Artikel 1. [1 Voor de toepassing van dit decreet moet men verstaan onder:
1° "Secundair onderwijs": het secundair onderwijs georganiseerd door de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs, met inbegrip van het alternerend onderwijs georganiseerd door het decreet van 3 juli 1991 houdende de organisatie van het alternerend secundair onderwijs, en alle secundaire scholen voor buitengewoon onderwijs georganiseerd door het decreet van 3 maart 2004 houdende de organisatie van het gespecialiseerd onderwijs.;
2° "Secundair kwalificatieonderwijs": het secundair kwalificatieonderwijs georganiseerd door de voornoemde wet van 19 juli 1971, het alternerend secundair onderwijs, georganiseerd door het voornoemde decreet van 3 juli 1991 en het gespecialiseerd secundair onderwijs van type 3 dat wordt georganiseerd door het voornoemde decreet van 3 maart 2004;
3° "[2 Volwassenenonderwijs]2": [2 Volwassenenonderwijs]2 georganiseerd door het decreet van 16 april 1991 tot organisatie van het [2 Volwassenenonderwijs]2;
4° "Hoger onderwijs": onderwijs georganiseerd door het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;
5° "Onderwijsnetten":
- onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap;
- door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs;
- door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd vrij onderwijs;
6° " Coördinatie-instanties " : de instanties die inzonderheid belast zijn met de contacten met de Europese overheden, de voorbereiding van de programmeringsdocumenten en het onderhouden van permanente contacten met de functionele diensten die belast zijn met het beheer van de projecten;
7° "ESF-agentschap": de coördinatie-administratie die belast is met het beheer van de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF) aan Franstalig België. Het is een autonome administratieve boekhoudkundige dienst die door de Franse Gemeenschap is opgericht krachtens artikel 9 van de op 2 september 1998 gesloten samenwerkingsovereenkomst tussen de regering van de Franse Gemeenschap, de Waalse regering en het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de coördinatie en het beheer van de door de Europese Commissie toegekende steun op het gebied van het personeelsbeleid en de oprichting van een agentschap van het ESF ]1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 FEBRUARI 2008. - Decreet tot regeling van de organisatie en de werking van de instanties belast met de coördinatie en het beheer van de steun uit de Structuurfondsen die de Europese Unie ter beschikking stelt van het [secundair onderwijs], [het Volwassenenonderwijs] en het hoger onderwijs (VERTALING) )(Opschrift gewijzigd door BFG2025-07-18/42, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 25-08-2025) (Initulé modifié par DFG2019-05-03/49, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-04-2008 en tekstbijwerking tot 18-08-2025)
Titre
1 FEVRIER 2008. - Décret réglant l'organisation et le fonctionnement des instances chargées de la coordination et de la gestion des Fonds structurels que l'Union européenne met à la disposition de [l'enseignement secondaire], l'enseignement secondaire en alternance, de l'enseignement secondaire technique et professionnel de plein exercice, de l'enseignement secondaire spécialisé, [de l'Enseignement pour Adultes] et de l'enseignement supérieur. (NOTE: Intitulé modifié par ACF2025-07-18/42, art. 22, 009; En vigueur : 25-08-2025) (Intitulé remplacé par DCFR2019-05-03/49, art. 1, 007; En vigueur : 01-06-2019) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-04-2008 et mise à jour au 18-08-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Overeenstemming met de Europese...
TITEL II. [1 Bijzondere bepalingen voor het sec...
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. [1 ]1- Beheer van de projecten in...
TITEL III. - Bijzondere bepalingen voor het [1 ...
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Beheer van het programma in de ...
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de nade...
Afdeling I. - Administratieve en pedagogische c...
Afdeling II. [1 - Opdrachthouders en pedagogisc...
Afdeling III. - Begrotings- en financiële aspec...
TITEL IV. - Bijzondere bepalingen voor het hoge...
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Beheer van het programma in de ...
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de nade...
Afdeling I. - Administratieve en pedagogische c...
Afdeling II. - Opdrachthouders.
Afdeling III. - Begrotings- en financiële aspec...
TITEL V. - Slotbepalingen.
Table des matières
TITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Conformité aux dispositions euro...
TITRE II. [1 TITRE II. - Dispositions particul...
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. [1 - Gestion des programmes en Co...
TITRE III. - Dispositions particulières à l'[1 ...
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Gestion du programme en Communau...
CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux moda...
Section Ire. - De la coordination administrativ...
Section II. [1 - Des chargés de mission et des ...
Section III. - Aspects budgétaires et financiers.
TITRE IV. - Dispositions particulières à l'ense...
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Gestion du programme en Communau...
CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux moda...
Section Ire. - De la coordination administrativ...
Section II. - Des charges de mission.
Section III. - Aspects budgétaires et financiers.
TITRE V. - Dispositions finales.
Tekst (72)
Texte (72)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. [1 Pour l'application du présent décret, il faut entendre par :
1° "Enseignement secondaire" : l'enseignement secondaire organisé par la loi du 19 juillet 1971 relative à la structure générale et à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce compris l'enseignement en alternance organisé par le décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement secondaire en alternance, et l'ensemble de l'enseignement secondaire spécialisé organisé par le décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé;
2° "Enseignement secondaire qualifiant" : l'enseignement secondaire de qualification organisé par la loi du 19 juillet 1971 précitée, l'enseignement secondaire en alternance organisé par le décret du 3 juillet 1991 précité et l'enseignement secondaire spécialisé de forme 3 organisé par le décret du 3 mars 2004 précité;
3° "[2 Enseignement pour Adultes]2" : l'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé par le décret du 16 avril 1991 organisant l'enseignement [2 pour adultes]2;
4° "Enseignement supérieur" : l'enseignement organisé par le décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études;
5° "Réseaux d'enseignement" :
- l'enseignement organisé par la Communauté française;
- l'enseignement officiel subventionné par la Communauté française;
- l'enseignement libre subventionné par la Communauté française;
6° "Administrations de coordination" : les administrations chargées notamment d'assurer la liaison avec les instances européennes, de préparer les documents de programmation, d'entretenir un contact permanent avec les administrations fonctionnelles chargées de la gestion des projets;
7° "Agence FSE" : l'administration de coordination chargée de la gestion des aides octroyées par le Fonds social européen (FSE) pour la Belgique francophone. Il s'agit d'un service administratif à comptabilité autonome créé par la Communauté française en application de l'article 9 de l'accord de coopération conclu le 2 septembre 1998 entre le Gouvernement de la Communauté française, le Gouvernement wallon et le Collège de la Commission communautaire française relatif à la coordination et à la gestion des aides octroyées par la Commission européenne dans le domaine des ressources humaines et à la création d'une agence FS ]1.
1° "Enseignement secondaire" : l'enseignement secondaire organisé par la loi du 19 juillet 1971 relative à la structure générale et à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce compris l'enseignement en alternance organisé par le décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement secondaire en alternance, et l'ensemble de l'enseignement secondaire spécialisé organisé par le décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé;
2° "Enseignement secondaire qualifiant" : l'enseignement secondaire de qualification organisé par la loi du 19 juillet 1971 précitée, l'enseignement secondaire en alternance organisé par le décret du 3 juillet 1991 précité et l'enseignement secondaire spécialisé de forme 3 organisé par le décret du 3 mars 2004 précité;
3° "[2 Enseignement pour Adultes]2" : l'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé par le décret du 16 avril 1991 organisant l'enseignement [2 pour adultes]2;
4° "Enseignement supérieur" : l'enseignement organisé par le décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études;
5° "Réseaux d'enseignement" :
- l'enseignement organisé par la Communauté française;
- l'enseignement officiel subventionné par la Communauté française;
- l'enseignement libre subventionné par la Communauté française;
6° "Administrations de coordination" : les administrations chargées notamment d'assurer la liaison avec les instances européennes, de préparer les documents de programmation, d'entretenir un contact permanent avec les administrations fonctionnelles chargées de la gestion des projets;
7° "Agence FSE" : l'administration de coordination chargée de la gestion des aides octroyées par le Fonds social européen (FSE) pour la Belgique francophone. Il s'agit d'un service administratif à comptabilité autonome créé par la Communauté française en application de l'article 9 de l'accord de coopération conclu le 2 septembre 1998 entre le Gouvernement de la Communauté française, le Gouvernement wallon et le Collège de la Commission communautaire française relatif à la coordination et à la gestion des aides octroyées par la Commission européenne dans le domaine des ressources humaines et à la création d'une agence FS ]1.
HOOFDSTUK II. - Overeenstemming met de Europese bepalingen.
CHAPITRE II. - Conformité aux dispositions européennes.
Art. 2. Het [1 ...]1 [2 Volwassenenonderwijs]2 en het hoger onderwijs nemen, met inachtneming van de criteria vastgelegd in de verschillende programmeringsdocumenten, deel aan de acties die mede worden gefinancierd door de Europese structuurfondsen of andere mechanismen van de Europese Unie voor specifieke subsidiëring, aan de programma's in het kader van de communautaire initiatieven (PCI's) die deze versterken en aan de communautaire actieprogramma's (CAP's).
Art. 2. L'enseignement secondaire [1 ...]1, l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et l'enseignement supérieur participent, dans le respect des critères établis dans les différents documents de programmation, aux actions cofinancées par les fonds structurels européens ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne, aux programmes d'initiative communautaire qui les renforcent et aux programmes d'action communautaire.
TITEL II. [1 Bijzondere bepalingen voor het secundair onderwijs ]1
TITRE II. [1 TITRE II. - Dispositions particulières à l'enseignement secondaire ]1
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Art. 3. Voor de toepassing van deze titel dient te worden verstaan onder :
1° " De minister " : De minister van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid het [2 secundair onderwijs]2 behoren;
2° " Vertegenwoordigings- en coördinatieorganen " : de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten zoals bepaald in artikel 5bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
3° " schoolinrichtingen " : [2 instellingen voor secundair onderwijs]2;
4° [3 "Operatoren van voortgezette beroepsopleiding": de operatoren van voortgezette beroepsopleiding bedoeld in boek 6, titel I, van het wetboek van basis- en secundair onderwijs;]3
5° [2 "Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)": het orgaan dat onder de algemene directie voor leerplichtonderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap is opgericht om op te treden als tussenpersoon tussen enerzijds de scholen, de inrichtende machten, de organen die de inrichtende machten vertegenwoordigen en coördineren en de verantwoordelijken voor de opleiding van de inrichtende machten, de organisatoren van bijscholingscursussen en, anderzijds de minister en de coördinerende instanties]2;
6° [2 "Globale actieprojecten": de door het CCGPE-DGEO ingediende projecten die beantwoorden aan de algemene doelstellingen die door de regering zijn goedgekeurd in het kader van de verordeningen en projecten betreffende de door de Europese Commissie toegekende structurele steun]2;
7° [2 "Specifieke actieprojecten ": projecten die door het CCGPE-DGEO worden ingediend in het kader van andere Europese projecten of specifieke subsidiemechanismen van de Europese Unie]2;
8° [2 "Andere projecten ": individuele of collectieve projecten die in het kader van Europese projecten of andere specifieke EU-subsidiemechanismen worden ingediend door scholen, inrichtende machten, vertegenwoordigende en coördinerende instanties of [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 in het kader van Europese projecten of andere specifieke EU-subsidieregelingen]2.
1° " De minister " : De minister van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid het [2 secundair onderwijs]2 behoren;
2° " Vertegenwoordigings- en coördinatieorganen " : de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten zoals bepaald in artikel 5bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
3° " schoolinrichtingen " : [2 instellingen voor secundair onderwijs]2;
4° [3 "Operatoren van voortgezette beroepsopleiding": de operatoren van voortgezette beroepsopleiding bedoeld in boek 6, titel I, van het wetboek van basis- en secundair onderwijs;]3
5° [2 "Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)": het orgaan dat onder de algemene directie voor leerplichtonderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap is opgericht om op te treden als tussenpersoon tussen enerzijds de scholen, de inrichtende machten, de organen die de inrichtende machten vertegenwoordigen en coördineren en de verantwoordelijken voor de opleiding van de inrichtende machten, de organisatoren van bijscholingscursussen en, anderzijds de minister en de coördinerende instanties]2;
6° [2 "Globale actieprojecten": de door het CCGPE-DGEO ingediende projecten die beantwoorden aan de algemene doelstellingen die door de regering zijn goedgekeurd in het kader van de verordeningen en projecten betreffende de door de Europese Commissie toegekende structurele steun]2;
7° [2 "Specifieke actieprojecten ": projecten die door het CCGPE-DGEO worden ingediend in het kader van andere Europese projecten of specifieke subsidiemechanismen van de Europese Unie]2;
8° [2 "Andere projecten ": individuele of collectieve projecten die in het kader van Europese projecten of andere specifieke EU-subsidiemechanismen worden ingediend door scholen, inrichtende machten, vertegenwoordigende en coördinerende instanties of [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 in het kader van Europese projecten of andere specifieke EU-subsidieregelingen]2.
Art. 3. Pour l'application du présent titre, il faut entendre par :
1° " Le ministre " : Le Ministre de la Communauté française ayant [2 l'enseignement secondaire ]2 dans ses attributions;
2° " Organes de représentation et de coordination " : les organes de représentation et de coordination de pouvoirs organisateurs tels que définis à l'article 5bis de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
3° " Etablissements scolaires " : [2 les établissements d'enseignement secondaire]2;
4° [3 " Les opérateurs de la formation professionnelle continue " : les opérateurs de formation professionnelle continue visés au Livre 6, Titre Ier, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire.]3
5° " [2 Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)" : l'organe créé auprès de la Direction générale de l'enseignement obligatoire du Ministère de la Communauté française afin de tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre, d'une part, les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 et, d'autre part, le ministre et les administrations de coordination]2;
6° [2 " Projets d'action globaux" : les projets déposés par le CCGPE-DGEO qui répondent aux objectifs généraux approuvés par le Gouvernement dans le cadre des règlements et programmes relatifs aux aides structurelles octroyées par la Commission européenne]2;
7° [2 "Projets d'action spécifiques" : les projets déposés par le CCGPE-DGEO qui s'inscrivent dans le cadre des autres programmes européens ou de mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne]2;
8° [2 "Autres projets" : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination ou [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 dans le cadre des programmes européens ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne ]2.
1° " Le ministre " : Le Ministre de la Communauté française ayant [2 l'enseignement secondaire ]2 dans ses attributions;
2° " Organes de représentation et de coordination " : les organes de représentation et de coordination de pouvoirs organisateurs tels que définis à l'article 5bis de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
3° " Etablissements scolaires " : [2 les établissements d'enseignement secondaire]2;
4° [3 " Les opérateurs de la formation professionnelle continue " : les opérateurs de formation professionnelle continue visés au Livre 6, Titre Ier, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire.]3
5° " [2 Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)" : l'organe créé auprès de la Direction générale de l'enseignement obligatoire du Ministère de la Communauté française afin de tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre, d'une part, les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 et, d'autre part, le ministre et les administrations de coordination]2;
6° [2 " Projets d'action globaux" : les projets déposés par le CCGPE-DGEO qui répondent aux objectifs généraux approuvés par le Gouvernement dans le cadre des règlements et programmes relatifs aux aides structurelles octroyées par la Commission européenne]2;
7° [2 "Projets d'action spécifiques" : les projets déposés par le CCGPE-DGEO qui s'inscrivent dans le cadre des autres programmes européens ou de mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne]2;
8° [2 "Autres projets" : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination ou [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 dans le cadre des programmes européens ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne ]2.
HOOFDSTUK II. [1 ]1- Beheer van de projecten in de Franse Gemeenschap
CHAPITRE II. [1 - Gestion des programmes en Communauté française ]1
Art. 4. [1 Binnen de Algemene directie voor leerplichtonderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap wordt een orgaan "Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)" opgericht en belast met:
1° op te treden als gesprekspartner die door de regering van de Franse Gemeenschap is aangewezen om op te treden als tussenpersoon tussen enerzijds de scholen, de inrichtende machten, de organen die de inrichtende machten en [2 de operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2 vertegenwoordigen en coördineren, en anderzijds de minister en de coördinerende overheden met betrekking tot de Europese structuurfondsen of andere specifieke subsidiestelsels van de Europese Unie, de initiatiefprojecten die deze fondsen of andere specifieke subsidiemechanismen van de Europese Unie, de initiatiefprojecten die deze versterken en de verschillende actieprojecten van de Europese Unie, voor acties die inzonderheid tot doel hebben het Europese onderwijsbeleid ten uitvoer te leggen en in het bijzonder de onderwijs- en sociaal-professionele integratie van personen jonger dan 25 jaar, met inbegrip van degenen die al dan niet voltijds onderwijs hebben genoten, innoverende acties ten behoeve van de emancipatie van kansarme groepen uit te voeren, de ontwikkeling van het secundair kwalificatieonderwijs te bevorderen, de Europese mobiliteit van jongeren en leerkrachten in het secundair onderwijs aan te moedigen en te zorgen voor opleiding voor deze verschillende actoren;
2° op eigen initiatief verzoeken om bijstand voor te bereiden, maar ook door het coördineren en bundelen van de voorstellen van scholen, inrichtende machten, organen die de inrichtende machten en de [2 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2 vertegenwoordigen en coördineren, de minister voor te stellen om de Europese middelen voor het secundair onderwijs te verdelen en het aandeel van het publiek te verhogen, zoals voorzien in de Europese wetgeving, en om verzoeken om bijstand in te dienen nadat de minister zijn goedkeuring heeft verleend, zorgen voor de voorfinanciering van goedgekeurde acties, zorgen voor de uitvoering, voortgang, monitoring, prospectieve en retrospectieve evaluatie, controle van niveau 1 van de door het CCGPE-DGEO ingediende voorgenomen uitgaven, zoeken en ontwikkelen van nationale en transnationale partnerschappen, opstellen en indienen van activiteiten- en tussentijdse financiële verslagen en indienen van verzoeken om saldobetalingen na verificatie of de uitgaven subsidieerbaar zijn;
3° te zorgen voor een optimaal gebruik van de Europese subsidies door de kwalitatieve aspecten van de bereikte toegevoegde waarde te versterken met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en complementariteit;
4° Europese projecten bij scholen te promoten;
5° het centraliseren en beheren van de aanvragen voor mobiliteit van studenten en docenten in het kader van het secundair beroepsonderwijs;
6° te zorgen voor coördinatie met het [3 Volwassenenonderwijs]3 en het regionale beleid inzake opleiding en werkgelegenheid;
7° bij te dragen tot de ontwikkeling en verbetering van het secundair kwalificatieonderwijs;
8° ervoor te zorgen dat de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor goedgekeurde acties zijn toegekend, worden terugbetaald;
9° de minister voorstellen te doen voor wijzigingen in de regelgeving met betrekking tot de werking van het CCGPE-DGEO en het projectbeheer.
Dit CCGPE-DGEO is een bemiddelende instantie overeenkomstig de verordening van de Europese Commissie tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen die elke lidstaat de mogelijkheid biedt om bemiddelende instanties op te richten die onder de verantwoordelijkheid van een beheers- of betalingsoverheid optreden en die tot opdracht hebben de levering van de medegefinancierde producten en diensten en de gedeclareerde werkelijke uitgaven te controleren ]1.
1° op te treden als gesprekspartner die door de regering van de Franse Gemeenschap is aangewezen om op te treden als tussenpersoon tussen enerzijds de scholen, de inrichtende machten, de organen die de inrichtende machten en [2 de operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2 vertegenwoordigen en coördineren, en anderzijds de minister en de coördinerende overheden met betrekking tot de Europese structuurfondsen of andere specifieke subsidiestelsels van de Europese Unie, de initiatiefprojecten die deze fondsen of andere specifieke subsidiemechanismen van de Europese Unie, de initiatiefprojecten die deze versterken en de verschillende actieprojecten van de Europese Unie, voor acties die inzonderheid tot doel hebben het Europese onderwijsbeleid ten uitvoer te leggen en in het bijzonder de onderwijs- en sociaal-professionele integratie van personen jonger dan 25 jaar, met inbegrip van degenen die al dan niet voltijds onderwijs hebben genoten, innoverende acties ten behoeve van de emancipatie van kansarme groepen uit te voeren, de ontwikkeling van het secundair kwalificatieonderwijs te bevorderen, de Europese mobiliteit van jongeren en leerkrachten in het secundair onderwijs aan te moedigen en te zorgen voor opleiding voor deze verschillende actoren;
2° op eigen initiatief verzoeken om bijstand voor te bereiden, maar ook door het coördineren en bundelen van de voorstellen van scholen, inrichtende machten, organen die de inrichtende machten en de [2 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2 vertegenwoordigen en coördineren, de minister voor te stellen om de Europese middelen voor het secundair onderwijs te verdelen en het aandeel van het publiek te verhogen, zoals voorzien in de Europese wetgeving, en om verzoeken om bijstand in te dienen nadat de minister zijn goedkeuring heeft verleend, zorgen voor de voorfinanciering van goedgekeurde acties, zorgen voor de uitvoering, voortgang, monitoring, prospectieve en retrospectieve evaluatie, controle van niveau 1 van de door het CCGPE-DGEO ingediende voorgenomen uitgaven, zoeken en ontwikkelen van nationale en transnationale partnerschappen, opstellen en indienen van activiteiten- en tussentijdse financiële verslagen en indienen van verzoeken om saldobetalingen na verificatie of de uitgaven subsidieerbaar zijn;
3° te zorgen voor een optimaal gebruik van de Europese subsidies door de kwalitatieve aspecten van de bereikte toegevoegde waarde te versterken met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en complementariteit;
4° Europese projecten bij scholen te promoten;
5° het centraliseren en beheren van de aanvragen voor mobiliteit van studenten en docenten in het kader van het secundair beroepsonderwijs;
6° te zorgen voor coördinatie met het [3 Volwassenenonderwijs]3 en het regionale beleid inzake opleiding en werkgelegenheid;
7° bij te dragen tot de ontwikkeling en verbetering van het secundair kwalificatieonderwijs;
8° ervoor te zorgen dat de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor goedgekeurde acties zijn toegekend, worden terugbetaald;
9° de minister voorstellen te doen voor wijzigingen in de regelgeving met betrekking tot de werking van het CCGPE-DGEO en het projectbeheer.
Dit CCGPE-DGEO is een bemiddelende instantie overeenkomstig de verordening van de Europese Commissie tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen die elke lidstaat de mogelijkheid biedt om bemiddelende instanties op te richten die onder de verantwoordelijkheid van een beheers- of betalingsoverheid optreden en die tot opdracht hebben de levering van de medegefinancierde producten en diensten en de gedeclareerde werkelijke uitgaven te controleren ]1.
Art. 4. [1 Il est créé auprès de la Direction générale de l'enseignement obligatoire du Ministère de la Communauté française un organe dénommé "Centre de coordination et de gestion des programmes européens - enseignement secondaire (CCGPE-DGEO)" et chargé :
1° de tenir lieu d'interlocuteur désigné par le Gouvernement de la Communauté française pour servir d'intermédiaire entre, d'une part, les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et [2 les opérateurs de la formation professionnelle continue]2 et, d'autre part, le ministre et les administrations de coordination en ce qui concerne les fonds structurels européens ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne, les programmes d'initiative qui les renforcent et les différents programmes d'action de l'Union européenne, pour des actions dont les objectifs sont notamment de mettre en oeuvre les politiques européennes dans le domaine de l'enseignement et notamment de faciliter l'insertion scolaire et socioprofessionnelle de personnes de moins de vingt-cinq ans, y compris celles qui ont terminé ou non la scolarité à temps plein, de mener des actions innovantes en faveur de l'émancipation des publics défavorisés, de développer l'enseignement secondaire qualifiant, d'encourager la mobilité européenne des jeunes et des enseignants de l'enseignement secondaire et d'assurer la formation de ces différents acteurs;
2° de préparer les demandes de concours à son initiative, mais aussi en coordonnant et en globalisant les propositions des établissements scolaires, des pouvoirs organisateurs, des organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et des [2 opérateurs de la formation professionnelle continue]2, de proposer au ministre la répartition des crédits européens mis à la disposition de l'enseignement secondaire et la valorisation des parts publiques prévues par la législation européenne, de déposer les demandes de concours après avoir obtenu l'agrément du ministre, de veiller au préfinancement des actions agréées, d'en assurer la mise en oeuvre, le déroulement, le suivi, l'évaluation prospective et rétrospective, le contrôle de premier niveau des dépenses des projets déposés par le CCGPE-DGEO, de rechercher et de développer les partenariats nationaux et transnationaux, de préparer et d'introduire les rapports d'activité et les rapports financiers intermédiaires et de déposer les demandes de soldes après avoir vérifié l'éligibilité des dépenses;
3° de veiller à l'utilisation optimale des subventions européennes en renforçant les aspects qualitatifs des plus-values réalisées en respectant les principes de subsidiarité et de complémentarité;
4° de promouvoir les programmes européens auprès des établissements scolaires;
5° de centraliser et de gérer les demandes de mobilité des élèves et des enseignants dans le cadre de l'enseignement secondaire qualifiant;
6° d'assurer l'articulation avec l'[3 Enseignement pour Adultes]3 et les politiques régionales de formation et de mise à l'emploi;
7° de contribuer au développement et à la valorisation de l'enseignement secondaire qualifiant;
8° de veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
9° de proposer au ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du CCGPE-DGEO et à la gestion des projets.
Ce CCGPE-DGEO est un organisme intermédiaire conformément au règlement de la Commission européenne portant dispositions communes qui prévoit la possibilité pour chaque Etat membre de mettre en place des organismes intermédiaires, agissant sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de paiement, chargés de vérifier la remise des produits et services cofinancés et la réalité des dépenses déclarées ]1.
1° de tenir lieu d'interlocuteur désigné par le Gouvernement de la Communauté française pour servir d'intermédiaire entre, d'une part, les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et [2 les opérateurs de la formation professionnelle continue]2 et, d'autre part, le ministre et les administrations de coordination en ce qui concerne les fonds structurels européens ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne, les programmes d'initiative qui les renforcent et les différents programmes d'action de l'Union européenne, pour des actions dont les objectifs sont notamment de mettre en oeuvre les politiques européennes dans le domaine de l'enseignement et notamment de faciliter l'insertion scolaire et socioprofessionnelle de personnes de moins de vingt-cinq ans, y compris celles qui ont terminé ou non la scolarité à temps plein, de mener des actions innovantes en faveur de l'émancipation des publics défavorisés, de développer l'enseignement secondaire qualifiant, d'encourager la mobilité européenne des jeunes et des enseignants de l'enseignement secondaire et d'assurer la formation de ces différents acteurs;
2° de préparer les demandes de concours à son initiative, mais aussi en coordonnant et en globalisant les propositions des établissements scolaires, des pouvoirs organisateurs, des organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs et des [2 opérateurs de la formation professionnelle continue]2, de proposer au ministre la répartition des crédits européens mis à la disposition de l'enseignement secondaire et la valorisation des parts publiques prévues par la législation européenne, de déposer les demandes de concours après avoir obtenu l'agrément du ministre, de veiller au préfinancement des actions agréées, d'en assurer la mise en oeuvre, le déroulement, le suivi, l'évaluation prospective et rétrospective, le contrôle de premier niveau des dépenses des projets déposés par le CCGPE-DGEO, de rechercher et de développer les partenariats nationaux et transnationaux, de préparer et d'introduire les rapports d'activité et les rapports financiers intermédiaires et de déposer les demandes de soldes après avoir vérifié l'éligibilité des dépenses;
3° de veiller à l'utilisation optimale des subventions européennes en renforçant les aspects qualitatifs des plus-values réalisées en respectant les principes de subsidiarité et de complémentarité;
4° de promouvoir les programmes européens auprès des établissements scolaires;
5° de centraliser et de gérer les demandes de mobilité des élèves et des enseignants dans le cadre de l'enseignement secondaire qualifiant;
6° d'assurer l'articulation avec l'[3 Enseignement pour Adultes]3 et les politiques régionales de formation et de mise à l'emploi;
7° de contribuer au développement et à la valorisation de l'enseignement secondaire qualifiant;
8° de veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
9° de proposer au ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du CCGPE-DGEO et à la gestion des projets.
Ce CCGPE-DGEO est un organisme intermédiaire conformément au règlement de la Commission européenne portant dispositions communes qui prévoit la possibilité pour chaque Etat membre de mettre en place des organismes intermédiaires, agissant sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de paiement, chargés de vérifier la remise des produits et services cofinancés et la réalité des dépenses déclarées ]1.
Art. 5. [1 § 1. In het kader van de algemene actieprojecten en de specifieke actieprojecten als bedoeld in artikel 3 legt het CCGPE-DGEO alle projecten, met inbegrip van de begrotingsmiddelen, voor aan de minister, die deze goedkeurt. Het CCGPE-DGEO legt alle projecten voor aan de coördinerende instanties of rechtstreeks aan de Commissie, naargelang het geval.
§ 2. Voor Europese studenten- en docentenmobiliteitsprojecten dient het CCGPE-DGEO aanvragen in bij het agentschap AEF-Europe of een equivalent daarvan. De geselecteerde projecten worden door de minister ter goedkeuring aan de regering voorgelegd. Het CCGPE-DGEO-coördinator is door de regering gemandateerd om de overeenkomsten met het agentschap AEF-Europe te ondertekenen en CCGPE-DGEO organiseert de mobiliteit, in nauwe samenwerking met de onderwijsinstellingen en met het op de hoogte houden van de vertegenwoordigende en coördinerende organen van de inrichtende machten.
§ 3. Indien een verzoek om opportuniteitsadvies over projecten wordt ingediend, wordt dit door de algemene directie van het leerplichtonderwijs (DGEO) verstrekt op verzoek van de administratie die belast is met de coördinatie van het project ]1.
§ 2. Voor Europese studenten- en docentenmobiliteitsprojecten dient het CCGPE-DGEO aanvragen in bij het agentschap AEF-Europe of een equivalent daarvan. De geselecteerde projecten worden door de minister ter goedkeuring aan de regering voorgelegd. Het CCGPE-DGEO-coördinator is door de regering gemandateerd om de overeenkomsten met het agentschap AEF-Europe te ondertekenen en CCGPE-DGEO organiseert de mobiliteit, in nauwe samenwerking met de onderwijsinstellingen en met het op de hoogte houden van de vertegenwoordigende en coördinerende organen van de inrichtende machten.
§ 3. Indien een verzoek om opportuniteitsadvies over projecten wordt ingediend, wordt dit door de algemene directie van het leerplichtonderwijs (DGEO) verstrekt op verzoek van de administratie die belast is met de coördinatie van het project ]1.
Modifications
Art. 5. [1 § 1er. Dans le cadre des projets d'action globaux et des projets d'action spécifiques visés à l'article 3, le CCGPE-DGEO présente au ministre, qui les approuve, l'ensemble des projets, en ce compris les enveloppes budgétaires. Le CCGPE-DGEO introduit l'ensemble des projets auprès des administrations de coordination ou directement à la Commission selon le cas.
§ 2. Pour les projets de mobilité européenne des élèves et des enseignants, le CCGPE-DGEO dépose les demandes auprès de l'agence AEF-Europe ou son équivalent. Les projets retenus sont présentés par le ministre au gouvernement en vue de leur adoption. Le coordonnateur du CCGPE-DGEO est chargé par le gouvernement de signer les conventions avec l'agence AEF-Europe et le CCGPE-DGEO organise les mobilités, en étroite collaboration avec les établissements d'enseignement et en tenant informés les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs.
§ 3. En cas de demande d'avis d'opportunité sur les projets, celui-ci est remis par la Direction générale de l'enseignement obligatoire (DGEO) à la demande de l'administration de coordination des programmes]1.
§ 2. Pour les projets de mobilité européenne des élèves et des enseignants, le CCGPE-DGEO dépose les demandes auprès de l'agence AEF-Europe ou son équivalent. Les projets retenus sont présentés par le ministre au gouvernement en vue de leur adoption. Le coordonnateur du CCGPE-DGEO est chargé par le gouvernement de signer les conventions avec l'agence AEF-Europe et le CCGPE-DGEO organise les mobilités, en étroite collaboration avec les établissements d'enseignement et en tenant informés les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs.
§ 3. En cas de demande d'avis d'opportunité sur les projets, celui-ci est remis par la Direction générale de l'enseignement obligatoire (DGEO) à la demande de l'administration de coordination des programmes]1.
Modifications
Art. 6. [1 Wanneer een school deelneemt aan een project dat wordt gefinancierd of medegefinancierd door Europese fondsen waarvan het CCGPE-DGEO niet de initiatiefnemer is, stelt de school het CCGPE-DGEO hiervan in kennis en keurt de minister, na raadpleging van het CCGPE-DGEO, elk verzoek goed om het door de school in het kader van het genoemde project verstrekte publieke aandeel te waarderen ]1.
Modifications
Art. 6. [1 Lorsqu'un établissement scolaire participe à un projet financé ou cofinancé par des fonds européens dont le CCGPE-DGEO n'est pas promoteur, l'établissement en informe le CCGPE-DGEO et le ministre approuve, après avoir pris l'avis du CCGPE-DGEO, toute demande de valorisation de la part publique apportée par l'établissement scolaire dans ledit projet ]1.
Modifications
Art. 7. [1 § 1. Het CCGPE-DGEO heeft zijn zetel in de gebouwen van de algemene directie van het leerplichtonderwijs (DGEO). Indien nodig kan het echter ook op een andere plaats bijeenkomen.
§ 2. Voor het administratieve en pedagogische beheer en de coördinatie van de projecten wordt gezorgd door een coördinator die belast is met het dagelijks beheer en de uitvoering van de in lid 3 beschreven beslissingen van het beheerscomité en voor de coördinatie van de werkzaamheden van de eventuele ambtenaren, deskundigen en arbeidscontractanten. Hij is belast met het opzetten en uitvoeren van alle maatregelen die nodig zijn voor de goede werking van het CCGPE-DGEO. Hij is ook belast met het ondertekenen van de verlof- en opleidingsverzoeken van de leden van het CCGPE-DGEO, het ondertekenen van hun schuldverklaringen en alle andere administratieve documenten betreffende hun activiteit binnen het CCGPE-DGEO. Hij wordt gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 12.
De coördinator werkt nauw samen met de diensten van de administratie om ervoor te zorgen dat Europese projecten worden geïntegreerd in het algemene beleid van de Franse Gemeenschap.
De coördinator kan:
1° ofwel worden aangeworven onder het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd voltijds onderwijzend personeel of personeel in vaste dienst
2° ofwel aangeworven worden als contractuele van rang 1.
De coördinator wordt aangeworven op basis van een oproep tot het indienen van kandidaturen, die, desgevallend, enkel voor opdrachthouders is gereserveerd.
In het geval van een opdrachthouder, wordt deze laatste door de minister benoemd en met verlof wegens opdracht gesteld in het belang van het onderwijs en ontvangt hij een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de wedde of de weddesubsidie die overeenkomt met het ambt van directeur van een hogere secundaire school en die hij geniet in zijn ambt. Hij geniet de verlof- en vakantieregeling die eigen is aan het ambt van directeur van een hogere secundaire school. Bij beslissing van de voorzitter of de ondervoorzitter van het beheerscomité kan zijn aanwezigheid tijdens de schoolvakanties echter worden geëist, afhankelijk van de behoeften van de dienst. Hij heeft recht op vergoeding van zijn reis- en verblijfkosten onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap in rang 12. In geval van nood kan de minister zijn administratieve woonplaats vestigen in zijn oorspronkelijke ambt of in zijn woonplaats.
In het geval van een administratief personeelslid wordt de coördinator als deskundige op de schaal van 120/1 aangeworven. De aanwerving vindt plaats volgens de binnen het ministerie geldende procedures.
§ 3. Het CCGPE-DGEO wordt beheerd door een beheerscomité dat als volgt is samengesteld:
1° de afgevaardigde van de minister die verantwoordelijk is voor het secundair onderwijs, die het voorzitterschap waarneemt;
2° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor secundair onderwijs en PMS- centra of zijn afgevaardigde, die ondervoorzitter is;
3° de inspecteur-generaal van de doorstromings- en kwalificatieafdelingen van het secundair onderwijs of zijn afgevaardigde;
4° twee vertegenwoordigers van het gemeenschapsonderwijs en twee vertegenwoordigers van het vrije onderwijs;
5° de directeur van het ESF-agentschap of zijn afgevaardigde;
6° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst [3 Volwassenenonderwijs]3, alternerend secundair kunstonderwijs en afstandsonderwijs, of zijn afgevaardigde;
7° een vertegenwoordiger van de minister die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de structuurfondsen;
8° een vertegenwoordiger van de minister van Begroting;
9° een vertegenwoordiger van het Instituut voor [2 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2;
10° de in lid 2 bedoelde administratieve en onderwijscoördinator, vergezeld van een eventuele plaatsvervangend coördinator als bedoeld in artikel 16 en de projectleiders als bedoeld in artikel 16 die bij de agenda van de vergadering zijn betrokken.
§ 4. Er wordt een plaatsvervangend lid aangewezen voor elk van de in § 3, 1° tot 6° bedoelde werkende leden.
§ 5. De leden bedoeld in § 3, 1° tot 4°, hebben stemrecht.
§ 6. De werkende en plaatsvervangende leden bedoeld in § 3, 4°, worden benoemd door de minister op voorstel van de Algemene Raad voor het secundair onderwijs.
§ 7. Wanneer een werkend of plaatsvervangend lid ontslag neemt, het statuut verliest waarvoor hij werd benoemd of wanneer zijn mandaat wordt ingetrokken door de minister of door de Algemene Raad voor het secundair Onderwijs, verliest hij van rechtswege zijn lidmaatschap van het beheerscomité. Een aftredend lid blijft echter zitting houden totdat zijn vervanger wordt benoemd.
§ 8. Externe personen kunnen door de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van een lid van het beheerscomité worden uitgenodigd om met raadgevende stem aan de vergaderingen van het beheerscomité deel te nemen.
§ 9. Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt deze vervangen door de ondervoorzitter ]1.
§ 2. Voor het administratieve en pedagogische beheer en de coördinatie van de projecten wordt gezorgd door een coördinator die belast is met het dagelijks beheer en de uitvoering van de in lid 3 beschreven beslissingen van het beheerscomité en voor de coördinatie van de werkzaamheden van de eventuele ambtenaren, deskundigen en arbeidscontractanten. Hij is belast met het opzetten en uitvoeren van alle maatregelen die nodig zijn voor de goede werking van het CCGPE-DGEO. Hij is ook belast met het ondertekenen van de verlof- en opleidingsverzoeken van de leden van het CCGPE-DGEO, het ondertekenen van hun schuldverklaringen en alle andere administratieve documenten betreffende hun activiteit binnen het CCGPE-DGEO. Hij wordt gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 12.
De coördinator werkt nauw samen met de diensten van de administratie om ervoor te zorgen dat Europese projecten worden geïntegreerd in het algemene beleid van de Franse Gemeenschap.
De coördinator kan:
1° ofwel worden aangeworven onder het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd voltijds onderwijzend personeel of personeel in vaste dienst
2° ofwel aangeworven worden als contractuele van rang 1.
De coördinator wordt aangeworven op basis van een oproep tot het indienen van kandidaturen, die, desgevallend, enkel voor opdrachthouders is gereserveerd.
In het geval van een opdrachthouder, wordt deze laatste door de minister benoemd en met verlof wegens opdracht gesteld in het belang van het onderwijs en ontvangt hij een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de wedde of de weddesubsidie die overeenkomt met het ambt van directeur van een hogere secundaire school en die hij geniet in zijn ambt. Hij geniet de verlof- en vakantieregeling die eigen is aan het ambt van directeur van een hogere secundaire school. Bij beslissing van de voorzitter of de ondervoorzitter van het beheerscomité kan zijn aanwezigheid tijdens de schoolvakanties echter worden geëist, afhankelijk van de behoeften van de dienst. Hij heeft recht op vergoeding van zijn reis- en verblijfkosten onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap in rang 12. In geval van nood kan de minister zijn administratieve woonplaats vestigen in zijn oorspronkelijke ambt of in zijn woonplaats.
In het geval van een administratief personeelslid wordt de coördinator als deskundige op de schaal van 120/1 aangeworven. De aanwerving vindt plaats volgens de binnen het ministerie geldende procedures.
§ 3. Het CCGPE-DGEO wordt beheerd door een beheerscomité dat als volgt is samengesteld:
1° de afgevaardigde van de minister die verantwoordelijk is voor het secundair onderwijs, die het voorzitterschap waarneemt;
2° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor secundair onderwijs en PMS- centra of zijn afgevaardigde, die ondervoorzitter is;
3° de inspecteur-generaal van de doorstromings- en kwalificatieafdelingen van het secundair onderwijs of zijn afgevaardigde;
4° twee vertegenwoordigers van het gemeenschapsonderwijs en twee vertegenwoordigers van het vrije onderwijs;
5° de directeur van het ESF-agentschap of zijn afgevaardigde;
6° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst [3 Volwassenenonderwijs]3, alternerend secundair kunstonderwijs en afstandsonderwijs, of zijn afgevaardigde;
7° een vertegenwoordiger van de minister die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de structuurfondsen;
8° een vertegenwoordiger van de minister van Begroting;
9° een vertegenwoordiger van het Instituut voor [2 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2;
10° de in lid 2 bedoelde administratieve en onderwijscoördinator, vergezeld van een eventuele plaatsvervangend coördinator als bedoeld in artikel 16 en de projectleiders als bedoeld in artikel 16 die bij de agenda van de vergadering zijn betrokken.
§ 4. Er wordt een plaatsvervangend lid aangewezen voor elk van de in § 3, 1° tot 6° bedoelde werkende leden.
§ 5. De leden bedoeld in § 3, 1° tot 4°, hebben stemrecht.
§ 6. De werkende en plaatsvervangende leden bedoeld in § 3, 4°, worden benoemd door de minister op voorstel van de Algemene Raad voor het secundair onderwijs.
§ 7. Wanneer een werkend of plaatsvervangend lid ontslag neemt, het statuut verliest waarvoor hij werd benoemd of wanneer zijn mandaat wordt ingetrokken door de minister of door de Algemene Raad voor het secundair Onderwijs, verliest hij van rechtswege zijn lidmaatschap van het beheerscomité. Een aftredend lid blijft echter zitting houden totdat zijn vervanger wordt benoemd.
§ 8. Externe personen kunnen door de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van een lid van het beheerscomité worden uitgenodigd om met raadgevende stem aan de vergaderingen van het beheerscomité deel te nemen.
§ 9. Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt deze vervangen door de ondervoorzitter ]1.
Art. 7. [1 § 1er. Le CCGPE-DGEO a son siège dans les locaux de la Direction générale de l'enseignement obligatoire. Toutefois il peut, en cas de nécessité, se réunir dans un autre lieu.
§ 2. La gestion et la coordination administrative et pédagogique des projets est assurée par un coordonnateur chargé d'assurer la gestion journalière et l'exécution des décisions du comité de gestion décrit au paragraphe 3 ainsi que de coordonner le travail des chargés de mission, des experts et du personnel contractuel éventuels. Il est chargé de mettre en oeuvre toute mesure nécessaire au bon fonctionnement du CCGPE-DGEO. Il est également chargé de signer les demandes de congé et de formation des membres du CCGPE-DGEO, de signer leurs déclarations de créance et tous autres documents administratifs concernant leur activité au sein du CCGPE-DGEO. Il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12.
Le coordonnateur travaille en relation étroite avec les services de l'Administration afin de garantir l'intégration des projets européens dans la politique d'ensemble de la Communauté française.
Le coordonnateur peut :
1° soit, être recruté parmi les membres du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, nommés ou engagés à titre définitif à temps plein.
2° soit, être recruté comme agent contractuel de niveau 1.
Le coordonnateur est recruté sur base d'un appel à candidatures, réservé, le cas échéant, uniquement à des chargés de mission.
S'il s'agit d'un chargé de mission, il est désigné par le ministre et mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et bénéficie en outre d'une allocation égale à la différence entre le traitement ou la subvention-traitement de l'échelle de traitement correspondante à la fonction de directeur d'un établissement d'enseignement secondaire supérieur et celle dont il bénéficie dans sa fonction. Il bénéficie du régime de congés et de vacances propres à la fonction de directeur d'un établissement d'enseignement secondaire supérieur. Toutefois, sur décision du président ou du vice-président du comité de gestion, sa présence peut être requise, selon les nécessités du service, durant les périodes de vacances scolaires. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française de rang 12. En cas de nécessité, le ministre peut fixer sa résidence administrative à celle de sa fonction d'origine ou à son domicile.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, le coordonnateur est engagé en qualité d'expert au barème 120/1. Son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère.
§ 3. Le CCGPE-DGEO est géré par un comité de gestion composé comme suit :
1° le délégué du ministre en charge de l'enseignement secondaire, qui en assure la présidence;
2° le directeur général adjoint du service général de l'enseignement secondaire et des centres psycho-médico-sociaux ou son délégué, qui en assure la vice-présidence;
3° l'inspecteur général de l'enseignement secondaire de transition et de qualification ou son délégué;
4° deux représentants de l'enseignement officiel et deux représentants de l'enseignement libre;
5° le directeur de l'Agence FSE ou son délégué;
6° le directeur général adjoint du service général de l'[3 Enseignement pour Adultes]3, de l'Enseignement artistique secondaire en alternance et de l'Enseignement à distance ou son délégué;
7° un représentant du ministre qui a la coordination des fonds structurels dans ses compétences;
8° un représentant du ministre du Budget;
9° un représentant [2 de l'Institut interréseaux de la Formation professionnelle continue]2;
10° le coordonnateur administratif et pédagogique visé au paragraphe 2 accompagné du coordonnateur adjoint éventuel visé à l'article 16 et des chefs de projet visés à l'article 16 qui sont concernés par l'ordre du jour de la réunion.
§ 4. Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés au § 3, 1° à 6°.
§ 5. Les membres visés au § 3, 1° à 4°, ont voix délibérative.
§ 6. Les membres effectifs et suppléants visés au § 3, 4°, sont nommés par le Ministre sur proposition du Conseil général de l'enseignement secondaire.
§ 7. Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne, perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé ou lorsqu'il se voit retirer son mandat par le Ministre ou par le Conseil général de l'enseignement secondaire, il cesse de plein droit de faire partie du comité de gestion. Tout membre démissionnaire continue cependant à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
§ 8. Des personnes extérieures peuvent être invitées par le président, à son initiative ou à la demande d'un membre du comité de gestion, à participer aux réunions du comité de gestion, avec voix consultative.
§ 9. En cas d'absence, le président est remplacé par le vice-présiden ]1.
§ 2. La gestion et la coordination administrative et pédagogique des projets est assurée par un coordonnateur chargé d'assurer la gestion journalière et l'exécution des décisions du comité de gestion décrit au paragraphe 3 ainsi que de coordonner le travail des chargés de mission, des experts et du personnel contractuel éventuels. Il est chargé de mettre en oeuvre toute mesure nécessaire au bon fonctionnement du CCGPE-DGEO. Il est également chargé de signer les demandes de congé et de formation des membres du CCGPE-DGEO, de signer leurs déclarations de créance et tous autres documents administratifs concernant leur activité au sein du CCGPE-DGEO. Il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12.
Le coordonnateur travaille en relation étroite avec les services de l'Administration afin de garantir l'intégration des projets européens dans la politique d'ensemble de la Communauté française.
Le coordonnateur peut :
1° soit, être recruté parmi les membres du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, nommés ou engagés à titre définitif à temps plein.
2° soit, être recruté comme agent contractuel de niveau 1.
Le coordonnateur est recruté sur base d'un appel à candidatures, réservé, le cas échéant, uniquement à des chargés de mission.
S'il s'agit d'un chargé de mission, il est désigné par le ministre et mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et bénéficie en outre d'une allocation égale à la différence entre le traitement ou la subvention-traitement de l'échelle de traitement correspondante à la fonction de directeur d'un établissement d'enseignement secondaire supérieur et celle dont il bénéficie dans sa fonction. Il bénéficie du régime de congés et de vacances propres à la fonction de directeur d'un établissement d'enseignement secondaire supérieur. Toutefois, sur décision du président ou du vice-président du comité de gestion, sa présence peut être requise, selon les nécessités du service, durant les périodes de vacances scolaires. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française de rang 12. En cas de nécessité, le ministre peut fixer sa résidence administrative à celle de sa fonction d'origine ou à son domicile.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, le coordonnateur est engagé en qualité d'expert au barème 120/1. Son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère.
§ 3. Le CCGPE-DGEO est géré par un comité de gestion composé comme suit :
1° le délégué du ministre en charge de l'enseignement secondaire, qui en assure la présidence;
2° le directeur général adjoint du service général de l'enseignement secondaire et des centres psycho-médico-sociaux ou son délégué, qui en assure la vice-présidence;
3° l'inspecteur général de l'enseignement secondaire de transition et de qualification ou son délégué;
4° deux représentants de l'enseignement officiel et deux représentants de l'enseignement libre;
5° le directeur de l'Agence FSE ou son délégué;
6° le directeur général adjoint du service général de l'[3 Enseignement pour Adultes]3, de l'Enseignement artistique secondaire en alternance et de l'Enseignement à distance ou son délégué;
7° un représentant du ministre qui a la coordination des fonds structurels dans ses compétences;
8° un représentant du ministre du Budget;
9° un représentant [2 de l'Institut interréseaux de la Formation professionnelle continue]2;
10° le coordonnateur administratif et pédagogique visé au paragraphe 2 accompagné du coordonnateur adjoint éventuel visé à l'article 16 et des chefs de projet visés à l'article 16 qui sont concernés par l'ordre du jour de la réunion.
§ 4. Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés au § 3, 1° à 6°.
§ 5. Les membres visés au § 3, 1° à 4°, ont voix délibérative.
§ 6. Les membres effectifs et suppléants visés au § 3, 4°, sont nommés par le Ministre sur proposition du Conseil général de l'enseignement secondaire.
§ 7. Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne, perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé ou lorsqu'il se voit retirer son mandat par le Ministre ou par le Conseil général de l'enseignement secondaire, il cesse de plein droit de faire partie du comité de gestion. Tout membre démissionnaire continue cependant à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
§ 8. Des personnes extérieures peuvent être invitées par le président, à son initiative ou à la demande d'un membre du comité de gestion, à participer aux réunions du comité de gestion, avec voix consultative.
§ 9. En cas d'absence, le président est remplacé par le vice-présiden ]1.
Art. 8. De nadere regels voor de werking van het coördinatie- en beheerscentrum worden vastgesteld als volgt :
§ 1. [2 § 1. Het CCGPE-DGEO komt ten minste drie keer per jaar bijeen. De voorzitter van het beheerscomité roept de leden bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister, hetzij op verzoek van ten minste een derde van de stemgerechtigde leden. De oproeping moet ten minste tien kalenderdagen voor de vergadering per e-mail worden verzonden. Een gewoon lid dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, stelt de voorzitter daarvan in kennis en nodigt zijn plaatsvervanger uit om aan de vergadering deel te nemen]2.
§ 2. Het coördinatie- en beheerscentrum vervult de opdrachten bedoeld in artikel 7 op grond van een consensus. Wanneer deze niet kan worden bereikt, neemt het zijn beslissingen, brengt zijn adviezen uit en vervult alle opdrachten bedoeld in [2 artikel 4]2, op grond van een stemming met volstrekte meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter beslissend. In voorkomend geval, wordt een minderheidsnota bijgevoegd.
§ 3. Als een onderwijsnet niet vertegenwoordigd wordt of als minder dan twee derde van de leden aanwezig is, dan wordt een nieuwe vergadering belegd, met dezelfde agenda en ten minste binnen een termijn van zeven kalenderdagen, gedurende welke stemmingen kunnen plaatsvinden ongeacht de vertegenwoordigde onderwijsnetten of het aantal aanwezige leden.
§ 4. De agenda kan alleen met de toestemming van de zes stemgerechtigde leden worden gewijzigd.
§ 5.[2 Er wordt een uitvoerend bureau opgericht, hierna "het bureau" genoemd, dat als volgt is samengesteld:
1° de administratief en pedagogisch coördinator bedoeld in artikel 7, § 2, die het voorzitterschap bekleedt en het ten minste tweemaal per maand bijeenroept, buiten de schoolvakanties;
2° de eventuele plaatsvervangend coördinator als bedoeld in artikel 16;
3° alle in artikel 16 bedoelde projectleiders
De voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité kunnen de vergaderingen van het bureau bijwonen.
Dit zijn de opdrachten van het bureau:
1. de agenda voorstellen en de vergaderingen van het beheerscomité voorbereiden;
2. de opdrachten uit te voeren die hem door het beheerscomité zijn toevertrouwd;
3. de beslissingen van het Beheerscomité uitvoeren]2.
§ 6.[2 Het secretariaat van de vergaderingen van het beheerscomité en het bureau wordt verzorgd door een door de coördinator aangewezen personeelslid van de CCGPE-DGEO.]2].
§ 7.[2 ...]2
§ 1. [2 § 1. Het CCGPE-DGEO komt ten minste drie keer per jaar bijeen. De voorzitter van het beheerscomité roept de leden bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister, hetzij op verzoek van ten minste een derde van de stemgerechtigde leden. De oproeping moet ten minste tien kalenderdagen voor de vergadering per e-mail worden verzonden. Een gewoon lid dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, stelt de voorzitter daarvan in kennis en nodigt zijn plaatsvervanger uit om aan de vergadering deel te nemen]2.
§ 2. Het coördinatie- en beheerscentrum vervult de opdrachten bedoeld in artikel 7 op grond van een consensus. Wanneer deze niet kan worden bereikt, neemt het zijn beslissingen, brengt zijn adviezen uit en vervult alle opdrachten bedoeld in [2 artikel 4]2, op grond van een stemming met volstrekte meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter beslissend. In voorkomend geval, wordt een minderheidsnota bijgevoegd.
§ 3. Als een onderwijsnet niet vertegenwoordigd wordt of als minder dan twee derde van de leden aanwezig is, dan wordt een nieuwe vergadering belegd, met dezelfde agenda en ten minste binnen een termijn van zeven kalenderdagen, gedurende welke stemmingen kunnen plaatsvinden ongeacht de vertegenwoordigde onderwijsnetten of het aantal aanwezige leden.
§ 4. De agenda kan alleen met de toestemming van de zes stemgerechtigde leden worden gewijzigd.
§ 5.[2 Er wordt een uitvoerend bureau opgericht, hierna "het bureau" genoemd, dat als volgt is samengesteld:
1° de administratief en pedagogisch coördinator bedoeld in artikel 7, § 2, die het voorzitterschap bekleedt en het ten minste tweemaal per maand bijeenroept, buiten de schoolvakanties;
2° de eventuele plaatsvervangend coördinator als bedoeld in artikel 16;
3° alle in artikel 16 bedoelde projectleiders
De voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité kunnen de vergaderingen van het bureau bijwonen.
Dit zijn de opdrachten van het bureau:
1. de agenda voorstellen en de vergaderingen van het beheerscomité voorbereiden;
2. de opdrachten uit te voeren die hem door het beheerscomité zijn toevertrouwd;
3. de beslissingen van het Beheerscomité uitvoeren]2.
§ 6.[2 Het secretariaat van de vergaderingen van het beheerscomité en het bureau wordt verzorgd door een door de coördinator aangewezen personeelslid van de CCGPE-DGEO.]2].
§ 7.[2 ...]2
Art. 8. Les modalités de fonctionnement du centre de coordination et de gestion sont fixées comme suit :
§ 1er. [2 § 1er. Le CCGPE-DGEO se réunit au minimum trois fois par an. Le président du comité de gestion convoque les membres, soit d'initiative, soit à la demande du ministre, soit à la demande d'au moins un tiers des membres ayant voix délibérative. La convocation doit être expédiée par courrier électronique au moins dix jours calendrier avant la réunion. Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le président et invite son suppléant à siéger]2.
§ 2. Le centre de coordination et de gestion remplit les missions visées à l'article 7 sur la base du consensus. Lorsque celui-ci ne peut être atteint, il prend ses décisions, rend ses avis et accomplit toutes les missions visées à [2 l'article 4 ]2, sur base d'un vote émis à la majorité absolue des membres présents ayant voix délibérative. En cas de parité, la voix du président est prépondérante. S'il échet, une note de minorité est jointe.
§ 3. Si un réseau d'enseignement n'est pas représenté ou si moins de deux tiers des membres sont présents, une nouvelle réunion est convoquée, avec le même ordre du jour et au minimum dans un délai de sept jours calendrier, au cours de laquelle des votes peuvent intervenir quels que soient les réseaux d'enseignement représentés ou quel que soit le nombre des membres présents.
§ 4. L'ordre du jour ne peut être modifié que moyennant l'accord des six membres ayant voix délibérative.
§ 5. [1 [2 Il est créé un bureau exécutif, ci-après dénommé "le bureau" composé comme suit :
1° le coordonnateur administratif et pédagogique visé à l'article 7, § 2, qui en assure la présidence et le convoque au minimum deux fois par mois, en dehors des congés scolaires;
2° le coordonnateur adjoint éventuel visé à l'article 16;
3° tous les chefs de projet visés à l'article 16.
Le président et le vice-président du comité de gestion peuvent assister aux réunions du bureau.
Les missions du bureau sont les suivantes :
1. proposer l'ordre du jour et préparer les réunions du comité de gestion;
2. assurer les missions confiées par le comité de gestion;
3. exécuter les décisions du comité de gestion]2.
§ 6. [2 Le secrétariat des réunions du comité de gestion et du bureau est assuré par un membre du personnel du CCGPE-DGEO désigné par le coordonnateur]2 .
§ 7.[2 ...]2
§ 1er. [2 § 1er. Le CCGPE-DGEO se réunit au minimum trois fois par an. Le président du comité de gestion convoque les membres, soit d'initiative, soit à la demande du ministre, soit à la demande d'au moins un tiers des membres ayant voix délibérative. La convocation doit être expédiée par courrier électronique au moins dix jours calendrier avant la réunion. Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le président et invite son suppléant à siéger]2.
§ 2. Le centre de coordination et de gestion remplit les missions visées à l'article 7 sur la base du consensus. Lorsque celui-ci ne peut être atteint, il prend ses décisions, rend ses avis et accomplit toutes les missions visées à [2 l'article 4 ]2, sur base d'un vote émis à la majorité absolue des membres présents ayant voix délibérative. En cas de parité, la voix du président est prépondérante. S'il échet, une note de minorité est jointe.
§ 3. Si un réseau d'enseignement n'est pas représenté ou si moins de deux tiers des membres sont présents, une nouvelle réunion est convoquée, avec le même ordre du jour et au minimum dans un délai de sept jours calendrier, au cours de laquelle des votes peuvent intervenir quels que soient les réseaux d'enseignement représentés ou quel que soit le nombre des membres présents.
§ 4. L'ordre du jour ne peut être modifié que moyennant l'accord des six membres ayant voix délibérative.
§ 5. [1 [2 Il est créé un bureau exécutif, ci-après dénommé "le bureau" composé comme suit :
1° le coordonnateur administratif et pédagogique visé à l'article 7, § 2, qui en assure la présidence et le convoque au minimum deux fois par mois, en dehors des congés scolaires;
2° le coordonnateur adjoint éventuel visé à l'article 16;
3° tous les chefs de projet visés à l'article 16.
Le président et le vice-président du comité de gestion peuvent assister aux réunions du bureau.
Les missions du bureau sont les suivantes :
1. proposer l'ordre du jour et préparer les réunions du comité de gestion;
2. assurer les missions confiées par le comité de gestion;
3. exécuter les décisions du comité de gestion]2.
§ 6. [2 Le secrétariat des réunions du comité de gestion et du bureau est assuré par un membre du personnel du CCGPE-DGEO désigné par le coordonnateur]2 .
§ 7.[2 ...]2
Art. 9. [1 De globale actieprojecten en de specifieke actieprojecten bedoeld in artikel 3 genieten de pedagogische expertise van de Dienst Inspectie van het secundair doorstromings- en kwalificatieonderwijs, die werd opgericht bij het decreet van 9 januari 2019 betreffende de Algemene Inspectiedienst. Deze pedagogische expertise bestaat erin, in overeenstemming met het beginsel van netautonomie, te zorgen voor de samenhang van de door Europese fondsen medegefinancierde acties met de nagestreefde pedagogische doelstellingen en het betrokken publiek. Ze gebeurt op drie ogenblikken:
1° op het begin van elke programmeringsperiode, wanneer het CCGPE-DGEO de pedagogische inhoud van de actieprojecten ontwikkelt;
2° tijdens de programmeringsfase, op vergaderingen van het beheerscomité voor de goedkeuring van specifieke actieprojecten;
3° op het einde van elke programmeringsperiode, tijdens de werkzaamheden van het CCGPE-DGEO om de doeltreffendheid van de uitgevoerde acties te evalueren, inzonderheid ten aanzien van het betrokken publiek]1.
1° op het begin van elke programmeringsperiode, wanneer het CCGPE-DGEO de pedagogische inhoud van de actieprojecten ontwikkelt;
2° tijdens de programmeringsfase, op vergaderingen van het beheerscomité voor de goedkeuring van specifieke actieprojecten;
3° op het einde van elke programmeringsperiode, tijdens de werkzaamheden van het CCGPE-DGEO om de doeltreffendheid van de uitgevoerde acties te evalueren, inzonderheid ten aanzien van het betrokken publiek]1.
Modifications
Art. 9. [1 Les projets d'action globaux et les projets d'action spécifiques visés à l'article 3 bénéficient de l'expertise pédagogique du Service de l'Inspection de l'Enseignement secondaire de transition et de qualification créé par le décret du 9 janvier 2019 relatif au Service général de l'inspection. Cette expertise pédagogique consiste, dans le respect du principe d'autonomie des réseaux, à veiller à la cohérence des actions cofinancées par des fonds européens avec les objectifs pédagogiques poursuivis et le public concerné. Elle se situe à trois moments :
1° au début de chaque période de programmation, lors de l'élaboration par le CCGPE-DGEO des contenus pédagogiques des projets d'action;
2° en cours de programmation, lors des réunions du comité de gestion ayant pour objet l'agrément de projets d'action spécifiques;
3° à l'issue de chaque période de programmation, lors des travaux du CCGPE-DGEO visant à évaluer l'efficacité des actions menées, en particulier pour ce qui relève du public concerné ]1.
1° au début de chaque période de programmation, lors de l'élaboration par le CCGPE-DGEO des contenus pédagogiques des projets d'action;
2° en cours de programmation, lors des réunions du comité de gestion ayant pour objet l'agrément de projets d'action spécifiques;
3° à l'issue de chaque période de programmation, lors des travaux du CCGPE-DGEO visant à évaluer l'efficacité des actions menées, en particulier pour ce qui relève du public concerné ]1.
Modifications
Art. 10. [1 De directeur-generaal van het bestuur voor het leerplichtonderwijs, of diens afgevaardigde, wordt tot ordonnateur van de uitgaven van het [2 CCGPE-DGEO ]2 aangesteld.]1
Art. 10. Le directeur général de l'enseignement obligatoire [1 ou son délégué]1 est désigné comme ordonnateur des dépenses du [2 CCGPE-DGEO]2.
Art. 11. [1 § 1. [2 De bedragen die door de Europese Commissie op basis van de steunaanvragen worden gereserveerd, worden toegewezen aan projecten goedgekeurd door de regeringen en de beheersoverheid, na aftrek van de bedragen die bij de opstelling van de begroting zijn gereserveerd voor de exploitatiekosten van het CCGPE-DGEO, met inbegrip van de wedden, reis- en verblijfskosten en vergoedingen voor dienstreizen en arbeidscontractanten van het CCGPE-DGEO, met uitzondering van de kosten van controles op het eerste niveau.]2.
§ 2. [2 De beschikbare bedragen worden verdeeld overeenkomstig de in de projecten vastgestelde regels, behalve voor de in de paragrafen 3 en 4 bedoelde projecten. Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met de beschikbare middelen, de door de begunstigden gevraagde bedragen, de door het beheerscomité vastgestelde kwaliteitscriteria voor de projecten en eventuele andere, eveneens door het beheerscomité vastgestelde specifieke regelingen voor de betrokken projecten. ]2.
[2 § 3. Voor actieprojecten die leiden tot personeelskosten of exploitatiekosten voor rekening van de onderwijsinstellingen, wordt de toewijzing verricht na een oproep tot het indienen van projecten of in verhouding tot het aantal ingeschreven en gecontroleerde reguliere leerlingen op 15 januari van het voorafgaande jaar in de jaren, vormen en sectoren waarop de genoemde projecten betrekking hebben, wanneer het project betrekking heeft op alle instellingen die aan een of meer kenmerken voldoen die bij de aanvang van het project zijn vastgesteld. In geval van een oproep tot het indienen van projecten stelt het beheerscomité de procedures vast voor de oproep tot het indienen en de selectie van de geselecteerde projecten.]2
[1 § 4.]1 Wat de projecten betreffende de [3 voortgezette beroepsopleiding]3 betreft, geschiedt de verdeling als volgt :
- de middelen die worden voorbehouden voor de CTA-opleiders (CTA = centrum voor geavanceerde technologie) worden vooraf uitgetrokken op de beschikbare begroting. Die worden berekend op grond van een vast bedrag voor elk centrum voor geavanceerde technologie (CTA) dat door de Regering wordt vastgesteld, en worden toegekend aan de opleidingsoperatoren die door de netten worden georganiseerd in verhouding tot het aantal CTA's die ze beheren. Voor zover elk CTA zijn voltijds equivalent opleider heeft kunnen krijgen, kunnen de bedragen die door de opleidingsoperator van het net niet worden uitgegeven, worden overgedragen naar de opleidingen van het net die het organiseert. Wanneer het voltijds equivalent niet wordt bereikt, wordt het niet aangewende deel van het vast bedrag verdeeld over de twee andere operatoren in verhouding tot de hieronder bepaalde verdeelsleutels;
- nadat de voor de CTA's bestemde middelen uitgetrokken zijn, wordt de overblijvende begroting verdeeld over de operatoren als volgt :
o 40 % van de Europese middelen die overblijven voor de netoverschrijdende opleidingen die door het Instituut voor [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 worden georganiseerd,
o 60 % van de Europese middelen die overblijven voor de opleidingen die door de onderwijsnetten worden georganiseerd. De middelen die worden bestemd voor de door de onderwijsnetten georganiseerde opleidingen worden op gelijke wijze verdeeld over de [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 van het confessioneel onderwijs en de [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 van het niet confessioneel onderwijs.
Wanneer een [3 operator van de voortgezette beroepsopleiding]3niet het geheel van de middelen die hem worden toegekend, aanwendt, worden de niet aangewende middelen over de andere [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 verdeeld in verhouding tot de vooraf bepaalde verdeelsleutels.]1
[2 § 5. Bij de acties kunnen partners betrokken zijn die niet deel uitmaken van het secundair onderwijs, inzonderheid organisaties zonder winstoogmerk of stichtingen die actief zijn op onderwijsgebied, overheidsinstanties, psycho-medisch-sociale centra, [4 Volwassenenonderwijs]4 of hoger onderwijs. De financiering van deze partners, die voor het betrokken project in aanmerking moeten komen, wordt gebaseerd op een door het ESF-agentschap erkende overeenkomst tussen het CCGPE-DGEO en elk van de partners.]2
[2 § 6. Wanneer een examencommissie belast is met de selectie van ESF-projecten, wordt het ESF-agentschap systematisch uitgenodigd om een vertegenwoordiger naar het agentschap te sturen.]2
§ 2. [2 De beschikbare bedragen worden verdeeld overeenkomstig de in de projecten vastgestelde regels, behalve voor de in de paragrafen 3 en 4 bedoelde projecten. Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met de beschikbare middelen, de door de begunstigden gevraagde bedragen, de door het beheerscomité vastgestelde kwaliteitscriteria voor de projecten en eventuele andere, eveneens door het beheerscomité vastgestelde specifieke regelingen voor de betrokken projecten. ]2.
[2 § 3. Voor actieprojecten die leiden tot personeelskosten of exploitatiekosten voor rekening van de onderwijsinstellingen, wordt de toewijzing verricht na een oproep tot het indienen van projecten of in verhouding tot het aantal ingeschreven en gecontroleerde reguliere leerlingen op 15 januari van het voorafgaande jaar in de jaren, vormen en sectoren waarop de genoemde projecten betrekking hebben, wanneer het project betrekking heeft op alle instellingen die aan een of meer kenmerken voldoen die bij de aanvang van het project zijn vastgesteld. In geval van een oproep tot het indienen van projecten stelt het beheerscomité de procedures vast voor de oproep tot het indienen en de selectie van de geselecteerde projecten.]2
[1 § 4.]1 Wat de projecten betreffende de [3 voortgezette beroepsopleiding]3 betreft, geschiedt de verdeling als volgt :
- de middelen die worden voorbehouden voor de CTA-opleiders (CTA = centrum voor geavanceerde technologie) worden vooraf uitgetrokken op de beschikbare begroting. Die worden berekend op grond van een vast bedrag voor elk centrum voor geavanceerde technologie (CTA) dat door de Regering wordt vastgesteld, en worden toegekend aan de opleidingsoperatoren die door de netten worden georganiseerd in verhouding tot het aantal CTA's die ze beheren. Voor zover elk CTA zijn voltijds equivalent opleider heeft kunnen krijgen, kunnen de bedragen die door de opleidingsoperator van het net niet worden uitgegeven, worden overgedragen naar de opleidingen van het net die het organiseert. Wanneer het voltijds equivalent niet wordt bereikt, wordt het niet aangewende deel van het vast bedrag verdeeld over de twee andere operatoren in verhouding tot de hieronder bepaalde verdeelsleutels;
- nadat de voor de CTA's bestemde middelen uitgetrokken zijn, wordt de overblijvende begroting verdeeld over de operatoren als volgt :
o 40 % van de Europese middelen die overblijven voor de netoverschrijdende opleidingen die door het Instituut voor [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 worden georganiseerd,
o 60 % van de Europese middelen die overblijven voor de opleidingen die door de onderwijsnetten worden georganiseerd. De middelen die worden bestemd voor de door de onderwijsnetten georganiseerde opleidingen worden op gelijke wijze verdeeld over de [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 van het confessioneel onderwijs en de [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 van het niet confessioneel onderwijs.
Wanneer een [3 operator van de voortgezette beroepsopleiding]3niet het geheel van de middelen die hem worden toegekend, aanwendt, worden de niet aangewende middelen over de andere [3 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]3 verdeeld in verhouding tot de vooraf bepaalde verdeelsleutels.]1
[2 § 5. Bij de acties kunnen partners betrokken zijn die niet deel uitmaken van het secundair onderwijs, inzonderheid organisaties zonder winstoogmerk of stichtingen die actief zijn op onderwijsgebied, overheidsinstanties, psycho-medisch-sociale centra, [4 Volwassenenonderwijs]4 of hoger onderwijs. De financiering van deze partners, die voor het betrokken project in aanmerking moeten komen, wordt gebaseerd op een door het ESF-agentschap erkende overeenkomst tussen het CCGPE-DGEO en elk van de partners.]2
[2 § 6. Wanneer een examencommissie belast is met de selectie van ESF-projecten, wordt het ESF-agentschap systematisch uitgenodigd om een vertegenwoordiger naar het agentschap te sturen.]2
Art. 11. [1 § 1er. [2 Les montants réservés par la Commission européenne sur base des demandes de concours sont affectés aux projets tels qu'approuvés par les gouvernements et l'autorité de gestion, après déduction des sommes réservées, lors de l'établissement du budget, aux frais de fonctionnement du CCGPE-DGEO, en ce compris les traitements, frais de déplacement et indemnités de séjour des chargés de mission et du personnel contractuel du CCGPE-DGEO, à l'exception des coûts de contrôle de premier niveau]2.
§ 2. [2 § 2. La répartition des sommes disponibles s'effectue selon les règles définies dans les projets, sauf en ce qui concerne les projets visés aux paragraphes 3 et 4. La répartition tient compte des moyens disponibles, des montants demandés par les bénéficiaires, des critères de qualité des projets arrêtés par le comité de gestion et d'autres modalités éventuelles propres aux projets concernés également arrêtés par le comité de gestion]2.
[2 § 3. En ce qui concerne les projets d'action qui se traduisent par des coûts de personnel ou des coûts de fonctionnement à charge des établissements scolaires, la répartition s'effectue, soit après appel à projets, soit au prorata du nombre d'élèves réguliers inscrits et vérifiés au 15 janvier de l'année précédente dans les années, formes et filières visées par lesdits projets lorsque le projet concerne l'ensemble des établissements répondant à une ou plusieurs caractéristiques définies au départ du projet. En cas d'appel à projets, le comité de gestion fixe les modalités de l'appel et de la sélection des projets retenus.]2
[1 § 4]1. Pour ce qui concerne les projets relatifs à la [3 formation professionnelle continue]3, la répartition s'effectue selon les modalités suivantes :
- les moyens réservés au financement des formateurs en CTA sont préalablement extraits du budget disponible. Ceux-ci sont calculés sur base d'un forfait par CTA fixé par le Gouvernement et sont attribués aux opérateurs de formations organisés par les réseaux au prorata du nombre de CTA qu'ils gèrent. Pour autant que chaque CTA ait pu obtenir son équivalent temps plein formateur, les sommes non dépensées par l'opérateur de formation réseau peuvent être transférées aux formations réseau qu'il organise. Lorsque l'équivalent temps plein n'est pas atteint, la partie du forfait non consommée est répartie sur les deux autres opérateurs au prorata des clés de répartition définies ci-dessous;
- après prélèvement des moyens réservés aux CTA, le budget restant est réparti entre les opérateurs de la manière suivante :
o 40 % des moyens européens restant pour les formations interréseaux organisées par [3 l'Institut interréseaux de la Formation professionnelle continue]3,
o 60 % des moyens européens restants pour les formations organisées par les réseaux d'enseignement. Les moyens consacrés aux formations organisées par les réseaux d'enseignement sont répartis à égalité entre [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 de l'enseignement confessionnel et [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 de l'enseignement non confessionnel.
Lorsqu'un [3 opérateur de la formation professionnelle continue]3 ne consomme pas l'entièreté des moyens qui lui sont attribués, les moyens non consommés sont répartis entre les autres [3 opérateurs de la formation professionnelle continue]3 au prorata des clés de répartition définies précédemment.]1
[2 § 5. Les actions peuvent associer des partenaires qui ne font pas partie de l'enseignement secondaire, notamment des ASBL ou des fondations actives dans des domaines connexes à l'enseignement, des organismes publics, des Centres Psycho-Médicaux-Sociaux, des établissements d'[4 Enseignement pour Adultes]4 ou de l'enseignement supérieur. Le financement de ces partenaires, qui doivent être éligibles au programme concerné, s'effectue sur base d'une convention, reconnue par l'agence FSE, entre le CCGPE-DGEO et chacun des partenaires. ]2
[2 § 6. Lorsqu'un jury est chargé de la sélection de projets relevant du FSE, l'agence FSE est systématiquement invitée à y déléguer un représentant. ]2
§ 2. [2 § 2. La répartition des sommes disponibles s'effectue selon les règles définies dans les projets, sauf en ce qui concerne les projets visés aux paragraphes 3 et 4. La répartition tient compte des moyens disponibles, des montants demandés par les bénéficiaires, des critères de qualité des projets arrêtés par le comité de gestion et d'autres modalités éventuelles propres aux projets concernés également arrêtés par le comité de gestion]2.
[2 § 3. En ce qui concerne les projets d'action qui se traduisent par des coûts de personnel ou des coûts de fonctionnement à charge des établissements scolaires, la répartition s'effectue, soit après appel à projets, soit au prorata du nombre d'élèves réguliers inscrits et vérifiés au 15 janvier de l'année précédente dans les années, formes et filières visées par lesdits projets lorsque le projet concerne l'ensemble des établissements répondant à une ou plusieurs caractéristiques définies au départ du projet. En cas d'appel à projets, le comité de gestion fixe les modalités de l'appel et de la sélection des projets retenus.]2
[1 § 4]1. Pour ce qui concerne les projets relatifs à la [3 formation professionnelle continue]3, la répartition s'effectue selon les modalités suivantes :
- les moyens réservés au financement des formateurs en CTA sont préalablement extraits du budget disponible. Ceux-ci sont calculés sur base d'un forfait par CTA fixé par le Gouvernement et sont attribués aux opérateurs de formations organisés par les réseaux au prorata du nombre de CTA qu'ils gèrent. Pour autant que chaque CTA ait pu obtenir son équivalent temps plein formateur, les sommes non dépensées par l'opérateur de formation réseau peuvent être transférées aux formations réseau qu'il organise. Lorsque l'équivalent temps plein n'est pas atteint, la partie du forfait non consommée est répartie sur les deux autres opérateurs au prorata des clés de répartition définies ci-dessous;
- après prélèvement des moyens réservés aux CTA, le budget restant est réparti entre les opérateurs de la manière suivante :
o 40 % des moyens européens restant pour les formations interréseaux organisées par [3 l'Institut interréseaux de la Formation professionnelle continue]3,
o 60 % des moyens européens restants pour les formations organisées par les réseaux d'enseignement. Les moyens consacrés aux formations organisées par les réseaux d'enseignement sont répartis à égalité entre [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 de l'enseignement confessionnel et [3 les opérateurs de la formation professionnelle continue]3 de l'enseignement non confessionnel.
Lorsqu'un [3 opérateur de la formation professionnelle continue]3 ne consomme pas l'entièreté des moyens qui lui sont attribués, les moyens non consommés sont répartis entre les autres [3 opérateurs de la formation professionnelle continue]3 au prorata des clés de répartition définies précédemment.]1
[2 § 5. Les actions peuvent associer des partenaires qui ne font pas partie de l'enseignement secondaire, notamment des ASBL ou des fondations actives dans des domaines connexes à l'enseignement, des organismes publics, des Centres Psycho-Médicaux-Sociaux, des établissements d'[4 Enseignement pour Adultes]4 ou de l'enseignement supérieur. Le financement de ces partenaires, qui doivent être éligibles au programme concerné, s'effectue sur base d'une convention, reconnue par l'agence FSE, entre le CCGPE-DGEO et chacun des partenaires. ]2
[2 § 6. Lorsqu'un jury est chargé de la sélection de projets relevant du FSE, l'agence FSE est systématiquement invitée à y déléguer un représentant. ]2
Art. 12. De ontvangsten en uitgaven verricht in het kader van de Europese acties worden aangerekend op het artikel van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap (variabel krediet) dat daartoe bepaald wordt.
Art. 12. Les recettes et les dépenses réalisées dans le cadre des actions européennes sont imputées sur l'article du budget général des dépenses de la Communauté française (crédit variable) prévu à cet effet.
Art. 13. De wedden en weddesubsidies die worden toegekend aan de leden van het onderwijzend personeel en van het contractueel personeel in het kader van de Europese programma's en van de opdrachten van het [2 CCGPE-DGEO ]2, worden, bij wijze van voorschotten, integraal uitgetrokken op de begroting van de Franse Gemeenschap ten bedrage van de middelen die door de Europese Commissie worden bepaald.
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 12.]1
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 12.]1
Art. 13. Les traitements et subventions-traitements alloués aux membres du personnel enseignant et du personnel contractuel pour les prestations effectuées dans le cadre des programmes européens et des missions du [2 CCGPE-DGEO ]2 sont intégralement pris en charge, à titre d'avance, par le budget de la Communauté française à hauteur des moyens réservés par la Commission européenne.
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 12.]1
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 12.]1
Art. 14. [1 De werkingskosten die de inrichtende machten, inrichtingen en organen die de inrichtende machten, de organisaties die de inrichtende machten vertegenwoordigen en coördineren, [2 operatoren van de voortgezette beroepsopleiding]2 of andere in artikel 11, lid 5, bedoelde organen voor de uitvoering van de acties hebben gemaakt en die als zodanig ten laste komen van de Europese financiering, worden aan de begunstigden betaald op basis van een verklaring, waarvan de bewijsstukken moeten overeenstemmen met de ontvankelijkheidscriteria die de Europese Commissie heeft opgesteld, en die worden vastgesteld volgens een administratieve procedure die de minister vaststelt. Voorschotten met betrekking tot de exploitatiekosten kunnen aan de begunstigden worden betaald, voor zover de door de Europese Unie toegekende kredieten dit mogelijk maken]1.
Art. 14. [1 Les coûts de fonctionnement engagés par les pouvoirs organisateurs, les établissements, les organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs d'enseignement, [2 les opérateurs de la formation professionnelle continue]2 ou tout autre organisme visé à l'article 11, paragraphe 5, pour la réalisation d'actions et qui, à ce titre, sont pris en charge par les financements européens, sont versés aux bénéficiaires sur la base d'une déclaration de créance, dont les justificatifs doivent correspondre aux critères d'éligibilité définis par la Commission européenne et selon une procédure administrative arrêtée par le ministre. Des avances relatives aux coûts de fonctionnement peuvent être liquidées aux bénéficiaires pour autant que les crédits octroyés par l'Union européenne le permettent]1.
Art. 15. [1 De opdrachthouders en de arbeidscontractanten die belast zijn met de verschillende opdrachten die aan het CCGPE-DGEO zijn toegewezen, worden aangeworven op basis van een oproep tot het indienen van kandidaturen. De oproep kan, in voorkomend geval, worden beperkt tot opdrachthouders.
In het geval van een administratief personeelslid wordt hij aangeworven volgens de binnen het ministerie geldende procedures. De administratieve zetel is de zetel van het coördinatie- en beheercentrum.
In het geval van een opdrachthouder wordt hij benoemd door de minister. Hij wordt gedetacheerd in het belang van het onderwijs. Zo blijft hij de verlof- en vakantieregeling genieten die eigen is aan zijn oorspronkelijke ambt. De opdrachthouder kan echter, afhankelijk van de behoeften van de dienst, tijdens de schoolvakanties door de coördinator worden gevraagd om aanwezig te zijn. Hij heeft recht op vergoeding van zijn reis- en verblijfskosten onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Uitsluitend voor dit doel wordt hij gelijkgesteld met een ambtenaar in de rang 12. Indien nodig kan de minister zijn administratieve woonplaats vestigen in zijn oorspronkelijke ambt of in zijn woonplaats ]1.
In het geval van een administratief personeelslid wordt hij aangeworven volgens de binnen het ministerie geldende procedures. De administratieve zetel is de zetel van het coördinatie- en beheercentrum.
In het geval van een opdrachthouder wordt hij benoemd door de minister. Hij wordt gedetacheerd in het belang van het onderwijs. Zo blijft hij de verlof- en vakantieregeling genieten die eigen is aan zijn oorspronkelijke ambt. De opdrachthouder kan echter, afhankelijk van de behoeften van de dienst, tijdens de schoolvakanties door de coördinator worden gevraagd om aanwezig te zijn. Hij heeft recht op vergoeding van zijn reis- en verblijfskosten onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Uitsluitend voor dit doel wordt hij gelijkgesteld met een ambtenaar in de rang 12. Indien nodig kan de minister zijn administratieve woonplaats vestigen in zijn oorspronkelijke ambt of in zijn woonplaats ]1.
Modifications
Art. 15. [1 Les chargés de mission et les agents contractuels chargés des différentes missions dévolues au CCGPE-DGEO sont recrutés sur base d'un appel à candidatures. L'appel peut, le cas échéant, être limité à des candidats chargés de mission.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère. Sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
S'il s'agit d'un chargé de mission, il est désigné par le ministre. Il est mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement. A ce titre, il continue à bénéficier du régime de congés et de vacances propre à sa fonction d'origine. Toutefois, sa présence peut être requise par le coordonnateur, selon les nécessités du service, durant les périodes de vacances scolaires. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française. Uniquement à cet effet, il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12. En cas de nécessité, le ministre peut fixer sa résidence administrative à celle de sa fonction d'origine ou à son domicile ]1.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère. Sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
S'il s'agit d'un chargé de mission, il est désigné par le ministre. Il est mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement. A ce titre, il continue à bénéficier du régime de congés et de vacances propre à sa fonction d'origine. Toutefois, sa présence peut être requise par le coordonnateur, selon les nécessités du service, durant les périodes de vacances scolaires. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française. Uniquement à cet effet, il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12. En cas de nécessité, le ministre peut fixer sa résidence administrative à celle de sa fonction d'origine ou à son domicile ]1.
Modifications
Art. 16. [1 § 1. De coördinator stelt onder de opdrachthouders en de contractuele personeelsleden de beheerteams voor de door het CCGPE-DGEO uitgevoerde actieprojecten in. Hij belast elk van hen met pedagogische (inzonderheid animatie, coördinatie, communicatie, enz.) en/of administratieve opdrachten (namelijk met inbegrip van de berekening van de bijdragen, de vaststelling van het Belgische openbaar aandeel, de controle van de uitgaven en de acties, de vaststelling van toezichtindicatoren, het opstellen van verslagen, enz.). De coördinator wijst uit dit team een projectleider aan, indien hij dit nodig acht. De projectleiders zijn belast met het dagelijks beheer en de coördinatie van de activiteiten van het team, in samenwerking met de coördinator. Zij rapporteren rechtstreeks aan de coördinator en maken deel uit van het uitvoerend bureau.
§ 2 De coördinator wijst ook personen aan die belast zijn met de transversale administratieve werkzaamheden voor het secretariaat, de boekhouding of andere opdrachten in dienst van de CCGPE-DGEO.
§ 3. De coördinator informeert het beheerscomité over de opdrachten die aan de verschillende personeelsleden zijn toegewezen.
§ 4. Afhankelijk van de beschikbare budgetten en het aantal te coördineren projecten kan de minister, na raadpleging van het beheerscomité, een adjunct-coördinator aanwijzen uit het personeel van het CCGPE-DGEO om de coördinator bij te staan bij de uitvoering van zijn opdrachten ]1.
§ 2 De coördinator wijst ook personen aan die belast zijn met de transversale administratieve werkzaamheden voor het secretariaat, de boekhouding of andere opdrachten in dienst van de CCGPE-DGEO.
§ 3. De coördinator informeert het beheerscomité over de opdrachten die aan de verschillende personeelsleden zijn toegewezen.
§ 4. Afhankelijk van de beschikbare budgetten en het aantal te coördineren projecten kan de minister, na raadpleging van het beheerscomité, een adjunct-coördinator aanwijzen uit het personeel van het CCGPE-DGEO om de coördinator bij te staan bij de uitvoering van zijn opdrachten ]1.
Modifications
Art. 16. [1 § 1er. Le coordonnateur constitue, parmi les chargés de mission et les agents contractuels, les équipes de gestion des projets d'action menés par le CCGPE-DGEO. Il attribue à chacun des tâches pédagogiques (dont notamment l'animation, la coordination, la communication, etc.) et/ou administratives (dont notamment le calcul des contributions, l'établissement de la part publique belge, le contrôle des dépenses et des actions, la constitution des indicateurs de suivi, la rédaction des rapports, etc.). Le coordonnateur désigne parmi cette équipe, s'il l'estime nécessaire, un chef de projet. Les chefs de projet sont chargés de la gestion journalière et de la coordination des activités de l'équipe, en lien avec le coordonnateur. Ils rendent compte directement au coordonnateur et font partie du bureau exécutif.
§ 2. Le coordonnateur désigne également des personnes chargées d'un travail administratif transversal pour le secrétariat, la comptabilité ou d'autres tâches au service du CCGPE-DGEO.
§ 3. Le coordonnateur informe le comité de gestion des tâches attribuées aux différents membres du personnel.
§ 4. En fonction des budgets disponibles et du nombre de projets à coordonner, le ministre peut, après avoir pris l'avis du comité de gestion, désigner parmi le personnel du CCGPE-DGEO un coordonnateur adjoint chargé d'assister le coordonnateur dans ses missions ]1.
§ 2. Le coordonnateur désigne également des personnes chargées d'un travail administratif transversal pour le secrétariat, la comptabilité ou d'autres tâches au service du CCGPE-DGEO.
§ 3. Le coordonnateur informe le comité de gestion des tâches attribuées aux différents membres du personnel.
§ 4. En fonction des budgets disponibles et du nombre de projets à coordonner, le ministre peut, après avoir pris l'avis du comité de gestion, désigner parmi le personnel du CCGPE-DGEO un coordonnateur adjoint chargé d'assister le coordonnateur dans ses missions ]1.
Modifications
TITEL III. - Bijzondere bepalingen voor het [1 Volwassenenonderwijs]1.
TITRE III. - Dispositions particulières à l'[1 Enseignement pour Adultes]1.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Art. 17. Voor de toepassing van deze titel dient te worden verstaan onder :
1° " De minister " : De minister van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid het [2 Volwassenenonderwijs]2 behoort;
2° " Vertegenwoordigings- en coördinatieorganen " : de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten zoals bepaald in artikel 5bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
3° " schoolinrichtingen " : de inrichtingen voor [2 Volwassenenonderwijs]2;
4° [1 "Coördinatie- en beheerscentrum" : het orgaan dat opgericht is bij de Algemene directie voor het niet verplicht onderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap, om op te treden als aangesteld bemiddelaar tussen de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, en, enerzijds, de minister, anderzijds, de coördinatiebesturen. De oprichting van het coördinatie- en beheerscentrum is in overeenstemming met de bepalingen van de Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad die voorziet in de mogelijkheid om "bemiddelende instanties" op te richten, die onder de verantwoordelijkheid van een beheeroverheid en een getuigschriften-uitreikende overheid optreden en die voor de rekening van deze opdrachten uitvoert in verband met de verwezenlijking van operaties door de begunstigden;]1
5° " Globale actieprojecten " : de projecten tot bepaling van de algemene doelstellingen die door de Regering worden goedgekeurd in het kader van de verordeningen en programma's betreffende de structurele steun die door de Europese Commissie wordt toegekend;
6° " Andere projecten " : de individuele of collectieve projecten die worden voorgelegd door de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, of het coördinatie- en beheerscentrum [1 in het kader van de Europese programma's]1 of andere subsidiëringsmechanismen die specifiek zijn voor de Europese Unie;
7° " Specifieke actieprojecten " : de specifieke actievoorstellen die worden voorgelegd door de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, of het coördinatie- en beheerscentrum in het kader van de globale actieprojecten of de andere projecten.
1° " De minister " : De minister van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid het [2 Volwassenenonderwijs]2 behoort;
2° " Vertegenwoordigings- en coördinatieorganen " : de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten zoals bepaald in artikel 5bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
3° " schoolinrichtingen " : de inrichtingen voor [2 Volwassenenonderwijs]2;
4° [1 "Coördinatie- en beheerscentrum" : het orgaan dat opgericht is bij de Algemene directie voor het niet verplicht onderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap, om op te treden als aangesteld bemiddelaar tussen de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, en, enerzijds, de minister, anderzijds, de coördinatiebesturen. De oprichting van het coördinatie- en beheerscentrum is in overeenstemming met de bepalingen van de Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad die voorziet in de mogelijkheid om "bemiddelende instanties" op te richten, die onder de verantwoordelijkheid van een beheeroverheid en een getuigschriften-uitreikende overheid optreden en die voor de rekening van deze opdrachten uitvoert in verband met de verwezenlijking van operaties door de begunstigden;]1
5° " Globale actieprojecten " : de projecten tot bepaling van de algemene doelstellingen die door de Regering worden goedgekeurd in het kader van de verordeningen en programma's betreffende de structurele steun die door de Europese Commissie wordt toegekend;
6° " Andere projecten " : de individuele of collectieve projecten die worden voorgelegd door de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, of het coördinatie- en beheerscentrum [1 in het kader van de Europese programma's]1 of andere subsidiëringsmechanismen die specifiek zijn voor de Europese Unie;
7° " Specifieke actieprojecten " : de specifieke actievoorstellen die worden voorgelegd door de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, of het coördinatie- en beheerscentrum in het kader van de globale actieprojecten of de andere projecten.
Art. 17. Pour l'application du présent titre, il faut entendre par :
1° " Le ministre " : le Ministre du Gouvernement de la Communauté française ayant l'[2 Enseignement pour Adultes]2 dans ses attributions;
2° " Organes de représentation et de coordination " : les organes de représentation et de coordination de pouvoirs organisateurs tels que définis à l'article 5bis de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
3° " Etablissements scolaires " : les établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2;
4° [1 " Centre de coordination et de gestion " : l'organe créé auprès de la Direction générale de l'enseignement non obligatoire du Ministère de la Communauté française afin de tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination et, d'une part, le ministre, d'autre part les administrations de coordination. La création du Centre de coordination et de gestion est conforme aux dispositions du Règlement (UE) No 1303/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant dispositions communes relatives au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion, au Fonds européen agricole pour le développement rural et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, portant dispositions générales applicables au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, et abrogeant le règlement (CE) no 1083/2006 du Conseil qui prévoit la possibilité de mettre en place des organismes intermédiaires qui agissent sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de certification, ou qui exécute pour le compte de celle-ci des tâches en lien avec la réalisation d'opérations par les bénéficiaires; ]1
5° " Projets d'action globaux " : les projets fixant les objectifs généraux approuvés par le Gouvernement dans le cadre des règlements et programmes relatifs aux aides structurelles octroyées par la Commission européenne;
6° " Autres projets " : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination ou le centre de coordination et de gestion dans le cadre des programmes [1 européens]1 ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne;
7° " Projets d'action spécifiques " : les propositions d'actions spécifiques déposées par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs ou le centre de coordination et de gestion, qui s'inscrivent dans le cadre des projets d'action globaux ou des autres projets.
1° " Le ministre " : le Ministre du Gouvernement de la Communauté française ayant l'[2 Enseignement pour Adultes]2 dans ses attributions;
2° " Organes de représentation et de coordination " : les organes de représentation et de coordination de pouvoirs organisateurs tels que définis à l'article 5bis de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
3° " Etablissements scolaires " : les établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2;
4° [1 " Centre de coordination et de gestion " : l'organe créé auprès de la Direction générale de l'enseignement non obligatoire du Ministère de la Communauté française afin de tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination et, d'une part, le ministre, d'autre part les administrations de coordination. La création du Centre de coordination et de gestion est conforme aux dispositions du Règlement (UE) No 1303/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant dispositions communes relatives au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion, au Fonds européen agricole pour le développement rural et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, portant dispositions générales applicables au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, et abrogeant le règlement (CE) no 1083/2006 du Conseil qui prévoit la possibilité de mettre en place des organismes intermédiaires qui agissent sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de certification, ou qui exécute pour le compte de celle-ci des tâches en lien avec la réalisation d'opérations par les bénéficiaires; ]1
5° " Projets d'action globaux " : les projets fixant les objectifs généraux approuvés par le Gouvernement dans le cadre des règlements et programmes relatifs aux aides structurelles octroyées par la Commission européenne;
6° " Autres projets " : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination ou le centre de coordination et de gestion dans le cadre des programmes [1 européens]1 ou d'autres mécanismes de subventions spécifiques de l'Union européenne;
7° " Projets d'action spécifiques " : les propositions d'actions spécifiques déposées par les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs ou le centre de coordination et de gestion, qui s'inscrivent dans le cadre des projets d'action globaux ou des autres projets.
HOOFDSTUK II. - Beheer van het programma in de Franse Gemeenschap.
CHAPITRE II. - Gestion du programme en Communauté française.
Art. 18. In het kader van de acties bedoeld in artikel 2, stelt de minister de globale actieprojecten en de andere projecten vast, na het advies van het coördinatie- en beheerscentrum te hebben ingewonnen. Het coördinatie- en beheerscentrum legt de globale actieprojecten en de andere projecten aan de coördinatiebesturen voor. De minister keurt de specifieke actieprojecten die door het coördinatie- en beheerscentrum worden voorgesteld, met inbegrip van de begrotingsenveloppen, goed.
Art. 18. Dans le cadre des actions visées à l'article 2, le ministre fixe les projets d'action globaux et les autres projets après avoir pris l'avis du centre de coordination et de gestion. Le centre de coordination et de gestion introduit les projets d'action globaux et les autres projets auprès des administrations de coordination. Le ministre approuve les projets d'action spécifiques présentés par le centre de coordination et de gestion en ce compris les enveloppes budgétaires.
Art. 19. Wanneer een schoolinrichting deelneemt aan een project dat door Europese fondsen wordt medegefinancierd en niet wordt ingediend door het [1 Volwassenenonderwijs]1, keurt de minister, na het advies van het coördinatie- en beheerscentrum te hebben ingewonnen, elke aanvraag goed om verhoging van het publiek aandeel dat door de schoolinrichting in dat project wordt geleverd.
Modifications
Art. 19. Lorsqu'un établissement scolaire participe à un projet cofinancé par des fonds européens dont l'[1 Enseignement pour Adultes]1 n'est pas promoteur, le ministre approuve, après avoir pris l'avis du centre de coordination et de gestion, toute demande de valorisation de la part publique apportée par l'établissement dans ledit projet.
Modifications
Art. 20. § 1. Het coördinatie- en beheerscentrum heeft zijn administratieve zetel in de lokalen van de algemene directie voor het niet verplicht onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. In voorkomend geval kan het echter elders vergaderen.
§ 2. Het coördinatie- en beheerscentrum wordt samengesteld als volgt :
1° de afgevaardigde van de minister, die er het voorzitterschap van waarneemt;
2° [1 de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor het [2 Volwassenenonderwijs]2, die er het ondervoorzitterschap van waarneemt]1;
3° [1 De inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie op het niveau van het [2 Volwassenenonderwijs]2 en van het afstandsonderwijs of zijn afgevaardigde]1;
4° een vertegenwoordiger van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde [2 Volwassenenonderwijs]2;
5° een vertegenwoordiger van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel [2 Volwassenenonderwijs]2;
6° twee vertegenwoordigers van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrij [2 Volwassenenonderwijs]2, namelijk één vertegenwoordiger van het secretariaat-generaal van het katholiek onderwijs en één vertegenwoordiger van de federatie van de onafhankelijke gesubsidieerde vrije inrichtingen;
7° [1 de directeur van het ESF-Agentschap of zijn afgevaardigde]1;
8° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor het secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
9° een vertegenwoordiger van de Minister van Begroting;
10° de adjunct-administratieve coördinator bedoeld in artikel [1 24bis]1;
11° de opdrachthouders bedoeld in artikel 26;
[1 12° De pedagogische en technische deskundigen bedoeld bij artikel 27, naargelang de projecten waarmee ze belast worden.]1
§ 3. Er wordt een plaatsvervangend lid aangesteld voor elk van de werkende leden bedoeld in § 2, 1° tot 9°.
§ 4. De leden bedoeld in § 2, 1° tot 6° zijn stemgerechtigd.
§ 5. Externe personen kunnen door de voorzitter, op zijn initiatief of op aanvraag van een lid van het coördinatie- en beheerscentrum, worden uitgenodigd om de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum met raadgevende stem bij te wonen.
§ 6. Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt deze door de vice-voorzitter vervangen. De werkende leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in § 2, 4°, 5° en 6° worden door de minister benoemd. De werkende leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in § 2, 5° en 6° worden aan de minister voorgedragen door het gemachtigde vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan. Wanneer een werkend lid of een plaatsvervangend lid ontslag neemt, de hoedanigheid verliest op grond waarvan het werd benoemd of wanneer zijn mandaat door de minister of het gemachtigde vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan wordt ingetrokken, is het van rechtswege geen lid van het coördinatie- en beheerscentrum meer. Elk ontslagnemend lid blijft echter zitting hebben tot de benoeming van zijn plaatsvervanger.
§ 2. Het coördinatie- en beheerscentrum wordt samengesteld als volgt :
1° de afgevaardigde van de minister, die er het voorzitterschap van waarneemt;
2° [1 de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor het [2 Volwassenenonderwijs]2, die er het ondervoorzitterschap van waarneemt]1;
3° [1 De inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie op het niveau van het [2 Volwassenenonderwijs]2 en van het afstandsonderwijs of zijn afgevaardigde]1;
4° een vertegenwoordiger van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde [2 Volwassenenonderwijs]2;
5° een vertegenwoordiger van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel [2 Volwassenenonderwijs]2;
6° twee vertegenwoordigers van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrij [2 Volwassenenonderwijs]2, namelijk één vertegenwoordiger van het secretariaat-generaal van het katholiek onderwijs en één vertegenwoordiger van de federatie van de onafhankelijke gesubsidieerde vrije inrichtingen;
7° [1 de directeur van het ESF-Agentschap of zijn afgevaardigde]1;
8° de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst voor het secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
9° een vertegenwoordiger van de Minister van Begroting;
10° de adjunct-administratieve coördinator bedoeld in artikel [1 24bis]1;
11° de opdrachthouders bedoeld in artikel 26;
[1 12° De pedagogische en technische deskundigen bedoeld bij artikel 27, naargelang de projecten waarmee ze belast worden.]1
§ 3. Er wordt een plaatsvervangend lid aangesteld voor elk van de werkende leden bedoeld in § 2, 1° tot 9°.
§ 4. De leden bedoeld in § 2, 1° tot 6° zijn stemgerechtigd.
§ 5. Externe personen kunnen door de voorzitter, op zijn initiatief of op aanvraag van een lid van het coördinatie- en beheerscentrum, worden uitgenodigd om de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum met raadgevende stem bij te wonen.
§ 6. Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt deze door de vice-voorzitter vervangen. De werkende leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in § 2, 4°, 5° en 6° worden door de minister benoemd. De werkende leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in § 2, 5° en 6° worden aan de minister voorgedragen door het gemachtigde vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan. Wanneer een werkend lid of een plaatsvervangend lid ontslag neemt, de hoedanigheid verliest op grond waarvan het werd benoemd of wanneer zijn mandaat door de minister of het gemachtigde vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan wordt ingetrokken, is het van rechtswege geen lid van het coördinatie- en beheerscentrum meer. Elk ontslagnemend lid blijft echter zitting hebben tot de benoeming van zijn plaatsvervanger.
Art. 20. § 1er. Le centre de coordination et de gestion a son siège administratif dans les locaux de la direction générale de l'enseignement non obligatoire et de la recherche scientifique. Il peut, en cas de nécessité, se réunir en dehors de son siège.
§ 2. Le centre de coordination et de gestion est composé comme suit :
1° Le délégué du ministre, qui en assure la présidence;
2° [1 Le directeur général adjoint en charge de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 qui en assure la vice-présidence]1;
3° [1 L'inspecteur chargé de la coordination de l'inspection au niveau de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et de l'enseignement à distance ou son délégué]1;
4° Un représentant de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé par la Communauté française;
5° Un représentant de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 officiel subventionné par la Communauté française;
6° Deux représentants de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 libre subventionné par la Communauté française, soit un représentant du secrétariat général de l'enseignement catholique et un représentant de la fédération des établissements libres subventionnés indépendants;
7° Le directeur de l'agence FSE [1 ou son délégué]1;
8° Le directeur général adjoint du service général de l'enseignement secondaire et des centres psycho-médico-sociaux;
9° Un représentant du ministre du Budget;
10° Le coordonnateur administratif adjoint visé à l'article [1 24bis]1;
11° Les chargés de mission visés à l'article 26;
[1 12° Les experts pédagogiques et techniques visés à l'article 27, selon les projets dont ils sont chargés.]1
§ 3. Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés au § 2, 1° à 9°.
§ 4. Les membres visés au § 2, 1° à 6° ont voix délibérative.
§ 5. Des personnes extérieures peuvent être invitées par le président, à son initiative ou à la demande d'un membre du centre de coordination et de gestion, à participer aux réunions du centre de coordination et de gestion, avec voix consultative.
§ 6. En cas d'absence, le président est remplacé par le vice-président. Les membres effectifs et suppléants visés au § 2, 4°, 5° et 6° sont nommés par le ministre. Les membres effectifs et suppléants visés au § 2, 5° et 6° sont proposés au ministre par l'organe de représentation et de coordination habilité. Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne, perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé ou lorsqu'il se voit retirer son mandat par le ministre ou l'organe de représentation et de coordination habilité, il cesse de plein droit de faire partie du centre de coordination et de gestion. Tout membre démissionnaire continue cependant à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
§ 2. Le centre de coordination et de gestion est composé comme suit :
1° Le délégué du ministre, qui en assure la présidence;
2° [1 Le directeur général adjoint en charge de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 qui en assure la vice-présidence]1;
3° [1 L'inspecteur chargé de la coordination de l'inspection au niveau de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et de l'enseignement à distance ou son délégué]1;
4° Un représentant de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 organisé par la Communauté française;
5° Un représentant de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 officiel subventionné par la Communauté française;
6° Deux représentants de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 libre subventionné par la Communauté française, soit un représentant du secrétariat général de l'enseignement catholique et un représentant de la fédération des établissements libres subventionnés indépendants;
7° Le directeur de l'agence FSE [1 ou son délégué]1;
8° Le directeur général adjoint du service général de l'enseignement secondaire et des centres psycho-médico-sociaux;
9° Un représentant du ministre du Budget;
10° Le coordonnateur administratif adjoint visé à l'article [1 24bis]1;
11° Les chargés de mission visés à l'article 26;
[1 12° Les experts pédagogiques et techniques visés à l'article 27, selon les projets dont ils sont chargés.]1
§ 3. Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés au § 2, 1° à 9°.
§ 4. Les membres visés au § 2, 1° à 6° ont voix délibérative.
§ 5. Des personnes extérieures peuvent être invitées par le président, à son initiative ou à la demande d'un membre du centre de coordination et de gestion, à participer aux réunions du centre de coordination et de gestion, avec voix consultative.
§ 6. En cas d'absence, le président est remplacé par le vice-président. Les membres effectifs et suppléants visés au § 2, 4°, 5° et 6° sont nommés par le ministre. Les membres effectifs et suppléants visés au § 2, 5° et 6° sont proposés au ministre par l'organe de représentation et de coordination habilité. Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne, perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé ou lorsqu'il se voit retirer son mandat par le ministre ou l'organe de représentation et de coordination habilité, il cesse de plein droit de faire partie du centre de coordination et de gestion. Tout membre démissionnaire continue cependant à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
Art. 21. Het coördinatie- en beheerscentrum wordt ermee belast :
- op te treden als aangestelde bemiddelaar, om te bemiddelen tussen de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, en, enerzijds, de minister, en, anderzijds, de coördinatiebesturen;
- de globale actieprojecten en de andere projecten de minister ter goedkeuring voor te leggen;
- de globale actieprojecten en de andere goedgekeurde projecten bij de coördinatiebesturen in te voeren;
- de specifieke actieprojecten aan de minister voor te leggen, waarbij de voorstellen van de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten en de vertegenwoordigins- en coördinatieorganen worden gecoördineerd en verzameld;
- de uitgaven in verband met de specifieke actieprojecten vast te leggen en de minister ter goedkeuring voor te leggen, waarbij inzonderheid moet worden nagekeken of de uitgaven in overeenstemming zijn met de door de minister goedgekeurde begrotingsenveloppen;
- de toelaatbaarheid na te gaan van de specifieke actieprojecten die worden ingediend overeenkomstig de criteria van de Europese structuurfondsen;
- de Europese programma's bij de schoolinrichtingen te bevorderen;
- de minister de verdeling van de Europese kredieten die ter beschikking worden gesteld van het [2 Volwassenenonderwijs]2 en de verhoging van het overheidsaandeel bepaald door de Europese wetgeving voor te stellen;
- de jaarverslagen, met inbegrip van de rekeningen van het coördinatie- en beheerscentrum aan de minister ter goedkeuring voor te leggen, nadat de overeenstemming ervan werd gecontroleerd;
- te zorgen voor de optimale aanwending van de Europese subsidies door de kwalitatieve aspecten van de verwezenlijkte meerwaarden te versterken met inachtneming van de subsidiariteits- en complementariteitsbeginselen;
- bij te dragen tot de ontwikkeling van alternerend onderwijs en vorming betreffende het secundair onderwijs en het regionale tewerkstellingsbeleid;
- de minister elke wijziging van de verordeningsbepalingen betreffende de werking van het coördinatie- en beheerscentrum en betreffende het beheer en de projecten voor te stellen;
- te zorgen voor de terugbetaling van de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor de erkende acties werden toegestaan;
[1 - de Europese mobiliteit van de stagiair(e)s van het [2 Volwassenenonderwijs]2 te behartigen en, in functie van de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen, ze te steunen in de organisatie en het beheer van de schoolinrichtingen die zich hebben ingeschreven voor een Europees mobiliteitsplan.]1
- op te treden als aangestelde bemiddelaar, om te bemiddelen tussen de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, en, enerzijds, de minister, en, anderzijds, de coördinatiebesturen;
- de globale actieprojecten en de andere projecten de minister ter goedkeuring voor te leggen;
- de globale actieprojecten en de andere goedgekeurde projecten bij de coördinatiebesturen in te voeren;
- de specifieke actieprojecten aan de minister voor te leggen, waarbij de voorstellen van de schoolinrichtingen, de inrichtende machten, de onderwijsnetten en de vertegenwoordigins- en coördinatieorganen worden gecoördineerd en verzameld;
- de uitgaven in verband met de specifieke actieprojecten vast te leggen en de minister ter goedkeuring voor te leggen, waarbij inzonderheid moet worden nagekeken of de uitgaven in overeenstemming zijn met de door de minister goedgekeurde begrotingsenveloppen;
- de toelaatbaarheid na te gaan van de specifieke actieprojecten die worden ingediend overeenkomstig de criteria van de Europese structuurfondsen;
- de Europese programma's bij de schoolinrichtingen te bevorderen;
- de minister de verdeling van de Europese kredieten die ter beschikking worden gesteld van het [2 Volwassenenonderwijs]2 en de verhoging van het overheidsaandeel bepaald door de Europese wetgeving voor te stellen;
- de jaarverslagen, met inbegrip van de rekeningen van het coördinatie- en beheerscentrum aan de minister ter goedkeuring voor te leggen, nadat de overeenstemming ervan werd gecontroleerd;
- te zorgen voor de optimale aanwending van de Europese subsidies door de kwalitatieve aspecten van de verwezenlijkte meerwaarden te versterken met inachtneming van de subsidiariteits- en complementariteitsbeginselen;
- bij te dragen tot de ontwikkeling van alternerend onderwijs en vorming betreffende het secundair onderwijs en het regionale tewerkstellingsbeleid;
- de minister elke wijziging van de verordeningsbepalingen betreffende de werking van het coördinatie- en beheerscentrum en betreffende het beheer en de projecten voor te stellen;
- te zorgen voor de terugbetaling van de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor de erkende acties werden toegestaan;
[1 - de Europese mobiliteit van de stagiair(e)s van het [2 Volwassenenonderwijs]2 te behartigen en, in functie van de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen, ze te steunen in de organisatie en het beheer van de schoolinrichtingen die zich hebben ingeschreven voor een Europees mobiliteitsplan.]1
Art. 21. Le centre de coordination et de gestion est chargé :
- De tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination et, d'une part, le ministre, d'autre part les administrations de coordination;
- De soumettre les projets d'action globaux et les autres projets à l'approbation du ministre;
- D'introduire les projets d'action globaux et les autres projets approuvés auprès des administrations de coordination;
- De soumettre les projets d'action spécifiques au ministre en coordonnant et en globalisant les propositions des établissements scolaires, des pouvoirs organisateurs, des réseaux d'enseignement et des organes de représentation et de coordination;
- D'établir et de soumettre à l'approbation du ministre les dépenses afférentes aux projets d'action spécifiques en vérifiant notamment la conformité des dépenses aux enveloppes budgétaires approuvées par le ministre;
- De vérifier l'éligibilité des projets d'action spécifiques déposés conformément aux critères des fonds structurels européens;
- De promouvoir les programmes européens auprès des établissements scolaires;
- De proposer au ministre la répartition des crédits européens mis à la disposition de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et la valorisation des parts publiques prévues par la législation européenne;
- D'établir et de soumettre à l'approbation du ministre les rapports annuels, en ce compris les comptes du centre de coordination et de gestion, après en avoir vérifié la conformité;
- De veiller à l'utilisation optimale des subventions européennes en renforçant les aspects qualitatifs des plus-values réalisées en respectant les principes de subsidiarité et de complémentarité;
- D'assurer l'articulation avec le développement de l'alternance en ce qui concerne l'enseignement secondaire et les politiques régionales de mise à l'emploi;
- De proposer au ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du centre de coordination et de gestion et à la gestion des projets;
- De veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
[1 - De promouvoir la mobilité européenne des stagiaires de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et, en fonction de la disponibilité de moyens budgétaires, d'apporter un soutien organisationnel et de gestion aux établissements scolaires s'inscrivant dans un programme européen de mobilité.]1
- De tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements scolaires, les pouvoirs organisateurs, les réseaux d'enseignement, les organes de représentation et de coordination et, d'une part, le ministre, d'autre part les administrations de coordination;
- De soumettre les projets d'action globaux et les autres projets à l'approbation du ministre;
- D'introduire les projets d'action globaux et les autres projets approuvés auprès des administrations de coordination;
- De soumettre les projets d'action spécifiques au ministre en coordonnant et en globalisant les propositions des établissements scolaires, des pouvoirs organisateurs, des réseaux d'enseignement et des organes de représentation et de coordination;
- D'établir et de soumettre à l'approbation du ministre les dépenses afférentes aux projets d'action spécifiques en vérifiant notamment la conformité des dépenses aux enveloppes budgétaires approuvées par le ministre;
- De vérifier l'éligibilité des projets d'action spécifiques déposés conformément aux critères des fonds structurels européens;
- De promouvoir les programmes européens auprès des établissements scolaires;
- De proposer au ministre la répartition des crédits européens mis à la disposition de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et la valorisation des parts publiques prévues par la législation européenne;
- D'établir et de soumettre à l'approbation du ministre les rapports annuels, en ce compris les comptes du centre de coordination et de gestion, après en avoir vérifié la conformité;
- De veiller à l'utilisation optimale des subventions européennes en renforçant les aspects qualitatifs des plus-values réalisées en respectant les principes de subsidiarité et de complémentarité;
- D'assurer l'articulation avec le développement de l'alternance en ce qui concerne l'enseignement secondaire et les politiques régionales de mise à l'emploi;
- De proposer au ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du centre de coordination et de gestion et à la gestion des projets;
- De veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
[1 - De promouvoir la mobilité européenne des stagiaires de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et, en fonction de la disponibilité de moyens budgétaires, d'apporter un soutien organisationnel et de gestion aux établissements scolaires s'inscrivant dans un programme européen de mobilité.]1
Art. 22. De nadere regels voor de werking van het coördinatie- en beheerscentrum worden vastgesteld als volgt :
§ 1. De voorzitter van het coördinatie- en beheerscentrum roept de leden, ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de minister, ofwel op aanvraag van ten minste één derde van de stemgerechtigde leden, bijeen. [2 De oproepingsbrief moet ten minste tien werkdagen vóór de vergadering worden verstuurd.]2 [1 ...]1. Ieder werkend lid dat een vergadering niet kan bijwonen, brengt daar de voorzitter op de hoogte van, en verzoekt zijn plaatsvervanger de vergadering bij te wonen.
§ 2. De stemmingen kunnen pas geschieden als het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan vertegenwoordigd worden en als twee derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. De beslissingen worden bij consensus genomen. Wanneer deze niet kan worden bereikt, wordt de beslissing genomen bij volstrekte meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter beslissend. In voorkomend geval, wordt een minderheidsnota bijgevoegd.
§ 3. De agenda kan alleen met de toestemming van de zes stemgerechtigde leden worden gewijzigd. Als een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan niet vertegenwoordigd wordt of als minder dan twee derde van de leden aanwezig is, dan wordt een nieuwe vergadering belegd, met dezelfde agenda en ten minste binnen een termijn van zeven kalenderdagen, gedurende welke stemmingen kunnen plaatsvinden ongeacht de vertegenwoordiging van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen of het aantal aanwezige leden.
§ 4. [1 Er wordt een uitvoerend bureau opgericht, hierna " het bureau " genoemd, samengesteld als volgt :
1° de administratieve coördinator bedoeld in artikel 24, die er de coördinatie van waarneemt;
2° de administratieve adjunct-coördinator bedoeld in artikel 24bis die, in voorkomend geval, voor de coördinatie ervan zorgt;
3° de opdrachthouders bedoeld bij artikel 26;
4° de technische en pedagogische deskundigen en de contractuele personeelsleden die in het coördinatie- en beheerscentrum werken.
De afgevaardigde van de minister kan de vergaderingen van het bureau bijwonen.
De opdrachten van het bureau zijn de volgende :
1° de agenda voorstellen en de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum voorbereiden;
2° de opdrachten toevertrouwd door het coördinatie- en beheerscentrum uitvoeren;
3° de beslissingen van het coördinatie- en beheerscentrum uitvoeren.]1
§ 5. Het secretariaat van de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum en van het bureau wordt waargenomen door een personeelslid [1 van het bureau van het coördinatie- en beheerscentrum]1, aangesteld door de administratieve coördinator bedoeld in artikel 24.
§ 1. De voorzitter van het coördinatie- en beheerscentrum roept de leden, ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de minister, ofwel op aanvraag van ten minste één derde van de stemgerechtigde leden, bijeen. [2 De oproepingsbrief moet ten minste tien werkdagen vóór de vergadering worden verstuurd.]2 [1 ...]1. Ieder werkend lid dat een vergadering niet kan bijwonen, brengt daar de voorzitter op de hoogte van, en verzoekt zijn plaatsvervanger de vergadering bij te wonen.
§ 2. De stemmingen kunnen pas geschieden als het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan vertegenwoordigd worden en als twee derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. De beslissingen worden bij consensus genomen. Wanneer deze niet kan worden bereikt, wordt de beslissing genomen bij volstrekte meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter beslissend. In voorkomend geval, wordt een minderheidsnota bijgevoegd.
§ 3. De agenda kan alleen met de toestemming van de zes stemgerechtigde leden worden gewijzigd. Als een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan niet vertegenwoordigd wordt of als minder dan twee derde van de leden aanwezig is, dan wordt een nieuwe vergadering belegd, met dezelfde agenda en ten minste binnen een termijn van zeven kalenderdagen, gedurende welke stemmingen kunnen plaatsvinden ongeacht de vertegenwoordiging van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen of het aantal aanwezige leden.
§ 4. [1 Er wordt een uitvoerend bureau opgericht, hierna " het bureau " genoemd, samengesteld als volgt :
1° de administratieve coördinator bedoeld in artikel 24, die er de coördinatie van waarneemt;
2° de administratieve adjunct-coördinator bedoeld in artikel 24bis die, in voorkomend geval, voor de coördinatie ervan zorgt;
3° de opdrachthouders bedoeld bij artikel 26;
4° de technische en pedagogische deskundigen en de contractuele personeelsleden die in het coördinatie- en beheerscentrum werken.
De afgevaardigde van de minister kan de vergaderingen van het bureau bijwonen.
De opdrachten van het bureau zijn de volgende :
1° de agenda voorstellen en de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum voorbereiden;
2° de opdrachten toevertrouwd door het coördinatie- en beheerscentrum uitvoeren;
3° de beslissingen van het coördinatie- en beheerscentrum uitvoeren.]1
§ 5. Het secretariaat van de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum en van het bureau wordt waargenomen door een personeelslid [1 van het bureau van het coördinatie- en beheerscentrum]1, aangesteld door de administratieve coördinator bedoeld in artikel 24.
Art. 22. Les modalités de fonctionnement du centre de coordination et de gestion sont fixées comme suit :
§ 1er. Le président du centre de coordination et de gestion convoque les membres, soit d'initiative, soit à la demande du ministre, soit à la demande d'au moins un tiers des membres ayant voix délibérative. [2 La convocation doit être envoyée au moins dix jours avant la réunion. ]2[1 ...]1. Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le président et invite son suppléant à siéger.
§ 2. Les votes ne peuvent intervenir que si l'enseignement organisé par la Communauté française et chaque organe de représentation et de coordination sont représentés et si deux tiers des membres ayant voix délibérative sont présents. Les décisions sont prises sur la base du consensus. Lorsque celui-ci ne peut être atteint, la décision est prise à la majorité absolue des membres présents ayant voix délibérative. En cas de parité, la voix du président est prépondérante. S'il échet, une note de minorité est jointe.
§ 3. L'ordre du jour ne peut être modifié que moyennant l'accord des sept membres ayant voix délibérative. Si un organe de représentation et de coordination n'est pas représenté ou si moins de deux tiers des membres sont présents, une nouvelle réunion est convoquée, avec le même ordre du jour et au minimum dans un délai de sept jours calendrier, au cours de laquelle des votes peuvent intervenir quels que soient les organes de représentation et de coordination représentés ou quel que soit le nombre des membres présents.
§ 4. [1 Il est créé un bureau exécutif, ci-après dénommé " le bureau ", composé comme suit :
1° Le coordonnateur administratif visé à l'article 24 qui en assure la coordination;
2° Le coordinateur administratif adjoint visé à l'article 24bis qui, s'il échet, en assure la coordination;
3° Les chargés de mission visés à l'article 26;
4° Les experts pédagogiques et techniques visés à l'article 27 et les membres du personnel contractuel attachés au centre de coordination et de gestion.
Le délégué du ministre peut assister aux réunions du bureau.
Les missions du bureau sont les suivantes :
1° Proposer l'ordre du jour et préparer les réunions du centre de coordination et de gestion;
2° Assurer les missions confiées par le centre de coordination et de gestion;
3° Exécuter les décisions du centre de coordination et de gestion.]1
§ 5. Le secrétariat des réunions du centre de coordination et de gestion et du bureau est assuré par un membre du [1 bureau du centre de coordination et de gestion]1 désigné parle coordonnateur administratif visé à l'article 24.
§ 1er. Le président du centre de coordination et de gestion convoque les membres, soit d'initiative, soit à la demande du ministre, soit à la demande d'au moins un tiers des membres ayant voix délibérative. [2 La convocation doit être envoyée au moins dix jours avant la réunion. ]2[1 ...]1. Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le président et invite son suppléant à siéger.
§ 2. Les votes ne peuvent intervenir que si l'enseignement organisé par la Communauté française et chaque organe de représentation et de coordination sont représentés et si deux tiers des membres ayant voix délibérative sont présents. Les décisions sont prises sur la base du consensus. Lorsque celui-ci ne peut être atteint, la décision est prise à la majorité absolue des membres présents ayant voix délibérative. En cas de parité, la voix du président est prépondérante. S'il échet, une note de minorité est jointe.
§ 3. L'ordre du jour ne peut être modifié que moyennant l'accord des sept membres ayant voix délibérative. Si un organe de représentation et de coordination n'est pas représenté ou si moins de deux tiers des membres sont présents, une nouvelle réunion est convoquée, avec le même ordre du jour et au minimum dans un délai de sept jours calendrier, au cours de laquelle des votes peuvent intervenir quels que soient les organes de représentation et de coordination représentés ou quel que soit le nombre des membres présents.
§ 4. [1 Il est créé un bureau exécutif, ci-après dénommé " le bureau ", composé comme suit :
1° Le coordonnateur administratif visé à l'article 24 qui en assure la coordination;
2° Le coordinateur administratif adjoint visé à l'article 24bis qui, s'il échet, en assure la coordination;
3° Les chargés de mission visés à l'article 26;
4° Les experts pédagogiques et techniques visés à l'article 27 et les membres du personnel contractuel attachés au centre de coordination et de gestion.
Le délégué du ministre peut assister aux réunions du bureau.
Les missions du bureau sont les suivantes :
1° Proposer l'ordre du jour et préparer les réunions du centre de coordination et de gestion;
2° Assurer les missions confiées par le centre de coordination et de gestion;
3° Exécuter les décisions du centre de coordination et de gestion.]1
§ 5. Le secrétariat des réunions du centre de coordination et de gestion et du bureau est assuré par un membre du [1 bureau du centre de coordination et de gestion]1 désigné parle coordonnateur administratif visé à l'article 24.
Art. 23. De directeur-generaal van het bestuur voor het niet verplicht onderwijs en het wetenschappelijk [1 of zijn afgevaardigde]1 onderzoek wordt tot ordonnateur van de uitgaven van het coördinatie- en beheerscentrum aangesteld.
Modifications
Art. 23. Le directeur général de l'enseignement non obligatoire et de la recherche scientifique [1 est désigné]1 est désigné comme ordonnateur des dépenses du centre de coordination et de gestion.
Modifications
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de nadere regels voor het pedagogische, administratieve en financiële beheer.
CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux modalités de gestion pédagogique, administrative et financière.
Afdeling I. - Administratieve en pedagogische coördinatie.
Section Ire. - De la coordination administrative et pédagogique.
Art. 24. [1 Het administratieve beheer en de administratieve coördinatie van de projecten worden waargenomen door een administratieve coördinator, die de ondervoorzitter van het coördinatie- en beheerscentrum is. Bij zijn opdracht wordt hij bijgestaan door een adjunct-administratieve coördinator.]1
Modifications
Art. 24. [1 La gestion et la coordination administrative des projets est assurée par un coordonnateur administratif qui est le vice-président du centre de coordination et de gestion. Il est assisté dans sa mission par un coordonnateur administratif adjoint.]1
Modifications
Art. 24bis. [1 De adjunct-administratieve coördinator wordt gekozen onder de personeelsleden van het bestuur of onder de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs.
Het coördinatie- en beheerscentrum bepaalt het ambts- en wervingsprofiel.
Als het gaat om een personeelslid van het bestuur, is de adjunct-administratieve coördinator als directeur-deskundige aangeworven. Zijn werving geschiedt volgens de procedures die binnen het ministerie gelden.
Hij heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld bij de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van rang 12 van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Zijn administratieve standplaats is de zetel van het coördinatie- en beheerscentrum .
Als het gaat om een personeelslid van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, stelt de minister een adjunct-administratieve coördinator aan op de voordracht van het coördinatie- en beheerscentrum. Deze krijgt verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs en geniet bovendien een toelage die gelijk is aan het verschil tussen de wedde of de weddesubsidie van de weddeschaal die overeenstemt met het ambt van directeur in het [2 Volwassenenonderwijs]2 van het hoger secundair onderwijs en deze die hij in zijn ambt geniet. Hij heeft recht op dezelfde forfaitaire maandelijkse vergoeding als deze die de opdrachthouders genieten. De verlof- en vakantieregeling die hij geniet is deze van het ministerie. Hij heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Daartoe wordt hij gelijkgesteld met de ambtenaren van rang 12 en is zijn administratieve standplaats de zetel van het coördinatie- en beheerscentrum .
De adjunct-administratieve coördinator is belast met het dagelijks beheer en de uitvoering van de beslissingen van het coördinatie- en beheerscentrum alsook met de administratieve cel bestaande uit de opdrachthouders, de deskundigen en de contractuele personeelsleden.]1
Het coördinatie- en beheerscentrum bepaalt het ambts- en wervingsprofiel.
Als het gaat om een personeelslid van het bestuur, is de adjunct-administratieve coördinator als directeur-deskundige aangeworven. Zijn werving geschiedt volgens de procedures die binnen het ministerie gelden.
Hij heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld bij de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van rang 12 van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Zijn administratieve standplaats is de zetel van het coördinatie- en beheerscentrum .
Als het gaat om een personeelslid van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, stelt de minister een adjunct-administratieve coördinator aan op de voordracht van het coördinatie- en beheerscentrum. Deze krijgt verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs en geniet bovendien een toelage die gelijk is aan het verschil tussen de wedde of de weddesubsidie van de weddeschaal die overeenstemt met het ambt van directeur in het [2 Volwassenenonderwijs]2 van het hoger secundair onderwijs en deze die hij in zijn ambt geniet. Hij heeft recht op dezelfde forfaitaire maandelijkse vergoeding als deze die de opdrachthouders genieten. De verlof- en vakantieregeling die hij geniet is deze van het ministerie. Hij heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld in de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Daartoe wordt hij gelijkgesteld met de ambtenaren van rang 12 en is zijn administratieve standplaats de zetel van het coördinatie- en beheerscentrum .
De adjunct-administratieve coördinator is belast met het dagelijks beheer en de uitvoering van de beslissingen van het coördinatie- en beheerscentrum alsook met de administratieve cel bestaande uit de opdrachthouders, de deskundigen en de contractuele personeelsleden.]1
Art.24bis.[1 Le coordonnateur administratif adjoint est choisi parmi les membres du personnel de l'administration ou parmi les membres du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française.
Le centre de coordination et de gestion établit le profil de fonction et de recrutement.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, le coordonnateur administratif adjoint est engagé comme directeur-expert. Son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère.
Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel de rang 12 du ministère de la Communauté française. Sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, le coordonnateur administratif adjoint est désigné par le ministre sur proposition du centre de coordination et de gestion. Il est mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et bénéficie en outre d'une allocation égale à la différence entre le traitement ou la subvention-traitement de l'échelle de traitement correspondante à la fonction de directeur d'[2 Enseignement pour Adultes]2 de niveau secondaire supérieur et celle dont il bénéficie dans sa fonction. Il a droit à l'indemnité forfaitaire mensuelle dévolue aux chargés de mission. Le régime de congés et de vacances est celui du ministère. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du ministère de la Communauté française. A cet effet, il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12 et sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
Le coordonnateur administratif adjoint est chargé d'assurer la gestion journalière et l'exécution des décisions du centre de coordination et de gestion ainsi que de gérer la cellule administrative composée des chargés de mission, des experts et du personnel contractuel éventuels.]1
Le centre de coordination et de gestion établit le profil de fonction et de recrutement.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'administration, le coordonnateur administratif adjoint est engagé comme directeur-expert. Son recrutement est effectué selon les procédures en vigueur au sein du ministère.
Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel de rang 12 du ministère de la Communauté française. Sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
S'il s'agit d'un membre du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, le coordonnateur administratif adjoint est désigné par le ministre sur proposition du centre de coordination et de gestion. Il est mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et bénéficie en outre d'une allocation égale à la différence entre le traitement ou la subvention-traitement de l'échelle de traitement correspondante à la fonction de directeur d'[2 Enseignement pour Adultes]2 de niveau secondaire supérieur et celle dont il bénéficie dans sa fonction. Il a droit à l'indemnité forfaitaire mensuelle dévolue aux chargés de mission. Le régime de congés et de vacances est celui du ministère. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du ministère de la Communauté française. A cet effet, il est assimilé aux fonctionnaires de rang 12 et sa résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion.
Le coordonnateur administratif adjoint est chargé d'assurer la gestion journalière et l'exécution des décisions du centre de coordination et de gestion ainsi que de gérer la cellule administrative composée des chargés de mission, des experts et du personnel contractuel éventuels.]1
Art. 25. De pedagogische coördinatie van de globale actieprojecten en van de andere projecten wordt waargenomen door [1 de inspecteur belast met de coördinatie van de inspectie op het niveau van het [2 Volwassenenonderwijs]2 en het afstandsonderwijs]1. Die opdracht inzake pedagogische coördinatie zorgt ervoor, met inachtneming van het beginsel van de autonomie van de netten, dat de acties die worden medegefinancierd door de Europese fondsen in overeenstemming zijn met de pedagogische doelstellingen en het betrokken publiek. Ze geschiedt op drie ogenblikken :
- Bij het begin van elke programmeringsperiode, bij het opstellen, door het coördinatie- en beheerscentrum, van de pedagogische inhoud van de globale actieprojecten en andere projecten;
- In de loop van de programmering, bij de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum die de erkenning van de specifieke actieprojecten bespreken;
- Op het einde van elke programmeringsperiode, bij de werkzaamheden van het coördinatie- en beheerscentrum voor de evaluatie van de doeltreffendheid van de gevoerde acties, inzonderheid voor wat het betrokken publiek betreft.
- Bij het begin van elke programmeringsperiode, bij het opstellen, door het coördinatie- en beheerscentrum, van de pedagogische inhoud van de globale actieprojecten en andere projecten;
- In de loop van de programmering, bij de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum die de erkenning van de specifieke actieprojecten bespreken;
- Op het einde van elke programmeringsperiode, bij de werkzaamheden van het coördinatie- en beheerscentrum voor de evaluatie van de doeltreffendheid van de gevoerde acties, inzonderheid voor wat het betrokken publiek betreft.
Art. 25. La coordination pédagogique des projets d'action globaux et des autres projets est assurée par [1 l'inspecteur chargé de la coordination de l'inspection au niveau de l'[2 Enseignement pour Adultes]2 et de l'enseignement à distance]1. Cette mission de coordination pédagogique consiste, dans le respect du principe d'autonomie des réseaux, à veiller à la cohérence des actions cofinancées par des fonds européens avec les objectifs pédagogiques poursuivis et le public concerné. Elle se situe à trois moments :
- Au début de chaque période de programmation, lors de l'élaboration par le centre de coordination et de gestion des contenus pédagogiques des projets d'action globaux et des autres projets;
- En cours de programmation, lors des réunions du centre de coordination et de gestion ayant pour objet l'agrément des projets d'action spécifiques;
- A l'issue de chaque période de programmation, lors des travaux du centre de coordination et de gestion visant à évaluer l'efficacité des actions menées, en particulier pour ce qui relève du public concerné.
- Au début de chaque période de programmation, lors de l'élaboration par le centre de coordination et de gestion des contenus pédagogiques des projets d'action globaux et des autres projets;
- En cours de programmation, lors des réunions du centre de coordination et de gestion ayant pour objet l'agrément des projets d'action spécifiques;
- A l'issue de chaque période de programmation, lors des travaux du centre de coordination et de gestion visant à évaluer l'efficacité des actions menées, en particulier pour ce qui relève du public concerné.
Afdeling II. [1 - Opdrachthouders en pedagogische en technische deskundigen.]1
Section II. [1 - Des chargés de mission et des experts pédagogiques et techniques.]1
Art. 26. [1 Het coördinatie- en beheerscentrum [2 beschikken over ten minste]2 twee opdrachthouders. Ze worden door de minister aangesteld op de voordracht van het coördinatie- en beheerscentrum. Het zorgt ook voor het ambts- en wervingsprofiel.
De opdrachthouders worden in verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs gesteld en worden onder de verantwoordelijkheid van de administratieve coördinator geplaatst bedoeld bij artikel 24. Ze hebben recht op de forfaitaire maandelijkse vergoeding die opdrachthouders genieten. De verlof- en vakantieregeling is deze van het ministerie.
Hun administratieve standplaats is hun woonplaats. Mits inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap, hebben ze recht op :
- de terugbetaling van hun reiskosten;
- de verblijfsvergoedingen wat betreft de prestaties verricht op de administratieve zetel van het coördinatie- en beheerscentrum.
De opdrachthouders worden belast met de verwezenlijking van alle stappen in verband met de opvatting, informatie, het uitwerken, het toezicht en de evaluatie betreffende de projecten die door Europese fondsen worden medegefinancierd.]1
De opdrachthouders worden in verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs gesteld en worden onder de verantwoordelijkheid van de administratieve coördinator geplaatst bedoeld bij artikel 24. Ze hebben recht op de forfaitaire maandelijkse vergoeding die opdrachthouders genieten. De verlof- en vakantieregeling is deze van het ministerie.
Hun administratieve standplaats is hun woonplaats. Mits inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap, hebben ze recht op :
- de terugbetaling van hun reiskosten;
- de verblijfsvergoedingen wat betreft de prestaties verricht op de administratieve zetel van het coördinatie- en beheerscentrum.
De opdrachthouders worden belast met de verwezenlijking van alle stappen in verband met de opvatting, informatie, het uitwerken, het toezicht en de evaluatie betreffende de projecten die door Europese fondsen worden medegefinancierd.]1
Art. 26. [1 Le centre de coordination et de gestion [2 dispose d'au moins]2 deux chargés de mission. Ils sont désignés par le ministre sur proposition du centre de coordination et de gestion. Celui-ci établit le profil de fonction et de recrutement.
Les chargés de mission sont mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et sont placés sous la responsabilité du coordonnateur administratif visé à l'article 24. Ils ont droit à l'indemnité forfaitaire mensuelle dévolue aux chargés de mission. Le régime de congés et de vacances est celui du ministère.
Leur résidence administrative est leur domicile. Aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du ministère de la Communauté française, ils ont droit :
- au remboursement de leurs frais de parcours;
- aux indemnités de séjour, sauf pour ce qui concerne les prestations exercées au siège administratif du Centre de Coordination et de gestion.
Les chargés de mission sont chargés de réaliser toutes les démarches de conception, d'information, de mise en oeuvre, de contrôle et d'évaluation relatives aux projets cofinancés par les fonds européens.]1
Les chargés de mission sont mis en congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement et sont placés sous la responsabilité du coordonnateur administratif visé à l'article 24. Ils ont droit à l'indemnité forfaitaire mensuelle dévolue aux chargés de mission. Le régime de congés et de vacances est celui du ministère.
Leur résidence administrative est leur domicile. Aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du ministère de la Communauté française, ils ont droit :
- au remboursement de leurs frais de parcours;
- aux indemnités de séjour, sauf pour ce qui concerne les prestations exercées au siège administratif du Centre de Coordination et de gestion.
Les chargés de mission sont chargés de réaliser toutes les démarches de conception, d'information, de mise en oeuvre, de contrôle et d'évaluation relatives aux projets cofinancés par les fonds européens.]1
Art. 27. [1 Het coördinatie- en beheerscentrum kan beslissen pedagogische en technische deskundigen aan te werven voor projecten die specifieke behoeften met zich meebrengen of voor specifieke opdrachten.
Ze worden door het coördinatie- en beheerscentrum aangeworven op basis van een ambtsprofiel dat door het centrum wordt bepaald in verband met de projecten die specifieke behoeften met zich meebrengen of voor specifieke opdrachten.
De pedagogische en technische deskundigen staan onder de verantwoordelijkheid van de administratieve coördinator bedoeld bij artikel 24. De verlof- en vakantieregeling wordt bepaald in verband met de aard van de expertise, ze wordt in het ambtsprofiel bepaald. Hun administratieve standplaats is deze van het coördinatie- en beheerscentrum . Mits inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap, hebben ze recht op :
- de terugbetaling van hun reiskosten;
- de verblijfsvergoedingen.]1
Ze worden door het coördinatie- en beheerscentrum aangeworven op basis van een ambtsprofiel dat door het centrum wordt bepaald in verband met de projecten die specifieke behoeften met zich meebrengen of voor specifieke opdrachten.
De pedagogische en technische deskundigen staan onder de verantwoordelijkheid van de administratieve coördinator bedoeld bij artikel 24. De verlof- en vakantieregeling wordt bepaald in verband met de aard van de expertise, ze wordt in het ambtsprofiel bepaald. Hun administratieve standplaats is deze van het coördinatie- en beheerscentrum . Mits inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het ministerie van de Franse Gemeenschap, hebben ze recht op :
- de terugbetaling van hun reiskosten;
- de verblijfsvergoedingen.]1
Modifications
Art. 27. [1 Le centre de coordination et de gestion peut décider d'engager des experts pédagogiques et techniques pour des projets répondant à des besoins spécifiques ou pour des tâches particulières.
Ils sont recrutés par le centre de coordination et de gestion sur la base d'un profil de fonction qu'il définit eu égard aux projets répondant à des besoins spécifiques ou aux tâches particulières.
Les experts pédagogiques et techniques sont placés sous la responsabilité du coordonnateur administratif visé à l'article 24. Le régime de congés et de vacances est déterminé par rapport à la nature de l'expertise, il est précisé dans le profil de fonction. Leur résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion. Aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française, ils ont droit :
- au remboursement de leurs frais de parcours;
- aux indemnités de séjour.]1
Ils sont recrutés par le centre de coordination et de gestion sur la base d'un profil de fonction qu'il définit eu égard aux projets répondant à des besoins spécifiques ou aux tâches particulières.
Les experts pédagogiques et techniques sont placés sous la responsabilité du coordonnateur administratif visé à l'article 24. Le régime de congés et de vacances est déterminé par rapport à la nature de l'expertise, il est précisé dans le profil de fonction. Leur résidence administrative est le siège du centre de coordination et de gestion. Aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française, ils ont droit :
- au remboursement de leurs frais de parcours;
- aux indemnités de séjour.]1
Modifications
Afdeling III. - Begrotings- en financiële aspecten.
Section III. - Aspects budgétaires et financiers.
Art. 29. [1 De bedragen bepaald door de Europese Commissie op grond van de aanvragen om bijstand worden, na aftrek van de bedragen die bestemd zijn voor de globale projecten die rechtstreeks door het coördinatie- en beheerscentrum worden beheerd, voor de werkingskosten van het coördinatie- en beheerscentrum, voor de wedden van de opdrachthouders, de deskundigen en het contractueel personeel, voor de terugbetaling van de reiskosten en de verblijfsvergoedingen, verdeeld over het onderwijsnet van de Franse Gemeenschap en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, volgens een sleutel die, afzonderlijk, per zone bepaald in het operationeel plan dat in Franstalig België geldt, vastgesteld wordt, op grond van de volgende criteria :
a) in verhouding tot 50 % van de organieke dotaties van de inrichtingen gelegen in elke zone;
b) in verhouding tot 25 % van de lestijden die door de inrichtingen gelegen in iedere zone worden georganiseerd met de steun van de Europese fondsen gedurende het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar gedurende hetwelk de sleutel wordt toegepast;
c) in verhouding tot 25 % van het aantal werkzoekenden die in de inrichtingen gelegen in iedere zone ingeschreven zijn in de loop van het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar gedurende hetwelk de sleutel wordt toegepast.
Om uitzonderlijke redenen die degelijk met redenen omkleed moeten worden, kan het coördinatie- en beheerscentrum beslissen, in het kader van eenzelfde project, de middelen anders over de inrichtingen van de onderwijsnetten te verdelen zonder dat dit een impact zou hebben op de berekening van punt b) van het eerste lid.]1
a) in verhouding tot 50 % van de organieke dotaties van de inrichtingen gelegen in elke zone;
b) in verhouding tot 25 % van de lestijden die door de inrichtingen gelegen in iedere zone worden georganiseerd met de steun van de Europese fondsen gedurende het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar gedurende hetwelk de sleutel wordt toegepast;
c) in verhouding tot 25 % van het aantal werkzoekenden die in de inrichtingen gelegen in iedere zone ingeschreven zijn in de loop van het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar gedurende hetwelk de sleutel wordt toegepast.
Om uitzonderlijke redenen die degelijk met redenen omkleed moeten worden, kan het coördinatie- en beheerscentrum beslissen, in het kader van eenzelfde project, de middelen anders over de inrichtingen van de onderwijsnetten te verdelen zonder dat dit een impact zou hebben op de berekening van punt b) van het eerste lid.]1
Modifications
Art. 29. [1 Les montants réservés par la Commission européenne sur la base des demandes de concours sont, après déduction des sommes réservées aux projets globaux, gérés directement par le centre de coordination et de gestion, aux frais de fonctionnement du centre de coordination et de gestion, aux traitements des chargés de mission, des experts et du personnel contractuel, aux remboursements des frais de parcours et des indemnités de séjour, répartis entre le réseau d'enseignement de la Communauté française et les organes de représentation et de coordination, selon une clé fixée, de manière distincte pour chaque zone définie par le programme opérationnel en vigueur en Belgique francophone, sur la base des critères suivants :
a) A raison de 50 % des dotations organiques des établissements situés dans chaque zone;
b) A raison de 25 % des périodes organisées par les établissements situés dans chaque zone, avec le soutien des fonds européens au cours de l'avant-dernière année civile qui précède l'année au cours de laquelle la clé est appliquée;
c) A raison de 25 % du nombre de demandeurs d'emploi inscrits dans les établissements situés dans chaque zone, au cours de l'avant-dernière année civile qui précède l'année au cours de laquelle la clé est appliquée.
Pour des raisons exceptionnelles dûment motivées, le centre de coordination et de gestion peut décider, dans le cadre d'un même projet, de réallouer des moyens entre les établissements de réseaux d'enseignement sans que cela n'ait d'impact sur le calcul du point b) de l'alinéa 1er.]1
a) A raison de 50 % des dotations organiques des établissements situés dans chaque zone;
b) A raison de 25 % des périodes organisées par les établissements situés dans chaque zone, avec le soutien des fonds européens au cours de l'avant-dernière année civile qui précède l'année au cours de laquelle la clé est appliquée;
c) A raison de 25 % du nombre de demandeurs d'emploi inscrits dans les établissements situés dans chaque zone, au cours de l'avant-dernière année civile qui précède l'année au cours de laquelle la clé est appliquée.
Pour des raisons exceptionnelles dûment motivées, le centre de coordination et de gestion peut décider, dans le cadre d'un même projet, de réallouer des moyens entre les établissements de réseaux d'enseignement sans que cela n'ait d'impact sur le calcul du point b) de l'alinéa 1er.]1
Modifications
Art. 30. De ontvangsten en uitgaven geboekt in het kader van de Europese acties worden aangerekend op het artikel van de algemene uitgavenbegroting (variabel krediet) van de Franse Gemeenschap dat daartoe wordt bepaald.
Art. 30. Les recettes et les dépenses réalisées dans le cadre des actions européennes sont imputées sur l'article du budget général des dépenses de la Communauté française (crédit variable) prévu à cet effet.
Art. 31. De wedden en weddesubsidies die worden toegekend aan de leden van het onderwijzend en contractueel personeel voor de prestaties verricht in het kader van de Europese programma's en de opdrachten van het coördinatie- en beheerscentrum worden integraal, bij wijze van voorschot, uitgetrokken op de begroting van de Franse Gemeenschap ten bedrage van de middelen bepaald door de Europese Commissie.
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 30.]1
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 30.]1
Modifications
Art. 31. Les traitements et subventions-traitements alloués aux membres du personnel enseignant et du personnel contractuel pour les prestations effectuées dans le cadre des programmes européens et des missions du centre de coordination et de gestion sont intégralement pris en charge, à titre d'avance, par le budget de la Communauté française à hauteur des moyens réservés par la Commission européenne.
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 30.]1
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 30.]1
Modifications
Art. 32. De werkingskosten, gedaan door de onderwijsnetten, de inrichtende machten en de inrichtingen voor [2 Volwassenenonderwijs]2 voor de verwezenlijking van de specifieke projecten, worden door de Europese financiering gedekt.
Die bedragen worden gestort aan de begunstigden op overlegging van een aangifte van schuldvordering samen met een globale financiële balans en de stukken ter verantwoording van de uitgaven die moeten voldoen aan de toelaatbaarheidscriteria bepaald door de Europese Commissie. Er kunnen voorschotten [1 in verband met mogelijke werkingskosten]1 worden uitbetaald aan de begunstigden, binnen de perken van de door de Europese Unie toegestane kredieten.
Die bedragen worden gestort aan de begunstigden op overlegging van een aangifte van schuldvordering samen met een globale financiële balans en de stukken ter verantwoording van de uitgaven die moeten voldoen aan de toelaatbaarheidscriteria bepaald door de Europese Commissie. Er kunnen voorschotten [1 in verband met mogelijke werkingskosten]1 worden uitbetaald aan de begunstigden, binnen de perken van de door de Europese Unie toegestane kredieten.
Art. 32. Les [1 éventuels]1 coûts de fonctionnement engagés par les réseaux d'enseignement, les pouvoirs organisateurs et les établissements d'[2 Enseignement pour Adultes]2 pour la réalisation des projets spécifiques sont pris en charge par les financements européens.
Ces montants sont versés aux bénéficiaires sur la base d'une déclaration de créance accompagnee d'un bilan financier global ainsi que des pièces justificatives des dépenses qui doivent répondre aux critères d'éligibilité définis par la Commission européenne. Des avances relatives aux coûts de fonctionnement peuvent être liquidées aux bénéficiaires pour autant que les crédits octroyés par l'Union européenne le permettent.
Ces montants sont versés aux bénéficiaires sur la base d'une déclaration de créance accompagnee d'un bilan financier global ainsi que des pièces justificatives des dépenses qui doivent répondre aux critères d'éligibilité définis par la Commission européenne. Des avances relatives aux coûts de fonctionnement peuvent être liquidées aux bénéficiaires pour autant que les crédits octroyés par l'Union européenne le permettent.
TITEL IV. - Bijzondere bepalingen voor het hoger onderwijs.
TITRE IV. - Dispositions particulières à l'enseignement supérieur.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Art. 33. [1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° "de minister": de bevoegde minister van de Franse Gemeenschap voor hoger onderwijs;
2° "specifieke actieprojecten": individuele of collectieve projecten die door instellingen voor hoger onderwijs worden ingediend ]1.
1° "de minister": de bevoegde minister van de Franse Gemeenschap voor hoger onderwijs;
2° "specifieke actieprojecten": individuele of collectieve projecten die door instellingen voor hoger onderwijs worden ingediend ]1.
Modifications
Art. 33. [1 Pour l'application du présent titre, il faut entendre par :
1° "Le Ministre" : le ministre de la Communauté française ayant l'enseignement supérieur dans ses attributions;
2° "Projets d'actions spécifiques" : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements d'enseignement supérieur ]1.
1° "Le Ministre" : le ministre de la Communauté française ayant l'enseignement supérieur dans ses attributions;
2° "Projets d'actions spécifiques" : les projets individuels ou collectifs déposés par les établissements d'enseignement supérieur ]1.
Modifications
HOOFDSTUK II. - Beheer van het programma in de Franse Gemeenschap.
CHAPITRE II. - Gestion du programme en Communauté française.
Art. 34. [1 Er wordt een "Centrum voor de coördinatie en het beheer van de structuurfondsen voor het hoger onderwijs" opgericht binnen de Algemene directie voor niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van het ministerie van de Franse Gemeenschap, in deze titel het "Coördinatie- en Beheerscentrum " genoemd.
Dit Coördinatie- en Beheerscentrum is een bemiddelende instantie in overeenstemming met de verordening van de Europese Commissie tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen die elke lidstaat de mogelijkheid biedt om bemiddelende instanties op te richten die onder de verantwoordelijkheid van een beheers- of betalingsoverheid optreden en die tot opdracht hebben de levering van de medegefinancierde producten en diensten en de daadwerkelijk gedeclareerde uitgaven te controleren ]1.
Dit Coördinatie- en Beheerscentrum is een bemiddelende instantie in overeenstemming met de verordening van de Europese Commissie tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen die elke lidstaat de mogelijkheid biedt om bemiddelende instanties op te richten die onder de verantwoordelijkheid van een beheers- of betalingsoverheid optreden en die tot opdracht hebben de levering van de medegefinancierde producten en diensten en de daadwerkelijk gedeclareerde uitgaven te controleren ]1.
Modifications
Art. 34. [1 Il est créé un "Centre de coordination et de gestion des Fonds structurels pour l'enseignement supérieur" auprès de la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire et de la Recherche scientifique du Ministère de la Communauté française, dénommé "Centre de coordination et de gestion" dans le présent titre.
Ce Centre de coordination et de gestion est un organisme intermédiaire conformément au règlement de la Commission européenne portant dispositions communes qui prévoit la possibilité pour chaque Etat membre de mettre en place des organismes intermédiaires, agissant sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de paiement, chargés de vérifier la remise des produits et services cofinancés et la réalité des dépenses déclarées ]1.
Ce Centre de coordination et de gestion est un organisme intermédiaire conformément au règlement de la Commission européenne portant dispositions communes qui prévoit la possibilité pour chaque Etat membre de mettre en place des organismes intermédiaires, agissant sous la responsabilité d'une autorité de gestion ou de paiement, chargés de vérifier la remise des produits et services cofinancés et la réalité des dépenses déclarées ]1.
Modifications
Art. 35. [1 De door de instellingen voor hoger onderwijs ingediende specifieke actieprojecten en een opportuniteitsadvies van de Algemene directie voor niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (DGENORS) met betrekking tot deze projecten worden door het Coördinatie- en Beheerscentrum ter goedkeuring aan de minister voorgelegd, met inbegrip van de begrotingsmiddelen ]1.
Modifications
Art. 35. [1 Les projets d'actions spécifiques, déposés par les établissements d'enseignement supérieur ainsi qu'un avis d'opportunité remis par la Direction générale de l'enseignement non obligatoire et de la recherche scientifique (DGENORS) concernant ces projets, sont soumis par le Centre de coordination et de gestion, en ce compris les enveloppes budgétaires, à l'approbation du ministre ]1.
Modifications
Art. 36. Wanneer een instelling voor hoger onderwijs deelneemt aan een project dat door Europese fondsen wordt medegefinancierd en niet wordt ingediend door het hoger onderwijs, keurt de minister, na het advies van het coördinatie- en beheerscentrum te hebben ingewonnen, elke aanvraag om verhoging van het overheidsaandeel dat door de instelling in dat project wordt geleverd, goed.
Art. 36. Lorsqu'un établissement d'enseignement supérieur participe à un projet cofinancé par des fonds européens dont l'enseignement supérieur n'est pas promoteur, le Ministre approuve, après avoir pris l'avis du Centre de coordination et de gestion, toute demande de valorisation de la part publique apportée par l'établissement dans ledit projet.
Art. 37. [1 § 1. Het Coördinatie- en Beheerscentrum heeft zijn administratieve zetel in de gebouwen van de Algemene directie voor niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het kan, indien nodig, buiten zijn hoofdkwartier vergaderen.
§ 2. De Raad van het Coördinatie- en Beheerscentrum is als volgt samengesteld:
1° een vertegenwoordiger van de minister die het voorzitterschap bekleedt;
2° een vertegenwoordiger van de Algemene directie voor niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die ondervoorzitter van de Commissie is;
3° vertegenwoordigers van instellingen voor hoger onderwijs, waaronder:
a) drie vertegenwoordigers van de instellingen voor hoger onderwijs die door de Academie voor onderzoek en hoger onderwijs (ARES) zijn voorgesteld;
b) een vertegenwoordiger van de studenten die gezamenlijk door de representatieve studentenorganisaties op gemeenschapsniveau wordt voorgesteld;
4° de beheerder van ARES of zijn afgevaardigde.
Met raadgevende stem,
1° een vertegenwoordiger van het ESF-agentschap;
2° een vertegenwoordiger van de minister van Begroting;
3° een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor de Europese structuurfondsen;
4° een vertegenwoordiger per in de ARES vertegenwoordigde vakbondsorganisatie;
5° de in punt 26 bedoelde opdrachthouders;
6° de administratieve en pedagogische coördinator als bedoeld in punt 25.
Een plaatsvervangend lid wordt benoemd voor elk van de gewone leden bedoeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°.
De leden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, hebben stemrecht.
Externe personen kunnen door de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van een lid van de Raad van het Coördinatie- en Beheercentrum worden uitgenodigd om met raadgevende stem als deskundige deel te nemen aan de vergaderingen van de Raad van het Coördinatie- en Beheercentrum.
In geval van afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door de ondervoorzitter. De werkende en plaatsvervangende leden, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3° worden benoemd door de Minister. De werkende en plaatsvervangende leden bedoeld in lid 1, 3°, a), worden door ARES aan de minister voorgesteld.
Wanneer een werkend of plaatsvervangend lid ontslag neemt of de hoedanigheid verliest waarvoor hij is benoemd, kan hij verder zitting hebben totdat zijn vervanger is benoemd.
Wanneer het mandaat van een werkend lid of plaatsvervangend lid door de gemachtigde en het coördinatieorgaan wordt ingetrokken, houdt hij van rechtswege op zitting te hebben bij het Coördinatie- en Beheerscentrum.
§ 3. Er wordt een uitvoerend bureau ingesteld, bestaande uit de in hoofdstuk III van deze titel bedoelde personen ]1.
§ 2. De Raad van het Coördinatie- en Beheerscentrum is als volgt samengesteld:
1° een vertegenwoordiger van de minister die het voorzitterschap bekleedt;
2° een vertegenwoordiger van de Algemene directie voor niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die ondervoorzitter van de Commissie is;
3° vertegenwoordigers van instellingen voor hoger onderwijs, waaronder:
a) drie vertegenwoordigers van de instellingen voor hoger onderwijs die door de Academie voor onderzoek en hoger onderwijs (ARES) zijn voorgesteld;
b) een vertegenwoordiger van de studenten die gezamenlijk door de representatieve studentenorganisaties op gemeenschapsniveau wordt voorgesteld;
4° de beheerder van ARES of zijn afgevaardigde.
Met raadgevende stem,
1° een vertegenwoordiger van het ESF-agentschap;
2° een vertegenwoordiger van de minister van Begroting;
3° een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor de Europese structuurfondsen;
4° een vertegenwoordiger per in de ARES vertegenwoordigde vakbondsorganisatie;
5° de in punt 26 bedoelde opdrachthouders;
6° de administratieve en pedagogische coördinator als bedoeld in punt 25.
Een plaatsvervangend lid wordt benoemd voor elk van de gewone leden bedoeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°.
De leden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, hebben stemrecht.
Externe personen kunnen door de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van een lid van de Raad van het Coördinatie- en Beheercentrum worden uitgenodigd om met raadgevende stem als deskundige deel te nemen aan de vergaderingen van de Raad van het Coördinatie- en Beheercentrum.
In geval van afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door de ondervoorzitter. De werkende en plaatsvervangende leden, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3° worden benoemd door de Minister. De werkende en plaatsvervangende leden bedoeld in lid 1, 3°, a), worden door ARES aan de minister voorgesteld.
Wanneer een werkend of plaatsvervangend lid ontslag neemt of de hoedanigheid verliest waarvoor hij is benoemd, kan hij verder zitting hebben totdat zijn vervanger is benoemd.
Wanneer het mandaat van een werkend lid of plaatsvervangend lid door de gemachtigde en het coördinatieorgaan wordt ingetrokken, houdt hij van rechtswege op zitting te hebben bij het Coördinatie- en Beheerscentrum.
§ 3. Er wordt een uitvoerend bureau ingesteld, bestaande uit de in hoofdstuk III van deze titel bedoelde personen ]1.
Modifications
Art. 37. [1 § 1er. Le Centre de coordination et de gestion a son siège administratif dans les locaux de la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire et de la Recherche scientifique. Il peut, en cas de nécessité, se réunir en dehors de son siège.
§ 2. Le Conseil du Centre de coordination et de gestion est composé comme suit :
1° un représentant du ministre qui en assure la présidence;
2° un représentant de la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire et de la Recherche scientifique qui en assure la vice-présidence;
3° des représentants des Institutions d'Enseignement supérieur dont :
a) trois représentants des établissements d'enseignement supérieur proposés par l'Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur (ARES);
b) un représentant des étudiants proposé conjointement par les organisations représentatives des étudiants au niveau communautaire;
4° l'administrateur de l'ARES ou son délégué.
Avec voix consultative,
1° un représentant de l'Agence FSE;
2° un représentant du ministre du Budget;
3° un représentant du ministre ayant les Fonds structurels européens dans ses compétences;
4° un représentant par organisation syndicale représentée à l'ARES;
5° les chargés de mission visés à l'article 26;
6° le coordinateur administratif et pédagogique visé à l'article 25.
Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°.
Les membres visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, ont voix délibérative.
Des personnes extérieures peuvent être invitées par le Président, à son initiative ou à la demande d'un membre du Conseil du Centre de coordination et de gestion, à participer, au titre d'experts, avec voix consultative, aux réunions du Conseil du Centre de coordination et de gestion.
En cas d'absence, le Président est remplacé par le Vice-président. Les membres effectifs et suppléants visés à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, sont nommés par le Ministre. Les membres effectifs et suppléants visés à l'alinéa 1er, 3°, a), sont proposés au Ministre par l'ARES.
Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne ou perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé, il peut continuer à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
Lorsqu'un membre effectif ou suppléant se voit retirer son mandat par l'organe de représentation et de coordination habilité, il cesse de plein droit de siéger au Centre de coordination et de gestion.
§ 3. Il est créé un bureau exécutif composé des personnes dont question au chapitre III du présent titre ]1.
§ 2. Le Conseil du Centre de coordination et de gestion est composé comme suit :
1° un représentant du ministre qui en assure la présidence;
2° un représentant de la Direction générale de l'Enseignement non obligatoire et de la Recherche scientifique qui en assure la vice-présidence;
3° des représentants des Institutions d'Enseignement supérieur dont :
a) trois représentants des établissements d'enseignement supérieur proposés par l'Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur (ARES);
b) un représentant des étudiants proposé conjointement par les organisations représentatives des étudiants au niveau communautaire;
4° l'administrateur de l'ARES ou son délégué.
Avec voix consultative,
1° un représentant de l'Agence FSE;
2° un représentant du ministre du Budget;
3° un représentant du ministre ayant les Fonds structurels européens dans ses compétences;
4° un représentant par organisation syndicale représentée à l'ARES;
5° les chargés de mission visés à l'article 26;
6° le coordinateur administratif et pédagogique visé à l'article 25.
Un membre suppléant est désigné pour chacun des membres effectifs visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°.
Les membres visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, ont voix délibérative.
Des personnes extérieures peuvent être invitées par le Président, à son initiative ou à la demande d'un membre du Conseil du Centre de coordination et de gestion, à participer, au titre d'experts, avec voix consultative, aux réunions du Conseil du Centre de coordination et de gestion.
En cas d'absence, le Président est remplacé par le Vice-président. Les membres effectifs et suppléants visés à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, sont nommés par le Ministre. Les membres effectifs et suppléants visés à l'alinéa 1er, 3°, a), sont proposés au Ministre par l'ARES.
Lorsqu'un membre effectif ou suppléant démissionne ou perd la qualité en raison de laquelle il a été nommé, il peut continuer à siéger jusqu'à la nomination de son remplaçant.
Lorsqu'un membre effectif ou suppléant se voit retirer son mandat par l'organe de représentation et de coordination habilité, il cesse de plein droit de siéger au Centre de coordination et de gestion.
§ 3. Il est créé un bureau exécutif composé des personnes dont question au chapitre III du présent titre ]1.
Modifications
Art. 38. Het coördinatie- en beheerscentrum wordt ermee belast :
1° op te treden als bemiddelaar, aangesteld om te bemiddelen tussen instellingen voor hoger onderwijs en, enerzijds, de minister, en, anderzijds, de coördinatiebesturen;
2° de [1 specifieke ]1 actieprojecten en de andere projecten aan de Minister ter goedkeuring voor te leggen;
3° de goedgekeurde globale actieprojecten en andere projecten bij de coördinatiebesturen in te voeren;
4° steun te verlenen bij het ontwerpen van specifieke actieprojecten die overeenkomstig de criteria van de Structuurfondsen werden neergelegd;
5° de specifieke actieprojecten aan de Minister voor te leggen, waarbij de voorstellen van de instellingen voor hoger onderwijs worden gecoördineerd en verzameld;
6° de Europese programma's te bevorderen bij de instellingen voor hoger onderwijs;
7° de jaarverslagen, met inbegrip van de rekeningen van het coördinatie- en beheerscentrum, aan de Minister ter goedkeuring voor te leggen, na de overeenstemming ervan te hebben nagekeken;
8° de minister elke wijziging van de verordeningsbepalingen betreffende de werking van het coördinatie- en beheerscentrum en van het beheer van de projecten voor te stellen.
9° te zorgen voor de terugbetaling van de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor de erkende acties werden toegestaan;
10° te zorgen voor de coördinatie van de intercommunautaire en internationale samenwerkingsverbanden in het kader van de Europese structuurfondsen.
1° op te treden als bemiddelaar, aangesteld om te bemiddelen tussen instellingen voor hoger onderwijs en, enerzijds, de minister, en, anderzijds, de coördinatiebesturen;
2° de [1 specifieke ]1 actieprojecten en de andere projecten aan de Minister ter goedkeuring voor te leggen;
3° de goedgekeurde globale actieprojecten en andere projecten bij de coördinatiebesturen in te voeren;
4° steun te verlenen bij het ontwerpen van specifieke actieprojecten die overeenkomstig de criteria van de Structuurfondsen werden neergelegd;
5° de specifieke actieprojecten aan de Minister voor te leggen, waarbij de voorstellen van de instellingen voor hoger onderwijs worden gecoördineerd en verzameld;
6° de Europese programma's te bevorderen bij de instellingen voor hoger onderwijs;
7° de jaarverslagen, met inbegrip van de rekeningen van het coördinatie- en beheerscentrum, aan de Minister ter goedkeuring voor te leggen, na de overeenstemming ervan te hebben nagekeken;
8° de minister elke wijziging van de verordeningsbepalingen betreffende de werking van het coördinatie- en beheerscentrum en van het beheer van de projecten voor te stellen.
9° te zorgen voor de terugbetaling van de voorschotten die door de Franse Gemeenschap voor de erkende acties werden toegestaan;
10° te zorgen voor de coördinatie van de intercommunautaire en internationale samenwerkingsverbanden in het kader van de Europese structuurfondsen.
Modifications
Art. 38. Le Centre de coordination et de gestion est chargé :
1° De tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements d'enseignement supérieur et, d'une part, le Ministre et d'autre part, les administrations de coordination;
2° De soumettre les projets d'actions [1 spécifiques]1 et les autres projets à l'approbation du Ministre;
3° D'introduire les projets d'actions globaux et les autres projets approuvés auprès des administrations de coordination;
4° D'assurer une aide au montage des projets d'actions spécifiques déposés conformément aux critères des Fonds structurels;
5° De soumettre les projets d'actions spécifiques au Ministre en coordonnant et en globalisant les propositions des etablissements d'enseignement supérieur;
6° De promouvoir les programmes européens auprès des établissements d'enseignement supérieur;
7° D'établir et de soumettre à l'approbation du Ministre, les rapports annuels, en ce compris les comptes du Centre de coordination et de gestion, après en avoir vérifié la conformité;
8° De proposer au Ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du Centre de coordination et de gestion et à la gestion des projets;
9° De veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
10° De veiller à la coordination des opportunités de coopérations intercommunautaires et internationales dans le cadre des Fonds structurels européens.
1° De tenir lieu d'interlocuteur désigné pour servir d'intermédiaire entre les établissements d'enseignement supérieur et, d'une part, le Ministre et d'autre part, les administrations de coordination;
2° De soumettre les projets d'actions [1 spécifiques]1 et les autres projets à l'approbation du Ministre;
3° D'introduire les projets d'actions globaux et les autres projets approuvés auprès des administrations de coordination;
4° D'assurer une aide au montage des projets d'actions spécifiques déposés conformément aux critères des Fonds structurels;
5° De soumettre les projets d'actions spécifiques au Ministre en coordonnant et en globalisant les propositions des etablissements d'enseignement supérieur;
6° De promouvoir les programmes européens auprès des établissements d'enseignement supérieur;
7° D'établir et de soumettre à l'approbation du Ministre, les rapports annuels, en ce compris les comptes du Centre de coordination et de gestion, après en avoir vérifié la conformité;
8° De proposer au Ministre toute modification aux dispositions réglementaires relatives au fonctionnement du Centre de coordination et de gestion et à la gestion des projets;
9° De veiller au remboursement des avances consenties par la Communauté française pour les actions agréées;
10° De veiller à la coordination des opportunités de coopérations intercommunautaires et internationales dans le cadre des Fonds structurels européens.
Modifications
Art. 39. § 1. De voorzitter van het coördinatie- en beheerscentrum roept de leden, ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de minister, ofwel op aanvraag van een stemgerechtigd lid, bijeen.
De oproepingsbrief moet ten minste tien kalenderdagen vóór de vergadering, waarbij de datum van de poststempel geldt als verzendingsdatum, worden verstuurd.
Ieder werkend lid dat een vergadering niet kan bijwonen, brengt daar de voorzitter op de hoogte van, en verzoekt zijn plaatsvervanger de vergadering bij te wonen.
De raad van het coördinatie- en beheerscentrum stelt het huishoudelijk reglement vast, dat, inzonderheid de agendavragen en de nadere regels voor de stemming regelt, en dat de Minister ter goedkeuring wordt voorgelegd.
De oproepingsbrief moet ten minste tien kalenderdagen vóór de vergadering, waarbij de datum van de poststempel geldt als verzendingsdatum, worden verstuurd.
Ieder werkend lid dat een vergadering niet kan bijwonen, brengt daar de voorzitter op de hoogte van, en verzoekt zijn plaatsvervanger de vergadering bij te wonen.
De raad van het coördinatie- en beheerscentrum stelt het huishoudelijk reglement vast, dat, inzonderheid de agendavragen en de nadere regels voor de stemming regelt, en dat de Minister ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Art. 39. Le Président du Conseil du Centre de coordination et de gestion convoque les membres, soit d'initiative, soit à la demande du Ministre, soit à la demande d'un membre ayant voix délibérative.
La convocation doit être expédiée au moins dix jours calendrier avant la réunion, la date de la poste faisant foi.
Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le Président et invite son suppléant à siéger.
Le Conseil du Centre de Coordination et de gestion arrête le règlement d'ordre intérieur qui règle, entre autre, les questions d'ordre du jour et les modalités de votes et qui est soumis à l'approbation du Ministre.
La convocation doit être expédiée au moins dix jours calendrier avant la réunion, la date de la poste faisant foi.
Tout membre effectif empêché d'assister à une réunion en avertit le Président et invite son suppléant à siéger.
Le Conseil du Centre de Coordination et de gestion arrête le règlement d'ordre intérieur qui règle, entre autre, les questions d'ordre du jour et les modalités de votes et qui est soumis à l'approbation du Ministre.
Art. 40. De directeur-generaal van het bestuur voor het niet-verplicht onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek wordt aangesteld tot ordonnateur van de uitgaven van het coördinatie- en beheerscentrum.
Art. 40. Le Directeur général de l'Enseignement non obligatoire et de la Recherche scientifique est désigné comme ordonnateur des dépenses du Centre de coordination et de gestion.
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de nadere regels voor het pedagogisch, administratief en financieel beheer.
CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux modalités de gestion pédagogique, administrative et financière.
Afdeling I. - Administratieve en pedagogische coördinatie.
Section Ire. - De la coordination administrative et pédagogique.
Art. 41. Het administratieve en pedagogische beheer en de administratieve en pedagogische coördinatie van de ESF-projecten worden door een administratieve en pedagogische coördinator waargenomen. Hij heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld bij de bepalingen die toepasselijk zijn op de personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Daartoe is zijn administratieve standplaats die van zijn oorspronkelijke ambt of zijn woonplaats.
Art. 41. La gestion et la coordination administrative et pédagogique des projets FSE est assurée par un coordinateur administratif et pédagogique. Il a droit au remboursement de ses frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française. A cet effet, sa résidence administrative est celle de sa fonction d'origine ou de son domicile.
Afdeling II. - Opdrachthouders.
Section II. - Des charges de mission.
Art. 42. De Minister kan ten minste twee voltijds equivalent-eenheden tot opdrachthouder aanstellen.
Art. 42. Le Ministre peut désigner au moins deux unités équivalentes temps plein, chargés de mission.
Art. 43. De opdrachthouders bedoeld in artikel 42 voeren de beslissingen van de raad van het coördinatie- en beheerscentrum uit, en, in dat kader, vervullen hun taken in de lokalen van de administratieve zetel van het coördinatie- en beheerscentrum, onder de verantwoordelijkheid van de administratieve en pedagogische coördinator. Ze hebben recht op de terugbetaling van hun reiskosten en op de verblijfsvergoedingen onder de voorwaarden gesteld bij de bepalingen die toepasselijk zijn op de personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Daartoe is hun administratieve standplaats hun woonplaats.
Art. 43. Les chargés de mission visés à l'article 42 exécutent les décisions du Conseil du Centre de coordination et de gestion et, dans ce cadre, accomplissent leurs tâches dans les locaux du siège administratif du Centre de coordination et de gestion, sous la responsabilité du coordinateur administratif et pédagogique. Ils ont droit au remboursement de leurs frais de parcours et aux indemnités de séjour aux conditions fixées par les dispositions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française. A cet effet, leur résidence administrative est leur domicile.
Afdeling III. - Begrotings- en financiële aspecten.
Section III. - Aspects budgétaires et financiers.
Art. 44. De bedragen die door de Europese Commissie worden bepaald op grond van de aanvragen om bijstand, worden, na aftrek van de bedragen die, bij het opmaken van de begroting, bestemd worden voor de werkingskosten van het coördinatie- en beheerscentrum, voor de wedden, reiskosten en verblijfsvergoedingen van de opdrachthouders en van het contractueel personeel, bestemd voor de specifieke projecten en andere projecten.
Art. 44. Les montants réservés par la Commission européenne sur la base des demandes de concours sont, après déduction des sommes réservées, lors de l'établissement du budget, aux frais de fonctionnement du centre de coordination et de gestion, aux traitements, frais de déplacement et indemnités de séjour des chargés de mission et du personnel contractuel, affectés aux projets spécifiques et aux autres projets.
Art. 45. De ontvangsten en uitgaven verricht in het kader van de Europese acties worden aangerekend op het artikel van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap (variabel krediet) dat daartoe bepaald wordt.
Art. 45. Les recettes et les dépenses réalisées dans le cadre des actions européennes sont imputées sur l'article du budget général des dépenses de la Communauté française (crédit variable) prévu à cet effet.
Art. 46. De personen bedoeld in artikel 37, 3° hebben recht op de terugbetaling van hun reiskosten onder de voorwaarden die toepasselijk zijn op de personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Daartoe is hun administratieve adres het adres van hun ambt. Ze worden geacht als in dienstactiviteit zijnde, wanneer ze de vergaderingen van het coördinatie- en beheerscentrum bijwonen.
Art. 46. Les personnes visées à l'article 37, 3° ont droit au remboursement de leur frais de déplacement aux conditions applicables aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française. A cet effet, leur adresse administrative est celle de leur fonction. Ils sont considérés comme étant en activité de service lorsqu'ils participent aux réunions du Centre de coordination et de gestion.
Art. 47. De wedden en weddesubsidies die worden toegekend aan de personeelsleden van het hoger onderwijs voor prestaties die worden verricht in het kader van de Europese programma's en de opdrachten van het coördinatie- en beheerscentrum worden, ofwel rechtstreeks, ofwel op grond van aangiften van schuldvordering voorgelegd door de instellingen voor hoger onderwijs die deze bezoldiging betalen, bij wijze van voorschotten, volledig door de begroting van de Franse Gemeenschap gedekt, binnen de perken van de door de Europese Commissie bepaalde middelen.
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 45.]1
[1 De uitgaven bedoeld bij het eerste lid worden ten laatste op de 31 januari die volgt op het begrotingsjaar gedurende hetwelk ze aangerekend werden, geregulariseerd, door een overschrijving van de aanrekening van de begrotingsartikelen van de begroting van de Gemeenschap naar de begrotingsfondsen bedoeld bij artikel 45.]1
Modifications
Art. 47. Les traitements et subventions-traitements alloués aux membres du personnel de l'enseignement supérieur pour des prestations effectuées dans le cadre des programmes européens et des missions du Centre de coordination et de gestion sont intégralement pris en charge, soit directement, soit sur la base de déclarations de créance soumises par les établissements d'enseignement supérieur qui prennent en charge cette rémunération, à titre d'avance, par le budget de la Communauté française à hauteur des moyens réservés par la Commission européenne.
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 45.]1
[1 Les dépenses visées à l'alinéa premier sont régularisées au plus tard le 31 janvier qui suit l'exercice au cours duquel elles ont été imputées, par transfert d'imputation des articles budgétaires du budget de la Communauté vers les fonds budgétaires visés à l'article 45.]1
Modifications
Art. 48. De werkingskosten die worden veroorzaakt door de instellingen voor hoger onderwijs voor de verwezenlijking van acties en die daarom door een Europese financiering worden gedekt, worden aan de begunstigden betaald op grond van een aangifte van schuldvordering, waarvan de verantwoording moet voldoen aan de toelaatbaarheidscriteria bepaald door de Europese Commissie, volgens een door de Minister vast te stellen administratieve procedure. Er kunnen voorschotten in verband met de werkingskosten aan de begunstigden worden uitbetaald, binnen de perken van de kredieten die door de Europese Unie worden toegekend.
Art. 48. Les coûts de fonctionnement engagés par les établissements d'enseignement supérieur pour la réalisation d'actions et qui, à ce titre, sont pris en charge par les financements européens, sont versés aux bénéficiaires sur la base d'une déclaration de créance, dont les justificatifs doivent correspondre aux critères d'éligibilité définis par la Commission européenne et selon une procédure administrative arrêtée par le Ministre. Des avances relatives aux coûts de fonctionnement peuvent être consenties pour autant que les crédits octroyés par l'Union européenne le permettent.
TITEL V. - Slotbepalingen.
TITRE V. - Dispositions finales.
Art. 49. Het decreet van 28 februari 2002 tot regeling van de organisatie en de werking van de instanties belast met het beheer van de gelden die de Europese Unie ter beschikking stelt voor het alternerend secundair onderwijs, voor het voltijds technisch en beroepssecundair onderwijs, voor het onderwijs voor sociale promotie en voor het hoger onderwijs wordt opgeheven.
Art. 49. Le Décret du 28 février 2002 réglant l'organisation et le fonctionnement des instances chargées de la gestion des fonds que l'Union européenne met à la disposition de l'enseignement secondaire en alternance, de l'enseignement secondaire technique et professionnel de plein exercice, de l'enseignement de promotion sociale et de l'enseignement supérieur est abrogé.
Art. 50. Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 50. Le présent décret entre en vigueur le jour de sa parution au Moniteur belge.