Artikel 1. 1. Dit Verdrag heeft tot doel de grondbeginselen met betrekking tot de opdrachten, de organisatiewijze en de werkwijze van het Eurokorps te bepalen.
2. Dit Verdrag heeft eveneens tot doel de rechtspositie van het Hoofdkwartier van het Eurokorps te bepalen.
3. Tenzij in dit Verdrag een andersluidende bepaling is opgenomen, is het recht van de staat van verblijf van toepassing.
4. De Verdragsluitende Partijen komen overeen dat de bepalingen van dit Verdrag berusten op de toepassing van de beginselen van wederkerigheid en evenwichtige verdeling van de lasten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 NOVEMBER 2004. - Verdrag betreffende het Eurokorps en de rechtspositie van zijn Hoofdkwartier tussen de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Spanje en het Groothertogdom Luxemburg.
Titre
22 NOVEMBRE 2004. - Traité relatif au Corps européen et au statut de son Quartier général entre la République française, la République fédérale d'Allemagne, le Royaume de Belgique, le Royaume d'Espagne et le grand-duché de Luxembourg.
Informations sur le document
Numac: 2008A15112
Datum: 2004-11-22
Info du document
Numac: 2008A15112
Date: 2004-11-22
Table des matières
Table des matières
Tekst (59)
Texte (59)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. 1. Le présent Traité a pour objet de définir les principes fondamentaux relatifs aux missions, aux modalités d'organisation et au fonctionnement du Corps européen.
2. Le présent Traité a également pour objet de définir le statut du Quartier général du Corps européen.
3. A moins qu'il n'en soit disposé autrement dans le texte du présent Traité, le droit de l'Etat de séjour s'applique.
4. Les Parties contractantes conviennent que les dispositions du présent Traité sont fondées sur l'application des principes de réciprocité et de répartition équilibrée des charges.
2. Le présent Traité a également pour objet de définir le statut du Quartier général du Corps européen.
3. A moins qu'il n'en soit disposé autrement dans le texte du présent Traité, le droit de l'Etat de séjour s'applique.
4. Les Parties contractantes conviennent que les dispositions du présent Traité sont fondées sur l'application des principes de réciprocité et de répartition équilibrée des charges.
Art. 2. In dit Verdrag verstaat men onder :
1. " Eurokorps "
het multinationale legerkorps bestaande uit het Hoofdkwartier en de eenheden waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen;
2. " overdracht van het bevel "
de ter kennis gebrachte beslissing van de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Partij om een eenheid van de krijgsmacht van die Verdragsluitende Partij onder het werkelijke gezag van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te stellen;
Deze beslissing, die op ieder ogenblik kan worden herroepen, bepaalt de grenzen van het bevel dat zij overdraagt, alsmede het kader, de plaats en de datum van inwerkingtreding en de duur;
3. " Gemeenschappelijk Comité "
het comité dat is samengesteld uit de Chefs van de Generale Legerstaven en de politieke Directeuren van de ministeries van buitenlandse zaken van ieder van de Verdragsluitende Partijen of hun vertegenwoordigers;
4. " Hoofdkwartier "
de multinationale staf van het Eurokorps en de vertegenwoordigingen van de luchtmacht en de marine die bij hem zijn ingedeeld, alsook de commando- en steunelementen van deze staf;
5. " personeel van het Hoofdkwartier "
het militaire en burgerpersoneel;
6. " militair personeel "
het militaire personeel dat in het Hoofdkwartier dienst doet en tot de krijgsmachten van de Verdragsluitende Partijen behoort;
7. " burgerpersoneel "
de werknemers van de Verdragsluitende Partijen die in het Hoofdkwartier dienst doen.
De burgerwerknemers die door het Hoofdkwartier zijn aangeworven, worden geenszins als lid van het personeel van het Hoofdkwartier beschouwd;
8. " persoon ten laste "
de echtgenote van een personeelslid, ieder kind dat te zijnen laste is, alsook iedere naaste verwante die van hem om economische of gezondheidsredenen afhankelijk is, door hem werkelijk wordt onderhouden en met hem zijn woning deelt.
In geval van overlijden of overplaatsing van een personeelslid worden de personen te zijnen laste gedurende 90 dagen na zijn overlijden of overplaatsing als personen ten laste beschouwd zoals bedoeld in de vorige zin;
9. " Staat van herkomst "
de Verdragsluitende Partij waaronder het personeel ressorteert, wanneer het zich op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij bevindt;
10. " Staat van verblijf "
de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het Hoofdkwartier van het Eurokorps of een onderdeel van dit Hoofdkwartier, met ingegrip van zijn personeel, zich bevinden;
11. " Begrotings- en Financieel Comité "
het comité dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen aan wie op budgettair en financieel gebied de in Titel V omschreven bevoegdheid is toegewezen;
12. " College van Accountants "
het college dat evenwichtig is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen aan wie de in Titel V bepaalde bevoegdheid is toegewezen.
1. " Eurokorps "
het multinationale legerkorps bestaande uit het Hoofdkwartier en de eenheden waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen;
2. " overdracht van het bevel "
de ter kennis gebrachte beslissing van de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Partij om een eenheid van de krijgsmacht van die Verdragsluitende Partij onder het werkelijke gezag van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te stellen;
Deze beslissing, die op ieder ogenblik kan worden herroepen, bepaalt de grenzen van het bevel dat zij overdraagt, alsmede het kader, de plaats en de datum van inwerkingtreding en de duur;
3. " Gemeenschappelijk Comité "
het comité dat is samengesteld uit de Chefs van de Generale Legerstaven en de politieke Directeuren van de ministeries van buitenlandse zaken van ieder van de Verdragsluitende Partijen of hun vertegenwoordigers;
4. " Hoofdkwartier "
de multinationale staf van het Eurokorps en de vertegenwoordigingen van de luchtmacht en de marine die bij hem zijn ingedeeld, alsook de commando- en steunelementen van deze staf;
5. " personeel van het Hoofdkwartier "
het militaire en burgerpersoneel;
6. " militair personeel "
het militaire personeel dat in het Hoofdkwartier dienst doet en tot de krijgsmachten van de Verdragsluitende Partijen behoort;
7. " burgerpersoneel "
de werknemers van de Verdragsluitende Partijen die in het Hoofdkwartier dienst doen.
De burgerwerknemers die door het Hoofdkwartier zijn aangeworven, worden geenszins als lid van het personeel van het Hoofdkwartier beschouwd;
8. " persoon ten laste "
de echtgenote van een personeelslid, ieder kind dat te zijnen laste is, alsook iedere naaste verwante die van hem om economische of gezondheidsredenen afhankelijk is, door hem werkelijk wordt onderhouden en met hem zijn woning deelt.
In geval van overlijden of overplaatsing van een personeelslid worden de personen te zijnen laste gedurende 90 dagen na zijn overlijden of overplaatsing als personen ten laste beschouwd zoals bedoeld in de vorige zin;
9. " Staat van herkomst "
de Verdragsluitende Partij waaronder het personeel ressorteert, wanneer het zich op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij bevindt;
10. " Staat van verblijf "
de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het Hoofdkwartier van het Eurokorps of een onderdeel van dit Hoofdkwartier, met ingegrip van zijn personeel, zich bevinden;
11. " Begrotings- en Financieel Comité "
het comité dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen aan wie op budgettair en financieel gebied de in Titel V omschreven bevoegdheid is toegewezen;
12. " College van Accountants "
het college dat evenwichtig is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen aan wie de in Titel V bepaalde bevoegdheid is toegewezen.
Art. 2. Dans le présent Traité on entend :
1. par " Corps européen " :
le corps d'armée multinational constitué par le Quartier général et par les unités pour lesquelles les Parties contractantes ont effectué le transfert du commandement au Général commandant le Corps européen;
2. par " transfert de commandement " :
la décision notifiée par l'autorité compétente d'une Partie contractante de placer sous l'autorité effective du Général commandant le Corps européen une unité des forces armées de cette Partie contractante.
La décision, qui peut être rapportée à tout moment, précise les limites du commandement qu'elle transfère ainsi que le cadre, le lieu, la date de prise d'effet et la durée;
3. par " Comité commun " :
le comité composé des Chefs d'état-major des armées et des Directeurs politiques des ministères des affaires étrangères de chacune des Parties contractantes, ou de leurs représentants;
4. par " Quartier général " :
l'état-major multinational du Corps européen et les représentations des armées de l'air et de la marine qui lui sont rattachées ainsi que les éléments de commandement et de soutien de cet état-major;
5. par " personnel du Quartier général " :
le personnel militaire et civil;
6. par " personnel militaire " :
le personnel militaire servant au sein du Quartier général et appartenant aux forces armées des Parties contractantes;
7. par " personnel civil ";
les employés des Parties contractantes servant au sein du Quartier général.
Les travailleurs civils recrutés par le Quartier général ne sont en aucun cas considérés comme membres du personnel du Quartier général;
8. par " personne à charge ";
le conjoint d'un membre du personnel du Quartier général, tout enfant qui est à sa charge, ainsi que tout proche parent qui dépend de celui-ci pour des raisons économiques ou de santé, qui est effectivement soutenu par ce membre et qui partage son logement.
En cas de décès ou de mutation d'un membre du personnel, les personnes à sa charge sont considérées comme personnes à charge au sens de la phrase précédente pendant les 90 jours suivant le décès ou la mutation;
9. par " Etat d'origine " :
la Partie contractante dont relève le personnel, lorsqu'il se trouve sur le territoire d'une autre Partie contractante;
10. par " Etat de séjour " :
la Partie contractante sur le territoire de laquelle se trouve le Quartier général du Corps européen ou un élément de ce Quartier général, y compris leurs personnels;
11. par " Comité budgétaire et financier " :
le comité composé de représentants des Parties contractantes auquel est attribué, dans les domaines budgétaire et financier, les compétences prévues au titre V;
12. par " Collège des experts aux comptes " :
le collège composé de manière équilibrée de représentants des Parties contractantes auquel sont confiées les compétences prévues au titre V.
1. par " Corps européen " :
le corps d'armée multinational constitué par le Quartier général et par les unités pour lesquelles les Parties contractantes ont effectué le transfert du commandement au Général commandant le Corps européen;
2. par " transfert de commandement " :
la décision notifiée par l'autorité compétente d'une Partie contractante de placer sous l'autorité effective du Général commandant le Corps européen une unité des forces armées de cette Partie contractante.
La décision, qui peut être rapportée à tout moment, précise les limites du commandement qu'elle transfère ainsi que le cadre, le lieu, la date de prise d'effet et la durée;
3. par " Comité commun " :
le comité composé des Chefs d'état-major des armées et des Directeurs politiques des ministères des affaires étrangères de chacune des Parties contractantes, ou de leurs représentants;
4. par " Quartier général " :
l'état-major multinational du Corps européen et les représentations des armées de l'air et de la marine qui lui sont rattachées ainsi que les éléments de commandement et de soutien de cet état-major;
5. par " personnel du Quartier général " :
le personnel militaire et civil;
6. par " personnel militaire " :
le personnel militaire servant au sein du Quartier général et appartenant aux forces armées des Parties contractantes;
7. par " personnel civil ";
les employés des Parties contractantes servant au sein du Quartier général.
Les travailleurs civils recrutés par le Quartier général ne sont en aucun cas considérés comme membres du personnel du Quartier général;
8. par " personne à charge ";
le conjoint d'un membre du personnel du Quartier général, tout enfant qui est à sa charge, ainsi que tout proche parent qui dépend de celui-ci pour des raisons économiques ou de santé, qui est effectivement soutenu par ce membre et qui partage son logement.
En cas de décès ou de mutation d'un membre du personnel, les personnes à sa charge sont considérées comme personnes à charge au sens de la phrase précédente pendant les 90 jours suivant le décès ou la mutation;
9. par " Etat d'origine " :
la Partie contractante dont relève le personnel, lorsqu'il se trouve sur le territoire d'une autre Partie contractante;
10. par " Etat de séjour " :
la Partie contractante sur le territoire de laquelle se trouve le Quartier général du Corps européen ou un élément de ce Quartier général, y compris leurs personnels;
11. par " Comité budgétaire et financier " :
le comité composé de représentants des Parties contractantes auquel est attribué, dans les domaines budgétaire et financier, les compétences prévues au titre V;
12. par " Collège des experts aux comptes " :
le collège composé de manière équilibrée de représentants des Parties contractantes auquel sont confiées les compétences prévues au titre V.
Art. 3. Het Eurokorps kan met opdrachten worden belast in het kader van de Verenigde Naties, van de West-Europese Unie (WEU), van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), van het gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidsbeleid van de Europese Unie of van een gemeenschappelijke beslissing die door de Verdragsluitende Partijen is genomen.
Onder deze voorwaarden omvatten de opdrachten van het Eurokorps, benevens zijn opdrachten van deelneming aan de gemeenschappelijke verdediging, humanitaire en evacuatieopdrachten, opdrachten inzake vredeshandhaving en het inzetten van gevechtstroepen voor crisisbeheersing, met inbegrip van opdrachten om de vrede te herstellen.
Onder deze voorwaarden omvatten de opdrachten van het Eurokorps, benevens zijn opdrachten van deelneming aan de gemeenschappelijke verdediging, humanitaire en evacuatieopdrachten, opdrachten inzake vredeshandhaving en het inzetten van gevechtstroepen voor crisisbeheersing, met inbegrip van opdrachten om de vrede te herstellen.
Art. 3. Les missions du Corps européen peuvent lui être confiées dans le cadre soit des Nations unies, soit de l'Union de l'Europe Occidentale (UEO), soit de l'Organisation du Traité de l'Atlantique Nord (OTAN), soit de la politique étrangère et de sécurité commune de l'Union européenne, soit d'une décision commune prise par les Parties contractantes.
Dans ces conditions, les missions du Corps européen, outre ses missions de participation à la défense commune, incluent les missions humanitaires et d'évacuation, les missions de maintien de la paix et les missions de forces de combat pour la gestion des crises, y compris les missions de rétablissement de la paix.
Dans ces conditions, les missions du Corps européen, outre ses missions de participation à la défense commune, incluent les missions humanitaires et d'évacuation, les missions de maintien de la paix et les missions de forces de combat pour la gestion des crises, y compris les missions de rétablissement de la paix.
Art. 4. Het Gemeenschappelijk Comité is er in het bijzonder mede belast :
- de beslissingen van de Verdragsluitende Partijen voor te bereiden en toe te passen, zodra zij zijn goedgekeurd, aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps richtlijnen te verstrekken en voor de wederzijdse informatie en coördinatie tussen de Verdragsluitende Partijen te zorgen;
- de betrekkingen met de EU, de WEU, de NAVO en andere internationale organisaties, alsook met de niet-lidstaten te regelen;
- de vragen in verband met de uitvoering van dit Verdrag te bestuderen;
- de beslissingen betreffende de uitvoering van dit Verdrag te coördineren;
- de bevoegdheid, die inzake de regeling van geschillen in Titel III en op budgettair en financieel gebied in Titel V is bepaald, uit te oefenen.
- de beslissingen van de Verdragsluitende Partijen voor te bereiden en toe te passen, zodra zij zijn goedgekeurd, aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps richtlijnen te verstrekken en voor de wederzijdse informatie en coördinatie tussen de Verdragsluitende Partijen te zorgen;
- de betrekkingen met de EU, de WEU, de NAVO en andere internationale organisaties, alsook met de niet-lidstaten te regelen;
- de vragen in verband met de uitvoering van dit Verdrag te bestuderen;
- de beslissingen betreffende de uitvoering van dit Verdrag te coördineren;
- de bevoegdheid, die inzake de regeling van geschillen in Titel III en op budgettair en financieel gebied in Titel V is bepaald, uit te oefenen.
Art. 4. Le Comité commun est notamment chargé :
- de préparer les décisions des Parties contractantes et de les mettre en oeuvre lorsqu'elles sont approuvées, de donner des directives au Général commandant le Corps européen et d'assurer l'information mutuelle et la coordination entre les Parties contractantes;
- d'assurer les relations avec l'UE, l'UEO, l'OTAN, d'autres organisations internationales ainsi que les Etats non membres;
- d'étudier les questions relatives à la mise en oeuvre du présent Traité;
- de coordonner les décisions afférentes à la mise en oeuvre du présent Traité;
- d'exercer les compétences précisées dans le Titre III relatif au règlement des dommages et dans le Titre V dans les domaines budgétaire et financier.
- de préparer les décisions des Parties contractantes et de les mettre en oeuvre lorsqu'elles sont approuvées, de donner des directives au Général commandant le Corps européen et d'assurer l'information mutuelle et la coordination entre les Parties contractantes;
- d'assurer les relations avec l'UE, l'UEO, l'OTAN, d'autres organisations internationales ainsi que les Etats non membres;
- d'étudier les questions relatives à la mise en oeuvre du présent Traité;
- de coordonner les décisions afférentes à la mise en oeuvre du présent Traité;
- d'exercer les compétences précisées dans le Titre III relatif au règlement des dommages et dans le Titre V dans les domaines budgétaire et financier.
Art. 5. 1. Het Hoofdkwartier bezit rechtsbevoegdheid. Het is bevoegd om overeenkomsten te sluiten, bezittingen te verwerven en te vervreemden.
2. Het Hoofdkwartier kan in rechte optreden zowel als eiser dan als verweerder. Tussen het Hoofdkwartier enerzijds en een Verdragsluitende Partij anderzijds kan evenwel worden overeengekomen dat deze in de plaats treedt voor de rechtbanken van die staat voor iedere vordering waarbij het Hoofdkwartier Partij zal zijn. In dat geval moet het Hoofdkwartier zorgen voor de terugbetaling van de werkelijke kosten overeenkomstig het begrotings- en financiële reglement.
3. Tegen het Hoofdkwartier kunnen geen uitvoeringsmaatregelen of maatregelen met het oog op de inbeslagname van zijn bezittingen of middelen worden genomen.
Deze bepaling heeft geen invloed op de mogelijkheid om tot een wettelijk beslag over te gaan op de wedde van werknemers die door het Hoofdkwartier zijn aangeworven.
2. Het Hoofdkwartier kan in rechte optreden zowel als eiser dan als verweerder. Tussen het Hoofdkwartier enerzijds en een Verdragsluitende Partij anderzijds kan evenwel worden overeengekomen dat deze in de plaats treedt voor de rechtbanken van die staat voor iedere vordering waarbij het Hoofdkwartier Partij zal zijn. In dat geval moet het Hoofdkwartier zorgen voor de terugbetaling van de werkelijke kosten overeenkomstig het begrotings- en financiële reglement.
3. Tegen het Hoofdkwartier kunnen geen uitvoeringsmaatregelen of maatregelen met het oog op de inbeslagname van zijn bezittingen of middelen worden genomen.
Deze bepaling heeft geen invloed op de mogelijkheid om tot een wettelijk beslag over te gaan op de wedde van werknemers die door het Hoofdkwartier zijn aangeworven.
Art. 5. 1. Le Quartier général a la capacité juridique. Il a la capacité de contracter, d'acquérir et d'aliéner.
2. Le Quartier général peut ester en justice tant en qualité de demandeur que de défendeur. Toutefois, il pourra être convenu entre le Quartier général d'une part et une Partie contractante d'autre part, que cette dernière sera subrogée devant les tribunaux de cet Etat pour toute action à laquelle le Quartier général sera partie. Dans ce cas, le Quartier général doit assurer le remboursement des frais effectifs conformément au règlement budgétaire et financier.
3. Aucune mesure d'exécution ou visant soit la saisie soit la confiscation de ses biens ou fonds ne peut être prise contre le Quartier général.
Cette disposition n'affecte pas la possibilité de procéder à une saisie légale des rémunérations de travailleurs recrutés par le Quartier général.
2. Le Quartier général peut ester en justice tant en qualité de demandeur que de défendeur. Toutefois, il pourra être convenu entre le Quartier général d'une part et une Partie contractante d'autre part, que cette dernière sera subrogée devant les tribunaux de cet Etat pour toute action à laquelle le Quartier général sera partie. Dans ce cas, le Quartier général doit assurer le remboursement des frais effectifs conformément au règlement budgétaire et financier.
3. Aucune mesure d'exécution ou visant soit la saisie soit la confiscation de ses biens ou fonds ne peut être prise contre le Quartier général.
Cette disposition n'affecte pas la possibilité de procéder à une saisie légale des rémunérations de travailleurs recrutés par le Quartier général.
Art. 6. 1. De rechtsbevoegdheid van het Hoofdkwartier wordt uitgeoefend door de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps of door enig persoon die uitdrukkelijk door hem is aangewezen om in zijn naam te handelen.
2. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps kan van het Gemeenschappelijk Comité het mandaat krijgen om te onderhandelen over overeenkomsten betreffende de organisatie en het houden van oefeningen of operaties op het grondgebied van een derde staat.
3. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps krijgt richtlijnen van het Gemeenschappelijk Comité.
Zij bepalen zijn bevoegdheid in vredestijd en bij het inzetten, welke meer bepaald het volgende omvat :
- operationele en logistieke planning,
- bijdrage tot de vaststelling van de opleidingsdoelstellingen,
- controle van het opleidingsniveau,
- voorbereiding en uitvoering van de oefeningen,
- voorstellen betreffende enig ander vraagstuk, voornamelijk die over de organisatie van de strijdkrachten.
4. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps vaardigt in het kader van zijn bevoegdheid dienstvoorschriften uit voor de werking van het Hoofdkwartier en stelt in overeenstemming met de generale staven van de staten, die aan het Eurokorps deelnemen, vaste procedures in voor de samenwerking van de grote eenheden.
5. De functie van bevelvoerende Generaal van het Eurokorps en de belangrijkste verantwoordelijke functies worden bij toerbeurt door de Verdragsluitende Partijen waargenomen.
Het evenwicht bij de verdeling van deze functies onder de Verdragsluitende Partijen wordt gewaarborgd door een beslissing van het Gemeenschappelijk Comité, rekening houdende met de verdere ontwikkeling van de structuren van het Eurokorps.
De functies van bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, van adjunct van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, van Stafchef en van Adjunct-stafchef Operaties dienen in ieder geval telkens aan verschillende staten, die aan het Eurokorps deelnemen, te worden toegewezen.
6. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps stelt een gemeenschappelijk jaarlijks ontwerp van begroting en een ontwerp van financiële planning op middellange termijn op. Hij is met de uitvoering van deze begroting belast.
2. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps kan van het Gemeenschappelijk Comité het mandaat krijgen om te onderhandelen over overeenkomsten betreffende de organisatie en het houden van oefeningen of operaties op het grondgebied van een derde staat.
3. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps krijgt richtlijnen van het Gemeenschappelijk Comité.
Zij bepalen zijn bevoegdheid in vredestijd en bij het inzetten, welke meer bepaald het volgende omvat :
- operationele en logistieke planning,
- bijdrage tot de vaststelling van de opleidingsdoelstellingen,
- controle van het opleidingsniveau,
- voorbereiding en uitvoering van de oefeningen,
- voorstellen betreffende enig ander vraagstuk, voornamelijk die over de organisatie van de strijdkrachten.
4. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps vaardigt in het kader van zijn bevoegdheid dienstvoorschriften uit voor de werking van het Hoofdkwartier en stelt in overeenstemming met de generale staven van de staten, die aan het Eurokorps deelnemen, vaste procedures in voor de samenwerking van de grote eenheden.
5. De functie van bevelvoerende Generaal van het Eurokorps en de belangrijkste verantwoordelijke functies worden bij toerbeurt door de Verdragsluitende Partijen waargenomen.
Het evenwicht bij de verdeling van deze functies onder de Verdragsluitende Partijen wordt gewaarborgd door een beslissing van het Gemeenschappelijk Comité, rekening houdende met de verdere ontwikkeling van de structuren van het Eurokorps.
De functies van bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, van adjunct van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, van Stafchef en van Adjunct-stafchef Operaties dienen in ieder geval telkens aan verschillende staten, die aan het Eurokorps deelnemen, te worden toegewezen.
6. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps stelt een gemeenschappelijk jaarlijks ontwerp van begroting en een ontwerp van financiële planning op middellange termijn op. Hij is met de uitvoering van deze begroting belast.
Art. 6. 1. La capacité juridique du Quartier général est exercée par le Général commandant le Corps européen ou par toute personne désignée expressément par lui pour agir en son nom.
2. Le Général commandant le Corps européen peut recevoir mandat du Comité commun pour négocier des accords relatifs à l'organisation et à la conduite d'exercices ou d'opérations sur le territoire d'un Etat tiers.
3. Le Général commandant le Corps européen reçoit ses directives du Comité commun.
Elles définissent ses attributions en temps de paix et d'engagement qui sont notamment les suivantes :
- planification opérationnelle et logistique,
- contribution à la détermination des objectifs d'entraînement,
- contrôle du niveau d'instruction,
- préparation et exécution des exercices,
- propositions concernant toute autre question, notamment celles relatives à l'organisation des forces.
4. Le Général commandant le Corps européen émet, dans le cadre de ses attributions, des règlements de service concernant le fonctionnement du Quartier général et met en place, en accord avec les états majors généraux des Etats participant au Corps européen, des procédures permanentes de coopération des grandes unités.
5. Le poste de Général commandant le Corps européen et les principaux postes de responsabilité sont pourvus, par rotation, par les Parties contractantes.
L'équilibre dans la répartition de ces postes entre les Parties contractantes est assuré par décision du Comité commun en tenant compte des évolutions de la structure du Corps européen.
En tout état de cause les postes de Général commandant le Corps européen, d'adjoint du Général commandant le Corps européen, de Chef d'état major, et de sous-chef d'état major Opérations sont à attribuer à chaque fois à des Etats différents participant au Corps européen.
6. Le Général commandant le Corps européen élabore un projet de budget commun annuel et un projet de programmation financière à moyen terme. Il est chargé de l'exécution de ce budget.
2. Le Général commandant le Corps européen peut recevoir mandat du Comité commun pour négocier des accords relatifs à l'organisation et à la conduite d'exercices ou d'opérations sur le territoire d'un Etat tiers.
3. Le Général commandant le Corps européen reçoit ses directives du Comité commun.
Elles définissent ses attributions en temps de paix et d'engagement qui sont notamment les suivantes :
- planification opérationnelle et logistique,
- contribution à la détermination des objectifs d'entraînement,
- contrôle du niveau d'instruction,
- préparation et exécution des exercices,
- propositions concernant toute autre question, notamment celles relatives à l'organisation des forces.
4. Le Général commandant le Corps européen émet, dans le cadre de ses attributions, des règlements de service concernant le fonctionnement du Quartier général et met en place, en accord avec les états majors généraux des Etats participant au Corps européen, des procédures permanentes de coopération des grandes unités.
5. Le poste de Général commandant le Corps européen et les principaux postes de responsabilité sont pourvus, par rotation, par les Parties contractantes.
L'équilibre dans la répartition de ces postes entre les Parties contractantes est assuré par décision du Comité commun en tenant compte des évolutions de la structure du Corps européen.
En tout état de cause les postes de Général commandant le Corps européen, d'adjoint du Général commandant le Corps européen, de Chef d'état major, et de sous-chef d'état major Opérations sont à attribuer à chaque fois à des Etats différents participant au Corps européen.
6. Le Général commandant le Corps européen élabore un projet de budget commun annuel et un projet de programmation financière à moyen terme. Il est chargé de l'exécution de ce budget.
Art. 7. 1. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps verleent de autoriteiten, die krachtens het recht van de staat van verblijf gemachtigd zijn voor de uitoefening van hun officiële opdracht de installaties van het Hoofdkwartier binnen te gaan, op hun vraag toegang. Bij een op heterdaad vastgestelde overtreding, bij gevaar dat ligt in het verwijl of op grond van een rechterlijke beslissing wordt de toegang evenwel beschouwd als te zijn toegestaan.
2. Het archief en andere officiële documenten van het Hoofdkwartier zijn onschendbaar.
De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps kan op vraag van een van de Verdragsluitende Partijen evenwel toestaan dat het archief wordt geraadpleegd.
Bij een weigering beslist het Gemeenschappelijk Comité.
Op grond van een rechterlijke beslissing kan een dergelijke toestemming echter ambtshalve worden gegeven met inachtneming van de voorschriften voor de bescherming van het defensiegeheim.
2. Het archief en andere officiële documenten van het Hoofdkwartier zijn onschendbaar.
De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps kan op vraag van een van de Verdragsluitende Partijen evenwel toestaan dat het archief wordt geraadpleegd.
Bij een weigering beslist het Gemeenschappelijk Comité.
Op grond van een rechterlijke beslissing kan een dergelijke toestemming echter ambtshalve worden gegeven met inachtneming van de voorschriften voor de bescherming van het defensiegeheim.
Art. 7. 1. Sur leur demande, le Général commandant le Corps européen autorise l'accès des autorités habilitées, en vertu du droit de l'Etat de séjour, à pénétrer dans les installations du Quartier général en vue de l'accomplissement de leurs missions officielles. Toutefois, en cas d'infraction flagrante, de péril en la demeure ou sur décision d'un magistrat l'accès est considéré comme autorisé.
2. Les archives et autres documents officiels du Quartier général sont inviolables.
Cependant, le Général commandant le Corps européen peut, à la demande d'une des Parties contractantes, autoriser la consultation de ces archives.
En cas de refus, le Comité commun décide.
Toutefois, sur décision d'un magistrat, une telle autorisation est accordée d'office, dans le respect des règles de protection du secret militaire.
2. Les archives et autres documents officiels du Quartier général sont inviolables.
Cependant, le Général commandant le Corps européen peut, à la demande d'une des Parties contractantes, autoriser la consultation de ces archives.
En cas de refus, le Comité commun décide.
Toutefois, sur décision d'un magistrat, une telle autorisation est accordée d'office, dans le respect des règles de protection du secret militaire.
Art. 8. In het kader van oefeningen of het inzetten van het Eurokorps hebben de Verdragsluitende Partijen het recht hun personeel en materieel op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij te verplaatsen en tijdelijk te stationeren, nadat de bevoegde autoriteiten van deze Partij hun toestemming hebben verleend.
Art. 8. Dans le cadre d'exercices ou d'un emploi du Corps européen, les Parties contractantes sont autorisées à déplacer et faire stationner temporairement leur personnel et matériel sur le territoire d'une Partie contractante après accord des autorités compétentes de celle-ci.
Art. 9. Het militaire personeel mag alleen wapens bezitten en dragen, als het reglement hetwelk op dat personeel van toepassing is zulks toestaat.
Art. 9. Le personnel militaire ne peut détenir et porter les armes qu'à condition d'y être autorisé par le règlement qui lui est applicable.
Art. 10. 1. De Verdragsluitende Partijen zorgen aan de hand van geschikte maatregelen voor de bescherming van de informatie, de documenten en het materieel die geheim moeten blijven en die aan het Eurokorps worden toegezonden of door dit worden aangemaakt.
Deze maatregelen houden op analoge wijze rekening met de principes en de regels voor de bescherming van het geheim van de Raad van de Europese Unie.
2. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps vaardigt met de goedkeuring van de nationale veiligheidsautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen de richtlijnen uit, die voor de bescherming van het geheim in het Eurokorps nodig zijn.
3. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe hun onderdanen, die nodig van in het kader van het Eurokorps beschermde informatie kennis moeten nemen, overeenkomstig de geldende nationale regels aan een machtigingsprocedure te onderwerpen en zich daarbij wederzijdse steun te verlenen.
4. In de onderstaande tabel staan de gelijkwaardige classificatiegraden van het Eurokorps en de Raad van de Europese Unie naast elkaar vermeld.
Deze maatregelen houden op analoge wijze rekening met de principes en de regels voor de bescherming van het geheim van de Raad van de Europese Unie.
2. De bevelvoerende Generaal van het Eurokorps vaardigt met de goedkeuring van de nationale veiligheidsautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen de richtlijnen uit, die voor de bescherming van het geheim in het Eurokorps nodig zijn.
3. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe hun onderdanen, die nodig van in het kader van het Eurokorps beschermde informatie kennis moeten nemen, overeenkomstig de geldende nationale regels aan een machtigingsprocedure te onderwerpen en zich daarbij wederzijdse steun te verlenen.
4. In de onderstaande tabel staan de gelijkwaardige classificatiegraden van het Eurokorps en de Raad van de Europese Unie naast elkaar vermeld.
Art. 10. 1. Les Parties contractantes s'assurent, par des mesures appropriées, de la protection des informations, des documents et des matériels qui doivent rester secrets, adressés au Corps européen ou générés par celui-ci.
Ces mesures tiennent compte de manière analogue des principes et des règles de la protection du secret du Conseil de l'Union européenne.
2. Le Général commandant le Corps européen arrête, avec l'approbation des autorités nationales de sécurité des Parties contractantes, les instructions nécessaires à l'application de la protection du secret au sein du Corps européen.
3. Les Parties contractantes s'engagent à effectuer les procédures d'habilitation de leurs nationaux ayant besoin de connaître des informations protégées dans le cadre du Corps européen, conformément aux règles nationales en vigueur, et à se porter mutuelle assistance en ce qui concerne cette procédure d'habilitation.
4. Le tableau suivant pose l'équivalence entre la classification du Corps européen et la classification du Conseil de l'Union européenne.
Ces mesures tiennent compte de manière analogue des principes et des règles de la protection du secret du Conseil de l'Union européenne.
2. Le Général commandant le Corps européen arrête, avec l'approbation des autorités nationales de sécurité des Parties contractantes, les instructions nécessaires à l'application de la protection du secret au sein du Corps européen.
3. Les Parties contractantes s'engagent à effectuer les procédures d'habilitation de leurs nationaux ayant besoin de connaître des informations protégées dans le cadre du Corps européen, conformément aux règles nationales en vigueur, et à se porter mutuelle assistance en ce qui concerne cette procédure d'habilitation.
4. Le tableau suivant pose l'équivalence entre la classification du Corps européen et la classification du Conseil de l'Union européenne.
EUROCOR TRES | TRES SECRET UE/EU| EUROCOR TRES | TRES SECRET UE/EU
SECRET | TOP SECRET | SECRET | TOP SECRET
SECRET | TOP SECRET | SECRET | TOP SECRET
Modifications
|------------------|------------------|------------------
EUROCOR SECRET | SECRET UE | EUROCOR SECRET | SECRET UE
-----------------|------------------|------------------|------------------
EUROCOR | CONFIDENTIEL UE | EUROCOR | CONFIDENTIEL UE
CONFIDENTIEL | | CONFIDENTIEL |
-----------------|------------------|------------------|------------------
EUROCOR DIFFUSION| DIFFUSION | EUROCOR DIFFUSION| RESTREINT UE
RESTREINTE | RESTREINTE UE | RESTREINTE |
EUROCOR TRES | TRES SECRET UE/EU| EUROCOR TRES | TRES SECRET UE/EU
SECRET | TOP SECRET | SECRET | TOP SECRET
SECRET | TOP SECRET | SECRET | TOP SECRET
Modifications
|------------------|------------------|------------------
EUROCOR SECRET | SECRET UE | EUROCOR SECRET | SECRET UE
-----------------|------------------|------------------|------------------
EUROCOR | CONFIDENTIEL UE | EUROCOR | CONFIDENTIEL UE
CONFIDENTIEL | | CONFIDENTIEL |
-----------------|------------------|------------------|------------------
EUROCOR DIFFUSION| DIFFUSION | EUROCOR DIFFUSION| RESTREINT UE
RESTREINTE | RESTREINTE UE | RESTREINTE |
Art. 11. Het militaire rijbewijs dat door een Verdragsluitende Partij is afgegeven geldt eveneens op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partijen voor de overeenkomstige militaire voertuigen van iedere andere Verdragsluitende Partij.
Art. 11. Le permis de conduire militaire délivré par une des Parties contractantes est également valable sur le territoire des autres Parties contractantes pour les véhicules militaires correspondants de toutes les Parties contractantes.
Art. 12. Tenzij een andere regeling is getroffen, draagt het militaire personeel zijn uniform of burgerkledij onder dezelfde omstandigheden als de leden van de krijgsmacht van de staat van verblijf.
Art. 12. Sous réserve de tout arrangement contraire, le personnel militaire revêt son uniforme ou la tenue civile dans les mêmes conditions que les membres des forces armées de l'Etat de séjour.
Art. 13. De voertuigen die door het Hoofdkwartier worden aangeschaft krijgen een speciaal kentekenbewijs overeenkomstig de geldende wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het Hoofdkwartier gevestigd is.
De voertuigen die door iedere Verdragsluitende Partij ter beschikking van het Hoofdkwartier worden gesteld behouden hun nationaal kentekenbewijs en dragen een onderscheidingsteken van het Eurokorps.
De voertuigen die door iedere Verdragsluitende Partij ter beschikking van het Hoofdkwartier worden gesteld behouden hun nationaal kentekenbewijs en dragen een onderscheidingsteken van het Eurokorps.
Art. 13. Les véhicules acquis par le Quartier général font l'objet d'une immatriculation spécifique conformément à la législation en vigueur de la Partie contractante sur le territoire de laquelle est implanté le Quartier général.
Les véhicules mis à la disposition du Quartier général par chaque Partie contractante conservent leur immatriculation nationale et portent une marque distinctive du Corps européen.
Les véhicules mis à la disposition du Quartier général par chaque Partie contractante conservent leur immatriculation nationale et portent une marque distinctive du Corps européen.
TITEL II. - Rechterlijke bevoegdheid.
TITRE II. - Compétence juridictionnelle.
Art. 14. De autoriteiten van de staat van herkomst hebben het recht hun straf- en tuchtrechtsbevoegdheid, die hun door de wetgeving van de staat van herkomst is verleend, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden van het Hoofdkwartier die aan de straf- en tuchtwetten van die staat onderworpen zijn.
De autoriteiten van de staat van verblijf hebben het recht hun rechtsbevoegdheid uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden van het Hoofdkwartier voor overtredingen die op het grondgebied van de staat van verblijf worden begaan en naar zijn recht worden bestraft.
De autoriteiten van de staat van verblijf hebben het recht hun rechtsbevoegdheid uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden van het Hoofdkwartier voor overtredingen die op het grondgebied van de staat van verblijf worden begaan en naar zijn recht worden bestraft.
Art. 14. Les autorités de l'Etat d'origine ont le droit d'exercer les pouvoirs de juridiction pénale et disciplinaire que leur confère la législation de l'Etat d'origine sur les membres du personnel du Quartier général assujettis à la législation pénale et disciplinaire de cet Etat.
Les autorités de l'Etat de séjour ont le droit d'exercer leur juridiction sur les membres du personnel du Quartier général en ce qui concerne les infractions commises sur le territoire de l'Etat de séjour et punies en vertu de sa législation.
Les autorités de l'Etat de séjour ont le droit d'exercer leur juridiction sur les membres du personnel du Quartier général en ce qui concerne les infractions commises sur le territoire de l'Etat de séjour et punies en vertu de sa législation.
Art. 15. 1. De autoriteiten van de staat van herkomst hebben het recht als eersten hun rechtsbevoegdheid uit te oefenen ten aanzien van het personeel van het Hoofdkwartier, dat onder die staat ressorteert, met betrekking tot :
a. de misdrijven die enkel worden begaan tegen de veiligheid of het eigendom van deze staat of de misdrijven die enkel worden begaan tegen de persoon of het eigendom van een personeelslid van deze staat of van een persoon ten laste;
b. de misdrijven die het gevolg zijn van enige handeling of nalatigheid gepleegd bij de uitoefening van de dienst.
2. Voor de andere misdrijven oefenen de autoriteiten van de staat van verblijf als eersten hun rechtsbevoegdheid uit.
3. De Verdragsluitende Partij die het recht heeft om als eerste haar rechtsbevoegdheid uit te oefenen kan daarvan afzien. In dat geval brengt zij de autoriteiten van de andere betrokken Verdragsluitende Partijen daarvan onmiddellijk op de hoogte. De Verdragsluitende Partij die het recht heeft haar rechtsbevoegdheid als eerste uit te oefenen onderzoekt welwillend de aanvragen om van dat recht af te zien, die door de autoriteiten van de andere betrokken Partijen worden ingediend. Wanneer de staat van verblijf van zijn recht om als eerste zijn rechtsbevoegdheid uit te oefenen afziet, moet het betrokken personeelslid van het Hoofdkwartier, als de Staat van verblijf dat eist, van diens grondgebied worden verwijderd.
a. de misdrijven die enkel worden begaan tegen de veiligheid of het eigendom van deze staat of de misdrijven die enkel worden begaan tegen de persoon of het eigendom van een personeelslid van deze staat of van een persoon ten laste;
b. de misdrijven die het gevolg zijn van enige handeling of nalatigheid gepleegd bij de uitoefening van de dienst.
2. Voor de andere misdrijven oefenen de autoriteiten van de staat van verblijf als eersten hun rechtsbevoegdheid uit.
3. De Verdragsluitende Partij die het recht heeft om als eerste haar rechtsbevoegdheid uit te oefenen kan daarvan afzien. In dat geval brengt zij de autoriteiten van de andere betrokken Verdragsluitende Partijen daarvan onmiddellijk op de hoogte. De Verdragsluitende Partij die het recht heeft haar rechtsbevoegdheid als eerste uit te oefenen onderzoekt welwillend de aanvragen om van dat recht af te zien, die door de autoriteiten van de andere betrokken Partijen worden ingediend. Wanneer de staat van verblijf van zijn recht om als eerste zijn rechtsbevoegdheid uit te oefenen afziet, moet het betrokken personeelslid van het Hoofdkwartier, als de Staat van verblijf dat eist, van diens grondgebied worden verwijderd.
Art. 15. 1. Les autorités de l'Etat d'origine ont le droit d'exercer par priorité leur juridiction sur le personnel du Quartier général, relevant de cet Etat, en ce qui concerne :
a. les infractions portant atteinte uniquement à la sûreté ou à la propriété de cet Etat ou les infractions portant atteinte uniquement à la personne ou à la propriété d'un membre du personnel de cet Etat ainsi que d'une personne à charge;
b. les infractions résultant de tout acte ou négligence accomplis dans l'exécution du service.
2. Pour les autres infractions, les autorités de l'Etat de séjour exercent par priorité leur juridiction.
3. La Partie contractante qui a le droit d'exercer par priorité sa juridiction peut y renoncer. Dans ce cas, elle notifie cette renonciation dans les meilleurs délais aux autorités des autres Parties contractantes concernées. La Partie contractante qui a le droit d'exercer par priorité sa juridiction examine avec bienveillance les demandes de renonciation à ce droit, présentées par les autorités des autres Parties contractantes concernées. Lorsque l'Etat de séjour renonce à sa priorité de juridiction, le membre du personnel du Quartier général concerné doit être éloigné du territoire de l'Etat de séjour si ce dernier l'exige.
a. les infractions portant atteinte uniquement à la sûreté ou à la propriété de cet Etat ou les infractions portant atteinte uniquement à la personne ou à la propriété d'un membre du personnel de cet Etat ainsi que d'une personne à charge;
b. les infractions résultant de tout acte ou négligence accomplis dans l'exécution du service.
2. Pour les autres infractions, les autorités de l'Etat de séjour exercent par priorité leur juridiction.
3. La Partie contractante qui a le droit d'exercer par priorité sa juridiction peut y renoncer. Dans ce cas, elle notifie cette renonciation dans les meilleurs délais aux autorités des autres Parties contractantes concernées. La Partie contractante qui a le droit d'exercer par priorité sa juridiction examine avec bienveillance les demandes de renonciation à ce droit, présentées par les autorités des autres Parties contractantes concernées. Lorsque l'Etat de séjour renonce à sa priorité de juridiction, le membre du personnel du Quartier général concerné doit être éloigné du territoire de l'Etat de séjour si ce dernier l'exige.
Art. 16. 1. De autoriteiten van de staat van verblijf en van herkomst verlenen elkaar bijstand bij de aanhouding van een personeelslid van de staat van herkomst of een persoon ten laste op het grondgebied van de staat van verblijf en bij de overdracht aan de autoriteit of de rechtbank die haar rechtsbevoegdheid overeenkomstig de artikelen 14 en 15 hierboven uitoefent.
2. De autoriteiten van de staat van verblijf lichten de autoriteiten van de staat van herkomst onverwijld in over de aanhouding van enig personeelslid van het Hoofdkwartier of persoon ten laste.
3. De staat van herkomst blijft de bewaring van een personeelslid, over hetwelk de staat van verblijf zijn rechtsbevoegdheid uitoefent en dat in handen van de autoriteiten van de staat van herkomst is, verzekeren tot wanneer tegen hem door de staat van verblijf vervolging is ingesteld.
2. De autoriteiten van de staat van verblijf lichten de autoriteiten van de staat van herkomst onverwijld in over de aanhouding van enig personeelslid van het Hoofdkwartier of persoon ten laste.
3. De staat van herkomst blijft de bewaring van een personeelslid, over hetwelk de staat van verblijf zijn rechtsbevoegdheid uitoefent en dat in handen van de autoriteiten van de staat van herkomst is, verzekeren tot wanneer tegen hem door de staat van verblijf vervolging is ingesteld.
Art. 16. 1. Les autorités des Etats de séjour et d'origine se prêtent mutuellement assistance, pour l'arrestation d'un membre du personnel de l'Etat d'origine ou des personnes à charge sur le territoire de l'Etat de séjour et pour la remise à l'autorité ou au tribunal qui exerce sa juridiction conformément aux articles 14 et 15 ci-dessus.
2. Les autorités de l'Etat de séjour notifient sans délai aux autorités de l'Etat d'origine l'arrestation de tout membre du personnel du Quartier général ou d'une personne à charge.
3. La garde d'un membre du personnel sur lequel l'Etat de séjour exerce son droit de juridiction et qui est entre les mains des autorités de l'Etat d'origine demeurera assurée par celles-ci jusqu'à ce que des poursuites aient été engagées contre lui par l'Etat de séjour.
2. Les autorités de l'Etat de séjour notifient sans délai aux autorités de l'Etat d'origine l'arrestation de tout membre du personnel du Quartier général ou d'une personne à charge.
3. La garde d'un membre du personnel sur lequel l'Etat de séjour exerce son droit de juridiction et qui est entre les mains des autorités de l'Etat d'origine demeurera assurée par celles-ci jusqu'à ce que des poursuites aient été engagées contre lui par l'Etat de séjour.
Art. 17. 1. De autoriteiten van de staat van verblijf en van herkomst verlenen elkaar bijstand voor het voeren van de onderzoeken, het zoeken naar bewijzen, inbeslagname inbegrepen, en, in voorkomend geval, het bezorgen van overtuigingsstukken en voorwerpen van de overtreding. Deze verplichtingen gelden ook voor het Hoofdkwartier. Als de inbeslagname van de afgegeven stukken en voorwerpen voor de gerechtelijke procedure niet langer nodig is, worden deze zo vlug mogelijk terugbezorgd.
2. Ingeval hun rechtsbevoegdheid samenloopt, informeren de autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen elkaar over welk gevolg aan de zaak is gegeven.
2. Ingeval hun rechtsbevoegdheid samenloopt, informeren de autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen elkaar over welk gevolg aan de zaak is gegeven.
Art. 17. 1. Les autorités des Etats de séjour et d'origine se prêtent mutuellement assistance pour la conduite des enquêtes, pour la recherche des preuves, y compris la saisie, et s'il y a lieu, la remise des pièces à conviction et des objets de l'infraction. Ces obligations incombent également au Quartier général. Lorsque la saisie des pièces et objets remis n'est plus absolument nécessaire à la procédure judiciaire, leur restitution est effectuée dans les meilleurs délais.
2. Les autorités des Parties contractantes, dans les cas où il y a juridiction concurrente, s'informent réciproquement de la suite donnée aux affaires.
2. Les autorités des Parties contractantes, dans les cas où il y a juridiction concurrente, s'informent réciproquement de la suite donnée aux affaires.
Art. 18. Wie door een Verdragsluitende Partij definitief berecht is mag door een andere Verdragsluitende Partij voor dezelfde feiten niet worden vervolgd, op voorwaarde dat, in geval van een veroordeling, de straf reeds is ondergaan, wordt ondergaan of volgens de wetten van de Verdragsluitende Partij, die het vonnis heeft gewezen, niet meer kan worden ondergaan.
Dit artikel sluit evenwel niet uit dat de militaire autoriteiten van de staat van herkomst een personeelslid van het Hoofdkwartier straffen voor een overtreding van de tuchtregels, die voortvloeit uit een handeling of nalatigheid die het misdrijf vormt waarvoor het door een Verdragsluitende Partij is berecht.
Dit artikel sluit evenwel niet uit dat de militaire autoriteiten van de staat van herkomst een personeelslid van het Hoofdkwartier straffen voor een overtreding van de tuchtregels, die voortvloeit uit een handeling of nalatigheid die het misdrijf vormt waarvoor het door een Verdragsluitende Partij is berecht.
Art. 18. Une personne qui a été définitivement jugée par une Partie contractante ne peut, pour les mêmes faits, être poursuivie par une autre Partie contractante, à condition que, en cas de condamnation, la sanction ait été subie ou soit actuellement en cours d'exécution ou ne puisse plus être exécutée selon les lois de la Partie contractante de condamnation.
Toutefois, cet article ne s'oppose en rien à ce que les autorités de l'Etat d'origine sanctionnent un membre du personnel du Quartier général pour toute violation des règles de discipline résultant de l'acte ou de la négligence constitutive de l'infraction pour laquelle il a été jugé par une Partie contractante.
Toutefois, cet article ne s'oppose en rien à ce que les autorités de l'Etat d'origine sanctionnent un membre du personnel du Quartier général pour toute violation des règles de discipline résultant de l'acte ou de la négligence constitutive de l'infraction pour laquelle il a été jugé par une Partie contractante.
Art. 19. 1. Het personeel dat de militaire politiebevoegdheid binnen het Hoofdkwartier uitoefent mag alle nodige maatregelen treffen om de ordehandhaving en de veiligheid in zijn installaties te verzekeren.
2. De aanwending van dit personeel buiten deze installaties is afhankelijk van een akkoord met de autoriteiten van de staat van verblijf, geschiedt in overleg met deze autoriteiten en alleen voor zover het nodig is om de orde en de tucht onder de personeelsleden te handhaven.
2. De aanwending van dit personeel buiten deze installaties is afhankelijk van een akkoord met de autoriteiten van de staat van verblijf, geschiedt in overleg met deze autoriteiten en alleen voor zover het nodig is om de orde en de tucht onder de personeelsleden te handhaven.
Art. 19. 1. Les personnels exerçant des attributions de police militaire au sein du Quartier général peuvent prendre toutes les mesures utiles pour assurer le maintien de l'ordre et de la sécurité dans ses installations.
2. L'emploi desdits personnels hors de ces installations est subordonné à un accord avec les autorités de l'Etat de séjour, se fait en liaison avec celles-ci et n'intervient que pour autant que cela est nécessaire pour maintenir l'ordre et la discipline parmi les membres du personnel.
2. L'emploi desdits personnels hors de ces installations est subordonné à un accord avec les autorités de l'Etat de séjour, se fait en liaison avec celles-ci et n'intervient que pour autant que cela est nécessaire pour maintenir l'ordre et la discipline parmi les membres du personnel.
TITEL III. - Schaderegeling.
TITRE III. - Règlement des dommages.
Art. 20. 1. a. Iedere Verdragsluitende Partij ziet af van elke schadevordering ten aanzien van een andere Verdragsluitende Partij of van het Hoofdkwartier voor schade die haar in het kader van de uitvoering van dit Verdrag is berokkend.
Het Hoofdkwartier kan evenmin van de Verdragsluitende Partijen schadevergoeding eisen voor schade die het wordt berokkend.
b. De Verdragsluitende Partijen komen overeen dat het bepaalde in lid 1.a. van dit artikel eveneens van toepassing is op schade die is veroorzaakt of wordt geleden door de eenheden waarvan zij het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen.
c. Van schadevergoeding afzien geldt niet voor schadevorderingen van de onderafdelingen van een Verdragsluitende Partij die rechtspersoonlijkheid bezitten, welke vorderingen als een derdeneis worden beschouwd.
2. a Het Hoofdkwartier is burgerlijk aansprakelijk voor schade die het aan derden berokkent. De bedragen die voor de vergoeding van deze schade worden betaald komen ten laste van de gemeenschappelijke begroting. De schade die het personeel van de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, aan derden berokkent komt eveneens ten laste van de gemeenschappelijke begroting.
b. De Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan schade aan derden is berokkend, vergoedt die schade zoals ze dat zou moeten doen, wanneer ze zelf voor de schade aansprakelijk was.
De indiening van, het onderzoek naar en de beslissing over de rechtsvorderingen van derden geschieden overeenkomstig de wetten van deze Verdragsluitende Partij.
Het Hoofdkwartier betaalt daarna de aldus gestorte schadevergoeding volledig en onverwijld aan deze Verdragsluitende Partij terug.
c.
i) De Verdragsluitende Partijen dragen bij tot de financiering van de door het Hoofdkwartier gestorte bedragen voor schade waarvoor het burgerrechtelijk aansprakelijk is in verhouding tot hun bijdrage aan de gemeenschappelijke begroting.
ii) Zij dragen in gelijke delen bij tot de financiering van de bedragen die het Hoofdkwartier heeft betaald voor schade die de eenheden, waarvan het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is overgedragen, hebben veroorzaakt, voor zover een van hun eenheden heeft deelgenomen aan de activiteit van het Eurokorps tijdens welke de schade is aangericht.
iii) Indien het Hoofdkwartier of de eenheden, waarvan het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is overgedragen, niet duidelijk voor de toegebrachte schade aansprakelijk kunnen worden gesteld, wordt de bijdrage van de Verdragsluitende Partijen aan de financiering van de schadevergoeding overeenkomstig punt i) geregeld.
d. De van derden ontvangen vergoeding voor schade toegebracht aan het Eurokorps wordt op de gemeenschappelijke begroting gestort.
3. Wat de schade betreft die buiten het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen door het Eurokorps aan derden of door derden aan het Eurokorps kan worden toegebracht, wordt het Gemeenschappelijk Comité er door de Verdragsluitende Partijen mede belast gemeenschappelijke procedures uit te werken.
Het Hoofdkwartier kan evenmin van de Verdragsluitende Partijen schadevergoeding eisen voor schade die het wordt berokkend.
b. De Verdragsluitende Partijen komen overeen dat het bepaalde in lid 1.a. van dit artikel eveneens van toepassing is op schade die is veroorzaakt of wordt geleden door de eenheden waarvan zij het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen.
c. Van schadevergoeding afzien geldt niet voor schadevorderingen van de onderafdelingen van een Verdragsluitende Partij die rechtspersoonlijkheid bezitten, welke vorderingen als een derdeneis worden beschouwd.
2. a Het Hoofdkwartier is burgerlijk aansprakelijk voor schade die het aan derden berokkent. De bedragen die voor de vergoeding van deze schade worden betaald komen ten laste van de gemeenschappelijke begroting. De schade die het personeel van de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, aan derden berokkent komt eveneens ten laste van de gemeenschappelijke begroting.
b. De Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan schade aan derden is berokkend, vergoedt die schade zoals ze dat zou moeten doen, wanneer ze zelf voor de schade aansprakelijk was.
De indiening van, het onderzoek naar en de beslissing over de rechtsvorderingen van derden geschieden overeenkomstig de wetten van deze Verdragsluitende Partij.
Het Hoofdkwartier betaalt daarna de aldus gestorte schadevergoeding volledig en onverwijld aan deze Verdragsluitende Partij terug.
c.
i) De Verdragsluitende Partijen dragen bij tot de financiering van de door het Hoofdkwartier gestorte bedragen voor schade waarvoor het burgerrechtelijk aansprakelijk is in verhouding tot hun bijdrage aan de gemeenschappelijke begroting.
ii) Zij dragen in gelijke delen bij tot de financiering van de bedragen die het Hoofdkwartier heeft betaald voor schade die de eenheden, waarvan het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is overgedragen, hebben veroorzaakt, voor zover een van hun eenheden heeft deelgenomen aan de activiteit van het Eurokorps tijdens welke de schade is aangericht.
iii) Indien het Hoofdkwartier of de eenheden, waarvan het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is overgedragen, niet duidelijk voor de toegebrachte schade aansprakelijk kunnen worden gesteld, wordt de bijdrage van de Verdragsluitende Partijen aan de financiering van de schadevergoeding overeenkomstig punt i) geregeld.
d. De van derden ontvangen vergoeding voor schade toegebracht aan het Eurokorps wordt op de gemeenschappelijke begroting gestort.
3. Wat de schade betreft die buiten het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen door het Eurokorps aan derden of door derden aan het Eurokorps kan worden toegebracht, wordt het Gemeenschappelijk Comité er door de Verdragsluitende Partijen mede belast gemeenschappelijke procedures uit te werken.
Art. 20. 1. a. Chaque Partie contractante renonce à toute demande d'indemnité à l'encontre d'une autre Partie contractante ou du Quartier général pour les dommages qui lui sont causés dans le cadre de la mise en oeuvre du présent Traité.
De même, le Quartier général ne peut demander d'indemnité à l'encontre des Parties contractantes pour les dommages qui lui sont causés.
b. Les Parties contractantes conviennent que les dispositions prévues au sous-paragraphe 1.a. du présent article s'appliquent également aux dommages causés ou subis par les unités dont elles ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen.
c. La renonciation à une indemnité ne s'applique pas aux demandes d'indemnités des subdivisions d'une Partie contractante dotées de la personnalité juridique, qui sont considérées comme des prétentions de tiers.
2.
a. Le Quartier général est civilement responsable des dommages qu'il cause à des tiers. Les sommes payées en réparation de ces dommages sont prises en charge par le budget commun. Le budget commun prend également en charge les dommages causés à des tiers par le personnel des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen.
b. La Partie contractante sur le territoire de laquelle un dommage a été causé à des tiers le règle comme elle devrait le faire si elle était elle même responsable du dommage causé.
L'introduction, l'instruction et la décision concernant les demandes d'indemnités de tiers s'effectuent conformément aux lois et règlements de cette Partie contractante.
Les indemnités ainsi versées sont ensuite remboursées intégralement et sans délai à cette Partie contractante par le Quartier général.
c.
i) Les Parties contractantes contribuent au financement des sommes versées par le Quartier général en raison des dommages dont il est civilement responsable en proportion de leurs contributions totales au budget commun.
ii) Elles contribuent à part égale au financement des sommes versées par le Quartier général en raison des dommages causés par les unités dont le commandement a été transféré au Général commandant le Corps européen, pour autant que l'une de leurs unités ait participé à l'activité du Corps européen dans le cadre de laquelle se sont produits lesdits dommages.
iii) Si le dommage causé ne peut être imputé clairement au Quartier général ou aux unités dont le commandement a été transféré au Général commandant le Corps européen, la contribution des Parties contractantes au financement des sommes versées en réparation de ce dommage s'effectue conformément au point i).
d. Les indemnités reçues de tiers pour des dommages causés au Corps européen sont versés au budget commun.
3. S'agissant des dommages pouvant être causés à des tiers par le Corps européen ou causés au Corps européen par des tiers en dehors du territoire d'une des Parties contractantes, le Comité commun est chargé par les Parties contractantes d'élaborer des procédures communes.
De même, le Quartier général ne peut demander d'indemnité à l'encontre des Parties contractantes pour les dommages qui lui sont causés.
b. Les Parties contractantes conviennent que les dispositions prévues au sous-paragraphe 1.a. du présent article s'appliquent également aux dommages causés ou subis par les unités dont elles ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen.
c. La renonciation à une indemnité ne s'applique pas aux demandes d'indemnités des subdivisions d'une Partie contractante dotées de la personnalité juridique, qui sont considérées comme des prétentions de tiers.
2.
a. Le Quartier général est civilement responsable des dommages qu'il cause à des tiers. Les sommes payées en réparation de ces dommages sont prises en charge par le budget commun. Le budget commun prend également en charge les dommages causés à des tiers par le personnel des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen.
b. La Partie contractante sur le territoire de laquelle un dommage a été causé à des tiers le règle comme elle devrait le faire si elle était elle même responsable du dommage causé.
L'introduction, l'instruction et la décision concernant les demandes d'indemnités de tiers s'effectuent conformément aux lois et règlements de cette Partie contractante.
Les indemnités ainsi versées sont ensuite remboursées intégralement et sans délai à cette Partie contractante par le Quartier général.
c.
i) Les Parties contractantes contribuent au financement des sommes versées par le Quartier général en raison des dommages dont il est civilement responsable en proportion de leurs contributions totales au budget commun.
ii) Elles contribuent à part égale au financement des sommes versées par le Quartier général en raison des dommages causés par les unités dont le commandement a été transféré au Général commandant le Corps européen, pour autant que l'une de leurs unités ait participé à l'activité du Corps européen dans le cadre de laquelle se sont produits lesdits dommages.
iii) Si le dommage causé ne peut être imputé clairement au Quartier général ou aux unités dont le commandement a été transféré au Général commandant le Corps européen, la contribution des Parties contractantes au financement des sommes versées en réparation de ce dommage s'effectue conformément au point i).
d. Les indemnités reçues de tiers pour des dommages causés au Corps européen sont versés au budget commun.
3. S'agissant des dommages pouvant être causés à des tiers par le Corps européen ou causés au Corps européen par des tiers en dehors du territoire d'une des Parties contractantes, le Comité commun est chargé par les Parties contractantes d'élaborer des procédures communes.
Art. 21. De schadevorderingen die het gevolg zijn van een schadebrengende handeling of een nalatigheid van het personeel van het Hoofdkwartier en de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, die niet in de uitoefening van de dienst is gesteld, worden op de volgende wijze geregeld :
1. De autoriteiten van de staat van verblijf onderzoeken de schadevordering en stellen op een correcte en billijke wijze de aan de eiser verschuldigde vergoeding vast, rekening houdende met alle omstandigheden van de zaak. Zij maken over de zaak een verslag op en sturen het aan de autoriteiten van de staat van herkomst.
2. De staat van herkomst beslist dan zonder verwijl of hij zonder erkenning van een rechtsplicht (ex gratia) tot vergoeding van de schade kan overgaan. In dat geval legt hij er het bedrag van vast.
3. Indien de eiser een aanbod tot schadeloosstelling zonder erkenning van een rechtsplicht als volledige schadeloosstelling aanvaardt, gaan de autoriteiten van de staat van herkomst zelf tot de betaling over en brengen zij de autoriteiten van de staat van verblijf op de hoogte van de beslissing en het gestorte bedrag.
4. De bepalingen van dit artikel zijn geenszins strijdig met het feit dat de rechtbanken van de staat van herkomst uitspraak doen over de vordering, die tegen een lid van het personeel van het Hoofdkwartier of van de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, mocht worden ingesteld, in zoverre er evenwel geen betaling is verricht die volledig aan de eis tegemoet komt.
1. De autoriteiten van de staat van verblijf onderzoeken de schadevordering en stellen op een correcte en billijke wijze de aan de eiser verschuldigde vergoeding vast, rekening houdende met alle omstandigheden van de zaak. Zij maken over de zaak een verslag op en sturen het aan de autoriteiten van de staat van herkomst.
2. De staat van herkomst beslist dan zonder verwijl of hij zonder erkenning van een rechtsplicht (ex gratia) tot vergoeding van de schade kan overgaan. In dat geval legt hij er het bedrag van vast.
3. Indien de eiser een aanbod tot schadeloosstelling zonder erkenning van een rechtsplicht als volledige schadeloosstelling aanvaardt, gaan de autoriteiten van de staat van herkomst zelf tot de betaling over en brengen zij de autoriteiten van de staat van verblijf op de hoogte van de beslissing en het gestorte bedrag.
4. De bepalingen van dit artikel zijn geenszins strijdig met het feit dat de rechtbanken van de staat van herkomst uitspraak doen over de vordering, die tegen een lid van het personeel van het Hoofdkwartier of van de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, mocht worden ingesteld, in zoverre er evenwel geen betaling is verricht die volledig aan de eis tegemoet komt.
Art. 21. Les demandes d'indemnités fondées sur des actes dommageables ou des négligences du personnel du Quartier général et des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen, qui n'ont pas été accomplis dans l'exécution du service, sont réglées de la façon suivante :
1. Les autorités de l'Etat de séjour instruisent la demande d'indemnité et fixent de manière juste et équitable l'indemnité due au demandeur en tenant compte de toutes les circonstances de la cause. Elles établissent un rapport sur l'affaire et l'envoient aux autorités de l'Etat d'origine.
2. L'Etat d'origine décide alors sans délai s'il procède à une indemnisation à titre gracieux. Dans ce cas, il en fixe le montant.
3. Si une offre d'indemnité à titre gracieux est acceptée à titre de dédommagement intégral par le demandeur, les autorités de l'Etat d'origine effectuent elles-mêmes ce paiement et font connaître aux autorités de l'Etat de séjour la décision et le montant de la somme versée.
4. Les dispositions du présent article ne s'opposent en rien à ce que la juridiction de l'Etat d'origine statue sur l'action qui pourrait être intentée contre un membre du personnel du Quartier général ou des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen pour autant toutefois qu'un paiement entièrement satisfaisant n'ait pas été effectué.
1. Les autorités de l'Etat de séjour instruisent la demande d'indemnité et fixent de manière juste et équitable l'indemnité due au demandeur en tenant compte de toutes les circonstances de la cause. Elles établissent un rapport sur l'affaire et l'envoient aux autorités de l'Etat d'origine.
2. L'Etat d'origine décide alors sans délai s'il procède à une indemnisation à titre gracieux. Dans ce cas, il en fixe le montant.
3. Si une offre d'indemnité à titre gracieux est acceptée à titre de dédommagement intégral par le demandeur, les autorités de l'Etat d'origine effectuent elles-mêmes ce paiement et font connaître aux autorités de l'Etat de séjour la décision et le montant de la somme versée.
4. Les dispositions du présent article ne s'opposent en rien à ce que la juridiction de l'Etat d'origine statue sur l'action qui pourrait être intentée contre un membre du personnel du Quartier général ou des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen pour autant toutefois qu'un paiement entièrement satisfaisant n'ait pas été effectué.
Art. 22. Tegen een lid van het personeel van het Hoofdkwartier of van de eenheden, waarvan de Verdragsluitende Partijen het bevel aan de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps hebben overgedragen, kan geen middel van tenuitvoerlegging worden aangewend, wanneer de recthbank van de Verdragsluitende Partij die de schadevordering heeft onderzocht tegen hem een vonnis heeft gewezen, indien het een geschil betreft voortvloeiende uit een handeling die tijdens de uitvoering van de dienst is gesteld.
Art. 22. Aucune voie d'exécution ne peut être pratiquée sur un membre du personnel du Quartier général ou des unités dont les Parties contractantes ont transféré le commandement au Général commandant le Corps européen lorsqu'un jugement a été prononcé contre lui par les juridictions de la Partie contractante qui a instruit la demande d'indemnité s'il s'agit d'un litige né d'un acte accompli dans l'exécution du service.
Art. 23. De autoriteiten van de staat van herkomst, de autoriteiten van de staat van verblijf en de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps helpen elkaar bij het zoeken naar de nodige bewijzen voor een billijk onderzoek en een regeling van de schadevorderingen die het Eurokorps betreffen.
Art. 23. Les autorités de l'Etat d'origine, les autorités de l'Etat de séjour et le Général commandant le Corps européen se prêtent assistance pour la recherche des preuves nécessaires à un examen équitable et à une décision en ce qui concerne les demandes d'indemnités qui intéressent le Corps européen.
TITEL IV. - Bepalingen inzake belastingen en douanerechten.
TITRE IV. - Dispositions fiscales et douanières.
Art. 24. In het kader van hun officieel gebruik zijn de tegoeden, de inkomsten en de andere goederen van het Hoofdkwartier van alle directe belastingen vrijgesteld.
Art. 24. Dans le cadre de son usage officiel, les avoirs, les revenus et autres biens du Quartier général sont exonérés de tous impôts directs.
Art. 25. Het Hoofdkwartier geniet geen enkele vrijstelling van belastingen, heffingen en rechten die als vergoeding voor de diensten van openbaar nut dienen.
Art. 25. Le Quartier général ne bénéficie d'aucune exemption pour les impôts, les taxes et les droits qui constituent la rémunération de services d'utilité publique.
Art. 26. 1. Wanneer het Hoofdkwartier belangrijke goederen of diensten aankoopt of verwerft die nodig zijn voor zijn officiële dienstbehoeften en waarvan in de prijs indirecte belastingen en rechten begrepen zijn, nemen de Verdragsluitende Partijen met inachtneming van het gemeenschapsrecht de passende maatregelen met het oog op de vrijstelling of de terugbetaling van deze belastingen en rechten.
2. De goederen en waren die het Hoofdkwartier invoert en die voor zijn officiële dienstbehoeften nodig zijn, worden met inachtneming van het gemeenschapsrecht van indirecte rechten en belastingen vrijgesteld.
3. De voertuigen die het Hoofdkwartier aankoopt en die voor zijn officiële dienstbehoeften nodig zijn, genieten vrijstelling van de belasting, de rechten of de heffingen die inzake verkeer en inschrijving verschuldigd zijn.
2. De goederen en waren die het Hoofdkwartier invoert en die voor zijn officiële dienstbehoeften nodig zijn, worden met inachtneming van het gemeenschapsrecht van indirecte rechten en belastingen vrijgesteld.
3. De voertuigen die het Hoofdkwartier aankoopt en die voor zijn officiële dienstbehoeften nodig zijn, genieten vrijstelling van de belasting, de rechten of de heffingen die inzake verkeer en inschrijving verschuldigd zijn.
Art. 26. 1. Lorsque le Quartier général effectue des achats et acquisitions importants de biens ou de services nécessaires à son usage officiel et dont le prix comprend des taxes et droits indirects, les Parties contractantes prennent, dans le respect du droit communautaire, les mesures appropriées en vue de l'exonération ou du remboursement de ces taxes et droits.
2. Les importations de biens et marchandises effectuées par le Quartier général et nécessaires à son usage officiel sont exonérées dans le respect du droit communautaire de droits et taxes indirects.
3. Les véhicules acquis par le Quartier général et destinés à son usage officiel sont exonérés des impôts, des droits ou des taxes dus à raison de la circulation et de l'immatriculation.
2. Les importations de biens et marchandises effectuées par le Quartier général et nécessaires à son usage officiel sont exonérées dans le respect du droit communautaire de droits et taxes indirects.
3. Les véhicules acquis par le Quartier général et destinés à son usage officiel sont exonérés des impôts, des droits ou des taxes dus à raison de la circulation et de l'immatriculation.
Art. 27. 1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het gemeenschapsrecht kan het personeel van het Hoofdkwartier, dat in het Hoofdkwartier in dienst is en geen onderdaan van de staat van verblijf is, de volgende fiscale vrijstellingen genieten :
- toestemming om met vrijstelling van BTW een voertuig aan te schaffen,
- een maandelijkse hoeveelheid van belasting vrijgestelde brandstof.
2. De beperkingen en de regels betreffende de in dit artikel bedoelde vrijstellingen worden door de staat van verblijf vastgesteld.
3. De staat van verblijf mag de in dit artikel bedoelde fiscale vrijstellingen slechts tot 31 december 2007 toekennen.
- toestemming om met vrijstelling van BTW een voertuig aan te schaffen,
- een maandelijkse hoeveelheid van belasting vrijgestelde brandstof.
2. De beperkingen en de regels betreffende de in dit artikel bedoelde vrijstellingen worden door de staat van verblijf vastgesteld.
3. De staat van verblijf mag de in dit artikel bedoelde fiscale vrijstellingen slechts tot 31 december 2007 toekennen.
Art. 27. 1. Sans préjudice des dispositions du droit communautaire, le personnel du Quartier général, affecté au Quartier général et qui n'est pas ressortissant de l'Etat de séjour peut bénéficier des exonérations fiscales suivantes :
- autorisation d'acquérir en exemption de TVA un véhicule,
- un contingent mensuel de carburant détaxé.
2. Les limites et les modalités des exonérations fiscales visées au présent article sont fixées par l'Etat de séjour.
3. L'Etat de séjour ne peut accorder les exonérations fiscales visées au présent article que jusqu'au 31 décembre 2007.
- autorisation d'acquérir en exemption de TVA un véhicule,
- un contingent mensuel de carburant détaxé.
2. Les limites et les modalités des exonérations fiscales visées au présent article sont fixées par l'Etat de séjour.
3. L'Etat de séjour ne peut accorder les exonérations fiscales visées au présent article que jusqu'au 31 décembre 2007.
Art. 28. De aangekochte of ingevoerde goederen en handelswaren die overeenkomstig de artikelen 26 en 27 vrijgesteld zijn of waarvoor de belasting wordt terugbetaald, mogen slechts gratis of onder bezwarende titel worden overgedragen of ter beschikking gesteld, nadat de vrijgestelde belastingen of rechten tegen de voorwaarden, welke de verdragsluitende Partij die de vrijstelling of terugbetaling heeft toegestaan, vereffend zijn.
Art. 28. Les biens et marchandises acquis ou importés qui ont été exonérés ou ont ouvert droit à remboursement conformément aux dispositions des articles 26 et 27 ne peuvent être cédés ou mis à disposition, à titre gratuit ou onéreux, qu'après régularisation des taxes ou droits exonérés ou remboursés aux conditions fixées par la Partie contractante qui a accordé les exonérations ou les remboursements.
Art. 29. 1. Wat de heffing van de inkomsten- en vermogensbelasting, alsmede de successie- en schenkingsrechten betreft, en wat de toepassing van de bilaterale overeenkomsten ter voorkoming van een dubbele belasting betreft, worden de personeelsleden van het Hoofdkwartier, die enkel en alleen omwille van de uitoefening van hun functie in het Hoofdkwartier van het Eurokorps hun verblijfplaats op het grondgebied van een andere Verdragluitende Partij vestigen dan die welke hun wedde, loon en andere gelijkaardige bezoldigingen betaalt die zij in die hoedanigheid ontvangen, geacht hun fiscale verblijfplaats in deze staat te hebben behouden.
Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgeno(o)t(e), voor zover deze geen eigen beroepsbezigheid uitoefent, alsmede voor de kinderen ten laste en onder het toezicht van de in dit artikel bedoelde personen.
2. De wedden, lonen en andere gelijkaardige bezoldigingen die in die hoedanigheid aan het personeel van het Hoofdkwartier worden betaald, worden uitsluitend belast in de staat van herkomst die ze betaalt.
Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgeno(o)t(e), voor zover deze geen eigen beroepsbezigheid uitoefent, alsmede voor de kinderen ten laste en onder het toezicht van de in dit artikel bedoelde personen.
2. De wedden, lonen en andere gelijkaardige bezoldigingen die in die hoedanigheid aan het personeel van het Hoofdkwartier worden betaald, worden uitsluitend belast in de staat van herkomst die ze betaalt.
Art. 29. 1. Pour l'application des impôts sur le revenu et le patrimoine ainsi que des droits de succession et de donation et pour l'application des conventions bilatérales tendant à prévenir la double imposition, les membres du personnel du Quartier général qui, uniquement en raison de l'exercice de leurs fonctions au Quartier général du Corps européen, établissent leur résidence sur le territoire d'une Partie contractante autre que l'Etat qui leur verse les soldes, traitements et autres rémunérations similaires qu'ils perçoivent en cette qualité, sont considérés comme ayant conservé leur résidence fiscale dans ce dernier Etat.
Cette disposition s'applique également au conjoint dans la mesure où celui-ci n'exerce pas d'activité professionnelle propre, ainsi qu'aux enfants à charge et sous la garde des personnes visées au présent article.
2. Les soldes, traitements et autres rémunérations similaires qui sont versés aux membres du personnel du Quartier général en cette qualité sont exclusivement imposables dans l'Etat d'origine qui les verse.
Cette disposition s'applique également au conjoint dans la mesure où celui-ci n'exerce pas d'activité professionnelle propre, ainsi qu'aux enfants à charge et sous la garde des personnes visées au présent article.
2. Les soldes, traitements et autres rémunérations similaires qui sont versés aux membres du personnel du Quartier général en cette qualité sont exclusivement imposables dans l'Etat d'origine qui les verse.
Art. 30. Iedere vrijstelling of faciliteit inzake douanerechten of belastingen, die krachtens dit Verdrag wordt toegestaan, is onderworpen aan de naleving van de voorwaarden welke de douane- en fiscale autoriteiten van iedere Verdragsluitende Partij nodig kunnen achten om misbruiken te voorkomen.
Art. 30. Toute exemption ou facilité douanière ou fiscale accordée en vertu du présent Traité est subordonnée à l'observation des conditions que les autorités douanières ou fiscales de chaque Partie contractante peuvent estimer nécessaires pour prévenir les abus.
TITEL V. - Budgettaire en financiële bepalingen.
TITRE V. - Dispositions budgétaires et financières.
Art. 31. Jaarlijks wordt een gemeenschappelijke begroting opgesteld. Zij omvat de ontvangsten en de investerings- en werkingsuitgaven van het Hoofdkwartier van het Eurokorps, met inbegrip van de personeelsuitgaven voor de door het Hoofdkwartier aangeworven burgerwerknemers. Zij omvat eveneens de ontvangsten en uitgaven waarvan in Titel III sprake is. De uitgaven worden overeenkomstig het begrotings- en financiële reglement door de Verdragsluitende Partijen gefinancierd.
Art. 31. Un budget commun annuel est mis en place. Il comprend les recettes et les dépenses d'investissement et de fonctionnement du Quartier général, y compris les dépenses de personnel relatives aux travailleurs civils recrutés par le Quartier général. Celui-ci comprend aussi les recettes et les dépenses visées au Titre III. Les dépenses sont financées par les Parties contractantes selon le règlement budgétaire et financier.
Art. 32. 1. Het College van Accountants :
- waakt over de naleving van het begrotings- en financiële reglement;
- controleert de ontvangsten en uitgaven van de gemeenschappelijke jaarbegroting;
- onderzoekt jaarlijks de uitvoering van de begroting en maakt daarover verslag op.
2. De voorzitter van dit college wordt bij toerbeurt onder de leden van het college gekozen. Hij moet een andere nationaliteit hebben dan die van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps.
3. De nationale autoriteiten die de rekeningen nazien hebben het recht in het Hoofdkwartier van het Eurokorps kennis te nemen van de documenten, die als grondslag voor de financiële bijdragen en de nationale uitgaven dienen.
- waakt over de naleving van het begrotings- en financiële reglement;
- controleert de ontvangsten en uitgaven van de gemeenschappelijke jaarbegroting;
- onderzoekt jaarlijks de uitvoering van de begroting en maakt daarover verslag op.
2. De voorzitter van dit college wordt bij toerbeurt onder de leden van het college gekozen. Hij moet een andere nationaliteit hebben dan die van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps.
3. De nationale autoriteiten die de rekeningen nazien hebben het recht in het Hoofdkwartier van het Eurokorps kennis te nemen van de documenten, die als grondslag voor de financiële bijdragen en de nationale uitgaven dienen.
Art. 32. 1. Le Collège des experts aux comptes :
- veille au respect du règlement budgétaire et financier;
- contrôle les recettes et les dépenses du budget commun annuel;
- examine chaque année l'exécution du budget et rédige son rapport sur cette exécution.
2. Le président de ce collège est choisi par rotation parmi les membres du collège. Il doit être d'une nationalité différente de celle du Général commandant le Corps européen.
3. Les autorités nationales de vérification des comptes ont le droit de prendre connaissance, auprès du Quartier général du Corps européen, des documents qui servent de base aux contributions financières et dépenses nationales.
- veille au respect du règlement budgétaire et financier;
- contrôle les recettes et les dépenses du budget commun annuel;
- examine chaque année l'exécution du budget et rédige son rapport sur cette exécution.
2. Le président de ce collège est choisi par rotation parmi les membres du collège. Il doit être d'une nationalité différente de celle du Général commandant le Corps européen.
3. Les autorités nationales de vérification des comptes ont le droit de prendre connaissance, auprès du Quartier général du Corps européen, des documents qui servent de base aux contributions financières et dépenses nationales.
Art. 33. Het Begrotings- en Financieel Comité :
- adviseert het Gemeenschappelijk Comité over financiële en begrotingskwesties;
- stelt het begrotings- en financiële reglement op dat inzonderheid de financieringswijze, de begrotingsprocedures, de verdeelsleutels voor de lasten en de stortingsprocedures bepaalt, en legt dit reglement ter goedkeuring aan het Gemeenschappelijk Comité voor;
- controleert het ontwerp van gemeenschappelijke jaarbegroting en van programmering op middellange termijn, laat het zo nodig wijzigen en legt het ter goedkeuring aan het Gemeenschappelijk Comité voor;
- onderzoekt het jaarverslag over de uitvoering van de begroting, dat door de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is opgemaakt;
- onderzoekt, na eventueel kennis te hebben genomen van de toelichtingen van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, het jaarverslag over de uitvoering van de begroting dat door het College van Accountants is opgemaakt;
- bezorgt zijn bevindingen over de twee in dit artikel genoemde verslagen aan het Gemeenschappelijk Comité.
- adviseert het Gemeenschappelijk Comité over financiële en begrotingskwesties;
- stelt het begrotings- en financiële reglement op dat inzonderheid de financieringswijze, de begrotingsprocedures, de verdeelsleutels voor de lasten en de stortingsprocedures bepaalt, en legt dit reglement ter goedkeuring aan het Gemeenschappelijk Comité voor;
- controleert het ontwerp van gemeenschappelijke jaarbegroting en van programmering op middellange termijn, laat het zo nodig wijzigen en legt het ter goedkeuring aan het Gemeenschappelijk Comité voor;
- onderzoekt het jaarverslag over de uitvoering van de begroting, dat door de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps is opgemaakt;
- onderzoekt, na eventueel kennis te hebben genomen van de toelichtingen van de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps, het jaarverslag over de uitvoering van de begroting dat door het College van Accountants is opgemaakt;
- bezorgt zijn bevindingen over de twee in dit artikel genoemde verslagen aan het Gemeenschappelijk Comité.
Art. 33. Le Comité budgétaire et financier :
- conseille le Comité commun pour les questions financières et budgétaires;
- établit le règlement budgétaire et financier qui précise notamment le mode de financement, les procédures budgétaires, les clés de répartition des charges et les procédures d'appel de fonds et soumet ce règlement pour approbation au Comité commun;
- examine le projet de budget commun annuel et de programmation à moyen terme, le fait amender si nécessaire et le soumet pour approbation au Comité commun;
- examine le rapport annuel sur l'exécution du budget établi par le Général commandant le Corps européen;
- examine, après avoir entendu, le cas échéant, les commentaires du Général commandant le Corps européen, le rapport annuel sur l'exécution du budget établi par le Collège des experts aux comptes;
- transmet au Comité commun ses conclusions sur les deux rapports mentionnés dans le présent article.
- conseille le Comité commun pour les questions financières et budgétaires;
- établit le règlement budgétaire et financier qui précise notamment le mode de financement, les procédures budgétaires, les clés de répartition des charges et les procédures d'appel de fonds et soumet ce règlement pour approbation au Comité commun;
- examine le projet de budget commun annuel et de programmation à moyen terme, le fait amender si nécessaire et le soumet pour approbation au Comité commun;
- examine le rapport annuel sur l'exécution du budget établi par le Général commandant le Corps européen;
- examine, après avoir entendu, le cas échéant, les commentaires du Général commandant le Corps européen, le rapport annuel sur l'exécution du budget établi par le Collège des experts aux comptes;
- transmet au Comité commun ses conclusions sur les deux rapports mentionnés dans le présent article.
Art. 34. Het Gemeenschappelijk Comité :
- keurt het begrotings- en financiële reglement goed;
- keurt de gemeenschappelijke jaarbegroting en de programmering op middellange termijn goed;
- keurt het verslag over de uitvoering van de gemeenschappelijke begroting goed, na kennis te hebben genomen van het verslag van het College van Accountants en van de bevindingen van het Begrotings- en Financieel Comité.
- keurt het begrotings- en financiële reglement goed;
- keurt de gemeenschappelijke jaarbegroting en de programmering op middellange termijn goed;
- keurt het verslag over de uitvoering van de gemeenschappelijke begroting goed, na kennis te hebben genomen van het verslag van het College van Accountants en van de bevindingen van het Begrotings- en Financieel Comité.
Art. 34. Le Comité commun :
- approuve le règlement budgétaire et financier;
- approuve le budget commun annuel et la programmation à moyen terme;
- approuve le rapport sur l'exécution du budget commun annuel, après avoir pris connaissance du rapport du collège des experts aux comptes et des conclusions du comité budgétaire et financier.
- approuve le règlement budgétaire et financier;
- approuve le budget commun annuel et la programmation à moyen terme;
- approuve le rapport sur l'exécution du budget commun annuel, après avoir pris connaissance du rapport du collège des experts aux comptes et des conclusions du comité budgétaire et financier.
TITEL VI. - Diverse bepalingen.
TITRE VI. - Dispositions diverses.
Art. 35. 1. Wanneer het Gemeenschappelijk Comité daartoe besluit kunnen voor opleidings- en trainingsdoeleinden op het grondgebied van de ene of andere Verdragsluitende Partij oefeningen worden gehouden.
2. De oefeningen worden in principe gehouden op terreinen die alleen daartoe bestemd zijn. Indien het doel van deze oefeningen aldus niet kan worden bereikt, kunnen ze op vrij terrein plaatshebben.
2. De oefeningen worden in principe gehouden op terreinen die alleen daartoe bestemd zijn. Indien het doel van deze oefeningen aldus niet kan worden bereikt, kunnen ze op vrij terrein plaatshebben.
Art. 35. 1. Lorsque le Comité commun le décide, des exercices à des fins d'instruction et d'entraînement du Corps européen pourront être conduits sur le territoire de l'une ou l'autre des Parties contractantes.
2. Les exercices ont lieu en principe sur les terrains réservés à cet effet. Si l'objectif de ces exercices ne peut être atteint ainsi, ils peuvent avoir lieu en terrain libre.
2. Les exercices ont lieu en principe sur les terrains réservés à cet effet. Si l'objectif de ces exercices ne peut être atteint ainsi, ils peuvent avoir lieu en terrain libre.
Art. 36. Het Hoofdkwartier krijgt inzake post en telecommunicatie dezelfde faciliteiten als de krijgsmacht van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het zich bevindt.
Art. 36. Le Quartier général bénéficie des mêmes facilités en matière de poste et télécommunications que les forces armées de la Partie contractante sur le territoire de laquelle il se trouve.
Art. 37. 1. De autoriteiten van de staat van verblijf treffen alleen de noodzakelijke maatregelen om de onroerende goederen, alsook de desbetreffende diensten die nodig mochten zijn, ter beschikking van het Hoofdkwartier te stellen.
2. Binnen de onroerende goederen, die voor zijn uitsluitend gebruik ter beschikking van het Hoofdkwartier worden gesteld, is het recht van de staat van verblijf slechts van toepassing in zoverre het niet gaat om de organisatie, de interne werking en het bestuur van het Hoofdkwartier, het personeel en de personen ten laste of andere interne aangelegenheden die geen voorzienbare weerslag hebben op de rechten van derden, op de naburige gemeenten of op de openbare veiligheid en orde.
2. Binnen de onroerende goederen, die voor zijn uitsluitend gebruik ter beschikking van het Hoofdkwartier worden gesteld, is het recht van de staat van verblijf slechts van toepassing in zoverre het niet gaat om de organisatie, de interne werking en het bestuur van het Hoofdkwartier, het personeel en de personen ten laste of andere interne aangelegenheden die geen voorzienbare weerslag hebben op de rechten van derden, op de naburige gemeenten of op de openbare veiligheid en orde.
Art. 37. 1. Les autorités de l'Etat de séjour prennent seules les mesures appropriées pour que soient mis à la disposition du Quartier général les biens immobiliers ainsi que les services y afférents dont celui-ci peut avoir besoin.
2. A l'intérieur des biens immobiliers mis à la disposition du Quartier général pour son usage exclusif, le droit de l'Etat de séjour ne s'applique que pour autant qu'il ne s'agit pas de l'organisation, du fonctionnement interne et de l'administration du Quartier général, du personnel et des personnes à charge ou d'autres affaires internes qui n'ont aucun effet prévisible sur les droits des tiers ou sur les communes voisines ou sur la sécurité et l'ordre public.
2. A l'intérieur des biens immobiliers mis à la disposition du Quartier général pour son usage exclusif, le droit de l'Etat de séjour ne s'applique que pour autant qu'il ne s'agit pas de l'organisation, du fonctionnement interne et de l'administration du Quartier général, du personnel et des personnes à charge ou d'autres affaires internes qui n'ont aucun effet prévisible sur les droits des tiers ou sur les communes voisines ou sur la sécurité et l'ordre public.
Art. 38. 1. In het kader van de uitvoering van dit Verdrag mogen de personen die gemachtigd zijn een functie in de gezondheidsdienst in het leger van een Verdragsluitende Partij uit te oefenen, deze functie uitoefenen ten behoeve van het personeel van de andere Verdragsluitende Partijen, alsmede van de personen ten laste, ongeacht hun nationaliteit.
2. In het kader van de uitvoering van dit Verdrag ontvangen de personeelsleden van het Kwartier en de personen te hunnen laste in de militaire verzorgingsinstellingen de aangepaste geneeskundige of tandheelkundige verzorging, met inbegrip van ziekenhuisbehandeling, onder dezelfde voorwaarden als de personeelsleden van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij zich bevinden.
2. In het kader van de uitvoering van dit Verdrag ontvangen de personeelsleden van het Kwartier en de personen te hunnen laste in de militaire verzorgingsinstellingen de aangepaste geneeskundige of tandheelkundige verzorging, met inbegrip van ziekenhuisbehandeling, onder dezelfde voorwaarden als de personeelsleden van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij zich bevinden.
Art. 38. 1. Dans le cadre de l'exécution du présent Traité, les personnes habilitées à exercer une fonction de santé dans l'armée d'une Partie contractante peuvent exercer cette fonction au profit du personnel des autres Parties contractantes ainsi que des personnes à charge, quelle que soit leur nationalité.
2. Dans le cadre de l'exécution du présent Traité, le personnel du Quartier général et les personnes à sa charge reçoivent les soins médicaux ou dentaires appropriés, y compris en hospitalisation, dans les établissements de soins militaires dans les mêmes conditions que le personnel de la Partie contractante sur le territoire de laquelle ils se trouvent.
2. Dans le cadre de l'exécution du présent Traité, le personnel du Quartier général et les personnes à sa charge reçoivent les soins médicaux ou dentaires appropriés, y compris en hospitalisation, dans les établissements de soins militaires dans les mêmes conditions que le personnel de la Partie contractante sur le territoire de laquelle ils se trouvent.
Art. 39. Het personeel van het Hoofdkwartier en de personen te zijnen laste zijn niet onderworpen aan de wetgeving van de staat van verblijf met betrekking tot de registratie en controle van de vreemdelingen.
Art. 39. Le personnel du Quartier général et les personnes à sa charge ne sont pas assujettis à la législation de l'Etat de séjour relative à l'enregistrement et au contrôle des étrangers.
Art. 40. In het kader van de uitvoering van dit Verdrag en onder voorbehoud dat de openbare veiligheid en orde verzekerd zijn, mogen de voertuigen en andere vervoermiddelen, die met de normen van een Verdragsluitende Partij in overeenstemming zijn, op het grondgebied van iedere Verdragsluitende Partij worden aangewend.
Art. 40. Dans le cadre de l'exécution du présent Traité et sous réserve qu'il soit tenu compte de la sécurité et de l'ordre public, les véhicules et autres moyens de transport, conformes aux normes d'une Partie contractante, sont admis à circuler sur le territoire de toute autre Partie contractante.
Art. 41. 1. Wanneer het Hoofdkwartier een roerend of onroerend goed niet langer nodig heeft of in geval van opzegging door een of alle Verdragsluitende Partijen, worden deze het erover eens een restwaarde voor deze gemeenschappelijk gefinancierde investeringen, alsook de compensatie van deze restwaarde, te bepalen.
2. De regels voor de toepassing van deze bepalingen en inzonderheid de criteria betreffende de vaststelling van de restwaarde worden in het begrotings- en financieel reglement vastgelegd.
2. De regels voor de toepassing van deze bepalingen en inzonderheid de criteria betreffende de vaststelling van de restwaarde worden in het begrotings- en financieel reglement vastgelegd.
Art. 41. 1. Lorsqu'un bien meuble ou immeuble cesse d'être nécessaire au Quartier général, ou en cas de dénonciation par l'une ou l'ensemble des Parties contractantes, celles-ci s'entendent pour déterminer la valeur résiduelle des investissements qu'elles ont financés en commun ainsi que la compensation de la valeur résiduelle.
2. Les modalités d'application de ces dispositions et notamment les critères de détermination de la valeur résiduelle sont fixés dans le règlement budgétaire et financier.
2. Les modalités d'application de ces dispositions et notamment les critères de détermination de la valeur résiduelle sont fixés dans le règlement budgétaire et financier.
Art. 42. 1. Het Gemeenschappelijk Comité kan aanvaarden dat bij het Hoofdkwartier personeel uit derde staten wordt aangesteld.
2. Het statuut van dit personeel wordt door een overeenkomst tussen de staat die hem aanstelt en de staat van verblijf vastgelegd.
3. De wijze waarop personeel uit derde staten aan de activiteiten van het Eurokorps deelneemt wordt op grond van een richtlijn van het Gemeenschappelijk Comité door de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps bepaald.
4. De kosten voor de aanwezigheid van personeel uit derde staten komen ten laste van de staten die het heeft aangesteld.
2. Het statuut van dit personeel wordt door een overeenkomst tussen de staat die hem aanstelt en de staat van verblijf vastgelegd.
3. De wijze waarop personeel uit derde staten aan de activiteiten van het Eurokorps deelneemt wordt op grond van een richtlijn van het Gemeenschappelijk Comité door de bevelvoerende Generaal van het Eurokorps bepaald.
4. De kosten voor de aanwezigheid van personeel uit derde staten komen ten laste van de staten die het heeft aangesteld.
Art. 42. 1. Le Comité commun peut accepter la désignation de personnels d'Etats tiers auprès du Quartier général.
2. Le statut de ces personnels est fixé par accord entre l'Etat qui les désigne et l'Etat de séjour.
3. Les modalités de participation de personnels d'Etats tiers aux activités du Corps européen sont arrêtées par les Parties contractantes.
4. Les coûts relatifs à la présence de personnels d'Etats tiers sont à la charge des Etats qui les désignent.
2. Le statut de ces personnels est fixé par accord entre l'Etat qui les désigne et l'Etat de séjour.
3. Les modalités de participation de personnels d'Etats tiers aux activités du Corps européen sont arrêtées par les Parties contractantes.
4. Les coûts relatifs à la présence de personnels d'Etats tiers sont à la charge des Etats qui les désignent.
TITEL VII. - Slotbepalingen.
TITRE VII. - Clauses finales.
Art. 43. 1. Iedere betwisting tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de interpretatie of toepassing van dit Verdrag wordt via onderhandelingen tussen hen bijgelegd.
2. Betwistingen die niet door rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Partijen kunnen worden bijgelegd, worden aan het Gemeenschappelijk Comité voorgelegd.
2. Betwistingen die niet door rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Partijen kunnen worden bijgelegd, worden aan het Gemeenschappelijk Comité voorgelegd.
Art. 43. 1. Tout différend entre les Parties contractantes en ce qui concerne l'interprétation ou l'application du présent Traité est réglé par négociations entre elles.
2. Les différends, qui ne peuvent pas être réglés par négociations directes entre les Parties concernées, sont portés devant le Comité commun.
2. Les différends, qui ne peuvent pas être réglés par négociations directes entre les Parties concernées, sont portés devant le Comité commun.
Art. 44. 1. Dit Verdrag kan op ieder ogenblik op voorstel van een Verdragsluitende Partij, met de instemming van alle Verdragsluitende Partijen, worden herzien.
2. Iedere herziening dient te worden geratificeerd en treedt in werking overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 hierna.
2. Iedere herziening dient te worden geratificeerd en treedt in werking overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 hierna.
Art. 44. 1. Sur la proposition d'une Partie contractante, le présent Traité peut être révisé à tout moment avec l'accord de toutes les Parties contractantes.
2. Toute révision est soumise à ratification et entre en vigueur conformément aux dispositions de l'article 46 ci-après.
2. Toute révision est soumise à ratification et entre en vigueur conformément aux dispositions de l'article 46 ci-après.
Art. 45. Dit Verdrag kan worden aangevuld door uitvoeringsakkoorden die in naam van de regeringen van de Verdragsluitende Partijen worden gesloten of door bijzondere overeenkomsten die door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen worden gesloten.
Art. 45. Le présent Traité peut être complété par des accords d'exécution conclus au nom des gouvernements des Parties contractantes ou des arrangements particuliers conclus par les autorités compétentes des Parties contractantes.
Art. 46. 1. Dit Verdrag wordt ter ratificatie aan de Verdragsluitende Partijen voorgelegd. De ratificatieoorkonden worden bij de regering van de Franse Republiek nedergelegd.
2. Dit Verdrag treedt in werking een maand na de datum van nederlegging van de laatste ratificatieoorkonde.
2. Dit Verdrag treedt in werking een maand na de datum van nederlegging van de laatste ratificatieoorkonde.
Art. 46. 1. Le présent Traité est soumis à ratification par les Parties contractantes. Les instruments de ratification sont déposés auprès du gouvernement de la République française.
2. Le présent Traité entre en vigueur un mois après la date du dépôt du dernier instrument de ratification.
2. Le présent Traité entre en vigueur un mois après la date du dépôt du dernier instrument de ratification.
Art. 47. 1. De Verdragsluitende Partijen kunnen eenstemmig iedere lidstaat van de Europese Unie uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden.
2. De toetredingsoorkonden worden bij de regering van de Franse Republiek nedergelegd.
3. De Verdragsluitende Partijen en de staat die toetreedt komen, op grond van dit Verdrag en de bepalingen die ter uitvoering ervan zijn goedgekeurd, de toetredingsvoorwaarden overeen, in het bijzonder op budgettair en financieel gebied.
4. Dit Verdrag treedt voor de toetredende staat in werking een maand na de datum van de nederleging van zijn toetredingsoorkonde.
2. De toetredingsoorkonden worden bij de regering van de Franse Republiek nedergelegd.
3. De Verdragsluitende Partijen en de staat die toetreedt komen, op grond van dit Verdrag en de bepalingen die ter uitvoering ervan zijn goedgekeurd, de toetredingsvoorwaarden overeen, in het bijzonder op budgettair en financieel gebied.
4. Dit Verdrag treedt voor de toetredende staat in werking een maand na de datum van de nederleging van zijn toetredingsoorkonde.
Art. 47. 1. Les Parties contractantes, à l'unanimité, peuvent inviter tout Etat membre de l'Union européenne à adhérer au présent Traité.
2. Les instruments d'adhésion sont déposés auprès du gouvernement de la République française.
3. Les Parties contractantes et l'Etat adhérent conviennent, sur la base du présent Traité et des dispositions adoptées pour son application, des conditions d'adhésion, notamment en matière budgétaire et financière.
4. Le présent Traité entre en vigueur pour l'Etat adhérent un mois après la date du dépôt de son instrument d'adhésion.
2. Les instruments d'adhésion sont déposés auprès du gouvernement de la République française.
3. Les Parties contractantes et l'Etat adhérent conviennent, sur la base du présent Traité et des dispositions adoptées pour son application, des conditions d'adhésion, notamment en matière budgétaire et financière.
4. Le présent Traité entre en vigueur pour l'Etat adhérent un mois après la date du dépôt de son instrument d'adhésion.
Art. 48. De regering van de Franse Republiek stelt iedere Verdragsluitende of toetredende Partij officieel in kennis van de datum van nederlegging van de ratificatie- of toetredingsoorkonden, alsook van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor de Verdragsluitende of toetredende Partijen.
Art. 48. Le gouvernement de la République française notifie à chaque Partie contractante ou adhérente la date du dépôt des instruments de ratification ou d'adhésion, ainsi que la date d'entrée en vigueur du présent Traité pour les Parties contractantes ou adhérentes.
Art. 49. 1. Dit Verdrag kan op ieder ogenblik door elke Verdragsluitende Partij worden opgezegd na een termijn van 10 jaar te rekenen vanaf de datum van zijn inwerkingtreding voor de opzeggende Partij.
2. De opzegging van dit Verdrag door een van de Verdragsluitende Partijen geschiedt door een schriftelijke kennisgeving aan de regering van de Franse Republiek, die er de andere Verdragsluitende Partijen over inlicht.
3. Wanneer een Verdragsluitende Partij tot opzegging overgaat of indien de Verdragsluitende Partijen tot de beëindiging van het Verdrag besluiten, worden zij op grond van dit Verdrag en van de bepalingen die ter uitvoering ervan zijn goedgekeurd, het eens over de gevolgen van deze opzegging, in het bijzonder op budgettair en financieel gebied.
4. De opzegging gaat in een jaar na ontvangst van de officiële kennisgeving.
Ten blijke waarvan de respectieve gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.
Gedaan te Brussel, op 22 november 2004
in het Duits, Spaans, Frans en Nederlands, de vier teksten zijnde gelijkelijk rechtsgeldig, in een enkel origineel dat in het archief van de regering van de Franse Republiek wordt nedergelegd.
Deze bezorgt iedere Verdragsluitende Partij een voor eensluidend verklaard afschrift.
Slotakte van ondertekening van het Verdrag van Straatsburg
Vandaag hebben de vertegenwoordigers van de Franse Republiek, de Duitse Bondsrepubliek, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Spanje en het Groothertogdom Luxemburg in Brussel het verdrag betreffende het Eurokorps en de rechtspositie van zijn hoofdkwartier, het " Verdrag van Straatsburg " genoemd, ondertekend.
Bij deze slotakte is een verklaring van het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg gevoegd, waarvan de ondertekenaars akte nemen en welke betrekking heeft op de elementen van de Luxemburgse krijgsmacht die in aanmerking komen om onder het Commando van de Bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te worden geplaatst.
Verklaring voor de slotakte van ondertekening van het Verdrag van Straatsburg.
De regeringen van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk België verklaren dat de elementen van de Luxemburgse krijgsmacht die in aanmerking komen om onder het Commando van de Bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te worden geplaatst, geen zelfstandige bijdrage zullen vormen, maar in beginsel volledig in de eenheden van de Belgische krijgsmacht zullen geïntegreerd zijn.
De regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje en de Franse Republiek nemen akte van deze regeling.
Deze geïntegreerde Luxemburgse elementen vormen bijgevolg geen eenheden naar de betekenis van de bepalingen van artikel 20 (2) c. ii. Deze bepalingen dienen dus te worden toegepast met inachtneming van deze regeling, telkens wanneer deze zal worden aangewend.
In het geval dat de Luxemburgse elementen niet in de eenheden van de Belgische krijgsmacht worden geïntegreerd, komen de Verdragsluitende Partijen overeen artikel 20. 2. c. ii toe te passen met inachtneming van artikel 1.4 over het beginsel van de evenwichtige verdeling van de lasten.
2. De opzegging van dit Verdrag door een van de Verdragsluitende Partijen geschiedt door een schriftelijke kennisgeving aan de regering van de Franse Republiek, die er de andere Verdragsluitende Partijen over inlicht.
3. Wanneer een Verdragsluitende Partij tot opzegging overgaat of indien de Verdragsluitende Partijen tot de beëindiging van het Verdrag besluiten, worden zij op grond van dit Verdrag en van de bepalingen die ter uitvoering ervan zijn goedgekeurd, het eens over de gevolgen van deze opzegging, in het bijzonder op budgettair en financieel gebied.
4. De opzegging gaat in een jaar na ontvangst van de officiële kennisgeving.
Ten blijke waarvan de respectieve gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.
Gedaan te Brussel, op 22 november 2004
in het Duits, Spaans, Frans en Nederlands, de vier teksten zijnde gelijkelijk rechtsgeldig, in een enkel origineel dat in het archief van de regering van de Franse Republiek wordt nedergelegd.
Deze bezorgt iedere Verdragsluitende Partij een voor eensluidend verklaard afschrift.
Slotakte van ondertekening van het Verdrag van Straatsburg
Vandaag hebben de vertegenwoordigers van de Franse Republiek, de Duitse Bondsrepubliek, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Spanje en het Groothertogdom Luxemburg in Brussel het verdrag betreffende het Eurokorps en de rechtspositie van zijn hoofdkwartier, het " Verdrag van Straatsburg " genoemd, ondertekend.
Bij deze slotakte is een verklaring van het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg gevoegd, waarvan de ondertekenaars akte nemen en welke betrekking heeft op de elementen van de Luxemburgse krijgsmacht die in aanmerking komen om onder het Commando van de Bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te worden geplaatst.
Verklaring voor de slotakte van ondertekening van het Verdrag van Straatsburg.
De regeringen van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk België verklaren dat de elementen van de Luxemburgse krijgsmacht die in aanmerking komen om onder het Commando van de Bevelvoerende Generaal van het Eurokorps te worden geplaatst, geen zelfstandige bijdrage zullen vormen, maar in beginsel volledig in de eenheden van de Belgische krijgsmacht zullen geïntegreerd zijn.
De regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje en de Franse Republiek nemen akte van deze regeling.
Deze geïntegreerde Luxemburgse elementen vormen bijgevolg geen eenheden naar de betekenis van de bepalingen van artikel 20 (2) c. ii. Deze bepalingen dienen dus te worden toegepast met inachtneming van deze regeling, telkens wanneer deze zal worden aangewend.
In het geval dat de Luxemburgse elementen niet in de eenheden van de Belgische krijgsmacht worden geïntegreerd, komen de Verdragsluitende Partijen overeen artikel 20. 2. c. ii toe te passen met inachtneming van artikel 1.4 over het beginsel van de evenwichtige verdeling van de lasten.
Art. 49. 1. Le présent Traité peut être dénoncé à tout moment par chacune des Parties contractantes après un délai de 10 ans à compter de la date de son entrée en vigueur pour la Partie qui dénonce.
2. La dénonciation du présent Traité par une des Parties contractantes s'effectue par notification écrite adressée au gouvernement de la République française, qui en informe les autres Parties contractantes.
3. Lors de la dénonciation par une Partie contractante ou si les Parties contractantes décident de mettre fin au présent Traité, elles conviennent, sur la base du présent Traité et des dispositions adoptées pour son application, des conséquences de cette situation notamment en matière budgétaire et financière.
4. La dénonciation prend effet un an après la réception de la notification.
En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Traité.
Fait à Bruxelles, le 22 novembre 2004
en langues allemande, espagnole, française et néerlandaise, les quatre textes faisant également foi, en un seul original qui sera déposé dans les archives du gouvernement de la République française.
Celui-ci transmet à chacune des Parties contractantes une copie certifiée conforme.
Acte final de signature du Traité de Strasbourg
Ce jour a été signé à Bruxelles par les représentants de la République française, de la République fédérale d'Allemagne, du Royaume de Belgique, du Royaume d'Espagne et du grand-duché de Luxembourg le traité relatif au Corps européen et au statut de son Quartier général, dit " Traité de Strasbourg ".
Est annexée à cet acte final une déclaration du Royaume de Belgique et du grand-duché de Luxembourg dont prennent acte les signataires concernant les éléments des forces armées luxembourgeoises susceptibles d'être placés sous le Commandement du Général commandant le Corps européen.
Déclaration pour l'acte final de signature du Traité de Strasbourg
Les gouvernements du grand-duché de Luxembourg et du Royaume de Belgique déclarent que les éléments des forces armées luxembourgeoises susceptibles d'être placés sous le Commandement du Général commandant le Corps européen ne constitueront pas une contribution autonome mais se feront en principe par une intégration complète dans les unités des forces armées belges.
Les gouvernements de la République fédérale d'Allemagne, du Royaume d'Espagne et de la République française prennent acte de l'existence de cet arrangement.
En conséquence, ces éléments intégrés luxembourgeois ne constituent pas des unités au sens des dispositions de l'article 20.2.c.ii, qui seront donc appliquées en ayant à l'esprit cet arrangement chaque fois qu'il sera mis en oeuvre.
Dans l'hypothèse où les éléments luxembourgeois ne seraient pas intégrés dans les unités des forces armées belges, les Parties contractantes conviennent d'appliquer l'article 20.2.c.ii ayant à l'esprit l'article 1.4 sur le principe de la répartition équilibrée des charges.
2. La dénonciation du présent Traité par une des Parties contractantes s'effectue par notification écrite adressée au gouvernement de la République française, qui en informe les autres Parties contractantes.
3. Lors de la dénonciation par une Partie contractante ou si les Parties contractantes décident de mettre fin au présent Traité, elles conviennent, sur la base du présent Traité et des dispositions adoptées pour son application, des conséquences de cette situation notamment en matière budgétaire et financière.
4. La dénonciation prend effet un an après la réception de la notification.
En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Traité.
Fait à Bruxelles, le 22 novembre 2004
en langues allemande, espagnole, française et néerlandaise, les quatre textes faisant également foi, en un seul original qui sera déposé dans les archives du gouvernement de la République française.
Celui-ci transmet à chacune des Parties contractantes une copie certifiée conforme.
Acte final de signature du Traité de Strasbourg
Ce jour a été signé à Bruxelles par les représentants de la République française, de la République fédérale d'Allemagne, du Royaume de Belgique, du Royaume d'Espagne et du grand-duché de Luxembourg le traité relatif au Corps européen et au statut de son Quartier général, dit " Traité de Strasbourg ".
Est annexée à cet acte final une déclaration du Royaume de Belgique et du grand-duché de Luxembourg dont prennent acte les signataires concernant les éléments des forces armées luxembourgeoises susceptibles d'être placés sous le Commandement du Général commandant le Corps européen.
Déclaration pour l'acte final de signature du Traité de Strasbourg
Les gouvernements du grand-duché de Luxembourg et du Royaume de Belgique déclarent que les éléments des forces armées luxembourgeoises susceptibles d'être placés sous le Commandement du Général commandant le Corps européen ne constitueront pas une contribution autonome mais se feront en principe par une intégration complète dans les unités des forces armées belges.
Les gouvernements de la République fédérale d'Allemagne, du Royaume d'Espagne et de la République française prennent acte de l'existence de cet arrangement.
En conséquence, ces éléments intégrés luxembourgeois ne constituent pas des unités au sens des dispositions de l'article 20.2.c.ii, qui seront donc appliquées en ayant à l'esprit cet arrangement chaque fois qu'il sera mis en oeuvre.
Dans l'hypothèse où les éléments luxembourgeois ne seraient pas intégrés dans les unités des forces armées belges, les Parties contractantes conviennent d'appliquer l'article 20.2.c.ii ayant à l'esprit l'article 1.4 sur le principe de la répartition équilibrée des charges.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Lijst van de staten.
Art. N1. Liste des états.
Staten Datum Type Datum Datum
Authenti instemming instemming inwerking
ficatie treding
Authenti instemming instemming inwerking
ficatie treding
Modifications
BELGIE 22/11/2004 Bekrachtiging 19/08/2008 26/02/2009
DUITSLAND 22/11/2004 Bekrachtiging 13/01/2009 26/02/2009
FRANKRIJK 22/11/2004 Bekrachtiging 26/01/2009 26/02/2009
LUXEMBURG 22/11/2004 Bekrachtiging 07/06/2006 26/02/2009
SPANJE 22/11/2004 Bekrachtiging 18/11/2005 26/02/2009
Etats Date Type de Date de Entree en
Authenti consentement consentement vigueur
fication
Authenti consentement consentement vigueur
fication
Modifications
ALLEMAGNE 22/11/2004 Ratification 13/01/2009 26/02/2009
BELGIQUE 22/11/2004 Ratification 19/08/2008 26/02/2009
ESPAGNE 22/11/2004 Ratification 18/11/2005 26/02/2009
FRANCE 22/11/2004 Ratification 26/01/2009 26/02/2009
LUXEMBOURG 22/11/2004 Ratification 07/06/2006 26/02/2009
Art. N2. Het Verdrag treedt in werking op 26/02/2009, overeenkomstig zijn artikel 46, 2.
Art. N2. Le Traité entre en vigueur le 26/02/2009, conformément à son article 42, 2.