Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 JULI 2006. - Uitvoeringsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Bosnië-Herzegovina betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen (Terug- en overnameovereenkomst).
Titre
19 JUILLET 2006. - Protocole d'application de l'Accord entre les Etats du Benelux (le Royaume de Belgique, le grand-duché de Luxembourg, le Royaume des Pays-Bas) et la Bosnie et Herzégovine relatif à la reprise et à la réadmission des personnes en situation irrégulière (Accord de reprise et de réadmission).
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Definities.
  Voor de toepassing van dit Uitvoeringsprotocol wordt verstaan onder :
  - diplomatieke vertegenwoordiging : de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij op het grondgebied van de verzoekende Partij;
  - begeleider(s) : de door de verzoekende Partij aangewezen persoon (of personen), belast met de begeleiding van de terug- of over te nemen of door te geleiden persoon.
Article 1. Définitions.
  Aux termes du présent Protocole d'application, il faut entendre par :
  - représentation diplomatique : la représentation diplomatique de la Partie requise sur le territoire de la Partie requérante;
  - escorte(s) : la personne (ou les personnes) désignée(s) par la Partie requérante et chargée(s) d'escorter la personne à reprendre ou à réadmettre ou à faire transiter.
Art. 2. Indiening van het verzoek om terug- of overname (artikel 4, van de Overeenkomst).
  1. Een verzoek om terug- of overname wordt per telefax of via elektronische weg en per post via de diplomatieke vertegenwoordiging ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij. Een kopie wordt gelijktijdig aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij overgemaakt.
  2. Voor de indiening van het verzoek om terugname wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 1A aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. Voor de indiening van het verzoek om overname wordt gebruikt gemaakt van het formulier dat als bijlage 1B aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
  3. Het verzoek om terug- of overname moet de volgende inlichtingen bevatten :
  - de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, alias, geslacht, geboortedatum en, indien mogelijk, geboorteplaats en laatste verblijfplaats op het grondgebied van de aangezochte Partij);
  - een kopie van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 5 of 6 van de Overeenkomst.
  4. Het verzoek om terug- of overname moet in een voorkomend geval ook de volgende inlichtingen bevatten :
  - een indicatie waaruit blijkt dat de over te dragen persoon een bijzondere (medische of andere) behandeling behoeft of vervoer per ambulance vereist;
  - alle andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen die voor deze overdracht nodig kunnen zijn.
  5. Indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, lid (2), van de Overeenkomst, volstaat een schriftelijke mededeling door middel van het formulier dat als bijlage 3 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
  6. De verzoekende Partij wendt zich voor het verstrekken alsmede voor het verkrijgen van nadere inlichtingen met betrekking tot het ingediende verzoek om terug- of overname tot de bevoegde autoriteit alsook tot de diplomatieke vertegenwoordiging.
Art. 2. Introduction de la demande de reprise ou de réadmission (article 4, de l'Accord).
  1. La demande de reprise ou de réadmission est introduite par télécopieur ou par voie électronique et par courrier auprès de la représentation diplomatique de la Partie requise. Une copie sera transmise simultanément à l'autorité compétente de la Partie requise.
  2. La demande de reprise est introduite en faisant usage du formulaire joint en annexe 1reA au présent Protocole d'application. La demande de réadmission est introduite en faisant usage du formulaire joint en annexe 1reB au présent Protocole d'application.
  3. La demande de reprise et de réadmission comprendra les informations suivantes :
  - les données personnelles de la personne concernée (nom, prénoms, le cas échéant, noms antérieurs, surnoms et pseudonymes, noms d'emprunt, sexe, date et si possible lieu de naissance et dernier lieu de résidence sur le territoire de la Partie requise);
  - une copie des moyens de preuve visés aux articles 5 ou 6 de l'Accord.
  4. La demande de reprise ou de réadmission doit, le cas échéant, également comprendre les informations suivantes :
  - l'indication que la personne à transférer doit bénéficier d'un traitement spécial (médical ou autre) ou nécessite un transport en ambulance;
  - toutes autres mesures de protection et de sécurité pouvant être nécessaires lors du transfert.
  5. Si les conditions visées à l'article 4, paragraphe (2), de l'Accord sont remplies, une communication écrite moyennant le formulaire joint en annexe 3 au présent Protocole d'application est suffisante.
  6. La Partie requérante s'adresse à l'autorité compétente ainsi qu'à la représentation diplomatique pour fournir de même que pour recueillir des renseignements concernant la demande de reprise ou de réadmission introduite.
Art. 3. Antwoord op het verzoek (artikel 7, lid (3), van de Overeenkomst).
  1. Het antwoord op een verzoek om terug- of overname wordt per telefax of via elektronische weg en per post via de diplomatieke vertegenwoordiging en gelijktijdig aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij overgemaakt.
  2. Voor de beantwoording van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in lid 2, van artikel 2, van dit Uitvoeringsprotocol bedoelde formulier.
Art. 3. Réponse à la demande (article 7, paragraphe (3), de l'Accord).
  La réponse à une demande de reprise ou de réadmission est transmise par télécopieur ou par voie électronique et par courrier en passant par la représentation diplomatique et simultanément à l'autorité compétente de la Partie requérante.
  2. La réponse à la demande s'effectue en faisant usage du formulaire indiqué au paragraphe 2, de l'article 2, du présent Protocole d'application.
Art. 4. Reisdocumenten (artikel 7, lid (5), van de Overeenkomst).
  1. Ingeval van een positief antwoord op het verzoek om terug- of overname, worden de voor terugkeer noodzakelijke reisdocumenten overeenkomstig artikel 7, lid (5), van de Overeenkomst, op naam van de over te dragen persoon gesteld en door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij overhandigd.
  2. Op grond van artikel 7, lid (5), van de Overeenkomst, wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen drie werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe kan verstrekken, bijvoorbeeld in het geval dat de aangezochte Partij over geen diplomatieke vertegenwoordiging op het grondgebied van de verzoekende partij beschikt, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die Partijen voor dit doel zullen gebruiken zijn als bijlage 4 en 5 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.
Art. 4. Documents de voyage (article 7, paragraphe (5), de l'Accord).
  1. En cas d'accord à la demande de reprise ou de réadmission, les documents de voyage nécessaires au retour sont établis au nom de la personne à transférer, conformément à l'article 7, paragraphe (5), de l'Accord et remis aux autorités compétentes de la Partie requérante par la représentation diplomatique.
  2. En vertu de l'article 7, paragraphe (5), de l'Accord, la Partie requise est réputée accepter l'utilisation d'un document de voyage délivré par la Partie requérante et par exemple dans le cas où aucune représentation diplomatique de la Partie requise n'est présente sur le territoire de la Partie requérante, si la représentation diplomatique ne peut pas délivrer le document de voyage demandé dans le délai de trois jours ouvrables suivant la date de la réception de la demande afférente. Les documents que les Parties utiliseront à cette fin sont joints en annexes 4 et 5 au présent Protocole d'application.
Art. 5. Overdracht (artikel 8, van de Overeenkomst).
  1. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, via de diplomatieke vertegenwoordiging, per telefax of via elektronische weg, minimaal drie werkdagen vóór de eerste poging tot overdracht in kennis van haar voornemen daartoe over te gaan. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
  2. Indien de verzoekende Partij in de onmogelijkheid verkeert de terug- of over te nemen persoon binnen de in artikel 7, lid (4), van de Overeenkomst genoemde termijn van een maand over te dragen stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, via de diplomatieke vertegenwoordiging, daarvan onverwijld in kennis.
  3. Indien medische redenen vervoer over de weg rechtvaardigen, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
Art. 5. Transfert (article 8, de l'Accord).
  1. L'autorité compétente de la Partie requérante informe l'autorité compétente de la Partie requise, en passant par la représentation diplomatique, par télécopieur ou par voie électronique, au moins trois jours ouvrables avant la première tentative du transfert, de son intention d'y procéder. A cette fin, il est fait usage du formulaire joint en annexe 2 au présent Protocole d'application.
  2. Si la Partie requérante se trouve dans l'impossibilité de transférer la personne à reprendre ou à réadmettre dans le délai d'un mois visé à l'article 7, paragraphe (4), de l'Accord, elle en informe sans délai l'autorité compétente de la Partie requise en passant par la représentation diplomatique.
  3. Lorsque des raisons médicales justifient le transport par voie terrestre, les autorités compétentes de la Partie requérante l'indiquent sur le formulaire joint en annexe 2 au présent Protocole d'application.
Art. 6. Doorgeleiding (artikel 10, van de Overeenkomst).
  1. Een verzoek om doorgeleiding wordt per telefax of via elektronische weg ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij minimaal twee werkdagen vóór de geplande doorgeleiding door de lucht en minimaal drie werkdagen vóór de geplande doorgeleiding over land. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
  2. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bericht onverwijld, per telefax of via elektronische weg, of zij instemt met de doorgeleiding en het hiervoor geplande tijdstip, de plaats waar de grens wordt overschreden, de wijze van vervoer en het gebruik van begeleiders. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het in lid 1, van dit artikel, bedoelde formulier.
  3. Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht.
Art. 6. Transit (article 10, de l'Accord).
  1. La demande de transit est introduite par télécopieur ou par voie électronique auprès de l'autorité compétente de la Partie requise au moins deux jours ouvrables avant le transit par voie aérienne projeté ou au moins trois jours ouvrables avant le transit par voie terrestre projeté. La demande est introduite en faisant usage du formulaire joint en annexe 6 au présent Protocole d'application.
  2. L'autorité compétente de la Partie requise communique sans délai, par télécopieur ou par voie électronique si elle accepte le transit et la date envisagée de celui-ci, le point de passage des frontières, le mode de transport et le recours à des escortes. A cette fin, il est fait usage du formulaire indiqué au paragraphe 1er, du présent article.
  3. Le transit s'effectue en principe par voie aérienne.
Art. 7. Ondersteuning van de doorgeleiding (artikel 10, lid (4), van de Overeenkomst).
  1. Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, richt zij een daartoe strekkend verzoek aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Bij gelegenheid van het antwoord op het verzoek om doorgeleiding bericht de aangezochte Partij of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning.
  Partijen maken daartoe gebruik van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht en treden zo nodig nader met elkaar in overleg.
  2. Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag van de aangezochte Partij en, voor zover mogelijk, met ondersteuning van deze Partij.
Art. 7. Soutien au transit (article 10, paragraphe (4), de l'Accord).
  1. Si la Partie requérante juge nécessaire le soutien au transit par les autorités de la Partie requise, elle adresse une demande en ce sens à l'autorité compétente de la Partie requise. A l'occasion de la réponse à la demande de transit, la Partie requise communique si elle peut fournir le soutien demandé. Les Parties font usage à cette fin du formulaire joint en annexe 6 au présent Protocole d'application et se consultent au besoin.
  2. Si la personne concernée est escortée, la garde et l'embarquement sont assurés par cette escorte sous l'autorité de la Partie requise et, dans la mesure du possible, avec l'assistance de celle-ci.
Art. 8. Begeleiding bij terug- of overname of doorgeleiding (artikel 15, onder 3, van de Overeenkomst).
  1. Bij de uitvoering van de doorgeleiding zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van terzake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en evenredige wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.
  De begeleiders moeten in alle omstandigheden het recht van de aangezochte Partij naleven.
  2. Begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen te zijn voorzien van een document waaruit blijkt dat toestemming is verleend voor de terug- of overname of de doorgeleiding en dienen te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en dienstopdracht aan te tonen.
  3. De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen terzake bevoegde ambtenaren.
Art. 8. Escorte lors de la reprise ou de la réadmission ou lors du transit (article 15, sous 3, de l'Accord).
  1. Lors de l'opération de transit, les pouvoirs de l'escorte se limitent à la légitime défense. De plus, en cas d'absence d'agents de la Partie requise compétents en la matière ou dans le but de leur porter assistance, l'escorte peut entreprendre des actions raisonnables et proportionnées pour répondre à un risque sérieux et immédiat afin de prévenir que la personne concernée ne fuit, ne porte atteinte à elle-même ou à un tiers ou cause des dommages aux biens.
  Dans toutes les circonstances, l'escorte doit respecter le droit de la Partie requise.
  2. L'escorte accomplit sa mission sans armes et en civil. Elle doit se munir d'un document qui atteste qu'une autorisation a été délivrée pour la reprise ou la réadmission ou pour le transit et doit être en mesure de prouver à tout moment son identité et son habilitation.
  3. Les autorités de la Partie requise garantissent à l'escorte durant l'exercice de sa mission dans le cadre de l'Accord la même protection et la même assistance qu'à leurs propres agents compétents en la matière.
Art. 9. Aanwijzing bevoegde autoriteiten (artikel 15, onder 1, van de Overeenkomst).
  De Partijen wisselen uiterlijk dertig dagen na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol een lijst van de voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde autoriteiten uit. Iedere wijziging in deze lijst delen zij elkaar onverwijld mede.
Art. 9. Désignation des autorités compétentes (article 15, sous 1, de l'Accord).
  Les Parties échangent au plus tard trente jours après la conclusion du présent Protocole d'application une liste des autorités compétentes pour l'application de l'Accord. Elles s'échangent sans délai toute modification de cette liste.
Art. 10. Aanwijzing plaatsen grensoverschrijding (artikel 15, onder 2, van de Overeenkomst).
  De Partijen delen elkaar uiterlijk dertig dagen na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol schriftelijk mede via welke grensovergangen personen krachtens de Overeenkomst daadwerkelijk worden overgedragen en toegelaten. Iedere wijziging hiervan delen zij elkaar onverwijld mede.
Art. 10. Désignation des points de passage frontaliers (article 15, sous 2, de l'Accord).
  Les Parties communiquent mutuellement par écrit, au plus tard trente jours après la conclusion du présent Protocole d'application, les points de passage frontaliers par lesquels les personnes sont effectivement transférées et admises. Elles s'échangent sans délai toute modification y afférente.
Art. 11. Kosten (artikel 11, van de Overeenkomst).
  Door de aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding welke op grond van artikel 11, van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Partij komen, worden door de verzoekende Partij na overlegging van een factuur vergoed.
Art. 11. Coûts (article 11, de l'Accord).
  Sur production d'une facture, la Partie requérante rembourse les frais exposés par la Partie requise en vue de la reprise ou de la réadmission et du transit, qui sont à charge de la Partie requérante en vertu de l'article 11, de l'Accord.
Art. 12. Comité van deskundigen (artikel 14, van de Overeenkomst).
  De Partijen stellen elkaar binnen de dertig dagen na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis van de samenstelling van hun delegatie in het krachtens artikel 14, van de Overeenkomst ingestelde Comité van deskundigen. Iedere wijziging in hun delegatie delen zij elkaar onverwijld mede.
Art. 12. Comité d'experts (article 14, de l'Accord).
  Dans les trente jours suivant l'entrée en vigueur de l'Accord, les Parties se communiquent mutuellement la composition de leur délégation au Comité d'experts, institué en vertu de l'article 14, de l'Accord. Elles s'échangent sans délai toute modification de leur délégation.
Art. 13. Taal.
  Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.
Art. 13. Langue.
  Les Parties communiquent entre elles en langue anglaise.
Art. 14. Wijziging van de bijlagen.
  1. De bijlagen 1 tot en met 7A en 7B vormen een integrerend onderdeel van het Uitvoeringsprotocol.
  2. Elke wijziging van de bijlagen bij dit Uitvoeringsprotocol wordt schriftelijk overeengekomen tussen de Partijen en wordt van kracht op een door de Partijen te bepalen datum.
Art. 14. Modification des annexes.
  1. Les annexes 1re à 7A et 7B incluses font partie intégrante du Protocole d'application.
  2. Toute modification des annexes du présent Protocole d'application fera l'objet d'une décision écrite des Parties et entrera en vigueur à une date à fixer par les Parties.
Art. 15. Inwerkingtreding en opzegging.
  Dit Uitvoeringsprotocol wordt overeenkomstig artikel 17 en 18, van de Overeenkomst toegepast en gelijktijdig met de opzegging van de Overeenkomst opgezegd.
  Gedaan te Sarajevo, op 19 juli 2006, in twee originele versies, in de officiële talen van Bosnië-Herzegovina (in de Bosnische, Kroatische en Servische taal) en in de Franse, Nederlandse en Engelse taal, zijnde de teksten in elk van de talen gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst (werktaal) doorslaggevend.
  (Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-11-2008, p. 61928-61942).
Art. 15. Entrée en vigueur et dénonciation.
  Le présent Protocole d'application est appliqué conformément aux articles 17 et 18, de l'Accord et dénoncé en même temps que la dénonciation de l'Accord.
  Fait à Sarajevo, le 19 juillet 2006, en deux versions originales, dans chacune des langues officielles de la Bosnie et Herzégovine (en langues bosniaque, croate et serbe), en langues française, néerlandaise et anglaise chacun des textes faisant également foi. En cas de divergence d'interprétation, la version anglaise (langue de travail) prévaudra.
  (Annexes non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 21-11-2008, p. 61943-61957).