Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 JULI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderwijs aan huis voor zieke kinderen en jongeren (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-2007 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
13 JUILLET 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'enseignement en milieu familial destiné aux enfants et jeunes malades (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-08-2007 et mise à jour au 02-10-2025)
Informations sur le document
Numac: 2007036468
Datum: 2007-07-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007036468
Date: 2007-07-13
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op :
  1° de regelmatige [1 leerlingen [3 ...]3]1 van het gewoon en buitengewoon [1 basisonderwijs]1, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de regelmatige al dan niet leerplichtige leerlingen van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, [2 ...]2.
  
Article 1. Le présent arrêté s'applique :
  1° aux [1 élèves]1 réguliers [3 ...]3 de l'[1 enseignement fondamental]1 ordinaire et spécial, financé ou subventionné par la Communauté flamande;
  2° aux élèves réguliers scolarisables ou non de l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, financé ou subventionné par le Communauté flamande, [2 visé à l'article 116 de la codification relative à l'enseignement secondaire]2.
  
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° afstand : de kortst mogelijke afstand, gemeten langs de rijbaan, vermeld in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, eenrichtingsverkeer en autosnelwegen;
  2° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf;
  3° chronische ziekte : een ziekte waarvoor een continue of repetitieve behandeling van minstens zes maanden noodzakelijk is;
  4° lestijden : lestijden in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, uren-leraar in het gewoon secundair onderwijs en lesuren in het buitengewoon secundair onderwijs;
  5° schoolbestuur : het schoolbestuur van het [1 basisonderwijs]1, vermeld in artikel 3, 50°, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, [2 en het schoolbestuur, zoals vermeld in artikel 3, 40°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]2;
  6° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgend kalenderjaar;
  7° verblijfplaats : de eigen woonplaats, de woonplaats van een verwante of derde persoon, of een medische instelling waar de leerling tijdens zijn ziekte of na zijn ongeval effectief verblijft [3 ;]3
  [3 8° Vlaams detentiecentrum: een Vlaams detentiecentrum als vermeld in artikel 41 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
   9° voorziening veilig verblijf: een voorziening als vermeld in artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp.]3

  
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° distance : la plus courte distance mesurée le long de la voie de circulation, mentionnée dans l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière, sans tenir compte de déviations, rues piétonnières, de circulation à sens unique et d'autoroutes;
  2° personnes concernées : les personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur, ou l'élève majeur même;
  3° maladie chronique : une maladie nécessitant un traitement continu ou répétitif d'au moins six mois;
  4° périodes : périodes dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, périodes-professeur dans l'enseignement secondaire ordinaire et heures de cours dans l'enseignement secondaire spécial;
  5° autorité scolaire : l'autorité scolaire de l'[1 enseignement fondamental]1, visé à l'article 3, 50°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, [2 et l'autorité scolaire, telle que visée à l'article 3, 40° de la codification relative à l'enseignement secondaire]2;
  6° année scolaire : la période du 1er septembre au 31 août inclus de l'année calendaire suivante;
  7° résidence : le propre domicile, le domicile d'un parent ou d'une tierce personne, ou un établissement médical où l'élève réside effectivement pendant sa maladie ou après son accident [3 ;]3
  [3 8° centre de détention flamand : un centre de détention flamand tel que visé à l'article 41 du décret du 15 février 2019 sur le droit en matière de délinquance juvénile ;
   9° structure de séjour sûr : une structure telle que visée à l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse. ]3

  
HOOFDSTUK II. - Tijdelijk onderwijs aan huis.
CHAPITRE II. - Enseignement temporaire en milieu familial.
Art. 3. Een leerling heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis door de school waar de leerling is ingeschreven als aan al de volgende voorwaarden voldaan is :
  1° de leerling is wegens ziekte of ongeval al een ononderbroken periode van 21 kalenderdagen afwezig op school. Die periode kan ook in het voorafgaande schooljaar geheel of gedeeltelijk doorlopen zijn.
  In de volgende gevallen geldt die voorwaarde evenwel niet en is er een onmiddellijk recht op onderwijs aan huis :
  a) als de leerling na een periode van onderwijs aan huis de lesbijwoning op school hervat, maar binnen een termijn van drie maanden, schoolvakanties niet inbegrepen, opnieuw afwezig is wegens ziekte of ongeval;
  b) als de leerling lijdt aan een chronische ziekte; deze bepaling geeft uitvoering aan de uitzondering opgenomen in [1 artikel 117, § 3, tweede lid, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1, voor wat het secundair onderwijs betreft, en aan de uitzondering opgenomen in artikel 34, § 3, tweede lid, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij de artikelen II.3 en II.13 van hetzelfde decreet van 15 juli 2005, voor wat het basisonderwijs betreft;
  2° de afstand tussen de school enerzijds en de verblijfplaats van de leerling anderzijds bedraagt maximaal 10 km in het gewoon onderwijs en maximaal 20 km in het buitengewoon onderwijs. Hierbij wordt de voor de leerling, qua afstand, meest gunstige vestigingsplaats van de school in beschouwing genomen, ongeacht of dat de vestigingsplaats is waar de leerling normaliter de lessen volgt;
  3° [2 de betrokken personen vragen tijdelijk onderwijs aan huis aan bij de directie.
   Voor niet-chronisch zieke leerlingen moet de aanvraag gebaseerd zijn op een medisch attest waaruit blijkt dat de leerling onmogelijk naar school kan gaan, maar wel onderwijs mag krijgen. Dit attest wordt aan de school bezorgd. Als de afwezigheid wegens ziekte of ongeval wordt verlengd of als de leerling na het hervatten van de lessen op school binnen een termijn van drie maanden opnieuw afwezig is wegens ziekte of ongeval, moet geen nieuwe aanvraag gebeuren.
   Voor chronisch zieke leerlingen moet er per school maar één aanvraag gebeuren en wordt het medisch attest maar éénmaal bezorgd aan de school. Het medisch attest, dat het chronische ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt dat de leerling onderwijs mag krijgen, wordt opgemaakt door een arts-specialist.]2

  
Art. 3. Un élève a droit à un enseignement temporaire en milieu familial organisé par l'école où l'élève est inscrit, s'il est satisfait à toutes les conditions ci-dessous :
  1° l'élève a déjà été absent pendant une période ininterrompue de 21 jours calendaires pour cause de maladie ou d'accident. Cette période peut également avoir été parcourue en tout ou en partie pendant l'année scolaire précédente.
  Dans les cas suivants, la condition susvisée ne s'applique toutefois pas et l'élève malade a immédiatement droit à un enseignement en milieu familial :
  a) si l'élève recommence à suivre les cours à l'école après une période d'enseignement en milieu familial, mais s'absente de nouveau endéans un délai de trois mois, vacances scolaires non comprises, pour cause de maladie ou d'accident;
  b) si l'élève souffre d'une maladie chronique; cette disposition donne exécution à l'exception reprise à [1 l'article 117, § 3, deuxième alinéa de la codification relative à l'enseignement secondaire]1, pour ce qui concerne l'enseignement, et à l'exception reprise à l'article 34, § 3, alinéa deux, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par les articles II.3 et II.13 du même décret du 15 juillet 2005, pour ce qui concerne l'enseignement fondamental;
  2° la distance entre l'école d'une part et la résidence de l'élève d'autre part n'est pas supérieure à 10 km dans l'enseignement ordinaire et n'est pas supérieure à 20 km dans l'enseignement spécial. A cet égard, le lieu d'implantation le plus favorable pour l'élève de l'école est pris en ligne de compte, que ce soit l'implantation où l'élève suit normalement les cours ou non;
  3° [2 les personnes concernées demandent un enseignement temporaire en milieu familial auprès de la direction.
   Pour les élèves souffrant d'une maladie non chronique, la demande doit être basée sur un certificat médical attestant que l'enfant se trouve dans l'impossibilité d'aller à l'école mais est à même de recevoir de l'enseignement. Ce certificat est transmis à l'école. En cas de prolongation de l'absence à la suite de maladie ou d'accident ou en cas d'une nouvelle absence de l'élève à la suite de maladie ou d'accident dans un délai de trois mois après sa reprise des cours à l'école l'introduction d'une nouvelle demande n'est pas nécessaire.
   Pour les élèves souffrant d'une maladie chronique, il suffit d'introduire une seule demande par école et le certificat médical ne doit être remis à l'école qu'une seule fois. Le certificat médical attestant le syndrome chronique et affirmant que l'élève peut recevoir de l'enseignement', est établi par un médecin spécialiste.]2

  
Art. 4. Een leerling die wegens niet-chronische ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig is op school, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis, op voorwaarde dat uit het medisch attest blijkt dat de leerling onmogelijk halftijds of meer naar school kan gaan. Alle overige bepalingen van dit besluit blijven van toepassing.
Art. 4. Un élève qui fréquente l'école moins qu'à mi-temps sur une base hebdomadaire pour cause d'une maladie chronique ou d'un accident, a droit à un enseignement temporaire en milieu familial, à condition qu'il apparaisse d'un certificat médical, que l'élève est dans l'impossibilité de se rendre à l'école à mi-temps ou plus. Toutes les autres dispositions du présent arrêté restent d'application.
Art. 5. Voor een leerling die voldoet aan alle bepalingen van artikel 3, met uitzondering van het afstandscriterium, en eventueel artikel 4, kan de school door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd tijdelijk onderwijs aan huis vrijwillig organiseren. In voorkomend geval moet de school in een afstandsregeling voorzien die een gelijke behandeling waarborgt.
Art. 5. Pour un élève qui remplit toutes les dispositions de l'article 3, à l'exception du critère de la distance, et éventuellement de l'article 4, l'école financée ou subventionnée par la Communauté flamande peut organiser volontairement un enseignement temporaire en milieu familial. Le cas échéant, l'école doit pourvoir en un régime à distance qui assure un traitement égal.
Art. 6. Tijdelijk onderwijs aan huis kan niet worden georganiseerd in een preventorium, in een ziekenhuis waar onderwijs van type 5 wordt georganiseerd of in een dienst neuropsychiatrie voor kinderen.
Art. 6. Un enseignement temporaire en milieu familial ne peut pas être organisé dans un préventorium, un hôpital où est organisé un enseignement de type 5 ou un service neuropsychiatrie pour enfants.
Art. 7. § 1. De directie van de school waar de leerling is ingeschreven, organiseert op de verblijfplaats het tijdelijke onderwijs aan huis zo spoedig mogelijk en uiterlijk vanaf de schoolweek die volgt op de week waarin de aanvraag ontvankelijk werd bevonden.
  [1 Bij een chronische ziekte kan het tijdelijk onderwijs aan huis ook gedeeltelijk op school georganiseerd worden.
   In het basisonderwijs gebeurt dat na een akkoord tussen de betrokken personen en de school en vindt dit plaats buiten normale aanwezigheid van de leerlingen zoals gedefinieerd in artikel 3, 43°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en niet tijdens de middagpauze als vermeld in artikel 3, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
   In het secundair onderwijs gebeurt dat na een akkoord tussen de betrokken personen en de school en vindt dit plaats buiten de lesuren van toepassing op het structuuronderdeel waarin de betrokken leerling is ingeschreven en niet tijdens de middagpauze als vermeld in artikel 3, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs.]1

  Als de leerling, voorafgaand aan het tijdelijke onderwijs aan huis, onderwijs heeft gekregen in een preventorium, een ziekenhuis waar onderwijs van type 5 wordt georganiseerd of een dienst neuropsychiatrie voor kinderen, dan moet de directie van de school die het onderwijs aan huis organiseert overleg plegen met de directie van die voorafgaande instelling.
  § 2. Het tijdelijke onderwijs aan huis vindt plaats naar rata van vier wekelijkse lestijden.
  Voor chronisch zieke leerlingen gelden die vier wekelijkse lestijden per schijf van 9 halve lesdagen afwezigheid.
  § 3. In het secundair onderwijs beslist de directeur of de klassenraad, naar keuze van het schoolbestuur, na overleg met de betrokken personen welke vakken aan huis worden onderwezen. Die vakken mogen tijdens de duurtijd van het onderwijs aan huis wisselen.
  
Art. 7. § 1er. La direction de l'école où l'élève est inscrit organise l'enseignement temporaire en milieu familial à la résidence, le plus vite possible et au plus tard à partir de la première semaine de classe suivant celle pendant laquelle la demande a été jugée recevable.
  [1 En cas de maladie chronique, l'enseignement temporaire dispensé en milieu familial peut en partie également être dispensé à l'école.
   Dans l'enseignement fondamental, cet enseignement est dispensé après un accord entre les personnes concernées et l'école et a lieu en dehors de présence normale des élèves telle que définie à l'article 3, 43° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et pas pendant la pause de midi telle que visée à l'article 3, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande.
   Dans l'enseignement secondaire, cet enseignement sera dispensé après un accord entre les personnes concernées et l'école et a lieu en dehors des heures de cours applicables à la subdivision structurelle dans laquelle l'élève concerné est inscrit et pas pendant la pause de midi telle que visée à l'article 3, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire.]1

  Si l'élève, préalablement à l'enseignement temporaire en milieu familial, a suivi les cours dans un préventorium, un hôpital où est organisé un enseignement de type 5 ou un service neuropsychiatrie pour enfants, la direction de l'école qui organise l'enseignement en milieu familial doit se concerter avec la direction de cet établissement précédent.
  § 2. L'enseignement temporaire en milieu familial a lieu au prorata de quatre périodes hebdomadaires.
  Aux élèves chroniquement malades, quatre périodes hebdomadaires sont comptées par tranche de 9 demi-journées de classe d'absence.
  § 3. Dans l'enseignement secondaire, le directeur ou le conseil de classe, selon le choix de l'autorité scolaire, arrête les matières à enseigner en milieu familial, après concertation avec les personnes concernées. Le choix de ces matières peut varier pendant la durée de l'enseignement en milieu familial.
  
Hoofdstuk II/1. [1 Tijdelijk onderwijs aan huis voor leerlingen die verblijven in een ziekenhuis waar geen onderwijsaanbod aanwezig is en voor leerlingen die opgenomen zijn in voorzieningen veilig verblijf en het Vlaams detentiecentrum.]1
Chapitre II/1. [1 Enseignement temporaire en milieu familial pour les élèves séjournant dans un hôpital où aucune offre d'enseignement n'est disponible et pour les élèves admis dans des structures de séjour sûr et dans le centre de détention flamand]1
Art.7/1. [1 Voor een leerling die verblijft in een ziekenhuis waar geen onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of dat geen dienst met onderwijsbehoeften is als vermeld in deel IV, hoofdstuk 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, geldt de voorwaarde van maximale afstand, vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, van dit besluit, niet. De school organiseert in de voormelde situaties altijd tijdelijk onderwijs aan huis. De voormelde verplichting blijft bestaan tijdens een verder herstel thuis en tot de leerling opnieuw naar school gaat.
   Het recht op tijdelijk onderwijs aan huis, vermeld in het eerste lid, kan overeenkomstig artikel 34, § 6 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 117, § 6 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, gecombineerd worden met het recht op synchroon internetonderwijs, vermeld in artikel 36/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 117/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.]1

  
Art.7/1. [1 Pour un élève séjournant dans un hôpital où l'enseignement de type 5 n'est pas financé ou subventionné ou qui n'est pas un service présentant des besoins en matière d'enseignement tel que visé à la partie IV, chapitre 2, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, la condition de distance maximale, visée à l'article 3, alinéa 1er, 2°, du présent arrêté, ne s'applique pas. Dans les situations précitées, l'école organise toujours de l'enseignement temporaire en milieu familial. L'obligation précitée demeure applicable pendant une période de convalescence à domicile et jusqu'à ce que l'élève retourne à l'école.
   Le droit à l'enseignement temporaire en milieu familial, visé à l'alinéa 1er, peut être combiné conformément à l'article 34, § 6, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 117, § 6, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, avec le droit à l'enseignement synchrone via internet, visé à l'article 36/1 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 117/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.]1

  
Art.7/2. [1 In afwijking van artikel 3, 4, 5 en 7 hebben jongeren die verblijven in een voorziening veilig verblijf of in het Vlaams detentiecentrum, recht op tijdelijk onderwijs aan huis gedurende de volledige duur van hun verblijf in de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum.
   Het recht op tijdelijk onderwijs aan huis, vermeld in het eerste lid, kan overeenkomstig artikel 34, § 6, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 117, § 6, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, gecombineerd worden met het recht op synchroon internetonderwijs, vermeld in artikel 36/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 117/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.]1

  
Art.7/2. [1 Par dérogation aux articles 3, 4, 5 et 7, les jeunes séjournant dans une structure de séjour sûr ou dans le centre de détention flamand ont droit à l'enseignement temporaire en milieu familial pendant toute la durée de leur séjour dans la structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand.
   Le droit à l'enseignement temporaire en milieu familial, visé à l'alinéa 1er, peut être combiné conformément à l'article 34, § 6, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 117, § 6, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, avec le droit à l'enseignement synchrone via internet, visé à l'article 36/1 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 117/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.]1

  
Art.7/3. [1 De voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum sluit een samenwerkingsovereenkomst met een gefinancierde of gesubsidieerde school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs of secundair onderwijs om het recht op tijdelijk onderwijs aan huis, vermeld in artikel 7/2 te realiseren.
   De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, heeft een duur van minimaal één schooljaar.]1

  
Art.7/3. [1 La structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand conclut un accord de coopération avec une école financée ou subventionnée pour l'enseignement fondamental ou secondaire ordinaire ou spécial afin de réaliser le droit à l'enseignement temporaire en milieu familial visé à l'article 7/2.
   L'accord de coopération, visé au paragraphe 1er, a une durée minimale d'une année scolaire.]1

  
Art.7/4.[1 Voor de voorzieningen veilig verblijf worden op schooljaarbasis met toepassing van artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp vier lestijden tijdelijk onderwijs aan huis per erkende plaats veilig verblijf toegekend.
   Voor het Vlaams detentiecentrum worden op schooljaarbasis vier lestijden tijdelijk onderwijs aan huis toegekend per erkende plaats [2 als vermeld in artikel 5 van het ministerieel besluit van 7 juni 2024]2 tot vaststelling van de capaciteit van de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum.
   Per erkende plaats in de voorzieningen veilig verblijf en het Vlaams detentiecentrum wordt 234 euro werkingsbudget voorzien.]1

  
Art.7/4.[1 Pour les structures de séjour sûr, quatre périodes de cours de l'enseignement temporaire en milieu familial sont accordées sur la base d'une année scolaire pour chaque place agréée de séjour sûr, en application de l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse.
   Pour le centre de détention flamand, quatre périodes de cours de l'enseignement temporaire en milieu familial sont accordées sur la base d'une année scolaire pour chaque place agréée [2 telle que visée à l'article 5 de l'arrêté ministériel du 7 juin 2024]2 fixant la capacité des institutions communautaires et du centre de détention flamand.
   Un budget de fonctionnement de 234 euros est prévu pour chaque place agréée dans les structures de séjour sûr et le centre de détention flamand.]1

  
Art.7/5. [1 § 1. De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 7/3, legt vast welke school het pakket aan lestijden, lesuren of uren-leraar, vermeld in artikel 7/4, kan aanwenden om het tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren in een voorziening veilig verblijf of in het Vlaams detentiecentrum.
   De school, vermeld in het eerste lid, bezorgt de volgende informatie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:
   1° de vermelding dat een onderwijsopdracht opgenomen wordt in het Vlaams detentiecentrum of een voorziening veilig verblijf;
   2° de vermelding over welk volume het gaat;
   3° welke personeelsleden het aanbod tijdelijk onderwijs aan huis zullen uitvoeren.
   § 2. Als de jongere die verblijft in een voorziening veilig verblijf of in het Vlaams detentiecentrum, nog ingeschreven is in een andere school dan de school, vermeld in paragraaf 1, blijft de jongere in die school ingeschreven. Er is geen bijkomende inschrijving nodig in de school die het tijdelijk onderwijs aan huis organiseert.
   § 3. De school, vermeld in paragraaf 1, werkt verder aan het curriculum dat de leerling volgde in de school waar de jongere ingeschreven is. De beide scholen maken daarover afspraken, die ze vastleggen in een individueel handelingsplan voor de jongere. In overleg met de jongere wordt bepaald welke vakken worden onderwezen. De voormelde vakken mogen tijdens de duurtijd van het tijdelijk onderwijs aan huis wisselen. De school waar de jongere ingeschreven is, staat in voor de studiebekrachtiging.
   Bij afwezigheid van een school van inschrijving wordt verder gewerkt aan het curriculum van de school waar de jongere het laatst ingeschreven was. De school, vermeld in paragraaf 1, bepaalt in overleg met de jongere en de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum welke vakken worden onderwezen. De voormelde vakken mogen tijdens de duurtijd van het tijdelijk onderwijs aan huis wisselen. Het verder werken aan het curriculum wordt gespecificeerd in een individueel handelingsplan voor de jongere, zonder afspraken met die vroegere school waar de jongere het laatst ingeschreven was.
   De leerling wordt door de school, vermeld in paragraaf 1, toegeleid naar een studiebekrachtiging via de Examencommissie basisonderwijs of de Examencommissie secundair onderwijs of wordt toegeleid naar een studiebekrachtiging door de school zelf die het tijdelijk onderwijs aan huis aanbiedt of een andere school waarmee de school, vermeld in paragraaf 1, de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum een samenwerking aangaan, met toepassing van artikel 34, § 1, derde lid van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 117, § 1, derde lid van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
   § 4. De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 7/3, legt ook vast op welke wijze de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum en de school die het tijdelijk onderwijs aan huis aanbiedt, toewerken naar een inschrijving in een nieuwe school als er geen school van inschrijving meer is als de jongere de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum verlaat.]1

  
Art.7/5. [1 § 1er. L'accord de coopération visé à l'article 7/3 détermine quelle école peut utiliser l'ensemble de périodes de cours, de heures de cours ou de périodes-professeur visé à l'article 7/4 pour organiser l'enseignement temporaire en milieu familial dans une structure de séjour sûr ou dans le centre de détention flamand.
   L'école visée à l'alinéa 1er fournit les informations suivantes à l'Agence de Services d'Enseignement :
   1° la mention qu'une mission d'enseignement est assumée par le centre de détention flamand ou par une structure de séjour sûr ;
   2° la mention du volume concerné ;
   3° les membres du personnel qui exerceront l'offre d'enseignement temporaire en milieu familial.
   § 2. Si le jeune séjournant dans une structure de séjour sûr ou dans le centre de détention flamand est encore inscrit dans une école autre que celle visée au paragraphe 1er, il reste inscrit dans cette école. Aucune inscription supplémentaire n'est nécessaire dans l'école qui organise l'enseignement temporaire en milieu familial.
   § 3. L'école visée au paragraphe 1er continue à utiliser le programme d'études que l'élève a suivi dans l'école où le jeune est inscrit. Les deux écoles prennent des dispositions à cet effet qu'elles fixent dans un plan d'action individuel pour le jeune. Les matières à enseigner sont déterminées en concertation avec le jeune. Les matières précitées peuvent être modifiées pendant la durée de l'enseignement temporaire en milieu familial. L'école où le jeune est inscrit est responsable de la validation d'études.
   En l'absence d'une école d'inscription, le programme d'études de l'école dans laquelle le jeune a été inscrit en dernier lieu, est utilisé. L'école visée au paragraphe 1er détermine les matières à enseigner en concertation avec le jeune et la structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand. Les matières précitées peuvent être modifiées pendant la durée de l'enseignement temporaire en milieu familial. Dans un plan d'action individuel pour le jeune, on précise la poursuite du programme d'études, sans arrangements avec cette école précédente dans laquelle le jeune était inscrit en dernier lieu.
   L'école visée à l'alinéa 1er accompagne l'élève à atteindre une validation d'études accordée par le jury pour l'enseignement fondamental ou le jury pour l'enseignement secondaire ou à atteindre une validation d'études accordée par l'école même qui fournit l'enseignement temporaire en milieu familial ou par une autre école avec laquelle l'école visée au paragraphe 1er, la structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand entre en partenariat, en application de l'article 34, § 1er, alinéa 3, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou de l'article 117, § 1er, alinéa 3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
   § 4. L'accord de coopération visé à l'article 7/3 détermine également comment la structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand et l'école qui fournit l'enseignement temporaire en milieu familial procèdent pour obtenir une inscription dans une nouvelle école si le jeune n'a plus d'école d'inscription lorsqu'il quitte la structure de séjour sûr ou le centre de détention flamand.]1

  
HOOFDSTUK III. - Permanent onderwijs aan huis.
CHAPITRE III. - Enseignement permanent en milieu familial.
Art. 8. § 1. De directie van de school voor buitengewoon onderwijs die de inschrijving ontvangt van een leerling die, met toepassing van hetzij artikel 35 van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, hetzij [1 artikel 118 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1, recht heeft op permanent onderwijs aan huis, organiseert op de verblijfplaats het permanente onderwijs aan huis zo spoedig mogelijk en uiterlijk vanaf de eerste schoolweek die volgt op de week waarin de inschrijving werd ontvangen.
  § 2. Permanent onderwijs aan huis kan niet worden georganiseerd in een preventorium, in een ziekenhuis waar onderwijs van type 5 wordt georganiseerd, in een dienst neuropsychiatrie voor kinderen of in een voorziening voor niet-schoolgaanden.
  § 3. Het permanente onderwijs aan huis vindt plaats naar rata van vier wekelijkse lestijden.
  In het secundair onderwijs beslist de klassenraad, na overleg met de betrokken personen, welke vakken aan huis worden onderwezen. Die vakken mogen tijdens de duurtijd van het onderwijs aan huis wisselen.
  
Art. 8. § 1er. La direction de l'école d'enseignement spécial qui reçoit l'inscription d'un élève qui, par application soit de l'article 35 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, soit de [1 l'article 118 de la codification relative à l'enseignement secondaire]1, a droit à un enseignement permanent en milieu familial, organise à la résidence de l'élève intéressé l'enseignement permanent en milieu familial le plus vite possible et au plus tard à partir de la première semaine de classe suivant celle pendant laquelle l'inscription à été reçue.
  § 2. Un enseignement permanent en milieu familial ne peut pas être organisé dans un préventorium, un hôpital où est organisé un enseignement de type 5, un service neuropsychiatrie pour enfants ou une structure pour jeunes non scolarisés.
  § 3. L'enseignement permanent en milieu familial a lieu au prorata de quatre périodes hebdomadaires.
  Dans l'enseignement secondaire, le conseil de classe arrête les matières à enseigner en milieu familial, après concertation avec les personnes concernées. Le choix de ces matières peut varier pendant la durée de l'enseignement en milieu familial.
  
HOOFDSTUK IV. - Financiering en subsidiëring.
CHAPITRE IV. - Financement et subventionnement.
Art. 9. In het [1 basisonderwijs]1 zijn de lestijden waarin tijdelijk onderwijs aan huis verplicht of vrijwillig wordt verstrekt, door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde bijkomende lestijden. Die lestijden komen voor het betrokken personeelslid in aanmerking voor de invulling van de door de Vlaamse Regering vastgelegde maximum wekelijkse schoolopdracht.
  In het buitengewoon [1 basisonderwijs]1 zijn de lestijden waarin permanent onderwijs aan huis wordt verstrekt, door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde aanvullende lestijden.
  In het secundair onderwijs zijn de lestijden waarin tijdelijk onderwijs aan huis verplicht of vrijwillig wordt verstrekt, door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde extra lestijden.
  In het buitengewoon secundair onderwijs zijn de lestijden waarin permanent onderwijs aan huis wordt verstrekt, door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde extra lestijden.
  
Art. 9. Dans l'[1 enseignement fondamental]1, les périodes dans lesquelles un enseignement temporaire en milieu familial est dispensé sur une base obligatoire ou volontaire, sont des périodes supplémentaires financées ou subventionnées par la Communauté flamande. Pour le membre du personnel intéressé, ces périodes sont prises en compte pour le comblement de la charge scolaire hebdomadaire maximale fixée par le Gouvernement flamand.
  Dans l'[1 enseignement fondamental]1 spécial, les périodes dans lesquelles un enseignement permanent en milieu familial est dispensé, sont des périodes complémentaires financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
  Dans l'enseignement secondaire, les périodes dans lesquelles un enseignement temporaire en milieu familial est dispensé sur une base obligatoire ou volontaire, sont des périodes additionnelles financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
  Dans l'enseignement secondaire spécial, les périodes dans lesquelles un enseignement permanent en milieu familial est dispensé, sont des périodes additionnelles financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
  
Art. 10. Scholen die tijdelijk of permanent onderwijs aan huis verplicht of vrijwillig organiseren, krijgen nadat ze een schuldvordering hebben overgelegd voor de betaalde reiskosten van het personeel, die kosten terugbetaald door het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. De reiskosten worden terugbetaald onder de voorwaarden die gelden voor het personeel van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 10. Les frais de voyage que les écoles organisant, sur une base obligatoire ou volontaire, un enseignement temporaire ou permanent en milieu familial payent à leur personnel chargé de cette tâche, leur sont remboursés par "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" (Agence de Services d'Enseignement) du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, sur présentation d'une créance. Les frais de voyage sont remboursés aux conditions applicables au personnel de la Communauté flamande.
Art. 11. Met het oog op de financiering of subsidiëring zijn de scholen ertoe gehouden om :
  1° het Agentschap voor Onderwijsdiensten onmiddellijk op de hoogte te brengen van het tijdelijke onderwijs aan huis, ook in geval van verlenging of herhaling, of permanent onderwijs aan huis;
  2° alle documenten die betrekking hebben op het tijdelijke of permanente onderwijs aan huis in de school ter beschikking te houden van de verificatie- en inspectiediensten;
  3° bij de organisatie van tijdelijk of permanent onderwijs aan huis de beginselen te respecteren van zorgvuldig bestuur, respectievelijk vermeld in artikel 27 en 51 van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 voor het lager onderwijs, en in [1 artikel 7 tot en met artikel 10 en artikel 35 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1.
  
Art. 11. En vue du financement ou du subventionnement, les écoles sont tenues :
  1° d'informer "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" immédiatement de l'enseignement temporaire en milieu familial, ainsi qu'en cas de prolongation ou de renouvellement, ou de l'enseignement permanent en milieu familial;
  2° de tenir tous les documents portant sur l'enseignement temporaire ou permanent en milieu familial à disposition des services de vérification et d'inspection à l'école;
  3° de respecter, lors de l'organisation d'un enseignement temporaire ou permanent en milieu familial, les principes de bonne administration, mentionnés respectivement aux articles 27 et 51 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental pour ce qui est de l'enseignement primaire, et [1 aux articles 10 à 35 de la codification relative à l'enseignement secondaire]1.
  
HOOFDSTUK V. - Sancties.
CHAPITRE V. - Sanctions.
Art. 12. Het niet-naleven van het recht op tijdelijk of permanent onderwijs aan huis, vermeld in artikelen 3, 4 en 8, wordt vastgesteld door het Agentschap voor Onderwijsdiensten, nadat de betrokken personen klacht hebben ingediend.
Art. 12. Le non-respect du droit à un enseignement temporaire ou permanent en milieu familial, tel que mentionné aux articles 3, 4 et 8, est constaté par "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten", après introduction de la plainte par les personnes intéressées.
Art. 13. § 1. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten deelt de vaststelling per aangetekende brief mee aan het schoolbestuur in kwestie. De aangetekende brief verwijst naar de mogelijke sancties.
  § 2. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief kan het schoolbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten een verweerschrift indienen en, eventueel, een hoorrecht doen gelden.
  De betekening wordt geacht plaats te vinden de derde werkdag nadat de aangetekende brief verstuurd is.
  De schoolvakanties schorten de termijn van dertig kalenderdagen op.
Art. 13. § 1er. "L'Agentschap voor Onderwijsdiensten" communique la constatation par lettre recommandée à l'autorité scolaire en question. La lettre recommandée mentionne les sanctions éventuelles.
  § 2. Dans un délai de trente jours calendaires après notification de la lettre recommandée, l'autorité scolaire peut introduire un mémoire justificatif auprès de "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" et peut éventuellement faire valoir son droit d'être entendue.
  La notification est censée avoir lieu le troisième jour ouvrable suivant l'envoi de la lettre recommandée.
  Les vacances scolaires suspendent le délai de trente jours calendaires.
Art. 14. Na kennisname van de rechtvaardiging en uiterlijk zestig kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief, legt het Agentschap voor Onderwijsdiensten eventueel een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
  De sanctie kan een gedeeltelijke terugbetaling van het werkingsbudget zijn, zonder dat de terugvordering of inhouding meer kan bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school waar de overtreding is vastgesteld.
  De terugvordering of inhouding kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden, in absolute cijfers kleiner wordt dan als de maatregel niet zou zijn getroffen.
Art. 14. Après avoir pris connaissance de la justification et au plus tard soixante jours calendaires de la notification de la lettre recommandée, "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" introduit éventuellement un dossier comprenant une proposition de sanction auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement.
  La sanction peut être un remboursement partiel du budget de fonctionnement, sans que la répétition ou la retenue ne puisse dépasser dix pour cent du budget de fonctionnement de l'école où l'infraction a été constatée.
  La répétition ou la retenue ne peuvent avoir comme effet que la proportion des moyens de fonctionnement à mettre au profit des personnels baisse, en chiffres absolus, au dessous du niveau qu'elle atteindrait si la mesure n'avait pas été prise.
Art. 15. Binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de aangetekende brief neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, een beslissing over een sanctie. Die beslissing wordt per aangetekende brief meegedeeld aan het schoolbestuur in kwestie. Na de termijn van drie maanden kan er geen sanctie meer worden opgelegd.
Art. 15. Dans les trois mois de la notification de la lettre recommandée, le Ministre chargé de l'enseignement statue sur une sanction éventuelle. Cette décision est communiquée par lettre recommandée à l'autorité scolaire en question. Après expiration du délai de trois mois, aucune sanction ne peut encore être prononcée.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 16. De volgende regelingen worden opgeheven :
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende het lager onderwijs aan huis voor zieke kinderen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 juli 1999 en 13 januari 2006;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende het secundair onderwijs aan huis voor zieke jongeren en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende het onderwijs aan huis.
Art. 16. Les règlements suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à l'enseignement primaire en milieu familial pour enfants malades, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 juillet 1999 et 13 janvier 2006;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à l'enseignement secondaire en milieu familial destiné aux jeunes malades et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à l'enseignement en milieu familial.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007, met uitzondering van artikel 12 tot en met 15 die voor wat het secundair onderwijs betreft in werking treden op 1 september 2007.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2007, à l'exception des articles 12 à 15 inclus, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2007 pour ce qui est de l'enseignement secondaire.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.