Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, wordt een punt 55° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 55° " uniek gemeentelijk loket " : het loket, vermeld in artikel 8quater van het decreet. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 SEPTEMBER 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning met het oog op de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-10-2009 en tekstbijwerking tot 23-02-2010)
Titre
18 SEPTEMBRE 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-10-2009 et mise à jour au 23-02-2010)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (25)
Texte (25)
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, il est ajouté un point 55°, rédigé comme suit :
" 55° " guichet unique communal " : le guichet, visé à l'article 8quater du décret. "
" 55° " guichet unique communal " : le guichet, visé à l'article 8quater du décret. "
Art. 2. In artikel 2, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " wordt overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen " worden vervangen door de woorden " wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket ";
2° de woorden " dient de melding op voormelde wijze te gebeuren aan elk van de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeenten " worden vervangen door de woorden " wordt het meldingsformulier gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ";
3° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Het meldingsformulier dat in voormeld geval wordt ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente, bevat de gegevens van de volledige inrichting. "
1° de woorden " wordt overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen " worden vervangen door de woorden " wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket ";
2° de woorden " dient de melding op voormelde wijze te gebeuren aan elk van de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeenten " worden vervangen door de woorden " wordt het meldingsformulier gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ";
3° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Het meldingsformulier dat in voormeld geval wordt ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente, bevat de gegevens van de volledige inrichting. "
Art. 2. A l'article 2, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " est adressé au collège des bourgmestre et échevins " sont remplacés par les mots " est adressés au collège des bourgmestre et échevins et soumis au guichet unique communal ";
2° les mots " la déclaration s'effectue de la manière décrite ci-dessus, à chacun des collèges de bourgmestre et d'échevins des communes " sont remplacés par les mots " le formulaire de déclaration est adressé au collège des bourgmestre et échevins et soumis au guichet unique communal de chaque commune ";
3° il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
" Le formulaire de notification qui est soumis au guichet unique communal de chaque commune, comprend les données de l'établissement entier. "
1° les mots " est adressé au collège des bourgmestre et échevins " sont remplacés par les mots " est adressés au collège des bourgmestre et échevins et soumis au guichet unique communal ";
2° les mots " la déclaration s'effectue de la manière décrite ci-dessus, à chacun des collèges de bourgmestre et d'échevins des communes " sont remplacés par les mots " le formulaire de déclaration est adressé au collège des bourgmestre et échevins et soumis au guichet unique communal de chaque commune ";
3° il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
" Le formulaire de notification qui est soumis au guichet unique communal de chaque commune, comprend les données de l'établissement entier. "
Art. 3. In artikel 2, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° de eigenaar van het onroerend goed doet de melding. In geval van mede-eigendom doet de persoon die door de mede-eigenaars als beheerder is belast met het beheer van het goed, de melding; ";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
" 2° de melding wordt gedaan met een brief die aangetekend wordt verzonden naar het uniek gemeentelijk loket en gericht is aan het college van burgemeester en schepenen. De brief bevat de volgende gegevens :
a) de voor- en achternaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die de melding doet;
b) het adres van het onroerend goed;
c) de vermelding of het gaat om het exploiteren van een nieuwe inrichting, of het veranderen van een inrichting;
d) de aard van de meldingsplichtige inrichting;
e) een schets die de ligging van de inrichting aangeeft. ";
3° punt 3° wordt opgeheven.
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° de eigenaar van het onroerend goed doet de melding. In geval van mede-eigendom doet de persoon die door de mede-eigenaars als beheerder is belast met het beheer van het goed, de melding; ";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
" 2° de melding wordt gedaan met een brief die aangetekend wordt verzonden naar het uniek gemeentelijk loket en gericht is aan het college van burgemeester en schepenen. De brief bevat de volgende gegevens :
a) de voor- en achternaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die de melding doet;
b) het adres van het onroerend goed;
c) de vermelding of het gaat om het exploiteren van een nieuwe inrichting, of het veranderen van een inrichting;
d) de aard van de meldingsplichtige inrichting;
e) een schets die de ligging van de inrichting aangeeft. ";
3° punt 3° wordt opgeheven.
Art. 3. A l'article 2, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 1992, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° le propriétaire du bien immobilier fait la mention. En cas de copropriété, la mention est faite par la personne qui est chargée par les copropriétaires comme gestionnaire de la gestion du bien; ";
2° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° la mention est faite par une lettre recommandée, envoyée au guichet unique communal et adressée au collège des bourgmestre et échevins. La lettre comprend les éléments suivants :
a) le nom et prénom, l'adresse et la qualité de la personne qui fait la mention;
b) l'adresse du bien immobilier;
c) la mention s'il s'agit de l'exploitation d'un nouvel établissement, ou la modification d'un établissement;
d) la nature de l'établissement sujet à l'obligation de notification;
e) un croquis indiquant la situation de l'établissement. ";
3° le point 3° est abrogé.
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° le propriétaire du bien immobilier fait la mention. En cas de copropriété, la mention est faite par la personne qui est chargée par les copropriétaires comme gestionnaire de la gestion du bien; ";
2° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° la mention est faite par une lettre recommandée, envoyée au guichet unique communal et adressée au collège des bourgmestre et échevins. La lettre comprend les éléments suivants :
a) le nom et prénom, l'adresse et la qualité de la personne qui fait la mention;
b) l'adresse du bien immobilier;
c) la mention s'il s'agit de l'exploitation d'un nouvel établissement, ou la modification d'un établissement;
d) la nature de l'établissement sujet à l'obligation de notification;
e) un croquis indiquant la situation de l'établissement. ";
3° le point 3° est abrogé.
Art. 4. In artikel 2, § 5, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " gericht aan ".
Art. 4. Dans l'article 2, § 5, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, les mots " introduite auprès de " sont remplacés par les mots " adressée à ".
Art. 5. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin wordt het woord " ingediend " geschrapt;
2° in punt 1° wordt tussen de woorden " in tien exemplaren " en de woorden " bij de deputatie " het woord " ingediend " ingevoegd;
3° in punt 2° worden de woorden " bij het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket " en worden de woorden " bij de onderscheiden colleges van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ".
1° in de inleidende zin wordt het woord " ingediend " geschrapt;
2° in punt 1° wordt tussen de woorden " in tien exemplaren " en de woorden " bij de deputatie " het woord " ingediend " ingevoegd;
3° in punt 2° worden de woorden " bij het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket " en worden de woorden " bij de onderscheiden colleges van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ".
Art. 5. A l'article 6, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive, le mot " introduites " est supprimé;
2° au point 1° le mot " introduites " est inséré entre les mots " en dix exemplaires " et les mots " auprès de la Députation ";
3° dans le point 2° les mots " auprès du Collège des bourgmestre et échevins" sont remplacés par les mots " adressées au Collège des Bourgmestre et Echevins et introduites auprès du guichet unique communal " et les mots " auprès des Collèges des Bourgmestre et Echevins " sont remplacés par les mots " auprès du guichet unique communal de chaque commune ".
1° dans la phrase introductive, le mot " introduites " est supprimé;
2° au point 1° le mot " introduites " est inséré entre les mots " en dix exemplaires " et les mots " auprès de la Députation ";
3° dans le point 2° les mots " auprès du Collège des bourgmestre et échevins" sont remplacés par les mots " adressées au Collège des Bourgmestre et Echevins et introduites auprès du guichet unique communal " et les mots " auprès des Collèges des Bourgmestre et Echevins " sont remplacés par les mots " auprès du guichet unique communal de chaque commune ".
Art. 6. Aan artikel 6, § 1bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het aanvraagformulier dat in het geval, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente, bevat de gegevens van de volledige inrichting. "
" Het aanvraagformulier dat in het geval, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente, bevat de gegevens van de volledige inrichting. "
Art. 6. A l'article 6, § 1erbis, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, il est ajouté un alinéa deux, ainsi rédigé :
" Le formulaire de demande qui est introduit dans le cas visé au § 1er, est introduit auprès du guichet unique communal de chaque commune, comporte les données de l'établissement entier. "
" Le formulaire de demande qui est introduit dans le cas visé au § 1er, est introduit auprès du guichet unique communal de chaque commune, comporte les données de l'établissement entier. "
Art. 7. In artikel 6ter, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin wordt het woord " moet " vervangen door het woord " wordt ";
2° in de inleidende zin worden de woorden " gedaan worden " geschrapt;
3° in punt 1° wordt tussen de woorden " in vijf exemplaren " en de woorden " bij de deputatie " het woord " ingediend " ingevoegd;
4° in punt 2° worden de woorden " bij het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket " en worden de woorden " bij de onderscheiden colleges van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ".
1° in de inleidende zin wordt het woord " moet " vervangen door het woord " wordt ";
2° in de inleidende zin worden de woorden " gedaan worden " geschrapt;
3° in punt 1° wordt tussen de woorden " in vijf exemplaren " en de woorden " bij de deputatie " het woord " ingediend " ingevoegd;
4° in punt 2° worden de woorden " bij het college van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " gericht aan het college van burgemeester en schepenen en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket " en worden de woorden " bij de onderscheiden colleges van burgemeester en schepenen " vervangen door de woorden " bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente ".
Art. 7. A l'article 6ter, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive les mots " doit être introduite " sont remplacés par les mots " est introduite ";
2° dans la version néerlandaise, dans la phrase introductive, les mots " gedaan worden " sont supprimés;
3° dans la version néerlandaise, au point 1° le mot " ingevoegd " " est inséré entre les mots " en vijf exemplaren " et les mots " bij de deputatie ";
4° dans le point 2° les mots " auprès du Collège des bourgmestre et échevins" sont remplacés par les mots " adressées au Collège des Bourgmestre et Echevins et introduites auprès du guichet unique communal " et les mots " auprès des Collèges des Bourgmestre et Echevins " sont remplacés par les mots " auprès du guichet unique communal de chaque commune ".
1° dans la phrase introductive les mots " doit être introduite " sont remplacés par les mots " est introduite ";
2° dans la version néerlandaise, dans la phrase introductive, les mots " gedaan worden " sont supprimés;
3° dans la version néerlandaise, au point 1° le mot " ingevoegd " " est inséré entre les mots " en vijf exemplaren " et les mots " bij de deputatie ";
4° dans le point 2° les mots " auprès du Collège des bourgmestre et échevins" sont remplacés par les mots " adressées au Collège des Bourgmestre et Echevins et introduites auprès du guichet unique communal " et les mots " auprès des Collèges des Bourgmestre et Echevins " sont remplacés par les mots " auprès du guichet unique communal de chaque commune ".
Art. 8. In artikel 36, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt b) en c) worden tussen de woorden " gemachtigde ambtenaar " en de woorden " schriftelijk in kennis gesteld " de woorden " via het uniek gemeentelijk loket " ingevoegd;
2° in punt d) worden tussen de woorden " aangetekende brief " en de woorden " hiervan in kennis gesteld " de woorden " via het uniek gemeentelijk loket " ingevoegd.
1° in punt b) en c) worden tussen de woorden " gemachtigde ambtenaar " en de woorden " schriftelijk in kennis gesteld " de woorden " via het uniek gemeentelijk loket " ingevoegd;
2° in punt d) worden tussen de woorden " aangetekende brief " en de woorden " hiervan in kennis gesteld " de woorden " via het uniek gemeentelijk loket " ingevoegd.
Art. 8. A l'article 36, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° aux points b) et c) les mots " via le guichet unique communal " sont insérés après les mots " le fonctionnaire délégué cité sous a) ";
2° au point d) les mots " via le guichet unique communal " sont insérés entre les mots " est informé " et les mots " par lettre recommandée ".
1° aux points b) et c) les mots " via le guichet unique communal " sont insérés après les mots " le fonctionnaire délégué cité sous a) ";
2° au point d) les mots " via le guichet unique communal " sont insérés entre les mots " est informé " et les mots " par lettre recommandée ".
Art. 9. Artikel 36, 4°, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" 4° uitspraak :
Binnen een termijn van 105 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de brief, vermeld in artikel 36, 1°, d, doet het college van burgemeester en schepenen uitspraak over de milieuvergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 30. "
" 4° uitspraak :
Binnen een termijn van 105 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de brief, vermeld in artikel 36, 1°, d, doet het college van burgemeester en schepenen uitspraak over de milieuvergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 30. "
Art. 9. L'article 36, 4°, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" 4° décision :
Dans un délai de 105 jours calendaires à compter de la date de l'envoi de la lettre, visée à l'article 36, 1°, d, le collège des bourgmestre et échevins décide de la demande d'autorisation écologique conformément à l'article 30. "
" 4° décision :
Dans un délai de 105 jours calendaires à compter de la date de l'envoi de la lettre, visée à l'article 36, 1°, d, le collège des bourgmestre et échevins décide de la demande d'autorisation écologique conformément à l'article 30. "
Art. 10. In artikel 36, 6°, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " drie maanden " worden vervangen door de woorden " 105 kalenderdagen ";
2° de zinsnede " of, in voorkomend geval, bij het verstrijken van een overeenkomstig het besluit bedoeld in sub 4°, a) verlengde termijn, " wordt geschrapt.
1° de woorden " drie maanden " worden vervangen door de woorden " 105 kalenderdagen ";
2° de zinsnede " of, in voorkomend geval, bij het verstrijken van een overeenkomstig het besluit bedoeld in sub 4°, a) verlengde termijn, " wordt geschrapt.
Art. 10. A l'article 36, 6°, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " trois mois " sont remplacés par les mots " 105 jours calendaires ";
2° le membre de phrase " ou, le cas échéant, ou, le cas échéant, à l'expiration du délai prorogé conformément à la décision visé sous 4° " est supprimé.
1° les mots " trois mois " sont remplacés par les mots " 105 jours calendaires ";
2° le membre de phrase " ou, le cas échéant, ou, le cas échéant, à l'expiration du délai prorogé conformément à la décision visé sous 4° " est supprimé.
Art. 11. In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de woorden " in artikel 6, § 1, 2°, d) " en de woorden " de volgende bepalingen ", worden de woorden " voor een inrichting van klasse 1 " ingevoegd;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van de brief, vermeld in artikel 36, 1°, d), over vergunningsaanvragen, vermeld in artikel 6, § 1, 2°, d), voor een inrichting van klasse 2. Die termijn kan niet worden verlengd. "
1° tussen de woorden " in artikel 6, § 1, 2°, d) " en de woorden " de volgende bepalingen ", worden de woorden " voor een inrichting van klasse 1 " ingevoegd;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van de brief, vermeld in artikel 36, 1°, d), over vergunningsaanvragen, vermeld in artikel 6, § 1, 2°, d), voor een inrichting van klasse 2. Die termijn kan niet worden verlengd. "
Art. 11. A l'article 37, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " pour un établissement de classe 1 " sont insérés après les mots " les dispositions suivantes ";
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Le collège des bourgmestre et échevins statue dans un délai de deux mois de la date d'envoi de la lettre, visée à l'article 36, 1°, d), sur les demandes d'autorisation, visées à l'article 6, § 1er, 2°, d), pour un établissement de classe 2. Ce délai ne peut pas être prorogé. "
1° les mots " pour un établissement de classe 1 " sont insérés après les mots " les dispositions suivantes ";
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Le collège des bourgmestre et échevins statue dans un délai de deux mois de la date d'envoi de la lettre, visée à l'article 36, 1°, d), sur les demandes d'autorisation, visées à l'article 6, § 1er, 2°, d), pour un établissement de classe 2. Ce délai ne peut pas être prorogé. "
Art. 12. In artikel 38, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de woorden " drie maanden " vervangen door de woorden " 105 kalenderdagen ".
Art. 12. Dans l'article 38, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999, les mots " trois mois " sont remplacés par les mots " 105 jours calendaires ".
Art. 13. Aan artikel 42, § 2, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Indien het college van burgemeester en schepenen in eerste aanleg bevoegd is voor de overgenomen inrichting, wordt het meldingsformulier gericht aan het college en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van de gemeente waarin de percelen van de overgenomen inrichting liggen, of, indien de inrichting zich over het grondgebied van meer dan één gemeente uitstrekt, bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente waarin zich percelen bevinden waarop de overgenomen inrichting ligt, voor de respectieve gedeelten van de inrichting op hun ambtsgebied. "
" Indien het college van burgemeester en schepenen in eerste aanleg bevoegd is voor de overgenomen inrichting, wordt het meldingsformulier gericht aan het college en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van de gemeente waarin de percelen van de overgenomen inrichting liggen, of, indien de inrichting zich over het grondgebied van meer dan één gemeente uitstrekt, bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente waarin zich percelen bevinden waarop de overgenomen inrichting ligt, voor de respectieve gedeelten van de inrichting op hun ambtsgebied. "
Art. 13. L'article 42, § 2, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, est complété par l'article suivant :
" Si le collège des bourgmestre et échevins est compétent en première instance pour l'établissement repris, le formulaire de déclaration est adressé au collège et introduit auprès du guichet unique communal de la commune où les parcelles de l'établissement repris sont situées, ou, si l'établissement s'étend sur le territoire de plusieurs communes, auprès du guichet unique communal de chaque commune où les parcelles sur lesquelles l'établissement repris se trouve, sont situées, pour les parties respectives de l'établissement dans leur ressort. "
" Si le collège des bourgmestre et échevins est compétent en première instance pour l'établissement repris, le formulaire de déclaration est adressé au collège et introduit auprès du guichet unique communal de la commune où les parcelles de l'établissement repris sont situées, ou, si l'établissement s'étend sur le territoire de plusieurs communes, auprès du guichet unique communal de chaque commune où les parcelles sur lesquelles l'établissement repris se trouve, sont situées, pour les parties respectives de l'établissement dans leur ressort. "
Art. 14. Het opschrift van hoofdstuk XIV van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen : uniek gemeentelijk loket en koppeling. "
" Milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen : uniek gemeentelijk loket en koppeling. "
Art. 14. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre XIV est remplacé par l'intitulé suivant :
" Autorisations écologiques et urbanistiques : guichet unique communal et lien. "
" Autorisations écologiques et urbanistiques : guichet unique communal et lien. "
Art. 15. In hoofdstuk XIV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996 en 12 januari 1999, worden een artikel 55bis tot en met 55decies ingevoegd, die luiden als volgt :
" Art. 55bis. Een aanvraag van een milieuvergunning, vermeld in artikel 6, § 1, 2°, kan samengevoegd worden met een aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning indien voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8bis van het decreet.
De samengevoegde aanvragen worden aan het college van burgemeester en schepenen gericht en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van de gemeente waarin de percelen liggen waarop de exploitatie of de verandering van de inrichting plaatsvindt of gepland is.
Indien de inrichting zich over het grondgebied van meer dan één gemeente uitstrekt, worden de samengevoegde aanvragen ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente voor de gedeelten van de inrichting die binnen hun ambtsgebied liggen. Het aanvraagformulier bevat de gegevens van de volledige inrichting.
Art. 55ter. Voor samengevoegde aanvragen verloopt het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek als volgt :
1° het college van burgemeester en schepenen of de door het college daartoe gemachtigde ambtenaar van de gemeente onderzoekt of de samengevoegde aanvragen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8bis van het decreet;
2° indien de samengevoegde aanvragen niet voldoen aan voorwaarden, vermeld in punt 1°, wordt de aanvrager daarvan voor beide aanvragen samen en met een gewone brief via het uniek gemeentelijk loket door de daartoe gemachtigde gemeentelijk ambtenaar op de hoogte gebracht binnen een termijn van 14 kalenderdagen na de indiening van de samengevoegde aanvragen. De aanvraag van de milieuvergunning wordt vervolgens behandeld volgens de procedure, vermeld in artikel 36. De aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning wordt behandeld volgens de procedure, vermeld in artikel 4.7.12 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
3° indien de samengevoegde aanvragen aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° voldoen, wordt onderzocht of beide aanvragen volledig en ontvankelijk zijn. De milieuvergunningsaanvraag wordt onderzocht volgens de bepalingen, vermeld in artikel 36, 1°. De aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning wordt onderzocht volgens de bepalingen, vermeld in artikel 4.7.13 en 4.7.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Met uitzondering van het bericht van onontvankelijkheid, onvolledigheid, of ontvankelijkheid en volledigheid, dat voor beide aanvragen samen gebeurt en met een gewone brief naar de aanvrager wordt gestuurd via het uniek gemeentelijk loket;
4° indien de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning onontvankelijk of onvolledig is, wordt de behandeling van de milieuvergunningsaanvraag stopgezet. Indien de aanvraag van de milieuvergunning onontvankelijk of onvolledig is en niet tijdig werd aangevuld, wordt de behandeling van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning stopgezet. De stopzetting wordt meegedeeld in de brief, vermeld in punt 3.
Art. 55quater. De burgemeester of de daartoe gemachtigde ambtenaar, vermeld in artikel 55ter, 1°, zendt de dag van de verzending van het bericht van volledigheid en ontvankelijkheid, vermeld in artikel 55ter, 3°, een exemplaar van de samengevoegde aanvragen met de bijlagen met een verzoek om advies aan :
1° de dienst van de gemeente die met het onderzoek van milieudossiers is belast;
2° de dienst van de gemeente die met het onderzoek van stedenbouwkundige dossiers is belast;
3° de adviesverlenende overheidsorganen die overeenkomstig artikel 20, § 2, advies moeten verlenen;
4° de adviesverlenende overheidsorganen die met toepassing van artikel 4.7.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening advies moeten verlenen.
Art. 55quinquies. Indien voor beide samengevoegde aanvragen een advies ingewonnen moet worden bij hetzelfde adviesverlenende overheidsorgaan, wordt, conform artikel 8septies van het decreet, aan dat overheidsorgaan één gezamenlijke adviesvraag voorgelegd.
Art. 55sexies. Het adviesverlenende overheidsorgaan brengt de adviezen, vermeld in artikel 55quinquies gelijktijdig uit.
Art. 55septies. Indien beide samengevoegde aanvragen onderworpen moeten worden aan een openbaar onderzoek, wordt, conform artikel 8octies van het decreet, één gezamenlijk openbaar onderzoek georganiseerd volgens de bepalingen van artikel 17, § 1 en § 2, artikel 19 en artikel 19bis, met uitzondering evenwel van het bericht van bekendmaking dat wordt opgesteld volgens het model opgenomen in bijlage 8ter die bij dit besluit is gevoegd.
Indien alleen de aanvraag van een milieuvergunning onderworpen moet worden aan een openbaar onderzoek, wordt dit georganiseerd volgends de bepalingen van artikel 17, § 1 en § 2, artikel 19 en artikel 19bis.
Indien alleen de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning onderworpen moet worden aan een openbaar onderzoek, wordt dit georganiseerd volgens de bepalingen vervat in artikel 4.7.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 55octies. Binnen een termijn van 10 kalenderdagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek, zendt de burgemeester het dossier vermeld in artikel 19, aan de dienst van de gemeente die belast is met het onderzoek van milieuvergunningsaanvragen en aan de dienst belast met het onderzoek van de aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen.
Art. 55nonies. Het college van burgemeester en schepenen doet, conform artikel 8nonies van het decreet, op dezelfde dag uitspraak over de samengevoegde aanvragen binnen een termijn van 105 kalenderdagen vanaf de datum van verzending van de brief vermeld in artikel 36, 1°, d) .
De uitspraak over de aanvraag van de milieuvergunning gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 30 en 30bis. De uitspraak over de aanvraag van de stedenbouwkundige aanvraag gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 4.7.17, 4.7.18 en 4.7.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 55decies. De beslissingen over samengevoegde aanvragen worden samen bekendgemaakt.
De bekendmaking verloopt overeenkomstig artikel 31, § 2, met uitzondering evenwel van het bericht van bekendmaking dat wordt opgesteld volgens het model dat als bijlage 10ter bij dit besluit is gevoegd. "
" Art. 55bis. Een aanvraag van een milieuvergunning, vermeld in artikel 6, § 1, 2°, kan samengevoegd worden met een aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning indien voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8bis van het decreet.
De samengevoegde aanvragen worden aan het college van burgemeester en schepenen gericht en ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van de gemeente waarin de percelen liggen waarop de exploitatie of de verandering van de inrichting plaatsvindt of gepland is.
Indien de inrichting zich over het grondgebied van meer dan één gemeente uitstrekt, worden de samengevoegde aanvragen ingediend bij het uniek gemeentelijk loket van elke gemeente voor de gedeelten van de inrichting die binnen hun ambtsgebied liggen. Het aanvraagformulier bevat de gegevens van de volledige inrichting.
Art. 55ter. Voor samengevoegde aanvragen verloopt het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek als volgt :
1° het college van burgemeester en schepenen of de door het college daartoe gemachtigde ambtenaar van de gemeente onderzoekt of de samengevoegde aanvragen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8bis van het decreet;
2° indien de samengevoegde aanvragen niet voldoen aan voorwaarden, vermeld in punt 1°, wordt de aanvrager daarvan voor beide aanvragen samen en met een gewone brief via het uniek gemeentelijk loket door de daartoe gemachtigde gemeentelijk ambtenaar op de hoogte gebracht binnen een termijn van 14 kalenderdagen na de indiening van de samengevoegde aanvragen. De aanvraag van de milieuvergunning wordt vervolgens behandeld volgens de procedure, vermeld in artikel 36. De aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning wordt behandeld volgens de procedure, vermeld in artikel 4.7.12 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
3° indien de samengevoegde aanvragen aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° voldoen, wordt onderzocht of beide aanvragen volledig en ontvankelijk zijn. De milieuvergunningsaanvraag wordt onderzocht volgens de bepalingen, vermeld in artikel 36, 1°. De aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning wordt onderzocht volgens de bepalingen, vermeld in artikel 4.7.13 en 4.7.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Met uitzondering van het bericht van onontvankelijkheid, onvolledigheid, of ontvankelijkheid en volledigheid, dat voor beide aanvragen samen gebeurt en met een gewone brief naar de aanvrager wordt gestuurd via het uniek gemeentelijk loket;
4° indien de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning onontvankelijk of onvolledig is, wordt de behandeling van de milieuvergunningsaanvraag stopgezet. Indien de aanvraag van de milieuvergunning onontvankelijk of onvolledig is en niet tijdig werd aangevuld, wordt de behandeling van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning stopgezet. De stopzetting wordt meegedeeld in de brief, vermeld in punt 3.
Art. 55quater. De burgemeester of de daartoe gemachtigde ambtenaar, vermeld in artikel 55ter, 1°, zendt de dag van de verzending van het bericht van volledigheid en ontvankelijkheid, vermeld in artikel 55ter, 3°, een exemplaar van de samengevoegde aanvragen met de bijlagen met een verzoek om advies aan :
1° de dienst van de gemeente die met het onderzoek van milieudossiers is belast;
2° de dienst van de gemeente die met het onderzoek van stedenbouwkundige dossiers is belast;
3° de adviesverlenende overheidsorganen die overeenkomstig artikel 20, § 2, advies moeten verlenen;
4° de adviesverlenende overheidsorganen die met toepassing van artikel 4.7.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening advies moeten verlenen.
Art. 55quinquies. Indien voor beide samengevoegde aanvragen een advies ingewonnen moet worden bij hetzelfde adviesverlenende overheidsorgaan, wordt, conform artikel 8septies van het decreet, aan dat overheidsorgaan één gezamenlijke adviesvraag voorgelegd.
Art. 55sexies. Het adviesverlenende overheidsorgaan brengt de adviezen, vermeld in artikel 55quinquies gelijktijdig uit.
Art. 55septies. Indien beide samengevoegde aanvragen onderworpen moeten worden aan een openbaar onderzoek, wordt, conform artikel 8octies van het decreet, één gezamenlijk openbaar onderzoek georganiseerd volgens de bepalingen van artikel 17, § 1 en § 2, artikel 19 en artikel 19bis, met uitzondering evenwel van het bericht van bekendmaking dat wordt opgesteld volgens het model opgenomen in bijlage 8ter die bij dit besluit is gevoegd.
Indien alleen de aanvraag van een milieuvergunning onderworpen moet worden aan een openbaar onderzoek, wordt dit georganiseerd volgends de bepalingen van artikel 17, § 1 en § 2, artikel 19 en artikel 19bis.
Indien alleen de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning onderworpen moet worden aan een openbaar onderzoek, wordt dit georganiseerd volgens de bepalingen vervat in artikel 4.7.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 55octies. Binnen een termijn van 10 kalenderdagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek, zendt de burgemeester het dossier vermeld in artikel 19, aan de dienst van de gemeente die belast is met het onderzoek van milieuvergunningsaanvragen en aan de dienst belast met het onderzoek van de aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen.
Art. 55nonies. Het college van burgemeester en schepenen doet, conform artikel 8nonies van het decreet, op dezelfde dag uitspraak over de samengevoegde aanvragen binnen een termijn van 105 kalenderdagen vanaf de datum van verzending van de brief vermeld in artikel 36, 1°, d) .
De uitspraak over de aanvraag van de milieuvergunning gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 30 en 30bis. De uitspraak over de aanvraag van de stedenbouwkundige aanvraag gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 4.7.17, 4.7.18 en 4.7.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 55decies. De beslissingen over samengevoegde aanvragen worden samen bekendgemaakt.
De bekendmaking verloopt overeenkomstig artikel 31, § 2, met uitzondering evenwel van het bericht van bekendmaking dat wordt opgesteld volgens het model dat als bijlage 10ter bij dit besluit is gevoegd. "
Art. 15. Au chapitre XIV du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 octobre 1996 et 12 janvier 1999, il est inséré un article 55bis à 55decies inclus, rédigés comme suit :
" Art. 55bis. Une demande d'autorisation écologique, visée à l'article 6, § 1er, 2°, peut être jointe à une demande d'autorisation urbanistique s'il a été satisfait aux conditions, visées à l'article 8bis du décret.
Les demandes jointes sont adressées au collège des bourgmestre et échevins et sont introduites auprès du guichet unique communal de la commune où les parcelles sont situées sur lesquelles l'exploitation ou le changement de l'établissement a lieu ou est envisagé.
Si l'établissement s'étend au territoire de plusieurs communes, les demandes jointes sont introduites auprès du guichet unique communal de chaque commune pour les parties de l'établissement qui sont situées dans leur ressort. Le formulaire de demande comporte les données de l'établissement entier.
Art. 55ter. Pour les demandes jointes, l'examen de recevabilité et de complétude se déroule comme suit :
1° le collège des bourgmestre et échevins ou le fonctionnaire de la commune y autorisé à cet effet par le collège examine si les demandes jointes répondent aux conditions, visées à l'article 8bis du décret;
2° si les demandes jointes ne remplissent pas les conditions, visées au point 1°, le demandeur en est avisé pour les deux demandes par le biais du guichet unique communal par le fonctionnaire communal y autorisé à cet effet et par lettre ordinaire, dans les 14 jours calendaires de l'introduction des demandes jointes. La demande de l'autorisation écologique est traitée selon la procédure, visée à l'article 36. La demande de l'autorisation urbanistique est traitée selon la procédure, visée aux articles 4.7.12 et suivants du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
3° si les demandes jointes remplissent les conditions, visées au point 1°, on examine si les deux demandes sont complètes et recevables. La demande de l'autorisation écologique est examinée selon les dispositions, visées à l'article 36, 1°. La demande de l'autorisation urbanistique est examinée selon les dispositions visées aux articles 4.7.13 et 4.7.14 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. A l'exception de la notification d'irrecevabilité, incomplétude ou recevabilité et complétude, qui se fait pour les deux demandes et qui est envoyé par lettre ordinaire au demandeur par le biais du guichet unique communal;
4° si la demande de l'autorisation urbanistique est irrecevable ou incomplète, le traitement de la demande de l'autorisation écologique est arrêtée. Si la demande de l'autorisation écologique est irrecevable ou incomplète et si elle n'a pas été complétée à temps, le traitement de la demande de l'autorisation urbanistique est arrêté. La cessation est notifiée dans la lettre, visée au point 3.
Art. 55quater. Le bourgmestre ou le fonctionnaire délégué à cet effet, visé à l'article 55ter, 1°, envoie le jour de l'envoi de la notification de complétude et de recevabilité, visée à l'article 55ter, 3°, un exemplaire des demandes jointes avec les annexes avec une demande d'avis :
1° au service de la commune qui est chargée de l'examen des dossiers environnementaux;
2° au service de la commune qui est chargée de l'examen des dossiers urbanistiques;
3° les organes publics consultatifs qui doivent rendre avis conformément à l'article 20, § 2;
4° les organes publics consultatifs qui doivent rendre avis en application de l'article 4.7.16 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55quinquies. Si l'avis de la même instance consultative doit être recueilli concernant des deux demandes jointes, une demande d'avis est soumise à cette instance publique, conformément à l'article 8septies du décret.
Art. 55sexies. L'organe public consultatif émet les avis simultanément, visés à l'article 55quinquies.
Art. 55septies. Si les deux demandes jointes doivent être soumises à une enquête publique, une seule enquête publique est organisée conformément à l'article 8octies du décret, une enquête publique est organisée selon les dispositions des articles 17, §§ 1er et 2, 19 et 19bis, à l'exception de l'avis de notification qui est établi conformément au modèle repris à l'annexe 8ter joint au présent arrêté.
Si uniquement la demande d'une autorisation environnementale doit être soumise à une enquête publique, cette enquête est organisée selon les dispositions des articles 17, §§ 1er et 2, 19 et 19bis.
Si uniquement la demande de l'autorisation urbanistique doit être soumise à une enquête publique, cette enquête est organisée selon les dispositions de l'article 4.7.15 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55octies. Dans un délai de 10 jours calendaires de la clôture de l'enquête publique, le bourgmestre envoie le dossier visé à l'article 19, au service de la commune chargé de l'examen des demandes d'autorisations environnementales et au service chargé de l'examen des demandes d'autorisations urbanistiques.
Art. 55nonies. Conformément à l'article 8nonies du décret, le collège des bourgmestre et échevins décide le même jour des demandes jointes dans un délai de 105 jours calendaires de la date d'envoi de la lettre visée à l'article 36, 1°, d).
La décision sur la demande de l'autorisation environnementale se fait conformément aux dispositions des articles 30 et 30bis. La décision sur la demande de l'autorisation urbanistique se fait conformément aux dispositions des articles 4.7.17, 4.7.18 et 4.7.19 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55decies. Les décisions sur les demandes jointes sont publiées simultanément.
La publication se déroule conformément à l'article 31, § 2, à l'exception de l'avis de publication qui est établi conformément au modèle joint à l'annexe 10ter du présent arrêté. "
" Art. 55bis. Une demande d'autorisation écologique, visée à l'article 6, § 1er, 2°, peut être jointe à une demande d'autorisation urbanistique s'il a été satisfait aux conditions, visées à l'article 8bis du décret.
Les demandes jointes sont adressées au collège des bourgmestre et échevins et sont introduites auprès du guichet unique communal de la commune où les parcelles sont situées sur lesquelles l'exploitation ou le changement de l'établissement a lieu ou est envisagé.
Si l'établissement s'étend au territoire de plusieurs communes, les demandes jointes sont introduites auprès du guichet unique communal de chaque commune pour les parties de l'établissement qui sont situées dans leur ressort. Le formulaire de demande comporte les données de l'établissement entier.
Art. 55ter. Pour les demandes jointes, l'examen de recevabilité et de complétude se déroule comme suit :
1° le collège des bourgmestre et échevins ou le fonctionnaire de la commune y autorisé à cet effet par le collège examine si les demandes jointes répondent aux conditions, visées à l'article 8bis du décret;
2° si les demandes jointes ne remplissent pas les conditions, visées au point 1°, le demandeur en est avisé pour les deux demandes par le biais du guichet unique communal par le fonctionnaire communal y autorisé à cet effet et par lettre ordinaire, dans les 14 jours calendaires de l'introduction des demandes jointes. La demande de l'autorisation écologique est traitée selon la procédure, visée à l'article 36. La demande de l'autorisation urbanistique est traitée selon la procédure, visée aux articles 4.7.12 et suivants du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
3° si les demandes jointes remplissent les conditions, visées au point 1°, on examine si les deux demandes sont complètes et recevables. La demande de l'autorisation écologique est examinée selon les dispositions, visées à l'article 36, 1°. La demande de l'autorisation urbanistique est examinée selon les dispositions visées aux articles 4.7.13 et 4.7.14 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. A l'exception de la notification d'irrecevabilité, incomplétude ou recevabilité et complétude, qui se fait pour les deux demandes et qui est envoyé par lettre ordinaire au demandeur par le biais du guichet unique communal;
4° si la demande de l'autorisation urbanistique est irrecevable ou incomplète, le traitement de la demande de l'autorisation écologique est arrêtée. Si la demande de l'autorisation écologique est irrecevable ou incomplète et si elle n'a pas été complétée à temps, le traitement de la demande de l'autorisation urbanistique est arrêté. La cessation est notifiée dans la lettre, visée au point 3.
Art. 55quater. Le bourgmestre ou le fonctionnaire délégué à cet effet, visé à l'article 55ter, 1°, envoie le jour de l'envoi de la notification de complétude et de recevabilité, visée à l'article 55ter, 3°, un exemplaire des demandes jointes avec les annexes avec une demande d'avis :
1° au service de la commune qui est chargée de l'examen des dossiers environnementaux;
2° au service de la commune qui est chargée de l'examen des dossiers urbanistiques;
3° les organes publics consultatifs qui doivent rendre avis conformément à l'article 20, § 2;
4° les organes publics consultatifs qui doivent rendre avis en application de l'article 4.7.16 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55quinquies. Si l'avis de la même instance consultative doit être recueilli concernant des deux demandes jointes, une demande d'avis est soumise à cette instance publique, conformément à l'article 8septies du décret.
Art. 55sexies. L'organe public consultatif émet les avis simultanément, visés à l'article 55quinquies.
Art. 55septies. Si les deux demandes jointes doivent être soumises à une enquête publique, une seule enquête publique est organisée conformément à l'article 8octies du décret, une enquête publique est organisée selon les dispositions des articles 17, §§ 1er et 2, 19 et 19bis, à l'exception de l'avis de notification qui est établi conformément au modèle repris à l'annexe 8ter joint au présent arrêté.
Si uniquement la demande d'une autorisation environnementale doit être soumise à une enquête publique, cette enquête est organisée selon les dispositions des articles 17, §§ 1er et 2, 19 et 19bis.
Si uniquement la demande de l'autorisation urbanistique doit être soumise à une enquête publique, cette enquête est organisée selon les dispositions de l'article 4.7.15 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55octies. Dans un délai de 10 jours calendaires de la clôture de l'enquête publique, le bourgmestre envoie le dossier visé à l'article 19, au service de la commune chargé de l'examen des demandes d'autorisations environnementales et au service chargé de l'examen des demandes d'autorisations urbanistiques.
Art. 55nonies. Conformément à l'article 8nonies du décret, le collège des bourgmestre et échevins décide le même jour des demandes jointes dans un délai de 105 jours calendaires de la date d'envoi de la lettre visée à l'article 36, 1°, d).
La décision sur la demande de l'autorisation environnementale se fait conformément aux dispositions des articles 30 et 30bis. La décision sur la demande de l'autorisation urbanistique se fait conformément aux dispositions des articles 4.7.17, 4.7.18 et 4.7.19 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Art. 55decies. Les décisions sur les demandes jointes sont publiées simultanément.
La publication se déroule conformément à l'article 31, § 2, à l'exception de l'avis de publication qui est établi conformément au modèle joint à l'annexe 10ter du présent arrêté. "
Art. 16. Artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996, wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 56 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 octobre 1996, est abrogé.
Art. 17. In artikel 57 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste paragraaf, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996, wordt opgeheven;
2° in de tweede paragraaf, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de woorden " Het in het eerste lid bedoelde verval van de bouwvergunning " vervangen door de woorden " Het in artikel 5, § 1, derde lid van het decreet bedoelde verval van de bouwvergunning ".
1° de eerste paragraaf, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996, wordt opgeheven;
2° in de tweede paragraaf, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, worden de woorden " Het in het eerste lid bedoelde verval van de bouwvergunning " vervangen door de woorden " Het in artikel 5, § 1, derde lid van het decreet bedoelde verval van de bouwvergunning ".
Art. 17. A l'article 57 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier paragraphe, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 octobre 1996, est abrogé;
2° dans le deuxième paragraphe, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999 les mots " La caducité du permis de bâtir visée au premier alinéa " sont remplacés par les mots " La caducité du permis de bâtir visée à l'article 5, § 1er, troisième alinéa du décret ".
1° le premier paragraphe, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 octobre 1996, est abrogé;
2° dans le deuxième paragraphe, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999 les mots " La caducité du permis de bâtir visée au premier alinéa " sont remplacés par les mots " La caducité du permis de bâtir visée à l'article 5, § 1er, troisième alinéa du décret ".
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een bijlage 8ter ingevoegd, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 18. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe 8ter, jointe comme annexe 1re au présent arrêté.
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een bijlage 10ter ingevoegd, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe 10ter, jointe comme annexe 2 au présent arrêté.
Art. 20. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning met het oog op de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning, wordt ingetrokken.
Art. 20. L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique, est retiré.
Art. 21. De volgende regelingen treden in werking op 1 januari 2010 :
1° [1 artikel 3 tot en met 7]1 van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning tot afstemming van de aanvraagprocedures van de stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning en het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet;
2° artikel 4.7.3 tot en met 4.7.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
3° dit besluit.
1° [1 artikel 3 tot en met 7]1 van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning tot afstemming van de aanvraagprocedures van de stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning en het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet;
2° artikel 4.7.3 tot en met 4.7.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
3° dit besluit.
Modifications
Art. 21. Les réglementations suivantes entrent en vigueur le 1er janvier 2010 :
1° les [1 articles 3 à 7 compris]1 du décret du 27 mars 2009 modifiant le décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser les procédures de demande de l'autorisation urbanistique et de l'autorisation écologique, et le décret du 22 décembre 2006 établissant des exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur de bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique et modifiant l'article 22 du décret REG;
2° les articles 4.7.3 à 4.7.11 inclus du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
3° le présent arrêté.
1° les [1 articles 3 à 7 compris]1 du décret du 27 mars 2009 modifiant le décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser les procédures de demande de l'autorisation urbanistique et de l'autorisation écologique, et le décret du 22 décembre 2006 établissant des exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur de bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique et modifiant l'article 22 du décret REG;
2° les articles 4.7.3 à 4.7.11 inclus du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
3° le présent arrêté.
Modifications
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en de Vlaamse minster, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
Art. 22. La Ministre flamande ayant l'environnement dans ses attributions et le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bijlage 8ter. Bekendmaking van een aanvraag van een milieuvergunning en een stedenbouwkundige vergunning en van het openbaar onderzoek
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-10-2009, p. 69888-69890)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning inzake de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning.
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-10-2009, p. 69888-69890)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning inzake de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning.
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
Art. N1. Annexe 1re. - Annexe 8ter. Publication d'une demande d'une autorisation écologique et d'une autorisation urbanistique et de l'enquête publique
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-10-2009, p. 69898-69900)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique.
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-10-2009, p. 69898-69900)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique.
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Art. N2. Bijlage 2. - Bijlage 10ter. Bekendmaking van de beslissingen over een aanvraag van een milieuvergunning en een stedenbouwkundige vergunning
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-10-2009, p. 69891-69894)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning inzake de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning.
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-10-2009, p. 69891-69894)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning inzake de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning.
Brussel, 18 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
Art. N2. Annexe 2. - Annexe 10ter. Publication des décisions relatives à une demande d'une autorisation écologique et d'une autorisation urbanistique
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-10-2009, p. 69901-69904)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique.
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-10-2009, p. 69901-69904)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique visant à harmoniser la concordance de la procédure de l'autorisation écologique avec la procédure de l'autorisation urbanistique.
Bruxelles, le 18 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE