Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 MAART 2009. - Wet tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de indiening van de vermogensaangifte
Titre
12 MARS 2009. - Loi modifiant la législation relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions, et professions et une déclaration de patrimoine, en ce qui concerne le dépôt de la déclaration de patrimoine
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions, et professions et une déclaration de patrimoine
Art. 2. In artikel 3 van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De personen die in de loop van een jaar een in artikel 1 bedoeld ambt of mandaat uitoefenen, dienen onder gesloten omslag vóór 1 april van het daaropvolgende jaar een vermogensaangifte betreffende de staat van hun vermogen op 31 december van het eerstbedoelde jaar in, die zij op hun erewoord juist en oprecht verklaren.
Deze verplichting geldt niet wanneer er zich in de loop van het voorafgaande jaar geen aanvaarding van een ambt, benoeming tot een mandaat of beëindiging van een ambt of mandaat zoals bedoeld in artikel 1 heeft voorgedaan.
In afwijking van het tweede lid dienen de personen die benoemd zijn voor een onbepaalde periode of een periode van meer dan zes jaar, vóór 1 april van het zesde jaar na dat van hun benoeming en vóór 1 april van ieder daaropvolgende zesde jaar, een nieuwe vermogensaangifte in betreffende de staat van hun vermogen op 31 december van het vijfde jaar na dat van hun benoeming en op 31 december van ieder daaropvolgende vijfde jaar. ";
2° in paragraaf 1, vroegere tweede lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden " Die vermogensaangifte " vervangen door de woorden " De vermogensaangifte ";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven;
4° in de paragrafen 5 en 6 worden de woorden " de §§ 1 en 2 " vervangen door de woorden " § 1 ".
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De personen die in de loop van een jaar een in artikel 1 bedoeld ambt of mandaat uitoefenen, dienen onder gesloten omslag vóór 1 april van het daaropvolgende jaar een vermogensaangifte betreffende de staat van hun vermogen op 31 december van het eerstbedoelde jaar in, die zij op hun erewoord juist en oprecht verklaren.
Deze verplichting geldt niet wanneer er zich in de loop van het voorafgaande jaar geen aanvaarding van een ambt, benoeming tot een mandaat of beëindiging van een ambt of mandaat zoals bedoeld in artikel 1 heeft voorgedaan.
In afwijking van het tweede lid dienen de personen die benoemd zijn voor een onbepaalde periode of een periode van meer dan zes jaar, vóór 1 april van het zesde jaar na dat van hun benoeming en vóór 1 april van ieder daaropvolgende zesde jaar, een nieuwe vermogensaangifte in betreffende de staat van hun vermogen op 31 december van het vijfde jaar na dat van hun benoeming en op 31 december van ieder daaropvolgende vijfde jaar. ";
2° in paragraaf 1, vroegere tweede lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden " Die vermogensaangifte " vervangen door de woorden " De vermogensaangifte ";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven;
4° in de paragrafen 5 en 6 worden de woorden " de §§ 1 en 2 " vervangen door de woorden " § 1 ".
Art. 2. A l'article 3 de la loi du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions et professions et une déclaration de patrimoine, modifié par la loi du 26 juin 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les personnes qui exercent au cours d'une année une des fonctions ou un des mandats visés à l'article 1er déposent, sous pli fermé, avant le 1er avril de l'année suivante, une déclaration de patrimoine relative à l'état de leur patrimoine au 31 décembre de l'année citée en premier lieu, certifiée sur l'honneur exacte et sincère.
Cette obligation ne s'applique pas lorsqu'au cours de l'année précédente, aucune entrée en fonction, nomination à un mandat ou cessation de fonction ou de mandat visées à l'article 1er n'est intervenue.
Par dérogation à l'alinéa 2, les personnes qui sont nommées pour une période indéterminée ou pour une période excédant six ans déposent avant le 1er avril de la sixième année qui suit celle de leur nomination et avant le 1er avril de chaque sixième année suivante, une nouvelle déclaration de patrimoine relative à l'état de leur patrimoine au 31 décembre de la cinquième année qui suit celle de leur nomination et au 31 décembre de chaque cinquième année suivante. ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenu l'alinéa 4, les mots " Cette déclaration " sont remplacés par les mots " La déclaration ";
3° le paragraphe 2 est abrogé;
4° dans les paragraphes 5 et 6, les mots " aux §§ 1er et 2 " sont remplacés par les mots " au § 1er ".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les personnes qui exercent au cours d'une année une des fonctions ou un des mandats visés à l'article 1er déposent, sous pli fermé, avant le 1er avril de l'année suivante, une déclaration de patrimoine relative à l'état de leur patrimoine au 31 décembre de l'année citée en premier lieu, certifiée sur l'honneur exacte et sincère.
Cette obligation ne s'applique pas lorsqu'au cours de l'année précédente, aucune entrée en fonction, nomination à un mandat ou cessation de fonction ou de mandat visées à l'article 1er n'est intervenue.
Par dérogation à l'alinéa 2, les personnes qui sont nommées pour une période indéterminée ou pour une période excédant six ans déposent avant le 1er avril de la sixième année qui suit celle de leur nomination et avant le 1er avril de chaque sixième année suivante, une nouvelle déclaration de patrimoine relative à l'état de leur patrimoine au 31 décembre de la cinquième année qui suit celle de leur nomination et au 31 décembre de chaque cinquième année suivante. ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenu l'alinéa 4, les mots " Cette déclaration " sont remplacés par les mots " La déclaration ";
3° le paragraphe 2 est abrogé;
4° dans les paragraphes 5 et 6, les mots " aux §§ 1er et 2 " sont remplacés par les mots " au § 1er ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 26 juin 2004 exécutant et complétant la loi du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions, et professions et une déclaration de patrimoine
Art. 3. In artikel 3 van de wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen worden de woorden " aangiften bedoeld in artikel 3, §§ 1 en 2, " vervangen door de woorden " aangiften bedoeld in artikel 3, § 1, ".
Art. 3. Dans l'article 3 de la loi du 26 juin 2004 exécutant et complétant la loi du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions, et professions et une déclaration de patrimoine, les mots " déclarations visées à l'article 3, §§ 1er et 2, " sont remplacés par les mots " déclarations visées à l'article 3, § 1er, ".
Art. 4. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een lid wordt tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd, luidende :
" In de loop van de maand januari van ieder jaar zendt de ambtenaar die daartoe door de voorzitter van de regering van de Duitstalige Gemeenschap wordt aangewezen, aan het Rekenhof de lijst van de instellingen van openbaar nut waarover de Duitstalige Gemeenschap toezicht uitoefent. De voorzitter brengt het Rekenhof van die aanwijzing op de hoogte. Voor het opstellen van voormelde lijst wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar. ";
2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden " in het vorige lid " vervangen door de woorden " in het eerste en het tweede lid ".
1° een lid wordt tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd, luidende :
" In de loop van de maand januari van ieder jaar zendt de ambtenaar die daartoe door de voorzitter van de regering van de Duitstalige Gemeenschap wordt aangewezen, aan het Rekenhof de lijst van de instellingen van openbaar nut waarover de Duitstalige Gemeenschap toezicht uitoefent. De voorzitter brengt het Rekenhof van die aanwijzing op de hoogte. Voor het opstellen van voormelde lijst wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar. ";
2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden " in het vorige lid " vervangen door de woorden " in het eerste en het tweede lid ".
Art. 4. A l'article 5 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Dans le courant du mois de janvier de chaque année, le fonctionnaire désigné à cette fin par le président du gouvernement de la Communauté germanophone adresse à la Cour des comptes la liste des organismes d'intérêt public sur lesquels la Communauté germanophone exerce la tutelle. Le président du gouvernement avise la Cour des comptes de cette désignation. Pour l'établissement de la liste susmentionnée, il est tenu compte de la situation de l'année précédente ";
2° dans l'alinéa 2 ancien, devenu alinéa 3, les mots " à l'alinéa précédent " sont remplacés par les mots " aux alinéas 1er et 2 ".
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Dans le courant du mois de janvier de chaque année, le fonctionnaire désigné à cette fin par le président du gouvernement de la Communauté germanophone adresse à la Cour des comptes la liste des organismes d'intérêt public sur lesquels la Communauté germanophone exerce la tutelle. Le président du gouvernement avise la Cour des comptes de cette désignation. Pour l'établissement de la liste susmentionnée, il est tenu compte de la situation de l'année précédente ";
2° dans l'alinéa 2 ancien, devenu alinéa 3, les mots " à l'alinéa précédent " sont remplacés par les mots " aux alinéas 1er et 2 ".
Art. 5. In artikel 6, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " de periode bedoeld in artikel 3, § 2, tweede lid, van die wet " vervangen door de woorden " de periode van vijf jaar bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid, van die wet ".
Art. 5. Dans l'article 6, alinéa 1er, de la même loi, les mots " la période de cinq ans visée à l'article 3, § 2, deuxième alinéa, de ladite loi " sont remplacés par les mots " la période de cinq ans visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3, de ladite loi ".
Art. 6. In artikel 7, § 2, tweede lid, van dezelfde wet wordt de tweede zin vervangen door de volgende zin :
" Indien de zaak aanhangig wordt gemaakt door een lid van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, door een lid van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap of door een persoon bedoeld in artikel 1, punten 10, 11 of 13 van de wet van 2 mei 1995 en die afhangt van de Duitstalige Gemeenschap, wordt die zaak onderzocht door een opvolgingscommissie die is samengesteld uit leden van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. "
" Indien de zaak aanhangig wordt gemaakt door een lid van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, door een lid van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap of door een persoon bedoeld in artikel 1, punten 10, 11 of 13 van de wet van 2 mei 1995 en die afhangt van de Duitstalige Gemeenschap, wordt die zaak onderzocht door een opvolgingscommissie die is samengesteld uit leden van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. "
Art. 6. Dans l'article 7, § 2, alinéa 2, de la même loi, la deuxième phrase est remplacée par la phrase suivante :
" Si l'affaire est soumise par un membre du gouvernement de la Communauté germanophone, par un membre du Parlement de la Communauté germanophone ou par une personne visée à l'article 1er, points 10, 11 ou 13 de la loi du 2 mai 1995 et qui relève de la Communauté germanophone, elle est examinée par une commission de suivi composée de membres du Parlement de la Communauté germanophone. "
" Si l'affaire est soumise par un membre du gouvernement de la Communauté germanophone, par un membre du Parlement de la Communauté germanophone ou par une personne visée à l'article 1er, points 10, 11 ou 13 de la loi du 2 mai 1995 et qui relève de la Communauté germanophone, elle est examinée par une commission de suivi composée de membres du Parlement de la Communauté germanophone. "
Art. 7. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " de in artikel 3, §§ 1 en 2, " vervangen door de woorden " de in artikel 3, § 1, ".
Art. 7. Dans l'article 9, alinéa 1er, de la même loi, les mots " à l'article 3, §§ 1er et 2, " sont remplacés par les mots " à l'article 3, § 1er, ".
Art. 8. In artikel 10 van dezelfde wet worden de woorden " De in artikel 3, §§ 1 en 2, " vervangen door de woorden " De in artikel 3, § 1, ".
Art. 8. Dans l'article 10 de la même loi, les mots " à l'article 3, §§ 1er et 2, " sont remplacés par les mots " à l'article 3, § 1er, ".
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur
Art. 9. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2009.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 maart 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
H. VAN ROMPUY
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen,
D. REYNDERS
De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken,
K. DE GUCHT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen,
S. VANACKERE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 maart 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
H. VAN ROMPUY
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen,
D. REYNDERS
De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken,
K. DE GUCHT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen,
S. VANACKERE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Art. 9. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge .
Donné à Bruxelles, le 12 mars 2009.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
H. VAN ROMPUY
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances et des Réformes institutionnelles,
D. REYNDERS
La Vice-Première Ministre et Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires étrangères,
K. DE GUCHT
Le Vice-Premier Ministre
et Ministre de la Fonction publique, des Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles,
S. VANACKERE
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
Mme J. MILQUET
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge .
Donné à Bruxelles, le 12 mars 2009.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
H. VAN ROMPUY
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances et des Réformes institutionnelles,
D. REYNDERS
La Vice-Première Ministre et Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires étrangères,
K. DE GUCHT
Le Vice-Premier Ministre
et Ministre de la Fonction publique, des Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles,
S. VANACKERE
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
Mme J. MILQUET
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK