Artikel 1. Het Federaal Aansturingsbureau is samengesteld uit :
1° [1 de directeur van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld in artikel 6, § 3, 1°, van het Sociaal Strafwetboek;]1
[2 1°/1 het diensthoofd, aangewezen uit één van de leden vermeld onder 4°;]2
2° [1 één lid bedoeld [2 in artikel 6, § 3, 3°,]2 van hetzelfde Wetboek; ]1
3° [1 tien leden bedoeld [2 in artikel 6, § 3, 4°,]2 van hetzelfde Wetboek;]1
4° [1 één lid bedoeld [2 in artikel 6, § 3, 5°,]2 van hetzelfde Wetboek; ]1
5° [1 vier leden bedoeld [2 in artikel 6, § 3, 6°,]2 van hetzelfde Wetboek; ]1
6° [1 vier leden bedoeld [2 in artikel 6, § 3, 7°,]2 van hetzelfde Wetboek.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 DECEMBER 2008. - [Koninklijk besluit houdende bepaling van het aantal leden van het Federaal Aansturingsbureau, opgericht bij het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van het administratief en geldelijk statuut van sommige van zijn leden evenals van de leden van het secretariaat] <Opschrift vervangen door KB2011-07-01/01, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2011>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-01-2009 en tekstbijwerking tot 15-04-2014)
Titre
16 DECEMBRE 2008. - [Arrêté royal déterminant le nombre de membres du Bureau fédéral d'Orientation institué par le Code pénal social et fixant le statut administratif et pécuniaire de certains de ses membres ainsi que des membres du secrétariat] <Intitulé remplacé par AR2011-07-01/01, art. 1, 002; En vigueur : 01-07-2011> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-01-2009 et mise à jour au 15-04-2014)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1. Le Bureau fédéral d'orientation est composé :
1° [1 du directeur du Bureau fédéral d'orientation visé à l'article 6, § 3, 1°, du Code pénal social;]1
[2 1°/1 du chef de service, désigné parmi un des membres mentionnés au 4°;]2
2° [1 d'un membre visé [2 à l'article 6, § 3, 3°,]2 du même Code; ]1
3° [1 de dix membres visés [2 à l'article 6, § 3, 4°,]2 du même Code;]1
4° [1 d'un membre visé [2 à l'article 6, § 3, 5°,]2 du même Code;]1
5° [1 de quatre membres visés [2 à l'article 6, § 3, 6°,]2 du même Code;]1
6° [1 de quatre membres visés [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code.]1
1° [1 du directeur du Bureau fédéral d'orientation visé à l'article 6, § 3, 1°, du Code pénal social;]1
[2 1°/1 du chef de service, désigné parmi un des membres mentionnés au 4°;]2
2° [1 d'un membre visé [2 à l'article 6, § 3, 3°,]2 du même Code; ]1
3° [1 de dix membres visés [2 à l'article 6, § 3, 4°,]2 du même Code;]1
4° [1 d'un membre visé [2 à l'article 6, § 3, 5°,]2 du même Code;]1
5° [1 de quatre membres visés [2 à l'article 6, § 3, 6°,]2 du même Code;]1
6° [1 de quatre membres visés [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code.]1
Art. 2. Er wordt voorzien in de functie van het lid bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 3°,]2 van het Sociaal Strafwetboek]1 door toepassing van het Gerechtelijk wetboek.
Er wordt voorzien in de functies van de leden bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 4°, 5° en 6°,]2 van hetzelfde Wetboek van hetzelfde Wetboek]1 via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Federale Overheidsdienst Financiën of van de Openbare instellingen van Sociale Zekerheid.
Er wordt voorzien in de functies van de leden bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 7°,]2 van hetzelfde Wetboek]1, via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Er wordt voorzien in de functies bij het secretariaat van de Algemene Raad van de Partners en van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld [1 in artikel 6, § 1, van hetzelfde Wetboek]1 via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of van de Openbare instellingen van Sociale Zekerheid.
De leden van het Federaal Aansturingsbureau en de leden van het secretariaat worden in verlof voor opdracht van algemeen belang geplaatst door de Minister waaronder ze ressorteren indien ze door Ons benoemd zijn geweest, door de benoemende overheid in de andere gevallen. Dit verlof wordt geregeld door de bepalingen van dit besluit.
Er wordt voorzien in de functies van de leden bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 4°, 5° en 6°,]2 van hetzelfde Wetboek van hetzelfde Wetboek]1 via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Federale Overheidsdienst Financiën of van de Openbare instellingen van Sociale Zekerheid.
Er wordt voorzien in de functies van de leden bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 7°,]2 van hetzelfde Wetboek]1, via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Er wordt voorzien in de functies bij het secretariaat van de Algemene Raad van de Partners en van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld [1 in artikel 6, § 1, van hetzelfde Wetboek]1 via een verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend aan ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of van de Openbare instellingen van Sociale Zekerheid.
De leden van het Federaal Aansturingsbureau en de leden van het secretariaat worden in verlof voor opdracht van algemeen belang geplaatst door de Minister waaronder ze ressorteren indien ze door Ons benoemd zijn geweest, door de benoemende overheid in de andere gevallen. Dit verlof wordt geregeld door de bepalingen van dit besluit.
Art. 2. Il est pourvu à la fonction de membre visé [1 [2 à l'article 6, § 3, 3°,]2 du Code pénal social]1 par application du Code judiciaire
Il est pourvu aux fonctions de membres visés [1 [2 à l'article 6, § 3, 4°, 5° et 6°,]2 du même Code]1, par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale, du Service public fédéral des Finances ou des institutions publiques de sécurité sociale.
Il est pourvu aux fonctions de membres visés [1 [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code]1, par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale, de l'Office national de sécurité sociale ou de l'Office national de l'Emploi.
Il est pourvu aux fonctions au sein du secrétariat de l'Assemblée générale des partenaires et du Bureau fédéral d'orientation visés [1 à l'article 6, § 1er, du même Code]1 par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale ou des institutions publiques de sécurité sociale.
Les membres du Bureau fédéral d'orientation et les membres du secrétariat sont placés en congé pour mission d'intérêt général par le Ministre dont ils ressortissent pour ceux qui ont été nommés par Nous, par l'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans les autres cas. Ce congé est régi par les dispositions du présent arrêté.
Il est pourvu aux fonctions de membres visés [1 [2 à l'article 6, § 3, 4°, 5° et 6°,]2 du même Code]1, par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale, du Service public fédéral des Finances ou des institutions publiques de sécurité sociale.
Il est pourvu aux fonctions de membres visés [1 [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code]1, par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale, de l'Office national de sécurité sociale ou de l'Office national de l'Emploi.
Il est pourvu aux fonctions au sein du secrétariat de l'Assemblée générale des partenaires et du Bureau fédéral d'orientation visés [1 à l'article 6, § 1er, du même Code]1 par un congé pour mission d'intérêt général accordé à des fonctionnaires du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, du Service public fédéral de la Sécurité sociale ou des institutions publiques de sécurité sociale.
Les membres du Bureau fédéral d'orientation et les membres du secrétariat sont placés en congé pour mission d'intérêt général par le Ministre dont ils ressortissent pour ceux qui ont été nommés par Nous, par l'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans les autres cas. Ce congé est régi par les dispositions du présent arrêté.
Art. 3. § 1. De kandidaten voor de functies van leden bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 4°,]3 van het Sociaal Strafwetboek]1 moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A binnen één van de diensten of organismen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een ervaring van vijf jaar in sociaal recht en/of in sociaal zekerheidsrecht beschikken;
3° kennis hebben van de bestaande beschikkingen betreffende de strijd tegen de illegale arbeid en sociale fraude;
4° kennis hebben van de context van de preventie en van de beteugeling van de overtredingen in sociaal recht;
5° kennis hebben van de ontwikkelingen en de regionale, nationale, en internationale inspanningen op vlak van sociaal strafrecht;
6° kennis hebben van het besluitvormingsproces.
§ 2. De kandidaten voor de functie van het lid bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 5°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A binnen de Federale Overheidsdienst Financiën;
2° over een ervaring van vijf jaar in fiscaal recht beschikken;
3° kennis hebben van de bestaande beschikkingen betreffende de strijd tegen de fiscale fraude;
4° kennis hebben van de context van de preventie en van de beteugeling van de overtredingen in fiscaal recht;
5° noties hebben van de tendensen op vlak van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de samenhang tussen de strijd tegen fiscale en sociale fraude begrijpen.
6° kennis hebben van de ontwikkelingen en de regionale, nationale, en internationale inspanningen op vlak van fiscaal strafrecht;
7° kennis hebben van het besluitvormingsproces;
[2 8° een ervaring hebben van tenminste twee jaar inzake bestrijding van zware fiscale fraude.]2
§ 3. De kandidaten voor de functies van lid het bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 6°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een master diploma in één van volgende domeinen : criminologie, sociale wetenschappen of statistieken;
2° titularis zijn van een betrekking van niveau A in één van de diensten of organismen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
3° over een beroepservaring van twee jaar in een gelijkaardige betrekking beschikken;
4° getuigen van een analytisch vermogen;
5° getuigen van vaardigheden inzake strategisch denken;
6° een open ingesteldheid vertonen en blijk geven van een innovatieve denkwijze;
7° vaardigheden hebben voor het onderzoeken van gegevens in een hoog geïnformatiseerde omgeving of bereid zijn zich deze werkwijze op korte termijn eigen te maken.
§ 4. De kandidaten voor de functies van leden bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 7°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 bij het Federaal Aansturingsbureau, opgericht door dezelfde wet, moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau B - technisch deskundige sociaal inspecteur in één van de diensten of instellingen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een professionele ervaring van twee jaar in sociaal recht en/of in sociaal zekerheidsrecht beschikken;
3° getuigen van een vaardigheid en van interesse in informatica op vlak van hardware, besturingssystemen, databanken en programmering en bereid zijn om opleidingen in deze materie te volgen.
§ 5. De kandidaten voor de functie van leden van het secretariaat bedoeld [1 in artikel 6, § 1, van hetzelfde Wetboek]1, moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A of van niveau B binnen één van de diensten of instellingen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een professionele ervaring van twee jaar beschikken binnen een dienst die belast is met het toezicht op of de toepassing van de bepalingen van het sociaal recht en/of van het sociaal zekerheidsrecht en/of van het sociaal strafrecht.
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A binnen één van de diensten of organismen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een ervaring van vijf jaar in sociaal recht en/of in sociaal zekerheidsrecht beschikken;
3° kennis hebben van de bestaande beschikkingen betreffende de strijd tegen de illegale arbeid en sociale fraude;
4° kennis hebben van de context van de preventie en van de beteugeling van de overtredingen in sociaal recht;
5° kennis hebben van de ontwikkelingen en de regionale, nationale, en internationale inspanningen op vlak van sociaal strafrecht;
6° kennis hebben van het besluitvormingsproces.
§ 2. De kandidaten voor de functie van het lid bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 5°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A binnen de Federale Overheidsdienst Financiën;
2° over een ervaring van vijf jaar in fiscaal recht beschikken;
3° kennis hebben van de bestaande beschikkingen betreffende de strijd tegen de fiscale fraude;
4° kennis hebben van de context van de preventie en van de beteugeling van de overtredingen in fiscaal recht;
5° noties hebben van de tendensen op vlak van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de samenhang tussen de strijd tegen fiscale en sociale fraude begrijpen.
6° kennis hebben van de ontwikkelingen en de regionale, nationale, en internationale inspanningen op vlak van fiscaal strafrecht;
7° kennis hebben van het besluitvormingsproces;
[2 8° een ervaring hebben van tenminste twee jaar inzake bestrijding van zware fiscale fraude.]2
§ 3. De kandidaten voor de functies van lid het bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 6°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een master diploma in één van volgende domeinen : criminologie, sociale wetenschappen of statistieken;
2° titularis zijn van een betrekking van niveau A in één van de diensten of organismen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
3° over een beroepservaring van twee jaar in een gelijkaardige betrekking beschikken;
4° getuigen van een analytisch vermogen;
5° getuigen van vaardigheden inzake strategisch denken;
6° een open ingesteldheid vertonen en blijk geven van een innovatieve denkwijze;
7° vaardigheden hebben voor het onderzoeken van gegevens in een hoog geïnformatiseerde omgeving of bereid zijn zich deze werkwijze op korte termijn eigen te maken.
§ 4. De kandidaten voor de functies van leden bedoeld [1 [3 in artikel 6, § 3, 7°,]3 van hetzelfde Wetboek]1 bij het Federaal Aansturingsbureau, opgericht door dezelfde wet, moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau B - technisch deskundige sociaal inspecteur in één van de diensten of instellingen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een professionele ervaring van twee jaar in sociaal recht en/of in sociaal zekerheidsrecht beschikken;
3° getuigen van een vaardigheid en van interesse in informatica op vlak van hardware, besturingssystemen, databanken en programmering en bereid zijn om opleidingen in deze materie te volgen.
§ 5. De kandidaten voor de functie van leden van het secretariaat bedoeld [1 in artikel 6, § 1, van hetzelfde Wetboek]1, moeten aan volgend profiel beantwoorden :
1° titularis zijn van een betrekking van niveau A of van niveau B binnen één van de diensten of instellingen bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2° over een professionele ervaring van twee jaar beschikken binnen een dienst die belast is met het toezicht op of de toepassing van de bepalingen van het sociaal recht en/of van het sociaal zekerheidsrecht en/of van het sociaal strafrecht.
Art. 3. § 1er. Les candidats aux fonctions de membres visés [1 [3 à l'article 6, § 3, 4°,]3 du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau A dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir une expérience professionnelle de cinq ans en droit social et/ou en droit de la sécurité sociale;
3° avoir une connaissance des dispositifs existants en matière de lutte contre le travail illégal et la fraude sociale;
4° connaître le contexte de la prévention et de la répression des infractions en droit social;
5° connaître les développements et les enjeux régionaux, nationaux et internationaux en matière de droit pénal social;
6° avoir une connaissance du processus de prise de décision.
§ 2. Les candidats à la fonction de membre visé [1 [3 à l'article 6, § 3, 5°,]3 du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau A dans le Service public fédéral Finances;
2° avoir une expérience professionnelle de cinq ans en droit fiscal;
3° avoir une connaissance des dispositifs existants en matière de lutte contre la fraude fiscale;
4° avoir une connaissance du contexte de la prévention et de la répression des infractions en droit fiscal;
5° avoir des notions sur les orientations au niveau de la lutte contre le travail illégal et la fraude sociale et une compréhension des liens entre la lutte contre la fraude fiscale et celle contre la fraude sociale;
6° avoir une connaissance des développements et des enjeux régionaux, nationaux et internationaux en matière de droit pénal fiscal;
7° avoir une connaissance du processus de prise de décision;
[2 8° avoir une expérience de deux ans au moins en matière de lutte contre la fraude fiscale grave.]2
§ 3. Les candidats aux fonctions de membres visés [1 [3 à l'article 6, § 3, 6°,]3 du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un diplôme de master dans un des domaines suivants : criminologie, sciences sociales ou statistiques;
2° être titulaire d'un emploi de niveau A dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
3° disposer d'une expérience professionnelle de deux ans dans une fonction similaire;
4° faire preuve d'aptitudes analytiques;
5° faire preuve d'aptitudes en matière de réflexion stratégique;
6° avoir une attitude ouverte et pouvoir penser de manière innovatrice;
7° avoir des aptitudes en matière d'analyse de données dans un environnement hautement informatisé ou être prêt à se familiariser avec ces aptitudes à court terme.
§ 4. Les candidats aux fonctions de membres visés [1 [3 à l'article 6, § 3, 7°,]3 du même Code]1, auprès du Bureau fédéral d'orientation institué par la même loi, doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau B - inspecteur social expert technique dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir une expérience professionnelle de deux ans en droit social et/ou en droit de la sécurité sociale;
3° faire preuve d'une aptitude et d'un d'intérêt en matière informatique au niveau des hardware, des systèmes d'exploitation, des bases de données et de la programmation et être disposé à continuer à suivre des formations en la matière.
§ 5. Les candidats à la fonction de membre du secrétariat visé [1 à l'article 6, § 1er, du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau A ou de niveau B dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir acquis une expérience professionnelle de deux ans dans un service chargé de surveiller ou d'appliquer des dispositions de droit social et/ou de droit de la sécurité sociale et/ou de droit pénal social.
1° être titulaire d'un emploi de niveau A dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir une expérience professionnelle de cinq ans en droit social et/ou en droit de la sécurité sociale;
3° avoir une connaissance des dispositifs existants en matière de lutte contre le travail illégal et la fraude sociale;
4° connaître le contexte de la prévention et de la répression des infractions en droit social;
5° connaître les développements et les enjeux régionaux, nationaux et internationaux en matière de droit pénal social;
6° avoir une connaissance du processus de prise de décision.
§ 2. Les candidats à la fonction de membre visé [1 [3 à l'article 6, § 3, 5°,]3 du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau A dans le Service public fédéral Finances;
2° avoir une expérience professionnelle de cinq ans en droit fiscal;
3° avoir une connaissance des dispositifs existants en matière de lutte contre la fraude fiscale;
4° avoir une connaissance du contexte de la prévention et de la répression des infractions en droit fiscal;
5° avoir des notions sur les orientations au niveau de la lutte contre le travail illégal et la fraude sociale et une compréhension des liens entre la lutte contre la fraude fiscale et celle contre la fraude sociale;
6° avoir une connaissance des développements et des enjeux régionaux, nationaux et internationaux en matière de droit pénal fiscal;
7° avoir une connaissance du processus de prise de décision;
[2 8° avoir une expérience de deux ans au moins en matière de lutte contre la fraude fiscale grave.]2
§ 3. Les candidats aux fonctions de membres visés [1 [3 à l'article 6, § 3, 6°,]3 du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un diplôme de master dans un des domaines suivants : criminologie, sciences sociales ou statistiques;
2° être titulaire d'un emploi de niveau A dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
3° disposer d'une expérience professionnelle de deux ans dans une fonction similaire;
4° faire preuve d'aptitudes analytiques;
5° faire preuve d'aptitudes en matière de réflexion stratégique;
6° avoir une attitude ouverte et pouvoir penser de manière innovatrice;
7° avoir des aptitudes en matière d'analyse de données dans un environnement hautement informatisé ou être prêt à se familiariser avec ces aptitudes à court terme.
§ 4. Les candidats aux fonctions de membres visés [1 [3 à l'article 6, § 3, 7°,]3 du même Code]1, auprès du Bureau fédéral d'orientation institué par la même loi, doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau B - inspecteur social expert technique dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir une expérience professionnelle de deux ans en droit social et/ou en droit de la sécurité sociale;
3° faire preuve d'une aptitude et d'un d'intérêt en matière informatique au niveau des hardware, des systèmes d'exploitation, des bases de données et de la programmation et être disposé à continuer à suivre des formations en la matière.
§ 5. Les candidats à la fonction de membre du secrétariat visé [1 à l'article 6, § 1er, du même Code]1 doivent présenter le profil suivant :
1° être titulaire d'un emploi de niveau A ou de niveau B dans l'un des services ou organismes visés à l'article 2 du présent arrêté;
2° avoir acquis une expérience professionnelle de deux ans dans un service chargé de surveiller ou d'appliquer des dispositions de droit social et/ou de droit de la sécurité sociale et/ou de droit pénal social.
Art. 4. De ambtenaren met verlof voor opdracht van algemeen belang bedoeld in dit besluit blijven onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut van hun instelling of departement van oorsprong waarvan ze blijven afhangen, met uitzondering van de bijzondere bepalingen opgenomen in dit besluit.
De periode van het verlof voor opdracht van algemeen belang wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
De ambtenaren met verlof voor opdracht van algemeen belang behouden in hun oorspronkelijke dienst hun aanspraken op bevordering, op wedde en op bevordering door verhoging in weddenschaal.
In afwijking van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, wordt het verlof voor 6 jaar toegekend en is hernieuwbaar voor dezelfde duur. Het wordt uitsluitend voltijds uitgeoefend.
Gedurende hun verlof voor opdracht van algemeen belang worden de leden en de secretarissen onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de Directeur, onder meer wat betreft de verloven en de werktijdregeling.
Ze behouden het recht op het geheel van vergoedingen waartoe ze gerechtigd waren op het moment van hun verlof voor opdracht van algemeen belang, voor zover hun toekenningsvoorwaarden behouden blijven.
De periode van het verlof voor opdracht van algemeen belang wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
De ambtenaren met verlof voor opdracht van algemeen belang behouden in hun oorspronkelijke dienst hun aanspraken op bevordering, op wedde en op bevordering door verhoging in weddenschaal.
In afwijking van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, wordt het verlof voor 6 jaar toegekend en is hernieuwbaar voor dezelfde duur. Het wordt uitsluitend voltijds uitgeoefend.
Gedurende hun verlof voor opdracht van algemeen belang worden de leden en de secretarissen onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de Directeur, onder meer wat betreft de verloven en de werktijdregeling.
Ze behouden het recht op het geheel van vergoedingen waartoe ze gerechtigd waren op het moment van hun verlof voor opdracht van algemeen belang, voor zover hun toekenningsvoorwaarden behouden blijven.
Art. 4. Les agents en congé pour mission d'intérêt général visés par le présent arrêté demeurent soumis au statut administratif et au statut pécuniaire de leur institution ou département d'origine dont ils continuent de dépendre, à l'exception des dispositions particulières prises dans cet arrêté.
La période du congé pour mission d'intérêt général est assimilée à une période d'activité de service.
Les agents en congé pour mission d'intérêt général conservent dans leur service d'origine leurs droits à la promotion, au traitement et à la promotion par avancement barémique.
Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, le congé est accordé pour 6 ans et est renouvelable pour la même durée. Il s'exerce exclusivement à temps plein.
Durant leur congé pour mission d'intérêt général, les membres et secrétaires sont soumis à l'autorité hiérarchique du Directeur, notamment en ce qui concerne les congés et les horaires de travail.
Les agents conservent le droit à l'ensemble des indemnités dont ils bénéficiaient au moment de leur congé pour mission d'intérêt général, pour autant que les conditions de leur octroi demeurent réunies.
La période du congé pour mission d'intérêt général est assimilée à une période d'activité de service.
Les agents en congé pour mission d'intérêt général conservent dans leur service d'origine leurs droits à la promotion, au traitement et à la promotion par avancement barémique.
Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, le congé est accordé pour 6 ans et est renouvelable pour la même durée. Il s'exerce exclusivement à temps plein.
Durant leur congé pour mission d'intérêt général, les membres et secrétaires sont soumis à l'autorité hiérarchique du Directeur, notamment en ce qui concerne les congés et les horaires de travail.
Les agents conservent le droit à l'ensemble des indemnités dont ils bénéficiaient au moment de leur congé pour mission d'intérêt général, pour autant que les conditions de leur octroi demeurent réunies.
Art. 5. De oproep tot de kandidaten voor de functie van lid van het Federaal Aansturingsbureau en secretaris van de Algemene Raad van de Partners en van het Aansturingsbureau wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door de afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid. SELOR wordt belast met de organisatie van de selectie, dewelke georganiseerd wordt volgens de door de afgevaardigde bestuurder vastgestelde regels.
De lijst van de kandidaten die geschikt zijn om de functie uit te oefenen, gerangschikt volgens hun geschiktheid, wordt door de afgevaardigd bestuurder van Selor overgemaakt aan de [1 in artikel 6, § 3, 1°, van het Sociaal Strafwetboek]1 bedoelde Directeur of, bij ontstentenis hiervan,aan diegene die er de functies van waarneemt. Deze gaat over tot hun aanwijzing nadat zij in verlof voor opdracht werden geplaatst, overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, van dit besluit.
De in het eerste en tweede lid van dit artikel beschreven procedure is niet van toepassing op de magistraat bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 3°,]2 van hetzelfde Wetboek]1.
De lijst van de kandidaten die geschikt zijn om de functie uit te oefenen, gerangschikt volgens hun geschiktheid, wordt door de afgevaardigd bestuurder van Selor overgemaakt aan de [1 in artikel 6, § 3, 1°, van het Sociaal Strafwetboek]1 bedoelde Directeur of, bij ontstentenis hiervan,aan diegene die er de functies van waarneemt. Deze gaat over tot hun aanwijzing nadat zij in verlof voor opdracht werden geplaatst, overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, van dit besluit.
De in het eerste en tweede lid van dit artikel beschreven procedure is niet van toepassing op de magistraat bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 3°,]2 van hetzelfde Wetboek]1.
Art. 5. L'appel aux candidats aux fonctions de membre du Bureau fédéral d'orientation et de secrétaire de l'Assemblée générale des partenaires et du Bureau fédéral d'orientation est publié au Moniteur belge par l'administrateur-délégué du Bureau de sélection de l'Administration fédérale. Le SELOR est chargé d'organiser la sélection. Celle-ci est organisée selon les modalités fixées par son administrateur-délégué.
La liste des candidats aptes à exercer la fonction, classés selon leurs aptitudes, est transmise par l'administrateur-délégué du Selor au Directeur visé [1 à l'article 6, § 3, 1°, du Code pénal social]1 ou à défaut à celui qui en exerce les fonctions. Celui-ci procède à leur désignation, après qu'ils ont été placés en congé pour mission, conformément à l'article 2, alinéa 5, du présent arrêté.
La procédure décrite aux alinéas 1 et 2 du présent article n'est pas applicable au magistrat visé [1 [2 à l'article 6, § 3, 3°,]2 du même Code ]1.
La liste des candidats aptes à exercer la fonction, classés selon leurs aptitudes, est transmise par l'administrateur-délégué du Selor au Directeur visé [1 à l'article 6, § 3, 1°, du Code pénal social]1 ou à défaut à celui qui en exerce les fonctions. Celui-ci procède à leur désignation, après qu'ils ont été placés en congé pour mission, conformément à l'article 2, alinéa 5, du présent arrêté.
La procédure décrite aux alinéas 1 et 2 du présent article n'est pas applicable au magistrat visé [1 [2 à l'article 6, § 3, 3°,]2 du même Code ]1.
Art. 6. § 1. De ambtenaren met verlof voor opdracht van algemeen belang kunnen, in afwijking van artikel 110 van voornoemd koninklijk besluit van 19 november 1998, een verzoek indienen om hun verlof voor opdracht van algemeen belang te beëindigen, mits een opzegtermijn van drie maand.
Bij beëindiging van het verlof voor opdracht van algemeen belang, stelt de ambtenaar zich ter beschikking van de overheid waaronder hij ressorteert.
§ 2. Het verlof voor opdracht van algemeen belang van de ambtenaren kan beëindigd worden door de benoemende overheid op voorstel van de Directeur, of van deze die de functies ervan waarneemt, mits een opzegtermijn van drie maand indien deze aangewezen personen of personen met verlof voor opdracht van algemeen belang tekortschieten in het uitvoeren van de taken waarvoor ze aangesteld werden.
Bij beëindiging van het verlof voor opdracht van algemeen belang, stelt de ambtenaar zich ter beschikking van de overheid waaronder hij ressorteert.
§ 2. Het verlof voor opdracht van algemeen belang van de ambtenaren kan beëindigd worden door de benoemende overheid op voorstel van de Directeur, of van deze die de functies ervan waarneemt, mits een opzegtermijn van drie maand indien deze aangewezen personen of personen met verlof voor opdracht van algemeen belang tekortschieten in het uitvoeren van de taken waarvoor ze aangesteld werden.
Art. 6. § 1er. Les fonctionnaires en congé pour mission d'intérêt général peuvent, par dérogation à l'article 110 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 précité, demander qu'il soit mis fin à leur congé pour mission d'intérêt général, moyennant un préavis de trois mois.
Lorsqu'il est mis fin au congé pour mission d'intérêt général, l'agent se remet à la disposition de l'autorité dont il relève.
§ 2. Il peut être mis fin au congé pour mission d'intérêt général des fonctionnaires par l'autorité de nomination sur proposition du Directeur, ou de celui qui en exerce les fonctions, moyennant un préavis de trois mois, si ces personnes désignées ou en congé pour mission d'intérêt général font défaut dans l'accomplissement des tâches pour lesquelles elles ont été désignées.
Lorsqu'il est mis fin au congé pour mission d'intérêt général, l'agent se remet à la disposition de l'autorité dont il relève.
§ 2. Il peut être mis fin au congé pour mission d'intérêt général des fonctionnaires par l'autorité de nomination sur proposition du Directeur, ou de celui qui en exerce les fonctions, moyennant un préavis de trois mois, si ces personnes désignées ou en congé pour mission d'intérêt général font défaut dans l'accomplissement des tâches pour lesquelles elles ont été désignées.
Art. 7. § 1. De leden van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 3°, 4°, 5° en 6°]2 van het Sociaal Strafwetboek]1, verkrijgen jaarlijks een toelage van 7.100 EUR. Deze toelage is gekoppeld aan de spilindex 138,01.
§ 2. De leden van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 7°,]2 van hetzelfde Wetboek]1, verkrijgen jaarlijks een toelage van 2.200 EUR. Deze toelage is gekoppeld aan de spilindex 138,01.
§ 2. De leden van het Federaal Aansturingsbureau bedoeld [1 [2 in artikel 6, § 3, 7°,]2 van hetzelfde Wetboek]1, verkrijgen jaarlijks een toelage van 2.200 EUR. Deze toelage is gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Art. 7. § 1er. Les membres du Bureau fédéral d'orientation visés [1 [2 à l'article 6, § 3, 3°, 4°, 5° et 6°,]2 du Code pénal social]1, reçoivent une allocation annuelle de 7.100 EUR. Cette allocation annuelle est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
§ 2. Les membres du Bureau fédéral d'orientation visés à [1 [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code]1, reçoivent une allocation annuelle de 2.200 EUR. Cette allocation annuelle est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
§ 2. Les membres du Bureau fédéral d'orientation visés à [1 [2 à l'article 6, § 3, 7°,]2 du même Code]1, reçoivent une allocation annuelle de 2.200 EUR. Cette allocation annuelle est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
Art. 8. De secretarissen bedoeld [1 in artikel 6, § 1, van het Sociaal Strafwetboek]1 verkrijgen jaarlijks een toelage van 2.200 EUR. Deze toelage is gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Modifications
Art. 8. Les secrétaires visés [1 à l'article 6, § 1er, du Code pénal social ]1 reçoivent une allocation annuelle de 2.200 EUR. Cette allocation est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
Modifications
Art. 9. De toelagen vermeld in de artikelen 7 en 8 evenals de werkingskosten van de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst vallen ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Wergelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Art. 9. Les allocations annuelles mentionnées aux articles 7 et 8 ainsi que les frais de fonctionnement du Service de Recherche et d'information sociale sont à charge du budget du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
Art. 10. [1 De leden die deel uitmaken van het Federaal Aansturingsbureau en van het secretariaat op de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek, oefenen hun mandaat verder uit vanaf deze datum. ]1
Modifications
Art. 10. [1 Les membres qui composent le Bureau fédéral d'Orientation et le secrétariat à la date d'entrée en vigueur de la loi du 6 juin 2010 introduisant le Code pénal social continuent d'exercer leur mandat à partir de cette date.]1
Modifications
Art. 11. Het koninklijk besluit van 25 april 2004 houdende bepaling van het administratief en geldelijk statuut van de Voorzitter van de Federale Raad voor de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude en de leden van het Federaal Coördinatiecomité, gewijzigd door het koninklijk besluit van 4 juli 2005 wordt opgeheven.
Art. 11. L'arrêté royal du 25 avril 2004 fixant le statut administratif et pécuniaire du Président du Conseil fédéral de lutte contre le travail illégal et la fraude sociale et des membres du Comité fédéral de coordination, modifié par l'arrêté royal du 4 juillet 2005 est abrogé.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2008.
Art. 13. Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Sociale Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Werk, Onze Staatssecretaris voor de Coördinatie van de fraudebestrijding zijn elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre Ministre des Finances, Notre Ministre des Affaires sociales, Notre Ministre de la Justice, Notre Ministre de l'Emploi, Notre Secrétaire d'Etat à la Coordination de la lutte contre la fraude sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.