Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° busbegeleider : de persoon die door de school belast is met de begeleiding op de bus van leerlingen tijdens het zonale leerlingenvervoer;
2° busbegeleiding : de begeleiding op de bus van leerlingen tijdens het zonale leerlingenvervoer, in overeenstemming met de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van een Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer;
3° leerlingenvervoer : het collectieve vervoer van leerlingen van thuis naar school en omgekeerd, met een voertuig van meer dan zeven zitplaatsen, de chauffeur inbegrepen;
4° school : gefinancierde of gesubsidieerde school voor basisonderwijs of secundair onderwijs;
5° werkdagen : elke maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 MEI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de zonale busbegeleiding(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-09-2009 en tekstbijwerking tot 24-10-2025)
Titre
29 MAI 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la subvention de l'accompagnement du transport scolaire zonal(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-09-2009 et mise à jour au 24-10-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° accompagnateur de bus : la personne chargée par l'école de l'accompagnement sur le bus d'élèves pendant le transport scolaire zonal;
2° accompagnement du transport scolaire : l'accompagnement sur le bus d'élèves pendant le transport scolaire zonal, conformément à la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire;
3° transport scolaire : le transport collectif d'élèves entre leur résidence et l'école et inversement, au moyen d'un véhicule comprenant plus de sept places assises, le siège du conducteur compris;
4° école : école d'enseignement fondamental ou secondaire financée ou subventionnée;
5° jours ouvrables : le lundi, mardi, mercredi, jeudi et vendredi.
1° accompagnateur de bus : la personne chargée par l'école de l'accompagnement sur le bus d'élèves pendant le transport scolaire zonal;
2° accompagnement du transport scolaire : l'accompagnement sur le bus d'élèves pendant le transport scolaire zonal, conformément à la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire;
3° transport scolaire : le transport collectif d'élèves entre leur résidence et l'école et inversement, au moyen d'un véhicule comprenant plus de sept places assises, le siège du conducteur compris;
4° école : école d'enseignement fondamental ou secondaire financée ou subventionnée;
5° jours ouvrables : le lundi, mardi, mercredi, jeudi et vendredi.
HOOFDSTUK II. - Berekening van de toelage
CHAPITRE II. - Montant de l'allocation
Art. 2. De scholen ontvangen van de Vlaamse Regering elk schooljaar een toelage voor de organisatie van de busbegeleiding.[1 De toelage, vermeld in artikel 3 en 3/1, wordt berekend]1 op basis van een bruto-uurloon van 10,61 euro en de arbeidsduur die opgenomen is in de arbeidsovereenkomst van de busbegeleider.
Modifications
Art. 2. Chaque année scolaire les écoles perçoivent une allocation de la part du Gouvernement flamand pour l'organisation de l'accompagnement du transport scolaire.[1 L'allocation visée à l'article 3 et 3/1, est calculée ]1 sur la base d'un salaire horaire brut de 10,61 euros et la durée du travail stipulée dans le contrat de travail de l'accompagnateur de bus.
Modifications
Art. 3. § 1. De toelage, vermeld in artikel 2, is afhankelijk van het net waartoe de school behoort.
§ 2. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het gemeenschapsonderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn [1 ...]1.
5° EJT : de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het Meesters- Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK : het vakantiegeld dat gelijk is aan 15,38 procent, van het product van 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het gemeenschapsonderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 2, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
§ 3. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het officieel gesubsidieerd onderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn;
5° EJT : de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het Meesters-Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK : het vakantiegeld dat gelijk is aan 15,38 procent van het product van 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het officieel gesubsidieerd onderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag [1 ...]1 overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van deze ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en [1 tweede lid]1. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 3, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
§ 4. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het vrij gesubsidieerd onderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + EJT x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 201,4 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 201,4, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, aangevuld met deze voor het dubbel vakantiegeld, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn;
5° EJT : de eindejaarstoelage zoals die berekend wordt voor het Meesters-Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het vrij gesubsidieerd onderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 201,4 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 201,4, gedeeld door 5.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van deze ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 4, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 201,4.
§ 2. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het gemeenschapsonderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn [1 ...]1.
5° EJT : de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het Meesters- Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK : het vakantiegeld dat gelijk is aan 15,38 procent, van het product van 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het gemeenschapsonderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 2, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
§ 3. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het officieel gesubsidieerd onderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn;
5° EJT : de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het Meesters-Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK : het vakantiegeld dat gelijk is aan 15,38 procent van het product van 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het officieel gesubsidieerd onderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag [1 ...]1 overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 217, gedeeld door 5;
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van deze ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en [1 tweede lid]1. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 3, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
§ 4. De toelage, vermeld in artikel 2, voor RSZ-plichtige busbegeleiders op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen die behoren tot het vrij gesubsidieerd onderwijs berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD x PL + EJT x PL, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 201,4 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 201,4, gedeeld door 5;
4° PL : de verplichte patronale bijdragen die op hen van toepassing zijn, aangevuld met deze voor het dubbel vakantiegeld, waarbij er meer dan tien contractuele werknemers zijn;
5° EJT : de eindejaarstoelage zoals die berekend wordt voor het Meesters-Vak- en Dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders op ritten die door het vrij gesubsidieerd onderwijs georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar en die overeenkomstig artikel 19, § 2, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vrijgesteld zijn van patronale bijdragen, wordt berekend aan de hand van de volgende formule : BB x UD x BD, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD : het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig zijn arbeidsovereenkomst presteert;
3° BD : het aantal betoelaagde dagen, dat gelijk is aan 201,4 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal betoelaagde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en 201,4, gedeeld door 5.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van deze ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het aantal betoelaagde dagen na toepassing van artikel 3, § 4, eerste en tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 201,4.
Modifications
Art. 3. § 1er. Le montant de l'allocation, visée à l'article 2, dépend du réseau auquel l'école ressortit.
§ 2. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement communautaire, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels[1 ...]1;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
6° VAK étant le pécule de vacances qui égale 15,38 pour cent du produit obtenu par la multiplication de 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement communautaire à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'Arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 2, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
§ 3. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement officiel subventionné, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
6° VAK étant le pécule de vacances qui égale 15,38 pour cent du produit obtenu par la multiplication de 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement officiel subventionné à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 3, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
§ 4. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement libre subventionné, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + EJT x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 201,4 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 201,4, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels, complétées du double pécule de vacances;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement libre subventionné à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'Arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 201,4 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 201,4, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 4, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 201,4.
§ 2. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement communautaire, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels[1 ...]1;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
6° VAK étant le pécule de vacances qui égale 15,38 pour cent du produit obtenu par la multiplication de 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement communautaire à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'Arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 2, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
§ 3. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement officiel subventionné, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
6° VAK étant le pécule de vacances qui égale 15,38 pour cent du produit obtenu par la multiplication de 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement officiel subventionné à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 3, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
§ 4. Pour les écoles ressortissant à l'enseignement libre subventionné, le montant de l'allocation, visée à l'article 2, pour les accompagnateurs de bus assujettis à l'ONSS, sur des trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD x PL + EJT x PL,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 201,4 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 201,4, divisé par 5;
4° PL étant les cotisations patronales obligatoires s'appliquant aux employeurs employant plus de dix travailleurs contractuels, complétées du double pécule de vacances;
5° EJT étant l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire;
Le montant de l'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus sur des trajets organisés par l'enseignement libre subventionné à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire et qui est exempte de cotisations patronales conformément à l'article 19, § 2, 9° de l'Arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est calculé selon la formule suivante : BB x UD x BD,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° UD étant le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément à son contrat de travail;
3° BD étant le nombre de jours subventionnés, égalant 201,4 lorsque l'accompagnateur travaille cinq jours scolaires par semaine. Lorsque l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 201,4, divisé par 5;
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées aux alinéas premier et deux. Par dérogation aux alinéas premier et deux, le nombre de jours subventionnés après application de l'article 3, § 4, alinéas premier et deux, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 201,4.
Modifications
Art.3/1. [1 De toelage voor busbegeleiders met een flexi-jobarbeidsovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij:
1° BB: het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig de flexi-jobarbeidsovereenkomst presteert;
3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt, en 217, gedeeld door vijf;
4° PL: de verplichte werkgeversbijdragen die op flexi-jobwerknemers van toepassing zijn;
5° EJT: de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK: het vakantiegeld dat gelijk is aan 7,67% van het product van de factoren, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het eerste lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217. ]1
1° BB: het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig de flexi-jobarbeidsovereenkomst presteert;
3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt, en 217, gedeeld door vijf;
4° PL: de verplichte werkgeversbijdragen die op flexi-jobwerknemers van toepassing zijn;
5° EJT: de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
6° VAK: het vakantiegeld dat gelijk is aan 7,67% van het product van de factoren, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het eerste lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217. ]1
Art. 3/1. [1 L'allocation pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail " flexi-job " sur les trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire est calculée pour les écoles, quel que soit le réseau, à l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, où :
1° BB : le salaire horaire brut de base en 2008 visé à l'article 2 ;
2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au contrat de travail " flexi-job " ;
3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5 ;
4° PL : les cotisations patronales obligatoires applicables aux travailleurs exerçant un flexi-job ;
5° EJT : l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire ;
6° VAK : le pécule de vacances qui égale 7,67 % du produit des facteurs visés aux points 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 1er, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217. ]1
1° BB : le salaire horaire brut de base en 2008 visé à l'article 2 ;
2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au contrat de travail " flexi-job " ;
3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5 ;
4° PL : les cotisations patronales obligatoires applicables aux travailleurs exerçant un flexi-job ;
5° EJT : l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maîtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire ;
6° VAK : le pécule de vacances qui égale 7,67 % du produit des facteurs visés aux points 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 1er, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217. ]1
Modifications
Art.3/2. [1 In dit artikel wordt verstaan onder:
1° prestatiedagen: werkdagen in de periode van september tot en met juni, met uitzondering van de werkdagen die tijdens de korte schoolvakanties en op wettelijke feestdagen vallen;
2° korte schoolvakanties:
a) de herfstvakantie, vermeld in artikel 7, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
b) de kerstvakantie, vermeld in artikel 7, 2°, van het voormelde besluit;
c) de krokusvakantie, vermeld in artikel 7, 3°, van het voormelde besluit;
d) de paasvakantie, vermeld in artikel 7, 4°, van het voormelde besluit;
e) de dag na Hemelvaartsdag.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders met een PWA-arbeidsovereenkomst of wijk-werkovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD, waarbij:
1° BB: de aanschafprijs van de PWA- of wijk-werkcheques die de school gebruikt om de busbegeleider te vergoeden;
2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig het prestatieformulier presteert;
3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan alle prestatiedagen van het lopende schooljaar als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en alle prestatiedagen van het lopende schooljaar, gedeeld door vijf.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal prestatiedagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door alle prestatiedagen van het lopende schooljaar." ]1
1° prestatiedagen: werkdagen in de periode van september tot en met juni, met uitzondering van de werkdagen die tijdens de korte schoolvakanties en op wettelijke feestdagen vallen;
2° korte schoolvakanties:
a) de herfstvakantie, vermeld in artikel 7, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
b) de kerstvakantie, vermeld in artikel 7, 2°, van het voormelde besluit;
c) de krokusvakantie, vermeld in artikel 7, 3°, van het voormelde besluit;
d) de paasvakantie, vermeld in artikel 7, 4°, van het voormelde besluit;
e) de dag na Hemelvaartsdag.
De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders met een PWA-arbeidsovereenkomst of wijk-werkovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD, waarbij:
1° BB: de aanschafprijs van de PWA- of wijk-werkcheques die de school gebruikt om de busbegeleider te vergoeden;
2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig het prestatieformulier presteert;
3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan alle prestatiedagen van het lopende schooljaar als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en alle prestatiedagen van het lopende schooljaar, gedeeld door vijf.
Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal prestatiedagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door alle prestatiedagen van het lopende schooljaar." ]1
Art. 3/2. [1 Dans le présent article, on entend par :
1° jours de prestation : jours ouvrables au cours de la période comprise entre septembre et juin, à l'exception de ceux tombant pendant les vacances scolaires courtes et les jours fériés légaux ;
2° vacances scolaires courtes :
a) les vacances d'automne visées à l'article 7, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
b) les vacances de Noël, visées à l'article 7, 2°, de l'arrêté précité ;
c) les vacances de carnaval, visées à l'article 7, 3°, de l'arrêté précité ;
d) les vacances de Pâques, visées à l'article 7, 4°, de l'arrêté précité ;
e) le lendemain de l'Ascension.
L'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail ALE ou une convention de travail de proximité pour les trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire est calculée pour les écoles, quel que soit le réseau, à l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD, où :
1° BB : le prix d'achat des chèques ALE ou des chèques-travail de proximité utilisés par l'école pour rémunérer l'accompagnateur de bus ;
2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au formulaire de prestations ;
3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours si l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours, divisé par cinq.
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 2, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours prestés compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours. ]1
1° jours de prestation : jours ouvrables au cours de la période comprise entre septembre et juin, à l'exception de ceux tombant pendant les vacances scolaires courtes et les jours fériés légaux ;
2° vacances scolaires courtes :
a) les vacances d'automne visées à l'article 7, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
b) les vacances de Noël, visées à l'article 7, 2°, de l'arrêté précité ;
c) les vacances de carnaval, visées à l'article 7, 3°, de l'arrêté précité ;
d) les vacances de Pâques, visées à l'article 7, 4°, de l'arrêté précité ;
e) le lendemain de l'Ascension.
L'allocation visée à l'article 2 pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail ALE ou une convention de travail de proximité pour les trajets organisés à partir du premier jour scolaire de l'année scolaire est calculée pour les écoles, quel que soit le réseau, à l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD, où :
1° BB : le prix d'achat des chèques ALE ou des chèques-travail de proximité utilisés par l'école pour rémunérer l'accompagnateur de bus ;
2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au formulaire de prestations ;
3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours si l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours, divisé par cinq.
Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'après le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 2, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours prestés compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours. ]1
Art. 4. Het bruto-uurloon, vermeld in artikel 2, wordt vanaf begrotingsjaar 2009 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de volgende formule : BB x Ln/L08, waarbij :
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° Ln/L08 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten in de maand september van het schooljaar in kwestie en de index van de eenheidsloonkosten in de maand september van het kalenderjaar 2008.
1° BB : het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
2° Ln/L08 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten in de maand september van het schooljaar in kwestie en de index van de eenheidsloonkosten in de maand september van het kalenderjaar 2008.
Art. 4. Le salaire horaire brut, visé à l'article 2, est indexé annuellement à partir de l'année budgétaire 2009 selon la formule suivante : BB x Ln/L08,
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° Ln/L08 étant la relation entre l'indice estimé du coût salarial unitaire au mois de septembre de l'année scolaire concernée et l'indice du coût salarial unitaire au mois de septembre de l'année calendaire 2008.
1° BB étant le salaire horaire brut de base de 2008, visé à l'article 2;
2° Ln/L08 étant la relation entre l'indice estimé du coût salarial unitaire au mois de septembre de l'année scolaire concernée et l'indice du coût salarial unitaire au mois de septembre de l'année calendaire 2008.
HOOFDSTUK III. - Toekenning van de toelage
CHAPITRE III. - Octroi de l'allocation
Art. 5. De toelage, vermeld in artikel 3, [1 ]1 wordt uitbetaald in maximaal vier schijven :
1° een voorschot in september, dat gelijk is aan veertig procent van de toelage die de school het voorgaande schooljaar voor de busbegeleiding heeft ontvangen, vermeerderd met de index als vermeld in artikel 4.
2° eventueel een aanvullend voorschot dat op verzoek van de school uitbetaald kan worden van september tot december, als na voorlegging van de nodige stukken blijkt dat er in het schooljaar in kwestie meer ritten voor leerlingenvervoer georganiseerd worden dan in het voorgaande schooljaar. Dat aanvullende voorschot is gelijk aan de toelage waarop de school voor die extra ritten in het schooljaar in kwestie recht heeft voor de periode tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 1 januari van het schooljaar in kwestie;
3° een saldo vanaf de eerste werkdag van januari en uiterlijk op 1 maart van het schooljaar in kwestie, waarbij het resterende bedrag waarop de school voor het volledige schooljaar overeenkomstig artikel 3 [1 3/1 en 3/2,]1 recht op heeft, uitbetaald wordt;
4° eventueel een aanvullend saldo dat binnen de vier maanden na het verzoek van de school en na de voorlegging van de nodige stukken uitbetaald wordt, als blijkt dat de scholen extra ritten voor leerlingenvervoer organiseren waarvoor ze in het saldo nog geen toelage hebben ontvangen.
1° een voorschot in september, dat gelijk is aan veertig procent van de toelage die de school het voorgaande schooljaar voor de busbegeleiding heeft ontvangen, vermeerderd met de index als vermeld in artikel 4.
2° eventueel een aanvullend voorschot dat op verzoek van de school uitbetaald kan worden van september tot december, als na voorlegging van de nodige stukken blijkt dat er in het schooljaar in kwestie meer ritten voor leerlingenvervoer georganiseerd worden dan in het voorgaande schooljaar. Dat aanvullende voorschot is gelijk aan de toelage waarop de school voor die extra ritten in het schooljaar in kwestie recht heeft voor de periode tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 1 januari van het schooljaar in kwestie;
3° een saldo vanaf de eerste werkdag van januari en uiterlijk op 1 maart van het schooljaar in kwestie, waarbij het resterende bedrag waarop de school voor het volledige schooljaar overeenkomstig artikel 3 [1 3/1 en 3/2,]1 recht op heeft, uitbetaald wordt;
4° eventueel een aanvullend saldo dat binnen de vier maanden na het verzoek van de school en na de voorlegging van de nodige stukken uitbetaald wordt, als blijkt dat de scholen extra ritten voor leerlingenvervoer organiseren waarvoor ze in het saldo nog geen toelage hebben ontvangen.
Modifications
Art. 5. L'allocation visée à l'article 3 [1 , 3/1 et 3/2, "]1 est payée par quatre tranches au maximum :
1° une avance en septembre, égale à quarante pour cent de l'allocation perçue par l'école au titre de l'accompagnement du transport scolaire au cours de l'année scolaire précédente, majorée de l'indice visé à l'article 4.
2° une avance complémentaire éventuelle qui peut être versée sur la demande de l'école de septembre à décembre lorsqu'il s'avère des pièces requises que plus de trajets dans le cadre du transport scolaire sont organisés dans l'année scolaire concernée qu'en comparaison de l'année scolaire précédente. Le montant de cette avance complémentaire est égal au montant auquel l'école a droit pour ces trajets supplémentaires dans l'année scolaire concernée pour la période comprise entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 1er janvier de l'année scolaire concernée;
3° un solde à payer à partir du premier jour ouvrable de janvier jusqu'au 1er mars au plus tard de l'année scolaire concernée, égal au montant restant auquel l'école a droit [1 pour l'année scolaire entière, conformément à l'article 3, 3/1 et 3/2 ]1;
4° un solde complémentaire éventuel à payer endéans les quatre mois après que l'école en a fait la demande et sur présentation des pièces requises, lorsqu'il s'avère que les écoles organisent des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire pour lesquels l'allocation n'était pas comprise dans le solde.
1° une avance en septembre, égale à quarante pour cent de l'allocation perçue par l'école au titre de l'accompagnement du transport scolaire au cours de l'année scolaire précédente, majorée de l'indice visé à l'article 4.
2° une avance complémentaire éventuelle qui peut être versée sur la demande de l'école de septembre à décembre lorsqu'il s'avère des pièces requises que plus de trajets dans le cadre du transport scolaire sont organisés dans l'année scolaire concernée qu'en comparaison de l'année scolaire précédente. Le montant de cette avance complémentaire est égal au montant auquel l'école a droit pour ces trajets supplémentaires dans l'année scolaire concernée pour la période comprise entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 1er janvier de l'année scolaire concernée;
3° un solde à payer à partir du premier jour ouvrable de janvier jusqu'au 1er mars au plus tard de l'année scolaire concernée, égal au montant restant auquel l'école a droit [1 pour l'année scolaire entière, conformément à l'article 3, 3/1 et 3/2 ]1;
4° un solde complémentaire éventuel à payer endéans les quatre mois après que l'école en a fait la demande et sur présentation des pièces requises, lorsqu'il s'avère que les écoles organisent des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire pour lesquels l'allocation n'était pas comprise dans le solde.
Modifications
Art. 6. Het aanvullende voorschot, het saldo en het aanvullende saldo, vermeld in artikel 5, kunnen pas worden uitbetaald nadat de school hiervoor de nodige stukken en informatie heeft bezorgd, via de aanvraagformulieren die het Ministerie van Onderwijs en Vorming heeft bekendgemaakt.
Het voorschot, vermeld in artikel 5, 1°, wordt toegekend zonder dat de school daarvoor een aanvraag hoeft in te dienen.
Om recht te hebben op het saldo, vermeld in artikel 5, 3°, moet de school haar aanvraag uiterlijk 31 december van het schooljaar in kwestie indienen. [1 ...]1
Om recht te hebben op het aanvullende voorschot en het aanvullende saldo, vermeld in artikel 5, 2° en 4°, dient de school haar aanvraag in uiterlijk vier maanden na de start van de organisatie van de extra ritten.[1 ...]1
Het voorschot, vermeld in artikel 5, 1°, wordt toegekend zonder dat de school daarvoor een aanvraag hoeft in te dienen.
Om recht te hebben op het saldo, vermeld in artikel 5, 3°, moet de school haar aanvraag uiterlijk 31 december van het schooljaar in kwestie indienen. [1 ...]1
Om recht te hebben op het aanvullende voorschot en het aanvullende saldo, vermeld in artikel 5, 2° en 4°, dient de school haar aanvraag in uiterlijk vier maanden na de start van de organisatie van de extra ritten.[1 ...]1
Modifications
Art. 6. L'avance complémentaire, le solde et le solde complémentaire, visés à l'article 5,,ne peuvent être versés qu'après la transmission par l'école des pièces et de l'information requises au moyen des formulaires de demande publiés par le "Ministerie van Onderwijs en Vorming" (Ministère de l'Enseignement et de la Formation).
L'avance visée à l'article 5, 1° est octroyée sans qu'il y ait besoin que l'école en fasse une demande.
Pour avoir droit au solde visé à l'article 5, 3°, l'école doit introduire sa demande le 31 décembre de l'année scolaire concernée au plus tard. [1 ...]1
Pour avoir droit à l'avance complémentaire et au solde complémentaire visés à l'article 5, 2° et 4°, l'école en introduit la demande endéans les quatre mois suivant le début de l'organisation des trajets supplémentaires. [1 ...]1
L'avance visée à l'article 5, 1° est octroyée sans qu'il y ait besoin que l'école en fasse une demande.
Pour avoir droit au solde visé à l'article 5, 3°, l'école doit introduire sa demande le 31 décembre de l'année scolaire concernée au plus tard. [1 ...]1
Pour avoir droit à l'avance complémentaire et au solde complémentaire visés à l'article 5, 2° et 4°, l'école en introduit la demande endéans les quatre mois suivant le début de l'organisation des trajets supplémentaires. [1 ...]1
Modifications
Art. 7. De scholen ontvangen de toelage, vermeld in artikel 2 en 3, van de Vlaamse Gemeenschap, op voorwaarde dat :
1° voor het gesubsidieerd vrij onderwijs in het Paritair Comité 152 een akkoord werd bereikt;
2° voor het gesubsidieerd officieel onderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor het geheel van het gesubsidieerd officieel onderwijs dezelfde inhoud heeft;
3° voor het gemeenschapsonderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor alle scholengroepen dezelfde inhoud heeft.
De akkoorden, vermeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op :
1° de aanbieding van een arbeidsovereenkomst aan alle busbegeleiders met een gemiddeld bruto uurloon dat minimaal gelijk is aan het geïndexeerde bruto uurloon, zoals vermeld in artikel 2 en 4, en - voor zo ver en in de mate dat de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie niet tegemoetkomt - waarbij de busbegeleiders van september tot juni doorbetaald worden tijdens de schoolvakanties en de vakantiedagen die de school zelf bepaalt, alsook tijdens de dagen waarop de school voorziet in een alternatief lessenpakket zodat er geen leerlingenvervoer nodig is;
2° de toekenning van een eindejaarstoelage, voor zover het loon van de busbegeleider onderworpen is aan patronale bijdragen.
1° voor het gesubsidieerd vrij onderwijs in het Paritair Comité 152 een akkoord werd bereikt;
2° voor het gesubsidieerd officieel onderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor het geheel van het gesubsidieerd officieel onderwijs dezelfde inhoud heeft;
3° voor het gemeenschapsonderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor alle scholengroepen dezelfde inhoud heeft.
De akkoorden, vermeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op :
1° de aanbieding van een arbeidsovereenkomst aan alle busbegeleiders met een gemiddeld bruto uurloon dat minimaal gelijk is aan het geïndexeerde bruto uurloon, zoals vermeld in artikel 2 en 4, en - voor zo ver en in de mate dat de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie niet tegemoetkomt - waarbij de busbegeleiders van september tot juni doorbetaald worden tijdens de schoolvakanties en de vakantiedagen die de school zelf bepaalt, alsook tijdens de dagen waarop de school voorziet in een alternatief lessenpakket zodat er geen leerlingenvervoer nodig is;
2° de toekenning van een eindejaarstoelage, voor zover het loon van de busbegeleider onderworpen is aan patronale bijdragen.
Art. 7. Les écoles perçoivent l'allocation visée aux articles 2 et 3, de la part de la Communauté flamande, à condition qu' :
1° un accord ait été conclu pour l'enseignement libre subventionné au sein du Comité paritaire 152;
2° un accord en la matière ait été conclu pour l'enseignement officiel subventionné, dont le contenu est le même pour l'ensemble de l'enseignement officiel subventionné;
3° un accord en la matière ait été conclu pour l'enseignement communautaire, dont le contenu est le même pour tous les groupes d'écoles.
Les accords visés à l'alinéa premier doivent en tout cas traiter de :
1° l'offre d'un contrat de travail à tous les accompagnateurs de bus, pourvoyant à un salaire horaire brut moyen égalant au minimum le salaire horaire brut indexé visé aux articles 2 et 4 et - pour autant que et dans la mesure où l'Office National des Vacances Annuelles n'intervient pas - pourvoyant à un paiement continué des accompagnateurs de bus de septembre à juin pendant les vacances scolaires et les jours de vacances que l'école détermine elle-même, de même que pour les jours pendant lesquels l'école prévoit une offre alternative de cours, ne nécessitant pas de transport scolaire.
2° l'octroi d'une allocation de fin d'année, pour autant que le salaire de l'accompagnateur de bus est assujetti aux cotisations patronales.
1° un accord ait été conclu pour l'enseignement libre subventionné au sein du Comité paritaire 152;
2° un accord en la matière ait été conclu pour l'enseignement officiel subventionné, dont le contenu est le même pour l'ensemble de l'enseignement officiel subventionné;
3° un accord en la matière ait été conclu pour l'enseignement communautaire, dont le contenu est le même pour tous les groupes d'écoles.
Les accords visés à l'alinéa premier doivent en tout cas traiter de :
1° l'offre d'un contrat de travail à tous les accompagnateurs de bus, pourvoyant à un salaire horaire brut moyen égalant au minimum le salaire horaire brut indexé visé aux articles 2 et 4 et - pour autant que et dans la mesure où l'Office National des Vacances Annuelles n'intervient pas - pourvoyant à un paiement continué des accompagnateurs de bus de septembre à juin pendant les vacances scolaires et les jours de vacances que l'école détermine elle-même, de même que pour les jours pendant lesquels l'école prévoit une offre alternative de cours, ne nécessitant pas de transport scolaire.
2° l'octroi d'une allocation de fin d'année, pour autant que le salaire de l'accompagnateur de bus est assujetti aux cotisations patronales.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 8. In afwijking van artikel 5 worden de toelagen die voorafgaand aan de publicatie van onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad voor het schooljaar 2008-2009 uitbetaald werden voor de organisatie van de zonale busbegeleiding, beschouwd als een voorschot.
Het voorschot, vermeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht op de toelage waarop de school overeenkomstig artikel 3 recht heeft. Die toelage wordt voor het schooljaar 2008-2009 uitbetaald op het ogenblik dat de voorwaarden, vermeld in artikel 7, vervuld zijn.
Het voorschot, vermeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht op de toelage waarop de school overeenkomstig artikel 3 recht heeft. Die toelage wordt voor het schooljaar 2008-2009 uitbetaald op het ogenblik dat de voorwaarden, vermeld in artikel 7, vervuld zijn.
Art. 8. Par dérogation à l'article 5, les allocations payées avant la publication du présent arrêté au Moniteur belge, dans le cadre de l'accompagnement du transport scolaire zonal pour l'année scolaire 2008-2009, sont considérées comme des avances.
L'avance visée à l'alinéa premier est déduite de l'allocation à laquelle l'école a droit en vertu de l'article 3. Pour l'année scolaire 2008-2009 cette allocation est payée dès que les conditions visées à l'article 7 ont été remplies.
L'avance visée à l'alinéa premier est déduite de l'allocation à laquelle l'école a droit en vertu de l'article 3. Pour l'année scolaire 2008-2009 cette allocation est payée dès que les conditions visées à l'article 7 ont été remplies.
Art. 9. Het ministerieel besluit van 17 december 1991 tot vaststelling van de bezoldigingsmodaliteiten van de personen, die ermede belast zijn de gehandicapten die een instelling, een afdeling of een instituut voor buitengewoon onderwijs bezoeken, tijdens het gemeenschappelijk vervoer te helpen en te bewaken, wordt opgeheven.
Art. 9. L'arrêté ministériel du 17 décembre 1991 fixant les modalités de rémunération des personnes chargées d'aider et de surveiller, pendant le transport en commun, les handicapés qui fréquentent un établissement, une section ou un institut d'enseignement spécial est abrogé.
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Art. 10. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 29 mei 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 29 mei 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 11. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 29 mai 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 29 mai 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE