Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap worden de volgende wijzigingen aangebracht;
1° 6° wordt vervangen als volgt :
" 6° Dienst : de Directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid; "
2° 7°, wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 APRIL 2008. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap en houdende opheffing van het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming en van het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
Titre
16 AVRIL 2008. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 mai 2003 relatif à la procédure concernant le traitement des dossiers en matière des allocations aux personnes handicapées et abrogeant l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration et de l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté royal du 22 mai 2003 relatif à la procédure concernant le traitement des dossiers en matière des allocations aux personnes handicapées sont apportées les modifications suivantes :
1° 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° Service : la Direction générale Personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale; "
2° 7°, est abrogé.
1° 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° Service : la Direction générale Personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale; "
2° 7°, est abrogé.
Art. 2. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 10. § 1. De Dienst onderzoekt de aanvraag, op basis van de inlichtingen die door de persoon met een handicap worden verstrekt en de inlichtingen die hij rechtstreeks inzamelt bij de instantie of de persoon die over de inlichtingen beschikt.
De inlichtingen, bescheiden en bewijsstukken die de aanvrager verstrekt, worden voor waar aangenomen, onverminderd de controlebevoegdheid die de Dienst heeft.
§ 2. De vermindering van het verdienvermogen of het gebrek aan of de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld door een daartoe aangeduide arts of een multidisciplinair team onder toezicht van de Dienst.
Indien nodig worden aan de persoon met een handicap of aan de persoon die de persoon met een handicap daartoe gemachtigd heeft, bijkomende inlichtingen gevraagd.
Indien de bijkomende inlichtingen niet binnen de maand worden verstrekt, wordt de persoon met een handicap hiervan in kennis gesteld.
Indien nodig wordt de persoon met een handicap opgeroepen voor een onderzoek.
Indien de persoon met een handicap in de onmoegelijkheid verkeert zich te verplaatsen, wordt het onderzoek ter plaatse verricht.
Het onderzoek is onderworpen aan de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, wat onder meer inhoudt dat de persoon met een handicap het recht heeft om zich te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.
Indien de persoon met een handicap nalaat om zich voor het onderzoek aan te melden, ontvangt hij een tweede oproeping.
Indien de persoon met een handicap, ondanks de tweede oproeping, nalaat zich voor het onderzoek aan te melden, of indien de bijkomende inlichtingen na het verstrijken van een maand volgend op de kennisgeving bedoeld in het derde lid, nog ontbreken, wordt een beslissing getroffen op grond van de elementen waarover beschikt wordt.
§ 3. Voor het administratief onderzoek verzamelt de Dienst onder meer rechtstreeks bij de instantie die over de inlichtingen beschikt, volgende gegevens :
1° de wettelijke identificatiegegevens opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° de belastbare inkomsten van het jaar -2, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming;
3° de aanvang van een beroepsactiviteit als werknemer;
4° het beroepsinkomen, zoals bedoeld in artikel 8ter, eerste lid, 1°, van het voormelde koninklijk besluit van 6 juli 1987 en artikel 7 van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
5° de inkomsten voortvloeind uit de toepassing van de wetgeving met betrekking tot de oorlogsslachtoffers.
Indien de Dienst genoodzaakt is om bijkomende inlichtingen in te winnen bij de aanvrager, is de aanvrager ertoe gehouden om die bijkomende inlichtingen te verstrekken binnen de maand.
Indien de bijkomende inlichtingen niet binnen de maand worden verstrekt, ontvangt de aanvrager van de Dienst een bericht met het verzoek om die bijkomende inlichtingen alsnog te verstrekken.
Indien de aanvrager, ondanks het bericht bedoeld in het vorig lid, gedurende meer dan een maand nalaat de gevraagde inlichtingen te verschaffen, beslist de Dienst op grond van de elementen waarover hij beschikt. "
" Art. 10. § 1. De Dienst onderzoekt de aanvraag, op basis van de inlichtingen die door de persoon met een handicap worden verstrekt en de inlichtingen die hij rechtstreeks inzamelt bij de instantie of de persoon die over de inlichtingen beschikt.
De inlichtingen, bescheiden en bewijsstukken die de aanvrager verstrekt, worden voor waar aangenomen, onverminderd de controlebevoegdheid die de Dienst heeft.
§ 2. De vermindering van het verdienvermogen of het gebrek aan of de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld door een daartoe aangeduide arts of een multidisciplinair team onder toezicht van de Dienst.
Indien nodig worden aan de persoon met een handicap of aan de persoon die de persoon met een handicap daartoe gemachtigd heeft, bijkomende inlichtingen gevraagd.
Indien de bijkomende inlichtingen niet binnen de maand worden verstrekt, wordt de persoon met een handicap hiervan in kennis gesteld.
Indien nodig wordt de persoon met een handicap opgeroepen voor een onderzoek.
Indien de persoon met een handicap in de onmoegelijkheid verkeert zich te verplaatsen, wordt het onderzoek ter plaatse verricht.
Het onderzoek is onderworpen aan de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, wat onder meer inhoudt dat de persoon met een handicap het recht heeft om zich te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.
Indien de persoon met een handicap nalaat om zich voor het onderzoek aan te melden, ontvangt hij een tweede oproeping.
Indien de persoon met een handicap, ondanks de tweede oproeping, nalaat zich voor het onderzoek aan te melden, of indien de bijkomende inlichtingen na het verstrijken van een maand volgend op de kennisgeving bedoeld in het derde lid, nog ontbreken, wordt een beslissing getroffen op grond van de elementen waarover beschikt wordt.
§ 3. Voor het administratief onderzoek verzamelt de Dienst onder meer rechtstreeks bij de instantie die over de inlichtingen beschikt, volgende gegevens :
1° de wettelijke identificatiegegevens opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° de belastbare inkomsten van het jaar -2, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming;
3° de aanvang van een beroepsactiviteit als werknemer;
4° het beroepsinkomen, zoals bedoeld in artikel 8ter, eerste lid, 1°, van het voormelde koninklijk besluit van 6 juli 1987 en artikel 7 van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
5° de inkomsten voortvloeind uit de toepassing van de wetgeving met betrekking tot de oorlogsslachtoffers.
Indien de Dienst genoodzaakt is om bijkomende inlichtingen in te winnen bij de aanvrager, is de aanvrager ertoe gehouden om die bijkomende inlichtingen te verstrekken binnen de maand.
Indien de bijkomende inlichtingen niet binnen de maand worden verstrekt, ontvangt de aanvrager van de Dienst een bericht met het verzoek om die bijkomende inlichtingen alsnog te verstrekken.
Indien de aanvrager, ondanks het bericht bedoeld in het vorig lid, gedurende meer dan een maand nalaat de gevraagde inlichtingen te verschaffen, beslist de Dienst op grond van de elementen waarover hij beschikt. "
Art. 2. L'article 10 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10. § 1er. Le Service examine la demande, sur la base des renseignements fournis par la personne handicapée et des renseignements qu'il recueille directement auprès de l'instance ou de la personne qui dispose des informations.
Les renseignements, documents et pièces justificatives sont considérés comme authentiques, indépendamment de la compétence de contrôle du Service.
§ 2. La réduction de la capacité de gain ou le manque ou la diminution d'autonomie est constaté(e) par un médecin désigné ou par un team multidisciplinaire sous le contrôle du Service.
Si nécessaire, des renseignements complémentaires sont demandés à la personne handicapée ou à la personne que la personne handicapée a habilitée à cet effet.
Si les renseignements complémentaires ne sont pas fournis dans le mois, la personne handicapée en est informée.
Si nécessaire, la personne handicapée est convoquée pour un examen.
Si la personne handicapée se trouve dans l'impossibilité de se déplacer, l'examen est effectué sur place.
L'examen est soumis à la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, ce qui implique entre autres que la personne handicapée a le droit de se faire assister par une personne de confiance.
Si la personne handicapée omet de se présenter à l'examen, elle reçoit une deuxième convocation.
Si la personne handicapée, malgré la deuxième convocation, omet de se présenter à l'examen, ou si les renseignements complémentaires font encore défaut après expiration d'un délai d'un mois suivant la notification, une décision est prise sur la base des éléments disponibles.
§ 3. En vue de l'examen administratif, le Service recueille directement auprès de l'instance qui dispose des renseignements entre autres les données suivantes :
1° les données d'identification légales contenues dans le Registre national des personnes physiques;
2° les revenus imposables de l'année -2, visés à l'article 8 de l'arrêté royal du 6 juillet 1987 relatif à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration;
3° le début d'une activité professionnelle de travailleur salarié;
4° le revenu professionnel, visé à l'article 8ter, alinéa 1er, 1° de l'arrêté royal précité du 6 juillet 1987 et à l'article 7 de l'arrêté royal du 5 mars 1990 relatif à l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
5° les revenus résultant de l'application de la législation en matière de victimes de la guerre.
Si le Service est obligé de recueillir des renseignements complémentaires auprès du demandeur, le demandeur est tenu de fournir ces renseignements complémentaires dans le mois.
Si les renseignements complémentaires ne sont pas fournis dans le mois, le demandeur reçoit du Service une communication par laquelle il est à nouveau invité à fournir les renseignements complémentaires.
Si le demandeur, malgré la communication visée à l'alinéa précédent, omet de fournir les renseignements demandés pendant plus d'un mois, le Service prend une décision sur la base des éléments dont il dispose. "
" Art. 10. § 1er. Le Service examine la demande, sur la base des renseignements fournis par la personne handicapée et des renseignements qu'il recueille directement auprès de l'instance ou de la personne qui dispose des informations.
Les renseignements, documents et pièces justificatives sont considérés comme authentiques, indépendamment de la compétence de contrôle du Service.
§ 2. La réduction de la capacité de gain ou le manque ou la diminution d'autonomie est constaté(e) par un médecin désigné ou par un team multidisciplinaire sous le contrôle du Service.
Si nécessaire, des renseignements complémentaires sont demandés à la personne handicapée ou à la personne que la personne handicapée a habilitée à cet effet.
Si les renseignements complémentaires ne sont pas fournis dans le mois, la personne handicapée en est informée.
Si nécessaire, la personne handicapée est convoquée pour un examen.
Si la personne handicapée se trouve dans l'impossibilité de se déplacer, l'examen est effectué sur place.
L'examen est soumis à la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, ce qui implique entre autres que la personne handicapée a le droit de se faire assister par une personne de confiance.
Si la personne handicapée omet de se présenter à l'examen, elle reçoit une deuxième convocation.
Si la personne handicapée, malgré la deuxième convocation, omet de se présenter à l'examen, ou si les renseignements complémentaires font encore défaut après expiration d'un délai d'un mois suivant la notification, une décision est prise sur la base des éléments disponibles.
§ 3. En vue de l'examen administratif, le Service recueille directement auprès de l'instance qui dispose des renseignements entre autres les données suivantes :
1° les données d'identification légales contenues dans le Registre national des personnes physiques;
2° les revenus imposables de l'année -2, visés à l'article 8 de l'arrêté royal du 6 juillet 1987 relatif à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration;
3° le début d'une activité professionnelle de travailleur salarié;
4° le revenu professionnel, visé à l'article 8ter, alinéa 1er, 1° de l'arrêté royal précité du 6 juillet 1987 et à l'article 7 de l'arrêté royal du 5 mars 1990 relatif à l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
5° les revenus résultant de l'application de la législation en matière de victimes de la guerre.
Si le Service est obligé de recueillir des renseignements complémentaires auprès du demandeur, le demandeur est tenu de fournir ces renseignements complémentaires dans le mois.
Si les renseignements complémentaires ne sont pas fournis dans le mois, le demandeur reçoit du Service une communication par laquelle il est à nouveau invité à fournir les renseignements complémentaires.
Si le demandeur, malgré la communication visée à l'alinéa précédent, omet de fournir les renseignements demandés pendant plus d'un mois, le Service prend une décision sur la base des éléments dont il dispose. "
Art. 3. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 11. De tegemoetkomingen mogen zonder nader onderzoek geweigerd worden als voldoende elementen voorhanden zijn waaruit blijkt dat de aanvrager niet de voorwaarden vervult om de tegemoetkomingen te verkrijgen. "
" Art. 11. De tegemoetkomingen mogen zonder nader onderzoek geweigerd worden als voldoende elementen voorhanden zijn waaruit blijkt dat de aanvrager niet de voorwaarden vervult om de tegemoetkomingen te verkrijgen. "
Art. 3. L'article 11 du même arrêté royal est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. Les allocations peuvent être refusées sans examen complémentaire si sur la base d'éléments suffisants, il apparaît que le demandeur ne remplit pas les conditions pour obtenir les allocations. "
" Art. 11. Les allocations peuvent être refusées sans examen complémentaire si sur la base d'éléments suffisants, il apparaît que le demandeur ne remplit pas les conditions pour obtenir les allocations. "
Art. 4. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 12 du même arrêté est abrogé.
Art. 5. In artikel 13, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden " van het geneeskundig getuigschrift " vervangen door de woorden " van bijkomende inlichtingen, zoals bedoeld in artikel 10, § 2, tweede lid. "
Art. 5. Dans l'article 13, § 2, du même arrêté, les mots " du certificat médical " sont remplacés par les mots " de renseignements complémentaires visés à l'article 10, § 2, alinéa 2. "
Art. 6. Worden opgeheven :
1° het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming;
2° het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
1° het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming;
2° het ministerieel besluit van 15 september 2006 tot bepaling van de gevallen die kunnen aanleiding geven tot een medische beslissing op stukken in het kader van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
Art. 6. Sont abrogés :
1° l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration;
2° l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées.
1° l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration;
2° l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 déterminant les cas qui peuvent donner lieu à une décision médicale sur pièce dans le cadre de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008 en is voor de eerste maal van toepassing op de aanvragen die worden ingediend vanaf die datum.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2008 et s'applique pour la première fois aux demandes introduites à partir de cette date.
Art. 8. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 16 april 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Staatssecretaris voor Personen met een handicap,
J. FERNANDEZ FERNANDEZ.
Gegeven te Brussel, 16 april 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Staatssecretaris voor Personen met een handicap,
J. FERNANDEZ FERNANDEZ.
Art. 8. Notre Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 16 avril 2008.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX
La Secrétaire d'Etat aux Personnes handicapées,
J. FERNANDEZ FERNANDEZ.
Donné à Bruxelles, le 16 avril 2008.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX
La Secrétaire d'Etat aux Personnes handicapées,
J. FERNANDEZ FERNANDEZ.