Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 FEBRUARI 2010. - [Wet tot wijziging van de artikelen 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering] <Opschrift gewijzigd door W2013-11-22/12, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 16-03-2013>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-03-2010 en tekstbijwerking tot 02-05-2018)
Titre
21 FEVRIER 2010. - [Loi modifiant les articles 1022 du Code judiciaire et 162bis du Code d'Instruction criminelle] <Intitulé modifié par L2013-11-22/12, art. 13, 002; En vigueur : 16-03-2013>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-03-2010 et mise à jour au 02-05-2018)
Informations sur le document
Numac: 2010009184
Datum: 2010-02-21
Info du document
Numac: 2010009184
Date: 2010-02-21
Table des matières
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modification du Code judiciaire
Art.2. In artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 21 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vierde lid, worden de woorden " De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dat punt. " vervangen door de woorden " Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot verlaging met bijzondere redenen. ";
2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
" Wanneer binnen eenzelfde gerechtelijke band meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van één of meer in het ongelijk gestelde partijen genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld. ";
3° [1 het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"Wanneer het geding wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, of wanneer alle in het ongelijk gestelde partijen op de inleidende zitting zijn verschenen maar de rechtsvordering niet hebben betwist, of wanneer zij uitsluitend uitstel van betaling vragen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.
Geen enkele vergoeding is verschuldigd ten laste van de Staat wanneer het arbeidsauditoraat een rechtsvordering instelt voor de arbeidsgerechten overeenkomstig artikel 138bis, § 2."]1
1° in het vierde lid, worden de woorden " De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dat punt. " vervangen door de woorden " Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot verlaging met bijzondere redenen. ";
2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
" Wanneer binnen eenzelfde gerechtelijke band meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van één of meer in het ongelijk gestelde partijen genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld. ";
3° [1 het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"Wanneer het geding wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, of wanneer alle in het ongelijk gestelde partijen op de inleidende zitting zijn verschenen maar de rechtsvordering niet hebben betwist, of wanneer zij uitsluitend uitstel van betaling vragen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.
Geen enkele vergoeding is verschuldigd ten laste van de Staat wanneer het arbeidsauditoraat een rechtsvordering instelt voor de arbeidsgerechten overeenkomstig artikel 138bis, § 2."]1
Modifications
Art.2. A l'article 1022 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 21 avril 2007 et modifié par la loi du 22 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 4, les mots " Le juge motive spécialement sa décision sur ce point. " sont remplacés par les mots " Sur ce point, le juge motive spécialement sa décision de réduction. ";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Lorsque, dans un même lien d'instance, plusieurs parties bénéficient de l'indemnité de procédure à charge d'une ou de plusieurs parties succombantes, ce montant est au maximum le double de l'indemnité de procédure maximale à laquelle peut prétendre le bénéficiaire qui est fondé à réclamer l'indemnité la plus élevée. Elle est répartie entre les parties par le juge. ";
3° [1 l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"Lorsque l'instance se clôture par une décision rendue par défaut et qu'aucune partie succombante n'a jamais comparu ou lorsque toutes les parties succombantes ont comparu à l'audience d'introduction mais n'ont pas contesté la demande ou qu'elles demandent exclusivement des termes et délais, le montant de l'indemnité de procédure est celui de l'indemnité minimale.
Aucune indemnité n'est due à charge de l'Etat lorsque l'auditorat du travail intente une action devant les juridictions du travail conformément à l'article 138bis, § 2."]1
1° à l'alinéa 4, les mots " Le juge motive spécialement sa décision sur ce point. " sont remplacés par les mots " Sur ce point, le juge motive spécialement sa décision de réduction. ";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Lorsque, dans un même lien d'instance, plusieurs parties bénéficient de l'indemnité de procédure à charge d'une ou de plusieurs parties succombantes, ce montant est au maximum le double de l'indemnité de procédure maximale à laquelle peut prétendre le bénéficiaire qui est fondé à réclamer l'indemnité la plus élevée. Elle est répartie entre les parties par le juge. ";
3° [1 l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"Lorsque l'instance se clôture par une décision rendue par défaut et qu'aucune partie succombante n'a jamais comparu ou lorsque toutes les parties succombantes ont comparu à l'audience d'introduction mais n'ont pas contesté la demande ou qu'elles demandent exclusivement des termes et délais, le montant de l'indemnité de procédure est celui de l'indemnité minimale.
Aucune indemnité n'est due à charge de l'Etat lorsque l'auditorat du travail intente une action devant les juridictions du travail conformément à l'article 138bis, § 2."]1
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek van Strafvordering
CHAPITRE 3. - Modification du Code d'instruction criminelle
Art.3. In artikel 162bis, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 21 april 2007, worden de woorden " en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon " ingevoegd tussen het woord " beklaagde " en de woorden " betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek ".
Art.3. Dans l'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 21 avril 2007, les mots " ainsi qu'envers le civilement responsable " sont insérés entre le mot " prévenu " et les mots " à l'indemnité visée à l'article 1022 du Code judiciaire ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition transitoire
Art.5. De artikelen 2, 3 en 4 zijn van toepassing op de zaken die hangende zijn op het moment dat ze in werking treden.
Art.5. Les articles 2, 3 et 4 sont applicables aux affaires en cours au moment de leur entrée en vigueur.
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Art. 6. Met uitzondering van dit artikel bepaalt de Koning voor elk artikel van deze wet de dag waarop het in werking treedt.
Art. 6. A l'exception du présent article, le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de chacune des dispositions de la présente loi.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 20-04-2019 par AR 2019-03-29/11, art. 9)