Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 56, § 2, derde lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders. (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige gemeenschap bij BDG2018-11-29/14, art. 46,35°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2019)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-02-2007 en tekstbijwerking tot 27-12-2018)
Titre
11 JANVIER 2007. - Arrêté royal portant exécution de l'article 56, § 2, alinéa 3, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés. (NOTE : abrogé pour la Communauté germanophone par ACG2018-11-29/14, art. 46,35°, 005; En vigueur : 01-01-2019)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-02-2007 et mise à jour au 27-12-2018)
Informations sur le document
Numac: 2007022135
Datum: 2007-01-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007022135
Date: 2007-01-11
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. De rechthebbende bedoeld in artikel 56, § 2, derde lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, behoudt het recht op de toeslagen bedoeld in artikel 50ter van dezelfde wetten als alle hierna volgende voorwaarden vervuld zijn :
  - als de activiteit onmiddellijk volgt op een van de situaties bedoeld in artikel 56 van de genoemde wetten of, bij gebrek daaraan, als tussen de twee periodes niet meer tijd verloopt dan het aantal opeenvolgende kalenderdagen waarvoor een werkloze niet opnieuw werkloosheidsuitkeringen moet aanvragen na een onderbreking van die uitkeringen, op grond van artikel 91 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering. Bij de berekening van dat aantal dagen tellen dagen die overeenstemmen met de situaties bedoeld in artikel 53, § 1, 2°, 3° en 9°, van dezelfde wetten niet mee;
  - als de rechthebbende op het ogenblik dat hij zijn activiteit begint, recht heeft op de toeslagen bedoeld in artikel 50ter ;
  - als hij rechthebbende is met personen ten laste zoals door Ons bepaald.
  De rechthebbende opent het recht op de toeslag voor het kwartaal waarin hij de activiteit begonnen is en ook voor de zeven kwartalen na het vermelde kwartaal.
  De activiteit wordt geacht voortgezet te zijn ondanks onderbrekingen :
  - door een periode van effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid van minder dan zes maanden;
  - door een periode van arbeidsongeschiktheid bedoeld in bovenvermeld artikel 56, van minder dan zes maanden;
  - door een periode van minder dan zes maanden bestaande uit effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en uit arbeidsongeschiktheid;
  - door andere situaties dan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of de arbeidsongeschiktheid bedoeld in bovenvermeld artikel 56, waarvan de duur het aantal opeenvolgende kalenderdagen bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, niet overschrijdt, na aftrek van eventuele dagen bedoeld in bovenvermeld artikel 53, § 1, 3° en 9°.
  Wanneer de activiteit niet kan worden geacht voortgezet te zijn wegens de overschrijding van de termijnen bepaald in het derde lid, wordt de onderbreking in aanmerking genomen vanaf deze overschrijding.
Article 1. L'attributaire visé à l'article 56, § 2, alinéa 3, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, maintient le droit aux suppléments visés à l'article 50ter des mêmes lois, aux conditions cumulatives suivantes :
  - si l'activité fait immédiatement suite aux situations visées à l'article 56 des lois précitées ou, à défaut, si l'intervalle entre les deux périodes ne dépasse pas le nombre de jours civils consécutifs n'imposant pas au chômeur d'introduire une nouvelle demande d'allocations de chômage suite à une interruption dans le bénéfice de ces allocations, en vertu de l'article 91 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage. Pour le calcul de ce nombre de jours, il n'est tenu compte de journées correspondant aux situations visées à l'article 53, § 1er, 2°, 3° et 9°, des mêmes lois;
  - si l'attributaire ouvrait le droit aux suppléments visés à l'article 50ter au moment où il entame l'activité;
  - s'il a la qualité d'attributaire ayant personnes à charge définie par Nous.
  L'attributaire ouvre le droit au supplément durant le trimestre au cours duquel l'activité a débuté, ainsi que durant les sept trimestres qui suivent ledit trimestre.
  L'activité est réputée se poursuivre en dépit d'interruptions consistant :
  - en une période de chômage complet indemnisé effectif n'atteignant pas six mois;
  - en une période d'incapacité de travail visée à l'article 56 précité, n'atteignant pas six mois;
  - en une période n'atteignant pas six mois, composée de chômage complet indemnisé effectif et d'incapacité de travail;
  - en situations autres que le chômage complet indemnisé ou l'incapacité de travail visée à l'article 56 précité, dont la durée ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs visé à l'alinéa 1er, 1er tiret, sous déduction d'éventuelles journées visées à l'article 53, § 1er, 2°, 3° et 9°, précité.
  Lorsque l'activité ne peut être considérée comme s'étant poursuivie, en raison du dépassement des termes fixés à l'alinéa 3, l'interruption est prise en compte à dater dudit dépassement.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als artikel 195 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur à la même date que l'article 195 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Notre Ministre des Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.