Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 OKTOBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van het procedure- en werkingsreglement van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid (aangehaald als : Procedure- en werkingsreglement Hoge Raad voor [de Handhavingsuitvoering] " of " PR HRH ")(NOTA : opschrift gewijzigd bij )<BVR2018-02-09/12, art. 47, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2010 en tekstbijwerking tot 28-02-2018)
Titre
1 OCTOBRE 2010. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant le règlement de procédure et de fonctionnement du Conseil supérieur de la Politique de Maintien (cité comme : Règlement de procédure et de fonctionnement du Conseil supérieur de [l'Exécution du maintien] " ou " RP CSP ") (NOTE : intitulé modifié par <AGF2018-02-09/12, art. 47, 003; En vigueur : 01-03-2018> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2010 et mise à jour au 28-02-2018)
Informations sur le document
Numac: 2010035999
Datum: 2010-10-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010035999
Date: 2010-10-01
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Bepalingen van toepassing op alle bevoegdheden van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid
CHAPITRE Ier. - Dispositions applicables à toutes les compétences du Conseil supérieur de la Politique de Maintien
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de Hoge Raad : de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid;
  2° het handhavende bestuur : de stedenbouwkundige inspecteur en/of het college van burgemeester en schepenen;
  3° belanghebbenden : de natuurlijke of de rechtspersonen bedoeld in artikel 6.1.34, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Dit besluit wordt verkort geciteerd als " Procedure- en werkingsreglement Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid " of " PR HRH ".
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° le Conseil supérieur : le Conseil supérieur de la Politique de Maintien;
  2° l'administration de maintien : l'inspecteur urbaniste et/ou le collège des bourgmestre et échevins;
  3° intéressés : les personnes physiques ou morales, visées à l'article 6.1.34, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Le présent arrêté est cité en abrégé comme " Règlement de procédure et de fonctionnement du Conseil supérieur de la Politique de Maintien " ou " RP CSP ".
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op alle procedures voor de Hoge Raad vermeld in de artikelen 6.1.7 tot en met 6.1.22 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 2. Le présent arrêté est applicable à toutes les procédures pour le Conseil supérieur visées aux article 6.1.7 à 6.1.22 inclus du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 3. De zetel van de Hoge Raad is gevestigd in de Koning Albert II-laan 35, bus 80, te 1030 Brussel. De Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening kan deze verplaatsen.
Art. 3. Le siège du Conseil supérieur est établi au boulevard Albert II 35, boîte 80, à 1030 Bruxelles. Le Ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire peut déplacer ce siège.
Afdeling 2. - Kennisgeving en termijnbepaling
Section 2. - Notification et fixation du délai
Art. 4. § 1. Onverminderd artikel 20, tweede lid, worden alle aanvragen, verzoeken en stukken aan de Hoge Raad ter kennis gebracht bij beveiligde zending.
  Gebeurt deze kennisgeving door het handhavende bestuur op papieren drager, dan kan het handhavende bestuur tevens een gehele of gedeeltelijke digitale kopie afleveren op het adres dat door de vaste secretaris wordt aangegeven, tenzij dit om technische redenen niet mogelijk is.
  Alle tot de Hoge Raad gerichte aanvragen bevatten een genummerde lijst van de gevoegde stukken.
  § 2. Alle stukken, kennisgevingen, uitnodigingen, oproepingen en verzoeken uitgaande van de Hoge Raad worden ter kennis gebracht bij beveiligde zending. De verzending mag per elektronische post worden gedaan wanneer de ontvangst ervan geen termijn doet ingaan. Heeft de geadresseerde aan de Hoge Raad geen elektronisch adres meegedeeld, dan mag dit bij gewone brief.
  § 3. Niet in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of in dit besluit voorziene stukken, gegevens en inlichtingen worden uit de besluitvorming geweerd tenzij de Hoge Raad, de voorzitter, of de vaste secretaris uitdrukkelijk om de overlegging ervan aan de Hoge Raad heeft verzocht.
Art. 4. § 1er. Sans préjudice de l'article 20, deuxième alinéa, toutes les demandes, requêtes et pièces sont notifiées au Conseil supérieur par envoi sécurisé.
  Si cette notification est effectuée sur papier par l'administration de maintien, celle-ci peut également délivrer une copie électronique entière ou partielle à l'adresse indiquée par le secrétaire permanent, sauf si des raisons techniques le rendent impossible.
  Toutes les demandes adressées au Conseil supérieur contiennent une liste numérotée des pièces jointes.
  § 2. Toutes les pièces, notifications, invitations, convocations et requêtes émanant du Conseil supérieur sont notifiées par envoi sécurisé. L'envoi peut être effectué par courrier électronique si sa réception ne fait pas produire les effets du délai. Si le destinataire n'a pas communiqué d'adresse électronique au Conseil supérieur, l'envoi peut être effectué par lettre ordinaire.
  § 3. Des pièces qui ne sont pas prévues au Code flamand sur l'Aménagement du Territoire ou au présent arrêté sont exclues de la prise de décision, sauf si le Conseil supérieur, le président ou le secrétaire permanent demandent explicitement leur présentation au Conseil supérieur.
Art. 5. § 1. Ten aanzien van de beveiligde zendingen van de Hoge Raad aan de geadresseerde worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend :
  1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;
  2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij een ter post aangetekende brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;
  3° wanneer de kennisgeving is gebeurd door afgifte tegen ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op de afgifte of de weigering tot ontvangst.
  In alle andere gevallen begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op de kennisgeving.
  § 2. De dag van de akte die het uitgangspunt is van de termijn wordt er niet inbegrepen. De laatste dag van de termijn wordt in de termijn gerekend. Is die dag een zaterdag, een zondag, een wettelijke feestdag of een nationale sluitingsdag van de postdiensten, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag, zijnde niet een zaterdag, zon -of feestdag.
Art. 5. § 1er. Vis-à-vis des envois sécurisés du Conseil supérieur à l'adressé, les délais sont calculés prenant cours à partir d'une notification sur papier :
  1° lorsque la notification a été effectuée par lettre recommandée contre remise d'un avis de réception, à partir du premier jour suivant le jour de la présentation de la lettre au domicile du destinataire ou, le cas échéant, à son lieu de résidence ou à son domicile élu;
  2° lorsque la notification a été effectuée par lettre recommandée, à partir du troisième jour ouvrable suivant le jour de la présentation de la lettre aux services postaux, à moins que le destinataire ne fournisse la preuve du contraire;
  3° lorsque la notification a été effectuée contre remise d'un avis de réception, à partir du premier jour suivant la délivrance ou le refus de réception.
  Dans tous les autres cas, le délai prend cours à partir du premier jour suivant la notification.
  § 2. Le jour de l'acte, qui fait produire les effets du délai, n'est pas inclus. Le dernier jour du délai est compris dans le délai. Si ce jour est un samedi, un dimanche, un jour de fête légal ou un jour de fermeture nationale des services postaux, le délai est prolongé jusqu'au prochain jour ouvrable, si ce jour ne tombe pas sur un samedi, un dimanche ou un jour férié.
Afdeling 3. - Inspraak van de handhavende besturen
Section 3. - Participation des administrations de maintien.
Art. 6. § 1. De uitnodiging tot inspraak bedoeld in artikel 6.1.31, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt gericht aan de stedenbouwkundige inspecteur die advies vraagt of, voor de agendapunten die een vordering of een maatregel van de betrokken gemeente betreffen en die enkel uitgaan van het college van burgemeester en schepenen, de [1 ...]1 stedenbouwkundige inspecteur die zijn standplaats heeft in de provincie waarin de gemeente is gelegen. De stedenbouwkundige inspecteur kan zich laten vervangen door een andere stedenbouwkundige inspecteur.
  De uitnodiging tot inspraak van een vertegenwoordiger van het college van burgemeester en schepenen van een gemeente bedoeld in artikel 6.1.31, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
  § 2. De in artikel 6.1.31, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde handhavende besturen kunnen na afspraak met het permanent secretariaat inzage nemen van het dossier.
  
Art. 6. § 1er. L'invitation à la participation, visée à l'article 6.1.31, deuxième alinéa, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire, est adressée à l'inspecteur urbanistique qui recueille l'avis, ou pour les points de l'ordre du jour qui concernent une demande ou une mesure de la commune concernée et qui émanent uniquement du collège des bourgmestre et échevins, à l'inspecteur urbanistique désigné [1 ...]1 ayant sa résidence dans la province où est située la commune. L'inspecteur urbaniste peut se faire remplacer par un autre inspecteur urbaniste.
  L'invitation à la participation d'un représentant du collège des bourgmestre et échevins de la commune visée à l'article 6.1.31, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, est adressée au collège des bourgmestre et échevins.
  § 2. Les administrations de maintien, visées à l'article 6.1.31, alinéa premier, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, peuvent consulter le dossier après rendez-vous avec le secrétariat permanent.
  
Afdeling 4. - Schriftelijk horen
Section 4. - Entendre par écrit
Art. 7. § 1. Indien de Hoge Raad of het door hem gedelegeerde lid of leden ervan besluit een belanghebbende te horen, identificeert de vaste secretaris die op grond van het dossier.
  Indien de belanghebbende niet kan worden bepaald, wordt dit uitdrukkelijk vermeld in het advies of de beslissing van de Hoge Raad.
  § 2. De vaste secretaris geeft onverwijld aan de belanghebbende kennis van de beslissing tot het horen. Deze kennisgeving bevat de bepalingen van §§ 3 en 4 en vermeldt het handhavende bestuur aan wie in overeenstemming met § 4 een afschrift van de gemotiveerde nota wordt bezorgd.
  § 3. De belanghebbende kan binnen de acht dagen na de kennisgeving van de in § 2 bedoelde beslissing, een gemotiveerde nota bezorgen aan de Hoge Raad. Indien de belanghebbende stukken wenst over te leggen, worden die, tesamen met een genummerde lijst ervan, gevoegd bij de gemotiveerde nota.
  Een te laat ingediende gemotiveerde nota, alsook de niet bij de gemotiveerde nota gevoegde stukken, worden uit de besluitvorming van de Hoge Raad geweerd. Is er geen genummerde lijst van de stukken, dan kan de Hoge Raad deze uit de besluitvorming weren indien dit gebrek de goede werking van de Hoge Raad of de zorgvuldige besluitvorming in het gedrang brengt.
  De gemotiveerde nota wordt op straffe van onontvankelijkheid ondertekend door de belanghebbende of door de in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde raadsman. Is deze laatste geen advocaat of advocaat-stagiair, dan wordt op straffe van onontvankelijkheid van de gemotiveerde nota, bij de nota de schriftelijke machtiging gevoegd bedoeld in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
  § 4. Op straffe van onontvankelijkheid van de gemotiveerde nota, bezorgt de belanghebbende bij beveiligde zending een afschrift ervan aan het handhavende bestuur aangewezen in de kennisgeving bedoeld in § 2. Voegt de belanghebbende stukken bij de gemotiveerde nota, dan bevat dit afschrift eveneens een kopie van deze stukken.
  De belanghebbende bezorgt de Hoge Raad onverwijld het bewijs van de in het eerste lid bedoelde beveiligde zending.
Art. 7. § 1er. Si le Conseil supérieur ou le(s) membre(s) délégué(s) par celui-ci décide d'entendre un intéressé, le secrétaire permanent l'identifie sur la base du dossier.
  Si l'intéressé ne peut pas être déterminé, il en est fait mention explicitement à l'avis ou à la décision du Conseil supérieur.
  § 2. La décision de l'entendre est notifiée sans délai à l'intéressé par le secrétaire permanent. Cette notification comprend les dispositions des §§ 3 et 4 et mentionne l'administration de maintien à laquelle est transmise une copie de la note motivée conformément au § 4.
  § 3. Dans les huit jours suivant la notification de la décision visée au § 2, l'intéressé peut transmettre une note motivée au Conseil supérieur. Si l'intéressé souhaite transmettre des pièces, celles-ci sont jointes à la note motivée, ensemble avec une liste numérotée de ces pièces.
  En cas de l'introduction tardive de la note motivée ou au cas où les pièces ne sont pas jointes à la note motivée, celles-ci sont exclues de la prise de décision du Conseil supérieur. Lorsqu'il n'y a pas de liste numérotée de pièces, le Conseil supérieur peut l'exclure de la prise de décision si ce défaut compromet le bon fonctionnement du Conseil supérieur ou le processus décisionnel soigneux.
  Sous peine d'irrecevabilité, la note motivée est signée par l'intéressé ou par l'avocat-conseil visé à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Lorsque ce dernier n'est pas un avocat ou un avocat stagiaire, l'autorisation écrite visée à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire est jointe à la note, sous peine d'irrecevabilité de la note motivée.
  § 4. Sous peine d'irrecevabilité de la note motivée, l'intéressé transmet une copie par envoi sécurisé à l'administration de maintien désignée dans la notification visée au § 2. Si l'intéressé joint des pièces à la note motivée, cette copie contient également une copie de ces pièces.
  L'intéressé transmet la preuve de l'envoi sécurisé visée à l'alinéa premier sans délai au Conseil supérieur.
Afdeling 5. - Werkverdeling
Section 5. - Répartition du travail
Art. 8. De voorzitter verdeelt de taken en werkzaamheden onder de leden van de Hoge Raad.
  De voorzitter is woordvoerder van de Hoge Raad. Hij kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of aan de vaste secretaris. Indien de voorzitter van deze delegatiemogelijkheid gebruik maakt, brengt hij dit ter kennis van de leden.
  Bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door het door hem aangewezen lid, of anders het in leeftijd oudste lid-jurist bedoeld in artikel 6.1.24 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 8. Le président répartit les tâches et travaux entre les membres du Conseil supérieur.
  Le président est le porte-parole du Conseil supérieur. Il peut déléguer cette mission à un autre membre ou au secrétaire permanent. Si le président fait usage de cette possibilité de délégation, il en informe les membres.
  En cas d'empêchement ou d'absence du président, la présidence est assurée par le membre désigné par lui, ou autrement par le membre-légiste le plus âgé, visé à l'article 6.1.24 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 9. De adviezen, de beslissingen betreffende de invordering van dwangsommen en de beslissingen en aktenemingen betreffende de bemiddelingsopdrachten worden ondertekend door de voorzitter en de vaste secretaris.
  De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter en de vaste secretaris.
Art. 9. Les avis, les décisions sur le recouvrement d'astreintes, les décisions et les prises d'acte sur les missions de médiation sont signés par le président et le secrétaire permanent.
  Les procès-verbaux approuvés sont signés par le président et le secrétaire permanent.
Art. 10. § 1. De vaste secretaris neemt akte van de aanvragen en verzoeken en schrijft die in een daartoe bestemd register in.
  De vaste secretaris staat in voor de bewaring van de minuten en voor het archief.
  § 2. Bij verhindering of afwezigheid van de vaste secretaris wijst de voorzitter onder de leden van het permanent secretariaat een plaatsvervangende vaste secretaris aan.
  § 3. De vaste secretaris voert rechtstreeks briefwisseling met de handhavende besturen en de belanghebbenden en kan hierbij de termijnen bepalen binnen dewelke de gevraagde inlichtingen en stukken nuttig voor de behandeling van het dossier, hem moeten worden verstrekt.
  Onder het gezag van de Hoge Raad, stelt de vaste secretaris op de website ter informatie aanstiplijsten, modellen van aanvragen, alsook een toelichtende fiche per type van aanvraag en informatiedossier ter beschikking.
Art. 10. § 1er. Le secrétaire permanent prend acte des demandes et requêtes et les inscrit dans un registre destiné à cet effet.
  Le secrétaire permanent se charge du dépôt des minutes et des archives.
  § 2. En cas d'empêchement ou d'absence du secrétaire permanent, le président désigne un secrétaire permanent suppléant parmi les membres du secrétariat permanent.
  § 3. Le secrétaire permanent correspond directement avec les administrations de maintien et les intéressés et peut fixer les délais dans lesquels les renseignements demandés et les pièces utiles pour le traitement du dossier lui doivent être fournis.
  Sous l'autorité du Conseil supérieur, le secrétaire permanent met à disposition sur le site web des listes de contrôle, des modèles de demande, ainsi qu'une fiche explicative par type de demande et un dossier d'information.
Afdeling 6. - Externe deskundigen
Section 6. - Experts externes
Art. 11. Onverminderd de toepassing van de regelgeving betreffende overheidsopdrachten en binnen de daartoe voorziene werkingsmiddelen kan, op voorstel van de voorzitter of bij beslissing van de vergadering, de Hoge Raad voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken externe deskundigen uitnodigen.
  De externe deskundigen hebben geen stemrecht in de vergadering van de Hoge Raad noch nemen ze deel aan de besluitvorming.
Art. 11. Sans préjudice de l'application de la réglementation sur les marchés publics et dans les limites des crédits budgétaires prévus à cet effet, le Conseil supérieur peut, sur la proposition du président ou par décision de la réunion, inviter des experts externes en vue de la recherche de problèmes particuliers.
  Les experts externes assistent sans voix délibérative dans la réunion du Conseil supérieur, et ils ne participent pas à la décision.
Afdeling 7. - De vergadering van de Hoge Raad
Section 7. - La réunion du Conseil supérieur
Art. 12. § 1. De voorzitter stelt de agenda, de datum en het uur van de vergadering vast. Ten laatste vijftien dagen vóór de vergadering verzendt de vaste secretaris de uitnodiging tot inspraak aan de in artikel 6.1.31, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde handhavende besturen. In voorkomend geval kan hij ook externe deskundigen uitnodigen op de vergaderingen indien de Hoge Raad toepassing maakte van artikel 11.
  Indien het college van burgemeester en schepenen in overeenstemming met artikel 4, § 1, tweede lid, een gehele of gedeeltelijke digitale kopie heeft bezorgd aan de Hoge Raad wordt deze bij de uitnodiging van de stedenbouwkundige inspecteur gevoegd.
  § 2. De vergaderingen van de Hoge Raad zijn besloten.
  § 3. De op de vergadering aanwezige voorzitter en leden van de Hoge Raad, de vaste secretaris, de aanwezige handhavende besturen bedoeld in artikel 6.1.31, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en in voorkomend geval, de aanwezige uitgenodigde externe deskundigen, tekenen het aanwezigheidsregister voorafgaand aan de aanvang van de vergadering of aan de behandeling van de agendapunten die hen betreffen.
  § 4. De voorzitter zit de vergadering voor. Hij opent, schorst zo nodig en sluit de vergadering. Hij is belast met de handhaving van de orde. Tenzij hij anders beslist, worden de zaken behandeld in de volgorde van de agenda.
  Behoudens overmacht en andersluidende beslissing van de voorzitter, wordt geen uitstel verleend. De agenda wordt uitgehangen in de ontvangst- en wachtruimte.
  Met toepassing van artikel 6.1.31, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kunnen de op de vergadering aanwezige besturen voorafgaand aan de sluiting van de besprekingen hun standpunt weergeven en stemadvies geven. Hierna sluit de voorzitter de bespreking van het agendapunt en neemt de Hoge Raad het dossier in beraad.
Art. 12. § 1er. Le président fixe l'ordre du jour, la date et l'heure de la réunion. Au plus tard quinze jours avant la réunion, le secrétaire permanent envoie l'invitation à la participation aux administrations de maintien visées à l'article 6.1.31, alinéa premier, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Le cas échéant, il peut également inviter des experts externes aux réunions, si le Conseil supérieur a appliqué l'article 11.
  Si le collège des bourgmestre et échevins a transmis une copie électronique entière ou partielle au Conseil supérieur, celle-ci est jointe à l'invitation de l'inspecteur urbanistique.
  § 2. Les réunions du Conseil supérieur se tiennent à huis clos.
  § 3. Le président et les membres du Conseil supérieur présents à la réunion, le secrétaire permanent, les administrations de maintien présentes, visées à l'article 6.1.31, alinéa premier du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et, le cas échéant, les experts externe invités, signent le registre des présences avant la réunion ou avant le traitement des points de l'ordre du jour qui les concernent.
  § 4. Le président préside la réunion. Il ouvre, suspend, si nécessaire et clôt la réunion. Il est chargé du maintien de l'ordre. A moins qu'il n'en décide autrement, les affaires sont traitées selon l'ordre de l'agenda.
  Sauf en cas de force majeure et de décision contraire du président, aucun sursis ne peut être octroyé. L'ordre du jour est affiché dans la salle de réception et d'attente.
  En application de l'article 6.1.31, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, les administrations présentes à la réunion peuvent, avant la clôture des discussions, donner leur point de vue ainsi qu'une consigne de vote. Ensuite, le président clôt la discussion du point de l'ordre du jour et le Conseil supérieur tient le dossier en délibéré.
Afdeling 8. - Het onderzoek door de Hoge Raad
Section 8. - L'examen par le Conseil supérieur
Art. 13. De Hoge Raad maakt op basis van de beschikbare stukken, gegevens en inlichtingen een eigen analyse van de concrete weerslag van de inbreuken op de plaatselijke ordening en op de rechten van derden in de zin van artikel 6.1.6, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Indien een door een handhavend bestuur ingediende adviesaanvraag wordt afgewezen, dan vermeldt het advies op basis van de stukken, gegevens en inlichtingen van het informatiedossier, of en hoe hieraan kan worden geremedieerd.
Art. 13. Sur la base des pièces, données et renseignements disponibles, le Conseil supérieur fait une propre analyse des effets concrets des infractions sur l'aménagement local et sur les doits de tiers dans le sens de l'article 6.1.6 § 2, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Si une demande d'avis est rejetée par une administration de maintien, l'avis mentionne sur la base des pièces, données et renseignements du dossier d'information, s'il est possible d'y remédier et comment.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen enkel van toepassing op de adviesbevoegdheden van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid
CHAPITRE II. - Dispositions uniquement applicables aux compétences d'avis du Conseil supérieur de la Politique de Maintien
Art. 14. De adviesaanvraag bedoeld in de artikelen 6.1.7, 6.1.13 en 6.1.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omvat op straffe van onontvankelijkheid :
  1° het voorwerp van de adviesaanvraag;
  2° de kadastrale identificatie van het perceel waarop de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen zijn verricht op het ogenblik van de adviesaanvraag;
  3° een beschrijving van de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen.
  Betreft het een adviesaanvraag bedoeld in artikel 7.7.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan bevat de adviesaanvraag het arrest of vonnis waarbij de Hoge Raad wordt geadieerd.
Art. 14. La demande d'avis visée aux articles 6.1.7, 6.1.13 et 6.1.17 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire comprend, sous peine d'irrecevabilité :
  1° l'objet de la demande d'avis;
  2° l'identification cadastrale de la parcelle à laquelle les actes réalisés illégalement ont été exécutés au moment de la demande d'avis;
  3° une description des actes exécutés illégalement.
  S'il s'agit d'une demande d'avis visée à l'article 7.7.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, la demande d'avis comprend l'arrêt ou le jugement par lesquels le Conseil supérieur a été saisi.
Art. 15. Het informatiedossier betreffende een adviesaanvraag over een herstelvordering bedoeld in artikel 6.1.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat tenminste het volgende :
  1° in alle gevallen :
  a) de identificatie van de vermoedelijke (mede)daders en medeplichtigen;
  b) de vermelding van de gevorderde herstelmaatregel(en);
  c) het planologisch kader, nl. het grafisch plan en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften van het plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan dat van toepassing is op het ogenblik van de adviesaanvraag op het perceel waarop de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen zijn gesitueerd en in voorkomend geval, de vaststaande toekomstige ruimtelijke ordening;
  d) een fotoreportage ter ondersteuning van de aanvraag;
  e) de feitelijke en de juridische historiek van het dossier, waarbij in het bijzonder het tijdstip wordt gedetailleerd waarop de inbreuk is gebeurd en vastgesteld, alsook of de inbreuk al dan niet is geconsolideerd en of het al dan niet een wederrechtelijke toestand met een voortschrijdend karakter betreft;
  f) een gemotiveerde omgevingsanalyse bevattende de weerslag van de inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden behaald indien zich geen schade als gevolg van een misdrijf, vermeld in artikel 6.1.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zou hebben voorgedaan, waarbij gedetailleerd wordt welke de weerslag is op de onmiddellijke omgeving en op de ruimere omgeving;
  2° in het geval de adviesaanvraag uitgaat van het college van burgemeester en schepenen een uittreksel van de notulen van de zitting van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat het indienen van de adviesaanvraag het voorwerp heeft uitgemaakt van een door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing;
  3° in voorkomend geval :
  a) indien het perceel waarop de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen zijn gesitueerd, gelegen is binnen de begrenzing van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling, de verkavelingsvergunning met inbegrip van het verkavelingsplan en de erbij horende verkavelingsvoorschriften die van toepassing zijn op het ogenblik van de adviesaanvraag op het perceel waarop de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen zijn gesitueerd;
  b) indien het een inbreuk betreft op een verordening, de verordening zoals die geldt op het ogenblik van de adviesaanvraag.
Art. 15. Le dossier d'information concernant une demande d'avis sur une requête de réparation visée à l'article 6.1.7 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire contient au moins le suivant :
  1° dans tous les cas :
  a) l'identification des (co)auteurs et complices probables;
  b) la mention de la (des) mesure(s) de réparation réclamée(s);
  c) le cadre planologique, c'est-à-dire le plan graphique et les prescriptions urbanistique y afférentes du plan d'aménagement ou de plan d'exécution spatial qui est applicable au moment de la demande d'avis à la parcelle à laquelle les actes exécutés illégalement sont situés et, le cas échéant, le futur aménagement du territoire fixé;
  d) un reportage photographique à l'appui de la demande;
  e) l'historique réelle et juridique du dossier, détaillant notamment le moment de l'infraction et de son constat, et détaillant si l'infraction é été consolidée ou non et s'il agit d'une situation illégale à caractère progressif ou non;
  f) une analyse de l'environnement motivée comprenant les effets des infractions aux droits de tiers et à l'aménagement local, notamment le niveau du bon aménagement du territoire des parcelles avoisinantes qui serait atteint s'il n'y avait pas eu de dégâts suite à un délit, visé à l'article 6.1.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, détaillant les effets du délit sur les abords immédiates et sur l'environnement plus vaste;
  2° dans le cas où la demande d'avis émane du collège des bourgmestre et échevins, un extrait du procès-verbal de la séance du collège des bourgmestre et échevins démontrant que l'introduction de la demande d'avis a fait l'objet d'une décision prise par la collège des bourgmestre et échevins;
  3° le cas échéant :
  a) si la parcelle à laquelle les actes exécutés illégalement sont situés, se trouve dans les limites d'un lotissement dûment autorisé et non échu, l'autorisation de lotir y compris le plan du lotissement et les prescriptions de lotissement y afférentes qui s'appliquent au moment de la demande d'avis à la parcelle à laquelle les actes exécutés illégalement sont situés;
  b) s'il s'agit d'un infraction sur un règlement, le règlement qui est applicable au moment de la demande d'avis.
Art. 16. Het informatiedossier betreffende een adviesaanvraag over het ambtshalve uitvoeren van een herstelmaatregel bedoeld in artikel 6.1.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat tenminste het volgende :
  1° de in artikel 15, eerste lid, 1° c) en d), 2° en 3° a) en b) bepaalde stukken, gegevens of inlichtingen;
  2° een afschrift van het vonnis of arrest waarvan de ambtshalve uitvoering wordt gevraagd;
  3° de feitelijke en juridische historiek van het dossier sinds het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of arrest waarvan de ambtshalve uitvoering wordt gevraagd waarbij in het bijzonder wordt aangegeven of het door het rechterlijk bevel beoogde rechtsherstel reeds werd bereikt ingevolge het feitelijk uitvoeren van de opgelegde maatregel of het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning in combinatie met de uitvoering van de daaraan desgevallend verbonden voorwaarden;
  4° een gemotiveerde omgevingsanalyse bevattende de weerslag van de inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden behaald indien zich geen schade als gevolg van een misdrijf, vermeld in artikel 6.1.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zou hebben voorgedaan;
  5° een in de tijd uitgezet overzicht van de concrete uitvoeringsmodaliteiten van de ambtshalve uitvoering.
  Het handhavende bestuur kan zich beperken tot een verwijzing naar het informatiedossier dat werd overgelegd bij een adviesaanvraag over een herstelvordering waarover de Hoge Raad sinds 1 september 2009 advies heeft verleend en tot de aanvulling en/of actualisering ervan conform het eerste lid.
  Indien het planologisch kader bedoeld in artikel 16, eerste lid, 1°, c) en, in voorkomend geval de verkavelingsvoorschriften of de verordening bedoeld in artikel 14, eerste lid, 3° a) en b), blijken uit het vonnis of arrest waarvan de ambtshalve uitvoering wordt gevraagd, en deze zijn sinds het in kracht van gewijsde treden van dit vonnis of arrest niet gewijzigd wat het perceel betreft waarop de wederechtelijk uitgevoerde handelingen zijn gepleegd, dan moeten deze niet worden gevoegd bij het informatiedossier.
Art. 16. Le dossier d'information concernant une demande d'avis sur l'exécution d'office d'une mesure de réparation visée à l'article 6.1.7 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire contient au moins le suivant :
  1° les pièces, données ou renseignements visés à l'article 15, premier alinéa, 1) c) et d), 2° et 3° a) et b) ;
  2° une copie du jugement ou de l'arrêté dont l'exécution d'office est demandée;
  3° l'historique réelle et juridique du dossier depuis que le jugement ou l'arrêt, dont l'exécution d'office est demandée, sont passés en force de chose jugée, reprenant notamment si le rétablissement des droits visé par l'ordre judiciaire a déjà été atteint suite à l'exécution réelle de la mesure imposée ou l'obtention d'une autorisation urbanistique en combinaison avec l'exécution, le cas échéant, des conditions y afférentes;
  4° une analyse de l'environnement motivée comprenant les effets des infractions aux droits de tiers et à l'aménagement local, notamment le niveau du bon aménagement du territoire des parcelles avoisinantes qui serait atteint s'il n'y avait pas eu de dégâts suite à un délit, visé à l'article 6.1.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  5° un aperçu comprenant un calendrier des modalités d'exécution concrètes de l'exécution d'office.
  L'administration de maintien peut se limiter à une référence au dossier d'information qui était présenté lors d'une demande d'avis sur une demande de réparation dont le Conseil supérieur a rendu un avis depuis le 1er septembre 2009 jusqu'à son complément ou actualisation conformément à l'alinéa premier.
  Si le cadre planologique visé à l'article 16, alinéa premier, 1°, c) et, le cas échéant, les prescriptions de lotissement ou le règlement visé à l'article 14, alinéa premier, 3° a) et b), résultent du jugement ou de l'arrêt dont l'exécution d'office est demandée, et s'ils n'ont pas été modifiés depuis que ce jugement ou cet arrêt sont passés en force de chose jugée, en ce qui concerne la parcelle à laquelle les actes exécutés illégalement ont été commis, ceux-ci ne doivent pas être joints au dossier d'information.
Art. 17. Het informatiedossier betreffende een adviesaanvraag over opeenvolgende herstelvorderingen bedoeld in artikel 6.1.13 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat tenminste het volgende :
  1° de in artikel 16, eerste lid, bepaalde stukken, gegevens of inlichtingen;
  2° een gemotiveerde analyse bevattende de gronden om de initiële keuze van het handhavende bestuur te wijzigen;
  3° een afschrift van de gewone brief bedoeld in artikel 6.1.41, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening indien de herstelvordering werd ingeleid bij het Openbaar Ministerie, dan wel een afschrift van de gedinginleidende akte in de overige gevallen;
  4° indien de eerste vordering heeft geleid tot een rechterlijke uitspraak, een afschrift ervan.
  Het handhavende bestuur kan zich beperken tot een verwijzing naar het informatiedossier dat werd overgelegd bij een adviesaanvraag over een herstelvordering waarover de Hoge Raad sinds 1 september 2009 advies heeft verleend en tot de aanvulling en/of actualisering ervan conform het eerste lid.
Art. 17. Le dossier d'information en matière d'une demande d'avis sur des requêtes de réparation successives, visées à l'article 6.1.13 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire contient au moins le suivant :
  1° les pièces, données ou renseignements visés à l'article 16, alinéa premier;
  2° une analyse motivée comprenant les motifs pour modifier le choix initial de l'administration de maintien;
  3° une copie de la lettre ordinaire visée à l'article 6.1.41, § 4, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire si une requête de réparation a été saisie devant le Ministère public, ou une copie de l'acte introductif d'instance dans les autres cas;
  4° si la première requête a menée à une décision judiciaire, une copie.
  L'administration de maintien peut se limiter à une référence au dossier d'information qui était présenté lors d'une demande d'avis sur une requête de réparation dont le Conseil supérieur a rendu un avis depuis le 1er septembre 2009 et jusqu'à son complément ou actualisation conformément à l'alinéa premier.
Art. 18. Het informatiedossier naar aanleiding van een adviesaanvraag betreffende sommige betekeningen van vonnissen en arresten bedoeld in artikel 6.1.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat tenminste de volgende stukken :
  1° de in artikel 17, eerste lid, bepaalde stukken, gegevens of inlichtingen;
  2° een gemotiveerde omgevingsanalyse bevattende de weerslag van de inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden behaald indien zich geen schade als gevolg van een misdrijf, vermeld in artikel 6.1.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zou hebben voorgedaan, waarin in het bijzonder wordt aangegeven of de overtreder al handelingen heeft gesteld om te voldoen aan het vonnis of arrest.
  Het handhavende bestuur kan zich beperken tot een verwijzing naar het informatiedossier dat werd overgelegd bij een adviesaanvraag over een herstelvordering waarover de Hoge Raad sinds 1 september 2009 advies heeft verleend en tot de aanvulling en/of actualisering ervan conform het eerste lid.
  Indien het planologisch kader bedoeld in artikel 16, eerste lid, 1°, c) en, in voorkomend geval de verkavelingsvoorschriften of de verordening bedoeld in artikel 14, eerste lid, 3° a) en b), blijken uit het vonnis of arrest waarvan de ambtshalve uitvoering wordt gevraagd, en deze zijn sinds het in kracht van gewijsde treden van dit vonnis of arrest niet gewijzigd wat het perceel betreft waarop de wederechtelijk uitgevoerde handelingen zijn gepleegd, dan moeten deze niet worden gevoegd bij het informatiedossier.
Art. 18. Le dossier d'information à l'occasion d'une demande d'avis en matière de certaines notifications de jugements et arrêts visés à l'article 6.1.17 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire comprend au moins les pièces suivantes :
  1° les pièces, données ou renseignements visés à l'article 17, alinéa premier;
  2° une analyse de l'environnement motivée comprenant les effets des infractions aux droits de tiers et à l'aménagement local, notamment le niveau du bon aménagement du territoire des parcelles avoisinantes qui serait atteint s'il n'y avait pas eu de dégâts suite à un délit, visé à l'article 6.1.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, détaillant notamment si le contrevenant a déjà accompli des actes pour répondre au jugement ou à l'arrêt.
  L'administration de maintien peut se limiter à une référence au dossier d'information qui était présenté lors d'une demande d'avis sur une requête de réparation dont le Conseil supérieur a rendu un avis depuis le 1er septembre 2009 et jusqu'à son complément ou actualisation conformément à l'alinéa premier.
  Si le cadre planologique visé à l'article 16, alinéa premier, 1°, c) et, le cas échéant, les prescriptions de lotissement ou le règlement visé à l'article 14, alinéa premier, 3° a) et b), résultent du jugement ou de l'arrêt dont l'exécution d'office est demandée, et s'ils n'ont pas été modifiés depuis que ce jugement ou cet arrêt sont passés en force de chose jugée, en ce qui concerne la parcelle à laquelle les actes exécutés illégalement ont été commis, ceux-ci ne doivent pas être joints au dossier d'information.
Art. 19. § 1. Na ontvangst van een adviesaanvraag bedoeld in artikel 7.7.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zodra het nuttig is, nodigt de vaste secretaris het handhavende bestuur wiens herstelvordering voor advies door de rechter wordt voorgelegd, uit een informatiedossier te bezorgen aan de Hoge Raad binnen de door hem gestelde termijn die niet minder mag zijn dan vijftien dagen. Bij de uitnodiging voegt hij de adviesaanvraag en de eventueel erbij gevoegde stukken. In de uitnodiging maakt de vaste secretaris melding van deze bepaling.
  Het in het eerste lid bedoelde informatiedossier bevat tenminste de volgende stukken, gegevens of inlichtingen :
  1° de in artikel 15, eerste lid, 1° a) tot en met f) en 3° a) en b) bedoelde stukken, gegevens of inlichtingen;
  2° een afschrift van het vonnis of arrest waarin het advies wordt gevraagd;
  3° de herstelvordering waarover het advies wordt gevraagd.
  § 2. Indien het handhavende bestuur wiens herstelvordering voor advies door de rechter is voorgelegd, oordeelt dat er redenen zijn om één of meer van de in § 1 bedoelde stukken niet in het informatiedossier op te nemen, dan voegt het handhavende bestuur binnen de gestelde termijn een stuk in het informatiedossier bevattende die redenen.
  § 3. Wordt het informatiedossier niet, onvolledig, of buiten de door de vaste secretaris gestelde termijn aangevuld, dan wordt de adviesaanvraag beoordeeld aan de hand van het informatiedossier zoals het is samengesteld op het ogenblik dat de door de vaste secretaris bepaalde regularisatietermijn is verstreken.
Art. 19. § 1er. Après réception d'une demande d'avis visée à l'article 7.7.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et dès qu'il est utile, le secrétaire permanent invite l'administration de maintien dont la requête de réparation est présentée pour avis par le juge, de fournir un dossier d'information au Conseil supérieur dans un délai fixé par lui qui ne peut pas être intérieur à quinze jours. A l'invitation il joint la demande d'avis et éventuellement les pièces y jointes. Dans l'invitation, le secrétaire permanent fait mention de cette disposition.
  Le dossier d'information visé au premier alinéa contient au moins les pièces, données ou renseignements suivants :
  1° les pièces, données ou renseignements visés à l'article 15, premier alinéa, 1° a) à f) inclus et 3° a) et b) ;
  2° une copie du jugement ou de l'arrêt dans lequel l'avis est demandé;
  3° la requête de réparation sur laquelle l'avis est demandé.
  § 2. Si l'administration de maintien dont la requête de réparation est présentée pour avis par le juge, juge qu'il existe des motifs pour ne pas inclure une ou plusieurs des pièces visées au § 1er dans le dossier d'information, l'administration de maintien joint une pièce au dossier d'information dans le délai fixé, faisant mention de ces raisons.
  § 3. Si le dossier d'information n'est pas complété, est complété indûment ou est complété hors du délai fixé par le secrétaire permanent, la demande d'avis est évaluée à l'aide du dossier d'information tel qu'il est composé au moment de l'expiration du délai de régularisation fixé par le secrétaire permanent.
Art. 20. Naast de in de artikelen 15 tot en met 19 bedoelde stukken, gegevens of inlichtingen, kan het handhavende bestuur aan het informatiedossier alle stukken toevoegen dat het nuttig acht.
  De in de artikelen 15 tot en met 19 bedoelde stukken, gegevens en inlichtingen, worden ofwel opgenomen in de aanvraag, ofwel gevoegd bij het informatiedossier zelf, ofwel wordt er verwezen naar een elektronische vindplaats waarop deze rechtstreeks en integraal kunnen worden geraadpleegd.
Art. 20. Outre les pièces, données ou renseignements visés aux articles 15 à 19 inclus, l'administration de maintien peut joindre au dossier d'information toutes les pièces qu'elle juge utiles.
  Les pièces, données et renseignements visés aux articles 15 à 19 inclus, sont ou bien repris dans la demande, ou bien joints au dossier d'information même, ou bien il est référé à un site électronique où ceux-ci peuvent être consultés directement et intégralement.
Art. 21. Indien het handhavende bestuur bij het aanvragen van een advies bedoeld in de artikelen 6.1.7, 6.1.13, en 6.1.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening oordeelt dat er redenen zijn om één of meer van de in dit besluit bepaalde stukken, gegevens of inlichtingen, niet in het informatiedossier op te nemen, dan zet het handhavende bestuur de redenen daartoe uiteen in de adviesaanvraag.
  Wordt na ontvangst van de adviesaanvraag bedoeld in de artikelen 6.1.7, 6.1.13, en 6.1.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening vastgesteld dat één of meer vereiste stukken, gegevens of inlichtingen geheel of gedeeltelijk ontbreken zonder dat de redenen daartoe zijn uiteengezet, dan nodigt de vaste secretaris het handhavende bestuur dat de adviesaanvraag heeft ingediend uit om binnen acht dagen het informatiedossier te regulariseren. Dit kan door het aan te vullen met de door de vaste secretaris aangeduide ontbrekende stukken, gegevens of inlichtingen en/of door aan het informatiedossier een verklaring toe te voegen bevattende de redenen om het informatiedossier niet of onvolledig aan te vullen. In de uitnodiging maakt de vaste secretaris melding van deze bepaling.
  Wordt het informatiedossier, na verzoek tot regularisatie, niet, onvolledig, of buiten de door de vaste secretaris bepaalde termijn aangevuld, dan wordt de adviesaanvraag beoordeeld aan de hand van het informatiedossier zoals het is samengesteld op het ogenblik dat de in het eerste lid bepaalde regularisatietermijn is verstreken.
Art. 21. Si l'administration de maintien statue, lors de la demande d'un avis visée aux articles 6.1.7, 6.1.13 et 6.1.17 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, qu'il existe des motifs pour ne pas reprendre un(e) ou plusieurs pièces, données ou renseignements dans le dossier d'information, l'administration de maintien expose ces motifs dans la demande d'avis.
  S'il est constaté après réception de la demande d'avis visée aux articles 6.1.7, 6.1.13 et 6.1.17 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, qu'une ou plusieurs pièces, données ou renseignements requis manquent intégralement ou partiellement sans que les motifs n'aient été exposés, le secrétaire permanent invite l'administration de maintien qui a introduit la demande d'avis, à régulariser le dossier d'information dans les huit jours, et ce en le complétant par les pièces, données ou renseignements manquants indiqués par le secrétaire permanent et/ou en joignant au dossier d'information une déclaration comprenant les motifs pour ne pas compléter le dossier d'information ou pour le compléter partiellement. Le secrétaire permanent fait mention de cette disposition dans l'invitation.
  Si, après la demande de régularisation, le dossier d'information n'est pas complété, est complété indûment ou est complété hors du délai fixé par le secrétaire permanent, la demande d'avis est évaluée à l'aide du dossier d'information tel qu'il est composé au moment de l'expiration du délai de régularisation visé à l'alinéa premier.
HOOFDSTUK III. - Bepaling enkel van toepassing op de bevoegdheid inzake de invordering van dwangsommen
CHAPITRE III. - Disposition uniquement applicable a la competence en matiere du recouvrement d'astreintes
Art. 22. § 1. Onverminderd de in artikel 6.1.21, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalde gronden van onontvankelijkheid, bevat het in artikel 6.1.21, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoeld gemotiveerd verzoek tot gedeeltelijke invordering of tijdelijke opschorting van de invordering van een dwangsom op straffe van onontvankelijkheid :
  1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoeker;
  2° het voorwerp van het verzoek;
  3° de kadastrale identificatie op het ogenblik van de adviesaanvraag van het perceel waarop de hoofdveroordeling betrekking heeft;
  4° een afschrift van het in kracht van gewijsde getreden vonnis of het arrest waarbij de dwangsom werd uitgesproken;
  5° een uiteenzetting van de feitelijke en juridische historiek sinds het in kracht van gewijsde treden van de veroordeling tot de dwangsom;
  6° een uiteenzetting van de motieven waarom de gedeeltelijke invordering en/of de tijdelijke opschorting van de invordering van een dwangsom wordt gevraagd;
  7° een overzicht van de door de overtreder gestelde handelingen en genomen engagementen met het oog op een correcte uitvoering van de hoofdveroordeling in de zin van artikel 6.1.21, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  8° een gemotiveerde omgevingsanalyse bevattende de weerslag van de inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden behaald indien zich geen schade als gevolg van een misdrijf, vermeld in artikel 6.1.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zou hebben voorgedaan;
  9° een fotoreportage ter ondersteuning van het verzoek;
  10° de bewijzen van betaling en de aanduiding van de perioden waarop die betalingen betrekking hebben;
  11° een uiteenzetting omtrent de vraag of de verzoeker op het ogenblik van het verzoek uit de onwettigheid is gekomen dan wel in de nabije toekomst hieruit zal of kan komen;
  12° een uiteenzetting waarin de verzoeker nader toelicht :
  a) of de feiten op het ogenblik van het verzoek vergunbaar of niet langer vergunningsplichtig zijn;
  b) de feiten vergunbaar zijn op basis van een ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg in opmaak;
  c) de feiten niet meer strafbaar zijn.
  Naast de in het eerste lid bedoelde stukken kan de verzoeker aan het gemotiveerde verzoek alle stukken toevoegen die hij nuttig acht.
  § 2. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ondertekend door de verzoeker of door de in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde raadsman. Is deze laatste geen advocaat of advocaat-stagiair, dan wordt op straffe van onontvankelijkheid bij het verzoek de schriftelijke machtiging gevoegd bedoeld in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  § 3. Indien de belanghebbende stukken wenst over te leggen, worden die, tesamen met een genummerde lijst ervan, gevoegd bij de gemotiveerde nota.
  Niet bij het gemotiveerd verzoek gevoegde stukken, worden uit de besluitvorming van de Hoge Raad geweerd. Is er geen genummerde lijst van de stukken, dan kan de Hoge Raad deze uit de besluitvorming weren indien dit gebrek de goede werking van de Hoge Raad of de zorgvuldige besluitvorming in het gedrang brengt.
Art. 22. § 1er. Sans préjudice des motifs d'irrecevabilité visés à l'article 6.1.21, § 2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, la demande motivée de recouvrement partiel ou de suspension temporaire du recouvrement d'un astreinte sous peine d'irrecevabilité, visée à l'article 6.1.21, § 1er, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire comprend :
  1° le nom, la qualité, le domicile ou le siège du demandeur;
  2° l'objet de la demande;
  3° l'identification cadastrale au moment de la demande d'avis de la parcelle à laquelle la condamnation principale a trait;
  4° une copie du jugement passé en force de chose jugée ou l'arrêt par lequel la peine d'astreinte a été rendue;
  5° un exposé de l'historique réelle et juridique depuis que le jugement à la peine d'astreinte est passé en force de chose jugée.
  6° un exposé des motifs pour lesquels le recouvrement partiel et/ou la suspension temporaire du recouvrement d'une astreinte est demandé;
  7° un aperçu des actes effectués par le contrevenant et des engagements conclus en vue d'une exécution correcte de la condamnation principale dans le sens de l'article 6.1.21, § 1er, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  8° une analyse motivée de l'environnement comprenant les effets des infractions aux droits de tiers et à l'aménagement local, notamment le niveau d'un bon aménagement du territoire des parcelles avoisinantes qui serait atteint s'il n'y avait pas eu de dégâts suite à un délit, visé à l'article 6.1.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  9° un reportage photographique à l'appui de la demande;
  10° les preuves de paiement et l'indication des périodes auxquelles ces paiements ont trait;
  11° un exposé quant à la question si le demandeur est sorti de l'illégalité au moment de la demande, ou bien s'il en sortira dans un avenir proche;
  12° un exposé dans lequel le demandeur explique :
  a) si les faits peuvent être autorisés au moment de la demande ou s'ils ne sont plus soumis à autorisation;
  b) si les faits peuvent être autorisés sur la base d'un plan d'exécution spatial ou d'un plan d'aménagement en construction;
  c) si les faits ne sont plus punissables.
  Outre les pièces visées à l'alinéa premier, le demandeur peut joindre à la demande motivée toutes les pièces qu'il juge utiles.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité, la note motivée est signée par le demandeur ou par le conseiller visé à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Lorsque ce dernier n'est pas un avocat ou un avocat stagiaire, l'autorisation écrite visée à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire est jointe à la demande, sous peine d'irrecevabilité.
  § 3. Si l'intéressé souhaite présenter des pièces, celles-ci sont jointes à la note motivée, ensemble avec une liste numérotée de ces pièces.
  Des pièces qui ne sont pas jointes à la demande motivée sont exclues de la prise de décision du Conseil supérieur. S'il n'y a pas de liste numérotée de pièces, le Conseil supérieur peut l'exclure de la prise de décision si ce défaut compromet le bon fonctionnement du Conseil supérieur ou le processus décisionnel soigneux.
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen enkel van toepassing op de bevoegdheid inzake bemiddeling
CHAPITRE IV. - Dispositions uniquement d'application à la compétence en matière de médiation
Art. 23. § 1. Het verzoek om een bemiddelingspoging te ondernemen bedoeld in artikel 6.1.52 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat op straffe van onontvankelijkheid :
  1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de aanvrager;
  2° het voorwerp van het verzoek;
  3° de kadastrale identificatie op het ogenblik van het verzoek van het perceel waarop de overtreding betrekking heeft;
  4° een kopie van de aanvraag tot minnelijke schikking zoals bedoeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de minnelijke schikking inzake de ruimtelijke ordening;
  5° een afschrift van de weigering van instemming met een minnelijke schikking bedoeld in artikel 6.1.51, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Naast de in het eerste lid bedoelde stukken kan de verzoeker aan het verzoek alle stukken toevoegen die hij nuttig acht.
  Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ondertekend door de aanvrager of door de in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde raadsman. Is deze laatste geen advocaat of advocaat-stagiair, dan wordt op straffe van onontvankelijkheid bij het verzoek de schriftelijke machtiging gevoegd bedoeld in artikel 6.1.35 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Het verzoek om een bemiddelingspoging te ondernemen wordt niet in aanmerking genomen indien het niet in tweevoud wordt ingediend bij de Hoge Raad. De aanvrager kan binnen de vervaltermijn bepaald in artikel 6.1.52, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het verzoek regulariseren.
  § 2. Behalve wanneer niet is voldaan aan de vereisten bepaald in § 1, laatste lid, stuurt de vaste secretaris een afschrift van het verzoek om een bemiddelingspoging te ondernemen aan de stedenbouwkundige inspecteur die de minnelijke schikking weigerde, met het verzoek hem binnen de door hem gestelde termijn de datum mede te delen van de betekening van zijn weigeringsbeslissing aan de overtreder en het stuk waaruit dit blijkt.
  De voorzitter of het door hem aangewezen lid stelt de datum en het uur vast van de vergadering waarop zal worden beslist over het al dan niet in aanmerking nemen van het verzoek.
Art. 23. § 1er. La demande d'entreprendre une tentative de médiation, visée à l'article 6.1.52 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire comprend, sous peine d'irrecevabilité :
  1° le nom, la qualité, le domicile ou le siège du demandeur;
  2° l'objet de la demande;
  3° l'identification cadastrale au moment de la demande de la parcelle à laquelle l'infraction a trait;
  4° une copie de la demande de règlement à l'amiable, telle que visée à l'article 5 de l'arrête du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif aux règlements à l'amiable en matière d'aménagement du territoire;
  5° une copie du refus de consentir au règlement visé à l'article 6.1.51, § 4 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Outre les pièces visées à l'alinéa premier, le demandeur peut joindre à la demande motivée toutes les pièces qu'il juge utiles.
  Sous peine d'irrecevabilité, la demande est signée par le demandeur ou par l'avocat-conseil visé à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Si ce dernier n'est pas un avocat ou un avocat stagiaire, l'autorisation écrite visée à l'article 6.1.35 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire est jointe à la demande, sous peine d'irrecevabilité.
  La demande d'entreprendre une tentative de médiation n'est pas prise en compte si elle n'est pas introduite en deux exemplaires auprès du Conseil supérieur. Le demandeur peut régulariser la demande dans le délai de forclusion visé à l'article 6.1.52, § 1er, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  § 2. Sauf lorsque les conditions visées au § 1er, dernier alinéa, ne sont pas remplies, le secrétaire permanent envoie une copie de la demande d'entreprendre une tentative de médiation à l'inspecteur urbaniste qui a refusé le règlement à l'amiable, avec la demande de lui communiquer dans le délai fixé par lui la date de la notification de sa décision de refus au contrevenant, ainsi que la pièce justificative.
  Le président ou le membre désigné par lui fixe la date et l'heure de la réunion à laquelle il sera décidé de prendre ou non la demande en considération.
Art. 24. Na ontvangst van een door de geadieerde rechter bevolen bemiddelingspoging bedoeld in artikel 6.1.54 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zodra het nuttig is, nodigt de vaste secretaris de overtreder, in hoofde van wie een bemiddelingspoging werd bevolen, uit een informatiedossier te bezorgen aan de Hoge Raad binnen de door hem gestelde termijn die niet minder mag zijn dan vijftien dagen. Bij de uitnodiging voegt hij de rechterlijke beslissing die een bemiddelingspoging beveelt en de eventueel erbij gevoegde stukken. In de uitnodiging maakt de vaste secretaris melding van deze bepaling.
  Het in het eerste lid bedoelde informatiedossier bevat ten minste de volgende stukken :
  1° de kadastrale identificatie waarop de overtreding betrekking heeft indien dit niet blijkt uit de rechterlijke beslissing;
  2° een dossier dat beantwoordt aan de vereisten van een aanvraag tot minnelijke schikking zoals bedoeld in artikel 5, §§ 1 tot en met 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de minnelijke schikking inzake de ruimtelijke ordening.
  Naast de in het tweede lid bedoelde stukken kan de overtreder, in hoofde van wie een bemiddelingspoging werd bevolen, aan het informatiedossier alle stukken toevoegen die hij nuttig acht.
Art. 24. Après réception de la tentative de médiation ordonnée par le juge saisi du litige, visée à l'article 6.1.54 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et dès qu'il est utile, le secrétaire permanent invite le contrevenant, dans le chef duquel une tentative de médiation a été entreprise, de transmettre un dossier d'information au Conseil supérieur dans le délai fixé par lui, qui ne peut pas être inférieur à quinze jours. Il joint à l'invitation la décision judiciaire ordonnant une tentative de médiation, ainsi que les pièces qui y sont jointes. Le secrétaire permanent fait mention de cette disposition dans l'invitation.
  Le dossier d'information visé à l'alinéa premier comprend au moins les pièces suivantes :
  1° l'identification cadastrale à laquelle l'infraction a trait, si ceci n'apparaît pas de la décision judiciaire;
  2° un dossier qui correspond aux conditions d'une demande de règlement à l'amiable, telle que visée à l'article 5, §§ 1er à 3 inclus de l'arrête du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif aux règlements à l'amiable en matière d'aménagement du territoire;
  Outre les pièces visées au deuxième alinéa, le contrevenant, dans le chef duquel un tentative de médiation a été ordonnée, peut joindre au dossier toutes les pièces qu'il juge utiles.
Art. 25. Tijdens de bemiddeling probeert de Hoge Raad, of de bemiddelaar bedoeld in artikel 6.1.22, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een directe dialoog tot stand te brengen tussen de aanvrager en de stedenbouwkundige inspecteur en verleent hij ondersteuning voor een goed verloop van de dialoog. De bemiddeling verloopt hierbij volgens de volgende principes :
  1° vrijwilligheid van de bemiddeling : de aanvrager en de stedenbouwkundige inspecteur zijn vrij om al dan niet in of uit de bemiddeling te stappen;
  2° neutraliteit van de bemiddelaar : de bemiddelaar is onbevooroordeeld en onpartijdig;
  3° vertrouwelijkheid van de bemiddeling : alles wat voorafgaat aan het uiteindelijke resultaat van de bemiddeling is vertrouwelijk.
Art. 25. Lors de la médiation, le Conseil supérieur ou le médiateur visé à l'article 6.1.22, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, essaie d'établir une dialogue entre le requérant et l'inspecteur urbaniste et il fournit du soutien pour un bon déroulement du dialogue. La médiation se déroule selon les principes suivants :
  1° médiation sur une base volontaire : le demandeur ou l'inspecteur urbaniste sont libre de mettre fin à la médiation ou non;
  2° neutralité du médiateur : le médiateur est libre de préjugés et impartial;
  3° confidentialité de la médiation : tout ce qui précède au résultat final de la médiation est confidentiel.
Art. 26. De Hoge Raad neemt akte van de beëindiging van de bemiddelingspoging in het geval bedoeld in artikel 6.1.52, § 3, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, of beëindigt de bemiddelingspoging in het geval bedoeld in artikel 6.1.52, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De Hoge Raad stelt de aanvrager en de stedenbouwkundige inspecteur in kennis van de afloop van zijn bemiddelingsopdracht in het geval bedoeld in artikel 6.1.54, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Hij brengt hen eveneens in kennis van zijn verzoek aan de bevoegde rechter om met toepassing van artikel 6.1.54, § 3, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening een einde te maken aan de bemiddelingspoging.
Art. 26. Le Conseil supérieur prend acte de la fin de la tentative de médiation dans le cas visé à l'article 6.1.52, § 3, alinéa premier, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ou met fin à la tentative de médiation dans le cas visé à l'article 6.1.52, § 3, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Le Conseil supérieur informe le demandeur et l'inspecteur urbaniste de l'issue de sa tentative de médiation dans le cas visé à l'article 6.1.54, § 2, premier alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Il les informe également de sa demande au juge compétent de mettre fin à sa tentative de médiation en application de l'article 6.1.54, § 3, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
HOOFDSTUK V. - Slotbepaling
CHAPITRE V. - Disposition finale
Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.