Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° " de premie " : de crisispremie bedoeld in Titel 10, Hoofdstuk 13, van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, voor zover deze ten laste is van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
2° " de Rijksdienst " : de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
3° " het werkloosheidsbesluit " : het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 154 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, betreffende de crisispremie (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-02-2010 en tekstbijwerking tot 07-02-2011)
Titre
15 FEVRIER 2010. - Arrêté royal portant exécution de l'article 154 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, concernant la prime de crise (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-02-2010 et mise à jour au 07-02-2011)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° " la prime " : la prime de crise visée au Titre 10, Chapitre 13, de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, dans la mesure où celle-ci est à charge de l'Office national de l'Emploi;
2° " l'Office " : l'Office national de l'Emploi;
3° " l'arrêté chômage " : l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
1° " la prime " : la prime de crise visée au Titre 10, Chapitre 13, de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, dans la mesure où celle-ci est à charge de l'Office national de l'Emploi;
2° " l'Office " : l'Office national de l'Emploi;
3° " l'arrêté chômage " : l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
Art. 2. De werkman die aanspraak maakt op de premie, dient daartoe een aanvraag in aan de hand van een " bijlage - C4 - crisispremie ", waarvan de inhoud en het model wordt vastgelegd door het beheerscomité van de Rijksdienst.
De aanvraag gebeurt overeenkomstig artikel 136 van het werkloosheidsbesluit. Zij wordt ingediend via een uitbetalinginstelling bedoeld in titel I, hoofdstuk II, van het werkloosheidsbesluit, door de werkman gekozen overeenkomstig artikel 132 van het werkloosheidsbesluit.
De aanvraag gebeurt overeenkomstig artikel 136 van het werkloosheidsbesluit. Zij wordt ingediend via een uitbetalinginstelling bedoeld in titel I, hoofdstuk II, van het werkloosheidsbesluit, door de werkman gekozen overeenkomstig artikel 132 van het werkloosheidsbesluit.
Art. 2. L'ouvrier qui sollicite la prime introduit, pour ce faire, une demande au moyen d'une " annexe - C4 - prime de crise " dont le contenu et le modèle sont déterminés par le Comité de gestion de l'Office.
La demande est faite conformément à l'article 136 de l'arrêté chômage. Elle est introduite par le biais d'un organisme de paiement visé au titre Ier, chapitre II, de l'arrêté chômage, choisi par l'ouvrier conformément à l'article 132 de l'arrêté chômage.
La demande est faite conformément à l'article 136 de l'arrêté chômage. Elle est introduite par le biais d'un organisme de paiement visé au titre Ier, chapitre II, de l'arrêté chômage, choisi par l'ouvrier conformément à l'article 132 de l'arrêté chômage.
Art. 3. De indiening van de aanvraag geschiedt overeenkomstig de regels bepaald krachtens artikel 138, eerste lid, 2° en 4° van het werkloosheidsbesluit, doch ten vroegste vanaf de dag volgend op de uitdiensttreding en uiterlijk binnen de 6 maanden te rekenen vanaf de dag volgend op de einddatum van de periode die door loon of door een opzeggingsvergoeding is gedekt.
De aanvraag wordt ingediend bij het overeenkomstig artikel 142 van het werkloosheidsbesluit bevoegde werkloosheidsbureau van de Rijksdienst. Dit bureau beschikt inzonderheid over de bevoegdheden bedoeld in artikel 139 van het werkloosheidsbesluit.
De aanvraag wordt ingediend bij het overeenkomstig artikel 142 van het werkloosheidsbesluit bevoegde werkloosheidsbureau van de Rijksdienst. Dit bureau beschikt inzonderheid over de bevoegdheden bedoeld in artikel 139 van het werkloosheidsbesluit.
Art. 3. L'introduction de la demande se fait conformément aux règles fixées en vertu de l'article 138, alinéa 1er, 2° et 4° de l'arrêté chômage, mais au plus tôt à partir du jour qui suit la sortie de service et au plus tard dans les 6 mois à partir du jour qui suit la date de fin de la période couverte par une rémunération ou par une indemnité de rupture.
La demande est introduite auprès du bureau du chômage compétent de l'Office, conformément à l'article 142 de l'arrêté chômage. Ce bureau dispose notamment des compétences visées à l'article 139 de l'arrêté chômage.
La demande est introduite auprès du bureau du chômage compétent de l'Office, conformément à l'article 142 de l'arrêté chômage. Ce bureau dispose notamment des compétences visées à l'article 139 de l'arrêté chômage.
Art. 4. De premie wordt overeenkomstig titel II, hoofdstuk V, afdeling 3, van het werkloosheidsbesluit toegekend indien het volledig dossier, waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld in Titel 10, Hoofdstuk 13, van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen vervuld zijn, toekomt op het bevoegde werkloosheidsbureau binnen de in artikel 3 vermelde termijn, behalve indien de werkman aantoont dat hij in de onmogelijkheid was het dossier tijdig in te dienen.
In geval van niet-toekenning van de premie moet de werkman evenwel niet opgeroepen worden om gehoord te worden overeenkomstig artikel 144 van het werkloosheidsbesluit.
De herziening van de beslissing geschiedt overeenkomstig titel II, hoofdstuk V, afdeling 4, van het werkloosheidsbesluit.
In geval van niet-toekenning van de premie moet de werkman evenwel niet opgeroepen worden om gehoord te worden overeenkomstig artikel 144 van het werkloosheidsbesluit.
De herziening van de beslissing geschiedt overeenkomstig titel II, hoofdstuk V, afdeling 4, van het werkloosheidsbesluit.
Art. 4. La prime est octroyée conformément au titre II, chapitre V, section 3, de l'arrêté chômage si le dossier complet dont il ressort que les conditions visées au Titre 10, Chapitre 13 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses sont remplies parvient au bureau du chômage compétent dans le délai mentionné à l'article 3, sauf si le travailleur démontre qu'il était dans l'impossibilité d'introduire le dossier en temps voulu.
En cas de non-octroi de la prime, l'ouvrier ne doit néanmoins pas être convoqué pour être entendu conformément à l'article 144 de l'arrêté chômage.
La révision de la décision se fait conformément au titre II, chapitre V, section 4, de l'arrêté chômage.
En cas de non-octroi de la prime, l'ouvrier ne doit néanmoins pas être convoqué pour être entendu conformément à l'article 144 de l'arrêté chômage.
La révision de la décision se fait conformément au titre II, chapitre V, section 4, de l'arrêté chômage.
Art. 5. Het bedrag van de crisispremie dat ten laste is van de Rijksdienst wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 149, 152 en 153 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen.
Het bedrag dat overeenkomstig artikel 149, derde lid, geproportioneerd wordt, wordt tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte van de cent al dan niet 0,5 bereikt.
Het bedrag dat overeenkomstig artikel 149, derde lid, geproportioneerd wordt, wordt tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte van de cent al dan niet 0,5 bereikt.
Art. 5. Le montant de la prime de crise qui est à charge de l'Office est fixé conformément aux articles 149, 152 et 153 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses.
Le montant qui est proportionné conformément à l'article 149, alinéa 3, est arrondi au cent supérieur ou inférieur, selon que la partie du cent atteint ou n'atteint pas 0,5.
Le montant qui est proportionné conformément à l'article 149, alinéa 3, est arrondi au cent supérieur ou inférieur, selon que la partie du cent atteint ou n'atteint pas 0,5.
Art. 6. De bepalingen van titel II, hoofdstuk VII tot IX, van het werkloosheidsbesluit zijn van toepassing.
De betaling van de premie geschiedt uiterlijk binnen de termijn van één maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op het tijdstip waarop de beslissing tot toekenning van de premie aan de uitbetalingsinstelling werd meegedeeld.
De betaling van de premie geschiedt uiterlijk binnen de termijn van één maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op het tijdstip waarop de beslissing tot toekenning van de premie aan de uitbetalingsinstelling werd meegedeeld.
Art. 6. Les dispositions du titre II, chapitres VII à IX, de l'arrêté chômage s'appliquent.
Le paiement de la prime se fait au plus tard dans le délai d'un mois à compter du troisième jour ouvrable qui suit le moment où la décision d'octroi de la prime a été communiquée à l'organisme de paiement.
Le paiement de la prime se fait au plus tard dans le délai d'un mois à compter du troisième jour ouvrable qui suit le moment où la décision d'octroi de la prime a été communiquée à l'organisme de paiement.
Art. 7. De werkgever die een werkman die verbonden is door een arbeidsovereenkomst voor werklieden in de zin van artikel 2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ontslaat, is verplicht om uit eigen beweging aan de werkman de bijlage bedoeld in artikel 2 van onderhavig besluit af te leveren, uiterlijk de laatste arbeidsdag.
De verplichting bedoeld in het vorige lid geldt slechts indien navermelde voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn :
1° het ontslag wordt ter kennis gebracht [2 na 1 januari 2010]2;
2° de werkgever en de ontslagen werkman vallen onder de toepassing van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
3° de arbeidsovereenkomst wordt niet beëindigd :
- tijdens de proefperiode;
- met het oog op pensionering;
- met het oog op brugpensioen;
- ingevolge een dringende reden;
- [1 in het kader van een herstructurering indien de werkman, die op het tijdstip van de mededeling door de werkgever van de intentie tot collectief ontslag, ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft, zich kan inschrijven in de tewerkstellingscel overeenkomstig artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.]1
De verplichting bedoeld in het vorige lid geldt slechts indien navermelde voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn :
1° het ontslag wordt ter kennis gebracht [2 na 1 januari 2010]2;
2° de werkgever en de ontslagen werkman vallen onder de toepassing van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
3° de arbeidsovereenkomst wordt niet beëindigd :
- tijdens de proefperiode;
- met het oog op pensionering;
- met het oog op brugpensioen;
- ingevolge een dringende reden;
- [1 in het kader van een herstructurering indien de werkman, die op het tijdstip van de mededeling door de werkgever van de intentie tot collectief ontslag, ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft, zich kan inschrijven in de tewerkstellingscel overeenkomstig artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.]1
Art. 7. L'employeur qui licencie un ouvrier qui est lié par un contrat de travail d'ouvrier au sens de l'article 2 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, est obligé de délivrer spontanément à l'ouvrier l'annexe visée à l'article 2 du présent arrêté, au plus tard le dernier jour de travail.
L'obligation visée à l'alinéa précédent ne vaut que si les conditions ci-après sont simultanément satisfaites :
1° le licenciement est notifié [2 après le 1er janvier 2010]2;
2° l'employeur et l'ouvrier licencié tombent dans le champ d'application de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
3° le contrat de travail n'est pas résilié :
- pendant la période d'essai;
- en vue de la pension;
- en vue de la prépension;
- pour un motif grave;
- [1 dans le cadre d'une restructuration si l'ouvrier qui, à la date de la communication par l'employeur de l'intention de procéder au licenciement collectif, a au moins un an ininterrompu d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration, peut s'inscrire dans la cellule pour l'emploi conformément à l'article 34 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.]1
L'obligation visée à l'alinéa précédent ne vaut que si les conditions ci-après sont simultanément satisfaites :
1° le licenciement est notifié [2 après le 1er janvier 2010]2;
2° l'employeur et l'ouvrier licencié tombent dans le champ d'application de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
3° le contrat de travail n'est pas résilié :
- pendant la période d'essai;
- en vue de la pension;
- en vue de la prépension;
- pour un motif grave;
- [1 dans le cadre d'une restructuration si l'ouvrier qui, à la date de la communication par l'employeur de l'intention de procéder au licenciement collectif, a au moins un an ininterrompu d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration, peut s'inscrire dans la cellule pour l'emploi conformément à l'article 34 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.]1
Art.7/1. [1 De werkgever die een betaling verricht heeft van een bedrag dat ten laste is van de Rijksdienst, kan hiervan de terugbetaling bekomen van de Rijksdienst voor zover :
- de betaling werd verricht in de periode van 1 januari 2010 tot het einde van de maand die volgt op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen;
- de schriftelijke vraag tot terugbetaling wordt uiterlijk op 30 juni 2010 ontvangen door de Rijksdienst.
De werkgever die een terugbetaling opeist, dient daartoe een aanvraag in aan de hand van een formulier waarvan de inhoud en het model worden bepaald door de Rijksdienst. De aanvraag moet worden vergezeld van een betalingsbewijs.]1
- de betaling werd verricht in de periode van 1 januari 2010 tot het einde van de maand die volgt op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen;
- de schriftelijke vraag tot terugbetaling wordt uiterlijk op 30 juni 2010 ontvangen door de Rijksdienst.
De werkgever die een terugbetaling opeist, dient daartoe een aanvraag in aan de hand van een formulier waarvan de inhoud en het model worden bepaald door de Rijksdienst. De aanvraag moet worden vergezeld van een betalingsbewijs.]1
Art.7/1. [1 L'employeur qui a effectué le paiement d'un montant qui est à charge de l'Office, peut en obtenir le remboursement auprès de l'Office pour autant que :
- le paiement ait été effectué dans la période du 1er janvier 2010 jusqu'à la fin du mois qui suit la publication au Moniteur belge de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses;
- la demande écrite de remboursement soit reçue par l'Office au plus tard le 30 juin 2010.
L'employeur qui prétend au remboursement introduit pour ce faire une demande au moyen d'un formulaire dont le contenu et le modèle sont fixés par l'Office. La demande doit être accompagnée d'une preuve de paiement.]1
- le paiement ait été effectué dans la période du 1er janvier 2010 jusqu'à la fin du mois qui suit la publication au Moniteur belge de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses;
- la demande écrite de remboursement soit reçue par l'Office au plus tard le 30 juin 2010.
L'employeur qui prétend au remboursement introduit pour ce faire une demande au moyen d'un formulaire dont le contenu et le modèle sont fixés par l'Office. La demande doit être accompagnée d'une preuve de paiement.]1
Modifications
Art.7/2. [1 De werkman is niet opnieuw gerechtigd op de crisispremie indien navermelde voorwaarden gelijktijdig worden vervuld :
- de werkman heeft op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag minder dan 6 maanden anciënniteit;
- de werkman heeft reeds eerder een crisispremie ingevolge een ontslag ontvangen, voor zover hij op het tijdstip van de kennisgeving van dit ontslag minder dan 6 maanden anciënniteit had.]1
- de werkman heeft op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag minder dan 6 maanden anciënniteit;
- de werkman heeft reeds eerder een crisispremie ingevolge een ontslag ontvangen, voor zover hij op het tijdstip van de kennisgeving van dit ontslag minder dan 6 maanden anciënniteit had.]1
Art.7/2. [1 L'ouvrier n'a pas de nouveau droit à la prime de crise lorsque les conditions suivantes sont remplies simultanément :
- l'ouvrier a, à la date de la prise de connaissance du licenciement, moins de 6 mois d'ancienneté;
- l'ouvrier a déjà reçu une prime de crise par suite d'un licenciement à la date de prise de connaissance duquel il avait moins de 6 mois d'ancienneté.]1
- l'ouvrier a, à la date de la prise de connaissance du licenciement, moins de 6 mois d'ancienneté;
- l'ouvrier a déjà reçu une prime de crise par suite d'un licenciement à la date de prise de connaissance duquel il avait moins de 6 mois d'ancienneté.]1
Modifications
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2010.
Art. 9. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Nice, 15 februari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en Asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Gegeven te Nice, 15 februari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en Asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Art. 9. La Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Nice, le 15 février 2010.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile,
Mme J. MILQUET
Donné à Nice, le 15 février 2010.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile,
Mme J. MILQUET