Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 JANUARI 2009. - [Decreet houdende bepalingen betreffende het verlof voor sportactiviteiten en diverse dringende maatregelen inzake het onderwijs.] (VERTALING) <Opschrift vervangen door DFG2017-10-19/12, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 10-11-2017> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-03-2009 en tekstbijwerking tot 18-06-2019)
Titre
23 JANVIER 2009. - [Décret portant des dispositions relatives au congé pour activités sportives et diverses mesures urgentes en matière d'enseignement] <Intitulé remplacé par DCFR2017-10-19/12, art. 16, 003; En vigueur : 10-11-2017> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-03-2009 et mise à jour au 18-06-2019)
Informations sur le document
Numac: 2009029098
Datum: 2009-01-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009029098
Date: 2009-01-23
Moniteur: Voir
Tekst (134)
Texte (134)
TITEL I. - Bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools-, lager, secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en het niet-universitair hoger onderwijs, het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de PMS centra.
TITRE Ier. - Dispositions relatives à la reconnaissance des qualifications professionnelles pour l'exercice de fonctions dans les établissements d'enseignement préscolaire, primaire, secondaire ordinaire et spécialisé, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire, secondaire artistique à horaire réduit de la Communauté française et les internats dépendant de ces établissements, et dans les centres psycho-médico-sociaux.
Art. 10. In het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, worden de artikelen 2bis ; 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater opgeheven.
Art. 10. Dans l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements, sont abrogés les articles 2bis ; 3, alinéas 3 et 4; 4bis ; 4ter et 4quater.
Art. 11. Artikel 10ter, § 2, 2° van de wet van 7 juli 1970 betreffende de structuur van het hoger onderwijs wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 2° overeenstemmend met toepassing van artikel 62, lid 1, 1° van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het onderwijs voor sociale promotie. ".
Art. 11. L'article 10ter, § 2, 2° de la loi du 7 juillet 1970 relative à la structure de l'enseignement supérieur est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° correspondants en application de l'article 62, alinéa 1er, l° du décret du 16 avril 1991 organisant l'enseignement de promotion sociale. ".
Art. 12. In artikel 6, § 5, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs, worden de woorden " van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen ", vervangen door de woorden " van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ".
Art. 12. A l'article 6, § 5, 2°, littera c), 2e tiret de l'arrêté royal du 20 juin 1975 relatif aux titres suffisants dans l'enseignement gardien et primaire, les termes " des articles 3, alinéas 3 et 4; 4bis ; 4ter et 4quater de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements ", sont remplacés par les termes " du titre I du décret du 23 janvier 2009 portant des dispositions relatives à la reconnaissance des qualifications professionnelles pour l'exercice de fonctions dans les établissements d'enseignement préscolaire, primaire, secondaire ordinaire et spécialisé, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire, secondaire artistique à horaire réduit de la Communauté française et les internats dépendant de ces établissements, et dans les centres psycho-médico-sociaux, relatives au congé pour activités sportives et diverses mesures urgentes en matière d'enseignement. ".
Art. 13. In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, worden de woorden " van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen ", vervangen door de woorden " van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ".
Art. 13. A l'article 6, § 4, 2°, littera c), 2e tiret l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique, les termes " des articles 3, alinéas 3 et 4; 4bis ; 4ter et 4quater de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements ", sont remplacés par les termes " du titre I du décret du 23 janvier 2009 portant des dispositions relatives à la reconnaissance des qualifications professionnelles pour l'exercice de fonctions dans les établissements d'enseignement préscolaire, primaire, secondaire ordinaire et spécialisé, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire, secondaire artistique à horaire réduit de la Communauté française et les internats dépendant de ces établissements, et dans les centres psycho-médico-sociaux, relatives au congé pour activités sportives et diverses mesures urgentes en matière d'enseignement. "
Art. 14. In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, worden de woorden " van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen ", vervangen door de woorden " van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ".
Art. 14. A l'article 6, § 4, 2°, littera c), 2e tiret de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale, les termes " des articles 3, alinéas 3 et 4; 4bis ; 4ter et 4quater de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements ", sont remplacés par les termes " du titre Ier du décret du 23 janvier 2009 portant des dispositions relatives à la reconnaissance des qualifications professionnelles pour l'exercice de fonctions dans les établissements d'enseignement préscolaire, primaire, secondaire ordinaire et spécialisé, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire, secondaire artistique à horaire réduit de la Communauté française et les internats dépendant de ces établissements, et dans les centres psycho-médico-sociaux, relatives au congé pour activités sportives et diverses mesures urgentes en matière d'enseignement. ".
Art. 15. In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, worden de woorden " van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen ", vervangen door de woorden " van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ".
Art. 15. A l'article 6, § 4, 2°, littera c), 2e tiret de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés, les termes " des articles 3, alinéas 3 et 4; 4bis ; 4ter et 4quater de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements ", sont remplacés par les termes " du titre I du décret du 23 janvier 2009 portant des dispositions relatives à la reconnaissance des qualifications professionnelles pour l'exercice de fonctions dans les établissements d'enseignement préscolaire, primaire, secondaire ordinaire et spécialisé, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire, secondaire artistique à horaire réduit de la Communauté française et les internats dépendant de ces établissements, et dans les centres psycho-médico-sociaux, relatives au congé pour activités sportives et diverses mesures urgentes en matière d'enseignement. ".
Art. 16. Artikel 4, § 2 van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " § 2. De bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij de eerste paragraaf kunnen ook buitenlandse bekwaamheidsbewijzen zijn die als gelijkwaardig erkend werden met toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ".
Art. 16. L'article 4, § 2 du décret du 8 février 1999 relatif aux fonctions et titres des membres du personnel enseignant des hautes écoles organisées ou subventionnées par la Communauté française est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Les titres de capacité visés au paragraphe 1er peuvent aussi être des titres étrangers reconnus équivalents en application de la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers ou de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinançant les universités. ".
Art. 17. Artikel 82, § 3 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " § 3. De bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij de eerste paragraaf kunnen ook buitenlandse bekwaamheidsbewijzen zijn die als gelijkwaardig erkend werden met toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ".
Art. 17. L'article 82, § 3 du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'enseignement supérieur artistique organisé en écoles supérieures des arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnels, droits et devoirs des étudiants) est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Les titres de capacité visés au paragraphe 1er peuvent aussi être des titres étrangers reconnus équivalents en application de la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers ou de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinancant les universités. ".
TITEL II. - Diverse wijzigingsbepalingen.
TITRE II. - Dispositions modificatives diverses.
HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende het taalbadonderwijs en het gebarentaalbadonderwijs.
CHAPITRE Ier. - Dispositions relatives à l'enseignement en immersion linguistique et en immersion en langue des signes.
Art. 18. In het koninklijk besluit van 14 april 1964 houdende bepaling van de wijze waarop de weddetoelagen worden vastgesteld voor de personeelsleden van de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs, die houder zijn van bekwaamheidsbewijzen welke voldoende worden geacht, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 1bis, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2003, wordt opgeheven;
  2° Er wordt een artikel 3bis, luidend als volgt, ingevoegd :
  " Artikel 3bis. De voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen voor de ambten van lid van het onderwijzend personeel belast met taalbadcursussen worden als volgt bepaald :
  1° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;
  2° het buitenlandse bekwaamheidsbewijs dat gelijkwaardig is aan het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;
  3° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van hoger secundair onderwijs uitgereikt in de taalbadtaal of met een buitenlands bekwaamheidsbewijs dat minstens gelijkwaardig is aan dat getuigschrift uitgereikt in de taalbadtaal;
  4° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de taalbadtaal (CCALI);
  5° Voor de taalbadcursussen Nederlands, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Nederlandse taal (CCALN);
  6° Voor de taalbadcursussen Duits, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Duitse taal (CCALA). ".
Art. 18. A l'arrêté royal du 14 avril 1964 déterminant les modalités de fixation des subventions-traitements aux membres du personnel des établissements officiels subventionnés d'enseignement moyen et normal, porteurs de titres de capacités jugés suffisants, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 1erbis, inséré par le décret du 17 juillet 2003, est abrogé;
  2° Il est inséré un article 3bis rédigé comme suit :
  " Article 3bis. Les titres jugés suffisants pour les fonctions de membre du personnel enseignant chargé des cours en immersion linguistique sont fixés comme suit :
  1° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, délivré dans la langue de l'immersion;
  2° Le titre étranger équivalent au titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, délivré dans la langue de l'immersion;
  3° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, complété par un certificat d'enseignement secondaire supérieur délivré dans la langue de l'immersion ou par un titre étranger équivalent d'au moins à ce certificat délivré dans la langue de l'immersion;
  4° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue de l'immersion (CCALI);
  5° Pour les cours d'immersion en langue néerlandaise, le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue néerlandaise (CCALN);
  6° Pour les cours d'immersion en langue allemande, le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé à l'article 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue allemande (CCALA). ".
Art. 19. In het koninklijk besluit van 17 maart 1967 tot vaststelling van de bevoegdheidsbewijzen die voldoende geacht werden voor de leden van het personeel der vrije inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  " Artikel 4. De voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen voor de ambten van lid van het onderwijzend personeel belast met taalbadcursussen worden als volgt bepaald :
  1° Artikel 1bis, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2003, wordt opgeheven;
  2° Artikel 4, opgeheven bij het koninklijk besluit van 30 juli 1975, wordt hersteld in de volgende redactie :
  " 1° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;
  2° het buitenlandse bekwaamheidsbewijs dat gelijkwaardig is aan het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;
  3° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van hoger secundair onderwijs uitgereikt in de taalbadtaal of met een buitenlands bekwaamheidsbewijs dat minstens gelijkwaardig is aan dit getuigschrift uitgereikt in de taalbadtaal;
  4° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de taalbadtaal (CCALI);
  5° Voor de tallbadcursussen Nederlands, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Nederlandse taal (CCALN);
  6° Voor de tallbadcursussen Duits, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Duitse taal (CCALA). ".
Art. 19. A l'arrêté royal du 17 mars 1967 fixant les titres de capacité jugés suffisants pour les membres du personnel des établissements libres d'enseignement moyen et normal, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 1erbis, inséré par le décret du 17 juillet 2003, est abrogé;
  2° L'article 4, abrogé par l'arrêté royal du 30 juillet 1975, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 4. Les titres jugés suffisants pour les fonctions de membre du personnel enseignant chargé des cours en immersion linguistique sont fixés comme suit :
  1° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, délivré dans la langue de l'immersion;
  2° Le titre étranger équivalent au titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, délivré dans la langue de l'immersion;
  3° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, complété par un certificat d'enseignement secondaire supérieur délivré dans la langue de l'immersion ou par un titre étranger équivalent d'au moins à ce certificat délivré dans la langue de l'immersion;
  4° Le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue de l'immersion (CCALI);
  5° Pour les cours d'immersion en langue néerlandaise, le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue néerlandaise (CCALN);
  6° Pour les cours d'immersion en langue allemande, le titre jugé suffisant pour exercer la fonction correspondante hors immersion linguistique fixé aux articles 2 et 3 du présent arrêté, complété par le certificat de la connaissance approfondie de la langue allemande (CCALA). ".
Art. 20. In artikel 7, punt 7, littera b), van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, aangevuld door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 november 1993 en gewijzigd bij de decreten van 13 juli 1998, 17 juli 2003, 17 december 2003 en 11 mei 2007, wordt het eerste streepje aangevuld met de volgende woorden : " en in artikel 24 van het decreet van 3 februari 2006 betreffende de inrichting van taalexamens. ".
Art. 20. A l'article 7, point 7, littera b) de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements, complété par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 novembre 1993 et modifié par les décrets du 13 juillet 1998, du 17 juillet 2003, du 17 décembre 2003 et du 11 mai 2007, le 1er tiret est complété par les termes suivants : " et à l'article 24 du décret du 3 février 2006 relatif à l'organisation des examens linguistiques. "
Art. 21. In het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In artikel 6, § 5, 2°, littera b), worden de woorden " van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden " vervangen door de woorden " van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten ";
  2° Artikel 6, § 5, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld :
  " d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling. ";
  3° Artikel 6, § 6, derde lid wordt aangevuld met de woorden " en d). ";
  4° Artikel 11ter wordt opgeheven.
Art. 21. A l'arrêté royal du 20 juin 1975 relatif aux titres suffisants dans l'enseignement gardien et primaire, sont apportées les modifications suivantes :
  l° A l'article 6, § 5, 2°, littera b), les termes " de l'article 36, alinéa 4 du décret du 5 septembre 1994 relatif au régime des études universitaires et des grades académiques " sont remplacés par les termes " de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinancant les universités ";
  2° L'article 6, § 5, 2° est complété par un littera d) rédigé comme suit :
  " d) pour considérer comme titre jugé suffisant du groupe B, un titre obtenu à l'étranger pour lequel une demande a été transmise régulièrement à l'instance administrative compétente en vue d'obtenir une habilitation à enseigner des cours en immersion linguistique en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 mai 2004 relatif à la procédure d'examen des demandes d'habilitation à enseigner en langue d'immersion. ";
  3° L'article 6, § 6, alinéa 3 est complété par les termes " et d). ";
  4° L'article 11ter est abrogé.
Art. 22. In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden " van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden " vervangen door de woorden " van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten ";
  2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld :
  " d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling. ";
  3° Artikel 6, § 5, derde lid wordt aangevuld met de woorden " en d). ".
Art. 22. A l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'article 6, § 4, 2°, littera b), les termes " de l'article 36, alinéa 4 du décret du 5 septembre 1994 relatif au régime des études universitaires et des grades académiques " sont remplacés par les termes " de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinancant les universités ";
  2° L'article 6, § 4, 2° est complété par un littera d) rédigé comme suit :
  " d) pour considérer comme titre jugé suffisant du groupe B, un titre obtenu à l'étranger pour lequel une demande a été transmise régulièrement à l'instance administrative compétente en vue d'obtenir une habilitation à enseigner des cours en immersion linguistique en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 mai 2004 relatif à la procédure d'examen des demandes d'habilitation à enseigner en langue d'immersion. ";
  3° L'article 6, § 5, alinéa 3 est complété par les termes " et d) ".
Art. 23. In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden " van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden " vervangen door de woorden " van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten ";
  2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld :
  " d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling. ";
  3° Artikel 6, § 6, derde lid wordt aangevuld met de woorden " en d). ".
Art. 23. A l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'article 6, § 4, 2°, littera b), les termes " de l'article 36, alinéa 4 du décret du 5 septembre 1994 relatif au régime des études universitaires et des grades académiques " sont remplacés par les termes " de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinancant les universités ";
  2° L'article 6, § 4, 2° est complété par un littera d) rédigé comme suit :
  " d) pour considérer comme titre jugé suffisant du groupe B, un titre obtenu à l'étranger pour lequel une demande a été transmise régulièrement à l'instance administrative compétente en vue d'obtenir une habilitation à enseigner des cours en immersion linguistique en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 mai 2004 relatif à la procédure d'examen des demandes d'habilitation à enseigner en langue d'immersion. ";
  3° L'article 6, § 6, alinéa 3 est complété par les termes " et d). ".
Art. 24. In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden " van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden " vervangen door de woorden " van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten ";
  2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld :
  " d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling. ";
  3° Artikel 6, § 5, derde lid wordt aangevuld met de woorden " en d). ".
Art. 24. A l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés sont apportées les modifications suivantes :
  l° A l'article 6, § 4, 2°, littera b), les termes " de l'article 36, alinéa 4 du décret du 5 septembre 1994 relatif au régime des études universitaires et des grades académiques " sont remplacés par les termes " de l'article 43 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinancant les universités ".
  2° L'article 6, § 4, 2° est complété par un littera d) rédigé comme suit :
  " d) pour considérer comme titre jugé suffisant du groupe B, un titre obtenu à l'étranger pour lequel une demande a été transmise régulièrement à l'instance administrative compétente en vue d'obtenir une habilitation à enseigner des cours en immersion linguistique en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 mai 2004 relatif à la procédure d'examen des demandes d'habilitation à enseigner en langue d'immersion. ";
  3° L'article 6, § 5, alinéa 3 est complété par les termes " et d). ";
Art. 25. In artikel 4, eerste lid van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het gespecialiseerd voorschools- en lager onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2007, worden de woorden " 11bis en 11ter " vervangen door de woorden " en 11bis ".
Art. 25. Dans l'article 4, alinéa 1er de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les enseignements préscolaire spécialisé et primaire spécialisé, modifié par le décret du 11 mai 2007, les termes " 11bis et 11ter " sont remplacés par les termes " et 11bis ".
Art. 26. In artikel 2, § 1 van het decreet van 17 juli 2003 houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2007, worden de woorden " van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, en van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie " vervangen door de woorden " van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, en van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie ".
Art. 26. A l'article 2, § 1er du décret du 17 juillet 2003 portant des dispositions générales relatives à l'enseignement en langue d'immersion et diverses mesures en matière d'enseignement, modifié par le décret du 11 mai 2007, les termes " de l'article 11bis de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés, de l'article 11bis de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique, de l'article 11bis de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale " sont remplacés par les termes " de l'article 11ter de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés, de l'article 11ter de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique, de l'article 11ter de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale ".
Art. 27. In het decreet van 11 mei 2007 betreffende het taalbadonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Er wordt een hoofdstuk VIIbis " Over de bezoldiging van de taalbadambten ", luidend als volgt, ingevoegd :
  " HOOFDSTUK VIIbis. - Over de bezoldiging van de taalbadambten
  Art. 30bis. De leden van het onderwijzend personeel belast met taalbadlessen genieten de weddeschaal waarop hun basisbekwaamheidsbewijs, buiten specifieke taalbevoegdheid vereist in zake, ze recht zou verlenen als ze het overeenstemmende ambt zouden uitoefenen in het onderwijs ingericht in het Frans. ".
  2° Artikel 36 wordt vervangen door een artikel 36, luidend als volgt :
  " Art. 36. De personeelsleden die, vóór de inwerkingtreding van dit decreet, tijdelijk benoemd of aangeworven zijn, die aangewezen zijn als prioritaire tijdelijke, die in vast verband benoemd of aangeworven zijn, in een ambt van personeelslid belast met taalbadcursussen, blijven, zowel administratief als geldelijk, onderworpen aan de bepalingen die totdien op hen van toepassing waren, wanneer deze bepalingen hun gunstiger zijn. ".
Art. 27. Au décret du 11 mai 2007 relatif à l'enseignement en immersion linguistique, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Il est inséré un chapitre VlIbis " De la rémunération des fonctions en immersion " libellé comme suit :
  " CHAPITRE VIIbis. - De la rémunération des fonctions en immersion
  Art. 30bis. Les membres du personnel enseignant chargés des cours en immersion bénéficient de l'échelle de traitement à laquelle leur titre de capacité de base, hors compétence linguistique particulière requise en la matière, leur donnerait droit s'ils exerçaient la fonction correspondante dans l'enseignement organisé en langue française. ".
  2° L'article 36 est remplacé par un article 36 rédigé comme suit :
  " Article 36. Les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire, désignés en qualité de temporaire prioritaire, nommés ou engagés à titre définitif, avant l'entrée en vigueur du présent décret, dans une fonction de membre du personnel chargé de cours en immersion linguistique, restent, tant sur le plan administratif que sur le plan pécuniaire, soumis aux dispositions qui leur étaient applicables jusque là, lorsque celles-ci leur sont plus favorables. ".
Art. 28. In artikel 2 van het decreet van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, wordt punt 20°, afgeschaft door het decreet van 11 mei 2007, hersteld in de volgende woorden :
  " 20° Tweetalige klas Frans-gebarentaal : klas waarin een deel van de leerlingen een onderwijs in de Franse taal geniet terwijl simultaan dove of slechthorende leerlingen gebarentaalbadonderwijs of een onderwijs in de geschreven Franse taal genieten; ".
Art. 28. A l'article 2 du décret du 13 juillet 1998 portant organisation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire et modifiant la réglementation de l'enseignement, le point 20°, supprimé par le décret du 11 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 20° Classe bilingue français-langue des signes : classe au sein de laquelle une partie des élèves bénéficie d'un enseignement en langue française pendant que simultanément des élèves sourds ou malentendants bénéficient d'un apprentissage en immersion en langue des signes et en français écrit; ".
Art. 29. Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
  a) De eerste tot en met vierde leden vormen de eerste paragraaf;
  b) Er wordt een tweede paragraaf, luidend als volgt, ingevoegd :
  " § 2. In de tweetalige klassen Frans-gebarentaal, voor de dove leerlingen, bevat de uurregeling twee bijkomende lestijden bestemd voor de cursussen gebarentaal en Dovencultuur. ".
Art. 29. L'article 3 du même décret est modifié comme suit :
  a) Les alinéas 1er à 4 forment le § 1er;
  b) Un § 2 libellé comme suit est inséré :
  " § 2. Dans les classes bilingues français-langue des signes, pour les élèves sourds, l'horaire comprend 2 périodes supplémentaires réservées au cours de langue des signes et de culture des Sourds. "
Art. 30. In artikel 4 van hetzelfde decreet, tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid, in de tweetalige klassen Frans - gebarentaal, voor dove leerlingen, bevat de uurregeling twee bijkomende lestijden bestemd voor de cursussen gebarentaal en Dovencultuur. ".
Art. 30. A l'article 4 du même décret, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un nouvel alinéa 2 libellé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, dans les classes bilingues français-langue des signes, pour les élèves sourds, l'horaire comprend 2 périodes supplémentaires réservées au cours de langue des signes et de culture des Sourds. "
Art. 31. Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een vierde paragraaf, luidend als volgt :
  " § 4. Vanaf 1 september 2014, bevat het bekwaamheidsbewijs vereist voor het uitoefenen van het ambt van, respectief, kleuteronderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen en onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, naast de elementen bedoeld bij de vorige paragrafen, een opleiding van 480 lestijden met als doel de verwerving van bevoegdheden inzake mondelinge en schriftelijke tweetaligheid, waarvan de Regering de inhoud goedkeurt op de voordracht van het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan van de Franse Gemeenschap. ".
Art. 31. L'article 13 du même décret est complété par un § 4 rédigé de la manière suivante :
  " § 4. A partir du 1er septembre 2014, le titre requis pour la fonction, respectivement, d'instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signes et d'instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes, comprend, outre les éléments visés aux §§ précédents, une formation de 480 périodes visant l'acquisition de compétences en matière de bilinguisme oral-écrit, dont le Gouvernement approuve le contenu sur proposition de l'Institut de la Formation en cours de carrière. ".
Art. 32. In hoofdstuk II van hetzelfde decreet, wordt een afdeling 3bis, luidend als volgt, ingevoegd :
  " Afdeling 3bis. - Onderwijs via gebarentaalbad en taalbad in de geschreven Franse taal in tweetalige klassen Frans - gebarentaal.
  Art. 13bis. § 1. Op de aanvraag van het inrichtingshoofd, na het advies te hebben genomen van de participatieraad bedoeld bij artikel 3, na voorafgaandelijke raadpleging van het basisoverlegcomité voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijsinrichtingen, van de Plaatselijke paritaire commissie voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs, van de ondernemingsraad, of bij gebrek eraan door de plaatselijke overleginstantie, of bij gebrek eraan door de vakverenigingen voor de inrichtingen voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd vrij onderwijs, kan de Regering een school ertoe machtigen alle cursussen en pedagogische activiteiten van de uurregeling in het kader van tweetalige klassen Frans - gebarentaal in te richten.
  In het gesubsidieerd onderwijs kan de Regering een inrichtende macht ertoe machtigen in één van de scholen en de vestigingen die ze organiseert alle cursussen en pedagogische activiteiten van de uurregeling in het kader van tweetalige klassen Frans - gebarentaal in te richten. De aanvraag gaat samen met het advies van de participatieraad bedoeld bij artikel 3 en met de uitslag van de voorafgandelijke raadpleging van de Plaatselijke paritaire commissie voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs, van de ondernemingsraad, of bij gebrek eraan door de plaatselijke overleginstantie, of bij gebrek eraan door de vakverenigingen voor de inrichtingen voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd vrij onderwijs.
  Voor iedere betrokken school moet minstens een derde van de onderwijzers gebarentaal in tweetalige klassen Frans - gebarentaal tot de dovencultuurwereld behoren. Minstens één van deze onderwijzers die tot de dovencultuurwereld behoren, wordt bestemd voor de klassen van het kleuteronderwijs.
  Wanneer een school of een vestiging tweetalige klassen Frans- gebarentaal inricht, wordt deze organisatie ingelast in het inrichtingsproject.
  § 2. De leerling vat het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal op het niveau van het eerste jaar kleuteronderwijs aan.
  In afwijking van het vorige lid kan een commissie opgericht binnen de inrichting, die minstens de directeur en de onderwijzers die belast zijn met het betrokken jaar, een leerling ertoe machtigen dit onderwijs in een ander jaar aan te vatten voor zover hij het bewijs levert dat hij over de nodige bevoegdheid beschikt.
  Een basisschool die gebarentaalbadonderwijs begint in te richten in tweetalige klassen Frans - gebarentaal doet dit geleidelijk aan van het begin van het kleuteronderwijs tot het zesde jaar van het lager onderwijs en zorgt ervoor dat een leerling die taalbadonderwijs heeft ondernomen dit onderwijs kan blijven volgen gedurende heel het lagere onderwijs binnen dezelfde inrichting.
  Art. 13ter. In het kleuteronderwijs wordt voor het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal verstrekt door een onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen.
  In het lager onderwijs wordt voor het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal verstrekt door een onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen
  § 2. Voor de toepassing van de artikelen 24, § 1, tweede lid en 34, § 2 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs en van artikel 29bis, § 4 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, worden de diensten gepresteerd vóór 1 februari 2009 door de personeelsleden aangewezen of aangeworven ten laste van een inrichtende macht, die houder zijn van het respectieve bekwaamheidsbewijs voor het ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, geacht het te zijn geweest in het respectieve ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen.
  De diensten die vóór 1 februari 2009 gepresteerd werden door de personeelsleden aangewezen of aangeworven ten laste van een inrichtende macht, die niet houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist overeenkomstig het eerste lid, worden geacht het te zijn geweest in het respectieve ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, en een afwijking bedoeld bij artikel 6, § 5 van het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs te hebben bekomen, per volledig gepresteerd schooljaar. ".
Art. 32. Dans le chapitre II du même décret est insérée une section 3bis rédigée comme suit :
  " Section 3bis. - De l'apprentissage par immersion en langue des signes et en français écrit en classes bilingues français-langue des signes.
  Art. 13bis. § 1er. Sur demande du chef d'établissement, après avoir pris l'avis du conseil de participation visé à l'article 3, après consultation préalable du comité de concertation de base pour les établissements d'enseignement organisé par la Communauté française, de la Commission paritaire locale pour les établissements d'enseignement officiel subventionné par la Communauté française, du conseil d'entreprise ou à défaut de l'instance de concertation locale, ou à défaut des délégations syndicales pour les établissements d'enseignement libre subventionné par la Communauté française, le Gouvernement peut autoriser une école à organiser l'ensemble des cours et activités pédagogiques de la grille-horaire dans le cadre de classes bilingues français-langue des signes.
  Dans l'enseignement subventionné, le Gouvernement peut autoriser un pouvoir organisateur à assurer dans une des écoles ou implantations qu'il organise l'ensemble des cours et activités pédagogiques de la grille-horaire dans le cadre de classes bilingues français-langue des signes. La demande est accompagnée de l'avis du conseil de participation visé à l'article 3 et du résultat de la consultation préalable de la Commission paritaire locale pour les établissements d'enseignement officiel subventionné par la Communauté française, du conseil d'entreprise, ou à défaut, de l'instance de concertation locale, ou à défaut des délégations syndicales pour les établissements d'enseignement libre subventionne par la Communauté française.
  Par école concernée, au moins un tiers des enseignants en langue des signes en classes bilingues français-langue des signes est de culture sourde. Au moins un de ces enseignants de culture sourde est affecté aux classes de l'enseignement maternel.
  Lorsqu'une école ou une implantation organise des classes bilingues français-langue des signes, cette organisation est intégrée dans le projet d'établissement.
  § 2. L'élève aborde l'apprentissage par immersion en langue des signes en classe bilingue français-langue des signes au niveau de la première année de l'enseignement maternel.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, une commission créée au sein de l'établissement, qui comprend au moins le directeur et les instituteurs qui ont en charge l'année concernée, peut autoriser un élève à aborder cet apprentissage dans une autre année pour autant qu'il apporte la preuve d'une maîtrise des compétences nécessaires.
  Une école fondamentale qui commence à organiser l'apprentissage par immersion en langue des signes en classe bilingue français-langue des signes le fait de manière progressive du début de l'enseignement maternel à la sixième année de l'enseignement primaire et garantit qu'un élève ayant entamé l'apprentissage par immersion puisse poursuivre cet apprentissage durant la suite de sa scolarité primaire au sein du même établissement.
  Art. 13ter. § 1er. Dans l'enseignement maternel, l'apprentissage par immersion en langue des signes en classe bilingue français-langue des signes est assuré par un instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signes.
  Dans l'enseignement primaire, l'apprentissage par immersion en langue des signes en classe bilingue français-langue des signes est assuré par un instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes.
  § 2. Pour l'application des articles 24, § 1er, alinéa 2 et 34, § 2 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et de l'article 29bis, § 4 du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, les services prestés avant le 1er février 2009 par les membres du personnel désignés ou engagés à charge d'un pouvoir organisateur, porteurs du titre requis respectivement pour la fonction d'instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signes ou d'instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes, sont réputés l'avoir été dans la fonction respectivement d'instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signes ou d'instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes.
  Les services prestes avant le 1er février 2009 par les membres du personnel désignés ou engagés à charge d'un pouvoir organisateur, non porteurs du titre requis conformément à l'alinéa ler, sont réputés l'avoir été dans la fonction respectivement d'instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signes ou d'instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes, et avoir obtenu une dérogation visée à l'article 6, § 5, de l'arrêté royal du 20 juin 1975 relatif aux titres suffisants dans l'enseignement gardien et primaire, par année scolaire complète prestée. "
Art. 33. In artikel 29 van hetzelfde decreet wordt een derde paragraaf, luidend als volgt, toegevoegd :
  " § 3. Voor de tweetalige klassen Frans - gebarentaal komen, naast de volgens de eerste paragraaf berekende lestijden, nog :
  a) 6 lestijden per dove of slechthorende leerling die een tweetalige klas Frans - gebarentaal bezoekt;
  b) 2 lestijden per tweetalige klas Frans - gebarentaal, bestemd voor de cursus gebarentaal en Dovencultuur.
  De lestijden die krachtens het eerste lid toegekend zijn voor de inrichting van tweetalige klassen Frans - gebarentaal worden in geen enkel geval beschouwd als lestijden uit het lestijdenpakket verkregen met toepassing van de artikelen 29 tot 32 en 34 van dit decreet. ".
Art. 33. A l'article 29 du même décret, il est ajouté un § 3 libellé comme suit :
  " § 3. Pour les classes bilingues français-langue des signes, aux périodes calculées selon le § 1er, s'ajoutent :
  a) 6 périodes par élève sourd ou malentendant fréquentant une classe bilingue français-langue des signes;
  b) 2 périodes par classe bilingue français-langue des signes réservées au cours de langue des signes et de culture des Sourds.
  Les périodes allouées pour l'organisation de classes bilingues français-langue des signes en vertu de l'alinéa 1er ne sont en aucun cas considérées comme des périodes du capital-périodes obtenu en application des articles 29 à 32 et 34 du présent décret ".
Art. 34. In artikel 41 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. Voor de tweetalige klassen Frans - gebarentaal komen, naast de volgens de eerste paragraaf berekende lestijden, nog :
  c) 6 lestijden per dove of slechthorende leerling die een tweetalige klas Frans - gebarentaal bezoekt;
  d) 2 lestijden per tweetalige klas Frans - gebarentaal, beestemd voor de cursus gebarentaal en Dovencultuur.
  De lestijden die krachtens het eerste lid toegekend zijn voor de inrichting van tweetalige klassen Frans - gebarentaal worden in geen enkel geval beschouwd als lestijden uit het lestijdenpakket verkregen met toepassing van de artikelen 29 tot 32 en 34 van dit decreet. ".
Art. 34. A l'article 41 du même décret, il est ajouté un § 3 libellé comme suit :
  " § 3. Pour les classes bilingues français-langue des signes, aux périodes calculées selon le § 1er, s'ajoutent :
  a) 6 périodes par élève sourd ou malentendant fréquentant une classe bilingue français-langue des signes;
  b) 2 périodes par classe bilingue français-langue des signes réservées au cours de langue des signes et de culture des Sourds.
  Les périodes allouées pour l'organisation de classes bilingues français-langue des signes en vertu de l'alinéa 1er ne sont en aucun cas considérées comme des périodes du capital-périodes obtenu en application des articles 29 à 32 et 34 du présent décret. ".
HOOFDSTUK II Het verlof om voorlopig een ambt in het onderwijs of een psycho-medisch-sociaal centrum uit te oefenen.
CHAPITRE II. - Du congé pour exercer provisoirement une fonction dans l'enseignement ou un centre psycho-médico-social.
Art. 35. In het opschrift van hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zoals hersteld bij het decreet van 1 juli 2005, worden de woorden " het universitair onderwijs " aangevuld met de woorden ", en de psycho-medisch-sociale centra ".
Art. 35. Dans l'intitulé du chapitre VII de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, tel que rétabli par le décret du 1er juillet 2005, les termes " l'enseignement universitaire " sont complétés par les termes ", et les centres psycho-médico-sociaux ".
Art. 36. In artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit, waarvan de huidige tekst de eerste paragraaf zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° De woorden " het universitair onderwijs " worden aangevuld met de woorden ", of de psycho-medisch-sociale centra ";
  2° In het laatste lid wordt de woorden " dit artikel " vervangen door de woorden " deze paragraaf ";
  3° Er wordt een § 2 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum van de Duitstalige Gemeenschap.
  Dit verlof wordt niet bezoldigd en gelijkgesteld met een periode dienstactiviteit. Het verlof kan worden toegestaan voor alle prestaties die het personeelslid in vaste dienst uitoefent of voor een gedeelte van deze. ".
Art. 36. Dans l'article 23 du même arrêté royal, dont le texte actuel formera le § 1er, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Les termes " l'enseignement universitaire " sont complétés par les termes ", ou dans les centres psycho-médico-sociaux ";
  2° Dans le dernier alinéa le terme " article " est remplacé par le terme " paragraphe ";
  3° Il est ajouté un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Un congé peut être accordé par le Gouvernement aux membres du personnel visés à l'article 1er pour exercer provisoirement une fonction dans l'enseignement de la Communauté germanophone ou dans un centre psycho-médico-social de la Communauté germanophone.
  Ce congé n'est pas rémunéré et est assimilé à une période d'activité de service. Il peut être accordé pour toutes les prestations que le membre du personnel exerce à titre définitif ou pour une partie de celles-ci. ".
Art. 37. In het opschrift van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals hersteld bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 1998, worden de woorden " in het onderwijs " aangevuld met de woorden " en de psycho-medisch-sociale centra ".
Art. 37. _ Dans l'intitulé du chapitre III de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, tel que rétabli par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 8 mai 1998, les termes dans l'enseignement " sont complétés par les termes " et les centres psycho-médico-sociaux ".
Art. 38. In artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit, zoals hersteld door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In de eerste paragraaf, eerste lid, worden de woorden " het universitair onderwijs " aangevuld met de woorden ", of in de psycho-medisch-sociale centra ";
  2° Er wordt een vierde paragraaf toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum van de Duitstalige Gemeenschap.
  Dit verlof wordt niet bezoldigd en gelijkgesteld met een periode dienstactiviteit. Het verlof kan worden toegestaan voor alle prestaties die het personeelslid in vaste dienst uitoefent of voor een gedeelte van deze. ".
Art. 38. Dans l'article 14 du même arrêté royal, tel que rétabli par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 8 mai 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Dans le § 1er, alinéa 1er, les termes " l'enseignement universitaire " sont complétés par les termes ", ou dans les centres psycho-médico-sociaux ";
  2° Il est ajouté un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Un congé peut être accordé par le Gouvernement aux membres du personnel visés à l'article 1er pour exercer provisoirement une fonction dans l'enseignement de la Communauté germanophone ou dans un centre psycho-médico-social de la Communauté germanophone.
  Ce congé n'est pas rémunéré et est assimilé à une période d'activité de service. Il peut être accordé pour toutes les prestations que le membre du personnel exerce à titre définitif ou pour une partie de celles-ci. ".
Art. 39. Artikel 61bis van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zoals ingevoegd bij het decreet van 13 december 2007, wordt aangevuld met een vierde paragraaf luidend als volgt :
  " § 4. Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum van de Duitstalige Gemeenschap.
  Dit verlof wordt niet bezoldigd en gelijkgesteld met een periode dienstactiviteit. Het verlof kan worden toegestaan voor alle prestaties die het personeelslid in vaste dienst uitoefent of voor een gedeelte van deze. ".
Art. 39. L'article 61bis de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, tel qu'inséré par le décret du 13 décembre 2007, est complété par un § 4 libellé comme suit :
  " § 4. Un congé peut être accordé par le Gouvernement aux membres du personnel visés à l'article 1er pour exercer provisoirement une fonction dans l'enseignement de la Communauté germanophone ou dans un centre psycho-médico-social de la Communauté germanophone.
  Ce congé n'est pas rémunéré et est assimilé à une période d'activité de service. Il peut être accordé pour toutes les prestations que le membre du personnel exerce à titre définitif ou pour une partie de celles-ci. "
HOOFDSTUK III Het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
CHAPITRE III De l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française.
Art. 40. Artikel 4, § 4 van het decreet van 2 juni 1998 organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, waarvan de huidige tekst het 1e lid vormt, wordt aangevuld met een 2e lid, luidend als volgt :
  " De Regering stelt de goedkeuringsregels van de cursusprogramma's vast. ".
Art. 40. L'article 4, § 4, du décret du 2 juin 1998, organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française, dont le texte actuel forme l'alinéa 1er, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement fixe les règles d'approbation des programmes de cours. ".
Art. 41. In artikel 12, § 1, 1°, letter a) van hetzelfde decreet worden de woorden " voor de leerlingen van minder dan 12 jaar en 3 lestijden voor de leerlingen van ten minste 12 jaar " geschrapt.
Art. 41. A l'article 12, § 1er, 1°, littéra a) du même décret, les termes " pour les élèves ages de moins de 12 ans et 3 périodes pour les élèves âgés de 12 ans au moins " sont supprimés.
Art. 42. In artikel 35 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juli 2003, wordt het 2e lid, 1° vervangen als volgt :
  " 1° voor op het gebied van muziek :
  - 280 lestijden/jaar voor complete groepen van 4 leerlingen, voor de leerlingen die regelmatig ingeschreven zijn voor de tweede graad;
  - 360 lestijden/jaar voor complete groepen van 3 leerlingen, voor de leerlingen die regelmatig ingeschreven zijn voor de derde graad; ".
Art. 42. A l'article 35 du même décret, remplacé par le décret du 17 juillet 2003, l'alinéa 2, 1° est remplacé comme suit :
  " 1° pour le domaine de la musique :
  - 280 périodes-année par groupes complets de 4 élèves pour les élèves inscrits dans le 2e degré;
  - 360 périodes-année par groupes complets de 3 élèves pour les élèves inscrits dans le 3e degré. ".
Art. 43. In artikel 51 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 3 wordt als volgt aangevuld :
  " 19° leraar opleiding vocale muziek jazz;
  20° leraar electroakoestische muziek; ";
  2° § 4 wordt aangevuld met een punt 8° luidend als volgt :
  " 8° leraar multidisciplinaire opleiding. ".
Art. 43. A l'article 51 du même décret, modifié par le décret du 17 juillet 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Le § 3 est complété de la manière suivante :
  " 19° professeur de formation vocale jazz;
  20° professeur de musique électroacoustique; "
  2° Le § 4 est complété par un point 8° rédigé comme suit :
  " 8° professeur de formation pluridisciplinaire. ".
Art. 44. In artikel 106 van hetzelfde decreet :
  1° Wordt punt 1° als volgt vervangen :
  " 1° leraar muzikale opleiding :
  a) Vereiste bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van het hoger secundair onderwijs uitgereikt binnen een specialiteit van het muziekonderwijs en aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van licentiaat, richting muziekschrijven en muziekleer, optie muziekvorming, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van master met de didactische finaliteit, richting muziekschrijven en muziektheorie, optie muziekvorming;
  - Diploma van master met gespecialiseerde finaliteit of grondige specialiteit, richting muziekschrijven en muziektheorie, optie muziekvorming, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van bachelor in muziekvorming of muziekopvoeding, uitgereikt op het einde van het Kunsthoger onderwijs van het korte type;
  - Diploma van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs in muziekvorming of muziekopvoeding (GLSO).
  b) Voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs uitgereikt in een specialiteit van het muziekonderwijs;
  - Diploma van licentiaat, richting muziekschrijven en muziektheorie, optie muziekvorming;
  - Diploma van master met gespecialiseerde finaliteit of grondige finaliteit, richting muziekschrijven n muziektheorie, optie muziekvorming.
  c) Bewijzen voor pedagogische bekwaamheid voor het onderwijs :
  - DPBO van de voorbereidende notenleer;
  - DPBO van de gewone notenleer;
  - DPBO van de perfectionneringsnotenleer;
  - GPBO van de muziekvorming;
  - GLSO in muziekvorming of muziekopvoeding;
  - GHSO in de muziek. "
  2° Een nieuwe punt 18° luidend als volgt wordt ingevoegd :
  " 18° leraar opleiding vocale muziek jazz :
  a) Vereist bekwaamheidsbewijs :
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs van opleiding vocale muziek, jazz-zang, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van master met didactische finaliteit in de muziek, richting jazz en lichte muziek, optie zang;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige finaliteit in de muziek, richting jazz en lichte muziek, optie zang, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - De erkenning van nuttige ervaring aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
  b) Voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van hoger kunstonderwijs van opleiding vocale muziek, jazz-zang;
  - Diploma van licentiaat in de muziek, richting jazz en lichte muziek, optie zang;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of gegronde finaliteit in de muziek, afdeling jazz en lichte muziek, optie zang;
  - De erkenning van nuttige ervaring.
  c) Bewijzen van pedagogische bekwaamheid :
  - GPBO van opleiding vocale muziek, jazz;
  - GHSO in het muziekdomein. "
  3° Een nieuw punt 19° luidend als volgt, wordt ingevoegd :
  " 19° leraar electroakoestische muziek :
  a) vereiste bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van master met didactische finaliteit in de elctroakoestische muziek;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige specialiteit in de electroakoestische muziek aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van licentiaat in de electroakoestische muziek aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van het kunsthoger onderwijs of van het hoger kunstonderwijs uitgereikt in een andere specialieit aangevuld met de erkenning van nuttige ervaring en een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
  b) Voldoend geachte bewijzen :
  - Licentiaat in de electroakoestische muziek;
  - Diploma van het kunsthoger of van het hoger kunstonderwijs uitgereikt in een andere specialiteit aangevuld met de erkenning van nuttige ervaring.
  c) bewijzen van pedagogische bekwaamheid :
  - GPBO van electroakoestische muziek;
  - GHSO van het muziekdomein. ".
Art. 44. A l'article 106 du même décret :
  1° Le point 1° est remplacé comme suit :
  " 1° professeur de formation musicale :
  a) Titres requis :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur délivré dans une spécialité de l'enseignement musical et complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de licencié, section écriture et théorie musicale, option formation musicale, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de master à finalité didactique, section écriture et théorie musicale, option formation musicale;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie, section écriture et théorie musicale, option formation musicale, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de bachelier en formation musicale ou en éducation musicale, délivré au terme de l'Enseignement supérieur artistique de type court;
  - Diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur en formation musicale ou en éducation musicale (AESI).
  b) Titres jugés suffisants :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur délivré dans une spécialité de l'enseignement musical;
  - Diplôme de licencié, section écriture et théorie musicale, option formation musicale;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie, section écriture et théorie musicale, option formation musicale.
  c) Titres d'aptitude pédagogique à l'enseignement :
  - DAPE du solfège préparatoire;
  - DAPE du solfège ordinaire;
  - DAPE du solfège de perfectionnement;
  - CAPE de la formation musicale;
  - AESI en formation musicale ou en éducation musicale;
  - AESS du domaine de la musique. ".
  2° Un nouveau point 18° rédigé comme suit est inséré :
  " 18° professeur de formation vocale jazz :
  a) Titres requis :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur de formation vocale, chant jazz, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de licencié en musique, section jazz et musiques légères, option chant, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de master à finalité didactique en musique, section jazz et musiques légères, option chant;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie en musique, section jazz et musiques légères, option chant, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - La reconnaissance d'expérience utile complétée par un titre d'aptitude pédagogique.
  b) Titres jugés suffisants :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur de formation vocale, chant jazz;
  - Diplôme de licencié en musique, section jazz et musiques légères, option chant;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie en musique, section jazz et musiques légères, option chant;
  - La reconnaissance d'expérience utile.
  c) Titres d'aptitude pédagogique :
  - CAPE de formation vocale, jazz;
  - AESS du domaine de la musique. "
  3° Un nouveau point 19° rédigé comme suit est inséré :
  " 19° professeur de musique électroacoustique :
  a) Titres requis :
  - Diplôme de master à finalité didactique en musique électroacoustique;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie en musique électro-acoustique complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de licencié en musique électroacoustique complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou artistique supérieur délivré dans une autre spécialité complété par la reconnaissance d'expérience utile et un titre d'aptitude pédagogique.
  b) Titres jugés suffisants :
  - Licence en musique électroacoustique;
  - Diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou artistique supérieur délivré dans une autre spécialité complété par la reconnaissance d'expérience utile.
  c) Titres d'aptitude pédagogique :
  - CAPE de musique électroacoustique;
  - AESS du domaine de la musique. ".
Art. 45. In artikel 107 van hetzelfde decreet wordt een punt 8° ingevoegd, luidend als volgt :
  " 8° leraar multidisciplinaire vorming :
  a) Vereiste bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs voor voordrachtkunst, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs voor dramatische kunst, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van het kunstonderwijs van de 3e graad uitgereikt in de specialiteit " toneel ", aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van het kunsthoger onderwijs van het korte type uitgereikt in de specialiteit " dramatische vertolking ", aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van geaggregeerde het hoger secundair onderwijs uit de domeinen van het toneel en de woordkunsten;
  - Diploma van licentiaat van de domeinen van het toneel en de woordkunsten, optie dramatische kunst of kunst van de welsprekendheid, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van licentiaat van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie, optie dramatische vertolking of toneel en communicatietechnieken, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van master met didactische finaliteit van de domeinen van het toneel en de woordkunsten, optie dramatische kunst of kunst van de welsprekendheid;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige finaliteit of zonder specifieke finaliteit van de domeinen van het toneel en de woordkunsten, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  - Diploma van master met didactische finaliteit van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie, optie dramatische vertolking of toneel en communicatietechnieken;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige finaliteit, of zonder specifieke finaliteit, van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie, optie dramatische vertolking of toneel en communicatietechnieken, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  b) Voldoend geacht bekwaamheidsbewijzen :
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs voor voordrachtkunst;
  - Diploma van het hoger kunstonderwijs voor dramatische kunst;
  - Diploma van het kunstonderwijs van de 3e graad uitgereikt in de specialiteit " toneel ";
  - Diploma van het kunsthoger onderwijs van het korte type uitgereikt in de specialiteit " Dramatische vertolking ";
  - Diploma van licentiaat van de domeinen van het toneel en de woordkunsten, optie dramatische kunst of kunst van de welsprekendheid;
  - Diploma van licentiaat van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie, optie dramatische vertolking of toneel en communicatietechnieken;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige finaliteit of zonder specifieke finaliteit van de domeinen van het toneel en de woordkunsten, optie dramatische kunst of kunst van de welsprekendheid;
  - Diploma van master met gespecialiseerde of grondige finaliteit, of zonder specifieke finaliteit, van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie, optie dramatische vertolking of toneel en communicatietechnieken.
  c) Bekwaamheidsbewijzen voor pedagogische bekwaamheid :
  - DPBO gesproken Frans;
  - GPBO dictie-voordrachtkunst;
  - GPBO dramatische kunst;
  - GPBO multidisciplinaire vorming van de domeinen van het toneel en de woordkunsten;
  - GHSO van de domeinen van de vertoningskunsten en de techniek voor de verspreiding en de communicatie;
  - GHSO van de domeinen van het toneel en de woordkunsten. ".
Art. 45. A L'article 107 du même décret, un point 8° rédigé comme suit est inséré :
  " 8° Professeur de formation pluridisciplinaire :
  a) Titres requis :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur de déclamation, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur d'art dramatique, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de l'enseignement artistique du 3e degré délivré dans la spécialité " théâtre ", complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de l'enseignement supérieur artistique du type court délivré dans la spécialité " Interprétation dramatique ", complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur du domaine du théâtre et des arts de la parole;
  - Diplôme de licencié du domaine du théâtre et arts de la parole, option art dramatique ou art oratoire, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de licencié du domaine des arts du spectacle et techniques de diffusion et de communication, option interprétation dramatique ou théâtre et techniques de communication, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de master à finalité didactique du domaine du théâtre et arts de la parole, option art dramatique ou art oratoire;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou finalité approfondie ou sans finalité spécifique du domaine du théâtre et arts de la parole, option art dramatique ou art oratoire, complété par un titre d'aptitude pédagogique;
  - Diplôme de master à finalité didactique du domaine des arts du spectacle et techniques de diffusion et de communication, option interprétation dramatique ou théâtre et techniques de communication;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie, ou sans finalité spécifique, du domaine des arts du spectacle et techniques de diffusion et de communication, option interprétation dramatique ou théâtre et techniques de communication, complété par un titre d'aptitude pédagogique.
  b) Titres jugés suffisants :
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur de déclamation;
  - Diplôme de l'enseignement artistique supérieur d'art dramatique;
  - Diplôme de l'enseignement artistique du 3e degré délivre dans la spécialité " Théâtre ";
  - Diplôme de l'enseignement supérieur artistique du type court délivré dans la spécialité " Interprétation dramatique ";
  - Diplôme de licencié du domaine du théâtre et arts de la parole, option art dramatique ou art oratoire;
  - Diplôme de licencié du domaine des arts du spectacle et techniques de diffusion et de communication, option interprétation dramatique ou théâtre et techniques de communication;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou finalité approfondie ou sans finalité spécifique du domaine du théâtre et arts de la parole, option art dramatique ou art oratoire;
  - Diplôme de master à finalité spécialisée ou approfondie, ou sans finalité spécifique, du domaine des arts du spectacle et techniques de diffusion et de communication, option interprétation dramatique ou théâtre et techniques de communication.
  c) Titres d'aptitude pédagogique :
  - DAPE du français parlé;
  - CAPE de diction-déclamation;
  - CAPE d'art dramatique;
  - CAPE de formation pluridisciplinaire du domaine des arts de la parole et du théâtre;
  - AESS du domaine des arts du spectacle et technique de diffusion et de communication;
  - AESS du domaine du théâtre et des arts de la parole. ".
Art. 46. In artikel 112, 1e lid van hetzelfde decreet, wordt punt 3) vervangen door een punt 3° luidend als volgt :
  " 3° zes leden gekozen onder : de leden van het leidend en onderwijzend personeel van het kunstonderwijs definitief benoemd of aangeworven, de leden van de Inspectiedienst van het kunstonderwijs en de houders van een universitair diploma in de psychopedagogie of in de opvoedingswetenschappen.
  Drie van die leden worden aangesteld door de inrichtende macht en drie door de Regering of zijn afgevaardigde op de voordracht van de inspectie van het kunstonderwijs voor het betrokken domein.
  Voor elke categorie van gekozen leden worden twee plaatsvervangers voorgesteld.
  Onder de zes leden bedoeld in het eerste lid worden maximaal een lid van de Inspectiedienst van het kunstonderwijs en maximaal een houder van een universitair diploma in de psychopedagogie of in de opvoedingswetenschappen aangesteld. ".
Art. 46. A l'article 112, alinéa 1er du même décret, le point 3) est remplacé par un point 3° rédigé de la manière suivante :
  " 3° six membres choisis parmi : les membres du personnel directeur et enseignant de l'enseignement artistique nommés ou engagés à titre définitif, les membres du service de l'Inspection de l'enseignement artistique et les titulaires d'un diplôme universitaire en psychopédagogie ou en sciences de l'éducation.
  Trois de ces membres sont désignés par le pouvoir organisateur et trois par le Gouvernement ou son délégué sur proposition de l'inspection de l'enseignement artistique pour le domaine concerné.
  Pour chaque catégorie de membres choisis, deux suppléants sont proposés.
  Parmi les six membres visés à l'alinéa ler, sont désignés au maximum un membre du service de l'Inspection de l'enseignement artistique et au maximum un titulaire d'un diplôme universitaire en psychopédagogie ou en sciences de l'éducation. ".
Art. 47. De diensten bewezen vóór de inwerkingtreding van dit decreet door de leraren muziekvorming die houder zijn van een diploma van bachelor in muziekvorming of in muziekopleiding, uitgereikt op het einde van het kunsthoger onderwijs van het korte type of van het diploma van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs in muziekvorming of in muziekopleiding GLSO), worden gelijkgesteld, voor de toepassing van de artikelen 24 en 30 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs en van de artikelen 34 en 42 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met de diensten bewezen door de leraren mueizkvorming houders van het vereist bekwaamheidsbewijs.
Art. 47. Les services accomplis avant l'entrée en vigueur du présent décret par les professeurs de formation musicale détenteurs du diplôme de bachelier en formation musicale ou en éducation musicale, délivré au terme de l'Enseignement supérieur artistique de type court ou du diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur en formation musicale ou en éducation musicale (AESI), sont assimilés, pour l'application des articles 24 et 30 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des articles 34 et 42 du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, aux services rendus par les professeurs de formation musicale porteurs du titre requis.
Art. 48. In artikel 1, § 1, van het decreet van 12 mei 2004 aangevuld met het decreet van 2 juni 2006 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, worden de woorden.
Art. 48. Dans l'article 1er, § 1er, du décret du 12 mai 2004 complété par le décret du 2 juin 2006 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, les termes " secondaire artistique à horaire réduits " sont insérés entre les termes " en alternance " et les termes " et de promotion sociale. ".
HOOFDSTUK IV. - Vervanging van de kinderverzorgsters.
CHAPITRE IV. - Du remplacement des puéricultrices.
Art. 49. In artikel 24 van het decreet van 2 juni 2006 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de inrichtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd, wordt het 1e lid vervangen door het volgende lid :
  " De vervanging van een afwezig vastbenoemd kinderverzorger of van zijn plaatsvervanger wordt onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de vervanging van de leden van het onderwijzend personeel van het gewoon basisonderwijs. "
Art. 49. Dans l'article 24 du décret du 2 juin 2006 relatif au cadre organique et au statut des puériculteurs des établissements d'enseignement maternel ordinaire organisés et subventionnés par la Communauté française, l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Le remplacement d'un puériculteur nommé titre définitif absent ou de son remplaçant est soumis aux mêmes conditions que le remplacement des membres du personnel enseignant de l'enseignement fondamental ordinaire. "
Art. 50. In artikel 34 van het decreet van 2 juni 2006 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de inrichtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd, wordt het 1e lid vervangen door het volgende lid :
  " De vervanging van een afwezig vastbenoemd kinderverzorger of van zijn plaatsvervanger wordt onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de vervanging van de leden van het onderwijzend personeel van het gewoon basisonderwijs. "
Art. 50. Dans l'article 34 du décret du 2 juin 2006 relatif au cadre organique et au statut des puériculteurs des établissements d'enseignement maternel ordinaire organisés et subventionnés par la Communauté française, l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Le remplacement d'un puériculteur nommé à titre définitif absent ou de son remplaçant est soumis aux mêmes conditions que le remplacement des membres du personnel enseignant de l'enseignement fondamental ordinaire. "
Art. 51. In artikel 44 van het decreet van 2 juni 2006 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de inrichtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd, wordt het 1e lid vervangen door het volgende lid :
  " De vervanging van een afwezig vastbenoemd kinderverzorger of van zijn plaatsvervanger wordt onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de vervanging van de leden van het onderwijzend personeel van het gewoon basisonderwijs. "
Art. 51. Dans l'article 44 du décret du 2 juin 2006 relatif au cadre organique et au statut des puériculteurs des établissements d'enseignement maternel ordinaire organisés et subventionnés par la Communauté française, l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Le remplacement d'un puériculteur nommé à titre définitif absent ou de son remplaçant est soumis aux mêmes conditions que le remplacement des membres du personnel enseignant de l'enseignement fondamental ordinaire. "
HOOFDSTUK V. - Statutaire overgangsbepalingen betreffende het gespecialiseerd onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires statutaires relatives à l'enseignement spécialisé subventionné par la Communauté française.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section 1re. - Dispositions générales.
Art. 52. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle statutaire situaties die voortvloeien of voortgevloeid zijn uit opeenvolgende hervormingen van de organisatie van het gespecialiseerd beroepssecundair onderwijs van vorm 3.
Art. 52. Le présent chapitre s'applique à l'ensemble des situations statutaires qui découlent ou ont découlé des réformes successives de l'organisation de l'enseignement secondaire professionnel spécialisé de forme 3.
Art. 53. De rechtsgevolgen bedoeld in de artikelen 54, 56, 57 en 58 worden beperkt tot het gespecialiseerd secundair onderwijs van de vormen 1, 2 en 3.
Art. 53. Les effets de droit visés aux articles 54, 56, 57 et 58 sont limités à l'enseignement secondaire spécialisé de formes 1, 2 et 3.
Afdeling II. - De definitieve personeelsleden.
Section II. - Des membres du personnel définitifs.
Art. 54. De leden van het definitief benoemd of aangeworven personeel in een ambt waartoe een vak behoorde vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, wordt geacht definitief benoemd of aangeworven te zijn waartoe het bedoeld vak voortaan behoort overeenkomstig de bijlage bij dit decreet.
Art. 54. Le membre du personnel nommé ou engagé à titre définitif dans une fonction dont relevait un cours avant l'entrée en vigueur du présent chapitre, est réputé nommé ou engagé à titre définitif dans la fonction dont relève dorénavant ledit cours conformément à l'annexe au présent décret.
Art. 55. Het definitief benoemd of aangeworven personeelslid aan wie een nuttige ervaring toegekend is voor een ambt van leraar technische vakken of van leraar beroepspraktijk of leraar technisch vakken en beroepspraktijk, behoudt het voordeel van die erkenning voor de bedoelde specialiteit in de uitoefening van zijn nieuw ambt als leraar technische vakken of van leraar beroepspraktijk of leraar technische vakken en beroepspraktijk.
  Het in het 1e lid bedoeld personeelslid geniet de bezoldiging verbonden aan zijn oorspronkelijk ambt, behalve als de bezoldiging in verband met het oorspronkelijk ambt hem een lagere bezoldiging toekent.
Art. 55. Le membre du personnel nommé ou engage à titre définitif qui s'est vu reconnaître une expérience utile pour une fonction de professeur de cours techniques, ou de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle, conserve le bénéfice de cette reconnaissance pour la spécialité considérée dans l'exercice de sa nouvelle fonction de professeur de cours techniques, ou de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle.
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er conserve le bénéfice de la rémunération attachée à sa fonction d'origine, sauf si la rémunération afférente à la fonction d'origine lui procure une rémunération moins élevée.
Afdeling III. - Tijdelijke personeelsleden.
Section III. - Des membres du personnel temporaires.
Art. 56. Voor de toepassing van de artikelen 34 en 42 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, worden de diensten die bewezen worden in het ambt waartoe het vak behoorde vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk door het personeelslid, geacht bewezen te zijn binnen het (de) ambt(en) waartoe het vak voortaan behoort krachtens de bijlage bij dit decreet. In dat kader worden voor het schooljaar 2008/2009 de personeelsleden geacht hun kandidatuur ingediend te hebben binnen de vormen en termijnen voorgeschreven in dezelfde artikelen 34 en 42 van voornoemd decreet van 1 februari 1993.
Art. 56. Pour l'application des articles 34 et 42 du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, les services rendus dans la fonction dont relevait le cours avant l'entrée en vigueur du présent chapitre par le membre du personnel, sont réputés l'avoir été dans la (ou une des) fonction(s) dont relève désormais le cours en vertu de l'annexe au présent décret. Dans ce cadre, pour l'année scolaire 2008/2009, les membres du personnel sont réputés avoir introduit leur candidature dans les formes et délais prescrits aux mêmes articles 34 et 42 du décret du 1er février 1993 précité.
Art. 57. Voor de toepassing van de artikelen 24 en 30 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, worden de diensten die bewezen worden in het ambt waartoe het vak behoorde vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk door het personeelslid, geacht bewezen te zijn binnen het (de) ambt(en) waartoe het vak voortaan behoort krachtens de bijlage bij dit decreet. In dat kader worden voor het schooljaar 2008/2009 de personeelsleden geacht hun kandidatuur ingediend te hebben binnen de vormen en termijnen voorgeschreven in dezelfde artikelen 24 en 30 van voornoemd decreet van 6 juni 1994.
Art. 57. Pour l'application des articles 24 et 30 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné, les services rendus dans la fonction dont relevait le cours avant l'entrée en vigueur du présent chapitre par le membre du personnel, sont réputés l'avoir été dans la (ou une des) fonction(s) dont relève désormais le cours en vertu de l'annexe au présent décret. Dans ce cadre, pour l'année scolaire 2008/2009, les membres du personnel sont réputés avoir introduit leur candidature dans les formes et délais prescrits aux mêmes articles 24 et 30 du décret du 6 juin 1994 précité.
Art. 58. De vrijstellingen verworven vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk door het personeelslid binnen een (meerdere) vak(ken) bedoeld in de bijlage, bij toepassing van het koninklijk besluit van 4 augustus 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het buitengewoon secundair onderwijs, worden geacht eveneens verworven te zijn binnen het (of een van de) ambt(en) waartoe het vak voortaan behoort overeenkomstig de bijlage bij dit decreet.
Art. 58. Les dérogations acquises avant l'entrée en vigueur du présent chapitre par le membre du personnel dans un (des) cours visé(s) à l'annexe, en application de l'arrêté royal du 4 août 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire spécial, sont réputées avoir été également acquises dans la (ou une des) fonction(s) dont relève désormais le cours conformément à l'annexe du présent décret.
Art. 59. Het tijdelijk personeelslid aan wie een nuttige ervaring toegekend is voor een ambt van leraar technische vakken of leraar technische vakken en beroepspraktijk, behoudt het voordeel van die erkenning voor de beschouwde specialiteit binnen de uitoefening van zijn nieuw ambt van leraar technische vakken of van leraar beroepspraktijk of leraar technische vakken en beroepspraktijk.
Art. 59. Le membre du personnel temporaire qui s'est vu reconnaître une expérience utile pour une fonction de professeur de cours techniques, ou de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle, conserve le bénéfice de cette reconnaissance pour la spécialité considérée dans l'exercice de sa nouvelle fonction de professeur de cours techniques, ou de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle.
HOOFDSTUK VI. - Schoolbemiddeling en positieve discriminatie.
CHAPITRE VI. - De la médiation scolaire et de la discrimination positive.
Art. 60. In artikel 32 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie, wordt het 3e lid vervangen doot een nieuw 3e lid, luidend als volgt :
  " Indien de leerling verzuimt zich aan te melden na ontvangst van de oproeping bedoeld bij het eerste lid en telkens als het inrichtingshoofd het noodzakelijk acht, vaardigt deze laatste een opvoedend hulppersoneelslid, een bemiddelaar bedoeld bij hoofdstuk V van dit decreet mits het voorafgaand akkoord van de coördinators van de dienst voor schoolbemiddeling af naar de woonplaats of de verblijfplaats van de leerling of vraagt hij de directeur van het psycho-medisch-sociale centrum een personeelslid van dit centrum deze opdracht uit te voeren. De afgevaardigde van het inrichtingshoofd stelt een verslag op van het bezoek ter attentie van het inrichtingshoofd. De Regering kan de regels voor het bezoek nader bepalen. "
Art. 60. Dans l'article 32 du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives, l'alinéa 3 est remplacé par un nouvel alinéa 3 rédigé comme suit :
  " A défaut de présentation à la convocation visée à l'alinéa 1er et chaque fois qu'il l'estime utile, le chef d'établissement délègue au domicile ou au lieu de résidence de l'élève un membre du personnel auxiliaire d'éducation, un médiateur visé au chapitre V du présent décret moyennant l'accord préalable des coordonnateurs du service de médiation scolaire ou, sollicite le directeur de centre psycho-médico-social, afin qu'un membre du personnel de ce centre accomplisse cette mission. Le délégué établit un rapport de visite à l'attention du chef d'établissement. Le Gouvernement peut préciser les modalités de la visite. "
Art. 61. In het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie, wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 4bis. In afwijking van artikel 4, zijn de lijsten van de instellingen of vestigingen die positieve discriminatie genieten, met inbegrip van de instellingen of vestigingen voor prioritait secundair onderwijs, voor het jaar 2009-2010 deze van de instellingen of vestigingen die positieve discirminatie genieten, met inbegrip van de instellingen of vestigingen voor prioritair secundair onderwijs voor het schooljaar 2008-2009.
  Het volgende klassement door het Bestuur van de vestigingen voor basisonderwijs en van de instellingen of vestigingen van het secundair onderwijs zoals bepaald in § 2 van hetzelfde artikel en de instelling van de lijsten zoals bedoeld in § 4 van hetzelfde artikel zullen ten laatste op 1 oktober 2009 worden opgesteld.
  De duur van de driejaarlijkse projecten bedoeld in artikel 8, § 2, in artikel 11, § 3 en in artikel 12, § 1, wordt automatisch van drie naar vier jaar gedragen, hetzij met het schooljaar 2009-2010 inbegrepen, met de verlenging van de menselijke en werkingsmiddelen die in dat kader toegekend zijn. ".
Art. 61. Dans le décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives, il est inséré un article 4bis formulé comme suit :
  " Art. 4bis. Par dérogation à l'article 4, les listes des établissements ou implantations bénéficiaires de discriminations positives, en ce compris les établissements ou implantations d'enseignement secondaire prioritaires, pour l'année scolaire 2009-2010 sont celles des établissements ou implantations bénéficiaires de discriminations positives, en ce compris les établissements ou implantations d'enseignement secondaire prioritaires, pour l'année scolaire 2008-2009.
  Le prochain classement par l'Administration des implantations de l'enseignement fondamental et des établissements ou implantations de l'enseignement secondaire tel que visé au § 2 du même article et l'établissement des listes tel que visé au § 4 du même article seront réalisés au plus tard le 1er octobre 2009.
  La durée des projets trisannuels visés à l'article 8, § 2, à l'article 11, § 3 et à l'article 12, § 1er, est automatiquement portée de trois à quatre années, soit l'année scolaire 2009-2010 comprise, les moyens humains et de fonctionnement attribués dans ce cadre étant prolongés également. "
HOOFDSTUK VII. - De inspectie.
CHAPITRE VII. - De l'inspection.
Art. 62. In artikel 5, § 2, 1e lid van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 april 1995 tot oprichting van een " Centre d'auto-formation et de formation continuée " voor het Onderwijs van de Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 8 maart 2007, worden de woorden " een inspecteur-coördinator van de psycho-medisch-sociale centra " vervangen door de woorden " de inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie op het niveau van de psycho-medisch-sociale centra en de inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie op het niveau van het onderwijs voor sociale promotie ".
Art. 62. Dans l'article 5, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 7 avril 1995 portant création d'un Centre d'autoformation et de formation continuée de l'enseignement de la Communauté française, tel que modifié par le décret du 8 mars 2007, les termes " d'un Inspecteur coordonnateur des Centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les termes " de l'inspecteur chargé de la coordination de l'inspection au niveau des centres psycho-médico-sociaux et de l'inspecteur chargé de la coordination de l'inspection au niveau de l'enseignement de promotion sociale. "
Art. 63. In artikel 10, § 4 van het decreet van 8 maart 2007 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs, worden de woorden " en 2°, a), b), e), g) " vervangen door de woorden ", 2° ".
Art. 63. Dans l'article 10, § 4, du décret du 8 mars 2007 relatif au Service général de l'Inspection, au Service de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement organisé par la Communauté française, aux Cellules de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement subventionné par la Communauté française et aux statuts des membres du personnel du Service général de l'Inspection et des Conseillers pédagogiques, les termes " et 2°, a), b), e), g) " sont remplacés par les termes ", 2° ".
Art. 64. In artikel 53 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° IN het 4e lid, worden de woorden " Onverminderd het volgende lid " toegevoegd voor de woorden " Wanneer de proef ";
  2° Het volgende lid wordt ingevoegd tussen het 4e en het 5e lid :
  " Wanneer het aantal definitieve personeelsleden behorende tot de in het vorige lid bedoeld Inspectiedienst onvoldoende is om een examencommissie samen te stellen overeenkomstig dit lid, is de coördinerende Inspecteur-generaal lid van die examencommissie. ".
Art. 64. Dans l'article 53 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 4, les termes " Sans préjudice de l'alinéa suivant, " sont insérés avant les termes " Lorsque l'épreuve sanctionne ";
  2° L'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 4 et 5.
  " Lorsque le nombre de membres du personnel définitifs relevant du Service de l'Inspection visé à l'alinéa précédent est insuffisant pour constituer le jury conformément à cet alinéa, l'Inspecteur général coordonnateur est membre du jury. "
Art. 65. Artikel 88 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Niemand wordt tot de in het 1e lid, 6°, bedoelde opleiding toegelaten als hij op de datum van indiening van de aanvraag om deelname niet beantwoordt aan de voorwaarden opgesomd in het 1e lid, 1°, 2°, 4° en 5°. ".
Art. 65. L'article 88 du même décret est complété par l'alinéa suivant :
  " Nul n'est admis à la formation visée à l'alinéa 1er, 6° s'il ne remplit, à la date d'introduction de la demande de participation, les conditions énoncées à l'alinéa 1er, 1°, 2°, 4° et 5°. ".
Art. 66. Artikel 162 van het decreet van 8 maart 2007 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 162. § 1. De personeelsleden die, voor eender welk ambt, een vacante betrekking bekleden van een bevorderingsambt van inspecteur worden vastbenoemd in een ambt van inspecteur voor zover zij aan de volgende voorwaarden voldoen :
  a) Belg zijn of onderdaan van een andere lidstaat van de Europese gemeenschappen, behalve een door de Regering te verlenen vrijstelling;
  b) Van onberispelijk gedrag zijn;
  c) De burgerlijke en politieke rechten genieten;
  d) Aan de dienstplichtwetten voldaan hebben;
  e) Voldoen aan de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling;
  f) In vast verband benoemd of aangeworven zijn in een ambt met volledige prestaties in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
  g) Een dienstanciënniteit van minstens vijftien jaar tellen;
  h) Een ambtsanciënniteit van minstens tien jaar tellen;
  i) Geen sanctie of tuchtstraf gekregen hebben tijdens de vijf voorafgaande jaren.
  § 2. Het(de) personeelslid(leden) bedoeld in § 1 dat(die) niet aan alle vereiste voorwaarden voldoet(n) om vastbenoemd te worden krachtens die bepaling, wordt(en) geacht voorlopig aangesteld te zijn als inspecteur op de datum van inwerkingtreding van dit decreet. ".
Art. 66. L'article 162 du décret du 8 mars 2007 relatif au Service général de l'Inspection, au Service de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement organisé par la Communauté française, aux Cellules de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement subventionné par la Communauté française et aux statuts des membres du personnel du Service général de l'Inspection et des conseillers pédagogiques est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 162. § 1er. Sont nommés à titre définitif à la fonction d'inspecteur en cause les membres du personnel qui, à quelque titre que ce soit, occupent un emploi vacant d'une fonction de promotion d'inspecteur, pour autant qu'ils répondent aux conditions suivantes :
  a) Etre belge ou ressortissant d'un autre Etat membre de l'Union européenne, sauf dérogation accordée par le Gouvernement;
  b) Etre de conduite irréprochable;
  c) Jouir des droits civils et politiques;
  d) Avoir satisfait aux lois sur la milice;
  e) Satisfaire aux dispositions légales et réglementaires relatives au régime linguistique;
  f) Etre nommé ou engagé à titre définitif dans une fonction à prestations complètes dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française;
  g) Compter une ancienneté de service de quinze ans au moins;
  h) Compter une ancienneté de fonction de dix ans au moins;
  i) Ne pas avoir encouru une sanction ou une peine disciplinaire au cours des cinq années précédentes.
  § 2. Le(s) membre(s) du personnel vise au § 1er qui ne remplissent pas toutes les conditions requises pour pouvoir bénéficier d'une nomination à titre définitif en vertu de cette disposition, sont réputés désignés à titre provisoire dans la fonction d'inspecteur en cause. ".
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het decreet van 7 december 2007 houdende organisatie van de structurele differentiatie in de eerste graad om alle leerlingen de mogelijkheid te geven om de basisvaardigheden te verwerven.
CHAPITRE VIII. - Modification au décret du 7 décembre 2007 organisant la différenciation structurelle au sein du premier degré afin d'amener l'ensemble des élèves à la maîtrise des socles de compétences.
Art. 67. In artikel 57 van het decreet van 7 december 2007 houdende organisatie van de structurele differentiatie in de eerste graad om alle leerlingen de mogelijkheid te geven om de basisvaardigheden te verwerven, worden de woorden " respectievelijk gelijkgesteld met het eerste jaar B en " geschrapt.
Art. 67. A l'article 57 du décret du 7 décembre 2007 organisant la différenciation structurelle au sein du premier degré afin d'amener l'ensemble des élèves à la maîtrise des socles de compétences, les termes ", respectivement à la première année B et " sont supprimés.
Art. 68. De statutaire gevolgen gebonden aan de toepassing van vorig artikel hebben slechts uitwerking met ingang van 1 februari 2009.
Art. 68. Les conséquences statutaires liées à l'application de l'article précédent ne sortent leurs effets qu'à partir du 1er février 2009.
HOOFDSTUK IX. - Verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij.
CHAPITRE IX. - Du congé d'accueil en vue de l'adoption ou de la tutelle officieuse.
Art. 69. In artikel 8bis van het koninklijk beslut van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zoals vervangen bij het decreet van 8 mei 2003 wordt het 1e lid aangevuld met de woorden " of wanneer zij een kind van minder dan twaalf jaar opvangen in hun gezin tengevolge van een gerechtelijke beslissing om plaatsing in een onthaalgezin ".
Art. 69. Dans l'article 8bis de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, tel que remplacé par le décret du 8 mai 2003, l'alinéa 1er est complété par les termes " ou lorsqu'ils accueillent un enfant de moins de douze ans dans leur famille suite à une décision judiciaire de placement dans une famille d'accueil ".
Art. 70. In artikel 13bis van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals vervangen bij het decreet van 8 mei 2003, wordt het 1e lid aangevuld met de woorden " of met het oog op de opvang van een kind van minder dan twaalf jaar in hun gezin tengevolge van een gerechtelijke beslissing om plaatsing in een onthaalgezin ".
Art. 70. Dans l'article 13bis de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, tel que remplacé par le décret du 8 mai 2003, l'alinéa 1er est complété par les termes " ou en vue de l'accueil d'un enfant de moins de douze ans dans leur famille suite à une décision judiciaire de placement dans une famille d'accueil ".
Art. 71. In artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zoals vervangen bij het decreet van 8 mei 2003, wordt het 1e lid aangevuld met de woorden " of met het oog op de opvang van een kind van minder dan twaalf jaar in hun gezin tengevolge van een gerechtelijke beslissing om plaatsing in een onthaalgezin ".
Art. 71. Dans l'article 13 de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, tel que remplacé par le décret du 8 mai 2003, l'alinéa 1er est complété par les termes " ou en vue de l'accueil d'un enfant de moins de douze ans dans leur famille suite à une décision judiciaire de placement dans une famille d'accueil ".
Art. 72. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 oktober 1985 betreffende het verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij van de gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering, wordt het 1e lid aangevuld met de woorden " of met het oog op de opvang van een kind van minder dan twaalf jaar in hun gezin tengevolge van een gerechtelijke beslissing om plaatsing in een onthaalgezin ".
Art. 72. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 14 octobre 1985 relatif aux congés d'accueil en vue de l'adoption et de la tutelle officieuse, octroyés aux membres du personnel subventionnés des centres psycho-médico-sociaux et offices d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés, l'alinéa 1er est complété par les termes " ou en vue de l'accueil d'un enfant de moins de douze ans dans leur famille suite à une décision judiciaire de placement dans une famille d'accueil ".
HOOFDSTUK X. - De verloven van de leden van de psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE X. - Des congés des membres des centres psycho-médico-sociaux.
Art. 73. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 juni 1981 betreffende het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen van de personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsorientering, worden de woorden " de helft " vervangen door de woorden " minstens de helft ".
Art. 73. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 11 juin 1981 relatif aux congés pour prestations réduites justifiées par des raisons sociales ou familiales des membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux et office d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés, les termes " la moitié " sont remplacés par les termes " au moins la moitié ".
Art. 74. In artikel 2, 3° van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 februari 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties toegekend aan de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd onderwijs, die 50 jaar zijn of ten minste twee kinderen hebben die niet ouder zijn dan 14 jaar en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen, worden de woorden " de helft " vervangen door de woorden " minstens de helft ".
Art. 74. Dans l'article 2, 3° de l'arrête de l'Exécutif de la Communauté française du 16 février 1990 relatif au congé pour prestations réduites accordé aux membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté française qui ont atteint l'âge de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, les termes " la moitié " sont remplacés par les termes " au moins la moitié ".
HOOFDSTUK XI. - Het verlof voor sportactiviteiten.
CHAPITRE XI. - Du congé pour activités sportives.
Art. 75.   § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden in dienstactiviteit, bedoeld bij :
  1° Het koninklijk besluit van 22 mart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, (gespecialiseerd), middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen;
  2° De wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
  3° Het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat;
  4° Het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra;
  5° Het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs;
  6° Het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs;
  7° Het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
  8° Het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten;
  9° Het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra;
  10° Het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra;
  11° Het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;
  12° Titel I van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst;
  13° Het decreet van 2 juni 2006 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de inrichtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd.
  [1 14° Het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur.]1
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de personeelsleden :
  1° houder van een van de ambten bedoeld in artikel 6, E, c), 27. en F, c), 10., in artikel 6ter, 6°, a), in artikel 7, c), 12. wanneer dat ambt uitgeoefend wordt binnen een autonoom internaat of een onthaalhuis, in artikel 7, c), 13., en in artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaal onderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen;
  2° houder van een van die ambten bedoeld in artikel 2, § 1, 3. en 4. van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra;
  3° houder van een van de ambten bedoeld in de artikelen 3 en 4, 1°, 2°, 4°, 5° en 6° van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten;
  4° houder van een van de ambten bedoeld in artikel 5, C van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen;
  5° houder van een van de ambten bedoeld in de artikelen 69, 6° en 75, 4° van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten;
  6° houder van het ambt bedoeld in artikel 2, 2°, a) van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra;
  7° houder van het ambt bedoeld in artikel 6, 2°, a) van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra.
  
Art. 75.   § 1er. Le présent chapitre est applicable aux membres du personnel, en activité de service, visés par :
  1° L'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements;
  2° La loi du 7 juillet 1970 relative à la structure générale de l'enseignement supérieur;
  3° L'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe et islamique des établissements d'enseignement de la Communauté française;
  4° L'arrêté royal du 27 juillet 1979 fixant le statut des membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française et des membres du personnel du service d'inspection chargés de la surveillance de ces centres psycho-médico-sociaux;
  5° Le décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné;
  6° Le décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné;
  7° Le décret du 24 juillet 1997 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française;
  8° Le décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnel, droits et devoirs des étudiants);
  9° Le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés;
  10° Le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés;
  11° Le décret du 12 mai 2004 fixant le statut des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement organisé par la Communauté française;
  12° Le Titre Ier du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion;
  13° Le décret du 2 juin 2006 relatif au cadre organique et au statut des puériculteurs des établissements d'enseignement maternel ordinaire organisés et subventionnés par la Communauté française.
  [1 14° Le décret du 20 juin 2008 relatif aux membres du personnel administratif des Hautes Ecoles, des Ecoles supérieures des Arts et des Instituts supérieurs d'Architecture organisés ou subventionnés par la Communauté française.]1
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre n'est pas applicable aux membres du personnel :
  1° Titulaires d'une des fonctions visées à l'article 6, E, c), 27. et F, c), 10., à l'article 6ter, 6°, a), à l'article 7, c), 12. lorsque cette fonction est exercée au sein d'un internat autonome ou d'un home d'accueil, à l'article 7, c), 13., et à l'article 10 de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique et du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements;
  2° Titulaires d'une des fonctions visées à l'article 2, § 1er, 3. et 4. de l'arrêté royal du 27 juillet 1979 fixant le statut des membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française et des membres du personnel du service d'inspection chargés de la surveillance de ces centres psycho-médico-sociaux;
  3° Titulaires d'une des fonctions visées aux articles 3 et 4, 1°, 2°, 4°, 5° et 6° du décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection;
  4° Titulaires d'une des fonctions visées à l'article 5, C du décret du 25 juillet 1996 relatif aux charges et emplois des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française;
  5° Aux titulaires d'une des fonctions visées aux articles 69, 6° et 75, 4° du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnels, droits et devoirs des étudiants);
  6° Aux titulaires de la fonction visée à l'article 2, 2°, a) du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés;
  7° Aux titulaires de la fonction visée à l'article 6, 2°, a) du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés.
  
Art. 76. In de zin van dit hoofdstuk moet verstaan worden onder :
  1° " Decreet van 8 december 2006 " : het decreet van 8 december 2006 houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap;
  2° " Sportmanifestatie " : de Olympische spelen, de Paralympische spelen, de Wereldkampionschappen of Europese kampieonschappen, de Universiades alsook elke competitie die ermee gelijkgesteld wordt door de regering na advies van de Dienst van de Franse Gemeenschap aangesteld door de Regering, houdende rekening met de bekendheid en het niveau van de competitie;
  3° "Topsporter " : de topsporter aldus erkend bij toepassing van artikel 12, § 1, 2e lid, 1° van het decreet van 8 december 2006;
  [1 4° " Trainingspartner " : de sporter aldus erkend met toepassing van artikel 12, § 1, tweede lid, 3°, van het decreet van 8 december 2006;]1
  [1 ]1 " Internationaal scheidsrechter " : het personeelslid dat lid is van een sportfederatie bij toepassing van het decreet van 8 december 2006 en/of beheerder van een olympische tak en dit als scheidsrechter, umpire, rechter of ermee gelijkgesteld en dat zijn activiteiten moet uitoefenen ter gelegenheid van een sportmanifestatie.
  
Art. 76. Au sens du présent chapitre, il faut entendre par :
  1° " Décret du 8 décembre 2006 " : le décret du 8 décembre 2006 visant l'organisation et le subventionnement du sport en Communauté française;
  2° " Manifestation sportive " : les Jeux Olympiques, les Jeux Paralympiques, les Championnats du Monde ou d'Europe, les Universiades ainsi que toute compétition y assimilée par le Gouvernement après avis du Service du Ministère de la Communauté française désigné par le Gouvernement, compte tenu de la notoriété et du niveau de la compétition;
  3° " Sportif de haut niveau " : le sportif reconnu comme tel en application de l'article 12, § 1er, alinéa 2, 1°, du décret du 8 décembre 2006;
  [1 4° " Partenaire d'entraînement " : le sportif reconnu comme tel en application de l'article 12, § 1er, alinéa 2, 3°, du décret du 8 décembre 2006;]1
  [1 ]1 " Arbitre international " : le membre du personnel affilié à une fédération sportive reconnue en application du décret du 8 décembre 2006 et/ou gérant une discipline olympique, et ce en tant qu'arbitre, juge-arbitre, juge ou assimilé et qui est appelé à exercer ses activités à l'occasion d'une manifestation sportive.
  
Art. 77. [1 Op zijn aanvraag, met het oog op zijn deelname en/of zijn voorbereiding op zijn deelname aan een sportmanifestatie kan een verlof toegekend worden voor sportactiviteiten aan het personeelslid bedoeld in artikel 75 dat over een statuut van topsporter, trainingspartner of internationale scheidsrechter beschikt of dat het prestatieniveau bereikt dat vereist wordt door de sportfederatie waarbij het aangesloten is voor de deelname aan de betrokken sportmanifestatie.]1
  Aan het in artikel 75 bedoeld personeelslid dat voor de sportieve en/of lichamelijke en/of psychologische omkadering instaat van een topsporter kan eveneens op zijn aanvraag een verlof toegekend worden voor sportactiviteiten.
  Het verlof bedoeld in dit artikel wordt toegekend voor de duur van de deelname en/of de voorbereiding op de deelname [1 ...]1 aan de betrokken sportmanifestatie.
  Dat verlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  De aanvraag wordt ingediend overeenkomstig de procedure beschreven in artikel 79.
  
Art. 77. [1 A sa demande, en vue de sa participation et/ou de sa préparation à la participation à une manifestation sportive, il peut être accordé un congé pour activités sportives au membre du personnel visé à l'article 75 qui dispose du statut de sportif de haut niveau, de partenaire d'entraînement ou d'arbitre international, ou qui atteint le niveau de performance requis par la fédération sportive à laquelle il est affilié pour la participation à la manifestation sportive considérée.]1
  Peut également se voir accorder, à sa demande, un congé pour activités sportives, le membre du personnel visé à l'article 75 qui assure l'encadrement sportif et/ou physique et/ou psychologique d'un sportif de haut niveau.
  Le congé visé au présent article est accordé pour le temps de la participation et/ou de la préparation à la participation [1 ...]1 à la manifestation sportive concernée.
  Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
  La demande est introduite conformément à la procédure décrite à l'article 79.
  
Art. 78. De duur van het verlof voor sportactiviteiten kan, naargelang het geval, geen dertig werkdagen overtreffen, in een of meerdere periodes, per schooljaar, per academiejaar of per begrotingsjaar.
  Onder werkdagen moet verstaan worden de schooldagen en, wat de PMS-centra betreft, de werkingsdagen.
  Voor de in artikel 75 bedoeld personeelsleden, tijdelijk aangesteld of aangeworven, loopt het verlof in ieder geval ten einde ten laatste op het moment waarop de definitieve aanstelling of de aanwerving ten einde loopt.
Art. 78. La durée du congé pour activités sportives ne peut excéder, en une ou plusieurs périodes, trente jours ouvrables, selon le cas, par année scolaire, par année académique ou par exercice.
  Par jours ouvrables, il y a lieu d'entendre les jours de scolarité et, en ce qui concerne les centres PMS, les jours de fonctionnement.
  Pour les membres du personnel visés à l'article 75, désignés ou engagés à titre temporaire, le congé prend en tout cas fin au plus tard au moment où la désignation ou l'engagement à titre temporaire prend fin.
Art. 79. In het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra georganiseerd door de Franse Gemeenschap wordt de aanvraag om verlof voor sportactiviteiten door het personeelslid via de hiërarchische weg ingediend bij de Regering.
  In het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt de aanvraag om verlof voor sportactiviteiten ingediend door een personeelslid bij de inrichtende macht waartoe hij behoort.
  De aanvraag gaat mee met het advies van de betrokken sportfederatie en van de Dienst van het Ministerie van de Franse Gemeenschap bedoeld in artikel 76, 2°.
  Deze moet minstens dertig dagen voor het begin van het verlof ingediend worden en de datum waarop het aangevraagd verlog begint, opnemen alsook de duur ervan.
Art. 79. Dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté française, la demande de congé pour activités sportives est introduite, par la voie hiérarchique, auprès du Gouvernement par le membre du personnel.
  Dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté française, la demande de congé pour activités sportives est introduite par le membre du personnel auprès du pouvoir organisateur dont il relève.
  La demande est accompagnée de l'avis de la fédération sportive concernée et du Service du Ministère de la Communauté française vise à l'article 76, 2°.
  Elle doit être introduite au moins trente jours avant le début du congé et mentionner la date à laquelle le congé sollicité prend cours ainsi que la durée de celui-ci.
Art. 80. In het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra georganiseerd door de Franse Gemeenschap wordt het verlof toegekend door de regering. In het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt het verlof toegekend door de inrichtende macht die het voor goedkeuring aan de regering voorlegt.
Art. 80. Dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté française, le congé est accordé par le Gouvernement. Dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté française, le congé est accordé par le pouvoir organisateur qui le soumet pour approbation au Gouvernement.
Art. 81. Er wordt van rechtswege einde gemaakt aan het verlof voor sportactiviteiten op de datum waarop het personeelslid de hoedanigheid van topsporter [1 , van de trainingspartner,]1 of internationaal scheidrechter verliest. Wegens voldoende gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden kan er eveneens een einde gemaakt worden aan het verlof voor sportactiviteiten voor de afloop van de termijn ervan, op de aanvraag van de betrokkene. De aanvraag wordt ingediend volgens dezelfde modaliteiten als die bedoeld in artikel 79, 1e tot 3e lid.
  
Art. 81. Il est mis fin d'office au congé pour activités sportives à la date à laquelle le membre du personnel perd la qualité de sportif de haut niveau [1 , de partenaire d'entraînement,]1 ou d'arbitre international. Pour des raisons exceptionnelles dûment motivées, il peut également être mis fin au congé pour activités sportives avant l'expiration de son terme, à la demande de l'intéressé. La demande est introduite selon les mêmes modalités que celles visées à l'article 79, alinéas 1er à 3.
  
Art. 82. Wanneer het personeelslid dat een verlof gekregen heeft voor sportactiviteiten bij toepassing van dit hoofdstuk vervangen wordt, wordt die vervanging bij prioriteit uitgevoerd door een of meerdere personeelsleden ter beschikking gesteld bij gebrek aan betrekkingen of in gedeeltelijk lasterverlies verklaard volgens de bepalingen van toepassing. Binnen de selectie- en bevorderingsambten kan het personeelslid evenwel tijdelijk vervangen worden door een personeelslid dat definitief benoemd aangeworven is in het wervingsambt dat toegang verleent tot het selectie- of bevorderingsambt. In dat geval zijn de bepalingen van het 1e lid van toepassing op het tijdelijk nagelaten wervingsambt.
  Onverminderd het 1e en het 2e lid gebeurt de vervanging binnen de naleving van de statutaire regels betreffende de aanwerving alsook binnen de naleving van de subsidievoorwaarden.
Art. 82. Lorsqu'il est procédé au remplacement du membre du personnel qui a obtenu un congé pour activités sportives en application du présent chapitre, ce remplacement est effectué par priorité par un ou plusieurs membres du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi ou déclaré en perte partielle de charge selon les dispositions applicables en la matière. Dans les emplois de sélection et de promotion, le membre du personnel peut toutefois être remplacé temporairement par un membre du personnel nommé ou engagé à titre définitif dans la fonction de recrutement qui donne accès à la fonction de sélection ou de promotion. Dans ce cas, les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent à l'emploi de recrutement temporairement abandonné.
  Sans préjudice des alinéas 1er et 2, le remplacement s'effectue dans le respect des règles statutaires relatives au recrutement ainsi que dans le respect des conditions de subventionnement.
HOOFDSTUK XII Verlof voor het afstaan van organen of weefsels in het onderwijs en in de psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XII. - Du congé pour don d'organes ou de tissus dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux.
Art. 83. In het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, wordt een artikel 4ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 4ter. Het personeelslid kan een verlof verkrijgen voor het afstaan van organen en weefsels. Dat verlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  De duur van het verlof komt overeen met die van de hospitalisatie en het eventuele vereiste herstel. De afwezigheden gewettigd door voorafgaande medische onderzoeken worden eveneens gedekt.
  Een medisch getuigschrift getuigt van de noodzakelijke duur van het verlof.
Art. 83. Dans l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, il est inséré un article 4ter libellé comme suit :
  " Art. 4ter. Le membre du personnel peut obtenir un congé pour don d'organes ou de tissus. Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
  La durée de ce congé correspond à celle de l'hospitalisation et de la convalescence éventuellement requise. Sont également couvertes les absences justifiées par les examens médicaux préalables.
  Un certificat médical atteste de la durée nécessaire du conge. "
Art. 84. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, (gespecialiseerd), middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals opgeheven bij het decreet van 8 mei 2003, wordt hersteld in de volgende vorm :
  " Artikel 6. Het definitieve of tijdelijke personeelslid kan een verlof bekomen voor het afstaan van organen of weefsels. Dat verlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  De duur van het verlof komt overeen met die van de hospitalisatie en het eventuele vereiste herstel. De afwezigheden gewettigd door voorafgaande medische onderzoeken worden eveneens gedekt.
  Een medisch getuigschrift getuigt van de noodzakelijke duur van het verlof.
Art. 84. L'article 6 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, tel qu'abrogé par le décret du 8 mai 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 6. Le membre du personnel, définitif ou temporaire, peut obtenir un congé pour don d'organes ou de tissus. Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
  La durée de ce congé correspond à celle de l'hospitalisation et de la convalescence éventuellement requise. Sont également couvertes les absences justifiées par les examens médicaux préalables.
  Un certificat médical atteste de la durée nécessaire du congé. "
Art. 85. In het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende het verlof voor afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 5bis. Het personeelslid kan een verlof verkrijgen voor het afstaan van organen of weefsels. Dat verlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. De duur van het verlof komt overeen met die van de hospitalisatie en het eventuele vereiste herstel. De afwezigheden gewettigd door voorafgaande medische onderzoeken worden eveneens gedekt. Een medisch getuigschrift getuigt van de noodzakelijke duur van het verlof. ".
Art. 85. Dans l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, il est inséré un article 5bis libelle comme suit :
  " Art. 5bis. Le membre du personnel peut obtenir un congé pour don d'organes ou de tissus. Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service. La durée de ce congé correspond à celle de l'hospitalisation et de la convalescence éventuellement requise. Sont également couvertes les absences justifiées par les examens médicaux préalables. Un certificat médical atteste de la durée nécessaire du congé. ".
HOOFDSTUK XIII. - Selectie- en bevorderingsambten.
CHAPITRE XIII. - Des fonctions de sélection et de promotion.
Art. 86. In artikel 97 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidend als volgt :
  " In afwijking van het 1e lid, 5°, kunnen de houders van een hoger bekwaamheidsbewijs, die benoemd zijn tot onderdirecteur of tijdelijk dat ambt uitgeoefend hebben en er een ambtsanciënniteit van meer dan 6000 dagen tellen verdeeld over 3 minstens 3 schooljaren, eveneens benoemd worden tot het ambt van directeur in het onderwijs voor sociale promotie.
  De ambtsanciënniteit beoogt de uitoefening van het ambt van onderdirecteur en de tijdelijke uitoefening, door de onderdirecteur, van de hogere ambten van directeur in het onderwijs voor sociale promotie. ".
Art. 86. Dans l'article 97 de l'arrêté royal du 22 mars 1969, sont ajoutés deux alinéas nouveaux libellés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 5°, les porteurs d'un titre du niveau supérieur, nommés à la fonction de sous-directeur, ou ayant exercé, à titre temporaire cette fonction et y comptant une ancienneté de fonction de plus de 600 jours répartis sur 3 années scolaires au moins, peuvent également être nommés à la fonction de directeur dans l'enseignement de promotion sociale.
  L'ancienneté de fonction vise l'exercice de la fonction de sous-directeur et l'exercice à titre temporaire, par le sous-directeur, des fonctions supérieures de directeur dans l'enseignement de promotion sociale. ".
Art. 87. Artikel 123 ter, § 1, van het decreet van de raad van de Franse Gemeenschap van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, wordt ams volgt gewijzigd :
  1° In het 1e lid worden de woorden " en in het modulair onderwijs dat eigen is aan het onderwijs voor sociale promotie van stelsel 1 " geschrapt.
  2° Er wordt een 2e lid opgericht, luidend als volgt :
  " In afwijking van het 1e lid, binnen de naleving van de hieronder bepaalde procedure, heeft elke leerling het recht schriftelijk beroep in te dienen tegen de beslissingen om weigering genomen tegen de Studieraad bijeengekomen inhet kader van de vormingseenheden die de in hoofdstuk II bedoeld opleidingen inrichten, alsook de vormingseenheden bedoeld voor de kandidaten tot de selectie- en bevorderingsambten ander dan die van de directeur en de inspecteur. Op straffe van onontvankelijkheid moet dat beroep de nauwkeurige onregelmatigheden bepalen die het wettigen. "
Art. 87. L'article 123ter, § 1er, du décret du Conseil de la Communauté française du 16 avril 1991 organisant l'enseignement de promotion sociale, est modifié comme suit :
  1° A l'alinéa 1er, les termes " et dans l'enseignement modulaire propre à l'enseignement de promotion sociale de régime 1 " sont supprimés.
  2° Il est créé un alinéa 2, disposant ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, dans le respect de la procédure décrite ci-dessous, tout élève a le droit d'introduire un recours écrit contre les décisions de refus prises à son égard par le Conseil des études réuni dans le cadre des unités de formation mettant en oeuvre les formations visées au chapitre II du Titre II du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs, ainsi que des unités de formations destinées aux candidats aux fonctions de sélection et aux fonctions de promotion autres que celle de directeur et d'inspecteur. A peine d'irrecevabilité, ce recours doit mentionner les irrégularités précises qui le motivent. "
Art. 88. Een nieuw artikel 54quinquies wordt ingevoegd in het decreet van 1 februari 1993, bepalende het volgende :
  " Artikel 54quinquies. Wanneer een personeelslid definitief houder is van een onvolledige last binnen een selectieambt kan de inrichtende macht die een vacante definitieve betrekking heeft in afwijking van artikel 50bis van dit decreet en op zijn aanvraag de last van zijn personeelslid aanvullen en op zijn aanvraag, door een uitbreiding van zijn definitieve aanwerving in hetzelfde ambt. "
Art. 88. Un nouvel article 54quinquies est inséré dans le décret du 1er février 1993, disposant ce qui suit :
  " Article 54quinquies. Quand un membre du personnel est titulaire à titre définitif d'une charge incomplète dans une fonction de sélection, le pouvoir organisateur qui a un emploi définitivement vacant à conférer peut, par dérogation à l'article 50bis du présent décret et à sa demande, compléter la charge de son membre du personnel et à sa demande, par une extension de son engagement à titre définitif dans la même fonction. "
Art. 89. In artikel 71nonies van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt het 1e lid aangevuld met het volgende :
  " - na de directiestage bedoeld in artikel 33 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. "
Art. 89. Dans l'article 71nonies du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, l'alinéa 1er est complété par ce qui suit :
  " - suite à la fin du stage de direction prévu à l'article 33 du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs. "
Art. 90. _ Een nieuw artikel 44quater wordt ingevoegd in het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs=
  " Artikel 44quater. Wanneer een personeelslid definitief houder is van een onvolledige last binnen een selectieambt kan de inrichtende macht die een vacante definitieve betrekking heeft in afwijking van artikel 39bis van dit decreet en op zijn aanvraag de last van zijn personeelslid aanvullen en op zijn aanvraag, door een uitbreiding van zijn definitieve aanwerving in hetzelfde ambt. "
Art. 90. Un nouvel article 44quater est inséré dans le décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné :
  " Article 44quater. Quand un membre du personnel est titulaire à titre définitif d'une charge incomplète dans une fonction de sélection, le pouvoir organisateur qui a un emploi définitivement vacant à conférer peut, par dérogation à l'article 39bis du présent décret, compléter la charge de son membre du personnel à sa demande, par une extension de son engagement à titre définitif dans la même fonction. "
Art. 91. In artikel 30 van het decreet van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Huidig artikel 30 wordt artikel 30, § 1
  2° Een paragraaf 2 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. Ingeval van directie met klas toegekend aan een personeelslid dat niet houder is van een diploma van leraar lager onderwijs of, in voorkomend geval, van kleuteronderwijzer, en in de mate waarin het aantal lestijden georganiseerd binnen het vak van het betrokken personeelslid lager is dan het aantal lestijden dat hij moet presteren voor een klas, wordt het verschil aangewend aan de ondersteuning. ".
Art. 91. Dans l'article 30 du décret du 13 juillet 1998 portant organisation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire et modifiant la réglementation de l'enseignement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° L'actuel article 30 devient l'article 30, § 1er;
  2° Un paragraphe 2 est inséré, disposant ce qui suit :
  " § 2. En cas de direction avec classe attribuée à un membre du personnel qui n'est pas titulaire d'un diplôme d'instituteur primaire ou, le cas échéant, d'instituteur maternel, et dans la mesure où le nombre de périodes organisées dans la discipline du membre du personnel concerné est inférieur au nombre de périodes qu'il doit prester devant une classe, la différence est consacrée au soutien. ".
Art. 92. In artikel 9 van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) In het 1e lid worden de woorden " of van kleuteronderwijzer belast met onderdompeling " ingevoegd tussen de woorden " wervingsambt van kleuteronderwijzer " en " en houder zijn ".
  b) Het 2e en het 3e lid worden vervangen door hetgeen volgt :
  " Om benoemd te worden tot het bevorderingsambt van directeur van de lagere school in het onderwijs van de Franse Gemeenschap moeten de personeelsleden :
  1° Benoemd worden tot het wervingsambt van leraar lager onderwijs of leraar lager onderwijs belast met onderdompeling, van meester zedenleer, van meeste bijzondere vakken of van meester tweede taal
  2° Houder zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van een wervingsambt bedoeld in 1°.
  Om benoemd te worden tot het vorderingsambt van directeur van een basisschool in het onderwijs van de Franse Gemeenschap moeten de personeelsleden :
  1° Benoemd worden tot het wervingsambt van leraar lager onderwijs, leraar lager onderwijs of kleuteronderwijzer of leraar lager onderwijs belast met onderdompeling, van leermeester bijzondere vakken of leermeester tweede taal.
  2° Houder zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van een wervingsambt bedoeld in 1°. "
Art. 92. Dans l'article 9 du décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection, les modifications suivantes sont apportées :
  a) A l'alinéa 1er, les termes " ou d'instituteur maternel chargé des cours en immersion " sont insérés entre les termes " fonction de recrutement d'instituteur maternel " et les termes " et porteurs du diplôme "
  b) Les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " Pour être nommés à la fonction de promotion de directeur d'école primaire dans l'enseignement de la Communauté française, les membres du personnel doivent :
  1° Etre nommés à la fonction de recrutement d'instituteur primaire ou d'instituteur primaire chargé des cours en immersion, de maître de morale, de maître de cours spéciaux, ou de maître de seconde langue;
  2° Etre porteurs d'un titre requis pour l'exercice d'une fonction de recrutement visée au 1°.
  Pour être nommés à la fonction de promotion de directeur d'école fondamentale dans l'enseignement de la Communauté française, les membres du personnel doivent :
  1° Etre nommés à la fonction de recrutement d'instituteur maternel, d'instituteur primaire ou d'instituteur maternel ou primaire chargé des cours en immersion, de maître de morale, de maître de cours spéciaux ou de maître de seconde langue;
  2° Etre porteurs d'un titre requis pour l'exercice d'une fonction de recrutement visée au 1° ".
Art. 93. Artikel 10, 1e en 2e lid, van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten wordt als volgt gewijzigd :
  " 2° houder zijn van het vereist bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau of van het niveau van het hoger secundair onderwijs voor dat wervingsambt. "
Art. 93. L'article 10, alinéa 1er, 2°, du décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection est modifié comme suit :
  " 2° être porteurs du titre requis du niveau supérieur ou du niveau secondaire supérieur pour cette fonction de recrutement. "
Art. 94. Artikel 10, 2e lid van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten wordt als volgt gewijzigd :
  " De personeelsleden benoemd tot de wervingsambten van begeleider in een centrum voor opvoeding en alternerende opleiding, houder van een bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot een ambt van leraar beroepspraktijk of leraar technische vakken en beroepspraktijk kunnen eveneens benoemd worden tot het ambt van werkmeester wanneer dat bekwaamheidsbewijs een bewijs is van het hogere niveau of van het niveau van het hoger secundair onderwijs. "
Art. 94. L'article 10, alinéa 2 du décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection est modifié comme suit :
  " Les membres du personnel nommés aux fonctions de recrutement (...) d'accompagnateur dans un centre d'éducation et de formation en alternance, porteurs d'un titre donnant accès à une fonction de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle peuvent également être nommés à la fonction de chef d'atelier lorsque ce titre est un titre du niveau supérieur ou du niveau secondaire supérieur. "
Art. 95. In het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten wordt artikel 27, opgeheven bij het decreet van 8 maart 2007, als volgt hersteld :
  " Artikel 27. De rechtsmiddelen die gewoonlijk van toepassing zijn op de Universiteiten, Hogescholen en Instellingen voor onderwijs voor sociale promotie, zijn van toepassing wat betreft de beslissingen door die instellingen genomen in het kader van de certificering van de opleidingen die zij geven krachtens dit hoofdstuk. In voorkomend geval worden de toepassingsmodaliteiten van die beroepswijzen door de instellingen aangepast aan de specificiteiten van dit decreet. "
Art. 95. Dans le décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection, l'article 27, abroge par le décret du 8 mars 2007 est rétabli comme suit :
  " Article 27. Les voies de recours habituellement applicables au sein des Universités, Hautes Ecoles et Etablissements d'enseignement de promotion sociale sont d'application pour ce qui concerne les décisions prises par ces établissements dans le cadre de la certification des formations qu'ils dispensent en vertu du présent chapitre. Le cas échéant, les modalités d'application de ces voies de recours sont adaptées par les établissements aux spécificités du présent décret. "
Art. 96. In artikel 20, § 2, a) van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs worden de woorden " 1200 dagen " vervangen door de woorden " 1800 dagen ".
Art. 96. Dans l'article 20, § 2, a), du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs, les termes " 1200 jours " sont remplacés par les termes " 1800 jours ".
Art. 97. Een nieuw artikel 26bis wordt ingevoegd in hetzelfde decreet, luidend als volgt :
  " Artikel 26bis. De rechtsmiddelen die gewoonlijk van toepassing zijn op de Universiteiten, Hogescholen en Instellingen voor onderwijs voor sociale promotie, zijn van toepassing wat betreft de beslissingen door die instellingen genomen in het kader van de certificering van de opleidingen die zij geven krachtens dit hoofdstuk. In voorkomend geval worden de toepassingsmodaliteiten van die beroepswijzen door de instellingen aangepast aan de specificiteiten van dit decreet. "
Art. 97. Un article 26bis nouveau est inséré dans le même décret, libellé comme suit :
  " Art. 26bis. Les voies de recours habituellement applicables au sein des Universités, Hautes Ecoles et Etablissements d'enseignement de promotion sociale sont d'application pour ce qui concerne les décisions prises par ces établissements dans le cadre de la certification des formations qu'ils dispensent en vertu de la présente sous-section. Le cas échéant, les modalités d'application de ces voies de recours sont adaptées par les établissements aux spécificités du présent décret. "
Art. 98. In artikel 35, § 1 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs worden het 2e en het 3e lid vervangen door hetgeen volgt :
  " Hij vraagt ook voor het onderwijs voor sociale promotie aan de personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 97, 1° tot 6°, van voornoemd koninklijk besluit van 22 maart 19669 hun kandidatuur in te dienen met bepaling van de instellingen waar zij zouden willen worden aangesteld. De in het 1e en het 2e lid bedoeld personeelsleden moeten minstens drie slaagattesten bezitten van de vormingsmodules bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1. ".
Art. 98. Dans l'article 35, § 1er du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " Il invite également, pour l'enseignement de promotion sociale, les membres du personnel répondant aux conditions de l'article 97, 1° à 6°, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 précité à introduire leur candidature en précisant les établissements où ils souhaitent être affectés. Les membres du personnel visés aux alinéas 1er et 2 doivent être détenteurs d'au moins trois attestations de réussite des modules de formation visés aux articles 17, § 1er et 18, § 1er. ".
Art. 99. In artikel 59, § 4, 1e lid, 3° van voornoemd decreet van 2 februari 2007 worden de woorden " van leraar lager onderwijs " ingevoegd tussen de woorden " van een diploma " en " van GLSO ".
Art. 99. Dans l'article 59, § 4, alinéa 1er, 3° du décret du 2 février 2007 précité, les termes " d'instituteur primaire, ou " sont insérés entre les termes " d'un diplôme " et les termes " d'AESI ".
Art. 100. Artikel 60, § 4, 1e lid, van voornoemd decreet van 2 februari 2007 wordt als volgt aangevuld :
  " 3° het vijf slaagattesten bekomen heeft van de opleidingen bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1 van dit decreet. "
Art. 100. L'article 60, § 4, alinéa 1er, du décret du 2 février 2007 précité est complété comme suit :
  " 3° d'avoir obtenu les cinq attestations de réussite des formations visées aux articles 17, § 1er et 18, § 1er du présent décret. "
Art. 101. In artikel 82, § 4, 1e lid, 3° van voornoemd decreet van 2 februari 2007 worden de woorden " van leraar lager onderwijs " ingevoegd tussen de woorden " van een diploma " en " van GLSO ".
Art. 101. Dans l'article 82, § 4, alinéa 1er, 3° du décret du 2 février 2007 précité, les termes " d'instituteur primaire, ou " sont insérés entre les termes " d'un diplôme " et les termes " d'AESI ".
Art. 102. Artikel 83, § 4, 1e lid, van voornoemd decreet van 2 februari 2007 wordt als volgt aangevuld :
  " 3° dat het vijf slaagattesten bekomen heeft van de opleidingen bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1 van dit decreet. "
Art. 102. L'article 83, § 4, alinéa 1er, du décret du 2 février 2007 précité est complété comme suit :
  " 3° d'avoir obtenu les cinq attestations de réussite des formations visées aux articles 17, § 1er et 18, § 1er du présent décret. "
Art. 103. Artikel 133 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " § 1. Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt binnen een ambt van directeur in de zin van artikel 2, § 1, 1° hetzij bij toepassing van artikel 2, § 1, 1°, hetzij bij toepassing van artikel 28, § 1, 2e lid van voornoemd decreet van 4 januari 1999 voor de inwerkingtreding van dit decreet, ofwel voor een oproep tot kandidaten gebeurd is krachtens artikel 35, § 1, wordt als prioritair beschouwd in de zin van artikel 35, § 2, 3e lid van dit decreet zodra het in het bezit is van de vijf slaagattesten.
  Het in het 1e lid bedoelde personeelslid dat ononderbroken tijdelijk aangesteld wordt sinds minstens twee jaar op 1 september 2008 wordt geacht twee evaluaties te hebben ondergaan waarvan de laatste geleid heeft tot de toekenning van de melding " positief ".
  Het in het 1e lid bedoelde personeelslid dat ononderbroken tijdelijk aangesteld wordt sinds minstens een jaar op 1 september 2008 wordt geacht een evaluatie te hebben ondergaan met als melding " positief ". Het wordt van rechtswege een tweede keer geëvalueerd vóór 1 september 2009.
  Voor het in het 1e lid bedoeld personeelslid, dat ononderbroken tijdelijk aangesteld is sinds minstens een jaar vanaf 1 september 2008 heeft de eerste evaluatie bedoeld in artikel 36, § 2, ten laatste plaats op 1 september 2009.
  De betrekkingen die bezet worden door de directeurs die ononderbroken tijdelijk aangesteld worden sinds minstens twee jaar op 1 september 2008 en op die datum ingeschreven waren voor de drie vormingsmodules bedoeld in artikel 17, § 1 van dit decreet, worden verwijderd van de oproep tot kandidaten die gebeurt overeenkomstig artikel 35, § 1, tot als zij hen gevolgd kunnen hebben en het certificaat voorgesteld kunnen hebben.
  § 2. Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt binnen een ambt van directeur in de zin van artikel 2, § 1, 1° in het onderwijs voor sociale promotie, hetzij vóór de inwerkingtreding van dit decreet, hetzij vóór er een oproep tot kandidaten gestart is krachtens artikel 35, § 1, wordt geacht prioritair te zijn in de zin van artikel 35, § 2, 3e lid van dit decreet zodra het in het bezit is van de vijf slaagattesten.
  Het in het 1e lid bedoelde personeelslid dat ononderbroken tijdelijk aangesteld wordt sinds minstens twee jaar op 1 september 2008 wordt geacht twee evaluaties te hebben ondergaan met als melding " positief ". Het wordt van rechtswege een tweede keer geëvalueerd vóór 1 september 2009.
  Voor het in het 1e lid bedoeld personeelslid, dat ononderbroken tijdelijk aangesteld is sinds minstens een jaar vanaf 1 september 2008 heeft de eerste evaluatie bedoeld in artikel 36, § 2, ten laatste plaats op 1 september 2009.
  De betrekkingen die bezet worden door de directeurs die ononderbroken tijdelijk aangesteld worden sinds minstens twee jaar op 1 september 2008 en op die datum ingeschreven waren voor de drie vormingsmodules bedoeld in artikel 17, § 1 van dit decreet, worden verwijderd van de oproep tot kandidaten die gebeurt overeenkomstig artikel 35, § 1, tot als zij hen gevolgd kunnen hebben en het certificaat voorgesteld kunnen hebben.
Art. 103. L'article 133 du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le membre du personnel désigné à titre temporaire dans une fonction de directeur au sens de l'article 2, § 1er, 1°, soit en application de l'article 28, § 1er, alinéa 2 du décret du 4 janvier 1999 précité avant l'entrée en vigueur du présent décret, soit avant qu'un appel aux candidats ait été lancé en vertu de l'article 35, § 1er, est réputé prioritaire au sens de l'article 35, § 2, alinéa 3 du présent décret dès qu'il est en possession des cinq attestations de réussite.
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis deux ans au moins au 1er septembre 2008 est réputé avoir fait l'objet de deux évaluations dont la dernière a conduit à l'attribution de la mention " favorable ".
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis un an au moins au 1er septembre 2008 est réputé avoir fait l'objet d'une évaluation ayant conduit à la mention " favorable ". Il est d'office évalué une seconde fois avant le 1er septembre 2009.
  Pour le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis moins d'un an à dater du 1er septembre 2008, la première évaluation visée à l'article 36, § 2, a lieu au plus tard le 1er septembre 2009.
  Sont soustraits à l'appel aux candidats, effectué conformément à l'article 35, § 1er, les emplois occupés par les directeurs désignés à titre temporaire de manière ininterrompue depuis au moins deux ans au 1er septembre 2008, qui, à cette date étaient inscrits aux trois modules de la formation visée à l'article 17, § 1er du présent décret, jusqu'à ce qu'ils aient pu les suivre et en présenter la certification.
  § 2. Le membre du personnel désigné à titre temporaire dans une fonction de directeur au sens de l'article 2, § 1er, 1° dans l'enseignement de promotion sociale, soit avant l'entrée en vigueur du présent décret, soit avant qu'un appel aux candidats ait été lancé en vertu de l'article 35, § 1er, est réputé prioritaire au sens de l'article 35, § 2, alinéa 3 du présent décret dès qu'il est en possession des cinq attestations de réussite.
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis deux ans au moins au 1er septembre 2008 est réputé avoir fait l'objet de deux évaluations dont la dernière a conduit à l'attribution de la mention " favorable ".
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis un an au moins au 1er septembre 2008 est réputé avoir fait l'objet d'une évaluation ayant conduit à la mention " favorable ". Il est d'office évalué une seconde fois avant le 1er septembre 2009.
  Pour le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, désigné à titre temporaire de manière ininterrompue depuis moins d'un an à dater du 1er septembre 2008, la première évaluation visée à l'article 36, § 2, a lieu au plus tard le 1er septembre 2009.
  Sont soustraits a l'appel aux candidats, effectué conformément à l'article 35, § 1er, les emplois occupés par les directeurs désignés à titre temporaire de manière ininterrompue depuis au moins deux ans au 1er septembre 2008, qui s'inscrivent aux trois modules de la formation visée à l'article 17, § 1er du présent décret, jusqu'à ce qu'ils aient pu les suivre et en présenter la certification. "
Art. 104. In artikel 135, § 1 van hetzelfde decreet, worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidend als volgt : " Het in het 1e lid bedoelde personeelslid kan ook aan de oproepingen tot de kandidaten antwoorden bedoeld in de artikelen 57 tot 60 van dit decreet voor een andere betrekking dan de betrekking dat het lid bezet en binnen die betrekking over de overgangsbepalingen beschikken bedoeld in het 1e lid. In dat kader :
  1° Kan het personeelslid dat tijdelijk benoemd is binnen het ambt van directeur van een kleuterschool of van directeur van een lagere school aan een oproep tot kandidaten antwoorden voor een ambt van directeur van een basisschool
  2° Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt binnen het ambt van directeur van een basisschool kan aan een oproep tot kandidaten antwoorden voor een ambt van directeur van een kleuterschool voor zover hij vóór zijn aanstelling tijdelijk aan de toegangsvoorwaarden beantwoord heeft betreffende zijn ambten vastgesteld in tabel II bedoeld in artikel 102 van dit decreet. "
Art. 104. Dans l'article 135, § 1er du même décret, deux nouveaux alinéas, rédigés comme suit sont insérés : " Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er peut également répondre aux appels aux candidats visés aux articles 57 à 60 du présent décret pour un autre emploi que celui qu'il occupe et bénéficier dans ce dernier des dispositions transitoires prévues à l'alinéa 1er. Dans ce cadre :
  1° Le membre du personnel désigné à titre temporaire dans la fonction de directeur d'école maternelle ou de directeur d'école primaire peut répondre à un appel aux candidats pour une fonction de directeur d'école fondamentale
  2° Le membre du personnel désigne à titre temporaire dans la fonction de directeur d'école fondamentale peut répondre à un appel aux candidats pour une fonction de directeur d'école primaire ou de directeur d'école maternelle pour peu qu'il ait répondu avant sa désignation à titre temporaire aux conditions d'accès respectives à ces fonctions fixées au tableau II visé à l'article 102 du présent décret. "
Art. 105. In artikel 136, § 1, van hetzelfde decreet, worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidend als volgt :
  " Het personeelslid bedoeld in het 1e lid kan eveneens antwoorden op de oproepen tot kandidaten bedoeld in de artikelen 80 tot 82 van dit decreet voor een andere betrekking dan de betrekking dat het lid bezet en binnen die betrekking over de overgangsbepalingen beschikken bedoeld in het 1e lid.
   In dat kader :
  1° Kan het personeelslid dat tijdelijk aangeworven is binnen het ambt van directeur van een kleuterschool of van directeur van een lagere school aan een oproep tot kandidaten antwoorden voor een ambt van directeur van een basisschool
  2° Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt binnen het ambt van directeur van een basisschool kan aan een oproep tot kandidaten antwoorden voor een ambt van directeur van een kleuterschool voor zover hij vóór zijn aanstelling tijdelijk aan de toegangsvoorwaarden beantwoord heeft betreffende zijn ambten vastgesteld in tabel II bedoeld in artikel 102 van dit decreet. "
Art. 105. Dans l'article 136, § 1er, du même décret, deux nouveaux alinéas, rédigés comme suit sont insérés :
  " Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er peut également répondre aux appels aux candidats visés aux articles 80 à 82 du présent décret pour un autre emploi que celui qu'il occupe et bénéficier dans ce dernier des dispositions transitoires prévues à l'alinéa 1er.
  Dans ce cadre :
  1° Le membre du personnel engagé à titre temporaire dans la fonction de directeur d'école maternelle ou de directeur d'école primaire peut répondre à un appel aux candidats pour une fonction de directeur d'école fondamentale
  2° Le membre du personnel engagé à titre temporaire dans la fonction de directeur d'école fondamentale peut répondre à un appel aux candidats pour une fonction de directeur d'école primaire ou de directeur d'école maternelle pour peu qu'il ait répondu avant son engagement à titre temporaire aux conditions d'accès respectives à ces fonctions fixées au tableau II visé à l'article 102 du présent décret. "
Art. 106. In artikel 140 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) In § 1, 2e lid, van voornoemd decreet van 2 februari 2007 worden de woorden " twee jaar) vervangen door de woorden " 3 jaar ";
  b) Een nieuwe § 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  § 4. De stage van de personeelsleden die tot de stage toegelaten zijn gedurende het schooljaar 2007 - 2008, wordt van rechtswege verlengd, behalve toepassing van artikel 33, §§ 2 tot 6 of van artikel 34 van dit decreet, tot als zij de vormingsmodules kunnen hebben volgen bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1 en er de certificering ervan voorbrengen. Die verlenging van de stage bedraagt maximaal 1 jaar. ".
Art. 106. Dans l'article 140 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  a) Dans le § 1er, alinéa 2, du décret du 2 février 2007 précité, les termes " deux ans " sont remplacés par les termes " 3 ans ";
  b) Un § 4 nouveau est inséré disposant ce qui suit :
  " § 4. Le stage des membres du personnel admis au stage pendant l'année scolaire 2007-2008, est prolongé de plein droit, sauf application de l'article 33, §§ 2 à 6 ou de l'article 34 du présent décret, jusqu'à ce qu'ils aient pu suivre les modules de formation visés aux articles 17, § 1er et 18, § 1er et en présenter la certification. Cette prolongation de stage est de maximum 1 an. ".
Art. 107. In tabel II van voornoemd decreet van 2 februari 2007 worden de rubrieken
Art. 107. Dans le tableau II du décret du 2 février 2007 précité, les rubriques " Directeur d'école maternelle ", " directeur d'école primaire " et " directeur d'école fondamentale " sont modifiées comme suit :
Directeur van een kleuterschoolKleuteronderwijzer, kleuteronderwijzer belast met de taalbadcursussen, kleuteronderwijzer belast met gebarentaalbadcursussenDiploma van kleuteronderwijzer

Modifications

</td><td valign="top">----------------------</td><td valign="top">----------------------</td></tr><tr><td valign="top">Directeur van een lagere school</td><td valign="top">a) Onderwijzer, onderwijzer belast met taalbadcursussen, onderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen<br/>  b) Leermeester bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, tweede taal, zedenleer, godsdienst)</td><td valign="top">a) Diploma van onderwijzer of GLSO<br/>  b) Diploma van onderwijzer of GLSO voor zover het gaat om een vereist bekwaamheidsbewijs of om een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor een van de ambten bedoeld in kolom 2.</td></tr><tr><td valign="top">--------------------</td><td valign="top">----------------------</td><td valign="top">----------------------</td></tr><tr><td valign="top">Directeur van een basisschool</td><td valign="top">a) Onderwijzer, onderwijzer belast met de taalbadcursussen; onderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen[q[ann]]<br/>   b) Leermeester bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, tweede taal, zedenleer, godsdienst)</td><td valign="top">a) Een van de volgende bekwaamheidsbewijzen : Diploma van kleuteronderwijzer of GLSO<br/>  b) Diploma van onderwijzer of diploma van kleuteronderwijzer of GLSO voor zover het gaat om een vereist bekwaamheidsbewijs of om een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor een van de ambten bedoeld in kolom 2.</td></tr></table>Directeur van een kleuterschoolKleuteronderwijzer, kleuteronderwijzer belast met de taalbadcursussen, kleuteronderwijzer belast met gebarentaalbadcursussenDiploma van kleuteronderwijzer----------------------------------------------------------------Directeur van een lagere schoola) Onderwijzer, onderwijzer belast met taalbadcursussen, onderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen
b) Leermeester bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, tweede taal, zedenleer, godsdienst)a) Diploma van onderwijzer of GLSO
b) Diploma van onderwijzer of GLSO voor zover het gaat om een vereist bekwaamheidsbewijs of om een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor een van de ambten bedoeld in kolom 2.----------------------------------------------------------------Directeur van een basisschoola) Onderwijzer, onderwijzer belast met de taalbadcursussen; onderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen[q[ann]]
b) Leermeester bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, tweede taal, zedenleer, godsdienst)a) Een van de volgende bekwaamheidsbewijzen : Diploma van kleuteronderwijzer of GLSO
b) Diploma van onderwijzer of diploma van kleuteronderwijzer of GLSO voor zover het gaat om een vereist bekwaamheidsbewijs of om een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor een van de ambten bedoeld in kolom 2.
Directeur d'école maternelleInstituteur maternel, instituteur maternel chargé des cours en immersion linguistique, instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signesDiplôme d'instituteur maternel

Modifications

</td><td valign="top">-----------------------</td><td valign="top">-----------------------</td></tr><tr><td valign="top">Directeur école primaire</td><td valign="top">a) Instituteur primaire, instituteur primaire chargé des cours en immersion linguistique, instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes<br/>  b) Maître de cours spéciaux (éducation physique, seconde langue, morale, religion)</td><td valign="top">a) Diplôme d'instituteur primaire ou AESI<br/>  b) Diplôme d'instituteur primaire ou AESI Pour autant qu'il s'agisse d'un titre requis ou d'un titre suffisant du groupe A pour une des fonctions visées à la colonne 2.</td></tr><tr><td valign="top">----------</td><td valign="top">-----------------------</td><td valign="top">-----------------------</td></tr><tr><td valign="top">Directeur école fondamentale</td><td valign="top">a) Instituteur maternel, instituteur maternel chargé des cours en immersion linguistique; instituteur primaire, instituteur primaire chargé des cours en immersion linguistique <br/>  b) Maître de cours spéciaux (éducation physique, seconde langue, morale, religion)</td><td valign="top">a) Un des titres suivants : Diplôme d'instituteur maternel Diplôme d'instituteur primaire ou AESI <br/>  b)Diplôme dinstituteur primaire ou diplôme dinstituteur maternel ou AESI Pour autant quil sagisse dun titre requis ou dun titre suffisant du groupe A pour une des fonctions visées à la colonne 2.</td></tr></table>Directeur d'école maternelleInstituteur maternel, instituteur maternel chargé des cours en immersion linguistique, instituteur maternel chargé des cours en immersion en langue des signesDiplôme d'instituteur maternel--------------------------------------------------------Directeur école primairea) Instituteur primaire, instituteur primaire chargé des cours en immersion linguistique, instituteur primaire chargé des cours en immersion en langue des signes
b) Maître de cours spéciaux (éducation physique, seconde langue, morale, religion)a) Diplôme d'instituteur primaire ou AESI
b) Diplôme d'instituteur primaire ou AESI Pour autant qu'il s'agisse d'un titre requis ou d'un titre suffisant du groupe A pour une des fonctions visées à la colonne 2.--------------------------------------------------------Directeur école fondamentalea) Instituteur maternel, instituteur maternel chargé des cours en immersion linguistique; instituteur primaire, instituteur primaire chargé des cours en immersion linguistique
b) Maître de cours spéciaux (éducation physique, seconde langue, morale, religion)a) Un des titres suivants : Diplôme d'instituteur maternel Diplôme d'instituteur primaire ou AESI
b)Diplôme dinstituteur primaire ou diplôme dinstituteur maternel ou AESI Pour autant quil sagisse dun titre requis ou dun titre suffisant du groupe A pour une des fonctions visées à la colonne 2.
HOOFDSTUK XIV. - De taalregeling.
CHAPITRE XIV. - Du régime linguistique.
Art. 108. In artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het 1e lid worden de woorden " of het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs " ingevoegd tussen de woorden " aanwerving steunt, " en " heeft behaald ";
  2° In het tweede lid worden de woorden " als hij in die taal een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs heeft behaald " ingevoegd tussen de woorden " vermeldt, " en " of zo hij een getuigschrift voorlegt ".
Art. 108. Dans l'article 15 de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 1er, les termes " ou le certificat d'enseignement secondaire supérieur " sont ajoutés entre le terme " recrutement " et les termes " ou s'il produit ";
  2° Au second alinéa, les termes ", s'il a obtenu dans cette langue le certificat d'enseignement secondaire supérieur, " sont insérés entre le terme " mention " et les termes " ou s'il produit ".
Art. 109. Artikel 1, § 5 van het decreet van 17 juli 2003 houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs wordt met een nieuw lid aangevuld, luidend als volgt :
  " De houders van het diploma van licentiaat in de Germaanse filologie, Germaanse taal- en letterkunde of moderne taal- en letterkunde, in voorkomend geval aangevuld met een diploma van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs, alsook d licentiaten vertaler-tolk worden geacht hun grondige kennis te hebben bewezen met het oog op het taalbadonderwijs wat betreft de taal(talen) vermeld op hun diploma. "
Art. 109. L'article 1er, § 5 du décret du 17 juillet 2003 portant des dispositions générales relatives à l'enseignement en langue d'immersion et diverses mesures en matière d'enseignement est complété d'un alinéa nouveau, libelle comme suit :
  " Les porteurs du diplôme de licencié en philologie germanique, langues et littératures germaniques ou langues et littérature modernes, complétés le cas échéant par un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, de même que les licenciés interprètes ou traducteurs sont réputés avoir fait la preuve de leur connaissance approfondie en vue de l'enseignement de cours en langue d'immersion pour ce qui concerne la(les) langue(s) mentionnée(s) sur leur diplôme. "
HOOFDSTUK XV. - De zonale commissies voor het beheer van de betrekkingen.
CHAPITRE XV. - Des Commissions zonales de gestion des emplois.
Art. 110. In artikel 12 van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, wordt het 1e lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Bij het Ministerie van de Franse Gemeenschap worden zonale commissies voor personeelsbeheer voor het gespecialiseerd gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan, kunstonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie opgericht. Wat het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs betreft wordt in elke zone een zonale commissie opgericht, zoals hierna opgenomen :
  - Zone 1 : Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  - Zone 2 : Provincie Waals-Brabant
  - Zone 4 : Provincie Luik
  - Zone 6 : Provincie Namen
  - Zone 7 : Provincie Luxemburg
  - Zone 8 : Regio Doornik/West-Henegouwen
  - Zone 9 : Regio Bergen/Henegouwen centrum
  - Zone 10 : Regio Charleroi/Zuid-Henegouwen ".
Art. 110. A l'article 12 du décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " Il est créé, auprès du Ministère de la Communauté française des Commissions zonales de gestion des emplois pour les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, artistique et de promotion sociale libres subventionnés. En ce qui concerne l'enseignement libre subventionné de caractère confessionnel, il est institué une commission zonale dans chaque zone définie ci-dessous :
  - Zone 1 : Région de Bruxelles-capitale
  - Zone 2 : Province du Brabant-wallon
  - Zone 4 : Province de Liège
  - Zone 6 : Province de Namur
  - Zone 7 : Province du Luxembourg
  - Zone 8 : Région Tournai/Hainaut Occidental
  - Zone 9 : Région Mons/Hainaut Centre
  - Zone 10 : Région Charleroi/Hainaut Sud ".
TITEL III. - Inwerkingtreding.
TITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 111. Dit decreet treedt in werking op 1 februari 2009 met uitzondering van de artikelen 18 tot 27 die uitwerking hebben met ingang van 1 februari 2008, van de hoofdstukken V en IX van titel II en de artikelen 35 tot 39, 41 tot 45, 62 tot 65, 99, 101, 104, 105 en 110 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008.
Art. 111. Le présent décret entre en vigueur le 1er février 2009, à l'exception des articles 18 à 27 qui produisent leurs effets le 1er février 2008, des chapitres V et IX du titre II et des articles 35 à 39, 41 à 45, 62 à 65, 99, 101, 104, 105 et 110 qui produisent leurs effets au 1er septembre 2008.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. (Bijlage niet vertaald, zie franse versie).
Art. N. Tableau de correspondance entre intitulés de cours.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 10-03-2009, p. 21070-21129).