Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 JULI 2008. - Samenwerkingsakkoord tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 27 mei 2004 tussen de Federale Overheid, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de erkenning van de erediensten, de wedden en pensioenen van de bedienaars der erediensten, de kerkfabrieken en de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten.
Titre
2 JUILLET 2008. - Accord de coopération modifiant l'accord de coopération du 27 mai 2004 entre l'Autorité fédérale, la Communauté germanophone, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale en ce qui concerne la reconnaissance des cultes, les traitements et pensions des ministres des cultes, les fabriques d'église et les établissements chargés de la gestion du temporel des cultes reconnus.
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit akkoord moet worden verstaan onder :
  1° - "erkenning van een eredienst" : het besluit van de federale overheid waarbij een eredienst wordt erkend.
  Deze erkenning omvat de uitwerking van een specifieke federale wetgeving inzake de erkenningscriteria, de vaststelling van de nodige financiële middelen, de aanwijzing door de federale overheid van het representatieve orgaan en de eventuele subsidiëring van de werking van dat orgaan;
  2° - "wedden en pensioenen van de bedienaars der erediensten" : overeenkomstig artikel 181, § 1, van de Grondwet, de financiële lasten inzake de vergoedingen, wedden en pensioenen toegekend aan de bedienaars der erediensten ingeschreven in de begroting volgens het aantal plaatsen, als bepaald door de federale overheid in overleg met de representatieve organen;
  3° - "kerkfabrieken" : de openbare instellingen belast met het beheer van de temporalieën van de katholieke eredienst, overeenkomstig de territoriale organisatie zoals voorzien in de door de bevoegde gewestelijke wetgever of de wetgever van de Duitstalige Gemeenschap uitgevaardigde organieke regelgeving;
  4° - "instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten" : de openbare instellingen belast met het beheer van de temporalieën van de eredienst, overeenkomstig de territoriale organisatie zoals voorzien in de door de bevoegde gewestelijke wetgever of de wetgever van de Duitstalige Gemeenschap uitgevaardigde organieke regelgeving;
  5° - "oprichting van een gemeenschap" : het besluit dat het Gewest, of in voorkomend geval de Gewesten, of de Duitstalige Gemeenschap nemen aangaande de door het bevoegde representatieve orgaan ingediende verzoeken tot oprichting van gemeenschappen, tot wijziging van de territoriale grenzen of tot opheffing ervan met betrekking tot door federale overheid erkende erediensten overeenkomstig de geldende wetgeving van het betrokken Gewest of in voorkomend geval van de betrokken Gewesten, of van de Duitstalige Gemeenschap;
Article 1. Pour l'application du présent accord, il faut entendre par :
  1° - "reconnaissance d'un culte" : la décision de l'autorité fédérale qui reconnaît un culte.
  Cette reconnaissance comporte l'établissement d'une législation fédérale spécifique sur les critères de reconnaissance, la détermination des moyens financiers nécessaires, la détermination par l'autorité fédérale de l'organe représentatif et la subsidiation éventuelle du fonctionnement de cet organe;
  2° - "traitements et pensions des ministres des cultes" : conformément à l'article 181, § 1er de la Constitution, les charges financières relatives aux indemnités, traitements et pensions alloués aux ministres des cultes déterminés et inscrits au budget suivant un nombre de places déterminées par l'autorité fédérale en concertation avec les organes représentatifs;
  3° - "fabriques d'église" : les établissements publics chargés de la gestion du temporel du culte catholique, conformément à l'organisation territoriale, comme prévue à la réglementation organique prise par le législateur régional compétent ou le législateur de la Communauté germanophone;
  4° - "établissements chargés de la gestion du temporel des cultes reconnus" : les établissements publics chargés de la gestion du temporel du culte conformément à l'organisation territoriale, comme prévue dans la réglementation organique prise par le législateur régional compétent ou le législateur de la Communauté germanophone;
  5° - "l'établissement d'une communauté" : la décision de la Région, ou le cas échéant, des Régions, ou de la Communauté germanophone relative à l'établissement des communautés, à la modification des limites territoriales ou à leur suppression concernant les cultes reconnus par l'autorité fédérale, à la demande de l'organe représentatif compétent, et selon la législation en vigueur dans la Région concernée ou, le cas échéant, les Régions concernées ou dans la Communauté germanophone;
Art. 2. Als de federale overheid kennisneemt van een aanvraag om erkenning van een eredienst, verzoekt zij om een voorafgaand advies aan elke Gewestregering, en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap die binnen vier maanden vanaf de ontvangst van het verzoek dit advies moeten uitbrengen. Elk Gewest of de Duitstalige Gemeenschap kan vragen dat deze vraag aan de Informatie- en Overlegcommissie, hierna de Commissie genoemd, wordt voorgelegd.
  De beslissingen van de federale overheid betreffende de erkenning van een eredienst worden ter informatie aan de Gewesten en aan de Duitstalige Gemeenschap gezonden.
Art. 2. Saisie d'une demande de reconnaissance d'un culte, l'autorité fédérale sollicite un avis préalable de chaque Gouvernement régional et du Gouvernement de la Communauté germanophone qui ont quatre mois pour rendre cet avis dès réception de la requête. Chaque Région ou la Communauté germanophone peut demander que cette question soit soumise à la Commission d'information et de concertation dénommée ci-après, la Commission.
  Les décisions de l'autorité fédérale relatives à la reconnaissance d'un culte sont transmises pour information aux Régions et à la Communauté germanophone.
Art. 3. § 1. Het bevoegde representatieve orgaan bezorgt de aanvraag om oprichting van een gemeenschap aan de bevoegde gewestoverheid of in voorkomend geval, aan de bevoegde gewestoverheden of aan de Duitstalige Gemeenschap. Het betrokken Gewest of de betrokken Gewesten of de Duitstalige Gemeenschap vragen het advies van de federale overheid die bevoegd is voor de erkenning van de erediensten. De federale overheid geeft een advies binnen een termijn van vier maanden vanaf de ontvangst van het verzoek.
  De federale overheid of een betrokken Gewest of de Duitstalige Gemeenschap kan een overleg in de Commissie vragen.
  Indien het negatief advies van de federale overheid gegrond is op elementen die de veiligheid van de Staat of de openbare orde aanbelangen, wordt de oprichtingsprocedure van de kerkgemeenschap opgeschort.
  De beslissing van het betrokken Gewest of in voorkomend geval, van de betrokken Gewesten of van de Duitstalige Gemeenschap betreffende de aanvraag om oprichting van een gemeenschap, wordt ter informatie aan de federale overheid toegezonden.
  § 2. De aanvraag tot vaststelling van het aantal betaalde plaatsen van de bedienaars der erediensten wordt door het bevoegde representatieve orgaan bezorgd aan de federale overheid. De federale overheid vraagt het advies van het betrokken Gewest, of in voorkomend geval, van de betrokken Gewesten of van de Duitstalige Gemeenschap die dit binnen vier maanden vanaf de ontvangst van het verzoek dienen uit te brengen.
  Deze aanvraag dient te worden ingediend uiterlijk op 15 december van het jaar dat het jaar waarin de begroting wordt opgemaakt, voorafgaat.
  Elke beslissing van de federale overheid in verband met deze aanvragen om oprichting van de gemeenschappen betreffende het aantal betaalde plaatsen van de bedienaars der erediensten van de kerkgemeenschappen wordt ter informatie aan elk betrokken Gewest of aan de Duitstalige Gemeenschap toegezonden.
  Elke beslissing van de federale overheid betreffende het door het bevoegde representatieve orgaan ingediende verzoek tot wijziging van het aantal betaalde plaatsen van de bedienaars der erediensten die geen weerslag heeft op de oprichting van de gemeenschappen, wordt ter informatie aan het betrokken Gewest of in voorkomend geval aan de betrokken Gewesten of aan de Duitstalige Gemeenschap toegezonden.
  § 3. De bepalingen van paragrafen 1 en 2 van dit artikel zijn van toepassing op de aanvragen tot oprichting, tot wijziging van de territoriale grenzen en tot opheffing van aartsbisdommen en bisdommen.
Art. 3. § 1er. La demande d'établissement d'une communauté est transmise par l'organe représentatif compétent à l'autorité régionale compétente ou, le cas échéant, aux autorités régionales compétentes ou à la Communauté germanophone. L'avis de l'autorité fédérale compétente pour la reconnaissance des cultes est demandé par la ou les Régions concernées ou la Communauté germanophone. L'autorité fédérale donne un avis dans un délai de quatre mois dès réception de la requête.
  L'autorité fédérale ou une Région concernée ou la Communauté germanophone peut demander une concertation au sein de la Commission.
  Si l'avis négatif de l'autorité fédérale est fondé sur des éléments concernant la sécurité de l'Etat ou l'ordre public, la procédure d'établissement d'une communauté est suspendue.
  La décision de la Région concernée ou, le cas échéant, des Régions concernées ou de la Communauté germanophone relative à l'établissement d'une communauté est transmise pour information à l'autorité fédérale.
  § 2. La demande de fixation du nombre de places rémunérées des ministres des cultes est transmise par l'organe représentatif compétent à l'autorité fédérale. L'autorité fédérale demande l'avis de la Région concernée ou, le cas échéant, des Régions concernées ou de la Communauté germanophone qui doivent le rendre dans un délai de quatre mois, dès réception de la requête.
  Cette demande doit être introduite au plus tard le 15 décembre de l'année qui précède l'année au cours de laquelle le budget est établi.
  Toute décision de l'autorité fédérale relative au nombre de places rémunérées des ministres des cultes des communautés d'église, liées aux demandes d'établissement de communautés, est transmise pour information à chaque Région concernée ou à la Communauté germanophone.
  Toute décision de l'autorité fédérale relative à une demande émanant de l'organe représentatif compétent de modification du nombre de places rémunérées des ministres des cultes, sans incidence sur l'établissement des communautés, est transmise pour information à la Région concernée ou, le cas échéant, aux Régions concernées ou à la Communauté germanophone.
  § 3. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 de cet article sont applicables aux demandes relatives à la création, à la modification des limites territoriales, à la suppression d'archevêchés et d'évêchés.
Art. 4. Teneinde de begroting van de federale overheid te kunnen opmaken, bezorgen elk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap aan de federale overheid in de loop van de maand januari van het jaar van opmaak van de begroting de lijst met de verzoeken om oprichting van de gemeenschappen, aartsbisdommen en bisdommen bedoeld in artikel 3.
Art. 4. Afin d'établir le budget de l'autorité fédérale, chaque Région et la Communauté germanophone transmettent à l'autorité fédérale la liste des demandes d'établissement des communautés, d'archevêchés et évêchés prévues à l'article 3 au cours du mois de janvier de l'année au cours de laquelle le budget est établi.
Art. 5. Teneinde de permanente samenwerking tussen de federale overheid, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap te versterken, wordt de Commissie opgericht, samengesteld uit een vertegenwoordiger van elke gewestelijke minister en van de minister van de Duitstalige Gemeenschap die de temporaliën van de erediensten onder hun bevoegdheid hebben en een vertegenwoordiger van de Minister van Justitie. De federale overheid neemt het voorzitterschap en het secretariaat waar en roept de eerste vergadering samen. De Commissie vergadert om de drie maanden.
  De Commissie neemt kennis, op verzoek van één van de partijen, van alle vragen die betrekking hebben op de erediensten en die een gewestelijk, of een Duitstalige Gemeenschappelijk of federaal belang hebben. Zij zorgt voor de nodige coördinatie, alsook voor de toepassing en het goede verloop van de tenuitvoerlegging van dit samenwerkingsakkoord.
  Zij keurt een huishoudelijk reglement goed.
  Gedaan te Brussel, op 2 juli 2008.
  Voor de federale overheid :
  De Minister van Justitie,
  J. VANDEURZEN
  Voor het Vlaamse Gewest :
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
  M. KEULEN
  Voor het Waalse Gewest :
  De Minister-President van de Waalse Regering,
  R. DEMOTTE
  De Waalse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
  Ph. COURARD
  Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
  De Minister-President van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
  Ch. PICQUE
  Voor de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
  K.-H. LAMBERTZ.
Art. 5. Dans le souci de renforcer la coopération permanente entre l'autorité fédérale, les Régions et la Communauté germanophone, est créée la Commission composée d'un représentant de chaque ministre régional et du ministre de la Communauté germanophone qui ont le temporel des cultes dans leurs attributions et d'un représentant du Ministre de la Justice. La présidence et le secrétariat sont assurés par l'autorité fédérale qui convoque la première réunion. La Commission se réunit tous les trois mois.
  La Commission est chargée de prendre connaissance à la demande d'une des parties de toute question ayant trait aux cultes et qui représente un intérêt régional, ou de la Communauté germanophone ou fédéral; elle assure une coordination ainsi que la mise en oeuvre et le bon déroulement de l'exécution du présent accord.
  Elle adopte son règlement d'ordre intérieur.
  Fait à Bruxelles, le 2 juillet 2008.
  Pour l'autorité fédérale :
  Le Ministre de la Justice,
  J. VANDEURZEN
  Pour la Région flamande :
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique,
  M. KEULEN
  Pour la Région wallonne :
  Le Ministre-Président du Gouvernement wallon,
  R. DEMOTTE
  Le Ministre wallon des Affaires intérieures et de la Fonction publique,
  Ph. COURARD
  Pour la Région de Bruxelles-Capitale :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale,
  Ch. PICQUE
  Pour la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Communauté germanophone,
  K.-H. LAMBERTZ.