Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
8 APRIL 2011. - Koninklijk besluit tot bepaling van de datum van inwerkingtreding en uitvoering van verscheidene bepalingen van de titels III en V van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden
Titre
8 AVRIL 2011. - Arrêté royal déterminant la date d'entrée en vigueur et d'exécution de diverses dispositions des titres III et V de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus
Informations sur le document
Info du document
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder de wet: de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par la loi: la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus.
HOOFDSTUK 2. - Onthaal van gedetineerden
CHAPITRE 2. - De l'accueil des détenus
Art.2. Elke gedetineerde heeft bij aankomst in de gevangenis, overeenkomstig artikel 19 van de wet, een gesprek met de directeur, met een lid van de psychosociale dienst en met de arts van de gevangenis.
  Indien de gedetineerde de taal van de regio waar de gevangenis gelegen is, niet begrijpt, wordt een beroep gedaan op elk redelijk vertaalmiddel teneinde hem toe te laten de inhoud van de inlichtingen die hem worden verstrekt te bevatten.
Art.2. Conformément à l'article 19 de la loi, chaque détenu arrivant en prison a un entretien avec le directeur, un membre du service psychosocial et le médecin de la prison.
  Si le détenu ne comprend pas la langue de la région où se trouve la prison, il est fait appel à tout moyen raisonnable de traduction afin de lui permettre de saisir le contenu des informations qui lui sont données.
Art.3. Het gesprek met de directeur vindt plaats binnen vierentwintig uur na aankomst in de gevangenis.
  Tijdens dit gesprek licht de directeur de gedetineerde in over zijn wettelijke en penitentiaire toestand en brengt hem de grote lijnen van het huishoudelijk reglement ter kennis.
  Hij licht de gedetineerde in over de wijze waarop hij met de directie in contact kan treden.
  Hij licht de gedetineerde in over het bestaan van de commissie van toezicht en over de wijze waarop contact kan worden opgenomen met de maandcommissaris.
Art.3. L'entretien avec le directeur a lieu dans les vingt-quatre heures de l'arrivée dans la prison.
  Au cours de cet entretien, le directeur informe le détenu sur sa situation légale et pénitentiaire et porte à sa connaissance les grands axes du règlement d'ordre intérieur.
  Il informe le détenu de la manière dont il peut entrer en contact avec la direction.
  Il informe le détenu de l'existence de la commission de surveillance et lui indique le moyen de prendre contact avec le commissaire du mois.
Art.4. Het gesprek met een lid van de psychosociale dienst vindt plaats uiterlijk vier dagen na de aankomst in de gevangenis.
  Tijdens dit gesprek informeert het lid van de psychosociale dienst de gedetineerde over de mogelijkheden die in de gevangenis bestaan of die vanuit de gevangenis toegankelijk zijn met betrekking tot sociale, psychosociale, juridische en familiale bijstand.
  Hij bevraagt de gedetineerde omtrent de onmiddellijk noodzakelijke te ondernemen acties met het oog op het beperken van de detentieschade.
Art.4. L'entretien avec un membre du service psychosocial a lieu au plus tard dans les quatre jours de l'arrivée dans la prison.
  Au cours de cet entretien, le membre du service psychosocial informe le détenu des possibilités existant dans la prison ou accessibles à partir de la prison en matière d'aide sociale, psychosociale, juridique, et familiale.
  Il interroge le détenu au sujet des actions qu'il est nécessaire d'entreprendre immédiatement dans le but de limiter les effets préjudiciables de la détention.
Art.5. Het onderhoud met de arts vindt plaats binnen vierentwintig uur na aankomst in de gevangenis.
Art.5. L'entretien avec le médecin a lieu dans les vingt-quatre heures de l'arrivée dans la prison.
HOOFDSTUK 3. - Materiële levensvoorwaarden in de gevangenis
CHAPITRE 3. - Des conditions de vie matérielles dans la prison
Afdeling 1. - Voorwerpen van gedetineerden
Section 1re. - Des objets des détenus
Art.6. Alle voorwerpen die de gedetineerde bij insluiting in de gevangenis bij zich draagt en die ressorteren onder één van de volgende categorieën van voorwerpen worden, overeenkomstig artikel 45 van de wet, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd:
  - de voorwerpen verboden door het huishoudelijk reglement;
  - de voorwerpen die niet voorkomen in de lijst van voorwerpen toegelaten door het huishoudelijk reglement;
  - de voorwerpen die voorkomen in de lijst van voorwerpen toegelaten door het huishoudelijk reglement, waarvan de controle die vereist is om de orde of veiligheid te waarborgen, hetzij onmogelijk is zonder de voorwerpen te beschadigen, hetzij een onredelijk grote arbeidsbelasting voor de administratie meebrengt;
  - de voorwerpen die voorkomen in de lijst van voorwerpen toegelaten door het huishoudelijk reglement, die de gedetineerde in de gevangenis niet bij zich wenst te dragen.
  De bederfbare goederen worden hetzij op verzoek van de gedetineerde uit de gevangenis verwijderd, hetzij vernietigd.
Art.6. Tous les objets que le détenu porte sur lui lors de son incarcération dans la prison et qui appartiennent à l'une des catégories suivantes d'objets, sont, conformément à l'article 45 de la loi, soit mis en dépôt contre remise d'un reçu, soit, à sa demande, éloignés de la prison:
  - les objets interdits par le règlement d'ordre intérieur de la prison;
  - les objets qui ne sont pas repris dans la liste des objets autorisés par le règlement d'ordre intérieur;
  - les objets repris dans la liste des objets autorisés par le règlement d'ordre intérieur lorsque le contrôle nécessaire pour assurer l'ordre et la sécurité soit est impossible sans endommager les objets, soit entraîne une charge de travail déraisonnable pour l'administration;
  - les objets repris dans la liste des objets autorisés par le règlement d'ordre intérieur mais que le détenu ne souhaite pas conserver avec lui dans la prison.
  Les biens périssables sont soit éloignés de la prison à la demande du détenu, soit détruits.
Art.7. De verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur.
Art.7. Les ventes, échanges, prêts, dons et tous actes analogues entre détenus sont interdits, sauf autorisation du directeur.
Art.8. Het bewijs van ontvangst bevat ten minste de volgende vermeldingen: naam en voornaam van de gedetineerde, opsluitingsnummer, datum waarop de voorwerpen in bewaring zijn genomen, adres van de penitentiaire inrichting.
  Het bevat de precieze lijst van de in bewaring genomen voorwerpen, hun respectieve aantal, de staat ervan evenals eventuele opmerkingen.
  Het bewijs van ontvangst wordt ondertekend door de betrokken gedetineerde en de ambtenaar die het heeft opgesteld.
  Het wordt bewaard in het opsluitingsdossier van de betrokken gedetineerde.
Art.8. Le reçu contient, au minimum, les mentions suivantes : nom et prénom du détenu, numéro d'écrou, date du dépôt des objets, adresse de l'établissement pénitentiaire.
  Il contient la liste précise des objets mis en dépôt, leur nombre respectif, leur état ainsi que des éventuelles observations.
  Le reçu est signé par le détenu concerné et le fonctionnaire qui l'a établi.
  Il est conservé dans le dossier d'écrou du détenu concerné.
Art.9. Wanneer de gedetineerde verzoekt om hem toebehorende voorwerpen uit de gevangenis te laten verwijderen, vult hij een formulier in waarin de voorwerpen zijn gespecificeerd die moeten worden teruggegeven, evenals de personen aan wie hij wenst dat deze voorwerpen worden teruggegeven.
  De personen die de voorwerpen ontvangen, ondertekenen een ontvangstbewijs dat de lijst van de teruggegeven voorwerpen bevat, het aantal ervan, de identiteit van de gedetineerde die afstand doet van deze voorwerpen, de datum van ontvangst, evenals de identiteit van de ontvangers.
  Het wordt bewaard in het opsluitingsdossier van de betrokken gedetineerde.
Art.9. Lorsque le détenu demande que des objets lui appartenant soient éloignés de la prison, il complète un formulaire spécifiant les objets à remettre ainsi que les personnes à qui il souhaite que ces objets soient remis.
  Les personnes qui reçoivent les objets signent un accusé de réception reprenant la liste des objets remis, leur nombre, l'identité du détenu qui se sépare de ces objets, la date de réception ainsi que l'identité des réceptionnaires.
  Il est conservé dans le dossier d'écrou du détenu concerné.
Afdeling 2. - Individuele rekening van gedetineerden
Section 2. - Du compte personnel des détenus
Art.10. Elke gedetineerde beschikt, overeenkomstig artikel 46, § 2, van de wet, over een individuele rekening, die bij zijn insluiting geopend wordt.
  De gedetineerde beschikt vrij over het geld dat op zijn rekening staat zonder dat het saldo van de rekening negatief kan zijn.
  Er kan geen geld worden afgehouden van de rekening van de gedetineerde, tenzij hij hiermee schriftelijk en uitdrukkelijk heeft ingestemd.
Art.10. Chaque détenu dispose, conformément à l'article 46, § 2, de la loi, d'un compte personnel, ouvert lors de son incarcération.
  Le détenu dispose librement de l'argent qui se trouve sur son compte, sans que le solde du compte puisse être négatif.
  Aucun prélèvement d'argent ne peut être opéré sur le compte du détenu sauf s'il a marqué son accord écrit exprès.
Art.11. Financiële transacties tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens individuele toelating door de directeur.
Art.11. Les transactions financières entre détenus sont interdites, sauf autorisation individuelle du directeur.
HOOFDSTUK 4. - Contacten met de buitenwereld
CHAPITRE 4. - Des contacts avec le monde extérieur
Afdeling 1. - Briefwisseling
Section 1re. - De la correspondance
Art.12. De brieven en de bijgesloten voorwerpen of substanties die de directeur overeenkomstig artikel 55, § 2, van de wet niet bezorgt aan de gedetineerde, worden in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, tenzij er redenen zijn om deze ter beschikking te houden van de gerechtelijke overheden.
Art.12. Les lettres et les objets ou substances qui y sont joints que le directeur ne transmet pas au détenu conformément à l'article 55, § 2, de la loi, sont mis en dépôt contre remise d'un reçu, à moins qu'il existe des raisons de les tenir à la disposition des autorités judiciaires.
Art.13. De gedetineerde geeft zijn brieven voor verzending onder gesloten omslag af, met vermelding van zijn identiteit op de keerzijde van de omslag.
Art.13. Le détenu remet ses lettres à envoyer sous pli fermé, en mentionnant son identité au dos de l'enveloppe.
Art.14. Onverminderd artikel 57 van de wet, zijn de brieven afkomstig van of gericht aan volgende personen of instanties niet onderworpen aan de in de artikelen 55 en 56 van de wet bepaalde controle:
  - de voorzitter van de Penitentiaire Gezondheidsraad;
  - de Orde van geneesheren;
  - de voorzitter van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Art.14. Sans préjudice de l'article 57 de la loi, les lettres provenant ou à destination des personnes ou instances suivantes ne sont pas soumises au contrôle visé aux articles 55 et 56 de la loi :
  - le président du Conseil pénitentiaire de la santé;
  - l'Ordre des médecins;
  - le président de la Cour européenne des Droits de l'Homme
Afdeling 2. - Ongestoord bezoek
Section 2. - Des visites dans l'intimité
Art.15. De gedetineerde kan, overeenkomstig artikel 58, § 4, van de wet, na één maand detentie een verzoek tot ongestoord bezoek met een persoon bedoeld in artikel 59, § 1, van de wet indienen.
  De gedetineerde kan na één maand detentie een verzoek tot ongestoord bezoek indienen met een in artikel 59, § 2, van de wet bedoelde persoon die gedurende minstens 6 maanden belangstelling heeft getoond die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met de gedetineerde.
Art.15. Conformément à l'article 58, §4, de la loi, le détenu peut après un mois de détention, introduire une demande de visite dans l'intimité avec une personne visée à l'article 59, § 1er, de la loi.
  Le détenu peut, après un mois de détention, introduire une demande de visite dans l'intimité avec une personne visée à l'article 59, § 2, de la loi qui a, pendant six mois au moins, manifesté un intérêt permettant de croire au caractère sérieux de sa relation avec le détenu.
Art.16. De gedetineerde en de bezoekers die ongestoord bezoek wensen, dienen een schriftelijke aanvraag in bij de directeur.
Art.16. Le détenu et les visiteurs qui souhaitent une visite dans l'intimité introduisent une demande écrite auprès du directeur.
Art.17. De psychosociale dienst van de gevangenis wordt in kennis gesteld van de indiening van de aanvraag.
  De dienst deelt de relevante elementen waarvan hij kennis heeft mee aan de directeur.
  Een multidisciplinair advies van de psychosociale dienst is vereist indien de aanvraag een geïnterneerde betreft.
Art.17. Le service psychosocial de la prison est informé de l'introduction de la demande.
  Le service communique les éléments pertinents dont il a connaissance au directeur.
  Un avis multidisciplinaire du service psychosocial est requis lorsque la demande concerne un interné.
Art.18. De directeur beslist binnen een maand na ontvangst van de aanvragen van de gedetineerde en de bezoeker.
  Wanneer het ongestoord bezoek wordt geweigerd, kan een nieuwe aanvraag worden ingediend na drie maanden, te rekenen vanaf de beslissing tot weigering; de aanvraag kan vroeger worden ingediend indien de directeur akkoord is.
Art.18. Le directeur prend une décision dans le mois de la réception des demandes du détenu et du visiteur.
  Lorsque la visite dans l'intimité est refusée, une nouvelle demande peut être introduite après trois mois, à compter de la décision de refus; elle peut être introduite plus tôt si le directeur marque son accord.
Art.19. De gedetineerde en de bezoekers mogen in het lokaal dat voorbehouden is voor het ongestoord bezoek geen enkel voorwerp binnenbrengen, behoudens andersluidende beslissing van de directeur.
  Bij het einde van het ongestoord bezoek stellen zij het lokaal terug op orde.
Art.19. Le détenu et les visiteurs ne peuvent introduire aucun objet dans le local réservé à la visite dans l'intimité, sauf décision contraire du directeur.
  A la fin de la visite dans l'intimité, ils remettent le local en ordre.
Afdeling 3. - Gebruik van telefoon en andere communicatiemiddelen
Section 3. - De l'usage du téléphone et autres moyens de télécommunication
Art.20. § 1. Om redenen van orde en veiligheid beschikt de penitentiaire administratie over de mogelijkheid om overeenkomstig artikel 64, § 5, van de wet, over te gaan tot controle van de telefoongesprekken van de gedetineerden.
  Daartoe beschikt iedere inrichting over een computerserver die het volledige telefoniesysteem controleert en over alle geregistreerde gegevens beschikt.
  De verantwoordelijke voor de verwerking, in de zin van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, is de directeur-generaal van het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen. Zijn vertegenwoordiger is, in elke penitentiaire inrichting, het inrichtingshoofd.
  § 2. De directeur of het personeelslid dat hij daartoe aanwijst, kent aan elke gedetineerde die de telefoon gebruikt, een gebruikersaccount en een toegangscode toe die strikt persoonlijk zijn.
  Enkel de directeur of het personeelslid dat hij daartoe aanwijst, heeft toegang tot de gegevens van de gebruikersaccounts.
Art.20. §1er. Pour des raisons d'ordre et de sécurité, l'administration pénitentiaire dispose de la faculté de procéder, conformément à l'article 64, § 5, de la loi, au contrôle des communications téléphoniques des détenus.
  A cette fin, chaque établissement dispose d'un serveur informatique qui contrôle l'ensemble du système téléphonique et possède l'intégralité des données enregistrées.
  Au sens de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, le responsable du traitement est le Directeur général de la direction générale des établissements pénitentiaires. Son représentant est, dans chaque établissement pénitentiaire, le chef d'établissement.
  § 2. Le directeur ou le membre du personnel qu'il désigne à cet effet attribue à chaque détenu utilisant le téléphone un compte d'utilisateur et un code d'accès strictement personnels.
  Seul le directeur, ou le membre du personnel qu'il désigne à cet effet, peut accéder aux données des comptes d'utilisateur.
Art.21. De telefoniegegevens worden geregistreerd om enerzijds het financieel beheer van de gebruikersaccount van de gedetineerde mogelijk te maken en anderzijds om een controle van de telefoongesprekken van de gedetineerde mogelijk te maken om redenen van orde en veiligheid.
  In het kader van het financieel beheer van de gebruikersaccount van de gedetineerde worden de volgende gegevens geregistreerd op de gebruikersaccount van elke gedetineerde:
  1° de kostprijs van elk telefoongesprek;
  2° de totale kostprijs van de telefoongesprekken;
  3° het beschikbare geld.
  Teneinde de controle van de telefoongesprekken mogelijk te maken, worden de volgende gegevens geregistreerd op de gebruikersaccount van elke gedetineerde:
  1° de datum en het uur van elk telefoongesprek;
  2° het gevormde telefoonnummer;
  3° het toestel waarmee het telefoongesprek gevoerd is;
  4° de verboden nummers;
  5° de poging contact op te nemen met een door de directeur verboden nummer.
  Deze gegevens worden geregistreerd, bewaard en kunnen worden geraadpleegd op het telefoniesysteem van de inrichting waar de gedetineerde zich bevindt. Een reservekopie van deze registraties wordt overgezonden aan de penitentiaire administratie.
Art.21. Les données de téléphonie sont enregistrées pour permettre d'une part la gestion financière du compte d'utilisateur du détenu et d'autre part un contrôle des communications téléphoniques du détenu pour des raisons d'ordre et de sécurité.
  Dans le cadre de la gestion financière du compte d'utilisateur du détenu, les données suivantes sont enregistrées sur le compte d'utilisateur de chaque détenu:
  1° le coût de chaque communication téléphonique;
  2° le coût total des communications téléphoniques;
  3° l'argent disponible.
  Afin de permettre le contrôle des communications téléphoniques, les données suivantes sont enregistrées sur le compte d'utilisateur de chaque détenu:
  1° la date et l'heure de chaque communication téléphonique;
  2° le numéro de téléphone formé;
  3° la cabine à partir de laquelle la communication téléphonique est effectuée;
  4° les numéros interdits;
  5° la tentative de joindre un numéro qui a été interdit par le directeur.
  Ces données sont enregistrées, conservées et consultables sur le système de téléphonie de l'établissement dans lequel se trouve le détenu et une copie de sauvegarde de ces enregistrements est transmise à l'administration pénitentiaire.
Art.22. De gegevens in verband met de orde en de veiligheid die gedurende de detentie zijn geregistreerd, worden uit het telefoniesysteem verwijderd binnen een maximumtermijn van een maand na de definitieve invrijheidstelling van de gedetineerde.
  De gegevens met betrekking tot het financieel beheer van de gebruikersaccount van de gedetineerde worden verwijderd uiterlijk tien jaar nadat ze werden geregistreerd.
Art.22. Les données en rapport avec l'ordre et la sécurité qui ont été enregistrées durant la détention sont effacées du système de téléphonie dans un délai maximum d'un mois après la levée d'écrou définitive du détenu.
  Les données relatives à la gestion financière du compte d'utilisateur du détenu sont effacées au plus tard dans un délai de dix ans après avoir été enregistrées.
Art.23. Wanneer de gedetineerde een aanvraag indient voor het gebruik van de telefoon, krijgt hij een formulier dat overeenkomstig artikel 9 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens de volgende informatie bevat:
  1° de doeleinden van de controle;
  2° het type van geregistreerde gegevens;
  3° de ontvangers van de gegevens;
  4° het bestaan van zijn recht op directe en indirecte toegang en op verbetering van de gegevens;
  5° de gegevens van de verantwoordelijke voor de verwerking en van zijn vertegenwoordiger;
  6° de bijzondere beperkingen waaraan hij is onderworpen.
Art.23. Lorsque le détenu introduit une demande d'usage du téléphone, il se voit remettre un formulaire qui reprend, conformément à l'article 9 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, les informations suivantes:
  1° les finalités du contrôle;
  2° le type de données enregistrées;
  3° les destinataires des données;
  4° l'existence de son droit d'accès, direct et indirect, et de rectification des données;
  5° les coordonnées du responsable du traitement et de son représentant;
  6° les restrictions particulières auxquelles il est soumis.
Art.24. § 1. De gedetineerde kan de gegevens die betrekking hebben op zijn persoon raadplegen en verzoeken om de verbetering ervan, zulks overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens indien blijkt dat deze foutief zijn. Hij richt zijn verzoek tot de directeur.
  § 2. Wanneer de controle is uitgevoerd in het kader van een opdracht van gerechtelijke of bestuurlijke politie, is het recht op toegang tot de gegevens niettemin onderworpen aan artikel 13 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De gedetineerde moet zich dan vooraf tot de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer richten.
Art.24. § 1. Le détenu peut consulter les données qui se rapportent à sa personne et en demander la rectification conformément à l'article 10 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel s'il apparaît qu'elles sont erronées. Il adresse sa demande au directeur.
  § 2. Néanmoins, lorsque le contrôle s'est exercé dans le cadre d'une mission de police judiciaire ou administrative, le droit d'accès aux données est alors subordonné à l'article 13 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. Le détenu doit alors préalablement s'adresser à la commission de protection de la vie privée.
Art.25. Het is de gedetineerde verboden te telefoneren via de gebruikersaccount of de toegangscode die behoren aan een andere gedetineerde.
Art.25. Il est interdit au détenu de téléphoner en utilisant le compte d'utilisateur ou le code d'accès appartenant à un autre détenu.
Afdeling 4. - Schriftelijke en mondelinge contacten met advocaten
Section 4. - Des contacts écrits et oraux avec les avocats
Art.26. Overeenkomstig artikel 67 van de wet, hebben advocaten die van hun hoedanigheid doen blijken, toegang tot de gevangenis tussen 7 uur en 20 u. 30 m. De consultatie van de advocaat neemt uiterlijk om 21 uur een einde.
Art.26. Conformément à l'article 67 de la loi, les avocats qui justifient de leur qualité ont accès à la prison entre 7 heures et 20 h 30 m. La consultation de l'avocat prend fin au plus tard à 21 heures.
Art.27. Onverminderd het recht om met derden dagelijks te telefoneren, heeft de gedetineerde, overeenkomstig artikel 68 van de wet, het recht om dagelijks te telefoneren met zijn advocaat tussen 8 uur en 20 u. 30 m.
  De duur van het telefoongesprek met de advocaat kan beperkt worden tot vijftien minuten indien de beschikbaarheid van de in de gevangenis aanwezige telefoontoestellen niet toelaat om meer tijd toe te kennen.
Art.27. Sans préjudice de son droit de téléphoner quotidiennement à des tiers, le détenu a, conformément à l'article 68 de la loi, le droit de téléphoner quotidiennement à son avocat entre 8 heures et 20 h 30 m.
  La durée de l'entretien téléphonique avec l'avocat peut être réduite à quinze minutes si la disponibilité des appareils téléphoniques présents dans la prison ne permet pas d'octroyer davantage de temps.
Afdeling 5. - Schriftelijke en mondelinge contacten met consulaire en diplomatieke ambtenaren
Section 5. - Des contacts écrits et oraux avec les agents consulaires et du corps diplomatique.
Art.28. Overeenkomstig artikel 69 van de wet, kunnen de diplomatieke en consulaire ambtenaren gedetineerden van vreemde nationaliteit bezoeken tussen 7 uur en 20 u. 30 m. Het bezoek neemt uiterlijk een einde om 21 uur.
  Tijdens het gesprek van de diplomatieke en consulaire ambtenaren met de gedetineerde kan geen ander dan visueel toezicht worden uitgeoefend.
Art.28. Conformément à l'article 69 de la loi, les agents diplomatiques et consulaires peuvent rendre visite aux détenus de nationalité étrangère entre 7 heures et 20 h 30 m. La visite prend fin au plus tard à 21 heures.
  Pendant l'entretien des agents diplomatiques et consulaires avec le détenu, aucune surveillance autre que visuelle ne peut être exercée.
Art.29. Onverminderd het recht om met derden dagelijks te telefoneren, heeft de gedetineerde van vreemde nationaliteit, overeenkomstig artikel 69 van de wet, het recht om dagelijks op zijn kosten te telefoneren met de diplomatieke en consulaire ambtenaren van zijn land tussen 8 uur en 20 u. 30 m. De duur van het telefoongesprek met de diplomatieke of consulaire ambtenaar kan beperkt worden tot vijftien minuten indien de beschikbaarheid van de in de gevangenis aanwezige telefoontoestellen niet toelaat om meer tijd toe te kennen.
Art.29. Sans préjudice de son droit de téléphoner quotidiennement à des tiers, le détenu de nationalité étrangère a, conformément à l'article 69 de la loi, le droit de téléphoner, à ses frais, quotidiennement aux agents diplomatiques et consulaires de son pays entre 8 heures et 20 h 30 m. La durée de l'entretien téléphonique avec l'agent diplomatique ou consulaire peut être réduite à quinze minutes si la disponibilité des appareils téléphoniques présents dans la prison ne permet pas d'octroyer davantage de temps.
HOOFDSTUK 5. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions abrogatoires
Art.30. De artikelen 5ter, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 35bis, 41, 43, 46, 47, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 67, 68, 72, 73, 77, 79, 80, 91, 93, 94, 107, 108, 109, 110, 114, 121, 122 en 123 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen worden opgeheven.
Art.30. Les articles 5ter, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 35bis, 41, 43, 46, 47, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 67, 68, 72, 73, 77, 79, 80, 91, 93, 94, 107, 108, 109, 110, 114, 121, 122 et 123 de l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires sont abrogés.
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Art.31. Op 1 september 2011 treden in werking:
  1° de artikelen 1, 2, 3, 16, 19, 42, 44, 45, 46, 47, 53, 54, 55, 56, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 76, 77, 78, 79, 80, 103, 104 en 167, § 1, van de wet;
  2° artikel 20, § 5, derde lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis;
  3° dit besluit.
Art.31. Entrent en vigueur le 1er septembre 2011 :
  1° les articles 1er, 2, 3, 16, 19, 42, 44, 45, 46, 47, 53, 54, 55, 56, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 76, 77, 78, 79, 80, 103, 104 et 167, § 1, de la loi;
  2° l'article 20, 5, alinéa 3, de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive;
  3° le présent arrêté.
Art. 32. De Minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 32. Le Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Brussel, 8 april 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  Bruxelles, le 8 avril 2011.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK