la liste des membres.
5.32.7.2.12, § 2Le dossier d`exploitation est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.5.3, § 3Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.5.4, § 1erLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.5.4, § 4Les certificats comportant la date et les résultats de ce contrôle seront ajoutés dans le dossier de sécurité, visé à l`article 5.32.7.5.7., § 1er, au 1°.
5.32.7.5.7, § 1erL`exploitant doit tenir un dossier d`exploitation, comprenant :
1° un dossier de sécurité qui comprend :
a) le plan de situation à une échelle minimale de 1/200 de tous les locaux avec indication de leurs communications, accès et sorties, ainsi que la nature et l`emplacement des extincteurs et l`emplacement du tableau électrique;
b) les certificats concernant les contrôles de l`installation électrique et des extincteurs;
le nom de la personne responsable pour la sécurité. 2° le règlement d`ordre intérieur;
3° un registre de travail avec la liste indiquant la nature et la date des travaux d`entretien, de contrôle et de réparation effectués;
5.32.7.5.7, § 2Le dossier d`exploitation est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.7.6.4, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être conservé par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.7.6.4, § 3Ces certificats de contrôle sont conservés par l`exploitant dans le dossier de sécurité qui sera tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.8.2.1, § 1erLa preuve de l`éventuelle convention de location doit être tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
5.32.8.2.6, § 1erL`exploitant est obligé de tenir un dossier d`exploitation dans lequel pour chaque séance de tir est mentionné :
1° le nom et l`âge des personnes responsables, des opérateurs et des maîtres de tirs;
2° le nom des tireurs; pour ceux-ci on peut également renvoyer à une liste de participants datée;
3° la date, l`heure de début et de fin, et le numéro du tir;
4° le règlement d`ordre intérieur;
5.32.8.2.6, § 3Le dossier d`exploitation, visé au § 1er, est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle à tout temps.
5.32.9.1.2, § 1er, alinéa deuxLes certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.1.3, § 1erCes certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.1.4, § 1erL`exploitant informe le fonctionnaire chargé du contrôle de l`Administratie Gezondheidszorg` :
1° de la date de la première mise en service;
2° de la période de fermeture pour p. ex. l`entretien, des adaptations, etc.;
3° de la remise en service de la piscine;
4° de toutes les modifications d`un point de vue de la technique de construction, même si celles-ci sont exécutées en interne.
5.32.9.2.2, § 1er alinéa premier, première phraseL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence. Les procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 1er alinéa premier, avant-dernière phraseLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire de contrôle.
5.32.9.2.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.2.2, § 3, 5°La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.2.2, § 3, 6°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.2.2, § 3ter, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.2.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.2.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.2.2, § 7, 1°L`exploitant instaure un règlement d`ordre intérieur afin d`assurer une bonne exploitation.
5.32.9.2.2, § 7, 2°Le règlement visé sous 1° contient au moins les points suivants :
a) la direction a le droit d`interdire l`entrée dans l`établissement à toute personne qui apparaît présenter un danger pour la sécurité et la santé des personnes présentes (ivresse, perturbation de l`ordre, non-respect du présent règlement, etc.);
b) les animaux ne sont pas admis dans l`établissement;
c) chaque baigneur doit prendre une douche avant de pénétrer dans le local de la piscine;
d) les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.3.2, § 1er alinéa premier, première phraseL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence.
5.32.9.3.2, § 1er alinéa premier, avant-dernière phraseLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.3.2, § 3, 5°La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.3.2, § 3, 6°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.3.2, § 3bis, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.3.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.3.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.3.2, § 7, 1°L`exploitant instaure un règlement d`ordre intérieur afin d`assurer une bonne exploitation.
5.32.9.3.2, § 7, 2°Le règlement visé sous 1° contient au moins les points suivants :
a) la direction a le droit d`interdire l`entrée dans l`établissement à toute personne qui apparaît présenter un danger pour la sécurité et la santé des personnes présentes (ivresse, perturbation de l`ordre, non-respect du présent règlement, etc.);
b) les animaux ne sont pas admis dans l`établissement;
c) chaque baigneur doit prendre une douche avant de pénétrer dans le local de la piscine;
d) les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.4.2, § 3, alinéa troisUne copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.4.2, § 6L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
1° les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous § 2;
2° les résultats des analyses mensuelles visées sous § 3;
3° les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
4° le taux d`occupation journalier de la piscine;
5° chaque particularité, incident ou accident;
6° le relevé mensuel de la consommation d`eau;
7° toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.5.1, § 3, alinéa troisUne copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.5.2, § 1er, alinéa deuxCe registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 1er, alinéa premierL`exploitant dispose de procédures écrites dans lesquelles le fonctionnement est décrit en conditions normales et en conditions d`urgence.
5.32.9.7.2, § 1er, alinéa deuxLes procédures précitées sont également tenues à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 2, 2°Un certificat de cet essai est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.7.2, § 2, 7°L`exploitant tient un registre avec les données relatives à la gestion des produits chimiques, à savoir leur dénomination, quantité, date de livraison, incidents éventuels, tous les travaux d`entretien, contrôles, pannes, réparations et accidents.
5.32.9.7.2, § 3, 4°Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.7.2, § 4, 3°, alinéa trois,Une copie des résultats de l`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.7.2, § 4, 4°L`exploitant tient un registre comprenant les données suivantes :
a) les résultats des analyses quotidiennes de l`eau de la piscine visées sous 2° ;
b) les résultats des analyses mensuelles visées sous 3° ;
c) les dates auxquelles les filtres sont rincés et/ou le matériel de filtrage est changé;
d) le taux d`occupation journalier de la piscine;
e) chaque particularité, incident ou accident;
f) le relevé mensuel de la consommation d`eau;
g) toute constatation concernant le contrôle technique lors de la vidange de la piscine et lors du réapprovisionnement du stock de produits chimiques. Ce registre sera conservé pendant au moins 5 ans par l`exploitant et sera toujours tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.32.9.8.1, § 2L`exploitant fixe un règlement d`ordre intérieur qui contient au moins les dispositions suivantes : 1° l`accès à la piscine est interdit aux personnes en état d`ébriété;
2° les personnes atteintes ou suspectées d`être atteintes d`une maladie contagieuse ne sont pas admises dans l`eau de la piscine;
3° il est interdit d`utiliser du savon dans des endroits autres que dans les douches;
4° les chiens ou autres animaux domestiques ne sont pas admis dans l`eau ou à la plage;
5° les enfants de moins de 6 ans doivent toujours être accompagnés par un adulte qui les surveille.
5.32.9.8.2, § 3Une copie de ces résultats d`analyse est directement envoyée par le laboratoire à l`inspecteur d`hygiène.
5.32.9.8.5, § 6bis, alinéa deuxCe plan de surveillance est tenu à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.32.9.8.5, § 7La copie du brevet ou du certificat précité est tenue à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.9.8.5, § 8Le certificat de la plus récente formation supplémentaire est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle sur les lieux de l`exploitation.
5.32.10.1, § 3, alinéa deuxLe contrôle des mesures et la façon dont celui-ci est effectué sont mentionnés dans le registre.
5.33.0.2, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.33.0.2, § 2Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.33.0.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.36.0.2, § 1er, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.36.0.2, § 2Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.36.0.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.38.0.2, § 2, alinéa deuxUn certificat, délivré par un expert, le fournisseur ou l`installateur, doit être tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle par l`exploitant.
5.38.0.2, § 4Ces certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.38.0.3, § 5Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.1.3, § 1erCes certificats de contrôle sont tenus par l`exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.1.3, § 4Les certificats comportant la date et le résultat de ce contrôle sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.41.2.2, § 4, alinéa premierL`exploitant conserve pour chaque machine un rapport à la disposition de l`autorité de contrôle, dans lequel il est démontré que les conditions du § 2 ou du § 3 sont satisfaites.
5.41.2.2, § 4, alinéa troisL`exploitant transmet une copie de ce rapport à l`autorité de contrôle, si celle-ci en formule la demande.
5.41.2.3, § 3Ce livre de bord doit être conservé au moins 5 ans après le dernier enregistrement et doit être tenu à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.2.1.2, § 3L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.2.1.3, § 7Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.2.1.5et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle
5.43.2.2.2, § 2L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.2.2.3, § 4Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.2.2.5et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.2.3.3, § 4Les résultats des mesures d`émissions précitées doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle
5.43.3.2, § 3L`exploitant doit informer la division chargée du maintien de l`environnement de chaque cas particulier, dès que celui-ci a lieu.
5.43.3.3, § 6Les résultats des mesures ou des calculs doivent être tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.43.3.6.et tenir ces données à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.43.4.2.Chaque modification du combustible, de la teneur en soufre du combustible liquide et des heures de mise hors service est inscrite dans un registre, que l`exploitant tient à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.51.4.1.L`utilisateur tient le rapport de l`analyse des risques et un registre des OGM et organismes pathogènes, utilisés dans le cadre d`une utilisation confinée, à la disposition des fonctionnaires de contrôle et de l`instance compétente.
5.51.4.2, § 2,, alinéa deuxCe programme de contrôle doit être tenu à la disposition de l`autorité de contrôle.
5.53.3.3, § 5qui est présenté sur simple demande aux fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.3.3, § 6Le relevé du compteur est noté dans un registre lors de l`enlèvement et du replacement.
5.53.3.3, § 9Le relevé du débitmètre est noté dans un registre le dernier jour calendaire de chaque année au cours de laquelle les eaux souterraines sont pompées et à chaque fois que le débitmètre doit être enlevé ou repositionné, pour quelle raison que ce soit.
5.53.4.6, § 2Les données, visées à l`article 5.53.4.5 et au § 1er, sont consignées par l`exploitant dans un registre qui reste sur place ou sont stockées dans une base de données centralisée de l`exploitation, tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.4.7.L`exploitant d`un captage d`eaux souterraines autorisé à pomper plus de 30 000 m3 par an communique chaque année les résultats de l`année civile précédente des volumes d`eaux souterraines captées par nappe phréatique, des analyses des eaux souterraines et des mesures de niveau effectuées. Cette communication est faite conformément aux articles 2 et 3 de l`arrêté du Gouvernement flamand instaurant le rapport environnemental annuel intégré, et ce avant la date que ce dernier stipule, et à l`aide des parties IA et IV du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ire de l`arrêté du Gouvernement flamand du 7 janvier 2005 modifiant les arrêtés du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d`hygiène de l`environnement, du 18 mars 1997 fixant les modalités de déclaration des quantités d`eau souterraine pompées ou captées par les sociétés responsables de l`alimentation publique en eau potable en vue de la fixation de la taxe, du 28 juin 2002 portant exécution du Chapitre IIIbis de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution et du chapitre IVbis du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets et du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
5.53.4.8.Au plus tard nonante jours après le forage, le reforage, la pose, la modification ou la transformation d`un captage d`eaux souterraines ou d`une unité de captage d`eaux souterraines dont le volume autorisé comporte plus de 30 000 m3 par an, l`exploitant communique les informations suivantes à la division compétente pour les eaux souterraines :
1° le but du forage;
2° le rapport de forage avec une description de la nature des aquifères traversés;
3° la description de la composition géologique des couches, dans la mesure où celles-ci sont connues;
4° la description technique de l`équipement utilisé dans le trou de forage, de l`exécution et de la transformation du puits et/ou de toute autre installation;
5° l`aquifère duquel proviennent les eaux souterraines;
6° le débit spécifique du puits;
7° la qualité des eaux souterraines pompées sur la base des résultats d`analyse visés à l`article 5.53.4.5. § 1er. 8° la profondeur des eaux souterraines au repos après développement du puits par rapport à la surface du sol;
9° les mesures prises en vue d`éviter la pollution de l`environnement en général et celle des eaux souterraines en particulier;
10° à partir d`un volume autorisé de 1 000 000 m3 par an, le rapport d`expertise établi après un essai de pompage;
11° la représentation cartographique à échelle 1/250e avec indication de références visibles sur le terrain.
5.53.5.1, § 1er, alinéa deuxL`exploitant communique cette mise hors service à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.53.6.3.1, § 4Les données, visées aux §§ 1er et 2, sont notées dans un registre qui est conservé sur place ou dans une base de données centralisée de l`entreprise, tenus à la disposition des fonctionnaires chargés du contrôle.
5.53.6.3.2L`exploitant d`un captage d`eaux souterraines, visé à la sous-rubrique 53.7 de la liste de classification, établit, tous les cinq ans, un rapport contenant les données suivantes :
1° une description de l`évolution des débits pompés et des niveaux correspondants dans les puits de production et dans les puits de sonde au cours de la période écoulée (éventuellement reproduite en séquences), accompagnée d`une évaluation de cette période;
2° une description des influences éventuelles potentiellement constatées à la surface des propriétés, tant en ce qui concerne la stabilité du sol qu`en ce qui concerne la végétation et le milieu naturel;
3° dans le cas de captages d`eaux souterraines à cinq puits de sonde et plus, deux cartes représentant le niveau de hausse de l`eau dans l`aquifère alimenté par pompage et dans l`aquifère phréatique de la zone avoisinante, établies en se basant sur des mesures réelles; l`une des cartes montrera le niveau le plus élevé, l`autre, le niveau le plus bas des eaux souterraines. L`exploitant fournit une copie de ce rapport à l`autorité qui a délivré l`autorisation, ainsi qu`à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.54.3, § 2L`exploitant tiendra un registre concernant l`exploitation d`un établissement pour l`alimentation artificielle des eaux souterraines, dans lequel seront inscrits :
1° les résultats des mesurages visés au § 1er, ainsi que le niveau dans le tronçon d`infiltration;
2° durant la première année de l`alimentation artificielle, la quantité d`eau ajoutée artificiellement au cours des 24 heures précédant les mesurages hebdomadaires du niveau;
3° la quantité d`eau ajoutée artificiellement sur une base mensuelle.
L`exploitant tiendra le registre à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.3, § 3Si le volume annuel d`eau ajoutée comprend plus de 30 000 m3, l`exploitant est tenu de communiquer les informations visées au § 2, par écrit, à la division compétente pour les eaux souterraines, au plus tard le 15 mars de chaque année suivant celle à laquelle se rapportent les données.
5.54.4, § 2, alinéa troisL`exploitant tiendra les rapports d`échantillonnages et d`analyses visés au premier alinéa à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.5, § 2L`exploitant tiendra les rapports des échantillonnages et analyses visés au § 1er à la disposition de l`autorité chargée du contrôle.
5.54.5, § 3Si le volume annuel d`eau ajoutée comprend plus de 30 000 m3, l`exploitant est tenu de communiquer les informations visées au § 1er, par écrit, à la division compétente pour les eaux souterraines, au plus tard le 15 mars de chaque année suivant celle à laquelle se rapportent les données.
5.55.2, § 4Lorsque le forage descend jusqu`à plus de 50 m en dessous de la surface du sol, l`exploitant communique les informations suivantes à la division compétente pour les eaux souterraines, nonante jours au plus tard après le début de l`activité de forage :
1° le but du forage;
2° le rapport de forage avec une description de la nature des aquifères traversés;
3° la description de la composition géologique des couches, dans la mesure où celles-ci sont connues;
4° la description technique de l`équipement utilisé dans le trou de forage;
5° la profondeur des eaux souterraines au repos après développement du puits par rapport à la surface du sol;
6° les mesures prises en vue d`éviter la pollution de l`environnement en général et celle des eaux souterraines en particulier;
7° la représentation cartographique à échelle 1/250e avec indication de références visibles sur le terrain.
5.55.3, § 1er, alinéa deuxLorsque le forage descend jusqu`à plus de 50 m en dessous de la surface du sol, l`exploitant communique cette mise hors service à la division compétente pour les eaux souterraines.
5.57.2.2, § 2, alinéa deuxL`exploitant transmet un exemplaire de ce plan :
1° à la division, compétente pour les autorisations écologiques.
2° à la division, compétente pour le maintien de l`environnement;
3° à la division, compétente pour les nuisances sonores;
4° à la Députation permanente de la ou des province(s) faisant l`objet des courbes de bruit;
5° au collège des bourgmestre et échevins de la ou des commune(s) faisant l`objet des courbes de bruit.
5.57.2.2, § 3Sauf mention contraire dans l`autorisation écologique, le plan, visé au § 2, et les données, visées à l`article 5.57.1.2, § 5, sont transmis aux instances citées au § 2, au plus tard le 30 avril de l`année qui suit celle faisant l`objet du calcul.
5.59.1.2, § 2, alinéas premier et deuxSi l`exploitant désire bénéficier pour des installations du programme de réduction de l`annexe 5.59.2, il doit en avertir par lettre recommandée l`autorité qui a délivré la licence et la division compétente pour les autorisations écologiques aux dates suivantes : 1° au plus tard le 31 octobre 2005 dans le cas d`installations existantes;
2° lors de la demande d`autorisation ou notification dans le cas de nouvelles installations pour lesquelles aucune demande d`autorisation ou notification n`a été introduite avant le 1er avril 2001;
3° avant la mise en service pour les nouvelles installations pour lesquelles une demande d`autorisation ou notification a déjà été introduite avant le 1er avril 2001.
5.60.3, § 1erL`exploitant communique le nom du délégué responsable par écrit à l`autorité de contrôle.
5.60.3, § 4Sauf dispositions contraires stipulées par l`autorisation écologique, l`exploitant tient un registre dans lequel sont consignées au moins les données suivantes :
1° le numéro d`ordre, la date et l`heure du transport des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
2° l`origine et la provenance des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
3° le transporteur des terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage;
4° les quantités de terres excavées non polluées et/ou boues de dragage et vases de curage acheminés;
5° des remarques sur les terres excavées et/ou boues de dragage et vases de curage et l`acheminement, y compris les terres excavées acheminées et/ou boues de dragage et vases de curage refusés.
5.61.2, § 4Sauf dispositions contraires stipulées dans l`autorisation écologique, l`exploitant tient un registre dans lequel sont consignées au moins les données suivantes :
1° en ce qui concerne l`apport :
a) le numéro d`ordre, la date et l`heure de l`acheminement des terres excavées;
b) l`origine et la provenance des terres excavées;
c) le transporteur des terres excavées;
d) les quantités de terres excavées apportées;
e) des remarques sur les terres excavées apportées, y compris les terres excavées acheminées refusées.
2° en ce qui concerne l`entreposage : le lieu où les terres livrées sont entreposées.
3° en ce qui concerne l`évacuation :
a) la destination des terres excavées;
b) le transporteur des terres excavées;
c) les quantités de terres excavées apportées;
6.5.3.1, § 1er, 5°Ce certificat est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
6.5.4.3, § 1er, première phraseDans le mois de la mise en place de l`installation de stockage, l`exploitant, ou à sa demande, l`installateur ou l`expert agréé qui a surveillé la mise en place, en avise la division de la Vlaamse Milieumaatschappij, compétente pour les eaux souterraines.
6.5.4.3, § 2Cet avis contient les renseignements suivants :
* l`identification de l`installateur ou du technicien agréé;
* une localisation univoque de l`installation de stockage;
* une copie du certificat délivré;
6.5.4.4.Lors de la réception de l`installation de stockage, l`installateur habilité ou le technicien agréé remet au propriétaire le certificat de l`installation ensemble avec les certificats ou les rapports d`essais des composants. Le propriétaire de l`installation de stockage prend soin que le ou les exploitant(s) est (sont) en possession d`une copie du certificat de l`installation.
Artikel Wettelijke verplichting
1.2.4.1, tweede lid Deze besluiten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
[..][..]
4.1.4.2 De exploitant houdt de gegevens met betrekking tot de door dit reglement of de milieuvergunning opgelegde meet- en registratieverplichtingen, met inbegrip van de registers en balansen, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar en bewaart ze gedurende ten minste 5 jaar.
4.1.5.2 Alle documenten en gegevens die in toepassing van dit besluit moeten bezorgd worden aan de overheid moeten tevens ter beschikking worden gesteld van de werknemersvertegenwoordiging in de ondernemingsraad en in het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen. Bij ontstentenis van deze beide organen worden de documenten en gegevens ter beschikking gesteld van de syndicale delegatie van de onderneming.
4.1.8.1, § 4 Bij de opmaak van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het milieujaarverslag moet er optimaal gebruik worden gemaakt van de resultaten van emissiemetingen die aan de exploitant zijn opgelegd door dit reglement, door de milieuvergunning en/of in het kader van de afvalwaterheffingen.
4.1.8.1, § 5 Het milieujaarverslag wordt ingediend door middel van de volgende deelformulieren van het integrale milieujaarverslag waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, is gevoegd : 1° inrichtingen als vermeld in § 1, 1°, 2° en 4° het deelformulier "Identificatiegegevens", het deelformulier "Luchtemissies", het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens", deelformulier "Wateremissies", deelformulier "Afvalstoffenmelding voor producenten" en deelformulier "Bodememissies, verontreinigende stoffen uit afval; 2° inrichtingen als vermeld in artikel 4.1.8.1, § 1, 3° : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens"; 3° afvalwater afgevoerd voor zuivering in een externe afvalwaterzuiveringsinstallatie : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het deelformulier "Wateremissies";
4.1.8.2, § 1 De exploitanten van de categorieën van inrichtingen, bedoeld in artikel 4.1.8.1, zijn gehouden jaarlijks in het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, het milieujaarverslag te sturen naar de administratie, overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag en voor de datum die daarin wordt bepaald. De bijlagen bij dat jaarverslag, bedoeld in § 2 van artikel 4.1.8.3, hoeven niet te worden bijgevoegd.
4.1.8.2, § 3 Inrichtingen die nieuw in bedrijf worden genomen, dienen het eerste jaarverslag in in het jaar dat volgt op het eerste volledige kalenderjaar van bedrijvigheid
4.1.8.3, § 1 Het milieujaarverslag vermeld in artikel 4.1.8.2., § 1, bevat de volgende deelformulieren voor zover de inrichting daartoe verplicht wordt volgens de desbetreffende bepalingen van dit besluit : 1° het deelformulier "Identificatiegegevens"; 2° het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" : deze deelformulieren bevatten de gegevens weergegeven in het model van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag; 3° het deelformulier "Energiegegevens" : dit deelformulier bevat gegevens weergegeven in deelformulier "Energiegegevens" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.
4.1.8.3, § 2 Voor zover van toepassing op de inrichting worden de in de vergunningsbesluiten in bijzondere voorwaarden opgelegde rapporten niet gevoegd als bijlage bij het integrale milieujaarverslag, maar wel afzonderlijk verstuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen en de andere in de bijzondere voorwaarden genoemde diensten.
4.1.8.3, § 4 Het milieujaarverslag en de bijlagen worden door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
4.1.9.1.3, § 3 De milieucoördinator stelt ten behoeve van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van deze organen, van de vakbondsafvaardiging jaarlijks een verslag op over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld. Dit verslag bevat onder meer een overzicht van de door hem uitgebrachte adviezen en het gevolg dat eraan werd gegeven. Het verslag wordt ten minste gedurende vijf kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben ter inzage gehouden van de afdeling Milieuvergunningen alsook van de toezichthoudende overheid.
4.1.9.2.6, § 1 De volgende elementen van de in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moeten, binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de validatie van de milieuaudit, worden meegedeeld : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 8° van § 2; 2° aan de Vlaamse Milieumaatschappij : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 4° van § 2.
4.1.9.2.6, § 2 De gevalideerde milieuaudit moet door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard worden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.1.9.3.1, § 1 1° De exploitant moet aan de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk bezorgen :
a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, afschrift van het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuverklaring als bedoeld in artikel 4.1.9.2.3. van dit reglement; c) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuaudit als bedoeld in artikel 4.1.9.2.5. van dit reglement; 2° De exploitant moet ter beschikking stellen van het comité voor preventie en bescherming op het werk :
a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het afschrift van de bijlagen bij het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) alle al dan niet door de milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die verband houden met het milieu en/of de externe veiligheid; inzonderheid geldt dit voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die de eigen onderneming met toepassing van de milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter inzage dient te houden;
4.1.9.3.1, § 2 De milieucoördinator bezorgt aan het comité voor preventie en bescherming op het werk : 1° voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het jaarverslag over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld, dit overeenkomstig artikel 4.1.9.1.3., § 3 van dit reglement; 2° een afschrift van zijn adviezen bedoeld in § 2 van artikel 4.1.9.1.3. van dit reglement.
4.2.5.2.1, § 4 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.2.5.3.1, § 4 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.2.5.4.2, § 2 De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.
4.3.2.2, § 3, derde lid, eerste zin De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving dient tenminste 10 dagen vóórde aanvang van de werken in kennis gesteld van de aanleg van de in het eerste lid bedoelde meetputten.
4.3.2.2, § 3, derde lid, laatste zin De exploitant moet een technische steekkaart, opgemaakt of geattesteerd door de aannemer die de meetputten heeft aangelegd, en die alle technische gegevens in verband met de constructie en de uitgevoerde testpomping bevat, ter beschikking houden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.3.2.3, § 3 In het in § 1 bedoelde geval dient de exploitant de resultaten van de uitgevoerde metingen bij te houden in een meetdossier dat steeds ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
4.4.2.4 en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar.
4.4.2.5 en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar
4.9.2, § 1 Dit plan wordt op de inrichting ter inzage gehouden van de toezichthoudende diensten
4.10.1.4., § 1 De exploitant van een BKG-inrichting zorgt voor de bewaking van de CO2-emissies van de BKG-inrichting in kwestie. De bewaking van CO2-emissies wordt uitgevoerd volgens een door het bedrijf opgesteld monitoringplan. De exploitant van een BKG-inrichting moet in bezit zijn van een door het verificatiebureau voor deze BKG-inrichting geverifieerd en door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging goedgekeurd monitoringplan.
4.10.1.4., § 2 Als startend monitoringplan geldt het monitoringplan dat bij de milieuvergunningsaanvraag of de mededeling kleine verandering is gevoegd. Elke latere actualisering of wijziging van het voormelde monitoringplan moet geverifieerd worden door het verificatiebureau, en moet door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging worden goedgekeurd. Om de verificatie en goedkeuring te verkrijgen, moet de exploitant de actualisering of wijziging indienen bij het verificatiebureau.
4.10.1.5, § 1 Met ingang van 1 januari 2006 stelt de exploitant van een BKG-inrichting jaarlijks een CO2-emissiejaarrapport op over de CO2-emissies van de BKG-inrichting in het voorgaande kalenderjaar. Het CO2-emissiejaarrapport bevat een verslag van de totale CO2-emissies van de betreffende BKG-inrichting
4.10.1.5, § 2 Elk CO2-emissiejaarrapport dient ten minste het volgende te bevatten : 1° gegevens ter identificatie van de BKG-inrichting, waaronder :
a) de naam van de BKG-inrichting; b) adres van de BKG-inrichting, met postcode en land; c) het nummer van de rubriek in Bijlage I van Titel I van het VLAREM waaronder de BKG-inrichting werd ingedeeld; d) adres, telefoon-, fax-en e-mailgegevens van een contactpersoon e) de naam van de exploitant van de BKG-inrichting en van een eventuele moedermaatschappij. 2° voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden berekend : a) activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, gebruikte grondstof, enz.); b) emissiefactoren; c) oxidatiefactoren; d) totale emissies; e) onzekerheid.
3° Voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden gemeten : a) de totale emissies;
b) informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden; c) onzekerheid.
4° Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening werd gehouden.
4.10.1.5, § 3 Het CO2-emissierapport wordt opgesteld volgens methode en de bepalingen beschreven in het voor de BKG-inrichting gevalideerde monitoring protocol.
4.10.1.5, § 4 De exploitant van een BKG-inrichting bezorgt het CO2-emissiejaarrapport, bij wijze van een aangetekend schrijven of bij wijze van een levering met ontvangstbewijs, uiterlijk op 1 februari van het lopende jaar aan het verificatiebureau.
5.4.1.4, § 1 De exploitant van een inrichting waarin de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2 worden geproduceerd, gebruikt en/of opgeslagen, dient een register bij te houden waarin tenminste de volgende gegevens zijn vermeld : 1° gegevens omtrent de vervaardigde, respectievelijk in de inrichting binnengekomen produkten : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, die in de inrichting wordt geproduceerd, respectievelijk binnengebracht; 2° gegevens omtrent de opslag : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de aanduiding van de plaats samen met de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, waar deze produkten in de inrichting zijn opgeslagen;
3° gegevens omtrent de afvoer uit de inrichting : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2: a) de in de inrichting zelf verwerkte hoeveelheid; b) de naam van degene aan wie het produkt werd geleverd, de leveringsdatum, het nummer van de factuur en de geleverde hoeveelheid.
5.4.1.4, § 2 Het in § 1 bedoelde register wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van tenminste 3 jaar.
5.4.3.2.3, § 4 Voor elke spuitcabine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid,
5.4.3.2.3, § 4, tweede lid De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.
5.9.2.1.bis § 2 Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.9.2.3, § 6 Deze studie wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.9.7.1, § 3 De uitvoeringsplannen en de boorverslagen van de onder vorige §§ 1 en 2 bedoelde waarnemingsbuizen of controle-inrichtingen worden ter beschikking gesteld van de Afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.9.11.1 De exploitant houdt een register bij zoals bedoeld in artikel 10 (Register van dierlijke mestproductie) en 11 (Register van afzet van de nutriënten P2O5 en N uit meststoffen) van het besluit van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.
5.16.3.3, § 2, 1° De exploitant houdt een attest ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar dat is opgesteld door de constructeur of een milieudeskundige, erkend in de discipline toestellen en installaties onder druk en/of in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen,
5.16.3.3, § 3, 2° De resultaten van deze onderzoeken worden ingeschreven in een register dat ter inzage is van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.3.3, § 7, 3° Zowel een gedetailleerde beschrijving als de resultaten en bevindingen van die controles moeten onder vermelding van datum in het logboek worden geregistreerd.
5.16.3.3, § 8, 2° De beheerder van een koelinstallatie moet een installatiegebonden logboek bijhouden dat zich in de nabijheid van de koelinstallatie bevindt. Dat logboek kan ook geheel of gedeeltelijk uit een computerbestand bestaan. In dat logboek wordt, onder vermelding van datum, ten minste bijgehouden : a) de datum van ingebruikname van de koelinstallatie met vermelding van type koelmiddel en de nominale koelmiddelinhoud; b) de aard van controle-, onderhouds-, herstel-en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht; c) alle storingen en alarmeringen met betrekking tot de koelinstallatie die mogelijk aanleiding kunnen geven tot lekverliezen; d) de hoeveelheid en het soort (nieuw, hergebruikt, gerecycleerd of geregenereerd) koelmiddel dat aan een koelinstallatie wordt toegevoegd; e) de hoeveelheid koelmiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt en de hoeveelheid koelmiddel die is afgevoerd, met vermelding van datum, vervoerder en bestemming; f) een beschrijving en de resultaten van de lekdichtheidscontroles; g) de persoon die werkzaamheden en waarnemingen heeft verricht als genoemd onder a) tot en met f) en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij de persoon in dienst is; h) indien van toepassing, een attest dat is afgegeven door de onder g) bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen;
i) significante periodes van buitenbedrijfstelling.
5.16.3.3, § 8, 3° Om controle over de toegevoegde en afgetapte koelmiddelen mogelijk te maken, moet de exploitant de volgende documenten ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar houden : a) de facturen met betrekking tot de aangekochte hoeveelheden koelmiddelen; b) het in sub 2° bedoelde logboek.
5.16.4.1.3, § 3, 1° De testresultaten worden genoteerd in een notitieboek dat ter beschikking wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar alsmede van de erkende milieudeskundige belast met de in sub 2° vermelde controles.
5.16.4.1.3, § 3, 2°, derde lid Het voormelde controleverslag wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.4.3.6, § 3, die ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.11, § 9 De exploitant houdt dit attest ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.16, tweede lid De exploitant houdt het attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.6.17, 4° De exploitant houdt het eventuele attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.
5.16.7.8, § 1 De exploitant houdt de resultaten van de door dit reglement voorgeschreven metingen, keuringen en controles van de installatie ter inzage van de toezichthoudende overheid en dit ten minste tot de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring of controle van de inrichting beschikbaar zijn.
5.17.1.4, § 2, tweede lid Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.1.11, § 1 Onverminderd de verplichtingen uit artikel 7 van Titel I van het Vlarem dient de exploitant van een in klasse 1 ingedeelde inrichting, een register of een alternatieve informatiedrager bij te houden waarin, per hoofdeigenschap, ten minste de aard en hoeveelheden van de opgeslagen gevaarlijke producten worden vermeld. Deze gegevens dienen zo opgeslagen te worden dat het mogelijk is om op elk ogenblik de in het bedrijf aanwezige hoeveelheden gevaarlijke producten te bepalen.
5.17.1.11, § 2 Het in § 1 bedoelde register of de alternatieve informatiedrager wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van ten minste 1 maand.
5.17.1.15, § 1 Vooraleer aan een houder die P1-en/of P2-producten heeft bevat herstellingen of inwendige onderzoeken uit te voeren, dient de inrichting te beschikken over een door de exploitant of het diensthoofd Preventie en Bescherming geviseerde procedure om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. De procedure moet inhouden dat de houder moet worden gereinigd volgens een reinigingsmethode die zowel op gebied van brand-en explosiebeveiliging, als op gebied van milieubescherming voldoende waarborgen biedt.
5.17.1.20 Hij houdt de bedoelde attesten steeds ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.2.4, § 1, 4°, tweede lid dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.2.5, § 1, 4°, tweede lid dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.
5.17.3.12, § 1, vijfde lid De uitvoeringsplans en de boorverslagen dienen ter inzage te zijn van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.4.1.3, § 4 Dit verslag moet worden gestuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de Vlaamse Milieumaatschappij.
5.17.4.1.5 De exploitant dient een register bij te houden waarin de doorzetgegevens worden vermeld. Dit register is ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren.
5.17.4.1.6 De exploitant van een dampterugwinningsinstallatie dient een register bij te houden waarin elke periode van buitengebruikstelling van deze installatie nauwkeurig wordt vermeld, alsmede de reden daarvan en de getroffen maatregelen. Dit register ligt ter inzage op de plaats van exploitatie.
5.17.4.2.1, § 2 Indien de benzinedoorzet 100 m3/jaar of minder bedraagt, houdt de exploitant een bewijs daarvan ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
5.17.4.2.5, § 1 Binnen 3 maand na de datum van de indienstname van het fase 2 damprecupera-tiesysteem moeten de volgende gegevens doorgegeven worden aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : 1° Naam en adres van de houder van de vergunning(en) (exploitant); 2° Referentie(s) van de lopende vergunning(en); 3° Aantal verdeelzuilen, pompen en vulpistolen voor benzine; 4° Type fase 2 damprecuperatiesysteem;
5° Datum van indienstname van het systeem;
6° Kopie van certificaat van het systeem;
7° Efficiëntie, gemeten tijdens de initiële controle bij de oplevering van het systeem;
8° Orde van grootte van de doorzet (al dan niet groter dan 500 m3/jaar).
5.17.4.2.5, § 2 De exploitant moet een kopie van de in § 1 bepaalde gegevens en het bewijs van de melding ervan aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar. De exploitant moet vanaf 3 maanden na datum van de indienstname van het fase 2 damprecuperatiesysteem de nodige gegevens in verband met de gemeten doorzet en de orde van grootte van de verwachte doorzet ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.18.1.1, § 4 De exploitant houdt een afschrift van de vergunningsbesluiten en de bijhorende plannen waarop de vergunde kadastrale percelen duidelijk zijn aangegeven, ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.
5.18.1.1, § 5 De naam van deze verantwoordelijke persoon wordt door de vergunninghouder aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen schriftelijk meegedeeld.
5.18.1.2, § 4 De vergunninghouder is ertoe gehouden een voortgangsrapport op te stellen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet
5.18.2.1, § 1 De exploitant deelt datum en uur waarop tot deze afpaling wordt overgegaan uiterlijk zeven kalenderdagen vooraf mee aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.
5.19.2.3.3, 3° de exploitant houdt ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren, een attest
5.19.2.3.4, § 3, derde lid De exploitant houdt een controleprogramma ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.19.2.3.4, § 4 De data van de in § 3 bedoelde controles, de meetresultaten en andere vaststellingen alsmede de eventueel uitgevoerde herstellingen of wijzigingen aan de installaties, worden in een register ingeschreven dat, samen met de controleverslagen, ter beschikking gehouden wordt van de toezichthoudende ambtenaar.
5.20.2.8, § 3 Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.
5.20.3.9 In een bedrijfshandleiding moeten maatregelen tot emissievermindering bij het cokesovenbedrijf worden vastgelegd, met name voor : 1° het afdichten van de openingen; 2° het waarborgen dat alleen geheel vercookst materiaal wordt uitgedrukt;
3° het vermijden van het in de atmosfeer terechtkomen van onverbrande gassen.
5.28.2.3, § 7, tweede lid De exploitant zendt een afschrift van de analyseresultaten aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en in voorkomend geval aan de exploitant van de te beschermen waterwinning.
5.28.3.2.1, § 1 De exploitant deelt de naam van de bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.
5.28.3.2.3, § 1 De exploitant houdt een register bij. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning noteert de exploitant in dit register ten minste : 1° gegevens over de aangevoerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest; d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5;
g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer. 2° gegevens over de eventueel afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van de dierlijke mest;
b) de aard van de onverwerkte dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte,);
c) de bestemming van de dierlijke mest;
d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;
e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5;
g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de afvoer.
3° gegevens over de afvoer van de afgewerkte producten (al of niet voor nuttige toepassing) :
a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van afgewerkte producten;
b) de aard van de afgewerkte producten; c) de bestemming van de afgewerkte producten; d) de vervoerder van de afgewerkte producten en de wijze van vervoer met vermelding van de referenties van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de afgewerkte producten met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;
f) de gehalten aan stikstof en P2O5; 4° gegevens over de aangevoerde doch geweigerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest;
d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5; g) de reden van de weigering en opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer; 5° de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen betreffende de uitbating van de inrichting.
6° gegevens over de aanvoer van andere (grond)stoffen : a. het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de andere (grond)stoffen; b) de aard van de andere (grond)stoffen; c) de herkomst van de andere (grond)stoffen; d) de hoeveelheid (massa en volume) van andere (grond)stoffen met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; e) de gehalten aan P2O5 en stikstof;
5.28.3.2.3, § 2 De luiken D (bewijs van ontvangst) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben op de aangevoerde dierlijke mest, moeten samen met het register bewaard worden. Hetzelfde geldt voor de luiken C (bewijs van afzet) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben de afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest.
5.28.3.2.3, § 3 Het register, bedoeld in § 1, alsook de luiken, bedoeld in § 2, liggen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren alsook van de ambtenaren van de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij.
5.28.3.2.4, § 1 De hoeveelheid aangevoerde, verwerkte en afgevoerde dierlijke mest en de hoeveelheid aangevoerde andere (grond)stoffen moeten in het register, bedoeld in artikel 5.28.3.2.3, worden getotaliseerd respectievelijk per dag, per maand en per kalenderjaar en dit voor wat betreft de dierlijke mest per type. Op eenvoudig verzoek worden deze gegevens meegedeeld aan de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. De hoeveelheid aangevoerde dierlijke mest wordt eveneens getotaliseerd per Mestbanknummer per kalenderjaar.
5.28.3.2.4, § 2, derde lid De hierboven bedoelde nutriëntenbalansen dienen jaarlijks te worden doorgestuurd naar de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de balans betrekking heeft.
5.29.0.6, § 1, 3°, derde lid Het tijdstip en uitvoerder van de metingen worden uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de metingen per faxbericht gemeld aan de toezichthoudende overheid.
5.31.1.4, § 3 De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage gehouden worden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.31.2.3 en die gegevens ter beschikking houden van de toezichthoudende overheid.
5.32.2.3, § 1, 4°, derde lid De vergunningverlenende overheid en de toezichthoudende ambtenaar worden door de exploitant schriftelijk in kennis gesteld van de voorziene saneringsmaatregelen.
5.32.2.3, § 3 De in de §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksverslagen zijn aanwezig in de inrichting. Zij zijn ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.4, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.4, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.2.5, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.
5.32.3.4, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.3.8, § 5, laatste lid De data van deze onderzoekingen en de vaststellingen die tijdens deze onderzoekingen werden gedaan worden in een notitieboekje ingeschreven, dat ter beschikking van de burgemeester en van de bevoegde ambtenaar wordt gehouden.
5.32.4.2, § 6 die de hierbij gedane vaststellingen optekent in een bijzonder register dat te allen tijde ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar wordt gehouden.
5.32.7.2.4, § 2, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.4, § 5 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.5, § 1, derde lid Datum en aard van de onderhoudswerkzaamheden moeten genoteerd worden in een register dat deel uitmaakt van het door de exploitant bij te houden veiligheidsdossier dat ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.2.6, § 1, eerste lid De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.
5.32.7.2.9, § 9, eerste lid Een intern ordereglement wordt ter kennis gebracht van de plaatselijke politie of rijkswacht. Dit intern ordereglement bevat : de richtlijnen en verplichtingen in verband met de registratie van de schutters, de modaliteiten aangaande het laden en het ontladen van wapens, de modaliteiten van het schieten o.a. de schietdisciplines en de standplaatsen en aangaande het betreden en evacueren van de schietzone. Het reglement vermeldt uitdrukkelijk dat de schutters de bevelen in verband met de veiligheid van de verantwoordelijke persoon dienen na te leven.
5.32.7.2.12, § 1 De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) het attest van het bevoegd brandweerkorps betreffende de aard, het aantal en de plaats van de blustoestellen, evenals met betrekking tot het in de schietruimte toegelaten aantal personen; c) de attesten met betrekking tot de brandweerstand of zelfdovendheid van gebruikte bouwmaterialen; d) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen; e) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken; 4° de naam van de exploitant en de ledenlijst.
5.32.7.2.12, § 2 Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.5.3, § 3 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.5.4, § 1 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehou-den.
5.32.7.5.4, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het in artikel 5.32.7.5.7., § 1, sub 1° bedoelde veiligheidsdossier gevoegd worden.
5.32.7.5.7, § 1 De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen;
c) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken;
5.32.7.5.7, § 2 Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.6.4, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.7.6.4, § 3 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.8.2.1, § 1 Het bewijs van de eventuele huurovereenkomst dient ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.8.2.6, § 1 De exploitant is er toe gehouden een exploitatiedossier bij te houden waarin voor elke schieting vermeld wordt : 1° de naam en leeftijd van de verantwoordelijke personen, de operatoren en de werpleiders;
2° de namen van de schutters; hiervoor mag ook worden verwezen naar een gedateerde deelnemerslijst; 3° de datum, het begin-en einduur en het nummer van de schieting; 4° het interne ordereglement.
5.32.8.2.6, § 3 Het in § 1 bedoelde exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.2, § 1, tweede lid De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.3, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.1.4, § 1 De exploitant meldt aan de toezichthoudende ambtenaar van de Administratie Gezondheidszorg : 1° de datum van de eerste ingebruikname; 2° de sluitingsperiode voor bv. onderhoud, aanpassingen, enz; 3° de wederingebruikname van het bad; 4° alle bouwtechnische veranderingen ook indien deze intern worden doorgevoerd.
5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, eerste zinDe exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven. Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zinVoormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.2.2, § 3, 5° Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.2.2, § 3, 6° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.2.2, § 3ter, tweede lid,Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.2.2, § 4, 3°, derde lid, Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.2.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;
b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses;
c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad;
e) elke bijzonderheid, incident of ongeval;
f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;
g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.2.2, § 7, 1° De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.
5.32.9.2.2, § 7, 2° Het sub 1° bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten;
c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de zwemhal te betreden;
d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene.
5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, eerste zinDe exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.
5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zinVoormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.3.2, § 3, 5° Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.3.2, § 3, 6° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.3.2, § 3bis, tweede lid Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.3.2, § 4, 3°, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.3.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik; g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.3.2, § 7, 1° De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.
5.32.9.3.2, § 7, 2° Het in § 1 bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten;
c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de kaden en het zwembad te betreden; d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene
5.32.9.4.2, § 3, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.4.2, § 6 De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : 1° de resultaten van de in § 2 bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; 2° de resultaten van de in § 3 bedoelde maandelijkse analyses; 3° de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; 4° de dagelijkse bezetting van het zwembad; 5° elke bijzonderheid, incident of ongeval; 6° de maandelijkse notering van het waterverbruik; 7° elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.5.1, § 3, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.5.2, § 1, tweede lid Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar
5.32.9.7.2, § 1, eerste lid De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.
5.32.9.7.2, § 1, tweede lid Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
5.32.9.7.2, § 2, 2° Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.
5.32.9.7.2, § 2, 7° De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.
5.32.9.7.2, § 3, 4° Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.7.2, § 4, 3°, derde lid Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.
5.32.9.7.2, § 4, 4° De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens: a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses; b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik; g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
5.32.9.8.1, § 2 Door de exploitant wordt een reglement van inwendige orde vastgelegd dat tenminste de volgende bepalingen omvat : 1° de toegang tot de zwemgelegenheid wordt verboden voor dronken personen; 2° personen aangetast door of verdacht van besmettelijke ziekten worden niet tot het zwemwater toegelaten; 3° het is verboden zeep te gebruiken op andere plaatsen dan onder het stortbad; 4° honden of andere huisdieren worden niet toegelaten in het water of op het strand; 5° kinderen van minder dan 6 jaar staan steeds onder het toezicht van een volwassene.
5.32.9.8.2, § 3 Een dubbel van deze analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks naar de gezondheidsinspecteur gezonden.
5.32.9.8.5, § 6bis, tweede lid Dit toezichtsplan wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.32.9.8.5, § 7 Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.9.8.5, § 8 Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.
5.32.10.1, § 3, tweede lid Ook de controle en de wijze van controle op de maatregelen wordt in het register vermeld.
5.33.0.2, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.33.0.2, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.33.0.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.2, § 1, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.2, § 2 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.36.0.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.2, § 2, tweede lid Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.2, § 4 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.38.0.3, § 5 De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.41.1.3, § 1 De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
5.41.1.3, § 4 De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.
5.41.2.2, § 4, eerste lid Voor elke machine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid, waarin aangetoond wordt dat aan de voorwaarden van § 2of § 3 voldaan is.
5.41.2.2, § 4, derde lid De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.
5.41.2.3, § 3 Dat logboek wordt voor een periode van minstens 5 jaar na de laatste registratie bewaard en ter inzage van de toezichthoudende overheid gehouden.
5.43.2.1.2, § 3 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.
5.43.2.1.3, § 7 De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.2.1.5 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden
5.43.2.2.2, § 2 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.
5.43.2.2.3, § 4. De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.2.2.5 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.
5.43.2.3.3, § 4. De resultaten van de bovengenoemde emissiemetingen moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden
5.43.3.2, § 3 De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor de milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet
5.43.3.3, § 6. De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.
5.43.3.6 en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.
5.43.4.2 Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.
5.51.4.1 De gebruiker houdt het verslag van de risicoanalyse en een register met GGO'sen pathogene organismen, aangewend in het kader van ingeperkt gebruik, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren en de bevoegde instantie.
5.51.4.2, § 2, tweede lid Dat controleprogramma moet ter beschikking gehouden worden van de toezichthoudende overheid.
5.53.3.3, § 5. dat op eenvoudig verzoek aan de met toezicht belaste ambtenaren wordt voorgelegd.
5.53.3.3, § 6 De stand van de meter wordt bij het wegnemen en het terugplaatsen genoteerd in een register.
5.53.3.3, § 9. De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietmeter verwijderd of herplaatst wordt.
5.53.4.6, § 2. De gegevens, bedoeld in artikel 5.53.4.5 en § 1, worden door de exploitant bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.53.4.7 De exploitant van een grondwaterwinning, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, deelt elk jaar de resultaten van het voorgaande kalenderjaar mee van de gewonnen volumes grondwater per watervoerende laag, de analyses van het grondwater en de peilmetingen. Hij doet dit overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van de deel IA en IV van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005 tot wijziging van de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, 18 maart 1997 houdende vaststelling van de modaliteiten voor aangifte van de opgepompte of gewonnen hoeveelheden grondwater door de maatschappijen die instaan voor de openbare drinkwatervoorziening ten behoeve van de bepaling van de heffing, 28 juni 2002 tot uitvoering van het Hoofdstuk IIIbis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en Hoofdstuk IVbis van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, en 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.
5.53.4.8 Ten laatste negentig dagen na het boren respectievelijk het herboren of de aanleg, wijziging of verbouwing van een grondwaterwinning of grondwaterwinningseenheid, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voor zover deze gekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat, de uitvoering of wijziging van de put en/of andere inrichting;
5° de watervoerende laag waaruit grondwater wordt opgepompt; 6° het specifieke debiet van de put; 7° de kwaliteit van het opgepompte grondwater aan de hand van de analyseresultaten bedoeld in artikel 5.53.4.5. § 1; 8° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 9° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 10° vanaf een vergund debiet van 1.000.000 m3 per jaar, het verslag van een deskundig uitgevoerde pompproef; 11° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.
5.53.5.1, § 1, tweede lid De exploitant deelt deze buitendienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..
5.53.6.3.1, § 4 De gegevens, bedoeld in § 1en § 2, worden bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5.53.6.3.2 De exploitant van een grondwaterwinning, bedoeld in subrubriek 53.7 van de indelingslijst, maakt per periode van vijf jaren een rapport op met de volgende inhoud : 1° de beschrijving van de evolutie van de opgepompte debieten en overeenkomstige peilen in de productieputten en de peilputten over de afgelopen periode (ev. weergegeven in tijdsreeksen) alsook een evaluatie hiervan; 2° de beschrijving van de eventuele mogelijke vastgestelde invloeden op de bovengrondse eigendommen, zowel wat betreft stabiliteit van de grond als de mogelijke invloed op gewassen en het natuurlijk milieu;
3° bij grondwaterwinningen met vijf peilputten en meer, twee stijghoogtekaarten respectievelijk in de aangepompte watervoerende laag en de freatische watervoerende laag van de omgeving, opgemaakt op basis van de reële metingen, één met de hoogste en één met de laagste gemeten grondwaterstand. De exploitant bezorgt een kopie van dit rapport aan de vergunningverlenende overheid alsook aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..
5.54.3, § 2 De exploitant houdt met betrekking tot de exploitatie van een inrichting voor het kunstmatig aanvullen van grondwater een register bij waarin worden ingeschreven : 1° de resultaten van de peilmetingen, bedoeld in § 1, samen met het peil in het infiltratiepand; 2° gedurende het eerste jaar van het kunstmatig aanvullen, de hoeveelheid water die tijdens de 24 uren voorafgaand aan de wekelijkse peilmetingen kunstmatig werd aangevuld; 3° de hoeveelheid water die maandelijks kunstmatig werd aangevuld.
Het register wordt door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.3, § 3 Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 2, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.54.4, § 2, derde lid De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in het eerste lid, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.5, § 2. De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in § 1, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
5.54.5, § 3 Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 1, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.55.2, § 4 Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, bezorgt de exploitant, uiterlijk negentig dagen na het boren, de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voorzover deze bekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat; 5° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 6° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 7° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.
5.55.3, § 1, tweede lid Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, deelt de exploitant deze buiten dienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.
5.57.2.2, § 2, tweede lid De exploitant bezorgt een exemplaar van dit plan : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen;
2° aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving; 3° aan de afdeling, bevoegd voor geluidshinder 4° aan de Bestendige Deputatie van de provincie(s) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken; 5° aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken.
5.57.2.2, § 3 Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, worden het plan, bedoeld in § 2, en de gegevens, bedoeld in artikel 5.57.1.2, § 5, uiterlijk tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarover de berekening gaat, bezorgd aan de in § 2 vermelde instanties.
5.59.1.2, § 2, eerste en tweede lid Als de exploitant voor installaties gebruik wenst te maken van het reductieprogramma van bijlage 5.59.2 moet hij dat per aangetekend schrijven, melden aan de vergunningverlenende overheid en aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen op volgende data : 1° uiterlijk op 31 oktober 2005 in het geval van bestaande installaties; 2° bij de vergunningsaanvraag of melding in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 nog geen vergunningsaanvraag of melding is ingediend; 3° voor de ingebruikname in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 reeds een vergunningsaanvraag of melding is ingediend.
5.60.3, § 1 De exploitant deelt de naam van die bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.
5.60.3, § 4 Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems en/of bagger-en ruimingsspecie.
5.61.2, § 4 Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin ten minste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° voor wat betreft de aanvoer :
a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de uitgegraven bodem; b) de herkomst en oorsprong van de uitgegraven bodem; c) de vervoerder van de uitgegraven bodem; d) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem; e) opmerkingen omtrent de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodem.
2° voor wat betreft de opslag : de plaats waar de geleverde partij opgeslagen ligt. 3° voor wat betreft de afvoer :
a) de bestemming van de uitgegraven bodem; b) de vervoerder van de uitgegraven bodem; c) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem;
6.5.3.1, § 1, 5° dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
6.5.4.3, § 1, eerste zin Binnen de maand na de aanleg van een opslaginstallatie maakt de exploitant, of op zijn verzoek de installateur of de erkende technicus die toezicht gehouden heeft bij de plaatsing, hiervan melding bij de Afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor grondwater.
6.5.4.3, § 2 Deze melding bevat volgende inlichtingen : * de identificatie van de installateur of de erkende technicus; * een eenduidige plaatsbepaling van de opslaginstallatie; * een kopie van het afgeleverde certificaat;
6.5.4.4 Bij de oplevering van de opslaginstallatie bezorgt de gemachtigde installateur of de erkende technicus aan de eigenaar het certificaat van de installatie samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar van de opslaginstallatie draagt er zorg voor dat de exploitant(en) in het bezit is (zijn) van een kopie van het certificaat van de installatie.
Art. 2. Le non respect des obligations légales suivantes, telles que visées dans les annexes de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, modifié la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008, est considéré comme une infraction environnementale.
Art. 2. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk
Annexe Obligation légale
4.2.5.1, C) DISPOSITIF DE CONTROLE AVEC EVACUATION FERMEE, 1. Système de contrôle de mesure de débit, a) ces certificats d'étalonnage doivent être tenus par l'exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
4.5.2, Art. 2. Exécution, alinéa deux L'enquête acoustique complète est transmise en trois exemplaires par l'exploitant à l'autorité délivrant la licence,
4.5.3, Art. 2. Rédaction, alinéa deux Le plan d'assainissement est transmis en trois exemplaires par l'exploitant à l'autorité délivrant la licence,
5.30.1, 1. Matière première principale, 1.1. Echantillonnage, § 3 La mention de toutes les sortes d'argile ou de terre glaise faisant partie de la matière première principale, ainsi que la motivation y afférente, doivent être communiquées aux fonctionnaires de contrôle de la division compétente en matière de maintien environnemental et de la division compétente des ressources naturelles. Cela se fait une première fois avant les mesurages obligatoires des émissions avant le 1er janvier 2003 pour les nouveaux établissements et à partir du 1er janvier 2004 pour les établissements existants, et ensuite, lors de chaque modification de la situation.
5.30.1, 1. Matière première principale, 1.2. Analyse, § 2 Les résultats de l'analyse précitée de la matière première principale doivent être tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.30.1, 2. Gaz de combustion, § 5 La division compétente pour le maintien environnemental est informée préalablement par écrit de la date et de l'exécutant des mesures démissions. Les résultats des mesures démissions sont tenus à la disposition de l'autorité de contrôle
5.51.4, 4. Dispositions générales, 10° tenir à jour les registres adéquats
5.51.4, 4. Dispositions générales, 13° prévoir des procédures de travail standardisées et écrites afin de garantir la sécurité
Bijlage Wettelijke verplichting
4.2.5.1, C) CONTROLE-INRICHTING BIJ GESLOTEN AFVOER, 1. Debietmeetsysteem, a) de desbetreffende ijkingsattesten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
4.5.2, Art. 2. Uitvoering, tweede lid Het volledige akoestische onderzoek wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,
4.5.3, Art. 2. Redactie, tweede lid Het saneringsplan wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,
5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.1. Monsterneming, § 3 De opgave van alle klei-en of leemsoorten die deel uitmaken van de hoofdgrondstof, evenals de motivatie hiervoor, moet worden meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaren van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen. Dit gebeurt een eerste maal voorafgaand aan de vanaf 1 januari 2003 voor nieuwe inrichtingen en de vanaf 1 januari 2004 voor bestaande inrichtingen verplichte emissiemetingen en nadien bij elke wijziging van de situatie.
5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.2. Analyse, § 2 De resultaten van voormelde analyse van de hoofd- grondstof dienen ter inzage gehouden van de met het toezicht gelaste ambtenaar.
5.30.1, 2. Rookgassen, § 5 De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving wordt vooraf schriftelijk op de hoogte gebracht van de datum en uitvoerder van de emissiemetingen. De resultaten van de emissiemetingen worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid
5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 10° bijhouden van adequate registers
5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 13° voorzien in schriftelijke gestandaardiseerde werkprocedures om de veiligheid te waarborgen
Annexe Obligation légale
4.2.5.1, C) DISPOSITIF DE CONTROLE AVEC EVACUATION FERMEE, 1. Système de contrôle de mesure de débit, a) ces certificats d'étalonnage doivent être tenus par l'exploitant à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle
4.5.2, Art. 2. Exécution, alinéa deux L'enquête acoustique complète est transmise en trois exemplaires par l'exploitant à l'autorité délivrant la licence,
4.5.3, Art. 2. Rédaction, alinéa deux Le plan d'assainissement est transmis en trois exemplaires par l'exploitant à l'autorité délivrant la licence,
5.30.1, 1. Matière première principale, 1.1. Echantillonnage, § 3 La mention de toutes les sortes d'argile ou de terre glaise faisant partie de la matière première principale, ainsi que la motivation y afférente, doivent être communiquées aux fonctionnaires de contrôle de la division compétente en matière de maintien environnemental et de la division compétente des ressources naturelles. Cela se fait une première fois avant les mesurages obligatoires des émissions avant le 1er janvier 2003 pour les nouveaux établissements et à partir du 1er janvier 2004 pour les établissements existants, et ensuite, lors de chaque modification de la situation.
5.30.1, 1. Matière première principale, 1.2. Analyse, § 2 Les résultats de l'analyse précitée de la matière première principale doivent être tenus à la disposition du fonctionnaire chargé du contrôle.
5.30.1, 2. Gaz de combustion, § 5 La division compétente pour le maintien environnemental est informée préalablement par écrit de la date et de l'exécutant des mesures démissions. Les résultats des mesures démissions sont tenus à la disposition de l'autorité de contrôle
5.51.4, 4. Dispositions générales, 10° tenir à jour les registres adéquats
5.51.4, 4. Dispositions générales, 13° prévoir des procédures de travail standardisées et écrites afin de garantir la sécurité
Bijlage Wettelijke verplichting
4.2.5.1, C) CONTROLE-INRICHTING BIJ GESLOTEN AFVOER, 1. Debietmeetsysteem, a) de desbetreffende ijkingsattesten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar
4.5.2, Art. 2. Uitvoering, tweede lid Het volledige akoestische onderzoek wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,
4.5.3, Art. 2. Redactie, tweede lid Het saneringsplan wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,
5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.1. Monsterneming, § 3 De opgave van alle klei-en of leemsoorten die deel uitmaken van de hoofdgrondstof, evenals de motivatie hiervoor, moet worden meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaren van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen. Dit gebeurt een eerste maal voorafgaand aan de vanaf 1 januari 2003 voor nieuwe inrichtingen en de vanaf 1 januari 2004 voor bestaande inrichtingen verplichte emissiemetingen en nadien bij elke wijziging van de situatie.
5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.2. Analyse, § 2 De resultaten van voormelde analyse van de hoofd- grondstof dienen ter inzage gehouden van de met het toezicht gelaste ambtenaar.
5.30.1, 2. Rookgassen, § 5 De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving wordt vooraf schriftelijk op de hoogte gebracht van de datum en uitvoerder van de emissiemetingen. De resultaten van de emissiemetingen worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid
5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 10° bijhouden van adequate registers
5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 13° voorzien in schriftelijke gestandaardiseerde werkprocedures om de veiligheid te waarborgen
5.51.4, 4 Dispositions générales, Table 4.1 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les laboratoires, 4.1.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
L1L2L2-QL3L4
44disposer de registres appropriésexigéexigéexigéexigéexigé
46note avec mode d`emploi pour produits de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigéexigé
49instructions écrites relatives aux procédures en matière de biosécuritéexigéexigéexigéexigéexigé
5.51.4, 4 Dispositions générales, Table 4.1 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les laboratoires, 4.1.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
L1L2L2-QL3L4
44disposer de registres appropriésexigéexigéexigéexigéexigé
46note avec mode d`emploi pour produits de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigéexigé
49instructions écrites relatives aux procédures en matière de biosécuritéexigéexigéexigéexigéexigé
5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.1 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in laboratoria, 4.1.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
L1L2L2-QL3L4
44beschikken over geschikte registersvereistvereistvereistvereistvereist
46nota voor gebruiksaanwijzing van doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereistvereist
49schriftelijke instructies inzake procedures met betrekking tot bioveiligheidvereistvereistvereistvereistvereist
5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.1 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in laboratoria, 4.1.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
L1L2L2-QL3L4
44beschikken over geschikte registersvereistvereistvereistvereistvereist
46nota voor gebruiksaanwijzing van doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereistvereist
49schriftelijke instructies inzake procedures met betrekking tot bioveiligheidvereistvereistvereistvereistvereist
5.51.4., 4 Dispositions générales, Table 4.2 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les animaleries, 4.2.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
A1A2A3A4
46registre(s) consignant toutes les opérations effectuées (entrées et sorties d`animaux de laboratoires, inoculations de MGM, etc.)exigéexigéexigéexigé
48note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
51instructions écrites des procédures pour la biosécuritéexigéexigéexigéexigé
5.51.4., 4 Dispositions générales, Table 4.3 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les serres et locaux de culture, 4.3.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
G1G2G2-QG3
39registre(s) consignant toutes les opérations effectuées (entrées et sorties de plantes, inoculations de MGM, etc.)exigéexigéexigéexigé
41note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
43instructions écrites sur les procédures relatives à la biosécuritéexigéexigéexigéexigé
5.51.4, 4 Dispositions générales, Table 4.5 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans des installations de procédés à grande échelle, 4.5.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
LS1LS2LS3LS4
57disposer de registres appropriésexigéexigéexigéexigé
59note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
62instructions écrites sur les procédures relatives à la biosécuritéexigéexigéexigéexigé
6.10.2.2. § 1er Conditions environnementales pour antennes émettrices fixesL`exploitation des antennes émettrices fixes ou la modification d`une antenne émettrice fixe est interdite sans attestation de conformité.
6.10.3.2. Dispositions pour des antennes émettrices fixes existantesPour des antennes émettrices fixes existantes, une attestation doit être délivrée confirmant la conformité avec la partie 2, chapitre 2.14, section 2.14.2. au plus tard le 31 décembre 2011.
5.51.4., 4 Dispositions générales, Table 4.2 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les animaleries, 4.2.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
A1A2A3A4
46registre(s) consignant toutes les opérations effectuées (entrées et sorties d`animaux de laboratoires, inoculations de MGM, etc.)exigéexigéexigéexigé
48note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
51instructions écrites des procédures pour la biosécuritéexigéexigéexigéexigé5.51.4., 4 Dispositions générales, Table 4.3 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans les serres et locaux de culture, 4.3.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
G1G2G2-QG3
39registre(s) consignant toutes les opérations effectuées (entrées et sorties de plantes, inoculations de MGM, etc.)exigéexigéexigéexigé
41note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
43instructions écrites sur les procédures relatives à la biosécuritéexigéexigéexigéexigé5.51.4, 4 Dispositions générales, Table 4.5 : Caractéristiques techniques, équipement de sécurité et pratiques de travail dans des installations de procédés à grande échelle, 4.5.3 Pratiques de travail et gestion de déchetsMesuresNiveau de confinement
LS1LS2LS3LS4
57disposer de registres appropriésexigéexigéexigéexigé
59note avec mode d`emploi pour des moyens de désinfection efficacesexigéexigéexigéexigé
62instructions écrites sur les procédures relatives à la biosécuritéexigéexigéexigéexigé
6.10.2.2. § 1er Conditions environnementales pour antennes émettrices fixesL`exploitation des antennes émettrices fixes ou la modification d`une antenne émettrice fixe est interdite sans attestation de conformité.
6.10.3.2. Dispositions pour des antennes émettrices fixes existantesPour des antennes émettrices fixes existantes, une attestation doit être délivrée confirmant la conformité avec la partie 2, chapitre 2.14, section 2.14.2. au plus tard le 31 décembre 2011.
5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.2 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in animalaria, 4.2.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
A1A2A3A4
46register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van proefdieren, inoculatie van GGM`s enz.)vereistvereistvereistvereist
48nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
51schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist
5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.3 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in serres en kweekkamers, 4.3.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
G1G2G2-QG3
39register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van planten, inoculatie van GGM`s enz.)vereistvereistvereistvereist
41nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
43schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist
5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.5 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in inrichtingen voor grootschalige activiteiten, 4.5.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
LS1LS2LS3LS4
57beschikken over geschikte registersvereistvereistvereistvereist
59nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
62schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist
6.10.2.2. § 1 Milieuvoorwaarden voor vast opgestelde zendantennesDe exploitatie van een vast opgestelde zendantenne of verandering van een vast opgestelde zendantenne is verboden zonder conformiteitsattest.
6.10.3.2. Bepalingen voor bestaande vast opgestelde zendantennesVoor bestaande vast opgestelde zendantennes moet uiterlijk op 31 december 2011 een attest zijn afgeleverd dat de conformiteit met deel 2, hoofdstuk 2.14, afdeling 2.14.2, bevestigt.
5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.2 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in animalaria, 4.2.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
A1A2A3A4
46register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van proefdieren, inoculatie van GGM`s enz.)vereistvereistvereistvereist
48nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
51schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.3 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in serres en kweekkamers, 4.3.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
G1G2G2-QG3
39register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van planten, inoculatie van GGM`s enz.)vereistvereistvereistvereist
41nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
43schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.5 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in inrichtingen voor grootschalige activiteiten, 4.5.3 Werkpraktijken en afvalbeheerMaatregelenInperkingsniveau
LS1LS2LS3LS4
57beschikken over geschikte registersvereistvereistvereistvereist
59nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelenvereistvereistvereistvereist
62schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheidvereistvereistvereistvereist
6.10.2.2. § 1 Milieuvoorwaarden voor vast opgestelde zendantennesDe exploitatie van een vast opgestelde zendantenne of verandering van een vast opgestelde zendantenne is verboden zonder conformiteitsattest.
6.10.3.2. Bepalingen voor bestaande vast opgestelde zendantennesVoor bestaande vast opgestelde zendantennes moet uiterlijk op 31 december 2011 een attest zijn afgeleverd dat de conformiteit met deel 2, hoofdstuk 2.14, afdeling 2.14.2, bevestigt.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2011 modifiant divers arrêtés portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Bruxelles, le 28 octobre 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2011 tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Brussel, 28 oktober 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
-