Te dien einde wordt, voor de aanvragen gedaan in de periode van 1 oktober 2010 tot en met [1 31 januari 2011, artikel 34, §§ 1 en 2]1, eerste lid, van dezelfde wet vervangen als volgt :
" § 1. Om de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkering te genieten, moeten zelfstandigen bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje, op het moment van de aanvraag :
- ofwel in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd geweest zijn of een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben, in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling;
- ofwel in het kader van een gerechtelijke reorganisatie van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, een vonnis tot openverklaring van de procedure van gerechtelijke organisatie verkregen hebben, tenzij toepassing van artikel 40 of artikel 41 van de wet van 31 januari 2009.
§ 2. Om de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkering te genieten, moeten zelfstandigen bedoeld in artikel 32, tweede lid, derde streepje, op het moment van de aanvraag, aantonen te voldoen aan minstens twee van de volgende criteria :
1° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, een externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 50 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2009, het tweede kwartaal van 2009, of het derde kwartaal van 2009;
2° de zelfstandige toont aan dat hij ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010 een afbetalingsplan voor de betaling van persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers verkreeg;
3° de zelfstandige toont aan dat zijn persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers, ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010, door middel van een dwangbevel of dagvaarding werden ingevorderd;
4° de zelfstandige kan aantonen dat hij, of zijn vennootschap, beschikte over een kaskrediet dat in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 door de financiële instelling werd vernietigd;
5° de zelfstandige toont aan dat 50 % van zijn omzetcijfer of dat van zijn vennootschap(pen) voor de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010 komt van ondernemingen die failliet, of in gerechtelijke reorganisatie verklaard werden, of nog, van zelfstandigen die in collectieve schuldenregeling verklaard werden, tijdens de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010;
6° de zelfstandige verkreeg tijdens de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 ten persoonlijke titel een vrijstelling van sociale bijdragen in eigen naam voor minstens twee kwartalen;
7° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 60 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2008, het tweede kwartaal van 2008, of het derde kwartaal van 2008.