Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 NOVEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
Titre
9 NOVEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 1991 pris en exécution du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 pris en exécution du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2007037180
Datum: 2007-11-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007037180
Date: 2007-11-09
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten.
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 1991 pris en exécution du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique.
Artikel 1. Artikel 52 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 januari 1996, 10 december 1999, 12 januari 2001 en 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 52. § 1. De salarisschalen die verbonden zijn aan de ambten, vermeld in artikel 1 en 10, worden vastgesteld als volgt :
  1° inspecteur basisonderwijs : 167;
  2° inspecteur secundair onderwijs, inspecteur kunstonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs, belast met de basiseducatie, en inspecteur centra voor leerlingenbegeleiding :
  a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs : 541;
  b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen : 354;
  3° adviseur of navorser bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling :
  a) houder van een doctoraat op proefschrift : 544;
  b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen : 514.
  § 2. De salarisschalen, vermeld in § 1, worden met ingang van 1 september 2007 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
Article 1. L'article 52 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 1991 pris en exécution du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 janvier 1996, 10 décembre 1999, 12 janvier 2001 et 21 novembre 2003, est remplacée par ce qui suit :
  " Art. 52. § 1er. Les échelles de traitement des fonctions, visées aux articles 1er et 10, sont fixées comme suit :
  1° inspecteur de l'enseignement fondamental : 167;
  2° inspecteur de l'enseignement secondaire, inspecteur de l'enseignement artistique, inspecteur de l'éducation des adultes, inspecteur de l'éducation des adultes chargé de l'éducation de base et inspecteur des centres d'encadrement des élèves :
  a) porteur du titre de master au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire : 541;
  b) porteur d'autres titres : 354;
  3° conseiller ou chercheur auprès du DVO :
  a) titulaire d'un doctorat obtenu sur présentation d'une thèse : 544;
  b) porteur d'autres titres : 514.
  § 2. Les échelles de traitement, visées au § 1er, sont fixées, à partir du 1er septembre 2007, par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
Art. 2. Artikel 52bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 52bis. § 1. De salarisschalen voor de coördinerende inspecteurs worden afhankelijk van hun salarisschaal als inspecteur vastgesteld als volgt :
  1° op basis van salarisschaal 167 : 338;
  2° op basis van salarisschaal 354 : 505;
  3° op basis van salarisschaal 541 of 544 : 544.
  § 2. De salarisschaal van de inspecteurs-generaal basis- en secundair onderwijs en van de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling wordt vastgesteld als volgt : 531;
  § 3. De salarisschaal van de coördinerende inspecteur-generaal wordt vastgesteld als volgt : 532.
  § 4. In afwijking van § 1 en § 3, behouden de coördinerende inspecteurs en de coördinerend inspecteur-generaal vanaf 1 mei 1999 tot en met 31 augustus 1999 de salarisschaal die hun was toegekend op 1 april 1999 in de hoedanigheid van hun vroegere ambt van respectievelijk inspecteur-coördinator basisonderwijs, inspecteur-coördinator secundair onderwijs of algemeen inspecteur-generaal.
  § 5. De salarisschalen, vermeld in § 1, § 2 en § 3 worden met ingang van 1 september 2007 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
Art. 2. L'article 52bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 52bis. § 1er. Les échelles de traitement des inspecteurs-coordinateurs sont fixées comme suit en fonction de leur échelle de traitement d'inspecteur :
  1° sur la base de l'échelle de traitement 167 : 338;
  2° sur la base de l'échelle de traitement 354 : 505;
  3° sur la base de l'échelle de traitement 541 ou 544 : 544.
  § 2. L'échelle de traitement des inspecteurs généraux de l'enseignement fondamental et secondaire et du directeur du D.V.O. est fixée comme suit : 531;
  § 3. L'échelle de traitement de l'inspecteur général coordinateur est fixée comme suit : 532.
  § 4. Par dérogation aux §§ 1er et 3, les inspecteurs-coordinateurs et l'inspecteur général coordinateur conservent du 1 mai 1999 au 31 août 1999 inclus l'échelle de traitement qui leur était attribuée le 1er avril 1999 dans la qualité de leur fonction antérieure respectivement d'inspecteur coordinateur de l'enseignement fondamental, d'inspecteur coordinateur de l'enseignement secondaire ou d'inspecteur général.
  § 5. Les échelles de traitement, visées au § 1er, 2 et 3 sont fixées, à partir du 1er septembre 2007, par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
Art. 3. In artikel 58 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 december 1999 en 12 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt de vermelding " 14, g) " vervangen door het getal " 39 ";
  2° in punt 2° wordt het woord " PMS-centra " vervangen door de woorden " centra voor leerlingenbegeleiding ";
  3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
  " 4° pedagogisch adviseur voor de centra voor leerlingenbegeleiding : één van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in de bijlage van het besluit van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding; ".
Art. 3. A l'article 58 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 décembre 1999 et 12 janvier 2001, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 1°, la mention " 14, g) " est remplacée par le nombre " 39 ";
  2° au point 2°, les mots " centres PMS " sont remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves ";
  3° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° conseiller pédagogique pour les centres d'encadrement des élèves : un des titres visés à l'annexe de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les traitements du personnel des centres d'encadrement des élèves; ".
Art. 4. Artikel 59 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 januari 1996, 4 mei 1999, 10 december 1999, 12 januari 2001 en 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 59. § 1. Aan de pedagogische adviseurs, waarop de begeleidingsdiensten op basis van artikel 89, § 1, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, recht hebben, worden de hierna vermelde salarisschalen toegekend, respectievelijk voor het basis-, het secundair onderwijs en de centra :
  1° pedagogisch adviseur basisonderwijs : 167.
  Ten hoogste 10 % van de pedagogische adviseurs kan echter worden belast met een begeleidingsopdracht die erop gericht is het beleidsvoerend vermogen van de scholen te ondersteunen en een onderwijsaanbod overeenkomstig de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen uit te werken. Die pedagogische adviseurs moeten houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. Hun salarisschaal wordt dan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld als volgt : 502;
  2° pedagogisch adviseur secundair onderwijs en centra voor leerlingenbegeleiding :
  a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs : 541;
  b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen : 354;
  § 2. Aan de adviseur-coördinatoren, waarop de begeleidingsdiensten op basis van artikel 89, § 2, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, recht hebben, wordt de hierna vermelde salarisschaal toegekend : 516.
  § 3. De personeelsleden die met toepassing van artikel 88 van het decreet het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten overgaan naar de pedagogische begeleidingsdiensten, behouden de salarisschaal en de salarisanciënniteit die op hen van toepassing waren voor 1 september 1991.
  § 4. De salarisschalen, vermeld in § 1 en § 2, worden met ingang van 1 september 2007 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
Art. 4. L'article 59 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 janvier 1996, 4 mai 1999, 10 décembre 1999, 12 janvier 2001 et 21 novembre 2003 est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 59. § 1er. Aux conseillers pédagogiques auxquels ont droit les centres d'encadrement sur la base de l'article 89, § 1er, du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, les échelles de traitement mentionnées ci-dessous sont attribuées respectivement à l'enseignement fondamental, secondaire et les centres :
  1° conseiller pédagogique de l'enseignement fondamental : 167.
  10 % des conseillers pédagogiques au plus peuvent être chargés d'une charge d'encadrement visant à soutenir le pouvoir gestionnel des écoles et à élaborer une offre d'enseignement conformément aux objectifs de développement et finaux. Ces conseillers pédagogiques doivent être porteurs du titre de master au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire. Par dérogation au premier alinéa, leur échelle de traitement est fixée comme suit : 502;
  2° conseiller pédagogique de l'enseignement secondaire et des centres d'encadrement des élèves :
  a) porteur du titre de master au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire : 541;
  b) porteur d'autres titres : 354;
  § 2. Aux conseillers coordinateurs auxquels ont droit les centres d'encadrement sur la base de l'article 89, § 2, du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, l'échelle de traitement mentionnée ci-dessous est attribuée : 516.
  § 3. Les membres du personnel qui, par application de l'article 88 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, passent aux services d'encadrement pédagogiques, conservent l'échelle de traitement et l'ancienneté de traitement qui leur était applicable avant le 1er septembre 1991.
  § 4. Les échelles de traitement, visées au §§ 1er et 2, sont fixées, à partir du 1er septembre 2007, par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
HOOFDSTUK II. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 pris en exécution du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques.
Art. 5. Artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 januari 1996 en 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 8. § 1. De salarisschalen die verbonden zijn aan de ambten, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993, worden vastgesteld als volgt :
  1° inspecteur-adviseur voor het lager onderwijs : 167;
  2° inspecteur-adviseur coördinator voor het lager onderwijs : 166;
  3° inspecteur-adviseur voor het lager en het secundair onderwijs of inspecteur-adviseur voor het secundair onderwijs :
  a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs : 541;
  b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen : 354.
  § 2. De salarisschalen, vermeld in § 1, worden met ingang van 1 september 2007 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
Art. 5. L'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 pris en exécution du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 janvier 1996 et 21 novembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8. § 1er. Les échelles de traitement des fonctions, visées à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993, sont fixées comme suit :
  1° inspecteur conseiller pour l'enseignement primaire : 167;
  2° inspecteur conseiller coordinateur pour l'enseignement primaire : 166;
  3° inspecteur conseiller pour les enseignements primaire et secondaire ou inspecteur conseiller pour l'enseignement primaire :
  a) porteur du titre de master au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire et à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial : 541;
  b) porteur d'autres titres : 354.
  § 2. Les échelles de traitement, visées au § 1er, sont fixées, à partir du 1er septembre 2007, par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves.
Art. 6. In het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding wordt een artikel 1bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 1bis. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het besluit van 14 juni 1989 : het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
  2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van punt 2bis ;
  3° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKTVL) : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 39, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van punt 2bis, punt 29bis, punt 30bis, punt 34bis en punt 36bis.
  4° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, punt 29bis, punt 30bis, punt 34bis en punt 36bis ;
  5° een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 12 tot en met 42, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  6° een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
  a) een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
  b) de studiebewijzen die in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO. "
Art. 6. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves, il est inséré un article 1bis, rédigé ainsi qu'il suit :
  " Art. 1bis. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° l'arrêté du 14 juin 1989 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire;
  2° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) : un des diplômes de base mentionnés à l'article 6, aux points 1 à 11 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, à l'exception du point 2bis;
  3° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : 'au moins ESTCPE) : un des diplômes de base mentionnés à l'article 6, aux points 1 à 39 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis.
  4° un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres, visés à l'article 6, aux points 1 à 42 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques et à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis ;
  5° un titre du niveau PBA : un des diplômes de base, visés à l'article 6, aux points 12 à 42 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes;
  6° un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
  a) un des diplômes de base, visés à l'article 6, aux points 47 à 56 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire;
  b) les titres dénommés ESPC, EPSS, ETSS et ESSA à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire.
Art. 7. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en 27 oktober 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 1, verwerven overeenkomstig hun bekwaamheidsbewijs, vermeld in bijlage I, de overeenstemmende salarisschaal in het ambt dat ze uitoefenen.
  De basisbekwaamheidsbewijzen, vermeld in bijlage I, moeten uitgereikt zijn, hetzij door een Belgische universiteit of door een door een wet of decreet daarmee gelijkgestelde instelling, of door een door de Staat dan wel door de Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling, hetzij door een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, hetzij door een door de Staat of de Gemeenschap ingestelde examencommissie.
  Worden eveneens aangenomen de in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die gelijkwaardig worden verklaard met een van de diploma's of studiegetuigschriften, vermeld in dit besluit :
  1° krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of;
  2° met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of;
  3° met ingang van 1 september 1995, met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap of;
  4° met ingang van 1 oktober 1992, met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap of;
  5° met ingang van 1 januari 2003, met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
  De diploma's of getuigschriften die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en met ingang van 1 juni 2002 in Zwitserland, uitgereikt zijn, worden aangenomen indien ze vergezeld gaan van een conformiteitsattest zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden en vorm van het conformiteitsattest voor wervingsambten in het onderwijs ter uitvoering van de Europese Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG. ";
  2° § 4 wordt opgeheven.
Art. 7. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2006 et 27 octobre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er acquièrent, conformément à leur titre, visé à l'annexe Ire, le traitement correspondant dans la fonction qu'ils exercent.
  Les titres de base, visés à l'annexe 1re, doivent être délivrés soit par une université belge ou par un établissement y assimilé par une loi ou par un décret, ou par un établissement d'enseignement organisé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par la Communauté, soit par une institution enregistrée d'office, soit par un jury institué par l'Etat ou la Communauté.
  Sont également admis, les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger, déclarés équivalents à un des diplômes ou certificats d'études visés au présent arrêté :
  1° en vertu de traités ou de conventions internationales ou;
  2° en application de la procédure en matière d'équivalence, prescrite par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers ou;
  3° à partir du 1er septembre 1995, en application du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande ou;
  4° à partir du 1er octobre 1992, en application du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande ou;
  5° à partir du 1er janvier 2003, en application du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre.
  Les diplômes ou les certificats d'études délivrés dans un Etat membre de l'Espace économique européen et à partir du 1er juin 2002 en Suisse, sont acceptés s'ils sont accompagnés d'une attestation de conformité telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand fixant les conditions et la forme de l'attestation de conformité pour les fonctions de recrutement dans l'enseignement en exécution des directives européennes 89/48/CEE et 92/51/CEE. ";
  2° le § 4 est abrogé.
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 6bis. In bijlage I wordt met code d.d. bedoeld :
  1 : met ingang van 1 september 2000;
  2 : met ingang van 1 september 2002;
  3 : met ingang van 1 september 2006;
  4 : met ingang van 1 september 2007;
  5 : met ingang van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2007;
  6 : met ingang van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007;
  7 : met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2007;
  8 : met ingang van 1 september 2002, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 8. Dans le même arrêté, il est inséré un article 6bis, rédigé comme suit :
  " Art. 6bis. Dans l'annexe Ire, il faut entendre par " code d.d. " :
  1 : à partir du 1er septembre 2000;
  2 : à partir du 1er septembre 2002;
  3 : à partir du 1er septembre 2006;
  4 : à partir du 1er septembre 2007;
  5 : à partir du 1er septembre 2000 jusqu'au 31 août 2007 inclus;
  6 : à partir du 1er septembre 2002 jusqu'au 31 août 2007 inclus;
  7 : à partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2007 inclus;
  8 : à partir du 1er septembre 2002, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2007 inclus cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et de la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt bijlage I, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2006, vervangen door de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. Dans le même arrêté, l'annexe Ire, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2006, est remplacée par l'annexe jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in de bijlage, die voorafgegaan worden door de code 3, die in werking treden met ingang van 1 september 2006.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception des titres, visés à l'annexe, qui sont précédés du code 3 et qui entrent en vigueur le 1er septembre 2006.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 november 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 11. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 9 novembre 2007.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1. - Ambten, bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in de centra voor leerlingenbegeleiding
Art. N. Annexe 1. - Fonctions, titres et échelles de traitement dans les centres d'encadrement des élèves.
  1. AFKORTINGEN
  ABREVIATIONS
   Ech                          Echelles de traitement
    -                                      -
  Code 1   a partir du 1er septembre 2000
  Code 2   a partir du 1er septembre 2002
  Code 3   a partir du 1er septembre 2006
  Code 4   a partir du 1er septembre 2007
  Code 5   a partir du 1er septembre 2000 jusqu'au 31 août 2007 inclus
  Code 6   a partir du 1er septembre 2002 jusqu'au 31 août 2007 inclus
  Code 7   a partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2007 inclus
  Code 8   a partir du 1er septembre 2002, avec la restriction toutefois que
            pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2007 inclus cela
            n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs
            organisateurs pour ce qui est de la rémunération et de la mise en
            disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise
            au travail
    TR     les titres requis
    TS     les titres juges suffisants
    AT     les autres titres
   SSC                           Salarisschalen
    -                                   -
  Code 1   met ingang van 1 september 2000
  Code 2   met ingang van 1 september 2002
  Code 3   met ingang van 1 september 2006
  Code 4   met ingang van 1 september 2007
  Code 5   met ingang van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2007
  Code 6   met ingang van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007
  Code 7   met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2007
  Code 8   met ingang van 1 september 2002, met de beperking evenwel dat
            hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met
            31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de
            personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot
            bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van
            betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
    VE     de vereiste bekwaamheidsbewijzen
    VO     de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen
    AN     de andere bekwaamheidsbewijzen
  2. APERCU
  2.1. DIRECTEUR
  2. OVERZICHT
  2.1. DIRECTEUR
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   511    4    - au moins ESTL;
  TR   511    5    - master au moins, tel que vise à l'article 7 de l'arrêté
                    du Gouvernement flamand du 14 juin 1989;
                   Complété par :
                   - la formation spécifique a la direction de personnels
                    telle que visée à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement
                    flamand du 12 décembre 2003; a l'exception des cas
                    suivants :
                   1) Régime transitoire concernant la formation spécifique a
                    la direction de personnels :
                   Les membres du personnel suivants qui sont charges du
                    mandat de directeur dans un centre après le 31 août 2000,
                    sont censés avoir termine la formation spécifique agréée
                    a la direction de personnels :
                   1° les directeurs statutaires au 31 août 2000 dans un
                    centre PMS ou dans un centre de formation;
                   2° les médecins coordinateurs d'une équipe MST
                    subventionnée qui, au 31 août 2000, étaient médecins
                    coordinateurs pendant au moins 5 années de service.
                   2) Dérogation temporaire :
                   Les membres du personnel charges temporairement du
                    remplacement du membre du personnel qui exerce le mandat
                    de directeur, ne sont pas tenus de prouver qu'ils ont
                    finalise la formation agréée a la direction de
                    personnels, a condition que la durée du remplacement dans
                    la fonction de directeur soit inférieure a deux années.
                   - et une formation supplémentaire a la direction de
                    personnels et a l'encadrement des élèves d'au moins trois
                    jours ou 20 heures par année scolaire.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   511    4    - ten minste HOLT;
  VE   511    5    - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989;
                   Aangevuld met :
                   - en de specifieke vorming inzake leidinggeven als vermeld
                    in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van
                    12 december 2003; met uitzondering van de volgende
                    gevallen :
                   1) Overgangsregeling inzake specifieke vorming inzake
                    leidinggeven :
                   De volgende personeelsleden die na 31 augustus 2000 belast
                    worden met het mandaat van directeur in een centrum,
                    worden geacht de erkende specifieke vorming inzake
                    leidinggeven te hebben beeindigd :
                   1° de op 31 augustus 2000 vastbenoemde directeurs in een
                    PMS- centrum of in een vormingscentrum;
                   2° de coordinerende artsen van een gesubsidieerde
                    MST-equipe, die op 31 augustus 2000 minstens 5
                    dienstjaren coordinerend arts waren.
                   2) Tijdelijke afwijking :
                   Personeelsleden, die tijdelijk belast worden met de
                    vervanging van het personeelslid dat het mandaat van
                    directeur uitoefent, moeten niet aantonen dat zij de
                    erkende vorming inzake leidinggeven hebben voltooid op
                    voorwaarde dat de duur van de vervanging in het ambt van
                    directeur minder bedraagt dan twee jaren.
                   - en een bijkomende vorming inzake leidinggeven en
                    leerlingenbegeleiding van tenminste drie dagen of 20 uur
                    per schooljaar.
  2.2. MEDECIN
  2.2. ARTS
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   511    1    diplôme de médecin ou de docteur en médecine, chirurgie et
                    accouchements;
                   Complété par un diplôme supplémentaire :
                   le grade académique de diplôme d'études spécialisées en
                    santé des jeunes.
                   Assimilations des diplômes supplémentaires :
                   1) Sont assimiles au grade de diplôme études
                    spécialisées en santé des jeunes :
                   1° le diplôme de medecin-hygieniste, orientation hygiène
                    scolaire
                   2° le certificat de medecin-hygieniste en santé des
                    jeunes.
                   2) Dérogations temporaires relatives au diplôme
                    supplémentaire :
                   Un membre du personnel porteur d'un diplôme de médecin ou
                    de docteur en médecine, chirurgie et accouchements peut
                    assumer temporairement la fonction de médecin pendant une
                    période de 60 mois au maximum, sans être titulaire du
                    grade de diplôme études spécialisées en santé des
                    jeunes, à condition que l'intéressé s'inscrive à la
                    formation continue au plus tard dans l'année académique
                    suivant sa première désignation en tant que médecin La
                    période de 60 mois au maximum prend cours le 1er
                    septembre de année scolaire de la première désignation
                   3) Dispositions transitoires relatives au titre requis :
                   Les titres des membres du personnel suivants sont
                    également assimiles au grade de diplôme études
                    spécialisées en santé des jeunes :
                   a) les membres du personnel porteurs, a titre personnel,
                    d'un titre de spécialisation assimile, avant le 1er
                    septembre 1985, par le ministre ayant la santé publique
                    dans ses attributions, conformément à l'arrêté royal du
                    3 septembre 1975 modifiant l'arrêté royal du 4 août 1969
                    relatif a l'octroi de subventions aux équipes agréées
                    d'inspection médicale scolaire, au diplôme
                    postuniversitaire de hygiéniste scolaire;
                   b) les membres du personnel actifs, au 31 août 2000, en
                    tant que médecins dans un centre PMS ou MST, quel que
                    soit le type de leur contrat, et employés dans une
                    fonction financee ou subventionnée au 1er septembre 2000
                    dans un centre d'encadrement des élèves, a condition
                    qu'ils aient fourni, depuis le 1er septembre 1985, des
                    prestations de médecin dans un centre PMS ou MST pendant
                    au moins cinq années de service.
       276    1    Dispositions transitoires relatives au diplôme
                    supplémentaire
                   les médecins actifs au 31 août 2000 dans un centre PMS ou
                    dans une équipe subventionnée d'inspection médicale
                    scolaire, qui ne sont pas porteurs du grade de diplôme
                    études spécialisées en santé des jeunes ou d'un titre
                    assimile
                   Diplôme de base :
  TS   511    2    diplôme de médecin ou de docteur en médecine, chirurgie et
                    accouchements.
                   Complété par un diplôme supplémentaire :
                   le grade académique de diplôme études spécialisées de
                    medecin-hygieniste.
                   Diplôme de base :
  AT   501    2    diplôme de médecin ou de docteur en médecine, chirurgie et
                    accouchements.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   511    1    diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en
                    verloskunde;
                   Aangevuld met een bijkomend diploma :
                   de academische graad van gediplomeerde in de
                    gespecialiseerde studies van jeugdgezondheidszorg.
                   Gelijkstellingen inzake bijkomende diploma's :
                   1) Worden gelijkgesteld met de graad van gediplomeerde in
                    de gespecialiseerde studies van jeugdgezondheidszorg :
                   1° het diploma van geneesheer-hygienist, richting
                    schoolhygiene
                   2° het certificaat van geneesheer-hygienist in de
                    jeugdgezondheidszorg
                   2) Tijdelijke afwijkingen inzake bijkomend diploma :
                   Een personeelslid, in het bezit van een diploma van arts
                    of van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, kan
                    het ambt van arts gedurende een periode van maximum
                    60 maanden tijdelijk uitoefenen zonder in het bezit te
                    zijn van de graad van gediplomeerde in de gespeciali-
                    seerde studies van jeugdgezondheidszorg, op voorwaarde
                    dat betrokkene zich inschrijft voor de voortgezette
                    uiterlijk het academiejaar volgend op zijn eerste
                    opleidingaanstelling als arts. De periode van maximum
                    60 maanden start op 1 september van het schooljaar van de
                    eerste aanstelling.
                   3) Overgangsbepalingen inzake het vereist
                    bekwaamheidsbewijs :
                   De bekwaamheidsbewijzen van de volgende personeelsleden
                    worden eveneens gelijkgesteld met de graad van
                    gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van
                    jeugdgezondheidszorg :
                   a) de personeelsleden die ten persoonlijke titel houder
                    zijn van een specialisatietitel die voor 1 september 1985
                    door de minister die de volksgezondheid onder zijn
                    bevoegdheid had, overeenkomstig het koninklijk besluit
                    van 3 september 1975 houdende wijziging van het
                    koninklijk besluit van 4 augustus 1969 met betrekking tot
                    het verlenen van subsidies aan de erkende equipes voor
                    medisch schooltoezicht als gelijkwaardig erkend is met
                    het post-universitair diploma van schoolhygienist;
                   b) de personeelsleden die op 31 augustus 2000 werkzaam
                    zijn als arts in een PMS- of MST-centrum, ongeacht de
                    aard van hun overeenkomst, en die op 1 september 2000
                    worden tewerkgesteld in een gefinancierd of gesubsidieerd
                    ambt in een centrum voor leerlingenbegeleiding, op
                    voorwaarde dat zij sedert 1 september 1985 ten minste
                    gedurende vijf dienstjaren prestaties hebben verricht als
                    arts in een PMS- of MST-centrum.
       276    1    Overgangsbepalingen inzake bijkomend diploma
                   artsen die op 31 augustus 2000 werkzaam waren in een
                    PMS-centrum of in een gesubsidieerde equipe voor medisch
                    schooltoezicht en die niet in het bezit zijn van de graad
                    van gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van
                    jeugdgezondheidszorg of een hiermee gelijkgesteld
                    bekwaamheidsbewijs
                   Basisdiploma :
  VO   511    2    diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en
                    verloskunde.
                   Aangevuld met een bijkomend diploma :
                   de academische graad van gediplomeerde in de
                    gespecialiseerde studies geneesheer-hygienist.
                   Basisdiploma :
  AN   501    2    diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en
                    verloskunde.
  2.3. CONSEIL
  2.3. CONSULENT
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   501    5    - au moins ESTL;
  TR   501    4    - master au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté
                    du Gouvernement flamand du 14 juin 1989.
                   Diplôme de base :
  TS   333    2    - au moins ESTCPE;
  TS   333    3    - un diplôme de bachelor a orientation professionnelle,
                    tel que vise a l'article 6, point 34bis de arrêté du 14
                    juin 1989;
  TS   333    3    - le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement
                    maternel;
  TS   333    3    - le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement
                    primaire;
  TS   333    3    - le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement
                    secondaire.
                   Diplôme de base :
  AT   300    5    - au moins ESTC;
  AT   300    4    - master au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté
                    du Gouvernement flamand du 14 juin 1989.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   501    5    - ten minste HOLT;
  VE   501    4    - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989.
                   Basisdiploma :
  VO   333    2    - ten minste HOKTVL;
  VO   333    3    - het diploma van professioneel gerichte bachelor, als
                    vermeld in artikel 6, punt 34bis van het besluit van
                    14 juni 1989;
  VO   333    3    - het diploma van bachelor in het onderwijs :
                    kleuteronderwijs;
  VO   333    3    - het diploma van bachelor in het onderwijs : lager
                    onderwijs;
  VO   333    3    - het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair
                    onderwijs.
                   Basisdiploma :
  AN   300    5    - ten minste HOKT;
  AN   300    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989.
  2.4. CONSEIL PSYCHOPEDAGOGIQUE
  2.4. PSYCHOPEDAGOGISCH CONSULENT
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   501    1    - licencie en orientation professionnelle et sélection;
  TR   501    1    - licencie en psychologie clinique;
  TR   501    1    - licencie en sciences éducatives;
  TR   501    1    - licencie en sciences didactiques;
  TR   501    1    - licencie en sciences pédagogiques;
  TR   501    1    - licencie en psychologie;
  TR   501    1    - licencie en sciences psychologiques;
  TR   501    1    - licencie en sciences psychologiques et pédagogiques;
  TR   501    1    - licencie en sciences psychopédagogiques;
  TR   501    1    - licencie en animation socioculturelle;
  TR   501    1    - licencie en psychologie appliquée;
  TR   501    1    - licencie en psychologie industrielle et psychologie
                    expérimentale.
                   Diplôme de base :
  TS   333    2    - assistant en psychologie ESTC (PE);
  TS   333    3    - bachelor professionnel (PBA) en psychologie appliquée
                   Diplôme de base :
  AT   300    6    - au moins ESTL;
  AT   300    4    - master au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté
                    du Gouvernement flamand du 14 juin 1989.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   501    1    - licentiaat in de beroepsorientering en selectie;
  VE   501    1    - licentiaat in de klinische psychologie;
  VE   501    1    - licentiaat in de opvoedingswetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de pedagogische wetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de psychologie;
  VE   501    1    - licentiaat in de psychologische wetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de psychologische en pedagogische
                    wetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen;
  VE   501    1    - licentiaat in de sociale en culturele agogiek;
  VE   501    1    - licentiaat in de toegepaste psychologie;
  VE   501    1    - licentiaat in de bedrijfs- en experimentele psychologie.
                   Basisdiploma :
  VO   333    2    - HOKT(VL) assistent in de psychologie;
  VO   333    3    - bachelor (PBA) toegepaste psychologie.
                   Basisdiploma :
  AN   300    6    - ten minste HOLT;
  AN   300    4    - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989.
  2.5. ASSISTANT SOCIAL
  2.5. MAATSCHAPPELIJK WERKER
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   333    1    - un diplôme de la formation initiale au travail social de
                    l'enseignement supérieur d'un cycle de la discipline
                    travail socio-éducatif, conférant le grade d'assistant
                    social;
  TR   333    1    - un diplôme ou certificat de l'enseignement supérieur de
                    type court de plein exercice ou d'une école technique
                    supérieure du premier degré, conférant le grade
                    d'assistant social ou de conseiller social;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en sécurité sociale;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en travail social.
                   Diplôme de base :
  TS   333    6    - au moins ESTC dans la formation en travail social;
  TS   333    2    - licencie en sociologie;
  TS   333    2    - licencie en criminologie;
  TS   333    2    - licencie en sciences criminologiques;
  TS   333    4    - master en travail social;
  TS   333    4    - PBA au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    Gouvernement flamand du 14 juin 1989, dans la formation
                    en travail social;
                   Diplôme de base :
  AT   300    6    - au moins ESTC;
  AT   300    4    - PBA au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    Gouvernement flamand du 14 juin 1989.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   333    1    - een diploma van de basisopleiding sociaal werk van het
                    hoger onderwijs van een cyclus van het studiegebied
                    sociaalagogisch werk, waarvoor de graad van
                    maatschappelijk assistent wordt verleend;
  VE   333    1    - een diploma of getuigschrift van het hoger onderwijs van
                    het korte type met volledig leerplan of van een hogere
                    technische school van de eerste graad waarvoor de graad
                    van maatschappelijk assistent of maatschappelijk adviseur
                    werd verleend;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) maatschappelijke veiligheid;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) sociaal werk.
                   Basisdiploma :
  VO   333    6    - ten minste HOKT in de opleiding maatschappelijk werk;
  VO   333    2    - licentiaat sociologie;
  VO   333    2    - licentiaat criminologie;
  VO   333    2    - licentiaat in de criminologische wetenschappen;
  VO   333    4    - master in het sociaal werk;
  VO   333    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989, in de opleiding maatschappelijk werk;
                   Basisdiploma :
  AN   300    6    - ten minste HOKT;
  AN   300    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989.
  2.6. Auxiliaire psychopédagogique
  2.6. PSYCHOPEDAGOGISCH WERKER
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   333    1    - un diplôme de la formation initiale en travail social de
                    l'enseignement supérieur d'un cycle de la discipline
                    travail socio-éducatif, conférant le grade d'assistant en
                    psychologie;
  TR   333    1    - un diplôme ou certificat de l'enseignement supérieur
                    social de type court de plein exercice ou d'une école
                    technique supérieure du premier degré, conférant le grade
                    d'assistant en psychologie;
  TR   333    1    - un diplôme de la formation initiale en orthopédagogie de
                    l'enseignement supérieur d'un cycle de la discipline
                    travail socio-éducatif, conférant le grade de gradue en
                    orthopédagogie;
  TR   333    1    - un diplôme ou certificat de l'enseignement supérieur
                    social de type court de plein exercice ou d'une école
                    technique supérieure du premier degré organisant une
                    formation ou section en orthopédagogie;
  TR   333    1    - le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
  TR   333    1    - le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
  TR   333    1    - le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire
                    inférieur ou le diplôme de régent(e);
  TR   333    1    - le diplôme agrégé de l'enseignement moyen et technique
                    du degré inférieur;
  TR   333    1    - le diplôme d'une formation initiale d'un cycle de la
                    discipline enseignement;
  TR   333    1    - le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire-groupe
                    1;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en orthopédagogie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en psychologie appliquée;
  TR   333    3    - bachelor en enseignement : enseignement maternel;
  TR   333    3    - bachelor en enseignement : enseignement primaire;
  TR   333    3    - bachelor en enseignement : enseignement secondaire.
                   Diplôme de base :
  TS   333    2    - gradue en orthopédagogie (enseignement supérieur de
                    promotion sociale de type court);
  TS   333    2    - gradue en sciences de la famille (enseignement supérieur
                    de promotion sociale de type court);
  TS   333    2    - gradue en sciences de réadaptation sociale (enseignement
                    supérieur de promotion sociale de type court);
  TS   333    2    - assistant gradue en psychologie (enseignement supérieur
                    de promotion sociale de type court);
  TS   333    2    - un des titres requis pour conseil psychopédagogique;
  TS   333    8    - au moins ESTCPE, tel que vise a l'article 7 de arrêté
                    du 14 juin 1989, et les diplômes assimiles dans cet
                    arrêté, + CAP;
  TS   333    3    - le diplôme de master, tel que vise a l'article 6, point
                    2bis de arrêté du 14 juin 1989 + CAP;
  TS   333    3    - le diplôme de bachelor a orientation professionnelle,
                    tel que vise a l'article 6, point 34bis de arrêté du 14
                    juin 1989 + CAP.
                   Diplôme de base :
  AT   300    6    - au moins ESTC;
  AT   300    4    - PBA au moins, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    Gouvernement flamand du 14 juin 1989.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   333    1    - een diploma van de basisopleiding sociaal werk van het
                    hoger onderwijs van een cyclus van het studiegebied
                    sociaalagogisch werk, waarvoor de graad van assistent in
                    de psychologie wordt verleend;
  VE   333    1    - een diploma of getuigschrift van het sociaal hoger
                    onderwijs van het korte type met volledig leerplan of van
                    een hogere technische school van de eerste graad,
                    waarvoor de graad van assistent in de psychologie werd
                    verleend;
  VE   333    1    - een diploma van de basisopleiding orthopedagogie van het
                    hoger onderwijs van een cyclus van het studiegebied
                    sociaalagogisch werk, waarvoor de graad van gegradueerde
                    in orthopedagogie wordt verleend;
  VE   333    1    - een diploma of getuigschrift van het sociaal hoger
                    onderwijs van het korte type met volledig leerplan of van
                    een hogere technische school van de eerste graad,
                    opleiding of afdeling orthopedagogie;
  VE   333    1    - het diploma van onderwijzer(es);
  VE   333    1    - het diploma van kleuteronderwijzer(es);
  VE   333    1    - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair
                    onderwijs of het diploma van regent(es);
  VE   333    1    - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en
                    technisch onderwijs van de lagere graad;
  VE   333    1    - het diploma van een basisopleiding in een cyclus van het
                    studiegebied onderwijs;
  VE   333    1    - het diploma van geaggregeerde voor het secundair
                    onderwijsgroep 1;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) orthopedagogie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) toegepaste psychologie;
  VE   333    3    - bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
  VE   333    3    - bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  VE   333    3    - bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs.
                   Basisdiploma :
  VO   333    2    - gegradueerde in de orthopedagogie (hoger onderwijs van
                    het korte type voor sociale promotie);
  VO   333    2    - gegradueerde in de gezinswetenschappen (hoger onderwijs
                    van het korte type voor sociale promotie);
  VO   333    2    - gegradueerde in de sociale readaptatiewetenschappen
                    (hoger onderwijs van het korte type voor sociale
                    promotie);
  VO   333    2    - gegradueerde assistent in de psychologie (hoger
                    onderwijs van het korte type voor sociale promotie);
  VO   333    2    - een van de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor
                    psycho-pedagogisch consulent;
  VO   333    8    - ten minste HOKTVL, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit
                    gelijkgestelde diploma's, + BPB;
  VO   333    3    - het diploma van master, als bepaald in artikel 6, punt
                    2bis van het besluit van 14 juni 1989 + BPB;
  VO   333    3    - het diploma van professioneel gerichte bachelor, als
                    bepaald in artikel 6, punt 34bis van het besluit van
                    14 juni 1989 + BPB.
                   Basisdiploma :
  AN   300    6    - ten minste HOKT;
  AN   300    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989.
  2.7. AUXILIAIRE PARAMEDICAL
  2.7. PARAMEDISCH WERKER
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   333    1    - un diplôme de la formation initiale de l'enseignement
                    supérieur d'un cycle de la discipline soins de santé;
  TR   333    1    - un diplôme de l'enseignement supérieur paramédical de
                    type court de plein exercice ou d'une formation ou
                    section paramédicale d'une école technique supérieure du
                    premier degré;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en technologie de laboratoire biomédical;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en ergothérapie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en logopédie et audiologie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en imagerie médicale;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en optique et optométrie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en orthopedie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en podologie;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en nursing;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en sciences de l'alimentation et en
                    diététique;
  TR   333    3    - bachelor (PBA) en obstétrique.
                   Disposition transitoire relative au diplôme de base :
  TR   277    1    - l'auxiliaire paramédical, entre en service auprès d'une
                    équipe subventionnée d'inspection médicale scolaire après
                    le 1er avril 1965, transféré à un centre d'encadrement
                    des élèves le 1er septembre 2000, qui n'est pas porteur
                    d'un diplôme de la formation initiale de l'enseignement
                    supérieur d'un cycle de la discipline soins de santé ou
                    d'un titre assimile
                   Diplôme de base :
  TS   333    2    - licencie en sciences médico-sociales;
  TS   333    2    - licencie en logopédie et audiologie;
  TS   333    2    - licencie en nutrition et diététique;
  TS   333    2    - licencie en sciences familiales et sexologiques;
  TS   333    2    - licencie en réadaptation motrice et kinésithérapie;
  TS   333    2    - licencie en sciences de réadaptation motrice et
                    kinésithérapie;
  TS   333    2    - licencie en kinésithérapie;
  TS   333    2    - licencie en organisation du travail et santé
  TS   333    4    - master en logopédie et audiologie;
  TS   333    4    - master en sciences sexologiques;
  TS   333    4    - master en sciences de réadaptation motrice et
                    kinésithérapie;
  TS   333    4    - master en kinésithérapie
                   Diplôme de base :
  AT   300    2    - un diplôme de l'enseignement supérieur paramédical de
                    promotion sociale de type court;
  AT   300    8    - infirmière brevetée (enseignement secondaire
                    professionnel complémentaire) ou un brevet en nursing
                    psychiatrique ou un brevet en nursing hospitalier ou un
                    diplôme en nursing psychiatrique (enseignement
                    secondaire) ou un diplôme en nursing hospitalier, avec
                    une expérience utile de 6 ans. Cette expérience utile est
                    évaluée par le directeur du centre lors du recrutement.
                    Une copie des attestations est transmise au poste de
                    travail lors de l'entrée en service;
  AT   300    4    - le diplôme en nursing, conféré à l'issue du quatrième
                    degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec
                    une expérience utile de six ans. Cette expérience utile
                    est évaluée par le directeur du centre lors du
                    recrutement. Une copie des attestations est transmise au
                    poste de travail lors de entrée en service.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   333    1    - een diploma van een basisopleiding van het hoger
                    onderwijs van een cyclus van het studiegebied
                    gezondheidszorg;
  VE   333    1    - een diploma van het paramedisch hoger onderwijs van het
                    korte type met volledig leerplan of een paramedische
                    opleiding of afdeling van een hogere technische school
                    van de eerste graad;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) biomedische laboratoriumtechnologie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) ergotherapie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) logopedie en audiologie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) medische beeldvorming;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) optiek en optometrie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) orthopedie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) podologie;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) verpleegkunde;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) voedings- en dieetkunde;
  VE   333    3    - bachelor (PBA) vroedkunde.
                   Overgangsbepaling inzake basisdiploma :
  VE   277    1    - paramedisch werker in dienst na 1 april 1965 bij een
                    gesubsidieerde equipe voor medisch schooltoezicht en op 1
                    september 2000 overgedragen naar een centrum voor
                    leerlingenbegeleiding, niet in het bezit van een diploma
                    van een opleiding van het hoger onderwijs van een cyclus
                    van het studiegebied gezondheidszorg of een hiermee
                    gelijkgesteld bekwaamheidsbewijs
                   Basisdiploma :
  VO   333    2    - licentiaat in de medisch-sociale wetenschappen;
  VO   333    2    - licentiaat in de logopedie en audiologie;
  VO   333    2    - licentiaat in de voedings- en dieetleer;
  VO   333    2    - licentiaat in de familiale en seksuologische
                    wetenschappen;
  VO   333    2    - licentiaat in de motorische revalidatie en
                    kinesitherapie;
  VO   333    2    - licentiaat in de revalidatiewetenschappen en de
                    kinesitherapie;
  VO   333    2    - licentiaat in de kinesitherapie;
  VO   333    2    - licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid;
  VO   333    4    - master in de logopedische en audiologische
                    wetenschappen;
  VO   333    4    - master in de seksuologie;
  VO   333    4    - master in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;
  VO   333    4    - master in de kinesitherapie.
                   Basisdiploma :
  AN   300    2    - een diploma van het paramedisch hoger onderwijs van het
                    korte type voor sociale promotie;
  AN   300    8    - gebrevetteerde verpleegster (aanvullend secundair
                    beroepsonderwijs) of brevet van psychiatrische
                    verpleegster of brevet van ziekenhuisverpleegster of
                    diploma in de psychiatrische verpleegkunde (secundair
                    onderwijs) of diploma in de ziekenhuisverpleegkunde
                    (secundair onderwijs), met zes jaar nuttige ervaring. Die
                    nuttige ervaring wordt bij de aanwerving beoordeeld door
                    de directeur van het centrum. Een kopie van de attesten
                    wordt bij de indiensttreding bezorgd aan het werkstation;
  AN   300    4    - diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde
                    graad van het beroepssecundair onderwijs, met zes jaar
                    nuttige ervaring. Die nuttige ervaring wordt bij de
                    aanwerving beoordeeld door de directeur van het centrum.
                    Een kopie van de attesten wordt bij de indiensttreding
                    bezorgd aan het werkstation.
  2.8. COLLABORATEUR ADMINISTRATIF
  2.8. ADMINISTRATIEF WERKER
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   333    5    - le diplôme d'ingénieur technicien;
  TR   333    5    - le diplôme universitaire de conducteur civil;
  TR   333    5    - le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième
                    degré;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du
                    deuxième degré de plein exercice;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de
                    plein exercice, délivré a l'issue d'un cycle d'au moins
                    quatre années études;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de
                    plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 a
                    l'issue d'un cycle d'au moins trois années études par
                    un établissement des arts plastiques;
  TR   333    5    - le diplôme de lauréat, délivré par le "Lemmensinstituut"
                    a Louvain;
  TR   333    5    - le diplôme du deuxième cycle, délivré par un
                    Conservatoire royal de Musique;
  TR   333    5    - le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme
                    d'un cycle d'au moins trois années études par le
                    "Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en
                    Toegepaste Kunsten" a Hasselt, le "Provinciaal Hoger
                    Architectuurinstituut" a Hasselt-Diepenbeek et le
                    "Stedelijk Hoger Architectuurintituut 'De Bijloke'" a
                    Gand;
  TR   333    5    - le diplôme de décorateur intérieur, obtenu avant
                    année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un
                    cycle d'au moins trois années études par le "Nationaal
                    Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw  à Anvers;
  TR   333    5    - le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
  TR   333    5    - le diplôme d'officier-mecanicien de 1re classe;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du
                    premier degré de plein exercice;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de
                    plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins
                    deux années études;
  TR   333    5    - le diplôme du premier cycle, délivré par un
                    Conservatoire royal de Musique;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de
                    plein exercice;
  TR   333    5    - le diplôme d'une école supérieure technique du premier
                    degré;
  TR   333    5    - le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
  TR   333    5    - le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
  TR   333    5    - le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire
                    inférieur ou le diplôme de régent(e);
  TR   333    5    - le diplôme agrégé de l'enseignement moyen et technique
                    du degré inférieur;
  TR   333    5    - le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
  TR   333    5    - le diplôme de gradue en sciences religieuses;
  TR   333    5    - le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire -
                    groupe 1;
  TR   333    5    - le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire -
                    groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des
                    enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une
                    unité de formation;
  TR   333    5    - le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur,
                    délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de
                    musique;
  TR   333    5    - le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième
                    degré;
  TR   333    5    - le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion
                    sociale de type court ou d'un cours technique supérieur
                    du premier degré;
  TR   333    1    - le diplôme de premier prix, délivré par un établissement
                    d'enseignement supérieur de la musique;
  TR   333    1    - le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur
                    la collation des grades académiques;
  TR   333    1    - les autres diplômes de candidat délivrés par une
                    université belge ou un établissement y assimile, par un
                    établissement y autorise par la loi ou par le décret ou
                    par un jury crée par l'Etat ou la Communauté;
  TR   333    1    - le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat
                    de la danse et de la pédagogie de la danse;
  TR   333    4    - un titre du niveau PBA.
                   Diplôme de base :
  TS   333    6    - au moins ESTL;
  TS   333    4    - au moins master, tel que vise a l'article 7 de arrêté
                    du 14 juin 1989.
                   Diplôme de base :
  AT   202    2    au moins ESS, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    14 juin 1989, et les diplômes assimiles dans cet arrêté
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   333    5    - het diploma van technisch ingenieur;
  VE   333    5    - het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
  VE   333    5    - het diploma van een hogere technische school van de
                    tweede graad;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede
                    graad met volledig leerplan;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig
                    leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier
                    studiejaren;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig
                    leerplan voor 1 september 1969 uitgereikt na een cyclus
                    van ten minste drie studiejaren door een instelling voor
                    de beeldende kunsten;
  VE   333    5    - het laureaatsdiploma, uitgereikt door het
                    Lemmensinstituut te Leuven;
  VE   333    5    - het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een
                    Koninklijk Muziekconservatorium;
  VE   333    5    - het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een
                    cyclus van ten minste drie studiejaren door het
                    Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en
                    Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger
                    Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het
                    Stedelijk Hoger Architectuurinstituut "De Bijloke" te
                    Gent;
  VE   333    5    - het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het
                    academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van
                    ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger
                    Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in Antwerpen;
  VE   333    5    - het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
  VE   333    5    - het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste
                    graad met volledig leerplan;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig
                    leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee
                    studiejaren;
  VE   333    5    - het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een
                    Koninklijk Muziekconservatorium;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger onderwijs van het korte type
                    met volledig leerplan;
  VE   333    5    - het diploma van een hogere technische school van de
                    eerste graad;
  VE   333    5    - het diploma van onderwijzer(es);
  VE   333    5    - het diploma van kleuteronderwijzer(es);
  VE   333    5    - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair
                    onderwijs of het diploma van regent(es);
  VE   333    5    - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en
                    technisch onderwijs van de lagere graad;
  VE   333    5    - het diploma van een basisopleiding in een cyclus;
  VE   333    5    - het diploma van gegradueerde in de
                    godsdienstwetenschappen;
  VE   333    5    - het diploma van geaggregeerde voor het secundair
                    onderwijs-groep 1;
  VE   333    5    - het diploma van geaggregeerde voor het secundair
                    onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de
                    voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende
                    uitdieping van een opleidingseenheid;
  VE   333    5    - het diploma van virtuositeit en het hoger diploma,
                    uitgereikt door een instelling voor hoger
                    muziekonderwijs;
  VE   333    5    - het diploma van een hogere technische leergang van de
                    tweede graad;
  VE   333    5    - het diploma van het hoger onderwijs van het korte type
                    voor sociale promotie of van een hogere technische
                    leergang van de eerste graad;
  VE   333    1    - het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een
                    instelling voor hoger muziekonderwijs;
  VE   333    1    - het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet
                    op het toekennen van de academische graden;
  VE   333    1    - de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een
                    Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde
                    instelling, door een door de wet of door het decreet
                    daartoe gemachtigde instelling of door een door de Staat
                    of de Gemeenschap opgerichte examencommissie;
  VE   333    1    - het getuigschrift uitgereikt door de Hogere
                    Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
  VE   333    4    - een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA.
                   Basisdiploma :
  VO   333    6    - ten minste HOLT;
  VO   333    4    - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989.
                   Basisdiploma :
  AN   202    2    ten minste HSO, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit
                    gelijkgestelde diploma's.
  2.9. COLLABORATEUR
  2.9. MEDEWERKER
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   202    5    - le brevet d'une école ou d'un cours secondaire
                    professionnel complémentaire;
  TR   202    1    - le certificat études de la première année études du
                    quatrième degré de l'enseignement secondaire;
  TR   202    5    - le diplôme en nursing psychiatrique;
  TR   202    5    - le diplôme en nursing hospitalier;
  TR   202    5    - le diplôme de finalité de l'enseignement artistique a
                    horaire réduit;
  TR   202    5    - le certificat homologue de l'enseignement secondaire
                    supérieur;
  TR   202    5    - le certificat homologue de l'enseignement moyen du degré
                    supérieur;
  TR   202    5    - le diplôme homologue de l'enseignement secondaire;
  TR   202    5    - le diplôme de l'enseignement secondaire;
  TR   202    5    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    technique supérieur;
  TR   202    5    - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire technique;
  TR   202    5    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    artistique supérieur;
  TR   202    5    - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire artistique;
  TR   202    5    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    professionnel supérieur;
  TR   202    5    - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire professionnel;
  TR   202    4    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire.
                   Assimilations au diplôme de base :
  TR   202    1    Les titres des membres du personnel actifs au 31 août 2000
                    en tant que commis statutaire dans un centre PMS, et
                    concordes au 1er septembre 2000 avec la fonction de
                    collaborateur, sont également assimiles aux titres requis
                    pour la fonction de collaborateur.
                   Disposition transitoire relative au diplôme de base :
  TR   278    1    Les membres du personnel actifs en tant qu'employé
       ou           administratif, au 31 août 2000, dans une équipe
       279          subventionnée d'inspection médicale scolaire, et
                    concordes, par application de l'article 182 du décret sur
                    les centres d'encadrement des élèves, a l'emploi de
                    collaborateur, conservent a titre transitoire et en
                    application de l'article 191 du même décret, l'échelle de
                    traitement qu'ils avaient le 31 août 2000.
                   Diplôme de base :
  VS   202    6    - au moins ESTC;
  VS   202    4    - au moins PBA, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    14 juin 1989.
                   Diplôme de base :
  AT   200    2    au moins ETSI, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    14 juin 1989, et les diplômes assimiles dans cet arrêté,
                    avec une expérience utile de 6 ans. Cette expérience
                    utile est évaluée par le directeur du centre lors du
                    recrutement. Une copie des attestations est transmise au
                    poste de travail lors de entrée en service.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   202    5    - het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool
                    of leergang;
  VE   202    1    - het studiegetuigschrift van het eerste leerjaar van de
                    vierde graad van het secundair onderwijs;
  VE   202    5    - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
  VE   202    5    - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
  VE   202    5    - het finaliteitdiploma van het kunstonderwijs, ingericht
                    volgens beperkt leerplan;
  VE   202    5    - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair
                    onderwijs;
  VE   202    5    - het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar
                    onderwijs van de hogere graad;
  VE   202    5    - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
  VE   202    5    - het diploma van secundair onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau hoger technisch
                    secundair onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het technisch secundair onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair
                    onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het kunstsecundair onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau van hoger
                    beroepssecundair onderwijs;
  VE   202    5    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het beroepssecundair onderwijs;
  VE   202    4    - een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair
                    onderwijs.
                   Gelijkstellingen inzake basisdiploma :
  VE   202    1    De bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden die op
                    31 augustus 2000 werkzaam zijn als vastbenoemde klerk in
                    een PMS-centrum, en die op 1 september 2000 worden
                    geconcordeerd naar het ambt van medewerker, worden
                    eveneens gelijkgesteld met een bekwaamheidsbewijs vereist
                    voor het ambt van medewerker.
                   Overgangsbepaling inzake basisdiploma :
  VE   278    1    Voor personeelsleden die op 31 augustus 2000 werkzaam
       of           waren in een gesubsidieerde equipe voor medisch
       279          schooltoezicht als administratief bediende en die
                    overeenkomstig artikel 182 van het decreet CLB
                    geconcordeerd werden naar het ambt van medewerker,
                    behouden bij wijze van overgang met toepassing van
                    artikel 191 van hetzelfde decreet de salarisschaal die
                    zij hadden op 31 augustus 2000.
                   Basisdiploma :
  VO   202    6    - ten minste HOKT;
  VO   202    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989.
                   Basisdiploma :
  AN   200    2    ten minste LSTO, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit
                    gelijkgestelde diploma's, met zes jaar nuttige ervaring.
                    Die nuttige ervaring wordt bij de aanwerving beoordeeld
                    door de directeur van het centrum. Een kopie van de
                    attesten wordt bij de indiensttreding bezorgd aan het
                    werkstation.
  2.10. MEDIATEUR INTERCULTUREL
  2.10. INTERCULTUREEL BEMIDDELAAR
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   202    7    - le brevet d'une école ou d'un cours secondaire
                    professionnel complémentaire;
  TR   202    3    - le certificat études de la première année études du
                    quatrième degré de l'enseignement secondaire;
  TR   202    7    - le diplôme en nursing psychiatrique;
  TR   202    7    - le diplôme en nursing hospitalier;
  TR   202    7    - le diplôme de finalité de l'enseignement artistique a
                    horaire réduit;
  TR   202    7    - le certificat homologue de l'enseignement secondaire
                    supérieur;
  TR   202    7    - le certificat homologue de l'enseignement moyen du degré
                    supérieur;
  TR   202    7    - le diplôme homologue de l'enseignement secondaire;
  TR   202    7    - le diplôme de l'enseignement secondaire;
  TR   202    7    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    technique supérieur;
  TR   202    7    - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire technique;
  TR   202    7    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    artistique supérieur;
  TR   202    7    un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire artistique;
  TR   202    7    - un titre du niveau de l'enseignement secondaire
                    professionnel supérieur;
  TR   202    7    - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement
                    secondaire professionnel.
  TR   202    4    un titre du niveau de l'enseignement secondaire.
                   Disposition transitoire relative au diplôme de base :
                   - Les membres du personnel actifs en tant que
                    collaborateur interculturel, au 31 août 2000, dans un
                    centre et/ou comme médiateur interculturel dans une
                    équipe subventionnée d'inspection médicale scolaire, et
                    concordes, par application de l'article 182 du décret du
                    1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des
                    élèves, a l'emploi de collaborateur, conservent, en
                    exécution de l'article 191 du même décret, échelle de
                    traitement qu'ils avaient le 31 août 2000.
                   Diplôme de base :
  TS   202    7    - au moins ESTC;
  TS   202    4    - au moins PBA, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    14 juin 1989.
                   Diplôme de base :
  AT   200    3    - au moins ETSI, tel que vise a l'article 7 de arrêté du
                    14 juin 1989, et les diplômes assimiles dans cet arrêté,
                    avec une expérience utile de 6 ans. Cette expérience
                    utile est évaluée par le directeur du centre lors du
                    recrutement. Une copie des attestations est transmise au
                    poste de travail lors de entrée en service.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   202    7    - het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool
                    of leergang;
  VE   202    3    - het studiegetuigschrift van het eerste leerjaar van de
                    vierde graad van het secundair onderwijs;
  VE   202    7    - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
  VE   202    7    - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
  VE   202    7    - het finaliteitdiploma van het kunstonderwijs, ingericht
                    volgens beperkt leerplan;
  VE   202    7    - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair
                    onderwijs;
  VE   202    7    - het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar
                    onderwijs van de hogere graad;
  VE   202    7    - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
  VE   202    7    - het diploma van secundair onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau hoger technisch
                    secundair onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het technisch secundair onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair
                    onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het kunstsecundair onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau van hoger
                    beroepssecundair onderwijs;
  VE   202    7    - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van
                    het beroepssecundair onderwijs.
  VE   202    4    - een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair
                    onderwijs.
                   Overgangsbepaling inzake basisdiploma :
                   - Personeelsleden die op 31 augustus 2000 als
                    interculturele medewerker in een PMS-centrum en/ of als
                    intercultureel bemiddelaar werkzaam waren in een
                    gesubsidieerde equipe voor medisch schooltoezicht en die
                    overeenkomstig artikel 182 van het decreet van 1 december
                    1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding,
                    geconcordeerd werden naar het ambt van medewerker
                    behouden in uitvoering van artikel 191 van hetzelfde
                    decreet, de salarisschaal die zij hadden op 31 augustus
                    2000.
                   Basisdiploma :
  VO   202    7    - ten minste HOKT;
  VO   202    4    - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het besluit
                    van 14 juni 1989;
                   Basisdiploma :
  AN   200    3    - ten minste LSTO, als vermeld in artikel 7 van het
                    besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit
                    gelijkgestelde diploma's, met 6 jaar nuttige ervaring.
                    Deze nuttige ervaring wordt bij de aanwerving beoordeeld
                    door de directeur van het centrum. Een kopie van de
                    attesten wordt bij de indiensttreding bezorgd aan het
                    werkstation.
  2.11. EXPERT DU VECU
  2.11. ERVARINGSDESKUNDIGE
       Ech   Code                            TITRES
        -     -                                -
                   Diplôme de base :
  TR   200    7    - le certificat de la formation d'expert du vécu en
                    pauvreté et exclusion sociale de la discipline
                    'personenzorg' (soins aux personnes) de l'enseignement de
                    promotion sociale (enseignement secondaire technique du
                    troisième degré a horaire réduit);
  TR   200    4    - le certificat de fin études ou certificat d'expert du
                    vécu en pauvreté et exclusion sociale.
  TS   202    4    - le certificat de fin études ou certificat de la
                    formation " jeugd- en gehandicaptenzorg " (soins aux
                    jeunes et aux personnes handicapées).
                   Diplôme de base :
  AT   084    3    - un titre n'appartenant pas aux titres vises a l'article
                    6, points 1 a 46 inclus, de arrêté du 14 juin 1989.
       SSC   Code                     BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN
        -     -                                -
                   Basisdiploma :
  VE   200    7    - het certificaat van de opleiding tot ervaringsdeskundige
                    in armoede en sociale uitsluiting van het studiegebied
                    personenzorg van het onderwijs voor sociale promotie
                    (technisch secundair onderwijs van de derde graad met
                    beperkt leerplan);
  VE   200    4    - het getuigschrift of het certificaat van de opleiding
                    tot ervaringsdeskundige in armoede en sociale
                    uitsluiting.
  VO   202    4    - het getuigschrift of het certificaat van de opleiding
                    jeugd- en gehandicaptenzorg.
                   Basisdiploma :
  AN   084    3    - een studiebewijs dat niet behoort tot de studiebewijzen,
                    vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 46, van het
                    besluit van 14 juni 1989.
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 1991 pris en exécution du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 pris en exécution du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves.
  Bruxelles, le 9 novembre 2007.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE.
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
  Brussel, 9 november 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
-