Artikel 1. Voor de toepassing van dit decreet, dient verstaan te worden onder :
- Onderschoold publiek : de personen die ouder dan 18 zijn en die nooit school hebben gelopen of die, in hun moedertaal, de vaardigheden overeenstemmend met deze bekrachtigd door het getuigschrift basisstudies niet verworven of behouden hebben.
- Vereniging : een vereniging in de zin van de wet van 27 juni 1921 over de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, zoals gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
- [1 Onderwijseenheid : een eenheid zoals bedoeld bij artikel 5bis, 9°, van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het [2 Volwassenenonderwijs]2]1.
- A- en B-lestijden : een lestijd beantwoordt aan 50 minuten. De B-lestijd behoort tot de B-categorie die de lestijden van het lager secundair onderwijs bevat en de A-lestijd behoort tot de A-categorie die de lestijden van het hoger secundair onderwijs bevat in het [2 Volwassenenonderwijs]2 van stelsel 1.
- FLE : heeft betrekking op de [1 onderwijseenheden]1 voor het Frans als vreemde taal.
- CFB : getuigschrift basisstudies (" certificat d'études de base ").
Samenwerkingsovereenkomst : de Samenwerkingsovereenkomst van 2 februari 2005 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de ontwikkeling van overlegde beleidslijnen inzake de alfabetisering van volwassenen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
30 APRIL 2009. - Decreet van 30 april 2009 betreffende de acties inzake alfabetisering en integratie in het Volwassenenonderwijs (Opschrift vervangen door BFG2025-07-18/42, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 25-08-2025)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-07-2009 en tekstbijwerking tot 18-08-2025)
Titre
30 AVRIL 2009. - Décret du 30 avril 2009 relatif aux actions en matière d'alphabétisation et d'insertion dans l'Enseignement pour Adultes (Intitulé remplacé par ACF2025-07-18/42, art. 28, 003; En vigueur : 25-08-2025)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-07-2009 et mise à jour au 18-08-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1er. Pour l'application du présent décret, on entend par :
-Public infra-scolarisé : les personnes de plus de 18 ans n'ayant jamais été scolarisées ou n'ayant pas acquis ou conservé, dans leur langue maternelle, les compétences correspondantes à celles sanctionnées par le certificat d'études de base.
- Association : une association au sens de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, telle que modifiée par la loi du 2 mai 2002 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
- [1 Unité d'enseignement : unité telle que définie à l'article 5bis, 9°, du décret du 16 avril 1991 organisant l'[2 Enseignement pour Adultes]2.]1
- Périodes A et B : une période correspond à 50 minutes. La période B appartient à la catégorie B qui comprend les périodes d'enseignement secondaire inférieur et la période A appartient à la catégorie A qui comprend les périodes d'enseignement secondaire supérieur dans l'[2 Enseignement pour Adultes]2 de régime 1.
- FLE : se rapporte aux [1 unités d'enseignement]1 de Français langue étrangère.
- CEB : certificat d'études de base.
- Accord de coopération : l'Accord de coopération du 2 février 2005 relatif au développement de politiques concertées en matière d'alphabétisation des adultes conclu entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française de la Région de Bruxelles-Capitale.
-Public infra-scolarisé : les personnes de plus de 18 ans n'ayant jamais été scolarisées ou n'ayant pas acquis ou conservé, dans leur langue maternelle, les compétences correspondantes à celles sanctionnées par le certificat d'études de base.
- Association : une association au sens de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, telle que modifiée par la loi du 2 mai 2002 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
- [1 Unité d'enseignement : unité telle que définie à l'article 5bis, 9°, du décret du 16 avril 1991 organisant l'[2 Enseignement pour Adultes]2.]1
- Périodes A et B : une période correspond à 50 minutes. La période B appartient à la catégorie B qui comprend les périodes d'enseignement secondaire inférieur et la période A appartient à la catégorie A qui comprend les périodes d'enseignement secondaire supérieur dans l'[2 Enseignement pour Adultes]2 de régime 1.
- FLE : se rapporte aux [1 unités d'enseignement]1 de Français langue étrangère.
- CEB : certificat d'études de base.
- Accord de coopération : l'Accord de coopération du 2 février 2005 relatif au développement de politiques concertées en matière d'alphabétisation des adultes conclu entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 2. Dit decreet beoogt de verhoging van het aanbod van opleidingen inzake alfabetisering en FLE, alsook van de opleiding die toegang verleent tot het CEB in de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, en de verhoging van het aantal opleidingen inzake alfabetisering in gevangenissen door de voorkeur te geven aan een partnerschap tussen het [1 Volwassenenonderwijs]1 en de verenigingen van operators voor alfabetisering in gevangenissen om het " onderschoold publiek " tegemoet te gaan.
Modifications
Art. 2. Le présent décret a pour objet d'augmenter l'offre de formations en alphabétisation, en FLE ainsi que la formation donnant accès au CEB dans les établissements d'[1 Enseignement pour Adultes]1 organisés ou subventionnés par la Communauté française et d'augmenter le nombre de formations en alphabétisation en milieu carcéral en privilégiant un partenariat entre l'[1 Enseignement pour Adultes]1 et des associations opérateurs d'alphabétisation en milieu carcéral afin d'aller à la rencontre des publics " infra-scolarisés ".
Modifications
Art. 3. [1 De Regering bepaalt het aantal lestijden die besteed zullen worden aan de acties bedoeld bij artikel 2 met een jaarlijks maximum van 20 000 B-lestijden genomen op de dotatie van het [2 Volwassenenonderwijs]2.
Deze lestijden worden jaarlijks verdeeld als volgt :
a)° een deel, ten belope van 3 200 B-lestijden, die overeenstemmen met vier voltijdse equivalenten, wordt bestemd voor de organisatie van opleidingen inzake alfabetisering in gevangenissen. Deze kunnen verdubbeld worden door de tegemoetkoming van het Europees Sociaal Fonds gedurende de programmering 2014-2020. Het gebruik van deze periodes wordt gezamenlijk verzorgd door de gekozen inrichtingen voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 en de verenigingen die in de gevangenissen werken volgens de nadere regels bepaald door de Regering;
b) het saldo van de lestijden wordt bestemd voor de opleidingen inzake alfabetisering, de basisopleidingen in het Frans als vreemde taal (FLE), UFDA- en UFDB-niveaus, en voor de opleiding die toegang verleent tot het CEB.]1
Deze lestijden worden jaarlijks verdeeld als volgt :
a)° een deel, ten belope van 3 200 B-lestijden, die overeenstemmen met vier voltijdse equivalenten, wordt bestemd voor de organisatie van opleidingen inzake alfabetisering in gevangenissen. Deze kunnen verdubbeld worden door de tegemoetkoming van het Europees Sociaal Fonds gedurende de programmering 2014-2020. Het gebruik van deze periodes wordt gezamenlijk verzorgd door de gekozen inrichtingen voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 en de verenigingen die in de gevangenissen werken volgens de nadere regels bepaald door de Regering;
b) het saldo van de lestijden wordt bestemd voor de opleidingen inzake alfabetisering, de basisopleidingen in het Frans als vreemde taal (FLE), UFDA- en UFDB-niveaus, en voor de opleiding die toegang verleent tot het CEB.]1
Art. 3. [1 Le gouvernement détermine le nombre de périodes à consacrer aux actions reprises à l'article 2 avec, annuellement, un maximum de 20 000 périodes B prises sur la dotation de l'[2 Enseignement pour Adultes]2.
Ces périodes sont réparties annuellement comme suit :
a) Une partie à concurrence de 3200 périodes, qui correspondent à 4 équivalents temps plein, est affectée à l'organisation de formations en alphabétisation en milieu carcéral. Celles-ci peuvent être doublées par l'intervention du Fonds social européen relative à la programmation 2014-2020. L'utilisation de ces périodes est assurée conjointement par les établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2 retenus et les associations travaillant en milieu carcéral suivant les modalités déterminées par le Gouvernement ;
b) le solde des périodes est affecté aux formations en alphabétisation, aux formations de base de français langue étrangère (FLE) niveaux UFDA et UFDB et à la formation donnant accès au CEB.]1
Ces périodes sont réparties annuellement comme suit :
a) Une partie à concurrence de 3200 périodes, qui correspondent à 4 équivalents temps plein, est affectée à l'organisation de formations en alphabétisation en milieu carcéral. Celles-ci peuvent être doublées par l'intervention du Fonds social européen relative à la programmation 2014-2020. L'utilisation de ces périodes est assurée conjointement par les établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2 retenus et les associations travaillant en milieu carcéral suivant les modalités déterminées par le Gouvernement ;
b) le solde des périodes est affecté aux formations en alphabétisation, aux formations de base de français langue étrangère (FLE) niveaux UFDA et UFDB et à la formation donnant accès au CEB.]1
Art. 4. [1 ...]1 Bepaalt de Regering, op de voordracht van het Sturingscomité bedoeld bij artikel 8, de criteria en de nadere regels voor de toekenning van de lestijden aan de inrichtingen voor het [2 Volwassenenonderwijs]2. Deze criteria en nadere regels houden rekening met de behoeften bewezen door de inrichtingen om aan de prioritaire doelstellingen van de Samenwerkingsovereenkomst te voldoen alsook van de vaststellingen bekendgemaakt door de Vaste sturingscommissie inzake alfabetisering van volwassenen.
Art. 4. Le Gouvernement fixe [1 ...]1, sur proposition du Comité de pilotage défini à l'article 8, les critères et modalités d'octroi des périodes aux établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2. Ces critères et modalités tiennent compte des besoins démontrés par les établissements afin de répondre aux objectifs prioritaires de l'Accord de coopération ainsi que des états des lieux publiés par la Commission de Pilotage permanent pour l'alphabétisation des adultes.
Art. 5. [1 ...]1 Bepaalt de Regering de [1 onderwijseenheden]1 die verkozen kunnen worden alsook hun voorrangsorde om de prioritaire doelstellingen van de voornoemde Samenwerkingsovereenkomst te verwezenlijken.
Modifications
Art. 5. Le Gouvernement détermine [1 ...]1 les [1 unités d'enseignement]1 éligibles ainsi que leur ordre de priorité afin de rencontrer les objectifs prioritaires de l'Accord de coopération précité.
Modifications
Art. 6. De lestijden bedoeld bij artikel 3 worden door de Regering aan de inrichtingen voor het [1 Volwassenenonderwijs]1 toegekend, op de voordracht van het Sturingscomité. Deze lestijden stemmen overeen met 50 % van de lestijden die noodzakelijk zijn voor de inrichting van deze opleidingen. Het overblijvende 50 % wordt door de inrichtingen ten laste genomen.
Modifications
Art. 6. Les périodes prévues à l'article 3 sont octroyées aux établissements de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 par le Gouvernement, sur proposition du Comité de pilotage. Ces périodes correspondent à 50 % des périodes nécessaires à l'organisation des formations. Les 50 % restants sont pris en charge par les établissements.
Modifications
Art. 7. Elke opleidingsactie ingericht in de gevangenissen [1 overeenkomstig artikel 3, eerste lid, a),]1 van dit decreet zal het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen het hoofd van een inrichting voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 ingericht door de Franse Gemeenschap of de Inrichtende Macht, of zijn afgevaardigde, voor het [2 Volwassenenonderwijs]2 gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en een vereniging die operator is inzake alfabetisering in de gevangenissen zoals bedoeld bij artikel 2.
Het model van overeenkomst wordt door de Regering bepaald.
Het model van overeenkomst wordt door de Regering bepaald.
Art. 7. Toute action de formation mise en place en milieu carcéral conformément à [1 l'article 3, alinéa 2, a)]1 du présent décret fera l'objet d'une convention entre le chef d'un établissement de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé par la Communauté française ou le pouvoir organisateur, ou son délégué, pour l'[2 Enseignement pour Adultes]2 subventionné par la Communauté française et une association opérateur d'alphabétisation en milieu carcéral tel que reprise à l'article 2.
Le modèle de convention est fixé par le Gouvernement.
Le modèle de convention est fixé par le Gouvernement.
Art. 8. Dit decreet stelt een Sturingscomité in.
Het heeft tot opdracht :
- de oproep tot projecten in te leiden;
- de ingediende projecten te ontleden;
- de lestijden te verdelen over de verschillende categorieën zoals opgenomen in artikel 3 van dit decreet;
- aan de Regering de criteria voor te stellen voor de toekenning, zoals bedoeld bij artikel 4 van dit decreet en een lijst van de inrichtingen die de lestijden genieten zoals bedoeld bij artikel 6 van dit decreet;
- de balans te maken van de lestijden gebruikt met als doel nieuwe acties voor te stellen en het gebruik van de lestijden te optimaliseren.
Deze balans wordt bekrachtigd door een verslag dat ieder jaar aan de Regering tegen 31 maart overgezonden wordt.
Het bestaat uit :
- de Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort of zijn afgevaardigde;
- de Algemene directie niet-verplicht onderwijs of haar afgevaardigde;
- de Inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie van het [1 Volwassenenonderwijs]1 of zijn afgevaardigde;
- een vertegenwoordiger van het [1 Volwassenenonderwijs]1 ingericht door de Franse Gemeenschap;
- een vertegenwoordiger van het [1 Volwassenenonderwijs]1 per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de Inrichtende Machten van het gesubsidieerd onderwijs.
Het Sturingscomité vergadert minstens twee maal per jaar. Het kan een beroep doen op externe leden die deskundigen zijn.
De Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort of zijn vertegenwoordiger, neemt het voorzitterschap ervan waar.
Voor het secretariaat van het Comité wordt gezorgd door een lid van het bestuur. Dat lid zorgt voor de oproeping van de leden.
De Regering keurt het huishoudelijk reglement goed, op de voordracht van het Sturingscomité, binnen de zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.
Het heeft tot opdracht :
- de oproep tot projecten in te leiden;
- de ingediende projecten te ontleden;
- de lestijden te verdelen over de verschillende categorieën zoals opgenomen in artikel 3 van dit decreet;
- aan de Regering de criteria voor te stellen voor de toekenning, zoals bedoeld bij artikel 4 van dit decreet en een lijst van de inrichtingen die de lestijden genieten zoals bedoeld bij artikel 6 van dit decreet;
- de balans te maken van de lestijden gebruikt met als doel nieuwe acties voor te stellen en het gebruik van de lestijden te optimaliseren.
Deze balans wordt bekrachtigd door een verslag dat ieder jaar aan de Regering tegen 31 maart overgezonden wordt.
Het bestaat uit :
- de Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort of zijn afgevaardigde;
- de Algemene directie niet-verplicht onderwijs of haar afgevaardigde;
- de Inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie van het [1 Volwassenenonderwijs]1 of zijn afgevaardigde;
- een vertegenwoordiger van het [1 Volwassenenonderwijs]1 ingericht door de Franse Gemeenschap;
- een vertegenwoordiger van het [1 Volwassenenonderwijs]1 per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de Inrichtende Machten van het gesubsidieerd onderwijs.
Het Sturingscomité vergadert minstens twee maal per jaar. Het kan een beroep doen op externe leden die deskundigen zijn.
De Minister tot wiens bevoegdheid het [1 Volwassenenonderwijs]1 behoort of zijn vertegenwoordiger, neemt het voorzitterschap ervan waar.
Voor het secretariaat van het Comité wordt gezorgd door een lid van het bestuur. Dat lid zorgt voor de oproeping van de leden.
De Regering keurt het huishoudelijk reglement goed, op de voordracht van het Sturingscomité, binnen de zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.
Modifications
Art. 8. Un Comité de pilotage est institué par le présent décret.
Il a pour missions :
- de lancer l'appel à projets;
- d'analyser les projets présentés;
- de répartir les périodes entre les différentes catégories telles que reprises à l'article 3 du présent décret;
- de proposer au Gouvernement les critères d'octroi tels que définis à l'article 4 du présent décret et une liste des établissements bénéficiaires de périodes tels que définis à l'article 6 du présent décret;
- de faire le bilan des périodes utilisées dans le but de proposer de nouvelles actions et d'optimaliser l'utilisation des périodes.
Ce bilan est consacré dans un rapport qui est transmis au Gouvernement pour le 31 mars de chaque année.
Il est composé comme suit :
- le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions ou son (sa) délégué(e);
- la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire ou son (sa) délégué(e);
- l'Inspecteur(trice) chargé(e) de la coordination de l'inspection de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 ou son (sa) délégué(e);
- Un représentant de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 organisé par la Communauté française;
- Un représentant de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 par organe de représentation et de coordination des Pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné.
Le Comité de pilotage se réunit au moins deux fois par an. Il peut faire appel à des membres extérieurs à titre d'experts.
Le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions, ou son représentant, en assure la présidence.
Le secrétariat du Comité est assuré par un membre de l'Administration et est chargé de convoquer les membres.
Le Gouvernement approuve le règlement d'ordre intérieur, sur proposition du Comité de pilotage, dans les six mois à dater de l'entrée en vigueur du présent décret.
Il a pour missions :
- de lancer l'appel à projets;
- d'analyser les projets présentés;
- de répartir les périodes entre les différentes catégories telles que reprises à l'article 3 du présent décret;
- de proposer au Gouvernement les critères d'octroi tels que définis à l'article 4 du présent décret et une liste des établissements bénéficiaires de périodes tels que définis à l'article 6 du présent décret;
- de faire le bilan des périodes utilisées dans le but de proposer de nouvelles actions et d'optimaliser l'utilisation des périodes.
Ce bilan est consacré dans un rapport qui est transmis au Gouvernement pour le 31 mars de chaque année.
Il est composé comme suit :
- le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions ou son (sa) délégué(e);
- la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire ou son (sa) délégué(e);
- l'Inspecteur(trice) chargé(e) de la coordination de l'inspection de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 ou son (sa) délégué(e);
- Un représentant de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 organisé par la Communauté française;
- Un représentant de l'[1 Enseignement pour Adultes]1 par organe de représentation et de coordination des Pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné.
Le Comité de pilotage se réunit au moins deux fois par an. Il peut faire appel à des membres extérieurs à titre d'experts.
Le Ministre ayant l'[1 Enseignement pour Adultes]1 dans ses attributions, ou son représentant, en assure la présidence.
Le secrétariat du Comité est assuré par un membre de l'Administration et est chargé de convoquer les membres.
Le Gouvernement approuve le règlement d'ordre intérieur, sur proposition du Comité de pilotage, dans les six mois à dater de l'entrée en vigueur du présent décret.
Modifications
Art. 9. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2009.
Art. 9. Le présent décret entre en vigueur au 1er septembre 2009.