Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
31 JULI 2009. - Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-09-2009 en tekstbijwerking tot 30-04-2014)
Titre
31 JUILLET 2009. - Loi modifiant la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et en réassurances et à la distribution d'assurances et de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-09-2009 et mise à jour au 30-04-2014)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et en réassurances et à la distribution d'assurances
Art. 2. In artikel 10 van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, gewijzigd bij de wet van 11 april 1999, het koninklijk besluit van 25 maart 2003, de wet van 22 februari 2006 en de wet van 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
b) in de bepaling onder 6°bis, eerste lid, wordt de zin " Hij dient bij te dragen tot de financiering van bedoelde klachtenregeling. " vervangen door de volgende zin : " Hij dient bij te dragen tot de financiering van bedoelde klachtenregeling en in te gaan op elk verzoek om informatie dat hij in het kader van die regeling ontvangt. ";
c) in de bepaling onder 6°bis, derde lid, wordt,tussen het tweede en het derde streepje, een streepje ingevoegd, luidende :
" - de toetredingsmodaliteiten tot de buitengerechtelijke klachtenregeling; Hij kan de CBFA ook gelasten om de aanvragen om toetreding en uittreding te verzamelen en het systeem daarvan in kennis te stellen; ";
d) in de bepaling onder 6°bis, derde lid, wordt het derde streepje, waarvan de bestaande tekst het vierde streepje zal vormen, aangevuld met de volgende woorden :
" Hij kan ook de modaliteiten voor de betaling van de bijdragen regelen en de CBFA met de inning van die bijdragen belasten; ";
e) er wordt een bepaling onder 8° ingevoegd,luidende :
" 8° Voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tussenpersoon. "
a) de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
b) in de bepaling onder 6°bis, eerste lid, wordt de zin " Hij dient bij te dragen tot de financiering van bedoelde klachtenregeling. " vervangen door de volgende zin : " Hij dient bij te dragen tot de financiering van bedoelde klachtenregeling en in te gaan op elk verzoek om informatie dat hij in het kader van die regeling ontvangt. ";
c) in de bepaling onder 6°bis, derde lid, wordt,tussen het tweede en het derde streepje, een streepje ingevoegd, luidende :
" - de toetredingsmodaliteiten tot de buitengerechtelijke klachtenregeling; Hij kan de CBFA ook gelasten om de aanvragen om toetreding en uittreding te verzamelen en het systeem daarvan in kennis te stellen; ";
d) in de bepaling onder 6°bis, derde lid, wordt het derde streepje, waarvan de bestaande tekst het vierde streepje zal vormen, aangevuld met de volgende woorden :
" Hij kan ook de modaliteiten voor de betaling van de bijdragen regelen en de CBFA met de inning van die bijdragen belasten; ";
e) er wordt een bepaling onder 8° ingevoegd,luidende :
" 8° Voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tussenpersoon. "
Art. 2. A l'article 10 de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et en réassurances et à la distribution d'assurances, modifié par la loi du 11 avril 1999, l'arrêté royal du 25 mars 2003, la loi du 22 février 2006 et la loi du 1er mars 2007, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 2° est abrogé;
b) au 6°bis, alinéa 1er, la phrase " Il est tenu de contribuer au financement dudit système " est remplacée par la phrase suivante : " Il est tenu de contribuer au financement dudit système et de donner suite à toute demande d'information qui lui serait adressée dans le cadre du traitement des plaintes via ce système. ";
c) au 6°bis, alinéa 3, un tiret rédigé comme suit est inséré entre les deuxième et troisième tirets :
" - les modalités d'adhésion au système extrajudiciaire de traitement des plaintes; Il peut également charger la CBFA de récolter les demandes et retraits d'adhésion et d'en informer le système; ";
d) au 6°bis, alinéa 3, le troisième tiret, dont le texte actuel formera le quatrième tiret, est complété par les mots :
" Il peut également régler les modalités du paiement des cotisations et charger la CBFA du recouvrement de ces cotisations; ";
e) il est inséré un 8° rédigé comme suit :
" 8° Se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et aux arrêtés d'exécution de celle-ci, pour autant que l'intermédiaire intéressé soit soumis à cette législation. ".
a) le 2° est abrogé;
b) au 6°bis, alinéa 1er, la phrase " Il est tenu de contribuer au financement dudit système " est remplacée par la phrase suivante : " Il est tenu de contribuer au financement dudit système et de donner suite à toute demande d'information qui lui serait adressée dans le cadre du traitement des plaintes via ce système. ";
c) au 6°bis, alinéa 3, un tiret rédigé comme suit est inséré entre les deuxième et troisième tirets :
" - les modalités d'adhésion au système extrajudiciaire de traitement des plaintes; Il peut également charger la CBFA de récolter les demandes et retraits d'adhésion et d'en informer le système; ";
d) au 6°bis, alinéa 3, le troisième tiret, dont le texte actuel formera le quatrième tiret, est complété par les mots :
" Il peut également régler les modalités du paiement des cotisations et charger la CBFA du recouvrement de ces cotisations; ";
e) il est inséré un 8° rédigé comme suit :
" 8° Se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et aux arrêtés d'exécution de celle-ci, pour autant que l'intermédiaire intéressé soit soumis à cette législation. ".
Art. 3. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 april 1999, het koninklijk besluit van 25 maart 2003, de wet van 22 februari 2006 en de wet van 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) [1 ...]1
b) [2 ...]2
c) er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, luidende :
" § 3bis. In afwijking van paragraaf 3 :
1° blijft, voor de personen die in het register van de verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest krachtens de bij artikel 18 vastgestelde overgangsmaatregelen in verband met de beroepskennis, zoals dat was opgesteld vóór het werd gewijzigd bij de wet van 22 februari 2006, en daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest, de vrijstelling verworven van de verplichting om het bewijs te leveren dat zij over de vereiste beroepskennis beschikken, wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven, ongeacht de categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen;
2° hoeven de andere dan de in de bepaling onder 1° bedoelde personen die al in het register van de verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest, maar daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest, wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft, niet te bewijzen dat zij voldoen aan de vereisten inzake beroepskennis waaraan zij bij hun vorige inschrijving al geacht werden te voldoen.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen.
De in het vorige lid bepaalde afwijkingen zijn niet van toepassing als de weglating uit het register voortvloeit uit een schrappingsmaatregel die is genomen op grond van een inbreuk op de vereisten inzake beroepskennis.
De bepalingen van de vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing op de personen die als verantwoordelijken voor de distributie zijn aangewezen. ";
d) [2 ...]2
e) [2 ...]2
a) [1 ...]1
b) [2 ...]2
c) er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, luidende :
" § 3bis. In afwijking van paragraaf 3 :
1° blijft, voor de personen die in het register van de verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest krachtens de bij artikel 18 vastgestelde overgangsmaatregelen in verband met de beroepskennis, zoals dat was opgesteld vóór het werd gewijzigd bij de wet van 22 februari 2006, en daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest, de vrijstelling verworven van de verplichting om het bewijs te leveren dat zij over de vereiste beroepskennis beschikken, wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven, ongeacht de categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen;
2° hoeven de andere dan de in de bepaling onder 1° bedoelde personen die al in het register van de verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest, maar daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest, wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft, niet te bewijzen dat zij voldoen aan de vereisten inzake beroepskennis waaraan zij bij hun vorige inschrijving al geacht werden te voldoen.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen.
De in het vorige lid bepaalde afwijkingen zijn niet van toepassing als de weglating uit het register voortvloeit uit een schrappingsmaatregel die is genomen op grond van een inbreuk op de vereisten inzake beroepskennis.
De bepalingen van de vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing op de personen die als verantwoordelijken voor de distributie zijn aangewezen. ";
d) [2 ...]2
e) [2 ...]2
Art. 3. A l'article 11 de la même loi, modifié par la loi du 11 avril 1999, l'arrêté royal du 25 mars 2003, la loi du 22 février 2006 et la loi du 1er mars 2007, les modifications suivantes sont apportées :
a) [1 ...]1
b) [2 ...]2
c) il est inséré un paragraphe 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Par dérogation au paragraphe 3 :
1° pour les personnes qui ont été inscrites au registre des intermédiaires d'assurances sous le bénéfice des mesures transitoires en matière de connaissancesprofessionnelles fixées par l'article 18, tel qu'il étaitrédigé avant sa modification par la loi du 22 février 2006, et qui ont été omises du registre, la dispense d'apporter la preuve des connaissances professionnelles reste acquise en cas de demande de réinscription dans les cinq ans, quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle porte la nouvelle demande.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les personnes précitées ne doivent pas produire lecertificat de l'enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°;
2° les personnes autres que celles visées au 1° qui ont déjà été inscrites au registre des intermédiairesd'assurances mais qui en ont été omises, ne doivent pas, en cas de demande de réinscription dans les cinq ans et quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle porte la nouvelle demande, prouver qu'elles satisfont aux exigences en matière de connaissances professionnelles auxquelles elles avaient déjà été considérées comme satisfaisant lors de leur précédente inscription.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les personnes précitées ne doivent pas produire le certificat de l'enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°.
Les dérogations prévues à l'alinéa précédent ne sont pas applicables si l'omission du registre résulte d'une mesure de radiation pour cause de manquement aux exigences en matière de connaissances professionnelles.
Les dispositions des alinéas précédents sont applicables par analogie aux personnes qui ont été désignées comme responsables de la distribution. ";
d) [2 ...]2
e) [2 ...]2
a) [1 ...]1
b) [2 ...]2
c) il est inséré un paragraphe 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Par dérogation au paragraphe 3 :
1° pour les personnes qui ont été inscrites au registre des intermédiaires d'assurances sous le bénéfice des mesures transitoires en matière de connaissancesprofessionnelles fixées par l'article 18, tel qu'il étaitrédigé avant sa modification par la loi du 22 février 2006, et qui ont été omises du registre, la dispense d'apporter la preuve des connaissances professionnelles reste acquise en cas de demande de réinscription dans les cinq ans, quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle porte la nouvelle demande.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les personnes précitées ne doivent pas produire lecertificat de l'enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°;
2° les personnes autres que celles visées au 1° qui ont déjà été inscrites au registre des intermédiairesd'assurances mais qui en ont été omises, ne doivent pas, en cas de demande de réinscription dans les cinq ans et quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle porte la nouvelle demande, prouver qu'elles satisfont aux exigences en matière de connaissances professionnelles auxquelles elles avaient déjà été considérées comme satisfaisant lors de leur précédente inscription.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les personnes précitées ne doivent pas produire le certificat de l'enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°.
Les dérogations prévues à l'alinéa précédent ne sont pas applicables si l'omission du registre résulte d'une mesure de radiation pour cause de manquement aux exigences en matière de connaissances professionnelles.
Les dispositions des alinéas précédents sont applicables par analogie aux personnes qui ont été désignées comme responsables de la distribution. ";
d) [2 ...]2
e) [2 ...]2
Art. 4. In artikel 13bis, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " in artikel 10, eerste lid, 2°, 4°, 6°bis en 7° " vervangen door de woorden " in artikel 10, eerste lid, 4°, 6°bis en 7° ".
Art. 4. Dans l'article 13bis, § 2, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 22 février 2006 et modifié par la loi du 1er mars 2007, les mots " de l'article 10, alinéa 1er, 2°, 4°, 6°bis et 7° " sont remplacés par les mots " de l'article 10, alinéa 1er, 4°, 6°bis et 7° ".
Art. 5. In artikel 16 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 februari 2006, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 16 de la même loi, remplacé par la loi du 22 février 2006, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 6. In artikel 17, § 1, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " in artikel 10, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 6°bis, 7°, en 10bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 10, eerste lid, 3°, 4°, 5°, 6°, 6°bis, 7°, en 10bis ".
Art. 6. Dans l'article 17, § 1er, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 22 février 2006 et modifié par la loi du 1er mars 2007, les mots " aux articles 10, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 6°bis, 7°, et 10bis " sont remplacés par les mots " aux articles 10, alinéa 1er, 3°, 4°, 5°, 6°, 6°bis, 7°, et 10bis ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers
Art. 8. Artikel 8, eerste lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, wordt aangevuld met een bepaling onder 11°, luidende :
" 11° voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tussenpersoon. ".
" 11° voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tussenpersoon. ".
Art. 8. L'article 8, alinéa 1er, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, est complété par un 11° rédigé comme suit :
" 11° se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et aux arrêtés d'exécution de celle-ci, pour autant que l'intermédiaire intéressé soit soumis à cette législation. ".
" 11° se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et aux arrêtés d'exécution de celle-ci, pour autant que l'intermédiaire intéressé soit soumis à cette législation. ".
Art. 9. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Een agent in bank- en beleggingsdiensten mag geen mandaat of volmacht hebben op een rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is, noch zelf financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden. "
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
" § 5. Wanneer de bevoegde autoriteit vaststelt dat de samenwerking tussen een agent in bank- en beleggingsdiensten en zijn principaal wordt beëindigd, schrapt zij de betrokken agent uit het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, na hem daarvan vooraf in kennis te hebben gesteld. ".
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Een agent in bank- en beleggingsdiensten mag geen mandaat of volmacht hebben op een rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is, noch zelf financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden. "
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
" § 5. Wanneer de bevoegde autoriteit vaststelt dat de samenwerking tussen een agent in bank- en beleggingsdiensten en zijn principaal wordt beëindigd, schrapt zij de betrokken agent uit het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, na hem daarvan vooraf in kennis te hebben gesteld. ".
Art. 9. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Un agent en services bancaires et en services d'investissement ne peut disposer d'aucun mandat ni d'aucune procuration sur un compte de ses clients, si ce n'est sur les comptes des membres de sa famille qui font partie de son ménage et des sociétés commerciales dont il est le dirigeant effectif, ni détenir ou garder en dépôt des instruments financiers ou des livres de comptes de ses clients. "
2° L'article est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Lorsque l'autorité compétente constate qu'il est mis fin à la collaboration entre un agent en services bancaires et d'investissement et son mandant, elle radie l'agent concerné du registre des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement, après en avoir averti celui-ci au préalable. ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Un agent en services bancaires et en services d'investissement ne peut disposer d'aucun mandat ni d'aucune procuration sur un compte de ses clients, si ce n'est sur les comptes des membres de sa famille qui font partie de son ménage et des sociétés commerciales dont il est le dirigeant effectif, ni détenir ou garder en dépôt des instruments financiers ou des livres de comptes de ses clients. "
2° L'article est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Lorsque l'autorité compétente constate qu'il est mis fin à la collaboration entre un agent en services bancaires et d'investissement et son mandant, elle radie l'agent concerné du registre des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement, après en avoir averti celui-ci au préalable. ".
Art. 10. In artikel 11 § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt :
" 3° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op rekening gelden en financiële instrumenten ontvangen en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat of volmacht hebben op een rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is, noch zelf financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden. ".
" 3° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op rekening gelden en financiële instrumenten ontvangen en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat of volmacht hebben op een rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is, noch zelf financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden. ".
Art. 10. Dans l'article 11, § 1er, de la même loi, le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° il ne peut à aucun moment recevoir et garder des fonds et des instruments financiers, ni en espèces ni sur un compte, ou se trouver dans une position débitrice à l'égard de l'épargnant ou de l'investisseur; il ne peut disposer d'aucun mandat ni d'aucune procuration sur un compte de ses clients, excepté sur ceux des membres de sa famille qui font partie de son ménage et des sociétés commerciales dont il est le dirigeant effectif, ni détenir ou garder en dépôt des instrument financiers ou des livres de comptes de ses clients. ".
" 3° il ne peut à aucun moment recevoir et garder des fonds et des instruments financiers, ni en espèces ni sur un compte, ou se trouver dans une position débitrice à l'égard de l'épargnant ou de l'investisseur; il ne peut disposer d'aucun mandat ni d'aucune procuration sur un compte de ses clients, excepté sur ceux des membres de sa famille qui font partie de son ménage et des sociétés commerciales dont il est le dirigeant effectif, ni détenir ou garder en dépôt des instrument financiers ou des livres de comptes de ses clients. ".
Art. 11. Artikel 18 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. In geval van faillietverklaring van een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten schrapt de CBFA de betrokken tussenpersoon uit het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten en stelt zij de betrokkene daarvan in kennis. ".
" § 3. In geval van faillietverklaring van een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten schrapt de CBFA de betrokken tussenpersoon uit het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten en stelt zij de betrokkene daarvan in kennis. ".
Art. 11. L'article 18 de la même loi est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. En cas de déclaration de faillite d'un intermédiaire en services bancaires et d'investissement, la CBFA radie l'intermédiaire concerné du registre des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement et en avise l'intéressé. ".
" § 3. En cas de déclaration de faillite d'un intermédiaire en services bancaires et d'investissement, la CBFA radie l'intermédiaire concerné du registre des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement et en avise l'intéressé. ".
Art. 12. In artikel 23 van dezelfde wet wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 23 de la même loi, le paragraphe 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 4.