Artikel 1. In artikel VI.II.10, eerste lid, RPPol worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de woorden " of naar een andere dienst waar de aanwijzing als personeelslid wordt uitgevoerd via mobiliteit " worden ingevoegd tussen de woorden " federale politie " en de woorden " , komt uitsluitend ";
b) 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° een aanwezigheidstermijn heeft volbracht van vijf jaar in de betrekking die het bekleedt, met inbegrip van de duur van, in voorkomend geval, de functionele opleiding voor die betrekking en de termijn bedoeld in artikel VI.II.26. Mits toestemming van de korpschef voor de lokale politie of van de commissaris-generaal of van de betrokken directeur-generaal voor de federale politie, komt het personeelslid evenwel in aanmerking voor de mobiliteit na een termijn van drie jaar. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 JUNI 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van de toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " van het personeel van de politiediensten
Titre
16 JUIN 2009. - Arrêté royal modifiant l'allocation " Région Bruxelles-Capitale " du personnel des services de police
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol)
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police (PJPol)
Article 1er. A l'article VI.II.10, alinéa 1er, PJPol, les modifications suivantes sont apportées :
a) les mots " ou vers un autre service où la désignation en tant que membre du personnel se fait par la mobilité " sont insérés entre les mots " police fédérale " et les mots " , entre exclusivement ";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° a effectué un temps de présence de cinq ans dans l'emploi qu'il occupe, en ce compris, le cas échéant, la durée de la formation fonctionnelle pour cet emploi ainsi que le délai visé à l'article VI.II.26. Moyennant l'accord du chef de corps pour la police locale ou du commissaire général ou du directeur général concerné pour la police fédérale, le membre du personnel entre cependant en ligne de compte pour la mobilité après un délai de trois ans. "
a) les mots " ou vers un autre service où la désignation en tant que membre du personnel se fait par la mobilité " sont insérés entre les mots " police fédérale " et les mots " , entre exclusivement ";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° a effectué un temps de présence de cinq ans dans l'emploi qu'il occupe, en ce compris, le cas échéant, la durée de la formation fonctionnelle pour cet emploi ainsi que le délai visé à l'article VI.II.26. Moyennant l'accord du chef de corps pour la police locale ou du commissaire général ou du directeur général concerné pour la police fédérale, le membre du personnel entre cependant en ligne de compte pour la mobilité après un délai de trois ans. "
Art. 2. In artikel XI.I.1, eerste lid, 2°, RPPol, worden de woorden " XI.III.28 tot en met 30 " vervangen door de woorden " XI.III.28ter ".
Art. 2. Dans l'article XI.I.1er, alinéa 1er, 2°, PJPol, les mots " XI.III.28 à 30 " sont remplacés par les mots " XI.III.28ter ".
Art. 3. De artikelen XI.III.28 en XI.III.28bis RPPol, worden vervangen als volgt :
" Art. XI.III.28. De personeelsleden die aangewezen zijn voor een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van de betrekkingen bedoeld in artikel XI.III.12, eerste lid, 3° en 5°, genieten een toelage waarvan het bedrag is vastgesteld in de tabel van bijlage 7.
Die toelage is verschuldigd aan het personeelslid in dienstactiviteit dat na 1 januari 2009 is aangewezen voor een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het bedrag wordt nadien jaarlijks herzien in functie van de aanwezigheidstermijn voor zover het personeelslid ononderbroken een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft behouden.
Een aanwezigheidsjaar is verstreken op de verjaardatum van de dag waarop de aanwijzing heeft plaatsgevonden.
In geval van non-activiteit, een voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen of van disponibiliteit gedurende het jaar, wordt de verjaardatum uitgesteld met het aantal dagen van non-activiteit, loopbaanonderbreking of van disponibiliteit. Die afwezigheden schorsen de aanwezigheidstermijn.
Na een aanwezigheidstermijn van vijf jaar in een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor zover het ononderbroken een betrekking bekleedt op dat grondgebied, blijft het personeelslid dat zich niet verbindt krachtens artikel XI.III.28bis, het bedrag van de toelage bedoeld in de vijfde kolom van de tabel van bijlage 7 genieten.
Art. XI.III.28bis. § 1. Na een aanwezigheidstermijn van vijf jaar in een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, genieten de personeelsleden bedoeld in artikel XI.III.28 die zich ertoe verbinden een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te komen, naar gelang van het geval, in hun korps van de lokale politie, binnen de diensten van de federale politie of in een dienst die rechtsteeks afhangt van een andere overheid, die gesitueerd is op dat grondgebied, de hoogste toelage van de tabel van bijlage 7. Het personeelslid geniet dit bedrag zolang het de lopende verbintenis naleeft.
Een aanwezigheidsjaar is verstreken op de verjaardatum van de dag waarop de aanwijzing heeft plaatsgevonden.
De verbintenis van het personeelslid wordt vastgesteld op een document, waarvan het model wordt bepaald in bijlage 18bis, dat vaststelt vanaf wanneer de aanwezigheidstermijn van vijf jaar aanvangt. Dit document wordt in het mobiliteitsdossier van het betrokken personeelslid gevoegd.
De personeelsleden bedoeld in het eerste lid, die het voordeel van de hoogste toelage wensen te behouden, moeten hun verbintenis om de vijf jaar hernieuwen. De aanvraag daartoe geschiedt aan de hand van het document bedoeld in bijlage 18bis en dit ten laatste twee maanden vóór het verstrijken van de eerdere verbintenis.
§ 2. Indien vóór het verstrijken van de aanwezigheidstermijn van vijf jaar, de verbintenis niet wordt nageleefd omwille van één van de redenen bedoeld in artikel XI.III.29, § 4, wordt de verbintenis verbroken en betaalt het personeelslid het verschil tussen de bedragen uitgekeerd vanaf zijn verbintenis en deze die het ontvangen zou hebben indien het zich niet verbonden had, terug, tenzij zijn aanwezigheidstermijn reeds meer dan tien jaar bedraagt en het onmiddellijk opnieuw wordt aangewezen voor een andere betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het personeelslid kan zich onmiddellijk opnieuw verbinden in een betrekking verkregen door mobiliteit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor een nieuwe termijn van vijf jaar.
Het personeelslid, voor zover het op een onderbroken wijze een betrekking op het grondgebied van hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest bekleedt, dat zich niet onmiddellijk opnieuw verbindt, geniet het bedrag van de toelage voorzien in de vijfde kolom van de tabel van bijlage 7.
§ 3. Indien het personeelslid wordt herplaatst in een betrekking buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt de verbintenis automatisch beëindigd. De terugbetaling van de reeds ontvangen bedragen is niet verschuldigd.
§ 4. Voor de personeelsleden die, gelet op de leeftijd van verplichte oppensioenstelling, geen vijf volle dienstjaren meer kunnen presteren, wordt de verbintenis vervangen door de verbintenis om te blijven tot de voormelde leeftijd. "
" Art. XI.III.28. De personeelsleden die aangewezen zijn voor een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van de betrekkingen bedoeld in artikel XI.III.12, eerste lid, 3° en 5°, genieten een toelage waarvan het bedrag is vastgesteld in de tabel van bijlage 7.
Die toelage is verschuldigd aan het personeelslid in dienstactiviteit dat na 1 januari 2009 is aangewezen voor een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het bedrag wordt nadien jaarlijks herzien in functie van de aanwezigheidstermijn voor zover het personeelslid ononderbroken een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft behouden.
Een aanwezigheidsjaar is verstreken op de verjaardatum van de dag waarop de aanwijzing heeft plaatsgevonden.
In geval van non-activiteit, een voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen of van disponibiliteit gedurende het jaar, wordt de verjaardatum uitgesteld met het aantal dagen van non-activiteit, loopbaanonderbreking of van disponibiliteit. Die afwezigheden schorsen de aanwezigheidstermijn.
Na een aanwezigheidstermijn van vijf jaar in een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor zover het ononderbroken een betrekking bekleedt op dat grondgebied, blijft het personeelslid dat zich niet verbindt krachtens artikel XI.III.28bis, het bedrag van de toelage bedoeld in de vijfde kolom van de tabel van bijlage 7 genieten.
Art. XI.III.28bis. § 1. Na een aanwezigheidstermijn van vijf jaar in een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, genieten de personeelsleden bedoeld in artikel XI.III.28 die zich ertoe verbinden een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te komen, naar gelang van het geval, in hun korps van de lokale politie, binnen de diensten van de federale politie of in een dienst die rechtsteeks afhangt van een andere overheid, die gesitueerd is op dat grondgebied, de hoogste toelage van de tabel van bijlage 7. Het personeelslid geniet dit bedrag zolang het de lopende verbintenis naleeft.
Een aanwezigheidsjaar is verstreken op de verjaardatum van de dag waarop de aanwijzing heeft plaatsgevonden.
De verbintenis van het personeelslid wordt vastgesteld op een document, waarvan het model wordt bepaald in bijlage 18bis, dat vaststelt vanaf wanneer de aanwezigheidstermijn van vijf jaar aanvangt. Dit document wordt in het mobiliteitsdossier van het betrokken personeelslid gevoegd.
De personeelsleden bedoeld in het eerste lid, die het voordeel van de hoogste toelage wensen te behouden, moeten hun verbintenis om de vijf jaar hernieuwen. De aanvraag daartoe geschiedt aan de hand van het document bedoeld in bijlage 18bis en dit ten laatste twee maanden vóór het verstrijken van de eerdere verbintenis.
§ 2. Indien vóór het verstrijken van de aanwezigheidstermijn van vijf jaar, de verbintenis niet wordt nageleefd omwille van één van de redenen bedoeld in artikel XI.III.29, § 4, wordt de verbintenis verbroken en betaalt het personeelslid het verschil tussen de bedragen uitgekeerd vanaf zijn verbintenis en deze die het ontvangen zou hebben indien het zich niet verbonden had, terug, tenzij zijn aanwezigheidstermijn reeds meer dan tien jaar bedraagt en het onmiddellijk opnieuw wordt aangewezen voor een andere betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het personeelslid kan zich onmiddellijk opnieuw verbinden in een betrekking verkregen door mobiliteit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor een nieuwe termijn van vijf jaar.
Het personeelslid, voor zover het op een onderbroken wijze een betrekking op het grondgebied van hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest bekleedt, dat zich niet onmiddellijk opnieuw verbindt, geniet het bedrag van de toelage voorzien in de vijfde kolom van de tabel van bijlage 7.
§ 3. Indien het personeelslid wordt herplaatst in een betrekking buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt de verbintenis automatisch beëindigd. De terugbetaling van de reeds ontvangen bedragen is niet verschuldigd.
§ 4. Voor de personeelsleden die, gelet op de leeftijd van verplichte oppensioenstelling, geen vijf volle dienstjaren meer kunnen presteren, wordt de verbintenis vervangen door de verbintenis om te blijven tot de voormelde leeftijd. "
Art. 3. Les articles XI.III.28 et XI.III.28bis PJPol, sont remplacés par ce qui suit :
" Art. XI.III.28. Les membres du personnel affectés à un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, à l'exception des emplois visés à l'article XI.III.12, alinéa 1er, 3° et 5°, bénéficient d'une allocation dont le montant annuel est fixé dans le tableau de l'annexe 7.
Cette allocation est due au membre du personnel en activité de service désigné, après le 1er janvier 2009, pour un emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. Son montant est ensuite annuellement revu en fonction du délai de présence, pour autant que le membre du personnel ait conservé, de manière ininterrompue, un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
Une année de présence est révolue à la date anniversaire du jour où l'affectation a eu lieu.
Au cas où une non-activité, une interruption de carrière complète visée à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat ou une disponibilité survient en cours d'année, la date anniversaire est reculée d'autant de jours que compte la non-activité, l'interruption de carrière ou la disponibilité. Ces absences suspendent le délai de présence.
Après un délai de cinq ans de présence dans un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale et tant qu'il occupe de manière ininterrompue un emploi sur ce territoire, le membre du personnel qui ne s'engage pas en vertu de l'article XI.III.28bis, continue de bénéficier du montant de l'allocation visé dans la cinquième colonne du tableau de l'annexe 7.
Art. XI.III.28bis. § 1er. Après un délai de cinq ans de présence dans un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, les membres du personnel visés à l'article XI.III.28 qui s'engagent à respecter un temps de présence de cinq ans dans leur corps de police locale, au sein des services de la police fédérale ou, selon le cas, dans un service qui dépend directement d'une autre autorité situés sur ce territoire, bénéficient, de l'allocation la plus élevée du tableau de l'annexe 7. Le membre du personnel bénéficie de ce montant tant qu'il respecte l'engagement en cours.
Une année de présence est révolue à la date anniversaire du jour où l'engagement a eu lieu.
L'engagement du membre du personnel est constaté par un écrit dont le modèle est fixé à l'annexe 18bis, à dater duquel court le délai de présence de cinq ans. Cet écrit est versé dans le dossier de mobilité du membre du personnel concerné.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er qui souhaitent conserver le bénéfice de l'allocation la plus élevée sont tenus de renouveler leur engagement tous les cinq ans. La demande est introduite au moyen du formulaire visé à l'annexe 18bis, au plus tard le deuxième mois qui précède la fin de l'engagement antérieur.
§ 2. Si, avant l'écoulement du temps de présence de cinq ans, l'engagement n'est pas respecté pour l'une des raisons visées à l'article XI.III.29, § 4, celui-ci prend fin et le membre du personnel rembourse la différence entre les montants versés depuis son engagement et ceux qu'il aurait perçus s'il ne s'était pas engagé, à moins que son temps de présence ne s'élève déjà à plus de dix ans et qu'il soit, à nouveau, désigné immédiatement dans un autre emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le membre du personnel peut se réengager immédiatement dans l'emploi obtenu par mobilité sur le territoire de la Région de Bruxelles- Capitale pour un nouveau délai de cinq ans.
Toutefois, tant qu'il occupe de manière ininterrompue un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, le membre du personnel qui ne se réengage pas immédiatement, bénéficie du montant de l'allocation prévu dans la cinquième colonne du tableau de l'annexe 7.
§ 3. Si le membre du personnel est réaffecté en dehors du territoire de la Région de Bruxelles - Capitale, l'engagement prend automatiquement fin. Les montants déjà perçus ne doivent pas être remboursés.
§ 4. Pour les membres du personnel qui ne peuvent plus effectuer cinq années de service complètes avant d'être admis à la pension pour raison d'âge, l'engagement est remplacé par l'engagement de rester jusqu'à l'âge précité. "
" Art. XI.III.28. Les membres du personnel affectés à un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, à l'exception des emplois visés à l'article XI.III.12, alinéa 1er, 3° et 5°, bénéficient d'une allocation dont le montant annuel est fixé dans le tableau de l'annexe 7.
Cette allocation est due au membre du personnel en activité de service désigné, après le 1er janvier 2009, pour un emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. Son montant est ensuite annuellement revu en fonction du délai de présence, pour autant que le membre du personnel ait conservé, de manière ininterrompue, un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
Une année de présence est révolue à la date anniversaire du jour où l'affectation a eu lieu.
Au cas où une non-activité, une interruption de carrière complète visée à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat ou une disponibilité survient en cours d'année, la date anniversaire est reculée d'autant de jours que compte la non-activité, l'interruption de carrière ou la disponibilité. Ces absences suspendent le délai de présence.
Après un délai de cinq ans de présence dans un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale et tant qu'il occupe de manière ininterrompue un emploi sur ce territoire, le membre du personnel qui ne s'engage pas en vertu de l'article XI.III.28bis, continue de bénéficier du montant de l'allocation visé dans la cinquième colonne du tableau de l'annexe 7.
Art. XI.III.28bis. § 1er. Après un délai de cinq ans de présence dans un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, les membres du personnel visés à l'article XI.III.28 qui s'engagent à respecter un temps de présence de cinq ans dans leur corps de police locale, au sein des services de la police fédérale ou, selon le cas, dans un service qui dépend directement d'une autre autorité situés sur ce territoire, bénéficient, de l'allocation la plus élevée du tableau de l'annexe 7. Le membre du personnel bénéficie de ce montant tant qu'il respecte l'engagement en cours.
Une année de présence est révolue à la date anniversaire du jour où l'engagement a eu lieu.
L'engagement du membre du personnel est constaté par un écrit dont le modèle est fixé à l'annexe 18bis, à dater duquel court le délai de présence de cinq ans. Cet écrit est versé dans le dossier de mobilité du membre du personnel concerné.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er qui souhaitent conserver le bénéfice de l'allocation la plus élevée sont tenus de renouveler leur engagement tous les cinq ans. La demande est introduite au moyen du formulaire visé à l'annexe 18bis, au plus tard le deuxième mois qui précède la fin de l'engagement antérieur.
§ 2. Si, avant l'écoulement du temps de présence de cinq ans, l'engagement n'est pas respecté pour l'une des raisons visées à l'article XI.III.29, § 4, celui-ci prend fin et le membre du personnel rembourse la différence entre les montants versés depuis son engagement et ceux qu'il aurait perçus s'il ne s'était pas engagé, à moins que son temps de présence ne s'élève déjà à plus de dix ans et qu'il soit, à nouveau, désigné immédiatement dans un autre emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le membre du personnel peut se réengager immédiatement dans l'emploi obtenu par mobilité sur le territoire de la Région de Bruxelles- Capitale pour un nouveau délai de cinq ans.
Toutefois, tant qu'il occupe de manière ininterrompue un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, le membre du personnel qui ne se réengage pas immédiatement, bénéficie du montant de l'allocation prévu dans la cinquième colonne du tableau de l'annexe 7.
§ 3. Si le membre du personnel est réaffecté en dehors du territoire de la Région de Bruxelles - Capitale, l'engagement prend automatiquement fin. Les montants déjà perçus ne doivent pas être remboursés.
§ 4. Pour les membres du personnel qui ne peuvent plus effectuer cinq années de service complètes avant d'être admis à la pension pour raison d'âge, l'engagement est remplacé par l'engagement de rester jusqu'à l'âge précité. "
Art. 4. In artikel XI.III.28ter RPPol worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Art. XI.III.28ter. Naast de toepassing van de artikelen XI.III.28 en XI.III.28bis genieten de inspecteurs van politie, benoemd in een korps van lokale politie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarvan de personeelsbezetting deficitair is ten aanzien van de personeelsformatie van de zone en die zich ertoe verbinden in die zone een aanwezigheidstermijn van zeven jaar voor de eerste verbintenis of van vijf jaar voor de hernieuwde verbintenis na te komen, daarenboven een toelage waarvan het jaarlijkse bedrag is vastgesteld in de kolom 6 van de tabel van bijlage 7, vanaf de verbintenis bedoeld in het derde lid. ";
2° in het derde lid worden de woorden " of zeven " ingevoegd tussen de woorden " vijf " en de woorden " jaar ";
3° in het vierde lid worden de woorden " om de vijf jaar " opgeheven;
4° in het zesde lid worden de woorden " naar gelang van het geval, geen zeven of " ingevoegd tussen de woorden " oppensioenstelling " en de woorden " geen vijf ";
5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" Het personeelslid dat omwille van één van de redenen bedoeld in artikel XI.III.29, § 4, die verbintenis niet naleeft, betaalt het totaal van de sinds het aangaan van zijn laatste verbintenis op grond van dit artikel ontvangen toelagen terug aan de betrokken politiezone, tenzij zijn aanwezigheidstermijn reeds meer dan tien jaar bedraagt en het onmiddellijk opnieuw wordt aangewezen voor een andere betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. "
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Art. XI.III.28ter. Naast de toepassing van de artikelen XI.III.28 en XI.III.28bis genieten de inspecteurs van politie, benoemd in een korps van lokale politie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarvan de personeelsbezetting deficitair is ten aanzien van de personeelsformatie van de zone en die zich ertoe verbinden in die zone een aanwezigheidstermijn van zeven jaar voor de eerste verbintenis of van vijf jaar voor de hernieuwde verbintenis na te komen, daarenboven een toelage waarvan het jaarlijkse bedrag is vastgesteld in de kolom 6 van de tabel van bijlage 7, vanaf de verbintenis bedoeld in het derde lid. ";
2° in het derde lid worden de woorden " of zeven " ingevoegd tussen de woorden " vijf " en de woorden " jaar ";
3° in het vierde lid worden de woorden " om de vijf jaar " opgeheven;
4° in het zesde lid worden de woorden " naar gelang van het geval, geen zeven of " ingevoegd tussen de woorden " oppensioenstelling " en de woorden " geen vijf ";
5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" Het personeelslid dat omwille van één van de redenen bedoeld in artikel XI.III.29, § 4, die verbintenis niet naleeft, betaalt het totaal van de sinds het aangaan van zijn laatste verbintenis op grond van dit artikel ontvangen toelagen terug aan de betrokken politiezone, tenzij zijn aanwezigheidstermijn reeds meer dan tien jaar bedraagt en het onmiddellijk opnieuw wordt aangewezen voor een andere betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. "
Art. 4. A l'article XI.III.28ter PJPol, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Art. XI.III.28ter. Nonobstant l'application des articles XI.III.28 et XI.III.28bis, les inspecteurs de police qui sont nommés dans un corps de police locale de la Région de Bruxelles - Capitale dont les effectifs sont déficitaires par rapport au cadre du personnel de la zone, et qui s'engagent à respecter dans cette zone un temps de présence de sept ans pour le premier engagement ou de cinq ans pour l'engagement renouvelé, bénéficient en outre, dès l'engagement visé à l'alinéa 3, d'une allocation dont le montant annuel est fixé à la colonne 6 du tableau de l'annexe 7. ";
2° dans l'alinéa 3, les mots " ou sept " sont insérés entre les mots " cinq " et " ans ";
3° dans l'alinéa 4, les mots " tous les cinq ans " sont abrogés;
4° dans l'alinéa 6, les mots " , selon le cas, les sept ou " sont insérés entre les mots " effectuer " et " cinq ";
5° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le membre du personnel qui, pour l'une des raisons visées à l'article XI.III.29, § 4, ne respecte pas cet engagement, rembourse la totalité des allocations perçues sur base du présent article depuis son dernier engagement à la zone de police concernée, à moins que son temps de présence ne s'élève déjà à plus de dix ans et qu'il soit, à nouveau, désigné immédiatement dans un autre emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. "
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Art. XI.III.28ter. Nonobstant l'application des articles XI.III.28 et XI.III.28bis, les inspecteurs de police qui sont nommés dans un corps de police locale de la Région de Bruxelles - Capitale dont les effectifs sont déficitaires par rapport au cadre du personnel de la zone, et qui s'engagent à respecter dans cette zone un temps de présence de sept ans pour le premier engagement ou de cinq ans pour l'engagement renouvelé, bénéficient en outre, dès l'engagement visé à l'alinéa 3, d'une allocation dont le montant annuel est fixé à la colonne 6 du tableau de l'annexe 7. ";
2° dans l'alinéa 3, les mots " ou sept " sont insérés entre les mots " cinq " et " ans ";
3° dans l'alinéa 4, les mots " tous les cinq ans " sont abrogés;
4° dans l'alinéa 6, les mots " , selon le cas, les sept ou " sont insérés entre les mots " effectuer " et " cinq ";
5° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le membre du personnel qui, pour l'une des raisons visées à l'article XI.III.29, § 4, ne respecte pas cet engagement, rembourse la totalité des allocations perçues sur base du présent article depuis son dernier engagement à la zone de police concernée, à moins que son temps de présence ne s'élève déjà à plus de dix ans et qu'il soit, à nouveau, désigné immédiatement dans un autre emploi situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. "
Art. 5. In artikel XI.III.29 RPPol worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste paragraaf worden de woorden " naar gelang het geval, in artikel XI.III.28, derde of vierde lid, of XI.III.28bis " vervangen door de woorden " in artikel XI.III.28, derde en vierde lid of de datum van de verbintenis bedoeld, naar gelang van het geval, in artikel XI.III.28bis of XI.III.28ter ";
2° de paragrafen 3 en 4 worden vervangen als volgt :
" § 3. De toelagen bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter zijn niet meer verschuldigd wanneer het personeelslid de in die artikelen bedoelde verbintenis niet hernieuwt.
§ 4. Geven aanleiding tot de terugbetaling bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter :
-de mobiliteit naar een zone van lokale politie of naar de federale politie of naar een andere dienst die onmiddellijk afhangt van een andere overheid op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of naar een andere betrekking buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- het verlof voorafgaand aan het pensioen;
- de verloven bedoeld in de Titels XII, XIII en XIV van Deel VIII;
- het verlof voor voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen;
- de definitieve ambtsontheffing en de ambtsneerlegging bedoeld in Titel I van Deel IX.
De terugbetaling is niet verschuldigd wanneer het betrokken personeelslid de verbintenissen bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter niet kan naleven ingevolge een hem krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling opgelegde mobiliteit of ingevolge de indienstneming van een personeelslid van het administratief en logistiek kader in het operationeel kader of vice versa.
Het overlijden van het betrokken personeelslid of de op pensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid geeft geen aanleiding tot terugbetaling. "
1° in de eerste paragraaf worden de woorden " naar gelang het geval, in artikel XI.III.28, derde of vierde lid, of XI.III.28bis " vervangen door de woorden " in artikel XI.III.28, derde en vierde lid of de datum van de verbintenis bedoeld, naar gelang van het geval, in artikel XI.III.28bis of XI.III.28ter ";
2° de paragrafen 3 en 4 worden vervangen als volgt :
" § 3. De toelagen bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter zijn niet meer verschuldigd wanneer het personeelslid de in die artikelen bedoelde verbintenis niet hernieuwt.
§ 4. Geven aanleiding tot de terugbetaling bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter :
-de mobiliteit naar een zone van lokale politie of naar de federale politie of naar een andere dienst die onmiddellijk afhangt van een andere overheid op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of naar een andere betrekking buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- het verlof voorafgaand aan het pensioen;
- de verloven bedoeld in de Titels XII, XIII en XIV van Deel VIII;
- het verlof voor voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen;
- de definitieve ambtsontheffing en de ambtsneerlegging bedoeld in Titel I van Deel IX.
De terugbetaling is niet verschuldigd wanneer het betrokken personeelslid de verbintenissen bedoeld in de artikelen XI.III.28bis en XI.III.28ter niet kan naleven ingevolge een hem krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling opgelegde mobiliteit of ingevolge de indienstneming van een personeelslid van het administratief en logistiek kader in het operationeel kader of vice versa.
Het overlijden van het betrokken personeelslid of de op pensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid geeft geen aanleiding tot terugbetaling. "
Art. 5. A l'article XI.III.29 PJPol, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " visée, selon le cas, aux articles XI.III.28, alinéas 3 ou 4 ou XI.III.28bis " sont remplacés par les mots " visée à l'article XI.III.28, alinéas 3 et 4 ou la date de l'engagement visé, selon le cas, à l'article XI.III.28bis ou XI.III.28ter ";
2° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Les allocations visées aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter cessent d'être dues au membre du personnel qui ne renouvelle pas les engagements y visés.
§ 4. Donnent lieu au remboursement visé aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter :
-la mobilité vers une zone de police locale ou vers la police fédérale ou vers un autre service qui dépend directement d'une autre autorité qui se situe sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale ou vers tout autre emploi hors du territoire de la Région de Bruxelles-Capitale;
- le congé préalable à la pension;
- les congés visés aux Titres XII, XIII et XIV de la Partie VIII;
- le congé pour interruption complète de la carrière professionnelle visé à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat;
- le retrait définitif d'emploi et la cessation des fonctions visés au Titre Ier de la Partie IX.
Le remboursement n'est pas dû lorsque le membre du personnel concerné ne peut respecter les engagements visés aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter suite à une mobilité qui lui est imposée en vertu d'une disposition légale ou réglementaire ou suite à l'engagement d'un membre du cadre administratif et logistique au cadre opérationel ou vice versa.
Le décès du membre du personnel concerné ou la mise à la pension pour inaptitude physique ne donne pas lieu à remboursement. "
1° dans le paragraphe 1er, les mots " visée, selon le cas, aux articles XI.III.28, alinéas 3 ou 4 ou XI.III.28bis " sont remplacés par les mots " visée à l'article XI.III.28, alinéas 3 et 4 ou la date de l'engagement visé, selon le cas, à l'article XI.III.28bis ou XI.III.28ter ";
2° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Les allocations visées aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter cessent d'être dues au membre du personnel qui ne renouvelle pas les engagements y visés.
§ 4. Donnent lieu au remboursement visé aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter :
-la mobilité vers une zone de police locale ou vers la police fédérale ou vers un autre service qui dépend directement d'une autre autorité qui se situe sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale ou vers tout autre emploi hors du territoire de la Région de Bruxelles-Capitale;
- le congé préalable à la pension;
- les congés visés aux Titres XII, XIII et XIV de la Partie VIII;
- le congé pour interruption complète de la carrière professionnelle visé à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat;
- le retrait définitif d'emploi et la cessation des fonctions visés au Titre Ier de la Partie IX.
Le remboursement n'est pas dû lorsque le membre du personnel concerné ne peut respecter les engagements visés aux articles XI.III.28bis et XI.III.28ter suite à une mobilité qui lui est imposée en vertu d'une disposition légale ou réglementaire ou suite à l'engagement d'un membre du cadre administratif et logistique au cadre opérationel ou vice versa.
Le décès du membre du personnel concerné ou la mise à la pension pour inaptitude physique ne donne pas lieu à remboursement. "
Art. 6. In Deel XI, Titel III, RPPol, wordt Hoofdstuk Vbis, dat de artikelen XI.III.30bis tot en met XI.III.30quater bevat, ingevoegd bij artikel 33 van het koninklijk besluit van 23 maart 2007, opgeheven.
Art. 6. Dans la Partie XI, Titre III, PJPol, le Chapitre Vbis comportant les articles XI.III.30bis à XI.III.30quater, inséré par l'article 33 de l'arrêté royal du 23 mars 2007, est abrogé.
Art. 7. In het RPPol wordt de bijlage 7 vervangen door de bijlage 1 bij dit besluit.
Art. 7. Dans le PJPol, l'annexe 7 est remplacée par l'annexe 1 jointe au présent arrêté.
Art. 8. In bijlage 18 RPPol worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " vijf jaar " worden vervangen door de woorden " zeven jaar (eerste verbintenis)/vijf jaar (hernieuwing van de verbintenis) ";
2° de woorden " of naar een andere dienst die onmiddellijk afhangt van een andere overheid " worden ingevoegd tussen de woorden " naar een andere zone van lokale politie " en de woorden " vóór die vervaldatum ".
1° de woorden " vijf jaar " worden vervangen door de woorden " zeven jaar (eerste verbintenis)/vijf jaar (hernieuwing van de verbintenis) ";
2° de woorden " of naar een andere dienst die onmiddellijk afhangt van een andere overheid " worden ingevoegd tussen de woorden " naar een andere zone van lokale politie " en de woorden " vóór die vervaldatum ".
Art. 8. Dans l'annexe 18 PJPol les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " cinq ans " sont remplacés par les mots " sept ans (premier engagement) /cinq ans (renouvellement de l'engagement) ";
2° les mots " ou vers un autre service qui dépend directement d'une autre autorité " sont insérés entres les mots " vers une autre zone de police locale " et les mots " avant sa date d'échéance ".
1° les mots " cinq ans " sont remplacés par les mots " sept ans (premier engagement) /cinq ans (renouvellement de l'engagement) ";
2° les mots " ou vers un autre service qui dépend directement d'une autre autorité " sont insérés entres les mots " vers une autre zone de police locale " et les mots " avant sa date d'échéance ".
Art. 9. In het RPPol wordt de bijlage 18bis vervangen door de bijlage 2 bij dit besluit.
Art. 9. Dans le PJPol, l'annexe 18bis est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal du 26 mars 2005 portant réglementation des détachements structurels de membres du personnel des services de police et de situations similaires et introduisant des mesures diverses
Art. 10. In artikel 18, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid worden de woorden " artikel XI.III.28bis " vervangen door de woorden " artikel XI.III.28 ";
b) in het eerste lid wordt de zin " Het jaarlijkse bedrag van deze toelage wordt evenwel vastgesteld, volgens de aanwezigheidsperiode, in de tabel 2 van bijlage 7, RPPol. " opgeheven.
c) in het tweede lid worden de woorden " tweede en derde lid, RPPol " vervangen door de woorden " derde en vierde lid, RPPol ";
d) in het derde lid worden de woorden " of XI.III.28bis " ingevoegd tussen de woorden " XI.III.28 " en de woorden " RPPol ".
a) in het eerste lid worden de woorden " artikel XI.III.28bis " vervangen door de woorden " artikel XI.III.28 ";
b) in het eerste lid wordt de zin " Het jaarlijkse bedrag van deze toelage wordt evenwel vastgesteld, volgens de aanwezigheidsperiode, in de tabel 2 van bijlage 7, RPPol. " opgeheven.
c) in het tweede lid worden de woorden " tweede en derde lid, RPPol " vervangen door de woorden " derde en vierde lid, RPPol ";
d) in het derde lid worden de woorden " of XI.III.28bis " ingevoegd tussen de woorden " XI.III.28 " en de woorden " RPPol ".
Art. 10. A l'article 18, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 26 mars 2005 portant réglementation des détachements structurels de membres du personnel des services de police et de situations similaires et introduisant des mesures diverses, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans l'alinéa 1er, les mots " article XI.III.28bis " sont remplacés par les mots " article XI.III.28 ";
b) dans l'alinéa 1er, la phrase " Toutefois, le taux annuel de cette allocation est fixé au tableau 2 de l'annexe 7, PJPol, en fonction du temps de présence. " est abrogée;
c) dans l'alinéa 2, les mots " alinéas 2 et 3, PJPol " sont remplacés par les mots " alinéas 3 et 4, PJPol ";
d) dans l'alinéa 3, les mots " ou XI.III.28bis " sont insérés entre les mots " XI.III.28 " et les mots " PJPol ".
a) dans l'alinéa 1er, les mots " article XI.III.28bis " sont remplacés par les mots " article XI.III.28 ";
b) dans l'alinéa 1er, la phrase " Toutefois, le taux annuel de cette allocation est fixé au tableau 2 de l'annexe 7, PJPol, en fonction du temps de présence. " est abrogée;
c) dans l'alinéa 2, les mots " alinéas 2 et 3, PJPol " sont remplacés par les mots " alinéas 3 et 4, PJPol ";
d) dans l'alinéa 3, les mots " ou XI.III.28bis " sont insérés entre les mots " XI.III.28 " et les mots " PJPol ".
HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et finales
Art. 11. De personeelsleden van het operationeel kader, die vóór 1 januari 2009 zijn aangewezen voor een betrekking op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die een dergelijke betrekking op ononderbroken wijze blijven uitoefenen, blijven onderworpen aan de bepalingen betreffende de toekenning van de toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Het artikel XI.III.28ter, zevende lid, RPPol, ingevoegd bij dit besluit, is evenwel ook toepasselijk op de inspecteurs van politie die zich verbinden of verbonden hebben om in een politiezone in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te komen.
Het artikel XI.III.28ter, zevende lid, RPPol, ingevoegd bij dit besluit, is evenwel ook toepasselijk op de inspecteurs van politie die zich verbinden of verbonden hebben om in een politiezone in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te komen.
Art. 11. Les membres du personnel du cadre opérationnel désignés à un emploi sur le territoire de la Région de Bruxelles - Capitale avant le 1er janvier 2009 et qui continuent à exercer un tel emploi de manière ininterrompue restent soumis aux dispositions relatives à l'octroi de l'allocation de " Région de Bruxelles-Capitale " applicables avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
L'article XI.III.28ter, alinéa 7, PJPol, inséré par le présent arrêté, est toutefois aussi applicable aux inspecteurs de police qui s'engagent ou se sont engagés à respecter un temps de présence de cinq ans dans une zone de police de la Région de Bruxelles-Capitale.
L'article XI.III.28ter, alinéa 7, PJPol, inséré par le présent arrêté, est toutefois aussi applicable aux inspecteurs de police qui s'engagent ou se sont engagés à respecter un temps de présence de cinq ans dans une zone de police de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 12. In afwijking van artikel XI.III.28, tweede lid, RPPol, wordt aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader bedoeld in artikel XI.III.28, eerste lid, RPPol, de toelage toegekend vanaf 1 januari 2008. De aanwezigheidstermijn voor de bepaling van het bedrag van de toelage loopt vanaf dezelfde datum.
Voor de personeelsleden die de toelage genoten vóór 1 januari 2008, wordt de aanwezigheidstermijn in rekening genomen vanaf de datum van de verbintenis die zij hebben ondertekend krachtens artikel XI.III.30bis RPPol, opgeheven door dit besluit.
De verbintenissen bedoeld in het tweede lid vervallen.
Voor de personeelsleden die de toelage genoten vóór 1 januari 2008, wordt de aanwezigheidstermijn in rekening genomen vanaf de datum van de verbintenis die zij hebben ondertekend krachtens artikel XI.III.30bis RPPol, opgeheven door dit besluit.
De verbintenissen bedoeld in het tweede lid vervallen.
Art. 12. Par dérogation à l'article XI.III.28, alinéa 2, PJPol, l'allocation est octroyée aux membres du personnel du cadre administratif et logistique visés à l'article XI.III.28, alinéa 1er, PJPol, à partir du 1er janvier 2008. Le temps de présence pour la détermination du montant de l'allocation court à partir de la même date.
Toutefois, pour les membres du personnel qui bénéficiaient de l'allocation avant le 1er janvier 2008, le temps de présence est pris en compte à partir de la date de l'engagement auquel ils ont souscrit en vertu de l'article XI.III.30bis PJPol, abrogé par le présent arrêté.
Les engagements visés à l'alinéa 2 sont supprimés.
Toutefois, pour les membres du personnel qui bénéficiaient de l'allocation avant le 1er janvier 2008, le temps de présence est pris en compte à partir de la date de l'engagement auquel ils ont souscrit en vertu de l'article XI.III.30bis PJPol, abrogé par le présent arrêté.
Les engagements visés à l'alinéa 2 sont supprimés.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 12 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2008.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2009, à l'exception de l'article 12 qui produit ses effets le 1er janvier 2008.
Art. 14. In afwijking van artikel 13 geldt voor de personeelsleden van het administratief en logistiek kader de in artikel 1 bedoelde aanwezigheidstermijn van vijf jaar voor de aanwijzingen in het raam van de mobiliteitscycli geïnitieerd na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 14. Par dérogation à l'article 13, le temps de présence de cinq ans visé à l'article 1er pour les membres du personnel du cadre administratif et logistique est d'application pour les désignations dans le cadre des cycles de mobilité lancés après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 15. De Minister bevoegd voor Justitie en de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 16 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
Brussel, 16 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
Art. 15. Le Ministre qui a la Justice dans ses attributions et le Ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 16 juin 2009.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT
Bruxelles, le 16 juin 2009.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bijlage 7 bij het koninklijk besluit van 30 maart 2001
Toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " in EUR
Toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " in EUR
Art. N1. Annexe 1. - Annexe 7 à l'arrêté royal du 30 mars 2001
Allocation " Région de Bruxelles-Capitale " en EUR
Allocation " Région de Bruxelles-Capitale " en EUR
| Année 1 - Jaar 1 | Année 2 - Jaar 2 | Année 3 - Jaar 3 | Année 4 - Jaar 4 | Année 5 - Jaar 5 | Année 6 et suivantes sur engagement - Jaar 6 en volgende mits verbintenis |
| 669,32 | 803,18 | 937,04 | 1 070,91 | 1 204,77 | 1 338,63 |
| Année 1 - Jaar 1 | Année 2 - Jaar 2 | Année 3 - Jaar 3 | Année 4 - Jaar 4 | Année 5 - Jaar 5 | Année 6 et suivantes sur engagement - Jaar 6 en volgende mits verbintenis |
| 669,32 | 803,18 | 937,04 | 1 070,91 | 1 204,77 | 1 338,63 |
Année 1
-
Jaar 1Année 2
-
Jaar 2Année 3
-
Jaar 3Année 4
-
Jaar 4Année 5
-
Jaar 5Année 6 et suivantes sur engagement
-
Jaar 6 en volgende
mits verbintenis
669,32803,18937,041 070,911 204,771 338,63
-
Jaar 1Année 2
-
Jaar 2Année 3
-
Jaar 3Année 4
-
Jaar 4Année 5
-
Jaar 5Année 6 et suivantes sur engagement
-
Jaar 6 en volgende
mits verbintenis
669,32803,18937,041 070,911 204,771 338,63
Année 1
-
Jaar 1Année 2
-
Jaar 2Année 3
-
Jaar 3Année 4
-
Jaar 4Année 5
-
Jaar 5Année 6 et suivantes sur engagement
-
Jaar 6 en volgende
mits verbintenis
669,32803,18937,041 070,911 204,771 338,63
-
Jaar 1Année 2
-
Jaar 2Année 3
-
Jaar 3Année 4
-
Jaar 4Année 5
-
Jaar 5Année 6 et suivantes sur engagement
-
Jaar 6 en volgende
mits verbintenis
669,32803,18937,041 070,911 204,771 338,63
Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 16 juni 2009 tot wijziging van de toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " van het personeel van de politiediensten.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
Vu pour être annexé à notre arrêté du 16 juin 2009 modifiant l'allocation " Région Bruxelles-Capitale " du personnel des services de police.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT
Art. N2. Bijlage 2. - Bijlage 18bis van het koninklijk besluit van 30 maart 2001
Aanwezigheidstermijn.
Naam : . . . . .
Voornaam : . . . . .
Identificatienummer : . . . . .
Hierbij verleen ik mijn akkoord om een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te leven, die aanvangt vanaf de ondertekening van dit document, de politiezone/de directie of dienst die rechtstreeks afhangt van de commissaris-generaal of een directeur-generaal van de federale politie/de dienst die rechtstreeks afhangt van een andere overheid (schrappen wat niet past) hierna vermeld :
In geval van verlof voorafgaand aan het pensioen, definitieve ambtsontheffing bedoeld in Titel I van Deel IX RPPol, één van de verloven bedoeld in de Titels XII (verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een politiek mandataris), XIII (verlof voor opdracht van algemeen belang) en XIV (afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden) van Deel VIII RPPol, verlof voor voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, of vertrek naar de diensten van de federale politie of een ander korps van de lokale politie of een andere dienst die rechtstreeks afhangt van een andere overheid die gesitueerd is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of naar elke betrekking buiten Brussel Hoofdstad vóór die vervaldatum, weet ik dat ik het verschil tussen de bedragen uitgekeerd vanaf mijn verbintenis en deze die ik ontvangen zou hebben indien ik mij niet verbonden had, bij toepassing van artikel XI.III.28bis RPPol zal moeten terugbetalen.
Ik weet ook dat ik het recht op de toelage bedoeld in artikel XI.III.28bis RPPol verlies wanneer ik deze verbintenis niet hernieuw ten laatste twee maanden vóór het verstrijken van de geldigheidstermijn ervan.
Datum : . . . . .
Handtekening : . . . . . "
Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 16 juni 2009 tot wijziging van de toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " van het personeel van de politiediensten.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
Aanwezigheidstermijn.
Naam : . . . . .
Voornaam : . . . . .
Identificatienummer : . . . . .
Hierbij verleen ik mijn akkoord om een aanwezigheidstermijn van vijf jaar na te leven, die aanvangt vanaf de ondertekening van dit document, de politiezone/de directie of dienst die rechtstreeks afhangt van de commissaris-generaal of een directeur-generaal van de federale politie/de dienst die rechtstreeks afhangt van een andere overheid (schrappen wat niet past) hierna vermeld :
In geval van verlof voorafgaand aan het pensioen, definitieve ambtsontheffing bedoeld in Titel I van Deel IX RPPol, één van de verloven bedoeld in de Titels XII (verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een politiek mandataris), XIII (verlof voor opdracht van algemeen belang) en XIV (afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden) van Deel VIII RPPol, verlof voor voltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 116 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, of vertrek naar de diensten van de federale politie of een ander korps van de lokale politie of een andere dienst die rechtstreeks afhangt van een andere overheid die gesitueerd is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of naar elke betrekking buiten Brussel Hoofdstad vóór die vervaldatum, weet ik dat ik het verschil tussen de bedragen uitgekeerd vanaf mijn verbintenis en deze die ik ontvangen zou hebben indien ik mij niet verbonden had, bij toepassing van artikel XI.III.28bis RPPol zal moeten terugbetalen.
Ik weet ook dat ik het recht op de toelage bedoeld in artikel XI.III.28bis RPPol verlies wanneer ik deze verbintenis niet hernieuw ten laatste twee maanden vóór het verstrijken van de geldigheidstermijn ervan.
Datum : . . . . .
Handtekening : . . . . . "
Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 16 juni 2009 tot wijziging van de toelage " Brussels Hoofdstedelijk Gewest " van het personeel van de politiediensten.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
Art. N2. Annexe 2. - Annexe 18bis à l'arrêté royal du 30 mars 2001
Temps de présence
Nom : . . . . .
Prénom : . . . . .
Numéro d'identification : . . . . .
Par la présente, je marque mon accord pour respecter un délai de présence de cinq ans, qui court à dater de la signature de la présente, dans la zone de police de/au sein des services de la police fédérale/d'un service qui dépend directement d'une autre autorité (biffez la mention inutile) dénommé ci après :
En cas de congé préalable à la pension, de retrait définitif d'emploi ou de cessations des fonctions visés au Titre Ier de la Partie IX PJPol, d'un des congés visés aux Titres XII (congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un mandataire politique), XIII (congé pour mission d'intérêt général) et XIV (absence de longue durée pour raisons personnelles) de la Partie VIII PJPol, d'un congé pour interruption complète de la carrière professionnelle visé à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, ou de départ vers les services de la police fédérale ou un autre corps de police locale ou d'un autre service qui dépend d'une autre autorité se situant sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, ou dans tout emploi en dehors de Bruxelles-Capitale avant sa date d'échéance, je sais que je devrai restituer la différence entre les montants qui m'ont été versés depuis mon engagement et ceux que j'aurais perçus si je ne m'étais pas engagé, en application de l'article XI.III.28bis PJPol sur base du présent engagement.
Je sais également que je perds le droit à l'allocation visée à l'article XI.III.28bis PJPol en cas de non-renouvellement du présent engagement au plus tard le deuxième mois qui précède l'expiration de celui-ci.
Date : . . . . .
Signature : . . . . . "
Vu pour être annexé à notre arrêté du 16 juin 2009 modifiant l'allocation " Région Bruxelles-Capitale " du personnel des services de police.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT
Temps de présence
Nom : . . . . .
Prénom : . . . . .
Numéro d'identification : . . . . .
Par la présente, je marque mon accord pour respecter un délai de présence de cinq ans, qui court à dater de la signature de la présente, dans la zone de police de/au sein des services de la police fédérale/d'un service qui dépend directement d'une autre autorité (biffez la mention inutile) dénommé ci après :
En cas de congé préalable à la pension, de retrait définitif d'emploi ou de cessations des fonctions visés au Titre Ier de la Partie IX PJPol, d'un des congés visés aux Titres XII (congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un mandataire politique), XIII (congé pour mission d'intérêt général) et XIV (absence de longue durée pour raisons personnelles) de la Partie VIII PJPol, d'un congé pour interruption complète de la carrière professionnelle visé à l'article 116 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, ou de départ vers les services de la police fédérale ou un autre corps de police locale ou d'un autre service qui dépend d'une autre autorité se situant sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, ou dans tout emploi en dehors de Bruxelles-Capitale avant sa date d'échéance, je sais que je devrai restituer la différence entre les montants qui m'ont été versés depuis mon engagement et ceux que j'aurais perçus si je ne m'étais pas engagé, en application de l'article XI.III.28bis PJPol sur base du présent engagement.
Je sais également que je perds le droit à l'allocation visée à l'article XI.III.28bis PJPol en cas de non-renouvellement du présent engagement au plus tard le deuxième mois qui précède l'expiration de celui-ci.
Date : . . . . .
Signature : . . . . . "
Vu pour être annexé à notre arrêté du 16 juin 2009 modifiant l'allocation " Région Bruxelles-Capitale " du personnel des services de police.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Ministre de l'Intérieur,
G. DE PADT