Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 APRIL 2008. - Decreet houdende valorisatie van het lerarenberoep (VERTALING) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-07-2008 en tekstbijwerking tot 06-06-2025)
Titre
21 AVRIL 2008. - Décret portant valorisation du métier d'enseignant (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-07-2008 et mise à jour au 06-06-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Schepping van de tijdelijke aanstell...
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 29 maar...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het koninklijk ...
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 14 juni...
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK XII. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van het koninklijk ...
HOOFDSTUK XIV. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XV. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK XVI. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XVII. - Wijziging van het koninklijk ...
HOOFDSTUK XVIII. - Wijziging van het koninklijk...
HOOFDSTUK XIX. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XX. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK XXI. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XXII. - Wijziging van het koninklijk ...
HOOFDSTUK XXIII. - Wijziging van het koninklijk...
HOOFDSTUK XXIV. - Wijziging van het besluit van...
HOOFDSTUK XXV. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK XXVI. - Wijziging van het besluit van...
HOOFDSTUK XXVII. - Wijziging van het decreet va...
HOOFDSTUK XXVIII. - Wijziging van het decreet v...
HOOFDSTUK XXIX. - Wijziging van het decreet van...
HOOFDSTUK XXX. - Wijziging van het decreet van ...
TITEL II. - Nieuwe weddeschalen in het onderwijs.
HOOFDSTUK I. - Het personeel in het onderwijs.
Toepassingsgebied.
Diplomaniveaus
Regeling vanaf 1 september 2011
Regeling voor de periode van 1 september 2009 t...
Regeling voor de periode van 1 januari 2009 tot...
Weddeschalen.
Overgangsbepalingen.
HOOFDSTUK II. - Het Werkliedenpersoneel.
Toepassingsgebied.
Weddeschalen.
TITEL II.1. [1 - VAKANTIEGELD VOOR DE PERSONEEL...
Titel II.2. - Valorisatie van het einde van de ...
TITEL II.3. - [1 Bezoldiging van het personeel ...
TITEL III. - Schepping van het ambt van leermee...
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van ...
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het decreet van 1...
TITEL IV. [1 - Slotbepalingen]1
BIJLAGEN.
Table des matières
TITRE Ier. - Création de la désignation et de l...
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 29 ma...
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE VIII. - Modification de l'arrêté royal...
CHAPITRE IX. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 14 juin...
CHAPITRE XI. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE XII. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XIII. - Modification de l'arrêté royal...
CHAPITRE XIV. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XV. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE XVI. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XVII. - Modification de l'arrêté royal...
CHAPITRE XVIII. - Modification de l'arrêté roya...
CHAPITRE XIX. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XX. - Modification de l'arrêté royal n...
CHAPITRE XXI. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XXII. - Modification de l'arrêté royal...
CHAPITRE XXIII. - Modification de l'arrêté roya...
CHAPITRE XXIV. - Modification de l'arrêté de l'...
CHAPITRE XXV. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE XXVI. - Modification de l'arrêté du go...
CHAPITRE XXVII. - Modification du décret du 14 ...
CHAPITRE XXVIII. - Modification du décret du 30...
CHAPITRE XXIX. - Modification du décret du 29 m...
CHAPITRE XXX. - Modification du décret du 27 ju...
TITRE II. - Nouvelle présentation des échelles ...
CHAPITRE Ier. - Le personnel de l'enseignement.
Champ d'application.
Niveaux suivant le diplôme.
Réglementation à partir du 1er septembre 2011.
Réglementation pour la période allant du 1er se...
Réglementation pour la période allant du 1er ja...
Echelles de traitement.
Dispositions transitoires.
CHAPITRE II. - Le personnel ouvrier.
Champ d'application.
Echelles de traitement.
TITRE II.1. [1 - LE PECULE DE VACANCES POUR LES...
Titre II.2. - Valorisation de la fin de carrière
TITRE II.3. - [1 Rémunération du personnel du c...
TITRE III. - Création de la fonction de maître ...
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrête royal ...
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE III. - Modification du décret du 26 av...
CHAPITRE IV. - Modification du décret du 19 avr...
TITRE IV. [1 Dispositions finales]1
ANNEXES.
Tekst (192)
Texte (192)
TITEL I. - Schepping van de tijdelijke aanstelling of aanwerving van doorlopende duur in het onderwijs.
TITRE Ier. - Création de la désignation et de l'engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée dans l'enseignement.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 29 maart 1965 betreffende de terbeschikkingstelling van leden van het onderwijzend personeel ten behoeve van jeugdorganisaties.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 29 mars 1965 relative à la mise à la disposition des organisations de jeunesse, de membres du personnel enseignant.
Artikel 1. In artikel 1 van de wet van 29 maart 1965 betreffende de terbeschikkingstelling van leden van het onderwijzend personeel ten behoeve van jeugdorganisaties wordt tussen de woorden "vastbenoemde" en "leden" de passus "en de voor een doorlopende duur aangestelde of aangeworven" ingevoegd.
Article 1. Dans l'article 1er de la loi du 29 mars 1965 relative à la mise à la disposition des organisations de jeunesse, de membres du personnel enseignant, le passage " et les membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée" est inséré après le passage " Les membres du personnel enseignant qui sont nommés à titre définitif".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 oktober 1967 houdende vaststelling van de modaliteiten tot toepassing van de wet van 29 maart 1965 betreffende de terbeschikkingstelling van leden van het onderwijzend personeel ten behoeven van jeugdorganisaties.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 27 octobre 1967 fixant les modalités d'application de la loi du 29 mars 1965 relative à la mise à la disposition des organisations de jeunesse, de membres du personnel enseignant.
Art. 2. Artikel 5, 3°, van het koninklijk besluit van 27 oktober 1967 houdende vaststelling van de modaliteiten tot toepassing van de wet van 29 maart 1965 betreffende de terbeschikkingstelling van leden van het onderwijzend personeel ten behoeven van jeugdorganisaties wordt met de passus "of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn" aangevuld.
Art. 2. Dans l'article 5, 3°, de l'arrêté royal du 27 octobre 1967 fixant les modalités d'application de la loi du 29 mars 1965 relative à la mise à la disposition des organisations de jeunesse, de membres du personnel enseignant, le passage " ou être un membre du personnel désigné ou engagé à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " avoir la qualité d'agent définitif ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'état, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.
Art. 3. In artikel 16, lid 3, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt tussen de woorden "m.b.t. " en "een" het woord "ten minste" ingevoegd.
Art. 3. Dans l'article 16, alinéa 3, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " au moins " sont insérés entre les mots " couvrant " et " une ".
Art. 4. Artikel 18, lid 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 26, 27 en 28, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 26, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 26, 27 en 28, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 26, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Art. 4. L'article 18, alinéa 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 26, 27 et 28, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 26, § 3, alinéa 4. "
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 26, 27 et 28, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 26, § 3, alinéa 4. "
Art. 5. In hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een artikel 19bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 19bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 17 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 26 en 27 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 19bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 17 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 26 en 27 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 5. Dans le chapitre III, section 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un article 19bis, libellé comme suit :
" Article 19bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 17 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 26 et 27 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 19bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 17 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 26 et 27 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 6. In artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 6. Dans l'article 23 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un troisième alinéa, libellé comme suit :
" Si un membre du personnel a été désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
" Si un membre du personnel a été désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
Art. 7. In artikel 24, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 19bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 19bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 7. Dans l'article 24, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 19bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 19bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
Art. 8. In artikel 25, lid 1, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een tweede zin ingevoegd, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" had gekregen. "
Art. 8. L'article 25, alinéa 1, 4°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
Art. 9. Artikel 33, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
Art. 9. L'article 33, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
Art. 10. Artikel 40, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt met de volgende zin aangevuld :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
Art. 10. L'article 40, 2°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 25 juin 2007, est complété par le libellé suivant :
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
Art. 11. Artikel 121quinquies, lid 2, van hetzelfde koninklijk besluit, wordt met de volgende passus aangevuld :
" De commissie brengt een advies uit houdende rangschikking van de kandidaten voor een bepaalde school. De rangschikking blijft geldig voor de betrokken school tijdens een periode van twaalf maanden beginnend op 1 september van het schooljaar waarvoor het advies werd uitgebracht. "
" De commissie brengt een advies uit houdende rangschikking van de kandidaten voor een bepaalde school. De rangschikking blijft geldig voor de betrokken school tijdens een periode van twaalf maanden beginnend op 1 september van het schooljaar waarvoor het advies werd uitgebracht. "
Art. 11. L'article 121quinquies, alinéa 2, du même arrêté royal est complété par le libellé suivant :
" La commission émet un avis, contenant le classement du candidat pour une école déterminée. Le classement reste valable pour l'école concernée pendant une période de douze mois commençant le 1er septembre de l'année scolaire pour laquelle l'avis a été émis. "
" La commission émet un avis, contenant le classement du candidat pour une école déterminée. Le classement reste valable pour l'école concernée pendant une période de douze mois commençant le 1er septembre de l'année scolaire pour laquelle l'avis a été émis. "
Art. 12. In hoofdstuk IX van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een artikel 121quaterdecies ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 121quaterdecies - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 121quaterdecies - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 12. Dans le chapitre IX du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un article 121quaterdecies, libellé comme suit :
" Article 121quaterdecies - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 121quaterdecies - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 13. In artikel 122 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt punt 6° "de terugzetting in graad" geschrapt.
In hetzelfde artikel wordt punt 7° punt 6°.
In hetzelfde artikel wordt punt 7° punt 6°.
Art. 13. Dans l'article 122 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, le point 6° " la rétrogradation " est supprimé.
Dans le même article, le point 7° devient le point 6°.
Dans le même article, le point 7° devient le point 6°.
Art. 14. Artikel 126 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 126 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est abrogé.
Art. 15. In artikel 142, § 1, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "5°, 6° en 7°" vervangen door "5° en 6°".
Art. 15. Dans l'article 142, § 1er, alinéa 1, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, le passage " 5°, 6° et 7° " est remplacé par le passage " 5° et 6° ".
Art. 16. In artikel 143, § 1, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "5°, 6° en 7°" vervangen door "5° en 6°".
Art. 16. Dans l'article 143, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, le passage " 5°, 6° et 7° " est remplacé par le passage " 5° et 6° ".
Art. 17. Artikel 164 van hetzelfde koninklijk besluit wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de littera a) en d), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
" Het eerste lid, met uitzondering van de littera a) en d), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Art. 17. L'article 164 du même arrêté royal est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des littera a) et d), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
" Le premier alinéa, à l'exception des littera a) et d), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de duitstalige gemeenschap.
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la communauté germanophone.
Art. 18. In artikel 4, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt tussen de woorden "m.b.t. " en "een" het woord "ten minste" ingevoegd.
Art. 18. Dans l'article 4, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " au moins " sont insérés entre les mots " couvrant " et " une ".
Art. 19. Artikel 6, lid 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 14, 15 en 16, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 14, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 14, 15 en 16, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 14, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Art. 19. L'article 6, alinéa 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 14, 15 et 16, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 14, § 3, alinéa 4. "
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 14, 15 et 16, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 14, § 3, alinéa 4. "
Art. 20. In hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 7bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 5 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, in verband met artikel 32 van dit koninklijk besluit ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 14 en 15 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 7bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 5 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, in verband met artikel 32 van dit koninklijk besluit ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 14 en 15 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 20. Dans le chapitre III, section 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un article 7bis, libellé comme suit :
" Article 7bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 5 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, en rapport avec l'article 32 du présent arrêté royal, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 14 et 15 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 7bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 5 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, en rapport avec l'article 32 du présent arrêté royal, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 14 et 15 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 21. Artikel 11 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een vierde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 21. Dans l'article 11 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un quatrième alinéa, libellé comme suit :
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
Art. 22. Artikel 12, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 7bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 7bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 22. Dans l'article 12, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 7bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 7bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
Art. 23. Artikel 13, lid 1, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt, indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt, indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
Art. 23. L'article 13, alinéa 1, 4°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
Art. 24. Artikel 21, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
Art. 24. L'article 21, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
Art. 25. Artikel 22septies, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt met de volgende bepaling aangevuld :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
Art. 25. L'article 22septies, 2°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 25 juin 2007, est complété par le libellé suivant :
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
Art. 26. In artikel 32 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "artikelen 122" vervangen door de passus "artikelen 121quaterdecies ".
Art. 26. Dans l'article 32 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " articles 122 " sont remplacés par les mots " articles 121quaterdecies ".
Art. 27. In artikel 33 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt tussen het woord "artikelen" en het cijfer "141" de passus "121quaterdecies," ingevoegd.
Art. 27. Dans l'article 33 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, le passage " 121quaterdecies " est inséré après les mots " Les articles ".
Art. 28. Artikel 45 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 november 1978, wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de littera c) en e), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
" Het eerste lid, met uitzondering van de littera c) en e), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Art. 28. L'article 45 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 14 novembre 1978, est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des littera c) et e), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
" Le premier alinéa, à l'exception des littera c) et e), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'état, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.
Art. 29. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, vervangen bij het besluit van de Executieve van 1 september 1993 en gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2005, wordt na het woord "personeelsleden" de passus "alsmede de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 29. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, remplacé par l'arrêté de l'Exécutif du 1er septembre 1993 et modifié par le décret du 6 juin 2005, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
Art. 30. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 18bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 18bis - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 18bis - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 30. Dans le chapitre IV du même arrêté royal, il est inséré un article 18bis, libellé comme suit :
" Article 18bis - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
" Article 18bis - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
Art. 31. In artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 70 van 20 juli 1982, de wet van 31 juli 1984 en het koninklijk besluit van 13 januari 1988, wordt de passus "Het personeelslid" vervangen door de passus "Het in artikel 1 bedoelde personeelslid".
Art. 31. Dans l'article 23 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal n° 70 du 20 juillet 1982, la loi du 31 juillet 1984 et l'arrêté royal du 13 janvier 1988, le passage " Le membre du personnel " est remplacé par le passage " Le membre du personnel visé à l'article 1er ".
Art. 32. In artikel 30 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wet van 31 juli 1984, wordt de passus "Het personeelslid" vervangen door de passus "Het in artikel 1 bedoelde personeelslid".
Art. 32. Dans l'article 30 du même arrêté royal, modifié par la loi du 31 juillet 1984, le passage " Le membre du personnel " est remplacé par le passage " Le membre du personnel visé à l'article 1 ".
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrêté royal du 18 janvier 1974, pris en application de l'article 164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'état, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.
Art. 33. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen wordt na de passus "De in artikel één bedoelde personeelsleden" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 33. Dans l'article 4 de l'arrêté royal du 18 janvier 1974, pris en application de l'article 164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, le passage " et les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel visés à l'article premier ".
Art. 34. _ In artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit wordt na de passus "De in artikel één bedoelde personeelsleden" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 34. Dans l'article 7 du même arrêté royal, le passage " et les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel visés à l'article premier ".
Art. 35. In hoofdstuk V van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 12bis - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 12bis - Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 35. Dans le chapitre V du même arrêté royal, il est inséré un article 12bis, libellé comme suit :
" Article 12bis - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
" Article 12bis - Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 april 1975 betreffende het verlof dat aan sommige personeelsleden in overheidsdienst wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen.
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrêté royal du 2 avril 1975 relatif au congé accordé à certains membres du personnel des services publics pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus des assemblées législatives nationales communautaires ou régionales ou au bénéfice des présidents de ces groupes.
Art. 36. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 april 1975 betreffende het verlof dat aan sommige personeelsleden in overheidsdienst wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Voorliggend koninklijk besluit is ook van toepassing op de in het gemeenschapsonderwijs voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden. "
" Voorliggend koninklijk besluit is ook van toepassing op de in het gemeenschapsonderwijs voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden. "
Art. 36. L'article 1er de l'arrêté royal du 2 avril 1975 relatif au congé accordé à certains membres du personnel des services publics pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus des assemblées législatives nationales communautaires ou régionales ou au bénéfice des présidents de ces groupes est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le présent arrêté royal s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans l'enseignement communautaire. "
" Le présent arrêté royal s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans l'enseignement communautaire. "
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 1976 genomen voor de toepassing van artikel 40 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de duitstalige gemeenschap.
CHAPITRE VIII. - Modification de l'arrêté royal du 8 juillet 1976 pris en application de l'article 40 de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane des établissements d'enseignement de la Communauté germanophone.
Art. 37. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 juli 1976 genomen voor de toepassing van artikel 40 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap wordt na de passus "De vastbenoemde en stagedoende personeelsleden" de passus "alsmede de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 37. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 8 juillet 1976 pris en application de l'article 40 de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane des établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 1976genomen voor de toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de duitstalige gemeenschap.
CHAPITRE IX. - Modification de l'arrêté royal du 8 juillet 1976 pris en application de l'article 45 de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane des établissements d'enseignement de la Communauté germanophone.
Art. 38. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 juli 1976 genomen voor de toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap wordt na de passus "De vastbenoemde en stagedoende personeelsleden" de passus "alsmede de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 38. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 8 juillet 1976 pris en application de l'article 45 de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane des établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 14 juni 1978 betreffende de vernieuwingsexperimenten in het lager- en kleuteronderwijs.
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 14 juin 1978 relative aux expériences de rénovation dans l'enseignement primaire et gardien.
Art. 39. In de wet van 14 juni 1978 betreffende de vernieuwingsexperimenten in het lager- en kleuteronderwijs wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 2bis - Voorliggende wet is van toepassing op alle personeelsleden die definitief benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in de artikelen 1 en 2 vermelde inrichtingen. "
" Artikel 2bis - Voorliggende wet is van toepassing op alle personeelsleden die definitief benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in de artikelen 1 en 2 vermelde inrichtingen. "
Art. 39. Dans la loi du 14 juin 1978 relative aux expériences de rénovation dans l'enseignement primaire et gardien, il est inséré un article 2bis, libellé comme suit :
" Article 2bis - La présente loi s'applique à tous les membres du personnel qui sont nommés ou engagés à titre définitif ou sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés aux articles 1er et 2. "
" Article 2bis - La présente loi s'applique à tous les membres du personnel qui sont nommés ou engagés à titre définitif ou sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés aux articles 1er et 2. "
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XI. - Modification de l'arrêté royal du 27 juillet 1979 portant le statut du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres psycho-médico-sociaux spécialisés de l'Etat, des centres de formation de l'Etat ainsi que des services d'inspection chargés de la surveillance des centres psycho-médico-sociaux, des offices d'orientation scolaire et professionnelle et des centres psycho-médico-sociaux spécialisés.
Art. 40. In artikel 12, lid 3, van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt tussen het woord "m.b.t. " en het woord "een" het woord "ten minste" ingevoegd.
Art. 40. Dans l'article 12, alinéa 3, de l'arrêté royal du 27 juillet 1979 portant le statut du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres psycho-médico-sociaux spécialisés de l'Etat, des centres de formation de l'Etat ainsi que des services d'inspection chargés de la surveillance des centres psycho-médico-sociaux, des offices d'orientation scolaire et professionnelle et des centres psycho-médico-sociaux spécialisés, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " au moins " sont insérés entre les mots " couvrant " et " une ".
Art. 41. Artikel 14, lid 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 23, 24 en 25, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 23, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 23, 24 en 25, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 23, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Art. 41. L'article 14, alinéa 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 23, 24 et 25, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 23, § 3, alinéa 4. "
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 23, 24 et 25, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 23, § 3, alinéa 4. "
Art. 42. In hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een artikel 15bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 15bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 13 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 23 en 24 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 15bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 13 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 122, 6°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 23 en 24 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 42. Dans le chapitre III, section 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un article 15bis, libellé comme suit :
" Article 15bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 13 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements en relation avec l'article 130 du présent arrêté royal n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 23 et 24 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 15bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 13 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 122, 6°, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements en relation avec l'article 130 du présent arrêté royal n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 23 et 24 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 43. Artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een derde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 43. Dans l'article 20 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un troisième alinéa, libellé comme suit :
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
Art. 44. Artikel 21, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 15bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 15bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 44. Dans l'article 21, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, il est inséré un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 15bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 15bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
Art. 45. Artikel 22, lid 1, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° ingevoegd :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Het eerste lid van hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° ingevoegd :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
Art. 45. L'article 22, alinéa 1er, 4°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le premier alinéa du même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
Art. 46. Artikel 31, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt met de volgende bepaling aangevuld :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
Art. 46. L'article 31, 2°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 25 juin 2007, est complété par le libellé suivant :
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
Art. 47. Artikel 38 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een derde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
Art. 47. L'article 38 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un troisième alinéa, libellé comme suit :
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
Art. 48. In artikel 130, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "artikelen 122" vervangen door de passus "artikelen 121quaterdecies ".
Art. 48. _ Dans l'article 130, § 1er, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " article 122 " sont remplacés par les mots " article 121quaterdecies ".
Art. 49. In artikel 131 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt na het woord "artikelen" de passus "121quaterdecies," ingevoegd.
Art. 49. Dans l'article 131 du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, le passage " 121quaterdecies " est inséré après les mots " Les articles ".
Art. 50. Artikel 174 van hetzelfde koninklijk besluit wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten a) en d), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten a) en d), is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Art. 50. L'article 174 du même arrêté royal est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des littera a) et d), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
" Le premier alinéa, à l'exception des littera a) et d), s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
Art. 51. In artikel 188 van hetzelfde koninklijk besluit wordt na de passus "Vastbenoemde en stagedoende technische personeelsleden" de passus ", alsmede voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 51. Dans l'article 188 du même arrêté royal, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
Art. 52. In artikel 194 van hetzelfde koninklijk besluit wordt de passus "Het technisch personeelslid" vervangen door de passus "Het vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid".
Art. 52. Dans l'article 194 du même arrêté royal, le passage " Le membre du personnel technique " est remplacé par le passage " Le membre du personnel nommé à titre définitif ou désigné à titre temporaire pour une durée indéterminée ".
HOOFDSTUK XII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten.
CHAPITRE XII. - Modification de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'état, des centres de formation de l'état et des services d'inspection.
Art. 53. In het opschrift van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, wordt de passus "van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel" vervangen door de passus "van het vastbenoemd, voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of stagedoend technisch personeel".
In artikel 1, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het besluit van de Executieve van 6 november 1992 en gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2005, wordt na de passus "De vastbenoemde en stagedoende personeelsleden" de passus "alsmede de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
In artikel 1, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het besluit van de Executieve van 6 november 1992 en gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2005, wordt na de passus "De vastbenoemde en stagedoende personeelsleden" de passus "alsmede de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden" ingevoegd.
Art. 53. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, le passage " des membres stagiaires ou nommés à titre définitif " est remplacé par " des membres stagiaires, nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée ".
Dans l'article 1er, alinéa 1er, du même arrêté royal, remplacé par l'arrêté de l'Exécutif du 6 novembre 1992 et modifié par le décret du 6 juin 2005, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
Dans l'article 1er, alinéa 1er, du même arrêté royal, remplacé par l'arrêté de l'Exécutif du 6 novembre 1992 et modifié par le décret du 6 juin 2005, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel, définitifs et stagiaires ".
Art. 54. In artikel 32 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wet van 31 juli 1984 en bij het decreet van 25 juni 2007, wordt de passus "Het personeelslid" vervangen door de passus "Het in artikel 1 bedoelde personeelslid".
Art. 54. Dans l'article 32 du même arrêté royal, modifié par la loi du 31 juillet 1984 et le décret du 25 juin 2007, le passage " Le membre du personnel " est remplacé par le passage " Le membre du personnel visé à l'article 1er ".
HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs.
CHAPITRE XIII. - Modification de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 concernant le congé syndical dans l'enseignement subventionné.
Art. 55. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs wordt na de passus "indien deze erkenning bestaat," de passus "hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn," ingevoegd.
Art. 55. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 concernant le congé syndical dans l'enseignement subventionné, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés ou engages à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " là où l'agréation existe ".
HOOFDSTUK XIV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het verlof om de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs toe te laten een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet.
CHAPITRE XIV. - Modification de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 concernant le congé des membres du personnel subventionné de l'enseignement subventionné, afin de leur permettre d'exercer une fonction dans un cabinet ministériel.
Art. 56. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het verlof om de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs toe te laten een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet wordt na de passus "indien deze erkenning bestaat," de passus "hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn," ingevoegd.
Art. 56. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 concernant le congé des membres du personnel subventionné de l'enseignement subventionné, afin de leur permettre d'exercer une fonction dans un cabinet ministériel, le passage ", ainsi que les membres du personnel désignés ou engages à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " là où l'agréation existe ".
HOOFDSTUK XV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering.
CHAPITRE XV. - Modification de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 relatif au congé syndical dans les centres psycho-médico-sociaux et offices d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés.
Art. 57. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Voorliggend besluit is ook van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in het eerste lid vermelde inrichtingen. "
" Voorliggend besluit is ook van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in het eerste lid vermelde inrichtingen. "
Art. 57. L'article 1er de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 relatif au congé syndical dans les centres psycho-médico-sociaux et offices d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés au premier alinéa. "
" Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés au premier alinéa. "
HOOFDSTUK XVI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het verlof om gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsorientering toe te staan een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet.
CHAPITRE XVI. - Modification de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 relatif au congé à accorder aux membres du personnel subsidié des centres psycho-médico-sociaux et offices d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés, pour exercer une fonction dans un cabinet ministériel.
Art. 58. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het verlof om gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsorientering toe te staan een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Voorliggend besluit is ook van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in het eerste lid vermelde inrichtingen. "
" Voorliggend besluit is ook van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn in de in het eerste lid vermelde inrichtingen. "
Art. 58. L'article 1er de l'arrêté royal du 16 décembre 1981 relatif au congé à accorder aux membres du personnel subsidié des centres psycho-médico-sociaux et offices d'orientation scolaire et professionnelle subventionnés, pour exercer une fonction dans un cabinet ministériel est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés au premier alinéa. "
" Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les établissements visés au premier alinéa. "
HOOFDSTUK XVII. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 74 van 20 juli 1982 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden of gewettigd door sociale of familiale redenen van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs.
CHAPITRE XVII. - Modification de l'arrêté royal n° 74 du 20 juillet 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons de convenances personnelles ou justifiés par des raisons sociales ou familiales des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Art. 59. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 74 van 20 juli 1982 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden of gewettigd door sociale of familiale redenen van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs wordt met een derde streepje aangevuld, luidend als volgt :
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
Art. 59. L'article 1er de l'arrêté royal n° 74 du 20 juillet 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons de convenances personnelles ou justifies par des raisons sociales ou familiales des membres du personnel de l'enseignement subventionné est complété par un troisième tiret, libellé comme suit :
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK XVIII. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 75 van 20 juli 1982 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden van de personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XVIII. - Modification de l'arrêté royal n° 75 du 20 juillet 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons de convenances personnelles des membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux subventionnés.
Art. 60. In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 75 van 20 juli 1982 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden van de personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra wordt na de passus " vastbenoemde personeelsleden" de passus "en op de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
Art. 60. Dans l'article 1er de l'arrêté royal n° 75 du 20 juillet 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons de convenances personnelles des membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux subventionnés, le passage " et les membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " nommés à titre définitif, ".
HOOFDSTUK XIX. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 76 van 20 juli 1982 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs.
CHAPITRE XIX. - Modification de l'arrêté royal n° 76 du 20 juillet 1982 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Art. 61. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 76 van 20 juli 1982 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs wordt met een derde streepje aangevuld, luidend als volgt :
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
Art. 61. L'article 1er de l'arrêté royal n° 76 du 20 juillet 1982 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement subventionné est complété par un troisième tiret, libellé comme suit :
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK XX. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 94 van 28 september 1982 betreffende de verloven voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen of wegens persoonlijke aangelegenheden.
CHAPITRE XX. - Modification de l'arrêté royal n° 94 du 28 septembre 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales ou par des raisons de convenance personnelle.
Art. 62. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 94 van 28 september 1982 betreffende de verloven voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen of wegens persoonlijke aangelegenheden wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Voorliggend besluit is van toepassing op alle personeelsleden die in vast verband benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
" Voorliggend besluit is van toepassing op alle personeelsleden die in vast verband benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
Art. 62. L'article 1er de l'arrêté royal n° 94 du 28 septembre 1982 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales ou par des raisons de convenance personnelle est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique à tous les membres du personnel nommés ou engagés à titre définitif ou désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Le présent arrêté s'applique à tous les membres du personnel nommés ou engagés à titre définitif ou désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK XXI. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 136 van 30 december 1982 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XXI. - Modification de l'arrêté royal n° 136 du 30 décembre 1982 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux subventionnés.
Art. 63. In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 136 van 30 december 1982 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra wordt na de passus "vastbenoemde personeelsleden" de passus "en op de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
Art. 63. Dans l'article 1er de l'arrêté royal n° 136 du 30 décembre 1982 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux subventionnés, le passage " et les membres du personnel qui sont désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " nommés à titre définitif ".
HOOFDSTUK XXII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 september 1983 betreffende het verlof voor opdrachten in het belang van het onderwijs en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs.
CHAPITRE XXII. - Modification de l'arrêté royal du 13 septembre 1983 concernant le congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et la disponibilité pour mission spéciale des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Art. 64. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 september 1983 betreffende het verlof voor opdrachten in het belang van het onderwijs en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs wordt met een derde streepje aangevuld, luidend als volgt :
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
" - hetzij voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
Art. 64. L'article 1er de l'arrêté royal du 13 septembre 1983 concernant le congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et la disponibilité pour mission spéciale des membres du personnel de l'enseignement subventionné est complété par un troisième tiret, libellé comme suit :
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" - ou qu'ils soient désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK XXIII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 oktober 1985 betreffende het verlof wegens opdracht en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht van de gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XXIII. - Modification de l'arrêté royal du 21 octobre 1985 relatif au congé pour mission et à la disponibilité pour mission spéciale des membres du personnel subventionnés des centres psycho-médico-sociaux subventionnés.
Art. 65. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1985 betreffende het verlof wegens opdracht en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht van de gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Voorliggend besluit is van toepassing op alle personeelsleden die in vast verband benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
" Voorliggend besluit is van toepassing op alle personeelsleden die in vast verband benoemd of aangeworven zijn of die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn. "
Art. 65. L'article 1er de l'arrêté royal du 21 octobre 1985 relatif au congé pour mission et à la disponibilité pour mission spéciale des membres du personnel subventionnés des centres psycho-médico-sociaux subventionnés est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique à tous les membres du personnel qui sont nommés ou engagés à titre définitif ou désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Le présent arrêté s'applique à tous les membres du personnel qui sont nommés ou engagés à titre définitif ou désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
HOOFDSTUK XXIV. - Wijziging van het besluit van de executieve van 23 augustus 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de leden van het personeel van het gesubsidieerde onderwijs en van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die tenminste twee kinderen ten laste hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die de oppensioenstelling voorafgaat.
CHAPITRE XXIV. - Modification de l'arrêté de l'exécutif du 23 août 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres psycho-médico-sociaux subventionnés qui ont atteint l'âge de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite.
Art. 66. In artikel 2, 1°, van het besluit van de Executieve van 23 augustus 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de leden van het personeel van het gesubsidieerde onderwijs en van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die tenminste twee kinderen ten laste hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die de oppensioenstelling voorafgaat wordt de passus "dat ze toegelaten zijn tot de stage of vastbenoemd zijn;" vervangen door de passus "dat ze tot de stage toegelaten, vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld of aangeworven zijn".
Art. 66. L'article 2, 1°, de l'arrêté de l'Exécutif du 23 août 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres psycho-médico-sociaux subventionnés qui ont atteint l'âge de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite est remplacé comme suit " qu'ils soient stagiaires, nommés à titre définitif, désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée ; ".
HOOFDSTUK XXV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 4 september 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de personeelsleden van het rijksonderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra van het rijk die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die ten minste twee kinderen hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die aan de pensionering voorafgaat.
CHAPITRE XXV. - Modification de l'arrêté royal du 4 septembre 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement de l'état et des centres psycho-médico-sociaux de l'état qui ont atteint l'âge de cinquante ans ou qui ont au moins deux enfants qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenance personnelle précédant la mise à la retraite.
Art. 67. In artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 4 september 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de personeelsleden van het rijksonderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra van het Rijk die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die ten minste twee kinderen hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die aan de pensionering voorafgaat wordt de passus "dat ze toegelaten zijn tot de stage of vastbenoemd zijn;" vervangen door de passus "dat ze tot de stage toegelaten, vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn".
Art. 67. L'article 2, 1°, de l'arrêté royal du 4 septembre 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement de l'Etat et des centres psycho-médico-sociaux de l'état qui ont atteint l'âge de cinquante ans ou qui ont au moins deux enfants qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenance personnelle précédant la mise à la retraite est remplace comme suit " qu'ils soient stagiaires, nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée ; ".
HOOFDSTUK XXVI. - Wijziging van het besluit van de regering van 9 november 1994 van de duitstalige gemeenschap betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XXVI. - Modification de l'arrêté du gouvernement du 9 novembre 1994 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux.
Art. 68. In artikel 3, § 1, lid 1, van het besluit van de Regering van 9 november 1994 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001, wordt na de passus "de in artikel 2 vermelde personeelsleden die vastbenoemd of definitief aangesteld zijn" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
In artikel 3, § 1, lid 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001, wordt na de passus "de in artikel 2 vermelde personeelsleden die vastbenoemd of definitief aangesteld zijn" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
In artikel 3, § 1, lid 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001, wordt na de passus "de in artikel 2 vermelde personeelsleden die vastbenoemd of definitief aangesteld zijn" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
Art. 68. Dans l'article 3, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement du 9 novembre 1994 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, remplacé par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001, le passage " ainsi que les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel mentionnés à l'article 2 qui sont nommés ou engagés à titre définitif ".
Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001, le passage " ainsi que les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel mentionnés à l'article 2 qui sont nommés ou engagés à titre définitif ".
Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001, le passage " ainsi que les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " Les membres du personnel mentionnés à l'article 2 qui sont nommés ou engagés à titre définitif ".
Art. 69. In artikel 3bis, § 1, lid 1, van hetzelfde besluit van de Regering, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001, wordt na de passus "personeelsleden, die vastbenoemd of definitief aangesteld zijn," de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden" ingevoegd.
Art. 69. Dans l'article 3bis, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté du Gouvernement, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001, le passage " nommés ou engagés à titre définitif " est remplacé par le passage " nommés ou engagés à titre définitif ainsi que celles des membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée ".
HOOFDSTUK XXVII. - Wijziging van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij pms-centrum.
CHAPITRE XXVII. - Modification du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre pms libre subventionné.
Art. 70. Artikel 35, § 2, van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-Centrum, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een vijfde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 70. L'article 35, § 2, du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un cinquième alinéa, libellé comme suit :
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
" Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
Art. 71. In hoofdstuk III, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet wordt een artikel 36bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 36bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 35 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds aangestelde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 81, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 41 en 42 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 36bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 35 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds aangestelde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 81, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 41 en 42 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 71. Dans le chapitre III, section 2, sous-section 2, du même décret, il est inséré un article 36bis libellé comme suit :
" Article 36bis - Engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 35 ont droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel engagés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 81, 6°, n'a aucun droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit un engagement pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre l'engagement a titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 41 et 42 ne s'appliquent pas aux membres du personnel engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 36bis - Engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 35 ont droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel engagés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 81, 6°, n'a aucun droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit un engagement pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre l'engagement a titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 41 et 42 ne s'appliquent pas aux membres du personnel engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 72. Artikel 38, lid 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 41, 42 en 43, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 41, § 3, lid 3, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 41, 42 en 43, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 41, § 3, lid 3, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Art. 72. L'article 38, alinéa 2, du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" S'il est mis fin à un engagement à titre temporaire par licenciement ou résiliation en application des articles 41, 42 et 43, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est réengage ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 41, § 3, alinéa 3. "
" S'il est mis fin à un engagement à titre temporaire par licenciement ou résiliation en application des articles 41, 42 et 43, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est réengage ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 41, § 3, alinéa 3. "
Art. 73. In artikel 39bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 36bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 36bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 73. L'article 39bis, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 26 juin 2006, est complété par un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel engagés conformément à l'article 36bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel engagés conformément à l'article 36bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
Art. 74. Artikel 40, 4°, van hetzelfde decreet wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 6° en 7° aangevuld :
" 6° ten gevolge van een ambtsopheffing;
7° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 6° en 7° aangevuld :
" 6° ten gevolge van een ambtsopheffing;
7° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
Art. 74. L'article 40, 4°, du même décret est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel engagés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 6° et 7°, libellés comme suit :
" 6° à la suite d'une suppression d'emploi ;
7° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel engagé pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel engagés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 6° et 7°, libellés comme suit :
" 6° à la suite d'une suppression d'emploi ;
7° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel engagé pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
Art. 75. Artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
Art. 75. L'article 48, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
Art. 76. In artikel 55, § 1, 2°, van hetzelfde decreet wordt vóór de laatste zin de volgende bepaling ingevoegd :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
Art. 76. Dans l'article 55, § 1er, 2°, du même décret, le libellé suivant est inséré avant la dernière phrase :
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel engagé pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel engagé pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
Art. 77. Artikel 76 van hetzelfde decreet wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
In artikel 77, § 2, van hetzelfde decreet wordt de passus "artikel 76, 1°, 2° en 3°" vervangen door de passus "artikel 76, lid 1, 1°, 2° en 3°".
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
In artikel 77, § 2, van hetzelfde decreet wordt de passus "artikel 76, 1°, 2° en 3°" vervangen door de passus "artikel 76, lid 1, 1°, 2° en 3°".
Art. 77. L'article 76 du même décret est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires engagés pour une durée indéterminée. "
Dans l'article 77, § 2, du même décret, le passage " l'article 76, 1°, 2° et 3° " est remplacé par " l'article 76, alinéa 1er, 1°, 2° et 3°. "
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires engagés pour une durée indéterminée. "
Dans l'article 77, § 2, du même décret, le passage " l'article 76, 1°, 2° et 3° " est remplacé par " l'article 76, alinéa 1er, 1°, 2° et 3°. "
Art. 78. In artikel 81, § 1, van hetzelfde decreet wordt tussen het woord "definitief" en het woord "aangestelde" de passus "of voor een doorlopende duur tijdelijk" ingevoegd.
Art. 78. Dans l'article 81, § 1er, du même décret, le passage " ou à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " engagés à titre définitif ".
Art. 79. In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet wordt een artikel 95bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 95bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle voor een doorlopende duur definitief of tijdelijk aangestelde personeelsleden. "
" Artikel 95bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle voor een doorlopende duur definitief of tijdelijk aangestelde personeelsleden. "
Art. 79. Dans le chapitre XI du même décret, il est inséré un article 95bis, libellé comme suit :
" Article 95bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel engagés à titre définitif ou à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
" Article 95bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel engagés à titre définitif ou à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
HOOFDSTUK XXVIII. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003.
CHAPITRE XXVIII. - Modification du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement.
Art. 80. Artikel 4, 2°, van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003 wordt met de volgende punten 3° en 4° aangevuld :
" 3° de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap;
4° de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap. "
" 3° de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap;
4° de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap. "
Art. 80. L'article 4 du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement est complété par des points 3° et 4°, libellés comme suit :
" 3° aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
4° aux membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux subsidiés par la Communauté germanophone. ".
" 3° aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
4° aux membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux subsidiés par la Communauté germanophone. ".
Art. 81. Artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd door de decreten van 17 mei 2004, 26 juni 2006 en 25 juni 2007, wordt met een § 7 aangevuld, luidend als volgt :
" § 7 - Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling of aanwerving van doorlopende duur bekleed wordt, mag niet bekleed worden door een personeelslid aan wie het in artikel 5, § 1, vermeld verlof werd toegekend. "
" § 7 - Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling of aanwerving van doorlopende duur bekleed wordt, mag niet bekleed worden door een personeelslid aan wie het in artikel 5, § 1, vermeld verlof werd toegekend. "
Art. 81. L'article 5 du même décret, modifié par les décrets des 17 mai 2004, 26 juin 2006 et 25 juin 2007, est complété par un § 7, libellé comme suit :
" § 7 - Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation ou d'un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être occupé par un membre du personnel auquel le congé mentionné à l'article 5, § 1er, a été accordé. ".
" § 7 - Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation ou d'un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être occupé par un membre du personnel auquel le congé mentionné à l'article 5, § 1er, a été accordé. ".
HOOFDSTUK XXIX. - Wijziging van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra.
CHAPITRE XXIX. - Modification du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés.
Art. 82. In hoofdstuk III, afdeling 2, onderafdeling 2, van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra wordt een artikel 22bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 22bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 22 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 79, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 30 en 31 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 22bis - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 22 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 79, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 30 en 31 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 82. _ Dans le chapitre III, section 2, sous-section 2, du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés, il est inséré un article 22bis, libellé comme suit :
" Article 22bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 22 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 79, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 30 et 31 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 22bis - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 22 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années scolaires consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 79, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 30 et 31 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 83. Artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een § 3 aangevuld, luidend als volgt :
" § 3 - Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" § 3 - Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 83. L'article 25 du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, est complété par un § 3, libellé comme suit :
" § 3 - Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
" § 3 - Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires suivantes. "
Art. 84. [1 Artikel 26, § 2, eerste lid]1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 30, 31 en 32, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 30, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 30, 31 en 32, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 30, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Modifications
Art. 84. L'[1 article 26 § 2, alinéa 1]1, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" § 2 - S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 30, 31 et 32, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigne ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 30, § 3, alinéa 4. "
" § 2 - S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 30, 31 et 32, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigne ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 30, § 3, alinéa 4. "
Modifications
Art. 85. Artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 22bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 22bis aangesteld zijn, ten minste om de drie schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 85. L'article 28, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 22bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 22bis a lieu au moins toutes les trois années scolaires. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année scolaire suivante. "
Art. 86. Artikel 29, 4°, van hetzelfde decreet wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 6° en 7° aangevuld :
" 6° ten gevolge van een ambtsopheffing;
7° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 6° en 7° aangevuld :
" 6° ten gevolge van een ambtsopheffing;
7° op 30 juni van het schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
Art. 86. L'article 29, 4°, du même décret, est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 6° et 7°, libellés comme suit :
" 6° à la suite d'une suppression d'emploi ;
7° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 6° et 7°, libellés comme suit :
" 6° à la suite d'une suppression d'emploi ;
7° au 30 juin de l'année scolaire où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire précédente. "
Art. 87. Artikel 42, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
" Een betrekking die door een personeelslid in het kader van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wordt bekleed, mag niet voor mutatie vrijgemaakt worden. "
Art. 87. L'article 42, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
" Un emploi occupé par un membre du personnel dans le cadre d'une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne peut être libéré pour une mutation. "
Art. 88. Artikel 48, § 1, 2°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende bepaling :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig schooljaar. "
Art. 88. L'article 48, § 1er, 2°, du même décret est complété par le libellé suivant :
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année scolaire complète. "
Art. 89. Artikel 74 van hetzelfde decreet wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
In artikel 75, § 2, van hetzelfde decreet wordt de passus "artikel 74, 1°, 2° en 3°" vervangen door "artikel 74, lid 1, 1°, 2° en 3°".
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
In artikel 75, § 2, van hetzelfde decreet wordt de passus "artikel 74, 1°, 2° en 3°" vervangen door "artikel 74, lid 1, 1°, 2° en 3°".
Art. 89. L'article 74 du même décret est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
Dans l'article 75, § 2, du même décret, le passage " l'article 74, 1°, 2°, 3° " est remplacé par " l'article 74, alinéa 1er, 1°, 2° et 3° ".
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
Dans l'article 75, § 2, du même décret, le passage " l'article 74, 1°, 2°, 3° " est remplacé par " l'article 74, alinéa 1er, 1°, 2° et 3° ".
Art. 90. In artikel 79, § 1, van hetzelfde decreet wordt na het woord "vastbenoemde" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde" ingevoegd.
In § 1 van hetzelfde artikel wordt punt 6° geschrapt. Punt 7° wordt punt 6°.
In § 1 van hetzelfde artikel wordt punt 6° geschrapt. Punt 7° wordt punt 6°.
Art. 90. Dans l'article 79, § 1er, du même décret, le passage " ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " nommés à titre définitif ".
Dans le même article 79, § 1er, le point 6° est supprimé. Le point 7° devient le point 6°.
Dans le même article 79, § 1er, le point 6° est supprimé. Le point 7° devient le point 6°.
Art. 91. In hoofdstuk XII van hetzelfde decreet wordt een artikel 94bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 94bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 94bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 91. Dans le chapitre XII du même décret, il est inséré un article 94bis, libellé comme suit :
" Article 94bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
" Article 94bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
Art. 92. In artikel 96, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "5°, 6° en 7°" door de passus "5° en 6°" vervangen.
Art. 92. Dans l'article 96, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, le passage " 5°, 6° et 7° " est remplacé par le passage " 5° et 6° ".
Art. 93. In artikel 97, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt de passus "5°, 6° en 7°" door de passus "5° en 6°" vervangen.
Art. 93. Dans l'article 97, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, le passage " 5°, 6° et 7° " est remplacé par le passage " 5° et 6° ".
HOOFDSTUK XXX. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool.
CHAPITRE XXX. - Modification du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome.
Art. 94. In titel V, ondertitel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2, van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool wordt een artikel 5.17ter ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 5.17ter - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 5.17 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 5.53, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 5.24 en 5.25 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 5.17ter - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
§ 1 - De personeelsleden die aan de voorwaarden m.b.t. de voorrangsregel gesteld in artikel 5.17 voldoen, hebben overeenkomstig de in voorliggend artikel vastgelegde voorwaarden recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het kader van de beschikbare betrekkingen. Dit recht heeft betrekking tot alle ambten waarin de voorrang wordt verworven.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de voltijds vastbenoemde personeelsleden.
§ 2 - Het personeelslid verliest het bij § 1 verworven recht, indien het tijdens vijf opéénvolgende schooljaren niet in dienstactiviteit in het betrokken ambt bij de betrokken inrichtende macht is geweest.
§ 3 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 5.53, 6°, ontslagen werd, heeft op grond van de vóór het ontslag geleverde prestaties geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
§ 4 - Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur gaat ten laatste op 1 oktober van het lopende schooljaar in.
§ 5 - De inrichtende macht kent de definitief vacante betrekkingen met voorrang toe aan de personeelsleden die recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben.
§ 6 - Behoudens tegenstrijdige overeenkomst gesloten met de inrichtende macht en op straffe van verlies van het recht op een aanstelling van doorlopende duur aanvaardt het personeelslid de betrekking voor de hem aangeboden opdracht.
§ 7 - Tekent een personeelslid bezwaar aan tegen de tijdelijke aanstelling van een ander personeelslid, door zijn belang te doen blijken, dan betekent hem de inrichtende macht de schriftelijke motivatie van de desbetreffende beslissing.
§ 8 - De inrichtende macht omkleedt haar beslissing een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te beëindigen met redenen en betekent deze schriftelijk aan het personeelslid.
§ 9 - De artikelen 5.24 en 5.25 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 94. Dans le titre V, sous-titre 3, chapitre 2, section 2, du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome, il est inséré un article 5.17ter, libellé comme suit :
" Article 5.17ter - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 5.17 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années académiques consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 5.53, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 5.24 et 5.25 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
" Article 5.17ter - Désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée
§ 1er - Conformément aux conditions fixées dans le présent article, les membres du personnel qui remplissent les conditions de la règle de priorité mentionnée à l'article 5.17 ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée dans les limites des emplois disponibles. Ce droit vaut pour toutes les fonctions dans lesquelles la priorité est acquise.
Le droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ne s'applique pas aux membres du personnel nommés à titre définitif pour un horaire complet.
§ 2 - Le membre du personnel perd le droit acquis conformément au § 1er s'il n'a pas, pendant cinq années académiques consécutives, été en activité de service dans la fonction concernée auprès du pouvoir organisateur concerné.
§ 3 - Le membre du personnel licencié en application de l'article 5.53, 6°, n'a aucun droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée sur la base des prestations fournies avant le licenciement.
§ 4 - Une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée prend effet au plus tard au 1er octobre de l'année scolaire en cours.
§ 5 - Le pouvoir organisateur attribue les emplois définitivement vacants en priorité aux membres du personnel qui ont droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée.
§ 6 - Sous réserve d'accord contraire avec le pouvoir organisateur, et sous peine de perdre son droit une désignation pour une durée indéterminée, le membre du personnel accepte l'emploi pour le volume de prestations proposé.
§ 7 - Si un membre du personnel introduit un recours contre la désignation à titre temporaire d'un autre membre du personnel en motivant son intérêt, le pouvoir organisateur lui notifie par écrit la motivation de la décision en question.
§ 8 - Le pouvoir organisateur motive sa décision de mettre un terme à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée et la transmet par écrit au membre du personnel.
§ 9 - Les articles 5.24 et 5.25 ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. "
Art. 95. Artikel 5.19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een § 3 aangevuld, luidend als volgt :
" § 3 - Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende academie- of schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
" § 3 - Werd een personeelslid al één keer voor een doorlopende duur effectief aangesteld, dan geldt deze aanstelling vanaf dit ogenblik als een over de volgende academie- of schooljaren heen lopende kandidatuur voor het betrokken ambt. "
Art. 95. L'article 5.19 du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, est complété par un § 3, libellé comme suit :
" § 3 - Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires ou académiques suivantes. "
" § 3 - Si un membre du personnel a été effectivement désigné une première fois pour une durée indéterminée, cette désignation équivaut à une candidature pour la fonction concernée, à partir de ce moment et pour les années scolaires ou académiques suivantes. "
Art. 96. Artikel 5.22, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 5.17ter aangesteld zijn, ten minste om de drie academie- of schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende academie- of schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
" In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 5.17ter aangesteld zijn, ten minste om de drie academie- of schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding "onvoldoende" of "niet tevredenstellend" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende academie- of schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd. "
Art. 96. L'article 5.22, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 26 juin 2006, est complété par un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 5.17ter a lieu au moins toutes les trois années scolaires ou académiques. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année académique ou scolaire suivante. "
" Par dérogation au premier alinéa, l'évaluation des membres du personnel désignés conformément à l'article 5.17ter a lieu au moins toutes les trois années scolaires ou académiques. Si l'évaluation porte en conclusion la mention " insatisfaisant " ou " insuffisant ", une nouvelle évaluation intervient l'année académique ou scolaire suivante. "
Art. 97. Artikel 5.20, lid 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 5.24, 5.25 en 5.26, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 5.24, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
" Wordt er, met toepassing van de artikelen 5.24, 5.25 en 5.26, door afdanking of ontslagneming een einde gemaakt aan een aanstelling, dan worden de vóór deze afdanking of ontslagneming bij de inrichtende macht gepresteerde dienstdagen niet in aanmerking genomen om de in lid 1 bedoelde dienstanciënniteit te berekenen, tenzij deze inrichtende macht het afgedankte personeelslid weer aanstelt of met toepassing van artikel 5.24, § 3, lid 4, de afdanking na advies van de raad van beroep niet bekrachtigt. "
Art. 97. L'article 5.20, alinéa 2, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 5.24, 5.25 et 5.26, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 5.24, § 3, alinéa 4. "
" S'il est mis fin à une désignation par licenciement ou résiliation en application des articles 5.24, 5.25 et 5.26, les jours d'activité de service prestés auprès du pouvoir organisateur avant le licenciement ou la résiliation ne sont pas pris en considération pour calculer l'ancienneté visée au premier alinéa sauf si le membre du personnel est à nouveau désigné ou si le pouvoir organisateur, après avis de la chambre de recours, ne confirme pas le licenciement en application de l'article 5.24, § 3, alinéa 4. "
Art. 98. Artikel 5.23, 4°, van hetzelfde decreet wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het academie- of schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand academie- of schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
" Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Hetzelfde artikel wordt met de volgende punten 5° en 6° aangevuld :
" 5° ten gevolge van een ambtsopheffing;
6° op 30 juni van het academie- of schooljaar waar het voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld personeelslid de beoordeling "niet tevredenstellend" krijgt indien het al in het voorafgaand academie- of schooljaar de beoordeling "onvoldoende" of "niet tevredenstellend had gekregen. "
Art. 98. L'article 5.23, 4°, du même décret, est complété par une deuxième phrase, libellée comme suit :
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire ou académique où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire ou académique précédente. "
" Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel désignés pour une durée indéterminée. "
Le même article est complété par des points 5° et 6°, libellés comme suit :
" 5° à la suite d'une suppression d'emploi ;
6° au 30 juin de l'année scolaire ou académique où le membre du personnel désigné pour une durée indéterminée obtient l'évaluation " insuffisant " alors qu'il avait déjà obtenu l'évaluation " insatisfaisant " ou " insuffisant " l'année scolaire ou académique précédente. "
Art. 99. In artikel 5.38, § 1, 2°, van hetzelfde decreet wordt vóór de laatste zin de volgende bepaling ingevoegd :
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig academie- of schooljaar. "
" Worden van deze vermenigvuldiging uitgesloten de dienstdagen die gepresteerd worden door een personeelslid aangesteld voor een doorlopende duur en die betrekking hebben tot een volledig academie- of schooljaar. "
Art. 99. Dans l'article 5.38, § 1er, 2°, du même décret, le libellé suivant est inséré avant la dernière phrase:
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année académique ou scolaire complète. "
" Sont exclus de cette multiplication les jours prestés par un membre du personnel désigné pour une durée indéterminée et se rapportant à une année académique ou scolaire complète. "
Art. 100. Artikel 5.47 van hetzelfde decreet wordt met een tweede lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
" Het eerste lid, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, is van toepassing op de tijdelijke personeelsleden die voor een doorlopende duur aangesteld zijn. "
Art. 100. L'article 5.47 du même décret est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
" Le premier alinéa, à l'exception des points 1°, 3° et 5°, s'applique aux membres du personnel temporaires désignés pour une durée indéterminée. "
Art. 101. In artikel 5.53, lid 1, van hetzelfde decreet wordt na het woord "vastbenoemde" de passus "en de voor een doorlopende duur tijdelijk aangestelde" ingevoegd.
Art. 101. Dans l'article 5.53, alinéa 1er, du même décret, le passage " ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée " est inséré après le passage " nommés à titre définitif ".
Art. 102. In titel V, ondertitel 9, van hetzelfde decreet wordt een artikel 5.68bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 5.68bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
" Artikel 5.68bis - Toepassingsgebied
Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op alle personeelsleden die vastbenoemd of voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn. "
Art. 102. Dans le titre V, sous-titre 9, du même décret, il est inséré un article 5.68bis, libellé comme suit :
" Article 5.68bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
" Article 5.68bis - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique à tous les membres du personnel nommés à titre définitif ou désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée. ".
TITEL II. - Nieuwe weddeschalen in het onderwijs.
TITRE II. - Nouvelle présentation des échelles de traitement dans l'enseignement.
HOOFDSTUK I. - Het personeel in het onderwijs.
CHAPITRE Ier. - Le personnel de l'enseignement.
Toepassingsgebied.
Champ d'application.
Art. 103. Voorliggend hoofdstuk is toepasselijk op :
1° de personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap, die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn, met uitzondering van de personeelsleden behorend tot het onderhouds-, vak- en dienstpersoneel;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap, die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn;
3° de personeelsleden [1 van het deeltijdse kunstonderwijs dat door de Duitstalige Gemeenschap erkend, gesubsidieerd of georganiseerd wordt]1 die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn;
4° de personeelsleden die in een wervingsambt als kleuteronderwijzer of als lager onderwijzer in een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichting tewerkgesteld zijn;
[2 5° de personeelsleden in het wervingsambt van coördinator van een centrum voor onderwijs met beperkt leerplan dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;]2
[3 6° de personeelsleden die het selectieambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school bekleden[4 ;]4]3
[5 7° de personeelsleden in het selectieambt van middenmanager van een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;]5
[6 8° de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een time-outinstelling [7 ;]7]6
[7 9° [8 ...]8 [9 de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een instituut voor voortgezette schoolopleiding dat verbonden is aan een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt.]9
10° de personeelsleden in het selectieambt van paramedische coördinator voor inclusieve scholen.]7
1° de personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap, die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn, met uitzondering van de personeelsleden behorend tot het onderhouds-, vak- en dienstpersoneel;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra, gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap, die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn;
3° de personeelsleden [1 van het deeltijdse kunstonderwijs dat door de Duitstalige Gemeenschap erkend, gesubsidieerd of georganiseerd wordt]1 die in een wervingsambt tewerkgesteld zijn;
4° de personeelsleden die in een wervingsambt als kleuteronderwijzer of als lager onderwijzer in een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichting tewerkgesteld zijn;
[2 5° de personeelsleden in het wervingsambt van coördinator van een centrum voor onderwijs met beperkt leerplan dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;]2
[3 6° de personeelsleden die het selectieambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school bekleden[4 ;]4]3
[5 7° de personeelsleden in het selectieambt van middenmanager van een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;]5
[6 8° de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een time-outinstelling [7 ;]7]6
[7 9° [8 ...]8 [9 de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een instituut voor voortgezette schoolopleiding dat verbonden is aan een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt.]9
10° de personeelsleden in het selectieambt van paramedische coördinator voor inclusieve scholen.]7
Modifications
Art. 103. Le présent chapitre s'applique
1° aux membres du personnel occupant une fonction de recrutement dans les établissements d'enseignement et les centres PMS organisés par la Communauté germanophone, à l'exception du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service;
2° aux membres du personnel subsidiés occupant une fonction de recrutement dans les établissements d'enseignement et les centres PMS subventionnés par la Communauté germanophone;
3° aux membres du personnel [1 de l'enseignement artistique à horaire réduit reconnu, subventionné ou organisé par la Communauté germanophone]1 occupant une fonction de recrutement;
4° aux membres du personnel occupant une fonction de sélection d'instituteur maternel ou primaire dans un établissement d'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone;
[2 5° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'un centre d'enseignement à horaire réduit organisé ou subventionné par la Communauté germanophone:]2
[3 6° aux membres du personnel occupant la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée[4 ;]4]3
[5 7° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone;]5
[6 8° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire [7 ;]7]6
[7 9° [8 ...]8 [9 aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'un institut de formation scolaire continuée rattaché à une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone.]9
10° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur paramédical dans des écoles inclusives.]7
1° aux membres du personnel occupant une fonction de recrutement dans les établissements d'enseignement et les centres PMS organisés par la Communauté germanophone, à l'exception du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service;
2° aux membres du personnel subsidiés occupant une fonction de recrutement dans les établissements d'enseignement et les centres PMS subventionnés par la Communauté germanophone;
3° aux membres du personnel [1 de l'enseignement artistique à horaire réduit reconnu, subventionné ou organisé par la Communauté germanophone]1 occupant une fonction de recrutement;
4° aux membres du personnel occupant une fonction de sélection d'instituteur maternel ou primaire dans un établissement d'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone;
[2 5° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'un centre d'enseignement à horaire réduit organisé ou subventionné par la Communauté germanophone:]2
[3 6° aux membres du personnel occupant la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée[4 ;]4]3
[5 7° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone;]5
[6 8° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire [7 ;]7]6
[7 9° [8 ...]8 [9 aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'un institut de formation scolaire continuée rattaché à une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone.]9
10° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur paramédical dans des écoles inclusives.]7
Modifications
Diplomaniveaus
Niveaux suivant le diplôme.
Art. 104. De in artikel 103 bedoelde personeelsleden worden naargelang hun diploma in de volgende niveaus ingedeeld :
1° houder van een diploma van het hoger onderwijs van de tweede of derde graad vermeld in artikel 2, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en [1 , van het paramedische en psychosociaal personeel]1 der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, [1 gespecialiseerd]1 , middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, of [3 houder van een door een erkende hogeschool of universiteit uitgereikte graad van master]3
I
2° houder van een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad vermeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 of [3 houder van een door een erkende hogeschool of universiteit uitgereikte graad van bachelor]3 of van een diploma vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 januari 1968 tot vaststelling van de titels vereist met het oog op de toekenning van toelagen aan de gesubsidieerde inrichtingen voor muziekonderwijs
II+
3° houder van een diploma van het hoger secundair onderwijs vermeld in artikel 2, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 of houder van een premier prix d'excellence uitgereikt door een inrichting voor muziekonderwijs met beperkt leerplan
II
4° houder van een ander bekwaamheidsbewijs
III
In afwijking van het eerste lid, 3°, worden in het diplomaniveau II+ ingedeeld de personeelsleden die houder zijn van een diploma vermeld in artikel 2, 4°, c), d) en g) van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 en over de voor het ambt dat ze uitoefenen nuttige ervaring beschikken, zoals bepaald in hetzelfde besluit.
[2 Wanneer het gaat om personeelsleden die houder zijn van een buitenlands studiegetuigschrift geschiedt de rangschikking in het diplomaniveau vermeld in het eerste lid op basis van de verkregen gelijkstelling van diploma's met terugwerking tot de eerste dag van de maand waarin de door het personeelslid gedateerde en ondertekende aanvraag om gelijkstelling van diploma's, samen met de vereiste stukken, bij het Onderwijsbestuur werd ingediend.]2
1° houder van een diploma van het hoger onderwijs van de tweede of derde graad vermeld in artikel 2, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en [1 , van het paramedische en psychosociaal personeel]1 der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, [1 gespecialiseerd]1 , middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, of [3 houder van een door een erkende hogeschool of universiteit uitgereikte graad van master]3
I
2° houder van een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad vermeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 of [3 houder van een door een erkende hogeschool of universiteit uitgereikte graad van bachelor]3 of van een diploma vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 januari 1968 tot vaststelling van de titels vereist met het oog op de toekenning van toelagen aan de gesubsidieerde inrichtingen voor muziekonderwijs
II+
3° houder van een diploma van het hoger secundair onderwijs vermeld in artikel 2, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 of houder van een premier prix d'excellence uitgereikt door een inrichting voor muziekonderwijs met beperkt leerplan
II
4° houder van een ander bekwaamheidsbewijs
III
In afwijking van het eerste lid, 3°, worden in het diplomaniveau II+ ingedeeld de personeelsleden die houder zijn van een diploma vermeld in artikel 2, 4°, c), d) en g) van hetzelfde koninklijk besluit van 22 april 1969 en over de voor het ambt dat ze uitoefenen nuttige ervaring beschikken, zoals bepaald in hetzelfde besluit.
[2 Wanneer het gaat om personeelsleden die houder zijn van een buitenlands studiegetuigschrift geschiedt de rangschikking in het diplomaniveau vermeld in het eerste lid op basis van de verkregen gelijkstelling van diploma's met terugwerking tot de eerste dag van de maand waarin de door het personeelslid gedateerde en ondertekende aanvraag om gelijkstelling van diploma's, samen met de vereiste stukken, bij het Onderwijsbestuur werd ingediend.]2
Art. 104. Suivant leur diplôme, les membres du personnel visés a l'article 103 sont classés dans les niveaux suivants :
1° porteur de l'un des titres de l'enseignement supérieur des 2e ou 3e degrés mentionnés à l'article 2, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, [1 du personnel paramédical et sociopsychologique]1 des établissements d'enseignement gardien, primaire, [1 spécialisé]1 , moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements, ou [3 porteur d'un titre d'enseignement supérieur de master délivré par une haute école ou université reconnue]3
I
2° porteur de l'un des titres de l'enseignement supérieur du 1er degré mentionnés à l'article 2, 3°, du même arrêté royal du 22 avril 1969 ou [3 porteur d'un titre d'enseignement supérieur de bachelor délivré par une haute école ou université reconnue]3 ou porteur d'un des diplômes visés à l'article 3 de l'arrêté royal du 26 janvier 1968 fixant les titres requis en vue de l'octroi des subventions aux établissements subventionnés d'enseignement de la musique
II+
3° porteur de l'un des titres de l'enseignement secondaire supérieur mentionnés à l'article 2, 4°, du même arrêté royal du 22 avril 1969 ou d'un premier prix d'excellence délivré par un établissement d'enseignement musical à horaire réduit
II
4° porteur d'autres titres
III.
Par dérogation à l'alinéa 1, 3°, les membres du personnel qui sont porteurs d'un des diplômes visés à l'article 2, 4°, c), d) et g), du même arrêté royal du 22 avril 1969 et qui disposent, pour la fonction qu'ils exercent, de l'expérience professionnelle utile requise telle que fixée dans le même arrêté royal, sont classés dans le niveau II +.
[2 Lorsqu'il s'agit de membres du personnel porteurs d'un certificat d'études étranger, le classement dans le niveau d'études mentionné au premier alinéa s'opère sur la base de l'équivalence de diplôme obtenue, et ce, à titre rétroactif au premier jour du mois où la demande d'équivalence de diplôme, datée et signée par le membre du personnel, a été introduite auprès de l'administration de l'enseignement, accompagnée des documents requis.]2
1° porteur de l'un des titres de l'enseignement supérieur des 2e ou 3e degrés mentionnés à l'article 2, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, [1 du personnel paramédical et sociopsychologique]1 des établissements d'enseignement gardien, primaire, [1 spécialisé]1 , moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements, ou [3 porteur d'un titre d'enseignement supérieur de master délivré par une haute école ou université reconnue]3
I
2° porteur de l'un des titres de l'enseignement supérieur du 1er degré mentionnés à l'article 2, 3°, du même arrêté royal du 22 avril 1969 ou [3 porteur d'un titre d'enseignement supérieur de bachelor délivré par une haute école ou université reconnue]3 ou porteur d'un des diplômes visés à l'article 3 de l'arrêté royal du 26 janvier 1968 fixant les titres requis en vue de l'octroi des subventions aux établissements subventionnés d'enseignement de la musique
II+
3° porteur de l'un des titres de l'enseignement secondaire supérieur mentionnés à l'article 2, 4°, du même arrêté royal du 22 avril 1969 ou d'un premier prix d'excellence délivré par un établissement d'enseignement musical à horaire réduit
II
4° porteur d'autres titres
III.
Par dérogation à l'alinéa 1, 3°, les membres du personnel qui sont porteurs d'un des diplômes visés à l'article 2, 4°, c), d) et g), du même arrêté royal du 22 avril 1969 et qui disposent, pour la fonction qu'ils exercent, de l'expérience professionnelle utile requise telle que fixée dans le même arrêté royal, sont classés dans le niveau II +.
[2 Lorsqu'il s'agit de membres du personnel porteurs d'un certificat d'études étranger, le classement dans le niveau d'études mentionné au premier alinéa s'opère sur la base de l'équivalence de diplôme obtenue, et ce, à titre rétroactif au premier jour du mois où la demande d'équivalence de diplôme, datée et signée par le membre du personnel, a été introduite auprès de l'administration de l'enseignement, accompagnée des documents requis.]2
Regeling vanaf 1 september 2011
Réglementation à partir du 1er septembre 2011.
Art. 105. [1 Regeling vanaf 1 september 2014.
§ 1. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie jaar tellen.
§ 2. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie jaar tellen.
§ 3. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B/2 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie en minder dan vijf jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vijf jaar tellen.
§ 4. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan [2 twee]2 jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van [2 "ten minste twee en minder dan drie]2 jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B/2 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van [2 ten minste drie en minder dan vier]2 jaar tellen.
[2 De personeelsleden van het diplomaniveau III die op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vier en minder dan zes jaar tellen, worden vanaf 1 september 2014 volgens de weddeschaal III/B/3 bezoldigd.]2
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste [2 zes]2 jaar tellen.]1
§ 1. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I volgens de weddeschaal I/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie jaar tellen.
§ 2. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie jaar tellen.
§ 3. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee en minder dan drie jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/B/2 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie en minder dan vijf jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II volgens de weddeschaal II/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vijf jaar tellen.
§ 4. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/A bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen of na deze datum voor het eerst in het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in dienst treden.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan [2 twee]2 jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B/1 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van [2 "ten minste twee en minder dan drie]2 jaar tellen.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/B/2 bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van [2 ten minste drie en minder dan vier]2 jaar tellen.
[2 De personeelsleden van het diplomaniveau III die op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vier en minder dan zes jaar tellen, worden vanaf 1 september 2014 volgens de weddeschaal III/B/3 bezoldigd.]2
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III volgens de weddeschaal III/D bezoldigd, als ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste [2 zes]2 jaar tellen.]1
Art. 105. [1 Régime à partir du 1er septembre 2014.
§ 1er. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 2. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 3. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B/2 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de cinq ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins.
§ 4. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de [2 deux]2 ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire [2 de deux ans au moins et de trois ans au plus]2.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/2 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire [2 de trois ans au moins et de quatre ans au plus]2.
[2 A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/3 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de quatre ans au moins et de six ans au plus.]2
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de [2 six]2 ans au moins.]1
§ 1er. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 2. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 3. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de trois ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/B/2 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de cinq ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins.
§ 4. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/A s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou sont entrés pour la première fois en service dans l'enseignement en Communauté germanophone après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de [2 deux]2 ans au plus.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/1 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire [2 de deux ans au moins et de trois ans au plus]2.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/2 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire [2 de trois ans au moins et de quatre ans au plus]2.
[2 A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/B/3 s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de quatre ans au moins et de six ans au plus.]2
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D s'ils comptent au 1er septembre 2014 une ancienneté pécuniaire de [2 six]2 ans au moins.]1
Regeling voor de periode van 1 september 2009 tot 31 augustus 2011.
Réglementation pour la période allant du 1er septembre 2009 au 31 août 2011.
Art. 106. [1 Regeling voor de periode van 1 september 2013 tot 31 augustus 2014.
§ 1. De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/D bezoldigd.
§ 2. De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd.
§ 3. De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/D bezoldigd.
§ 4. De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan drie jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie en minder dan vijf jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C/2 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vijf jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/D bezoldigd.]1
§ 1. De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau I die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal I/D bezoldigd.
§ 2. De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd.
§ 3. De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste twee jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal II/D bezoldigd.
§ 4. De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste één en minder dan drie jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C/1 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste drie en minder dan vijf jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/C/2 bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III die tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van ten minste vijf jaar tellen, worden tijdens deze periode volgens de weddeschaal III/D bezoldigd.]1
Modifications
Art. 106. [1 Régime pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014.
§ 1er. Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 2. Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 3. Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 4. Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de trois ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de cinq ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C/2 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.]1
§ 1er. Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau I qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 2. Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II+ qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 3. Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de deux ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau II qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
§ 4. Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de moins d'un an sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de trois ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C/1 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de cinq ans au plus sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/C/2 pendant la période où ils comptent cette ancienneté.
Les membres du personnel de niveau III qui, dans la période allant du 1er septembre 2013 au 31 août 2014, comptent une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D pendant la période où ils comptent cette ancienneté.]1
Modifications
Regeling voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 augustus 2009.
Réglementation pour la période allant du 1er janvier 2009 au 31 août 2009
Art. 107. [1 Regeling voor de periode van 1 september 2009 tot 31 augustus 2013.
Voorliggende regeling geldt voor de periode van 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2013.
De personeelsleden van het diplomaniveau I worden volgens de weddeschaal I/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ worden volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II worden volgens de weddeschaal II/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III worden volgens de weddeschaal III/D bezoldigd.]1
Voorliggende regeling geldt voor de periode van 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2013.
De personeelsleden van het diplomaniveau I worden volgens de weddeschaal I/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II+ worden volgens de weddeschaal II+/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau II worden volgens de weddeschaal II/D bezoldigd.
De personeelsleden van het diplomaniveau III worden volgens de weddeschaal III/D bezoldigd.]1
Modifications
Art. 107. [1 Régime pour la période allant du 1er septembre 2009 au 31 août 2013.
Le présent régime vaut pour la période allant du 1er septembre 2009 au 31 août 2013.
Les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D.
Les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D.
Les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D.
Les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D.]1
Le présent régime vaut pour la période allant du 1er septembre 2009 au 31 août 2013.
Les membres du personnel de niveau I sont rémunérés selon l'échelle de traitement I/D.
Les membres du personnel de niveau II+ sont rémunérés selon l'échelle de traitement II+/D.
Les membres du personnel de niveau II sont rémunérés selon l'échelle de traitement II/D.
Les membres du personnel de niveau III sont rémunérés selon l'échelle de traitement III/D.]1
Modifications
Weddeschalen.
Echelles de traitement.
Art. 108. _ De bedragen van de in de artikelen 105 tot 107 vermelde weddeschalen worden in de bijlage I van voorliggend decreet vastgelegd.
[1 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]1
[1 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]1
Modifications
Art. 108. Les valeurs des échelles de traitement mentionnées aux articles 105 a 107 figurent à l'annexe Ire du présent décret.
[1 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]1
[1 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]1
Modifications
Overgangsbepalingen.
Dispositions transitoires.
Art. 109. § 1. De in artikel 103 bedoelde personeelsleden [1 in het betrokken ambt]1 die op het ogenblik van de inwerkingtreding in vast verband benoemd of aangeworven zijn, worden slechts volgens de in de artikelen 105 tot 107 vastgelegde weddeschalen bezoldigd, als de waarden van deze nieuwe weddeschalen niet lager liggen dan de waarden van de hun tot op dat ogenblik toegekende weddeschalen.
De in artikel 103 bedoelde tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden worden slechts volgens de in de artikelen 105 tot 107 vastgelegde weddeschalen bezoldigd, als de waarden van deze nieuwe weddeschalen niet lager liggen dan de waarden van de hun tot op het ogenblik van de inwerkingtreding toegekende weddeschalen, [1 op voorwaarde dat het om hetzelfde ambt respectievelijk dezelfde ambten gaat als dat respectievelijk die welke het personeelslid in de schooljaren 2007-2008 of 2008-2009 telkens gedurende ten minste 15 weken uitgeoefend heeft]1.
§ 2. De in artikel 103 bedoelde personeelsleden die in het hoger secundair onderwijs in het ambt van leraar technische vakken, van praktijkleraar of van leraar technische vakken en beroepspraktijk vastbenoemd zijn of, in de schooljaren 2007-2008 of 2008-2009, [1 telkens]1 één van deze ambten tijdens ten minste 15 weken tijdelijk hebben uitgeoefend en vóór de inwerkingtreding van titel II van voorliggend decreet voor de uitoefening van één dezer ambten de weddeschaal 222 genoten, krijgen [1 in het ambt respectievelijk de ambten dat respectievelijk die zij in de bovenvermelde periode van 15 weken uitgeoefend hebben]1 - in afwijking van § 1 - de weddeschaal 245, voor zover de waarde ervan niet hoger ligt dan de waarde van de weddeschaal die hen met toepassing van de artikelen 105 tot 107 zou worden toegekend.
§ 3. De artikelen 105, § 1, lid 1, § 2, lid 1, § 3, lid 1 en § 4, lid 1, zijn niet van toepassing als in de periode tussen 1 september 2011 en 31 augustus 2019 diensten bij een vereniging zonder winstoogmerk of in de openbare sector worden gepresteerd die op grond van het relevant geldelijk statuut tijdens de voormelde periode erkend worden en als een geldelijke anciënniteit van ten minste één jaar daaruit voortvloeit.
[1 § 4. De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsgetuigschrift voor het ambt van leermeester in de lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs dat voor 1 januari 1990 werd uitgereikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 mei 1958 houdende instelling van een bijzondere examencommissie belast met het uitreiken van het bekwaamheidsgetuigschrift voor het ambt van bijzonder leermeester in de lichamelijke opvoeding aan de lagere scholen, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld.]1
[2 § 5. De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs dat voor 1 september 2014 werd uitgereikt, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld.]2
De in artikel 103 bedoelde tijdelijk aangestelde of aangeworven personeelsleden worden slechts volgens de in de artikelen 105 tot 107 vastgelegde weddeschalen bezoldigd, als de waarden van deze nieuwe weddeschalen niet lager liggen dan de waarden van de hun tot op het ogenblik van de inwerkingtreding toegekende weddeschalen, [1 op voorwaarde dat het om hetzelfde ambt respectievelijk dezelfde ambten gaat als dat respectievelijk die welke het personeelslid in de schooljaren 2007-2008 of 2008-2009 telkens gedurende ten minste 15 weken uitgeoefend heeft]1.
§ 2. De in artikel 103 bedoelde personeelsleden die in het hoger secundair onderwijs in het ambt van leraar technische vakken, van praktijkleraar of van leraar technische vakken en beroepspraktijk vastbenoemd zijn of, in de schooljaren 2007-2008 of 2008-2009, [1 telkens]1 één van deze ambten tijdens ten minste 15 weken tijdelijk hebben uitgeoefend en vóór de inwerkingtreding van titel II van voorliggend decreet voor de uitoefening van één dezer ambten de weddeschaal 222 genoten, krijgen [1 in het ambt respectievelijk de ambten dat respectievelijk die zij in de bovenvermelde periode van 15 weken uitgeoefend hebben]1 - in afwijking van § 1 - de weddeschaal 245, voor zover de waarde ervan niet hoger ligt dan de waarde van de weddeschaal die hen met toepassing van de artikelen 105 tot 107 zou worden toegekend.
§ 3. De artikelen 105, § 1, lid 1, § 2, lid 1, § 3, lid 1 en § 4, lid 1, zijn niet van toepassing als in de periode tussen 1 september 2011 en 31 augustus 2019 diensten bij een vereniging zonder winstoogmerk of in de openbare sector worden gepresteerd die op grond van het relevant geldelijk statuut tijdens de voormelde periode erkend worden en als een geldelijke anciënniteit van ten minste één jaar daaruit voortvloeit.
[1 § 4. De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsgetuigschrift voor het ambt van leermeester in de lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs dat voor 1 januari 1990 werd uitgereikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 mei 1958 houdende instelling van een bijzondere examencommissie belast met het uitreiken van het bekwaamheidsgetuigschrift voor het ambt van bijzonder leermeester in de lichamelijke opvoeding aan de lagere scholen, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld.]1
[2 § 5. De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs dat voor 1 september 2014 werd uitgereikt, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld.]2
Art. 109. § 1er. Les membres du personnel [1 au poste correspondant]1 visés à l'article 103 qui, au moment de l'entrée en vigueur, sont nommés ou engagés à titre définitif ne sont rémunérés suivant les échelles de traitement déterminées aux articles 105 à 107 que si les valeurs de ces nouvelles échelles ne sont pas inférieures aux valeurs des échelles leur appliquées jusqu'alors.
Les membres du personnel visés à l'article 103 désignés ou engagés à titre temporaire ne sont rémunérés suivant les échelles de traitement déterminées aux articles 105 à 107 que si les valeurs de ces nouvelles échelles ne sont pas inférieures aux valeurs des échelles leur appliquées jusqu'à l'entrée en vigueur, [1 à condition qu'il s'agisse du ou des mêmes postes que celui ou ceux occupés par le membre du personnel pendant les années scolaires 2007-2008 ou 2008-2009 pendant au mois 15 semaines]1.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, les membres du personnel vises à l'article 103 qui sont nommés dans l'enseignement secondaire supérieur dans une fonction de professeur de cours techniques, de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle ou ont occupé une telle fonction pendant au moins 15 semaines au cours [1 de chacune]1 des années scolaires 2007-2008 ou 2008-2009 et étaient rémunérés, avant l'entrée en vigueur du titre II du présent décret, suivant l'échelle de traitement 222 [1 du ou des postes qu'ils ont occupés pendant la période précitée de 15 semaines]1 pour l'exercice d'une de ces fonctions, sont rémunérés suivant l'échelle de traitement 245, à condition que les valeurs de cette échelle soient supérieures à celles de l'échelle à laquelle ils auraient droit en application des articles 105 à 107.
§ 3. L'article 105, § 1er, alinéa 1er, § 2, alinéa 1er, § 3, alinéa 1er, et § 4, alinéa 1er, n'est pas applicable si, pendant la période allant du 1er septembre 2011 au 31 août 2019, des services ont été prestés auprès d'une association sans but lucratif ou dans le secteur public et ont été reconnus au cours de ladite période en raison du statut pécuniaire applicable et qu'il en découle donc une ancienneté pécuniaire d'au moins un an.
[1 § 4. Les membres du personnel mentionnés à l'article 103, qui sont titulaires d'un certificat d'aptitudes pour maître spécial d'éducation physique de l'école primaire, ayant été établi avant le 1er janvier 1990 conformément à l'arrêté royal du 5 mai 1958 instituant un jury spécial chargé de la délivrance du certificat de capacité aux fonctions de maître spécial d'éducation physique dans les écoles primaires, sont repris dans la catégorie de diplôme II+.]1
[2 § 5. Les membres du personnel visés à l'article 103 qui sont porteurs d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur pour la religion protestante délivré avant le 1er septembre 2014 sont classés dans le niveau II+.]2
Les membres du personnel visés à l'article 103 désignés ou engagés à titre temporaire ne sont rémunérés suivant les échelles de traitement déterminées aux articles 105 à 107 que si les valeurs de ces nouvelles échelles ne sont pas inférieures aux valeurs des échelles leur appliquées jusqu'à l'entrée en vigueur, [1 à condition qu'il s'agisse du ou des mêmes postes que celui ou ceux occupés par le membre du personnel pendant les années scolaires 2007-2008 ou 2008-2009 pendant au mois 15 semaines]1.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, les membres du personnel vises à l'article 103 qui sont nommés dans l'enseignement secondaire supérieur dans une fonction de professeur de cours techniques, de professeur de pratique professionnelle ou de professeur de cours techniques et de pratique professionnelle ou ont occupé une telle fonction pendant au moins 15 semaines au cours [1 de chacune]1 des années scolaires 2007-2008 ou 2008-2009 et étaient rémunérés, avant l'entrée en vigueur du titre II du présent décret, suivant l'échelle de traitement 222 [1 du ou des postes qu'ils ont occupés pendant la période précitée de 15 semaines]1 pour l'exercice d'une de ces fonctions, sont rémunérés suivant l'échelle de traitement 245, à condition que les valeurs de cette échelle soient supérieures à celles de l'échelle à laquelle ils auraient droit en application des articles 105 à 107.
§ 3. L'article 105, § 1er, alinéa 1er, § 2, alinéa 1er, § 3, alinéa 1er, et § 4, alinéa 1er, n'est pas applicable si, pendant la période allant du 1er septembre 2011 au 31 août 2019, des services ont été prestés auprès d'une association sans but lucratif ou dans le secteur public et ont été reconnus au cours de ladite période en raison du statut pécuniaire applicable et qu'il en découle donc une ancienneté pécuniaire d'au moins un an.
[1 § 4. Les membres du personnel mentionnés à l'article 103, qui sont titulaires d'un certificat d'aptitudes pour maître spécial d'éducation physique de l'école primaire, ayant été établi avant le 1er janvier 1990 conformément à l'arrêté royal du 5 mai 1958 instituant un jury spécial chargé de la délivrance du certificat de capacité aux fonctions de maître spécial d'éducation physique dans les écoles primaires, sont repris dans la catégorie de diplôme II+.]1
[2 § 5. Les membres du personnel visés à l'article 103 qui sont porteurs d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur pour la religion protestante délivré avant le 1er septembre 2014 sont classés dans le niveau II+.]2
HOOFDSTUK II. - Het Werkliedenpersoneel.
CHAPITRE II. - Le personnel ouvrier.
Toepassingsgebied.
Champ d'application.
Art. 110. Voorliggend hoofdstuk is van toepassing op het onderhouds-, vak- en dienstpersoneel der onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd zijn.
Art. 110. Le présent chapitre s'applique au personnel de maîtrise ainsi qu'aux gens de métier et de service des établissements d'enseignement et centres PMS organisés par la Communauté germanophone.
Weddeschalen.
Echelles de traitement.
Art. 111. De in artikel 110 bedoelde personeelsleden worden bezoldigd volgens de weddeschalen bepaald in de bijlage II van voorliggend decreet.
[1 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]1
[1 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]1
Modifications
Art. 111. Les membres du personnel visés à l'article 110 sont rémunérés suivant les échelles de traitement définies à l'annexe II du présent décret.
[1 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]1
[1 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]1
Modifications
TITEL II.1. [1 - VAKANTIEGELD VOOR DE PERSONEELSLEDEN VAN HET ONDERWIJS]1
TITRE II.1. [1 - LE PECULE DE VACANCES POUR LES MEMBRES DU PERSONNEL DE L'ENSEIGNEMENT]1
Art. 111.1. [1 Toepassingsgebied.
Voorliggend besluit is toepasselijk op
1° de personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd worden;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden.]1
Voorliggend besluit is toepasselijk op
1° de personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd worden;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden.]1
Art. 111.1. [1 Champ d'application.
Le présent arrêté s'applique :
1° aux membres du personnel des établissements d'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
2° aux membres du personnel subsidiés des établissements d'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté germanophone.]1
Le présent arrêté s'applique :
1° aux membres du personnel des établissements d'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
2° aux membres du personnel subsidiés des établissements d'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté germanophone.]1
Art. 111.2. [1 Definities.
Voor de toepassing van voorliggend besluit dient te worden verstaan onder :
1° referentiejaar : het jaar vóór het jaar waarin de jaarlijkse vakanties toegekend worden;
2° lopend jaar : het jaar waarin de jaarlijkse vakanties toegekend worden;
3° bezoldiging : de bezoldiging, de wedde, de vergoeding of de met de bezoldiging of wedde gelijkgestelde toelage, de haard- of standplaatstoelage inbegrepen;
4° volledige maand : maand waar de gepresteerde diensten van het begin tot het einde van de maand lopen;
5° deeltijdse prestaties : prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit niet volkomen in beslag neemt.]1
Voor de toepassing van voorliggend besluit dient te worden verstaan onder :
1° referentiejaar : het jaar vóór het jaar waarin de jaarlijkse vakanties toegekend worden;
2° lopend jaar : het jaar waarin de jaarlijkse vakanties toegekend worden;
3° bezoldiging : de bezoldiging, de wedde, de vergoeding of de met de bezoldiging of wedde gelijkgestelde toelage, de haard- of standplaatstoelage inbegrepen;
4° volledige maand : maand waar de gepresteerde diensten van het begin tot het einde van de maand lopen;
5° deeltijdse prestaties : prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit niet volkomen in beslag neemt.]1
Art. 111.2. [1 Définitions.
Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° année de référence : l'année précédant celle au cours de laquelle les vacances annuelles sont accordées;
2° année en cours : année au cours de laquelle les vacances annuelles sont accordées;
3° rémunération : la rémunération, le traitement, l'indemnité ou l'allocation tenant lieu de rémunération ou de traitement, y compris l'allocation de foyer ou de résidence;
4° mois complet : mois où les services prestés s'étendent du début à la fin;
5° prestations à temps partiel : prestations qui ne couvrent pas un horaire tel qu'il absorbe normalement une activité complète.]1
Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° année de référence : l'année précédant celle au cours de laquelle les vacances annuelles sont accordées;
2° année en cours : année au cours de laquelle les vacances annuelles sont accordées;
3° rémunération : la rémunération, le traitement, l'indemnité ou l'allocation tenant lieu de rémunération ou de traitement, y compris l'allocation de foyer ou de résidence;
4° mois complet : mois où les services prestés s'étendent du début à la fin;
5° prestations à temps partiel : prestations qui ne couvrent pas un horaire tel qu'il absorbe normalement une activité complète.]1
Art. 111.3. [1 Berekening van het vakantiegeld.
§ 1. De personeelsleden vermeld in artikel 111.1 hebben recht op een vakantiegeld, berekend op grond van de volgende formule :
B x G x P/12
G = geïndexeerde brutojaarbezoldiging van het personeelslid voor de maand maart van het lopende jaar bij voltijdse betrekking. Verkrijgt het personeelslid in de maand maart van het lopende jaar geen bezoldiging meer omdat het niet meer in actieve dienst is, dan stemt "G" overeen met de brutojaarbezoldiging die het personeelslid heeft verkregen voor de laatste maand van het lopende jaar of van het voorafgaande jaar waar het in de Duitstalige Gemeenschap in het onderwijs werkte, vermenigvuldigd met het indexcijfer van de maand maart van het lopende jaar.
P = percentage dat voor de personeelsleden van de verschillende niveaus als volgt is vastgelegd :
1° voor de niveaus IV en III : 92 %
2° voor het niveau II : 92 %
3° voor het niveau II+
a) 80 % in 2010, 2011 en 2012
b) 85 % vanaf 2013
4° voor het niveau I
a) 75 % in 2010, 2011 en 2012
b) 80 % vanaf 2013;
[5 c) 85% vanaf 2024.]5
B = arbeidstijdregeling berekend per personeelscategorie op grond van de volgende formule :
1° Voor de vastbenoemde of definitief aangestelde personeelsleden van door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen of PMS-centra, de tijdelijk aangewezen en tijdelijk aangestelde personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde PMS-centra, alsmede de contractuele leden van het administratief personeel, van het meesters-, vak- en dienstpersoneel :
B = (T : 360) x (S : V)
T = aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 360 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
2° Voor de tijdelijk aangewezen of aangestelde personeelsleden van door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen :
B = (T : 300) x (S : V)
T = aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 300 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
3° Voor de jonggediplomeerden :
[2 De periode tussen 1 januari van het referentiejaar en de indiensttreding wordt eveneens in aanmerking genomen,]2 indien het personeelslid uiterlijk in dienst is getreden op [4 30 november van het kalenderjaar waarin]4 het studies heeft beëindigd die het recht op kinderbijslag openen [4 of waarin]4 zijn leerovereenkomst een einde heeft genomen, en erom verzoekt in de loop van het referentiejaar. Dit verzoek moet ten laatste op [3 30 april]3 van het lopende jaar bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap worden ingediend. Voor de jonggediplomeerden wordt de arbeidstijdregeling op grond van de volgende formule berekend :
B = (T : Z) x (S : V) x ((Y + Z) : 360)
T = aantal tussen de indiensttreding en de wijziging van het dienstverband effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens de referentieperiode, t.w. tussen september en december, effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 120 beloopt
Z = aantal tussen 1 september en 31 december van het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens de referentieperiode, t.w. tussen september en december, effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 120 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
Y = aantal dagen tussen 1 januari van het referentiejaar en de indiensttreding van het personeelslid
§ 2. Voor de in § 1 vermelde berekening van het vakantiegeld worden in aanmerking genomen de perioden gedurende welke het personeelslid :
1° zijn bezoldiging geheel of gedeeltelijk heeft genoten;
2° met ouderschapsverlof was;
3° afwezig is geweest in het kader van een geboorte, zoals bepaald in [2 de artikelen 39 en 42 tot 43bis]2 van de arbeidswet van 16 maart 1971;
4° afwezig is geweest wegens georganiseerde werkonderbreking;
5° niet in dienst kon treden of zijn ambtsverrichtingen heeft geschorst krachtens de dienstplichtwetten, gecoördineerd op 30 april 1962, of krachtens de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980, met uitsluiting van de wederoproeping om tuchtredenen.
§ 3. Het vakantiegeld bepaald met toepassing van § 1 wordt desgevallend naar de hogere eurocent afgerond.
§ 4. De klassering van de personeelsleden in de niveaus vermeld in § 1 gebeurt volgens de bijlage III door middel van de weddeschalen verbonden aan de graden van het personeel.]1
§ 1. De personeelsleden vermeld in artikel 111.1 hebben recht op een vakantiegeld, berekend op grond van de volgende formule :
B x G x P/12
G = geïndexeerde brutojaarbezoldiging van het personeelslid voor de maand maart van het lopende jaar bij voltijdse betrekking. Verkrijgt het personeelslid in de maand maart van het lopende jaar geen bezoldiging meer omdat het niet meer in actieve dienst is, dan stemt "G" overeen met de brutojaarbezoldiging die het personeelslid heeft verkregen voor de laatste maand van het lopende jaar of van het voorafgaande jaar waar het in de Duitstalige Gemeenschap in het onderwijs werkte, vermenigvuldigd met het indexcijfer van de maand maart van het lopende jaar.
P = percentage dat voor de personeelsleden van de verschillende niveaus als volgt is vastgelegd :
1° voor de niveaus IV en III : 92 %
2° voor het niveau II : 92 %
3° voor het niveau II+
a) 80 % in 2010, 2011 en 2012
b) 85 % vanaf 2013
4° voor het niveau I
a) 75 % in 2010, 2011 en 2012
b) 80 % vanaf 2013;
[5 c) 85% vanaf 2024.]5
B = arbeidstijdregeling berekend per personeelscategorie op grond van de volgende formule :
1° Voor de vastbenoemde of definitief aangestelde personeelsleden van door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen of PMS-centra, de tijdelijk aangewezen en tijdelijk aangestelde personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde PMS-centra, alsmede de contractuele leden van het administratief personeel, van het meesters-, vak- en dienstpersoneel :
B = (T : 360) x (S : V)
T = aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 360 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
2° Voor de tijdelijk aangewezen of aangestelde personeelsleden van door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen :
B = (T : 300) x (S : V)
T = aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens het referentiejaar effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 300 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
3° Voor de jonggediplomeerden :
[2 De periode tussen 1 januari van het referentiejaar en de indiensttreding wordt eveneens in aanmerking genomen,]2 indien het personeelslid uiterlijk in dienst is getreden op [4 30 november van het kalenderjaar waarin]4 het studies heeft beëindigd die het recht op kinderbijslag openen [4 of waarin]4 zijn leerovereenkomst een einde heeft genomen, en erom verzoekt in de loop van het referentiejaar. Dit verzoek moet ten laatste op [3 30 april]3 van het lopende jaar bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap worden ingediend. Voor de jonggediplomeerden wordt de arbeidstijdregeling op grond van de volgende formule berekend :
B = (T : Z) x (S : V) x ((Y + Z) : 360)
T = aantal tussen de indiensttreding en de wijziging van het dienstverband effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens de referentieperiode, t.w. tussen september en december, effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 120 beloopt
Z = aantal tussen 1 september en 31 december van het referentiejaar effectief gepresteerde dagen, waarbij een volledige maand 30 dagen telt en het aantal tijdens de referentieperiode, t.w. tussen september en december, effectief gepresteerde dagen in geen geval meer dan 120 beloopt
S = aantal uren die per week effectief gepresteerd worden
V = aantal uren die bij voltijdse betrekking per week moeten worden gepresteerd
Y = aantal dagen tussen 1 januari van het referentiejaar en de indiensttreding van het personeelslid
§ 2. Voor de in § 1 vermelde berekening van het vakantiegeld worden in aanmerking genomen de perioden gedurende welke het personeelslid :
1° zijn bezoldiging geheel of gedeeltelijk heeft genoten;
2° met ouderschapsverlof was;
3° afwezig is geweest in het kader van een geboorte, zoals bepaald in [2 de artikelen 39 en 42 tot 43bis]2 van de arbeidswet van 16 maart 1971;
4° afwezig is geweest wegens georganiseerde werkonderbreking;
5° niet in dienst kon treden of zijn ambtsverrichtingen heeft geschorst krachtens de dienstplichtwetten, gecoördineerd op 30 april 1962, of krachtens de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980, met uitsluiting van de wederoproeping om tuchtredenen.
§ 3. Het vakantiegeld bepaald met toepassing van § 1 wordt desgevallend naar de hogere eurocent afgerond.
§ 4. De klassering van de personeelsleden in de niveaus vermeld in § 1 gebeurt volgens de bijlage III door middel van de weddeschalen verbonden aan de graden van het personeel.]1
Modifications
Art. 111.3. [1 Calcul du pécule de vacances.
§ 1er. Les membres du personnel visés à l'article 111.1 ont droit à un pécule de vacances calculé selon la formule suivante :
B x G x P/12
G = rémunération brute annuelle indexée, calculée sur la base du montant auquel a droit le membre du personnel pour le mois de mars de l'année en cours lors de prestations complètes. Si, au mois de mars de l'année en cours, le membre du personnel ne perçoit plus de rémunération parce qu'il n'est plus en activité de service, "G" correspond alors à la rémunération brute annuelle perçue par le membre du personnel le dernier mois de l'année en cours ou de l'année précédente où il était occupé dans l'enseignement en Communauté germanophone, multipliée par l'indice du mois de mars de l'année en cours.
P = pourcentage fixé comme suit pour les membres du personnel des différents niveaux :
1° pour les niveaux IV et III : 92 %
2° pour le niveau II : 92 %
3° pour le niveau II+
a) 80 % en 2010, 2011 et 2012
b) 85 % à partir de 2013
4° pour le niveau I
a) 75 % en 2010, 2011 et 2012
b) 80 % à partir de 2013;
[5 c) 85% à partir de 2024]5
B = Régime de travail par catégorie de personnel, calculé selon la formule suivante :
1° Pour les membres du personnel nommés ou engagés à titre définitif dans les établissements d'enseignement et les centres P.M.S. organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone, pour les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire dans les centres P.M.S. organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone ainsi que pour les membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service engagés dans les liens d'un contrat de travail :
B = (T : 360) x (S : V)
T = le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence ne pouvant dépasser 360;
S = le nombre total d'heures effectivement prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein.
2° Pour les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire dans les établissements d'enseignement organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone :
B = (T : 300) x (S : V)
T = le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence ne pouvant dépasser 300;
S = le nombre total d'heures effectivement prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein.
3° Pour les jeunes diplômés :
Lorsqu'il s'agit d'un membre du personnel [2 ...]2, la période allant du 1er janvier de l'année de référence à l'entrée en service est également prise en considération s'il prend son service au plus tard [4 le 30 novembre de l'année calendrier lors de laquelle]4 il a terminé des études ouvrant le droit aux allocations familiales [4 lors de laquelle]4 son contrat d'apprentissage a pris fin. Une demande allant dans ce sens sera introduite au plus tard le [3 30 avril]3 de l'année en cours auprès du Ministère de la Communauté germanophone. Le régime de travail est calculé comme suit pour les jeunes diplômés :
B = (T : Z) x (S : V) x ((Y + Z) : 360)
T = le nombre de jours effectivement prestés entre l'entrée en service et la modification du lien de service, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés pendant la période de référence allant de septembre à décembre ne pouvant dépasser 120;
Z = le nombre de jours effectivement prestés entre le 1er septembre et le 31 décembre de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés pendant la période de référence allant de septembre à décembre ne pouvant dépasser 120;
S = le nombre total d'heures prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein;
Y = le nombre de jours entre le 1er janvier de l'année de référence et l'entrée en service du membre du personnel.
§ 2. Sont prises en considération pour le calcul du pécule de vacances mentionné au § 1er les périodes pendant lesquelles le membre du personnel :
1° a perçu une rémunération totale ou partielle;
2° a bénéficié d'un congé parental;
3° a été absent dans le cadre d'une naissance, tel que prévu à [2 les articles 39 et 42 à 43bis]2 de la loi sur le travail du 16 mars 1971;
4° a été absent pour cessation concertée du travail;
5° n'a pu entrer en fonction ou a suspendu ses fonctions en vertu des lois sur la milice, coordonnées le 30 avril 1962, ou des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980, à l'exclusion du rappel par mesure disciplinaire.
§ 3. Le pécule de vacances déterminé en application du § 1er est, le cas échéant, arrondi au centime d'euro supérieur.
§ 4. Le classement des membres du personnel dans les niveaux mentionnés au § 1er s'opère d'après l'annexe III par le biais des échelles des grades du personnel.]1
§ 1er. Les membres du personnel visés à l'article 111.1 ont droit à un pécule de vacances calculé selon la formule suivante :
B x G x P/12
G = rémunération brute annuelle indexée, calculée sur la base du montant auquel a droit le membre du personnel pour le mois de mars de l'année en cours lors de prestations complètes. Si, au mois de mars de l'année en cours, le membre du personnel ne perçoit plus de rémunération parce qu'il n'est plus en activité de service, "G" correspond alors à la rémunération brute annuelle perçue par le membre du personnel le dernier mois de l'année en cours ou de l'année précédente où il était occupé dans l'enseignement en Communauté germanophone, multipliée par l'indice du mois de mars de l'année en cours.
P = pourcentage fixé comme suit pour les membres du personnel des différents niveaux :
1° pour les niveaux IV et III : 92 %
2° pour le niveau II : 92 %
3° pour le niveau II+
a) 80 % en 2010, 2011 et 2012
b) 85 % à partir de 2013
4° pour le niveau I
a) 75 % en 2010, 2011 et 2012
b) 80 % à partir de 2013;
[5 c) 85% à partir de 2024]5
B = Régime de travail par catégorie de personnel, calculé selon la formule suivante :
1° Pour les membres du personnel nommés ou engagés à titre définitif dans les établissements d'enseignement et les centres P.M.S. organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone, pour les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire dans les centres P.M.S. organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone ainsi que pour les membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service engagés dans les liens d'un contrat de travail :
B = (T : 360) x (S : V)
T = le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence ne pouvant dépasser 360;
S = le nombre total d'heures effectivement prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein.
2° Pour les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire dans les établissements d'enseignement organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone :
B = (T : 300) x (S : V)
T = le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés au cours de l'année de référence ne pouvant dépasser 300;
S = le nombre total d'heures effectivement prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein.
3° Pour les jeunes diplômés :
Lorsqu'il s'agit d'un membre du personnel [2 ...]2, la période allant du 1er janvier de l'année de référence à l'entrée en service est également prise en considération s'il prend son service au plus tard [4 le 30 novembre de l'année calendrier lors de laquelle]4 il a terminé des études ouvrant le droit aux allocations familiales [4 lors de laquelle]4 son contrat d'apprentissage a pris fin. Une demande allant dans ce sens sera introduite au plus tard le [3 30 avril]3 de l'année en cours auprès du Ministère de la Communauté germanophone. Le régime de travail est calculé comme suit pour les jeunes diplômés :
B = (T : Z) x (S : V) x ((Y + Z) : 360)
T = le nombre de jours effectivement prestés entre l'entrée en service et la modification du lien de service, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés pendant la période de référence allant de septembre à décembre ne pouvant dépasser 120;
Z = le nombre de jours effectivement prestés entre le 1er septembre et le 31 décembre de l'année de référence, un mois complet comptant 30 jours et le nombre de jours effectivement prestés pendant la période de référence allant de septembre à décembre ne pouvant dépasser 120;
S = le nombre total d'heures prestées hebdomadairement;
V = le nombre d'heures à prester hebdomadairement pour un emploi à temps plein;
Y = le nombre de jours entre le 1er janvier de l'année de référence et l'entrée en service du membre du personnel.
§ 2. Sont prises en considération pour le calcul du pécule de vacances mentionné au § 1er les périodes pendant lesquelles le membre du personnel :
1° a perçu une rémunération totale ou partielle;
2° a bénéficié d'un congé parental;
3° a été absent dans le cadre d'une naissance, tel que prévu à [2 les articles 39 et 42 à 43bis]2 de la loi sur le travail du 16 mars 1971;
4° a été absent pour cessation concertée du travail;
5° n'a pu entrer en fonction ou a suspendu ses fonctions en vertu des lois sur la milice, coordonnées le 30 avril 1962, ou des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980, à l'exclusion du rappel par mesure disciplinaire.
§ 3. Le pécule de vacances déterminé en application du § 1er est, le cas échéant, arrondi au centime d'euro supérieur.
§ 4. Le classement des membres du personnel dans les niveaux mentionnés au § 1er s'opère d'après l'annexe III par le biais des échelles des grades du personnel.]1
Modifications
Art. 111.4. [1 Tijdstip van de uitbetaling.
Het vakantiegeld wordt in mei of juni van het lopende jaar uitbetaald.]1
Het vakantiegeld wordt in mei of juni van het lopende jaar uitbetaald.]1
Art. 111.4. [1 Moment de la liquidation.
Le pécule de vacances est liquidé en mai ou juin de l'année en cours.]1
Le pécule de vacances est liquidé en mai ou juin de l'année en cours.]1
Art. 111.5. [1 Inhouding.
Op het brutobedrag van het vakantiegeld wordt 13,07 % ingehouden.]1
Op het brutobedrag van het vakantiegeld wordt 13,07 % ingehouden.]1
Art. 111.5. [1 Retenue.
Une retenue de 13,07 % est effectuée sur le montant brut du pécule de vacances.]1
Une retenue de 13,07 % est effectuée sur le montant brut du pécule de vacances.]1
Titel II.2. - Valorisatie van het einde van de loopbaan
Titre II.2. - Valorisation de la fin de carrière
Art. 111.6. [1 Toepassingsgebied.
Deze titel is toepasselijk op :
1° de personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd worden;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden.]1
Deze titel is toepasselijk op :
1° de personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd worden;
2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden.]1
Art. 111.6. [1 Champ d'application.
Le présent titre s'applique :
1° aux membres du personnel des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
2° aux membres du personnel subsidiés des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté germanophone.]1
Le présent titre s'applique :
1° aux membres du personnel des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone;
2° aux membres du personnel subsidiés des établissements d'enseignement et centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté germanophone.]1
Art. 111.7. [1 Aanvullende tweejaarlijkse verhoging.
Bij een personeelslid dat het maximumbedrag van de hem toegewezen weddeschaal heeft bereikt, wordt de waarde van dat maximumbedrag verhoogd met een waarde die overeenstemt met de laatste tweejaarlijkse verhoging in zijn weddeschaal, indien het personeelslid aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° ten minste 59 jaar oud zijn;
2° [2 zich in actieve dienst bevinden of ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en wachtgeld of een wachtweddetoelage ontvangen. ]2
Het recht op het in het eerste lid vermelde bedrag ontstaat ten vroegste op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid 59 jaar is geworden.]1
Bij een personeelslid dat het maximumbedrag van de hem toegewezen weddeschaal heeft bereikt, wordt de waarde van dat maximumbedrag verhoogd met een waarde die overeenstemt met de laatste tweejaarlijkse verhoging in zijn weddeschaal, indien het personeelslid aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° ten minste 59 jaar oud zijn;
2° [2 zich in actieve dienst bevinden of ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en wachtgeld of een wachtweddetoelage ontvangen. ]2
Het recht op het in het eerste lid vermelde bedrag ontstaat ten vroegste op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid 59 jaar is geworden.]1
Art. 111.7. [1 Biennale supplémentaire.
Lorsqu'un membre du personnel a atteint le plafond de son échelle de traitement, ce plafond est majoré d'un montant correspondant à la dernière biennale de son échelle de traitement, si le membre du personnel remplit les conditions suivantes :
1° être âgé d'au moins 59 ans;
2°[2 être en activité de service ou en disponibilité par défaut d'emploi et percevoir un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente.]2
Le droit au montant visé à l'alinéa 1er s'ouvre au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le membre du personnel a atteint l'âge de 59 ans.]1
Lorsqu'un membre du personnel a atteint le plafond de son échelle de traitement, ce plafond est majoré d'un montant correspondant à la dernière biennale de son échelle de traitement, si le membre du personnel remplit les conditions suivantes :
1° être âgé d'au moins 59 ans;
2°[2 être en activité de service ou en disponibilité par défaut d'emploi et percevoir un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente.]2
Le droit au montant visé à l'alinéa 1er s'ouvre au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le membre du personnel a atteint l'âge de 59 ans.]1
TITEL II.3. - [1 Bezoldiging van het personeel van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren]1
TITRE II.3. - [1 Rémunération du personnel du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes]1
Art. 111.8. [1 Toepassingsgebied
In afwijking van de artikelen 105 tot 109 is deze titel van toepassing op alle personeelsleden van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, met uitzondering van het onderhoudspersoneel.]1
In afwijking van de artikelen 105 tot 109 is deze titel van toepassing op alle personeelsleden van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, met uitzondering van het onderhoudspersoneel.]1
Art. 111.8. [1 Champ d'application
Par dérogation aux articles 105 à 109, le présent titre s'applique aux membres du personnel du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, à l'exception du personnel d'entretien.]1
Par dérogation aux articles 105 à 109, le présent titre s'applique aux membres du personnel du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, à l'exception du personnel d'entretien.]1
Art. 111.9. [1 Regeling vanaf 1 september 2014
§ 1. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar hebben.
§ 2. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar hebben.
§ 3. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/B/2X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/B/2XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar en minder dan vijf jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens vijf jaar hebben.
§ 4. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/2X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/2XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar en minder dan vier jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/3X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/3XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens vier jaar en minder dan zes jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens zes jaar hebben.]1
[2 § 5. De personeelsleden vermeld in artikel 10.2 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren die onder de artikelen 6.44 en 6.48 tot 6.51 van hetzelfde decreet vallen, worden in het betrokken ambt alleen dan overeenkomstig de in de §§ 1 tot 4 bepaalde weddeschalen bezoldigd indien de waarden van die nieuwe weddeschalen hoger zijn dan die van de weddeschalen die ze tot de inwerkingtreding van hetzelfde decreet hadden.]2
[3 § 6. De artikelen 111.9, § 1, eerste lid, § 2, eerste lid, § 3, eerste lid, en § 4, eerste lid, zijn niet van toepassing als in de periode van 1 september 2014 tot en met 31 augustus 2019 diensten bij een vereniging zonder winstoogmerk, in het onderwijs of in de openbare sector worden gepresteerd die op grond van het relevant geldelijk statuut tijdens de voormelde periode erkend worden en als een geldelijke anciënniteit van ten minste één jaar daaruit voortvloeit.]3
[3 § 7. Voor de berekening van het zevende of het achtste dienstjaar wordt de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden in aanmerking genomen.]3
§ 1. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau I tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal I/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal I/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar hebben.
§ 2. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II+ tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II+/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II+/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar hebben.
§ 3. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/B/2X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/B/2XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar en minder dan vijf jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau II tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal II/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal II/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens vijf jaar hebben.
§ 4. Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/AX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/AXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minder dan één jaar hebben of na die datum voor het eerst in dienst treden bij het centrum.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/BX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/BXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens één jaar en minder dan twee jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/1X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/1XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens twee jaar en minder dan drie jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/2X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/2XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens drie jaar en minder dan vier jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/B/3X en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/B/3XV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens vier jaar en minder dan zes jaar hebben.
Vanaf 1 september 2014 worden de personeelsleden van het diplomaniveau III tijdens de eerste zeven dienstjaren bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal III/DX en vanaf het achtste dienstjaar overeenkomstig de weddeschaal III/DXV indien ze op 1 september 2014 een geldelijke dienstanciënniteit van minstens zes jaar hebben.]1
[2 § 5. De personeelsleden vermeld in artikel 10.2 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren die onder de artikelen 6.44 en 6.48 tot 6.51 van hetzelfde decreet vallen, worden in het betrokken ambt alleen dan overeenkomstig de in de §§ 1 tot 4 bepaalde weddeschalen bezoldigd indien de waarden van die nieuwe weddeschalen hoger zijn dan die van de weddeschalen die ze tot de inwerkingtreding van hetzelfde decreet hadden.]2
[3 § 6. De artikelen 111.9, § 1, eerste lid, § 2, eerste lid, § 3, eerste lid, en § 4, eerste lid, zijn niet van toepassing als in de periode van 1 september 2014 tot en met 31 augustus 2019 diensten bij een vereniging zonder winstoogmerk, in het onderwijs of in de openbare sector worden gepresteerd die op grond van het relevant geldelijk statuut tijdens de voormelde periode erkend worden en als een geldelijke anciënniteit van ten minste één jaar daaruit voortvloeit.]3
[3 § 7. Voor de berekening van het zevende of het achtste dienstjaar wordt de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden in aanmerking genomen.]3
Art. 111.9. [1 Régime à partir du 1er septembre 2014
§ 1er. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 2. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 3. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/B/2X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/B/2XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de moins de cinq ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins.
§ 4. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/2X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/2XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de moins de quatre ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/3X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/3XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de quatre ans au moins et de moins de six ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de six ans au moins.]1
[2 § 5. Les membres du personnel qui sont mentionnés à l'article 10.2 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes et sont soumis aux articles 6.44 et 6.48 à 6.51 du même décret ne sont rémunérés dans ladite fonction conformément aux échelles de traitement fixées aux §§ 1er à 4 que lorsque la valeur de ces nouvelles échelles dépasse celle des échelles leur applicables jusqu'à l'entrée en vigueur dudit décret.]2
[3 § 6. L'article 111.9, § 1er, alinéa 1er, § 2, alinéa 1er, § 3, alinéa 1er, et § 4, alinéa 1er, n'est pas applicable si, pendant la période allant du 1er septembre 2014 au 31 août 2019, des services ont été prestés auprès d'une association sans but lucratif ou dans le secteur public et ont été reconnus au cours de ladite période en raison du statut pécuniaire applicable et qu'il en découle donc une ancienneté pécuniaire d'au moins un an.]3
[3 § 7. L'ancienneté pécuniaire des membres du personnel est prise en compte pour calculer la septième ou huitième année d'ancienneté de service.]3
§ 1er. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau I sont rémunérés conformément à l'échelle I/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle I/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 2. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II+ sont rémunérés conformément à l'échelle II+/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II+/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins.
§ 3. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/B/2X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/B/2XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de moins de cinq ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau II sont rémunérés conformément à l'échelle II/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle II/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de cinq ans au moins.
§ 4. A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/AX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/AXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de moins d'un an ou entrent pour la première fois en service auprès du centre après cette date.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/BX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/BXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire d'un an au moins et de moins de deux ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/1X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/1XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de deux ans au moins et de moins de trois ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/2X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/2XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de trois ans au moins et de moins de quatre ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/B/3X pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/B/3XV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de quatre ans au moins et de moins de six ans.
A partir du 1er septembre 2014, les membres du personnel classés dans le niveau III sont rémunérés conformément à l'échelle III/DX pendant les sept premières années de service et conformément à l'échelle III/DXV à partir de la huitième année de service s'ils ont, au 1er septembre 2014, une ancienneté pécuniaire de six ans au moins.]1
[2 § 5. Les membres du personnel qui sont mentionnés à l'article 10.2 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes et sont soumis aux articles 6.44 et 6.48 à 6.51 du même décret ne sont rémunérés dans ladite fonction conformément aux échelles de traitement fixées aux §§ 1er à 4 que lorsque la valeur de ces nouvelles échelles dépasse celle des échelles leur applicables jusqu'à l'entrée en vigueur dudit décret.]2
[3 § 6. L'article 111.9, § 1er, alinéa 1er, § 2, alinéa 1er, § 3, alinéa 1er, et § 4, alinéa 1er, n'est pas applicable si, pendant la période allant du 1er septembre 2014 au 31 août 2019, des services ont été prestés auprès d'une association sans but lucratif ou dans le secteur public et ont été reconnus au cours de ladite période en raison du statut pécuniaire applicable et qu'il en découle donc une ancienneté pécuniaire d'au moins un an.]3
[3 § 7. L'ancienneté pécuniaire des membres du personnel est prise en compte pour calculer la septième ou huitième année d'ancienneté de service.]3
Art. 111.10. [1 Weddeschalen
De bedragen van de weddeschalen vermeld in artikel 111.9 worden vastgelegd in bijlage IV van dit decreet.]1
[2 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]2
De bedragen van de weddeschalen vermeld in artikel 111.9 worden vastgelegd in bijlage IV van dit decreet.]1
[2 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]2
Art. 111.10. [1 Echelles de traitement
Les valeurs des échelles de traitement mentionnées à l'article 111.9 figurent à l'annexe IV du présent décret.]1
[2 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]2
Les valeurs des échelles de traitement mentionnées à l'article 111.9 figurent à l'annexe IV du présent décret.]1
[2 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]2
TITEL III. - Schepping van het ambt van leermeester eerste vreemde taal in het lager onderwijs.
TITRE III. - Création de la fonction de maître de première langue étrangère dans l'enseignement fondamental.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaal onderwijs van de staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrête royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'état et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection charge de la surveillance de ces établissements.
Art. 112. In artikel 6, B, a), van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaal onderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen wordt een punt 4ter ingevoegd, luidend als volgt :
" 4ter leermeester eerste vreemde taal;"
" 4ter leermeester eerste vreemde taal;"
Art. 112. Dans l'article 6, B, a), de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, il est inséré un point 4ter, libellé comme suit :
" 4ter - Maître de première langue étrangère; "
" 4ter - Maître de première langue étrangère; "
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, kunstonderwijs en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'état et des internats dépendant de ces établissements.
Art. 113. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, kunstonderwijs en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen wordt met een punt 7° aangevuld, luidend als volgt :
" 7° leermeester eerste vreemde taal :
a) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs met de betrokken vreemde taal als basisoriëntatie of als bestanddeel ervan, het attest van slagen voor een opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs en het bewijs van de grondige kennis van de betrokken vreemde taal, of
b) het diploma van lager onderwijzer, het attest van slagen voor de opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs en het bewijs van de grondige kennis van de betrokken vreemde taal. "
" 7° leermeester eerste vreemde taal :
a) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs met de betrokken vreemde taal als basisoriëntatie of als bestanddeel ervan, het attest van slagen voor een opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs en het bewijs van de grondige kennis van de betrokken vreemde taal, of
b) het diploma van lager onderwijzer, het attest van slagen voor de opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs en het bewijs van de grondige kennis van de betrokken vreemde taal. "
Art. 113. L'article 7 de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements est complété par un point 7°, libellé comme suit :
" 7° Maître de première langue étrangère :
le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur mentionnant la langue étrangère comme orientation de base ou élément de l'orientation de base de la formation, l'attestation de réussite d'une formation en didactique des langues étrangères et la preuve de la connaissance approfondie de la langue étrangère en question ou
le diplôme d'instituteur primaire, l'attestation de réussite d'une formation en didactique des langues étrangères et la preuve de la connaissance approfondie de la langue étrangère en question. ".
" 7° Maître de première langue étrangère :
le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur mentionnant la langue étrangère comme orientation de base ou élément de l'orientation de base de la formation, l'attestation de réussite d'une formation en didactique des langues étrangères et la preuve de la connaissance approfondie de la langue étrangère en question ou
le diplôme d'instituteur primaire, l'attestation de réussite d'une formation en didactique des langues étrangères et la preuve de la connaissance approfondie de la langue étrangère en question. ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs.
CHAPITRE III. - Modification du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire.
Art. 114. In artikel 76 van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling :
" De bijzonder leermeester lichamelijke opvoeding, de leermeester eerste vreemde taal en de leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer verstrekken 24 tot 26 lestijden. "
" De bijzonder leermeester lichamelijke opvoeding, de leermeester eerste vreemde taal en de leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer verstrekken 24 tot 26 lestijden. "
Art. 114. L'article 76, alinéa 2, du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire est remplacé par la disposition suivante :
" Le maître d'éducation physique, le maître de première langue étrangère et le maître de religion ou de morale non confessionnelle dispensent de 24 à 26 périodes de cours. "
" Le maître d'éducation physique, le maître de première langue étrangère et le maître de religion ou de morale non confessionnelle dispensent de 24 à 26 périodes de cours. "
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs.
CHAPITRE IV. - Modification du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement.
Art. 115. § 1 De leden 1 en 2 van artikel 12 van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs worden vervangen door de volgende bepalingen :
" In het kleuteronderwijs worden de activiteiten gevoerd in een vreemde taal door kleuteronderwijzers verstrekt die een voldoende kennis van die taal en een grondige kennis van de onderwijstaal hebben en houder zijn van een attest van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs.
In het lager onderwijs worden de cursussen "eerste vreemde taal" door leerkrachten verstrekt die een grondige kennis van die taal en een elementaire kennis van de onderwijstaal hebben en houder zijn van een attest van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs. "
§ 2 - Hetzelfde artikel wordt met een derde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In de schooljaren 2008-2009 tot en met 2010-2011 kunnen de in de leden 1 en 2 vermelde cursussen door kleuter- en lager onderwijzers worden verstrekt die aan de voormelde voorwaarden niet voldoen. "
" In het kleuteronderwijs worden de activiteiten gevoerd in een vreemde taal door kleuteronderwijzers verstrekt die een voldoende kennis van die taal en een grondige kennis van de onderwijstaal hebben en houder zijn van een attest van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs.
In het lager onderwijs worden de cursussen "eerste vreemde taal" door leerkrachten verstrekt die een grondige kennis van die taal en een elementaire kennis van de onderwijstaal hebben en houder zijn van een attest van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs. "
§ 2 - Hetzelfde artikel wordt met een derde lid aangevuld, luidend als volgt :
" In de schooljaren 2008-2009 tot en met 2010-2011 kunnen de in de leden 1 en 2 vermelde cursussen door kleuter- en lager onderwijzers worden verstrekt die aan de voormelde voorwaarden niet voldoen. "
Art. 115. § 1er L'article 12, alinéas 1er et 2, du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement est remplacé par les dispositions suivantes :
" Dans l'enseignement préscolaire, les activités dispensées en langue étrangère le sont par des instituteurs maternels qui ont une connaissance suffisante de cette langue et une connaissance approfondie de la langue de l'enseignement et sont porteurs d'une attestation portant sur les connaissances en didactique des langues étrangères.
Dans l'enseignement primaire, le cours de première langue étrangère est dispensé par des enseignants qui ont une connaissance approfondie de cette langue et une connaissance élémentaire de la langue d'enseignement et sont porteurs d'une attestation portant sur les connaissances en didactique des langues étrangères. "
§ 2 - Le même article est complété par un troisième alinéa, libellé comme suit :
" Pendant les années scolaires 2008-2009 à 2010-2011, le cours mentionné aux alinéas 1er et 2 peut être dispensé par des instituteurs maternels ou primaires, suivant le cas, qui ne remplissent pas les conditions susmentionnées. "
" Dans l'enseignement préscolaire, les activités dispensées en langue étrangère le sont par des instituteurs maternels qui ont une connaissance suffisante de cette langue et une connaissance approfondie de la langue de l'enseignement et sont porteurs d'une attestation portant sur les connaissances en didactique des langues étrangères.
Dans l'enseignement primaire, le cours de première langue étrangère est dispensé par des enseignants qui ont une connaissance approfondie de cette langue et une connaissance élémentaire de la langue d'enseignement et sont porteurs d'une attestation portant sur les connaissances en didactique des langues étrangères. "
§ 2 - Le même article est complété par un troisième alinéa, libellé comme suit :
" Pendant les années scolaires 2008-2009 à 2010-2011, le cours mentionné aux alinéas 1er et 2 peut être dispensé par des instituteurs maternels ou primaires, suivant le cas, qui ne remplissent pas les conditions susmentionnées. "
Art. 116. § 1 Artikel 26, § 1, 4°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 4° - wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een grondige kennis van deze taal heeft;"
Hetzelfde paragraaf wordt met een punt 5° aangevuld, luidend als volgt :
" 5° wat het Frans betreft : een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat het personeelslid ten minste 60 % in elke proef van dit examen heeft behaald, of een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap, waaruit blijkt dat het personeelslid een grondige kennis van deze taal heeft. "
§ 2 - In artikel 26, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt punt 5° vervangen door de volgende bepaling :
" 5° - wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een voldoende kennis van deze taal heeft;"
Hetzelfde paragraaf wordt met een punt 6° aangevuld, luidend als volgt :
" 6° wat het Frans betreft :
- een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat het personeelslid ten minste 60 % in elke proef van dit examen heeft behaald;
- een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap waaruit blijkt dat het personeelslid een voldoende kennis van deze taal heeft, of
- het diploma van kleuteronderwijzer uitgereikt door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap. "
§ 3 - Hetzelfde artikel wordt met een derde paragraaf aangevuld, luidend als volgt :
" § 3 - Naast de in de §§ 1 en 2 vermelde bewijzen en attesten gelden als bewijs van de elementaire kennis van een taal :
1° wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een elementaire kennis van deze taal heeft;"
2° wat het Frans betreft : een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet of een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap waaruit blijkt dat het personeelslid een elementaire kennis van deze taal heeft. "
" 4° - wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een grondige kennis van deze taal heeft;"
Hetzelfde paragraaf wordt met een punt 5° aangevuld, luidend als volgt :
" 5° wat het Frans betreft : een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat het personeelslid ten minste 60 % in elke proef van dit examen heeft behaald, of een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap, waaruit blijkt dat het personeelslid een grondige kennis van deze taal heeft. "
§ 2 - In artikel 26, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt punt 5° vervangen door de volgende bepaling :
" 5° - wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een voldoende kennis van deze taal heeft;"
Hetzelfde paragraaf wordt met een punt 6° aangevuld, luidend als volgt :
" 6° wat het Frans betreft :
- een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat het personeelslid ten minste 60 % in elke proef van dit examen heeft behaald;
- een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap waaruit blijkt dat het personeelslid een voldoende kennis van deze taal heeft, of
- het diploma van kleuteronderwijzer uitgereikt door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap. "
§ 3 - Hetzelfde artikel wordt met een derde paragraaf aangevuld, luidend als volgt :
" § 3 - Naast de in de §§ 1 en 2 vermelde bewijzen en attesten gelden als bewijs van de elementaire kennis van een taal :
1° wat het Duits en het Nederlands betreft : een attest uitgereikt door de examencommissie bedoeld in titel VII en waaruit blijkt dat het personeelslid een elementaire kennis van deze taal heeft;"
2° wat het Frans betreft : een DELF-DALF diploma waaruit blijkt dat het personeelslid ten minste aan het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet of een attest uitgereikt door de examencommissie van de Franse Gemeenschap waaruit blijkt dat het personeelslid een elementaire kennis van deze taal heeft. "
Art. 116. § 1er L'article 26, § 1er, 4°, du même décret, modifié par le décret du 25 juin 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" 4° en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury visé au titre VII et dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance approfondie de cette langue ; ".
Le même paragraphe est complété par un point 5°, libellé comme suit :
" 5° en ce qui concerne le français : un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences B2 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu au moins 60 % pour chacune des épreuves de cet examen, ou une attestation du jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance approfondie de cette langue. ".
§ 2 - Dans l'article 26, § 2, du même décret, modifié par le décret du 25 juin 2007, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury visé au titre VII et dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance suffisante de cette langue ; ".
Le même paragraphe est complété par un point 6°, libellé comme suit :
" 6° en ce qui concerne le français :
- un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences B1 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu au moins 60 % pour chacune des épreuves en ce qui concerne le niveau de compétences B1 ;
- une attestation du jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance suffisante de cette langue, ou
- le diplôme d'instituteur maternel obtenu auprès d'une haute école en Communauté germanophone. ".
§ 3 - Le même article est complété par un § 3, libellé comme suit :
" § 3 - Sont également considérés comme des preuves de la connaissance élémentaire d'une langue, en plus des titres d'études et attestations mentionnés aux §§ 1er et 2 :
- en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury mentionné au titre VII, dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance élémentaire de cette langue ;
- en ce qui concerne le français : un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences A2 du cadre européen commun de référence pour les langues ou une attestation délivrée par le jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance élémentaire de cette langue. "
" 4° en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury visé au titre VII et dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance approfondie de cette langue ; ".
Le même paragraphe est complété par un point 5°, libellé comme suit :
" 5° en ce qui concerne le français : un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences B2 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu au moins 60 % pour chacune des épreuves de cet examen, ou une attestation du jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance approfondie de cette langue. ".
§ 2 - Dans l'article 26, § 2, du même décret, modifié par le décret du 25 juin 2007, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury visé au titre VII et dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance suffisante de cette langue ; ".
Le même paragraphe est complété par un point 6°, libellé comme suit :
" 6° en ce qui concerne le français :
- un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences B1 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu au moins 60 % pour chacune des épreuves en ce qui concerne le niveau de compétences B1 ;
- une attestation du jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance suffisante de cette langue, ou
- le diplôme d'instituteur maternel obtenu auprès d'une haute école en Communauté germanophone. ".
§ 3 - Le même article est complété par un § 3, libellé comme suit :
" § 3 - Sont également considérés comme des preuves de la connaissance élémentaire d'une langue, en plus des titres d'études et attestations mentionnés aux §§ 1er et 2 :
- en ce qui concerne l'allemand et le néerlandais : une attestation délivrée par le jury mentionné au titre VII, dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance élémentaire de cette langue ;
- en ce qui concerne le français : un certificat obtenu dans le cadre du programme DELF-DALF dont il ressort que le membre du personnel satisfait au moins au niveau de compétences A2 du cadre européen commun de référence pour les langues ou une attestation délivrée par le jury d'examens de la Communauté française dont il ressort que le membre du personnel a une connaissance élémentaire de cette langue. "
Art. 117. § 1 In hetzelfde decreet wordt in titel VI een ondertitel VII ingevoegd, luidend als volgt :
" Ondertitel VII - Bewijs van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs"
§ 2 - In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 26bis - Kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs
De kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs wordt bewezen door :
1° het attest van slagen voor een opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs overeenstemmend met ten minste 4 studiepunten;
2° het bewijs van slagen voor de optiecursus Frans op een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
3° het diploma van lager onderwijzer uitgereikt tot en met het schooljaar 2006-2007 door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
4° voor het ambt van kleuteronderwijzer : het diploma van kleuteronderwijzer uitgereikt door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
5° het diploma van lager onderwijzer of van leraar voor het lager secundair onderwijs uitgereikt door een hogeschool in de Franse of de Vlaamse Gemeenschap, op voorwaarde dat de betrokken opleiding het vak "didactiek in het vreemdetalenonderwijs" bevat. "
" Ondertitel VII - Bewijs van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs"
§ 2 - In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 26bis - Kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs
De kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs wordt bewezen door :
1° het attest van slagen voor een opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs overeenstemmend met ten minste 4 studiepunten;
2° het bewijs van slagen voor de optiecursus Frans op een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
3° het diploma van lager onderwijzer uitgereikt tot en met het schooljaar 2006-2007 door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
4° voor het ambt van kleuteronderwijzer : het diploma van kleuteronderwijzer uitgereikt door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap;
5° het diploma van lager onderwijzer of van leraar voor het lager secundair onderwijs uitgereikt door een hogeschool in de Franse of de Vlaamse Gemeenschap, op voorwaarde dat de betrokken opleiding het vak "didactiek in het vreemdetalenonderwijs" bevat. "
Art. 117. § 1er Dans le titre VI du même décret, il est inséré un sous-titre VII, libellé comme suit :
" Sous-titre VII - Preuve des connaissances en didactique des langues étrangères ".
§ 2 - Dans le même décret, il est inséré un article 26bis, libellé comme suit :
" Article 26bis - Connaissances en didactique des langues étrangères
Constituent une preuve des connaissances en didactique des langues étrangères :
- l'attestation de la réussite d'une formation en didactique des langues étrangères représentant au moins 4 unités de valeurs ;
- la preuve de la réussite du cours à option Français' auprès d'une haute école en Communauté germanophone ;
- le diplôme d'instituteur primaire délivre jusqu'à l'année scolaire 2006-2007 incluse par une haute école en Communauté germanophone ;
- pour la fonction d'instituteur maternel : le diplôme d'instituteur maternel délivré par une haute école en Communauté germanophone ;
- le diplôme d'instituteur primaire ou de professeur de l'enseignement secondaire inférieur délivre par une haute école en Communauté française ou en Communauté flamande, à condition que la formation en question comprenne le cours " didactique des langues étrangères ".
" Sous-titre VII - Preuve des connaissances en didactique des langues étrangères ".
§ 2 - Dans le même décret, il est inséré un article 26bis, libellé comme suit :
" Article 26bis - Connaissances en didactique des langues étrangères
Constituent une preuve des connaissances en didactique des langues étrangères :
- l'attestation de la réussite d'une formation en didactique des langues étrangères représentant au moins 4 unités de valeurs ;
- la preuve de la réussite du cours à option Français' auprès d'une haute école en Communauté germanophone ;
- le diplôme d'instituteur primaire délivre jusqu'à l'année scolaire 2006-2007 incluse par une haute école en Communauté germanophone ;
- pour la fonction d'instituteur maternel : le diplôme d'instituteur maternel délivré par une haute école en Communauté germanophone ;
- le diplôme d'instituteur primaire ou de professeur de l'enseignement secondaire inférieur délivre par une haute école en Communauté française ou en Communauté flamande, à condition que la formation en question comprenne le cours " didactique des langues étrangères ".
Art. 118. In artikel 27, lid 1, van hetzelfde decreet wordt de passus ", het Frans" geschrapt.
Art. 118. Dans l'article 27, alinéa 1er, du même décret, le passage ", du français " est supprimé.
Art. 119. Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 37 - Grondige kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de grondige kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat hij 60 % in elk examengedeelte heeft behaald. "
" Artikel 37 - Grondige kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de grondige kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat hij 60 % in elk examengedeelte heeft behaald. "
Art. 119. L'article 37 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Article 37 - Connaissance approfondie d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base à l'examen portant sur la connaissance approfondie d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension a l'audition, compréhension à la lecture, expression écrite et expression orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences B2 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu 60 % dans chacune des épreuves. "
" Article 37 - Connaissance approfondie d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base à l'examen portant sur la connaissance approfondie d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension a l'audition, compréhension à la lecture, expression écrite et expression orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences B2 du cadre européen commun de référence pour les langues, à condition qu'il ait obtenu 60 % dans chacune des épreuves. "
Art. 120. Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 38 - Voldoende kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de voldoende kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat hij 60 % in elk examengedeelte heeft behaald. "
" Artikel 38 - Voldoende kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de voldoende kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet, op voorwaarde dat hij 60 % in elk examengedeelte heeft behaald. "
Art. 120. L'article 38 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Article 38 - Connaissance suffisante d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base a l'examen portant sur la connaissance suffisante d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension à l'audition, compréhension à la lecture, langue écrite et langue orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences B1 du cadre européen commun de référence pour les langues, a condition qu'il ait obtenu 60 % dans chacune des épreuves. "
" Article 38 - Connaissance suffisante d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base a l'examen portant sur la connaissance suffisante d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension à l'audition, compréhension à la lecture, langue écrite et langue orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences B1 du cadre européen commun de référence pour les langues, a condition qu'il ait obtenu 60 % dans chacune des épreuves. "
Art. 121. In hetzelfde decreet wordt een artikel 38bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 38bis - Elementaire kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de elementaire kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet. "
" Artikel 38bis - Elementaire kennis van een taal - Vaardigheden en inhoud van het examen
§ 1 - Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen dient als basis voor het examen over de elementaire kennis van een taal.
§ 2 - Het examen omvat vier examengedeelten : begrijpend horen, begrijpend lezen, schriftelijke expressie en mondelinge expressie. De examens zijn openbaar.
§ 3 - Het examen wordt als geslaagd beschouwd als de kandidaat aan het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voldoet. "
Art. 121. Dans le même décret, il est inséré un article 38bis, libellé comme suit :
" Article 38bis - Connaissance élémentaire d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base à l'examen portant sur la connaissance élémentaire d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension à l'audition, compréhension à la lecture, langue écrite et langue orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences A2 du cadre européen commun de référence pour les langues. "
" Article 38bis - Connaissance élémentaire d'une langue - compétences et contenu de l'examen
§ 1er - Le cadre européen de référence pour les langues sert de base à l'examen portant sur la connaissance élémentaire d'une langue.
§ 2 - L'examen comporte quatre épreuves : compréhension à l'audition, compréhension à la lecture, langue écrite et langue orale. Les épreuves sont publiques.
§ 3 - L'examen est censé être réussi lorsque le candidat satisfait au niveau de compétences A2 du cadre européen commun de référence pour les langues. "
Art. 122. Artikel 52 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2005, wordt met een vierde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Naast de in artikel 26 vermelde bewijzen gelden ook als bewijs van de grondige of voldoende kennis van het Frans de attesten over de grondige of de voldoende kennis van het Frans als onderwijstaal of als vreemde taal die tot en met het schooljaar 2007-2008 uitgereikt zijn door de examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap. "
Hetzelfde artikel wordt met een vijfde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Naast de in artikel 26 vermelde bewijzen geldt ook als bewijs van de grondige kennis van het Frans het diploma van lager onderwijzer dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap vóór de inwerkingtreding van dit decreet uitgereikt is, op voorwaarde dat het diploma vermeldt dat het personeelslid de optiecursus "Frans" met vrucht heeft gevolgd. "
Hetzelfde artikel wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" De lagere onderwijzers die niet over een attest van de grondige kennis van het Frans beschikken en vóór 1 juli 2008 tewerkgesteld waren in een school in de Duitstalige Gemeenschap, kunnen het voormeld attest tot 1 april 2011 bij een door de Duitstalige Gemeenschap erkend instituut verkrijgen. "
Hetzelfde artikel wordt met een zevende lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het bewijs van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs geldt als geleverd, wat de personeelsleden betreft die vóór 1 juli 2004 een ambt van kleuteronderwijzer in een kleuterschool in de Duitstalige Gemeenschap bekleedden. "
" Naast de in artikel 26 vermelde bewijzen gelden ook als bewijs van de grondige of voldoende kennis van het Frans de attesten over de grondige of de voldoende kennis van het Frans als onderwijstaal of als vreemde taal die tot en met het schooljaar 2007-2008 uitgereikt zijn door de examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap. "
Hetzelfde artikel wordt met een vijfde lid aangevuld, luidend als volgt :
" Naast de in artikel 26 vermelde bewijzen geldt ook als bewijs van de grondige kennis van het Frans het diploma van lager onderwijzer dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap vóór de inwerkingtreding van dit decreet uitgereikt is, op voorwaarde dat het diploma vermeldt dat het personeelslid de optiecursus "Frans" met vrucht heeft gevolgd. "
Hetzelfde artikel wordt met een zesde lid aangevuld, luidend als volgt :
" De lagere onderwijzers die niet over een attest van de grondige kennis van het Frans beschikken en vóór 1 juli 2008 tewerkgesteld waren in een school in de Duitstalige Gemeenschap, kunnen het voormeld attest tot 1 april 2011 bij een door de Duitstalige Gemeenschap erkend instituut verkrijgen. "
Hetzelfde artikel wordt met een zevende lid aangevuld, luidend als volgt :
" Het bewijs van de kennis in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs geldt als geleverd, wat de personeelsleden betreft die vóór 1 juli 2004 een ambt van kleuteronderwijzer in een kleuterschool in de Duitstalige Gemeenschap bekleedden. "
Art. 122. L'article 52 du même décret, modifié par le décret du 6 juin 2005, est complété par un quatrième alinéa, libellé comme suit :
" Outre les titres mentionnes à l'article 26, les certificats de connaissance approfondie ou suffisante de la langue française comme langue de l'enseignement ou langue étrangère et délivrés par le jury d'examens de la Communauté germanophone jusqu'à l'année scolaire 2007-2008 incluse sont considérés comme constituant une preuve de la connaissance approfondie de la langue française. ".
Le même article est complété par un cinquième alinéa, libellé comme suit :
" Outre les titres mentionnés à l'article 26, le diplôme d'instituteur primaire délivré par une haute école en Communauté germanophone avant l'entrée en vigueur du présent décret, est considéré comme constituant une preuve de la connaissance approfondie de la langue française, à condition que le diplôme mentionne que le membre du personnel a suivi avec fruit le cours à option Français'. ".
Le même article est complété par un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Les instituteurs primaires qui ne disposent pas d'une attestation de la connaissance approfondie de la langue française et étaient occupés auprès d'une école en Communauté germanophone avant le 1er juillet 2008 peuvent obtenir cette attestation jusqu'au 1er avril 2011 auprès d'un institut agréé par la Communauté germanophone. "
Le même article est complété par un septième alinéa, libellé comme suit :
" Les membres du personnel qui, avant le 1er juillet 2004, occupaient la fonction d'instituteur maternel auprès d'une section maternelle en Communauté germanophone sont censés avoir fourni la preuve de connaissances en didactique des langues étrangères. ".
" Outre les titres mentionnes à l'article 26, les certificats de connaissance approfondie ou suffisante de la langue française comme langue de l'enseignement ou langue étrangère et délivrés par le jury d'examens de la Communauté germanophone jusqu'à l'année scolaire 2007-2008 incluse sont considérés comme constituant une preuve de la connaissance approfondie de la langue française. ".
Le même article est complété par un cinquième alinéa, libellé comme suit :
" Outre les titres mentionnés à l'article 26, le diplôme d'instituteur primaire délivré par une haute école en Communauté germanophone avant l'entrée en vigueur du présent décret, est considéré comme constituant une preuve de la connaissance approfondie de la langue française, à condition que le diplôme mentionne que le membre du personnel a suivi avec fruit le cours à option Français'. ".
Le même article est complété par un sixième alinéa, libellé comme suit :
" Les instituteurs primaires qui ne disposent pas d'une attestation de la connaissance approfondie de la langue française et étaient occupés auprès d'une école en Communauté germanophone avant le 1er juillet 2008 peuvent obtenir cette attestation jusqu'au 1er avril 2011 auprès d'un institut agréé par la Communauté germanophone. "
Le même article est complété par un septième alinéa, libellé comme suit :
" Les membres du personnel qui, avant le 1er juillet 2004, occupaient la fonction d'instituteur maternel auprès d'une section maternelle en Communauté germanophone sont censés avoir fourni la preuve de connaissances en didactique des langues étrangères. ".
TITEL IV. [1 - Slotbepalingen]1
TITRE IV. [1 Dispositions finales]1
Art.122.1. [1 - Bij een personeelslid dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 111.7, eerste lid, wordt in afwijking van artikel 111.7, eerste lid, voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 de waarde van het maximum van de weddeschaal verhoogd met een waarde die gelijk is aan tweemaal de waarde van de laatste tweejaarlijkse verhoging van de weddeschaal.]1
Art.122.1. [1 - Par dérogation à l'article 111.7, alinéa 1er, la valeur maximale du barème est augmentée d'une valeur égale au double de la dernière biennale pendant la période entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2023 en ce qui concerne le membre du personnel qui remplit les conditions mentionnées à l'article 111.7, alinéa 1er.]1
Art.122.2. [1 - Een personeelslid dat vóór 1 januari 2022 recht heeft gekregen op de in artikel 111.7, eerste lid, verworven aanvullende tweejaarlijkse verhogingen, maar dit recht op 1 januari 2022 verliest, blijft vanaf 1 januari 2022 de wedde ontvangen die hij op 31 december 2021 ontving, totdat het personeelslid op basis van de op 1 januari 2022 geldige bezoldigingsregeling recht heeft op een hogere wedde.]1
Art.122.2. [1 - Pour le membre du personnel qui a demandé, avant le 1er janvier 2022 le droit à la biennale complémentaire acquise selon l'article 111.7, alinéa 1er, mais perd toutefois ce droit au 1er janvier 2022, le traitement correspond toujours, à partir de cette date, à celui perçu au 31 décembre 2021 jusqu'à ce que ledit membre puisse avoir droit à un traitement plus élevé sur la base du régime pécuniaire applicable à partir du 1er janvier 2022.]1
Art. 123. De artikelen 116, 117 en 122 treden in werking op 1 april 2008.
De titel I en de artikelen 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120 en 121 treden in werking op 1 september 2008.
De artikelen 103, 104, 107, 108 en 109 treden in werking op 1 januari 2009.
[1 Artikel 106 treedt in werking op 1 september 2013.]1
De artikelen 110 et 111 treden in werking op 1 januari 2010.
[1 Artikel 105 treedt in werking op 1 september 2014.]1
De titel I en de artikelen 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120 en 121 treden in werking op 1 september 2008.
De artikelen 103, 104, 107, 108 en 109 treden in werking op 1 januari 2009.
[1 Artikel 106 treedt in werking op 1 september 2013.]1
De artikelen 110 et 111 treden in werking op 1 januari 2010.
[1 Artikel 105 treedt in werking op 1 september 2014.]1
Modifications
Art. 123. Les articles 116, 117 et 122 produisent leurs effets le 1er avril 2008.
Le titre Ier et les articles 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120 et 121 entrent en vigueur le 1er septembre 2008.
Les articles 103, 104, 107, 108 et 109 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
[1 L'article 106 entre en vigueur le 1er septembre 2013.]1
Les articles 110 et 111 entrent en vigueur le 1er janvier 2010.
[1 L'article 105 entre en vigueur le 1er septembre 2014.]1
Le titre Ier et les articles 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120 et 121 entrent en vigueur le 1er septembre 2008.
Les articles 103, 104, 107, 108 et 109 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
[1 L'article 106 entre en vigueur le 1er septembre 2013.]1
Les articles 110 et 111 entrent en vigueur le 1er janvier 2010.
[1 L'article 105 entre en vigueur le 1er septembre 2014.]1
Modifications
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage I
Weddeschalen - Bedragen in euro
I/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 73,05
02 (1) x 691,06
11 (2) x 1.292,94
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 72,31
02 (1) x 684,08
11 (2) x 1.279,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1.306,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1.306,00
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
12 (2) x 1.306,00
I/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
21.836,37 - 36.895,86
10 (2) x 1.369,04
01 (2) x 1.369,09
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
21.615,80 - 36.523,18
10 (2) x 1.355,21
01 (2) x 1.355,28
I/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
10 (2) x 1.369,04
01 (2) x 1.369,09
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
10 (2) x 1.355,21
01 (2) x 1.355,28
I/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
21.615,80 - 36.523,18
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.836,37 - 36.895,86
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
22.056,94 - 37.268,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
22.056,94 - 37.921,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
22.056,94 - 38.574,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
I/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
I/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
22.431,47 - 36.523,18
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
22.660,37 - 36.895,86
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
22.889,27 - 37.268,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
22.889,27 - 37.921,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
22.889,27 - 38.574,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
II+/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 55,94
02 (1) x 546,43
01 (2) x 896,24
01 (2) x 912,96
10 (2) x 913,97
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 55,38
02 (1) x 540,91
01 (2) x 887,18
01 (2) x 903,73
10 (2) x 904,74
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
11 (2) x 923,20
II+/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
17.330,16 - 28.937,38
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
17.155,11 - 28.645,09
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.155,11 - 28.645,09
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.330,16 - 28.937,38
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.505,21 - 29.229,68
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.505,21 - 29.691,28
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.505,21 - 30.152,88
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.802,48 - 28.645,09
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.984,13 - 28.937,38
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.165,79 - 29.229,68
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.165,79 - 29.691,28
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
18.165,79 - 30.152,88
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,94
02 (1) x 524,62
01 (2) x 721,34
01 (2) x 722,05
10 (2) x 735,63
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,48
02 (1) x 519,32
01 (2) x 714,06
01 (2) x 714,75
10 (2) x 728,20
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
11 (2) x 743,06
II/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.913,10 - 26.329,26
12 (2) x 784,68
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.742,19 - 26.063,31
12 (2) x 776,76
II/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
12 (2) x 784,68
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 473,81
12 (2) x 776,76
II/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.742,19 - 26.063,31
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.913,10 - 26.329,26
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.083,89 - 26.595,21
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.083,89 - 26.966,74
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
17.083,89 - 27.338,27
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 478,81
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/B/2
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,49
01 (1) x 519,32
01 (1) x 540,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,97
01 (1) x 524,64
01 (1) x 546,33
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.374,00 - 26.063,31
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.551,33 - 26.329,26
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.728,57 - 26.595,21
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.728,57 - 26.966,74
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
17.728,57 - 27.338,27
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
III/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 0
01 (1) x 128,86
01 (1) x 299,98
13 (2) x 557,16
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 0
01 (1) x 127,56
01 (1) x 296,97
13 (2) x 551,53
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
14 (2) x 562,79
III/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.645,61 - 23.846,43
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.477,48 - 23.605,55
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.174,51 - 23.605,55
01 (1) x 471,10
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/2
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,86
01 (2) x 342,24
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (2) x 338,80
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.477,48 - 23.605,55
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.645,61 - 23.846,43
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.813,75 - 24.087,30
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.813,75 - 24.368,70
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.813,75 - 24.650,09
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 471,10
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/2
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.138,67 - 23.605,55
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.303,35 - 23.846,43
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.468,03 - 24.087,30
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.468,03 - 24.368,70
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.468,03 - 24.650,09
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/3
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,84
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.099,24 - 23.605,55
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.273,77 - 23.846,43
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.448,23 - 24.087,30
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.448,23 - 24.368,70
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
17.448,23 - 24.650,09
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79.]1
Weddeschalen - Bedragen in euro
I/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 73,05
02 (1) x 691,06
11 (2) x 1.292,94
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 72,31
02 (1) x 684,08
11 (2) x 1.279,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1.306,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1.306,00
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
12 (2) x 1.306,00
I/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
21.836,37 - 36.895,86
10 (2) x 1.369,04
01 (2) x 1.369,09
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
21.615,80 - 36.523,18
10 (2) x 1.355,21
01 (2) x 1.355,28
I/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
10 (2) x 1.369,04
01 (2) x 1.369,09
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
10 (2) x 1.355,21
01 (2) x 1.355,28
I/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
21.615,80 - 36.523,18
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.836,37 - 36.895,86
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
22.056,94 - 37.268,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
22.056,94 - 37.921,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
22.056,94 - 38.574,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
I/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
I/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
22.431,47 - 36.523,18
10 (2) x 1.281,06
01 (2) x 1.281,11
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
22.660,37 - 36.895,86
10 (2) x 1.294,13
01 (2) x 1.294,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
22.889,27 - 37.268,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
22.889,27 - 37.921,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 653,00
- vanaf 1 januari 2024
22.889,27 - 38.574,55
10 (2) x 1.307,20
01 (2) x 1.307,28
01 (2) x 1.306,00
II+/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 55,94
02 (1) x 546,43
01 (2) x 896,24
01 (2) x 912,96
10 (2) x 913,97
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 55,38
02 (1) x 540,91
01 (2) x 887,18
01 (2) x 903,73
10 (2) x 904,74
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
11 (2) x 923,20
II+/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
17.330,16 - 28.937,38
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
17.155,11 - 28.645,09
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.155,11 - 28.645,09
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.330,16 - 28.937,38
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.505,21 - 29.229,68
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.505,21 - 29.691,28
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.505,21 - 30.152,88
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.802,48 - 28.645,09
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.984,13 - 28.937,38
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.165,79 - 29.229,68
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.165,79 - 29.691,28
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- vanaf 1 januari 2024
18.165,79 - 30.152,88
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,94
02 (1) x 524,62
01 (2) x 721,34
01 (2) x 722,05
10 (2) x 735,63
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,48
02 (1) x 519,32
01 (2) x 714,06
01 (2) x 714,75
10 (2) x 728,20
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
11 (2) x 743,06
II/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.913,10 - 26.329,26
12 (2) x 784,68
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.742,19 - 26.063,31
12 (2) x 776,76
II/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
12 (2) x 784,68
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 473,81
12 (2) x 776,76
II/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.742,19 - 26.063,31
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.913,10 - 26.329,26
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.083,89 - 26.595,21
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.083,89 - 26.966,74
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
17.083,89 - 27.338,27
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 478,81
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/B/2
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,49
01 (1) x 519,32
01 (1) x 540,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,97
01 (1) x 524,64
01 (1) x 546,33
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.374,00 - 26.063,31
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.551,33 - 26.329,26
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.728,57 - 26.595,21
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.728,57 - 26.966,74
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- vanaf 1 januari 2024
17.728,57 - 27.338,27
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
III/D
- voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 0
01 (1) x 128,86
01 (1) x 299,98
13 (2) x 557,16
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 0
01 (1) x 127,56
01 (1) x 296,97
13 (2) x 551,53
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
14 (2) x 562,79
III/C
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.645,61 - 23.846,43
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.477,48 - 23.605,55
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/1
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.174,51 - 23.605,55
01 (1) x 471,10
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/2
- voor de periode van 1 september 2013 tot 31 december 2013
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,86
01 (2) x 342,24
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 augustus 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (2) x 338,80
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/B
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.477,48 - 23.605,55
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.645,61 - 23.846,43
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.813,75 - 24.087,30
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.813,75 - 24.368,70
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.813,75 - 24.650,09
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/1
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 471,10
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/2
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.138,67 - 23.605,55
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.303,35 - 23.846,43
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.468,03 - 24.087,30
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.468,03 - 24.368,70
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.468,03 - 24.650,09
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/3
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,84
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/A
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.099,24 - 23.605,55
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.273,77 - 23.846,43
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.448,23 - 24.087,30
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.448,23 - 24.368,70
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- vanaf 1 januari 2024
17.448,23 - 24.650,09
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79.]1
Modifications
Art. N1. [1 Annexe Ire
Echelles de traitement - Montants en euros
I/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 73,05
02 (1) x 691,06
11 (2) x 1 292,94
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 72,31
02 (1) x 684,08
11 (2) x 1 279,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1 306,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1 306,00
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
12 (2) x 1 306,00
I/C
- pour la période allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013
21.836,37 - 36.895,86
10 (2) x 1 369,04
01 (2) x 1 369,09
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
21.615,80 - 36.523,18
10 (2) x 1 355,21
01 (2) x 1 355,28
I/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
10 (2) x 1 369,04
01 (2) x 1 369,09
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
10 (2) x 1 355,21
01 (2) x 1 355,28
I/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
21.615,80 - 36.523,18
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.836,37 - 36.895,86
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
22.056,94 - 37.268,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
22.056,94 - 37.921,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
22.056,94 - 38.574,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
I/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
I/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
22.431,47 - 36.523,18
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
22.660,37 - 36.895,86
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
22.889,27 - 37.268,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
22.889,27 - 37.921,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
22.889,27 - 38.574,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
II+/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 55,94
02 (1) x 546,43
01 (2) x 896,24
01 (2) x 912,96
10 (2) x 913,97
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 55,38
02 (1) x 540,91
01 (2) x 887,18
01 (2) x 903,73
10 (2) x 904,74
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
11 (2) x 923,20
II+/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
17.330,16 - 28.937,38
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
17.155,11 - 28.645,09
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.155,11 - 28.645,09
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.330,16 - 28.937,38
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.505,21 - 29.229,68
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.505,21 - 29.691,28
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.505,21 - 30.152,88
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.802,48 - 28.645,09
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.984,13 - 28.937,38
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.165,79 - 29.229,68
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.165,79 - 29.691,28
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
18.165,79 - 30.152,88
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,94
02 (1) x 524,62
01 (2) x 721,34
01 (2) x 722,05
10 (2) x 735,63
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,48
02 (1) x 519,32
01 (2) x 714,06
01 (2) x 714,75
10 (2) x 728,20
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
11 (2) x 743,06
II/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.913,10 - 26.329,26
12 (2) x 784,68
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.742,19 - 26.063,31
12 (2) x 776,76
III/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
12 (2) x 784,68
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 473,81
12 (2) x 776,76
II/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.742,19 - 26.063,31
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.913,10 - 26.329,26
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.083,89 - 26.595,21
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.083,89 - 26.966,74
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
17.083,89 - 27.338,27
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II+/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 478,81
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II+/B/2
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,49
01 (1) x 519,32
01 (1) x 540,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,97
01 (1) x 524,64
01 (1) x 546,33
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.374,00 - 26.063,31
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.551,33 - 26.329,26
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.728,57 - 26.595,21
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.728,57 - 26.966,74
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
17.728,57 - 27.338,27
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
III/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 0
01 (1) x 128,86
01 (1) x 299,98
13 (2) x 557,16
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 0
01 (1) x 127,56
01 (1) x 296,97
13 (2) x 551,53
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
14 (2) x 562,79
III/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.645,61 - 23.846,43
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.477,48 - 23.605,55
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.174,51 - 23.605,55
01 (1) x 471,10
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/2
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,86
01 (2) x 342,24
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (2) x 338,80
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.477,48 - 23.605,55
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.645,61 - 23.846,43
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.813,75 - 24.087,30
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.813,75 - 24.368,70
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.813,75 - 24.650,09
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 471,10
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/2
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.138,67 - 23.605,55
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.303,35 - 23.846,43
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.468,03 - 24.087,30
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.468,03 - 24.368,70
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.468,03 - 24.650,09
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/3
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,84
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.099,24 - 23.605,55
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.273,77 - 23.846,43
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.448,23 - 24.087,30
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.448,23 - 24.368,70
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
17.448,23 - 24.650,09
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79]1
Echelles de traitement - Montants en euros
I/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 73,05
02 (1) x 691,06
11 (2) x 1 292,94
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 72,31
02 (1) x 684,08
11 (2) x 1 279,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1 306,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
11 (2) x 1 306,00
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 73,79
02 (1) x 698,04
12 (2) x 1 306,00
I/C
- pour la période allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013
21.836,37 - 36.895,86
10 (2) x 1 369,04
01 (2) x 1 369,09
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
21.615,80 - 36.523,18
10 (2) x 1 355,21
01 (2) x 1 355,28
I/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
10 (2) x 1 369,04
01 (2) x 1 369,09
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
10 (2) x 1 355,21
01 (2) x 1 355,28
I/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
21.615,80 - 36.523,18
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.836,37 - 36.895,86
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
22.056,94 - 37.268,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
22.056,94 - 37.921,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
22.056,94 - 38.574,55
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
I/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
21.004,03 - 36.523,18
01 (1) x 611,77
01 (1) x 815,67
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
21.218,35 - 36.895,86
01 (1) x 618,02
01 (1) x 824,00
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
21.432,68 - 37.268,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
21.432,68 - 37.921,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
21.432,68 - 38.574,55
01 (1) x 624,26
01 (1) x 832,33
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
I/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
22.431,47 - 36.523,18
10 (2) x 1 281,06
01 (2) x 1 281,11
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
22.660,37 - 36.895,86
10 (2) x 1 294,13
01 (2) x 1 294,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
22.889,27 - 37.268,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
22.889,27 - 37.921,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 653,00
- à partir du 1er janvier 2024
22.889,27 - 38.574,55
10 (2) x 1 307,20
01 (2) x 1 307,28
01 (2) x 1 306,00
II+/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 55,94
02 (1) x 546,43
01 (2) x 896,24
01 (2) x 912,96
10 (2) x 913,97
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 55,38
02 (1) x 540,91
01 (2) x 887,18
01 (2) x 903,73
10 (2) x 904,74
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
10 (2) x 923,20
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 56,52
02 (1) x 551,95
01 (2) x 905,30
01 (2) x 922,18
11 (2) x 923,20
II+/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
17.330,16 - 28.937,38
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
17.155,11 - 28.645,09
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
11 (2) x 967,26
01 (2) x 967,36
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
11 (2) x 957,49
01 (2) x 957,59
II+/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.155,11 - 28.645,09
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.330,16 - 28.937,38
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.505,21 - 29.229,68
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.505,21 - 29.691,28
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.505,21 - 30.152,88
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.669,58 - 28.645,09
01 (1) x 485,53
01 (1) x 647,37
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.839,68 - 28.937,38
01 (1) x 490,48
01 (1) x 653,97
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.009,78 - 29.229,68
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.009,78 - 29.691,28
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
17.009,78 - 30.152,88
01 (1) x 495,43
01 (1) x 660,58
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.802,48 - 28.645,09
11 (2) x 903,55
01 (2) x 903,56
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.984,13 - 28.937,38
11 (2) x 912,77
01 (2) x 912,78
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.165,79 - 29.229,68
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.165,79 - 29.691,28
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 461,60
- à partir du 1er janvier 2024
18.165,79 - 30.152,88
11 (2) x 921,99
01 (2) x 922,00
01 (2) x 923,20
II+/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,94
02 (1) x 524,62
01 (2) x 721,34
01 (2) x 722,05
10 (2) x 735,63
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,48
02 (1) x 519,32
01 (2) x 714,06
01 (2) x 714,75
10 (2) x 728,20
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
10 (2) x 743,06
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
02 (1) x 529,92
01 (2) x 728,63
01 (2) x 729,34
11 (2) x 743,06
II/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.913,10 - 26.329,26
12 (2) x 784,68
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.742,19 - 26.063,31
12 (2) x 776,76
III/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
12 (2) x 784,68
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 473,81
12 (2) x 776,76
II/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.742,19 - 26.063,31
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.913,10 - 26.329,26
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.083,89 - 26.595,21
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.083,89 - 26.966,74
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
17.083,89 - 27.338,27
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II+/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 478,81
01 (1) x 631,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 478,71
01 (1) x 638,23
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 483,50
01 (1) x 644,68
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II+/B/2
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.268,38 - 26.063,31
01 (1) x 45,49
01 (1) x 519,32
01 (1) x 540,81
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.434,39 - 26.329,26
01 (1) x 45,97
01 (1) x 524,64
01 (1) x 546,33
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.600,39 - 26.595,21
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.600,39 - 26.966,74
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
16.600,39 - 27.338,27
01 (1) x 46,41
01 (1) x 529,92
01 (1) x 551,85
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
II/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.374,00 - 26.063,31
11 (2) x 724,10
01 (2) x 724,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.551,33 - 26.329,26
11 (2) x 731,49
01 (2) x 731,54
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.728,57 - 26.595,21
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.728,57 - 26.966,74
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 371,53
- à partir du 1er janvier 2024
17.728,57 - 27.338,27
11 (2) x 738,88
01 (2) x 738,96
01 (2) x 743,06
III/D
- pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 0
01 (1) x 128,86
01 (1) x 299,98
13 (2) x 557,16
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 0
01 (1) x 127,56
01 (1) x 296,97
13 (2) x 551,53
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
13 (2) x 562,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 0
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
14 (2) x 562,79
III/C
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.645,61 - 23.846,43
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.477,48 - 23.605,55
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/1
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.174,51 - 23.605,55
01 (1) x 471,10
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/C/2
- pour la période allant du 1er septembre 2013 au 31 décembre 2013
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,86
01 (2) x 342,24
12 (2) x 553,91
01 (2) x 553,90
- pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 août 2014
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (2) x 338,80
12 (2) x 548,31
01 (2) x 548,35
III/B
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.477,48 - 23.605,55
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.645,61 - 23.846,43
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.813,75 - 24.087,30
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.813,75 - 24.368,70
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.813,75 - 24.650,09
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/1
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 466,35
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 471,10
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 475,86
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/2
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.138,67 - 23.605,55
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.303,35 - 23.846,43
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.468,03 - 24.087,30
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.468,03 - 24.368,70
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.468,03 - 24.650,09
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/B/3
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
16.011,13 - 23.605,55
01 (1) x 127,54
01 (1) x 296,94
01 (1) x 41,87
01 (1) x 621,76
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
16.174,51 - 23.846,43
01 (1) x 128,84
01 (1) x 299,97
01 (1) x 42,29
01 (1) x 628,16
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
16.337,89 - 24.087,30
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
16.337,89 - 24.368,70
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
16.337,89 - 24.650,09
01 (1) x 130,14
01 (1) x 303,00
01 (1) x 42,72
01 (1) x 634,48
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79
III/A
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.099,24 - 23.605,55
12 (2) x 500,48
01 (2) x 500,55
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.273,77 - 23.846,43
12 (2) x 505,58
01 (2) x 505,70
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.448,23 - 24.087,30
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.448,23 - 24.368,70
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 281,40
- à partir du 1er janvier 2024
17.448,23 - 24.650,09
12 (2) x 510,69
01 (2) x 510,79
01 (2) x 562,79]1
Modifications
Art. N2. [1 Bijlage 2.
1. Voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en voor de periode van [2 1 januari 2017]2 tot 31 december 2018 :
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
1. Voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013 en voor de periode van [2 1 januari 2017]2 tot 31 december 2018 :
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
Art. N2. Annexe 2.
[1 1° Pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du [2 1er janvier 2017]2 au 31 décembre 2018 :
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
[1 1° Pour les périodes allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 et du [2 1er janvier 2017]2 au 31 décembre 2018 :
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
| Werkman Onderhoudswerkman Hulpkok 13.202,29 - 15.012,72 03 (1) x 116,37 02 (2) x 62,26 10 (2) x 133,68 | Vakman Geschoold onderhoudswerkman Kok 13.666,77 - 17.769,50 03 (1) x 149,95 05 (2) x 208,36 06 (2) x 285,56 02 (2) x 448,86 |
| Eerste vakman Eerste geschoold onderhoudswerkman Eerste kok 13.766,52 - 18.389,35 03 (1) x 149,95 05 (2) x 236,82 08 (2) x 373,61 | Eerste gespecialiseerde werkman-ploegbaas Eerste geschoold onderhoudswerkman Ploegbaas Eerste kok-ploegbaas 14.260,16 - 19.444,04 03 (1) x 234,05 05 (2) x 298,57 08 (2) x 373,61 |
Onderhoudswerkman
Hulpkok
13.202,29 - 15.012,72
03 (1) x 116,37
02 (2) x 62,26
10 (2) x 133,68
Vakman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
13.666,77 - 17.769,50
03 (1) x 149,95
05 (2) x 208,36
06 (2) x 285,56
02 (2) x 448,86Eerste vakman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
13.766,52 - 18.389,35
03 (1) x 149,95
05 (2) x 236,82
08 (2) x 373,61Eerste gespecialiseerde werkman-ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok-ploegbaas
14.260,16 - 19.444,04
03 (1) x 234,05
05 (2) x 298,57
08 (2) x 373,61
2. Voor de periode van 1 januari 2014 tot 31 december [2 2016]2:
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
| Ouvrier Ouvrier d'entretien Aide-cuisinier 13.202,29 - 15.012,72 03 (1) x 116,37 02 (2) x 62,26 10 (2) x 133,68 | Ouvrier spécialisé Ouvrier d'entretien qualifié Cuisinier 13.666,77 - 17.769,50 03 (1) x 149,95 05 (2) x 208,36 06 (2) x 285,56 02 (2) x 448,86 |
| Premier ouvrier spécialisé Premier ouvrier d'entretien qualifié Premier cuisinier 13.766,52 - 18.389,35 03 (1) x 149,95 05 (2) x 236,82 08 (2) x 373,61 | Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe Premier ouvrier d'entretien qualifié Chef d'équipe Premier cuisinier-chef d'équipe 14.260,16 - 19.444,04 03 (1) x 234,05 05 (2) x 298,57 08 (2) x 373,61 |
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
13.202,29 - 15.012,72
03 (1) x 116,37
02 (2) x 62,26 10
(2) x 133,68
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier
13.666,77 - 17.769,50
03 (1) x 149,95
05 (2) x 208,36
06 (2) x 285,56
02 (2) x 448,86Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
13.766,52 - 18.389,35
03 (1) x 149,95
05 (2) x 236,82
08 (2) x 373,61Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier-chef d'équipe
14.260,16 - 19.444,04
03 (1) x 234,05
05 (2) x 298,57
08 (2) x 373,61
2° Pour la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre [2 2016]2:
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
| Werkman Onderhoudswerkman Hulpkok 13.068,93 - 14.861,07 03 (1) x 115,20 02 (2) x 61,62 10 (2) x 132,33 | Vakman Geschoold onderhoudswerkman Kok 13.528,72 - 17.590,01 03 (1) x 148,43 05 (2) x 206,26 06 (2) x 282,67 02 (2) x 444,34 |
| Eerste vakman Eerste geschoold onderhoudswerkman Eerste kok 13.627,47 - 18.203,60 03 (1) x 148,43 05 (2) x 234,44 08 (2) x 369,83 | Eerste gespecialiseerde werkman-ploegbaas Eerste geschoold onderhoudswerkman Ploegbaas Eerste kok-ploegbaas 14.116,15 - 19.247,63 03 (1) x 231,68 05 (2) x 295,56 08 (2) x 369,83 |
Onderhoudswerkman
Hulpkok
13.068,93 - 14.861,07
03 (1) x 115,20
02 (2) x 61,62
10 (2) x 132,33Vakman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
13.528,72 - 17.590,01
03 (1) x 148,43
05 (2) x 206,26
06 (2) x 282,67
02 (2) x 444,34Eerste vakman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
13.627,47 - 18.203,60
03 (1) x 148,43
05 (2) x 234,44
08 (2) x 369,83Eerste gespecialiseerde werkman-ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok-ploegbaas
14.116,15 - 19.247,63
03 (1) x 231,68
05 (2) x 295,56
08 (2) x 369,83
| Ouvrier Ouvrier d'entretien Aide-cuisinier 13.068,93 - 14.861,07 03 (1) x 115,20 02 (2) x 61,62 10 (2) x 132,33 | Ouvrier spécialisé Ouvrier d'entretien qualifié Cuisinier 13.528,72 - 17.590,01 03 (1) x 148,43 05 (2) x 206,26 06 (2) x 282,67 02 (2) x 444,34 |
| Premier ouvrier spécialisé Premier ouvrier d'entretien qualifié Premier cuisinier 13.627,47 - 18.203,60 03 (1) x 148,43 05 (2) x 234,44 08 (2) x 369,83 | Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe Premier ouvrier d'entretien qualifié Chef d'équipe Premier cuisinier-chef d'équipe 14.116,15 - 19.247,63 03 (1) x 231,68 05 (2) x 295,56 08 (2) x 369,83 |
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
13.068,93 - 14.861,07
03 (1) x 115,20
02 (2) x 61,62
10 (2) x 132,33
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier 13.528,72 - 17.590,01
03 (1) x 148,43
05 (2) x 206,26
06 (2) x 282,67
02 (2) x 444,34Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
13.627,47 - 18.203,60
03 (1) x 148,43
05 (2) x 234,44
08 (2) x 369,83
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
[3 2.1. Voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier-chef d'équipe
14.116,15 - 19.247,63
03 (1) x 231,68
05 (2) x 295,56
08 (2) x 369,83
Chef d'équipe
Premier cuisinier-chef d'équipe
14.116,15 - 19.247,63
03 (1) x 231,68
05 (2) x 295,56
08 (2) x 369,83
| Werkman Onderhoudswerkman Hulpkok 13.862,41 - 15.763,35 03 (1) x 122,20 02 (2) x 65,37 10 (2) x 140,36 | Vakman Geschoold onderhoudswerkman Kok 14.350,11 - 18.657,98 03 (1) x 157,44 05 (2) x 218,79 06 (2) x 299,83 02 (2) x 471,31 |
| Eerste vakman Eerste geschoold onderhoudswerkman Eerste kok 14.454,85 - 19.308,81 03 (1) x 157,43 05 (2) x 248,67 08 (2) x 392,29 | Eerste vakman-ploegbaas Eerste geschoold onderhoudswerkman Ploegbaas Eerste kok - teamchef 14.973,19 - 20.416,26 03 (1) x 245,75 05 (2) x 313,50 08 (2) x 392,29 '' |
Onderhoudswerkman
Hulpkok
13.862,41 - 15.763,35
03 (1) x 122,20
02 (2) x 65,37
10 (2) x 140,36
Vakman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok 14.350,11 - 18.657,98
03 (1) x 157,44
05 (2) x 218,79
06 (2) x 299,83
02 (2) x 471,31Eerste vakman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
14.454,85 - 19.308,81
03 (1) x 157,43
05 (2) x 248,67
08 (2) x 392,29
Eerste vakman-ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok - teamchef
14.973,19 - 20.416,26
03 (1) x 245,75
05 (2) x 313,50
08 (2) x 392,29 ''
]3
3. [3 vanaf 1 januari 2019
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal - leeftijdsklasse 18 jaar
[3 2.1 pour la période allant du 1er janvier 2018 au 31 décembre 2018
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
| Werkman Onderhoudswerkman Hulpkok 14.002,43 - 15.922,58 03 (1) x 123,43 02 (2) x 66,03 10 (2) x 141,78 | Vakman Geschoold onderhoudswerkman Kok 14.495,06 - 18.846,44 03 (1) x 159,03 05 (2) x 220,99 06 (2) x 302,86 02 (2) x 476,09 |
Onderhoudswerkman
Hulpkok 14.002,43 - 15.922,58
03 (1) x 123,43
02 (2) x 66,03
10 (2) x 141,78
Vakman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
14.495,06 - 18.846,44
03 (1) x 159,03
05 (2) x 220,99
06 (2) x 302,86
02 (2) x 476,09
| Ouvrier Ouvrier d'entretien Aide-cuisinier 13 862,41 - 15 763,35 03 (1) x 122,20 02 (2) x 65,37 10 (2) x 140,36 | Ouvrier spécialisé Ouvrier d'entretien qualifié Cuisinie 14 350,11 - 18 657,98 03 (1) x 157,44 05 (2) x 218,79 06 (2) x 299,83 02 (2) x 471,31 |
| Premier ouvrier spécialisé Premier ouvrier d'entretien qualifié Premier cuisinier 14 454,85 - 19 308,81 03 (1) x 157,43 05 (2) x 248,67 08 (2) x 392,29 | Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe Premier ouvrier d'entretien qualifié Chef d'équipe Premier cuisinier - chef d'équipe 14 973,19 - 20 416,26 (1) x 245,75 05 (2) x 313,50 08 (2) x 392,29 ''. |
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
13 862,41 - 15 763,35
03 (1) x 122,20
02 (2) x 65,37
10 (2) x 140,36
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinie
14 350,11 - 18 657,98
03 (1) x 157,44
05 (2) x 218,79
06 (2) x 299,83
02 (2) x 471,31
Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
14 454,85 - 19 308,81
03 (1) x 157,43
05 (2) x 248,67
08 (2) x 392,29Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier - chef d'équipe
14 973,19 - 20 416,26
(1) x 245,75
05 (2) x 313,50
08 (2) x 392,29 ''.
]3
3° [3 à partir du 1er janvier 2019
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
| Eerste vakman Eerste geschoold onderhoudswerkman Eerste kok 14.600,86 - 19.503,85 03 (1) x 159,03 05 (2) x 251,18 08 (2) x 396,25 | Eerste vakman-ploegbaas Eerste geschoold onderhoudswerkman Ploegbaas Eerste kok - teamchef 15.124,43 - 20.622,47 03 (1) x 248,23 05 (2) x 316,67 08 (2) x 396,25 '' |
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
14.600,86 - 19.503,85
03 (1) x 159,03
05 (2) x 251,18
08 (2) x 396,25
Eerste vakman-ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok - teamchef
15.124,43 - 20.622,47
03 (1) x 248,23
05 (2) x 316,67
08 (2) x 396,25 ''
]3
[4 4° vanaf 1 januari 2021
Weddeschalen - Bedragen in euro
Tabel van de leeftijdsklasse (18 jaar)
| Ouvrier Ouvrier d'entretien Aide-cuisinier 14 002,43 - 15 922,58 03 (1) x 123,43 02 (2) x 66,03 10 (2) x 141,78 | Ouvrier spécialisé Ouvrier d'entretien qualifié Cuisinier 14 495,06 - 18 846,44 03 (1) x 159,03 05 (2) x 220,99 06 (2) x 302,86 02 (2) x 476,09 |
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
14 002,43 - 15 922,58
03 (1) x 123,43
02 (2) x 66,03
10 (2) x 141,78
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier
14 495,06 - 18 846,44
03 (1) x 159,03
05 (2) x 220,99
06 (2) x 302,86
02 (2) x 476,09
Werkman Onderhoudswerkman Hulpkok 14.282,48 - 16.241,03 03 (1) x 125,89 02 (2) x 67,34 10 (2) x 144,62 | Vakman Geschoold onderhoudswerkman Kok 14.784,96 - 19.223,37 03 (1) x 162,20 05 (2) x 225,41 06 (2) x 308,92 02 (2) x 485,62 |
Eerste vakman Eerste geschoold onderhoudswerkman Eerste kok 14.892,88 - 19.893,93 03 (1) x 162,22 05 (2) x 256,19 08 (2) x 404,18 | Eerste vakman-ploegbaas Eerste geschoold onderhoudswerkman Ploegbaas Eerste kok - teamchef 15.426,92 - 21.034,93 03 (1) x 253,19 05 (2) x 323,00 08 (2) x 404,18'' |
Werkman
Onderhoudswerkman
Hulpkok
14.282,48 - 16.241,03
03 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
10 (2) x 144,62
Vakman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
14.784,96 - 19.223,37
03 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
02 (2) x 485,62
Eerste vakman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
14.892,88 - 19.893,93
03 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
08 (2) x 404,18
Eerste vakman-ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok - teamchef
15.426,92 - 21.034,93
03 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
08 (2) x 404,18''
]4
]1
[5 5° van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal voor de leeftijdsklasse 18 jaar
Werkman
Onderhoudswerkman
Hulpkok
14.282,48 - 16.313,34
03 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
10 (2) x 144,62
01 (2) x 72,31
Gespecialiseerd werkman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
14.784,96 - 19.466,18
03 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
02 (2) x 485,62
01 (2) x 242,81
Eerste gespecialiseerde werkman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
14.892,88 - 20.096,02
03 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
08 (2) x 404,18
01 (2) x 202,09
Eerste gespecialiseerde werkman - ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok - teamchef
15.426,92 - 21.237,02
03 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
08 (2) x 404,18
01 (2) x 202,09
6° vanaf 1 januari 2024
Weddeschalen - Bedragen in euro
Weddeschaal voor de leeftijdsklasse 18 jaar
Werkman
Onderhoudswerkman
Hulpkok
14.282,48 - 16.385,65
03 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
11 (2) x 144,62
Gespecialiseerd werkman
Geschoold onderhoudswerkman
Kok
14.784,96 - 19.708,99
03 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
03 (2) x 485,62
Eerste gespecialiseerde werkman
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Eerste kok
14.892,88 - 20.298,11
03 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
09 (2) x 404,18
Eerste gespecialiseerde werkman - ploegbaas
Eerste geschoold onderhoudswerkman
Ploegbaas
Eerste kok - teamchef
15.426,92 - 21.439,11
03 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
09 (2) x 404,18.]5
Modifications
| Premier ouvrier spécialisé Premier ouvrier d'entretien qualifié Premier cuisinier 14 600,86 - 19 503,85 03 (1) x 159,03 05 (2) x 251,18 08 (2) x 396,25 | Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe Premier ouvrier d'entretien qualifié Chef d'équipe Premier cuisinier - chef d'équipe 15 124,43 - 20 622,47 03 (1) x 248,23 05 (2) x 316,67 08 (2) x 396,25 ''. |
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
14 600,86 - 19 503,85
03 (1) x 159,03
05 (2) x 251,18
08 (2) x 396,25Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier - chef d'équipe
15 124,43 - 20 622,47
03 (1) x 248,23
05 (2) x 316,67
08 (2) x 396,25 ''.
]3
[4 4° à partir du 1er janvier 2021
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
-
| Ouvrier Ouvrier d'entretien Aide-cuisinier 14 282,48 - 16 241,03 04 (1) x 125,89 02 (2) x 67,34 10 (2) x 144,62 | Ouvrier spécialisé Ouvrier d'entretien qualifié Cuisinier 14 784,96 - 19 223,37 04 (1) x 162,20 05 (2) x 225,41 06 (2) x 308,92 02 (2) x 485,62 |
| Premier ouvrier spécialisé Premier ouvrier d'entretien qualifié Premier cuisinier 14 892,88 - 19 893,93 04 (1) x 162,22 05 (2) x 256,19 08 (2) x 404,18 | Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe Premier ouvrier d'entretien qualifié Chef d'équipe Premier cuisinier - chef d'équipe 15 426,92 - 21 034,93 04 (1) x 253,19 05 (2) x 323,00 08 (2) x 404,18 ''. |
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
14 282,48 - 16 241,03
04 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
10 (2) x 144,62 Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier
14 784,96 - 19 223,37
04 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
02 (2) x 485,62 Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
14 892,88 - 19 893,93
04 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
08 (2) x 404,18
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier - chef d'équipe
15 426,92 - 21 034,93
04 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
08 (2) x 404,18 ''.
]4
]1
[5 5° pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
Ouvrier
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
14 282,48 - 16 313,34
03 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
10 (2) x 144,62
01 (2) x 72,31
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier
14 784,96 - 19 466,18
03 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
02 (2) x 485,62
01 (2) x 242,81
Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
14 892,88 - 20 096,02
03 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
08 (2) x 404,18
01 (2) x 202,09
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier - chef d'équipe
15 426,92 - 21 237,02
03 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
08 (2) x 404,18
01 (2) x 202,09
6° à partir du 1er janvier 2024
Echelles de traitement - Montants en euros
Echelle de la classe d'âge 18 ans
Ouvrier
Ouvrier d'entretien
Aide-cuisinier
14 282,48 - 16 385,65
03 (1) x 125,89
02 (2) x 67,34
11 (2) x 144,62
Ouvrier spécialisé
Ouvrier d'entretien qualifié
Cuisinier
14 784,96 - 19 708,99
03 (1) x 162,20
05 (2) x 225,41
06 (2) x 308,92
03 (2) x 485,62
Premier ouvrier spécialisé
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Premier cuisinier
14 892,88 - 20 298,11
03 (1) x 162,22
05 (2) x 256,19
09 (2) x 404,18
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
Premier ouvrier d'entretien qualifié
Chef d'équipe
Premier cuisinier - chef d'équipe
15 426,92 - 21 439,11
03 (1) x 253,19
05 (2) x 323,00
09 (2) x 404,18.]5
Modifications
Art. N3. [1 Bijlage III
Art. N3. [1 Annexe III
| Weddeschaal | Code van het besluit | Niveau |
| 542 | 411 | I |
| 518 | I | |
| 801 | 495 | I |
| 166 | 180 | I |
| 504 | 270 | I |
| 503 | 422/I | I |
| 527 | 455 | I |
| 501 | 415 | I |
| 505 | 193 | I |
| 508 | 275 | I |
| 511 | 471 | I |
| 511bis | 471/I | I |
| 344 | 185 | I |
| 516 | 485 | I |
| 515 | 475 | I |
| 515bis | 475/I | I |
| 545 | 193/1 | I |
| 509 | 429 | I |
| 506 | 460 | I |
| 165 | 190/1 | I |
| 313 | 190/1 | I |
| 502 | 422 | I |
| 521 | 422 | I |
| 817 | 496 | I |
| 417 | 340 | I |
| 418 | 245 | I |
| 514 | 475 | I |
| 578 | 270/1 | I |
| 179 | 270 | I |
| 180 | 270 | I |
| 149 | 270 | I |
| 150 | 270 | I |
| 665 | Decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool | I |
| I/D | Decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep | I |
| I/C | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/C/1 | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/B | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/B/1 | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/A | Decreet van 21 april 2008 | I |
| 586 | 486 | I |
| 587 | 487 | I |
| 588 | 488 | I |
| 589 | 489 | I |
| 590 | 490 | I |
| 322 | II+ | |
| 596 | II+ | |
| 171 | 216 | II+ |
| 422 | 216 | II+ |
| 301 | 216 | II+ |
| 121 | 216 | II+ |
| 158 | 216 | II+ |
| 337 | 316 | II+ |
| 152 | 216 | II+ |
| 345 | 211 | II+ |
| 198 | 216 | II+ |
| 162 | 145 | II+ |
| 124 | 113 | II+ |
| 428 | 144 | II+ |
| 163 | 146 | II+ |
| 148 | 209/1 | II+ |
| 312 | 245 | II+ |
| 178 | 208/3 | II+ |
| 212 | 212 | II+ |
| 164 | 167 | II+ |
| 159 | 150 | II+ |
| 315 | 330 | II+ |
| 414 | 255 | II+ |
| 248 | 248 | II+ |
| 231 | 231 | II+ |
| 316 | 260 | II+ |
| 318 | 350 | II+ |
| 147 | 208/4 | II+ |
| 336 | II+ | |
| 381 | 216/1 | II+ |
| 201 | II+ | |
| 106 | 152 | II+ |
| 346 | 245 | II+ |
| 174 | 207/3 | II+ |
| 348 | II+ | |
| 302 | 222 | II+ |
| 177 | 208/1 | II+ |
| 304 | 240 | II+ |
| 311 | 240 | II+ |
| 800 | 290 | II+ |
| 305 | 226 | II+ |
| 347 | 340 | II+ |
| 194 | 152/1 | II+ |
| 335 | 220 | II+ |
| 147 | 208/4 | II+ |
| 162 | 145 | II+ |
| 351 | II+ | |
| 726 | II+ | |
| II+/D | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/C | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/C/1 | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/B | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/B/1 | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/A | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| 361 | 109/1 | II |
| 727 | 206/2 | II |
| 197 | 144 | II |
| 255 | 206/1 | II |
| 176 | II | |
| 469 | 206/2 | II |
| 125 | 030 | II |
| 183 | 206/2 | II |
| 256 | II | |
| 191 | 144/1 | II |
| 157 | 143/1 | II |
| 182 | 206/3 | II |
| 122 | 020 | II |
| 199 | 020 | II |
| 151 | 015 | II |
| II/D | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/C | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/C/1 | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/1 | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/2 | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/A | Decreet van 21 april 2008 | II |
| 964 | RB (Regeringsbesluit) 13 februari 2003 | III |
| 068 | RB 13.02.2003 | III |
| 073 | RB 13.02.2003 | III |
| 942 | RB 13.02.2003 | III |
| 969 | RB 13.02.2003 | III |
| 067 | RB 13.02.2003 | III |
| 963 | RB 13.02.2003 | III |
| 153 | III | |
| 968 | RB 13.02.2003 | III |
| III/D | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/C | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/C/1 | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/C/2 | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/1 | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/2 | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/A | Decreet van 21 april 2008 | III |
| 370 | Decreet van 21 april 2008 | IV |
| 371 | Decreet van 21 april 2008 | IV |
| 372 | Decreet van 21 april 2008 | IV |
| 373 | Decreet van 21 april 2008 | IV |
| I/DX | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/DXV | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/BX | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/BXV | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/B/1X | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/B/1XV | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/AX | Decreet van 21 april 2008 | I |
| I/AXV | Decreet van 21 april 2008 | I |
| II+/DX | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/DXV | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/B/1X | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/B/1XV | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/BX | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/BXV | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/AX | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II+/AXV | Decreet van 21 april 2008 | II+ |
| II/DX | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/DXV | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/2X | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/2XV | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/1X | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/B/1XV | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/BX | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/BXV | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/AX | Decreet van 21 april 2008 | II |
| II/AXV | Decreet van 21 april 2008 | II |
| III/DX | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/DXV | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/3X | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/3XV | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/2X | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B2XV | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/1X | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/B/1XV | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/BX | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/BXV | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/AX | Decreet van 21 april 2008 | III |
| III/AXV | Decreet van 21 april 2008 | III |
Decreet van 21 april 2008 IV 371
Decreet van 21 april 2008 IV 372 Decreet van 21 april 2008 IV 373
Decreet van 21 april 2008 IV I/DX Decreet van 21 april 2008 I I/DXV Decreet van 21 april 2008 I I/BX Decreet van 21 april 2008 I I/BXV Decreet van 21 april 2008 I I/B/1X Decreet van 21 april 2008 I I/B/1XV Decreet van 21 april 2008 I I/AX Decreet van 21 april 2008 I I/AXV Decreet van 21 april 2008 I II+/DX Decreet van 21 april 2008 II+ II+/DXV Decreet van 21 april 2008 II+ II+/B/1X Decreet van 21 april 2008 II+ II+/B/1XV Decreet van 21 april 2008 II+ II+/BX Decreet van 21 april 2008 II+ II+/BXV Decreet van 21 april 2008 II+ II+/AX Decreet van 21 april 2008 II+ II+/AXV Decreet van 21 april 2008 II+ II/DX Decreet van 21 april 2008 II II/DXV Decreet van 21 april 2008 II II/B/2X Decreet van 21 april 2008 II II/B/2XV Decreet van 21 april 2008 II II/B/1X Decreet van 21 april 2008 II II/B/1XV Decreet van 21 april 2008 II II/BX Decreet van 21 april 2008 II II/BXV Decreet van 21 april 2008 II II/AX Decreet van 21 april 2008 II II/AXV Decreet van 21 april 2008 II III/DX Decreet van 21 april 2008 III III/DXV Decreet van 21 april 2008 III III/B/3X Decreet van 21 april 2008 III III/B/3XV Decreet van 21 april 2008 III III/B/2X Decreet van 21 april 2008 III III/B2XV Decreet van 21 april 2008 III III/B/1X Decreet van 21 april 2008 III III/B/1XV Decreet van 21 april 2008 III III/BX Decreet van 21 april 2008 III III/BXV Decreet van 21 april 2008 III III/AX Decreet van 21 april 2008 III III/AXV Decreet van 21 april 2008 III
]1
Modifications
Echelle de traitement | Code de l'arrêté | Degré |
| 542 | 411 | I |
| 518 | I | |
| 801 | 495 | I |
| 166 | 180 | I |
| 504 | 270 | I |
| 503 | 422/I | I |
| 527 | 455 | I |
| 501 | 415 | I |
| 505 | 193 | I |
| 508 | 275 | I |
| 511 | 471 | I |
| 511bis | 471/I | I |
| 344 | 185 | I |
| 516 | 485 | I |
| 515 | 475 | I |
| 515bis | 475/I | I |
| 545 | 193/1 | I |
| 509 | 429 | I |
| 506 | 460 | I |
| 165 | 190/1 | I |
| 313 | 190/1 | I |
| 502 | 422 | I |
| 521 | 422 | I |
| 817 | 496 | I |
| 417 | 340 | I |
| 418 | 245 | I |
| 514 | 475 | I |
| 578 | 270/1 | I |
| 179 | 270 | I |
| 180 | 270 | I |
| 149 | 270 | I |
| 150 | 270 | I |
| 665 | décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome | I |
| I/D | décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant | I |
| I/C | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/C/1 | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/B | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/B/1 | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/A | décret du 21 avril 2008 | I |
| 586 | 486 | I |
| 587 | 487 | I |
| 588 | 488 | I |
| 589 | 489 | I |
| 590 | 490 | I |
| 322 | II+ | |
| 596 | II+ | |
| 171 | 216 | II+ |
| 422 | 216 | II+ |
| 301 | 216 | II+ |
| 121 | 216 | II+ |
| 158 | 216 | II+ |
| 337 | 316 | II+ |
| 152 | 216 | II+ |
| 345 | 211 | II+ |
| 198 | 216 | II+ |
| 162 | 145 | II+ |
| 124 | 113 | II+ |
| 428 | 144 | II+ |
| 163 | 146 | II+ |
| 148 | 209/1 | II+ |
| 312 | 245 | II+ |
| 178 | 208/3 | II+ |
| 212 | 212 | II+ |
| 164 | 167 | II+ |
| 159 | 150 | II+ |
| 315 | 330 | II+ |
| 414 | 255 | II+ |
| 248 | 248 | II+ |
| 231 | 231 | II+ |
| 316 | 260 | II+ |
| 318 | 350 | II+ |
| 147 | 208/4 | II+ |
| 336 | II+ | |
| 381 | 216/1 | II+ |
| 201 | II+ | |
| 106 | 152 | II+ |
| 346 | 245 | II+ |
| 174 | 207/3 | II+ |
| 348 | II+ | |
| 302 | 222 | II+ |
| 177 | 208/1 | II+ |
| 304 | 240 | II+ |
| 311 | 240 | II+ |
| 800 | 290 | II+ |
| 305 | 226 | II+ |
| 347 | 340 | II+ |
| 194 | 152/1 | II+ |
| 335 | 220 | II+ |
| 147 | 208/4 | II+ |
| 162 | 145 | II+ |
| 351 | II+ | |
| 726 | II+ | |
| II+/D | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/C | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/C/1 | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/B | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/B/1 | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/A | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| 361 | 109/1 | II |
| 727 | 206/2 | II |
| 197 | 144 | II |
| 255 | 206/1 | II |
| 176 | II | |
| 469 | 206/2 | II |
| 125 | 030 | II |
| 183 | 206/2 | II |
| 256 | II | |
| 191 | 144/1 | II |
| 157 | 143/1 | II |
| 182 | 206/3 | II |
| 122 | 020 | II |
| 199 | 020 | II |
| 151 | 015 | II |
| II+/D | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/C | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/C/1 | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/1 | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/2 | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/A | décret du 21 avril 2008 | II |
| 964 | AG (Arrêté du Gouvernement) 13/02/2003 | III |
| 068 | AG 13/02/2003 | III |
| 073 | AG 13.02.2003 | III |
| 942 | AG 13/02/2003 | III |
| 969 | AG 13/02/2003 | III |
| 067 | AG 13/02/2003 | III |
| 963 | AG 13/02/2003 | III |
| 153 | III | |
| 968 | AG 13/02/2003 | III |
| III/D | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/C | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/C/1 | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/C/2 | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/1 | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/2 | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/A | décret du 21 avril 2008 | III |
| 370 | décret du 21 avril 2008 | IV |
| 371 | décret du 21 avril 2008 | IV |
| 372 | décret du 21 avril 2008 | IV |
| 373 | décret du 21 avril 2008 | IV |
| I/DX | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/DXV | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/BX | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/BXV | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/B/1X | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/B/1XV | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/AX | décret du 21 avril 2008 | I |
| I/AXV | décret du 21 avril 2008 | I |
| II+/DX | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/DXV | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/B/1X | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/B/1XV | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/BX | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/BXV | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/AX | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II+/AXV | décret du 21 avril 2008 | II+ |
| II/DX | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/DXV | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/2X | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/2XV | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/1X | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/B/1XV | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/BX | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/BXV | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/AX | décret du 21 avril 2008 | II |
| II/AXV | décret du 21 avril 2008 | II |
| III/DX | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/DXV | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/3X | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/3XV | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/2X | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B2XV | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/1X | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/B/1XV | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/BX | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/BXV | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/AX | décret du 21 avril 2008 | III |
| III/AXV | décret du 21 avril 2008 | III |
Echelle de traitement
Code de l'arrêté
Degré 542 411 I 518 I 801 495 I 166 180 I 504 270 I 503 422/I I 527 455 I 501 415 I 505 193 I 508 275 I 511 471 I 511bis 471/I I 344 185 I 516 485 I 515 475 I 515bis 475/I I 545 193/1 I 509 429 I 506 460 I 165 190/1 I313 190/1 I 502 422 I 521 422 I 817 496 I 417 340 I 418 245 I 514 475 I 578 270/1 I 179 270 I 180 270 I 149 270 I 150 270 I 665 décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome I I/D décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant I I/C décret du 21 avril 2008 I I/C/1 décret du 21 avril 2008 II/B décret du 21 avril 2008 I I/B/1 décret du 21 avril 2008 I I/A décret du 21 avril 2008 I586 486 I 587 487 I 588 488 I 589 489 I 590 490 I 322 II+ 596 II+ 171 216 II+ 422 216 II+ 301 216 II+ 121 216 II+ 158 216 II+ 337 316 II+ 152 216 II+ 345 211 II+ 198 216 II+ 162 145 II+ 124 113 II+ 428 144 II+ 163 146 II+ 148 209/1 II+ 312 245 II+ 178 208/3 II+ 212 212 II+ 164 167 II+ 159 150 II+ 315 330 II+ 414 255 II+ 248 248 II+ 231 231 II+316 260 II+318 350 II+ 147 208/4 II+ 336 II+ 381 216/1 II+ 201 II+ 106 152 II+ 346 245 II+ 174 207/3 II+ 348 II+ 302 222 II+ 177 208/1 II+ 304 240 II+ 311 240 II+ 800 290 II+ 305 226 II+ 347 340 II+ 194 152/1 II+ 335 220 II+ 147 208/4 II+ 162 145 II+351 II+ 726 II+ II+/D décret du 21 avril 2008 II+ II+/C décret du 21 avril 2008 II+ II+/C/1 décret du 21 avril 2008 II+ II+/B décret du 21 avril 2008 II+ II+/B/1 décret du 21 avril 2008 II+ II+/A décret du 21 avril 2008 II+ 361 109/1 II 727 206/2 II 197 144 II 255 206/1 II 176 II 469 206/2 II 125 030 II 183 206/2 II 256 II 191 144/1 II 157 143/1 II 182 206/3 II 122 020 II 199 020 II 151 015 II II+/D décret du 21 avril 2008 II II/C décret du 21 avril 2008 II II/C/1 décret du 21 avril 2008 II II/B décret du 21 avril 2008 II II/B/1 décret du 21 avril 2008 II II/B/2 décret du 21 avril 2008 II II/A décret du 21 avril 2008 II964 AG (Arrêté du Gouvernement) 13/02/2003 III 068 AG 13/02/2003 III 073 AG 13.02.2003 III 942 AG 13/02/2003 III 969 AG 13/02/2003 III 067 AG 13/02/2003 III 963 AG 13/02/2003 III 153 III 968 AG 13/02/2003 III III/D décret du 21 avril 2008 III III/C décret du 21 avril 2008 III III/C/1 décret du 21 avril 2008 III III/C/2 décret du 21 avril 2008 III III/B décret du 21 avril 2008 III III/B/1 décret du 21 avril 2008 III III/B/2 décret du 21 avril 2008 III III/A décret du 21 avril 2008 III 370
décret du 21 avril 2008 IV 371
décret du 21 avril 2008 IV372 décret du 21 avril 2008 IV 373
décret du 21 avril 2008 IV I/DX décret du 21 avril 2008 I I/DXV décret du 21 avril 2008 I I/BX décret du 21 avril 2008 I I/BXV décret du 21 avril 2008 I I/B/1X décret du 21 avril 2008 I I/B/1XV décret du 21 avril 2008 I I/AX décret du 21 avril 2008 I I/AXV décret du 21 avril 2008 I II+/DX décret du 21 avril 2008 II+ II+/DXV décret du 21 avril 2008 II+ II+/B/1X décret du 21 avril 2008 II+ II+/B/1XV décret du 21 avril 2008 II+ II+/BX décret du 21 avril 2008 II+ II+/BXV décret du 21 avril 2008 II+ II+/AX décret du 21 avril 2008 II+ II+/AXV décret du 21 avril 2008 II+ II/DX décret du 21 avril 2008 II II/DXV décret du 21 avril 2008 II II/B/2X décret du 21 avril 2008 II II/B/2XV décret du 21 avril 2008 II II/B/1X décret du 21 avril 2008 II II/B/1XV décret du 21 avril 2008 II II/BX décret du 21 avril 2008 II II/BXV décret du 21 avril 2008 II II/AX décret du 21 avril 2008 II II/AXV décret du 21 avril 2008 II III/DX décret du 21 avril 2008 III III/DXV décret du 21 avril 2008 III III/B/3X décret du 21 avril 2008 III III/B/3XV décret du 21 avril 2008 III III/B/2X décret du 21 avril 2008 III III/B2XV décret du 21 avril 2008 III III/B/1X décret du 21 avril 2008 III III/B/1XV décret du 21 avril 2008 III III/BX décret du 21 avril 2008 III III/BXV décret du 21 avril 2008 III III/AX décret du 21 avril 2008 III III/AXV décret du 21 avril 2008 III
]1
Modifications
Art. N4. [1 Bijlage IV
Weddeschalen - Bedragen in euro
I/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 79,54
02 (1) x 752,48
11 (2) x 1.407,87
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 80,37
02 (1) x 760,18
11 (2) x 1.422,23
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1.436,60
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1.436,60
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
12 (2) x 1.436,60
I/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
24.154,63 - 42.001,66
01 (1) x 83,17
02 (1) x 786,70
11 (2) x 1.471,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.401,10 - 42.430,24
01 (1) x 84,02
02 (1) x 794,72
11 (2) x 1.486,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1.501,90
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1.501,90
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
12 (2) x 1.501,90
I/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.777,38 - 40.175,50
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.020,01 - 40.585,45
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.262,63 - 40.995,41
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.262,63 - 41.713,71
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
24.262,63 - 42.432,01
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
25.365,48 - 42.858,83
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
25.365,48 - 43.609,78
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
25.365,48 - 44.360,73
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
I/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 672,95
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 679,82
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
I/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
24.674,62 - 40.175,50
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.926,41 - 40.585,45
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
25.178,20 - 40.995,41
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
25.178,20 - 41.713,71
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
25.178,20 - 42.432,01
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
26.322,66 - 42.858,83
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
26.322,66 - 43.609,78
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
26.322,66 - 44.360,73
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
II+/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 60,93
02 (1) x 595,01
01 (2) x 975,91
01 (2) x 994,10
10 (2) x 995,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 61,53
02 (1) x 601,06
01 (2) x 985,86
01 (2) x 1.004,26
10 (2) x 1.005,37
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
10 (2) x 1.015,52
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
10 (2) x 1.015,52
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
11 (2) x 1.015,52
II+/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.170,02 - 32.941,85
01 (1) x 63,68
02 (1) x 622,05
01 (2) x 1.020,26
01 (2) x 1.039,29
10 (2) x 1.040,45
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.365,63 - 33.277,99
01 (1) x 64,32
02 (1) x 628,38
01 (2) x 1.030,68
01 (2) x 1.049,90
10 (2) x 1.051,07
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
10 (2) x 1.061,68
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
10 (2) x 1.061,68
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
11 (2) x 1.061,68
II+/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.870,62 - 31.509,60
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.063,18 - 31.831,12
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.255,73 - 32.152,65
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.255,73 - 32.660,41
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
19.255,73 - 33.168,17
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.130,99 - 33.614,13
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.130,99 - 34.144,97
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
20.130,99 - 34.675,81
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,28
II+/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 534,08
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 539,53
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,68
II+/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.582,73 - 31.509,60
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.782,54 - 31.831,12
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.982,36 - 32.152,65
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.982,36 - 32.660,41
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
19.982,36 - 33.168,17
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.890,66 - 33.614,13
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.890,66 - 34.144,97
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
20.890,66 - 34.675,81
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,68
II/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,02
02 (1) x 571,25
01 (2) x 785,47
01 (2) x 786,23
10 (2) x 801,02
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,54
02 (1) x 577,09
01 (2) x 793,48
01 (2) x 794,26
10 (2) x 809,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
11 (2) x 817,37
II/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.708,64 - 29.972,81
01 (1) x 52,30
02 (1) x 597,22
01 (2) x 821,17
01 (2) x 821,96
10 (2) x 837,43
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,84
02 (1) x 603,32
01 (2) x 829,55
01 (2) x 830,37
10 (2) x 845,97
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
11 (2) x 854,52
II/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.416,41 - 28.669,64
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.604,41 - 28.962,19
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.792,28 - 29.254,73
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.792,28 - 29.663,42
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.792,28 - 30.072,10
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.646,47 - 30.584,49
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.646,47 - 31.011,75
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.646,47 - 31.439,01
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 521,19
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 526,58
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/2X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,04
01 (1) x 571,25
01 (1) x 594,89
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,57
01 (1) x 577,10
01 (1) x 600,96
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/2XV
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,86
01 (1) x 603,34
01 (1) x 628,28
11 (2) x 841,21
01 (2) x 841,31
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 838,74
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.111,40 - 28.669,64
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.306,46 - 28.962,19
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.501,43 - 29.254,73
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.501,43 - 29.663,42
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
19.501,43 - 30.072,10
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.387,85 - 30.584,49
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.387,85 - 31.011,75
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
20.387,85 - 31.439,01
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
III/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 0
01 (1) x 140,34
01 (1) x 326,69
13 (2) x 606,68
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 0
01 (1) x 141,72
01 (1) x 329,95
13 (2) x 612,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
14 (2) x 619,07
III/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.412,80 - 27.146,38
01 (1) x 0
01 (1) x 146,68
01 (1) x 341,52
13 (2) x 634,26
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 0
01 (1) x 148,21
01 (1) x 345,00
13 (2) x 640,73
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
14 (2) x 647,21
III/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.125,23 - 25.966,11
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.310,17 - 26.231,07
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.495,13 - 26.496,03
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.495,13 - 26.805,57
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
18.495,13 - 27.115,10
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.335,81 - 27.700,40
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.335,81 - 28.024,01
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
19.335,81 - 28.347,61
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 512,99
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 518,21
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/2X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.752,54 - 25.966,11
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.933,69 - 26.231,07
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.114,83 - 26.496,03
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.114,83 - 26.805,57
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
18.114,83 - 27.115,10
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/2XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.938,23 - 27.700,40
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.938,23 - 28.024,01
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.938,23 - 28.347,61
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/3X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 140,30
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 141,73
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/3XV
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 148,16
01 (1) x 344,97
01 (1) x 48,63
01 (1) x 722,37
12 (2) x 581,42
01 (2) x 581,53
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.809,16 - 25.966,11
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.001,15 - 26.231,07
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.193,05 - 26.496,03
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.193,05 - 26.805,57
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
19.193,05 - 27.115,10
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.065,46 - 27.700,40
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.065,46 - 28.024,01
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
20.065,46 - 28.347,61
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21.]1
Weddeschalen - Bedragen in euro
I/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 79,54
02 (1) x 752,48
11 (2) x 1.407,87
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 80,37
02 (1) x 760,18
11 (2) x 1.422,23
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1.436,60
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1.436,60
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
12 (2) x 1.436,60
I/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
24.154,63 - 42.001,66
01 (1) x 83,17
02 (1) x 786,70
11 (2) x 1.471,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.401,10 - 42.430,24
01 (1) x 84,02
02 (1) x 794,72
11 (2) x 1.486,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1.501,90
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1.501,90
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
12 (2) x 1.501,90
I/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.777,38 - 40.175,50
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.020,01 - 40.585,45
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.262,63 - 40.995,41
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.262,63 - 41.713,71
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
24.262,63 - 42.432,01
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
25.365,48 - 42.858,83
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
25.365,48 - 43.609,78
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
25.365,48 - 44.360,73
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
I/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 672,95
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 679,82
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
I/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
24.674,62 - 40.175,50
10 (2) x 1.409,17
01 (2) x 1.409,18
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
24.926,41 - 40.585,45
10 (2) x 1.423,54
01 (2) x 1.423,64
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
25.178,20 - 40.995,41
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
25.178,20 - 41.713,71
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 718,30
- vanaf 1 januari 2024
25.178,20 - 42.432,01
10 (2) x 1.437,92
01 (2) x 1.438,01
01 (2) x 1.436,60
I/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
26.322,66 - 42.858,83
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
26.322,66 - 43.609,78
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 750,95
- vanaf 1 januari 2024
26.322,66 - 44.360,73
10 (2) x 1.503,28
01 (2) x 1.503,37
01 (2) x 1.501,90
II+/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 60,93
02 (1) x 595,01
01 (2) x 975,91
01 (2) x 994,10
10 (2) x 995,21
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 61,53
02 (1) x 601,06
01 (2) x 985,86
01 (2) x 1.004,26
10 (2) x 1.005,37
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
10 (2) x 1.015,52
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
10 (2) x 1.015,52
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1.014,40
11 (2) x 1.015,52
II+/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.170,02 - 32.941,85
01 (1) x 63,68
02 (1) x 622,05
01 (2) x 1.020,26
01 (2) x 1.039,29
10 (2) x 1.040,45
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.365,63 - 33.277,99
01 (1) x 64,32
02 (1) x 628,38
01 (2) x 1.030,68
01 (2) x 1.049,90
10 (2) x 1.051,07
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
10 (2) x 1.061,68
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
10 (2) x 1.061,68
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1.041,10
01 (2) x 1.060,51
11 (2) x 1.061,68
II+/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.870,62 - 31.509,60
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.063,18 - 31.831,12
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.255,73 - 32.152,65
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.255,73 - 32.660,41
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
19.255,73 - 33.168,17
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.130,99 - 33.614,13
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.130,99 - 34.144,97
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
20.130,99 - 34.675,81
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,28
II+/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 534,08
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 539,53
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,68
II+/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.582,73 - 31.509,60
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.782,54 - 31.831,12
11 (2) x 1.004,05
01 (2) x 1.004,03
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.982,36 - 32.152,65
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.982,36 - 32.660,41
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 507,76
- vanaf 1 januari 2024
19.982,36 - 33.168,17
11 (2) x 1.014,19
01 (2) x 1.014,20
01 (2) x 1.015,52
II+/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.890,66 - 33.614,13
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.890,66 - 34.144,97
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 530,84
- vanaf 1 januari 2024
20.890,66 - 34.675,81
11 (2) x 1.060,29
01 (2) x 1.060,28
01 (2) x 1.061,68
II/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,02
02 (1) x 571,25
01 (2) x 785,47
01 (2) x 786,23
10 (2) x 801,02
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,54
02 (1) x 577,09
01 (2) x 793,48
01 (2) x 794,26
10 (2) x 809,19
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
11 (2) x 817,37
II/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.708,64 - 29.972,81
01 (1) x 52,30
02 (1) x 597,22
01 (2) x 821,17
01 (2) x 821,96
10 (2) x 837,43
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,84
02 (1) x 603,32
01 (2) x 829,55
01 (2) x 830,37
10 (2) x 845,97
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
11 (2) x 854,52
II/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.416,41 - 28.669,64
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.604,41 - 28.962,19
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.792,28 - 29.254,73
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.792,28 - 29.663,42
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.792,28 - 30.072,10
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.646,47 - 30.584,49
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.646,47 - 31.011,75
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.646,47 - 31.439,01
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 521,19
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 526,58
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/2X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,04
01 (1) x 571,25
01 (1) x 594,89
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,57
01 (1) x 577,10
01 (1) x 600,96
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/2XV
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,86
01 (1) x 603,34
01 (1) x 628,28
11 (2) x 841,21
01 (2) x 841,31
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 838,74
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
19.111,40 - 28.669,64
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.306,46 - 28.962,19
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.501,43 - 29.254,73
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.501,43 - 29.663,42
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- vanaf 1 januari 2024
19.501,43 - 30.072,10
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.387,85 - 30.584,49
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.387,85 - 31.011,75
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- vanaf 1 januari 2024
20.387,85 - 31.439,01
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
III/DX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 0
01 (1) x 140,34
01 (1) x 326,69
13 (2) x 606,68
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 0
01 (1) x 141,72
01 (1) x 329,95
13 (2) x 612,88
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
14 (2) x 619,07
III/DXV
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.412,80 - 27.146,38
01 (1) x 0
01 (1) x 146,68
01 (1) x 341,52
13 (2) x 634,26
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 0
01 (1) x 148,21
01 (1) x 345,00
13 (2) x 640,73
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
14 (2) x 647,21
III/BX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.125,23 - 25.966,11
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.310,17 - 26.231,07
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.495,13 - 26.496,03
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.495,13 - 26.805,57
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
18.495,13 - 27.115,10
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/BXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.335,81 - 27.700,40
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.335,81 - 28.024,01
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
19.335,81 - 28.347,61
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/1X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 512,99
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 518,21
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/1XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/2X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.752,54 - 25.966,11
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.933,69 - 26.231,07
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.114,83 - 26.496,03
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.114,83 - 26.805,57
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
18.114,83 - 27.115,10
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/2XV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.938,23 - 27.700,40
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.938,23 - 28.024,01
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.938,23 - 28.347,61
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/3X
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 140,30
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 141,73
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/3XV
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 148,16
01 (1) x 344,97
01 (1) x 48,63
01 (1) x 722,37
12 (2) x 581,42
01 (2) x 581,53
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/AX
- voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2016
18.809,16 - 25.966,11
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018
19.001,15 - 26.231,07
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
19.193,05 - 26.496,03
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
19.193,05 - 26.805,57
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- vanaf 1 januari 2024
19.193,05 - 27.115,10
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/AXV
- voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2021
20.065,46 - 27.700,40
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023
20.065,46 - 28.024,01
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- vanaf 1 januari 2024
20.065,46 - 28.347,61
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21.]1
Modifications
Art. N4. [1 Annexe IV
Echelles de traitement - Montants en euros
I/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 79,54
02 (1) x 752,48
11 (2) x 1 407,87
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 80,37
02 (1) x 760,18
11 (2) x 1 422,23
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1 436,60
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1 436,60
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
12 (2) x 1 436,60
I/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
24.154,63 - 42.001,66
01 (1) x 83,17
02 (1) x 786,70
11 (2) x 1 471,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.401,10 - 42.430,24
01 (1) x 84,02
02 (1) x 794,72
11 (2) x 1 486,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1 501,90
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1 501,90
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
12 (2) x 1 501,90
I/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.777,38 - 40.175,50
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.020,01 - 40.585,45
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.262,63 - 40.995,41
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.262,63 - 41.713,71
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
24.262,63 - 42.432,01
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
25.365,48 - 42.858,83
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
25.365,48 - 43.609,78
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
25.365,48 - 44.360,73
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
I/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 672,95
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 679,82
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
I/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
24.674,62 - 40.175,50
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.926,41 - 40.585,45
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
25.178,20 - 40.995,41
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
25.178,20 - 41.713,71
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
25.178,20 - 42.432,01
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
26.322,66 - 42.858,83
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
26.322,66 - 43.609,78
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
26.322,66 - 44.360,73
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
II+/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 60,93
02 (1) x 595,01
01 (2) x 975,91
01 (2) x 994,10
10 (2) x 995,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 61,53
02 (1) x 601,06
01 (2) x 985,86
01 (2) x 1 004,26
10 (2) x 1 005,37
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
10 (2) x 1 015,52
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
10 (2) x 1 015,52
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
11 (2) x 1 015,52
II+/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.170,02 - 32.941,85
01 (1) x 63,68
02 (1) x 622,05
01 (2) x 1 020,26
01 (2) x 1 039,29
10 (2) x 1 040,45
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.365,63 - 33.277,99
01 (1) x 64,32
02 (1) x 628,38
01 (2) x 1 030,68
01 (2) x 1 049,90
10 (2) x 1 051,07
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
10 (2) x 1 061,68
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
10 (2) x 1 061,68
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
11 (2) x 1 061,68
II+/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.870,62 - 31.509,60
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.063,18 - 31.831,12
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.255,73 - 32.152,65
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.255,73 - 32.660,41
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
19.255,73 - 33.168,17
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.130,99 - 33.614,13
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.130,99 - 34.144,97
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
20.130,99 - 34.675,81
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,28
II+/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 534,08
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 539,53
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,68
II+/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.582,73 - 31.509,60
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.782,54 - 31.831,12
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.982,36 - 32.152,65
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.982,36 - 32.660,41
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
19.982,36 - 33.168,17
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.890,66 - 33.614,13
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.890,66 - 34.144,97
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
20.890,66 - 34.675,81
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,68
II/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,02
02 (1) x 571,25
01 (2) x 785,47
01 (2) x 786,23
10 (2) x 801,02
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,54
02 (1) x 577,09
01 (2) x 793,48
01 (2) x 794,26
10 (2) x 809,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
11 (2) x 817,37
II/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.708,64 - 29.972,81
01 (1) x 52,30
02 (1) x 597,22
01 (2) x 821,17
01 (2) x 821,96
10 (2) x 837,43
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,84
02 (1) x 603,32
01 (2) x 829,55
01 (2) x 830,37
10 (2) x 845,97
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
11 (2) x 854,52
II/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.416,41 - 28.669,64
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.604,41 - 28.962,19
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.792,28 - 29.254,73
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.792,28 - 29.663,42
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.792,28 - 30.072,10
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.646,47 - 30.584,49
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.646,47 - 31.011,75
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.646,47 - 31.439,01
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 521,19
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 526,58
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/2X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,04
01 (1) x 571,25
01 (1) x 594,89
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,57
01 (1) x 577,10
01 (1) x 600,96
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/2XV
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,86
01 (1) x 603,34
01 (1) x 628,28
11 (2) x 841,21
01 (2) x 841,31
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 838,74
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.111,40 - 28.669,64
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.306,46 - 28.962,19
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.501,43 - 29.254,73
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.501,43 - 29.663,42
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
19.501,43 - 30.072,10
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.387,85 - 30.584,49
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.387,85 - 31.011,75
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
20.387,85 - 31.439,01
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
III/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 0
01 (1) x 140,34
01 (1) x 326,69
13 (2) x 606,68
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 0
01 (1) x 141,72
01 (1) x 329,95
13 (2) x 612,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
14 (2) x 619,07
III/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.412,80 - 27.146,38
01 (1) x 0
01 (1) x 146,68
01 (1) x 341,52
13 (2) x 634,26
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 0
01 (1) x 148,21
01 (1) x 345,00
13 (2) x 640,73
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
14 (2) x 647,21
III/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.125,23 - 25.966,11
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.310,17 - 26.231,07
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.495,13 - 26.496,03
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.495,13 - 26.805,57
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
18.495,13 - 27.115,10
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.335,81 - 27.700,40
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.335,81 - 28.024,01
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
19.335,81 - 28.347,61
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 512,99
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 518,21
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/2X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.752,54 - 25.966,11
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.933,69 - 26.231,07
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.114,83 - 26.496,03
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.114,83 - 26.805,57
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
18.114,83 - 27.115,10
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/2XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.938,23 - 27.700,40
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.938,23 - 28.024,01
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.938,23 - 28.347,61
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/3X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 140,30
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 141,73
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/3XV
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 148,16
01 (1) x 344,97
01 (1) x 48,63
01 (1) x 722,37
12 (2) x 581,42
01 (2) x 581,53
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.809,16 - 25.966,11
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.001,15 - 26.231,07
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.193,05 - 26.496,03
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.193,05 - 26.805,57
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
19.193,05 - 27.115,10
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.065,46 - 27.700,40
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.065,46 - 28.024,01
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
20.065,46 - 28.347,61
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21]1
Echelles de traitement - Montants en euros
I/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 79,54
02 (1) x 752,48
11 (2) x 1 407,87
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 80,37
02 (1) x 760,18
11 (2) x 1 422,23
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1 436,60
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
11 (2) x 1 436,60
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 81,18
02 (1) x 767,84
12 (2) x 1 436,60
I/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
24.154,63 - 42.001,66
01 (1) x 83,17
02 (1) x 786,70
11 (2) x 1 471,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.401,10 - 42.430,24
01 (1) x 84,02
02 (1) x 794,72
11 (2) x 1 486,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1 501,90
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
11 (2) x 1 501,90
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 84,85
02 (1) x 802,75
12 (2) x 1 501,90
I/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.777,38 - 40.175,50
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.020,01 - 40.585,45
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.262,63 - 40.995,41
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.262,63 - 41.713,71
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
24.262,63 - 42.432,01
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
25.365,48 - 42.858,83
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
25.365,48 - 43.609,78
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
25.365,48 - 44.360,73
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
I/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
23.104,43 - 40.175,50
01 (1) x 672,95
01 (1) x 897,24
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
23.340,19 - 40.585,45
01 (1) x 679,82
01 (1) x 906,40
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
23.575,95 - 40.995,41
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
23.575,95 - 41.713,71
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
23.575,95 - 42.432,01
01 (1) x 686,68
01 (1) x 915,57
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
24.647,58 - 42.858,83
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
24.647,58 - 43.609,78
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
24.647,58 - 44.360,73
01 (1) x 717,90
01 (1) x 957,18
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
I/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
24.674,62 - 40.175,50
10 (2) x 1 409,17
01 (2) x 1 409,18
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
24.926,41 - 40.585,45
10 (2) x 1 423,54
01 (2) x 1 423,64
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
25.178,20 - 40.995,41
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
25.178,20 - 41.713,71
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 718,30
- à partir du 1er janvier 2024
25.178,20 - 42.432,01
10 (2) x 1 437,92
01 (2) x 1 438,01
01 (2) x 1 436,60
I/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
26.322,66 - 42.858,83
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
26.322,66 - 43.609,78
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 750,95
- à partir du 1er janvier 2024
26.322,66 - 44.360,73
10 (2) x 1 503,28
01 (2) x 1 503,37
01 (2) x 1 501,90
II+/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 60,93
02 (1) x 595,01
01 (2) x 975,91
01 (2) x 994,10
10 (2) x 995,21
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 61,53
02 (1) x 601,06
01 (2) x 985,86
01 (2) x 1 004,26
10 (2) x 1 005,37
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
10 (2) x 1 015,52
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
10 (2) x 1 015,52
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 62,16
02 (1) x 607,15
01 (2) x 995,83
01 (2) x 1 014,40
11 (2) x 1 015,52
II+/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.170,02 - 32.941,85
01 (1) x 63,68
02 (1) x 622,05
01 (2) x 1 020,26
01 (2) x 1 039,29
10 (2) x 1 040,45
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.365,63 - 33.277,99
01 (1) x 64,32
02 (1) x 628,38
01 (2) x 1 030,68
01 (2) x 1 049,90
10 (2) x 1 051,07
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
10 (2) x 1 061,68
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
10 (2) x 1 061,68
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 64,99
02 (1) x 634,74
01 (2) x 1 041,10
01 (2) x 1 060,51
11 (2) x 1 061,68
II+/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.870,62 - 31.509,60
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.063,18 - 31.831,12
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.255,73 - 32.152,65
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.255,73 - 32.660,41
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
19.255,73 - 33.168,17
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.130,99 - 33.614,13
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.130,99 - 34.144,97
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
20.130,99 - 34.675,81
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,28
II+/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.336,54 - 31.509,60
01 (1) x 534,08
01 (1) x 712,11
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.523,65 - 31.831,12
01 (1) x 539,53
01 (1) x 719,36
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.710,76 - 32.152,65
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.710,76 - 32.660,41
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
18.710,76 - 33.168,17
01 (1) x 544,97
01 (1) x 726,63
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.561,25 - 33.614,13
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.561,25 - 34.144,97
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
19.561,25 - 34.675,81
01 (1) x 569,74
01 (1) x 759,67
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,68
II+/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.582,73 - 31.509,60
11 (2) x 993,91
01 (2) x 993,86
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.782,54 - 31.831,12
11 (2) x 1 004,05
01 (2) x 1 004,03
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.982,36 - 32.152,65
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.982,36 - 32.660,41
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 507,76
- à partir du 1er janvier 2024
19.982,36 - 33.168,17
11 (2) x 1 014,19
01 (2) x 1 014,20
01 (2) x 1 015,52
II+/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.890,66 - 33.614,13
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.890,66 - 34.144,97
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 530,84
- à partir du 1er janvier 2024
20.890,66 - 34.675,81
11 (2) x 1 060,29
01 (2) x 1 060,28
01 (2) x 1 061,68
II/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,02
02 (1) x 571,25
01 (2) x 785,47
01 (2) x 786,23
10 (2) x 801,02
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,54
02 (1) x 577,09
01 (2) x 793,48
01 (2) x 794,26
10 (2) x 809,19
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
10 (2) x 817,37
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,04
02 (1) x 582,90
01 (2) x 801,49
01 (2) x 802,27
11 (2) x 817,37
II/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.708,64 - 29.972,81
01 (1) x 52,30
02 (1) x 597,22
01 (2) x 821,17
01 (2) x 821,96
10 (2) x 837,43
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,84
02 (1) x 603,32
01 (2) x 829,55
01 (2) x 830,37
10 (2) x 845,97
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
10 (2) x 854,52
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
02 (1) x 609,41
01 (2) x 837,92
01 (2) x 838,74
11 (2) x 854,52
II/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.416,41 - 28.669,64
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.604,41 - 28.962,19
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.792,28 - 29.254,73
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.792,28 - 29.663,42
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.792,28 - 30.072,10
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.646,47 - 30.584,49
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.646,47 - 31.011,75
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.646,47 - 31.439,01
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 521,19
01 (1) x 694,99
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 526,58
01 (1) x 702,05
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 531,85
01 (1) x 709,15
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 556,02
01 (1) x 741,38
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/B/2X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.895,22 - 28.669,64
01 (1) x 50,04
01 (1) x 571,25
01 (1) x 594,89
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.077,83 - 28.962,19
01 (1) x 50,57
01 (1) x 577,10
01 (1) x 600,96
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.260,43 - 29.254,73
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.260,43 - 29.663,42
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
18.260,43 - 30.072,10
01 (1) x 51,05
01 (1) x 582,91
01 (1) x 607,04
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/B/2XV
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.899,55 - 30.278,65
01 (1) x 52,86
01 (1) x 603,34
01 (1) x 628,28
11 (2) x 841,21
01 (2) x 841,31
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.090,45 - 30.584,49
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.090,45 - 31.011,75
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
19.090,45 - 31.439,01
01 (1) x 53,36
01 (1) x 609,41
01 (1) x 634,63
11 (2) x 838,74
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
II/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
19.111,40 - 28.669,64
11 (2) x 796,51
01 (2) x 796,63
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.306,46 - 28.962,19
11 (2) x 804,64
01 (2) x 804,69
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.501,43 - 29.254,73
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.501,43 - 29.663,42
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 408,69
- à partir du 1er janvier 2024
19.501,43 - 30.072,10
11 (2) x 812,77
01 (2) x 812,83
01 (2) x 817,37
II/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.387,85 - 30.584,49
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.387,85 - 31.011,75
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 427,26
- à partir du 1er janvier 2024
20.387,85 - 31.439,01
11 (2) x 849,71
01 (2) x 849,83
01 (2) x 854,52
III/DX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 0
01 (1) x 140,34
01 (1) x 326,69
13 (2) x 606,68
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 0
01 (1) x 141,72
01 (1) x 329,95
13 (2) x 612,88
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
13 (2) x 619,07
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 0
01 (1) x 143,14
01 (1) x 333,30
14 (2) x 619,07
III/DXV
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.412,80 - 27.146,38
01 (1) x 0
01 (1) x 146,68
01 (1) x 341,52
13 (2) x 634,26
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 0
01 (1) x 148,21
01 (1) x 345,00
13 (2) x 640,73
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
13 (2) x 647,21
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 0
01 (1) x 149,65
01 (1) x 348,45
14 (2) x 647,21
III/BX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.125,23 - 25.966,11
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.310,17 - 26.231,07
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.495,13 - 26.496,03
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.495,13 - 26.805,57
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
18.495,13 - 27.115,10
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/BXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.335,81 - 27.700,40
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.335,81 - 28.024,01
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
19.335,81 - 28.347,61
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/1X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 512,99
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 518,21
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 523,45
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/1XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 547,24
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/2X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.752,54 - 25.966,11
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.933,69 - 26.231,07
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.114,83 - 26.496,03
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.114,83 - 26.805,57
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
18.114,83 - 27.115,10
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/2XV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.938,23 - 27.700,40
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.938,23 - 28.024,01
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.938,23 - 28.347,61
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/B/3X
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
17.612,24 - 25.966,11
01 (1) x 140,30
01 (1) x 326,63
01 (1) x 46,06
01 (1) x 683,93
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
17.791,96 - 26.231,07
01 (1) x 141,73
01 (1) x 329,97
01 (1) x 46,51
01 (1) x 690,98
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
17.971,68 - 26.496,03
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
17.971,68 - 26.805,57
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
17.971,68 - 27.115,10
01 (1) x 143,15
01 (1) x 333,31
01 (1) x 46,99
01 (1) x 697,92
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/B/3XV
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
18.600,69 - 27.423,39
01 (1) x 148,16
01 (1) x 344,97
01 (1) x 48,63
01 (1) x 722,37
12 (2) x 581,42
01 (2) x 581,53
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
18.788,57 - 27.700,40
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
18.788,57 - 28.024,01
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
18.788,57 - 28.347,61
01 (1) x 149,66
01 (1) x 348,45
01 (1) x 49,13
01 (1) x 729,65
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21
III/AX
- pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2016
18.809,16 - 25.966,11
12 (2) x 550,53
01 (2) x 550,59
- pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2018
19.001,15 - 26.231,07
12 (2) x 556,14
01 (2) x 556,24
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
19.193,05 - 26.496,03
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
19.193,05 - 26.805,57
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 309,54
- à partir du 1er janvier 2024
19.193,05 - 27.115,10
12 (2) x 561,76
01 (2) x 561,86
01 (2) x 619,07
III/AXV
- pour la période allant du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2021
20.065,46 - 27.700,40
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
- pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023
20.065,46 - 28.024,01
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 323,61
- à partir du 1er janvier 2024
20.065,46 - 28.347,61
12 (2) x 587,29
01 (2) x 587,46
01 (2) x 647,21]1