Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 APRIL 2009. - [ Decreet betreffende de ontwikkeling van leespraktijken en de organisatie van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening )<DFG2023-10-19/16, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 05-02-2024> ](NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-11-2009 en tekstbijwerking tot 09-01-2026)
Titre
30 AVRIL 2009. - [ Décret relatif au développement des pratiques de lecture et à l'organisation du Réseau de la Lecture publique] <DCFR2023-10-19/16, art. 1, 013; En vigueur : 05-02-2024> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-11-2009 et mise à jour au 09-01-2026)
Informations sur le document
Numac: 2009029690
Datum: 2009-04-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009029690
Date: 2009-04-30
Moniteur: Voir
Tekst (60)
Texte (60)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Des dispositions générales
Eerste afdeling. - Strekking
Section Ire. - Objet
Artikel 1. § 1.[1 Dit decreet heeft als doel de ontwikkeling van leespraktijken van de bevolking van de Franse Gemeenschap met het oog op de permanente opvoeding, culturele en sociale emancipatie en de ontwikkeling van culturele vrijheden en rechten.
De ontwikkelde acties worden op een zodanige manier uitgevoerd dat de toegang tot kennis en cultuur wordt bevorderd door de terbeschikkingstelling van documentaire en culturele hulpbronnen op alle materiële en immateriële dragers en dat het veelvoudige gebruik ervan door het grootste aantal vergemakkelijkt wordt.
§ 2. Daartoe heeft dit decreet tot doel de erkenning en de subsidiëring van een geïntegreerd netwerk van operatoren die tot doel hebben :
1° documentaire en culturele hulpbronnen samen te brengen in de verschillende vakken van kennis en cultuur ;
2° deze hulpbronnen ter beschikking te stellen van de bevolking ;
3° bemiddelingsacties tussen de hulpbronnen en de bevolking te ontwikkelen en te bevorderen met het oog op de integratie van individuele leespraktijken in de collectieve praktijken die zowel vermaak als communicatie mogelijk maken en creativiteit, burgerschap en deelname aan het culturele leven bevorderen ]1
.
Article 1er. [1 § 1er. Le présent décret a pour objectif le développement des pratiques de lecture des populations de la Communauté française, dans une perspective d'éducation permanente, d'émancipation culturelle et sociale et de développement des libertés et droits culturels.
Les actions développées sont mises en oeuvre de manière à favoriser l'accès au savoir et à la culture par la mise à disposition de ressources documentaires et culturelles sur tous supports, matériels et immatériels, et à permettre leurs utilisations multiples par le plus grand nombre.
§ 2. A cet effet, le présent décret organise la reconnaissance et le subventionnement d'un réseau intégré d'opérateurs qui ont pour objectif :
1° de rassembler des ressources documentaires et culturelles dans les différentes disciplines de la connaissance et de la culture ;
2° de mettre ces ressources à disposition de la population ;
3° de développer et de favoriser des actions de médiation entre ces ressources et la population, visant l'intégration des pratiques individuelles de lecture dans des pratiques collectives qui permettent tant le plaisir que la communication et favorisent la créativité, la citoyenneté et la participation à la vie culturelle ]1
.
Afdeling II. - Definities
Section II. - Définitions
Art. 2. [1 In de zin van dit decreet wordt verstaan onder :
1° " Leespraktijken " : alle leesvormen van informatie of culturele werken, ongeacht de drager, waarbij uitwisselingspraktijken met anderen mogelijk zijn om de zin van de inhoud opnieuw te ontdekken;
2° " Documentaire en culturele hulpbronnen " : alle fysieke en digitale dragers die informatie of culturele werken bevatten en leespraktijken mogelijk maken ; worden inzonderheid bedoeld fictie- en niet-fictieboeken, tijdschriften en kranten, archiefdocumenten, audiovisuele dragers en spelen;
3° " Collectie " : verzameld en geordend geheel van documentaire en culturele hulpbronnen ;
4° " Openbare lectuurvoorziening " : functionele openbare dienst verleend door de operatoren van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening en hun partners met als doel een bijdrage te leveren aan de doelstellingen bedoeld in artikel 1;
5° " Netwerk voor openbare lectuurvoorziening " : gestructureerd en samenhangend geheel van de operatoren erkend krachtens dit decreet om de openbare dienst bedoeld in 4° aan te bieden;
6° " Permanente opvoeding " : elke benadering gericht op de kritische analyse van de maatschappij, het stimuleren van democratische en collectieve initiatieven, de ontwikkeling van actief burgerschap en de uitoefening van sociale, culturele, milieu- en economische rechten met het oog op de individuele en collectieve emancipatie van het publiek door het bevorderen van de actieve deelname van de doelgroepen en culturele expressie;
7° " Rechtstreekse operator " : operator van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening die rechtstreeks diensten voorstelt aan de bevolking; hij kan samengesteld worden uit één of meerdere bibliotheken beheerd door één of meer inrichtende machten ;
8° " Steunoperator " : operator van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening die diensten voorstelt aan de rechtstreekse en reizende operatoren om hen te helpen bij het vervullen van hun opdrachten, of aan inrichtende machten die een erkenning wensen te krijgen krachtens dit decreet;
9° " Reizende operator " : operator van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening die reizende diensten voorstelt aan de bevolking van een bepaal grondgebied, ofwel rechtstreeks, ofwel via rechtstreekse operatoren of partner inrichtende machten;
10° " PointCulture " : operator gespecialiseerd in audiovisuele documentaire en culturele hulpbronnen, samengesteld in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk ingeschreven in het rechtspersonenregister onder het ondernemingsnummer 0408.336.247 ;
11° " Erkende beroepsfederatie " : organisatie erkend krachtens artikel 92 van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur om alle of een gedeelte van de operatoren of professionelen van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening te vertegenwoordigen;
12° " Inrichtende machten " : rechtspersoon die alleen of collectief één of meer bibliotheken of één of meer steundiensten beheert. Onder rechtspersoon wordt verstaan :
a) een gemeente van het Franse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
b) een provincie van het Franse taalgebied;
c) de Franse Gemeenschapscommissie;
d) de Franse Gemeenschap ;
e) een vereniging zonder winstoogmerk met een rechtspersoonlijkheid of een stichting, gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ;
13° " Bibliotheek " : dienst voor de toegang tot documentaire en culturele hulpbronnen alsook tot desbetreffende bemiddelingsacties, bedoeld voor een bevolking of operatoren van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening;
14° " Plaatselijke bibliotheek " : rechtstreekse operator bestaande uit één of meer permanente infrastructuren die de bevolking van een gemeente, of van een samenhangende groep van geografisch dichtbij gelegen gemeenten, toegang geven tot documentaire en culturele hulpbronnen, evenals tot de desbetreffende bemiddelingsacties ;
15° " Speciale bibliotheek " : rechtstreekse operator bestaande uit één of meer permanente infrastructuren die zijn activiteiten uitoefent ten behoeve van personen die onder de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap vallen. De speciale bibliotheek biedt toegang tot documentaire en culturele hulpbronnen, evenals tot desbetreffende bemiddelingsacties, tot personen die geen gebruik kunnen maken van de diensten van een andere operator van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening wegens een handicap, een fysieke belemmering of die als begunstigde kunnen worden beschouwd, zoals bepaald in artikel 3 van het Verdrag inzake toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind of visueel gehandicapt zijn of voor personen die andere leesmoeilijkheden hebben met gedrukte teksten, gedaan te Marrakech op 27 juni 2013;
16° " specifieke voorzieningen " : specifieke diensten voor openbare lectuurvoorziening die in aanmerking kunnen komen voor bijkomende subsidies krachtens artikel 18, § 1, tweede lid, 1° ;
17° " penitentiaire inrichting " : arresthuizen, strafhuizen, inrichtingen voor sociale bescherming, detentiehuizen en transitiehuizen ;
18° " mediatheek " : specifieke voorziening bedoeld in 16° waarvan de collecties uitsluitend bestaan uit audiovisuele dragers, met inbegrip van videospelen;
19° " spelotheek " : specifieke voorziening bedoeld in 16° waarvan de collecties uitsluitend bestaan uit spelen en speelgoederen, met uitzondering van videospelen ;
20° " Bibliotheconomische normen " : geheel van regels volgens welke de operatoren van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening de documenten behandelen en organiseren die ze ter beschikking stellen van het publiek en die, door hun samenhang en uniformering, ertoe leiden uitwisselingen van gelijkaardige gegevens, informaticagegevens, documentengegevens, interfaces tussen catalogussen, raadplegingen op afstand mogelijk te maken tussen de componenten van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening;
21° " Collectieve catalogus " : geïnformatiseerde database met één zoekopdracht die de catalogisering van de productie van verschillende operatoren omvat en die de locatie van boeken, tijdschriften en gecatalogiseerde documenten mogelijk maakt;
22° " Encyclopedische collectie " : collectie die zodanig is georganiseerd dat de diversificatie van documentaire en culturele hulpbronnen permanent wordt gegarandeerd, waardoor de vertegenwoordiging van alle klassen van de universele decimale classificatie (UDC) of de Dewey-classificatie wordt gegarandeerd;
23° " Taalvaardigheden " : vaardigheden begrijpend luisteren, vaardigheden mondelinge expressie, leesvaardigheden en vaardigheden tot productie van geschreven taal;
24° " Doelstellingen, strategieën en prioriteiten van het culturele en artistieke onderwijstraject. " : de doelstellingen bedoeld in artikel 1.4.5-2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, alsook de strategieën, de doelstellingen, het programma en de kalender bepaald in het actieplan bedoeld in artikel 1.4.5-13 van hetzelfde Wetboek ;
25° " Culturele vrijheden en rechten " : de culturele vrijheden en rechten bevestigd door artikel 27 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, de artikelen 13, 22 en 25 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 31 van het Verdrag van New York inzake de rechten van het kind, artikel 23 van de Grondwet en de Verklaring van Fribourg over de culturele rechten, aangenomen op 7 mei 2007 ;
26° " Overlegkamer " : de Overlegkamer van culturele en territoriale actie ;
27° " Adviescommissie " : de Commissie voor culturele en territoriale actie ]1
.
Art. 2. [1 Au sens du présent décret, il faut entendre par :
1° " Pratiques de lecture " : toutes formes de lecture d'informations ou d'oeuvres culturelles, quel qu'en soit le support, permettant des pratiques d'échanges avec autrui afin de reconstruire le sens d'un contenu ;
2° " Ressources documentaires et culturelles " : ensemble des supports physiques et numériques contenant des informations ou des oeuvres culturelles et permettant des pratiques de lecture ; sont notamment visées les livres fictionnels et non fictionnels, les revues, magazines et journaux, les documents d'archives, les supports audiovisuels et les jeux ;
3° " Collection " : ensemble rassemblé et ordonné de ressources documentaires et culturelles ;
4° " Lecture publique " : service public fonctionnel assuré par les opérateurs du Réseau de la Lecture publique et leurs partenaires, dont l'objet est de contribuer aux objectifs visés à l'article 1er ;
5° " Réseau de la Lecture publique " : ensemble structuré et cohérent d'opérateurs reconnus en vertu du présent décret pour assurer le service public visé sous 4° ;
6° " Education permanente " : toute démarche visant l'analyse critique de la société, la stimulation d'initiatives démocratiques et collectives, le développement de la citoyenneté active et l'exercice des droits sociaux, culturels, environnementaux et économiques dans une perspective d'émancipation individuelle et collective des publics en privilégiant la participation active des publics visés et l'expression culturelle ;
7° " Opérateur direct " : opérateur du Réseau de la Lecture publique qui propose des services directement à la population; il peut être composé d'une ou plusieurs bibliothèques gérées par un ou plusieurs pouvoirs organisateurs ;
8° " Opérateur d'appui " : opérateur du Réseau de la Lecture publique qui propose des services à destination d'opérateurs directs et itinérants, afin de les aider à rencontrer leurs missions, ou de pouvoirs organisateurs qui souhaitent obtenir une reconnaissance en vertu du présent décret ;
9° " Opérateur itinérant " : opérateur du Réseau de la Lecture publique qui propose des services itinérants à destination de la population d'un territoire donné, soit directement, soit par l'intermédiaire d'opérateurs directs ou de pouvoirs organisateurs partenaires ;
10° " PointCulture " : opérateur spécialisé dans les ressources documentaires et culturelles audiovisuelles, constitué sous la forme d'une association sans but lucratif enregistré au registre des personnes morales sous le numéro d'entreprise 0408.336.247 ;
11° " Fédération professionnelle reconnue " : organisation reconnue en vertu de l'article 92 du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle pour représenter tout ou partie des opérateurs ou professionnels du Réseau de la Lecture publique ;
12° " Pouvoir organisateur " : personne morale qui assure, seule ou collectivement, la gestion d'une ou plusieurs bibliothèques ou d'un ou plusieurs services d'appui. Cette personne morale peut être :
a) une commune de la région de langue française ou de la région bilingue de Bruxelles-Capitale;
b) une province de la région de langue française;
c) la Commission communautaire française;
d) la Communauté française ;
e) une association sans but lucratif dotée de la personnalité juridique ou une fondation, établie en région de langue française ou de la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
13° " Bibliothèque " : service d'accès à des ressources documentaires et culturelles, ainsi qu'aux actions de médiation qui s'y rapportent, à destination d'une population ou d'opérateurs du Réseau de la Lecture publique ;
14° " Bibliothèque locale " : opérateur direct composé d'une ou plusieurs infrastructures permanentes permettant à la population d'une commune, ou d'un ensemble cohérent de communes géographiquement proches, d'accéder à des ressources documentaires et culturelles ainsi qu'aux actions de médiation qui s'y rapportent ;
15° " Bibliothèque spéciale " : opérateur direct composé d'une ou plusieurs infrastructures permanentes qui exerce ses activités au profit de personnes relevant des compétences de la Communauté française. La bibliothèque spéciale permet l'accès à des ressources documentaires et culturelles, ainsi qu'aux actions de médiation qui s'y rapportent, à des personnes empêchées de bénéficier des services d'un autre opérateur du Réseau de lecture publique en raison d'un handicap, d'un empêchement physique ou qui peuvent être qualifiées de bénéficiaire tel que défini à l'article 3 du Traité visant à faciliter l'accès des aveugles, des déficients visuels et des personnes ayant d'autres difficultés de lecture des textes imprimés aux oeuvres publiées, fait à Marrakech le 27 juin 2013 ;
16° " dispositifs spécifiques " : services spécifiques de Lecture publique pouvant faire l'objet de subventions complémentaires en vertu de l'article 18, § 1er, al. 2, 1° ;
17° " établissement carcéral " : les maisons d'arrêt, les maisons de peine, les établissements de défense sociale, les maisons de détention et les maisons de transition ;
18° " médiathèque " : dispositif spécifique visé sous 16° dont les collections sont exclusivement composées de supports audiovisuels, en ce compris des jeux vidéos ;
19° " ludothèque " : dispositif spécifique visé sous 16° dont les collections sont exclusivement composées de jeux et jouets, à l'exclusion des jeux vidéos ;
20° " Normes bibliothéconomiques " : ensemble de règles selon lesquelles les opérateurs du Réseau de la Lecture publique traitent et organisent les documents qu'ils mettent à disposition du public et qui, par leur cohérence et leur uniformisation, permettent notamment de procéder entre les composants du Réseau de la Lecture publique à des échanges de données comparables, des échanges informatiques, des échanges de documents, des interfaces entre catalogues et des consultations à distance ;
21° " Catalogue collectif " : base de données informatisée à interrogation unique reprenant la production catalographique de plusieurs opérateurs et qui permet la localisation des livres, périodiques et documents catalogués ;
22° " Collection encyclopédique " : collection organisée de manière à garantir en permanence une diversification des de ressources documentaires et culturelles qui assure la représentation de toutes les classes de la classification décimale universelle (C.D.U.) ou de la classification Dewey ;
23° " Capacités langagières " : capacités de compréhension à l'audition, capacités d'expression orale, capacités de lecture et capacités de produire des écrits ;
24° " Objectifs, stratégies et priorités du parcours d'éducation culturelle et artistique " : les objectifs visés à l'article 1.4.5-2 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, ainsi que les stratégies, les objectifs, le programme et le calendrier définis dans le plan d'actions visé à l'article 1.4.5-13 du même Code ;
25° " Libertés et droits culturels " : les libertés et droits culturels consacrés notamment par l'article 27 de la Déclaration universelle des droits de l'homme, l'article 15 du Pacte international relatif aux droits économiques, sociaux et culturels, les articles 13, 22 et 25 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, de l'article 31 de la Convention de New York relative aux droits de l'enfant, l'article 23 de la Constitution et la Déclaration de Fribourg sur les Droits culturels, adoptée le 7 mai 2007 ;
26° " Chambre de concertation " : la Chambre de concertation de l'Action culturelle et territoriale ;
27° " Commission d'avis " : la Commission de l'Action culturelle et territoriale ]1
.
HOOFDSTUK II. [1 Het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ]1
CHAPITRE II. [1 Du Réseau de la Lecture publique ]1
Eerste afdeling. [1 Operatoren van het netwerk voor openbaren lectuurvoorziening ]1
Section Ire. [1 - Des opérateurs du Réseau de la Lecture publique ]1
Art. 3. [1 De operatoren die erkend zijn krachtens dit decreet vormen collectief het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening.
Dit netwerk bestaat uit:
1° rechtstreekse operatoren ;
2° steunoperatoren ;
3° reizende operatoren ]1
.
Art. 3. [1 . Les opérateurs reconnus en vertu du présent décret forment collectivement le Réseau de la Lecture publique.
Ce réseau est composé :
1° d'opérateurs directs ;
2° d'opérateurs d'appui ;
3° d'opérateurs itinérants ]1
.
Art. 4. De rechtstreekse operatoren worden ofwel als plaatselijke bibliotheek [1 ...]1 ofwel als bijzondere bibliotheek samengesteld.
Wanneer meerdere inrichtende machten de activiteit van een plaatselijke bibliotheek inrichten over eenzelfde grondgebied, worden ze samen beschouwd als een rechtstreekse operator. De nadere regels voor de samenwerking [1 ...]1 van de inrichtende machten worden bepaald in een overeenkomst gesloten tussen hen met inachtneming van dit decreet. De Regering stipuleert de elementen die, minimum, erin opgenomen moeten worden om [1 ...]1 te zorgen.
Art. 4. Les opérateurs directs sont constitués soit en bibliothèque locale,[1 ...]1 soit en bibliothèque spéciale.
Lorsque plusieurs pouvoirs organisateurs organisent l'activité d'une bibliothèque locale qui s'exerce sur un même territoire, ils constituent ensemble un opérateur direct. Les modalités de collaboration [1 ...]1 des pouvoirs organisateurs sont fixées dans une convention conclue entre eux dans le respect du présent décret. Le Gouvernement précise les éléments qui, au minimum, doivent y figurer [1 ...]1.
Art. 5. [1 § 1. De steunopdrachten worden uitgeoefend :
1° door de diensten van de Regering, optredend op het niveau van de Franse Gemeenschap en ten behoeve van alle operatoren van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ;
2° door PointCulture, operator gespecialiseerd in audiovisuele documentaire en culturele hulpbronnen, optredend op het niveau van de Franse Gemeenschap en ten behoeve van alle culturele operatoren, inzonderheid die van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ;
3° door de steunoperatoren, optredend op het niveau van een provincie of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ten behoeve van alle operatoren van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening van hun grondgebied.
§ 2. Er is slechts één steunoperator in de zin van § 1, 3°, per provincie of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Bij ontstentenis van een daartoe erkende operator kan de rol van operator op het niveau van een provincie of van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden uitgeoefend door de diensten van de regering op het betrokken grondgebied.
§ 3. De diensten van de regering, Point Culture en de steunoperatoren brengen bij overeenkomst partnerschappen tot stand om de uitvoering van acties mogelijk te maken die nuttig zijn voor de geïntegreerde werking van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening, in het bijzonder door het samenbrengen van middelen ]1
.
Art. 5. [1 § 1er. Les missions d'appui sont exercées :
1° par les services du Gouvernement, agissant à l'échelle de la Communauté française et au bénéfice de tous les opérateurs du Réseau de la Lecture publique ;
2° par PointCulture, opérateur spécialisé dans les ressources documentaires et culturelles audiovisuelles agissant à l'échelle de la Communauté française et au bénéfice de tous les opérateurs culturels, notamment ceux du Réseau de la Lecture publique ;
3° par des opérateurs d'appui agissant à l'échelle d'une province ou de la Région de Bruxelles-Capitale et au bénéfice de tous les opérateurs du Réseau de la Lecture publique de leur territoire.
§ 2. Il n'existe qu'un seul opérateur d'appui au sens du § 1er, 3°, par province ou dans la Région de Bruxelles-Capitale.
A défaut d'opérateur reconnu à cet effet, le rôle d'opérateur à l'échelle d'une province ou de la Région de Bruxelles-Capitale peut être assuré par les services du Gouvernement sur le territoire concerné.
§ 3. Les services du Gouvernement, Point Culture et les opérateurs d'appui établissent entre eux des partenariats par convention pour permettre la réalisation des actions utiles au fonctionnement intégré du Réseau de la Lecture publique, notamment par la mise en commun de moyens ]1
.
Art. 6. [1 De opdrachten van reizende operatoren worden uitgevoerd op het niveau van een provincie of van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Een enkele reizende operator kan erkend worden per provincie of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De nadere regels voor de samenwerking tussen de reizende operator en de rechtstreekse operatoren, de steunoperatoren of de partner inrichtende machten worden vastgesteld in een overeenkomst die tussen hen worden gesloten met inachtneming van dit decreet. De Regering bepaalt de elementen die ten minste erop vermeld moeten worden ]1
.
Art. 6. [1 Les missions des opérateurs itinérants s'exercent à l'échelle d'une province ou de la Région de Bruxelles-Capitale.
Un seul opérateur itinérant peut être reconnu par province ou dans la Région de Bruxelles-Capitale.
Les modalités de collaboration entre l'opérateur itinérant et les opérateurs directs, les opérateurs d'appui ou les pouvoirs organisateurs partenaires sont fixées dans une convention conclue entre eux dans le respect du présent décret. Le Gouvernement précise les éléments qui, au minimum, doivent y figurer ]1
.
Afdeling II. - Criteria voor de inrichting van de operatoren onderling en voor de werking binnen het [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]1.
Section II. - Des critères d'organisation des opérateurs entre eux et de fonctionnement au sein du [1 Réseau de la Lecture publique]1.
Art. 7. § 1. [1 ...]1
§ 2. Het [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]1 richt elk nuttig geacht partnerschap met de internationale instellingen die zijn actie kunnen verstevigen of die de verwezenlijking van zijn opdrachten binnen een internationaal kader kunnen integreren.
Art. 7. § 1er. [1 ...]1
§ 2. [1 Réseau de la Lecture publique]1crée tout partenariat utile avec des institutions internationales qui peuvent renforcer son action ou intégrer la réalisation de ses missions dans un cadre international.
Art. 8. § 1. De Regering bepaalt de criteria voor de inrichting en de werking van het [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]1 met inachtneming van de volgende beginsels :
1° het uitwisselen van praktijken en uitslagen;
2° de aanwending van normen, waaronder bibliotheconomische normen, en regels voor de uitwisseling van gegevens;
[1 het delen van de samenstelling en van het beheer van documentaire hulpbronnen, met inbegrip van catalogussen ]1;
4° het gemeenschappelijke gebruik van hulpbronnen inzake bemiddeling en animatie;
5° de noodzakelijke wederzijdse samenwerking tussen de rechtstreekse operatoren [1 , de reizende operatoren]1 en de steunoperatoren.
§ 2. De Regering belast zijn diensten met de organisatie van de werking van het [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ]1 en de uitwisseling van hulpbronnen.
Daartoe organiseren deze diensten de regelmatige ontmoeting van de verscheidene steunoperatoren, de creatie van platformen onder hen en de uitwisseling van vijfjarige ontwikkelingsplannen ondersteund door de operatoren van de [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]1.
Art. 8. § 1er. Le Gouvernement arrête les critères d'organisation et de fonctionnement du [1 Réseau de la Lecture publique ]1 dans le respect des principes suivants :
1° la mise en commun de pratiques et l'échange de résultats;
2° l'utilisation de normes, dont les normes bibliothéconomiques, et de règles permettant l'échange de données;
[1 le partage de la constitution et de la gestion des ressources documentaires, en ce compris les catalogues ]1;
4° la mise en commun des ressources de médiation et d'animation;
5° la nécessaire collaboration réciproque entre les opérateurs directs [1 , les opérateurs itinérants ]1 et les opérateurs d'appui.
§ 2. Le Gouvernement charge ses services de l'organisation du fonctionnement du Réseau public de la Lecture et de la mise en commun des ressources.
A cet effet, ceux-ci organisent la mise en relation régulière des opérateurs d'appui, la création de plates formes entre eux et la mise en commun de plans quinquennaux de développement portés par les opérateurs du [1 Réseau de la Lecture publique ]1.
Afdeling III. - Uitwerking van een vijfjarig ontwikkelingsplan
Section III. - De l'élaboration d'un plan quinquennal de développement
Art. 9. Met het oog op de verwezenlijking van de opdrachten bepaald bij artikel 1, integreren de operatoren van het [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]1 het geheel van hun actie in het kader van een vijfjarig ontwikkelingsplan.
Art. 9. En vue de la réalisation des missions définies à l'article 1er, les opérateurs du [1 Réseau de la Lecture publique ]1intègrent l'ensemble de leur action dans le cadre d'un plan quinquennal de développement.
Art. 10. § 1. Het vijfjarige ontwikkelingsplan van de rechtstreekse operatoren bedoeld bij artikel 4 [2 en van de reizende operatoren bedoeld in artikel 6 ]2 voorziet minimum in :
1° een beschrijving van de algemene actiedoelstellingen van de operator op korte, middellange en lange termijn in functie van de problematische aanpakken vooropgesteld na de ontleding van de [2 ...]2 werkelijkheid van het betrokken grondgebied;
2° een beschrijving van de doelstellingen voor een periode van vijf jaar met inbegrip van :
- de nagestreefde verwezenlijkingen van de operator;
- de nagestreefde activiteitsniveaus;
- de actualiseringmode van het plan tijdens de ontwikkeling ervan;
3° een definitie van de doelbevolking;
4° een definitie van de voorgenomen veranderingen in woorden van vooruitgang van de leespraktijken van de bedoelde bevolking;
5° een definitie van de bemiddelingsprogramma's die de operator wenst te verwezenlijken opdat de bedoelde bevolkingen toegang zouden krijgen tot de documentaire en culturele hulpbronnen en waarin in het bijzonder ook opgenomen zijn :
- een definitie van de pedagogische hulpbronnen en van de animatieprogramma's die tot doel hebben de geschreven taalvaardigheden te bezigen en te ontwikkelen;
- de programma's die de bevolking en de verenigingsacteurs in staat stellen met de steun van het aan gepaste personeel documentaire onderzoeksactiviteiten te leiden en zodanig kritische ontledingen van de beschikbare documenten en bronnen te verwezenlijken met als perspectief het verwerven van kennis, documentaire of culturele productie;
- de ontwikkeling van elke actie ertoe strekkend ongeletterdheid te bestrijden;
[1 - programma's die bijdragen tot de doelstellingen, strategieën en prioriteiten van het culturele en artistieke vormingstraject; indien er geen bemiddelingsprogramma voor schoolpubliek is gepland, motiveert de operator dit in zijn erkenningsaanvraag;]1
[2 - de ontwikkeling van elke actie ter versterking van de digitale inclusie van bevolkingsgroepen. ]2
6° de aangewende middelen, waaronder :
- de organisatie ter bestemming van de bevolking van diensten om documentaire hulpbronnen aan te bieden in verband met kennis en cultuur;
- het materieel dat toegang verleent tot digitale hulpbronnen;
- de pedagogische hulpbronnen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het vijfjarige ontwikkelingsplan;
- de menselijke, financiële, infrastructuur-, documentaire hulpbronnen daartoe bijeengebracht;
7° de definitie van de actiemethodologie en het programmeren ervan in de tijd;
8° het doel en de [2 zelfevaluatie]2 die gepaard gaat met het vijfjarenplan zoals bepaald bij de artikelen 14 en 15.
[2 9° In voorkomend geval, de wijze waarop de genomen specifieke maatregelen zich onderscheiden van de algemene actie van de operator en het uitgangspunt ervan vorm.]2
§ 2.[2 Met het oog op de samenhang van het cultuurbeleid gevoerd op een bepaald grondgebied coördineren de rechtstreekse en reizende operatoren die in dat gebied werkzaam zijn hun activiteiten met het oog op de optimalisering van hun actie. Deze coördinatie kan worden uitgevoerd met de steun van de steunoperator]2.
§ 3. Bovendien impliceert het plan een overleg tussen verschillende erkende instellingen in het kader van het culturele beleid van de Franse Gemeenschap omtrent de inzet van het gemeentelijke of supra-gemeentelijke culturele beleid van het grondgebied waarop de actie ontwikkeld wordt. Ook neemt het in overweging de acties van erkende instellingen of instellingen die actief zijn in het kader van de wets- en reglementaire bepalingen betreffende de maatschappelijke inschakeling, de alfabetisering en de voortgezette opleiding.
[2 Bij de ontwikkeling en uitvoering van het plan wordt ook overleg gepleegd met de scholen in het gebied waar de actie wordt ontwikkeld. Wanneer acties met scholen worden uitgevoerd, worden zij ontwikkeld overeenkomstig de doelstellingen, strategieën en prioriteiten van het culturele en artistieke onderwijstraject.]2
Partnerschapsovereenkomsten kunnen gesloten worden met de instellingen bedoeld bij het eerste en het tweede lid. De inhoud en de nadere regels voor deze maken deel uit van het vijfjarige ontwikkelingsplan.
§ 4. Wanneer meerdere bibliotheken ingericht door verschillende inrichtende machten een [2 rechtstreekse operator]2 samenstellen, dient de overeenkomst die de relaties tussen de doelstellingen van hun actie en de middelen ervoor bepaalt, noodzakelijk deel uit te maken van het vijfjarige ontwikkelingsplan van het betrokken grondgebied.
Art. 10. § 1er. Le plan quinquennal de développement des opérateurs directs visés à l'article 4 [2 et des opérateurs itinérants visés à l'article 6 ]2 prévoit au minimum :
1° Une description des objectifs généraux d'action que l'opérateur se fixe à court, moyen et long terme en fonction des problématiques définies après l'analyse des réalités [2 ...]2 du territoire concerné;
2° une description des objectifs pour une période de cinq ans reprenant :
- les réalisations que l'opérateur veut mettre en oeuvre;
- les niveaux d'activité qu'il cherche à atteindre;
- le mode d'actualisation du plan au cours de son déroulement;
3° une définition de la population visée;
4° une définition des changements envisagés en termes de progression des pratiques de lecture de la population visée;
5° une définition des programmes de médiation que l'opérateur souhaite mettre en oeuvre pour que les populations visées accèdent aux ressources documentaires et culturelles et comprenant particulièrement :
- une définition des moyens pédagogiques et des programmes d'animation visant l'utilisation et le développement des capacités langagières liées à l'écrit;
- les programmes permettant à la population et aux acteurs associatifs de mener, avec le soutien du personnel adéquat, des recherches documentaires et de réaliser des analyses critiques de documents et de sources disponibles, dans une perspective d'acquisition de connaissances, de production documentaire ou de production culturelle;
- le développement de toute action visant à lutter contre l'illettrisme;
[1 - les programmes contribuant aux objectifs, stratégies et priorités du parcours d'éducation culturelle et artistique; si aucun programme de médiation à destination du public scolaire n'est prévu, l'opérateur en motive les raisons dans sa demande de reconnaissance;]1
[2 - le développement de toute action visant à renforcer l'inclusion numérique des populations. ]2
6° les moyens affectés, dont :
- l'organisation, à destination de la population, de services d'offre de ressources documentaires ayant trait à la connaissance et à la culture;
- le matériel permettant l'accès aux ressources numériques;
- les ressources pédagogiques nécessaires au plan quinquennal de développement;
- les ressources humaines, financières, d'infrastructures, documentaires rassemblées à cette fin;
7° la définition de la méthodologie de l'action et sa planification dans le temps;
8° l'objet et la méthodologie de l'[2 auto-évaluation]2 qui accompagne le plan quinquennal telle que définie aux articles 14 et 15.
[2 9° Le cas échéant, la manière dont le dispositif spécifique exercé se distingue de l'action générale de l'opérateur et s'articule avec celle-ci.]2
§ 2. [2 Dans un souci de cohérence de la politique culturelle menée sur un territoire déterminé, les opérateurs directs intervenant sur ce territoire, intègrent leurs plans de développement respectifs dans un seul plan quinquennal de développement et ce, quel que soit le nombre d'opérateurs directs y intervenant. Ce plan de développement dépasse, en terme d'objectifs d'action et de moyens mis en oeuvre, la simple addition des programmes d'action respectifs des opérateurs directs]2.
§ 3. En outre, le plan implique une concertation de différents organismes reconnus dans le cadre des politiques culturelles de la Communauté française sur les enjeux de la politique culturelle communale ou supra communale du territoire où l'action est développée. Il prend aussi en considération les actions d'organismes reconnus ou actifs dans le cadre de dispositions légales et réglementaires relatives à l'insertion sociale, à l'alphabétisation et à la formation continuée.
[2 L'élaboration et la mise en oeuvre du plan implique également une concertation avec les écoles du territoire où l'action est développée. Lorsque des actions sont menées avec des écoles, elles se développent en conformité avec les objectifs, stratégies et priorités du parcours d'éducation culturelle et artistique.]2
Des conventions de partenariat peuvent être conclues avec les organismes visés à aux alinéas 1er et 2. Le contenu et les modalités de celles-ci font partie du plan quinquennal de développement.
§ 4. Lorsque plusieurs bibliothèques organisées par des pouvoirs organisateurs différents constituent un [2 opérateur direct]2, la convention déterminant les relations entre les objectifs de leur action et les moyens qui y sont dévolus fait partie intégrante du plan quinquennal de développement du territoire concerné.
Art. 11. [1 § 1.Het vijfjarige ontwikkelingsplan van de steunoperatoren voorziet minimum in :
1° een beschrijving van de algemene actiedoelstellingen van de steunoperator op korte, middellange en lange termijn in functie van de problematieken bepaald na de analyse van de werkelijkheid van het Openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening op het betrokken grondgebied;
2° een beschrijving van de doelstellingen voor een periode van vijf jaar met inbegrip van :
a) de verwezenlijkingen die de operator wil uitvoeren, inzonderheid inzake :
- de ontwikkeling, het onderhoud en de controle van de databanken, waaronder de collectieve catalogussen
- de gewaarborgde toegang tot deze databanken ;
- de netwerking via collectieve catalogussen ontwikkeld buiten het netwerk voor openbare lectuurvoorziening ;
- het gemeenschappelijk gebruik van documentaire en culturele hulpbronnen volgens gedeelde procedures, of voor hun verspreiding of voor hun bewaring;
- de creatie van partnerschappen op basis van de bevoegdheden van de verschillende rechtstreekse operatoren van het grondgebied ;
- de steun aan de vijfjarige ontwikkelingsplannen van de rechtstreekse operatoren van het grondgebied en de promotie van de doelstellingen en acties waarbij ze betrokken worden;
- de gemeenschappelijke organisatie van de productie van elk andere dienst die de actie vergemakkelijken van de operatoren van het netwerk voor openbare lectuurvoorziening, inzonderheid inzake middelen, actiepedagogie, bemiddeling en resultatenevaluatie van de actie;
b) de actualisering wijze van het plan tijdens het verloop ervan ;
3° een definitie van de geïmplementeerde partnerschappen, inzonderheid met de hierna vermelde operatoren :
- de rechtstreekse en reizende operatoren van het grondgebied ;
- de operatoren die erkend zijn in het kader van een ander cultuurbeleid van de Franse Gemeenschap ;
- de operatoren die georganiseerd, erkend of ondersteund zijn in het kader van het overheidsbeleid met betrekking tot sociale integratie, alfabetisering en voortgezette opleiding ;
- de referentiepersonen van de scholen om de rechtstreekse en reizende operatoren te helpen een bijdrage te leveren aan doelstellingen, strategieën en prioriteiten van het culturele en artistieke onderwijstraject.
4° een omschrijving van de beoogde veranderingen in het dienstenaanbod van de rechtstreekse operatoren in het betrokken grondgebied, met inbegrip van de beoogde strategie om deze operatoren te begeleiden, te ondersteunen en op te leiden in het begrijpen van de digitale dimensie van hun actie;
5° de toegewezen middelen, waaronder :
- de personele, financiële, documentaire en infrastructurele middelen die voor dit doel zijn verzameld ;
- de pedagogische middelen die nodig zijn voor het vijfjarige ontwikkelingsplan ;
- de digitale middelen die nodig zijn om het vijfjarige ontwikkelingsplan uit te voeren en de manier waarop deze gekoppeld zijn aan de andere diensten van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening;
6° de definitie van de methodologie van de actie en de planning ervan in de tijd ;
7° het doel en de methodologie van de zelfevaluatie die gepaard gaat met het vijfjarige ontwikkelingsplan zoals bepaald in de artikelen 14 en 15.
§ 2. Wanneer de diensten van de Regering krachtens artikel 5, § 2, tweede lid, de rol van steunoperator opnemen, stellen zij een ontwerp van vijfjarig ontwikkelingsplan op overeenkomstig de bepalingen van dit artikel
Dit plan wordt door de Regering na advies van de Commissie goedgekeurd ]1
.
Art. 11. [1 Art. 11. § 1er. Le plan quinquennal de développement des opérateurs d'appui, prévoit au minimum :
1° une description des objectifs généraux d'action que l'opérateur d'appui se fixe à court, moyen et long terme en fonction des problématiques définies après l'analyse des réalités du Réseau de la Lecture publique sur le territoire concerné ;
2° une description des objectifs pour une période de cinq ans reprenant :
a) les réalisations que l'opérateur veut mettre en oeuvre, notamment en termes :
- de développement, d'entretien et de maintenance de bases de données, dont les catalogues collectifs ;
- de garantie d'accès à ces bases de données ;
- de mise en réseau avec des catalogues collectifs développés en dehors du Réseau de la Lecture publique ;
- de mise en commun des ressources documentaires et culturelles selon des procédures partagées, que ce soit en vue de leur diffusion ou de leur conservation ;
- de création de partenariats sur base des compétences des différents opérateurs directs du territoire ;
- de soutien aux plans quinquennaux de développement des opérateurs directs du territoire et de promotion des objectifs et actions qu'ils concernent ;
- d'organisation commune de la production de tous autres services qui facilitent l'action des opérateurs du Réseau de la Lecture publique en termes de moyens, de pédagogie d'action, de médiation et d'évaluation des résultats de l'action ;
b) le mode d'actualisation du plan au cours de son déroulement ;
3° une définition des partenariats mis en oeuvre, notamment avec les opérateurs visés ci-dessous :
- les opérateurs directs et itinérants du territoire ;
- les opérateurs reconnus dans le cadre d'une autre politique culturelle de la Communauté française ;
- les opérateurs organisés, reconnus ou soutenus dans le cadre des politiques publiques relatives à l'insertion sociale, à l'alphabétisation et à la formation continuée ;
- les référents scolaires, en vue d'aider les opérateurs directs et itinérants à contribuer aux objectifs, stratégies et priorités du parcours d'éducation culturelle et artistique.
4° une définition des changements envisagés en termes de progression des services offerts par les opérateurs directs du territoire concerné, en ce compris la stratégie envisagée pour accompagner, soutenir et former ces opérateurs dans l'appréhension de la dimension numérique de leur action ;
5° les moyens affectés, dont :
- les ressources humaines, financières, documentaires et d'infrastructures, rassemblées à cette fin ;
- les ressources pédagogiques nécessaires au plan quinquennal de développement ;
- les ressources numériques nécessaires à la réalisation du plan quinquennal de développement et la manière dont celles-ci s'articulent aux autres services du Réseau de la Lecture publique ;
6° la définition de la méthodologie de l'action et sa planification dans le temps ;
7° l'objet et la méthodologie de l'auto-évaluation qui accompagne le plan quinquennal de développement telle que définie aux articles 14 et 15.
§ 2. Lorsque les services du Gouvernement assurent le rôle d'opérateur d'appui en vertu de l'article 5, § 2, alinéa 2, ils établissent un projet de plan quinquennal de développement conforme aux dispositions du présent article.
Ce plan est approuvé par le Gouvernement après avis de la Commission ]1
.
HOOFDSTUK III. - De erkenning van de operatoren van de [1 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ]1
CHAPITRE III. - De la reconnaissance des opérateurs du [1 Réseau de la Lecture publique]1
Eerste afdeling. - Erkenningsvoorwaarden
Section Ire. - Des conditions de reconnaissance
Art. 12. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering de operatoren die het aanvragen en die aan de hierna bedoelde voorwaarden voldoen, erkennen.
Om erkend te worden en de erkenning te blijven genieten, moeten de operatoren van de [3 Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]3 aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° in de vormen bepaald door de Regering, een vijfjarig ontwikkelingsplan uitwerken dat overeenkomt met de doelstellingen beschreven bij artikel 1;
2° gedurende een jaar, voor de indiening van de aanvraag om erkenning, activiteiten te hebben uitgevoerd in overeenstemming met deze vereist door het decreet voor het verkrijgen van de erkenning;
3° Permanent en in voldoend aantal over personeel beschikken bevoegd voor de verwezenlijking van het vijfjarige ontwikkelingsplan op een grondgebied ten gunste van de te bedienen bevolking of in het kader van hun steunopdrachten;
4° over lokalen, infrastructuren en uitrusting beschikken die de verwezenlijking van het vijfjarige ontwikkelingsplan toelaten;
5° over verschillend materieel en meubilair beschikken voor de doeltreffende verwezenlijking van de activiteiten;
6° over collecties [3 ...]3 op verschillende materiële en immateriële dragers bestemd voor het uitlenen, de raadpleging of elk ander gebruik, beschikken, die regelmatig door vermeerderingen of verminderingen bijgewerkt worden. Bovendien dienen deze collecties en documenten[3 ...]3 :
- kwantitatief en kwalitatief relevant zijn in verband met de te bedienen bevolking;
- de hedendaggse socio-culturele behoeften weerspiegelen die inherent zijn aan de publieke aard van de instelling;
7° in zijn eigen milieu een raad voor de ontwikkeling van de openbare lectuurvoorziening organiseren waarvan de samenstelling, die in functie van de verscheidene types van operatoren van de Openbare Dienst voor openbare lectuurvoorziening verandert, door de Regering wordt bepaald. Overeenkomstig het doel van dit decreet zorgt de raad voor de ontwikkeling van de openbare lectuurvoorziening voor de noodzakelijke synergie met andere operatoren. Deze raad kan onder andere voortkomen [1 uit de oriëntatieraad bedoeld in de artikelen 88 tot 90 van het decreet van 21 november 2013 betreffende de culturele centra]1 , die hetzelfde gebied bestrijkt als de betrokken operator;
8° deelnemen aan het evaluatieprocess van de [3 Openbare Dienst voor openbare lectuurvoorziening " vervangen door de woorden " Netwerk voor openbare lectuurvoorziening]3 zoals bedoeld bij hoofdstuk VI;
9° alle nuttige informatie overzenden aan de diensten [3 van de Regering]3 om hun, onder andere, toe te laten de noodzakelijke adviezen uit te brengen in de procedures voor de erkenning, voor intrekking van de subsidies, voor de evaluatie en controle.
[2 10° ervoor zorgen dat kinderen die aan hun activiteiten deelnemen met respect voor hun persoon en individualiteit worden behandeld en niet worden blootgesteld aan enige vorm van fysiek of psychisch geweld.]2
De Regering bepaalt de nadere praktische regels voor de uitvoering van deze bepaling.
[3 Wanneer de beschikbare begrotingskredieten ontoereikend zijn voor de erkenning van alle operatoren die aan de voorwaarden van dit artikel voldoen, worden de prioriteiten als volgt vastgesteld:
1° prioriteit wordt eerst verleend aan het behoud, buiten aanvraag om vooruitgang, van de erkenningen die een gunstige evaluatie hebben gekregen;
2° vervolgens wordt prioriteit verleend aan de financiering van verhogingen van subsidies, berekend overeenkomstig artikel 18, §§ 2 en 3 ;
3° Er wordt dan prioriteit verleend aan nieuwe erkenningsaanvragen, met uitsluiting van specifieke voorzieningen, rekening houdend met de volgende criteria:
a) de provincies die de minste steun ontvangen van de Franse Gemeenschap krijgen voorrang; voor de toepassing van dit criterium moet :
- het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad beschouwd worden als een provincie;
- rekening worden gehouden met de financiering per inwoner die in de betrokken provincie door de Franse Gemeenschap wordt toegekend in het kader van het cultuurbeleid, zoals blijkt uit de statistieken van de diensten van de regering ;
b) binnen dezelfde provincie of binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, krijgen de gebieden die niet gedekt worden door een cultureel centrum erkend door de Franse Gemeenschap voorrang;
c) wanneer de toepassing van de punten a) en b) tot een gelijke stand leidt, wordt voorrang gegeven aan gemeenten waarvan de naburige gemeenten niet worden gedekt door een rechtstreekse operator die als plaatselijke bibliotheek erkend wordt;
d) wanneer de toepassing van de punten a), b) en c) tot een gelijke stand leidt, wordt voorrang gegeven aan de gemeenten met het laagste aantal rechtstreekse operatoren die erkend worden als plaatselijke bibliotheken;
e) wanneer de toepassing van de punten a), b), c) en d) tot een gelijke stand leidt, wordt voorrang gegeven aan de gemeenten die het verst verwijderd zijn van een rechtstreekse operator die erkend wordt als plaatselijke bibliotheek;
f) wanneer de toepassing van de punten a), b), c), d) en e) tot een gelijke stand leidt, wordt voorrang gegeven aan de operatoren die reeds deel uitmaken van een collectieve catalogus;
4° er wordt definitief beslist over de erkenning van nieuwe specifieke voorzieningen met toepassing van artikel 18, § 5 tot en met 7. ]3

[4 In afwijking van het eerste lid mag van 1 januari 2026 tot 31 december 2027 geen erkenningsaanvraag worden ingediend.]4
Art. 12. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement peut reconnaître les opérateurs qui en font la demande et qui répondent aux conditions visées ci-après.
Pour être reconnus et garder le bénéfice de la reconnaissance, les opérateurs du [3 Réseau de la Lecture publique]3 doivent satisfaire aux conditions générales suivantes :
1° Elaborer, selon les formes arrêtées par le Gouvernement, un plan quinquennal de développement conforme aux objectifs décrits à l'article 1er;
2° Pendant une année, avant l'introduction de la demande de reconnaissance, avoir poursuivi des activités conformes à celles exigées par le décret pour l'obtention d'une reconnaissance;
3° Disposer en permanence et en nombre suffisant du personnel qualifié nécessaire à l'accomplissement du plan quinquennal de développement qu'ils mènent sur un territoire d'intervention au bénéfice de la population à desservir ou dans le cadre de leurs missions d'appui;
4° Disposer de locaux, d'infrastructures, d'équipements qui permettent la réalisation du plan quinquennal de développement;
5° Disposer de matériels et de mobiliers divers leur permettant de réaliser les activités de manière efficiente;
6° Disposer de collections[3 ...]3 sous divers supports matériels ou immatériels destinés à l'emprunt, à la consultation ou à tous autres usages, tenus à jour par des accroissements et des élagages réguliers. En outre ces collections [3 ...]3doivent être :
- quantitativement et qualitativement [3 significatives]3 eu égard à la population à desservir;
- [3 représentatives]3 des besoins socioculturels contemporains inhérents au caractère public de l'institution;
7° organiser en son sein un conseil de développement de la lecture dont la composition, variable en fonction des divers types d'opérateurs du [3 Réseau de la Lecture publique]3 est fixée par le Gouvernement. En conformité avec l'objectif du présent décret le conseil de développement de la lecture prévoit les synergies nécessaires avec d'autres opérateurs. Ce conseil peut notamment émaner [1 du conseil d'orientation visé aux articles 88 à 90 du décret du 21 novembre 2013 relatif aux centres culturels]1 , couvrant le même territoire que l'opérateur concerné;
8° participer au processus d'évaluation du [3 Réseau de la Lecture publique]3 tel que défini au chapitre VI;
9° transmettrtoutes les informations utiles aux services [3 du Gouvernement]3 notamment afin de leur permettre de réaliser les avis nécessaires dans les procédures de reconnaissance, de retrait de reconnaissance, de retrait des subventions, d'évaluation et de contrôle.
[2 10° veiller à ce que les enfants participants à leurs activités soient traités dans le respect de leur personne et de leur individualité et ne soient soumis à aucune forme de violence physique ou psychique. ]2
Le Gouvernement détermine les modalités pratiques de la présente disposition.
[3 Lorsque les crédits budgétaires disponibles sont insuffisants pour reconnaitre l'ensemble des opérateurs répondant aux conditions du présent article, les priorités sont définies comme suit :
1° la priorité est d'abord donnée au maintien, hors demande de progression, des reconnaissances faisant l'objet d'une évaluation positive ;
2° la priorité est ensuite donnée au financement des augmentations de subventions, calculées conformément à l'article 18, §§ 2 et 3 ;
3° la priorité est ensuite donnée aux nouvelles demandes de reconnaissances, hors dispositifs spécifiques, en tenant compte des critères suivants :
a) les provinces les moins soutenues par la Communauté française sont prioritaires ; pour l'application du présent critère, il y a lieu :
- de considérer l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale comme une province ;
- d'avoir égard au financement par habitant accordé, au sein de la province concernée, par la Communauté française dans le cadre des politiques culturelles, tel qu'il ressort des statistiques produites par les services du Gouvernement ;
b) au sein d'une même province ou de la Région de Bruxelles-Capitale, les territoires non couverts par un centre culturel reconnu par la Communauté française sont prioritaires ;
c) lorsque l'application des points a) et b) aboutit à une égalité, la priorité est donnée aux communes dont les communes limitrophes ne sont pas couvertes par un opérateur direct reconnu comme bibliothèque locale ;
d) lorsque l'application des points a), b) et c) aboutit à une égalité, la priorité est donnée aux communes entourées du plus petit nombre d'opérateurs directs reconnus comme bibliothèques locales ;
e) lorsque l'application des points a), b), c) et d) aboutit à une égalité, la priorité est donnée aux communes les plus éloignées d'un opérateur direct reconnu comme bibliothèque locale ;
f) lorsque l'application des points a), b), c), d) et e) aboutit à une égalité, la priorité est donnée aux opérateurs qui font déjà partie d'un catalogue collectif ;
4° il est enfin statué sur la reconnaissance de nouveaux dispositifs spécifiques en application de l'article 18, § 5 à 7. ]3

[4 Par dérogation à l'alinéa 1er, aucune demande de reconnaissance ne peut être introduite du 1er janvier 2026 au 31 décembre 2027. ]4
Afdeling II. - De erkenningsprocedure
Section II. - De la procédure de reconnaissance
Art. 13. De Regering bepaalt de erkenningsprocedure met inachtneming van de volgende beginsels :
[3 de operator dient een aanvraag om erkenning in bij de diensten van de Regering volgens de bepaalde nadere regels; wanneer de steunoperator en de reizende operator van eenzelfde grondgebied georganiseerd worden door eenzelfde inrichtende macht kan deze laatste één enkel erkenningsdossier indienen]3;
2° De Regering vraagt het advies [1 van de adviescommissie]1 [3 en de diensten die hij aanwijst ]3 aan om deze aanvraag te onderzoeken. Wanneer het advies van de Raad voor de Openbare bibliotheken niet binnen de door de Regering voorgeschreven termijn wordt verleend, wordt het beschouwd als zijnde positief;
[2 ...]2
De Regering, zorgt, door middel van haar diensten, voor de jaarlijkse publicatie van een verslag met betrekking tot de aanvragen om erkenning, de datums voor de indiening van deze, de uitgebrachte adviezen en de genomen beslissingen.
Art. 13. Le Gouvernement arrête la procédure de reconnaissance dans le respect des principes suivants :
[3 l'opérateur introduit une demande de reconnaissance auprès des services du Gouvernement selon les modalités déterminées ; Lorsque l'opérateur d'appui et l'opérateur itinérant d'un même territoire sont organisés par un même pouvoir organisateur, ce dernier peut déposer un dossier unique de reconnaissance ]3;
2° Le Gouvernement requiert l'avis [1 de la Commission d'avis]1 [3 et des services qu'il désigne ]3 pour l'examen de cette demande. Lorsque l'avis du Conseil des Bibliothèques publiques n'intervient pas dans le délai prescrit par le Gouvernement, cet avis est considéré comme positif;
[2 ...]2
Le Gouvernement assure, par la voie de ses services, la publication annuelle d'un rapport relatif aux demandes de reconnaissance, aux dates d'introduction de celles-ci, aux avis remis et aux décisions prises.
Afdeling III. - Behoud van de erkenning
Section III. - Du maintien de la reconnaissance
Eerste onderafdeling. - Evaluatie van het vijfjarenplan
Sous-section Ier. - De l'évaluation du plan quinquennal
Art. 14. § 1. [6 De operatoren van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening voeren tijdens de uitvoering van hun vijfjarige ontwikkelingsplan, een permanent zelfevaluatieproces uit om de geplande veranderingen te ondersteunen, de managementbeslissingen te sturen en de bereikte resultaten en impact te beoordelen. Dit proces leidt tot het opstel van een algemeen zelfevaluatieverslag aan het einde van het vierde jaar van het plan]6.
[6 ...]6
[5 [7 In afwijking van het eerste lid wordt de evaluatie van het vijfjarenplan van de operatoren van het Netwerk voor Openbare Lectuurvoorziening waarvan de erkenning op 1 januari 2026 aan de gang is, onder dezelfde voorwaarden met twee jaar uitgesteld ten opzichte van de oorspronkelijk voorziene evaluatiedatum.]7]5
[6 In afwijking van de vorige leden kan, wanneer de steunoperator en de reizende operator op hetzelfde grondgebied door eenzelfde inrichtende macht georganiseerd worden, mais volgens verschillende tijdschema's worden erkend, de opstelling van het algemene zelfevaluatieverslag van één van beide operatoren, mits een met redenen omklede aanvraag, uitgesteld worden zodat het samenvalt met dat van de operator.]6
§ 2.[6 ...]6.
§ 3. [6 De diensten van de Regering ondersteunen en controleren, volgens de nadere regels bepaald door de regering, het zelfevaluatieproces van de operatoren van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening ]6.
Art. 14. § 1er.[6 Les opérateurs du Réseau de la Lecture publique mènent, tout au long de l'exécution de leur plan quinquennal de développement, un processus d'auto-évaluation continu permettant d'accompagner les changements prévus, d'orienter les décisions de gestion et d'apprécier les résultats et impacts obtenus. Ce processus mène à l'établissement, à l'issue de la quatrième année du plan, d'un rapport général d'auto-évaluation]6.
[6 ...]6
[5 [7 Par dérogation à l'alinéa 1er, l'évaluation du plan quinquennal des opérateurs du Réseau de la Lecture publique dont la reconnaissance est en cours au 1er janvier 2026 est reportée, aux mêmes conditions, de deux ans à compter de la date d'évaluation initialement prévue. ]7]5
[6 Par dérogation aux alinéas précédents, lorsque l'opérateur d'appui et l'opérateur itinérant d'un même territoire sont organisés par un même pouvoir organisateur, mais sont reconnus selon des temporalités différentes, l'établissement du rapport général d'auto-évaluation d'un des deux opérateurs peut, moyennant demande motivée, être décalé pour coïncider avec celui de l'autre opérateur.]6
§ 2. [6 ...]6
§ 3. [6 Les services du Gouvernement accompagnent et vérifient, selon les modalités arrêtées par le Gouvernement, le processus d'auto-évaluation des opérateurs du Réseau de la Lecture publique]6.
Art. 15. [9 §1 De Regering bepaalt de procedure voor de evaluatie van de erkenning overeenkomstig de volgende beginselen:
1° de operator bezorgt de Regering een algemeen zelfevaluatieverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 14, samen met een ontwerp van ontwikkelingsplan voor de volgende periode van vijf jaar;
2° de wenselijkheid van het behoud van de erkenning en de inhoud van het vijfjarig ontwikkelingsplan maken het voorwerp uit van een advies van de Regeringsdiensten en de Commissie;
3° na ontvangst van de adviezen beslist de Regering over het behoud van de erkenning en formuleert ze haar eventuele opmerkingen bij het ontwerp van vijfjarig ontwikkelingsplan;
4° in geval van een krachtens dit artikel genomen beslissing tot intrekking van de erkenning, eindigt de erkenning op het einde van de onderzochte periode van vijf jaar.]9

[9 ...]9
[8 In afwijking van het [9 in lid 1]9), komt voor de operatoren van de openbare dienst voor [9 Openbare lectuurvoorziening]9, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en werd behouden op 1 januari 2022, de tweede beslissing over het behoud van de erkenning tot stand na de vijfjarige periode die werd verlengd met een jaar.]8
[10 In afwijking van het eerste lid, voor de operatoren van het Netwerk voor Openbare Lectuurvoorziening waarvan de erkenning op 1 januari 2026 aan de gang is, wordt de beslissing over de erkenning onder dezelfde voorwaarden verlengd voor een periode van twee jaar vanaf de datum waarop de erkenning afloopt.]10
[9 § 2. Wanneer de diensten van de Regering krachtens artikel 5, § 2, tweede lid, de rol van steunoperator op zich nemen, bezorgen zij de Adviescommissie tegelijk met het ontwerp van vijfjarig ontwikkelingsplan, opgesteld overeenkomstig artikel 11, een algemeen zelfevaluatieverslag.]9
Art. 15. [9 §1.Le Gouvernement arrête la procédure d'évaluation de la reconnaissance dans le respect des principes suivants :
1° l'opérateur adresse aux services du Gouvernement un rapport général d'auto-évaluation établi conformément à l'article 14, ainsi qu'un projet de plan de développement pour la période quinquennale suivante ;
2° l'opportunité du maintien de la reconnaissance et le contenu du plan quinquennal de développement font l'objet d'un avis des services du Gouvernement et de la Commission;
3° après réception des avis, le Gouvernement se prononce sur le maintien de la reconnaissance et formule ses remarques éventuelles concernant le projet de plan quinquennal de développement ;
4° en cas de décision de retrait prise en exécution du présent article, la reconnaissance prend fin à l'issue de la période quinquennale faisant l'objet de l'évaluation]9
.
[9 ...]9
[8 Par dérogation à [9 à l'alinéa 1er]9, pour les opérateurs du [9 Réseau de la Lecture publique ]9 dont la reconnaissance a pris effet au 1er janvier 2014 et a été maintenue au 1er janvier 2022, la seconde décision sur le maintien de la reconnaissance intervient au terme de la période quinquennale prolongée d'un an.]8
[10 Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les opérateurs du Réseau de la Lecture publique dont la reconnaissance est en cours au 1er janvier 2026, la décision sur la reconnaissance est prolongée aux mêmes conditions pour une durée de deux ans à compter de sa date d'échéance. ]10
[9 § 2. Lorsque les services du Gouvernement assurent le rôle d'opérateur d'appui en vertu de l'article 5, § 2, alinéa 2, ils adressent à la Commission d'avis un rapport général d'auto-évaluation en même temps que le projet de plan quinquennal de développement établi conformément à l'article 11.]9
Onderafdeling II. - Het toezicht
Sous-section II. - Du contrôle
Art. 16. § 1. Om de inachtneming van de bepalingen van het decreet door de operatoren te controleren, richten deze laatste ieder jaar aan de diensten van de Regering een activiteitenverslag toe alsook een boekhoudkundig verslag bestaande uit de resultatenrekeningen alsook, voor de [2 privaatrechtelijke rechtspersonen]2, balansrekeningen.
Indien de operator meerdere inrichtende machten bevat, vermeldt het boekhoudkundige verslag de rekeningen van elke inrichtende macht en een resultatenrekening waarin de rekeningen van de verschillende inrichtende machten opgenomen worden.
§ 2. [2 De Regering bepaalt de controleprocedure overeenkomstig de volgende beginselen:
1° op het einde van elk kalenderjaar gaan de regeringsdiensten na of de aan de operator toegekende subsidies zijn gebruikt en of de operator de erkenningsvoorwaarden heeft nageleefd;
2° indien blijkt dat de operator de bepalingen van dit decreet niet naleeft, :
a) de procedure van artikel 15, § 1, indien deze vaststelling plaatsvindt bij de vijfjaarlijkse evaluatie van de erkenning;
b) de procedure van hoofdstuk V, indien de bevinding op een ander tijdstip wordt gedaan]2
.
§ 3. [2 ...]2
Art. 16. § 1er. Aux fins de contrôler le respect des dispositions du décret par les opérateurs, ceux-ci adressent chaque année aux services du Gouvernement un rapport d'activité ainsi qu'un rapport comptable constitués des comptes de résultats ainsi que, pour [2 personnes morales de droit privé ]2, des comptes de bilan.
Dès lors que l'opérateur comporte plusieurs pouvoirs organisateurs, le rapport comptable fournit les comptes de chaque pouvoir organisateur et un compte de résultats regroupant les comptes des différents pouvoirs organisateurs.
§ 2. [2 Le Gouvernement arrête la procédure de contrôle dans le respect des principes suivants :
1° au terme de chaque année civile, les services du Gouvernement contrôlent l'utilisation des subventions octroyées à l'opérateur et le respect par ce dernier des conditions de reconnaissance ;
2° s'il apparait que l'opérateur ne respecte pas les dispositions du présent décret, il est fait application :
a) soit de la procédure prévue à l'article 15, § 1er, si ce constat intervient lors de l'évaluation quinquennale de la reconnaissance ;
b) soit de la procédure prévue au chapitre V, si ce constat intervient à un autre moment]2
.
§ 3.[2 ...]2.
HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden voor de subsidiëring
CHAPITRE IV. - Des conditions du subventionnement
Art. 17. § 1. De Franse Gemeenschap, de provincies, de Franse Gemeenschapscommissie en de gemeenten dragen financieel bij tot de actie van de [1 operatoren van de Openbare lectuurvoorziening]1.
§ 2. Om ervoor te zorgen dat de operator de documentaire hulpbronnen ter beschikking van de bevolking zou kunnen stellen die nodig zijn voor de verwezenlijking van het vijfjarige ontwikkelingsplan, bedraagt de tegemoetkoming van de gemeenten of gemeentenverenigingen minimum de last van de jaarlijkse toename van de documentaire hulpbronnen op materiële dragers zoals bepaald in het vijfjarige ontwikkelingsplan zowel voor zichzelf of voor de privaatrechtelijke inrichtende machten, als via overdrachtssubsidies of door de directe aankoop van deze.
§ 3. De provincies en de Franse Gemeenschapscommissie nemen deel in de werkingskosten van de operatoren op basis van een subsidie die evenredig is met het aantal permanente leden die door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd worden. Wanneer meerdere inrichtende machten één operator vormen, wordt het bedrag over hen verdeeld volgens de overeenkomst inbegrepen in het vijfjarige ontwikkelingsplan.
§ 4. In geval het om een rechtstreekse operator gaat die samengesteld is uit meerdere bibliotheken beheerd door inrichtende machten die van ze verschillen, kunnen de gemeenten en de gemeentenverenigingen een geldelijke of technische hulp verlenen aan de bibliotheken ingericht door deze andere inrichtende machten, hulp die conventioneel bepaald kan worden met de inrichtende machten van de bibliotheken waaruit de operator bestaat.
Art. 17. § 1er. La Communauté française, les provinces, la Commission communautaire française et les communes apportent une aide financière aux opérateurs reconnus du [1 opérateurs du Réseau de la Lecture publique]1.
§ 2. Pour assurer que l'opérateur puisse mettre à disposition de la population les ressources documentaires nécessaires à la réalisation du plan quinquennal de développement, l'intervention des communes ou associations de communes [1 couvre]1 au minimum la charge de l'accroissement annuel des ressources documentaires sur supports matériels tel que défini au plan quinquennal de développement que ce soit pour elles-mêmes ou pour les pouvoirs organisateurs de droit privé, que ce soit par voie de subside de transfert ou par l'achat direct de celles-ci.
§ 3. Les provinces et la Commission communautaire française participent aux frais de fonctionnement des opérateurs sur base d'une subvention proportionnelle au nombre de permanents subventionnés par la Communauté française. Lorsque plusieurs pouvoirs organisateurs constituent un opérateur, le montant est réparti entre eux selon la convention incluse dans le plan quinquennal de développement.
§ 4. En cas d'opérateur direct constitué de plusieurs bibliothèques gérées par des pouvoirs organisateurs différents delles-mêmes, les communes et associations de communes peuvent apporter aux bibliothèques organisées par ces autres pouvoirs organisateurs, une aide financière ou technique déterminée conventionnellement avec les pouvoirs organisateurs des bibliothèques constituant l'opérateur.
Art. 18. [1 § 1. De Regering kent aan elke krachtens dit decreet erkende operator, overeenkomstig de voorwaarden die zij bepaalt:
1° forfaitaire subsidies ter bezoldiging van vaste betrekkingen die door de inrichtende macht uitsluitend worden toegewezen aan de activiteiten van de erkende operator;
2° forfaitaire werkings- en activiteitentoelagen, gekoppeld aan de uitvoering van het vijfjarenplan.
De regering kan erkende operatoren ook, overeenkomstig de voorwaarden die zij vaststelt:
1° aanvullende forfaitaire subsidies voor de volgende specifieke regelingen:
a) het beheren van een encyclopedische collectie;
b) een lokale mediabibliotheek beheren;
c) een lokale spelbibliotheek beheren;
d) het ontwikkelen van leespraktijken in gevangenissen;
2° eenmalige uitrustings- en ontwikkelingssubsidies;
3° eenmalige subsidies ter ondersteuning van de digitalisering van het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening;
4° subsidies voor infrastructuurprojecten uitgevoerd door lokale collectieve besturen, onder de voorwaarden bepaald in het decreet van 17 juli 2002 betreffende de toekenning van subsidies aan lokale collectieve besturen voor culturele infrastructuurprojecten.
§ 2. De subsidies voor de bezoldiging van vaste betrekkingen worden berekend volgens deze paragraaf:
1° voor de rechtstreekse operatoren erkend als lokale bibliotheken wordt het aantal vaste personeelsleden dat in aanmerking komt voor subsidies als volgt bepaald:
Art. 18. [1 § 1er. Le Gouvernement octroie à tout opérateur reconnu en vertu du présent décret, selon les modalités qu'il détermine :
1° des subventions forfaitaires au titre d'intervention dans la rémunération des emplois permanents affectés par les pouvoirs organisateurs exclusivement aux activités de l'opérateur reconnu ;
2° des subventions forfaitaires de fonctionnement et d'activités, liées à la réalisation du plan quinquennal.
Le Gouvernement peut également octroyer aux opérateurs reconnus, selon les modalités qu'il détermine :
1° des subventions forfaitaires complémentaires liées à la réalisation des dispositifs spécifiques suivants :
a) gestion d'une collection encyclopédique ;
b) gestion d'une médiathèque locale ;
c) gestion d'une ludothèque locale ;
d) développement des pratiques de lecture en milieu carcéral ;
2° des subventions ponctuelles d'équipement et d'aménagement ;
3° des subventions ponctuelles d'aide à la numérisation du Réseau de la Lecture publique ;
4° des subventions pour des projets d'infrastructures réalisés par des collectivités locales, aux conditions prévues par le décret du 17 juillet 2002 relatif à l'octroi de subventions aux collectivités locales pour des projets d'infrastructures culturelles.
§ 2. Les subventions accordées au titre d'intervention dans la rémunération des emplois permanents sont calculées conformément au présent paragraphe :
1° pour les opérateurs directs reconnus comme bibliothèques locales, le nombre de permanents subventionnables est établi comme suit :
Aantal inwoners Aantal vaste medewerkers
minder dan 15.000 1,5
van 15.000 tot minder dan 25.000 3
van 25.000 tot minder dan 35.000 5
van 35.000 tot minder dan 50.000 6
van 50.000 tot minder dan 80.000 10
van 80.000 tot minder dan 110.000 13
van 110.000 tot minder dan 140.000 16
van 140.000 tot minder dan 170.000 19
170.000 en meer 25
Aantal inwoners Aantal vaste medewerkers minder dan 15.000 1,5 van 15.000 tot minder dan 25.000 3 van 25.000 tot minder dan 35.000 5 van 35.000 tot minder dan 50.000 6 van 50.000 tot minder dan 80.000 10 van 80.000 tot minder dan 110.000 13 van 110.000 tot minder dan 140.000 16 van 140.000 tot minder dan 170.000 19 170.000 en meer 25
2° voor rechtstreekse operatoren erkend als bijzondere bibliotheken wordt het aantal vaste personeelsleden dat in aanmerking komt voor subsidies bepaald op 4;
3° voor de steunoperatoren bedoeld in artikel 5, § 1, 3°, wordt het aantal vaste personeelsleden dat in aanmerking komt voor subsidie als volgt vastgesteld:
Nombre d'habitants Nombre de permanents
moins de 15.000 1,5
de 15.000 à moins de 25.000 3
de 25.000 à moins de 35.000 5
de 35.000 à moins de 50.000 6
de 50.000 à moins de 80.000 10
de 80.000 à moins de 110.000 13
de 110.000 à moins de 140.000 16
de 140.000 à moins de 170.000 19
170.000 et plus 25
Nombre d'habitants Nombre de permanents moins de 15.000 1,5 de 15.000 à moins de 25.000 3 de 25.000 à moins de 35.000 5 de 35.000 à moins de 50.000 6 de 50.000 à moins de 80.000 10 de 80.000 à moins de 110.000 13 de 110.000 à moins de 140.000 16 de 140.000 à moins de 170.000 19 170.000 et plus 25
2° pour les opérateurs directs reconnus comme bibliothèques spéciales, le nombre de permanents subventionnables est fixé à 4 ;
3° pour les opérateurs d'appui visés à l'article 5, § 1er, 3°, le nombre de permanents subventionnables est établi comme suit :
Aantal inwoners Aantal vaste medewerkers
minder dan 750.000 4
van 750.000 tot minder dan 1.000.000 8
1.000.000 of meer 10
Aantal directe en touroperators Extra vast personeel
van 19 tot 39 +1
van 40 tot 49 +2
van 50 tot 59 +3
van 60 tot 69 +4
van 70 tot 79 +5
80 jaar en ouder +6
Aantal inwoners Aantal vaste medewerkers minder dan 750.000 4 van 750.000 tot minder dan 1.000.000 8 1.000.000 of meer 10 Aantal directe en touroperators Extra vast personeel van 19 tot 39 +1 van 40 tot 49 +2 van 50 tot 59 +3 van 60 tot 69 +4 van 70 tot 79 +5 80 jaar en ouder +6
4° voor de reizende operatoren wordt het aantal vaste personeelsleden dat in aanmerking komt voor subsidies als volgt bepaald :
Nombre d'habitants Nombre de permanents
moins de 750 000 4
de 750.000 à moins de 1.000.000 8
1.000.000 et plus 10
Nombre d'opérateurs directs et itinérants Permanents supplémentaires
de 19 à 39 +1
de 40 à 49 +2
de 50 à 59 +3
de 60 à 69 +4
de 70 à 79 +5
80 et plus +6
Nombre d'habitants Nombre de permanents moins de 750 000 4 de 750.000 à moins de 1.000.000 8 1.000.000 et plus 10 Nombre d'opérateurs directs et itinérants Permanents supplémentaires de 19 à 39 +1 de 40 à 49 +2 de 50 à 59 +3 de 60 à 69 +4 de 70 à 79 +5 80 et plus +6
4° pour les opérateurs itinérants, le nombre de permanents subventionnables est établi comme suit :
Competentiegebied Aantal vaste medewerkers
van 500 tot 3700 km2 2
tussen 3.700 en 4.400 km2 4
meer dan 4.400 km2 6
Aantal inwoners Extra vast personeel
van 200.000 tot 500.000 +2
van 500.000 tot minder dan 1.000.000 +4
1.00.0 en meer +6
Competentiegebied Aantal vaste medewerkers van 500 tot 3700 km2 2 tussen 3.700 en 4.400 km2 4 meer dan 4.400 km2 6 Aantal inwoners Extra vast personeel van 200.000 tot 500.000 +2 van 500.000 tot minder dan 1.000.000 +4 1.00.0 en meer +6
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt rekening gehouden met de personen die zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van het bestreken grondgebied op de dag waarop de erkenningsaanvraag of het algemene zelfevaluatiesverslag wordt (worden) ingediend.
In afwijking hiervan kan de betrokken operator verzoeken om een lager aantal permanente vaste medewerkers dan het aantal waarop hij recht heeft. Deze keuze geldt voor de volledige duur van het vijfjarige ontwikkelingsplan.
Het toegekende bedrag per vaste medewerker is vastgesteld op:
1° voor de operatoren of inrichtende machten opgericht in de vorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon, bij het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socio-culturele sectoren van de Franse Gemeenschap;
2° voor operatoren of inrichtende machten opgericht in de vorm van een publiekrechtelijke rechtspersoon, door de Regering.
§ 3 Met het oog op de bepaling van het bedrag van de forfaitaire werkings- en activiteitentoelagen verdeelt de Regering de operatoren in categorieën volgens de principes bepaald in deze paragraaf:
1° rechtstreekse operatoren worden onderverdeeld in vier categorieën volgens:
a) door de operator ontwikkelde acties ter bevordering van:
- lees- en taalvaardigheden;
- de organisatie van documentatie (inrichting van lokalen, uitstalvoorwaarden, vernieuwingsprocedures, integratie in het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening);
- toegang tot documentair onderzoek (fysieke en virtuele toegang, openingstijden, informatie en advies, individuele en collectieve onderzoeksinstrumenten, integratie in het Netwerk voor openbare lectuurvoorziening)
b) het aanbod aan documentair en cultureel materiaal, in termen van:
- kwaliteit, verscheidenheid, kwantiteit en vernieuwing van collecties;
- en het vijfjarig ontwikkelingsplan;
c) de integratie van het vijfjarig ontwikkelingsplan in het lokale cultuurbeleid (gastheerschap, gezamenlijk beheer van projecten en productie in partnerschap);
d) procedures voor zelfevaluatie (soort evaluatie, betrokken partijen en kwaliteit van de ontwikkelde instrumenten);
2° de steunoperatoren bedoeld in artikel 5, § 1, 3°, worden onderverdeeld in vier categorieën volgens :
a) acties die zijn ontwikkeld om de samenwerking tussen rechtstreekse operatoren te organiseren (kwaliteit, kwantiteit, reikwijdte en verwachte effecten)
b) de mate van bundeling van diensten (kwaliteit, kwantiteit, aantal deelnemers en beoogde resultaten)
3° de reizende operatoren worden in twee categorieën onderverdeeld volgens de criteria bedoeld in 1°.
§ 4 In elke provincie en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen aanvullende subsidies als tegemoetkoming in de bezoldiging van de vaste betrekkingen worden toegekend aan de rechtstreekse operatoren die de instandhouding van een encyclopedische collectie willen verzekeren die beschikbaar is voor de rechtstreekse operatoren en de gebruikers in een ruimer gebied dan dat van hun erkenning.
Het aantal vaste personeelsleden dat in aanmerking komt voor subsidies is als volgt verdeeld:
Territoire de compétence Nombre de permanents
de 500 à 3.700 km2 2
de 3.700 à 4.400 km2 4
plus de 4.400 km2 6
Nombre d'habitants Permanents supplémentaires
de 200.000 à 500.000 +2
de 500.000 à moins de 1.000.000 +4
1.00.0 et plus +6
Territoire de compétence Nombre de permanents de 500 à 3.700 km2 2 de 3.700 à 4.400 km2 4 plus de 4.400 km2 6 Nombre d'habitants Permanents supplémentaires de 200.000 à 500.000 +2 de 500.000 à moins de 1.000.000 +4 1.00.0 et plus +6
Pour l'application du présent paragraphe, il est tenu compte des personnes inscrites dans les registres de population du territoire couvert au jour de l'introduction de la demande de reconnaissance ou du rapport général d'auto-évaluation.
Par dérogation, l'opérateur concerné peut demander un nombre de permanent inférieur à celui auquel il a droit. Ce choix est valable pour toute la durée du plan quinquennal de développement.
Le montant accordé par permanent est fixé :
1° pour les opérateurs ou les pouvoirs organisateurs établis sous la forme d'une personne morale de droit privé, par le décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française ;
2° pour les opérateurs ou pouvoirs organisateurs établis sous la forme d'une personne morale de droit public, par le Gouvernement.
§ 3. Pour déterminer le montant des subventions forfaitaires de fonctionnement et d'activités, le Gouvernement répartit les opérateurs en catégories dans le respect des principes définis au présent paragraphe :
1° les opérateurs directs sont répartis en quatre catégories en fonction :
a) des actions développées par l'opérateur pour favoriser :
- le développement des pratiques de lecture et des capacités langagières ;
- l'organisation de la documentation (aménagement des locaux, conditions de présentation, modalités de renouvellement, intégration dans le Réseau de la Lecture publique) ;
- l'accès à la recherche documentaire (modalités physiques ou virtuelles d'accès, horaires, information et conseil, outils de recherches individuels et collectifs mis à disposition, intégration dans le Réseau de la Lecture publique)
b) de l'offre de ressources documentaires et culturelles, en termes :
- de qualité, de variété, de quantité et de renouvellement des collections ;
- d'adaptation à la population et au plan quinquennal de développement ;
c) de l'intégration du plan quinquennal de développement dans les politiques culturelles locales (accueil, cogestion de projets et production en partenariat) ;
d) des modalités d'auto-évaluation (type d'évaluation, acteurs impliqués et qualité des outils construits) ;
2° les opérateurs d'appui visés à l'article 5, § 1er, 3°, sont répartis en quatre catégories en fonction :
a) des actions développées pour organiser la coopération entre opérateurs directs (qualité, quantité, envergure et effets escomptés)
b) du degré de mutualisation des services (qualité, quantité, nombre de participants et résultats visés)
3° les opérateurs itinérants sont répartis en deux catégories en fonction des critères visés sous 1°.
§ 4. Dans chaque province et dans la Région de Bruxelles-Capitale, des subventions complémentaires au titre d'intervention dans la rémunération des emplois permanents peuvent être accordées aux opérateurs directs qui souhaitent assurer la conservation d'une collection encyclopédique disponible pour les opérateurs directs et les usagers d'un territoire plus large que celui visé par leur reconnaissance.
Le nombre de permanents subventionnables est réparti de la manière suivante :
Gebied Aantal vaste medewerkers
Provincie Waals-Brabant 7
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 33
Provincie Henegouwen 35
Provincie Luik 29
Provincie Luxemburg 4
Provincie Namen 11
Gebied Aantal vaste medewerkers Provincie Waals-Brabant 7 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 33 Provincie Henegouwen 35 Provincie Luik 29 Provincie Luxemburg 4 Provincie Namen 11
De begunstigde operatoren en het aantal aan hen toegewezen vaste personeelsleden worden bepaald op basis van een voorstel van de steunoperator in de betrokken provincie of regio.
Het toegekende bedrag per vaste medewerker wordt vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2.
§ 5 Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies verbonden aan het beheer van een lokale mediatheek, moet de aanvragende operator voldoen aan de volgende specifieke voorwaarden:
1° erkend zijn als minstens een directe of reizende operator van categorie 2;
2° geen aanvullende subsidies ontvangen voor een andere specifieke regeling als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, c) of d) ;
3° het beheer van de lokale mediatheek opnemen in haar vijfjarig ontwikkelingsplan en er een volwaardige prioriteit van maken;
4° een strategie ontwikkelen voor het ontwikkelen van leespraktijken en taalvaardigheden die specifiek is voor het betrokken programma en die aansluit bij zijn actieplan, het gebied waarin het actief is en de doelbevolking:
a) het beleid inzake uitbreiding en vernieuwing van collecties;
b) cataloguslijst en ontwikkelingsbeleid;
c) het toegankelijkheidsbeleid, met inbegrip van het prijsbeleid;
d) bemiddelingsbeleid;
e) partnerschapsovereenkomsten met PointCulture ;
5° over voldoende eigen middelen beschikken in termen van:
a) verzamelingen van audio-, audiovisuele of digitale media;
b) budget, ruimte en opgeleid personeel voor het beheer van het systeem.
De regering stelt de minimumeisen vast die nodig zijn om te voldoen aan de voorwaarden van lid 1.
§ 6 Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies gekoppeld aan het beheer van een lokale speelgoedbibliotheek, moet de aanvragende operator voldoen aan de volgende specifieke voorwaarden:
1° erkend zijn als minstens een directe of reizende operator van categorie 2 ;
2° geen aanvullende subsidies te ontvangen voor een andere specifieke regeling als bedoeld in het eerste lid, tweede lid, 1°, b) of d) ;
3° het beheer van de lokale spelotheek opnemen in haar vijfjarig ontwikkelingsplan en er een volwaardige prioriteit van maken;
4° een strategie ontwikkelen voor het ontwikkelen van leespraktijken en taalvaardigheden die specifiek is voor het betreffende programma en die aansluit bij zijn actieplan, het gebied waarin het actief is en de doelbevolking:
a) het beleid inzake uitbreiding en vernieuwing van collecties;
b) cataloguslijst en ontwikkelingsbeleid;
c) het toegankelijkheidsbeleid, met inbegrip van het prijsbeleid;
d) bemiddelingsbeleid;
5° over voldoende eigen middelen beschikken in termen van:
a) verzamelingen van spellen;
b) budget, ruimte en opgeleid personeel voor het beheer van het systeem;
De regering stelt de minimumeisen vast die nodig zijn om aan de voorwaarden van lid 1 te voldoen.
§ 7 Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies voor de ontwikkeling van leespraktijken in gevangenissen, moet de aanvragende operator voldoen aan de volgende specifieke voorwaarden:
1° erkend zijn als minstens een directe of reizende operator van categorie 2;
2° geen aanvullende subsidies ontvangen voor een andere specifieke regeling als bedoeld in de eerste paragraaf, tweede lid, 1°, b) of c);
3° een samenwerkingsprotocol hebben ondertekend met één of meer gevangenissen op hun grondgebied of op een nabijgelegen grondgebied waar er geen erkende directe of reizende operator is;
4° een strategie ontwikkelen voor het ontwikkelen van leespraktijken en taalvaardigheden die specifiek is voor het betreffende programma en die aansluit bij zijn actieplan, het gebied waarin het actief is en de doelbevolking:
a) het beleid inzake uitbreiding en vernieuwing van collecties;
b) cataloguslijst en ontwikkelingsbeleid;
c) toegankelijkheidsbeleid;
d) bemiddelingsbeleid;
5° over voldoende eigen middelen beschikken in termen van budget, ruimte en opgeleid personeel om het programma te beheren.
De regering stelt de minimumeisen vast die nodig zijn om aan de voorwaarden van lid 1 te voldoen.
§ 8. De Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de motivering en de intentieverklaring, bedoeld in het decreet van 17 juli 2002 betreffende de toekenning van subsidies aan lokale collectieve besturen voor culturele infrastructuurprojecten en het uitvoeringsbesluit ervan, moeten voldoen opdat het volledige programma van installaties in overeenstemming is met dit decreet]1.
[2 § 9. In afwijking van paragrafen 1 tot 8 en onverminderd de in artikelen 15 en 22 tot 26 bedoelde evaluatieprocedure, mogen van1 januari 2026 tot 31 december 2028 geen wijzigingen worden aangebracht in de subsidiëring van erkende operatoren.]2
Territoire Nombre de permanents
Province de Brabant wallon 7
Région de Bruxelles-Capitale 33
Province de Hainaut 35
Province de Liège 29
Province de Luxembourg 4
Province de Namur 11
Territoire Nombre de permanents Province de Brabant wallon 7 Région de Bruxelles-Capitale 33 Province de Hainaut 35 Province de Liège 29 Province de Luxembourg 4 Province de Namur 11
Les opérateurs bénéficiaires, et le nombre de permanents qui leur sont accordés, sont déterminés sur proposition de l'opérateur d'appui de la province ou la région concernée.
Le montant accordé par permanent est fixé conformément au paragraphe 2.
§ 5. Pour pouvoir bénéficier de subventions complémentaires liées à la gestion d'une médiathèque locale, l'opérateur demandeur doit satisfaire aux conditions particulières suivantes :
1° être reconnu comme opérateur direct ou itinérant de catégorie 2 au minimum ;
2° ne pas bénéficier de subventions complémentaires pour un autre dispositif spécifique visé au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, c) ou d) ;
3° inclure la gestion de la médiathèque locale dans son plan quinquennal de développement, et en faire une priorité à part entière ;
4° développer une stratégie de développement des pratiques de lecture et des capacités langagières propre au dispositif concerné et cohérente au regard de son plan d'action, de son territoire d'action et de la population visée ; cette stratégie précise notamment :
a) la politique d'accroissement et de renouvellement des collections ;
b) la politique de référencement et de développement des catalogues ;
c) la politique d'accessibilité, en ce compris la politique tarifaire ;
d) la politique de médiation ;
e) les modalités de partenariats avec PointCulture ;
5° disposer de ressources propres suffisantes en termes :
a) de collections de médias audios, audiovisuels ou numériques ;
b) de budget, d'espace et de personnel formé affecté à la gestion du dispositif ;
Le Gouvernement précise les exigences minimales requises pour répondre aux conditions de l'alinéa 1er.
§ 6. Pour pouvoir bénéficier de subventions complémentaires liées à la gestion d'une ludothèque locale, l'opérateur demandeur doit satisfaire aux conditions particulières suivantes :
1° être reconnu comme opérateur direct ou itinérant de catégorie 2 au minimum ;
2° ne pas bénéficier de subventions complémentaires pour un autre dispositif spécifique visé au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, b) ou d) ;
3° inclure la gestion de la ludothèque locale dans son plan quinquennal de développement, et en faire une priorité à part entière ;
4° développer une stratégie de développement des pratiques de lecture et des capacités langagières propre au dispositif concerné et cohérente au regard de son plan d'action, de son territoire d'action et de la population visée ; cette stratégie précise notamment :
a) la politique d'accroissement et de renouvellement des collections ;
b) la politique de référencement et de développement des catalogues ;
c) la politique d'accessibilité, en ce compris la politique tarifaire ;
d) la politique de médiation ;
5° disposer de ressources propres suffisantes en termes :
a) de collections de jeux ;
b) de budget, d'espace et de personnel formé affecté à la gestion du dispositif ;
Le Gouvernement précise les exigences minimales requises pour répondre aux conditions de l'alinéa 1er.
§ 7. Pour pouvoir bénéficier de subventions complémentaires pour le développement des pratiques de lecture en milieu carcéral, l'opérateur demandeur doit satisfaire aux conditions particulières suivantes :
1° être reconnu comme opérateur direct ou itinérant de catégorie 2 au minimum ;
2° ne pas bénéficier de subventions complémentaires pour un autre dispositif spécifique visé au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, b) ou c) ;
3° avoir conclu un protocole de collaboration avec un ou plusieurs établissements carcéraux établis sur son territoire ou sur un territoire proche dépourvu d'un opérateur direct ou itinérant reconnu ;
4° développer une stratégie de développement des pratiques de lecture et des capacités langagières propre au dispositif concerné et cohérente au regard de son plan d'action, de son territoire d'action et de la population visée ; cette stratégie précise notamment :
a) la politique d'accroissement et de renouvellement des collections ;
b) la politique de référencement et de développement des catalogues ;
c) la politique d'accessibilité ;
d) la politique de médiation ;
5° disposer de ressources propres suffisantes en termes de budget, d'espace et de personnel formé affecté à la gestion du dispositif ;
Le Gouvernement précise les exigences minimales requises pour répondre aux conditions de l'alinéa 1er.
§ 8. Le Gouvernement détermine les conditions que doivent respecter la note de motivation et la note d'intention prévue dans le décret du 17 juillet 2002 relatif à l'octroi de subventions aux collectivités locales pour des projets d'infrastructures culturelles et son arrêté d'application, afin que le programme complet des installations soit conforme avec le présent décret]1.
[2 § 9. Par dérogation aux paragraphes 1 à 8 et sans préjudice de la procédure d'évaluation visée aux articles 15 et 22 à 26, aucune modification du subventionnement des opérateurs reconnus ne peut intervenir du 1er janvier 2026 au 31 décembre 2028. ]2
Art.18/1. [1 . De Regering kent PointCulture:
1° een jaarlijkse tewerkstellingssubsidie toegekend krachtens artikel 5 van het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socio-culturele sectoren van de Franse Gemeenschap;
2° een jaarlijkse werkings- en activiteitentoelage.
De toekenning van de subsidies bedoeld in lid 1 is onderworpen aan het afsluiten van een programmaovereenkomst tussen de operator en de Franse Gemeenschap. Deze overeenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar en vermeldt:
1° de door de overeenkomst bestreken periode;
2° het vijfjarig ontwikkelingsplan van de operator dat de elementen bedoeld in artikel 11 bevat; het ontwikkelde project moet:
a) overeenkomstig de doelstellingen van artikel 1 opgesteld worden;
b) specifiek voor de operator en in overeenstemming met zijn deskundigheid en zijn audiovisuele, documentaire en culturele middelen zijn;
c) niet redundant zijn ten opzichte van projecten van dezelfde aard die ontwikkeld worden door andere culturele actoren, al dan niet gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
d) een aanvulling vormen op de activiteiten van andere culturele actoren die door de Franse Gemeenschap erkend of gesubsidieerd worden;
3° de procedures voor het toekennen van subsidies en inzonderheid:
a) de bedragen die jaarlijks worden toegekend;
b) vereffeningsprocedures;
c) indexeringsvoorwaarden;
4° de nadere regels voor de evaluatie van het project en inzonderheid:
a) een beschrijving van het zelfevaluatiesproces overeenkomstig artikel 14;
b) de inhoud van en de nadere regels voor de indiening van het algemene zelfevaluatieverslag;
5° de verbintenissen van de operator in termen van:
a) financieel evenwicht;
b) goed bestuur;
c) respect voor gebruikers;
6° de nadere regels voor het financieel toezicht uitgeoefend door de Franse Gemeenschap, met inbegrip van de procedures voor het opstellen van een reorganisatieplan indien nodig;
7° de wijze van ondersteuning door de regeringsdiensten;
8° de procedures voor opschorting, wijziging, opzegging en vernieuwing van de overeenkomst. ]1

Art.18/1.[1 Pour l'exercice de ses missions d'appui, le Gouvernement octroie à PointCulture :
1° une subvention annuelle à l'emploi accordée en vertu de l'article 5 du décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française ;
2° une subvention annuelle de fonctionnement et d'activités.
L'octroi des subventions visées à l'alinéa 1er est conditionné à la conclusion d'un contrat-programme entre l'opérateur et la Communauté française. Ce contrat est conclu pour une durée de cinq ans et précise :
1° la période couverte par le contrat ;
2° le plan de développement quinquennal de l'opérateur, contenant les éléments visés à l'article 11 ; le projet développé doit être :
a) conforme aux objectifs définis à l'article 1er ;
b) b spécifique à l'opérateur, et cohérent au regard de son expertise et de ses ressources documentaires et culturelles audiovisuelles ;
c) non-redondant vis-à-vis de projets de même nature développés par d'autres acteurs culturels, subventionnés ou non par la Communauté française ;
d) complémentaires par rapport aux activités des autres opérateurs culturels reconnus ou subventionnés par la Communauté française ;
3° les modalités d'octroi des subventions et, en particulier:
a) les montants accordés annuellement;
b) les modalités de liquidation;
c) les modalités d'indexation;
4° les modalités d'évaluation du projet et, en particulier:
a) une description du processus d'auto-évaluation, conforme à l'article 14 ;
b) le contenu et les modalités de remise du rapport général d'auto-évaluation;
5° les engagements de l'opérateur en termes :
a) d'équilibre financier;
b) de bonne gouvernance;
c) de respect des usagers;
6° les modalités de contrôle financier exercé par la Communauté française, en ce compris les modalités d'établissement d'un plan d'assainissement s'il y a lieu;
7° les modalités d'accompagnement par les services du Gouvernement;
8° les modalités de suspension, modification, résiliation et renouvellement du contrat. ]1

Art. 19. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kunnen de [1 erkende beroepsorganisaties]1, een subsidie genieten als tegemoetkoming in de bezoldiging van een permanente personeelslid krachtens het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap alsook een forfaitaire werkings- en activiteitensubsidie.
§ 2. [1 De erkende beroepsfederaties]1 oefenen hun activiteiten uit ten gunste van hun leden die ofwel professionelen zijn die functioneel werkzaam zijn binnen het Openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening, ofwel inrichtende machten van het Openbare netwerk voor Openbare lectuurvoorziening.
[1 De erkende beroepsfederaties]1 moeten het doel nastreven om de bevoegdheden en de specifieke bekwaamheden te bevorderen van de elementen van het Openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en van het bevoegde personeel dat werkzaam is voor opdrachten vervuld door de operatoren van het Openbare netwerk voor Openbare lectuurvoorziening erkend in het kader van het decreet door het gebruik van de volgende middelen :
1° door hun informatie, hun opleiding, hun documentatie te bevorderen;
2° door de opleidingsbanen van het personeel te integreren in de verschillende hedendaagse opdrachten erkend om leespraktijken bij gevarieerde bevolkingsgroepen van de Franse Gemeenschap te ontwikkelen;
3° door de informatie van hun leden betreffende de doelstellingen van dit decreet te garanderen;
4° door nuttige bruggen te leggen tussen de praktijken van hun leden en die van de andere beroepen uit de culturele sector of de documentaire sector.
§ 3. Om in § 1 opgenomen subsidies te genieten, dienen [1 de erkende beroepsfederaties]1 een aanvraag om programma-overeenkomst in bij de Regeringsdiensten die een periode van vijf jaar bestrijkt, vastgesteld op basis van de werkings- en programmatiedoelstellingen bepaald bij dit decreet.
§ 4. De Regering bepaalt de voorwaarden tot uitvoering van de opdrachten van [1 de erkende beroepsfederaties]1 met inachtneming van de doelstellingen bedoeld in artikel 1.

Modifications

Art. 19. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les [1 fédérations professionnelles reconnues]1 peuvent bénéficier d'une subvention au titre d'intervention dans la rémunération d'un permanent en vertu du décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française et d'une subvention forfaitaire de fonctionnement et d'activités.
§ 2. [1 Les fédérations professionnelles reconnues]1 exercent leurs activités au profit de leurs membres qui sont soit des professionnels oeuvrant dans des composants fonctionnels du [2 Réseau de la Lecture publique ]2, soit des pouvoirs organisateurs du [2 Réseau de la Lecture publique]2.
[1 Les Fédérations professionnelles reconnues]1 doivent poursuivre l'objectif de promouvoir les compétences et les capacités spécifiques des composants du Réseau public de la Lecture et du personnel qualifié affecté aux missions remplies par les opérateurs du Réseau public de la Lecture reconnus dans le cadre du décret par l'utilisation des moyens suivants :
1° en suscitant leur information, leur formation, leur documentation;
2° en intégrant les parcours de formation du personnel aux différentes missions contemporaines reconnues pour développer les pratiques de lecture auprès de groupes variés de la population de la Communauté française;
3° en assurant l'information de leurs membres relativement aux objectifs du présent décret;
4° en créant les passerelles utiles entre les pratiques de leurs membres et celles des autres professions du secteur culturel ou du secteur documentaire.
§ 3. Pour bénéficier des subventions reprises au § 1er, [1 les fédérations professionnelles reconnues]1 introduisent auprès des Services du Gouvernement une demande de contrat-programme couvrant une période de cinq ans, établi sur base des objectifs d'action et de programmation prévus par le présent décret.
§ 4. Le Gouvernement détermine les conditions d'exécution des missions des [1 fédérations professionnelles reconnues]1 dans le respect des objectifs visés à l'article 1er.
Art. 20. [1 De bedragen vastgesteld krachtens de artikelen 18, 18/1 en 19 worden elk jaar op 1 januari geïndexeerd volgens de evolutie van het gezondheidsindexcijfer. De regering bepaalt de toepasselijke indexeringsformule.
In afwijking hiervan worden de subsidies berekend overeenkomstig het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socio-culturele sectoren van de Franse Gemeenschap of het decreet van 17 juli 2002 betreffende de toekenning van subsidies aan de lokale collectieve besturen voor culturele infrastructuurprojecten geïndexeerd volgens de nadere regels bepaald bij deze decreten ]1
.
Art. 20. [1 Les montants arrêtés en vertu des articles 18, 18/1 et 19 sont indexés au 1er janvier de chaque année en suivant l'évolution de l'indice santé. Le Gouvernement précise la formule d'indexation applicable.
Par dérogation, les subventions calculées conformément au décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française ou au décret du 17 juillet 2002 relatif à l'octroi de subventions aux collectivités locales pour des projets d'infrastructures culturelles sont indexées conformément aux modalités prévues par lesdits décrets ]1
.
Art. 21. De subsidies worden toegekend voor een begrotingsjaar.
Vanaf 1 januari van elk jaar, voor zover de algemene uitgavenbegroting vooraf aangenomen is, betaalt de Regering de bedoelde subsidies in twee schijven uit :
1° De eerste schijf gelijk aan 85 % wordt uitbetaald voor 31 maart van hetzelfde jaar ten laatste;
2° Na controle van het motiverende dossier van het vorige jaar, wordt de tweede schijf, of 15 %, uitbetaald [4 vereffend]4 voor 15 december van hetzelfde jaar.
De Regering levert [4 aan de operator]4 een afrekening van de subsidies toegekend bij de uitbetaling van elke schijf.
[4 ...]4
Art. 21. Les subventions sont octroyées pour une année civile.
A dater du 1er janvier de chaque année et pour autant que le budget général des dépenses ait été préalablement adopté, le Gouvernement liquide les subventions visées en deux tranches :
1° La première tranche équivalente à 85 % est liquidée pour le 31 mars de la même année au plus tard;
2° Après vérification du dossier justificatif de l'année précédente, la seconde tranche, soit 15 %, est [4 liquidée]4 pour le 15 décembre de la même année.
Le Gouvernement fournit [4 à l'opérateur]4 un décompte des subventions octroyées lors la liquidation de chaque tranche.
[4 ...]4
HOOFDSTUK V. - Intrekking van de subsidies en van de erkenning
CHAPITRE V. - Du retrait des subventions et de la reconnaissance
Art. 22. Onverminderd de bijzondere bepalingen die erop betrekking hebben, kunnen de erkenning en de subsidiëring niet ten goede komen aan rechtspersonen die behoren tot een orgaan of vereniging waarvan bij rechterlijke beslissing genomen bij kracht van gewijsde is gesteld dat deze de beginselen van de fundamentele vrijheden gewaarborgd door de Internationale verdragen en de Grondwet, maar ook de van kracht zijnde normen die de gelijkheid en de niet-discriminatie waarborgen, niet in acht nemen.
Art. 22. Sans préjudice des dispositions particulières qui y sont relatives, la reconnaissance et le subventionnement ne peuvent intervenir au bénéfice de personnes morales qui appartiennent à un organisme ou à une association dont il est établi par une décision de justice coulée en force de chose jugée qu'ils ne respectent pas les principes démocratiques énoncés dans le respect des libertés fondamentales garanties par les Conventions internationales et la Constitution mais aussi des normes en vigueur garantissant l'égalité et la non discrimination.
Art. 23. [Operatoren van het Netwerk van de Openbare lectuurvoorziening die de voorwaarden van dit decreet niet naleven, kunnen hun subsidie of erkenning verliezen]1.
Art. 23. [1 Les opérateurs du Réseau de la Lecture publique qui ne respectent pas les conditions du présent décret peuvent se voir retirer leurs subventions ou leur reconnaissance ]1.
Art. 24. De Regering bepaalt de procedure voor de intrekking van de subsidies of voor de intrekking van de erkenning en bepaalt de nadere regels voor de eventuele uitbetaling van de subsidies binnen de naleving van de volgende principes :
[4 Wanneer zij vaststellen dat een operator van de Openbare lectuurvoorziening]4 het decreet niet meer naleeft, delen de Regeringsdiensten per aangetekende brief een ingebrekestelling aan de operator mee die de grieven opneemt die hem worden verweten. De ingebrekestelling bepaalt of een intrekking van erkenning of een intrekking van de subsidies beoogd wordt, om de operator de mogelijkheid te bieden de bepalingen van het decreet opnieuw na te leven. De operator wordt formeel op de hoogte gebracht van de mogelijkheid die hij heeft om zijn opmerkingen schriftelijk te laten gelden;
2° De operator wordt op de hoogte gebracht van het feit dat hij over een termijn van dertig dagen beschikt om zijn opmerkingen schriftelijk te laten gelden. Hij kan vragen om door [3 de adviescommissie]3 gehoord te worden.
3° Bij de ontvangst van de opmerkingen of, bij afwezigheid van opmerkingen, zodra de in 2° bedoelde termijn verstrijkt, geven de Regeringsdiensten een advies binnen een termijn van twintig dagen en stellen het behoud van de intrekking van de erkenning of van de subsidie voor.
In afwezigheid van een advies gegeven door de Regeringsdiensten binnen de in het 1e lid bedoelde termijn, wordt hij geacht gunstig te zijn voor het behoud van de erkenning.
4° De Regeringsdiensten delen hun advies en hun voorstel bedoeld in 3° mee aan [2 de adviescommissie]2. [3 de adviescommissie]3 geeft een advies binnen een termijn van dertig dagen. Bij afwezigheid van een advies verleend binnen die termijn wordt het advies van de Raad [1 van de adviescommissie]1 geacht gunstig te zijn voor het voorstel van Regeringsdiensten.
5° De Regeringsdiensten geven de adviezen bedoeld in de punten 3° en 4° en hun voorstellen mee aan de Regering binnen een termijn van tien dagen.
6° De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de adviezen bedoeld in punt 5° of, bij afwezigheid van advies, vanaf de verstrijking van de termijnen bedoeld in de punten 3° en 4°.
Art. 24. Le Gouvernement arrête la procédure de retrait des subventions ou de retrait de reconnaissance et prévoit les modalités de liquidations éventuelles des subventions dans le respect des principes suivants :
[4 Lorsque qu'ils constatent qu'un opérateur du Réseau de la Lecture publique. ]4 ne respecte plus le décret, les services du Gouvernement adressent, par courrier recommandé, une mise en demeure à l'opérateur reprenant les griefs qui lui sont reprochés. La mise en demeure précise s'il est envisagé un retrait de reconnaissance ou un retrait des subventions en vue de permettre à l'opérateur de rencontrer à nouveau le prescrit du décret. L'opérateur est averti formellement de la possibilité qu'il a de faire valoir ses observations par écrit;
2° L'opérateur est averti qu'il dispose d'un délai de trente jours pour faire valoir ses observations par écrit. Il peut demander d'être entendu par [3 la Commission d'avis]3.
3° Dès réception des observations de l'opérateur ou, en l'absence d'observations, dès l'expiration du délai prévu au 2°, les services du Gouvernement rendent un avis dans un délai de vingt jours et proposent le maintien, le retrait de la reconnaissance ou le retrait des subventions.
A défaut d'avis rendu par les services du Gouvernement endéans le délai prévu à l'alinéa 1er, il est réputé favorable au maintien de la reconnaissance.
4° Les services du Gouvernement transmettent leur avis et leur proposition visés au 3° [2 à la Commission d'avis]2. [3 La Commission d'avis]3 remet un avis dans un délai de trente jours. En l'absence d'avis dans ce délai, l'avis [1 de la Commission d'avis]1 est réputé favorable à la proposition des services du Gouvernement.
5° Les services du Gouvernement transmettent les avis visés aux points 3° et 4° et leur proposition au Gouvernement dans un délai de dix jours.
6° le Gouvernement prend sa décision dans un délai de trente jours à dater de la réception des avis visés au point 5° ou, en l'absence d'avis, à dater de l'expiration des délais prévus aux points 3° et 4°.
Art. 25. Bij intrekking van de subsidies bepaalt de Regering de duur van die intrekking en de termijn toegekend aan de operator om zich naar het decreet te schikken.
Art. 25. En cas de retrait des subventions, le Gouvernement détermine la durée de ce retrait et le délai accordé à l'opérateur pour se conformer au décret.
Art. 26. Bij intrekking van de erkenning geniet de operator niet langer subsidies met uitzondering van de subsidies bedoeld [1 in artikel 18, §§ 2 en 4]1 teneinde de betaling van de bedragen die uit het einde van de arbeidsovereenkomsten voortvloeien die afgesloten zijn bij toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en dit voor een duur van maximaal 6 maanden vanaf de intrekking van de erkenning.
De Franse Gemeenschap betaalt haar subsidies slechts uit voor zover door de operator het bewijs wordt geleverd dat zij bestemd worden voor de uitbetaling van de vooropzeggingen of van elke andere last verschuldigd aan de werknemer krachtens de van kracht zijnde sociale reglementering en op onbetwistbare wijze.
Art. 26. En cas de retrait de reconnaissance, l'opérateur ne bénéficie plus des subventions à l'exception des subventions visées [1 à l'article 18, §§ 2 et 4 ]1afin de permettre le paiement des montants découlant de la fin des contrats de travail conclus en application de la loi du 3 juillet 1978 relative au contrat de travail, et ce pour une durée de six mois maximum à dater du retrait de la reconnaissance.
La Communauté française ne liquide ces subventions que pour autant qu'il soit apporté la preuve, par l'opérateur, qu'elles sont consacrées au paiement des préavis ou de toutes autres charges dues au travailleur en vertu de la réglementation sociale en vigueur et non contestables.
HOOFDSTUK VI. [1 Evaluatie van het Netwerk van de Openbare lectuurvoorziening ]1
CHAPITRE VI. [1 De l'évaluation du Réseau de la Lecture publique ]1
Art. 27. § 1. [2 Elk jaar evalueren de regeringsdiensten de globale werking van het Netwerk van de Openbare lectuurvoorziening. De conclusies van deze evaluatie worden voorgelegd aan de Kamer van Overleg]2.
§ 2. De evaluatie van de opdrachten vervuld [2 door het Netwerk van de Openbare lectuurvoorziening"]2 gebeurt inzonderheid op basis van het onderzoek van de acties bepaald en gevoerd door alle vijfjarige ontwikkelingsplannen bedoeld in de artikelen 10 en 11 en van hun evaluatie zoals bepaald in de artikelen 14 en volgende.
De Regering bepaalt de gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van de opdrachten [2 van het Netwerk van de Openbare lectuurvoorziening]2 alsook de nadere regels van hun communicatie aan de Regeringsdiensten. Zij garandeert eveneens de publicatie van de evaluatie.
Art. 27. § 1er. [2 Les services du Gouvernement évaluent chaque année le fonctionnement global du Réseau de la Lecture publique. Les conclusions de cette évaluation sont déposées auprès de la Chambre de concertation]2.
§ 2. L'évaluation des missions remplies [2 " par le Réseau de la Lecture publique]2 se réalise notamment sur base de l'analyse des actions définies et réalisées par tous les plans quinquennaux de développement visés aux articles 10 et 11 et de leur évaluation telle que prévue aux articles 14 et suivants.
Le Gouvernement définit les données nécessaires à l'évaluation des missions [2 du Réseau de la Lecture publique]2 ainsi que les modalités de leur communication aux services du Gouvernement. Il assure également la publication de l'évaluation.
HOOFDSTUK VII. - Samenstelling van een gegevensbasis
CHAPITRE VII. - De la constitution d'une base de données
Art. 28.
Art. 28.
HOOFDSTUK VIII. - Evaluatie van het decreet
CHAPITRE VIII. - De l'évaluation du décret
Art. 29. § 1. De Regering maakt een evaluatie van dit decreet en zijn toepassing ten laatste binnen de zes jaren vanaf de inwerkingtreding ervan en achteraf om de vijf jaar. Zij vertrouwt die opdracht aan haar diensten toe.
De nadere regels voor die evaluatie worden door de Regering bepaald.
§ 2. Die evaluatie wordt aan het Parlement van de Franse Gemeenschap meegedeeld binnen een termijn van zes maanden vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in paragraaf 1.
§ 3. De Regering zorgt voor de publicatie van die evaluatie.
Art. 29. § 1er. Le Gouvernement procède à une évaluation du présent décret et de son application au plus tard dans les six ans à dater de son entrée en vigueur et ensuite tous les cinq ans. Il confie cette mission à ses services.
Les modalités de cette évaluation sont arrêtées par le Gouvernement.
§ 2. Cette évaluation est communiquée au Parlement de la Communauté française dans un délai de six mois à dater de l'expiration du délai visé au paragraphe 1er.
§ 3. Le Gouvernement assure la publication de cette évaluation.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
CHAPITRE IX. - Dispositions finales
Eerste Afdeling. - Wijzigingsbepalingen
Section Ire. - Dispositions modificatives
Art. 30. In artikel 1, 9° van het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap worden de woorden " bij het decreet van 28 februari 1978 houdende organisatie van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, dat betrekking heeft op de privaatrechtelijke verenigingen en stichtingen die als openbare bibliotheken worden erkend, en bij het decreet van 14 maart 1995 betreffende de organisatie van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, dat betrekking heeft op de filialen en depots " vervangen door de woorden " bij het decreet van 30 april 2009 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken dat de privaatrechtelijke stichtingen en inrichtingen beoogt die geïntegreerd zijn als inrichtende machten in een operator erkend door de Openbare dienst voor Openbare lectuurvoorziening en de uitvoeringsbesluiten. "
Art. 30. A l'article 1er, 9° du décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française, les termes " par le décret du 28 février 1978 organisant le Service public de la Lecture en ce qu'il vise les associations et fondations de droit privé reconnues comme bibliothèques publiques et par l'arrêté du Gouvernement du 14 mars 1995 relatif à l'organisation du Service public de la Lecture en ce qu'il vise les filiales et dépôts " sont remplacés par les termes " par le décret du 30 avril 2009 relatif au développement des pratiques de lecture organisé par le Réseau public de la Lecture en ce qu'il vise les associations et fondations de droit privé intégrées comme pouvoirs organisateurs dans un opérateur reconnu du Service public de la Lecture et ses arrêtés d'application ".
Art. 31. In artikel 25 van het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1e lid worden de woorden " In de sector van de openbare lectuurvoorziening, wat betreft de netten samengesteld uit publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bibliotheken " vervangen door de woorden " In de sector van de Openbare dienst voor Openbare lectuurvoorziening, voor de operatoren die de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke inrichtende machten verenigen ";
2° het 2e lid wordt geschrapt;
3° in het 3e lid worden de woorden " Wat betreft de Verbonden van bibliotheken erkend krachtens het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 24 december 1997 betreffende de beroepsverenigingen van bibliothecarissen en bibliotheken " vervangen door de woorden " wat betreft de representatieve organisaties van bibliothecarissen en bibliotheken, erkend als representatieve organisaties van de gebruikers krachtens het decreet van 10 april 2003 gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2005 betreffende de werking van de adviesinstanties die werkzaam zijn binnen de culturele sector ".
Art. 31. A l'article 25 du décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les termes " Dans le secteur de la lecture publique, pour les réseaux constitués de bibliothèques de droit public et de droit privé " sont remplacés par les termes " Dans le secteur du Service public de la Lecture, pour les opérateurs qui rassemblent des pouvoirs organisateurs de droit public et de droit privé ";
2° l'alinéa 2 est abrogé,
3° à l'alinéa 3, les termes " Pour les Fédérations de bibliothèques reconnues par application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 24 décembre 1997 relatif aux associations professionnelles de bibliothécaires et de bibliothèques " sont remplacés par les termes " pour les organisations représentatives de bibliothécaires et bibliothèques, agréées comme organisations représentatives des utilisateurs en vertu du décret du 10 avril 2003 modifié par le décret du 20 juillet 2005 relatif au fonctionnement des instances d'avis oeuvrant dans le secteur culturel... ".
Art. 32. De artikelen 29, 30 en 31 van het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap worden opgeheven.
Art. 32. Les articles 29, 30 et 31 du décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française sont supprimés.
Art. 33. In artikel 39 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 juni 2006 tot bepaling van de opdrachten, de samenstelling en de belangrijkste aspecten van de werking van adviesinstanties die vallen onder het toepassingsgebied van het decreet van 10 april 2003 betreffende de werking van de adviesinstanties die werkzaam zijn binnen de culturele sector, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het punt 1° worden de woorden " directeur van een centrale openbare bibliotheek " vervangen door de woorden " beheerder van een steunoperator ";
2° het punt 2° wordt geschrapt;
3° in het punt 3° wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier ".
Art. 33. A l'article 39 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 23 juin 2006 instituant les missions, la composition et les aspects essentiels de fonctionnement d'instances d'avis tombant dans le champ d'application du décret du 10 avril 2003 relatif au fonctionnement des instances d'avis oeuvrant dans le secteur culturel, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, les termes " directeur d'une bibliothèque publique centrale " sont remplacés par les termes " dirigeant d'un opérateur d'appui ";
2° le point 2° est supprimé;
3° au point 3° : le terme " trois " est remplacé par le terme " quatre ".
Afdeling II. - Overgangsbepalingen
Section II. - Dispositions transitoires
Art. 34.
Art. 34.
Afdeling III. - Opheffingsbepalingen
Section III. - Dispositions abrogatoires
Art. 35. Worden opgeheven :
1° Het decreet van 28 februari 1978 tot instelling van de Openbare Dienst voor Lectuurvoorziening;
2° Het besluit van de Regering van 14 maart 1995 betreffende de organisatie van de openbare dienst voor lectuurvoorziening;
3° Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 1 december 1997 betreffende de door de Franse Gemeenschap erkende bibliotheken;
4° Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 24 december 1997 betreffende de beroepsverenigingen van bibliothecarissen en bibliotheken.
Art. 35. Sont abrogés :
1° Le décret du 28 février 1978 organisant le Service public de la Lecture;
2° L'arrêté du Gouvernement du 14 mars 1995 relatif à l'organisation du Service public de la Lecture;
3° L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 1er décembre 1997 relatif aux bibliothèques reconnues ou agréées par la Communauté française;
4° L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 24 décembre 1997 relatif aux associations professionnelles de bibliothèques et de bibliothécaires.
HOOFDSTUK X. - Inwerkingtreding
CHAPITRE X. - Entrée en Vigueur
Art. 36. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2010.
[1 In afwijking daarvan treden de paragrafen 5 tot en met 7 van artikel 18 in werking op de door de regering bepaalde datum.]1
Art. 36. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2010.
[1 Par dérogation, les paragraphes 5 à 7 de l'article 18 entrent en vigueur à la date fixée par le Gouvernement.]1