Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 JUNI 2007. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen inzake arbeidsongevallen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-06-2007 en tekstbijwerking tot 16-08-2007)
Titre
5 JUIN 2007. - Arrêté royal portant des dispositions diverses en matière d'accidents du travail. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-06-2007 et mise à jour au 16-08-2007)
Informations sur le document
Numac: 2007022889
Datum: 2007-06-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007022889
Date: 2007-06-05
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 21 december 1971 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
CHAPITRE Ier. - Modifications à l'arrêté royal du 21 décembre 1971 portant exécution de certaines dispositions de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail.
Artikel 1. Artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 21 december 1971 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 wordt vervangen als volgt :
  " 2° de Minister : de Minister die de toepassing van de wet onder zijn bevoegdheid heeft; ".
Article 1. L'article 1er, 2°, de l'arrêté royal du 21 décembre 1971 portant exécution de certaines dispositions de la loi du 10 avril 1971 est remplacé par le texte suivant :
  " 2° le Ministre : le Ministre qui a l'application de la loi dans ses compétences; ".
Art. 2. Artikel 8, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 januari 1999 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001, wordt aangevuld als volgt :
  " 3° de leden van het vast, stagedoend, tijdelijk of hulppersoneel, zelfs als zij onder arbeidsovereenkomst aangeworven zijn, die vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 3 juli 1967 houdende de preventie en de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor de beroepsziekten in de overheidssector onderverdeeld in :
  a) risico arbeidsplaats " arbeiders ";
  b) risico arbeidsplaats " bedienden ";
  c) risico weg van en naar het werk " arbeiders " en " bedienden ". ".
Art. 2. L'article 8, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 14 janvier 1999 et modifié par l'arrêté royal du 10 novembre 2001, est complété comme suit :
  " 3° des membres du personnel permanent, stagiaire, temporaire ou auxiliaire, même engagés dans les liens d'un contrat de travail, qui tombent dans le champ d'application de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention et la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, subdivisés en :
  a) risque lieu du travail " ouvriers ";
  b) risque lieu du travail " employés ";
  c) risque chemin du travail " ouvriers " et " employés ". ".
Art. 3. In artikel 35 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het enig lid wordt aangevuld als volgt :
  " 4° De volgende aanpassingen aan de woning :
  - de traplift;
  - de monolift. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Het slachtoffer heeft recht op prothesen of orthopedische toestellen waarvan de noodzakelijkheid erkend wordt op het ogenblik van de bekrachtiging van de overeenkomst tussen de partijen of van de beslissing bedoeld in artikel 24 van de wet of op elk ander ogenblik. "
Art. 3. Dans l'article 35 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 décembre 1987, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa unique est complété comme suit :
  " 4° Les adaptations de l'habitation suivantes :
  - l'ascenseur d'escalier;
  - le monolift ";
  2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
  " La victime a droit aux appareils de prothèse ou d'orthopédie dont la nécessité est reconnue au moment de l'entérinement de l'accord entre les parties ou de la décision visée à l'article 24 de la loi ou à tout autre moment. "
Art. 4. Hoofdstuk III van hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 38 tot 41, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001, wordt vervangen als volgt :
  " HOOFDSTUK III. - De verplichte medische dienst
  Art. 38.
  § 1. De werkgever die de verplichting heeft om over te gaan tot de verkiezing van een ondernemingsraad overeenkomstig artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en veiligheid op het werk kan een medische dienst, zoals bedoeld in artikel 29 van de wet, instellen voor alle in artikel 28 van de wet bedoelde zorgen, met uitzondering van de ziekenhuiszorgen.
  Hij richt de aanvraag tot erkenning van die dienst tot de Minister die welzijn op het werk onder zijn bevoegdheid heeft, die het advies van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg inwint.
  § 2. Bij zijn aanvraag, voegt de werkgever :
  1° het bewijs dat de dienst een erkenning heeft op het niveau van de gemeenschappen;
  2° het bewijs dat hij met het oog op het verstrekken van de onmiddellijke hulp en de meest dringende zorgen, de maatregelen vastgesteld bij de artikelen 174 tot en met 183ter van het algemeen reglement op de arbeidsbescherming genomen heeft;
  3° het bewijs dat aan de voorwaarde vastgesteld in artikel 29, 3°, van de wet voldaan is. Het dossier bevat de namen van de zorgverstrekkers;
  4° het advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk waarin het geografisch vastlegt tot waar de verplichting geldt om zich tot de verplichte medische dienst te wenden.
  Art. 39. De werkgever die deel uitmaakt van een groep van bedrijven, waarvan ten minste één over een erkende medische dienst beschikt, en de werkgever die zijn activiteit uitoefent in een zeehaven kunnen aansluiten bij een erkende medische dienst onder de volgende voorwaarden :
  1° het comité voor preventie en bescherming op het werk of, bij ontstentenis ervan, de syndicale delegatie of, desgevallend, de werknemers via de rechtstreekse participatie bedoeld in artikel 53 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, hebben vooraf een gunstig advies uitgebracht;
  2° de namen van de zorgverstrekkers bedoeld in artikel 29, 3°, van de wet zijn vermeld in het arbeidsreglement;
  3° de werkgever bij wiens medische dienst men wenst aan te sluiten, en zijn comité voor preventie en bescherming op het werk werden geconsulteerd.
  Art. 40. De erkenning van de medische dienst wordt, na advies van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk, ingetrokken zo de voorwaarden vastgesteld in artikel 38 of 39 niet meer vervuld zijn of indien blijkt dat de werking van de medische dienst ernstige tekortkomingen vertoont.
  De werkgever licht de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk en het comité voor preventie en bescherming op het werk in indien er zich een wijziging voordoet in de voorwaarden waaraan volgens artikel 38 of 39 moet worden voldaan.
  De werkgever die de erkende medische dienst instelde, mag op ieder ogenblik om de intrekking ervan verzoeken. Hij richt zijn aanvraag aan de Minister.
  Over de intrekking wordt door Ons beslist.
  Art. 41. Ons besluit houdende erkenning of intrekking van een medische dienst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het kan bijkomende voorwaarden vaststellen, zo de omstandigheden die vereisen.
  Het comité voor preventie en bescherming op het werk brengt jaarlijks ten behoeve van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg verslag uit over de werking van de erkende medische dienst. "
Art. 4. Le chapitre III du même arrêté, comprenant les articles 38 à 41, modifié par l'arrêté royal du 10 novembre 2001, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " CHAPITRE III. - Service médical obligatoire
  Art. 38.
  § 1er. L'employeur qui a l'obligation de procéder à l'élection d'un conseil d'entreprise conformément à l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 25 mai 1999 relatif aux conseils d'entreprise et aux comités de prévention et de sécurité au travail peut instituer un service médical, comme visé à l'article 29 de la loi, pour tous les soins visés à l'article 28 de la loi, à l'exception des soins hospitaliers.
  Il adresse la demande d'agréation de ce service au Ministre qui a le bien-être au travail dans ses compétences, qui sollicite l'avis de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
  § 2. A sa demande, l'employeur joint :
  1° la preuve que le service a une agréation au niveau des communautés;
  2° la preuve qu'il a pris les mesures fixées par les articles 174 à 183ter inclus du règlement général pour la protection du travail dans le but de prodiguer les secours immédiats et les soins d'urgence;
  3° la preuve que la condition fixée par l'article 29, 3°, de la loi est remplie. Le dossier comporte les noms des prestataires de soins;
  4° l'avis du comité pour la prévention et la protection au travail au sein duquel celui-ci détermine géographiquement jusqu'où s'étend l'obligation de s'adresser au service médical obligatoire.
  Art. 39. L'employeur qui fait partie d'un groupe d'entreprises dont au moins une dispose d'un service médical agréé et l'employeur qui exerce ses activités dans un port maritime peuvent s'affilier auprès d'un service médical agréé aux conditions suivantes :
  1° un avis favorable a été émis au préalable par le comité pour la prévention et la protection au travail ou, en son absence, par la délégation syndicale ou, le cas échéant, par les travailleurs via la participation directe visée à l'article 53 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  2° les noms des prestataires de soins visés à l'article 29, 3°, de la loi sont mentionnés dans le règlement du travail;
  3° l'employeur chez lequel le service médical auprès duquel on souhaite s'affilier se trouve et son comité pour la prévention et la protection au travail ont été consultés.
  Art. 40. L'agrément du service médical est retiré, après avis de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail, si les conditions fixées dans l'article 38 ou 39 ne sont plus remplies ou s'il apparaît que le fonctionnement du service médical montre de graves carences.
  L'employeur informe la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail et le comité pour la prévention et la protection au travail s'il se produit un changement dans les conditions auxquelles il faut satisfaire en vertu de l'article 38 ou 39.
  L'employeur qui a institué le service médical agréé peut à tout moment demander le retrait de l'agrément. Il adresse sa demande au Ministre.
  Le retrait est décidé par Nous.
  Art. 41. Notre arrêté accordant l'agrément ou le retrait d'un service médical est publié au Moniteur belge. Il peut fixer des conditions supplémentaires si les circonstances le requièrent.
  Le comité pour la prévention et la protection au travail fait rapport annuellement sur le fonctionnement du service médical agréé à l'intention de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale. "
Art. 5. In artikel 48, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001, worden de woorden " medische, farmaceutische of verplegingsdiensten " vervangen door de woorden " verplichte medische diensten ".
Art. 5. Dans l'article 48, alinéa 2, 4°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 novembre 2001, les mots " services médicaux, pharmaceutiques ou hospitaliers " sont remplacés par les mots " services médicaux obligatoires ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van de artikelen 60 en 60 bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 30 décembre 1976 portant exécution des articles 60 et 60 bis de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail.
Art. 6. In het opschrift van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van de artikelen 60 en 60bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, wordt het woord " 45quinquies, " ingevoegd tussen de woorden " de artikelen " en de woorden " 60 en 60bis ".
Art. 6. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 30 décembre 1976 portant exécution des articles 60 et 60bis de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, le mot " 45quinquies, " est inséré entre les mots " des articles " et " 60 et 60bis ".
Art. 7. Artikelen 1 en 1bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 december 1999, worden vervangen als volgt :
  " Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;
  2° het Fonds : het Fonds voor arbeidsongevallen;
  3° de Minister : de minister die de toepassing van de wet onder zijn bevoegdheid heeft;
  4° de verzekeringsonderneming : de verzekeringsonderneming bedoeld in artikel 49 van de wet.
  Art. 1bis. Wanneer het verhaal van de vergoedingen bedoeld bij artikel 60, derde lid, van de wet dient te worden verricht door een terugvordering met gedwongen tenuitvoerlegging en deze invordering al te onzeker of al te bezwarend in verhouding tot de in te vorderen sommen blijkt, kan het Fonds van de terugvordering van die vergoedingen door een gedwongen tenuitvoerlegging afzien, binnen de perken van een reglement dat het beheerscomité heeft vastgesteld, dat door de Minister is goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Art. 1ter. Het beheerscomité van het Fonds kan in behartigenswaardige gevallen gedeeltelijk afzien van het verhaal, bedoeld in artikel 2, indien het met een eenparigheid van stemmen getroffen gemotiveerde beslissing aanvaardt dat :
  1° de niet-verzekering niet te wijten is aan de fout of nalatigheid van de werkgever of het gevolg is van uitzonderlijke omstandigheden;
  2° of de grootte van het terug te vorderen bedrag niet in verhouding is tot de ernst van de overtreding;
  3° of bij wijze van uitzondering de vrijstelling verantwoord is wegens dwingende redenen van federaal of gewestelijk economisch belang.
  De werkgever moet evenwel minstens 10 pct. van de gevorderde bedragen betaald hebben.
  Art. 1quater. Het aangetekend schrijven waarbij het Fonds kennis geeft aan de getroffene of de rechthebbende van zijn beslissing tot terugvordering van ten onrechte betaalde vergoedingen bevat navolgende vermeldingen :
  1° de vaststelling dat er onverschuldigde uitkeringen zijn betaald, het totale bedrag en de berekeningswijze ervan;
  2° de inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan;
  3° de in aanmerking genomen verjaringstermijn;
  4° de mogelijkheid om de beslissing te betwisten bij de arbeidsrechtbank door middel van hetzij een deurwaardersexploot dat door een gerechtsdeurwaarder aan het Fonds wordt betekend, hetzij een proces-verbaal van vrijwillige verschijning;
  5° de termijn binnen welke, op straffe van verval, de getroffene of rechthebbende de beslissing dient te betwisten voor de arbeidsrechtbank;
  6° het adres van de bevoegde arbeidsrechtbank;
  7° de inhoud van de bepalingen van artikel 728, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek en van artikel 68 van de wet;
  8° de mogelijkheid om, onverminderd de rechtsvordering ingesteld voor de arbeidsrechtbank, een verzoek in te dienen bij het Fonds om een gehele of gedeeltelijke verzaking aan de terugvordering te verkrijgen, evenals de procedure die hiervoor moet worden gevolgd;
  9° de mogelijkheid om, onverminderd de rechtsvordering ingesteld bij de arbeidsrechtbank, een verzoek in te dienen bij het Fonds om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen;
  10° de refertes van het dossier en van de dienst die het beheert;
  11° de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert;
  12° de verjaringstermijn binnen welke de uitkeringen kunnen opgeëist worden, evenals de mogelijke wijze van stuiting van de verjaring. "
Art. 7. Les articles 1er et 1erbis du même arrêté, insérés par l'arrêté royal du 9 décembre 1999, sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° la loi : la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;
  2° le Fonds : le Fonds des accidents du travail;
  3° le Ministre : le ministre qui a l'application de la loi dans ses compétences;
  4° l'entreprise d'assurances : l'entreprise d'assurances visée à l'article 49 de la loi.
  Art. 1erbis. Lorsque la récupération des indemnités visées à l'article 60, alinéa 3, de la loi doit s'effectuer par un recouvrement par voie d'exécution forcée et que ce recouvrement s'avère trop aléatoire ou trop onéreux par rapport aux sommes à recouvrer, le Fonds, dans les limites déterminées par un règlement que son comité de gestion a établi, approuvé par le Ministre et publié au Moniteur belge, peut renoncer à poursuivre par voie d'exécution forcée le recouvrement de ces indemnités.
  Art. 1erter. Le comité de gestion du Fonds peut renoncer dans des cas dignes d'intérêt, en partie, au recouvrement visé à l'article 2, lorsqu'il admet par décision unanime et motivée que :
  1° soit le défaut d'assurance n'est pas dû à une faute ou à une négligence de la part de l'employeur ou qu'il résulte de circonstances exceptionnelles;
  2° soit l'importance du montant à recouvrer est disproportionnée par rapport à la gravité de l'infraction;
  3° soit l'exonération se justifie à titre exceptionnel pour des raisons impérieuses d'intérêt économique fédéral ou régional.
  Toutefois, l'employeur doit avoir payé au moins 10 p.c. des montants réclamés.
  Art. 1erquater. La lettre recommandée par laquelle le Fonds informe la personne concernée ou l'ayant droit de sa décision de demander la récupération d'indemnités payées indûment contient les mentions suivantes :
  1° la constatation de l'indu, le montant total et son mode de calcul;
  2° le contenu et les références des dispositions en infraction desquelles les paiements ont été effectués;
  3° le délai de prescription pris en considération;
  4° la possibilité de contester la décision auprès du tribunal du travail au moyen soit d'un exploit d'huissier signifié par ce dernier au Fonds, soit d'un procès-verbal de comparution volontaire;
  5° le délai dans lequel, à peine de déchéance, l'intéressé ou l'ayant droit doit contester la décision devant le tribunal du travail;
  6° l'adresse du tribunal du travail compétent;
  7° le contenu des dispositions de l'article 728, §§ 1er, 2 et 3, alinéa 1er, du Code judiciaire et de l'article 68 de la loi;
  8° la possibilité, nonobstant la requête déposée devant le tribunal du travail, d'introduire une demande auprès du Fonds pour qu'il renonce totalement ou partiellement à la récupération, ainsi que la procédure à suivre afin d'obtenir cette renonciation;
  9° la possibilité, nonobstant la requête déposée devant le tribunal du travail, d'introduire une demande auprès du Fonds afin de soumettre une proposition motivée en vue d'un remboursement étalé;
  10° les références du dossier et du service qui le gère;
  11° la possibilité d'obtenir toute explication sur la décision auprès du service qui gère le dossier;
  12° le délai de prescription dans lequel les prestations peuvent être exigées, ainsi que la manière par laquelle il est possible d'interrompre la prescription. "
Art. 8. In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " voor arbeidsongevallen " vervallen telkens;
  2° de woorden " arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, ingevoegd bij de wet van 24 december 1976 " worden vervangen door het woord " wet ";
  3° de woorden " belangwekkende gevallen " worden in de Nederlandse tekst vervangen door de woorden " behartigenswaardige gevallen ".
Art. 8. A l'article 2 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " des accidents du travail " sont à chaque fois supprimés;
  2° les mots " du 10 avril 1971, inséré par la loi du 24 décembre 1976, " sont supprimés;
  3° les mots " belangwekkende gevallen " sont remplacés, dans le texte néerlandais, par les mots " behartigenswaardige gevallen ".
Art. 9. Artikel 3, de artikelen 3bis en 3ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 oktober 2000 en artikel 4 van hetzelfde besluit, worden vervangen als volgt :
  " Art. 3. Het Fonds kan afzien van de terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen bedoeld bij artikel 60bis, § 1, van de wet door een gedwongen tenuitvoerlegging, binnen de perken van een reglement dat het beheerscomité heeft vastgesteld, goedgekeurd door de Minister en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wanneer de terugvordering al te onzeker of al te bezwarend blijkt in verhouding tot de terug te vorderen sommen.
  Art. 3bis. Behoudens in het geval van bedrog of arglist, wordt door het Fonds en de verzekeringsondernemingen ambtshalve afgezien van de terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen bij het overlijden van degene aan wie ze betaald zijn, indien hem op dat ogenblik nog geen kennis was gegeven van de beslissing tot terugvordering.
  Nochtans kunnen de ten onrechte betaalde uitkeringen wel in mindering worden gebracht van de reeds vervallen uitkeringen die nog niet aan de in artikel 11 van het koninklijk besluit van 24 december 1987 tot uitvoering van artikel 42, tweede lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, betreffende de uitbetaling van de jaarlijkse vergoedingen, van de renten en van de bijslagen bedoelde personen zijn uitbetaald.
  Art. 3ter. De verzekeringsonderneming verzaakt onder de voorwaarden van het tweede lid, geheel of gedeeltelijk aan de terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen, bedoeld bij artikel 45quinquies van de wet, wanneer de schuldenaar geen enkele fout of nalatigheid treft.
  De vrijstelling wordt vastgesteld aan de hand van volgende formule : E = I-R/2
  waarbij
  - E = het bedrag van de vrijstelling
  - I = het bedrag van de onverschuldigde betaling
  - R = het globale belastbare inkomen dat vermeld wordt op het laatste aanslagbiljet, verminderd met 12 maal het bedrag bedoeld in artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Art. 4. Het Fonds kan de invordering van de bedragen bedoeld in artikel 60bis, § 1, tweede lid, van de wet toevertrouwen aan de Administratie van de belastingen over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen overeenkomstig artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd door het koninklijk besluit van 17 juli 1991.
  De door de Administratie van de belastingen over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen ingevorderde bedragen worden aan het Fonds overgemaakt onder inhouding van de eventuele kosten. "
Art. 9. L'article 3, les articles 3bis et 3ter, insérés par l'arrêté royal du 11 octobre 2000 et l'article 4 du même arrêté sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Art. 3. Le Fonds peut, dans les limites déterminées par un règlement que son comité de gestion a établi, approuvé par le Ministre et publié au Moniteur belge, renoncer à poursuivre par voie d'exécution forcée le recouvrement des prestations payées indûment visées à l'article 60bis, § 1er, de la loi lorsque celui-ci s'avère trop aléatoire ou trop onéreux par rapport au montant des sommes à recouvrer.
  Art. 3bis. Sauf en cas de dol ou de fraude, le Fonds et les entreprises d'assurances renoncent d'office, au décès de celui à qui elles ont été payées, à la récupération des prestations payées indûment si, à ce moment, la réclamation de l'indu ne lui avait pas encore été notifiée.
  Toutefois, les prestations payées indûment peuvent être portées en diminution des prestations déjà échues qui n'ont pas encore été payées aux personnes visées à l'article 11 de l'arrêté royal du 24 décembre 1987 portant exécution de l'article 42, alinéa 2, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, relatif au paiement des allocations annuelles, des rentes et des allocations.
  Art. 3ter. L'entreprise d'assurance renonce, dans les conditions de l'alinéa 2, totalement ou partiellement, à la récupération des prestations payées indument visées à l'article 45quinquies de la loi, lorsque le débiteur n'a commis aucune faute ni négligence.
  L'exonération est déterminée à l'aide de la formule suivante : E = I-R/2
  Dans laquelle
  - E = le montant de l'exonération
  - I = le montant du paiement indu
  - R = le revenu imposable globalement figurant sur le dernier avertissement extrait de rôle, diminué de 12 fois le montant visé à l'article 1409 du Code judiciaire.
  Art. 4. Le Fonds peut confier le recouvrement des montants visés à l'article 60bis, § 1er, alinéa 2, de la loi à l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines conformément à l'article 94 des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées par l'arrêté royal du 17 juillet 1991.
  Les montants récupérés par l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines sont transférés au Fonds sous déduction des frais éventuels. "
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 december 1987 betreffende de bijslagen verleend in het kader van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 10 décembre 1987 relatif aux allocations accordées dans le cadre de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail.
Art. 10. In het koninklijk besluit van 10 december 1987 betreffende de bijslagen verleend in het kader van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 september 2006, wordt een artikel 15bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 15bis. Voor de ongevallen overkomen vóór 1 januari 1988, wordt in geval van herziening van de graad van behoefte van geregelde hulp van een ander persoon overeenkomstig artikel 24bis, derde lid, van de wet het bedrag van de bijslagen verminderd tot beloop van de vermindering van de vergoeding voor hulp van een ander persoon verhoogd met de bijslag erop. "
Art. 10. Un article 15bis, rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 10 décembre 1987 relatif aux allocations accordées dans le cadre de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 15 septembre 2006 :
  " Art. 15bis. Pour les accidents survenus avant le 1er janvier 1988, en cas de révision du degré de besoin de l'aide d'une tierce personne conformément à l'article 24bis, alinéa 3, de la loi, le montant des allocations est diminué à concurrence de la diminution de l'indemnisation pour l'aide d'une tierce personne augmentée de l'allocation. "
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 10 december 1987 houdende vaststelling van de wijze en voorwaarden van de bekrachtiging van de overeenkomsten door het Fonds voor arbeidsongevallen.
CHAPITRE IV. - Modifications à l'arrêté royal du 10 décembre 1987 fixant les modalités et les conditions de l'entérinement des accords par le Fonds des accidents du travail.
Art. 11. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 december 1987 houdende vaststelling van de wijze en voorwaarden van de bekrachtiging van de overeenkomsten door het Fonds voor arbeidsongevallen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 september 1993, 26 januari 1999, 10 november 1991 en 5 maart 2006, wordt het laatste lid geschrapt.
Art. 11. A l'article 2 de l'arrêté royal du 10 décembre 1987 fixant les modalités et les conditions de l'entérinement des accords par le Fonds des accidents du travail, modifié par les arrêtés royaux des 22 septembre 1993, 26 janvier 1999, 10 novembre 1991 et 5 mars 2006, le dernier alinéa est supprimé.
Art. 12. In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 1992 en 18 november 1996, worden de woorden " om een verergeringsbijslag of een bijslag wegens overlijden " vervangen door de woorden " om een verergeringsbijslag of een bijslag wegens overlijden of om toekenning van een prothese die een weerslag heeft op de bijkomende vergoeding voor de hulp van een ander persoon ".
Art. 12. Dans l'article 12, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 31 mars 1992 et 18 novembre 1996, les mots " d'allocation d'aggravation ou d'allocation de décès " sont remplacés par les mots " d'allocation d'aggravation ou de décès ou d'octroi d'une prothèse ayant une incidence sur l'allocation complémentaire pour l'aide d'une tierce personne ".
Art. 13. (§ 1.) In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 november 1990, 3 mei 1991 en 31 maart 1992, worden de woorden " IX en X " vervangen door de woorden " IX, X en XI ". <KB 2007-08-02/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  (§ 2. Het model van overeenkomst dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd is de bijlage XI van het koninklijk besluit van 10 december 1987 houdende vaststelling van de wijze en voorwaarden van de bekrachtiging van de overeenkomsten door het Fonds voor arbeidsongevallen.) <KB 2007-08-02/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
Art. 13. (§ 1er.) Dans l'article 14, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 16 novembre 1990, 3 mai 1991 et 31 mars 1992, les mots " IX et X " sont remplacés par les mots " IX, X et XI ". <AR 2007-08-02/36, art. 1, 002; En vigueur : 22-06-2007>
  (§ 2. Le modèle d'accord annexé au présent arrêté constitue l'annexe XI de l'arrêté royal du 10 décembre 1987 fixant les modalités et les conditions de l'entérinement des accords par le Fonds des accidents du travail.) <AR 2007-08-02/36, art. 1, 002; En vigueur : 22-06-2007>
Art. 14. In bijlage I, punt 7, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 november 1990 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 mei 1995, 24 november 1997, 10 november 2001 en 8 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het lid dat aanvangt met de woorden " De bijkomende vergoeding ", wordt vervangen door de volgende tekst : " De bijkomende vergoeding voor de geregelde hulp van een ander persoon vangt aan op ............... (datum) en bedraagt .............. (gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon dat vastgesteld is bij collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de Nationale Arbeidsraad voor een werknemer van minstens 21 en een half jaar oud met ten minste 6 maanden anciënniteit in de onderneming, en dat van kracht is op het ogenblik van de consolidatie x 12) x ...... % = ............. euro per jaar.
  Deze bijkomende vergoeding volgt de indexaanpassingen en de aanpassingen van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon, zoals die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomst waarnaar verwezen wordt ";
  2° het lid dat aanvangt met het woord " Bijgevolg " wordt geschrapt;
  3° na het lid dat aanvangt met de woorden " De jaarlijkse vergoeding wordt aangepast ", wordt het volgende lid ingevoegd : " Voor de getroffenen die de geregelde hulp van een ander persoon volstrekt nodig hebben, wordt de voorafgaande zin aangevuld met hetgeen volgt :
  Bijgevolg bedraagt de jaarlijkse vergoeding in totaal ........ euro ".
Art. 14. A l'annexe Ire, point 7, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 16 novembre 1990 et modifiée par les arrêtés royaux des 15 mai 1995, 24 novembre 1997, 10 novembre 2001 et 8 juillet 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa commençant par les mots " L'allocation supplémentaire " est remplacé par le texte suivant : " L'allocation complémentaire pour l'assistance régulière d'une tierce personne prend cours le .............. (date) et s'élève à .............. (rémunération mensuelle moyenne minimum garantie fixée par convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du travail pour un travailleur âgé d'au moins 21 ans et demi et ayant au moins 6 mois d'ancienneté dans l'entreprise en vigueur au moment de la consolidation x 12) x ...... % = .............. euros par an.
  Cette allocation complémentaire suit les indexations et les adaptations du revenu minimum mensuel moyen garanti qui découlent de la convention collective de travail de référence ";
  2° l'alinéa commençant par les mots " En conséquence " est supprimé;
  3° après l'alinéa commençant par les mots " L'allocation annuelle est adaptée ", l'alinéa suivant est inséré : " Pour les victimes dont l'état requiert absolument l'assistance régulière d'une tierce personne, on ajoutera à la phrase précédente ce qui suit :
  En conséquence, l'allocation annuelle totale s'élève à ....... euros ".
Art. 15. In bijlage II, punt 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 november 1990 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 mei 1991, 15 mei 1995, 24 november 1997, 10 november 2001 en 8 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het lid dat aanvangt met de woorden " Ingevolge de opgetreden wijziging wordt een bijkomende vergoeding ", wordt vervangen als volgt : " Ingevolge de opgetreden wijziging wordt een bijkomende vergoeding voor de geregelde hulp van een ander persoon vastgesteld. Deze bijkomende vergoeding, die op ...... % en op ............ euro per jaar was vastgesteld, wordt met ingang van .............. (datum) op ...... % en op .............. euro per jaar gebracht (gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon dat vastgesteld is bij collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de Nationale Arbeidsraad voor een werknemer van minstens 21 en een half jaar oud met ten minste 6 maanden anciënniteit in de onderneming, en dat van kracht is op het ogenblik van de herziening x 12) x ...... %.
  Deze bijkomende vergoeding volgt de indexaanpassingen en de aanpassingen van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon, zoals die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomst waarnaar verwezen wordt ";
  2° het lid dat aanvangt met de woorden " Bijgevolg " wordt geschrapt;
  3° na het lid dat aanvangt met de woorden " De gewijzigde jaarlijkse vergoeding wordt aangepast ", wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Voor de getroffenen die volstrekt de geregelde hulp van een ander persoon nodig hebben, wordt de voorafgaande zin aangevuld met hetgeen volgt :
  Bijgevolg bedraagt de jaarlijkse vergoeding in totaal ............ euro ".
Art. 15. A l'annexe II, point 3, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 16 novembre 1990 et modifiée par les arrêtés royaux des 3 mai 1991, 15 mai 1995, 24 novembre 1997, 10 novembre 2001 et 8 juillet 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa commençant par les mots " Suite à la modification intervenue, une allocation supplémentaire " est remplacé par l'alinéa suivant : " Suite à la modification intervenue, une allocation complémentaire pour l'assistance régulière d'une tierce personne est fixée. Cette allocation complémentaire, qui avait été fixée à ...... % et à ............ euros par an, est portée à partir du (date) à ...... % et à ............ euros par an (rémunération mensuelle moyenne minimum garantie fixée par convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du travail pour un travailleur âgé d'au moins 21 ans et demi et ayant au moins 6 mois d'ancienneté dans l'entreprise en vigueur au moment de la révision x 12) x ...... %.
  Cette allocation complémentaire suit les indexations et les adaptations du revenu minimum mensuel moyen garanti qui découlent de la convention collective de travail de référence ";
  2° l'alinéa commençant par les mots " En conséquence " est supprimé;
  3° après l'alinéa commençant par les mots " L'allocation annuelle modifiée est adaptée ", l'alinéa suivant est inséré :
  " Pour les victimes dont l'état requiert absolument l'assistance régulière d'une tierce personne, on ajoutera à la phrase précédente ce suit :
  En conséquence, l'allocation annuelle totale s'élève à ............ euros ".
Art. 16. In bijlage V, punt 7, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 november 1990 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 november 1997, 10 november 2001 en 8 juli 2005, wordt het lid dat aanvangt met de woorden " De bijkomende vergoeding ", vervangen als volgt :
  " De bijkomende vergoeding voor de geregelde hulp van een ander persoon vangt aan op .............. (datum) en bedraagt .............. (gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon dat vastgesteld is bij collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de Nationale Arbeidsraad voor een werknemer van minstens 21 en een half jaar oud met ten minste 6 maanden anciënniteit in de onderneming, en dat van kracht is op het ogenblik van de consolidatie x 12) x ...... % ".
Art. 16. A l'annexe V, point 7, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 16 novembre 1990 et modifiée par les arrêtés royaux des 24 novembre 1997, 10 novembre 2001 et 8 juillet 2005, l'alinéa commençant par les mots " L'allocation supplémentaire " est remplacé par la disposition suivante :
  " L'allocation complémentaire pour l'assistance régulière d'une tierce personne prend cours le .............. (date) et s'élève à .............. (rémunération mensuelle moyenne minimum garantie fixée par convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du travail pour un travailleur âgé d'au moins 21 ans et demi et ayant au moins 6 mois d'ancienneté dans l'entreprise en vigueur au moment de la consolidation x 12) x ...... % ".
Art. 17. In bijlage VI, punt 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 november 1990 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 november 1997, 10 november 2001 en 8 juli 2005, wordt het lid dat aanvangt met de woorden " Ingevolge de opgetreden wijziging wordt een bijkomende vergoeding ", vervangen door de volgende tekst :
  " Ingevolge de opgetreden wijziging wordt een bijkomende vergoeding voor de geregelde hulp van een ander persoon vastgesteld. Deze bijkomende vergoeding, die op ...... % en op .............. euro per jaar was vastgesteld, wordt met ingang van .............. (datum) op ........ % en op .............. euro per jaar gebracht (gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon dat vastgesteld is bij collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de Nationale Arbeidsraad voor een werknemer van minstens 21 en een half jaar oud met ten minste 6 maanden anciënniteit in de onderneming, en dat van kracht is op het ogenblik van de herziening X 12) x ...... % ".
Art. 17. A l'annexe VI, point 3, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 16 novembre 1990 et modifiée par les arrêtés royaux des 24 novembre 1997, 10 novembre 2001 et 8 juillet 2005, l'alinéa commençant par les mots " Suite à la modification intervenue, une allocation supplémentaire " est remplacé par le texte qui suit :
  " Suite à la modification intervenue, une allocation complémentaire pour l'assistance régulière d'une tierce personne est fixée. Cette allocation complémentaire, qui avait été fixée à ...... % et à ............ euros par an, est portée à partir du ...... (date) à ...... % et à ............ euros par an (rémunération mensuelle moyenne minimum garantie fixée par convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du travail pour un travailleur âgé d'au moins 21 ans et demi et ayant au moins 6 mois d'ancienneté dans l'entreprise en vigueur au moment de la révision x 12) x ...... % ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 17 oktober 2000 tot vaststelling van de voorwaarden en het tarief voor geneeskundige verzorging toepasselijk inzake arbeidsongevallen.
CHAPITRE V. - Modifications à l'arrêté royal du 17 octobre 2000 fixant les conditions et le tarif des soins médicaux applicables en matière d'accidents du travail.
Art. 18. In het koninklijk besluit van 17 oktober 2000 tot vaststelling van de voorwaarden en het tarief voor geneeskundige verzorging toepasselijk inzake arbeidsongevallen wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 4bis. Indien de getroffene die geen vrije keuze van zorgverstrekker heeft, zich niet wendt tot de verplichte medische dienst, is, onverminderd de toepassing van artikel 29, tweede lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, de tussenkomst van de verzekeringsonderneming gelijk aan het terugbetalingstarief zoals dit geldt voor de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  Wanneer de getroffene wegens dringende noodzaak een beroep moet doen op een andere zorgverstrekker dan deze van de verplichte medische dienst, vallen de kosten ten laste van de verzekeringsonderneming volgens de voorwaarden en volgens het tarief die gelden voor de getroffene die vrije keuze van zorgverstrekker heeft. "
Art. 18. Un article 4bis, rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 17 octobre 2000 fixant les conditions et le tarif des soins médicaux applicables en matière d'accidents du travail :
  " Art. 4bis. Si la victime qui n'a pas le libre choix du prestataire de soins ne s'adresse pas au service médical obligatoire, l'intervention de l'entreprise d'assurances est, sans préjudice de l'application de l'article 29, alinéa 2, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, égale au tarif de remboursement qui vaut pour la législation relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  Lorsqu'en raison d'urgente nécessité la victime doit recourir à un prestataire de soins autre que celui du service médical obligatoire, les frais sont à la charge de l'entreprise d'assurances suivant les conditions et suivant le tarif applicables pour la victime qui a le libre choix du prestataire de soins. ".
Art. 19. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 32, eerste lid " vervangen door de woorden " artikel 32, tweede lid ".
Art. 19. Dans l'article 6 du même arrêté, les mots " l'article 32, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " l'article 32, alinéa 2 ".
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 20. De artikelen 137, 138, 139 en 140 van de programmawet (I) van 24 december 2002 treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de aanvragen om erkenning ingediend vanaf die datum.
  De erkenningen bedoeld in artikel 147 van de programmawet (I) van 24 december 2002 vervallen van rechtswege op 1 januari 2010.
Art. 20. Les articles 137, 138, 139 et 140 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge et s'appliquent aux demandes d'agrément introduites à partir de cette date.
  Les agréments prévus à l'article 147 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 sont caducs de plein droit au 1er janvier 2010.
Art. 21. Artikel 45 van de wet van 13 juli 2006 houdende diverse bepalingen inzake beroepsziekten en arbeidsongevallen en inzake beroepsherinschakeling treedt in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 21. L'article 45 de la loi du 13 juillet 2006 portant des dispositions diverses en matière de maladies professionnelles et d'accidents du travail et en matière de réinsertion professionnelle entre en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 22. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van artikel 2, dat in werking treedt op 1 januari 2008.
Art. 22. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge à l'exception de l'article 2, qui entre en vigueur le 1er janvier 2008.
Art. 23. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 5 juni 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN.
Art. 23. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 5 juin 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Emploi,
  P. VANVELTHOVEN.