Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
26 AUGUSTUS 2010. - Besluit van de Regering betreffende de procedure tot toelating, erkenning en inspectie van de serviceflatgebouwen
Titre
26 AOUT 2010. - Arrêté du Gouvernement relatif à la procédure d'autorisation, d'agréation et d'inspection des résidences-services
Informations sur le document
Numac: 2010204701
Datum: 2010-08-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010204701
Date: 2010-08-26
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
Article 1er. Cet arrêté transpose partiellement la Directive 2006/123/CE du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2006 relative aux services dans le marché intérieur.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op het zorgaanbod bepaald in artikel 2, § 1, 2°, van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen, te weten de serviceflatgebouwen.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux offres de soins définies à l'article 2, § 1er, 2°, du décret du 4 juin 2007 relatif aux structures d'hébergement, d'accompagnement et de soins pour personnes âgées et aux maisons de soins psychiatriques, à savoir les résidences-services.
HOOFDSTUK 3. - Begripsbepalingen
CHAPITRE 3. - Définitions
Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1° decreet : het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen, zoals gewijzigd;
  2° zorgaanbod : het aanbod gedefinieerd in artikel 2, § 1, 2°, van het decreet;
  3° Minister : de Minister van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd inzake Gezin en Gezondheid;
  4° departement : het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd inzake Bejaarden;
  5° normen : de erkenningsvoorwaarden die door de Regering met toepassing van artikel 5, § 3, van het decreet zijn vastgelegd.
  6° inspectie : de personen die met toepassing van hoofdstuk V van het decreet aangewezen zijn om de zorgaanbiedingen te inspecteren.
Art. 3. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° décret : le décret du 4 juin 2007 relatif aux structures d'hébergement, d'accompagnement et de soins pour personnes âgées et aux maisons de soins psychiatriques, tel que modifié;
  2° offre de soins : les offres définies à l'article 2, § 1er, 2°, du décret;
  3° Ministre : le Ministre de la Communauté germanophone compétent en matière de Famille et de Santé;
  4° département : le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière de personnes âgées;
  5° normes : les conditions d'agréation fixées par le Gouvernement en application de l'article 5, § 3, du décret.
  6° inspection : les personnes désignées en application du chapitre V du décret pour inspecter les offres de soins.
HOOFDSTUK 4. - Toelating
CHAPITRE 4. - Autorisation
Art. 4. De aanvraag om de in artikel 3 van het decreet bedoelde toelating moet bij het departement worden ingediend en volgende documenten en gegevens omvatten :
  1° om een zorgaanbod te scheppen of te verlenen :
  a) de identiteit van de aanvrager;
  b) als het om een rechtspersoon gaat, de statuten van de vereniging of vennootschap;
  c) een plattegrond van de gemeente die de geografische situatie van het zorgaanbod aanduidt;
  d) het aantal wooneenheden;
  e) een verklaring van de inrichtende macht waaruit blijkt dat het project aan een werkelijke behoefte beantwoordt en dat het enerzijds in het door de Regering opgestelde programma en anderzijds in het geheel der bestaande en geplande opvangvoorzieningen voor bejaarden past.
  2° om een bestaand gebouw overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet te mogen ombouwen of in gebruik nemen of om het aantal wooneenheden van een bestaand zorgaanbod overeenkomstig artikel 3, 3°, van het decreet te wijzigen :
  a) de identiteit van de aanvrager;
  b) een plan van de bestaande gebouwen;
  c) de uit de ombouw of ingebruikname voortvloeiende wooneenheden;
  d) een verklaring zoals bedoeld onder 1°, e).
Art. 4. La demande d'autorisation visée à l'article 3 du décret est adressée au département et contient les documents et données suivants :
  1° pour créer ou proposer une offre de soins :
  a) l'identité du demandeur;
  b) lorsqu'il s'agit d'une personne morale, les statuts de l'association ou de la société;
  c) un plan de la commune indiquant la situation géographique de l'offre de soins;
  d) le nombre d'unités de logement;
  e) une déclaration du pouvoir organisateur dont il ressort que le projet répond à un besoin réel et s'inscrit d'une part dans le programme fixé par le Gouvernement et d'autre part dans l'ensemble des offres de soins existantes et prévues;
  2° pour pouvoir transformer ou mettre en service un bâtiment existant conformément à l'article 3, 2°, du décret et pour modifier le nombre d'unités de logement au sein d'une offre de soins existante conformément à l'article 3, 3°, du décret :
  a) l'identité du demandeur;
  b) le plan des bâtiments existants;
  c) les unités de logement liées à la transformation ou à la mise en service;
  d) une déclaration telle que celle visée au 1°, e).
Art. 5. Binnen de maand zendt het departement de volledige aanvraag om toelating samen met een advies aan de Minister toe. Als de aanvraag in de maanden juli of augustus wordt ingediend, dan wordt de termijn van één maand met één maand verlengd.
Art. 5. Dans le mois, le département transmet au Ministre la demande d'autorisation complète, accompagnée d'un avis. Si la demande est introduite en juillet ou en août, le délai d'un mois est prolongé d'un mois.
Art. 6. De Minister beslist over de aanvraag om toelating binnen één maand na ontvangst van het advies bedoeld in artikel 5.
  De toelating vervalt, indien de in artikel 3, 1° à 3°, van het decreet bedoelde projecten binnen drie jaar na de toekenning van de toelating niet begonnen zijn.
Art. 6. Dans le mois suivant la réception de l'avis visé à l'article 5, le Ministre statue sur la demande d'autorisation.
  L'autorisation devient caduque, lorsque les projets visés à l'article 3, 1° à 3°, du décret ne sont pas entamés dans les trois ans suivant l'octroi de l'autorisation.
HOOFDSTUK 5. - Erkenning
CHAPITRE 5. - Agréation
Art. 7. De aanvraag om erkenning wordt ingediend bij het departement en omvat volgende documenten :
  1° de toelating bedoeld in hoofdstuk 4;
  2° de identiteit van de directeur van het zorgaanbod en een lijst met de namen van de personeelsleden, met vermelding van hun ambt, kwalificatie en registratienummer bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid alsmede, voor de directeur en alle tewerkgestelde personeelsleden, een bewijs van goed zedelijk gedrag dat bij het indienen van de aanvraag niet meer dan zes maanden oud mag zijn;
  3° een verklaring, ondertekend door de inrichtende macht, waarmee zij er zich toe verplicht de personeelsformatie voortdurend aan te passen aan de personeelsnormen naar gelang van het aantal werkelijk opgenomen personen;
  4° een attest dat door de burgemeester op basis van een verslag van de bevoegde brandweerdienst ondertekend wordt en waaruit blijkt dat het zorgaanbod aan de specifieke veiligheidsnormen voldoet. Het attest en het erbij gevoegde verslag van de brandweerdienst mogen bij het indienen van de aanvraag om erkenning niet ouder dan drie maanden zijn;
  5° een financieringsplan dat bewijst dat de inrichtende macht van het zorgaanbod over genoeg kapitaal beschikt om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. Dit financieringsplan moet door een bedrijfsrevisor of door een van de inrichtende macht onafhankelijke boekhouder medeondertekend worden;
  6° een exemplaar van het huishoudelijk concept en van het huishoudelijk reglement;
  7° een model van het verdrag dat tussen de inrichtende macht van het zorgaanbod en de bewoner wordt afgesloten;
  8° de kostenbijdrage bepaald voor de bewoner.
Art. 7. La demande d'agréation est introduite auprès du département et contient les documents suivants :
  1° l'autorisation visée au chapitre 4;
  2° l'identité du directeur de l'offre de soins et une liste nominative des membres du personnel indiquant leurs fonction, qualification et numéro d'immatriculation auprès du Service public fédéral de la Santé publique ainsi que, pour le directeur et l'ensemble du personnel occupé, un certificat de bonnes vie et moeurs qui ne peut dater de plus d'un mois lors de l'introduction de la demande;
  3° une déclaration signée par le pouvoir organisateur et par laquelle il s'engage à adapter continuellement l'effectif aux normes de personnel en fonction du nombre de personnes effectivement accueillies;
  4° une attestation basée sur le rapport établi par le service d'incendie compétent, signée par le bourgmestre et dont il ressort que l'offre de soins satisfait aux normes de sécurité spécifiques. L'attestation et le rapport d'incendie y annexé ne peuvent dater de plus de trois mois lors de l'introduction de la demande d'agréation;
  5° un plan de financement prouvant que le pouvoir organisateur de l'offre de soins dispose d'un capital suffisant pour satisfaire aux conditions d'agréation. Ce plan de financement doit être contresigné par un réviseur d'entreprise ou un comptable indépendant du pouvoir organisateur;
  6° un exemplaire du concept d'établissement et du règlement d'ordre intérieur;
  7° un modèle de contrat conclu entre le pouvoir organisateur de l'offre de soins et le résident;
  8° la participation aux frais prévue pour le résident.
Art. 8. Binnen veertig dagen na het indienen van de volledige aanvraag beslist de Minister op advies van het departement, of hij de voorlopige erkenning al dan niet toekent.
Art. 8. Dans les quarante jours de l'introduction de la demande complète, le Ministre statue sur l'octroi ou le refus de l'agréation provisoire en se basant sur l'avis du département.
Art. 9. Tijdens de geldigdheidsduur van de voorlopige erkenning voert de inspectie een controle uit, om de eerbiediging van de erkenningsnormen te verifiëren. Het inspectieverslag wordt samen met de aanvraag om erkenning aan de Minister toegezonden.
Art. 9. Durant la période de validité de l'agréation provisoire, l'inspection mène un contrôle pour vérifier la conformité aux normes d'agréation. Le rapport d'inspection, accompagné de la demande d'agréation, est transmis au Ministre.
Art. 10. Binnen veertig dagen en ten laatste vóór het verstrijken van de voorlopige erkenning beslist de Minister of hij de erkenning al dan niet toekent. De erkenning vermeldt de maximale wooncapaciteit.
Art. 10. Le Ministre octroie ou refuse l'agréation dans les quarante jours et au plus tard avant l'expiration de l'agréation provisoire. L'agréation mentionne la capacité de logement maximale.
Art. 11. § 1. Tijdens de geldigheidsduur van de erkenning deelt de inrichtende macht van het erkende zorgaanbod elke wijziging m.b.t. de in de artikelen 4 en 7 vermelde gegevens mee aan het departement.
  § 2. Om de zes jaar na de inwerkingtreding van de erkenning dient de inrichtende macht een nieuw attest, zoals bedoeld in artikel 7, 4°, bij het departement in. Bovendien moet zo'n attest bij elke wijziging aan het gebouw van het zorgaanbod en op elk verzoek van de inspectie worden ingediend.
Art. 11. § 1er. Durant la période de validité de l'agréation, le pouvoir organisateur de l'offre de soins agréée communique au département tout changement concernant les données mentionnées aux articles 4 et 7.
  § 2. Tous les six ans suivant l'entrée en vigueur de l'agréation, le pouvoir organisateur transmet au département une attestation telle que visée à l'article 7, 4°. En outre, une telle attestation doit être introduite à chaque modification du bâtiment abritant l'offre de soins ou à tout moment sur demande de l'inspection.
HOOFDSTUK 6. - Schorsing van de erkenning
CHAPITRE 6. - Suspension de l'agréation
Art. 12. Voordat hij een toelating, een voorlopige erkenning of een erkenning opschort, deelt de Minister zijn opzet mee aan de inrichtende macht van het zorgaanbod. Op haar verzoek wordt de inrichtende macht, binnen een termijn van dertig dagen na de toezending van de intentieverklaring voor een verhoor bij de Minister uitgenodigd. Dit verzoek van de inrichtende macht moet ten laatste zeven dagen na ontvangst van de intentieverklaring worden ingediend. Binnen viertien dagen na dit verhoor en op advies van de inspectie beslist de Minister over de schorsing.
Art. 12. Avant de suspendre une autorisation, une agréation provisoire ou une agréation, le Ministre communique son intention au pouvoir organisateur de l'offre de soins. A sa demande, le pouvoir organisateur est invité dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention pour une audition auprès du Ministre. Cette demande du pouvoir organisateur doit être introduite au plus tard sept jours après la réception de la déclaration d'intention. Dans les quinze jours suivant cette audition, le Ministre statue sur la suspension en se basant sur un avis de l'inspection.
HOOFDSTUK 7. - Commissaris-afgevaardigde
CHAPITRE 7. - Commissaire-délégué
Art. 13. § 1. De commissaris-afgevaardigde aangewezen door de Minister met toepassing van artikel 14, § 4, van het decreet moet ervaring in management, boekhouding, personeel en financieel beheer en bij voorkeur in de leiding van een zorgaanbod en in de kwaliteitszorg van de bejaardenbegeleiding kunnen bewijzen. De commissaris mag geen personeelslid van het betrokken zorgaanbod zijn of zijn geweest. Hij moet ten minste houder zijn van een bachelordiploma.
  § 2. Vóór de aanwijzing van de commissaris deelt de Minister zijn opzet aan de inrichtende macht mee. Binnen viertien dagen na de mededeling van deze intentieverklaring kan de Minister tot de aanwijzing voor een periode van zes maanden overgaan.
  § 3. De opdracht die de Minister aan de commissaris toevertrouwt, wordt in een verdrag vastgelegd. De commissaris beschikt over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn om zijn opdracht inzake leiding van van het zorgaanbod te kunnen uitvoeren. De Minister informeert de inrichtende macht over de takenpaketten van de commissaris.
  Telkens één maand vóór het verstrijken van zijn verdrag zendt de commissaris een verslag aan de Minister over de mate waarin de tekortkomingen werden verholpen. De opdracht kan telkens op basis van het verslag en van het voorstel van de inspectie voor zes maanden door de Regering worden verlengd.
  § 4. Voor de duur van zijn verdrag verkrijgt de commissaris het loon dat in het betrokken zorgaanbod voor de directeur geldt. Met toepassing van artikel 14, § 4, van het decreet valt het loon ten laste van de inrichtende macht.
Art. 13. § 1er. Le commissaire-délégué désigné par le Ministre en application de l'article 14, § 4, du décret doit pouvoir justifier d'une expérience en management, comptabilité, gestion de personnel et gestion financière, et de préférence dans la direction d'une offre de soins et dans la gestion de qualité en matière d'accompagnement de personnes âgées. Le commissaire ne peut être ou avoir été membre du personnel de l'offre de soins concernée. Il doit au moins disposer d'un baccalauréat.
  § 2. Avant de désigner le commissaire, le Ministre communique son intention au pouvoir organisateur. Le Ministre peut procéder à la désignation pour une durée de six mois, quinze jours après la communication de cette intention.
  § 3. La mission que le Ministre confie au commissaire est consignée dans un contrat. Le commissaire dispose de tous les pouvoirs nécessaires à l'exécution de sa mission portant sur la direction de l'offre de soins. Le Ministre informe le pouvoir organisateur de l'ensemble des tâches confiées au commissaire.
  Un mois avant l'expiration de son contrat, le commissaire fait rapport au Ministre sur la manière dont les manquements ont été corrigés. Le contrat peut chaque fois être prolongé de six mois par le Gouvernement sur rapport et proposition de l'inspection.
  § 4. Pour la durée de son contrat, le commissaire perçoit le salaire applicable au directeur dans l'offre de soins concernée. Le salaire est à charge du pouvoir organisateur en application de l'article 14, § 4, du décret.
HOOFDSTUK 8. - Intrekking van de toelating, van de voorlopige erkenning en van de erkenning
CHAPITRE 8. - Retrait de l'autorisation, de l'agréation provisoire ou de l'agréation
Art. 14. Wanneer de Minister genoodzaakt is de toelating, de voorlopige erkenning of de erkenning in te trekken, deelt hij zijn opzet aan de inrichtende macht van het zorgaanbod mee. Op verzoek van de inrichtende macht binnen zeven dagen na ontvangst van de intentieverklaring wordt deze binnen dertig dagen na de toezending van deze mededeling voor een verhoor bij de Minister uitgenodigd.
Art. 14. Lorsque le Ministre se voit contraint de retirer l'autorisation, l'agréation provisoire ou l'agréation, il communique son intention au pouvoir organisateur de l'offre de soins. A la demande du pouvoir organisateur introduite dans les sept jours suivant la réception de la déclaration d'intention, celui-ci est invité dans les trente jours suivant l'envoi de cette communication pour une audition auprès du Ministre.
Art. 15. Na ontvangst van de intentieverklaring van de Minister om de toelating, voorlopige erkenning of erkenning in te trekken mogen geen nieuwe bejaarden worden opgenomen.
Art. 15. Après réception de l a déclaration d'intention du Ministre de retirer l'autorisation, l'agréation provisoire ou l'agréation, plus aucune autre personne âgée ne peut être accueillie.
Art. 16. Binnen dertig dagen na het verhoor van de inrichtende macht beslist de Minister beslist over de intrekking van de toelating, voorlopige erkenning of erkenning op basis van een advies van de inspectie. Als de inrichtende macht met toepassing van artikel 14 om geen verhoor verzoekt, beslist de Minister binnen dertig dagen na de toezending van de in artikel 14 vermelde intentieverklaring. De beslissing tot intrekking wordt onmiddellijk aan de inrichtende macht betekend. De intrekking van de voorlopige erkenning of van de erkenning heeft de sluiting van het zorgaanbod ten gevolge.
Art. 16. Dans les trente jours suivant l'audition du pouvoir organisateur, le Ministre statue sur le retrait de l'autorisation, de l'agréation provisoire ou de l'agréation en se basant sur un avis de l'inspection. Si le pouvoir organisateur, en application de l'article 14, ne demande pas à être entendu, le Ministre statue dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention visée à l'article 14. La décision de retrait est immédiatement notifiée au pouvoir organisateur. Le retrait de l'agréation provisoire ou de l'agréation entraîne la fermeture de l'offre de soins.
HOOFDSTUK 9. - Sluiting van het zorgaanbod
CHAPITRE 9. - Fermeture de l'offre de soins
Art. 17. § 1. Bij een sluiting van een zorgaanbod met toepassing van artikel 14 moet de inrichtende macht ervoor zorgen dat alle bewoners het zorgaanbod hebben verlaten binnen drie maanden na de inwerkingtreding van de beslissing van de Minister de toelating, voorlopige erkenning of erkenning in te trekken.
  § 2. Met toepassing van artikel 14, § 3, van het decreet kan de Minister een zorgaanbod op voorstel van de inspectie sluiten. Voordat de Minister een beslissing neemt, deelt hij zijn opzet aan de inrichtende macht mee. Drie dagen na de mededeling van deze intentieverklaring kan de Minister het zorgaanbod laten sluiten. De inrichtende macht zorgt voor de onmiddellijke evacuatie van de bejaarden.
Art. 17. § 1er. En cas de fermeture d'une offre de soins en application de l'article 14 du décret, le pouvoir organisateur doit veiller à ce que tous les résidents aient quitté l'offre de soins dans les trois mois suivant l'entrée en vigueur de la décision ministérielle de retirer l'autorisation, l'agréation provisoire ou l'agréation.
  § 2. En application de l'article 14, § 3, du décret, le Ministre peut fermer une offre de soins sur proposition de l'inspection. Avant de prendre sa décision, le Ministre communique son intention au pouvoir organisateur. Trois jours après la communication de cette déclaration d'intention, le Ministre peut faire procéder à la fermeture. Le pouvoir organisateur veille à l'évacuation immédiate des personnes âgées.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 18. De beslissing tot schorsing of tot intrekking van de toelating, van de voorlopige erkenning of van de erkenning, alsmede de beslissing tot sluiting van een zorgaanbod of tot aanwijzing van een commissaris worden als bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Elke beslissing vermeldt de inwerkingtreding ervan.
Art. 18. La décision de suspendre et de retirer l'autorisation, l'agréation provisoire ou l'agréation ainsi que la décision de fermer une offre de soins ou de désigner un commissaire sont publiées sous forme d'avis au Moniteur belge. Chaque décision mentionne son entrée en vigueur.
Art. 19. Het voornemen van de inrichtende macht, een zorgaanbod stop te zetten of te sluiten moet de Minister ten minste zes maanden vóór de geplande beëindiging of sluiting schriftelijk worden meegedeeld.
Art. 19. L'intention d'un pouvoir organisateur de mettre fin à une offre de soins ou de la fermer doit être communiquée par écrit au Ministre au moins six mois à l'avance.
Art. 20. De Minister bevoegd inzake Gezondheid en Gezin wordt belast met de uitvoering van voorliggend besluit.
Art. 20. Le Ministre compétent en matière de Famille et de Santé est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Eupen, 26 augustus 2010.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President, Minister van Lokale Besturen,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden,
  H. MOLLERS
  Eupen, le 26 août 2010.
  Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président, Ministre des Pouvoirs locaux,
  K.-H. LAMBERTZ
  Le Ministre de la Famille, de la Santé et des Affaires sociales,
  H. MOLLERS