Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 JUNI 2009. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het arbeidshof te Bergen
Titre
7 JUIN 2009. - Arrêté royal établissant le règlement particulier de la cour du travail de Mons
Informations sur le document
Numac: 2009009417
Datum: 2009-06-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009009417
Date: 2009-06-07
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. § 1. Het arbeidshof bestaat uit 10 kamers.
  § 2. De kamers nemen kennis :
  a) de eerste,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen in eerste aanleg door de voorzitters van de arbeidsrechtbanken;
  2° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de geschillen betreffende de instelling en de werking van de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk;
  3° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de verkiezingen in de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk;
  4° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake het ontslag van de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk;
  5° het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de vorderingen op grond van de ontslagbeschermingregelingen in afwijking van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  6° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de geschillen betreffende de toepassing van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  7° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken over de betwistingen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk;
  8° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van de discriminatie tussen mannen en vrouwen;
  9° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
  10° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen op grond van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
  11° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen die hun oorzaak vinden in de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs;
  12° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen op grond van de wet van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg;
  13° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de toepassing van de administratieve geldboeten in geval van inbreuk op sommige sociale wetten;
  14° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in een aangelegenheid die niet onder de bevoegdheid van de andere kamers van het hof valt overeenkomstig dit reglement;
  15° van de toepassing van tuchtstraffen en van het hoger beroep tegen tuchtstraffen;
  16° van het hoger beroep gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden bedoeld in artikel 578, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek.
  b) de tweede, derde en achtste,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 578 en 579 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van die welke toegekend zijn aan de eerste kamer.
  c) de vierde, vijfde en negende,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden bedoeld in artikel 580 van het Gerechtelijk Wetboek, met inbegrip van de beslissingen gewezen met betrekking tot het beroep tegen de beslissingen van de administratieve kamer, ingesteld bij programmawet I van 27 december 2006, titel XIII " Aard van de arbeidsrelaties ", met uitzondering van die welke toegekend zijn aan de zevende kamer;
  2° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de geschillen bedoeld in artikel 582, 7°, van het Gerechtelijk Wetboek.
  d) de zesde,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden bedoeld in artikel 581 van het Gerechtelijk Wetboek, met inbegrip van de beslissingen gewezen over het beroep tegen de beslissingen van de administratieve kamer, ingesteld bij programmawet I van 27 december 2006, titel XIII " Aard van de arbeidsrelaties ", met uitzondering van die welke toegekend zijn aan de eerste kamer.
  e) de zevende,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de tegemoetkomingen aan personen met een handicap en de maatschappelijke integratie van personen met een handicap alsmede de betwistingen inzake medische onderzoeken uitgevoerd met het oog op de toekenning van sociale of fiscale voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn afgeleid van een sociaal recht of van de sociale bijstand;
  2° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken tegen de betwistingen in verband met maatschappelijke dienstverlening;
  3° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen in verband met maatschappelijke integratie;
  4° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake het beroep inzake juridische bijstand;
  5° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de betwistingen met betrekking tot de toepassing van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, met betrekking tot de schending van de rechten die aan de begunstigden van de opvang worden gewaarborgd.
  f) de vierde, vijfde, zesde, zevende en negende,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de wetten en reglementen houdende regeling van de respectieve aangelegenheden.
  g) de tiende,
  1° van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken inzake de collectieve schuldenregeling.
  § 3. De zevende kamer fungeert als bureau voor rechtsbijstand.
  § 4. Daarenboven kan elke kamer, overeenkomstig de verdeling gedaan door de eerste voorzitter, kennis nemen van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden waarvan zij kennis moeten nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen die niet vermeld zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 5. Wanneer een geschil ontstaat over de toewijzing van een zaak aan een kamer, wordt het voorgelegd aan de eerste voorzitter en beslist hij of deze gewijzigd moet worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 88, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Article 1er. § 1er. La cour du travail se compose de dix chambres.
  § 2. Les chambres connaissent :
  a) la première,
  1° des appels des décisions rendues en premier ressort par les présidents des tribunaux du travail;
  2° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations relatives à l'institution et au fonctionnement des conseils d'entreprises et des comités pour la prévention et la protection du travail;
  3° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail en matière d'élections aux conseils d'entreprises et aux comités pour la prévention et la protection du travail;
  4° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail en matière de licenciement des délégués du personnel aux conseils d'entreprises et aux comités pour la prévention et la protection du travail ainsi que des candidats délégués du personnel;
  5° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les demandes fondées sur les régimes de protection contre le licenciement dérogeant à la législation sur le contrat de travail;
  6° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les différends quant à l'application de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  7° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations relatives à la violence et au harcèlement moral ou sexuel au travail;
  8° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations fondées sur la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes;
  9° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations fondées sur la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination;
  10° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations fondées sur la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie;
  11° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les contestations qui trouvent leur origine dans la loi du 20 décembre 2002 portant protection des conseillers en prévention;
  12° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations fondées sur la loi du 15 mai 2007 relative à l'indemnisation des dommages résultant des soins de santé;
  13° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur l'application des amendes administratives en cas d'infraction à certaines lois sociales;
  14°des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans une matière qui ne relève pas des attributions des autres chambres de la cour en application du présent règlement;
  15° de l'application des peines disciplinaires et de l'appel des peines infligées en matière disciplinaire;
  16° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières visées à l'article 578, 1° du Code judiciaire.
  b) les deuxième, troisième et huitième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières visées aux articles 578 et 579 du Code judiciaire à l'exception de celles attribuées à la première chambre.
  c) les quatrième, cinquième et neuvième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières visées à l'article 580 du Code judiciaire, en ce compris celles rendues sur les recours contre les décisions de la chambre administrative instaurée par la loi-programme I du 27 décembre 2006, en son titre XIII intitulé " Nature des relations de travail ", à l'exception de celles attribuées à la septième chambre;
  2° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les litiges visés à l'article 582, 7°, du Code judiciaire.
  d) la sixième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières visées à l'article 581 du Code judiciaire, en ce compris celles rendues sur les recours contre les décisions de la chambre administrative instaurée par la loi-programme I du 27 décembre 2006, en son titre XIII intitulé " Nature des relations de travail ", à l'exception de celles attribuées à la première chambre.
  e) la septième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail en matière d'allocations aux personnes handicapées et d'intégration sociale des personnes handicapées ainsi que sur les contestations en matière d'examens médicaux effectués en vue de l'attribution d'avantages sociaux ou fiscaux qui découlent directement ou indirectement d'un droit social ou de l'assistance sociale;
  2° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations en matière d'aide sociale;
  3° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations en matière d'intégration sociale;
  4° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les recours en matière d'aide juridique;
  5° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur les contestations relatives à l'application de la loi du 12 janvier 2007 relative à l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines catégories d'étrangers en ce qui concerne la violation des droits garantis aux bénéficiaires de l'accueil.
  f) les quatrième, cinquième, sixième, septième et neuvième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail sur l'application des sanctions administratives prévues par les lois et règlements régissant les matières qui leur sont respectivement attribuées.
  g) la dixième,
  1° des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail en matière de règlement collectif de dettes.
  § 3. La septième chambre fait office de bureau d'assistance judiciaire.
  § 4. Chaque chambre peut en outre connaître, selon la répartition qui est faite par le premier président, de l'appel des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières dont ils ont à connaître en vertu de dispositions légales ou réglementaires non visées aux articles 578 à 583 du Code judiciaire.
  § 5. Lorsqu'un litige survient au sujet de la distribution d'une cause à une chambre, il est soumis au premier président aux fins de décider s'il y a lieu de la modifier, conformément aux dispositions de l'article 88, alinéa 2, du Code judiciaire.
Art. 2. § 1. De kamers houden zitting als volgt :
  a) de eerste kamer op de eerste, derde en vierde vrijdag van de maand, om 9 uur;
  b) de tweede kamer op de eerste, tweede, derde en vierde maandag van de maand, om 9 uur;
  c) de derde kamer op de eerste, tweede, derde en vierde dinsdag van de maand, om 14 uur;
  d) de vierde kamer op de eerste, tweede, derde en vierde woensdag van de maand, om 9 uur;
  e) de vijfde kamer op de eerste, tweede, derde en vierde donderdag van de maand, om 9 uur;
  f) de zesde kamer op de tweede vrijdag van de maand, om 9 uur;
  g) de zevende kamer op de eerste en derde woensdag van de maand, om 14 uur;
  h) de achtste kamer op de tweede en vierde woensdag van de maand, om 14 uur;
  i) de negende kamer op de tweede en vierde donderdag van de maand, om 14 uur;
  j) de tiende kamer op de eerste en derde dinsdag van de maand, om 9 uur.
  § 2. De zaken kunnen voor de bevoegde kamers worden ingeleid met het oog op de kennisneming ervan in elke zitting, met uitzondering van het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de arbeidsrechtbanken in de aangelegenheden bedoeld in artikel 578, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, die enkel ingeleid kunnen worden voor de tweede, derde of achtste kamer.
  In de aangelegenheden waarvan de arbeidsrechtbanken kennis moeten nemen overeenkomstig de wettelijke of regelgevende bepalingen die niet vermeld zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek, worden de zaken ingeleid voor de eerste kamer.
  § 3. Wanneer een zaak op de rol van een kamer gebracht is en op de inleidende zitting niet aangehouden wordt of niet tot een bepaalde dag uitgesteld wordt om te worden bepleit, kan zij door de eerste voorzitter toegewezen worden aan een andere kamer met dezelfde bevoegdheid en, wanneer eenzelfde kamer twee zetels heeft, aan een ervan.
  Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kunnen de zaken die zijn toegewezen aan de tweede, derde en achtste kamer, wanneer zij vallen onder de aangelegen bedoeld in artikel 578, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, door de eerste voorzitter toegewezen worden aan de eerste kamer en wanneer zij twee zetels heeft, aan een ervan.
Art. 2. § 1er. Les chambres tiennent leurs audiences :
  a) la première chambre : les premier, troisième et quatrième vendredis du mois à 9 heures;
  b) la deuxième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième lundis du mois à 9 heures;
  c) la troisième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mardis du mois à 14 heures;
  d) la quatrième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mercredis du mois à 9 heures;
  e) la cinquième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième jeudis du mois à 9 heures;
  f) la sixième chambre : le deuxième vendredi du mois à 9 heures;
  g) la septième chambre : les premier et troisième mercredis du mois à 14 heures;
  h) la huitième chambre : les deuxième et quatrième mercredis du mois à 14 heures;
  i) la neuvième chambre : les deuxième et quatrième jeudis du mois à 14 heures;
  j) la dixième chambre : les premier et troisième mardis du mois à 9 heures.
  § 2. Les causes peuvent être introduites devant les chambres compétentes pour en connaître à chacune de leurs audiences, à l'exception des appels des décisions rendues par les tribunaux du travail dans les matières visées à l'article 578, 1°, du Code judiciaire, lesquels ne peuvent être introduits que devant la deuxième, la troisième ou la huitième chambre.
  Dans les matières dont les tribunaux du travail ont à connaître en vertu de dispositions légales ou réglementaires non visées aux articles 578 à 583 du Code judiciaire, les causes sont introduites devant la première chambre.
  § 3 Lorsqu'une affaire portée au rôle d'une chambre n'a été ni retenue à l'audience d'introduction ni remise à une date déterminée pour être plaidée, elle peut être distribuée par le premier président à une autre chambre dont les attributions sont identiques et, lorsque deux sièges assurent le service d'une même chambre, à l'un de ceux-ci.
  Lorsque les nécessités du service le justifient, les causes distribuées aux deuxième, troisième et huitième chambres peuvent lorsqu'elles relèvent des matières visées par l'article 578, 1°, du Code judiciaire, être distribuées par le premier président à la première chambre et lorsque deux sièges assurent le service de celle-ci, à l'un d'eux.
Art. 3. De zittingen duren minstens drie uur, de beraadslagingen niet inbegrepen.
Art. 3. Les audiences durent au moins trois heures, non compris les délibérés.
Art. 4. De kamers kunnen, naar gelang van de behoeften van de dienst, buitengewone zittingen houden, waarvan zij zelf de dagen en uren bepalen nadat toestemming van de eerste voorzitter werd verkregen.
Art. 4. Les chambres peuvent, selon les besoins du service, tenir des audiences extraordinaires dont elles fixent elles-mêmes les jours et heures après avoir obtenu l'accord du premier président.
Art. 5. Indien de behoeften van de dienst het vergen, kan de eerste voorzitter, na advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, beslissen dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden op de dagen en uren die hij bepaalt.
Art. 5. Le premier président peut, lorsque les besoins du service l'exigent et après avoir pris l'avis du procureur général, décider de faire tenir, par une ou plusieurs chambres, des audiences supplémentaires dont il fixe les jours et heures.
Art. 6. De eerste voorzitter kan, na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, het aantal zittingen en de bevoegdheden van de kamers tijdelijk wijzigen.
Art. 6. Le premier président peut, après avoir pris l'avis du procureur général, modifier temporairement le nombre et les attributions des chambres.
Art. 7. De eerste voorzitter bepaalt, na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen en wijst de magistraten en raadsheren in sociale zaken aan die de dienst waarnemen; hij kan altijd die tabel wijzigen met het oog op de behoeften van de dienst.
Art. 7. Le premier président fixe, après avoir pris l'avis du procureur général, les jours et heures des audiences de vacation et désigne les magistrats et conseillers sociaux qui devront en assurer le service; il peut, en tout temps, modifier ce tableau en fonction des nécessités du service.
Art. 8. Het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep, wordt opgeheven.
Art. 8. L'arrêté royal du 20 août 1985 établissant le règlement particulier de la cour est abrogé.
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2009.
Art. 10. De Minister bevoegd voor Werk en de Minister bevoegd voor Justitie zijn, elk wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 7 juni 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 10. La Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 7 juin 2009.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme J. MILQUET
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK