Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 MEI 2010. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de regels met betrekking tot de aanwijzing van de vaste afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties binnen het Sectorcomité III - Justitie, penitentiaire inrichtingen
Titre
3 MAI 2010. - Arrêté ministériel fixant les règles par rapport à la désignation des délégués permanents des organisations syndicales représentatives dans le Comité de Secteur III - Justice, établissements pénitentiaires
Informations sur le document
Numac: 2010009678
Datum: 2010-05-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010009678
Date: 2010-05-03
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Elke representatieve vakorganisatie zendt aan de Minister, met het oog op de erkenning, een lijst van twee leden die door haar kunnen worden aangewezen als vaste afgevaardigde.
  De erkenning blijkt uit de goedkeuring van de lijsten door de Minister, waarvan kennis wordt gegeven aan de betrokken representatieve vakorganisatie.
Article 1er. Chaque organisation syndicale représentative envoie au Ministre, pour agrément, une liste des deux membres susceptibles d'être désignés par elle comme délégués permanent.
  L'approbation des listes par le Ministre, qui est notifiée à l'organisation syndicale représentative concernée, fait preuve de l'agrément.
Art. 2. De erkenning van een lid van een representatieve vakorganisatie als vaste afgevaardigde, als bedoeld in artikel 1, kan door de Minister worden geweigerd bij een gemotiveerde en enkel op gewichtige redenen gesteunde beslissing.
  De Minister neemt zijn beslissing, na advies van het Hoog Overlegcomité en na de betrokkene te hebben gehoord, in voorkomend geval bijgestaan door een persoon van zijn keuze, en door een of meer verantwoordelijke leiders van de betrokken vakorganisatie.
  De Minister brengt zijn beslissing tot weigering ter kennis bij ter post aangetekende brief, aan de betrokkene, alsook aan diens vakorganisatie.
Art. 2. L'agrément d'un membre d'une organisation syndicale représentative en tant que délégué permanent, tel que visé à l'article 1er, ne peut être refusé par le Ministre que par une décision motivée et fondée exclusivement sur des raisons graves.
  Le Ministre prend sa décision, après avis du comité supérieur de concertation et après avoir entendu l'intéressé, assisté, le cas échéant, de la personne de son choix, et d'un ou de plusieurs dirigeants responsables de l'organisation syndicale concernée.
  Le Ministre communique sa décision de refus sous pli recommandé à la poste, à l'intéressé, ainsi qu'à son organisation syndicale.
Art. 3. De erkenning kan door de Minister worden ingetrokken bij een gemotiveerde en enkel op gewichtige redenen gesteunde beslissing.
  De Minister neemt zijn beslissing, na advies van het Hoog Overlegcomité en na de betrokkene, in voorkomend geval bijgestaan door een persoon van zijn keuze, en door een of meer verantwoordelijke leiders van de betrokken vakorganisatie, te hebben gehoord.
  De Minister brengt zijn beslissing tot intrekking ter kennis bij brief, aan de betrokkene, alsook aan diens vakorganisatie. De beslissing heeft uitwerking drie dagen na de datum van de verzending van de beslissing tot intrekking.
Art. 3. L'agrément ne peut être retiré par le Ministre que par une décision motivée et fondée exclusivement sur des raisons graves.
  Le Ministre prend sa décision, après avis du comité supérieur de concertation et après avoir entendu le délégué syndical concerné, assisté, le cas échéant, de la personne de son choix, et d'un ou de plusieurs dirigeants responsables de l'organisation syndicale concernée.
  Le Ministre communique sa décision de retrait sous pli à la poste, à l'intéressé ainsi qu'à son organisation syndicale. La décision produit ses effets trois jours après la date d'expédition de la décision de retrait.
Art. 4. Het aantal als vaste afgevaardigden erkende personeelsleden wordt beperkt tot twee per representatieve vakorganisatie.
  De bezoldiging valt ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie.
Art. 4. Le nombre de membres du personnel agréés en tant que délégués permanents est limité à deux membres par organisation syndicale représentative.
  Leur rémunération est à charge du budget du Service public fédéral Justice.
Art. 5. § 1. Zodra hij erkend wordt, is de vaste afgevaardigde van rechtswege met vakbondsverlof.
  Als zodanig is hij niet onderworpen aan het hiërarchisch gezag. Hij wordt niettemin geacht in werkelijke dienst te zijn. Hij blijft onderworpen aan de bepalingen die zijn persoonlijke rechten in die stand regelen, inzonderheid zijn recht op wedde, op bevordering in zijn loonschaal en op een bevordering.
  § 2. Het als vaste afgevaardigde erkende personeelslid waarop op de datum van zijn erkenning een stelsel van beoordeling, van waardebepaling of van gelijkwaardig rapport toepasselijk is, behoudt gedurende zijn vakbondsverlof de jongste hem voor zijn erkenning verleende vermelding.
  Indien hij voor zijn erkenning niet het voorwerp heeft uitgemaakt van zodanige beoordeling, een waardebepaling of een gelijkwaardig rapport, wordt er hem tijdens zijn vakbondsverlof geen toegekend.
  § 3. Aan het vakbondsverlof van de vaste afgevaardigde wordt een einde gemaakt wanneer hij erom verzoekt, op vraag van zijn vakorganisatie, wanneer zijn erkenning wordt ingetrokken of wanneer zijn vakorganisatie niet meer als representatief wordt beschouwd.
  De vaste afgevaardigde wordt aan het einde van zijn vakbondsverlof tewerkgesteld in een betrekking die overeenstemt met zijn graad en, in de mate van het mogelijke, in de functie die hij bekleedde. Hij keert terug naar zijn vorige standplaats.
Art. 5. § 1er. Dès qu'il est agréé, le délégué permanent est de plein droit en congé syndical.
  A ce titre, il n'est pas soumis à l'autorité hiérarchique. Il est néanmoins censé être en activité de service. Il demeure soumis aux dispositions qui déterminent ses droits personnels dans cette position, notamment son droit au traitement, à l'avancement dans son échelle de traitement et à la promotion.
  § 2. Le membre du personnel agréé en tant que délégué permanent auquel, à la date de son agrément, un régime de signalement, d'évaluation ou de rapport équivalent est applicable, maintient, pendant son congé syndical, la dernière mention qui lui a été attribuée avant son agrément.
  S'il n'a pas fait l'objet d'une telle mention, évaluation, ou de rapport équivalent avant son agrément, il ne peut, pendant son congé syndical, s'en voir attribuer une.
  § 3. Il est mis fin au congé syndical du délégué permanent à sa demande, à la demande de son organisation syndicale, lorsque son agrément lui est retiré ou lorsque son organisation syndicale n'est plus considérée comme représentative.
  A la fin de son congé syndical, le délégué permanent est affecté à un emploi correspondant à son grade et, dans la mesure du possible, à la fonction qu'il occupait. Il retourne à sa résidence administrative précédente.
Art. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, worden per representatieve vakorganisatie in het Sectorcomité III - Justitie twee vaste afgevaardigden vrijgesteld van de terugbetalingen bedoeld in artikel 78, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
  De bezoldiging valt ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie.
Art. 6. Sans préjudice de l'article 3 de l'arrêté royal du 20 avril 1999 portant exécution de l'article 18, alinéa 3, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, par organisation syndicale représentative deux délégués permanents sont dispensés des remboursements prévus à l'article 78, §§ 1er et 3, de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
  Leur rémunération est à charge du budget du Service public fédéral Justice.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2010.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mai 2010.
  Brussel, 3 mei 2010.
  S. DE CLERCK
  Bruxelles, le 3 mai 2010.
  S. DE CLERCK