Art. 14. De voorzitter die niet behoort tot een overheidsdienst, een openbare instelling met een voltijdse tewerkstelling of de Rechterlijke Orde, ontvangt een jaarlijkse toelage van 900 euro betaald aan het einde van het jaar, in voorkomend geval prorata temporis met het uitgeoefend voorzitterschap.
De in het eerste lid bedoelde toelage is niet verenigbaar met de presentiegelden bedoeld in artikel 13, eerste lid, 1°.
De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel der ministeries geldt ook voor deze toelage. Zij is gekoppeld aan de spilindexcijfer 138,01.
Art. 14. Le président qui n'appartient pas à une administration publique, à un organisme d'intérêt public à temps plein ou à l'Ordre judiciaire, reçoit une allocation annuelle de 900 euros payée à terme échu, le cas échéant, au prorata temporis de la présidence effectuée.
L'allocation visée à l'alinéa 1er n'est pas cumulable avec les jetons de présence visés à l'article 13, alinéa 1er, 1°.
La règle de la mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères s'applique également à cette allocation. Elle est liée à l'indice-pivot 138,01.