Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 JULI 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan en houdende wijzigingen van diverse bepalingen betreffende de controle van afwezigheden wegens ziekte van de personeelsleden
Titre
31 JUILLET 2009. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 16 mars 2001 relatif aux congés et aux absences accordés à certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire et modifiant diverses dispositions relatives aux contrôles des absences pour maladie des membres du personnel
Informations sur le document
Numac: 2009009580
Datum: 2009-07-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009009580
Date: 2009-07-31
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, gewijzigd bij het koninklijk besluiten van 14 juli 2004 en 12 juli 2006 worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 3° opgeheven;
  2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : " 6° het personeel van de steundienst. ";
  3° paragraaf 4, eerste lid wordt aangevuld als volgt : " 10° het verwittigen van de dienst van een afwezigheid ten gevolge van een ziekte of een ongeval, in toepassing van artikel 57, met uitzondering van het vierde lid, en de mogelijkheid voor het personeelslid om te opteren voor het gebruik van één dag jaarlijks vakantieverlof in het geval van een ongerechtvaardigde afwezigheid van één dag, in toepassing van artikel 58, § 2, zesde lid. ".
Article 1er. Dans l'article 1 de l'arrêté royal du 16 mars 2001 relatif aux congés et aux absences accordés à certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire, modifié par l'arrêté royal du 14 juillet 2004 et l'arrêté royal du 12 juillet 2006 les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1, le 3° est abrogé;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er est complété comme suit : " 6° le personnel du service d'appui. ";
  3° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété comme suit : " 10° à la communication au service d'une absence par suite de maladie ou d'accident, en application de l'article 57 à l'exception de l'alinéa 4, et à la possibilité pour le membre du personnel de choisir l'utilisation d'un jour de congé annuel de vacances dans le cas d'une absence injustifiée d'un jour, en application de l'article 58, § 2, alinéa 6. ".
Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt : " 1° aan de secretarissen- hoofden van dienst en de secretarissen, door de hoofdsecretaris; ";
  2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden " en aan de personeelsleden die een bijzondere graad bekleden ingesteld door de Koning, overeenkomstig artikel 185, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek " opgeheven.
Art. 2. A l'article 6, du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° alinéa 2, 1° est remplacé par le texte suivant : " 1° aux secrétaires-chef de service et aux secrétaires, par le secrétaire en chef; ";
  2° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " et aux membres du personnel titulaires d'un grade de qualification particulière créé par le Roi conformément à l'article 185, alinéa 1er, du Code judiciaire " sont abrogés.
Art. 3. In artikel 9, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt het woord " vrouwelijk " geschrapt.
Art. 3. Dans l'article 9, § 1er, alinéa 4, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 juillet 2004, le mot " féminin " est supprimé.
Art. 4. Artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Dit verlof wordt toegestaan voor de normale duur van de stage of van de proefperiode. Indien het statuut geen stage of proefperiode voorziet is de maximumduur van dit verlof beperkt tot 2 jaar. "
Art. 4. L'article 13, alinéa 2, du même arrêté est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Ces congés sont accordés pour une période qui correspond à la durée normale du stage ou de la période d'essai. Si le statut ne prévoit pas de stage ni de période d'essai, la durée maximum de ces congés est limitée à 2 ans. "
Art. 5. In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluit van 12 juli 2006, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd, luidende :
  " De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan in toepassing van artikel 25, derde lid, mag niet meer dan één week bestrijken. "
Art. 5. Dans l'article 22 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 12 juillet 2006, est inséré entre les alinéas 1er et 2 l'alinéa suivant :
  " La rémunération due pour la prolongation du congé postnatal accordée en application de l'article 25, alinéa 3, ne peut couvrir plus d'une semaine. "
Art. 6. In de Nederlandse tekst van artikel 23, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluit van 12 juli 2006, worden de woorden " in bevallingsverlof " vervangen door de woorden " in moederschapsverlof ".
Art. 6. Dans le texte néerlandais de l'article 23, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 12 juillet 2006, les mots " in bevallingsverlof " sont remplacés par les mots " in moederschapsverlof ".
Art. 7. In artikel 25 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het tweede en derde lid wordt het volgende lid ingevoegd, luidende :
  " Op vraag van het vrouwelijke personeelslid wordt de periode van arbeidsonderbreking na de negende week, verlengd met één week, wanneer het vrouwelijke personeelslid afwezig is geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap gedurende de ganse periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht. ";
  2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden " in het tweede lid " vervangen door de woorden " in het tweede en het derde lid ".
Art. 7. A l'article 25 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 14 juillet 2004 et modifié par l'arrêté royal du 12 juillet 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa suivant, rédigé comme suit, est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
  " A la demande du membre du personnel féminin, la période d'interruption de travail est prolongée, après la neuvième semaine, d'une période d'une semaine, lorsque le membre du personnel féminin a été absent pour maladie due à la grossesse pendant l'ensemble de la période à partir de la sixième semaine avant la date réelle de l'accouchement ou à partir de la huitième semaine lorsqu'une naissance multiple est attendue. ";
  2° dans l'ancien alinéa 3, qui est devenu l'alinéa 4, les mots " de l'alinéa 2 " sont remplacés par les mots " des alinéas 2 et 3 ".
Art. 8. Een artikel 38bis wordt ingevoegd in hetzelfde besluit, luidende : " Art. 38bis. Een personeelslid dat ziek wordt in de loop van de dag en van zijn hiërarchische chef of korpschef de toelating krijgt het werk te verlaten, om zich naar huis te begeven of medische zorgen te ontvangen, bekomt een dienstvrijstelling. "
Art. 8. Un article 38bis , rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté : " Art. 38bis. Un membre du personnel qui tombe malade au cours de la journée et qui obtient de son chef hiérarchique ou de son chef de corps, l'autorisation de quitter le travail afin de rentrer chez lui ou de recevoir des soins médicaux, obtient une dispense de service. "
Art. 9. In artikel 39, § 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 43 " vervangen door de woorden " artikel 42 en 43 ".
Art. 9. Dans l'article 39, § 1er, 2°, du même arrêté, les mots " à l'article 43 " sont remplacés par les mots " aux articles 42 et 43 ".
Art. 10. Artikel 43 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De verlofdagen wegens ziekte ingevolge een arbeidsongeval dat, of een beroepsziekte die, het personeelslid overkomen is bij een vorige werkgever, worden niet in aanmerking genomen om het aantal verlofdagen te bepalen dat het personeelslid nog krachtens artikel 38 kan krijgen, voor zover dat het personeelslid vergoedingen blijft genieten voor de ganse periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 22 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, in artikel 34 van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 of in iedere equivalente norm. "
Art. 10. L'article 43 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
  " Les jours de congé de maladie accordés à la suite d'un accident du travail ou d'une maladie professionnelle dont le membre du personnel a été victime chez un précédent employeur, ne sont pas pris en considération pour déterminer le nombre de jours de congé que le membre du personnel peut encore obtenir en vertu de l'article 38, pour autant que le membre du personnel continue à bénéficier, pendant toute la période d'incapacité temporaire de travail, des indemnités visées à l'article 22 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents de travail, à l'article 34 des lois relatives à la réparation des maladies professionnelles, coordonnées le 3 juin 1970 ou par toute norme équivalente. "
Art. 11. Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 45. Het ten gevolge van ziekte of ongeval afwezige personeelslid staat onder het geneeskundig toezicht van het in het derde lid bedoelde bestuur, overeenkomstig de artikelen 57 tot 60.
  Onverminderd de op het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelslid van toepassing zijnde bepalingen, staat het personeelslid dat afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval onder het geneeskundig toezicht van het in het derde lid bedoelde bestuur.
  Het Bestuur van de medische expertise wordt aangewezen om de controle uit te voeren op de afwezigheden ten gevolge van ziekte of ongeval. "
Art. 11. L'article 45 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 45. Le membre du personnel absent pour maladie ou accident est sous le contrôle médical de l'administration visée à l'alinéa 3, conformément aux articles 57 à 60.
  Sans préjudice des dispositions applicables au membre du personnel engagé dans les liens d'un contrat de travail, le membre du personnel absent pour maladie ou accident se trouve sous le contrôle médical de l'administration visée à l'alinéa 3.
  L'Administration de l'expertise médicale est désignée pour contrôler les absences par suite de maladie ou d'accident. "
Art. 12. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 46. Met het oog op zich opnieuw aan te passen aan het normale arbeidsritme, kan een personeelslid zijn ambt met verminderde prestaties wegens ziekte uitoefenen. Deze verminderde prestaties moeten onmiddellijk aansluiten bij een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van tenminste dertig dagen.
  De afwezigheden van een personeelslid tijdens deze periode worden met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.
  De verminderde prestaties worden elke dag verricht, tenzij de arts van het Bestuur van de medische expertise uitdrukkelijk anders beslist. "
Art. 12. L'article 46 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 46. En vue de se réadapter au rythme normal de travail, un membre du personnel peut exercer ses fonctions par prestations réduites pour maladie. Ces prestations réduites doivent succéder directement à une absence ininterrompue pour maladie d'au moins trente jours.
  Les absences d'un membre du personnel pendant cette période sont assimilées à une période d'activité de service.
  Les prestations réduites s'effectuent chaque jour à moins que le médecin de l'administration de l'expertise médicale n'en décide autrement. "
Art. 13. In artikel 47 van hetzelfde besluit, worden de woorden " de Sociaal-medische Rijksdienst " vervangen door de woorden " het Bestuur van de medische expertise ".
Art. 13. Dans l'article 47 du même arrêté les mots " l'Office médico-social de l'Etat " sont remplacés par les mots " l'Administration de l'expertise médicale ".
Art. 14. Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 48. Het wegens ziekte afwezige personeelslid dat verminderde prestaties wegens ziekte of een verlenging bedoeld in artikel 50, tweede lid, wenst te genieten, dient het advies verkregen te hebben van de arts van het Bestuur van de medische expertise ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de verminderde prestaties.
  Dit personeelslid dient een geneeskundig getuigschrift en een plan voor reïntegratie voor te leggen van zijn behandelend arts. In het plan voor reïntegratie vermeldt de behandelende arts de vermoedelijke datum van de volledige werkhervatting. "
Art. 14. L'article 48 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 48. Le membre du personnel absent pour cause de maladie qui désire bénéficier de prestations réduites pour cause de maladie ou d'une prorogation visée à l'article 50 alinéa 2, doit avoir obtenu l'avis du médecin de l'Administration de l'expertise médicale au moins cinq jours ouvrables avant le début des prestations réduites.
  Ce membre de personnel doit produire un certificat médical et un plan de réintégration établis par son médecin traitant. Dans le plan de réintégration, le médecin traitant mentionne la date probable de reprise intégrale du travail. "
Art. 15. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 49. § 1. De arts van het Bestuur van de medische expertise spreekt zich uit over diens medische geschiktheid om zijn ambt ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties opnieuw op te nemen. Deze overhandigt zo spoedig mogelijk, eventueel na raadpleging van diegene die het in artikel 48 bedoelde geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan het personeelslid. Indien het personeelslid op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de arts van het Bestuur van de medische expertise, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift.
  § 2. Binnen twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen door de arts van het Bestuur van de medische expertise, kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medische geschil en in onderling akkoord een arts-scheidsrechter aanwijzen. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de lijst die in uitvoering van voornoemde wet werd vastgesteld.
  De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.
  De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van het personeelslid, vallen ten laste van de verliezende partij.
  De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de arts van het Bestuur van de medische expertise op de hoogte van zijn beslissing. Het Bestuur van de medische expertise en het personeelslid worden onmiddellijk schriftelijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd door de arts- scheidsrechter. "
Art. 15. L'article 49 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 49. § 1er. Le médecin de l'Administration de l'expertise médicale se prononce sur l'aptitude médicale du membre du personnel à reprendre ses fonctions à concurrence de 50 %, de 60 % ou de 80 % des prestations normales. Celui-ci remet aussi rapidement que possible, éventuellement après consultation de celui qui délivre le certificat médical visé à l'article 48, ses constatations écrites au membre du personnel. Si le membre du personnel ne peut à ce moment marquer son accord avec les constatations du médecin de l'Administration de l'expertise médicale, ceci sera acté par ce dernier sur l'écrit précité.
  § 2. Dans les deux jours ouvrables qui suivent la remise des constatations par le médecin de l'Administration de l'expertise médicale, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical et de commun accord, un médecin-arbitre. Si aucun accord ne peut être conclu dans les deux jours ouvrables, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical, un médecin-arbitre qui satisfait aux dispositions de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle et figure sur la liste fixée en exécution de la loi précitée.
  Le médecin-arbitre effectue l'examen médical et statue sur le litige médical dans les trois jours ouvrables qui suivent sa désignation. Toutes autres constatations demeurent couvertes par le secret professionnel.
  Les frais de cette procédure, ainsi que les éventuels frais de déplacement du membre du personnel, sont à charge de la partie perdante.
  Le médecin-arbitre porte sa décision à la connaissance de celui qui a délivré le certificat médical et du médecin de l'Administration de l'expertise médicale. L'Administration de l'expertise médicale et le membre du personnel en sont immédiatement avertis par écrit, par lettre recommandée à la poste, par le médecin-arbitre. "
Art. 16. Artikel 50 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 50. Het personeelslid zal zijn ambt opnieuw kunnen opnemen ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties voor een periode van maximum dertig kalenderdagen.
  Nochtans mogen verlengingen worden toegestaan voor ten hoogste dezelfde periode, indien het Bestuur van de medische expertise bij een nieuw onderzoek oordeelt dat de gezondheidstoestand van het personeelslid dit wettigt. De bepalingen van artikel 49 zijn van toepassing.
  Bij elk onderzoek oordeelt het Bestuur van de medische expertise welk arbeidsstelsel het meest geschikt is. "
Art. 16. L'article 50 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 50. Le membre du personnel peut reprendre ses fonctions à concurrence de 50 %, de 60 % ou de 80 % des prestations normales pour une période de trente jours calendrier au maximum.
  Toutefois, des prorogations peuvent être accordées pour une période ayant au maximum la même durée, si l'Administration de l'expertise médicale estime, lors d'un nouvel examen, que l'état de santé du membre du personnel le justifie. Les dispositions de l'article 49 sont applicables.
  A chaque examen, l'Administration de l'expertise médicale décide quel est le régime de travail le mieux approprié. "
Art. 17. Hoofdstuk IX van hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 51 tot 60, wordt vervangen als volgt :
  " HOOFDSTUK IX. - Disponibiliteit wegens ziekte
  Art. 51. Onverminderd artikel 42 is het personeelslid dat wegens ziekte afwezig is na het maximum aantal verlofdagen hem toegekend bij artikel 38, van rechtswege in disponibiliteit wegens ziekte.
  Het personeelslid behoudt zijn recht op bevordering en op bevordering in zijn weddeschaal.
  De artikelen 43 en 45 zijn van toepassing op het personeelslid in disponibiliteit wegens ziekte.
  Art. 52. De disponibiliteit van de personeelsleden wordt uitgesproken door de Minister van Justitie.
  Art. 53. Het personeelslid dat in disponibiliteit wegens ziekte is, ontvangt een wachtgeld gelijk aan 60 procent van zijn laatste activiteitswedde.
  Het bedrag van dit wachtgeld mag echter in geen geval lager liggen dan :
  1° de vergoedingen dat het personeelslid in dezelfde toestand zou ontvangen indien de sociale zekerheidsregeling op hem toepasselijk was geweest sinds het begin van zijn afwezigheid;
  2° het pensioen dat het personeelslid zou verkregen hebben indien het, op de datum van zijn indisponibiliteitstelling, tot de vervroegde oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid was toegelaten.
  De laatste activiteitswedde is deze welke verschuldigd was overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop het personeelslid zich in disponibiliteit bevond.
  Art. 54. In afwijking van artikel 53, ontvangt het personeelslid dat in disponibiliteit wegens ziekte is een maandelijks wachtgeld dat gelijk is aan het bedrag van zijn laatste activiteitswedde indien de ziekte waaraan hij lijdt door het Bestuur van de medische expertise als een ernstige en langdurige ziekte wordt erkend. De arts van het Bestuur van de medische expertise bepaalt de aanvangsdatum van het recht.
  Art. 55. De disponibiliteit wegens ziekte maakt geen einde aan de stelsels van loopbaanonderbreking bedoeld in hoofdstuk XI, noch aan het verlof voor verminderde prestaties bedoeld in hoofdstuk XII, noch aan de stelsels van halftijdse vervroegde uittreding en van vrijwillige vierdagenweek zoals bedoeld in de wet van 10 april 1995 betreffende de arbeidsherverdeling in de openbare sector.
  Voor de toepassing van artikel 54, is de laatste activiteitswedde deze, welke verschuldigd was overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop het personeelslid zich in disponibiliteit bevond.
  Art. 56. De Minister van Justitie beslist, volgens de behoeften van de dienst en na advies van de rechterlijke overheden, of de betrekking waarvan het in disponibiliteit gestelde personeelslid titularis was, als vacant moet worden beschouwd.
  Hij kan die beslissing nemen zodra de disponibiliteit van het personeelslid één jaar bereikt. "
Art. 17. Le chapitre IX du même arrêté, comprenant les articles 51 à 60, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " CHAPITRE IX. - Disponibilité pour maladie
  Art. 51. Sans préjudice de l'article 42, le membre du personnel qui est absent pour maladie après avoir atteint le nombre de jours de congé accordés en vertu de l'article 38 se trouve de plein droit en disponibilité pour maladie.
  Le membre du personnel garde ses titres à la promotion et à l'avancement dans son échelle de traitement.
  Les articles 43 et 45 sont applicables au membre du personnel en disponibilité pour maladie.
  Art. 52. La mise en disponibilité des membres du personnel est prononcée par le Ministre de la Justice.
  Art. 53. Le membre du personnel en disponibilité pour maladie reçoit un traitement d'attente égal à 60 pour cent de son dernier traitement d'activité.
  Toutefois, le montant de ce traitement d'attente ne peut en aucun cas être inférieur :
  1° aux indemnités que le membre du personnel obtiendrait dans la même situation si le régime de la sécurité sociale lui avait été applicable dès le début de son absence;
  2° à la pension que le membre du personnel obtiendrait si, à la date de sa mise en disponibilité, il avait été admis à la retraite anticipée pour cause d'inaptitude physique.
  Le dernier traitement d'activité est celui qui était dû en raison du régime de prestations qui était celui au moment où le membre du personnel s'est trouvé en disponibilité.
  Art. 54. Par dérogation à l'article 53, le membre du personnel en disponibilité pour maladie reçoit un traitement d'attente mensuel égal au montant de son dernier traitement d'activité si la maladie dont il souffre est reconnue par l'Administration de l'expertise médicale comme une maladie grave et de longue durée. Le médecin de l'Administration de l'expertise médicale détermine la date d'ouverture du droit.
  Art. 55. La disponibilité pour maladie ne met pas fin aux régimes de l'interruption de la carrière professionnelle visés au chapitre XI, ni au congé pour prestations réduites visé au chapitre XII, ni aux régimes du départ anticipé à mi-temps et de la semaine volontaire de quatre jours visés à la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public.
  Pour l'application de l'article 54, le dernier traitement d'activité est celui qui était dû en raison du régime de prestations qui était celui appliqué au moment où le membre du personnel s'est trouvé en disponibilité.
  Art. 56.Le Ministre de la Justice décide, selon les nécessités du service et après avis des autorités judiciaires, si l'emploi dont était titulaire le membre du personnel en disponibilité, doit être considéré comme vacant.
  Il peut prendre cette décision dès que la disponibilité du membre du personnel atteint un an. "
Art. 18. Een hoofdstuk IXbis wordt ingevoegd in hetzelfde besluit, luidende :
  " HOOFDSTUK IXbis. - Controle op de afwezigheden tengevolge van ziekte of ongeval
  Art. 57. Het personeelslid, dat wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn ambt normaal uit te oefenen, is verplicht de overheid waaronder hij ressorteert hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen volgens de modaliteiten bepaald door de Minister van Justitie.
  Voor een afwezigheid wegens ziekte of ongeval die langer duurt dan één dag, dient het personeelslid zo snel mogelijk een geneeskundig getuigschrift in bij het Bestuur van de medische expertise. Het geneeskundig getuigschrift maakt melding van de ziekte, de waarschijnlijke duur ervan, de verblijfplaats van het personeelslid en of het personeelslid zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven.
  In afwijking van de bepalingen van het tweede lid, dient het personeelslid onmiddellijk een medisch getuigschrift in bij het Bestuur van de medische expertise wanneer de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval maar één dag bedraagt en wanneer het personeelslid tijdens het lopende kalenderjaar reeds twee maal afwezig geweest is ten gevolge van ziekte of ongeval met een duur van één dag zonder een medisch getuigschrift.
  Indien het personeelslid het nalaat van een geneeskundig getuigschrift in te dienen bij het Bestuur van de medische expertise overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, dan bevindt het zich van rechtswege in non-activiteit.
  Art. 58. § 1. Het personeelslid is verplicht de arts die aangeduid is door het Bestuur van de medische expertise en die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde, hierna de controlearts genoemd, te ontvangen of in te gaan op de oproep om zich aan te melden bij de controlearts. Het personeelslid kan het medisch onderzoek niet weigeren.
  De controle van het personeelslid kan gebeuren op vraag van de overheid waaronder het personeelslid ressorteert of op initiatief van het Bestuur van de medische expertise.
  De controle van het personeelslid kan gebeuren vanaf de eerste dag van de afwezigheid en tijdens de volledige periode van de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval.
  Het medisch onderzoek vindt plaats in de woon- of verblijfplaats van het personeelslid. Wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, oordeelt dat de gezondheidstoestand van het personeelslid hem toelaat zich naar een andere plaats te begeven, dan kan het personeelslid ook worden opgeroepen door het Bestuur van de medische expertise om zich voor een onderzoek aan te melden bij de controlearts. Wanneer de controlearts het personeelslid niet aantreft op de aangegeven woon- of verblijfplaats, dan laat hij een bericht achter. Behoudens wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift aan het personeelslid heeft afgeleverd, oordeelt dat zijn gezondheidstoestand hem niet toelaat zich naar een andere plaats te begeven, moet het personeelslid zich op het vermelde uur aanmelden bij de controlearts.
  Wanneer het personeelslid zich niet naar een andere plaats mag begeven, maar op het ogenblik van de controle afwezig was, wegens redenen van overmacht, brengt hij de controlearts onmiddellijk hiervan op de hoogte, zodat een nieuwe controle kan plaatshebben.
  Het personeelslid dat het medisch onderzoek weigert of die het de controlearts onmogelijk maakt om het medisch onderzoek uit te voeren wordt van rechtswege in non-activiteit geplaatst. "
  § 2. De controlearts gaat na of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval gerechtvaardigd is en kan daarbij hoogstens constateren dat :
  1° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is,
  2° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is voor een kortere periode dan vermeld werd in het geneeskundig getuigschrift;
  3° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch ongerechtvaardigd is.
  De controlearts oefent zijn opdracht uit overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde.
  De controlearts overhandigt onmiddellijk, eventueel na raadpleging van diegene die het in artikel 57 bedoelde geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan het personeelslid. Indien het personeelslid op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift.
  In het geval bedoeld in het eerste lid, 2° en 3° gaat de werkhervatting in respectievelijk op de door de controlearts vastgestelde datum of, onverminderd artikel 59, op de eerste dag volgend op het onderzoek.
  Wanneer het personeelslid één dag afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval en geen arts heeft geraadpleegd, en de controlearts oordeelt na medisch onderzoek dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval niet gerechtvaardigd is, dan bevindt het personeelslid zich van rechtswege in non-activiteit.
  Niettemin kan het personeelslid opteren voor het gebruik van één dag jaarlijks vakantieverlof met akkoord van de overheid waaronder het ressorteert, voor een afwezigheid van één dag waarvoor het personeelslid geen arts geraadpleegd heeft wanneer de controlearts geoordeeld heeft dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval ongerechtvaardigd is.
  Art. 59. Binnen twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen door de controlearts, kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medische geschil en in onderling akkoord een arts-scheidsrechter aanwijzen. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de lijst die in uitvoering van voornoemde wet werd vastgesteld.
  Het Bestuur van de medische expertise kan de controlearts en het personeelslid kan diegene die hem het geneeskundig getuigschrift overhandigd heeft, uitdrukkelijk machtiging geven om de arts-scheidsrechter aan te wijzen.
  De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.
  Indien de arts-scheidsrechter een negatieve beslissing neemt, wordt de periode tussen de datum van werkhervatting bepaald door de controlearts en de datum van de beslissing van de arts-scheidsrechter, omgezet in non-activiteit.
  De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van het personeelslid, vallen ten laste van de verliezende partij.
  De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de controlearts op de hoogte van zijn beslissing. Het Bestuur van de medische expertise en het personeelslid worden schriftelijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd.
  Art. 60. Wanneer een personeelslid tijdens een afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval in het buitenland wil verblijven, moet hij hiervoor voorafgaand de toestemming krijgen van het Bestuur van de medische expertise. "
Art. 18. Il est inséré dans le même arrêté un chapitre IXbis rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IXbis. - Contrôle des absences par suite de maladie ou d'accident
  Art. 57. Le membre du personnel, qui, par suite de maladie ou accident, est empêché d'exercer normalement sa fonction, est tenu d'informer l'autorité dont il relève immédiatement selon des modalités fixées par le Ministre de la Justice.
  Pour une absence pour maladie ou accident d'une durée supérieure à un jour, le membre du personnel introduit le plus rapidement possible un certificat médical auprès de l'Administration de l'expertise médicale. Le certificat médical mentionne la maladie, la durée probable de celle-ci, la résidence du membre du personnel et si le membre du personnel peut se déplacer ou non en vue d'un contrôle.
  Par dérogation aux dispositions de l'alinéa 2, le membre du personnel introduit immédiatement un certificat médical auprès de l'Administration de l'expertise médicale lorsque l'absence par suite de maladie ou d'accident ne comporte qu'un seul jour et qu'à deux reprises au cours de l'année civile en cours, le membre du personnel a déjà été absent par suite de maladie ou d'accident pour une durée d'un seul jour sans un certificat médical.
  Si le membre du personnel omet d'introduire un certificat médical auprès de l'Administration de l'expertise médicale conformément aux dispositions du présent article, il se trouve de plein droit en non-activité.
  Art. 58. § 1er. Le membre du personnel est tenu de recevoir le médecin désigné par l'Administration de l'expertise médicale satisfaisant aux dispositions de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle, dénommé ci-après médecin-contrôleur, ou de répondre à la convocation lui demandant de se présenter auprès de ce médecin-contrôleur. Le membre du personnel ne peut pas refuser l'examen médical.
  Le contrôle du membre du personnel peut se faire à la demande de l'autorité dont relève le membre du personnel ou sur l'initiative de l'Administration de l'expertise médicale.
  Le contrôle du membre du personnel peut se faire à partir du premier jour d'absence et pendant la totalité de la période d'absence par suite de maladie ou d'accident.
  L'examen médical a lieu au domicile ou au lieu de résidence du membre du personnel. Lorsque le médecin qui a délivré le certificat médical estime que l'état de santé du membre du personnel lui permet de se déplacer, ce dernier peut être aussi convoqué par l'Administration de l'expertise médicale à se présenter chez le médecin-contrôleur pour un examen médical. Lorsque le médecin-contrôleur ne trouve pas le membre du personnel au domicile ou au lieu de résidence indiqué, il laisse un message. Sauf dans le cas où le médecin qui a délivré le certificat médical au membre du personnel estime que l'état de santé de ce dernier ne lui permet pas de se déplacer, le membre du personnel doit se rendre chez le médecin-contrôleur à l'heure indiquée.
  Lorsque le membre du personnel ne peut pas se déplacer, mais était absent lors du contrôle pour cas de force majeure, il en informe immédiatement le médecin-contrôleur, afin qu'un nouveau contrôle puisse avoir lieu.
  Le membre du personnel qui refuse ou rend impossible l'exécution de l'examen médical par le médecin-contrôleur est placé de plein droit en non-activité. "
  § 2. Le médecin-contrôleur vérifie si l'absence par suite de maladie ou d'accident est justifiée et peut constater tout au plus à cet égard que :
  1° l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement justifiée,
  2° l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement justifiée pour une période plus courte que celle mentionnée sur le certificat médical;
  3° l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement injustifiée.
  Le médecin-contrôleur exerce sa mission conformément aux dispositions de l'article 3 de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle.
  Le médecin-contrôleur remet immédiatement, éventuellement après consultation de celui qui délivre le certificat médical visé à l'article 57, ses constatations écrites au membre du personnel. Si le membre du personnel ne peut à ce moment marquer son accord avec les constatations du médecin-contrôleur, ceci sera acté par ce dernier sur l'écrit précité.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 2° et 3° la reprise du travail prend respectivement cours à la date fixée par le médecin-contrôleur ou, sans préjudice à l'article 59, le premier jour suivant celui de l'examen
  Lorsque le membre du personnel est absent par suite de maladie ou d'accident un jour, et qu'il ne s'est pas fait examiner par un médecin, et que le médecin-contrôleur estime après examen médical que l'absence par suite de maladie ou d'accident n'est pas justifiée, le membre du personnel se trouve de plein droit en non-activité
  Le membre du personnel peut toutefois opter pour l'utilisation d'un jour de congé annuel de vacances avec l'accord de l'autorité dont il relève, pour une absence d'un jour pour laquelle il ne s'est pas fait examiner par un médecin lorsque le médecin-contrôleur a estimé que l'absence par suite de maladie ou d'accident n'est pas justifiée.
  Art. 59. Dans les deux jours ouvrables qui suivent la remise des constatations par le médecin de l'Administration de l'expertise médicale, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical et de commun accord, un médecin-arbitre. Si aucun accord ne peut être conclu dans les deux jours ouvrables, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical, un médecin-arbitre qui satisfait aux dispositions de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle et figure sur la liste fixée en exécution de la loi précitée.
  L'Administration de l'expertise médicale peut donner au médecin-contrôleur et le membre du personnel peut donner à celui qui a rédigé le certificat médical, un mandat exprès pour la désignation du médecin-arbitre.
  Le médecin-arbitre effectue l'examen médical et statue sur le litige médical dans les trois jours ouvrables qui suivent sa désignation. Toutes autres constatations demeurent couvertes par le secret professionnel.
  Si le médecin-arbitre prend une décision négative, la période entre la date de reprise du travail fixée par le médecin-contrôleur et la date de la décision du médecin-arbitre, est convertie en non-activité.
  Les frais de cette procédure, ainsi que les éventuels frais de déplacement du membre du personnel, sont à charge de la partie perdante.
  Le médecin-arbitre porte sa décision à la connaissance de celui qui a délivré le certificat médical et du médecin-contrôleur. L'Administration de l'expertise médicale et le membre du personnel sont avertis par écrit, par lettre recommandée à la poste.
  Art. 60. Lorsqu' un membre du personnel veut séjourner à l'étranger pendant une absence par suite de maladie ou accident, il doit recevoir à cet effet, l'autorisation préalable de l'Administration de l'expertise médicale. "
Art. 19. Artikel 73, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Het adoptieverlof, het opvangverlof, het moederschapsverlof en het vaderschapsverlof stellen een einde aan de stelsels van voltijdse en halftijdse loopbaanonderbreking. "
Art. 19. L'article 73, alinéa 2, du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 14 juillet 2004, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Le congé d'adoption, le congé d'accueil, le congé de maternité et le congé de paternité mettent fin aux régimes d'interruption de carrière à temps plein et à mi-temps. "
Art. 20. In artikel 87 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2, derde lid, wordt aangevuld als volgt :
  " Een wijziging van de werkkalender tijdens een lopende periode van verminderde prestaties moet steeds ingaan op de eerste dag van de maand. "
  2° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De machtiging om verminderde prestaties te leveren wordt toegekend voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vierentwintig maanden.
  Het personeelslid dat verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid wenst te genieten bij toepassing van dit artikel, deelt aan de minister van Justitie de datum mee waarop de verminderde prestaties zullen aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens drie maanden vóór de aanvang van de verminderde prestaties, tenzij de minister op verzoek van de betrokkene een kortere periode aanvaardt.
  Voor elke verlenging wordt een aanvraag van het betrokken personeelslid vereist. Zij moet ten minste een maand voor het verstrijken van het lopende verlof worden ingediend. "
Art. 20. A l'article 87 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2, alinéa 3, est complété par l'alinéa suivant :
  " Une modification du calendrier de travail pendant une période de prestations réduites en cours, doit toujours prendre cours le premier jour du mois. "
  2° le § 3 est remplacé par le suivant :
  " § 3. L'autorisation d'exercer des prestations réduites est accordée pour une période de trois mois au moins et de vingt-quatre mois au plus.
  Le membre du personnel qui désire bénéficier de prestations réduites pour convenance personnelle en application du présent article, communique au ministre de la Justice la date à laquelle les prestations réduites prendront cours ainsi que leur durée. Cette communication se fait par écrit au moins trois mois avant le début des prestations réduites, à moins que le ministre, à la demande de l'intéressé, n'accepte une période plus courte.
  Chaque prorogation est subordonnée à une demande du membre du personnel intéressé, introduite au moins un mois avant l'expiration du congé en cours. "
Art. 21. Artikel 90, 1°, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " 1° moederschapsverlof, vaderschapsverlof, ouderschapsverlof, adoptieverlof en opvangverlof; ".
Art. 21. L'article 90, 1°, du même arrêté, est remplacé par le texte suivant :
  " 1° congé de maternité, de paternité, congé parental, congé d'adoption et congé d'accueil; "
Art. 22. Dit besluit treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 5, 6 en 7 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006, met uitzondering van artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2001 en met uitzondering van artikelen 1, 2° en 2, 1°, die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2008.
Art. 22. Le présent arrêté entre en vigueur le lendemain de sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles 5, 6 et 7 qui produisent leurs effets le 1 septembre 2006, à l'exception de l'article 8 qui produit ses effets le 1 mai 2001 et à lexception des articles 1, 2° et 2, 1° qui produisent leurs effets le 1 décembre 2008.
Art. 23. De Ministers van Volksgezondheid en van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Trapani, 31 juli 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 23. Les Ministres de la Santé publique et de la Justice sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Trapani, le 31 juilllet 2009.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Santé publique,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK