Artikel 1. De Raad van beroep voor de leermeesters godsdienst en leraars godsdienst van de inrichtingen van het gesubsidieerd officieel onderwijs ingesteld in artikel 49 van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de gesubsidieerde leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst, hierna " de Raad van beroep " genoemd, is samengesteld zoals volgt uit :
1° zes werkende leden en twaalf plaatsvervangende leden die de inrichtende machten vertegenwoordigen van het gesubsidieerd officieel onderwijs of, wanneer een advies dient te worden uitgebracht over het ontslag, mits opzeggingstermijn, voorgesteld door het hoofd van de eredienst of over een ongunstig rapport van de bevoegde inspectie, uit zes werkende leden en twaalf plaatsvervangende leden die het betrokken hoofd van de eredienst vertegenwoordigen;
2° zes werkende leden en twaalf plaatsvervangende leden die de personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs vertegenwoordigen;
3° een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter gekozen onder de magistraten, in dienstactiviteit of in ruste, of onder de ambtenaren-generaal van de Algemene Directie Personeel van het gesubsidieerd onderwijs;
4° een secretaris en een adjunct-secretaris gekozen onder de ambtenaren van de Diensten van de Regering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 JUNI 2007. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de Raad van Beroep voor de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst van de inrichtingen van het gesubsidieerd officieel onderwijs (VERTALING).
Titre
22 JUIN 2007. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif à la Chambre de recours pour les maîtres de religion et professeurs de religion des établissements d'enseignement officiel subventionné.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. La Chambre de recours pour les maîtres de religion et professeurs de religion des établissements d'enseignement officiel subventionné créée à l'article 49 du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion subsidiés de l'enseignement officiel subventionné, ci-après dénommée " la Chambre de recours ", est composée comme suit :
1° six membres effectifs et douze membres suppléants représentant les pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné ou, lorsqu'il s'agit de rendre un avis sur le licenciement moyennant préavis proposé par le chef du culte ou sur un rapport défavorable de l'inspection compétente, de six membres effectifs et douze membres suppléants représentant le chef du culte concerné;
2° six membres effectifs et douze membres suppléants représentant les membres du personnel de l'enseignement officiel subventionné;
3° un président et un président suppléant choisis parmi les magistrats en activité ou admis à la retraite, ou parmi les fonctionnaires généraux de la Direction générale des Personnels de l'Enseignement subventionné;
4° un secrétaire et un secrétaire adjoint choisis parmi les agents des Services du Gouvernement.
1° six membres effectifs et douze membres suppléants représentant les pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné ou, lorsqu'il s'agit de rendre un avis sur le licenciement moyennant préavis proposé par le chef du culte ou sur un rapport défavorable de l'inspection compétente, de six membres effectifs et douze membres suppléants représentant le chef du culte concerné;
2° six membres effectifs et douze membres suppléants représentant les membres du personnel de l'enseignement officiel subventionné;
3° un président et un président suppléant choisis parmi les magistrats en activité ou admis à la retraite, ou parmi les fonctionnaires généraux de la Direction générale des Personnels de l'Enseignement subventionné;
4° un secrétaire et un secrétaire adjoint choisis parmi les agents des Services du Gouvernement.
Art. 2. De leden van de Raad van Beroep worden aangesteld voor een periode van zes jaar.
Hun mandaat eindigt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de inrichting die het betrokken lid heeft aanbevolen zijn vervanging vraagt;
3° in geval van overlijden.
Hun mandaat eindigt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de inrichting die het betrokken lid heeft aanbevolen zijn vervanging vraagt;
3° in geval van overlijden.
Art. 2. Les membres de la Chambre de recours sont désignés pour une durée de six ans.
Leur mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque l'organisation qui a présenté le membre concerné demande son remplacement;
3° en cas de décès.
Leur mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque l'organisation qui a présenté le membre concerné demande son remplacement;
3° en cas de décès.
Art. 3. Aan de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter van de Raad van Beroep wordt een vergoeding van vijftig euro toegekend per vergadering waaraan ze deelnemen zoals de vergoeding voor de verplaatsingskosten gelijkstaand met een spoorwegvervoerbewijs eerste klas.
Geen enkele vergoeding is nochtans verschuldigd als de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter een ambtenaar-generaal is.
Geen enkele vergoeding is nochtans verschuldigd als de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter een ambtenaar-generaal is.
Art. 3. Il est alloué au Président et au Président suppléant de la Chambre de recours une indemnité de cinquante euros par réunion à laquelle ils assistent, ainsi que le remboursement des frais de déplacement équivalent à un titre de transport par chemin de fer en première classe.
Toutefois, aucune indemnité n'est due si le Président ou le Président suppléant est un fonctionnaire général.
Toutefois, aucune indemnité n'est due si le Président ou le Président suppléant est un fonctionnaire général.
Art. 4. De Minister tot wier bevoegdheden de statuten van het personeel van het verplicht onderwijs en van het onderwijs voor sociale promotie behoren is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre ayant les statuts des personnels de l'Enseignement obligatoire et de l'Enseignement de Promotion sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het werd ondertekend.
Brussel, 22 juni 2007.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale Promotie,
Mevr. M. ARENA
De Minister van Ambtenarenzaken en Sport,
C. EERDEKENS.
Brussel, 22 juni 2007.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale Promotie,
Mevr. M. ARENA
De Minister van Ambtenarenzaken en Sport,
C. EERDEKENS.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa signature.
Bruxelles, le 22 juin 2007.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente, chargée de l'Enseignement obligatoire et de Promotion sociale,
Mme M. ARENA
Le Ministre de la Fonction publique et des Sports,
C. EERDEKENS.
Bruxelles, le 22 juin 2007.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente, chargée de l'Enseignement obligatoire et de Promotion sociale,
Mme M. ARENA
Le Ministre de la Fonction publique et des Sports,
C. EERDEKENS.