Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 NOVEMBER 2011. - Wet tot wijziging van de wetgeving wat de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-01-2012 en tekstbijwerking tot 30-12-2011)
Titre
30 NOVEMBRE 2011. - Loi modifiant la législation en ce qui concerne l'amélioration de l'approche des abus sexuels et des faits de pédophilie dans une relation d'autorité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-01-2012 et mise à jour au 30-12-2011)
Informations sur le document
Numac: 2011009810
Datum: 2011-11-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011009810
Date: 2011-11-30
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - De verlenging van de verjaringstermijn tot vijftien jaar
CHAPITRE 2. - L'allongement du délai de prescription à quinze ans
Art. 2. In artikel 21 van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 30 mei 1961 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993, 16 juli 2002, 5 augustus 2003 en 21 december 2009, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  " Inzake de misdrijven bedoeld in de artikelen 372 tot 377, 379, 380, 409 en 433quinquies, § 1, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek, is de termijn vijftien jaar ingeval dit misdrijf is gepleegd op een persoon van minder dan achttien jaar. ".
Art. 2. Dans l'article 21 de la loi du 17 avril 1878 contenant le Titre préliminaire du Code de procédure pénale, remplacé par la loi du 30 mai 1961 et modifié par les lois des 24 décembre 1993, 16 juillet 2002, 5 août 2003 et 21 décembre 2009, est inséré entre les alinéas 2 et 3 un alinéa rédigé comme suit :
  " En ce qui concerne les infractions définies aux articles 372 à 377, 379, 380, 409 et 433 quinquies , § 1er, alinéa 1er, 1°, du Code pénal, le délai sera de quinze ans si elles ont été commises sur une personne âgée de moins de dix-huit ans. "
Art. 3. In artikel 21bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995 en gewijzigd bij de wetten van 28 november 2000 en 10 augustus 2005, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " In geval van correctionalisering van een misdaad bedoeld in het eerste lid, blijft de verjaringstermijn van de strafvordering, die welke is bepaald in artikel 21, derde lid. "
Art. 3. Dans l'article 21bis de la même loi, inséré par la loi du 13 avril 1995 et modifié par les lois des 28 novembre 2000 et 10 août 2005, le deuxième alinéa est remplacé comme suit :
  " En cas de correctionnalisation d'un crime visé à l'alinéa premier, le délai de prescription de l'action publique reste celui qui est prévu à l'article 21, alinéa 3. "
HOOFDSTUK 3. - De verplichting tot audiovisuele opnames van de verhoren
CHAPITRE 3. - L'obligation de l'enregistrement audiovisuel des auditions
Art. 4. Artikel 92 van het Wetboek van strafvordering, opgeheven bij de wet van 20 juli 1990 en hersteld bij de wet van 28 november 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 92. § 1. Het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer zijn of getuige zijn van de in de artikelen 372 tot 377, 379, 380, §§ 4 en 5, en 409 van het Strafwetboek bedoelde misdrijven maakt het voorwerp uit van een audiovisuele opname, behalve wanneer de procureur des Konings of de onderzoeksrechter bij een met redenen omklede beslissing anders oordeelt rekening houdend met de omstandigheden eigen aan de zaak en in het belang van de minderjarige.
  De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan de audiovisuele opname bevelen van het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer zijn van de overige in artikel 91bis bedoelde misdrijven of daarvan getuige zijn.
  De opname wordt gemaakt met de toestemming van de minderjarige. Indien de minderjarige minder dan twaalf jaar oud is, is het voldoende hem hierover in te lichten.
  § 2. De audiovisuele opname van het verhoor van minderjarigen die slachtoffer of getuige zijn van andere misdrijven dan die bedoeld in artikel 91bis, kan worden bevolen in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden.
  De opname wordt gemaakt met de toestemming van de minderjarige. Indien de minderjarige minder dan twaalf jaar oud is, is het voldoende hem hierover in te lichten. "
Art. 4. L'article 92 du Code d'instruction criminelle, abrogé par la loi du 20 juillet 1990 et rétabli par la loi du 28 novembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 92. § 1er. L'audition des mineurs victimes ou témoins d'infractions visées aux articles 372 à 377, 379, 380, §§ 4 et 5, et 409 du Code pénal fait l'objet d'un enregistrement audiovisuel, sauf décision contraire motivée prise par le procureur du Roi ou le juge d'instruction tenant compte des circonstances propres à l'affaire et dans l'intérêt du mineur.
  Le procureur du Roi ou le juge d'instruction peut ordonner l'enregistrement audiovisuel de l'audition des mineurs victimes ou témoins d'autres infractions visées à l'article 91bis.
  L'enregistrement est réalisé avec le consentement du mineur. Si le mineur a moins de douze ans, il suffit de l'en informer.
  § 2. L'enregistrement audiovisuel de l'audition des mineurs victimes ou témoins d'autres infractions que celles visées à l'article 91bis peut être ordonné en raison de circonstances graves et exceptionnelles.
  L'enregistrement est réalisé avec le consentement du mineur. Si le mineur a moins de douze ans, il suffit de l'en informer. "
Art. 5. In artikel 95, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 juli 1990 en hersteld bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden " hij wenst over te gaan tot de audiovisuele opnamen van het verhoor " vervangen door de woorden " de audiovisuele opname van het verhoor wordt gemaakt ".
Art. 5. Dans l'article 95, alinéa 1er, du même Code, abrogé par la loi du 20 juillet 1990 et rétablie par la loi du 28 novembre 2000, les mots " il souhaite procéder à l'enregistrement audiovisuel de l'audition " sont remplacés par les mots " l'enregistrement audiovisuel de l'audition est réalisé ".
HOOFDSTUK 4. - Het beroepsgeheim : de uitbreiding van het spreekrecht
CHAPITRE 4. - Le secret professionnel : l'extension du droit de parole
Art. 6. Artikel 458bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 458bis. Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 372 tot 377, 392 tot 394, 396 tot 405ter, 409, 423, 425 en 426, gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 422bis, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings, hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde kwetsbare persoon en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen, hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of bedoelde kwetsbare personen het slachtoffer worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen. "
   (NOTA : bij arrest nr 127/2013 van 26-09-2013, heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd).
Art. 6. L'article 458 bis du Code pénal, inséré par la loi du 28 novembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 458bis. Toute personne qui, par état ou par profession, est dépositaire de secrets et a de ce fait connaissance d'une infraction prévue aux articles 372 à 377, 392 à 394, 396 à 405ter, 409, 423, 425 et 426, qui a été commise sur un mineur ou sur une personne qui est vulnérable en raison de son âge, d'un état de grossesse, d'une maladie, d'une infirmité ou d'une déficience physique ou mentale peut, sans préjudice des obligations que lui impose l'article 422bis, en informer le procureur du Roi, soit lorsqu'il existe un danger grave et imminent pour l'intégrité physique ou mentale du mineur ou de la personne vulnérable visée, et qu'elle n'est pas en mesure, seule ou avec l'aide de tiers, de protéger cette intégrité, soit lorsqu'il y a des indices d'un danger sérieux et réel que d'autres mineurs ou personnes vulnérables visées soient victimes des infractions prévues aux articles précités et qu'elle n'est pas en mesure, seule ou avec l'aide de tiers, de protéger cette intégrité. "
  (NOTE : par son arrêt n°127/2013 du 26-09-2013, la Cour constitutionnelle a annulé cet article).
HOOFDSTUK 5. - De verduidelijking van de strafbaarstelling van kinderpornografie
CHAPITRE 5. - La clarification de l'incrimination de la pédopornographie
Art. 7. In artikel 383bis, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de woorden " of zich, met kennis van zaken, via een informaticasysteem of enig ander technologisch middel, de toegang daartoe verschaft " ingevoegd tussen de woorden " beelddragers bezit " en de woorden " , wordt gestraft ".
Art. 7. Dans l'article 383bis, § 2, du même Code, inséré par la loi du 13 avril 1995 et modifié par la loi du 26 juin 2000, les mots " ou y aura, en connaissance de cause, accédé par un système informatique ou par tout moyen technologique " sont insérés entre les mots " visés sous le § 1er " et les mots " , sera puni ".
HOOFDSTUK 6. - De set seksuele agressie
CHAPITRE 6. - Les sets d'agression sexuelle
Art. 8. Artikel 44sexies van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 7 november 2011 houdende wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. Ingeval de procureur des Konings in het kader van een dossier inzake aanranding van de eerbaarheid of verkrachting beslist om geen DNA-profiel te laten opstellen van sporen of van een referentiestaal aangetroffen of afgenomen bij onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer zoals bedoeld in artikel 90bis, verstrekt hij hierover op het einde van het opsporingsonderzoek uitleg aan het slachtoffer. "
Art. 8. L'article 44sexies du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 7 novembre 2011 modifiant le Code d'instruction criminelle et la loi du 22 mars 1999 relative à la procédure d'identification par analyse ADN en matière pénale, est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Si, dans le cadre d'un dossier d'attentat à la pudeur ou de viol, le procureur du Roi décide de ne pas faire établir de profil ADN de traces ou d'un échantillon de référence découverts ou prélevés lors de l'exploration corporelle de la victime, visée à l'article 90bis, il fournit à ce sujet des explications à la victime à la fin de l'information. "
Art. 9. Artikel 90duodecies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 november 2011 houdende wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. Ingeval de onderzoeksrechter in het kader van een dossier inzake aanranding van de eerbaarheid of verkrachting beslist om geen DNA-profiel te laten opstellen van sporen of van een referentiestaal aangetroffen of afgenomen bij onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer zoals bedoeld in artikel 90bis, verstrekt hij hierover op het einde van het gerechtelijk onderzoek uitleg aan het slachtoffer. "
Art. 9. L'article 90duodecies du même Code, inséré par la loi du 7 novembre 2011 modifiant le Code d'instruction criminelle et la loi du 22 mars 1999 relative à la procédure d'identification par analyse ADN en matière pénale, est complété par un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Si, dans le cadre d'un dossier d'attentat à la pudeur ou de viol, le juge d'instruction décide de ne pas faire établir de profil ADN de traces ou d'un échantillon de référence découverts ou prélevés lors de l'exploration corporelle de la victime, visée à l'article 90bis, il fournit à ce sujet des explications à la victime à la fin de l'instruction. "
HOOFDSTUK 7. - De uitbreiding van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank
CHAPITRE 7. - L'extension de la mise à la disposition du tribunal de l'application des peines
Art. 10. In artikel 3 van de wet van 26 april 2007 betreffende de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank wordt artikel 34quater aangevuld met een 4°, luidende :
  " 4° Ingeval de artikelen 61, 62 of 65 worden toegepast, de veroordelingen op grond van samenlopende misdrijven die niet worden vermeld in 1° tot 3°. "
Art. 10. Dans l'article 3 de la loi du 26 avril 2007 relative à la mise à la disposition du tribunal de l'application des peines, l'article 34quater est complété par un 4° rédigé comme suit :
  " 4° en cas d'application des articles 61, 62 ou 65, les condamnations sur la base d'infractions concurrentes non visées aux 1° à 3°. "
HOOFDSTUK 8. - De verklaring van benadeelde persoon
CHAPITRE 8. - La déclaration de personne lésée
Art. 11. In artikel 5bis van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een § 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. De persoon die een klacht indient bij de politiediensten, zal systematisch worden geïnformeerd over de mogelijkheid om de hoedanigheid van benadeelde persoon te verkrijgen en de daarbij behorende rechten. Een ad hoc formulier zal hem bij het indienen van zijn klacht worden bezorgd. ";
  2° § 2, derde lid, wordt vervangen door twee leden, luidende :
  " De verklaring, waarvan akte wordt opgesteld die bij het dossier wordt gevoegd, wordt afgelegd op het secretariaat van het openbaar ministerie, op het politiesecretariaat, bij de politieambtenaar die het proces-verbaal opstelt of wordt per aangetekende brief aan het secretariaat van het openbaar ministerie toegezonden.
  Indien de verklaring wordt afgelegd op het politiesecretariaat of bij de politieambtenaar die het proces-verbaal opstelt, wordt ze onverwijld overgezonden aan het secretariaat van het openbaar ministerie. "
Art. 11. A l'article 5bis de la loi du 17 avril 1878 contenant le Titre préliminaire du Code de procédure pénale, inséré par la loi du 12 mars 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un § 1er/1 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 1er/1 La personne qui dépose une plainte auprès des services de police sera informée systématiquement de la possibilité de se constituer personne lésée et des droits qui y sont attachés. Un formulaire ad hoc lui sera remis lors de son dépôt de plainte. ";
  2° § 2, alinéa 3, est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
  " La déclaration à joindre au dossier, et dont il est dressé acte, est reçue par le secrétariat du ministère public, par le secrétariat de police, le fonctionnaire de police qui établit le procès verbal ou envoyée par lettre recommandée au secrétariat du ministère public.
  Si la déclaration est reçue par le secrétariat de police ou le fonctionnaire de police qui établit le procès-verbal, elle est transmise sans délai au secrétariat du ministère public. "
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 9. - Entrée en vigueur
Art. 12. Deze wet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen [1 4, 5 en 11]1.
  De artikelen [1 4, 5 en 11]1 treden in werking op 1 januari 2013.
  De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het tweede lid.
  
Art. 12. La présente loi entre en vigueur dix jours après sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles [1 4, 5 et 11]1.
  Les articles [1 4, 5 et 11]1 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
  Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l'alinéa 2.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 30 november 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met Migratie- en asielbeleid,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid,
  M. WATHELET
  [Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK] (ERRATUM, zie B.St. 02-02-2012, p. 8146)
  Donné à Bruxelles, le 30 novembre 2011.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances,
  chargée de la Politique de migration et d'asile,
  Mme J. MILQUET
  La Ministre de l'Intérieur,
  Mme A. TURTELBBOM
  Le Secrétaire d'Etat à la Politique de migration et d'asile,
  M. WATHELET
  [Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK] (ERRATUM, voir M.B. 02-02-2012, p. 8146)