Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 JULI 2010. - Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2010 en tekstbijwerking tot 17-02-2012)
Titre
16 JUILLET 2010. - Décret portant adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2010 et mise à jour au 17-02-2012)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (68)
Texte (68)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE II. - Adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 2. In artikel 1.4.4, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 worden de woorden " vastbenoemde of op proef vastbenoemde ambtenaren " vervangen door de woorden " statutaire of op proef benoemde statutaire personeelsleden ".
Art. 2. Dans l'article 1.4.4, § 1er, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, les mots " fonctionnaires nommés définitivement ou nommés à titre d'essai " sont remplacés par les mots " membres du personnel statutaires ou statutaires en stage ".
Art. 3. In artikel 1.4.6 van dezelfde codex worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " vastbenoemde of op proef vastbenoemde ambtenaren " vervangen door de woorden " statutaire of op proef benoemde statutaire personeelsleden ";
2° in paragraaf 2 worden de woorden " de interlokale vereniging of de stichting " vervangen door de woorden " het intergemeentelijk samenwerkingsverband ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " vastbenoemde of op proef vastbenoemde ambtenaren " vervangen door de woorden " statutaire of op proef benoemde statutaire personeelsleden ";
2° in paragraaf 2 worden de woorden " de interlokale vereniging of de stichting " vervangen door de woorden " het intergemeentelijk samenwerkingsverband ".
Art. 3. Dans l'article 1.4.6 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " fonctionnaires nommés définitivement ou nommés à titre d'essai " sont remplacés par les mots " membres du personnel statutaires ou statutaires en stage ";
2° dans le paragraphe 2, les mots " de l'association interurbaine ou la fondation " sont remplacés par les mots " du partenaire intercommunal ".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " fonctionnaires nommés définitivement ou nommés à titre d'essai " sont remplacés par les mots " membres du personnel statutaires ou statutaires en stage ";
2° dans le paragraphe 2, les mots " de l'association interurbaine ou la fondation " sont remplacés par les mots " du partenaire intercommunal ".
Art. 4. In artikel 2.3.2, § 2, eerste lid, van dezelfde codex worden tussen de woorden " in artikel 2.3.1 " en de woorden " , voor het gehele grondgebied " de woorden " , in artikel 4.2.5 en in artikel 4.4.1, § 3, tweede lid " ingevoegd.
Art. 4. Dans l'article 2.3.2, § 2, alinéa premier, du même Code, les mots " à l'article 2.3.1 et à l'article 4.2.5 " sont remplacés par les mots " aux articles 2.3.1, 4.2.5 et 4.4.1, § 3, alinéa deux ".
Art. 5. Aan artikel 2.3.3 van dezelfde codex worden de woorden " , onverminderd de toepassing van artikel 4.4.1, § 3, tweede lid " toegevoegd.
Art. 5. A l'article 2.3.3 du même Code sont ajoutés les mots " , sans préjudice de l'application de l'article 4.4.1, § 3, alinéa deux ".
Art. 6. § 1. In artikel 2.4.1 van dezelfde codex wordt het zevende lid vervangen door wat volgt :
" De overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan vaststelt waarin een zone wordt aangegeven waar een voorkooprecht geldt, bepaalt in het ruimtelijk uitvoeringsplan zelf de geldingsduur van het voorkooprecht. De termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, gaat in bij de inwerkingtreding van het plan. Deze kan evenwel niet meer bedragen dan 15 jaar. Na het verstrijken van de in het plan opgenomen termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, kan het voorkooprecht niet meer uitgeoefend worden, noch hoeven er nog aanbiedingen te gebeuren. "
§ 2. In de overgangsbepaling bij artikel 2.4.1 van dezelfde codex wordt het voorlaatste lid vervangen door wat volgt :
" De overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan vaststelt waarin een zone wordt aangegeven waar een voorkooprecht geldt, bepaalt in het ruimtelijk uitvoeringsplan zelf de geldingsduur van het voorkooprecht. De termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, gaat in bij de inwerkingtreding van het plan. Deze kan evenwel niet meer bedragen dan 15 jaar. Na het verstrijken van de in het plan opgenomen termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, kan het voorkooprecht niet meer uitgeoefend worden, noch hoeven er nog aanbiedingen te gebeuren. "
" De overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan vaststelt waarin een zone wordt aangegeven waar een voorkooprecht geldt, bepaalt in het ruimtelijk uitvoeringsplan zelf de geldingsduur van het voorkooprecht. De termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, gaat in bij de inwerkingtreding van het plan. Deze kan evenwel niet meer bedragen dan 15 jaar. Na het verstrijken van de in het plan opgenomen termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, kan het voorkooprecht niet meer uitgeoefend worden, noch hoeven er nog aanbiedingen te gebeuren. "
§ 2. In de overgangsbepaling bij artikel 2.4.1 van dezelfde codex wordt het voorlaatste lid vervangen door wat volgt :
" De overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan vaststelt waarin een zone wordt aangegeven waar een voorkooprecht geldt, bepaalt in het ruimtelijk uitvoeringsplan zelf de geldingsduur van het voorkooprecht. De termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, gaat in bij de inwerkingtreding van het plan. Deze kan evenwel niet meer bedragen dan 15 jaar. Na het verstrijken van de in het plan opgenomen termijn waarbinnen het voorkooprecht geldt, kan het voorkooprecht niet meer uitgeoefend worden, noch hoeven er nog aanbiedingen te gebeuren. "
Art. 6. § 1er. Dans l'article 2.4.1 du même Code, l'alinéa sept est remplacé par ce qui suit :
" L'autorité fixant le plan d'exécution spatial dans lequel une zone est indiquée où vaut un droit de préemption, détermine elle-même dans le plan d'exécution spatial la durée de validité du droit de préemption. Le délai dans lequel vaut le droit de préemption prend cours à partir de l'entrée en vigueur du plan. Elle ne peut toutefois être supérieure à 15 ans. Après l'échéance du délai dans lequel vaut le droit de préemption repris dans le plan, le droit de préemption ne peut plus être exercé, ni faut-il encore faire des offres. "
§ 2. Dans la disposition transitoire à l'article 2.4.1 du même Code, l'avant-dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" L'autorité fixant le plan d'exécution spatial dans lequel une zone est indiquée où vaut un droit de préemption, détermine elle-même dans le plan d'exécution spatial la durée de validité du droit de préemption. Le délai dans lequel vaut le droit de préemption prend cours à partir de l'entrée en vigueur du plan. Ce délai ne peut toutefois être supérieur à 15 ans. Après l'échéance du délai dans lequel vaut le droit de préemption repris dans le plan, le droit de préemption ne peut plus être exercé, ni faut-il encore faire des offres. "
" L'autorité fixant le plan d'exécution spatial dans lequel une zone est indiquée où vaut un droit de préemption, détermine elle-même dans le plan d'exécution spatial la durée de validité du droit de préemption. Le délai dans lequel vaut le droit de préemption prend cours à partir de l'entrée en vigueur du plan. Elle ne peut toutefois être supérieure à 15 ans. Après l'échéance du délai dans lequel vaut le droit de préemption repris dans le plan, le droit de préemption ne peut plus être exercé, ni faut-il encore faire des offres. "
§ 2. Dans la disposition transitoire à l'article 2.4.1 du même Code, l'avant-dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" L'autorité fixant le plan d'exécution spatial dans lequel une zone est indiquée où vaut un droit de préemption, détermine elle-même dans le plan d'exécution spatial la durée de validité du droit de préemption. Le délai dans lequel vaut le droit de préemption prend cours à partir de l'entrée en vigueur du plan. Ce délai ne peut toutefois être supérieur à 15 ans. Après l'échéance du délai dans lequel vaut le droit de préemption repris dans le plan, le droit de préemption ne peut plus être exercé, ni faut-il encore faire des offres. "
Art. 7. In artikel 2.6.18 van dezelfde codex worden tussen de woorden " de wettelijke hypotheek, " en de woorden " de verjaring en de vestiging van de belastingen, " de woorden " de aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen, " ingevoegd.
Art. 7. Dans l'article 2.6.18 du même Code, les mots " à la responsabilité et aux obligations de certains officiers ministériels, fonctionnaires publics et autres personnes, " sont insérés entre les mots " à l'hypothèque légale, " et les mots " à la prescription et à l'établissement des impôts, ".
Art. 8. In artikel 4.2.15, § 1, eerste lid, van dezelfde codex wordt de zin " De verkoop van kavels die het voorwerp uitmaken van een verkoop van woningen op plan valt eveneens onder deze vergunningsplicht. " geschrapt.
Art. 8. Dans l'article 4.2.15, § 1er, alinéa premier, du même Code, la phrase " La vente de parcelles faisant l'objet d'une vente d'habitations sur plan est également soumise à cette obligation de permis. " est supprimée.
Art. 9. In artikel 4.2.17, § 1, eerste lid, 3°, van dezelfde codex worden de woorden " onverminderd artikel 4.2.19, § 2, en artikel 4.3.1, § 4 " vervangen door de woorden " onverminderd artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ".
Art. 9. Dans l'article 4.2.17, § 1er, alinéa premier, 3°, du même Code, les mots " sans préjudice de l'article 4.2.19., § 2 et de l'article 4.3.1, § 4 " sont remplacés par les mots " sans préjudice de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ".
Art. 10. In artikel 4.2.19 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " in de zin van § 2 " vervangen door de woorden " in de zin van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " in de zin van § 2 " vervangen door de woorden " in de zin van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 4.2.19 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa premier, les mots " visée au § 2 " sont remplacés par les mots " dans le sens de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ";
2° le paragraphe 2 est abrogé.
1° dans le § 1er, alinéa premier, les mots " visée au § 2 " sont remplacés par les mots " dans le sens de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ";
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 11. In artikel 4.3.1, § 1, tweede lid, van dezelfde codex worden de woorden " , en kan enkel in eerste administratieve aanleg worden opgelegd " opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 4.3.1, § 1er, alinéa deux, du même Code, les mots " et elle peut uniquement être imposée en première instance administrative " sont abrogés.
Art. 12. In artikel 4.3.1, § 4, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd :
" met inachtneming van de bepalingen van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ";
2° het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven.
1° aan het eerste lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd :
" met inachtneming van de bepalingen van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ";
2° het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 4.3.1, § 4, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier alinéa est complété par les mots suivants :
" tenant compte des dispositions de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ";
2° les deuxième, troisième et quatrième alinéas sont abrogés.
1° le premier alinéa est complété par les mots suivants :
" tenant compte des dispositions de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ";
2° les deuxième, troisième et quatrième alinéas sont abrogés.
Art. 13. In artikel 4.3.5, § 3, eerste lid, van dezelfde codex worden tussen het woord " wegeniswerken, " en de woorden " kan de " de woorden " of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, " ingevoegd.
Art. 13. Dans l'article 4.3.5, § 3, alinéa premier, du même Code, sont insérés les mots " ou lorsque la Société flamande du Logement social ou une autorité met les travaux de voirie en adjudication, " entre les mots " travaux de voirie requis par le projet, " et les mots " l'autorisation urbanistique ".
Art. 14. Aan artikel 4.4.1 van dezelfde codex, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 2. De plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak wordt niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die de plaatsing uitdrukkelijk verbieden.
§ 3. De volgende zaken worden niet beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen :
1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;
2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn.
De gemeenteraad kan in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de lijst vaststellen van de bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen, of delen ervan, waarbinnen de volgende zaken niet worden beschouwd als strijdig met de voorschriften :
1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;
2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn. ".
" § 2. De plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak wordt niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die de plaatsing uitdrukkelijk verbieden.
§ 3. De volgende zaken worden niet beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen :
1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;
2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn.
De gemeenteraad kan in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de lijst vaststellen van de bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen, of delen ervan, waarbinnen de volgende zaken niet worden beschouwd als strijdig met de voorschriften :
1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;
2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn. ".
Art. 14. A l'article 4.4.1 du même Code, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2 et un § 3 rédigés comme suit :
" § 2. L'installation de panneaux solaires photovoltaïques ou de boilers solaires intégrés dans la toiture n'est pas considérée comme dérogatoire aux prescriptions urbanistiques et aux prescriptions de lotissement, à moins qu'elles interdisent l'installation explicitement.
§ 3. Les actes suivants ne sont pas considérés comme contraires aux prescriptions du plan de secteur, de plans d'exécution spatiaux régionaux ou provinciaux :
1° des travaux d'entretien à une construction principalement autorisée;
2° des actes exonérés de l'obligation d'autorisation, à condition que les bâtiments ou constructions présents sur la parcelle soient principalement autorisés.
Dans un règlement urbanistique communal, le conseil communal peut établir la liste des plans particuliers d'aménagement, plans d'exécutions spatiaux régionaux et permis de lotir, ou leurs parties, au sein desquels les actes suivants ne sont pas considérés comme contraires aux prescriptions :
1° des travaux d'entretien à une construction principalement autorisée;
2° des actes exonérés de l'obligation d'autorisation, à condition que les bâtiments ou constructions présents sur la parcelle soient principalement autorisés. "
" § 2. L'installation de panneaux solaires photovoltaïques ou de boilers solaires intégrés dans la toiture n'est pas considérée comme dérogatoire aux prescriptions urbanistiques et aux prescriptions de lotissement, à moins qu'elles interdisent l'installation explicitement.
§ 3. Les actes suivants ne sont pas considérés comme contraires aux prescriptions du plan de secteur, de plans d'exécution spatiaux régionaux ou provinciaux :
1° des travaux d'entretien à une construction principalement autorisée;
2° des actes exonérés de l'obligation d'autorisation, à condition que les bâtiments ou constructions présents sur la parcelle soient principalement autorisés.
Dans un règlement urbanistique communal, le conseil communal peut établir la liste des plans particuliers d'aménagement, plans d'exécutions spatiaux régionaux et permis de lotir, ou leurs parties, au sein desquels les actes suivants ne sont pas considérés comme contraires aux prescriptions :
1° des travaux d'entretien à une construction principalement autorisée;
2° des actes exonérés de l'obligation d'autorisation, à condition que les bâtiments ou constructions présents sur la parcelle soient principalement autorisés. "
Art. 15. In titel IV, hoofdstuk IV, afdeling 1, onderafdeling 8, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het opschrift van onderafdeling 8 worden de woorden " plan van aanleg " vervangen door het woord " gewestplan ";
2° in artikel 4.4.9, § 1 en § 2, worden de woorden " plan van aanleg " telkens vervangen door het woord " gewestplan ";
3° in artikel 4.4.9, § 2, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse Regering kan die concordanties verfijnen en bepalen voor welke bestemmingsvoorschriften van de gewestplannen geen vergelijkbare categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding bestaat. ".
1° in het opschrift van onderafdeling 8 worden de woorden " plan van aanleg " vervangen door het woord " gewestplan ";
2° in artikel 4.4.9, § 1 en § 2, worden de woorden " plan van aanleg " telkens vervangen door het woord " gewestplan ";
3° in artikel 4.4.9, § 2, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse Regering kan die concordanties verfijnen en bepalen voor welke bestemmingsvoorschriften van de gewestplannen geen vergelijkbare categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding bestaat. ".
Art. 15. Dans le titre IV, chapitre IV, division 1re, sous-division 8, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'intitulé de la sous-division 8, les mots " plan d'aménagement " sont remplacés par les mots " plan de secteur ";
2° dans l'article 4.4.9, § 1er et § 2, les mots " plan d'aménagement " sont chaque fois remplacés par les mots " plan de secteur ";
3° dans l'article 4.4.9, § 2, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand peut affiner ces concordances et fixer pour quelles prescriptions d'affectation des plans de secteurs il n'existe pas de catégorie ou sous-catégorie de zones similaire. "
1° dans l'intitulé de la sous-division 8, les mots " plan d'aménagement " sont remplacés par les mots " plan de secteur ";
2° dans l'article 4.4.9, § 1er et § 2, les mots " plan d'aménagement " sont chaque fois remplacés par les mots " plan de secteur ";
3° dans l'article 4.4.9, § 2, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand peut affiner ces concordances et fixer pour quelles prescriptions d'affectation des plans de secteurs il n'existe pas de catégorie ou sous-catégorie de zones similaire. "
Art. 16. In artikel 4.4.19, § 1, van dezelfde codex wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° infrastructurele behoeften ingevolge de uitbreiding van de werking van erkende, gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstellingen of van een erkende jeugdvereniging in de zin van het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid en het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid of van een erkend jeugdverblijfcentrum overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van Toerisme voor Allen'; ".
" 5° infrastructurele behoeften ingevolge de uitbreiding van de werking van erkende, gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstellingen of van een erkende jeugdvereniging in de zin van het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid en het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid of van een erkend jeugdverblijfcentrum overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van Toerisme voor Allen'; ".
Art. 16. Dans l'article 4.4.19, § 1er, du même Code, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° besoins infrastructurels suite à l'extension du fonctionnement d'établissements d'enseignement agréés, subventionnés ou financés ou d'une association de jeunesse agréée dans le sens du décret du 14 février 2003 portant soutien et stimulation des politiques communales, intercommunales et provinciales en matière de jeunesse et d'animation des jeunes et du décret du 18 juillet 2008 relatif à la conduite d'une politique flamande des droits de l'enfant et de la jeunesse ou d'un centre de séjour pour jeunes agréé conformément au décret du 18 juillet 2003 relatif aux résidences et associations actives dans le cadre de " Toerisme voor Allen "; ".
" 5° besoins infrastructurels suite à l'extension du fonctionnement d'établissements d'enseignement agréés, subventionnés ou financés ou d'une association de jeunesse agréée dans le sens du décret du 14 février 2003 portant soutien et stimulation des politiques communales, intercommunales et provinciales en matière de jeunesse et d'animation des jeunes et du décret du 18 juillet 2008 relatif à la conduite d'une politique flamande des droits de l'enfant et de la jeunesse ou d'un centre de séjour pour jeunes agréé conformément au décret du 18 juillet 2003 relatif aux résidences et associations actives dans le cadre de " Toerisme voor Allen "; ".
Art. 17. Aan artikel 4.4.28, tweede lid, 1°, van dezelfde codex worden de volgende woorden " in geval het gaat om een attest dat met toepassing van artikel 4.4.26, § 2, het mogelijk maakt een vergunning af te geven waarbij afgeweken wordt van de vigerende stedenbouwkundige voorschriften; " toegevoegd.
Art. 17. A l'article 4.4.28, alinéa deux, 1°, du même Code sont ajoutés les mots suivants : " lorsqu'il s'agit d'une attestation qui permet, en application de l'article 4.4.26, § 2, d'accorder une autorisation dans laquelle il est dérogé aux prescriptions urbanistiques en vigueur; ".
Art. 18. In artikel 4.5.1, § 2, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 meldingsplichtige handelingen, wordt de uitvoerbaarheid van de melding opgeschort. ";
2° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 meldingsplichtige handelingen, kunnen deze handelingen niet worden uitgevoerd. ".
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 meldingsplichtige handelingen, wordt de uitvoerbaarheid van de melding opgeschort. ";
2° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 meldingsplichtige handelingen, kunnen deze handelingen niet worden uitgevoerd. ".
Art. 18. Dans l'article 4.5.1, § 2, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2, l'exécution de la notification est suspendue. ";
2° l'alinéa trois est complété par la phrase suivante :
" Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2, ces actes ne peuvent être exécutés. ".
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2, l'exécution de la notification est suspendue. ";
2° l'alinéa trois est complété par la phrase suivante :
" Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2, ces actes ne peuvent être exécutés. ".
Art. 19. In artikel 4.6.4 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de verkavelingsvergunning, met verkoop gelijkgesteld. ";
2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de verkavelingsvergunning, met verkoop gelijkgesteld. ".
1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de verkavelingsvergunning, met verkoop gelijkgesteld. ";
2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de verkavelingsvergunning, met verkoop gelijkgesteld. ".
Art. 19. Dans l'article 4.6.4 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa premier, la construction à temps par le lotisseur conformément au permis de lotir est assimilée à la vente. ";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa premier, la construction à temps par le lotisseur conformément au permis de lotir est assimilée à la vente. ".
1° le § 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa premier, la construction à temps par le lotisseur conformément au permis de lotir est assimilée à la vente. ";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa premier, la construction à temps par le lotisseur conformément au permis de lotir est assimilée à la vente. ".
Art. 20. In artikel 4.7.1 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " of semipublieke " opgeheven;
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden " of semipublieke " opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar oefent zijn advisering over de aanvragen, vermeld in het eerste en tweede lid, onafhankelijk en neutraal uit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening van deze taak. ";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden " of semipublieke " opgeheven;
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden " of semipublieke " opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar oefent zijn advisering over de aanvragen, vermeld in het eerste en tweede lid, onafhankelijk en neutraal uit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening van deze taak. ";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 4.7.1 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " ou relevant du droit semi-public " sont abrogés;
2° dans le § 2, alinéa deux, les mots " ou relevant du droit semi-public " sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le fonctionnaire urbaniste communal rend ses avis concernant les demandes, visées à l'alinéa premier et deux, de manière indépendante et neutre. Il ne peut subir de préjudice de l'exécution de la présente tâche. ";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, les mots " ou relevant du droit semi-public " sont abrogés;
2° dans le § 2, alinéa deux, les mots " ou relevant du droit semi-public " sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le fonctionnaire urbaniste communal rend ses avis concernant les demandes, visées à l'alinéa premier et deux, de manière indépendante et neutre. Il ne peut subir de préjudice de l'exécution de la présente tâche. ";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 21. In artikel 4.7.15, § 3, eerste lid, van dezelfde codex worden de woorden " Het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " De gemeentesecretaris ".
Art. 21. Dans l'article 4.7.15, § 3, alinéa premier, du même Code, les mots " Le Collège des bourgmestre et échevins " sont remplacés par les mots " Le secrétaire communal ".
Art. 22. In artikel 4.7.16, § 4, van dezelfde codex worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt :
" De adviezen worden aangevraagd door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde. "
" De adviezen worden aangevraagd door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde. "
Art. 22. Dans l'article 4.7.16, § 4, du même Code, les alinéas deux et trois sont remplacés par ce qui suit :
" Les avis sont demandés par le secrétaire communal ou son délégué. "
" Les avis sont demandés par le secrétaire communal ou son délégué. "
Art. 23. In artikel 4.7.19 van dezelfde codex wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. "
" § 2. Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. "
Art. 23. Dans l'article 4.7.19 du même Code, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Un avis indiquant que l'autorisation a été accordée sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage.
Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception de la décision du collège des bourgmestre et échevins.
Le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
" § 2. Un avis indiquant que l'autorisation a été accordée sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage.
Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception de la décision du collège des bourgmestre et échevins.
Le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
Art. 24. In artikel 4.7.23 van dezelfde codex wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
" § 4. Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de uitdrukkelijke beslissing of van de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. ".
" § 4. Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de uitdrukkelijke beslissing of van de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing.
De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. ".
Art. 24. Dans l'article 4.7.23 du même Code, le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Un avis indiquant que l'autorisation a été accordée sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage.
Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception de la décision formelle ou de la notification de la décision tacite.
Le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
" § 4. Un avis indiquant que l'autorisation a été accordée sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage.
Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception de la décision formelle ou de la notification de la décision tacite.
Le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
Art. 25. In artikel 4.7.26, § 4, eerste lid, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1°, d), worden de woorden " het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " de gemeentesecretaris ";
2° aan punt 2° wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" c) zo de vergunningsaanvraag van het college van burgemeester en schepenen uitgaat, brengt het college geen advies uit; ";
3° punt 6° en punt 7° worden vervangen door wat volgt :
" 6° een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan door de aanvrager binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing tot verlening van de vergunning. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen;
7° de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. "
1° in punt 1°, d), worden de woorden " het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " de gemeentesecretaris ";
2° aan punt 2° wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" c) zo de vergunningsaanvraag van het college van burgemeester en schepenen uitgaat, brengt het college geen advies uit; ";
3° punt 6° en punt 7° worden vervangen door wat volgt :
" 6° een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan door de aanvrager binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing tot verlening van de vergunning. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen;
7° de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, § 2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af. "
Art. 25. Dans l'article 4.7.26, § 4, alinéa premier, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, d), les mots " le Collège des bourgmestre et échevins " sont remplacés par les mots " le secrétaire communal ";
2° le point 2° est complété par un point c), rédigé comme suit :
" c) si la demande d'autorisation émane du collège des bourgmestre et échevins, le collège n'émet pas d'avis; ";
3° les points 6° et 7° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 6° un avis indiquant que l'autorisation est accordée, sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage par le demandeur dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception d'une copie de la décision formelle d'octroi de l'autorisation. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage;
7° le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
1° dans le point 1°, d), les mots " le Collège des bourgmestre et échevins " sont remplacés par les mots " le secrétaire communal ";
2° le point 2° est complété par un point c), rédigé comme suit :
" c) si la demande d'autorisation émane du collège des bourgmestre et échevins, le collège n'émet pas d'avis; ";
3° les points 6° et 7° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 6° un avis indiquant que l'autorisation est accordée, sera affiché par le demandeur pendant une période de trente jours à l'endroit auquel a trait la demande d'autorisation. Le demandeur informe la commune immédiatement de la date de début de l'affichage. Le secrétaire communal ou son délégué veille à ce qu'il est procédé à l'affichage par le demandeur dans un délai de dix jours à compter à partir de la date de réception d'une copie de la décision formelle d'octroi de l'autorisation. Le Gouvernement flamand peut, tant pour le contenu que pour la forme, imposer des exigences complémentaires auxquelles doit répondre l'affichage;
7° le secrétaire communal ou son délégué fournit sur simple demande de tout intéressé, visé à l'article 4.7.21, § 2, une copie certifiée de l'attestation d'affichage. "
Art. 26. Aan artikel 4.8.3, § 3, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd :
" De voorzitter kan die bevoegdheid delegeren. ".
" De voorzitter kan die bevoegdheid delegeren. ".
Art. 26. L'article 4.8.3, § 3, du même Code, est complété par la phrase suivante :
" Le président peut déléguer cette compétence. "
" Le président peut déléguer cette compétence. "
Art. 27. In artikel 4.8.6 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, punt 2°, wordt het woord " tien " vervangen door het woord " vijf ";
2° een vierde paragraaf wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Zolang niet alle benoemingen, bedoeld in § 2 en § 3, voor een eerste maal zijn gebeurd, kunnen de functies van adviseur en administratief personeel gedurende een periode van maximaal zes maanden na het van kracht worden van deze bepaling, uitgeoefend worden door personeelsleden van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid, na akkoord van de Raad.
De Vlaamse Regering en de organen van het Ministerie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, kunnen geen instructies geven aan de hierboven vermelde personeelsleden en kunnen geen verantwoording vragen omtrent de wijze van uitoefening van de door hen uitgeoefende functie bij de Raad.
Het hiërarchisch en functioneel gezag over de adviseurs en het administratief personeel wordt uitgeoefend door de voorzitter van de Raad. "
1° in § 2, punt 2°, wordt het woord " tien " vervangen door het woord " vijf ";
2° een vierde paragraaf wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Zolang niet alle benoemingen, bedoeld in § 2 en § 3, voor een eerste maal zijn gebeurd, kunnen de functies van adviseur en administratief personeel gedurende een periode van maximaal zes maanden na het van kracht worden van deze bepaling, uitgeoefend worden door personeelsleden van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid, na akkoord van de Raad.
De Vlaamse Regering en de organen van het Ministerie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, kunnen geen instructies geven aan de hierboven vermelde personeelsleden en kunnen geen verantwoording vragen omtrent de wijze van uitoefening van de door hen uitgeoefende functie bij de Raad.
Het hiërarchisch en functioneel gezag over de adviseurs en het administratief personeel wordt uitgeoefend door de voorzitter van de Raad. "
Art. 27. Dans l'article 4.8.6 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 2, point 2°, le mot " dix " est remplacé par le mot " cinq ";
2° il est ajouté un paragraphe quatre, rédigé comme suit :
" § 4. Tant que toutes les nominations, visées aux § 2 et § 3, ne sont pas faites pour la première fois, les fonctions de consultant et de personnel administratif peuvent être exécutés, pendant une période de six mois au maximum après l'entrée en vigueur de la présente disposition, par des membres du personnel du Département de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier de l'Autorité flamande, moyennant l'accord du Conseil.
Le Gouvernement flamand et les organes du Département de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier, ne peuvent donner aucune instruction aux membres du personnel susmentionnés et ne peuvent demander aucune justification concernant leur exercice de la fonction auprès du Conseil.
L'autorité hiérarchique et fonctionnelle sur les consultants et le personnel administratif est exercé par le président du Conseil. "
1° dans le § 2, point 2°, le mot " dix " est remplacé par le mot " cinq ";
2° il est ajouté un paragraphe quatre, rédigé comme suit :
" § 4. Tant que toutes les nominations, visées aux § 2 et § 3, ne sont pas faites pour la première fois, les fonctions de consultant et de personnel administratif peuvent être exécutés, pendant une période de six mois au maximum après l'entrée en vigueur de la présente disposition, par des membres du personnel du Département de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier de l'Autorité flamande, moyennant l'accord du Conseil.
Le Gouvernement flamand et les organes du Département de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier, ne peuvent donner aucune instruction aux membres du personnel susmentionnés et ne peuvent demander aucune justification concernant leur exercice de la fonction auprès du Conseil.
L'autorité hiérarchique et fonctionnelle sur les consultants et le personnel administratif est exercé par le président du Conseil. "
Art. 28. Aan artikel 4.8.9 van dezelfde codex wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het reglement van orde kan nadere regels inzake procedure en inzake de werking en de organisatie van de Raad bepalen. "
" Het reglement van orde kan nadere regels inzake procedure en inzake de werking en de organisatie van de Raad bepalen. "
Art. 28. Dans l'article 4.8.9 du même Code, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le règlement d'ordre peut fixer des modalités relatives à la procédure et relatives au fonctionnement ainsi qu'à l'organisation du Conseil. "
" Le règlement d'ordre peut fixer des modalités relatives à la procédure et relatives au fonctionnement ainsi qu'à l'organisation du Conseil. "
Art. 29. Artikel 4.8.10 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4.8.10. Het reglement van orde deelt de Raad in kamers in en bepaalt de wijze waarop beroepsdossiers aan de kamers worden toegewezen. De voorzitter kan aanvullende kamers samenstellen indien de werklast dat vereist.
De kamers houden zitting met één raadslid. Zij houden evenwel zitting met drie raadsleden in de gevallen waarin zulks nodig wordt geacht om de eenheid van de rechtspraak te garanderen of wanneer juridische moeilijkheden daartoe aanleiding geven. De voorzitter bepaalt de samenstelling van de meervoudige kamers en wijst de kamervoorzitters ervan aan.
Elke kamer zetelt met één griffier of zittingsgriffier.
Onder de voorwaarden, bepaald in het reglement van orde, kan de voorzitter één of meerdere adviseurs tijdelijk gelasten met het uitoefenen van de taak van zittingsgriffier.
Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van beide griffiers kan de voorzitter aan één der adviseurs tijdelijk het mandaat van griffier toevertrouwen. "
" Art. 4.8.10. Het reglement van orde deelt de Raad in kamers in en bepaalt de wijze waarop beroepsdossiers aan de kamers worden toegewezen. De voorzitter kan aanvullende kamers samenstellen indien de werklast dat vereist.
De kamers houden zitting met één raadslid. Zij houden evenwel zitting met drie raadsleden in de gevallen waarin zulks nodig wordt geacht om de eenheid van de rechtspraak te garanderen of wanneer juridische moeilijkheden daartoe aanleiding geven. De voorzitter bepaalt de samenstelling van de meervoudige kamers en wijst de kamervoorzitters ervan aan.
Elke kamer zetelt met één griffier of zittingsgriffier.
Onder de voorwaarden, bepaald in het reglement van orde, kan de voorzitter één of meerdere adviseurs tijdelijk gelasten met het uitoefenen van de taak van zittingsgriffier.
Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van beide griffiers kan de voorzitter aan één der adviseurs tijdelijk het mandaat van griffier toevertrouwen. "
Art. 29. L'article 4.8.10 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4.8.10. Le règlement d'ordre subdivise le Conseil en chambres et fixe la manière dont des dossiers de recours sont attribués aux chambres. Le président peut composer des chambres complémentaires lorsque la charge de travail l'exige.
Les chambres siègent avec un conseiller. Cependant, elles siègent avec trois conseillers dans les cas où cela s'avère nécessaire pour garantir l'unité de la juridiction ou lorsque des difficultés juridiques y donnent lieu. Le président détermine la composition des chambres multiples et en désigne les présidents de la chambre.
Chaque chambre siège avec un greffier ou greffier d'audience.
Aux conditions, visées au règlement d'ordre, le président peut charger un ou plusieurs consultants temporairement d'accomplir la tâche de greffier d'audience.
En cas d'absence ou d'indisponibilité des deux greffiers, le président peut temporairement confier le mandat de greffier à un des consultants. ".
" Art. 4.8.10. Le règlement d'ordre subdivise le Conseil en chambres et fixe la manière dont des dossiers de recours sont attribués aux chambres. Le président peut composer des chambres complémentaires lorsque la charge de travail l'exige.
Les chambres siègent avec un conseiller. Cependant, elles siègent avec trois conseillers dans les cas où cela s'avère nécessaire pour garantir l'unité de la juridiction ou lorsque des difficultés juridiques y donnent lieu. Le président détermine la composition des chambres multiples et en désigne les présidents de la chambre.
Chaque chambre siège avec un greffier ou greffier d'audience.
Aux conditions, visées au règlement d'ordre, le président peut charger un ou plusieurs consultants temporairement d'accomplir la tâche de greffier d'audience.
En cas d'absence ou d'indisponibilité des deux greffiers, le président peut temporairement confier le mandat de greffier à un des consultants. ".
Art. 30. Artikel 4.8.13 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4.8.13. In elke stand van het geding kan de voorzitter van de Raad, evenals de door hem gemachtigde raadsleden, ter voorkoming van een moeilijk te herstellen nadeel en op grond van ernstige middelen, een bestreden vergunningsbeslissing schorsen bij wijze van voorlopige voorziening. De schorsingsbeslissing wordt ambtshalve of op verzoek genomen. "
" Art. 4.8.13. In elke stand van het geding kan de voorzitter van de Raad, evenals de door hem gemachtigde raadsleden, ter voorkoming van een moeilijk te herstellen nadeel en op grond van ernstige middelen, een bestreden vergunningsbeslissing schorsen bij wijze van voorlopige voorziening. De schorsingsbeslissing wordt ambtshalve of op verzoek genomen. "
Art. 30. L'article 4.8.13 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4.8.13. Dans tout état de litige, le président du Conseil, ainsi que les conseillers mandatés par lui, peuvent, visant à prévenir un effet nocif difficilement remédiable et sur la base de moyens importants, suspendre une décision d'autorisation contestée à titre de disposition provisoire. La décision de suspension est prise d'office ou sur demande. "
" Art. 4.8.13. Dans tout état de litige, le président du Conseil, ainsi que les conseillers mandatés par lui, peuvent, visant à prévenir un effet nocif difficilement remédiable et sur la base de moyens importants, suspendre une décision d'autorisation contestée à titre de disposition provisoire. La décision de suspension est prise d'office ou sur demande. "
Art. 31. Aan artikel 4.8.16, § 3, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden tussen de woorden " Het verzoekschrift wordt " en het woord " gedagtekend ", de woorden " ondertekend door de partij, " ingevoegd;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Aan het verzoekschrift wordt een afschrift van de bestreden beslissing gehecht. Het reglement van orde kan nadere vorm- en procedurevereisten vaststellen. "
1° in het tweede lid worden tussen de woorden " Het verzoekschrift wordt " en het woord " gedagtekend ", de woorden " ondertekend door de partij, " ingevoegd;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Aan het verzoekschrift wordt een afschrift van de bestreden beslissing gehecht. Het reglement van orde kan nadere vorm- en procedurevereisten vaststellen. "
Art. 31. Dans l'article 4.8.16, § 3, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa deux, les mots " La requête est datée et signée " sont remplacés par les mots " La requête est signée par la partie, datée ";
2° l'alinéa quatre est remplacé par la disposition suivante :
" Une copie de la décision contestée est jointe à la requête. Le règlement d'ordre peut fixer des modalités de forme et de procédure. "
1° dans l'alinéa deux, les mots " La requête est datée et signée " sont remplacés par les mots " La requête est signée par la partie, datée ";
2° l'alinéa quatre est remplacé par la disposition suivante :
" Une copie de la décision contestée est jointe à la requête. Le règlement d'ordre peut fixer des modalités de forme et de procédure. "
Art. 32. In artikel 4.8.17, § 1, tweede lid, van dezelfde codex worden tussen de woorden " de verweerder " en de woorden " en aan de belanghebbende bij de zaak " de woorden " , aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is " ingevoegd.
Art. 32. Dans l'article 4.8.17, § 1er, alinéa deux, du même Code, les mots " , au collège des bourgmestre et échevins de la commune où le bien immobilier concerné est situé " sont insérés entre les mots " au défendeur " et les mots " et aux parties concernées par l'affaire ".
Art. 33. In artikel 4.8.18 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " griffierecht " wordt telkens vervangen door het woord " rolrecht ";
2° in het laatste lid worden de woorden " tenzij de verzoeker gegronde redenen kan aanbrengen voor dit verzuim " opgeheven;
3° aan het laatste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" De niet tijdige betaling kan niet worden geregulariseerd. "
1° het woord " griffierecht " wordt telkens vervangen door het woord " rolrecht ";
2° in het laatste lid worden de woorden " tenzij de verzoeker gegronde redenen kan aanbrengen voor dit verzuim " opgeheven;
3° aan het laatste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" De niet tijdige betaling kan niet worden geregulariseerd. "
Art. 33. Dans l'article 4.8.18 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " droit de greffe " sont chaque fois remplacés par les mots " droit de mise au rôle ";
2° dans l'alinéa dernier, les mots " sauf si le requérant peut justifier cette omission par des motifs valables " sont abrogés;
3° l'alinéa dernier est complété par la phrase suivante :
" Le paiement tardif ne peut être régularisé ".
1° les mots " droit de greffe " sont chaque fois remplacés par les mots " droit de mise au rôle ";
2° dans l'alinéa dernier, les mots " sauf si le requérant peut justifier cette omission par des motifs valables " sont abrogés;
3° l'alinéa dernier est complété par la phrase suivante :
" Le paiement tardif ne peut être régularisé ".
Art. 34. In artikel 4.8.22 van dezelfde codex worden de woorden " behoudens hun pleitnota's " opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 4.8.22 du même Code, les mots " En dehors de leurs notes de plaidoirie " sont abrogés.
Art. 35. In artikel 4.8.25 van dezelfde codex wordt het laatste lid opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 4.8.25 du même Code, l'alinéa dernier est abrogé.
Art. 36. In artikel 4.8.26, § 2, van dezelfde codex wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De Raad legt in zijn uitspraak het geheel van de kosten ten laste van de partij die ten gronde in het ongelijk gesteld wordt. De kosten bestaan uit het rolrecht, vermeld in artikel 4.8.18, en uit het getuigengeld. ".
" De Raad legt in zijn uitspraak het geheel van de kosten ten laste van de partij die ten gronde in het ongelijk gesteld wordt. De kosten bestaan uit het rolrecht, vermeld in artikel 4.8.18, en uit het getuigengeld. ".
Art. 36. Dans l'article 4.8.26, § 2, du même Code, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Dans sa décision, le Conseil porte l'ensemble des frais à charge de la partie qui a succombé sur le fond. Les frais se composent du droit de mise au rôle, visé à l'article 4.8.18, et des taxes des témoins ".
" Dans sa décision, le Conseil porte l'ensemble des frais à charge de la partie qui a succombé sur le fond. Les frais se composent du droit de mise au rôle, visé à l'article 4.8.18, et des taxes des témoins ".
Art. 37. In artikel 4.8.27 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen de woorden " aan de partijen " en de woorden " , binnen een ordetermijn van vijftien dagen " de woorden " en aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is " ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt het woord " besluiten " vervangen door het woord " uitspraken ";
3° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het reglement van orde van de Raad bepaalt de rechten die verschuldigd zijn voor diensten verstrekt door de griffie van de Raad. "
1° in het eerste lid worden tussen de woorden " aan de partijen " en de woorden " , binnen een ordetermijn van vijftien dagen " de woorden " en aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is " ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt het woord " besluiten " vervangen door het woord " uitspraken ";
3° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het reglement van orde van de Raad bepaalt de rechten die verschuldigd zijn voor diensten verstrekt door de griffie van de Raad. "
Art. 37. Dans l'article 4.8.27 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots " et au collège des bourgmestre et échevins de la commune où le bien immobilier concerné est situé " sont insérés entre les mots " aux différentes parties " et les mots " , et ce, dans un délai de rigueur de quinze jours ";
2° dans l'alinéa deux, le mot " arrêtés " est remplacé par le mot " décisions ";
3° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le règlement d'ordre du Conseil fixe les droits dus pour les services fournis par le greffe du Conseil ".
1° dans l'alinéa premier, les mots " et au collège des bourgmestre et échevins de la commune où le bien immobilier concerné est situé " sont insérés entre les mots " aux différentes parties " et les mots " , et ce, dans un délai de rigueur de quinze jours ";
2° dans l'alinéa deux, le mot " arrêtés " est remplacé par le mot " décisions ";
3° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le règlement d'ordre du Conseil fixe les droits dus pour les services fournis par le greffe du Conseil ".
Art. 38. In artikel 5.1.4, § 1, van dezelfde codex wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex. ".
" De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex. ".
Art. 38. L'article 5.1.4, § 1er, du même Code, est complété par un alinéa quatre rédigé comme suit :
" Sur la base d'une autre disposition du présent Code, la notification, visée à l'alinéa deux, n'est pas requise lorsqu'une copie des documents visés à l'alinéa deux a déjà été transmise au collège des bourgmestre et échevins de la commune où le bien immobilier concerné est situé ".
" Sur la base d'une autre disposition du présent Code, la notification, visée à l'alinéa deux, n'est pas requise lorsqu'une copie des documents visés à l'alinéa deux a déjà été transmise au collège des bourgmestre et échevins de la commune où le bien immobilier concerné est situé ".
Art. 39. In artikel 5.2.1, § 1, van dezelfde codex wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 39. Dans l'article 5.2.1, § 1er, du même Code, l'alinéa cinq est abrogé.
Art. 40. In artikel 5.2.6 van dezelfde codex worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende leden ingevoegd :
" Indien voor deze informatie een stedenbouwkundig uittreksel, zoals bedoeld in artikel 5.2.7, moet worden opgevraagd, kan publiciteit gevoerd worden van zodra dit uittreksel is aangevraagd.
Andere vermeldingen zijn slechts toegestaan voor zover zij de ontvanger van de informatie niet misleiden omtrent de stedenbouwkundige status van het goed. ".
" Indien voor deze informatie een stedenbouwkundig uittreksel, zoals bedoeld in artikel 5.2.7, moet worden opgevraagd, kan publiciteit gevoerd worden van zodra dit uittreksel is aangevraagd.
Andere vermeldingen zijn slechts toegestaan voor zover zij de ontvanger van de informatie niet misleiden omtrent de stedenbouwkundige status van het goed. ".
Art. 40. Dans l'article 5.2.6 du même Code, les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa premier et l'alinéa deux :
Lorsqu'un extrait urbanistique, tel que visé à l'article 5.2.7, doit être obtenu pour ces informations, la publicité peut être donnée à partir de la demande du présent extrait.
D'autres mentions ne sont autorisées que pour autant qu'elles n'induisent pas le récepteur de l'information en erreur sur le statut urbanistique du bien ".
Lorsqu'un extrait urbanistique, tel que visé à l'article 5.2.7, doit être obtenu pour ces informations, la publicité peut être donnée à partir de la demande du présent extrait.
D'autres mentions ne sont autorisées que pour autant qu'elles n'induisent pas le récepteur de l'information en erreur sur le statut urbanistique du bien ".
Art. 41. In artikel 5.6.6, § 1, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen het woord " woonuitbreidingsgebieden " en het woord " wordt " de woorden " , reservegebieden voor woonwijken en woonaansnijdingsgebieden " ingevoegd;
2° aan het eerste lid, 1°, worden de woorden " en het project doorstaat de watertoets; " toegevoegd;
3° aan het eerste lid, 2°, worden de woorden " of aan een reeds ontwikkeld deel van een woonuitbreidingsgebied " toegevoegd;
4° aan het tweede lid worden de woorden " het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan " vervangen door de woorden " een ruimtelijk structuurplan ".
1° in het eerste lid worden tussen het woord " woonuitbreidingsgebieden " en het woord " wordt " de woorden " , reservegebieden voor woonwijken en woonaansnijdingsgebieden " ingevoegd;
2° aan het eerste lid, 1°, worden de woorden " en het project doorstaat de watertoets; " toegevoegd;
3° aan het eerste lid, 2°, worden de woorden " of aan een reeds ontwikkeld deel van een woonuitbreidingsgebied " toegevoegd;
4° aan het tweede lid worden de woorden " het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan " vervangen door de woorden " een ruimtelijk structuurplan ".
Art. 41. Dans l'article 5.6.6, § 1er, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots " , zones de réserve pour quartiers résidentiels et zones potentielles résidentielles " sont insérés entre les mots " zones d'extension d'habitat " et les mots " la demande ";
2° l'alinéa premier, 1°, est complété par les mots " et le projet passe l'épreuve de l'évaluation aquatique; ";
3° l'alinéa premier, 2°, est complété par les mots " ou une partie déjà développée d'une zone d'extension d'habitat ";
4° dans l'alinéa deux, les mots " du schéma de structure d'aménagement communal " sont remplacés par les mots " d'un schéma de structure d'aménagement ".
1° dans l'alinéa premier, les mots " , zones de réserve pour quartiers résidentiels et zones potentielles résidentielles " sont insérés entre les mots " zones d'extension d'habitat " et les mots " la demande ";
2° l'alinéa premier, 1°, est complété par les mots " et le projet passe l'épreuve de l'évaluation aquatique; ";
3° l'alinéa premier, 2°, est complété par les mots " ou une partie déjà développée d'une zone d'extension d'habitat ";
4° dans l'alinéa deux, les mots " du schéma de structure d'aménagement communal " sont remplacés par les mots " d'un schéma de structure d'aménagement ".
Art. 42. Artikel 5.6.7 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 5.6.7. § 1. Een milieuvergunningsaanvraag kan gunstig geadviseerd worden en vergund worden in afwijking op de bepalingen van een stedenbouwkundig voorschrift, voor zover voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :
1° de goede ruimtelijke ordening wordt niet geschaad, hetgeen in het bijzonder betekent dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengt of verstoort;
2° de inrichting is hoofdzakelijk vergund.
Indien de goede ruimtelijke ordening geschaad wordt, kan rekening worden gehouden met de termijn die nodig is om de inrichting te herlokaliseren. Die termijn is ten hoogste gelijk aan vijf jaar.
De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van bedrijven die door hun aard en omvang van het eerste lid zijn uitgesloten. Zij wijst de gebieden aan waarin het eerste lid niet kan worden toegepast.
§ 2. Een milieuvergunningsaanvraag kan ongunstig geadviseerd worden en geweigerd worden om de reden, vermeld in artikel 4.3.2.
§ 3. De mogelijkheden of verplichtingen om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, zoals die bij of krachtens deze codex zijn vastgesteld ten aanzien van de vergunningsverlenende bestuursorganen en de ambtenaren van ruimtelijke ordening, gelden onder dezelfde voorwaarden ten aanzien van de instanties en organen die over een vergunningsaanvraag adviseren en ten aanzien van de instanties en organen die adviseren of beslissen over een onteigeningsplan of over een aanvraag voor een onteigeningsmachtiging of een vergunning, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of in het Bosdecreet van 13 juni 1990, of andere vergunningen, behalve milieuvergunningen. "
" Art. 5.6.7. § 1. Een milieuvergunningsaanvraag kan gunstig geadviseerd worden en vergund worden in afwijking op de bepalingen van een stedenbouwkundig voorschrift, voor zover voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :
1° de goede ruimtelijke ordening wordt niet geschaad, hetgeen in het bijzonder betekent dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengt of verstoort;
2° de inrichting is hoofdzakelijk vergund.
Indien de goede ruimtelijke ordening geschaad wordt, kan rekening worden gehouden met de termijn die nodig is om de inrichting te herlokaliseren. Die termijn is ten hoogste gelijk aan vijf jaar.
De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van bedrijven die door hun aard en omvang van het eerste lid zijn uitgesloten. Zij wijst de gebieden aan waarin het eerste lid niet kan worden toegepast.
§ 2. Een milieuvergunningsaanvraag kan ongunstig geadviseerd worden en geweigerd worden om de reden, vermeld in artikel 4.3.2.
§ 3. De mogelijkheden of verplichtingen om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, zoals die bij of krachtens deze codex zijn vastgesteld ten aanzien van de vergunningsverlenende bestuursorganen en de ambtenaren van ruimtelijke ordening, gelden onder dezelfde voorwaarden ten aanzien van de instanties en organen die over een vergunningsaanvraag adviseren en ten aanzien van de instanties en organen die adviseren of beslissen over een onteigeningsplan of over een aanvraag voor een onteigeningsmachtiging of een vergunning, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of in het Bosdecreet van 13 juni 1990, of andere vergunningen, behalve milieuvergunningen. "
Art. 42. L'article 5.6.7 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 5.6.7. § 1er. Une demande d'autorisation écologique peut recevoir un avis favorable et être autorisée par dérogation aux dispositions d'une prescription urbanistique, pour autant que les deux conditions suivantes soient remplies :
1° le bon aménagement du territoire n'est pas compromis, ce qui signifie notamment que la capacité spatiale de la zone n'est pas dépassée et que l'imbrication prévue des fonctions ne compromet pas les affectations à proximité immédiate présentes ou à réaliser;
2° l'établissement est principalement autorisé.
Lorsque le bon aménagement du territoire est compromis, il peut être tenu compte du délai nécessaire pour relocaliser l'établissement. Ce délai s'élève au maximum à cinq ans.
Le Gouvernement flamand fixe les catégories d'entreprises exclues de l'alinéa premier en raison de leur nature et envergure. Il désigne les zones où l'alinéa premier ne peut être appliqué.
§ 2. Une demande d'autorisation écologique peut recevoir un avis défavorable et être refusée pour la raison visée à l'article 4.3.2.
§ 3. Les possibilités ou les obligations de déroger aux prescriptions urbanistiques ou de tenir compte de projets de prescriptions urbanistiques, telles que fixées par ou en vertu du Code présent à l'égard des organes administratifs délivrant l'autorisation et des fonctionnaires de l'aménagement du territoire, s'appliquent aux mêmes conditions à l'égard des instances et des organes formulant un avis sur un demande d'autorisation et à l'égard des instances et des organes formulant un avis ou décidant d'un plan d'expropriation ou d'une demande d'autorisation d'expropriation ou d'une autorisation, visée au décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et du milieu naturel ou au Décret forestier du 13 juin 1990, ou d'autres autorisations, sauf des autorisations écologiques ".
" Art. 5.6.7. § 1er. Une demande d'autorisation écologique peut recevoir un avis favorable et être autorisée par dérogation aux dispositions d'une prescription urbanistique, pour autant que les deux conditions suivantes soient remplies :
1° le bon aménagement du territoire n'est pas compromis, ce qui signifie notamment que la capacité spatiale de la zone n'est pas dépassée et que l'imbrication prévue des fonctions ne compromet pas les affectations à proximité immédiate présentes ou à réaliser;
2° l'établissement est principalement autorisé.
Lorsque le bon aménagement du territoire est compromis, il peut être tenu compte du délai nécessaire pour relocaliser l'établissement. Ce délai s'élève au maximum à cinq ans.
Le Gouvernement flamand fixe les catégories d'entreprises exclues de l'alinéa premier en raison de leur nature et envergure. Il désigne les zones où l'alinéa premier ne peut être appliqué.
§ 2. Une demande d'autorisation écologique peut recevoir un avis défavorable et être refusée pour la raison visée à l'article 4.3.2.
§ 3. Les possibilités ou les obligations de déroger aux prescriptions urbanistiques ou de tenir compte de projets de prescriptions urbanistiques, telles que fixées par ou en vertu du Code présent à l'égard des organes administratifs délivrant l'autorisation et des fonctionnaires de l'aménagement du territoire, s'appliquent aux mêmes conditions à l'égard des instances et des organes formulant un avis sur un demande d'autorisation et à l'égard des instances et des organes formulant un avis ou décidant d'un plan d'expropriation ou d'une demande d'autorisation d'expropriation ou d'une autorisation, visée au décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et du milieu naturel ou au Décret forestier du 13 juin 1990, ou d'autres autorisations, sauf des autorisations écologiques ".
Art. 43. In artikel 6.1.1, eerste lid, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° worden de woorden " , of tenzij het gaat om onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie of om handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht " opgeheven;
2° in punt 6° worden de woorden " , of tenzij het gaat om onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie of om handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht " opgeheven.
1° in punt 2° worden de woorden " , of tenzij het gaat om onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie of om handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht " opgeheven;
2° in punt 6° worden de woorden " , of tenzij het gaat om onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie of om handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht " opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 6.1.1, alinéa premier, du même Code, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 2°, les mots " ou s'il s'agit de travaux d'entretien à une construction principalement autorisée ou d'actes exemptés de l'obligation d'autorisation " sont abrogés;
2° dans le point 6°, les mots " ou s'il s'agit de travaux d'entretien à une construction principalement autorisée ou d'actes exemptés de l'obligation d'autorisation " sont abrogés.
1° dans le point 2°, les mots " ou s'il s'agit de travaux d'entretien à une construction principalement autorisée ou d'actes exemptés de l'obligation d'autorisation " sont abrogés;
2° dans le point 6°, les mots " ou s'il s'agit de travaux d'entretien à une construction principalement autorisée ou d'actes exemptés de l'obligation d'autorisation " sont abrogés.
Art. 44. In artikel 6.1.4, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt punt 3° opgeheven.
Art. 44. Dans l'article 6.1.4, § 1er, alinéa deux, du même Code, le point 3°) est abrogé.
Art. 45. Artikel 6.1.9 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 45. L'article 6.1.9 du même Code est abrogé.
Art. 46. In artikel 6.1.10 van dezelfde codex wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De plenaire vergadering van de Hoge Raad brengt een advies uit binnen een vervaltermijn van zestig dagen, die ingaat de dag na de dag van de betekening van de adviesaanvraag. ".
" De plenaire vergadering van de Hoge Raad brengt een advies uit binnen een vervaltermijn van zestig dagen, die ingaat de dag na de dag van de betekening van de adviesaanvraag. ".
Art. 46. Dans l'article 6.1.10 du même Code, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" La réunion plénière du Conseil supérieur rend un avis dans un délai d'échéance de soixante jours, prenant cours le lendemain de la notification de la demande d'avis ".
" La réunion plénière du Conseil supérieur rend un avis dans un délai d'échéance de soixante jours, prenant cours le lendemain de la notification de la demande d'avis ".
Art. 47. Artikel 6.1.12 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 47. L'article 6.1.12 du même Code est abrogé.
Art. 48. Aan artikel 6.1.22 van dezelfde codex wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De Hoge Raad kan een bemiddelaar aanwijzen onder zijn leden of onder de leden van het permanent secretariaat. ".
" De Hoge Raad kan een bemiddelaar aanwijzen onder zijn leden of onder de leden van het permanent secretariaat. ".
Art. 48. L'article 6.1.22 du même Code est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Le Conseil supérieur peut désigner un médiateur parmi ses membres ou parmi les membres du secrétariat permanent ".
" Le Conseil supérieur peut désigner un médiateur parmi ses membres ou parmi les membres du secrétariat permanent ".
Art. 49. In artikel 6.1.31, eerste lid, 2°, van dezelfde codex worden de woorden " van een ontvoogde gemeente " opgeheven.
Art. 49. Dans l'article 6.1.31, alinéa premier, 2°, du même Code, les mots " d'une commune émancipée " sont abrogés.
Art. 50. In artikel 6.1.41, § 6, van dezelfde codex worden de woorden " artikel 6.1.9, derde en vierde lid, en " opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 6.1.41, § 6, du même Code, les mots " l'article 6.1.9, troisième et quatrième alinéa et de " sont abrogés.
Art. 51. In artikel 7.4.1, § 2, van dezelfde codex wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 51. Dans l'article 7.4.1, § 2, du même Code, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 52. In dezelfde codex wordt een artikel 7.4.1/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 7.4.1/1. § 1. De besluiten van de Vlaamse Regering houdende definitieve vaststelling van gewestplanwijzigingen of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen worden geldig verklaard met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. De geldigverklaring is beperkt tot de schending van artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 1987 houdende vaststelling van het reglement van orde van de streekcommissie van advies voor de ruimtelijke ordening in het Vlaamse Gewest, respectievelijk artikel 9 en 17 van het huishoudelijk reglement van de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002, telkens wegens het ontbreken van een nieuwe, afzonderlijke oproeping van de leden van de betrokken commissie nadat op een eerste vergadering werd vastgesteld dat het vereiste aantal leden niet aanwezig was.
§ 2. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd de besluiten houdende definitieve vaststelling van gewestplanwijzigingen of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die volgens een vernietigingsarrest van de Raad van State aangetast zijn door een schending, vermeld in het eerste lid, voor de toekomst ongewijzigd vast te stellen voor de percelen waarop het arrest betrekking heeft. "
" Art. 7.4.1/1. § 1. De besluiten van de Vlaamse Regering houdende definitieve vaststelling van gewestplanwijzigingen of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen worden geldig verklaard met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. De geldigverklaring is beperkt tot de schending van artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 1987 houdende vaststelling van het reglement van orde van de streekcommissie van advies voor de ruimtelijke ordening in het Vlaamse Gewest, respectievelijk artikel 9 en 17 van het huishoudelijk reglement van de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002, telkens wegens het ontbreken van een nieuwe, afzonderlijke oproeping van de leden van de betrokken commissie nadat op een eerste vergadering werd vastgesteld dat het vereiste aantal leden niet aanwezig was.
§ 2. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd de besluiten houdende definitieve vaststelling van gewestplanwijzigingen of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die volgens een vernietigingsarrest van de Raad van State aangetast zijn door een schending, vermeld in het eerste lid, voor de toekomst ongewijzigd vast te stellen voor de percelen waarop het arrest betrekking heeft. "
Art. 52. Dans le même Code, il est inséré un article 7.4.1/1, rédigé comme suit :
" Art. 7.4.1/1. § 1er. Les arrêtés du Gouvernement flamand portant fixation définitive de modifications de plans de secteur ou de plans d'exécution spatiaux régionaux sont validés à partir de la date de leur entrée en vigueur. La validation se limite à la violation des articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 avril 1987 fixant le règlement d'ordre de la commission consultative de la région pour l'aménagement du territoire en Région flamande, respectivement les articles 9 et 17 du règlement d'ordre intérieur de la commission flamande de l'aménagement du territoire, approuvé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2002, chaque fois à défaut d'une nouvelle convocation, séparée, des membres de la commission concernée après qu'il était constaté lors d'une première réunion que le nombre requis des membres n'était pas présent.
§ 2. Le Gouvernement flamand est autorisé à fixer les arrêtés portant fixation définitive de modifications de plans de secteur ou de plans d'exécution spatiaux régionaux compromis par une violation selon un arrêt d'annulation du Conseil d'Etat de manière inchangée à l'avenir pour les parcelles auxquelles l'arrêt a trait ".
" Art. 7.4.1/1. § 1er. Les arrêtés du Gouvernement flamand portant fixation définitive de modifications de plans de secteur ou de plans d'exécution spatiaux régionaux sont validés à partir de la date de leur entrée en vigueur. La validation se limite à la violation des articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 avril 1987 fixant le règlement d'ordre de la commission consultative de la région pour l'aménagement du territoire en Région flamande, respectivement les articles 9 et 17 du règlement d'ordre intérieur de la commission flamande de l'aménagement du territoire, approuvé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2002, chaque fois à défaut d'une nouvelle convocation, séparée, des membres de la commission concernée après qu'il était constaté lors d'une première réunion que le nombre requis des membres n'était pas présent.
§ 2. Le Gouvernement flamand est autorisé à fixer les arrêtés portant fixation définitive de modifications de plans de secteur ou de plans d'exécution spatiaux régionaux compromis par une violation selon un arrêt d'annulation du Conseil d'Etat de manière inchangée à l'avenir pour les parcelles auxquelles l'arrêt a trait ".
Art. 53. Aan titel VII, hoofdstuk IV, afdeling I, van dezelfde codex wordt een artikel 7.4.2/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 7.4.2/1. § 1. De bijzondere plannen van aanleg die worden of zijn opgemaakt voor gebieden beheerst door een gewestplanvoorschrift dat de opmaak van een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan oplegt voordat het gebied kan worden ontwikkeld, worden geldig verklaard met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. De geldigverklaring is beperkt tot het wettigheidsgebrek dat het bijzonder plan van aanleg rechtsgrond vindt in een onwettig stedenbouwkundig voorschrift uit het gewestplan.
De geldigverklaring geldt tot het tijdstip van de inwerkingstreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan dat, voor het gebied waarop het betrekking heeft, het bijzonder plan van aanleg vervangt.
§ 2. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om op verzoek van de gemeenteraad een besluit van de gemeenteraad houdende definitieve vaststelling van een bijzonder plan van aanleg dat volgens een vernietigingsarrest van de Raad van State aangetast is door de in § 1, eerste lid, vermelde onwettigheid, opnieuw goed te keuren en het bijzonder plan van aanleg voor de toekomst ongewijzigd gelding te verlenen voor de percelen waarop het arrest betrekking heeft. "
" Art. 7.4.2/1. § 1. De bijzondere plannen van aanleg die worden of zijn opgemaakt voor gebieden beheerst door een gewestplanvoorschrift dat de opmaak van een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan oplegt voordat het gebied kan worden ontwikkeld, worden geldig verklaard met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. De geldigverklaring is beperkt tot het wettigheidsgebrek dat het bijzonder plan van aanleg rechtsgrond vindt in een onwettig stedenbouwkundig voorschrift uit het gewestplan.
De geldigverklaring geldt tot het tijdstip van de inwerkingstreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan dat, voor het gebied waarop het betrekking heeft, het bijzonder plan van aanleg vervangt.
§ 2. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om op verzoek van de gemeenteraad een besluit van de gemeenteraad houdende definitieve vaststelling van een bijzonder plan van aanleg dat volgens een vernietigingsarrest van de Raad van State aangetast is door de in § 1, eerste lid, vermelde onwettigheid, opnieuw goed te keuren en het bijzonder plan van aanleg voor de toekomst ongewijzigd gelding te verlenen voor de percelen waarop het arrest betrekking heeft. "
Art. 53. Le titre VII, chapitre IV, division Ire, du même Code est complété par un article 7.4.2/1, rédigé comme suit :
" Art. 7.4.2/1. § 1er. Les plans particuliers d'aménagement qui sont ou ont été établis pour les zones régies par une prescription de plan de secteur imposant l'établissement d'un plan particulier d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial avant de pouvoir développer la zone, sont validés à partir de la date de leur entrée en vigueur. La validation se limite au vice de légalité que le plan particulier d'aménagement trouve son fondement juridique dans une prescription urbanistique illégale du plan de secteur.
La validation vaut jusqu'au moment de l'entrée en vigueur d'un plan d'exécution spatial remplaçant, pour la zone à laquelle il a trait, le plan particulier d'aménagement.
§ 2. Sur la demande du conseil communal, le Gouvernement flamand est autorisé à réapprouver un arrête du conseil communal portant fixation définitive d'un plan particulier d'aménagement qui, selon un arrêt d'annulation du Conseil d'Etat, est compromis par l'illégalité mentionnée au § 1er, alinéa premier, et d'accorder l'application du plan particulier d'aménagement de manière inchangée pour les parcelles auxquelles l'arrêté a trait ".
" Art. 7.4.2/1. § 1er. Les plans particuliers d'aménagement qui sont ou ont été établis pour les zones régies par une prescription de plan de secteur imposant l'établissement d'un plan particulier d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial avant de pouvoir développer la zone, sont validés à partir de la date de leur entrée en vigueur. La validation se limite au vice de légalité que le plan particulier d'aménagement trouve son fondement juridique dans une prescription urbanistique illégale du plan de secteur.
La validation vaut jusqu'au moment de l'entrée en vigueur d'un plan d'exécution spatial remplaçant, pour la zone à laquelle il a trait, le plan particulier d'aménagement.
§ 2. Sur la demande du conseil communal, le Gouvernement flamand est autorisé à réapprouver un arrête du conseil communal portant fixation définitive d'un plan particulier d'aménagement qui, selon un arrêt d'annulation du Conseil d'Etat, est compromis par l'illégalité mentionnée au § 1er, alinéa premier, et d'accorder l'application du plan particulier d'aménagement de manière inchangée pour les parcelles auxquelles l'arrêté a trait ".
Art. 54. Aan artikel 7.4.8 van dezelfde codex wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De regeling waarbij in het ruimtelijk uitvoeringsplan de geldigheidsduur van het voorkooprecht wordt bepaald, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, is eerst van toepassing op de ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig worden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van dat wijzigend decreet. "
" De regeling waarbij in het ruimtelijk uitvoeringsplan de geldigheidsduur van het voorkooprecht wordt bepaald, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, is eerst van toepassing op de ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig worden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van dat wijzigend decreet. "
Art. 54. L'article 7.4.8 du même Code est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le règlement où la durée de validité du droit de préemption est fixée dans le plan d'exécution spatial, inséré par le décret du 16 juillet 2010 portant adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative, s'applique d'abord aux plans d'exécution spatiaux fixés provisoirement à partir de la date de l'entrée en vigueur du décret adaptant visé ".
" Le règlement où la durée de validité du droit de préemption est fixée dans le plan d'exécution spatial, inséré par le décret du 16 juillet 2010 portant adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative, s'applique d'abord aux plans d'exécution spatiaux fixés provisoirement à partir de la date de l'entrée en vigueur du décret adaptant visé ".
Art. 55. In artikel 7.4.11 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " bijzondere " wordt telkens geschrapt;
2° aan het eerste lid worden na de woorden " die vanaf 1 september 2009 voorlopig worden aangenomen " de woorden " , opnieuw worden vastgesteld in toepassing van artikel 7.4.1, § 2, of artikel 7.4.1/1, § 2, of opnieuw worden goedgekeurd in toepassing van artikel 7.4.2/1, § 2, " toegevoegd;
3° aan het tweede lid na de woorden " de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals dat gold op 31 augustus 2009 " worden de woorden " , met dien verstande dat deze bepalingen geïnterpreteerd worden in die zin dat enkel de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking komt voor planschade " toegevoegd. "
1° het woord " bijzondere " wordt telkens geschrapt;
2° aan het eerste lid worden na de woorden " die vanaf 1 september 2009 voorlopig worden aangenomen " de woorden " , opnieuw worden vastgesteld in toepassing van artikel 7.4.1, § 2, of artikel 7.4.1/1, § 2, of opnieuw worden goedgekeurd in toepassing van artikel 7.4.2/1, § 2, " toegevoegd;
3° aan het tweede lid na de woorden " de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals dat gold op 31 augustus 2009 " worden de woorden " , met dien verstande dat deze bepalingen geïnterpreteerd worden in die zin dat enkel de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking komt voor planschade " toegevoegd. "
Art. 55. Dans l'article 7.4.11 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " particuliers " est chaque fois supprimé;
2° dans l'alinéa premier, les mots " , fixés à nouveau en application de l'article 7.4.1, § 2, ou de l'article 7.4.1/1, § 2, ou réapprouvés en application de l'article 7.4.2/1, § 2, " sont ajoutés après les mots " adoptés provisoirement à partir du 1er septembre 2009 ";
3° dans l'alinéa deux, les mots " , étant entendu que les présentes stipulations sont interprétées dans le sens que seul les 50 premiers mètres à partir de l'alignement sont pris en compte pour les dommages résultant de la planification spatiale " sont ajoutés après les mots " aux stipulations du décret concernant l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, tel qu'il était en vigueur le 31 août 2009 ".
1° le mot " particuliers " est chaque fois supprimé;
2° dans l'alinéa premier, les mots " , fixés à nouveau en application de l'article 7.4.1, § 2, ou de l'article 7.4.1/1, § 2, ou réapprouvés en application de l'article 7.4.2/1, § 2, " sont ajoutés après les mots " adoptés provisoirement à partir du 1er septembre 2009 ";
3° dans l'alinéa deux, les mots " , étant entendu que les présentes stipulations sont interprétées dans le sens que seul les 50 premiers mètres à partir de l'alignement sont pris en compte pour les dommages résultant de la planification spatiale " sont ajoutés après les mots " aux stipulations du décret concernant l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, tel qu'il était en vigueur le 31 août 2009 ".
(NOTA : bij arrest nr 188/2011 van 15-12-2011 (B.St. 17-02-2012, p. 11476-11480), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 55, 3°, vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 188/2011 du 15-12-2011 (M.B. 17-02-2012, p. 11480-11484), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 55, 3°)
Art. 56. In artikel 7.5.4 van dezelfde codex wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor deze kavels gelden de artikelen 4.6.4 tot en met 4.6.8 met dien verstande dat de termijn van tien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 1, eerste lid, 2°, respectievelijk § 2, 2°, vervangen wordt door een termijn van vijf jaar vanaf 1 mei 2000. De termijn van vijftien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 2, 3°, wordt vervangen door een termijn van tien jaar vanaf 1 mei 2000. "
" Voor deze kavels gelden de artikelen 4.6.4 tot en met 4.6.8 met dien verstande dat de termijn van tien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 1, eerste lid, 2°, respectievelijk § 2, 2°, vervangen wordt door een termijn van vijf jaar vanaf 1 mei 2000. De termijn van vijftien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 2, 3°, wordt vervangen door een termijn van tien jaar vanaf 1 mei 2000. "
Art. 56. Dans l'article 7.5.4 du même Code, un alinéa est inséré entre les alinéas quatre et cinq, rédigé comme suit :
" Aux présents lots s'appliquent les articles 4.6.4 à 4.6.8, étant entendu que le délai de dix ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 1er, alinéa premier, 2°, respectivement § 2, 2°, est remplacé par un délai de cinq ans à partir du 1er mai 2000. le délai de quinze ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 2, 3°, est remplacé par un délai de dix ans à partir du 1er mai 2000 ".
" Aux présents lots s'appliquent les articles 4.6.4 à 4.6.8, étant entendu que le délai de dix ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 1er, alinéa premier, 2°, respectivement § 2, 2°, est remplacé par un délai de cinq ans à partir du 1er mai 2000. le délai de quinze ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 2, 3°, est remplacé par un délai de dix ans à partir du 1er mai 2000 ".
Art. 57. In artikel 7.5.6, eerste lid, eerste zin, van dezelfde codex worden tussen de woorden " op de verkavelingsvergunningen die verleend zijn" en de woorden " vóór 1 mei 2000 " de woorden " vanaf 22 december 1970 en " ingevoegd.
Art. 57. Dans l'article 7.5.6, alinéa premier, première phrase, les mots " à partir du 22 décembre 1970 et " sont insérés entre les mots " aux permis de lotir qui ont été octroyés " et les mots " avant le 1er mai 2000 ".
Art. 58. In artikel 7.5.6, eerste lid, van dezelfde codex wordt de zin " De beperking van artikel 4.6.4, § 1, tweede lid, 2°, geldt evenwel niet ten aanzien van de verkopen van verkavelingen in hun geheel die vaste datum hebben verkregen vóór 1 september 2009; dergelijke verkopen konden wél het verval van een verkavelingsvergunning verhinderen. " vervangen door de zinnen " De beperking van artikel 4.6.4, § 1, tweede lid, 2°, geldt evenwel niet ten aanzien van de verkopen van verkavelingen in hun geheel die vaste datum hebben verkregen vóór 1 september 2009, op voorwaarde dat de overheid hetzij op grond van of refererend aan de verkavelingsvergunning stedenbouwkundige of bouwvergunningen of stedenbouwkundige attesten heeft verleend, hetzij wijzigingen aan de verkavelingsvergunning heeft toegestaan, inzoverre deze door de hogere overheid of de rechter niet onrechtmatig werden bevonden. Dergelijke verkopen in hun geheel konden wél het verval van een verkavelingsvergunning verhinderen. "
Art. 58. Dans l'article 7.5.6, alinéa premier, du même Code, la phrase " La restriction de l'article 4.6.4, § 1er, deuxième alinéa, 2°, ne vaut toutefois pas pour les ventes de lots dans leur intégralité ayant obtenu date certaine avant le 1er septembre 2009; de telles ventes étaient bien en mesure d'empêcher l'échéance d'un permis de lotir. " est remplacée par les phrases " La restriction de l'article 4.6.4, § 1er, alinéa deux, 2°, ne vaut toutefois pas pour les ventes de lots dans leur intégralité ayant obtenu date certaine avant le 1er septembre 2009, à condition que l'autorité a délivrée des attestations urbanistiques ou des permis de bâtir soit sur la base de ou par référence au permis de lotir, soit a autorisé des adaptations au permis de lotir, dans la mesure où l'autorité supérieure ou le juge ne les a pas jugés illégitimes. De telles ventes dans leur intégralité étaient bien en mesure d'empêcher l'échéance d'un permis de lotir ".
Art. 59. In artikel 7.5.6 van dezelfde codex wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De termijn van tien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 1, eerste lid, 2°, respectievelijk § 2, 2°, wordt vervangen door een termijn van vijf jaar vanaf 1 mei 2000, voor niet-vervallen verkavelingsvergunningen die werden afgegeven meer dan vijf jaar vóór 1 mei 2000. ".
" De termijn van tien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 1, eerste lid, 2°, respectievelijk § 2, 2°, wordt vervangen door een termijn van vijf jaar vanaf 1 mei 2000, voor niet-vervallen verkavelingsvergunningen die werden afgegeven meer dan vijf jaar vóór 1 mei 2000. ".
Art. 59. Dans l'article 7.5.6 du même Code, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le délai de dix ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 1er, alinéa premier, 2°, respectivement § 2, 2°, est remplacé par un délai de cinq ans à partir du 1er mai 2000, pour les permis de lotir non échus délivrés plus de cinq ans avant le 1er mai 2000 ".
" Le délai de dix ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 1er, alinéa premier, 2°, respectivement § 2, 2°, est remplacé par un délai de cinq ans à partir du 1er mai 2000, pour les permis de lotir non échus délivrés plus de cinq ans avant le 1er mai 2000 ".
Art. 60. In artikel 7.5.6 van dezelfde codex wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De termijn van vijftien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 2, 3°, wordt vervangen door een termijn van tien jaar vanaf 1 mei 2000, voor niet-vervallen verkavelingsvergunningen die werden afgegeven meer dan vijf jaar vóór 1 mei 2000. "
" De termijn van vijftien jaar na afgifte van de verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.4, § 2, 3°, wordt vervangen door een termijn van tien jaar vanaf 1 mei 2000, voor niet-vervallen verkavelingsvergunningen die werden afgegeven meer dan vijf jaar vóór 1 mei 2000. "
Art. 60. Dans l'article 7.5.6 du même Code, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le délai de quinze ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 2, 3°, est remplacé par un délai de dix ans à partir du 1er mai 2000, pour les permis de lotir non échus délivrés plus de cinq ans avant le 1er mai 2000 ".
" Le délai de quinze ans après la délivrance du permis de lotir, visé à l'article 4.6.4, § 2, 3°, est remplacé par un délai de dix ans à partir du 1er mai 2000, pour les permis de lotir non échus délivrés plus de cinq ans avant le 1er mai 2000 ".
Art. 61. In artikel 7.5.8 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " artikel 4.7.23, § 2 tot en met § 5 ", vervangen door de woorden " artikel 4.7.23, § 3 tot en met § 5 ";
2° in § 4, laatste lid, worden de woorden " § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid ", vervangen door de woorden " § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid en tweede lid ".
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " artikel 4.7.23, § 2 tot en met § 5 ", vervangen door de woorden " artikel 4.7.23, § 3 tot en met § 5 ";
2° in § 4, laatste lid, worden de woorden " § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid ", vervangen door de woorden " § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid en tweede lid ".
Art. 61. Dans l'article 7.5.8 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 2, alinéa deux, les mots " l'article 4.7.23, § 2 à § 5 inclus " sont remplacés par les mots " l'article 4.7.23, § 3 à § 5 inclus ";
2° dans le § 4, alinéa dernier, les mots " au § 1er, premier alinéa, ou au § 2, premier alinéa " sont remplacés par les mots " au § 1er, alinéa premier, ou au § 2, alinéa premier et deux ".
1° dans le § 2, alinéa deux, les mots " l'article 4.7.23, § 2 à § 5 inclus " sont remplacés par les mots " l'article 4.7.23, § 3 à § 5 inclus ";
2° dans le § 4, alinéa dernier, les mots " au § 1er, premier alinéa, ou au § 2, premier alinéa " sont remplacés par les mots " au § 1er, alinéa premier, ou au § 2, alinéa premier et deux ".
Art. 62. In artikel 7.6.2, § 3, van dezelfde codex worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " derde lid ".
Art. 62. Dans l'article 7.6.2, § 3, du même Code, les mots " premier alinéa " sont remplacés par les mots " alinéa trois ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
CHAPITRE III. - Adaptation du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative
Art. 63. Aan artikel 130, § 3, van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden evenwel op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, alle initiatieven, taken en adviesaanvragen die hangend zijn bij de gewestelijke adviesraad voor ruimtelijke ordening, overgedragen aan de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, respectievelijk de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening, al naargelang de aard van het initiatief, de taak of de adviesvraag enerzijds en de taken van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, respectievelijk de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening anderzijds. Het secretariaat van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en van de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening garanderen de continuïteit van de behandeling van de dossiers. "
" In afwijking van het eerste lid worden evenwel op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, alle initiatieven, taken en adviesaanvragen die hangend zijn bij de gewestelijke adviesraad voor ruimtelijke ordening, overgedragen aan de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, respectievelijk de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening, al naargelang de aard van het initiatief, de taak of de adviesvraag enerzijds en de taken van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, respectievelijk de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening anderzijds. Het secretariaat van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en van de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening garanderen de continuïteit van de behandeling van de dossiers. "
Art. 63. L'article 130, § 3, du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Cependant, par dérogation à l'alinéa premier, toutes les initiatives, tâches et demandes d'avis en instance auprès du conseil consultatif régional de l'aménagement du territoire sont transférées, à la date de l'entrée en vigueur du décret du 16 juillet 2010 portant adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative, au Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier, respectivement la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire, en fonction de la nature de l'initiative, de la tâche ou de la demande d'avis d'une part et les tâches du Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier, respectivement la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire d'autre part. Le secrétariat du Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier et de la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire garantissent la continuité du traitement des dossiers ".
" Cependant, par dérogation à l'alinéa premier, toutes les initiatives, tâches et demandes d'avis en instance auprès du conseil consultatif régional de l'aménagement du territoire sont transférées, à la date de l'entrée en vigueur du décret du 16 juillet 2010 portant adaptation du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et du décret du 10 mars 2006 portant adaptations décrétales en matière d'aménagement du territoire et du patrimoine immobilier suite à la politique administrative, au Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier, respectivement la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire, en fonction de la nature de l'initiative, de la tâche ou de la demande d'avis d'une part et les tâches du Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier, respectivement la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire d'autre part. Le secrétariat du Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier et de la commission consultative technique régionale de l'aménagement du territoire garantissent la continuité du traitement des dossiers ".
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 64. § 1. De regeling bepaald in artikel 20, punten 1°, 2° en 4°, is slechts van toepassing op vergunningsaanvragen, betekend na de inwerkingtreding van dit decreet.
§ 2. Paragraaf 1 van artikel 6 treedt in werking op de inwerkingtredingsdatum van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten.
Punt 1° van artikel 27 en artikel 61 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2009.
§ 3. Punt 1° van artikel 55 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.
§ 2. Paragraaf 1 van artikel 6 treedt in werking op de inwerkingtredingsdatum van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten.
Punt 1° van artikel 27 en artikel 61 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2009.
§ 3. Punt 1° van artikel 55 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.
Art. 64. § 1er. Le règlement fixé dans l'article 20, points 1°, 2° et 4°, ne s'applique qu'aux demandes d'autorisations notifiées après l'entrée en vigueur du présent décret.
§ 2. Le paragraphe 1er de l'article 6 entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du décret du 25 mai 2007 portant harmonisation des procédures relatives aux droits de préemption.
Les points 1° des articles 27 et 61 produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2009.
§ 3. Le point 1° de l'article 55 produit ses effets à partir du 1er septembre 2009.
§ 2. Le paragraphe 1er de l'article 6 entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du décret du 25 mai 2007 portant harmonisation des procédures relatives aux droits de préemption.
Les points 1° des articles 27 et 61 produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2009.
§ 3. Le point 1° de l'article 55 produit ses effets à partir du 1er septembre 2009.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 16 juli 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
Brussel, 16 juli 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Bruxelles, le 16 juillet 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de l'Administration intérieure, de l'Intégration civique, du Tourisme et de la Périphérie flamande de Bruxelles,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
Bruxelles, le 16 juillet 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de l'Administration intérieure, de l'Intégration civique, du Tourisme et de la Périphérie flamande de Bruxelles,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS