Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder :
- " wetenschappelijke raad ", de wetenschappelijke raad opgericht in elke federale wetenschappelijke instelling (hierna genoemd " instelling ") door het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat;
- " algemeen directeur ", de houder van de managementfunctie N-1 als bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 januari 2003 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de wetenschappelijke instellingen van de Staat en dat diverse wijzigingen aanbrengt in de personeelsstatuten van de wetenschappelijke instellingen van de Staat;
- " vereniging ", ieder rechtspersoon opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 423 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
Titre
13 MARS 2008. - Arrêté royal portant exécution de l'article 423 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities.
CHAPITRE 1er. - Champ d'application et définitions.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
- " conseil scientifique ", le conseil scientifique créé dans chaque établissement scientifique fédéral (ci-après dénommé " établissement ") par l'arrêté royal du 20 avril 1965 relatif au statut organique des établissements scientifiques de l'Etat;
- " directeur général ", le titulaire de la fonction de management N-1 visée à l'article 3, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 22 janvier 2003 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management au sein des établissements scientifiques de l'Etat et apportant diverses modifications aux statuts du personnel des établissements scientifiques de l'Etat;
- " association ", toute personne morale constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
- " conseil scientifique ", le conseil scientifique créé dans chaque établissement scientifique fédéral (ci-après dénommé " établissement ") par l'arrêté royal du 20 avril 1965 relatif au statut organique des établissements scientifiques de l'Etat;
- " directeur général ", le titulaire de la fonction de management N-1 visée à l'article 3, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 22 janvier 2003 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management au sein des établissements scientifiques de l'Etat et apportant diverses modifications aux statuts du personnel des établissements scientifiques de l'Etat;
- " association ", toute personne morale constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
HOOFDSTUK 2. - Toekenning en erkenning.
CHAPITRE 2. - De l'octroi de l'agréation.
Art. 2. Om te worden erkend, moet de vereniging aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° over statuten beschikken en een boekhouding voeren conform de bepalingen van voornoemde wet van 27 juni 1921;
2° zijn opgericht om een doel te verwezenlijken, of activiteiten conform haar maatschappelijk doel voorstellen, die nauw verband houdt(en) met de opdrachten van de betrokken instelling of ervoor van bijzonder belang is (zijn);
3° de aanwezigheid aantonen in haar statuten of welk ander nuttig document ook van een regeling voor belangenconflicten met betrekking tot personen die enerzijds, direct of indirect en in welk hoedanigheid dan ook door de betrokken instelling worden bezoldigd, en die anderzijds ook, op persoonlijke titel of als vertegenwoordiger van de betrokken instelling, leden van de vereniging of van een van de organen ervan, afgevaardigden voor het dagelijks beheer, vertegenwoordigers of gemachtigden ervan zijn.
In die regeling moet worden vastgelegd dat voornoemde personen niet mogen deelnemen aan een beraadslaging of een beslissing nemen met als voorwerp een vermogensbelang of persoonlijke situaties eigen aan de betrokken instelling of die de autonomie en de vrijheid van beslissing van genoemde instelling zou beknotten.
Zij legt bovendien de nodige bepalingen vast om een geldige beraadslaging of besluitvorming mogelijk te maken in de situatie als bedoeld in dit punt, met inbegrip van de wijze waarop de betrokken persoon ertoe gehouden is akte te laten nemen van het bestaan van een dergelijke situatie van belangenconflict.
1° over statuten beschikken en een boekhouding voeren conform de bepalingen van voornoemde wet van 27 juni 1921;
2° zijn opgericht om een doel te verwezenlijken, of activiteiten conform haar maatschappelijk doel voorstellen, die nauw verband houdt(en) met de opdrachten van de betrokken instelling of ervoor van bijzonder belang is (zijn);
3° de aanwezigheid aantonen in haar statuten of welk ander nuttig document ook van een regeling voor belangenconflicten met betrekking tot personen die enerzijds, direct of indirect en in welk hoedanigheid dan ook door de betrokken instelling worden bezoldigd, en die anderzijds ook, op persoonlijke titel of als vertegenwoordiger van de betrokken instelling, leden van de vereniging of van een van de organen ervan, afgevaardigden voor het dagelijks beheer, vertegenwoordigers of gemachtigden ervan zijn.
In die regeling moet worden vastgelegd dat voornoemde personen niet mogen deelnemen aan een beraadslaging of een beslissing nemen met als voorwerp een vermogensbelang of persoonlijke situaties eigen aan de betrokken instelling of die de autonomie en de vrijheid van beslissing van genoemde instelling zou beknotten.
Zij legt bovendien de nodige bepalingen vast om een geldige beraadslaging of besluitvorming mogelijk te maken in de situatie als bedoeld in dit punt, met inbegrip van de wijze waarop de betrokken persoon ertoe gehouden is akte te laten nemen van het bestaan van een dergelijke situatie van belangenconflict.
Art. 2. Pour être agréée, l'association doit remplir les conditions suivantes :
1° disposer de statuts et tenir une comptabilité conformes aux dispositions de la loi précitée du 27 juin 1921;
2° être constituée en vue de la réalisation d'un but, ou proposer des activités conformes à son but social, présentant un lien étroit avec les missions de l'établissement concerné ou un intérêt particulier pour celui-ci;
3° justifier de l'existence, dans ses statuts ou dans tout autre document utile, d'un mode de règlement des conflits d'intérêts concernant les personnes qui d'une part sont rémunérées, directement ou indirectement, et en quelque qualité que ce soit, par l'établissement concerné, et qui d'autre part sont également, à titre personnel ou en qualité de représentant de l'établissement concerné, membres de l'association ou d'un de ses organes, délégués à la gestion journalière, représentants ou mandataires de celle-ci.
Ce mode de règlement doit prévoir que les personnes visées ci-avant ne peuvent participer à une délibération ou prendre une décision qui aurait pour objet un intérêt patrimonial ou des situations personnelles propres à l'établissement concerné ou qui serait de nature à restreindre l'autonomie et la liberté de décision dudit établissement.
Il arrête en outre les dispositions nécessaires pour permettre qu'il soit délibéré ou décidé valablement dans l'hypothèse visée au présent point, en ce compris la façon dont la personne concernée est tenue de faire acter l'existence d'une telle situation de conflit d'intérêts.
1° disposer de statuts et tenir une comptabilité conformes aux dispositions de la loi précitée du 27 juin 1921;
2° être constituée en vue de la réalisation d'un but, ou proposer des activités conformes à son but social, présentant un lien étroit avec les missions de l'établissement concerné ou un intérêt particulier pour celui-ci;
3° justifier de l'existence, dans ses statuts ou dans tout autre document utile, d'un mode de règlement des conflits d'intérêts concernant les personnes qui d'une part sont rémunérées, directement ou indirectement, et en quelque qualité que ce soit, par l'établissement concerné, et qui d'autre part sont également, à titre personnel ou en qualité de représentant de l'établissement concerné, membres de l'association ou d'un de ses organes, délégués à la gestion journalière, représentants ou mandataires de celle-ci.
Ce mode de règlement doit prévoir que les personnes visées ci-avant ne peuvent participer à une délibération ou prendre une décision qui aurait pour objet un intérêt patrimonial ou des situations personnelles propres à l'établissement concerné ou qui serait de nature à restreindre l'autonomie et la liberté de décision dudit établissement.
Il arrête en outre les dispositions nécessaires pour permettre qu'il soit délibéré ou décidé valablement dans l'hypothèse visée au présent point, en ce compris la façon dont la personne concernée est tenue de faire acter l'existence d'une telle situation de conflit d'intérêts.
Art. 3. De aanvraag tot erkenning van een vereniging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de algemeen directeur gericht.
De vereniging motiveert haar aanvraag en verstrekt alle inlichtingen in verband met de bezetting van de ruimten of het gebruik van de infrastructuur van de instelling waaraan wordt gedacht met het oog op de samenwerking. Zo nodig verduidelijkt zij of zij haar maatschappelijke zetel in de instelling wenst te hebben.
Zij voegt bij haar aanvraag :
1° de gecoördineerde tekst van haar statuten;
2° de laatste jaarrekeningen goedgekeurd door de algemene vergadering en het bewijs dat de formaliteiten inzake publiciteit zijn vervuld wat de jaarrekeningen betreft van de drie vorige maatschappelijke jaren conform de bepalingen van voornoemde wet van 27 juni 1921.
De vereniging motiveert haar aanvraag en verstrekt alle inlichtingen in verband met de bezetting van de ruimten of het gebruik van de infrastructuur van de instelling waaraan wordt gedacht met het oog op de samenwerking. Zo nodig verduidelijkt zij of zij haar maatschappelijke zetel in de instelling wenst te hebben.
Zij voegt bij haar aanvraag :
1° de gecoördineerde tekst van haar statuten;
2° de laatste jaarrekeningen goedgekeurd door de algemene vergadering en het bewijs dat de formaliteiten inzake publiciteit zijn vervuld wat de jaarrekeningen betreft van de drie vorige maatschappelijke jaren conform de bepalingen van voornoemde wet van 27 juni 1921.
Art. 3. La demande d'agréation d'une association est adressée au directeur général par pli recommandé à la poste.
L'association motive sa demande et fournit tout renseignement quant à l'occupation des locaux ou à l'utilisation de l'infrastructure de l'établissement envisagées en vue de la collaboration. Le cas échéant, elle précise si elle souhaite avoir son siège social dans l'établissement.
Elle joint à sa demande :
1° le texte coordonné de ses statuts;
2° les derniers comptes annuels approuvés par l'assemblée générale et la preuve de l'accomplissement des formalités de publicité en ce qui concerne les comptes annuels des trois exercices sociaux précédents conformément aux dispositions de la loi précitée du 27 juin 1921.
L'association motive sa demande et fournit tout renseignement quant à l'occupation des locaux ou à l'utilisation de l'infrastructure de l'établissement envisagées en vue de la collaboration. Le cas échéant, elle précise si elle souhaite avoir son siège social dans l'établissement.
Elle joint à sa demande :
1° le texte coordonné de ses statuts;
2° les derniers comptes annuels approuvés par l'assemblée générale et la preuve de l'accomplissement des formalités de publicité en ce qui concerne les comptes annuels des trois exercices sociaux précédents conformément aux dispositions de la loi précitée du 27 juin 1921.
Art. 4. § 1. De algemeen directeur legt de aanvraag als bedoeld in artikel 3 van dit besluit ter advies voor aan de wetenschappelijke raad tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
§ 2. Binnen de maand van het advies van de wetenschappelijke raad, stelt de algemeen directeur bij een ter post aangetekende brief de vereniging in kennis van zijn beslissing.
§ 3. Iedere beslissing tot toekenning van de erkenning gaat vergezeld van een erkenningsakte ondertekend door de algemeen directeur die het volgende bepaalt :
1° de specifieke voorwaarden en de grenzen waarbinnen de samenwerking zal verlopen;
2° de voorwaarden inzake toegang tot de instelling, bezetting van de ruimten en gebruik van de infrastructuur ervan;
3° zo nodig, het bedrag, of de berekeningswijze, van de financiële bijdrage aan de kosten voor de bezetting van de ruimten en het gebruik van de infrastructuur van de instelling;
4° zo nodig, de toestemming de maatschappelijke zetel van de vereniging in de instelling te vestigen.
Iedere wijziging in een van de onderdelen bepaald in de erkenningsakte is het voorwerp van een aanhangsel ondertekend door de algemeen directeur en ter kennis gebracht van de vereniging bij een ter post aangetekende brief. Het treedt in werking op de datum vastgelegd door de algemeen directeur en op zijn vroegst een maand na de kennisgeving.
Voor de rest van hun samenwerking, sluiten de vereniging en de instelling zo nodig specifieke overeenkomsten. (Die kunnen afwijken van de rechten en plichten vastgelegd in dit besluit " worden vervangen door de woorden " Die kunnen niet afwijken van de rechten en plichten vastgelegd in dit besluit). Zij omschrijven bovendien de gevolgen van een eventuele intrekking van de erkenning of van een eventuele verzaking; bij ontstentenis wordt, in geval van intrekking van de erkenning of van verzaking, de overeenkomst beschouwd als van rechtswege ontbonden zonder vergoeding uit hoofde van geen enkele partij.
§ 2. Binnen de maand van het advies van de wetenschappelijke raad, stelt de algemeen directeur bij een ter post aangetekende brief de vereniging in kennis van zijn beslissing.
§ 3. Iedere beslissing tot toekenning van de erkenning gaat vergezeld van een erkenningsakte ondertekend door de algemeen directeur die het volgende bepaalt :
1° de specifieke voorwaarden en de grenzen waarbinnen de samenwerking zal verlopen;
2° de voorwaarden inzake toegang tot de instelling, bezetting van de ruimten en gebruik van de infrastructuur ervan;
3° zo nodig, het bedrag, of de berekeningswijze, van de financiële bijdrage aan de kosten voor de bezetting van de ruimten en het gebruik van de infrastructuur van de instelling;
4° zo nodig, de toestemming de maatschappelijke zetel van de vereniging in de instelling te vestigen.
Iedere wijziging in een van de onderdelen bepaald in de erkenningsakte is het voorwerp van een aanhangsel ondertekend door de algemeen directeur en ter kennis gebracht van de vereniging bij een ter post aangetekende brief. Het treedt in werking op de datum vastgelegd door de algemeen directeur en op zijn vroegst een maand na de kennisgeving.
Voor de rest van hun samenwerking, sluiten de vereniging en de instelling zo nodig specifieke overeenkomsten. (Die kunnen afwijken van de rechten en plichten vastgelegd in dit besluit " worden vervangen door de woorden " Die kunnen niet afwijken van de rechten en plichten vastgelegd in dit besluit). Zij omschrijven bovendien de gevolgen van een eventuele intrekking van de erkenning of van een eventuele verzaking; bij ontstentenis wordt, in geval van intrekking van de erkenning of van verzaking, de overeenkomst beschouwd als van rechtswege ontbonden zonder vergoeding uit hoofde van geen enkele partij.
Art. 4. § 1er. Le directeur général soumet la demande visée à l'article 3 du présent arrêté à l'avis du conseil scientifique lors de sa prochaine réunion.
§ 2. Dans le mois de l'avis du conseil scientifique, le directeur général notifie à l'association sa décision par pli recommandé à la poste.
§ 3. Toute décision d'octroi d'agréation est accompagnée d'un acte d'agréation signé par le directeur général qui stipule :
1° les conditions spécifiques et les limites dans lesquelles s'effectuera la collaboration;
2° les conditions d'accès à l'établissement, d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de celui-ci;
3° le cas échéant, le montant, ou le mode de calcul, de la participation financière aux frais d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de l'établissement;
4° le cas échéant, l'autorisation d'installer le siège social de l'association dans l'établissement.
Toute modification d'un des éléments stipulés dans l'acte d'agréation fait l'objet d'un avenant signé par le directeur général et notifié à l'association par pli recommandé à la poste. Il entre en vigueur à la date fixée par le directeur général et au plus tôt un mois après la notification.
Pour le surplus de leur collaboration, l'association et l'établissement concluent le cas échéant des conventions particulières. Celles-ci ne peuvent déroger aux droits et obligations stipulés dans le présent arrêté. Elles prévoient en outre les conséquences d'un éventuel retrait d'agréation ou d'une éventuelle renonciation; à défaut, la convention est en cas de retrait d'agréation ou de renonciation considérée comme résiliée de plein droit sans indemnité dans le chef d'aucune partie.
§ 2. Dans le mois de l'avis du conseil scientifique, le directeur général notifie à l'association sa décision par pli recommandé à la poste.
§ 3. Toute décision d'octroi d'agréation est accompagnée d'un acte d'agréation signé par le directeur général qui stipule :
1° les conditions spécifiques et les limites dans lesquelles s'effectuera la collaboration;
2° les conditions d'accès à l'établissement, d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de celui-ci;
3° le cas échéant, le montant, ou le mode de calcul, de la participation financière aux frais d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de l'établissement;
4° le cas échéant, l'autorisation d'installer le siège social de l'association dans l'établissement.
Toute modification d'un des éléments stipulés dans l'acte d'agréation fait l'objet d'un avenant signé par le directeur général et notifié à l'association par pli recommandé à la poste. Il entre en vigueur à la date fixée par le directeur général et au plus tôt un mois après la notification.
Pour le surplus de leur collaboration, l'association et l'établissement concluent le cas échéant des conventions particulières. Celles-ci ne peuvent déroger aux droits et obligations stipulés dans le présent arrêté. Elles prévoient en outre les conséquences d'un éventuel retrait d'agréation ou d'une éventuelle renonciation; à défaut, la convention est en cas de retrait d'agréation ou de renonciation considérée comme résiliée de plein droit sans indemnité dans le chef d'aucune partie.
Art. 5. De erkenning wordt toegekend voor de duur van het kalenderjaar dat loopt op de datum van kennisgeving van de beslissing tot toekenning.
Zij is stilzwijgend hernieuwbaar, telkens voor de duur van een jaar.
Zij is stilzwijgend hernieuwbaar, telkens voor de duur van een jaar.
Art. 5. L'agréation est accordée pour la durée de l'année civile en cours à la date de la notification de la décision d'octroi.
Elle est renouvelable tacitement, chaque fois pour une durée de un an.
Elle est renouvelable tacitement, chaque fois pour une durée de un an.
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen ten laste van de erkende vereniging.
CHAPITRE 3. - Obligations à charge de l'association agréée.
Art. 6. De erkende vereniging is verplicht :
1° gedurende de hele duur van de erkenning de voorwaarden na te leven als bedoeld in artikel 2 alsmede de termen van de erkenningsakte, van zijn aanhangsels en van de specifieke overeenkomsten gesloten conform artikel 4, § 3, derde lid;
2° de algemeen directeur uiterlijk 1 juli van ieder jaar een verslag mee te delen van de activiteiten van het vorige jaar, het programma met de activiteiten van het lopende jaar, de rekeningen opgemaakt conform de voornoemde wet van 27 juni 1921 met betrekking tot het vorige jaar en de begroting van het lopende jaar;
3° de algemeen directeur een kopie te bezorgen van het proces-verbaal van de beslissingen van de algemene vergadering, binnen de maand ervan;
4° bij te dragen aan de kosten voor de bezetting van de ruimten en het gebruik van de infrastructuur van de instelling conform de bepalingen van de erkenningsakte.
1° gedurende de hele duur van de erkenning de voorwaarden na te leven als bedoeld in artikel 2 alsmede de termen van de erkenningsakte, van zijn aanhangsels en van de specifieke overeenkomsten gesloten conform artikel 4, § 3, derde lid;
2° de algemeen directeur uiterlijk 1 juli van ieder jaar een verslag mee te delen van de activiteiten van het vorige jaar, het programma met de activiteiten van het lopende jaar, de rekeningen opgemaakt conform de voornoemde wet van 27 juni 1921 met betrekking tot het vorige jaar en de begroting van het lopende jaar;
3° de algemeen directeur een kopie te bezorgen van het proces-verbaal van de beslissingen van de algemene vergadering, binnen de maand ervan;
4° bij te dragen aan de kosten voor de bezetting van de ruimten en het gebruik van de infrastructuur van de instelling conform de bepalingen van de erkenningsakte.
Art. 6. L'association agréée est tenue :
1° de respecter pendant toute la durée de l'agréation les conditions visées à l'article 2 ainsi que les termes de l'acte d'agréation, de ses avenants et des conventions particulières conclues conformément à l'article 4, § 3, alinéa 3;
2° de communiquer au directeur général au plus tard le 1er juillet de chaque année, un rapport des activités de l'année antérieure, le programme des activités de l'année en cours, les comptes établis conformément à la loi précitée du 27 juin 1921 relatifs à l'année antérieure et le budget de l'année en cours;
3° de communiquer au directeur général une copie du procès-verbal des décisions de l'assemblée générale, dans le mois de celles-ci;
4° de participer aux frais d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de l'établissement conformément aux dispositions de l'acte d'agréation.
1° de respecter pendant toute la durée de l'agréation les conditions visées à l'article 2 ainsi que les termes de l'acte d'agréation, de ses avenants et des conventions particulières conclues conformément à l'article 4, § 3, alinéa 3;
2° de communiquer au directeur général au plus tard le 1er juillet de chaque année, un rapport des activités de l'année antérieure, le programme des activités de l'année en cours, les comptes établis conformément à la loi précitée du 27 juin 1921 relatifs à l'année antérieure et le budget de l'année en cours;
3° de communiquer au directeur général une copie du procès-verbal des décisions de l'assemblée générale, dans le mois de celles-ci;
4° de participer aux frais d'occupation des locaux et d'utilisation de l'infrastructure de l'établissement conformément aux dispositions de l'acte d'agréation.
HOOFDSTUK 4. - Intrekking van de erkenning en verzaking.
CHAPITRE 4. - Du retrait d'agréation et de la renonciation.
Art. 7. § 1. De algemeen directeur kan de erkenning intrekken :
1° behalve bij niet-naleving van de plichten als bedoeld in artikel 6 van dit besluit of bij zware fout waardoor de samenwerking onmogelijk kan worden voortgezet, mits kennisgeving uiterlijk 30 september bij een ter post aangetekende brief gericht aan de vereniging, waarbij de intrekking uitwerking heeft op 31 december van het lopende jaar.
Tenzij er een bijzondere reden bestaat, kan de algemeen directeur niet eerder tot de intrekking van de erkenning besluiten dan na het advies van de bevoegde wetenschappelijke raad te hebben ingewonnen;
2° bij niet-naleving van de plichten als bedoeld in artikel 6 van dit besluit of zware fout waardoor de samenwerking onmogelijk kan worden voortgezet, mits gemotiveerde kennisgeving gericht aan de vereniging bij een ter post aangetekende brief, waarbij de intrekking uitwerking heeft op de datum van genoemde kennisgeving.
§ 2. Vanaf de datum waarop de intrekking van de erkenning uitwerking heeft, beschikt de vereniging over een termijn van één maand om iedere bezetting van de ruimten van de instelling en gebruik van haar infrastructuur stop te zetten en om, zo nodig, de noodzakelijke maatregelen te nemen om haar maatschappelijke zetel te verplaatsen.
1° behalve bij niet-naleving van de plichten als bedoeld in artikel 6 van dit besluit of bij zware fout waardoor de samenwerking onmogelijk kan worden voortgezet, mits kennisgeving uiterlijk 30 september bij een ter post aangetekende brief gericht aan de vereniging, waarbij de intrekking uitwerking heeft op 31 december van het lopende jaar.
Tenzij er een bijzondere reden bestaat, kan de algemeen directeur niet eerder tot de intrekking van de erkenning besluiten dan na het advies van de bevoegde wetenschappelijke raad te hebben ingewonnen;
2° bij niet-naleving van de plichten als bedoeld in artikel 6 van dit besluit of zware fout waardoor de samenwerking onmogelijk kan worden voortgezet, mits gemotiveerde kennisgeving gericht aan de vereniging bij een ter post aangetekende brief, waarbij de intrekking uitwerking heeft op de datum van genoemde kennisgeving.
§ 2. Vanaf de datum waarop de intrekking van de erkenning uitwerking heeft, beschikt de vereniging over een termijn van één maand om iedere bezetting van de ruimten van de instelling en gebruik van haar infrastructuur stop te zetten en om, zo nodig, de noodzakelijke maatregelen te nemen om haar maatschappelijke zetel te verplaatsen.
Art. 7. § 1er. Le directeur général peut retirer l'agréation :
1° sauf en cas de manquement aux obligations visées à l'article 6 du présent arrêté ou de faute grave qui rend impossible la poursuite de la collaboration, moyennant notification par pli recommandé à la poste adressée à l'association au plus tard le 30 septembre, le retrait prenant effet le 31 décembre de l'année en cours.
Sauf motif particulier, le retrait d'agréation ne peut être décidé par le directeur général qu'après avoir recueilli l'avis du conseil scientifique compétent;
2° en cas de manquement aux obligations visées à l'article 6 du présent arrêté ou de faute grave qui rend impossible la poursuite de la collaboration, moyennant notification motivée adressée à l'association par pli recommandé à la poste, le retrait prenant effet à la date de ladite notification.
§ 2. A compter de la date de prise d'effet du retrait d'agréation, l'association dispose d'un délai d'un mois pour cesser toute occupation des locaux de l'établissement, utilisation de son infrastructure et, le cas échéant, pour prendre les mesures nécessaires pour déplacer son siège social.
1° sauf en cas de manquement aux obligations visées à l'article 6 du présent arrêté ou de faute grave qui rend impossible la poursuite de la collaboration, moyennant notification par pli recommandé à la poste adressée à l'association au plus tard le 30 septembre, le retrait prenant effet le 31 décembre de l'année en cours.
Sauf motif particulier, le retrait d'agréation ne peut être décidé par le directeur général qu'après avoir recueilli l'avis du conseil scientifique compétent;
2° en cas de manquement aux obligations visées à l'article 6 du présent arrêté ou de faute grave qui rend impossible la poursuite de la collaboration, moyennant notification motivée adressée à l'association par pli recommandé à la poste, le retrait prenant effet à la date de ladite notification.
§ 2. A compter de la date de prise d'effet du retrait d'agréation, l'association dispose d'un délai d'un mois pour cesser toute occupation des locaux de l'établissement, utilisation de son infrastructure et, le cas échéant, pour prendre les mesures nécessaires pour déplacer son siège social.
Art. 8. De vereniging kan op ieder ogenblik aan haar erkenning verzaken mits een opzeggingstermijn van drie maanden die ingaat de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van deze beslissing aan de algemeen directeur bij een ter post aangetekende brief.
Na afloop van de opzeggingstermijn, moet de vereniging iedere bezetting van de ruimten van de instelling en gebruik van haar infrastructuur hebben stopgezet en, zo nodig, haar maatschappelijke zetel hebben verplaatst.
Na afloop van de opzeggingstermijn, moet de vereniging iedere bezetting van de ruimten van de instelling en gebruik van haar infrastructuur hebben stopgezet en, zo nodig, haar maatschappelijke zetel hebben verplaatst.
Art. 8. L'association peut à tout moment renoncer à son agréation moyennant un préavis de trois mois prenant cours le premier jour du mois qui suit la notification de cette décision au directeur général par pli recommandé à la poste.
Au terme du préavis, l'association doit avoir cessé toute occupation des locaux de l'établissement, utilisation de son infrastructure et, le cas échéant, avoir procédé au déplacement de son siège social.
Au terme du préavis, l'association doit avoir cessé toute occupation des locaux de l'établissement, utilisation de son infrastructure et, le cas échéant, avoir procédé au déplacement de son siège social.
HOOFDSTUK 5. - Algemene overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE 5. - Dispositions générales, transitoires et finales.
Art. 9. De algemeen directeur stelt de Voorzitter van de Programmatorische federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid, binnen de maand van de datum ervan, in kennis van iedere beslissing tot toekenning van de erkenning, met inbegrip van de erkenningsakte, ieder aanhangsel aan genoemde akte, iedere beslissing tot intrekking en iedere verzaking.
Art. 9. Le directeur général notifie au Président du Service public fédéral de Programmation Politique scientifique, dans le mois de leur date, toute décision d'octroi d'agréation, en ce compris l'acte d'agréation, tout avenant au dit acte, toute décision de retrait et toute renonciation.
Art. 10. De erkenning verleent aan de vereniging die ze krijgt en aan de personen die er in welke hoedanigheid ook deel van uitmaken, geen ander recht dan die welke uitdrukkelijk zijn omschreven bij dit besluit of die zijn vastgesteld in de erkenningsakte opgesteld conform dit besluit.
Art. 10. L'agréation ne confère à l'association qui en bénéficie et aux personnes qui en relèvent à quelque titre que ce soit, aucun droit autre que ceux expressément prévus par le présent arrêté ou dûment constatés dans l'acte d'agréation établi conformément au présent arrêté.
Art. 11. De verenigingen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit meewerken aan het vervullen van de opdrachten van een instelling of die hun maatschappelijke zetel hebben in een instelling, beschikken over een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit om een erkenningsaanvraag in te dienen.
Naast de documenten als bedoeld in artikel 3, voegen zij bij hun aanvraag een activiteitenverslag dat betrekking heeft op het kalenderjaar dat voorafgaat aan de erkenningsaanvraag en op het lopende jaar.
Ingeval de erkenning wordt geweigerd, beschikt de betrokken vereniging over een termijn van één maand om een einde te maken aan haar activiteiten in de instelling, iedere bezetting van de lokalen ervan en gebruik van haar infrastructuur stop te zetten en, zo nodig, de noodzakelijke maatregelen te nemen om haar maatschappelijke zetel te verplaatsen.
Het vorige lid is eveneens van toepassing op de vereniging die geen erkenningsaanvraag indient, waarbij de termijn van één maand waarvan sprake ingaat vanaf het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste lid.
Naast de documenten als bedoeld in artikel 3, voegen zij bij hun aanvraag een activiteitenverslag dat betrekking heeft op het kalenderjaar dat voorafgaat aan de erkenningsaanvraag en op het lopende jaar.
Ingeval de erkenning wordt geweigerd, beschikt de betrokken vereniging over een termijn van één maand om een einde te maken aan haar activiteiten in de instelling, iedere bezetting van de lokalen ervan en gebruik van haar infrastructuur stop te zetten en, zo nodig, de noodzakelijke maatregelen te nemen om haar maatschappelijke zetel te verplaatsen.
Het vorige lid is eveneens van toepassing op de vereniging die geen erkenningsaanvraag indient, waarbij de termijn van één maand waarvan sprake ingaat vanaf het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste lid.
Art. 11. Les associations qui au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté concourent à la réalisation des missions d'un établissement ou ont leur siège social au sein d'un établissement disposent d'un délai de six mois à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté pour introduire une demande d'agréation.
Outre les documents visés à l'article 3, elles joignent à leur demande un rapport d'activités couvrant l'année civile précédant la demande d'agréation et l'année en cours.
En cas de refus d'agréation, l'association concernée dispose d'un délai d'un mois pour mettre un terme à ses activités au sein de l'établissement, cesser toute occupation des locaux de celui-ci et utilisation de son infrastructure et prendre, le cas échéant, les mesures nécessaires pour déplacer son siège social.
L'alinéa précédent est également applicable à l'association qui n'introduit pas de demande d'agréation, le délai d'un mois visé courant à compter de l'échéance du délai visé à l'alinéa 1er.
Outre les documents visés à l'article 3, elles joignent à leur demande un rapport d'activités couvrant l'année civile précédant la demande d'agréation et l'année en cours.
En cas de refus d'agréation, l'association concernée dispose d'un délai d'un mois pour mettre un terme à ses activités au sein de l'établissement, cesser toute occupation des locaux de celui-ci et utilisation de son infrastructure et prendre, le cas échéant, les mesures nécessaires pour déplacer son siège social.
L'alinéa précédent est également applicable à l'association qui n'introduit pas de demande d'agréation, le délai d'un mois visé courant à compter de l'échéance du délai visé à l'alinéa 1er.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit sa publication au Moniteur belge.
Art. 13. Onze Minister belast met het Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 maart 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Begroting,
Y. LETERME
De Minister belast met het Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE.
Gegeven te Brussel, 13 maart 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Begroting,
Y. LETERME
De Minister belast met het Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE.
Art. 13. Notre Ministre chargée de la Politique scientifique est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 13 mars 2008.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre du Budget,
Y. LETERME
La Ministre chargée de la Politique scientifique,
Mme S. LARUELLE.
Donné à Bruxelles, le 13 mars 2008.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre du Budget,
Y. LETERME
La Ministre chargée de la Politique scientifique,
Mme S. LARUELLE.