Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 NOVEMBER 2008. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2008 (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-01-2009 en tekstbijwerking tot 17-11-2020)
Titre
21 NOVEMBRE 2008. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement du deuxième ajustement du budget 2008. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-01-2009 et mise à jour au 17-11-2020)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
Afdeling I. - VZW Voorrangsbeleid Brussel.
Afdeling II. - VZW Brussels Ondersteuningscentr...
Afdeling III. - Centra voor leerlingenbegeleiding.
Afdeling IV. - Hogere Zeevaartschool.
Afdeling V. - Financiering Hoger Onderwijs.
Afdeling VI. - Fonds - Terugvorderingen Salaris...
Afdeling VII. - VZW Werkgroep Immigratie.
Afdeling VIII. - Instituut voor Europese Studies.
Afdeling IX. - Werkingsbudgetten leerplichtonde...
HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit.
Afdeling I. - Leegstandsheffing woningen.
Afdeling II. - Leegstandsheffing bedrijfsruimten.
Afdeling III. - Successierechten.
HOOFDSTUK IV. - Wonen.
Afdeling I. - Herstelvordering.
Afdeling II. - Bevoegdheden toezichthouder.
Afdeling III. - Invordering van subsidies en te...
Afdeling IV. - Sociale huurwoningen.
HOOFDSTUK V. - Rechtsopvolging VHM.
HOOFDSTUK VI. - Vlaams Gemeentefonds.
HOOFDSTUK VII. - Overname schuld provinciewegen.
HOOFDSTUK VIII. - Flanders House Inc.
HOOFDSTUK IX. - Fonds voor Kunsten en Erfgoed.
HOOFDSTUK X. - Vlaamse Regulator voor de Media.
HOOFDSTUK XI. - Fonds personeelsleden met verlo...
HOOFDSTUK XII. - Projectmatig wetenschappelijk ...
HOOFDSTUK XIII. - Bijzonder Onderzoeksfonds.
HOOFDSTUK XIV.
HOOFDSTUK XV. - Rentetoelage voor ondernemingen...
HOOFDSTUK XVI. - Economisch ondersteuningsbeleid.
HOOFDSTUK XVII. - IWT-Vlaanderen.
HOOFDSTUK XVIII. - Herculesstichting.
HOOFDSTUK XIX. - Sociaal-Cultureel Volwassenenw...
HOOFDSTUK XX. - Uitleendienst kampeermateriaal ...
HOOFDSTUK XXI. - Tewerkstelling.
HOOFDSTUK XXII. - Personen met een arbeidshandi...
HOOFDSTUK XXIII. - Leefmilieu en energie.
Afdeling I. - Grondwaterbeheer.
Afdeling II. - Oppervlaktewateren.
Afdeling III. - Liberalisering van de elektrici...
HOOFDSTUK XXIV. - Landbouw.
HOOFDSTUK XXV. - Slotbepalingen.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Généralités.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Section Ire. - ASBL Voorrangsbeleid Brussel.
Section II. - ASBL Brussels ondersteuningscentr...
Section III. - Centres d'encadrement des élèves.
Section IV. - Ecole supérieure de Navigation.
Section V. - Financement de l'enseignement supé...
Section VI. - Fonds - Recouvrement Traitements ...
Section VII. - ASBL Werkgroep Immigratie.
Section VIII. - Institut d'Etudes européennes.
Section IX. - Budgets de fonctionnement enseign...
CHAPITRE III. - Fiscalité.
Section Ire. - Taxe sur l'inoccupation d'habita...
Section II. - Taxe sur l'inoccupation d'espaces...
Section III. - Droits de succession.
CHAPITRE IV. - Logement.
Section Ire. - Demande de réparation.
Section II. - Compétences du contrôleur.
Section III. - Recouvrement des subventions et ...
Section IV. - Logements locatifs sociaux.
CHAPITRE V. - Succession aux droits VHM.
CHAPITRE VI. - Vlaams Gemeentefonds (Fonds flam...
CHAPITRE VII. - Reprise de dettes routes provin...
CHAPITRE VIII. - Flanders House Inc.
CHAPITRE IX. - Fonds voor Kunsten en Erfgoed (F...
CHAPITRE X. - Vlaamse Regulator voor de Media (...
CHAPITRE XI. - Fonds personeelsleden met verlof...
CHAPITRE XII. - Recherche scientifique thématique.
CHAPITRE XIII. - Bijzonder Onderzoeksfonds (Fon...
CHAPITRE XIV.
CHAPITRE XV. - Subvention-intérêt aux entrepris...
CHAPITRE XVI. - Politique d'aide économique.
CHAPITRE XVII. - IWT-Vlaanderen.
CHAPITRE XVIII. - Herculesstichting (Fondation ...
CHAPITRE XIX. - Animation socioculturelle des A...
CHAPITRE XX. - Service de prêt de matériel de c...
CHAPITRE XXI. - Emploi.
CHAPITRE XXII. - Personnes handicapees du travail.
CHAPITRE XXIII. - Environnement et énergie.
Section Ire. - Gestion des eaux souterraines.
Section II. - Eaux de surface.
Section III. - Libéralisation du marché de l'él...
CHAPITRE XXIV. - Agriculture.
CHAPITRE XXV. - Dispositions finales.
Tekst (130)
Texte (130)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Afdeling I. - VZW Voorrangsbeleid Brussel.
Section Ire. - ASBL Voorrangsbeleid Brussel.
Art. 2. In artikel 22, § 2, van het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau worden de woorden " 31 augustus 2008 " vervangen door de woorden " 31 december 2009 ".
Art. 2. A l'article 22, § 2, du décret du 30 novembre 2007 relatif à la politique locale d'encadrement de l'enseignement, les mots " 31 août 2008 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2009 ".
Art. 3. Aan artikel 22 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De vzw VBB kan geen verbintenissen aangaan die uitvoering hebben na 31 december 2009. ".
" § 3. De vzw VBB kan geen verbintenissen aangaan die uitvoering hebben na 31 december 2009. ".
Art. 3. L'article 22 du même décret est complété par un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. L'asbl VBB ne peut pas contracter des engagements qui entrent en vigueur après le 31 décembre 2009. "
" § 3. L'asbl VBB ne peut pas contracter des engagements qui entrent en vigueur après le 31 décembre 2009. "
Afdeling II. - VZW Brussels Ondersteuningscentrum secundair onderwijs.
Section II. - ASBL Brussels ondersteuningscentrum secundair onderwijs.
Art. 4. In artikel X.7 van het decreet van 22 juni 2007 betreffende het onderwijs XVII worden de woorden " 31 augustus 2008 " vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
Art. 4. A l'article X.7 du décret du 22 juin 2007 relatif à l'Enseignement XVII, les mots " 31 août 2008 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
Afdeling III. - Centra voor leerlingenbegeleiding.
Section III. - Centres d'encadrement des élèves.
Art. 5. In artikel 53, § 1, van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, vervangen bij decreet van 24 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste zin worden de woorden " 14 150 000 euro " vervangen door de woorden " 15 052 658 euro ";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
" 2° voor de extra-omkaderingsgewichten :
a) voor de 180 extra-omkaderingsgewichten die betrekking hebben op densiteit zoals vermeld in artikel 71, § 4 : 2 655 euro per omkaderingsgewicht per jaar;
b) voor de 135 extra-omkaderingsgewichten die betrekking hebben op gelijke onderwijskansen zoals vermeld in artikel 71, § 2 : 3 000 euro per omkaderingsgewicht per jaar; ".
1° in de eerste zin worden de woorden " 14 150 000 euro " vervangen door de woorden " 15 052 658 euro ";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
" 2° voor de extra-omkaderingsgewichten :
a) voor de 180 extra-omkaderingsgewichten die betrekking hebben op densiteit zoals vermeld in artikel 71, § 4 : 2 655 euro per omkaderingsgewicht per jaar;
b) voor de 135 extra-omkaderingsgewichten die betrekking hebben op gelijke onderwijskansen zoals vermeld in artikel 71, § 2 : 3 000 euro per omkaderingsgewicht per jaar; ".
Art. 5. A l'article 53, § 1er du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, remplacé par le décret du 24 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la première phrase les mots " 14 150 000 euros " sont remplacés par les mots " 15 052 658 euros ";
2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° pour les pondérations d'encadrement supplémentaires :
a) pour les 180 pondérations d'encadrement supplémentaires ayant trait à la densité telle que visée à l'article 71, § 4 : 2 655 euros par pondération d'encadrement par année;
b) pour les 135 pondérations d'encadrement supplémentaires ayant trait à l'égalité des chances dans l'enseignement telle que visée à l'article 71, § 2 : 3 000 euros par pondération d'encadrement par année; ".
1° dans la première phrase les mots " 14 150 000 euros " sont remplacés par les mots " 15 052 658 euros ";
2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° pour les pondérations d'encadrement supplémentaires :
a) pour les 180 pondérations d'encadrement supplémentaires ayant trait à la densité telle que visée à l'article 71, § 4 : 2 655 euros par pondération d'encadrement par année;
b) pour les 135 pondérations d'encadrement supplémentaires ayant trait à l'égalité des chances dans l'enseignement telle que visée à l'article 71, § 2 : 3 000 euros par pondération d'encadrement par année; ".
Afdeling IV. - Hogere Zeevaartschool.
Section IV. - Ecole supérieure de Navigation.
Art. 6. In artikel 30 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool wordt het bedrag " 1 199 000 euro " vervangen door het bedrag " 1 391 000 euro ".
Art. 6. A l'article 30 du décret du 9 juin 1998 relatif à la " Hogere Zeevaartschool ", le montant " 1 199 000 euros " est remplacé par le montant " 1 391 000 euros ".
Afdeling V. - Financiering Hoger Onderwijs.
Section V. - Financement de l'enseignement supérieur.
Art. 7. De tabel in artikel 9, § 3, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 7. Le tableau à l'article 9, § 3 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre est remplacé par le tableau suivant :
| Begrotingsjaar | Begrotingsjaar | Begrotingsjaar | Vanaf | ||
| 2008 | 2009 | 2010 | begrotingsjaar | ||
| 2011 | |||||
| 1° | SOW | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 |
| 2° | VOW prof | 366 165 166,69 | 366 258 725,67 | 366 352 284,65 | 366 445 843,63 |
| 3° | VOW ac | 156 526 637,20 | 157 426 226,38 | 158 325 815,56 | 158 583 404,74 |
| 4° | VOW un | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 |
| 5° | SOZun | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 |
| 6° | VOZun | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 |
| Année | Année | Année | A partir de | ||
| budgétaire | budgétaire | budgétaire | l'année | ||
| 2008 | 2009 | 2010 | budgétaire | ||
| 2011 | |||||
| 1° | SOW | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 | 100 000 000,00 |
| 2° | VOW prof | 366 165 166,69 | 366 258 725,67 | 366 352 284,65 | 366 445 843,63 |
| 3° | VOW ac | 156 526 637,20 | 157 426 226,38 | 158 325 815,56 | 158 583 404,74 |
| 4° | VOW un | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 | 313 553 570,53 |
| 5° | SOZun | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 | 105 000 000,00 |
| 6° | VOZun | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 | 176 186 240,45 |
Art. 8. In artikel 31 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De volgende gegarandeerde minimumbedragen worden vastgelegd voor de hogescholen en de universiteiten :
" § 2. De volgende gegarandeerde minimumbedragen worden vastgelegd voor de hogescholen en de universiteiten :
Art. 8. A l'article 31 du même décret, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les suivants montants minimum garantis sont fixés pour les instituts supérieurs et les universités :
" § 2. Les suivants montants minimum garantis sont fixés pour les instituts supérieurs et les universités :
| Instelling | gegarandeerd minimum |
| (uitgedrukt in EUR) | |
| 1° Arteveldehogeschool | 39 172 027,94 |
| 2° Erasmushogeschool Brussel | 28 221 507,42 |
| 3° Hogeschool Antwerpen | 44 770 310,04 |
| 4° Hogeschool Gent | 74 423 088,34 |
| 5° Hogeschool Sint-Lukas Brussel | 7 340 568,70 |
| 6° Hogeschool voor Wetenschap | 38 412 534,58 |
| 7° Hogeschool West-Vlaanderen | 19 816 734,54 |
| 8° Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen | 40 252 379,35 |
| 9° Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende | 17 798 398,64 |
| 10° Katholieke Hogeschool Kempen | 31 364 082,66 |
| 11° Katholieke Hogeschool Leuven | 27 088 744,74 |
| 12° Katholieke Hogeschool Limburg | 29 971 388,38 |
| 13° Katholieke Hogeschool Mechelen | 19 961 758,26 |
| 14° Katholieke Hogeschool Sint-Lieven | 26 915 201,11 |
| 15° Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen | 29 164 201,11 |
| 16° Lessius Hogeschool | 13 008 546,51 |
| 17° Plantijn-Hogeschool | 13 941 258,15 |
| 18° Provinciale Hogeschool Limburg | 20 857 698,06 |
| 19° Groep T - Leuven Hogeschool | 10 766 708,92 |
| 20° EHSAL - Europese Hogeschool Brussel | 21 305 296,34 |
| 21° XIOS Hogeschool Limburg | 15 193 074,25 |
| 22° KUBrussel | 5 502000,00 |
| 23° KULeuven | 222 899 082,00 |
| 24° UGent | 196 584 425,00 |
| 25° Universiteit Antwerpen | 85 954 139,00 |
| 26° VUB | 78 279 046,00 |
| 27° UHasselt/tUL | 24 528 509,00 |
| Institution | minimum garanti |
| (exprimé en EUR) | |
| 1° Arteveldehogeschool | 39 172 027,94 |
| 2° Erasmushogeschool Brussel | 28 221 507,42 |
| 3° Hogeschool Antwerpen | 44 770 310,04 |
| 4° Hogeschool Gent | 74 423 088,34 |
| 5° Hogeschool Sint-Lukas Brussel | 7 340 568,70 |
| 6° Hogeschool voor Wetenschap & Kunst | 38 412 534,58 |
| 7° Hogeschool West-Vlaanderen | 19 816 734,54 |
| 8° Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen | 40 252 379,35 |
| 9° Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende | 17 798 398,64 |
| 10° Katholieke Hogeschool Kempen | 31 364 082,66 |
| 11° Katholieke Hogeschool Leuven | 27 088 744,74 |
| 12° Katholieke Hogeschool Limburg | 29 971 388,38 |
| 13° Katholieke Hogeschool Mechelen | 19 961 758,26 |
| 14° Katholieke Hogeschool Sint-Lieven | 26 915 201,11 |
| 15° Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen | 29 164 438,69 |
| 16° Lessius Hogeschool | 13 008 546,51 |
| 17° Plantijn-Hogeschool | 13 941 258,15 |
| 18° Provinciale Hogeschool Limburg | 20 857 698,06 |
| 19° Groep T - Leuven Hogeschool | 10 766 708,92 |
| 20° EHSAL - Europese Hogeschool Brussel | 21 305 296,34 |
| 21° XIOS Hogeschool Limburg | 15 193 074,25 |
| 22° KUBrussel | 5 502 000,00 |
| 23° KULeuven | 222 899 082,00 |
| 24° UGent | 196 584 425,00 |
| 25° Universiteit Antwerpen | 85 954 139,00 |
| 26° VUB | 78 279 046,00 |
| 27° UHasselt/tUL | 24 528 509,00 |
"
"
Art. 9. In artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het getal " 1 108 000 " vervangen door het getal " 951 960,02 ";
2° in punt 2° wordt het getal " 7 850 000 " vervangen door het getal " 7 930 245,71 ".
1° in punt 1° wordt het getal " 1 108 000 " vervangen door het getal " 951 960,02 ";
2° in punt 2° wordt het getal " 7 850 000 " vervangen door het getal " 7 930 245,71 ".
Art. 9. A l'article 35, § 1er du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1° le chiffre " 1 108 000 " est remplacé par le chiffre " 951 960,02 ";
2° au point 2° le chiffre " 7 850 000 " est remplacé par le chiffre " 7 930 245,71 ".
1° au point 1° le chiffre " 1 108 000 " est remplacé par le chiffre " 951 960,02 ";
2° au point 2° le chiffre " 7 850 000 " est remplacé par le chiffre " 7 930 245,71 ".
Afdeling VI. - Fonds - Terugvorderingen Salarissen - Centra voor Basiseducatie (Recuperatiefonds).
Section VI. - Fonds - Recouvrement Traitements - Centres d'Education de base (Fonds de Recouvrement).
Art. 10. § 1. Er wordt een fonds " Terugvorderingen Salarissen - Centra voor Basiseducatie " opgericht, hierna het Fonds te noemen.
§ 2. Het Fonds is een B-fonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 3. Aan het Fonds worden alle ontvangsten voortvloeiend uit de terugstorting van onverschuldigde salarissen en vergoedingen toegewezen.
§ 4. De middelen van het Fonds kunnen uitsluitend aangewend worden voor uitgaven met betrekking tot de betaling van salarissen van personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie.
§ 2. Het Fonds is een B-fonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 3. Aan het Fonds worden alle ontvangsten voortvloeiend uit de terugstorting van onverschuldigde salarissen en vergoedingen toegewezen.
§ 4. De middelen van het Fonds kunnen uitsluitend aangewend worden voor uitgaven met betrekking tot de betaling van salarissen van personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie.
Art. 10. § 1er. Il est créé un fonds " Terugvorderingen Salarissen - Centra voor Basiseducatie " (Recouvrement Traitements - Centres d'Education de base), ci-après dénommé le Fonds.
§ 2. Le Fonds est un fonds du type B au sens de l'article 45 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 3. Au Fonds sont octroyées toutes les recettes découlant du reversement des traitements et indemnités indus.
§ 4. Les moyens du Fonds doivent être exclusivement affectés à des dépenses relatives au paiement des traitements des membres du personnel des Centres d'Education de base.
§ 2. Le Fonds est un fonds du type B au sens de l'article 45 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 3. Au Fonds sont octroyées toutes les recettes découlant du reversement des traitements et indemnités indus.
§ 4. Les moyens du Fonds doivent être exclusivement affectés à des dépenses relatives au paiement des traitements des membres du personnel des Centres d'Education de base.
Afdeling VII. - VZW Werkgroep Immigratie.
Section VII. - ASBL Werkgroep Immigratie.
Art. 11. In artikel 23, § 2, van het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau wordt het jaartal " 2008 " vervangen door het jaartal " 2010 ".
Art. 11. A l'article 23, § 2, du décret du 30 novembre 2007 relatif à la politique locale d'encadrement de l'enseignement, le millésime " 2008 " est remplacé par le millésime " 2010 ".
Afdeling VIII. - Instituut voor Europese Studies.
Section VIII. - Institut d'Etudes européennes.
Art. 12. Aan artikel 169quater, § 7, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, laatst gewijzigd bij het decreet van 4 april 2003, wordt aan het tweede lid de volgende zin toegevoegd :
" Voor 2008 bedraagt de subsidie 1 824 duizend euro. ".
" Voor 2008 bedraagt de subsidie 1 824 duizend euro. ".
Art. 12. A l'article 169quater, § 7, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié en dernier lieu par le décret du 4 avril 2003, la phrase suivante est ajoutée à l'alinéa deux :
" Pour 2008 la subvention s'élève à 1 824 mille euros. "
" Pour 2008 la subvention s'élève à 1 824 mille euros. "
Afdeling IX. - Werkingsbudgetten leerplichtonderwijs.
Section IX. - Budgets de fonctionnement enseignement de la scolarité obligatoire.
Art. 13. In artikel 3 van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, worden in het ontworpen artikel 85, § 5, de woorden " elk jaar in twee schijven uitbetaald : in januari een voorschot van 50 % en het saldo in juni " vervangen door de woorden " elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt ".
Art. 13. A l'article 3 du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental en ce qui concerne les budgets de fonctionnement, dans l'article 85, § 5 projeté, les mots " chaque année en deux tranches : une première tranche de 50 % en janvier et le solde en juin " sont remplacés par les mots " chaque année scolaire en au moins deux tranches, étant entendu qu'avant le 1er février le total des tranches versées représente au moins 50 % des moyens de fonctionnement de l'année scolaire en question et que le solde est payé avant le 1er juillet ".
Art. 14. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden in het ontworpen artikel 86, § 5, de woorden " elk jaar in twee schijven uitbetaald : in januari een voorschot van 50 % en het saldo in juni " vervangen door de woorden " elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt ".
Art. 14. A l'article 3 du même décret, dans l'article 86, § 5 projeté, les mots " chaque année en deux tranches : une avance de 50 % en janvier et le solde en juin " sont remplacés par les mots " chaque année scolaire en au moins deux tranches, étant entendu qu'avant le 1er février le total des tranches versées représente au moins 50 % des moyens de fonctionnement de l'année scolaire en question et que le solde est payé avant le 1er juillet ".
Art. 15. In artikel 12, § 5, van hetzelfde decreet worden de woorden " elk jaar in twee schijven uitbetaald : in januari een voorschot van 50 % en het saldo in juni " vervangen door de woorden " elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt ".
Art. 15. A l'article 12, § 5 du même décret les mots " chaque année en deux tranches : une première tranche de 50 % en janvier et le solde en juin " sont remplacés par les mots " chaque année scolaire en au moins deux tranches, étant entendu qu'avant le 1er février le total des tranches versées représente au moins 50 % des moyens de fonctionnement de l'année scolaire en question et que le solde est payé avant le 1er juillet ".
Art. 16. In artikel 18, § 5, van hetzelfde decreet worden de woorden " elk jaar in twee schijven uitbetaald : in januari een voorschot van 50 % en het saldo in juni " vervangen door de woorden : " elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt ".
Art. 16. A l'article 18, § 5 du même décret les mots " chaque année en deux tranches : une première tranche de 50 % en janvier et le solde en juin " sont remplacés par les mots " chaque année scolaire en au moins deux tranches, étant entendu qu'avant le 1er février le total des tranches versées représente au moins 50 % des moyens de fonctionnement de l'année scolaire en question et que le solde est payé avant le 1er juillet ".
Art. 17. In artikel 24 van hetzelfde decreet worden de woorden " januari 2009 " vervangen door de woorden " november 2008 ".
Art. 17. A l'article 24 du même décret, les mots " janvier 2009 " sont remplacés par les mots " novembre 2008 ".
HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit.
CHAPITRE III. - Fiscalité.
Afdeling I. - Leegstandsheffing woningen.
Section Ire. - Taxe sur l'inoccupation d'habitations.
Art. 18. In artikel 39, § 1, van decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 18. Le quatrième alinéa de l'article 39, § 1er du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996 est abrogé.
Art. 19. In hetzelfde decreet wordt een nieuw artikel 40bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Artikel 40bis. Inzoverre deze afdeling en de besluiten genomen ter uitvoering ervan er niet van afwijken, zijn de regels betreffende de invordering, de verwijl- en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek, de aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen, de verjaring alsmede de vestiging inzake de onroerende voorheffing, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, mutatis mutandis van toepassing op de in deze afdeling bedoelde heffingen en administratieve geldboeten met uitzondering van titel VII, hoofdstuk VIII, afdeling IVbis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 332 van de Programmawet van 27 december 2004. ".
" Artikel 40bis. Inzoverre deze afdeling en de besluiten genomen ter uitvoering ervan er niet van afwijken, zijn de regels betreffende de invordering, de verwijl- en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek, de aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen, de verjaring alsmede de vestiging inzake de onroerende voorheffing, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, mutatis mutandis van toepassing op de in deze afdeling bedoelde heffingen en administratieve geldboeten met uitzondering van titel VII, hoofdstuk VIII, afdeling IVbis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 332 van de Programmawet van 27 december 2004. ".
Art. 19. Au même décret il est inséré un nouvel article 40bis, ainsi rédigé :
" Article 40bis. Dans la mesure où la présente section et ses arrêtés d'exécution n'y dérogent pas, les règles relatives au recouvrement, aux intérêts de retard et moratoires, aux poursuites, aux privilèges, à l'hypothèque légale, à la responsabilité et aux obligations de certains officiers ministériels, fonctionnaires publics et autres personnes, à la prescription ainsi qu'à la constitution en matière de précompte immobilier, tel qu'applicable en Région flamande, s'appliquent mutatis mutandis aux redevances et amendes administratives visées à la présente section à l'exception du titre VII, chapitre VIII, section IVbis, du Code des impôts sur les revenus 1992, telle qu'insérée par l'article 332 de la loi-programme du 27 décembre 2004. "
" Article 40bis. Dans la mesure où la présente section et ses arrêtés d'exécution n'y dérogent pas, les règles relatives au recouvrement, aux intérêts de retard et moratoires, aux poursuites, aux privilèges, à l'hypothèque légale, à la responsabilité et aux obligations de certains officiers ministériels, fonctionnaires publics et autres personnes, à la prescription ainsi qu'à la constitution en matière de précompte immobilier, tel qu'applicable en Région flamande, s'appliquent mutatis mutandis aux redevances et amendes administratives visées à la présente section à l'exception du titre VII, chapitre VIII, section IVbis, du Code des impôts sur les revenus 1992, telle qu'insérée par l'article 332 de la loi-programme du 27 décembre 2004. "
Afdeling II. - Leegstandsheffing bedrijfsruimten.
Section II. - Taxe sur l'inoccupation d'espaces commerciaux.
Art. 20. Aan artikel 17, § 2, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, het laatst gewijzigd bij decreet van 23 juni 2006, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het Vernieuwingsfonds heeft verder als doel, met ingang van 1 juli 2008 en tot een nader door de Vlaamse Regering te bepalen datum, doch uiterlijk tot 1 juli 2013, alle kosten, met inbegrip van de desbetreffende personeels-, werkings- en informaticakosten te dragen die gepaard gaan met de inning en invordering en de bezwaar- en geschilafhandeling van de planbatenheffing, zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk VIII, afdeling II, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals later gewijzigd, alsook aan de voorbereiding van deze inning. ".
" Het Vernieuwingsfonds heeft verder als doel, met ingang van 1 juli 2008 en tot een nader door de Vlaamse Regering te bepalen datum, doch uiterlijk tot 1 juli 2013, alle kosten, met inbegrip van de desbetreffende personeels-, werkings- en informaticakosten te dragen die gepaard gaan met de inning en invordering en de bezwaar- en geschilafhandeling van de planbatenheffing, zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk VIII, afdeling II, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals later gewijzigd, alsook aan de voorbereiding van deze inning. ".
Art. 20. A l'article 17, § 2 du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique, modifié en dernier lieu par le décret du 23 juin 2006, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le Fonds de rénovation a également pour objet de prendre en charge, à partir du 1er juillet 2008 et jusqu'à une date à fixer par le Gouvernement flamand mais pas plus tard que le 1er juillet 2013, tous les frais, y compris les coûts du personnel et les frais de fonctionnement et d'informatique liés à la perception et au recouvrement et à l'instruction des réclamations et litiges de la taxe sur les bénéfices résultant de la planification spatiale, telle que visée au titre II, chapitre VIII, section II du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, telle que modifiée ultérieurement, ainsi qu'à la préparation de ce recouvrement. "
" Le Fonds de rénovation a également pour objet de prendre en charge, à partir du 1er juillet 2008 et jusqu'à une date à fixer par le Gouvernement flamand mais pas plus tard que le 1er juillet 2013, tous les frais, y compris les coûts du personnel et les frais de fonctionnement et d'informatique liés à la perception et au recouvrement et à l'instruction des réclamations et litiges de la taxe sur les bénéfices résultant de la planification spatiale, telle que visée au titre II, chapitre VIII, section II du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, telle que modifiée ultérieurement, ainsi qu'à la préparation de ce recouvrement. "
Art. 21. In hetzelfde decreet wordt artikel 28 opgeheven.
Art. 21. Au même décret, l'article 28 est abrogé.
Art. 22. In artikel 33 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " de wettelijke hypotheek, " en de woorden " de verjaring " de woorden " de aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen, " ingevoegd.
Art. 22. A l'article 33 du même décret les mots " à la responsabilité et aux obligations de certains officiers ministériels, fonctionnaires publics et autres personnes, " sont insérés entre les mots " à l'hypothèque légale, " et les mots " à la prescription ".
Art. 23. In artikel 33 van hetzelfde decreet, wordt het woord " rijksinkomstenbelastingen " vervangen door de woorden " de onroerende voorheffing, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, ".
Art. 23. A l'article 33 du même décret, les mots " d'impôts d'Etat sur le revenu " sont remplacés par les mots " de précompte immobilier, tel qu'applicable en Région flamande, ".
Afdeling III. - Successierechten.
Section III. - Droits de succession.
Art. 24. § 1. In artikel 60bis, § 3, van het Wetboek der Successierechten worden de woorden " Europese Unie " vervangen door de woorden " Europese Economische Ruimte ".
§ 2. In artikel 60bis, § 5, vierde lid, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden " de onderneming " en de woorden " in de twintig kwartalen " de woorden " of de vennootschap " ingevoegd.
§ 3. In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde Wetboek wordt het laatste lid vervangen door wat volgt :
" De in het eerste, tweede en zesde lid vermelde bedragen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt, die wordt verkregen door het gemiddelde van de gezondheidsindexcijfers van hetzij de drie kalenderjaren voorafgaand aan dat waarin het overlijden plaatsheeft, hetzij de vijf kalenderjaren te beginnen met het jaar waarin het overlijden plaatsheeft, te delen door het gezondheidsindexcijfer van de maand december 2007. Met het gezondheidsindexcijfer wordt bedoeld, het indexcijfer zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. ".
§ 2. In artikel 60bis, § 5, vierde lid, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden " de onderneming " en de woorden " in de twintig kwartalen " de woorden " of de vennootschap " ingevoegd.
§ 3. In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde Wetboek wordt het laatste lid vervangen door wat volgt :
" De in het eerste, tweede en zesde lid vermelde bedragen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt, die wordt verkregen door het gemiddelde van de gezondheidsindexcijfers van hetzij de drie kalenderjaren voorafgaand aan dat waarin het overlijden plaatsheeft, hetzij de vijf kalenderjaren te beginnen met het jaar waarin het overlijden plaatsheeft, te delen door het gezondheidsindexcijfer van de maand december 2007. Met het gezondheidsindexcijfer wordt bedoeld, het indexcijfer zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. ".
Art. 24. § 1er. A l'article 60bis, § 3 du Code des Droits de Succession, les mots " Union européenne " sont remplacés par les mots " Espace économique européen ".
§ 2. A l'article 60bis, § 5, alinéa quatre du même Code, les mots " ou la société " sont insérés entre les mots " l'entreprise " et les mots " a au moins payé ".
§ 3. Dans l'article 60bis, § 5, du même Code, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Les montants visés aux alinéas premier, deux et six, sont multipliés par un coefficient obtenu en divisant la moyenne des indices de santé, soit des trois années civiles précédant celle dans laquelle le décès a eu lieu, soit des cinq années civiles à compter de l'année dans laquelle le décès a eu lieu, par l'indice de santé du mois de décembre 2007. Par indice de santé on entend l'indice tel que fixé à l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant dispositions sociales. "
§ 2. A l'article 60bis, § 5, alinéa quatre du même Code, les mots " ou la société " sont insérés entre les mots " l'entreprise " et les mots " a au moins payé ".
§ 3. Dans l'article 60bis, § 5, du même Code, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Les montants visés aux alinéas premier, deux et six, sont multipliés par un coefficient obtenu en divisant la moyenne des indices de santé, soit des trois années civiles précédant celle dans laquelle le décès a eu lieu, soit des cinq années civiles à compter de l'année dans laquelle le décès a eu lieu, par l'indice de santé du mois de décembre 2007. Par indice de santé on entend l'indice tel que fixé à l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant dispositions sociales. "
Art. 25. Aan artikel 135 van het Wetboek der Successierechten wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 10° wanneer aan de voorwaarden voor de toepassing van de in artikel 55quater bepaalde vrijstelling wordt voldaan binnen een termijn van 2 jaar na het overlijden. ".
" 10° wanneer aan de voorwaarden voor de toepassing van de in artikel 55quater bepaalde vrijstelling wordt voldaan binnen een termijn van 2 jaar na het overlijden. ".
Art. 25. A l'article 135 du Code des Droits de Succession, il est ajouté un point 10°, ainsi rédigé :
" 10° lorsqu'il est satisfait aux conditions d'application de l'exemption visée à l'article 55quater dans un délai de 2 ans du décès. ".
" 10° lorsqu'il est satisfait aux conditions d'application de l'exemption visée à l'article 55quater dans un délai de 2 ans du décès. ".
HOOFDSTUK IV. - Wonen.
CHAPITRE IV. - Logement.
Afdeling I. - Herstelvordering.
Section Ire. - Demande de réparation.
Art. 26. In artikel 17bis, § 1, van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers worden in het eerste lid, derde zin, de woorden " of ambtshalve " geschrapt.
Art. 26. Dans l'article 17bis, § 1er, du décret du 4 février 1997 portant les normes de qualité et de sécurité pour chambres et chambres d'étudiants, les mots " ou d'office " dans l'alinéa premier, troisième phrase sont supprimés.
Art. 27. In artikel 17bis, § 1, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid geschrapt.
Art. 27. Dans l'article 17bis, § 1er, du même décret, l'alinéa deux est supprimé.
Art. 28. In artikel 17bis, § 6, van hetzelfde decreet worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" Zolang door de wooninspecteur geen proces-verbaal werd opgesteld waaruit blijkt dat de opgelegde herstelmaatregel volledig werd uitgevoerd, kan door het college van burgemeester en schepenen geen conformiteitsattest worden afgeleverd.
De wooninspecteur brengt het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van de resultaten van het controlebezoek. ".
" Zolang door de wooninspecteur geen proces-verbaal werd opgesteld waaruit blijkt dat de opgelegde herstelmaatregel volledig werd uitgevoerd, kan door het college van burgemeester en schepenen geen conformiteitsattest worden afgeleverd.
De wooninspecteur brengt het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van de resultaten van het controlebezoek. ".
Art. 28. A l'article 17bis, § 6, du même décret sont ajoutés un alinéa deux et trois, ainsi rédigés :
" Tant que l'inspecteur du logement n'a pas dressé de procès-verbal dont il ressort que la mesure de réparation imposée a entièrement été effectuée, aucune attestation de conformité ne peut être délivrée par le collège des bourgmestre et échevins.
L'inspecteur du logement communique sans délai les résultats de la visite de contrôle au collège des bourgmestre et échevins. "
" Tant que l'inspecteur du logement n'a pas dressé de procès-verbal dont il ressort que la mesure de réparation imposée a entièrement été effectuée, aucune attestation de conformité ne peut être délivrée par le collège des bourgmestre et échevins.
L'inspecteur du logement communique sans délai les résultats de la visite de contrôle au collège des bourgmestre et échevins. "
Art. 29. In artikel 17bis, § 7, van hetzelfde decreet, worden in het tweede lid de woorden " of in geval van toepassing van wat bepaald is in § 1, laatste lid, " geschrapt.
Art. 29. A l'article 17bis, § 7, alinéa deux du même décret, les mots " ou en cas d'application des dispositions du § 1er, dernier alinéa " sont supprimés.
Art. 30. In artikel 20bis, § 1, tweede lid, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals gewijzigd bij decreet van 7 juli 2006, worden de woorden " of ambtshalve " geschrapt.
Art. 30. A l'article 20bis, § 1er, alinéa deux du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, tel que modifié par le décret du 7 juillet 2006, les mots " ou d'office " sont supprimés.
Art. 31. In artikel 20bis, § 1, van hetzelfde decreet wordt het derde lid geschrapt.
Art. 31. Dans l'article 20bis, § 1er du même décret, l'alinéa trois est supprimé.
Art. 32. In artikel 20bis, § 6, van hetzelfde decreet worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" Zolang door de wooninspecteur geen proces-verbaal werd opgesteld waaruit blijkt dat de opgelegde herstelmaatregel volledig werd uitgevoerd, kan door het college van burgemeester en schepenen geen conformiteitsattest worden afgeleverd.
De wooninspecteur brengt het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van de resultaten van het controlebezoek. ".
" Zolang door de wooninspecteur geen proces-verbaal werd opgesteld waaruit blijkt dat de opgelegde herstelmaatregel volledig werd uitgevoerd, kan door het college van burgemeester en schepenen geen conformiteitsattest worden afgeleverd.
De wooninspecteur brengt het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van de resultaten van het controlebezoek. ".
Art. 32. A l'article 20bis, § 6 du même décret sont ajoutés un alinéa deux et trois, ainsi rédigés :
" Tant que l'inspecteur du logement n'a pas dressé de procès-verbal dont il ressort que la mesure de réparation imposée a entièrement été effectuée, aucune attestation de conformité ne peut être délivrée par le collège des bourgmestre et échevins.
L'inspecteur du logement communique sans délai les résultats de la visite de contrôle au collège des bourgmestre et échevins. "
" Tant que l'inspecteur du logement n'a pas dressé de procès-verbal dont il ressort que la mesure de réparation imposée a entièrement été effectuée, aucune attestation de conformité ne peut être délivrée par le collège des bourgmestre et échevins.
L'inspecteur du logement communique sans délai les résultats de la visite de contrôle au collège des bourgmestre et échevins. "
Art. 33. In artikel 20bis, § 7, van hetzelfde decreet, worden in het tweede lid de woorden " of in geval van toepassing van wat bepaald is in § 1, laatste lid, " geschrapt.
Art. 33. A l'article 20bis, § 7, alinéa deux du même décret, les mots " ou en cas d'application des dispositions du § 1er, dernier alinéa " sont supprimés.
Afdeling II. - Bevoegdheden toezichthouder.
Section II. - Compétences du contrôleur.
Art. 34. Aan artikel 29bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De in artikel 47 bedoelde bevoegdheden van de toezichthouder kunnen op een overeenkomstige wijze worden uitgeoefend ten aanzien van de beslissingen van de instanties genomen krachtens titel VI en VII. ".
" § 3. De in artikel 47 bedoelde bevoegdheden van de toezichthouder kunnen op een overeenkomstige wijze worden uitgeoefend ten aanzien van de beslissingen van de instanties genomen krachtens titel VI en VII. ".
Art. 34. A l'article 29bis du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les compétences du contrôleur visées à l'article 47 peuvent être exercées de manière analogue à l'égard des décisions des instances prises en vertu des titres VI et VII. "
" § 3. Les compétences du contrôleur visées à l'article 47 peuvent être exercées de manière analogue à l'égard des décisions des instances prises en vertu des titres VI et VII. "
Afdeling III. - Invordering van subsidies en tegemoetkomingen.
Section III. - Recouvrement des subventions et interventions.
Art. 35. De ambtenaren die met toepassing van [1 artikel 5.4 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]1 door de Vlaamse Regering belast zijn met de invordering van subsidies en tegemoetkomingen, evenals de ambtenaren die belast zijn met het opstellen, viseren en uitvoerbaar verklaren van de dwangbevelen, kunnen deze bevoegdheden ook uitoefenen om de andere dan de in het [1 artikel 5.2 van de voormelde codex]1 bedoelde subsidies en tegemoetkomingen die op het vlak van huisvesting, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen werden verstrekt, terug te vorderen wanneer de begunstigden de aangegane verbintenissen of gestelde voorwaarden niet naleven.
De teruggevorderde subsidies en tegemoetkomingen worden toegewezen aan het Fonds voor de Huisvesting, bedoeld in [1 artikel 5.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ]1.
De teruggevorderde subsidies en tegemoetkomingen worden toegewezen aan het Fonds voor de Huisvesting, bedoeld in [1 artikel 5.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ]1.
Modifications
Art. 35. Les fonctionnaires chargés par le Gouvernement flamand du recouvrement des subventions et interventions en application [1 de l'article 5.4 du Code flamand du Logement de 2021]1, ainsi que les fonctionnaires chargés d'établir, de viser et de déclarer exécutables les contraintes, peuvent également exercer ces compétences pour recouvrer les subventions et interventions autres que celles visées à [1 l'article 5.2 du code précité]1, octroyées dans le domaine du logement, comme prévu à l'article 6, § 1er, IV, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réforme des institutions, lorsque les bénéficiaires ne respectent pas les engagements souscrits ou les conditions posées.
Les subventions et interventions recouvrées sont attribuées au Fonds du Logement, visé à [1 l'article 5.1 du Code flamand du Logement de 2021]1.
Les subventions et interventions recouvrées sont attribuées au Fonds du Logement, visé à [1 l'article 5.1 du Code flamand du Logement de 2021]1.
Modifications
Afdeling IV. - Sociale huurwoningen.
Section IV. - Logements locatifs sociaux.
Art. 36. In artikel 98 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2006, worden § 1 en § 2 vervangen door wat volgt :
" § 1. De huurovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en wordt in de volgende gevallen van rechtswege ontbonden :
1° als de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), overlijdt;
2° als de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), de huurovereenkomst heeft opgezegd.
Als er bij een ontbinding als vermeld in het eerste lid nog een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), overblijft, vindt de ontbinding plaats op de laatste dag van de zesde maand die volgt op de datum waarop de verhuurder het overlijden of de opzegging van de laatste huurder heeft vernomen. De huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), kan melden aan de verhuurder dat de ontbinding sneller moet plaatsvinden dan de voormelde termijn, op voorwaarde dat hij dat ten minste drie maanden voor de gewenste datum van ontbinding van de huurovereenkomst aan de verhuurder meldt en dat er minimaal drie maanden verlopen tussen de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het overlijden of van de opzegging en de ontbinding van de huurovereenkomst.
Als het eerste lid, 1°, van toepassing is en er blijft geen huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), over, vindt de ontbinding plaats op de eerste dag van de maand die volgt op datum van het overlijden.
De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een huurovereenkomst van rechtswege wordt ontbonden ten aanzien van de huurder die de sociale huurwoning niet langer als hoofdverblijfplaats betrekt en die geen opzegging heeft gegeven.
Als de huurovereenkomst betrekking heeft op een woning waarover de verhuurder slechts voor een beperkte termijn beschikt, bedraagt de duur niet minder dan negen jaar, tenzij de verhuurder zelf maar voor een kortere periode over de woning kan beschikken.
De Vlaamse Regering kan uitzonderingen toestaan op duurtijd van de huurovereenkomst, vermeld in het eerste en het vijfde lid, onder meer voor de tijdelijke opvang van gezinnen die in een noodsituatie verkeren of die wachten op een aangepaste woning of in het geval dat er een renovatie van de betrokken woning gepland is.
§ 2. Een huurder kan te allen tijde de huurovereenkomst opzeggen met een aangetekende brief. De opzegging geldt enkel in zijn hoofde.
Voor de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), die de huurovereenkomst opzegt, geldt een opzeggingstermijn van drie maanden, voor de andere huurders die de huurovereenkomst opzeggen, geldt geen opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn begint te lopen op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. ".
" § 1. De huurovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en wordt in de volgende gevallen van rechtswege ontbonden :
1° als de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), overlijdt;
2° als de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), de huurovereenkomst heeft opgezegd.
Als er bij een ontbinding als vermeld in het eerste lid nog een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), overblijft, vindt de ontbinding plaats op de laatste dag van de zesde maand die volgt op de datum waarop de verhuurder het overlijden of de opzegging van de laatste huurder heeft vernomen. De huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), kan melden aan de verhuurder dat de ontbinding sneller moet plaatsvinden dan de voormelde termijn, op voorwaarde dat hij dat ten minste drie maanden voor de gewenste datum van ontbinding van de huurovereenkomst aan de verhuurder meldt en dat er minimaal drie maanden verlopen tussen de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het overlijden of van de opzegging en de ontbinding van de huurovereenkomst.
Als het eerste lid, 1°, van toepassing is en er blijft geen huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), over, vindt de ontbinding plaats op de eerste dag van de maand die volgt op datum van het overlijden.
De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een huurovereenkomst van rechtswege wordt ontbonden ten aanzien van de huurder die de sociale huurwoning niet langer als hoofdverblijfplaats betrekt en die geen opzegging heeft gegeven.
Als de huurovereenkomst betrekking heeft op een woning waarover de verhuurder slechts voor een beperkte termijn beschikt, bedraagt de duur niet minder dan negen jaar, tenzij de verhuurder zelf maar voor een kortere periode over de woning kan beschikken.
De Vlaamse Regering kan uitzonderingen toestaan op duurtijd van de huurovereenkomst, vermeld in het eerste en het vijfde lid, onder meer voor de tijdelijke opvang van gezinnen die in een noodsituatie verkeren of die wachten op een aangepaste woning of in het geval dat er een renovatie van de betrokken woning gepland is.
§ 2. Een huurder kan te allen tijde de huurovereenkomst opzeggen met een aangetekende brief. De opzegging geldt enkel in zijn hoofde.
Voor de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), die de huurovereenkomst opzegt, geldt een opzeggingstermijn van drie maanden, voor de andere huurders die de huurovereenkomst opzeggen, geldt geen opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn begint te lopen op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. ".
Art. 36. A l'article 98 du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, modifié par le décret du 15 décembre 2006, les §§ 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le contrat de location est conclu pour une durée indéterminée et est résilié d'office dans les cas suivants :
1° en cas de décès du locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c);
2° lorsque le dernier locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c) a résilié le contrat de location.
Lorsqu'en cas de dissolution telle que visée au premier alinéa, il reste un locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), le contrat de location prend fin le dernier jour du sixième mois qui suit la date à laquelle le bailleur a appris le décès ou la résiliation du dernier locataire. Le locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), peut notifier au bailleur que la dissolution doit avoir lieu plus tôt que le délai précité, à condition que cette notification soit faite au moins trois mois avant la date souhaitée de dissolution du contrat de location et que celle-ci ait lieu au moins trois mois après le premier jour du mois qui suit la date du décès ou de la résiliation.
Lorsque le premier alinéa, 1° s'applique et qu'il ne reste aucun locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), la dissolution a lieu le premier jour du mois qui suit la date du décès.
Le Gouvernement flamand détermine les conditions de dissolution d'office d'un contrat de location à l'égard du locataire qui n'occupe plus comme résidence principale le logement locatif social et qui n'a pas résilié le contrat de location.
Lorsque le contrat de location a trait à un logement dont le bailleur ne dispose que pour un délai limité, la durée n'est pas inférieure à neuf ans, sauf si le bailleur ne peut lui-même disposer du logement que pour une période plus courte.
Le Gouvernement flamand peut accorder des exceptions quant à la durée du contrat de location, visée aux premier et cinquième alinéas, entre autres pour l'hébergement provisoire de ménages en situation d'urgence ou en attente d'un logement adapté ou en cas de rénovation prévue du logement concerné.
§ 2. Un locataire peut à tout moment résilier le contrat de location par lettre recommandée. La résiliation n'est faite que de son seul chef.
Le dernier locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c), résiliant le contrat de location, est soumis à un délai de résiliation de trois mois. Les autres locataires résiliant le contrat de location ne sont soumis à aucun délai de résiliation. Le délai de résiliation court à partir du premier jour du mois suivant le mois pendant lequel la résiliation a été notifiée. "
" § 1er. Le contrat de location est conclu pour une durée indéterminée et est résilié d'office dans les cas suivants :
1° en cas de décès du locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c);
2° lorsque le dernier locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c) a résilié le contrat de location.
Lorsqu'en cas de dissolution telle que visée au premier alinéa, il reste un locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), le contrat de location prend fin le dernier jour du sixième mois qui suit la date à laquelle le bailleur a appris le décès ou la résiliation du dernier locataire. Le locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), peut notifier au bailleur que la dissolution doit avoir lieu plus tôt que le délai précité, à condition que cette notification soit faite au moins trois mois avant la date souhaitée de dissolution du contrat de location et que celle-ci ait lieu au moins trois mois après le premier jour du mois qui suit la date du décès ou de la résiliation.
Lorsque le premier alinéa, 1° s'applique et qu'il ne reste aucun locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, d), la dissolution a lieu le premier jour du mois qui suit la date du décès.
Le Gouvernement flamand détermine les conditions de dissolution d'office d'un contrat de location à l'égard du locataire qui n'occupe plus comme résidence principale le logement locatif social et qui n'a pas résilié le contrat de location.
Lorsque le contrat de location a trait à un logement dont le bailleur ne dispose que pour un délai limité, la durée n'est pas inférieure à neuf ans, sauf si le bailleur ne peut lui-même disposer du logement que pour une période plus courte.
Le Gouvernement flamand peut accorder des exceptions quant à la durée du contrat de location, visée aux premier et cinquième alinéas, entre autres pour l'hébergement provisoire de ménages en situation d'urgence ou en attente d'un logement adapté ou en cas de rénovation prévue du logement concerné.
§ 2. Un locataire peut à tout moment résilier le contrat de location par lettre recommandée. La résiliation n'est faite que de son seul chef.
Le dernier locataire, visé à l'article 2, § 1er, premier alinéa, 34°, a), b) et c), résiliant le contrat de location, est soumis à un délai de résiliation de trois mois. Les autres locataires résiliant le contrat de location ne sont soumis à aucun délai de résiliation. Le délai de résiliation court à partir du premier jour du mois suivant le mois pendant lequel la résiliation a été notifiée. "
HOOFDSTUK V. - Rechtsopvolging VHM.
CHAPITRE V. - Succession aux droits VHM.
Art. 37. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° [1 Bestuurdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ;]1
2° [2 ...]2
3° domeindecreet : het decreet van 24 maart 2006 houdende wijziging van decretale bepalingen inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid;
4° VMSW : de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, vermeld in [2 artikel 30, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode" vervangen door de zinsnede "artikel 4.7, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2;
5° VHM : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, vermeld in [2 artikel 4.7, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2;
6° ministerie : het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.
§ 2. De statuten van de VMSW, goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering der aandeelhouders van de VHM op 27 juni 2006, houdende de omvorming van de VHM tot de VMSW, zoals bepaald in [2 artikel 4.7, zesde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2 worden goedgekeurd met uitsluiting van artikel 3, § 1, 6°, 7° en 8°, van de statuten.
§ 3. De VMSW geldt met ingang van de datum van de inwerkingtreding van artikel 33 van het domeindecreet als de algemene rechtsopvolger van de VHM, waarvan ze de rechtspersoonlijkheid voortzet.
De goederen, de rechten en de verplichtingen van de VHM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, en met uitzondering van de goederen, de rechten en de verplichting die vermeld zijn in § 4, behoren met ingang van de datum, vermeld in het eerste lid, toe aan de VMSW.
§ 4. De roerende goederen, de rechten en de verplichtingen van de VHM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, die betrekking hebben op taken en opdrachten die ter uitvoering van het [1 Bestuursdecreet]1 worden toevertrouwd aan het ministerie, worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest en toegewezen aan de entiteiten van het ministerie overeenkomstig de verdeling, opgenomen in de inventaris, vermeld in § 6, tweede lid.
§ 5. De goederen, de rechten en de verplichtingen van het Vlaamse Gewest, die betrekking hebben op taken en opdrachten inzake woonbeleid, die uitgeoefend worden door de afdeling Gesubsidieerde Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, worden overeenkomstig de verdeling, opgenomen in de inventaris, vermeld in § 6, tweede lid :
1° overgedragen aan de VMSW als ze betrekking hebben op taken en opdrachten die krachtens [2 hoofdstuk 2 en 3 van boek 4, deel 1, titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2 worden toevertrouwd aan de VMSW;
2° toegewezen aan entiteiten van het ministerie als ze betrekking hebben op taken en opdrachten die ter uitvoering van het [1 Bestuursdecreet]1 worden toevertrouwd aan het ministerie.
§ 6. De goederen, rechten en verplichtingen, vermeld in §§ 4 en 5, worden kosteloos overgedragen in de staat waarin ze zich bevinden en, als het gaat om onroerende goederen, met inbegrip van hun actieve en passieve erfdienstbaarheden, de bijzondere lasten die verbonden zijn aan de verwerving ervan, alsmede de eventuele aan derden verleende rechten.
Van die goederen, rechten en verplichtingen wordt een inventaris, met inbegrip van de verdeling ervan, opgemaakt in gezamenlijk overleg tussen de leidinggevende ambtenaren van de VMSW en de betrokken entiteiten van het ministerie. Die inventaris wordt opgenomen in een proces-verbaal van overdracht dat wordt ondertekend door de leidende ambtenaren die bij de verdeling betrokken zijn.
1° [1 Bestuurdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ;]1
2° [2 ...]2
3° domeindecreet : het decreet van 24 maart 2006 houdende wijziging van decretale bepalingen inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid;
4° VMSW : de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, vermeld in [2 artikel 30, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode" vervangen door de zinsnede "artikel 4.7, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2;
5° VHM : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, vermeld in [2 artikel 4.7, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2;
6° ministerie : het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.
§ 2. De statuten van de VMSW, goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering der aandeelhouders van de VHM op 27 juni 2006, houdende de omvorming van de VHM tot de VMSW, zoals bepaald in [2 artikel 4.7, zesde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2 worden goedgekeurd met uitsluiting van artikel 3, § 1, 6°, 7° en 8°, van de statuten.
§ 3. De VMSW geldt met ingang van de datum van de inwerkingtreding van artikel 33 van het domeindecreet als de algemene rechtsopvolger van de VHM, waarvan ze de rechtspersoonlijkheid voortzet.
De goederen, de rechten en de verplichtingen van de VHM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, en met uitzondering van de goederen, de rechten en de verplichting die vermeld zijn in § 4, behoren met ingang van de datum, vermeld in het eerste lid, toe aan de VMSW.
§ 4. De roerende goederen, de rechten en de verplichtingen van de VHM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, die betrekking hebben op taken en opdrachten die ter uitvoering van het [1 Bestuursdecreet]1 worden toevertrouwd aan het ministerie, worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest en toegewezen aan de entiteiten van het ministerie overeenkomstig de verdeling, opgenomen in de inventaris, vermeld in § 6, tweede lid.
§ 5. De goederen, de rechten en de verplichtingen van het Vlaamse Gewest, die betrekking hebben op taken en opdrachten inzake woonbeleid, die uitgeoefend worden door de afdeling Gesubsidieerde Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, worden overeenkomstig de verdeling, opgenomen in de inventaris, vermeld in § 6, tweede lid :
1° overgedragen aan de VMSW als ze betrekking hebben op taken en opdrachten die krachtens [2 hoofdstuk 2 en 3 van boek 4, deel 1, titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021]2 worden toevertrouwd aan de VMSW;
2° toegewezen aan entiteiten van het ministerie als ze betrekking hebben op taken en opdrachten die ter uitvoering van het [1 Bestuursdecreet]1 worden toevertrouwd aan het ministerie.
§ 6. De goederen, rechten en verplichtingen, vermeld in §§ 4 en 5, worden kosteloos overgedragen in de staat waarin ze zich bevinden en, als het gaat om onroerende goederen, met inbegrip van hun actieve en passieve erfdienstbaarheden, de bijzondere lasten die verbonden zijn aan de verwerving ervan, alsmede de eventuele aan derden verleende rechten.
Van die goederen, rechten en verplichtingen wordt een inventaris, met inbegrip van de verdeling ervan, opgemaakt in gezamenlijk overleg tussen de leidinggevende ambtenaren van de VMSW en de betrokken entiteiten van het ministerie. Die inventaris wordt opgenomen in een proces-verbaal van overdracht dat wordt ondertekend door de leidende ambtenaren die bij de verdeling betrokken zijn.
Art. 37. § 1er. Pour l'application du présent article, il faut entendre par :
1° [1 Décret de gouvernance : le Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]1
2° [2 ...]2
3° décret domanial : le décret du 24 mars 2006 modifiant les dispositions décrétales en matière de logement suite à la politique administrative;
4° VMSW : la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social), mentionnée à [2 l'article 4.7, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021]2;
5° VHM : la " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " (Société flamande du Logement), mentionnée à [2 l'article 4.7, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021]2;
6° ministère : le Ministère flamand de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier.
§ 2. Les statuts de la VMSW, approuvés par l'assemblée générale extraordinaire des actionnaires de la VHM le 27 juin 2006, portant conversion de la VHM en VMSW, comme prévu à [2 l'article 4.7, alinéa 6, du Code flamand du Logement de 2021]2 sont approuvés à l'exception de l'article 3, § 1er, 6°, 7° et 8°, des statuts.
§ 3. La VMSW est en vigueur à partir de la date de l'entrée en vigueur de l'article 33 du décret domanial en tant que successeur général aux droits de la VHM dont elle continue la personnalité juridique.
Les biens, les droits et les obligations de la VHM, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, et à l'exception des biens, des droits et de l'obligation mentionnés au § 4, appartiennent à la VMSW à partir de la date visée au premier alinéa.
§ 4. Les biens meubles, les droits et les obligations de la VHM, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, ayant trait aux tâches et missions confiées au ministère en exécution du [1 Décret de gouvernance]1, sont transférés à la Région flamande et attribués aux entités du ministère conformément à la répartition, reprise à l'inventaire, mentionné au § 6, deuxième alinéa.
§ 5. Les biens, droits et obligations de la Région flamande ayant trait aux tâches et missions en matière de politique de logement exercées par la division de l'Infrastructure subventionnée du ministère de la Communauté flamande, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, sont, conformément à la répartition reprise à l'inventaire, visé au § 6, deuxième alinéa :
1° transférés à la VMSW lorsqu'ils ont trait aux tâches et missions confiées à la VMSW en vertu [2 des chapitres 2 et 3 du livre 4, partie 1, titre 2, du Code flamand du Logement de 2021 ]2;
2° attribués aux entités du ministère lorsqu'ils ont trait aux tâches et missions confiées au ministère en exécution du [1 Décret de gouvernance]1.
§ 6. Les biens, droits et obligations, mentionnés aux §§ 4 et 5, sont transférés à titre gratuit dans l'état dans lequel ils se trouvent et, lorsqu'il s'agit de biens immobiliers, conjointement avec les servitudes actives et passives, les charges particulières liées à leur acquisition ainsi que d'éventuels droits accordés à des tiers.
Un inventaire est établi de ces biens, droits et obligations, y compris de leur répartition, de commun accord avec les fonctionnaires dirigeants de la VMSW et les entités concernées du ministère. Cet inventaire est repris dans un procès-verbal de transfert signé par les fonctionnaires dirigeants concernés par la répartition.
1° [1 Décret de gouvernance : le Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]1
2° [2 ...]2
3° décret domanial : le décret du 24 mars 2006 modifiant les dispositions décrétales en matière de logement suite à la politique administrative;
4° VMSW : la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social), mentionnée à [2 l'article 4.7, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021]2;
5° VHM : la " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " (Société flamande du Logement), mentionnée à [2 l'article 4.7, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021]2;
6° ministère : le Ministère flamand de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier.
§ 2. Les statuts de la VMSW, approuvés par l'assemblée générale extraordinaire des actionnaires de la VHM le 27 juin 2006, portant conversion de la VHM en VMSW, comme prévu à [2 l'article 4.7, alinéa 6, du Code flamand du Logement de 2021]2 sont approuvés à l'exception de l'article 3, § 1er, 6°, 7° et 8°, des statuts.
§ 3. La VMSW est en vigueur à partir de la date de l'entrée en vigueur de l'article 33 du décret domanial en tant que successeur général aux droits de la VHM dont elle continue la personnalité juridique.
Les biens, les droits et les obligations de la VHM, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, et à l'exception des biens, des droits et de l'obligation mentionnés au § 4, appartiennent à la VMSW à partir de la date visée au premier alinéa.
§ 4. Les biens meubles, les droits et les obligations de la VHM, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, ayant trait aux tâches et missions confiées au ministère en exécution du [1 Décret de gouvernance]1, sont transférés à la Région flamande et attribués aux entités du ministère conformément à la répartition, reprise à l'inventaire, mentionné au § 6, deuxième alinéa.
§ 5. Les biens, droits et obligations de la Région flamande ayant trait aux tâches et missions en matière de politique de logement exercées par la division de l'Infrastructure subventionnée du ministère de la Communauté flamande, y compris les droits et obligations résultant des procédures juridiques pendantes et futures, sont, conformément à la répartition reprise à l'inventaire, visé au § 6, deuxième alinéa :
1° transférés à la VMSW lorsqu'ils ont trait aux tâches et missions confiées à la VMSW en vertu [2 des chapitres 2 et 3 du livre 4, partie 1, titre 2, du Code flamand du Logement de 2021 ]2;
2° attribués aux entités du ministère lorsqu'ils ont trait aux tâches et missions confiées au ministère en exécution du [1 Décret de gouvernance]1.
§ 6. Les biens, droits et obligations, mentionnés aux §§ 4 et 5, sont transférés à titre gratuit dans l'état dans lequel ils se trouvent et, lorsqu'il s'agit de biens immobiliers, conjointement avec les servitudes actives et passives, les charges particulières liées à leur acquisition ainsi que d'éventuels droits accordés à des tiers.
Un inventaire est établi de ces biens, droits et obligations, y compris de leur répartition, de commun accord avec les fonctionnaires dirigeants de la VMSW et les entités concernées du ministère. Cet inventaire est repris dans un procès-verbal de transfert signé par les fonctionnaires dirigeants concernés par la répartition.
HOOFDSTUK VI. - Vlaams Gemeentefonds.
CHAPITRE VI. - Vlaams Gemeentefonds (Fonds flamand des Communes).
Art. 38. In artikel 19ter, § 1, van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds worden tussen het woord " wordt " en de woorden " onder de gemeenten van het Vlaamse Gewest " de woorden " voor het begrotingsjaar 2008 " ingevoegd.
Art. 38. A l'article 19ter, § 1er du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du " Vlaams Gemeentefonds ", les mots " pour l'année budgétaire 2008 " sont insérés entre les mots " est répartie " et les mots " parmi les communes de la Région flamande ".
Art. 39. Aan artikel 19ter, § 1, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het begrotingsjaar 2009 wordt de aanvullende dotatie waarvan sprake in artikel 19bis verdeeld volgens dezelfde procentuele verhouding als de verdeling onder de gemeenten van het bedrag voor het jaar 2007 van de in het eerste lid van deze paragraaf genoemde federale bijdrage. ".
" Vanaf het begrotingsjaar 2009 wordt de aanvullende dotatie waarvan sprake in artikel 19bis verdeeld volgens dezelfde procentuele verhouding als de verdeling onder de gemeenten van het bedrag voor het jaar 2007 van de in het eerste lid van deze paragraaf genoemde federale bijdrage. ".
Art. 39. A l'article 19ter, § 1er, du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" A partir de l'année budgétaire 2009 la dotation additionnelle mentionnée à l'article 19bis est répartie selon la même proportion en pour cent que la répartition parmi les communes du montant pour l'année 2007 de la cotisation fédérale visée au premier alinéa du présent paragraphe. "
" A partir de l'année budgétaire 2009 la dotation additionnelle mentionnée à l'article 19bis est répartie selon la même proportion en pour cent que la répartition parmi les communes du montant pour l'année 2007 de la cotisation fédérale visée au premier alinéa du présent paragraphe. "
Art. 40. Aan artikel 19quater van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kunnen de gemeentelijke aandelen in de aanvullende dotatie voor het jaar 2009 voor het volledige bedrag betaald worden in het jaar 2008. ".
" In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kunnen de gemeentelijke aandelen in de aanvullende dotatie voor het jaar 2009 voor het volledige bedrag betaald worden in het jaar 2008. ".
Art. 40. A l'article 19quater du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa les parts communales dans la dotation additionnelle pour l'année 2009 peuvent être versées pour le montant global dans l'année 2008. "
" Par dérogation au premier alinéa les parts communales dans la dotation additionnelle pour l'année 2009 peuvent être versées pour le montant global dans l'année 2008. "
Art. 41. Aan artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 4 wordt " 30 september 2008 " vervangen door " 30 september 2009 ";
2° in § 5 wordt het jaartal " 2009 " vervangen door het jaartal " 2010 ";
3° in § 6 wordt het jaartal " 2008 " vervangen door het jaartal " 2009 ";
4° in § 6bis wordt " 30 september 2008 " vervangen door " 30 september 2009 ".
1° in § 4 wordt " 30 september 2008 " vervangen door " 30 september 2009 ";
2° in § 5 wordt het jaartal " 2009 " vervangen door het jaartal " 2010 ";
3° in § 6 wordt het jaartal " 2008 " vervangen door het jaartal " 2009 ";
4° in § 6bis wordt " 30 september 2008 " vervangen door " 30 september 2009 ".
Art. 41. A l'article 22 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 4, les mots " 30 septembre 2008 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2009 ";
2° au § 5, le millésime " 2009 " est remplacé par le millésime " 2010 ";
3° au § 6, le millésime " 2008 " est remplacé par le millésime " 2009 ";
4° au § 6bis les mots " 30 septembre 2008 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2009 ".
1° au § 4, les mots " 30 septembre 2008 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2009 ";
2° au § 5, le millésime " 2009 " est remplacé par le millésime " 2010 ";
3° au § 6, le millésime " 2008 " est remplacé par le millésime " 2009 ";
4° au § 6bis les mots " 30 septembre 2008 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2009 ".
HOOFDSTUK VII. - Overname schuld provinciewegen.
CHAPITRE VII. - Reprise de dettes routes provinciales.
Art. 42. § 1. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om, in het kader van het Lokaal Pact met de Lokale Overheden, leningen aangegaan door de provincies, op te nemen in haar directe schuld, met het oog op de onmiddellijke vervroegde terugbetaling van deze leningen. De Vlaamse Regering wordt er tevens toe gemachtigd om, in het kader van het Lokaal Pact met de Lokale Overheden, schulden in dit kader aangegaan door de provincies aan de bank terug te betalen.
Per provincie kan een schuld worden overgenomen of terugbetaald, ten belope van de financiële compensatie die door de provincies aan de gemeenten zal worden betaald voor het in goede staat brengen van de overgedragen lokale wegen, zoals geselecteerd in de structuur- en mobiliteitsplannen.
§ 2. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd een gebeurlijke wederbeleggingsvergoeding, gelimiteerd volgens de modaliteiten vast te stellen door de Vlaamse Regering, en één week intrest ten laste te nemen op de leningen vermeld in § 1.
§ 3. Voor de omschrijving van de directe schuld wordt verwezen naar artikel 2, 1°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.
Per provincie kan een schuld worden overgenomen of terugbetaald, ten belope van de financiële compensatie die door de provincies aan de gemeenten zal worden betaald voor het in goede staat brengen van de overgedragen lokale wegen, zoals geselecteerd in de structuur- en mobiliteitsplannen.
§ 2. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd een gebeurlijke wederbeleggingsvergoeding, gelimiteerd volgens de modaliteiten vast te stellen door de Vlaamse Regering, en één week intrest ten laste te nemen op de leningen vermeld in § 1.
§ 3. Voor de omschrijving van de directe schuld wordt verwezen naar artikel 2, 1°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.
Art. 42. § 1er. Dans le cadre du Pacte local avec les Autorités locales, le Gouvernement flamand est autorisé à inscrire des emprunts conclus par les provinces dans sa dette directe en vue du remboursement anticipé immédiat de ces emprunts. Le Gouvernement flamand est également autorisé, dans le cadre du Pacte local avec les Autorités locales, de rembourser à la banque les dettes contractées dans ce cadre par les provinces.
Par province, une dette peut être reprise ou remboursée à concurrence de la compensation financière qui sera payée aux communes par les provinces pour la remise en bon état des routes locales transférées, telles que sélectionnées dans les plans structurels et de mobilité.
§ 2. Le Gouvernement flamand est autorisé à prendre en charge sur les emprunts visés au § 1er une éventuelle indemnité de remploi, limitée selon les modalités à fixer par le Gouvernement flamand, ainsi qu'une semaine d'intérêt.
§ 3. Pour la définition de la dette directe, il est fait référence à l'article 2, 1° du décret du 7 mai 2004 contenant des dispositions relatives à la gestion de la trésorerie, de la dette et de la garantie de la Communauté flamande et de la Région flamande.
Par province, une dette peut être reprise ou remboursée à concurrence de la compensation financière qui sera payée aux communes par les provinces pour la remise en bon état des routes locales transférées, telles que sélectionnées dans les plans structurels et de mobilité.
§ 2. Le Gouvernement flamand est autorisé à prendre en charge sur les emprunts visés au § 1er une éventuelle indemnité de remploi, limitée selon les modalités à fixer par le Gouvernement flamand, ainsi qu'une semaine d'intérêt.
§ 3. Pour la définition de la dette directe, il est fait référence à l'article 2, 1° du décret du 7 mai 2004 contenant des dispositions relatives à la gestion de la trésorerie, de la dette et de la garantie de la Communauté flamande et de la Région flamande.
HOOFDSTUK VIII. - Flanders House Inc.
CHAPITRE VIII. - Flanders House Inc.
Art. 43. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om toe te treden als stichtend lid tot de Amerikaanse non for profit corporation (NFP) type 501. c 3 " Flanders House Inc. ".
Art. 43. Le Gouvernement flamand est autorisé à adhérer en tant que membre fondateur à la non for profit corporation (NFP) américaine type 501. c 3 " Flanders House Inc. ".
Art. 44. De NFP stelt zich tot doel Vlaanderen in de VS te promoten en de Vlaamse cultuur er uit te dragen door middel van diverse communicatiekanalen en activiteiten.
Art. 44. La NFP a pour objectif de promouvoir la Flandre aux Etats Unis et d'y propager la culture flamande par le biais de divers canaux de communication et activités.
Art. 45. De financiële tegemoetkoming van de Vlaamse Gemeenschap in de algemene werking van de Amerikaanse non for profit corporation " Flanders House Inc. " omvat een jaarlijkse subsidie die in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap is opgenomen. Vanaf de begroting 2009 zal deze subsidie worden opgenomen.
Art. 45. L'intervention financière de la Communauté flamande dans le fonctionnement général de la non for profit corporation américaine " Flanders House Inc. " comprend une subvention annuelle reprise au budget de la Communauté flamande. Cette subvention sera reprise à partir du budget 2009.
HOOFDSTUK IX. - Fonds voor Kunsten en Erfgoed.
CHAPITRE IX. - Fonds voor Kunsten en Erfgoed (Fonds des Arts et du Patrimoine).
Art. 46. Artikel 22 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 22. § 1. Het fonds voor de Cultuur wordt omgevormd tot het Fonds voor Kunsten en Erfgoed, hierna " het Fonds " genoemd en opgericht zoals voorzien in artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
§ 2. De middelen van het Fonds zijn :
1° schenkingen, legaten en sponsoring;
2° inkomsten die het gevolg zijn van residenties, Europese projecten, tentoonstellingen, publicaties en audiovisuele realisaties, gefinancierd of geprefinancierd door of in samenwerking met de administratie bevoegd voor Kunsten en Erfgoed;
3° terugbetalingen van de door het Fonds verleende financieringen, prefinancieringen en subsidies;
4° verkoop van catalogi en publicaties;
5° toegangsgelden tot musea en tentoonstellingen;
6° terugvorderingen van ten onrechte gedane betalingen.
§ 3. De middelen van het Fonds moeten rechtstreeks bijdragen tot :
1° het verrijken van de kunstpatrimonia van de collectie van de Vlaamse Gemeenschap, van de eigen kunstinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap en van de musea, evenals de valorisatie van hun wetenschappelijke onderzoek;
2° financiering, prefinanciering of subsidiëring van professionele kunstenaars met het oog op hun ontwikkeling als zelfstandige; deze financiering, prefinanciering of subsidiëring kan aan natuurlijke personen en rechtspersonen worden verleend;
3° financiering, prefinanciering of subsidiëring van documentaire films rond het leven en het werk van scheppende of uitvoerende kunstenaars;
4° financiering, prefinanciering of subsidiëring van de productie van gegevensdragers met in hoofdzaak Vlaamse muziek;
5° financiering, prefinanciering of subsidiëring van tentoonstellingen, catalogi, publicaties en audiovisuele realisaties van of in samenwerking met de administratie bevoegd voor Kunsten en Erfgoed.
§ 4. Om de in § 3 bepaalde doelstellingen te bereiken, kan het Fonds :
1° financieringen toekennen;
2° terugvorderbare voorschotten verlenen;
3° subsidies verstrekken;
4° in naam van de Vlaamse Gemeenschap en voor rekening van het Fonds opdrachten voor werken, leveringen en diensten gunnen.
§ 5. De in § 3, 2°, bedoelde middelen kunnen aangevraagd worden door alle kunstenaars ongeacht de disciplines waarin zij actief zijn.
De aanvrager dient een natuurlijke persoon te zijn.
De Vlaamse Regering kent de in § 3, 2°, bedoelde middelen toe op basis van de volgende criteria :
1° de onmogelijkheid voor de kunstenaar om het project zelf te financieren;
2° de door de kunstenaar geboden garanties op de terugbetaling van de middelen.
De overeenkomstig § 3, 2°, door de Vlaamse Regering toegekende middelen moeten volledig terugbetaald worden, behoudens in de door de Vlaamse Regering bepaalde gevallen. "
" Artikel 22. § 1. Het fonds voor de Cultuur wordt omgevormd tot het Fonds voor Kunsten en Erfgoed, hierna " het Fonds " genoemd en opgericht zoals voorzien in artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
§ 2. De middelen van het Fonds zijn :
1° schenkingen, legaten en sponsoring;
2° inkomsten die het gevolg zijn van residenties, Europese projecten, tentoonstellingen, publicaties en audiovisuele realisaties, gefinancierd of geprefinancierd door of in samenwerking met de administratie bevoegd voor Kunsten en Erfgoed;
3° terugbetalingen van de door het Fonds verleende financieringen, prefinancieringen en subsidies;
4° verkoop van catalogi en publicaties;
5° toegangsgelden tot musea en tentoonstellingen;
6° terugvorderingen van ten onrechte gedane betalingen.
§ 3. De middelen van het Fonds moeten rechtstreeks bijdragen tot :
1° het verrijken van de kunstpatrimonia van de collectie van de Vlaamse Gemeenschap, van de eigen kunstinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap en van de musea, evenals de valorisatie van hun wetenschappelijke onderzoek;
2° financiering, prefinanciering of subsidiëring van professionele kunstenaars met het oog op hun ontwikkeling als zelfstandige; deze financiering, prefinanciering of subsidiëring kan aan natuurlijke personen en rechtspersonen worden verleend;
3° financiering, prefinanciering of subsidiëring van documentaire films rond het leven en het werk van scheppende of uitvoerende kunstenaars;
4° financiering, prefinanciering of subsidiëring van de productie van gegevensdragers met in hoofdzaak Vlaamse muziek;
5° financiering, prefinanciering of subsidiëring van tentoonstellingen, catalogi, publicaties en audiovisuele realisaties van of in samenwerking met de administratie bevoegd voor Kunsten en Erfgoed.
§ 4. Om de in § 3 bepaalde doelstellingen te bereiken, kan het Fonds :
1° financieringen toekennen;
2° terugvorderbare voorschotten verlenen;
3° subsidies verstrekken;
4° in naam van de Vlaamse Gemeenschap en voor rekening van het Fonds opdrachten voor werken, leveringen en diensten gunnen.
§ 5. De in § 3, 2°, bedoelde middelen kunnen aangevraagd worden door alle kunstenaars ongeacht de disciplines waarin zij actief zijn.
De aanvrager dient een natuurlijke persoon te zijn.
De Vlaamse Regering kent de in § 3, 2°, bedoelde middelen toe op basis van de volgende criteria :
1° de onmogelijkheid voor de kunstenaar om het project zelf te financieren;
2° de door de kunstenaar geboden garanties op de terugbetaling van de middelen.
De overeenkomstig § 3, 2°, door de Vlaamse Regering toegekende middelen moeten volledig terugbetaald worden, behoudens in de door de Vlaamse Regering bepaalde gevallen. "
Art. 46. L'article 22 du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions techniques budgétaires ainsi que les dispositions accompagnant le budget 1991, est remplacé par ce qui suit :
" Article 22. § 1er. Le fonds de la Culture est transformé en Fonds des Arts et du Patrimoine, ci-après dénommé " le Fonds " et créé comme prévu à l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat.
§ 2. Le Fonds dispose des ressources suivantes :
1° donations, legs et sponsoring;
2° recettes résultant de résidences, de projets européens, d'expositions, de publications et de réalisations audiovisuelles, financés ou préfinancés par ou en collaboration avec l'administration compétente pour les Arts et le Patrimoine;
3° remboursements des financements, préfinancements et subventions accordés par le Fonds;
4° ventes de catalogues et de publications;
5° droits d'entrée de musées et d'expositions;
6° recouvrements de paiements indus.
§ 3. Les ressources du Fonds doivent contribuer directement aux objectifs suivants :
1° l'enrichissement des patrimoines artistiques de la collection de la Communauté flamande, des propres institutions d'art de la Communauté flamande et des musées, ainsi que la valorisation de leur recherche scientifique;
2° le financement, le préfinancement ou le subventionnement d'artistes professionnels en vue de leur développement en tant qu'indépendant; ce financement, préfinancement ou subventionnement peut être accordé tant aux personnes physiques que morales;
3° le financement, le préfinancement ou le subventionnement de films documentaires sur la vie et l'oeuvre d'artistes créateurs ou interprètes;
4° le financement, le préfinancement ou le subventionnement de la production de supports d'information contenant principalement de la musique flamande;
5° le financement, le préfinancement ou le subventionnement d'expositions, de catalogues, de publications et de réalisations audiovisuelles de ou en collaboration avec l'administration compétente pour les Arts et le Patrimoine.
§ 4. Pour réaliser les objectifs fixés au § 3, le Fonds peut :
1° accorder des financements;
2° accorder des avances récupérables;
3° octroyer des subventions;
4° adjuger des marchés de travaux, de livraisons et de services au nom de la Communauté flamande et pour le compte du Fonds.
§ 5. Les moyens visés au § 3, 2° peuvent être demandés par tous les artistes, quelles que soient les disciplines dans lesquels ils sont actifs.
Le demandeur doit être une personne physique.
Le Gouvernement flamand octroie les moyens visés au § 3, 2° sur la base des critères suivants :
1° l'impossibilité pour l'artiste de financer lui-même le projet;
2° les garanties fournies par l'artiste de rembourser les moyens.
Les moyens octroyés par le Gouvernement flamand conformément au § 3, 2° doivent être intégralement remboursés, sauf dans les cas fixés par le Gouvernement flamand. "
" Article 22. § 1er. Le fonds de la Culture est transformé en Fonds des Arts et du Patrimoine, ci-après dénommé " le Fonds " et créé comme prévu à l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat.
§ 2. Le Fonds dispose des ressources suivantes :
1° donations, legs et sponsoring;
2° recettes résultant de résidences, de projets européens, d'expositions, de publications et de réalisations audiovisuelles, financés ou préfinancés par ou en collaboration avec l'administration compétente pour les Arts et le Patrimoine;
3° remboursements des financements, préfinancements et subventions accordés par le Fonds;
4° ventes de catalogues et de publications;
5° droits d'entrée de musées et d'expositions;
6° recouvrements de paiements indus.
§ 3. Les ressources du Fonds doivent contribuer directement aux objectifs suivants :
1° l'enrichissement des patrimoines artistiques de la collection de la Communauté flamande, des propres institutions d'art de la Communauté flamande et des musées, ainsi que la valorisation de leur recherche scientifique;
2° le financement, le préfinancement ou le subventionnement d'artistes professionnels en vue de leur développement en tant qu'indépendant; ce financement, préfinancement ou subventionnement peut être accordé tant aux personnes physiques que morales;
3° le financement, le préfinancement ou le subventionnement de films documentaires sur la vie et l'oeuvre d'artistes créateurs ou interprètes;
4° le financement, le préfinancement ou le subventionnement de la production de supports d'information contenant principalement de la musique flamande;
5° le financement, le préfinancement ou le subventionnement d'expositions, de catalogues, de publications et de réalisations audiovisuelles de ou en collaboration avec l'administration compétente pour les Arts et le Patrimoine.
§ 4. Pour réaliser les objectifs fixés au § 3, le Fonds peut :
1° accorder des financements;
2° accorder des avances récupérables;
3° octroyer des subventions;
4° adjuger des marchés de travaux, de livraisons et de services au nom de la Communauté flamande et pour le compte du Fonds.
§ 5. Les moyens visés au § 3, 2° peuvent être demandés par tous les artistes, quelles que soient les disciplines dans lesquels ils sont actifs.
Le demandeur doit être une personne physique.
Le Gouvernement flamand octroie les moyens visés au § 3, 2° sur la base des critères suivants :
1° l'impossibilité pour l'artiste de financer lui-même le projet;
2° les garanties fournies par l'artiste de rembourser les moyens.
Les moyens octroyés par le Gouvernement flamand conformément au § 3, 2° doivent être intégralement remboursés, sauf dans les cas fixés par le Gouvernement flamand. "
HOOFDSTUK X. - Vlaamse Regulator voor de Media.
CHAPITRE X. - Vlaamse Regulator voor de Media (Régulateur flamand des Médias).
Art. 47. In artikel 176quinquies, § 1, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, worden de woorden " 3° de administratieve geldboeten, bedoeld in artikelen 176 en 176bis; " geschrapt.
Art. 47. A l'article 176quinquies, § 1er, des décrets relatifs à la radiodiffusion et à la télévision, coordonnés le 4 mars 2005, les mots " 3° les amendes administratives, visées aux articles 176 et 176bis; " sont supprimés.
HOOFDSTUK XI. - Fonds personeelsleden met verlof voor opdracht.
CHAPITRE XI. - Fonds personeelsleden met verlof voor opdracht (Fonds pour membres du personnel en congé pour l'exercice d'une mission).
Art. 48. Artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 33. § 1. Bij elk op 1 januari 2007 bestaand Vlaams ministerie wordt er een fonds, in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, opgericht voor de aanwending van de terugbetaling van salarissen van personeelsleden binnen het Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties.
§ 2. Aan ieder fonds worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden van het betrokken Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties;
- een gedeelte van het vastleggings- en ordonnanceringssaldo op 31 december 2006 dat bij besluit van de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
§ 3. De middelen van ieder fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden en weddentoelagen van de ter vervanging aangeworven personeelsleden.
§ 4. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
§ 5. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van § 4, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. ".
" Artikel 33. § 1. Bij elk op 1 januari 2007 bestaand Vlaams ministerie wordt er een fonds, in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, opgericht voor de aanwending van de terugbetaling van salarissen van personeelsleden binnen het Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties.
§ 2. Aan ieder fonds worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden van het betrokken Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties;
- een gedeelte van het vastleggings- en ordonnanceringssaldo op 31 december 2006 dat bij besluit van de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
§ 3. De middelen van ieder fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden en weddentoelagen van de ter vervanging aangeworven personeelsleden.
§ 4. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
§ 5. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van § 4, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. ".
Art. 48. L'article 33 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001, est remplacé par ce qui suit :
" Article 33. § 1er. Il est créé un fonds auprès de chaque ministère flamand existant au 1er janvier 2007, au sens de l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, pour l'affectation des recouvrements de traitements de membres du personnel du Ministère flamand, qui sont pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales.
§ 2. Sont attribués à chaque fonds :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel du Ministère flamand concerné pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales;
- une partie du solde d'engagement et d'ordonnancement au 31 décembre 2006, à fixer par arrêté du Gouvernement flamand.
§ 3. Les moyens du fonds seront affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel recrutés en vue de leur remplacement.
§ 4. Au fonds du Ministère flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille sont attribués :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
§ 5. Les ressources du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du § 4, doivent être affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. "
" Article 33. § 1er. Il est créé un fonds auprès de chaque ministère flamand existant au 1er janvier 2007, au sens de l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, pour l'affectation des recouvrements de traitements de membres du personnel du Ministère flamand, qui sont pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales.
§ 2. Sont attribués à chaque fonds :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel du Ministère flamand concerné pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales;
- une partie du solde d'engagement et d'ordonnancement au 31 décembre 2006, à fixer par arrêté du Gouvernement flamand.
§ 3. Les moyens du fonds seront affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel recrutés en vue de leur remplacement.
§ 4. Au fonds du Ministère flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille sont attribués :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
§ 5. Les ressources du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du § 4, doivent être affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. "
HOOFDSTUK XII. - Projectmatig wetenschappelijk onderzoek.
CHAPITRE XII. - Recherche scientifique thématique.
Art. 49. In artikel 190bis, § 3, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen worden in de begrotingsjaren 2008 en 2009 tussen de hogescholen verdeeld a rato van het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in professioneel gerichte bacheloropleidingen en bachelor-na-bacheloropleidingen op 1 februari 2005, op 1 februari 2006 en op 1 februari 2007. Voor het jaar 2005 worden deze opgenomen studiepunten bekomen door het aantal financierbare studenten op 1 februari 2005 te vermenigvuldigen met een factor 57. ".
" De in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen worden in de begrotingsjaren 2008 en 2009 tussen de hogescholen verdeeld a rato van het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in professioneel gerichte bacheloropleidingen en bachelor-na-bacheloropleidingen op 1 februari 2005, op 1 februari 2006 en op 1 februari 2007. Voor het jaar 2005 worden deze opgenomen studiepunten bekomen door het aantal financierbare studenten op 1 februari 2005 te vermenigvuldigen met een factor 57. ".
Art. 49. A l'article 190bis, § 3 du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
" Les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont répartis dans les années budgétaires 2008 et 2009 parmi les instituts supérieurs au prorata du nombre moyen d'unités d'études reprises dans les formations de bachelor et de bachelor après bachelor à orientation professionnelle au 1er février 2005, au 1er février 2006 et au 1er février 2007. Pour l'année 2005 ces unités d'études reprises sont obtenues en multipliant le nombre d'étudiants admissibles au financement au 1er février 2005 par un facteur 57. "
" Les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont répartis dans les années budgétaires 2008 et 2009 parmi les instituts supérieurs au prorata du nombre moyen d'unités d'études reprises dans les formations de bachelor et de bachelor après bachelor à orientation professionnelle au 1er février 2005, au 1er février 2006 et au 1er février 2007. Pour l'année 2005 ces unités d'études reprises sont obtenues en multipliant le nombre d'étudiants admissibles au financement au 1er février 2005 par un facteur 57. "
Art. 50. In artikel 190bis, § 3, van hetzelfde decreet wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
" De in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen worden jaarlijks aangepast op de wijze bepaald door artikel 9, § 5, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen. ".
" De in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen worden jaarlijks aangepast op de wijze bepaald door artikel 9, § 5, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen. ".
Art. 50. A l'article 190bis, § 3 du même décret, le quatrième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont adaptés annuellement de la manière déterminée à l'article 9, § 5 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre. "
" Les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont adaptés annuellement de la manière déterminée à l'article 9, § 5 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre. "
Art. 51. Aan artikel 190bis, § 3, van hetzelfde decreet wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het begrotingsjaar t worden de in het eerste en het tweede lid bedoelde bedragen tussen de hogescholen verdeeld a rato van het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de professioneel gerichte bacheloropleidingen en de bachelor-na-bacheloropleidingen van de jaren t-4, t-3 en t-2. Deze formule wordt voor het eerst gebruikt voor de verdeling van de bedoelde bedragen in het begrotingsjaar 2010. ".
" Vanaf het begrotingsjaar t worden de in het eerste en het tweede lid bedoelde bedragen tussen de hogescholen verdeeld a rato van het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de professioneel gerichte bacheloropleidingen en de bachelor-na-bacheloropleidingen van de jaren t-4, t-3 en t-2. Deze formule wordt voor het eerst gebruikt voor de verdeling van de bedoelde bedragen in het begrotingsjaar 2010. ".
Art. 51. A l'article 190bis, § 3, du même décret, il est ajouté un cinquième alinéa, ainsi rédigé :
" A partir de l'année budgétaire t les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont répartis parmi les instituts supérieurs au prorata du nombre moyen d'unités d'études reprises dans les formations de bachelor et de bachelor après bachelor à orientation professionnelle des années t-4, t-3 et t-2. Cette formule est utilisée pour la première fois pour la répartition des montants visés dans l'année budgétaire 2010. "
" A partir de l'année budgétaire t les montants visés aux premier et deuxième alinéas sont répartis parmi les instituts supérieurs au prorata du nombre moyen d'unités d'études reprises dans les formations de bachelor et de bachelor après bachelor à orientation professionnelle des années t-4, t-3 et t-2. Cette formule est utilisée pour la première fois pour la répartition des montants visés dans l'année budgétaire 2010. "
Art. 52. In artikel 190bis, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet worden in punt 1° de woorden " die niet korter mag zijn dan 3 jaar " geschrapt.
Art. 52. A l'article 190bis, § 4, deuxième alinéa, point 1° du même décret les mots " qui ne peut être inférieure à 3 ans " sont supprimés.
Art. 53. Aan artikel 190bis van hetzelfde decreet wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 6. In het begrotingsjaar 2011 wordt 10 % van het in § 2, 2°, bedoelde bedrag verdeeld op basis van een reeks van gewogen output-indicatoren die betrekking hebben op de opdrachten wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening van de hogescholen.
De Vlaamse Regering bepaalt uiterlijk op 1 juli 2010 de kwaliteitscriteria waaraan de genoemde indicatoren moeten beantwoorden.
In het begrotingsjaar 2012 stijgt het in het eerste lid genoemde percentage tot 15 % en vanaf het begrotingsjaar 2013 wordt het vastgelegd op 20 %. ".
" § 6. In het begrotingsjaar 2011 wordt 10 % van het in § 2, 2°, bedoelde bedrag verdeeld op basis van een reeks van gewogen output-indicatoren die betrekking hebben op de opdrachten wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening van de hogescholen.
De Vlaamse Regering bepaalt uiterlijk op 1 juli 2010 de kwaliteitscriteria waaraan de genoemde indicatoren moeten beantwoorden.
In het begrotingsjaar 2012 stijgt het in het eerste lid genoemde percentage tot 15 % en vanaf het begrotingsjaar 2013 wordt het vastgelegd op 20 %. ".
Art. 53. L'article 190bis du même décret est complété par un § 6, ainsi rédigé :
" § 6. Dans l'année budgétaire 2011, 10 % du montant visé au § 2, 2° est réparti sur la base d'une série d'indicateurs d'output pondérés ayant trait aux missions de recherche scientifique et de services scientifiques des instituts supérieurs.
Le Gouvernement flamand arrête au plus tard le 1er juillet 2010 les critères de qualité auxquels lesdits indicateurs doivent répondre.
Dans l'année budgétaire 2012 le pourcentage visé au premier alinéa augmente à 15 % et à partir de l'année budgétaire 2013 il est fixé à 20 %. "
" § 6. Dans l'année budgétaire 2011, 10 % du montant visé au § 2, 2° est réparti sur la base d'une série d'indicateurs d'output pondérés ayant trait aux missions de recherche scientifique et de services scientifiques des instituts supérieurs.
Le Gouvernement flamand arrête au plus tard le 1er juillet 2010 les critères de qualité auxquels lesdits indicateurs doivent répondre.
Dans l'année budgétaire 2012 le pourcentage visé au premier alinéa augmente à 15 % et à partir de l'année budgétaire 2013 il est fixé à 20 %. "
HOOFDSTUK XIII. - Bijzonder Onderzoeksfonds.
CHAPITRE XIII. - Bijzonder Onderzoeksfonds (Fonds spécial de Recherche).
Art. 54. Aan artikel 168, § 5, eerste lid, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, vervangen bij decreet van 14 maart 2008, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° vanaf het begrotingsjaar 2008 tot en het met begrotingsjaar 2010 het procentueel aandeel van iedere universiteit in de jaarlijkse werkingstoelage. ".
" 5° vanaf het begrotingsjaar 2008 tot en het met begrotingsjaar 2010 het procentueel aandeel van iedere universiteit in de jaarlijkse werkingstoelage. ".
Art. 54. A l'article 168, § 5, alinéa premier du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, remplacé par le décret du 14 mars 2008, il est ajouté un point 5°, ainsi rédigé :
" 5° à partir de l'année budgétaire 2008 jusqu'à et y compris l'année budgétaire 2010, la part en pourcentage de chaque université dans la subvention de fonctionnement annuelle. "
" 5° à partir de l'année budgétaire 2008 jusqu'à et y compris l'année budgétaire 2010, la part en pourcentage de chaque université dans la subvention de fonctionnement annuelle. "
HOOFDSTUK XIV.
CHAPITRE XIV.
Art. 55.
Art. 55.
HOOFDSTUK XV. - Rentetoelage voor ondernemingen die lijden onder de verstoorde bereikbaarheid ten gevolge van hinder door openbare werken.
CHAPITRE XV. - Subvention-intérêt aux entreprises souffrant d'une accessibilité perturbée suite à des travaux publics.
Art. 56. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 2006 houdende toekenning van een rentetoelage voor ondernemingen die lijden onder de verstoorde bereikbaarheid ten gevolge van hinder door openbare werken worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden " de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen " vervangen door de woorden " de handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm ";
2° punten 6° en 7° worden vervangen door wat volgt :
" 6° de-minimisverordening : Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, en de latere wijzigingen;
7° kredietinstelling : de kredietinstellingen die overeenkomstig de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen kredieten voor eigen rekening mogen verlenen; ".
1° in punt 1° worden de woorden " de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen " vervangen door de woorden " de handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm ";
2° punten 6° en 7° worden vervangen door wat volgt :
" 6° de-minimisverordening : Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, en de latere wijzigingen;
7° kredietinstelling : de kredietinstellingen die overeenkomstig de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen kredieten voor eigen rekening mogen verlenen; ".
Art. 56. A l'article 2 du décret du 7 juillet 2006 portant octroi d'une subvention-intérêt aux entreprises souffrant d'une accessibilité perturbée suite à des travaux publics sont apportées les modifications suivantes :
1° au 1°, les mots " les sociétés ayant adopté le statut de société commerciale " sont remplacés par les mots " les sociétés commerciales dotées de la personnalité juridique et les sociétés civiles avec forme commerciale ";
2° les points 6° et 7° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 6° Règlement de minimis : Règlement (CE) n° 1998/2006 de la Commission du 15 décembre 2006 concernant l'application des articles 87 et 88 du Traité CE aux aides de minimis, et ses modifications ultérieures;
7° établissement de crédit : les établissements de crédit qui, conformément à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, sont habilités à fournir des crédits pour leur propre compte; ".
1° au 1°, les mots " les sociétés ayant adopté le statut de société commerciale " sont remplacés par les mots " les sociétés commerciales dotées de la personnalité juridique et les sociétés civiles avec forme commerciale ";
2° les points 6° et 7° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 6° Règlement de minimis : Règlement (CE) n° 1998/2006 de la Commission du 15 décembre 2006 concernant l'application des articles 87 et 88 du Traité CE aux aides de minimis, et ses modifications ultérieures;
7° établissement de crédit : les établissements de crédit qui, conformément à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, sont habilités à fournir des crédits pour leur propre compte; ".
Art. 57. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden § 1 en § 3 vervangen door wat volgt :
" § 1. Kleine en middelgrote ondernemingen die in het Vlaamse Gewest beschikken over ruimtes die bestemd en toegankelijk zijn voor de eindgebruikers en die die ruimtes daartoe daadwerkelijk aanwenden en die te kampen hebben met een verstoorde bereikbaarheid tengevolge van openbare werken komen in aanmerking voor de toekenning van een rentetoelage. ";
" § 3. De Vlaamse Regering kan voorwaarden bepalen voor het aantonen van de hinder door openbare werken. ".
" § 1. Kleine en middelgrote ondernemingen die in het Vlaamse Gewest beschikken over ruimtes die bestemd en toegankelijk zijn voor de eindgebruikers en die die ruimtes daartoe daadwerkelijk aanwenden en die te kampen hebben met een verstoorde bereikbaarheid tengevolge van openbare werken komen in aanmerking voor de toekenning van een rentetoelage. ";
" § 3. De Vlaamse Regering kan voorwaarden bepalen voor het aantonen van de hinder door openbare werken. ".
Art. 57. Dans l'article 3 du même décret, les §§ 1er et 3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
" § 1er. Les petites et moyennes entreprises disposant en Région flamande de locaux qui sont destinés et accessibles aux utilisateurs finals et qui les utilisent effectivement à cette fin et qui doivent faire face à une accessibilité perturbée suite à des travaux publics, peuvent bénéficier d'une subvention-intérêt. ";
" § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour démontrer la nuisance des travaux publics. "
" § 1er. Les petites et moyennes entreprises disposant en Région flamande de locaux qui sont destinés et accessibles aux utilisateurs finals et qui les utilisent effectivement à cette fin et qui doivent faire face à une accessibilité perturbée suite à des travaux publics, peuvent bénéficier d'une subvention-intérêt. ";
" § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour démontrer la nuisance des travaux publics. "
Art. 58. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het woord " de minimis-verordening " vervangen door het woord " de de-minimisverordening ".
Art. 58. Dans la version néerlandaise du même décret, à l'article 4, les mots " de minimis-verordening " sont remplacés par les mots " de de-minimisverordening ".
Art. 59. In artikel 5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt tussen de woorden " stijgende rentevoeten " en de woorden " kan de Vlaamse Regering " de woorden " of om begrotingsredenen " ingevoegd;
2° een § 1bis wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. De Vlaamse Regering kan om begrotingsredenen een maximaal steunbedrag bepalen. ";
3° in § 2, 2°, worden de woorden " Belgische of buitenlandse kredietinstellingen die volgens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen gerechtigd zijn in België kredieten te verstrekken " vervangen door het woord " kredietinstellingen ";
4° in § 2, 3°, worden de woorden " ten minste 5 000 euro en " geschrapt.
1° in § 1 wordt tussen de woorden " stijgende rentevoeten " en de woorden " kan de Vlaamse Regering " de woorden " of om begrotingsredenen " ingevoegd;
2° een § 1bis wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. De Vlaamse Regering kan om begrotingsredenen een maximaal steunbedrag bepalen. ";
3° in § 2, 2°, worden de woorden " Belgische of buitenlandse kredietinstellingen die volgens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen gerechtigd zijn in België kredieten te verstrekken " vervangen door het woord " kredietinstellingen ";
4° in § 2, 3°, worden de woorden " ten minste 5 000 euro en " geschrapt.
Art. 59. A l'article 5 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er les mots " ou pour des raisons budgétaires, " sont insérés entre les mots " ou hausses des taux d'intérêt, " et les mots " le Gouvernement flamand peut ";
2° il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Le Gouvernement flamand peut déterminer pour des raisons budgétaires un montant maximal d'aide. ";
3° au § 2, 2° les mots " belges ou étrangers qui sont habilités à fournir des crédits aux termes de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit " sont supprimés;
4° au § 2, 3° les mots " s'élève à au moins 5 000 euros et " sont supprimés.
1° au § 1er les mots " ou pour des raisons budgétaires, " sont insérés entre les mots " ou hausses des taux d'intérêt, " et les mots " le Gouvernement flamand peut ";
2° il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Le Gouvernement flamand peut déterminer pour des raisons budgétaires un montant maximal d'aide. ";
3° au § 2, 2° les mots " belges ou étrangers qui sont habilités à fournir des crédits aux termes de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit " sont supprimés;
4° au § 2, 3° les mots " s'élève à au moins 5 000 euros et " sont supprimés.
HOOFDSTUK XVI. - Economisch ondersteuningsbeleid.
CHAPITRE XVI. - Politique d'aide économique.
Art. 60. In artikel 2 van het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006, wordt § 2 opgeheven.
Art. 60. A l'article 2 du décret du 31 janvier 2003 relatif à la politique d'aide économique, modifié par le décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006, le § 2 est abrogé.
Art. 61. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk VIIbis, dat bestaat uit artikel 31bis en artikel 31ter, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK VIIbis. - Steun voor ondernemerschapsbevordering.
Afdeling I. - Toepassingsgebied.
Artikel 31bis. § 1. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap en het optreden coördineren van begunstigden die middelen ten laste van de Vlaamse begroting ontvangen voor ondernemerschapsbevordering onder de voorwaarden vermeld in de uitvoeringsbesluiten.
De projecten kunnen betrekking hebben op :
1° het sensibiliseren over ondernemers, bedrijven en ondernemerschap;
2° het aanleren van attitudes, competenties en vaardigheden ter stimulering van de ondernemingszin en de performantie van ondernemingen.
De Vlaamse Regering kan die lijst verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden.
§ 2. De steun kan worden verleend aan :
1° ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel 3, 1°, met toepassing van artikel 5 en de hoofdstukken XI, XIII en XIV;
2° entiteiten die niet voldoen aan 1°, met toepassing van artikel 5 en de hoofdstukken XIII en XIV.
§ 3. De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in § 2, verder concretiseren in functie van de noodwendigheden en de beleidsprioriteiten.
Afdeling II. - Steunintensiteit.
Artikel 31ter. § 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten. ".
" HOOFDSTUK VIIbis. - Steun voor ondernemerschapsbevordering.
Afdeling I. - Toepassingsgebied.
Artikel 31bis. § 1. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap en het optreden coördineren van begunstigden die middelen ten laste van de Vlaamse begroting ontvangen voor ondernemerschapsbevordering onder de voorwaarden vermeld in de uitvoeringsbesluiten.
De projecten kunnen betrekking hebben op :
1° het sensibiliseren over ondernemers, bedrijven en ondernemerschap;
2° het aanleren van attitudes, competenties en vaardigheden ter stimulering van de ondernemingszin en de performantie van ondernemingen.
De Vlaamse Regering kan die lijst verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden.
§ 2. De steun kan worden verleend aan :
1° ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel 3, 1°, met toepassing van artikel 5 en de hoofdstukken XI, XIII en XIV;
2° entiteiten die niet voldoen aan 1°, met toepassing van artikel 5 en de hoofdstukken XIII en XIV.
§ 3. De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in § 2, verder concretiseren in functie van de noodwendigheden en de beleidsprioriteiten.
Afdeling II. - Steunintensiteit.
Artikel 31ter. § 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten. ".
Art. 61. Il est inséré dans le même décret un chapitre VIIbis, comprenant les articles 31bis et 31ter, rédigé comme suit :
" Chapitre VIIbis. - Aide à la promotion de l'entrepreneuriat.
Section Ire. - Champ d'application.
Article 31bis. § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux projets promouvant l'entrepreneuriat et coordonner les activités des bénéficiaires des ressources pour la promotion de l'entrepreneuriat à charge du budget flamand aux conditions mentionnées dans les arrêtés d'exécution.
Les projets peuvent avoir trait à :
1° la sensibilisation aux entrepreneurs, aux entreprises et à l'entrepreneuriat;
2° l'apprentissage d'attitudes, de compétences et d'aptitudes en vue de stimuler l'esprit d'entreprise et la performance des entreprises.
Le Gouvernement flamand peut clarifier et compléter cette liste conformément aux priorités politiques et aux besoins.
§ 2. Cette aide peut être accordée aux :
1° entreprises telles que définies à l'article 3, 1°, en application de l'article 5 et des chapitres XI, XIII et XIV;
2° entités qui ne répondent pas au 1°, en application de l'article 5 et des chapitres XIII et XIV.
§ 3. Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés au § 2, en fonction des besoins et des priorités politiques.
Section II. - Intensité des aides.
Article 31ter. § 1er. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais. "
" Chapitre VIIbis. - Aide à la promotion de l'entrepreneuriat.
Section Ire. - Champ d'application.
Article 31bis. § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux projets promouvant l'entrepreneuriat et coordonner les activités des bénéficiaires des ressources pour la promotion de l'entrepreneuriat à charge du budget flamand aux conditions mentionnées dans les arrêtés d'exécution.
Les projets peuvent avoir trait à :
1° la sensibilisation aux entrepreneurs, aux entreprises et à l'entrepreneuriat;
2° l'apprentissage d'attitudes, de compétences et d'aptitudes en vue de stimuler l'esprit d'entreprise et la performance des entreprises.
Le Gouvernement flamand peut clarifier et compléter cette liste conformément aux priorités politiques et aux besoins.
§ 2. Cette aide peut être accordée aux :
1° entreprises telles que définies à l'article 3, 1°, en application de l'article 5 et des chapitres XI, XIII et XIV;
2° entités qui ne répondent pas au 1°, en application de l'article 5 et des chapitres XIII et XIV.
§ 3. Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés au § 2, en fonction des besoins et des priorités politiques.
Section II. - Intensité des aides.
Article 31ter. § 1er. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais. "
HOOFDSTUK XVII. - IWT-Vlaanderen.
CHAPITRE XVII. - IWT-Vlaanderen.
Art. 62. De ambtenaar die van het federale ministerie Middenstand en Landbouw werd overgedragen naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en bij beslissing van de minister voor ambtenarenzaken met ingang van 1 januari 2003 met verlof voor opdracht werd ter beschikking gesteld van IWT-Vlaanderen voor de evaluatie van aanvragen voor subsidies aan landbouwkundig onderzoek, wordt in uitvoering van artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen met ingang van 1 januari 2003 definitief en met behoud van zijn rechten inzake anciënniteit, pensioen en bezoldiging overgedragen aan IWT-Vlaanderen.
Art. 62. Le fonctionnaire transféré du Ministère fédéral des Classes moyennes et de l'Agriculture au Ministère de la Communauté flamande, et mis à disposition d'IWT-Vlaanderen en congé pour mission par décision du Ministre de la fonction publique à partir du 1er janvier 2003 pour l'évaluation des demandes de subventions aux recherches agronomiques, est transféré à partir du 1er janvier 2003 à IWT-Vlaanderen à titre définitif et avec maintien de ses droits en matière d'ancienneté, de pension et de rémunération en application de l'article 9 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
HOOFDSTUK XVIII. - Herculesstichting.
CHAPITRE XVIII. - Herculesstichting (Fondation Hercule).
Art. 63. In artikel VI.9.9., § 1, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen wordt het laatste lid van vervangen door wat volgt :
" De Herculesstichting is een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, als vermeld in artikel 29 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003. Voor wat begroting en boekhouding betreft, wordt de stichting onderworpen aan de regels die van toepassing zijn voor de publiekrechtelijke instellingen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein de Herculesstichting behoort. ".
" De Herculesstichting is een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, als vermeld in artikel 29 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003. Voor wat begroting en boekhouding betreft, wordt de stichting onderworpen aan de regels die van toepassing zijn voor de publiekrechtelijke instellingen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein de Herculesstichting behoort. ".
Art. 63. Dans l'article VI.9.9, § 1er du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, à l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et à l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" La Herculesstichting est une agence autonomisée externe de droit privé telle que visée à l'article 29 du décret cadre Politique Administrative du 18 juillet 2003. Pour ce qui concerne le budget et la comptabilité, la fondation est soumise aux règles applicables aux organismes de droit public relevant de la Communauté ou de la Région flamandes. Le Gouvernement flamand détermine le domaine politique homogène dont relève la Herculesstichting. "
" La Herculesstichting est une agence autonomisée externe de droit privé telle que visée à l'article 29 du décret cadre Politique Administrative du 18 juillet 2003. Pour ce qui concerne le budget et la comptabilité, la fondation est soumise aux règles applicables aux organismes de droit public relevant de la Communauté ou de la Région flamandes. Le Gouvernement flamand détermine le domaine politique homogène dont relève la Herculesstichting. "
HOOFDSTUK XIX. - Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk.
CHAPITRE XIX. - Animation socioculturelle des Adultes.
Art. 64. De middelen die voor de aanvullende subsidie voor tewerkstelling beschikbaar zijn binnen de sector sociaal-cultureel volwassenenwerk, zoals bedoeld in artikel 9, 3°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector, worden toegevoegd aan de middelen waarop de betrokken organisaties gesubsidieerd worden op basis van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk.
Art. 64. Les ressources disponibles dans le secteur de l'animation socioculturelle des adultes pour la subvention additionnelle à l'emploi, telles que visées à l'article 9, 3° du décret du 7 mai 2004 relatif aux subventions additionnelles à l'emploi dans le secteur culturel, sont ajoutées aux ressources sur lesquelles les organisations concernées sont subventionnées sur la base du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes.
HOOFDSTUK XX. - Uitleendienst kampeermateriaal en jeugdverblijfcentra.
CHAPITRE XX. - Service de prêt de matériel de campement et centres de séjour pour jeunes.
Art. 65. Het opschrift van het decreet van 3 maart 2004 houdende erkenning en subsidiering van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme wordt als volgt gewijzigd :
" Decreet houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme ".
" Decreet houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme ".
Art. 65. L'intitulé du décret du 3 mars 2004 portant agrément et subventionnement d'auberges de jeunesse, de centres de séjour pour jeunes, de structures d'appui et de l'asbl " Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme " est modifié comme suit :
" Décret portant subventionnement d'hôtels pour jeunes, de centres de séjour pour jeunes, de structures d'appui et de l'asbl " Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme " ".
" Décret portant subventionnement d'hôtels pour jeunes, de centres de séjour pour jeunes, de structures d'appui et de l'asbl " Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme " ".
Art. 66. In artikel 2, 4°, van hetzelfde decreet wordt het woord " jeugdherberg, " vervangen door de woorden " hostel en ".
Art. 66. A l'article 2, 4° du même décret, les mots " une auberge de jeunesse, " sont remplacés par les mots " un hôtel pour jeunes et ".
Art. 67. In artikel 4, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het woord " jeugdherbergen " vervangen door het woord " hostels ".
Art. 67. A l'article 4, §§ 1er, premier alinéa, et 2, premier alinéa, du même décret les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
Art. 68. In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt punt 3° geschrapt.
Art. 68. A l'article 5 du même décret, le point 3° est supprimé.
Art. 69. § 1. In artikel 7, § 1, van hetzelfde decreet wordt het woord " jeugdherbergen " vervangen door het woord " hostels ".
§ 2. In § 3 van hetzelfde artikel worden de woorden " jeugdherbergen " vervangen door " hostels ".
§ 2. In § 3 van hetzelfde artikel worden de woorden " jeugdherbergen " vervangen door " hostels ".
Art. 69. § 1er. A l'article 7, § 1er du même décret les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
§ 2. Au § 3 du même article les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
§ 2. Au § 3 du même article les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
Art. 70. In artikel 8, § 1, 1° en 4°, van hetzelfde decreet worden het woord " jeugdherbergen " vervangen door " hostels ".
Art. 70. A l'article 8, § 1er, 1° et 4° du même décret les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
Art. 71. In het opschrift van hoofdstuk VI van hetzelfde decreet wordt het woord " jeugdherbergen " vervangen door het woord " hostels ".
Art. 71. Dans l'intitulé du chapitre VI du même décret les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
Art. 72. In artikel 13 van hetzelfde decreet wordt het woord " jeugdherbergen " vervangen door het woord " hostels ".
In hetzelfde artikel worden de woorden " of hostel " ingevoegd na de woorden " type A, B of C ".
In hetzelfde artikel worden de woorden " of hostel " ingevoegd na de woorden " type A, B of C ".
Art. 72. A l'article 13 du même décret les mots " auberges de jeunesse " sont remplacés par les mots " hôtels pour jeunes ".
Au même article les mots " ou hôtel pour jeunes " sont insérés après les mots " type A, B ou C ".
Au même article les mots " ou hôtel pour jeunes " sont insérés après les mots " type A, B ou C ".
Art. 73. § 1. In artikel 14, § 1, van hetzelfde decreet wordt tussen het woord " jeugdverblijfcentrum " en de woorden " moet het centrum " de woorden " of hostel " ingevoegd.
§ 2. In § 2 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " type A en B " en de woorden " moeten bovendien " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 3. In § 3 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " type C " en de woorden " moeten bovendien " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 4. In dezelfde paragraaf worden de punten 3° en 6° geschrapt.
§ 2. In § 2 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " type A en B " en de woorden " moeten bovendien " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 3. In § 3 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " type C " en de woorden " moeten bovendien " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 4. In dezelfde paragraaf worden de punten 3° en 6° geschrapt.
Art. 73. § 1er. A l'article 14, § 1er du même décret les mots " ou hôtel pour jeunes " sont insérés entre les mots " centre de séjour pour jeunes " et les mots " , le centre doit ".
§ 2. Au § 2 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " types A et B " et les mots " doivent en outre ".
§ 3. Au § 3 du même article les mots " du type C " sont remplacés par les mots " des types C ou hôtels pour jeunes ".
§ 4. Au même paragraphe les points 3° et 6° sont supprimés.
§ 2. Au § 2 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " types A et B " et les mots " doivent en outre ".
§ 3. Au § 3 du même article les mots " du type C " sont remplacés par les mots " des types C ou hôtels pour jeunes ".
§ 4. Au même paragraphe les points 3° et 6° sont supprimés.
Art. 74. § 1. Artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet wordt in fine aangevuld met de woorden " en hostels ".
§ 2. In § 2 van hetzelfde artikel wordt tussen het woord " jeugdverblijfcentra " en de woorden " die voldoen aan " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 3. In § 3 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " jeugdverblijfcentra van het type C " en de woorden " die voldoen aan " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 2. In § 2 van hetzelfde artikel wordt tussen het woord " jeugdverblijfcentra " en de woorden " die voldoen aan " de woorden " of hostels " ingevoegd.
§ 3. In § 3 van hetzelfde artikel wordt tussen de woorden " jeugdverblijfcentra van het type C " en de woorden " die voldoen aan " de woorden " of hostels " ingevoegd.
Art. 74. § 1er. A l'article 15, § 1er du même décret les mots " et hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " centres de sejours pour les jeunes " et le mot " subventionnés ".
§ 2. Au § 2 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " centres de séjour pour jeunes " et les mots " qui remplissent ".
§ 3. Au § 3 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " centres de séjour pour jeunes du type C " et les mots " qui remplissent ".
§ 2. Au § 2 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " centres de séjour pour jeunes " et les mots " qui remplissent ".
§ 3. Au § 3 du même article les mots " ou hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " centres de séjour pour jeunes du type C " et les mots " qui remplissent ".
Art. 75. In artikel 20 van hetzelfde decreet wordt tussen het woord " ondersteuningsstructuren " en de woorden " en de jeugdverblijfcentra " het woord " , hostels " ingevoegd.
Art. 75. A l'article 20 du même décret les mots " , des hôtels pour jeunes " sont insérés entre les mots " des structures d'appui " et les mots " et des centres de séjour pour jeunes ".
HOOFDSTUK XXI. - Tewerkstelling.
CHAPITRE XXI. - Emploi.
Art. 76. In artikel 11 van het decreet van 17 maart 1998 houdende diverse beleidsbepalingen, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen, worden § 3 en § 4 vervangen door wat volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de organisaties die tijdelijke werkervaringsplaatsen kunnen inrichten en de categorieën van niet-werkende werkzoekenden die in deze werkervaringsplaatsen kunnen worden tewerkgesteld.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de organisaties waaraan contingenten van werkervaringsplaatsen kunnen worden toegewezen. Deze organisaties waarborgen de begeleiding en de opleiding van de werkzoekenden en stellen die werkzoekenden ter beschikking van andere organisaties als bedoeld in § 3. ".
" § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de organisaties die tijdelijke werkervaringsplaatsen kunnen inrichten en de categorieën van niet-werkende werkzoekenden die in deze werkervaringsplaatsen kunnen worden tewerkgesteld.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de organisaties waaraan contingenten van werkervaringsplaatsen kunnen worden toegewezen. Deze organisaties waarborgen de begeleiding en de opleiding van de werkzoekenden en stellen die werkzoekenden ter beschikking van andere organisaties als bedoeld in § 3. ".
Art. 76. A l'article 11 du décret du 17 mars 1998 contenant diverses orientations politiques, modifié par le décret du 8 décembre 2000 portant diverses mesures, les §§ 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Le Gouvernement flamand arrête les organisations pouvant organiser des postes temporaires d'expérience professionnelle ainsi que les catégories de demandeurs d'emploi inoccupés entrant en considération pour ces postes d'expérience professionnelle.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrêté les organisations auxquelles des contingents de postes d'expérience professionnelle peuvent être accordés. Ces organisations assurent l'accompagnement et la formation des demandeurs d'emploi et mettent ces demandeurs d'emploi à la disposition d'autres organisations telles que visées au § 3. "
" § 3. Le Gouvernement flamand arrête les organisations pouvant organiser des postes temporaires d'expérience professionnelle ainsi que les catégories de demandeurs d'emploi inoccupés entrant en considération pour ces postes d'expérience professionnelle.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrêté les organisations auxquelles des contingents de postes d'expérience professionnelle peuvent être accordés. Ces organisations assurent l'accompagnement et la formation des demandeurs d'emploi et mettent ces demandeurs d'emploi à la disposition d'autres organisations telles que visées au § 3. "
HOOFDSTUK XXII. - Personen met een arbeidshandicap.
CHAPITRE XXII. - Personnes handicapees du travail.
Art. 77. In artikel 2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " wordt punt 10° vervangen door wat volgt :
" 10° persoon met een arbeidshandicap : een persoon met een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren en die ingeschreven is bij de VDAB.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de VDAB bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft. ".
" 10° persoon met een arbeidshandicap : een persoon met een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren en die ingeschreven is bij de VDAB.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de VDAB bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft. ".
Art. 77. A l'article 2 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), le point 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° personne handicapée du travail : une personne présentant un problème important et de longue durée de participation à la vie professionnelle active dû à l'interférence entre des troubles de fonctionnement de nature mentale, psychique ou sensorielle, à des limitations dans l'exécution d'activités et à des facteurs personnels et externes, et qui est inscrite au VDAB;
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le VDAB pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non. "
" 10° personne handicapée du travail : une personne présentant un problème important et de longue durée de participation à la vie professionnelle active dû à l'interférence entre des troubles de fonctionnement de nature mentale, psychique ou sensorielle, à des limitations dans l'exécution d'activités et à des facteurs personnels et externes, et qui est inscrite au VDAB;
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le VDAB pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non. "
Art. 78. In artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 5° wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
2° punt 5°, a), wordt vervangen door wat volgt :
" a) het toekennen van tegemoetkomingen ter ondersteuning van de inschakeling op de arbeidsmarkt van de personen met een arbeidshandicap.
De Vlaamse Regering bepaalt de aard van de tegemoetkomingen, de procedure die wordt gehanteerd en de bijkomende voorwaarden waaraan de persoon met een arbeidshandicap moet voldoen. ".
1° in punt 5° wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
2° punt 5°, a), wordt vervangen door wat volgt :
" a) het toekennen van tegemoetkomingen ter ondersteuning van de inschakeling op de arbeidsmarkt van de personen met een arbeidshandicap.
De Vlaamse Regering bepaalt de aard van de tegemoetkomingen, de procedure die wordt gehanteerd en de bijkomende voorwaarden waaraan de persoon met een arbeidshandicap moet voldoen. ".
Art. 78. A l'article 5, § 1er, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 5° les mots " personnes handicapées " sont remplacés par les mots " personnes handicapées du travail ";
2° le point 5°, a) est remplacé par ce qui suit :
" a) octroyer des interventions visant à appuyer l'intégration sur le marche de l'emploi des personnes handicapées du travail.
Le Gouvernement flamand détermine la nature des interventions, la procédure utilisée et les conditions supplémentaires auxquelles la personne handicapée du travail doit répondre. "
1° au point 5° les mots " personnes handicapées " sont remplacés par les mots " personnes handicapées du travail ";
2° le point 5°, a) est remplacé par ce qui suit :
" a) octroyer des interventions visant à appuyer l'intégration sur le marche de l'emploi des personnes handicapées du travail.
Le Gouvernement flamand détermine la nature des interventions, la procédure utilisée et les conditions supplémentaires auxquelles la personne handicapée du travail doit répondre. "
Art. 79. Artikel 582, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft aangevuld bij decreten van 12 november 1997 en 7 mei 2004, wordt aangevuld met de woorden " en van de geschillen voortvloeiend uit artikel 5, § 1, 5°, a en b, van het decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ".
Art. 79. L'article 582, 2° du Code judiciaire, complété pour ce qui concerne la Communauté flamande par les décrets des 12 novembre 1997 et 7 mai 2004, est complété par les mots " et des contestations résultant de l'article 5, § 1er, 5°, a et b du décret relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ".
Art. 80. In artikel 79 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " handicap " worden vervangen door de woorden " arbeidshandicap ";
2° § 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt :
" De personen met een arbeidshandicap die wegens de aard of de ernst van hun arbeidshandicap niet of nog niet in het normale economische arbeidscircuit beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen, kunnen, hetzij voltijds, hetzij deeltijds, in beschutte werkplaatsen worden tewerkgesteld, die worden erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft en voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden. ".
1° de woorden " handicap " worden vervangen door de woorden " arbeidshandicap ";
2° § 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt :
" De personen met een arbeidshandicap die wegens de aard of de ernst van hun arbeidshandicap niet of nog niet in het normale economische arbeidscircuit beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen, kunnen, hetzij voltijds, hetzij deeltijds, in beschutte werkplaatsen worden tewerkgesteld, die worden erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft en voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden. ".
Art. 80. A l'article 79 du décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " personnes handicapées " sont remplacés par les mots " personnes handicapées du travail " et les mots " travailleurs handicapés " sont remplaces par les mots " travailleurs handicapés du travail ";
2° le § 1er, alinéa premier, est remplacé par ce qui suit :
" Les personnes handicapées du travail qui, en raison de la nature ou de la gravité de leur handicap du travail, ne peuvent pas ou pas encore exercer des activités professionnelles dans le circuit de travail régulier économique, peuvent être mises au travail, soit à temps plein, soit à temps partiel, dans des ateliers protégés qui sont agréés et subventionnés par la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie " (Agence flamande de Subventionnement Emploi et Economie sociale).
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non et répond aux conditions susmentionnées. "
1° les mots " personnes handicapées " sont remplacés par les mots " personnes handicapées du travail " et les mots " travailleurs handicapés " sont remplaces par les mots " travailleurs handicapés du travail ";
2° le § 1er, alinéa premier, est remplacé par ce qui suit :
" Les personnes handicapées du travail qui, en raison de la nature ou de la gravité de leur handicap du travail, ne peuvent pas ou pas encore exercer des activités professionnelles dans le circuit de travail régulier économique, peuvent être mises au travail, soit à temps plein, soit à temps partiel, dans des ateliers protégés qui sont agréés et subventionnés par la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie " (Agence flamande de Subventionnement Emploi et Economie sociale).
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non et répond aux conditions susmentionnées. "
HOOFDSTUK XXIII. - Leefmilieu en energie.
CHAPITRE XXIII. - Environnement et énergie.
Afdeling I. - Grondwaterbeheer.
Section Ire. - Gestion des eaux souterraines.
Art. 81. In artikel 28quater van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, worden in § 1, 2°, b), ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 1997, 22 december 1999, 22 december 2000, 21 december 2001, 24 december 2004, 23 december 2005 en 22 december 2006, de woorden " in het heffingsjaar 2007 " geschrapt.
Art. 81. A l'article 28quater du décret du 24 janvier 1984 portant mesures en matiere de gestion des eaux souterraines, dans le § 1er, 2°, b), inséré par le décret du 20 décembre 1996 et modifié par les décrets des 19 décembre 1997, 22 décembre 1999, 22 décembre 2000, 21 décembre 2001, 24 décembre 2004, 23 décembre 2005 et 22 décembre 2006, les mots " dans l'année d'imposition 2007 " sont supprimes.
Afdeling II. - Oppervlaktewateren.
Section II. - Eaux de surface.
Art. 82. Artikel 2 van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, gewijzigd bij decreet van 22 december 2006, wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 2. Het is verboden voorwerpen of stoffen in de bij artikel 1 bedoelde wateren of in de openbare riolen te werpen of te deponeren, verontreinigde of verontreinigende vloeistoffen erin uit te lozen of er gassen in te brengen, behalve de lozing van afvalwater waarvoor vergunning is verleend of melding is gedaan overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn uitvoeringsbesluiten alsook behalve voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, voor zover de biologisch afbreekbare organische belasting van dit afvalwater niet meer bedraagt dan 20 inwonerequivalenten en de lozing geschiedt overeenkomstig het in § 1 van artikel 3 bedoelde reglement. Het is eveneens verboden vaste stoffen of vloeistoffen te deponeren op een plaats vanwaar ze door een natuurlijk verschijnsel in die wateren (of in de openbare riolen) kunnen terechtkomen. ".
" Artikel 2. Het is verboden voorwerpen of stoffen in de bij artikel 1 bedoelde wateren of in de openbare riolen te werpen of te deponeren, verontreinigde of verontreinigende vloeistoffen erin uit te lozen of er gassen in te brengen, behalve de lozing van afvalwater waarvoor vergunning is verleend of melding is gedaan overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn uitvoeringsbesluiten alsook behalve voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, voor zover de biologisch afbreekbare organische belasting van dit afvalwater niet meer bedraagt dan 20 inwonerequivalenten en de lozing geschiedt overeenkomstig het in § 1 van artikel 3 bedoelde reglement. Het is eveneens verboden vaste stoffen of vloeistoffen te deponeren op een plaats vanwaar ze door een natuurlijk verschijnsel in die wateren (of in de openbare riolen) kunnen terechtkomen. ".
Art. 82. L'article 2 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, modifié par le décret du 22 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Article 2. Il est interdit de jeter ou de déposer des objets ou matières dans les eaux visées à l'article 1er ou dans les égouts publics, d'y laisser couler des liquides pollués ou polluants ou d'y introduire des gaz, sauf s'il s'agit de déversements d'eaux usées pour lesquelles un agrément a été octroyé ou une notification effectuée conformément aux dispositions du décret du 28 juin 1985 concernant l'autorisation écologique et de ses arrêtés d'exécution, ou de déversements d'eaux usées domestiques, pour autant que la charge organique biodégradable de ces eaux usées n'excède pas 20 équivalents habitants et que le déversement s'effectue conformément au règlement visé au § 1er de l'article 3. Est également interdit le dépôt de matières solides ou liquides a un endroit d'où elles peuvent être entraînees par un phénomène naturel dans lesdites eaux (ou dans les égouts publics). "
" Article 2. Il est interdit de jeter ou de déposer des objets ou matières dans les eaux visées à l'article 1er ou dans les égouts publics, d'y laisser couler des liquides pollués ou polluants ou d'y introduire des gaz, sauf s'il s'agit de déversements d'eaux usées pour lesquelles un agrément a été octroyé ou une notification effectuée conformément aux dispositions du décret du 28 juin 1985 concernant l'autorisation écologique et de ses arrêtés d'exécution, ou de déversements d'eaux usées domestiques, pour autant que la charge organique biodégradable de ces eaux usées n'excède pas 20 équivalents habitants et que le déversement s'effectue conformément au règlement visé au § 1er de l'article 3. Est également interdit le dépôt de matières solides ou liquides a un endroit d'où elles peuvent être entraînees par un phénomène naturel dans lesdites eaux (ou dans les égouts publics). "
Art. 83. In artikel 35bis van dezelfde wet, gewijzigd bij decreet van 22 december 2006, wordt § 4 vervangen door wat volgt :
" § 4. Elke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest een zuiveringstechnisch werk exploiteert waarin uitsluitend afvalwater van de openbare riolering (met inbegrip van afvalstoffen afkomstig van septische putten, vetvangers of kleinschalige waterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van maximaal 20 inwonerequivalenten waarin uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt geleid, per as aangevoerde afvalwaters, slibs afkomstig van openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties en/of slibs afkomstig van het onderhoud van collectoren en pompstations) wordt behandeld en dat aangesloten is op het openbaar hydrografisch net, is van heffing vrijgesteld voor wat betreft de lozing van de effluentwaters van voornoemde openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Een slibverbrandingsinstallatie waarmee het zuiveringstechnisch werk een milieutechnische eenheid vormt is geen onderdeel van het zuiveringstechnisch werk. ".
" § 4. Elke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest een zuiveringstechnisch werk exploiteert waarin uitsluitend afvalwater van de openbare riolering (met inbegrip van afvalstoffen afkomstig van septische putten, vetvangers of kleinschalige waterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van maximaal 20 inwonerequivalenten waarin uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt geleid, per as aangevoerde afvalwaters, slibs afkomstig van openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties en/of slibs afkomstig van het onderhoud van collectoren en pompstations) wordt behandeld en dat aangesloten is op het openbaar hydrografisch net, is van heffing vrijgesteld voor wat betreft de lozing van de effluentwaters van voornoemde openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Een slibverbrandingsinstallatie waarmee het zuiveringstechnisch werk een milieutechnische eenheid vormt is geen onderdeel van het zuiveringstechnisch werk. ".
Art. 83. A l'article 35bis de la même loi, modifié par le décret du 22 décembre 2006, le § 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Toute personne morale exploitant en Région flamande une installation d'épuration traitant exclusivement les eaux usées des égouts publics (y compris les déchets provenant des fosses septiques, des collecteurs de graisse ou des petites installations d'épuration d'une capacité maximale de 20 équivalents habitants, utilisés uniquement pour des eaux usées d'origine domestique, les eaux usées amenées par axe, les boues en provenance d'installations d'épuration des eaux d'égout publiques et/ou les boues en provenance de l'entretien de collecteurs et stations de pompage) et qui est raccordée au réseau hydrographique public, est exonérée de la redevance, en ce qui concerne le déversement d'effluents provenant des installations d'épuration des eaux d'égout publiques susvisées.
Une installation d'incinération de boues avec laquelle l'installation d'épuration constitue une unité écotechnique, ne fait pas partie intégrante de l'installation d'épuration. "
" § 4. Toute personne morale exploitant en Région flamande une installation d'épuration traitant exclusivement les eaux usées des égouts publics (y compris les déchets provenant des fosses septiques, des collecteurs de graisse ou des petites installations d'épuration d'une capacité maximale de 20 équivalents habitants, utilisés uniquement pour des eaux usées d'origine domestique, les eaux usées amenées par axe, les boues en provenance d'installations d'épuration des eaux d'égout publiques et/ou les boues en provenance de l'entretien de collecteurs et stations de pompage) et qui est raccordée au réseau hydrographique public, est exonérée de la redevance, en ce qui concerne le déversement d'effluents provenant des installations d'épuration des eaux d'égout publiques susvisées.
Une installation d'incinération de boues avec laquelle l'installation d'épuration constitue une unité écotechnique, ne fait pas partie intégrante de l'installation d'épuration. "
Afdeling III. - Liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
Section III. - Libéralisation du marché de l'électricité.
Art. 84. Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2007 tot vrijstelling van de federale bijdrage ter compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt wordt met ingang van 1 januari 2008 bekrachtigd.
Art. 84. L'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2007 portant exonération de la cotisation fédérale afin de compenser la perte de revenus des communes résultant de la libéralisation du marché de l'électricité est sanctionné à partir du 1er janvier 2008.
HOOFDSTUK XXIV. - Landbouw.
CHAPITRE XXIV. - Agriculture.
Art. 85. Bekrachtigd wordt met ingang van de dag van inwerkingtreding het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen, bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij.
Art. 85. L'arrête du Gouvernement flamand du 30 novembre 2007 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 1997 relatif aux cotisations obligatoires affectées à la promotion des produits flamands des secteurs agricole, horticole et de la pêche et de leurs débouchés, est sanctionné à partir de la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK XXV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XXV. - Dispositions finales.
Art. 86. Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
- artikelen 2, 4, 10 en 11, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008;
- artikelen 18 en 19, die in werking treden op 1 januari 2009;
- artikel 20, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2008;
- artikelen 21 tot en met 23, die in werking treden vanaf aanslagjaar 2009;
- artikel 24, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2007;
- artikel 25, dat in werking treedt op 1 januari 2009;
- artikel 36, dat in werking treedt op de datum die de Vlaamse Regering vaststelt;
- artikel 37, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2006;
- artikel 41 dat in werking treedt op 30 september 2008;
- artikelen 43 tot en met 45, die uitwerking hebben met ingang van 14 januari 2008;
- artikel 48, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2008;
- artikelen 49 tot en met 54, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2008;
- artikelen 56 tot en met 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2008;
- artikel 62, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003;
- artikel 63, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007;
- artikel 76, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2008;
- artikelen 77 tot en met 80, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2008;
- artikelen 81 en 83, die uitwerking hebben met ingang van het heffingsjaar 2008.
- artikelen 2, 4, 10 en 11, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008;
- artikelen 18 en 19, die in werking treden op 1 januari 2009;
- artikel 20, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2008;
- artikelen 21 tot en met 23, die in werking treden vanaf aanslagjaar 2009;
- artikel 24, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2007;
- artikel 25, dat in werking treedt op 1 januari 2009;
- artikel 36, dat in werking treedt op de datum die de Vlaamse Regering vaststelt;
- artikel 37, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2006;
- artikel 41 dat in werking treedt op 30 september 2008;
- artikelen 43 tot en met 45, die uitwerking hebben met ingang van 14 januari 2008;
- artikel 48, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2008;
- artikelen 49 tot en met 54, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2008;
- artikelen 56 tot en met 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2008;
- artikel 62, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003;
- artikel 63, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007;
- artikel 76, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2008;
- artikelen 77 tot en met 80, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2008;
- artikelen 81 en 83, die uitwerking hebben met ingang van het heffingsjaar 2008.
Art. 86. Le présent décret entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles suivants :
- les articles 2, 4, 10 et 11, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2008;
- les articles 18 et 19, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2009;
- l'article 20, qui produit ses effets le 1er septembre 2008;
- les articles 21 à 23 inclus, qui entrent en vigueur à partir de l'année d'imposition 2009;
- l'article 24, qui produit ses effets le 1er novembre 2007;
- l'article 25, qui entre en vigueur le 1er janvier 2009;
- l'article 36, qui entre en vigueur à la date à fixer par le Gouvernement flamand;
- l'article 37, qui produit ses effets le 1er juillet 2006;
- l'article 41, qui entre en vigueur le 30 septembre 2008;
- les articles 43 a 45 inclus, qui produisent leurs effets le 14 janvier 2008;
- l'article 48, qui produit ses effets le 1er avril 2008;
- les articles 49 à 54 inclus, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2008;
- les articles 56 à 59 inclus, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2008;
- l'article 62, qui produit ses effets le 1er janvier 2003;
- l'article 63, qui produit ses effets le 1er janvier 2007;
- l'article 76, qui produit ses effets le 1er mai 2008;
- les articles 77 à 80 inclus, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2008;
- les articles 81 et 83, qui produisent leurs effets à partir de l'année d'imposition 2008.
- les articles 2, 4, 10 et 11, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2008;
- les articles 18 et 19, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2009;
- l'article 20, qui produit ses effets le 1er septembre 2008;
- les articles 21 à 23 inclus, qui entrent en vigueur à partir de l'année d'imposition 2009;
- l'article 24, qui produit ses effets le 1er novembre 2007;
- l'article 25, qui entre en vigueur le 1er janvier 2009;
- l'article 36, qui entre en vigueur à la date à fixer par le Gouvernement flamand;
- l'article 37, qui produit ses effets le 1er juillet 2006;
- l'article 41, qui entre en vigueur le 30 septembre 2008;
- les articles 43 a 45 inclus, qui produisent leurs effets le 14 janvier 2008;
- l'article 48, qui produit ses effets le 1er avril 2008;
- les articles 49 à 54 inclus, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2008;
- les articles 56 à 59 inclus, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2008;
- l'article 62, qui produit ses effets le 1er janvier 2003;
- l'article 63, qui produit ses effets le 1er janvier 2007;
- l'article 76, qui produit ses effets le 1er mai 2008;
- les articles 77 à 80 inclus, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2008;
- les articles 81 et 83, qui produisent leurs effets à partir de l'année d'imposition 2008.
(NOTE : entrée en vigueur de l'art. 36 fixée au 04-04-2009 par AGF 2009-02-06/43, art. 44)