Artikel 1. Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt begrepen onder :
1° "de wet van 6 augustus 1990" : de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
2° "het koninklijk besluit van 7 maart 1991" : het koninklijk besluit van 7 maart 1991 tot uitvoering van artikel 2, §§ 2 en 3, artikel 14, § 3, en artikel 19, derde en vierde lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikelen 2, § 3, tweede lid, 14, § 3, en 19, derde en vierde lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, wat de maatschappijen van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikel 70, §§ 6 en 8, van dezelfde wet(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2010 en tekstbijwerking tot 06-06-2018)
Titre
26 AOUT 2010. - Arrêté royal portant exécution des articles 2, § 3, alinéa 2, 14, § 3, et 19, alinéas 3 et 4, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, en ce qui concerne les sociétés mutualistes visées à l'article 70, §§ 6 et 8, de cette même loi(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-09-2010 et mise à jour au 06-06-2018)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen
CHAPITRE Ier. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il convient d'entendre par :
1° "la loi du 6 août 1990" : la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
2° "l'arrêté royal du 7 mars 1991" : l'arrêté royal du 7 mars 1991 portant exécution de l'article 2, §§ 2 et 3, article 14, § 3, et article 19, alinéas 3 et 4, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités.
1° "la loi du 6 août 1990" : la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
2° "l'arrêté royal du 7 mars 1991" : l'arrêté royal du 7 mars 1991 portant exécution de l'article 2, §§ 2 et 3, article 14, § 3, et article 19, alinéas 3 et 4, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités.
HOOFDSTUK II. - Leden van een maatschappij van onderlinge bijstand
CHAPITRE II. - Des membres de la société mutualiste
Art. 2. [1 Onder "lid van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, van de wet van 6 augustus 1990", moet verstaan worden :
1° de persoon die lid is, in de zin van artikel 2, 1° of 2°, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991, van een ziekenfonds dat aangesloten is bij deze maatschappij van onderlinge bijstand of er een afdeling van uitmaakt en die, met inachtneming van de van toepassing zijnde wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen, aangesloten is bij een of meerdere diensten van deze maatschappij van onderlinge bijstand;
2° de persoon die niet bedoeld is onder 1° en die, met inachtneming van de van de toepassing zijnde wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen, aangesloten is bij een of meerdere diensten van deze maatschappij van onderlinge bijstand.
Een lid, in de zin van artikel 2, 3°, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991, van een ziekenfonds dat aangesloten is bij deze maatschappij van onderlinge bijstand of er een afdeling van uitmaakt, kan slechts lid worden of opnieuw worden van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, van de wet van 6 augustus 1990 bedoeld in het eerste lid, 1°, indien het in regel is met de bijdragen sinds de aanvang van de periode bedoeld in artikel 2quater, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991 voor de diensten die erin bedoeld worden.
Bij vertraging van 6 maanden in de betaling van deze bijdragen sinds de aanvang van de periode bedoeld in artikel 2quater, derde lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 7 maart 1991 voor de diensten die erin bedoeld worden, verliest deze persoon haar hoedanigheid van lid van de maatschappij van onderlinge bijstand.
Deze periode van 6 maanden wordt opgeschort :
1° gedurende de periode tijdens dewelke het lid, van wie de mogelijkheid om een voordeel van deze diensten te genieten, is opgeheven en dat begonnen is met de betaling van de bijdragen voor een daaropvolgende periode, door de wet verhinderd is te betalen omdat hij zich in een toestand van collectieve schuldregeling of van faillissement bevindt;
2° gedurende de periode tijdens dewelke het lid, van wie de mogelijkheid om een voordeel van deze diensten te genieten, is opgeheven en dat begonnen is met de betaling van de bijdragen voor een daaropvolgende periode, de hoedanigheid van gerechtigde in voornoemde zin heeft verloren en persoon ten laste is van een gerechtigde die niet in regel is met de betaling van de bijdragen voor de diensten bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), van de wet van 6 augustus 1990.]1
1° de persoon die lid is, in de zin van artikel 2, 1° of 2°, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991, van een ziekenfonds dat aangesloten is bij deze maatschappij van onderlinge bijstand of er een afdeling van uitmaakt en die, met inachtneming van de van toepassing zijnde wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen, aangesloten is bij een of meerdere diensten van deze maatschappij van onderlinge bijstand;
2° de persoon die niet bedoeld is onder 1° en die, met inachtneming van de van de toepassing zijnde wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen, aangesloten is bij een of meerdere diensten van deze maatschappij van onderlinge bijstand.
Een lid, in de zin van artikel 2, 3°, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991, van een ziekenfonds dat aangesloten is bij deze maatschappij van onderlinge bijstand of er een afdeling van uitmaakt, kan slechts lid worden of opnieuw worden van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, van de wet van 6 augustus 1990 bedoeld in het eerste lid, 1°, indien het in regel is met de bijdragen sinds de aanvang van de periode bedoeld in artikel 2quater, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 7 maart 1991 voor de diensten die erin bedoeld worden.
Bij vertraging van 6 maanden in de betaling van deze bijdragen sinds de aanvang van de periode bedoeld in artikel 2quater, derde lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 7 maart 1991 voor de diensten die erin bedoeld worden, verliest deze persoon haar hoedanigheid van lid van de maatschappij van onderlinge bijstand.
Deze periode van 6 maanden wordt opgeschort :
1° gedurende de periode tijdens dewelke het lid, van wie de mogelijkheid om een voordeel van deze diensten te genieten, is opgeheven en dat begonnen is met de betaling van de bijdragen voor een daaropvolgende periode, door de wet verhinderd is te betalen omdat hij zich in een toestand van collectieve schuldregeling of van faillissement bevindt;
2° gedurende de periode tijdens dewelke het lid, van wie de mogelijkheid om een voordeel van deze diensten te genieten, is opgeheven en dat begonnen is met de betaling van de bijdragen voor een daaropvolgende periode, de hoedanigheid van gerechtigde in voornoemde zin heeft verloren en persoon ten laste is van een gerechtigde die niet in regel is met de betaling van de bijdragen voor de diensten bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), van de wet van 6 augustus 1990.]1
Modifications
Art. 2. [1 Par "membre d'une société mutualiste visée à l'article 70, § 6, de la loi du 6 août 1990", il faut entendre:
1° la personne qui est membre, au sens de l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991, d'une mutualité qui est affiliée à ladite société mutualiste ou qui en constitue une section et qui, dans le respect des dispositions légales, réglementaires et statutaires applicables, est affiliée à un ou plusieurs services de ladite société mutualiste;
2° la personne qui n'est pas visée sous 1° et qui, dans le respect des dispositions légales, réglementaires et statutaires applicables, est affiliée à un ou plusieurs services de ladite société mutualiste.
Un membre, au sens de l'article 2, 3°, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991, d'une mutualité qui est affiliée à ladite société mutualiste ou qui en constitue une section ne peut devenir ou redevenir un membre d'une société mutualiste visée à l'article 70, 6, de la loi du 6 août 1990, visé à l'alinéa 1er, 1°, que s'il est en ordre de cotisations depuis que la période visée à l'article 2quater, alinéa 3, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991 a été entamée pour les services qui y sont visés.
En cas de retard de 6 mois dans le paiement de ces cotisations depuis que la période visée à l'article 2quater, alinéa 3, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991 a été entamée pour les services qui y sont visés, cette personne perd sa qualité de membre de la société mutualiste.
Cette période de 6 mois est suspendue :
1° pendant la période durant laquelle le membre, dont la possibilité de bénéficier d'un avantage de ces services est supprimée et qui a entamé le paiement des cotisations pour une période subséquente, est légalement empêché de payer en raison d'un règlement collectif de dettes ou d'une faillite;
2° pendant la période durant laquelle le membre, dont la possibilité de bénéficier d'un avantage de ces services est supprimée et qui a entamé le paiement des cotisations pour une période subséquente, a perdu la qualité de titulaire au sens susvisé et a la qualité de personne à charge d'un titulaire qui n'est pas en ordre de paiement des cotisations pour les services visés à l'article 3, alinéa 1er, b) et c), de la loi du 6 août 1990.]1
1° la personne qui est membre, au sens de l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991, d'une mutualité qui est affiliée à ladite société mutualiste ou qui en constitue une section et qui, dans le respect des dispositions légales, réglementaires et statutaires applicables, est affiliée à un ou plusieurs services de ladite société mutualiste;
2° la personne qui n'est pas visée sous 1° et qui, dans le respect des dispositions légales, réglementaires et statutaires applicables, est affiliée à un ou plusieurs services de ladite société mutualiste.
Un membre, au sens de l'article 2, 3°, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991, d'une mutualité qui est affiliée à ladite société mutualiste ou qui en constitue une section ne peut devenir ou redevenir un membre d'une société mutualiste visée à l'article 70, 6, de la loi du 6 août 1990, visé à l'alinéa 1er, 1°, que s'il est en ordre de cotisations depuis que la période visée à l'article 2quater, alinéa 3, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991 a été entamée pour les services qui y sont visés.
En cas de retard de 6 mois dans le paiement de ces cotisations depuis que la période visée à l'article 2quater, alinéa 3, de l'arrêté royal précité du 7 mars 1991 a été entamée pour les services qui y sont visés, cette personne perd sa qualité de membre de la société mutualiste.
Cette période de 6 mois est suspendue :
1° pendant la période durant laquelle le membre, dont la possibilité de bénéficier d'un avantage de ces services est supprimée et qui a entamé le paiement des cotisations pour une période subséquente, est légalement empêché de payer en raison d'un règlement collectif de dettes ou d'une faillite;
2° pendant la période durant laquelle le membre, dont la possibilité de bénéficier d'un avantage de ces services est supprimée et qui a entamé le paiement des cotisations pour une période subséquente, a perdu la qualité de titulaire au sens susvisé et a la qualité de personne à charge d'un titulaire qui n'est pas en ordre de paiement des cotisations pour les services visés à l'article 3, alinéa 1er, b) et c), de la loi du 6 août 1990.]1
Modifications
Art. 3. De bovenvermelde maatschappijen van onderlinge bijstand houden een lijst bij van hun leden, per aangesloten ziekenfonds, met vermelding van hun naam, voornamen, identificatienummer bij het Rijksregister van de natuurlijke personen, hoedanigheid van titularis of persoon ten laste in hun ziekenfonds, wat de verplichte verzekering betreft, en beroepscategorie.
Art. 3. Les sociétés mutualistes susvisées tiennent à jour une liste de leurs membres, par mutualité affiliée, avec mention de leurs nom, prénoms, numéro d'identification au Registre national des personnes physiques et qualité de titulaire ou de personne à charge au sein de leur mutualité, pour ce qui concerne l'assurance obligatoire et catégorie professionnelle.
HOOFDSTUK III. - Organen van de maatschappij van onderlinge bijstand
CHAPITRE III. - Des organes de la société mutualiste
Afdeling 1. - Algemene vergadering
Section 1re. - De l'assemblée générale
Art. 4. De algemene vergadering van een bovenvermelde maatschappij van onderlinge bijstand is samengesteld :
1° voor de maatschappijen van onderlinge bijstand die minder dan 100 000 leden tellen, uit minstens één vertegenwoordiger per schijf van 1 000 leden met een minimum van 20 vertegenwoordigers;
2° voor de maatschappijen van onderlinge bijstand die meer dan 100 000 leden tellen : ten minste 100 vertegenwoordigers voor de eerste schijf van 100 000 leden, en ten minste één vertegenwoordiger per schijf van 5 000 leden boven de 100 000 leden.
1° voor de maatschappijen van onderlinge bijstand die minder dan 100 000 leden tellen, uit minstens één vertegenwoordiger per schijf van 1 000 leden met een minimum van 20 vertegenwoordigers;
2° voor de maatschappijen van onderlinge bijstand die meer dan 100 000 leden tellen : ten minste 100 vertegenwoordigers voor de eerste schijf van 100 000 leden, en ten minste één vertegenwoordiger per schijf van 5 000 leden boven de 100 000 leden.
Art. 4. L'assemblée générale d'une société mutualité susvisée est composée :
1° pour les sociétés mutualistes qui comptent moins de 100 000 membres, d'au moins un représentant par tranche de 1 000 membres, avec un minimum de 20 représentants;
2° pour les sociétés mutualistes qui comptent plus de 100 000 membres, d'au moins 100 représentants, augmentés d'au moins un représentant par tranche de 5 000 membres au-delà des 100 000 premiers membres.
1° pour les sociétés mutualistes qui comptent moins de 100 000 membres, d'au moins un représentant par tranche de 1 000 membres, avec un minimum de 20 représentants;
2° pour les sociétés mutualistes qui comptent plus de 100 000 membres, d'au moins 100 représentants, augmentés d'au moins un représentant par tranche de 5 000 membres au-delà des 100 000 premiers membres.
Art. 5. Om verkozen te kunnen worden als afgevaardigde in de algemene vergadering van een dergelijke maatschappij van onderlinge bijstand, moet men aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° lid zijn van de maatschappij van onderlinge bijstand;
2° meerderjarig of ontvoogd zijn en van goed zedelijk gedrag zijn;
3° in regel zijn met de bijdragen bij de maatschappij van onderlinge bijstand;
4° geen lid zijn van het personeel van de maatschappij van onderlinge bijstand.
1° lid zijn van de maatschappij van onderlinge bijstand;
2° meerderjarig of ontvoogd zijn en van goed zedelijk gedrag zijn;
3° in regel zijn met de bijdragen bij de maatschappij van onderlinge bijstand;
4° geen lid zijn van het personeel van de maatschappij van onderlinge bijstand.
Art. 5. Pour pouvoir être élu en qualité de délégué à l'assemblée générale d'une telle société mutualiste, il faut répondre aux conditions suivantes :
1° être membre de la société mutualiste;
2° être majeur ou émancipé, de bonnes conduite, vie et moeurs;
3° être en règle de cotisations auprès de la société mutualiste;
4° ne pas être membre du personnel de la société mutualiste.
1° être membre de la société mutualiste;
2° être majeur ou émancipé, de bonnes conduite, vie et moeurs;
3° être en règle de cotisations auprès de la société mutualiste;
4° ne pas être membre du personnel de la société mutualiste.
Art. 6. De leden en de personen te hunnen laste die meerderjarig of ontvoogd zijn, worden op de hoogte gebracht van de oproep tot de kandidaturen hetzij per individuele brief, hetzij door middel van de publicaties bestemd voor de aangeslotenen.
Gebeurt de oproep tot de kandidaturen per post dan beschikken de leden of de personen ten laste die zich kandidaat willen stellen, over een termijn van vijftien kalenderdagen om hun kandidatuur tot de voorzitter van de betrokken maatschappij van onderlinge bijstand per aangetekende brief te richten, te tellen vanaf de datum waarop de oproep tot de kandidaturen verzonden werd, de poststempel dient hierbij als bewijs.
Gebeurt de oproep tot de kandidaturen echter door middel van publicaties bestemd voor de aangeslotenen, dan beschikken de leden of de personen ten laste die zich kandidaat willen stellen over een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf het einde van de maand waarin de publicaties hun toegezonden worden.
Gebeurt de oproep tot de kandidaturen per post dan beschikken de leden of de personen ten laste die zich kandidaat willen stellen, over een termijn van vijftien kalenderdagen om hun kandidatuur tot de voorzitter van de betrokken maatschappij van onderlinge bijstand per aangetekende brief te richten, te tellen vanaf de datum waarop de oproep tot de kandidaturen verzonden werd, de poststempel dient hierbij als bewijs.
Gebeurt de oproep tot de kandidaturen echter door middel van publicaties bestemd voor de aangeslotenen, dan beschikken de leden of de personen ten laste die zich kandidaat willen stellen over een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf het einde van de maand waarin de publicaties hun toegezonden worden.
Art. 6. L'appel aux candidatures est rendu public auprès des membres et des personnes à leur charge qui sont majeures ou émancipées, soit par lettre individuelle, soit par le canal des publications destinées aux affiliés.
Au cas où l'appel aux candidatures se fait par courrier, les membres ou personnes à charge qui désirent se porter candidats disposent d'un délai de quinze jours civils, le cachet de la poste faisant foi, à partir de la date de l'envoi de l'appel aux candidatures pour transmettre leur candidature au président de la société mutualiste concernée par lettre recommandée.
Lorsque l'appel aux candidatures se fait par le canal des publications destinées aux affiliés, les membres ou personnes à charge qui désirent se porter candidats disposent d'un délai de quinze jours civils après la fin du mois au cours duquel ces publications leur sont adressées.
Au cas où l'appel aux candidatures se fait par courrier, les membres ou personnes à charge qui désirent se porter candidats disposent d'un délai de quinze jours civils, le cachet de la poste faisant foi, à partir de la date de l'envoi de l'appel aux candidatures pour transmettre leur candidature au président de la société mutualiste concernée par lettre recommandée.
Lorsque l'appel aux candidatures se fait par le canal des publications destinées aux affiliés, les membres ou personnes à charge qui désirent se porter candidats disposent d'un délai de quinze jours civils après la fin du mois au cours duquel ces publications leur sont adressées.
Art. 7. De voorzitter van de maatschappij van onderlinge bijstand die vaststelt dat de kandidaat niet aan de voorziene verkiesbaarheidsvoorwaarden als bedoeld in artikel 5 van dit besluit voldoet, deelt per aangetekende brief de betrokken kandidaat zijn gemotiveerde weigering om hem op de lijst te plaatsen mede, binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de dag na de datum waarop de kandidatuur verzonden werd.
Art. 7. Le président de la société mutualiste qui constate que le candidat ne répond pas aux conditions d'éligibilité prévues à l'article 5 informe par lettre recommandée le candidat concerné de son refus motivé de le porter sur la liste, dans un délai de quinze jours civils à dater du lendemain de la date de l'envoi de la candidature.
Art. 8. De lijst met de kandidaten die aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, moet hetzij per post hetzij door middel van publicaties bestemd voor de aangeslotenen de leden en de stemgerechtigde personen ten laste medegedeeld worden, binnen een maximumtermijn van negentig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van oproep tot de kandidaten.
Art. 8. La liste des candidats qui remplissent les conditions d'éligibilité doit être communiquée aux membres et aux personnes à charge ayant droit de vote, soit par courrier, soit par le canal des publications destinées aux affiliés, dans un délai maximum de nonante jours civils qui suit la date d'appel aux candidatures.
Art. 9. De verkiezingsdatum wordt de leden en de stemgerechtigde personen te hunnen laste medegedeeld samen met de lijst met de kandidaten die aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen.
De verkiezing gebeurt ten laatste binnen de dertig dagen die volgen op de mededeling van de kandidatenlijst aan de leden en aan de stemgerechtigde personen ten laste.
De verkiezing gebeurt ten laatste binnen de dertig dagen die volgen op de mededeling van de kandidatenlijst aan de leden en aan de stemgerechtigde personen ten laste.
Art. 9. La date de l'élection est communiquée aux membres et aux personnes à leur charge ayant droit de vote en même temps que la liste des candidats qui remplissent les conditions d'éligibilité.
L'élection a lieu au plus tard dans les trente jours qui suivent la communication aux membres et aux personnes à charge ayant droit de vote de la liste des candidats.
L'élection a lieu au plus tard dans les trente jours qui suivent la communication aux membres et aux personnes à charge ayant droit de vote de la liste des candidats.
Art. 10. De statuten van de maatschappij van onderlinge bijstand verduidelijken de praktische modaliteiten volgens dewelke de stemming gebeurt en met name de mogelijkheid om de stemming te organiseren in functie van de regionale spreiding van de leden en van de personen ten laste.
Art. 10. Les statuts de la société mutualiste précisent les modalités pratiques selon lesquelles s'effectue le scrutin et notamment, la possibilité d'organiser le scrutin en fonction de la répartition régionale des membres et des personnes à charge.
Art. 11. Wanneer het aantal kandidaten kleiner is of gelijk aan het aantal toe te kennen effectieve mandaten, dan worden deze kandidaten automatisch verkozen.
Art. 11. Au cas où le nombre de candidats est inférieur ou égal au nombre de mandats effectifs à pourvoir, ces candidats sont élus d'office.
Art. 12. De vertegenwoordigers worden gekozen in volgorde van het aantal bekomen stemmen. Bij gelijkheid van stemmen voor meerdere kandidaten voor het laatste toe te kennen mandaat, wordt het mandaat toegekend aan de oudste kandidaat, behoudens indien de statuten er anders over beslissen.
Art. 12. Les représentants sont élus dans l'ordre du nombre de voix obtenues. En cas d'égalité de voix entre plusieurs candidats pour le dernier mandat à pourvoir, le mandat est attribué au candidat le plus âgé, sauf si les statuts en décident autrement.
Art. 13. De leden en de stemgerechtigde personen ten laste, worden hetzij per post hetzij door middel van de publicaties bestemd voor de aangeslotenen van het ziekenfonds ingelicht over de uitslagen van de stemming, uiterlijk vijftien kalenderdagen na de dag van de stemming.
Art. 13. Les membres et les personnes à charge ayant le droit de vote sont informés, soit par courrier, soit par le canal des publications destinées aux affiliés de la société mutualiste, des résultats du scrutin, au plus tard quinze jours civils après que celui-ci se soit déroulé.
Art. 14. De nieuwe algemene vergadering wordt geïnstalleerd binnen een termijn van maximum dertig kalenderdagen na de datum van verkiezing zoals bepaald bij artikel 9, tweede lid.
Zij kan maximum vijf raadgevers bij de algemene vergadering aanduiden. Deze hebben raadgevende stem.
Zij kan maximum vijf raadgevers bij de algemene vergadering aanduiden. Deze hebben raadgevende stem.
Art. 14. La nouvelle assemblée générale est installée dans un délai de trente jours civils maximum après la date d'élection telle qu'elle est fixée à l'article 9, alinéa 2.
Elle peut désigner au maximum cinq conseillers à l'assemblée générale. Ceux-ci ont voix consultative.
Elle peut désigner au maximum cinq conseillers à l'assemblée générale. Ceux-ci ont voix consultative.
Art. 15. De directieleden van de maatschappij van onderlinge bijstand kunnen de algemene vergadering met raadgevende stem bijwonen.
Art. 15. Les membres de la direction de la société mutualiste peuvent assister avec voix consultative à l'assemblée générale.
Art. 16. De leden en de stemgerechtigde personen ten laste kunnen plaatsvervangers bij de algemene vergadering van het ziekenfonds verkiezen. De statuten van het ziekenfonds bepalen de verkiezingsmodaliteiten van deze plaatsvervangers, alsook de voorwaarden waarin zij effectieve vertegenwoordigers kunnen vervangen.
Art. 16. Les membres et les personnes à charge ayant droit de vote peuvent élire des représentants suppléants à l'assemblée générale de la société mutualiste. Les statuts de la mutualité précisent les modalités d'élection de ces suppléants, ainsi que les conditions dans lesquelles ils peuvent être amenés à remplacer des représentants effectifs.
Afdeling 2. - De raad van bestuur
Section 2. - Du conseil d'administration
Art. 17. De raad van bestuur van een bovenvermelde maatschappij van onderlinge bijstand is samengesteld uit ten minste tien bestuurders en ten hoogste een aantal bestuurders dat de helft van het aantal leden van de algemene vergadering van deze maatschappij van onderlinge bijstand niet mag overtreffen.
Minstens één lid van de raad van bestuur moet, behoudens in de hypothese van artikel 14ter, derde lid, van de wet van 9 juli 1975 op de controle der verzekeringsondernemingen, een onafhankelijk bestuurder zijn in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen die bovendien beschikt over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit.
Bovendien kan een maatschappij van onderlinge bijstand vrijwillig in haar statuten voorzien dat één of twee leden van de raad van bestuur onafhankelijke bestuurders in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen dienen uit te maken. In dat geval bepaalt de maatschappij van onderlinge bijstand de criteria waaraan deze bestuurders dienen te beantwoorden en neemt zij deze criteria in haar statuten op.
Minstens één lid van de raad van bestuur moet, behoudens in de hypothese van artikel 14ter, derde lid, van de wet van 9 juli 1975 op de controle der verzekeringsondernemingen, een onafhankelijk bestuurder zijn in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen die bovendien beschikt over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit.
Bovendien kan een maatschappij van onderlinge bijstand vrijwillig in haar statuten voorzien dat één of twee leden van de raad van bestuur onafhankelijke bestuurders in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen dienen uit te maken. In dat geval bepaalt de maatschappij van onderlinge bijstand de criteria waaraan deze bestuurders dienen te beantwoorden en neemt zij deze criteria in haar statuten op.
Art. 17. Le conseil d'administration d'une société mutualiste susvisée est composé d'au moins dix administrateurs et au maximum d'un nombre d'administrateurs qui ne peut être supérieur à la moitié du nombre de représentants à l'assemblée générale de cette société mutualiste.
Au moins un membre du conseil d'administration doit, sauf dans l'hypothèse visée par l'article 14ter, alinéa 3, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, être un administrateur indépendant au sens de l'article 526ter du Code des sociétés ayant de plus l'expertise nécessaire en matière de comptabilité et/ou d'audit.
En outre, une société mutualiste peut prévoir volontairement dans ses statuts qu'un ou deux membres du conseil d'administration doivent être des administrateurs indépendants au sens de l'article 526ter du Code des sociétés. Dans ce cas, la société mutualiste détermine les critères auxquels ces administrateurs doivent répondre et reprend ces critères dans ses statuts.
Au moins un membre du conseil d'administration doit, sauf dans l'hypothèse visée par l'article 14ter, alinéa 3, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, être un administrateur indépendant au sens de l'article 526ter du Code des sociétés ayant de plus l'expertise nécessaire en matière de comptabilité et/ou d'audit.
En outre, une société mutualiste peut prévoir volontairement dans ses statuts qu'un ou deux membres du conseil d'administration doivent être des administrateurs indépendants au sens de l'article 526ter du Code des sociétés. Dans ce cas, la société mutualiste détermine les critères auxquels ces administrateurs doivent répondre et reprend ces critères dans ses statuts.
Art. 18. § 1. De raad van bestuur wordt verkozen door de algemene vergadering van deze maatschappij van onderlinge bijstand onder de bij artikel 18 van de wet van 6 augustus 1990 voorziene voorwaarden, zoals van toepassing verklaard op deze maatschappijen van onderlinge bijstand door artikel 70, § 9, van de wet van 6 augustus 1990.
In de hypotheses bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid, wordt overgegaan tot verkiezing van de onafhankelijke bestuurders op grond van een lijst van al de kandidaten die aan de voorwaarden voldoen om in deze hoedanigheid verkozen te worden, vooraleer over te gaan tot de verkiezing van de andere bestuurders.
§ 2. De statuten van de maatschappij van onderlinge bijstand verduidelijken de praktische modaliteiten volgens dewelke de oproep tot de kandidaten, het neerleggen van en het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de kandidaturen, alsook de wijze van stemming betreffende de verkiezing van de leden van de raad van bestuur geschieden.
§ 3. Onverminderd het recht van de leden van de algemene vergadering van de maatschappij van onderlinge bijstand om zich kandidaat te stellen voor een mandaat van bestuurder, kan de raad van bestuur van een ziekenfonds of van een landsbond aan de algemene vergadering van de maatschappij van onderlinge bijstand een eigen lijst van kandidaten voorleggen.
In de hypotheses bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid, wordt overgegaan tot verkiezing van de onafhankelijke bestuurders op grond van een lijst van al de kandidaten die aan de voorwaarden voldoen om in deze hoedanigheid verkozen te worden, vooraleer over te gaan tot de verkiezing van de andere bestuurders.
§ 2. De statuten van de maatschappij van onderlinge bijstand verduidelijken de praktische modaliteiten volgens dewelke de oproep tot de kandidaten, het neerleggen van en het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de kandidaturen, alsook de wijze van stemming betreffende de verkiezing van de leden van de raad van bestuur geschieden.
§ 3. Onverminderd het recht van de leden van de algemene vergadering van de maatschappij van onderlinge bijstand om zich kandidaat te stellen voor een mandaat van bestuurder, kan de raad van bestuur van een ziekenfonds of van een landsbond aan de algemene vergadering van de maatschappij van onderlinge bijstand een eigen lijst van kandidaten voorleggen.
Art. 18. § 1er. Le conseil d'administration est élu par l'assemblée générale de ladite société mutualiste, dans les conditions prévues par l'article 18 de la loi précitée du 6 août 1990, tel que rendu applicable auxdites sociétés mutualistes par l'article 70, § 9, de la loi du 6 août 1990.
Dans les hypothèses visées à l'article 17, alinéas 2 et 3, il est procédé d'abord à l'élection des administrateurs indépendants sur la base d'une liste de tous les candidats qui répondent aux conditions pour être élus en cette qualité, avant d'élire les autres administrateurs.
§ 2. Les statuts de la société mutualiste précisent les modalités pratiques selon lesquelles s'effectuent l'appel aux candidats, le dépôt et l'examen de la recevabilité des candidatures, ainsi que le mode de scrutin relatif à l'élection des membres du conseil d'administration.
§ 3. Sans préjudice au droit des membres de l'assemblée générale de la société mutualiste de se porter candidat à un mandat d'administrateur, le conseil d'administration de la société mutualiste peut présenter à l'assemblée générale de la société mutualiste sa propre liste de candidats.
Dans les hypothèses visées à l'article 17, alinéas 2 et 3, il est procédé d'abord à l'élection des administrateurs indépendants sur la base d'une liste de tous les candidats qui répondent aux conditions pour être élus en cette qualité, avant d'élire les autres administrateurs.
§ 2. Les statuts de la société mutualiste précisent les modalités pratiques selon lesquelles s'effectuent l'appel aux candidats, le dépôt et l'examen de la recevabilité des candidatures, ainsi que le mode de scrutin relatif à l'élection des membres du conseil d'administration.
§ 3. Sans préjudice au droit des membres de l'assemblée générale de la société mutualiste de se porter candidat à un mandat d'administrateur, le conseil d'administration de la société mutualiste peut présenter à l'assemblée générale de la société mutualiste sa propre liste de candidats.
Art. 19. Plaatsvervangende bestuurders kunnen onder dezelfde voorwaarden als effectieve bestuurders worden verkozen.
De statuten van de maatschappij van onderlinge bijstand bepalen de verkiezingsmodaliteiten van de plaatsvervangende bestuurders, alsook de voorwaarden waarin zij effectieve vertegenwoordigers kunnen vervangen.
De statuten van de maatschappij van onderlinge bijstand bepalen de verkiezingsmodaliteiten van de plaatsvervangende bestuurders, alsook de voorwaarden waarin zij effectieve vertegenwoordigers kunnen vervangen.
Art. 19. Des administrateurs suppléants peuvent être élus dans les mêmes conditions que les administrateurs effectifs.
Les statuts de la société mutualiste précisent les modalités d'élection des administrateurs suppléants, ainsi que les conditions dans lesquelles ils peuvent être amenés à remplacer des administrateurs effectifs.
Les statuts de la société mutualiste précisent les modalités d'élection des administrateurs suppléants, ainsi que les conditions dans lesquelles ils peuvent être amenés à remplacer des administrateurs effectifs.
Art. 20. De raad van bestuur van een maatschappij van onderlinge bijstand kan ten hoogste vijf raadgevers aanduiden. Deze raadgevers kunnen met raadgevende stem, de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen.
De directieleden van de maatschappij van onderlinge bijstand kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur van het ziekenfonds met raadgevende stem bijwonen.
De directieleden van de maatschappij van onderlinge bijstand kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur van het ziekenfonds met raadgevende stem bijwonen.
Art. 20. Le conseil d'administration d'une société mutualiste susvisée peut désigner au maximum cinq conseillers. Ces conseillers peuvent assister avec voix consultative aux réunions du conseil d'administration.
Les membres de la direction de la société mutualiste peuvent assister avec voix consultative aux réunions du conseil d'administration de la société mutualiste.
Les membres de la direction de la société mutualiste peuvent assister avec voix consultative aux réunions du conseil d'administration de la société mutualiste.
Art. 21. De statuten van bovenvermelde maatschappijen van onderlinge bijstand bepalen het maximum aantal mandaten dat toegekend kan worden aan personen van hetzelfde geslacht. De totaliteit van de mandaten kan evenwel niet toegekend worden aan personen van eenzelfde geslacht.
Art. 21. Les statuts des sociétés mutualistes susvisées fixent le nombre maximal de mandats qui peuvent être attribués aux personnes du même sexe. La totalité des mandats ne peut toutefois être octroyée à des personnes d'un même sexe.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Des dispositions finales
Art. 22. Om de Controledienst de mogelijkheid te bieden de hem bij artikel 52, eerste lid, 2°, van de wet van 6 augustus 1990 toegewezen opdracht te vervullen, zenden de bovenvermelde maatschappijen van onderlinge bijstand hem tegelijk de publicaties, berichten, brieven en omzendbrieven toe die zij aan hun leden toesturen.
Art. 22. Pour permettre à l'Office de contrôle d'effectuer la mission qui lui est confiée par l'article 52, alinéa 1er, 2°, de la loi du 6 août 1990, les sociétés mutualistes susvisées lui adressent, en même temps qu'à leurs membres, les publications, avis, lettres et circulaires qu'elles leur adressent.
Art. 23. Overeenkomstig artikel 52, eerste lid, 10°, van de wet van 6 augustus 1990, kan iedere klacht in verband met de toepassing van dit besluit worden voorgelegd aan de Controledienst.
De klachten moeten, bij aangetekend schrijven, gericht worden aan de Controledienst binnen de tien werkdagen volgend op de datum van, naargelang het geval, de betwiste beslissing, het betwiste verloop van de verkiezingen of de bekendmaking van het betwiste resultaat van de verkiezingen.
De Controledienst beschikt over dertig kalenderdagen om zijn beslissing aan de betrokken partijen ter kennis te brengen.
Hij behoudt zich het recht voor deze partijen op te roepen om ze te horen in hun verdedigingsmiddelen.
De klachten moeten, bij aangetekend schrijven, gericht worden aan de Controledienst binnen de tien werkdagen volgend op de datum van, naargelang het geval, de betwiste beslissing, het betwiste verloop van de verkiezingen of de bekendmaking van het betwiste resultaat van de verkiezingen.
De Controledienst beschikt over dertig kalenderdagen om zijn beslissing aan de betrokken partijen ter kennis te brengen.
Hij behoudt zich het recht voor deze partijen op te roepen om ze te horen in hun verdedigingsmiddelen.
Art. 23. Conformément à l'article 52, alinéa 1er, 10°, de la loi du 6 août 1990, toute plainte relative à l'application du présent arrêté peut être soumise à l'Office de contrôle.
Les plaintes doivent être adressées, par lettre recommandée, à l'Office de contrôle dans les dix jours ouvrables suivant, selon le cas, la décision litigieuse, le déroulement contesté des élections ou la proclamation du résultat contesté des élections.
L'Office de contrôle dispose de trente jours civils pour notifier sa décision aux parties concernées.
Il se réserve le droit de convoquer les parties pour les entendre dans leurs moyens de défense.
Les plaintes doivent être adressées, par lettre recommandée, à l'Office de contrôle dans les dix jours ouvrables suivant, selon le cas, la décision litigieuse, le déroulement contesté des élections ou la proclamation du résultat contesté des élections.
L'Office de contrôle dispose de trente jours civils pour notifier sa décision aux parties concernées.
Il se réserve le droit de convoquer les parties pour les entendre dans leurs moyens de défense.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en dit, onverminderd artikel 75, tweede, derde, en vierde lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I).
De samenstelling van de algemene vergaderingen en de raden van bestuur van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, van de wet van 6 augustus 1990 moet evenwel slechts hernieuwd worden volgens de modaliteiten voorzien in dit besluit, bij de volgende hernieuwing in 2016 van de organen van de ziekenfondsen en van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990.
De samenstelling van de algemene vergaderingen en van de raden van bestuur van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 8, van de wet van 6 augustus 1990 wordt niet hernieuwd volgens de modaliteiten van dit besluit.
De samenstelling van de algemene vergaderingen en de raden van bestuur van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, van de wet van 6 augustus 1990 moet evenwel slechts hernieuwd worden volgens de modaliteiten voorzien in dit besluit, bij de volgende hernieuwing in 2016 van de organen van de ziekenfondsen en van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990.
De samenstelling van de algemene vergaderingen en van de raden van bestuur van de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 8, van de wet van 6 augustus 1990 wordt niet hernieuwd volgens de modaliteiten van dit besluit.
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge et ce, sans préjudice de l'article 75, alinéas 2, 3 et 4, de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière de l'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I).
Toutefois, la composition des assemblées générales et les conseils d'administration des sociétés mutualistes visées à l'article 70, § 6, de la loi du 6 août 1990 ne doit être renouvelée, selon les modalités prévues par le présent arrêté, que lors du prochain renouvellement, en 2016, des organes des mutualités et des sociétés mutualistes visées à l'article 70, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 6 août 1990.
La composition des assemblées générales et les conseils d'administration des sociétés mutualistes visées à l'article 70, § 8, de la loi du 6 août 1990 ne doit pas être renouvelée selon les modalités prévues par le présent arrêté.
Toutefois, la composition des assemblées générales et les conseils d'administration des sociétés mutualistes visées à l'article 70, § 6, de la loi du 6 août 1990 ne doit être renouvelée, selon les modalités prévues par le présent arrêté, que lors du prochain renouvellement, en 2016, des organes des mutualités et des sociétés mutualistes visées à l'article 70, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 6 août 1990.
La composition des assemblées générales et les conseils d'administration des sociétés mutualistes visées à l'article 70, § 8, de la loi du 6 août 1990 ne doit pas être renouvelée selon les modalités prévues par le présent arrêté.
Art. 25. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.