Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 JULI 2009. - Deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-08-2009 en tekstbijwerking tot 25-04-2018)
Titre
3 JUILLET 2009. - Code déontologique pour les membres des commissions flamandes, provinciales et communales de l'aménagement du territoire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-08-2009 et mise à jour au 25-04-2018)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (24)
Texte (24)
Artikel 1. De in deze deontologische code opgenomen beginselen, gedragsregels en richtlijnen dienen de leden van de [1 ...]1 provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening tot leidraad bij de uitoefening van hun mandaat, overeenkomstig artikel 1.3.4 van de Vlaamse Code Ruimtelijke Ordening.
  
Article 1er. Conformément à l'article 1.3.4 du Codex flamand sur l'aménagement du territoire, les membres des commissions [1 ...]1 provinciales et communales de l'aménagement du territoire doivent respecter les principes, règles de comportement et directives visées dans le présent code déontologique, dans le cadre de l'exercice de leur mandat.
  
HOOFDSTUK 1. - Algemeen belang
CHAPITRE 1er. - Intérêt général
Art. 2. § 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening houden bij de uitoefening van hun mandaat steeds het algemeen belang voor ogen.
  Alle leden onderschrijven de opdrachtverklaring voor de ruimtelijke ordening, verwoord in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die luidt als volgt :
  De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
  § 2. De commissievoorzitter stelt zich steeds onafhankelijk en neutraal op.
  § 3. De leden die zetelen als deskundige vertegenwoordigen geen maatschappelijke belangengroep, geleding, vereniging of wat dan ook.
  § 4. De leden die zetelen als vertegenwoordiger van maatschappelijke belangengroepen, kunnen een standpunt aanbrengen en beargumenteren dat aangehouden wordt door de betrokken maatschappelijke belangengroep. De commissies ruimtelijke ordening zijn evenwel niet bedoeld als een forum dat enkel dient om het standpunt van een belangengroep of vereniging te vertolken. De betrokken leden streven er dan ook naar om het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het algemeen belang en de geciteerde doelstelling van de ruimtelijke ordening.
Art. 2. § 1. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire doivent toujours tenir compte de l'intérêt général dans l'exercice de leur mandat.
  Tous les membres souscrivent à la déclaration de mission pour l'aménagement du territoire qui est visée à l'article 1.1.4 du Codex flamand sur l'aménagement du territoire. Elle est libellée comme suit :
  L'aménagement du territoire est axé sur un développement durable de l'aménagement du territoire, gérant l'espace disponible au profit de la présente génération, sans pour autant compromettre les besoins des futures générations. Dans ce cadre, les besoins spatiaux des différentes activités sociales sont simultanément envisagés. Il est tenu compte de la portée spatiale, de l'impact environnemental et des conséquences culturelles, économiques, esthétiques et sociales. L'objectif ainsi poursuivi est la qualité spatiale.
  § 2. Le président de la commission intervient toujours en toute indépendance et conserve sa neutralité.
  § 3. Les membres qui siègent en qualité d'experts ne représentent aucun groupe social d'intérêts, secteur, association ou autre.
  § 4. Les membres qui siègent en qualité de représentants de groupes d'intérêts sociaux peuvent formuler un point de vue et avancer des arguments soutenus par le groupe d'intérêts social concerné. Les commissions de l'aménagement du territoire ne sont toutefois des forums ayant pour seul objectif de donner à un groupe d'intérêts ou à une association l'opportunité d'exprimer un point de vue. Les membres concernés doivent faire fi de l'intérêt qui est défendu par un groupe d'intérêts social et doivent collaborer aux avis visant l'intérêt général et l'objectif formulé de l'aménagement du territoire.
HOOFDSTUK 2. - Verbod op belangenvermenging - Principes van integriteit
CHAPITRE 2. - Interdiction de conflit d'intérêts - Principes d'intégrité
Art. 3. § 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening zijn gebonden door het verbod op belangenvermenging dat vastgesteld is in de artikelen 1.3.1, § 5, 1.3.2, § 5 en 1.3.3, § 5, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die telkens luiden als volgt :
  Het is voor een lid van de (...) commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.
  Het lid dat een dergelijk belang heeft bij een aangelegenheid verontschuldigt zich voor de vergadering waarop die aangelegenheid wordt behandeld, of verlaat de vergaderruimte voor de behandeling van het betrokken agendapunt.
  § 2. Een lid hoeft zich niet te onthouden van de bespreking, beraadslaging en eventuele stemming van een aangelegenheid indien er slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid deelt met een reeks andere rechtsonderhorigen. Zo is er geen verboden belangenvermenging in hoofde van leden die inwoner zijn van een gemeente op het ogenblik dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan [1 of gemeentelijk beleidsplan ruimte]1 wordt besproken. Er is evenmin belangenvermenging in hoofde van een lid dat bijvoorbeeld woonachtig is binnen de perimeter van een ontwerpplan indien het behandelde plan geen specifieke voor- of nadelen oplevert voor het betrokken lid (bijvoorbeeld wat betreft patrimoniale belangen).
  
Art. 3. § 1. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire doivent respecter l'interdiction de conflit d'intérêts qui est visée aux articles 1.3.1, § 5, 1.3.2, § 5 et 1.3.3, § 5, du Codex flamand sur l'aménagement du territoire, qui est libellée comme suit :
  Il est interdit à un membre de la Commission (...) de l'Aménagement du Territoire de participer à la discussion et au vote concernant des questions qui présentent pour lui/elle un intérêt direct, soit personnel, soit en tant que commissaire ou qui présentent un intérêt personnel et direct pour son époux(se) ou pour des parents en ligne directe ou par alliance jusqu'au deuxième degré.
  L'application du premier alinéa prévoit une assimilation des cohabitants légaux aux époux.
  Le membre possédant un tel intérêt doit se faire excuser à la réunion qui abordera ce point ou doit quitter le local de réunion avant que le point concerné de l'ordre du jour soit abordé.
  § 2. Un membre ne doit pas s'exclure de la discussion, de la délibération et du vote éventuel sur un point s'il s'agit uniquement d'un intérêt collectif que le membre concerné partage avec plusieurs autres ayants droit. Ainsi, les membres domiciliés dans une commune dont le plan structurel d'aménagement du territoire [1 ou le plan de politique spatiale communal]1 est abordé, ne possède aucun conflit d'intérêts interdit. Le conflit d'intérêts ne sera pas davantage reproché à un membre qui, par exemple, habite dans le périmètre d'un projet de plan si le plan traité ne lui procure aucun avantage ou désavantage spécifique (par exemple, en termes d'intérêts patrimoniaux).
  
Art. 4. Onverminderd de naleving van het verbod op belangenvermenging, vermijden de leden dat een schijn van partijdigheid of vooringenomenheid ontstaat met betrekking tot hun deelname aan de werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers :
  1° Het lid dat door zijn professionele bezigheden (bijvoorbeeld als advocaat, architect, notaris,...) een vertrouwensband heeft met de aanvrager van een vergunning of een attest, onthoudt zich best bij de bespreking van en de beraadslaging en eventuele stemming over een advies met betrekking tot die vergunningsaanvraag of dat attest, ook al heeft het lid geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang bij het concrete dossier. Het verdient de voorkeur dat het betrokken lid zich uit eigen beweging verontschuldigt of de vergaderruimte verlaat.
  2° Het is courant dat de commissie de ruimtelijk planner die verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg,[1 ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan]1, uitnodigt voor toelichting en deelname aan de bespreking van een plan. De reglementering bepaalt dat personen die uitgenodigd worden voor toelichting en bespreking niet meer aanwezig kunnen zijn bij de beraadslaging over het advies en de eventuele stemming erover (behalve in geval van openbaarheid, maar ook dan kunnen ze in ieder geval niet meer deelnemen aan die beraadslaging en stemming). Indien een lid van de commissie als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, [1 ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan]1, dan kan hij wel toelichting verstrekken en een bijdrage leveren aan de bespreking, maar moet hij zich onthouden en de vergaderruimte verlaten bij de beraadslaging en eventuele stemming over een advies met betrekking tot dat plan. In sommige gevallen kan er sprake zijn van belangenvermenging, bijvoorbeeld als de ruimtelijk planner niet in overheidsdienst is en een financieel belang zou hebben bij de voortgang van een planningsdossier. Maar ook indien de ruimtelijk planner geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang heeft bij het concrete dossier, is het beter dat hij de vergaderruimte verlaat na de toelichting en bespreking. Gevallen waarbij een vennoot of medewerker van een lid optreedt als ruimtelijk planner, kunnen op analoge manier benaderd worden.
  3° Het lid van wie een concurrent als architect of als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een vergunningsaanvraag, een aanvraag tot een attest of een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, grijpt de bespreking, de beraadslaging en de stemming niet aan om ongefundeerde kritiek te uiten of het dossier te dwarsbomen. In sommige gevallen kan het aangewezen zijn geen standpunt in te nemen of geen stem ten gunste of ten ongunste uit te brengen.
  
Art. 4. Sans préjudice du respect de l'interdiction du conflit d'intérêts, les membres évitent d'éveiller un soupçon d'impartialité ou de parti pris en raison de leur participation aux activités de la commission dans des dossiers concrets :
  1° Le membre qui, dans le cadre de ses activités professionnelles (par exemple, avocat, architecte, notaire), a noué un lien de confiance avec le demandeur d'un permis ou d'une attestation, s'abstiendra de participer à la discussion, à la délibération et au votre éventuel sur un avis relatif à cette demande de permis ou d'attestation, et ce, même si le membre ne possède aucun intérêt direct, actuel ou financier dans le dossier concret. Il est préférable que le membre concerné se fasse excuser ou quitte la salle de réunion.
  2° Il est courant que la commission invite le planificateur environnemental responsable de la conception d'un plan d'aménagement, d'un plan d'exécution spatial ou d'un plan structurel spatial, afin qu'il fournisse une explication et qu'il participe à la discussion relative à un plan. La réglementation dispose que les personnes invitées à fournir une explication et un commentaire ne peuvent plus être présentes lors de la délibération sur l'avis et le vote éventuel y afférent (sauf en cas de publicité des débats. Toutefois, la participation à la délibération et au vote est exclue, même dans ce cas). Si un membre de la commission est, en sa qualité de planificateur spatial, responsable de la conception d'un plan d'aménagement, [1 d'un plan d'exécution spatial, d'un schéma de structure d'aménagement ou d'un plan de politique spatiale]1, il peut alors fournir des explications et participer à la discussion mais il devra s'abstenir et quitter la salle durant la délibération et le vote éventuel sur un avis relatif à ce plan. Dans certains cas, un conflit d'intérêts peut être constaté (par exemple, si le planificateur spatial n'appartient pas au service public et pourrait avoir un intérêt financier dans l'avancée d'un dossier de planification). Toutefois, même si le planificateur spatial ne possède aucun intérêt direct, actuel ou financier dans le dossier concret, il est préférable qu'il quitte la salle de réunion au terme de l'explication et de la discussion. Une procédure similaire peut être suivie dans les cas dans lesquels un associé ou un collaborateur d'un membre intervient en qualité de planificateur spatial.
  3° Le membre dont un concurrent est, en sa qualité d'architecte ou de planificateur spatial, responsable de l'établissement d'une demande de permis, d'une demande d'attestation ou d'un plan d'aménagement, [1 d'un plan d'exécution spatial, d'un schéma de structure d'aménagement ou d'un plan de politique spatiale]1, ne participe pas à la discussion, à la délibération et au vote pour formuler des critiques infondées ou bloquer le dossier. Dans certains cas, il est recommandé de ne pas formuler de point de vue ou de ne pas exprimer un vote favorable ou défavorable.
  
Art. 5. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening aanvaarden geen geschenken, gunsten of geld die op enigerlei wijze te maken hebben met het lidmaatschap van de betrokken commissie.
Art. 5. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire n'acceptent aucun cadeau, faveur ou argent pouvant être offert en raison de leur qualité de membre des commissions concernées.
HOOFDSTUK 3. - Objectiviteit
CHAPITRE 3. - Objectivité
Art. 6. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening laten zich bij de uitoefening van hun mandaat niet leiden door eigen partijpolitieke voorkeuren of door motieven die te maken hebben met ras, herkomst, overtuiging of seksuele geaardheid van de betrokkenen in een dossier.
Art. 6. Dans le cadre de l'exercice de leur mandat, les membres des commissions de l'aménagement du territoire ne se laissent pas guider par des préférences politiques personnelles ou par des motifs inhérents à la race, l'origine, les convictions ou l'orientation sexuelle des personnes intéressées dans un dossier.
Art. 7. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening aanvaarden geen beïnvloeding of poging tot beïnvloeding in dossiers. Zonodig brengen zij de commissievoorzitter op de hoogte.
  Zij onthouden zich ervan om bij mandatarissen of bij burgers de indruk te wekken dat het advies te danken is aan hun individuele inbreng of houding in de commissie.
Art. 7. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire ne se laissent pas influencer ni n'acceptent des tentatives d'influence dans les dossiers. Si nécessaire, ils en informent le président de la commission.
  Ils s'abstiennent de susciter auprès des mandataires ou des citoyens que l'avis émis l'a été grâce à leur intervention personnelle ou à leur comportement au sein de la commission.
HOOFDSTUK 4. - Discretie en spreekrecht - Relatie met de media
CHAPITRE 4. - Discrétion et droit à la parole - Relation avec les médias
Art. 8. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening delen de inhoud van besprekingen in besloten zitting en het verloop van de stemmingen in de commissie niet mee aan de media. Zij onthouden zich van (publieke) commentaren op de werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers.
  Vragen om informatie of afschriften van verslagen en adviezen worden behandeld conform de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuur.
Art. 8. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire ne dévoilent pas aux médias le contenu de leurs discussions en séance à huis clos ni le déroulement des votes au sein de la commission. Ils s'abstiennent de tous commentaires (publics) sur les activités de la commission dans des dossiers concrets.
  Les demandes d'informations ou de copies de rapports et d'avis sont traitées conformément à la réglementation relative à la publicité de l'administration.
Art. 9. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening hebben het recht om na de eindberaadslaging door de commissie, onder meer tegenover de media, een eigen standpunt in te nemen over dossiers of over de werking van de commissie, voorzover daarbij :
  1° duidelijk is dat het betrokken lid in eigen naam spreekt of voor rekening van de belangengroep waarvoor hij als vertegenwoordiger in de commissie zetelt;
  2° niet aangegeven wordt wie welke andere of gelijke standpunten ingenomen heeft tijdens commissievergaderingen;
  3° eventuele algemene kritiek op de werking van de commissie, onverminderd het gestelde in artikel 8, eerste lid, gereserveerd wordt gebracht;
  4° het recht op privacy van betrokkenen in dossiers of het vertrouwelijk karakter van gegevens niet in het gedrang wordt gebracht.
Art. 9. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire sont, après la délibération finale de la commission, habilités d'exprimer, notamment aux médias, leur propre point de vue sur des dossiers ou sur le fonctionnement de la commission, pour autant que dans ce cadre :
  1° il soit clair que le membre concerné parle en son propre nom ou pour le compte d'un groupe d'intérêts dont il est le représentant au sein de la commission;
  2° les noms des personnes ayant formulé des points de vue similaires ou différents durant les réunions de la commission ne soient pas dévoilés;
  3° les éventuelles critiques générales sur le fonctionnement de la commission soient réservées, sans préjudice de la disposition visée à l'article 8, premier alinéa;
  4° le droit au respect de la vie privée des intéressés dans les dossiers ou le caractère confidentiel des données ne soient pas mis en danger.
HOOFDSTUK 5. - Verantwoord omgaan met vertrouwelijke informatie en voorzieningen of kredieten ter beschikking gesteld door het commissiesecretariaat of het bestuur
CHAPITRE 5. - Traitement raisonnable des informations confidentielles et des équipements ou des crédits alloués par le secrétariat de la commission ou l'administration
Art. 10. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening nemen de nodige voorzorgen om te vermijden dat persoonlijke gegevens of gevoelige informatie in handen vallen van buitenstaanders.
Art. 10. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire prennent les précautions nécessaires afin d'éviter que des données privées ou des informations sensibles tombent entre les mains de personnes non autorisées.
Art. 11. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening maken geen oneigenlijk gebruik van voorzieningen of faciliteiten die door het commissiesecretariaat of het bestuur ter beschikking worden gesteld met het oog op het uitoefenen van hun mandaat, zoals bijvoorbeeld toegang tot beveiligde sites.
Art. 11. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire n'utilisent pas indûment les équipements ou facilités mis à disposition par le secrétariat de la commission ou par l'administration afin d'exercer leur mandat (comme, par exemple, l'accès à des sites protégés).
Art. 12. In zoverre de commissie beschikt over werkingsmiddelen die bedoeld zijn om individueel gemaakte kosten van leden van de commissies voor ruimtelijke ordening te vergoeden, geven de leden alleen kosten aan die werkelijk zijn gemaakt in de uitoefening van hun mandaat. Zij geven geen kosten aan die reeds op een andere manier worden vergoed, bijvoorbeeld door hun werkgever of door de vereniging die hen voor de commissie heeft afgevaardigd.
Art. 12. Si la commission dispose de moyens de fonctionnement destinés à indemniser les coûts individuels exposés par les membres des commissions de l'aménagement du territoire, les membres déclarent uniquement les coûts qui ont été réellement exposés dans le cadre de l'exercice de leur mandat. Ils ne déclarent pas les coûts qui ont déjà fait l'objet d'une indemnisation par une autre voie (par exemple, par leur employeur ou par l'association qu'il représente au sein de la commission).
HOOFDSTUK 6. - Motivatie en betrokkenheid - Goede werking van de commissie
CHAPITRE 6. - Motivation et implication - Bon fonctionnement de la commission
Art. 13. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen zich in om de vergaderingen van de commissie zoveel als mogelijk bij te wonen en een actieve inbreng te hebben.
  Effectieve leden brengen bij verhindering tijdig het secretariaat en het plaatsvervangend lid op de hoogte.
  Plaatsvervangende leden doen, voor wat betreft de vergaderingen waarvoor zij niet zetelen in de plaats van een effectief lid, het nodige om op de hoogte te blijven van de werkzaamheden. Het secretariaat van de commissie draagt hiertoe bij.
Art. 13. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire mettent tout en oeuvre pour assister autant que possible aux réunions de la commission et pour y apporter une contribution active.
  En cas d'empêchement, les membres effectifs en informent le secrétariat et le membre suppléant en temps utile.
  Les membres suppléants mettent tout en oeuvre afin de demeurer informés des activités menées durant les réunions auxquelles ils n'ont pas siégé en remplacement du membre effectif. Le secrétariat de la commission y contribue.
Art. 14. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen zich in om kennis te vergaren over de ruimtelijke ordening en op de hoogte te blijven van evoluties in het vakgebied.
Art. 14. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire mettent tout en oeuvre afin d'étoffer leurs connaissances sur l'aménagement du territoire et de rester informés des évolutions dans ce domaine.
Art. 15. De voorzitter zorgt ervoor dat alle standpunten en argumenten aan bod kunnen komen. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening geven de voorzitter daartoe de nodige ruimte.
  De leden spannen zich in om tegenstellingen te overbruggen en samen tot afgewogen adviezen van de commissie te komen. Zij vermijden zoveel als mogelijk polarisatie bij de besprekingen en beraadslagingen.
Art. 15. Le président veille à ce que tous les points de vue et arguments puissent être exprimés. Les membres des commissions de l'aménagement du territoire en donnent la possibilité au président.
  Les membres s'engagent à surmonter les oppositions et de parvenir conjointement à des avis pondérés de la commission. Ils évitent autant que possible la polarisation durant les discussions et délibérations.
Art. 16. De voorzitter bewaakt het onderscheid tussen enerzijds de toelichting en bespreking van een onderwerp of van de onderwerpen en anderzijds de beraadslaging en eventuele stemming over het advies.
  Hij houdt de hand aan de reglementering met betrekking tot de aanwezigheid van externen. Deze reglementering bepaalt dat externen (bijvoorbeeld deskundigen die een toelichting komen verstrekken, of bij een gemeentelijke commissie de vertegenwoordigers van de fracties) de beraadslaging en stemming niet (meer) kunnen bijwonen, behalve als de vergadering openbaar is. In dat laatste geval kunnen de externen nog wel aanwezig blijven, maar niet langer deelnemen.
Art. 16. Le président veille à la distinction entre l'explication et la discussion d'un ou de sujets, d'une part, et la délibération et le vote éventuel sur l'avis, d'autre part.
  Il respecte la réglementation relative à la présence de personnes externes. Cette réglementation dispose que les personnes externes (par exemple, des experts venant fournir des explications ou les représentants des groupes dans le cadre d'une commission communale) ne peuvent (plus) assister à la délibération et au vote, sauf si la réunion est publique. Dans ce dernier cas, les externes peuvent demeurer dans la salle mais ne peuvent plus participer.
HOOFDSTUK 7. - Handhaving van de deontologische code
CHAPITRE 7. - Application du code déontologique
Art. 17. De voorzitter ziet toe op de goede naleving van deze deontologische code en vervult ter zake een voorbeeldfunctie.
Art. 17. Le président veille au dû respect de ce code déontologique et joue un rôle d'exemple en la matière.