Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse bouwmeester
Titre
24 JUILLET 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant désignation des travaux, opérations ou modifications d'intérêt public et réglant la concertation préalable avec l'architecte du Gouvernement flamand
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse bouwmeester worden de woorden " tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang " vervangen door de woorden " tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Article 1er. Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant désignation des travaux, opérations ou modifications d'intérêt public et réglant la concertation préalable avec l'architecte du Gouvernement flamand les mots " portant désignation les travaux, opérations ou modifications d'intérêt public " sont remplacés par les mots " portant désignation les actes au sens de l'article 4.1.1, 5°, l'article 4.4.7, § 2, et l'article 4.7.1, § 2, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " krachtens artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, hierna genoemd het decreet " worden vervangen door de woorden " binnen de bijzondere procedure in de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk III/1 heeft evenwel betrekking op handelingen die volgens de reguliere procedure worden behandeld conform artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. "
1° de woorden " krachtens artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, hierna genoemd het decreet " worden vervangen door de woorden " binnen de bijzondere procedure in de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk III/1 heeft evenwel betrekking op handelingen die volgens de reguliere procedure worden behandeld conform artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. "
Art. 2. A l'article 1er du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " en vertu de l'article 127 du décret du 18 mai 1999 portant l'organisation de l'aménagement du territoire, ci-après dénommé le décret " sont remplacés par les mots " dans le cadre de la procédure spéciale au sens de l'article 4.7.26 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le Chapitre III/1 porte cependant sur des opérations qui sont traitées, selon la procédure régulière, conformément à l'article 4.7.1. § 2, deuxième alinéa, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire. ".
1° les mots " en vertu de l'article 127 du décret du 18 mai 1999 portant l'organisation de l'aménagement du territoire, ci-après dénommé le décret " sont remplacés par les mots " dans le cadre de la procédure spéciale au sens de l'article 4.7.26 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le Chapitre III/1 porte cependant sur des opérations qui sont traitées, selon la procédure régulière, conformément à l'article 4.7.1. § 2, deuxième alinéa, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire. ".
Art. 3. In het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden de woorden " werken, handelingen of wijzigingen " vervangen door de woorden " handelingen ".
Art. 3. Dans l'intitulé du chapitre II du même arrêté, les mots " travaux, opérations ou modifications " sont remplacés par le mot " opérations ".
Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluiten van 14 mei 2004 en 7 juli 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de aanhef van het artikel en in de punten 8° en 13° worden de woorden " werken, handelingen en wijzigingen " telkens vervangen door het woord " handelingen ";
2° in de aanhef van het artikel worden de woorden " artikel 103, § 1, eerste lid van het decreet " vervangen door de woorden " artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
1° in de aanhef van het artikel en in de punten 8° en 13° worden de woorden " werken, handelingen en wijzigingen " telkens vervangen door het woord " handelingen ";
2° in de aanhef van het artikel worden de woorden " artikel 103, § 1, eerste lid van het decreet " vervangen door de woorden " artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Art. 4. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 14 mai 2004 et 7 juillet 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'intitulé de l'article et aux points 8° et 13° les mots " travaux, opérations et modifications " sont chaque fois remplacés par le mot " opérations ";
2° dans l'intitulé de l'article les mots " article 103, § 1er, premier alinéa du décret ", sont remplacés par les mots " article 4.1.1, 5°, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire ".
1° dans l'intitulé de l'article et aux points 8° et 13° les mots " travaux, opérations et modifications " sont chaque fois remplacés par le mot " opérations ";
2° dans l'intitulé de l'article les mots " article 103, § 1er, premier alinéa du décret ", sont remplacés par les mots " article 4.1.1, 5°, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire ".
Art. 5. Het opschrift van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen door " De kleine handelingen van algemeen belang en lijninfrastructuur- en nutswerken met een gemeentelijk karakter of die een kleine wijziging inhouden ".
Art. 5. L'intitulé du chapitre III du même arrêté est remplacé par les mots " Les petites opérations d'intérêt public et les travaux d'infrastructure linéaire et d'utilité publique à caractère communal ou qui comportent une petite modification ".
Art. 6. In artikel 3 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst § 1 wordt, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de aanhef wordt vervangen door wat volgt : " Als kleine handelingen van algemeen belang, respectievelijk lijninfrastructuur- en nutswerken met een gemeentelijk karakter of die een kleine wijziging inhouden, in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden beschouwd : ";
2° in punt 3° worden de woorden " , afvalwater " geschrapt;
3° in punt 5° worden de woorden " werken, handelingen en wijzigingen " vervangen door het woord " handelingen ";
4° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 8° de openbare leidingen voor het verzamelen en vervoeren van afvalwater met inbegrip van de bijhorende kleinschalige infrastructuur. ";
5° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. Andere dan in § 1 genoemde lijninfrastructuur- en nutswerken hebben een gemeentelijk karakter in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wanneer zij louter gericht zijn op de bediening of uitrusting van een deel van het gemeentelijk grondgebied, zonder gemeentegrensoverschrijdende impact.
Andere dan de in § 1 genoemde lijninfrastructuur- en nutswerken impliceren een kleine wijziging in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wanneer voldaan is aan alle volgende voorwaarden :
1° de handelingen betreffen een wijziging van bestaande of op een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan aangeduide lijninfrastructuur of nutswerken;
2° de handelingen zijn niet opgenomen in de bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
3° de handelingen worden niet uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied en hebben geen significante impact op een ruimtelijk kwetsbaar gebied;
4° in zoverre de handelingen infrastructuur voor het wegverkeer betreffen :
a) impliceren de handelingen een verkeerstechnische optimalisering van de vigerende bestemde situatie dewelke geenszins gepaard gaat met de nieuwe ontwikkeling of de structurele wijziging van aanliggende functies, en
b) betreffen de handelingen :
1) ofwel de aanleg of aanpassing van een knooppunt waarvoor reeds een bepaalde configuratie op de ruimtelijke uitvoeringsplannen of de plannen van aanleg ingetekend is, waarbij het project een afwijking op deze configuratie inhoudt zonder aanzienlijke bijkomende ruimte-inname;
2) ofwel de verbreding van het bestaande dwarsprofiel, in zoverre er geen sprake is van ingrijpende ruimtelijke effecten;
3) ofwel de aanleg van een carpoolparking bij bovenlokale infrastructuur, gesitueerd binnen de bestaande ruimtelijke omschrijving van een op- en afrittencomplex.
De vaststelling of een lijninfrastructuur- of nutswerk een gemeentelijk karakter heeft of een kleine wijziging inhoudt, geschiedt steeds op grond van een concrete beoordeling. Die concrete beoordeling gaat na of de handelingen de grenzen van het ruimtelijk functioneren van het gebied en de omliggende gebieden niet overschrijden. Het in concreto-onderzoek geschiedt aan de hand van volgende aandachtspunten :
1° de morfologie van het gebied (gaaf, aangetast, en dergelijke meer);
2° de bestaande bouwdichtheid van het gebied;
3° de inpasbaarheid van de handelingen in de omgevende bebouwingstypologie;
4° de omvang van het project en het ruimtelijk bereik van de effecten van de handelingen. "
1° de aanhef wordt vervangen door wat volgt : " Als kleine handelingen van algemeen belang, respectievelijk lijninfrastructuur- en nutswerken met een gemeentelijk karakter of die een kleine wijziging inhouden, in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden beschouwd : ";
2° in punt 3° worden de woorden " , afvalwater " geschrapt;
3° in punt 5° worden de woorden " werken, handelingen en wijzigingen " vervangen door het woord " handelingen ";
4° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 8° de openbare leidingen voor het verzamelen en vervoeren van afvalwater met inbegrip van de bijhorende kleinschalige infrastructuur. ";
5° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. Andere dan in § 1 genoemde lijninfrastructuur- en nutswerken hebben een gemeentelijk karakter in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wanneer zij louter gericht zijn op de bediening of uitrusting van een deel van het gemeentelijk grondgebied, zonder gemeentegrensoverschrijdende impact.
Andere dan de in § 1 genoemde lijninfrastructuur- en nutswerken impliceren een kleine wijziging in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wanneer voldaan is aan alle volgende voorwaarden :
1° de handelingen betreffen een wijziging van bestaande of op een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan aangeduide lijninfrastructuur of nutswerken;
2° de handelingen zijn niet opgenomen in de bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
3° de handelingen worden niet uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied en hebben geen significante impact op een ruimtelijk kwetsbaar gebied;
4° in zoverre de handelingen infrastructuur voor het wegverkeer betreffen :
a) impliceren de handelingen een verkeerstechnische optimalisering van de vigerende bestemde situatie dewelke geenszins gepaard gaat met de nieuwe ontwikkeling of de structurele wijziging van aanliggende functies, en
b) betreffen de handelingen :
1) ofwel de aanleg of aanpassing van een knooppunt waarvoor reeds een bepaalde configuratie op de ruimtelijke uitvoeringsplannen of de plannen van aanleg ingetekend is, waarbij het project een afwijking op deze configuratie inhoudt zonder aanzienlijke bijkomende ruimte-inname;
2) ofwel de verbreding van het bestaande dwarsprofiel, in zoverre er geen sprake is van ingrijpende ruimtelijke effecten;
3) ofwel de aanleg van een carpoolparking bij bovenlokale infrastructuur, gesitueerd binnen de bestaande ruimtelijke omschrijving van een op- en afrittencomplex.
De vaststelling of een lijninfrastructuur- of nutswerk een gemeentelijk karakter heeft of een kleine wijziging inhoudt, geschiedt steeds op grond van een concrete beoordeling. Die concrete beoordeling gaat na of de handelingen de grenzen van het ruimtelijk functioneren van het gebied en de omliggende gebieden niet overschrijden. Het in concreto-onderzoek geschiedt aan de hand van volgende aandachtspunten :
1° de morfologie van het gebied (gaaf, aangetast, en dergelijke meer);
2° de bestaande bouwdichtheid van het gebied;
3° de inpasbaarheid van de handelingen in de omgevende bebouwingstypologie;
4° de omvang van het project en het ruimtelijk bereik van de effecten van de handelingen. "
Art. 6. A l'article 3 du même arrêté, dont le texte actuel constitue le § 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit : "sont considérés comme des petits opérations d'intérêt public, respectivement des travaux d'infrastructure linéaire et d'utilité à caractère communal ou qui comportent une petite modification, au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire :";
2° dans le point 3°, les mots " d'eaux usées " sont supprimés;
3° dans le point 5° les mots " travaux, opérations et modifications " sont remplacés par le mot " opérations ";
4° il est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° les canalisations publiques pour la collecte et le transport d'eaux usées y compris l'infrastructure à petite échelle. ";
5° il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Des travaux d'infrastructure linéaire et des travaux d'utilité publique autres que ceux mentionnés au § 1er, ont un caractère communal au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, lorsqu'ils sont uniquement axés sur la desserte ou l'équipement d'une partie du territoire communal, sans impact intercommunal.
Des travaux d'infrastructure linéaire et d'utilité publique autres que ceux mentionnés au § 1er impliquent une petite modification au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire lorsque les conditions suivantes sont remplies :
1° les opérations concernent une modification d'infrastructures linéaires ou de travaux d'utilité publique existants ou indiqués sur un plan d'aménagement ou un plan d'exécution spatial;
2° les opérations qui ne sont pas reprises à l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2004 établissant les catégories de projets soumises à l'évaluation des incidences sur l'environnement;
3° les opérations ne sont pas exécutées dans une zone vulnérable du point de vue spatial et n'ont pas d'impact signifiant sur une zone vulnérable du point de vue spatial;
4° dans la mesure où les opérations concernent l'infrastructure pour la circulation routière :
a) les opérations impliquent une optimalisation du point de vue de la technique de la circulation de la situation actuelle qui ne va en aucun cas de pair avec le nouveau développement ou la modification structurelle des fonctions adjacentes, et
b) concernent les opérations :
1) soit la construction ou l'adaptation d'un noeud pour lequel une certaine configuration a déjà été dessinée sur les plans d'exécution spatiaux ou les plans d'aménagement; le projet comporte une dérogation à cette configuration sans une grande emprise d'espace supplémentaire;
2) soit l'élargissement du profil transversal existant, dans la mesure où il n'y a pas question d'effets spatiaux fondamentaux;
3) soit la construction d'un parking de co-voiturage en cas d'infrastructure supra-locale, située dans la description spatiale existante d'entrées et sorties d'autoroute.
La constatation si une infrastructure linéaire ou une installation d'utilité publique a un caractère communal ou comporte une petite modification, se fait toujours sur la base d'une évaluation concrète. Cette évaluation concrète vérifie si les opérations ne dépassent pas les limites du fonctionnement spatial de la zone et les zones adjacentes. L'examen concret s'effectue à l'aide des points d'intérêt suivants :
1° la morphologie de la zone (intacte, atteint, etc.);
2° la densité de construction existante de la zone;
3° l'intégrabilité des opérations dans la typologie de construction environnante;
4° l'ampleur du projet et la portée spatiale des effets des opérations;
1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit : "sont considérés comme des petits opérations d'intérêt public, respectivement des travaux d'infrastructure linéaire et d'utilité à caractère communal ou qui comportent une petite modification, au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand sur l'Aménagement du Territoire :";
2° dans le point 3°, les mots " d'eaux usées " sont supprimés;
3° dans le point 5° les mots " travaux, opérations et modifications " sont remplacés par le mot " opérations ";
4° il est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° les canalisations publiques pour la collecte et le transport d'eaux usées y compris l'infrastructure à petite échelle. ";
5° il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Des travaux d'infrastructure linéaire et des travaux d'utilité publique autres que ceux mentionnés au § 1er, ont un caractère communal au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, lorsqu'ils sont uniquement axés sur la desserte ou l'équipement d'une partie du territoire communal, sans impact intercommunal.
Des travaux d'infrastructure linéaire et d'utilité publique autres que ceux mentionnés au § 1er impliquent une petite modification au sens de l'article 4.4.7, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire lorsque les conditions suivantes sont remplies :
1° les opérations concernent une modification d'infrastructures linéaires ou de travaux d'utilité publique existants ou indiqués sur un plan d'aménagement ou un plan d'exécution spatial;
2° les opérations qui ne sont pas reprises à l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2004 établissant les catégories de projets soumises à l'évaluation des incidences sur l'environnement;
3° les opérations ne sont pas exécutées dans une zone vulnérable du point de vue spatial et n'ont pas d'impact signifiant sur une zone vulnérable du point de vue spatial;
4° dans la mesure où les opérations concernent l'infrastructure pour la circulation routière :
a) les opérations impliquent une optimalisation du point de vue de la technique de la circulation de la situation actuelle qui ne va en aucun cas de pair avec le nouveau développement ou la modification structurelle des fonctions adjacentes, et
b) concernent les opérations :
1) soit la construction ou l'adaptation d'un noeud pour lequel une certaine configuration a déjà été dessinée sur les plans d'exécution spatiaux ou les plans d'aménagement; le projet comporte une dérogation à cette configuration sans une grande emprise d'espace supplémentaire;
2) soit l'élargissement du profil transversal existant, dans la mesure où il n'y a pas question d'effets spatiaux fondamentaux;
3) soit la construction d'un parking de co-voiturage en cas d'infrastructure supra-locale, située dans la description spatiale existante d'entrées et sorties d'autoroute.
La constatation si une infrastructure linéaire ou une installation d'utilité publique a un caractère communal ou comporte une petite modification, se fait toujours sur la base d'une évaluation concrète. Cette évaluation concrète vérifie si les opérations ne dépassent pas les limites du fonctionnement spatial de la zone et les zones adjacentes. L'examen concret s'effectue à l'aide des points d'intérêt suivants :
1° la morphologie de la zone (intacte, atteint, etc.);
2° la densité de construction existante de la zone;
3° l'intégrabilité des opérations dans la typologie de construction environnante;
4° l'ampleur du projet et la portée spatiale des effets des opérations;
Art. 7. Er wordt een hoofdstuk III/1, bestaande uit artikel 3/1, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk III/1. Handelingen van algemeen belang of van publiekrechtelijke of semipublieke rechtspersonen die een beperkte ruimtelijke impact hebben of die zich lenen tot een eenvoudige dossierbehandeling
Art. 3/1. De handelingen opgesomd in artikel 3, § 1, 1°, 5° en 6°, worden vergund door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het eerste lid geldt met behoud van de toepassing van artikel 3, 18°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. "
" Hoofdstuk III/1. Handelingen van algemeen belang of van publiekrechtelijke of semipublieke rechtspersonen die een beperkte ruimtelijke impact hebben of die zich lenen tot een eenvoudige dossierbehandeling
Art. 3/1. De handelingen opgesomd in artikel 3, § 1, 1°, 5° en 6°, worden vergund door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het eerste lid geldt met behoud van de toepassing van artikel 3, 18°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. "
Art. 7. Il est inséré un chapitre III/1, composé de l'article 3/1, rédigé comme suit :
" Chapitre III/1. Opérations d'intérêt général ou de personnes morales de droit public ou semi-public qui ont un impact spatial limité ou qui se prêtent à un traitement simple des dossiers
Art. 3/1. Les opérations énumérées à l'article 3, § 1er, 1°, 5° et 6°, sont autorisées par le collège des bourgmestre et échevins conformément à l'article 4.7.1, § 2, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Le premier alinéa est applicable sans préjudice de l'application de l'article 3, 18°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis et des actes qui ne requièrent pas d'autorisation urbanistique. "
" Chapitre III/1. Opérations d'intérêt général ou de personnes morales de droit public ou semi-public qui ont un impact spatial limité ou qui se prêtent à un traitement simple des dossiers
Art. 3/1. Les opérations énumérées à l'article 3, § 1er, 1°, 5° et 6°, sont autorisées par le collège des bourgmestre et échevins conformément à l'article 4.7.1, § 2, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
Le premier alinéa est applicable sans préjudice de l'application de l'article 3, 18°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis et des actes qui ne requièrent pas d'autorisation urbanistique. "
Art. 8. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluiten van 11 mei 2001, 14 mei 2004, 23 juni 2006 en 7 juli 2006, worden de woorden " in artikel 127, § 1 van het decreet " telkens vervangen door de woorden " in artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Art. 8. Dans l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 11 mai 2001, 14 mai 2004, 23 juin 2006 et 7 juillet 2006, les mots " dans l'article 127, § 1er du décret " sont chaque fois remplacés par les mots " dans l'article 4.7.26 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2009.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 24 juli 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
Brussel, 24 juli 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 24 juillet 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS
Bruxelles, le 24 juillet 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
P. MUYTERS